Agendabundel
Tekst van het document
stedenbouwbouwkundige invulling van het initiatief/plan van Holikiday voor het realiseren van een kleinschalig en betaalbaar woon-service-complex voor kwetsbare ouderen op de locatie fase 3 Zorgplein aan de Prins Hendriklaan te Brunssum. - In te stemmen met de koopovereenkomst zodat de hiervoor noodzakelijke grond wordt geleverd en overgedragen conform de prijsbepaling van onze vastgestelde grondprijzenbrief welke marktconform is. De koopovereenkomst is reeds door de bestuurders van Holikiday ondertekend. - Ten behoeve van een optimale ontsluiting van het perceel zal een akte van erfdienstbaarheid worden gevestigd met de huidige eigenaar van het Zorgplein, te weten NWI Limburg II BV. NWI Limburg II BV heeft aangegeven akkoord te zijn met de akte van erfdienstbaarheid. 4. Bijlagen 1. 2. 3.
Koopovereenkomst (verseonnr. 1053640) Akte van erfdienstbaarheid (verseonnr. 1053642) Planontwerp (verseonnr. 1053644)
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
3 van 4
Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/21 Afdeling : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Registratiekenmerk : 1053316
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/21; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 02 maart 2021, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed gelet op het bepaalde in (aanduiding van de relevante wetten / verordeningen / beleidsregels); Besluit: 1. 2.
Kennis te nemen van de stand van zaken van het planinitiatief Holikiday m.b.t. invulling gronden fase 3 Zorgplein Brunssum. Geen wensen of bedenkingen te hebben tegen de verkoop van de gronden fase 3 Zorgplein te Brunssum.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd,
Voorzitter
griffier
4 van 4
1 Raadsvoorstel 21 (bijlage) Akte van Erfdienstbaarheid fase 3 Zorgplein.pdf
blad -1-
AchtenvanGent Notarissen Wilhelminasingel 68a Postbus 3105 6202 NC Maastricht T +31 (0) 43 328 17 60 F +31 (0) 43 325 14 26
ONTWERP d.d. 17 november 2020 Indien er onjuistheden voorkomen in uw personalia of elders in de tekst wordt u verzocht zo spoedig mogelijk contact op te nemen.
166949/MP
VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID
Heden * tweeduizend twintig verschenen voor mij, mr. Mira Louise van der Putten, toegevoegd notaris, hierna te noemen: “notaris”, bevoegd om akten te passeren in het protocol van mr. Johannes Maria Josef Helene Achten, notaris te Maastricht: 1. *, handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de te Amsterdam gevestigde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: NWI Limburg II B.V., kantoorhoudende te 1097 JB Amsterdam, Prins Bernhardplein 200, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 60936827; NWI Limburg II B.V. hierna te noemen: ‘de eigenaar’; 2. *, handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Brunssum, kantoorhoudende aan het Lindeplein 1 te 6444 AT Brunssum, ingeschreven in de het handelsregister onder nummer 14129999, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders de dato *; Gemeente Brunssum hierna te noemen: ‘de gerechtigde’. VOLMACHT De volmachten zijn aan deze akte vastgemaakt (Annex * en Annex *). De verschenen personen hebben mij, notaris, het volgende verklaard: DOEL VAN DEZE AKTE Het doel van deze akte is ten behoeve van het hierna omschreven heersend erf en ten laste van het hierna omschreven dienend erf een erfdienstbaarheid te vestigen. A. OMSCHRIJVING REGISTERGOEDEREN/VOORAFGAANDE VERKRIJGING 1.
De eigenaar is gerechtigd tot het navolgende registergoed: KADASTRALE GEMEENTE BRUNSSUM een perceel grond met de daarop gerealiseerde opstallen, plaatselijk bekend Prins Hendriklaan te Brunssum, kadastraal bekend als gemeente Brunssum sectie B nummer 7168, groot vierenzestig are en vijfennegentig centiare (64 a en 95 ca); hierna te noemen: ‘het dienend erf'’. 2. De gerechtigde is gerechtigd tot het navolgende registergoed: KADASTRALE GEMEENTE BRUNSSUM een perceel grond, gelegen aan de Prins Hendriklaan te Brunssum, kadastraal bekend gemeente Brunssum, sectie B nummer 7586, ter grootte van ongeveer drieëndertig are en zevenennegentig centiare (33a 97ca),
blad -2-
waaraan door het kadaster een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte is toegekend. hierna te noemen: ‘het heersend erf'. 3. Het dienend erf werd door Sanoforum B.V. verkregen door levering op grond van koop. De levering blijkt uit een akte op dertig december tweeduizend zestien verleden voor mr. B. Reumkens, notaris te Beek. Een afschrift van deze akte is ingeschreven in de openbare registers van het kadaster op twee januari tweeduizend zeventien, in register Onroerende Zaken Hypotheken 4, deel 69809, nummer 104. Uit deze akte blijkt onder meer de kwijting voor de betaling van de koopprijs en het ontbreken van ontbindende voorwaarden die de verkrijging ongedaan zouden kunnen maken. Bij akte van statutenwijziging op dertien september tweeduizend achttien verleden voor mr. M.J.C. Arends, notaris te Amsterdam is de naam van Sanoforum B.V. gewijzigd in NWI Limburg II B.V. Van het vorenstaande blijkt uit een proces-verbaal van wijziging tenaamstelling op vijftien februari tweeduizend negentien verleden voor een waarnemer van genoemde notaris Arends, ingeschreven in de openbare registers van het kadaster op vijftien februari tweeduizend negentien, in register Onroerende Zaken Hypotheken 4, deel 75028, nummer 128. 4.
Het heersend erf werd door de gerechtigde verkregen door eigendomsovergang op grond van het bepaalde in artikel 76u van de Wet op het Voortgezet Onderwijs per een november tweeduizend zeven, waarvan blijkt uit een akte van einde gebruik gebouw of terrein door andere dan een gemeentelijke school ondertekend op respectievelijk elf januari tweeduizend acht en twaalf februari tweeduizend acht, ingeschreven in de openbare registers van het kadaster op zeven april tweeduizend acht, in register Onroerende Zaken Hypotheken 4, deel 54322, nummer 96, welke akte werd verbeterd bij akte van einde gebruik gebouw of terrein door andere dan een gemeentelijke school ondertekend op respectievelijk vijf september tweeduizend acht en zeventien november tweeduizend acht, ingeschreven in de openbare registers van het kadaster op vijf december tweeduizend acht, in register Onroerende Zaken Hypotheken 4, deel 55662, nummer 186. B. OVEREENKOMST TOT VESTIGING VAN ERFDIENSTBAARHEID De eigenaar en de gerechtigde hebben een mondelinge overeenkomst gesloten, hierna te noemen: de overeenkomst, waarbij zij zich hebben verbonden tot het vestigen van een erfdienstbaarheid van weg ten behoeve van het heersend erf en ten laste van het dienend erf. C.
VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID Voor de uitvoering van de overeenkomst wordt ten behoeve van het heersend erf en ten laste van het dienend erf de erfdienstbaarheid van weg gevestigd en door de gerechtigde aangenomen. De erfdienstbaarheid van weg houdt in de plicht van de eigenaar om te dulden dat de gerechtigde een strook grond ter breedte van * meter, deel uitmakend van het dienend erf, gebruikt om te komen van en te gaan naar het heersend erf en de openbare weg. Deze strook grond is met arcering aangegeven op de aan deze akte vastgemaakte tekening en wordt hierna 'de weg' genoemd (Annex *). D. EENMALIGE TEGENPRESTATIE Deze vestiging vindt plaats zonder eenmalige tegenprestatie, maar tegen een jaarlijkse
blad -3-
vergoeding zoals hierna onder E sub 8. omschreven. E. BEPALINGEN ERFDIENSTBAARHEID De vestiging van de erfdienstbaarheid vindt plaats onder de navolgende bepalingen en bedingen. 1. Duur De erfdienstbaarheid gaat in per heden, hierna te noemen: ‘de ingangsdatum’, en wordt gevestigd voor onbepaalde tijd, uitgezonderd beëindiging daarvan op de gronden zoals in de wet bepaald. 2. Gebruikswijze De weg mag uitsluitend worden gebruikt als voetpad voor mens (zo nodig met kinderof wandelwagens, rollators en andere hulpmiddelen) en dier en als rijweg voor (motorische) vervoermiddelen, maar niet voor bedrijfsmatig gebruik. De eigenaar van het heersend erf is uitsluitend bevoegd gebruik te maken van de weg en derhalve niet van het parkeerterrein gelegen op het dienend erf. 3. Bestrating/verharding en onderhoud van de weg De eigenaar is verplicht de weg bestraat/verhard te houden. Het onderhoud van de weg komt voor rekening van de eigenaar. 4. Voorrangssituatie De toegangsweg van het heersend erf naar de weg dient zodanig te worden ingericht dat het verkeer komende van het dienend erf voorrang heeft op het verkeer dat komt van het heersend erf. 5.
Blokkeringsverbod Het is zowel de eigenaar van het heersend erf als die van het dienend erf en alle andere personen die van de weg gebruik maken verboden om vervoermiddelen van welke aard ook of andere zaken op de weg te plaatsen anders dan voor het directe gebruik van de weg als zodanig vereist zal zijn, zodat dit gebruik ongehinderd en onverminderd zal kunnen plaats hebben. Indien in strijd met deze bepaling mocht zijn gehandeld, zullen beide partijen of hun gemachtigden bevoegd zijn datgene wat zich op de weg bevindt, zonder enige aanmaning te verwijderen en elders te plaatsen. 6. Afsluiting Als een van de partijen de weg wenst af te sluiten is daarvoor de schriftelijke goedkeuring van de andere partij vereist. De afsluiting moet steeds door beide partijen kunnen worden geopend. De kosten van het aanbrengen van de afsluiting zijn voor rekening van de partij die de afsluiting wenst. 7. Toekomstige bebouwing heersend erf De erfdienstbaarheid is gevestigd met het oog op toekomstige bebouwing van het heersend erf met * woningen en vierentwintig (24) parkeerplaatsen. De erfdienstbaarheid blijft in principe ongewijzigd voortbestaan ook al wordt het heersend erf verder bebouwd dan nu het geval is. Wel wordt de erfdienstbaarheid zo nodig aangepast bij wijziging van de aard of de bestemming van het heersend erf. 8. Periodieke vergoeding (retributie) 1.
De gerechtigde is een periodieke vergoeding (retributie) verschuldigd van eenduizend euro (€ 1.000,--) per jaar, bij vooruitbetaling te voldoen uiterlijk op een januari van elk jaar, voor het eerst uiterlijk op een januari tweeduizend eenentwintig. De retributie verschuldigd vanaf heden tot en met eenendertig december tweeduizend twintig heeft de gerechtigde voldaan door storting op een
blad -4-
daartoe bestemde rekening van mij, notaris. Doorbetaling aan of ten behoeve van de eigenaar vindt plaats zodra de vestiging van de erfdienstbaarheid tot stand is gekomen door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de openbare registers van het kadaster en op het moment van de inschrijving het dienend erf vrij is van beslag en hypotheekrechten anders dan in deze akte vermeld. 2. Alle door de gerechtigde verschuldigde betalingen moeten plaatsvinden op een door de eigenaar aan te geven bankrekening, onder uitsluiting van beroep op korting, inhouding of schuldverrekening. De verplichting tot betaling van de retributie is een ondeelbare verbintenis. De gerechtigde is in verzuim, enkel door het verloop van een voor enige betaling geldende termijn, zonder dat daartoe enige aanmaning of ingebrekestelling zal zijn vereist. 3. Als de gerechtigde in verzuim is met de nakoming van enige betalingsverplichting tegenover de eigenaar is hij als gevolg daarvan de wettelijke rente verschuldigd als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek, gerekend vanaf de dag waarop verzuim intrad tot de dag van algehele voldoening daarvan. Het hiervoor bepaalde laat onverlet de bevoegdheid van de eigenaar om gebruik te maken van andere middelen en rechten die de wet of deze overeenkomst bieden. 4.
Behoort het heersend of het dienend erf toe aan twee of meer personen, hetzij als deelgenoten, hetzij als eigenaars van verschillende gedeelten daarvan, dan zijn zij hoofdelijk verbonden tot nakoming van de uit de erfdienstbaarheid voortvloeiende geldelijke verplichtingen die tijdens hun recht opeisbaar worden. 10. Verdeling dienend erf Wanneer het dienend erf wordt verdeeld, blijft de erfdienstbaarheid rusten op elk gedeelte ten aanzien waarvan naar de akte van vestiging en de aard van de erfdienstbaarheid de uitoefening mogelijk is. F. OVERIGE BEPALINGEN ARTIKEL 1. OVERDRACHTSBELASTING, KADASTERTARIEF EN KOSTEN De overdrachtsbelasting, het kadastraal tarief, de notariskosten en de overige aan de vestiging van de erfdienstbaarheid verbonden kosten zijn voor rekening van de gerechtigde. ARTIKEL 2. ONTBINDENDE VOORWAARDEN Alle eventueel met betrekking tot de vestiging van de erfdienstbaarheid overeengekomen ontbindende voorwaarden zijn uitgewerkt dan wel tenietgegaan. De bevoegdheid van beroep op die voorwaarden is zowel voor de eigenaar als voor de gerechtigde vervallen. G. ERFDIENSTBAARHEDEN EN BIJZONDERE VERPLICHTINGEN Voormelde akten waarbij de eigendom van het heersend respectievelijk dienend erf werden verkregen maken geen melding van bestaande erfdienstbaarheden, kwalitatieve verplichtingen, kettingbedingen en/of andere bijzondere verplichtingen. H.
SLOTBEPALINGEN Volmacht rectificatie Partijen verlenen hierbij, voor zoveel nodig, onherroepelijk volmacht aan ieder van de medewerkers op het kantoor van mij, notaris, dan wel zijn waarnemer(s) of ambtsopvolger(s), om namens hen te verschijnen in een akte van rectificatie als de in deze akte vermelde kadastrale omschrijving niet in overeenstemming is met de feitelijke situatie, als de dagtekening van deze akte of het daarin vermelde tijdstip van ondertekening kennelijk onjuist is en/of als de in deze akte vermelde personalia van partijen niet volledig juist zijn.
blad -5-
Kwijting De eigenaar verleent de gerechtigde kwijting voor de betaling van de hiervoor vermelde retributie over de periode vanaf heden tot en met eenendertig december tweeduizend twintig. Toestemming hypotheekhouder Het dienend erf is belast met een recht van hypotheek ten behoeve van Coöperatieve Rabobank U.A., hierna te noemen: 'de hypotheekhouder'. Van het recht van hypotheek blijkt uit een akte op zeventien februari tweeduizend zeventien verleden voor een waarnemer van mr. P.J.M.B. Schutgens, destijds notaris te Valkenburg aan de Geul, waarvan een afschrift is ingeschreven in de openbare registers van het kadaster op twintig februari tweeduizend zeventien, in register Onroerende Zaken Hypotheken 3, deel 71111, nummer 86. Blijkens deze hypotheekakte is het de eigenaar niet toegestaan het dienend erf te bezwaren met erfdienstbaarheden, tenzij hij daarvoor schriftelijke toestemming heeft verkregen van de hypotheekhouder. Van de toestemming van de hypotheekhouder tot vestiging van deze erfdienstbaarheid blijkt uit een schriftelijke verklaring die aan deze akte is vastgemaakte (Annex *). Fiscale verklaringen Namens de gerechtigde wordt opgave gedaan van het bedrag van de verschuldigde overdrachtsbelasting, groot eenduizend twintig euro (€ 1.020,00). De overdrachtsbelasting is berekend over het bedrag van de gekapitaliseerde retributie groot zeventienduizend euro (€ 17.000,00).
Woonplaatskeuze Met betrekking tot de uitvoering van deze overeenkomst kiezen partijen woonplaats op hun adres in de aanhef van deze akte vermeld. Uitsluitend voor de toepassing van de Wet op belastingen van rechtsverkeer als gevolg van deze overeenkomst wordt woonplaats gekozen op het kantoor van de bewaarder van deze akte. SLOT De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE is verleden te Maastricht, op de datum, in het hoofd van deze akte vermeld. De zakelijke inhoud van de akte is aan de verschenen personen opgegeven en toegelicht. De verschenen personen hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden een conceptakte te hebben ontvangen, van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met de inhoud in te stemmen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de verschenen personen en vervolgens door mij, notaris, om
1 Raadsvoorstel 21 (bijlage) Koopovereenkomst gronden fase 3 Zorgplein.pdf
Koopovereenkomst perceel grond voor de zorgwoningen aan de Dokter Meijweg 2 t/m 50, gemeente Brunssum 11 februari 2021
1. Koopovereenkomst grondverkoop Aan de koopovereenkomst zijn de volgende bijlagen gehecht: I. Organigram II. Situatietekening III. 20210204 presentatie Holikiday Brunssum IV. Verkennend bodemonderzoek met kenmerk MA1900911.R01.V.1.0 d.d. 29 januari 2020 Va. Tekening recht van overpad Vb. Vestiging akte erfdienstbaarheid VI. Algemene voorwaarden voor het aan- en verkopen van onroerende zaken door de gemeente Brunssum
Holikiday B.V. Watersley 31 6132 KA Sittard telefoon 0031 6 53 31 72 51 email info@holikiday.nl kvk 70107335 btw NL858144840B01 bank NL 65 RABO 0325349398
HAVE A NICE DAY
www.holikiday.nl
Koopovereenkomst
GROND
Gemeente Brunssum
Bestemmingsplan Omgevingsvergunning
RO
Holikiday B.V.
Design & Buildovereenkomst
BOUWEN
VHAW B.V.
Huurovereenkomst
EXPLOITEREN
HOLIKIDAY B.V.
Gemeente Brunssum /
Stichting Wonen Limburg
BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING
2
3
HET ONTWIKKELEN EN REALISEREN VAN SCHAALBARE
KLEINSCHALIGE WOON-SERVICE-COMPLEXEN VOOR
KWETSBARE OUDEREN (WLZ-INDICATIE) MET
EEN AOW EN/OF EEN KLEIN PENSIOEN
IN DORPEN, VERBONDEN MET DE BUURT.
Casus Brunssum
• • • •
Kwetsbare ouderen met een WLZ-indicatie.
23 sociale huur zorgwoningen 80 m2 bvo 1 gemeenschappelijke ruimte 160 m2 bvo 1 woning voor de zorgondernemer 160 m2 bvo 24 parkeerplaatsen
Locatie Prins Hendriklaan/Dokter Meijweg
•
mm) 16 optr.(187 mm) 15 aantr.(220
Plattegrond Begane Grond
16 optr.(187 mm) 15 aantr.(220 mm)
Plattegrond 1e en 2e Verdieping
15
16
Verkennend bodemonderzoek Prins Hendriklaan (ong.) te Brunssum (ged.) perceel: Brunssum, B 7169 MA190911.R01.V1.0 29 januari 2020
Verkennend bodemonderzoek Prins Hendriklaan (ong.) te Brunssum (ged.) perceel: Brunssum, B 7169 MA190911.R01.V1.0 29 januari 2020
Opdrachtgever Gemeente Brunssum Lindeplein 1 6444AT Brunssum
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Projectleider Milieu
ing. R.H.J. Tempels
Collegiale toetst
N. Biesmans
MA190911.R01.V1.0
Paraaf
2 van 19
Inhoud 1
Inleiding ...............................................................................5
2
Achtergrondinformatie .................................................6
2.1
Algemeen
6
2.2
Situering onderzoekslocatie
6
2.3
Historie
6
2.4
Vergunningen
7
2.5
Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie
7
2.6
Niet gesprongen explosieven (NGE)
9
2.7
Archeologie
9
2.8
Terreininspectie
9
2.9
Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie
9
2.9.1
Bodem .................................................................................................................................................................. 9
2.9.2
PFAS ..................................................................................................................................................................... 9
2.9.3
Asbest in bodem ............................................................................................................................................ 10
3
Veldwerk en analyses .................................................. 11
3.1
Onderzoeksprogramma
11
3.2
Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters
11
3.3
Veldwerk verkennend bodemonderzoek
12
3.4
Bodemprofiel
12
3.5
Veldwerk verkennend asbestonderzoek
12
4
Analyseresultaten ......................................................... 15
4.1
Toetsingskader
4.1.1
Wet bodembescherming ............................................................................................................................ 15
4.1.2
Tijdelijk handelingskader ......................................................................................................................... 15
4.1.3
Besluit en Regeling bodemkwaliteit ..................................................................................................... 15
4.1.4
Asbest in bodem/puin ................................................................................................................................. 15
4.1.5
Veiligheidsmaatregelen CROW 400 ...................................................................................................... 16
4.2
Toetsing van de analyseresultaten
4.2.1
Bodem ................................................................................................................................................................ 16
4.2.2
Asbest ................................................................................................................................................................ 17
5
Conclusies en aanbevelingen ...................................19
5.1
Conclusies
19
5.2
Aanbevelingen
19
MA190911.R01.V1.0
15
16
3 van 19
Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie en proefgaten Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda Bijlage 4 Analysecertificaten Bijlage 5 Toetsing Wet bodembescherming Bijlage 6 Toetsing Besluit bodemkwaliteit Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek Bijlage 8 Situatietekening
MA190911.R01.V1.0
4 van 19
1 Inleiding Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van gemeente Brunssum een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van perceel (ged.) Brunssum, B 7169, gelegen aan de Prins Hendriklaan te Brunssum. Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017), de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017), de NEN 5897+C2 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009 en wijzigingsblad NEN 5740/A1, februari 2016). Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V.
en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NENEN-ISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3. Geonius Milieu B.V. streeft naar het uitvoeren van een representatief onderzoek. Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een volgens de norm voorgeschreven aantal boringen en het laten analyseren van grond(meng)monsters op een standaard analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het analytisch onderzoek beschreven. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies, en eventueel aanbevelingen, geformuleerd.
MA190911.R01.V1.0
5 van 19
2 Achtergrondinformatie 2.1 Algemeen Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 7. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.
2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een deel van het braakliggend perceel gelegen aan de Prins Hendriklaan te Brunssum. Het perceel is gelegen ten zuidwesten van het “Zuyderland Medisch Centrum Brunssum”. In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 8 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 3.400 m2
Maaiveldhoogte
Circa 87 m + NAP
X-coördinaat, Y-coördinaat
X: 196.542, Y: 328.058
Kadastrale gegevens Kadastrale aanduiding
Gemeente Brunssum, sectie B nummer 7169
Oppervlakte kadastrale perceel
4.155 m2
2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie omstreeks 1840 tot een gebied behoorde dat overwegend bestond uit grasland doorkruist met enkele wegen en paden. Tot deze wegen en paden behoorde de huidige Doorvaartstraat welke nabij de onderzoekslocatie is gelegen. Omstreeks 1910 blijken geen wezenlijke veranderingen met betrekking tot de onderzoekslocatie. Wel toont het kaartmateriaal, ter plaatse van de huidige Prins Hendriklaan, een trambaan. Deze situatie blijft grotendeels ongewijzigd tot 1940. In 1958 is de (technische) school in gebruik genomen. Uit kaartmateriaal van omstreeks 1975 blijkt de trambaan niet meer aanwezig te zijn. Rond 2010 is de bebouwing gesloopt, waarna aan de noordoostzijde van onderhavige locatie het zorggebouw is gerealiseerd. Enkele uitsneden van historisch kaartmateriaal zijn opgenomen in Figuur 2.1.
MA190911.R01.V1.0
6 van 19
Ca. 1900
Ca. 1940
Ca. 1970
Ca. 2018
Figuur 2.1: uitsneden historische kaarten
2.4 Vergunningen Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen afgegeven in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, Bouwvergunningen, Sloopvergunningen of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. Uit de geraadpleegde bronnen (o.a. BOOT-archief) blijken geen gegevens die duiden op de aanwezigheid van één of meerdere tanks op de onderzoekslocatie.
2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.2 staat de bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld.
MA190911.R01.V1.0
7 van 19
Tabel 2.2: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en -kwaliteit Bodemopbouw Diepte in m-mv
Omschrijving
Opmerkingen
[0 - 2]
Formatie van Boxtel, 2e en 4e zandige eenheid
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
[2 - 32]
Formatie van Breda, tweede zandige eenheid
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand en kleiig zand, met weinig grof zand en glauconietzand en een spoor klei, bruinkool, grind en schelpen
[> 32]
Formatie van Ville, tweede bruinkooleenheid
Bruinkool eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit bruinkool en met weinig klei, zandige klei en midden zand
Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater
Circa 75 m + NAP / Circa 12 m-mv
Stromingsrichting grondwater
Noordoostelijk
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Nee
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Nee
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Nee
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie
Nee
Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Kenmerk, datum
Omschrijving
Brunssum
Nota bodembeheer Grond Brunssum 2014
Deelgebied
Wonen voor 1970
Bodemfunctieklasse
Wonen
Ontgravingsklasse
Bovengrond (0-0,5 m-mv): Wonen Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): Achtergrondwaarde
Bodemonderzoeken ter plaatse van onderzoekslocatie Kenmerk, datum
Omschrijving
Geonius Milieu,
Vooronderzoek t.b.v. de ontwikkeling van het Zorgplein aan de Prins Hendriklaan 374 en 376
Kenmerk: MA-90134.h1,
in de gemeente Brunssum
d.d. 15 mei 2009 Uit onderhavig onderzoek blijkt dat op danwel in de nabijheid van de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Eveneens is geen aanleiding om de locatie als asbestverdacht aan te merken. Geonius Milieu,
Verkennend bodemonderzoek t.b.v. de ontwikkeling van het Zorgplein aan de Prins
Kenmerk: MA-90134.r1,
Hendriklaan 374 en 376 in de gemeente Brunssum
d.d. 13 mei 2009 In zowel de boven- als ondergrond wordt plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan zware metalen (kobalt, molybdeen en nikkel) en PAK aangetoond. Op basis van het historisch vooronderzoek, alsmede de bevindingen tijdens de veldwerkzaamheden kan worden geconcludeerd dat de bodem als “niet-asbest verdacht” kan worden beschouwd.
MA190911.R01.V1.0
8 van 19
2.6 Niet gesprongen explosieven (NGE) Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend omtrent “niet gesprongen explosieven”.
2.7 Archeologie Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend omtrent een archeologische verwachting.
2.8 Terreininspectie Op 16 januari 2020 is door de heer B.M.D.M. Houben een terreininspectie uitgevoerd. Het gehele terrein is bedekt met vegetatie (gras en laag struikgewas). De aangrenzende wegen zijn hoger gelegen dan het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie. Eveneens is binnen de onderzoeklocatie een glooiing aanwezig. Er zijn geen opstallen en/of bodembedreigende activiteiten waargenomen. Tijdens het terreininspectie is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie niet waargenomen.
2.9 Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie 2.9.1 Bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie verdacht is voor bodemverontreiniging, vanwege de sloop van diverse gebouwen binnen onderhavige locatie. Door de sloopwerkzaamheden is het mogelijk dat de bodem diffuus verontreinigd is geraakt door het slooppuin. Derhalve is voor de onderzoekslocatie de hypothese “verdacht” van toepassing. Ten aanzien van de bovengrond wordt uitgegaan van de strategie “heterogeen verdacht niet lijnvormig” (VED-HE-NL). Ten aanzien van de ondergrond wordt uitgegaan van de strategie “onverdacht niet lijnvormig” (ONV-NL).
2.9.2 PFAS In een brief van 8 juli 2019 is het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit Tijdelijk handelingskader is op 1 december 2019 aangepast. Het Tijdelijk handelingskader biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en baggerspecie. Voor hergebruik is het noodzakelijk om onderzoek te doen naar de stofgroep PFAS (poly- en perfluor alkyl-verbindingen). Dit verkennend bodemonderzoek heeft tot doel om informatie te verkrijgen voor de eigendomsoverdracht. Voor de eigendomsoverdracht is het in principe niet nodig onderzoek te doen naar de stofgroep PFAS (poly- en perfluor alkyl-verbindingen), omdat de onderzoekslocatie geen bron voor deze stof is en er dus geen specifieke verdenking is op deze stof. Echter wordt op aangeven van de opdrachtgever de stofgroep PFAS meegenomen. Derhalve dient het stoffenpakket in onderhavig bodemonderzoek te worden uitgebreid met de stofgroep PFAS. Omdat de locatie onverdacht is ten aanzien van GenX wordt deze niet op deze parameter onderzocht.
MA190911.R01.V1.0
9 van 19
2.9.3 Asbest in bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie met betrekking tot asbest in bodem de hypothese ”verdacht” van toepassing is. Vanwege de sloopwerkzaamheden die op de locatie hebben plaatsgevonden is het mogelijk dat in de bodem asbestverdachte materialen zijn terechtgekomen. Het betreft een locatie met een heterogeen verdeelde diffuse bodembelasting.
MA190911.R01.V1.0
10 van 19
3 Veldwerk en analyses 3.1 Onderzoeksprogramma In onderstaande Tabel 3.1 is het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek samengevat. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma bodem- en asbestonderzoek (Deel)locatie en
Oppervlakte (m2)
Veldwerk
strategie Prins Hendriklaan (ong.)
3.400
12*0,5 m-mv 2*2,0 m-mv 1*peilbuis1)
BG: VED-HE-NL OG: ONV-NL Asbestonderzoek Prins Hendriklaan (ong.)
Analyses2) Grond Verdachte laag: 3*standaardpakket + PFAS
Grondwater -
Ondergrond: 1*standaardpakket + PFAS 3.400
12 proefgaten tot maximaal 0,5 m- 3 asbest in grond (NEN mv (0,3*0,3) 5898) 2 proefgaten tot onderzijde VED-HE verdachte laag met een maximum van 2 m-mv 1) Op basis van geohydrologische gegevens is bekend dat binnen 5,0 m-mv geen grondwater wordt aangetroffen. Grondwateronderzoek is volgens de NEN 5740 in een dergelijke situatie niet noodzakelijk. De peilbuis is vervangen door een diepe boring tot 5,0 m-mv. 2) Standaardpakket (landbodem en grond): organisch stof en lutum 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) som-PCB’s, som-PAK’s (10) en minerale olie Stofgroep PFAS poly‐ en perfluor alkyl‐verbindingen (30‐verbindingen)
De chemische analyses van de grond(meng)monsters, zijn conform AS3000 uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (certificaatnummer L28) en AS3000-erkend.De analyses op de stofgroep PFAS zijn eveneens uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. De puin- en grond(meng)monsters ten behoeve van het asbestonderzoek zijn geanalyseerd op asbest conform NEN 5898. De (meng)monsters hebben een geschat drooggewicht van minimaal 10 kg voor grond en minimaal 25 kg voor puin.
3.2 Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters Naar aanleiding van het zintuiglijk onderzoek zijn conform de gevolgde strategie uit de NEN 5740 en de stofgroep PFAS 4 grond(meng)monsters uit de opgeboorde grond samengesteld. De grond(meng)monsters zijn onderzocht op het standaardpakket landbodem en grond uit de NEN 5740. In Tabel 4.1 (hoofdstuk 4) is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters zijn samengesteld. Tevens is van elk grond(meng)monster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven.
MA190911.R01.V1.0
11 van 19
3.3 Veldwerk verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16 januari 2020 conform BRL SIKB 2000 (versie 9.0, 1 februari 2018) en het daarbij behorend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, versie 6.0, 1 februari 2018). De veldmedewerker die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, de heer B.M.D.M. Houben, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer L.H.J. Puts. Een tekening met de ligging van de uitgevoerde boringen is toegevoegd als bijlage 8. Tijdens de werkzaamheden zijn voor wat betreft de parameter PFAS maatregelen getroffen om contaminatie zoveel als mogelijk te voorkomen, zoals staat omschreven in het “Kennisdocument voor Bemonstering en analyse van PFAS-verbindingen in grond- en grondwater”. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden. Vanwege het aantreffen van hangwater, is de voorziende boring 008 (tot 5,0 m-mv) gestaakt op 2,0 m-mv. Het betreft hier echter geen kritiek punt van afwijking van de proceseisen. De verkregen gegevens zijn voldoende representatief voor de onderzoekslocatie.
3.4 Bodemprofiel Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging(en) en eventuele bijzonderheden. De boorstaten zijn als bijlage 3 zijn toegevoegd. Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld volledig is bedekt met vegetatie (gras en laag struikgewas). De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Vanaf het maaiveld wordt in de bovengrond afwisselend zand danwel leem aangetroffen met plaatselijk bijmengingen aan baksteen, aardewerk, asfalt, baksteen en beton (sporen tot zwak). Ter plaatse van boring 008 wordt repac (puingranulaat) waargenomen. Onder de geroerde toplaag wordt tot de maximaal geboorde diepte (2,0 m-mv) visueel “schoon” zand aangetroffen. Er zijn verder geen afwijkende geuren (middels passieve geurwaarneming) en/of kleuren waargenomen.
3.5 Veldwerk verkennend asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16 januari 2020. De coördinerend veldmedewerker, de heer B.M.D.M. Houben, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer L.H.J. Puts. Voor asbestonderzoek geldt dat bij meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal protocol 2018 niet van toepassing is en het asbestonderzoek niet onder het BRL SIKB 2000 certificaat kan worden uitgevoerd. Voor onderhavig onderzoek is dat plaatselijk (boring 008) het geval. Tijdens het veldwerk waren de omstandigheden als volgt: x
Droog (neerslag <10 mm);
x
Helder (zicht >50 m);
x
Bedekking maaiveld: 100%
x
Toplaag: zand/leem, vast en vegetatie (gras en laag struikgewas).
MA190911.R01.V1.0
12 van 19
De inspectie-efficiëntie van de maaiveldinspectie bedraagt 0%. Vermeld wordt dat de maaiveldinspectie niet conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018 (Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, versie 6.0, 1 februari 2018) heeft kunnen plaatsvinden. Bij een inspectie-efficiëntie lager dan 50% is de waarde van een maaiveldinspectie namelijk onvoldoende om het verdachte gebied in te perken en een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de toplaag. De maaiveldinspectie kan derhalve ook niet dienen om de onderzoekstrategie (eventueel) bij te stellen. Op basis van de opgestelde strategie zijn proefgaten uitgevoerd tot maximaal 0,5 m in de verdachte laag. In Tabel 3.2 is een beschrijving gegeven van de verschillende proefgaten. Tabel 3.2: resultaten veldwerk proefgaten en bijzonderheden verrichte boringen Proefgat
Onderzocht
Bodemomschrijving
traject
Mengmonster
Afmetingen
Bodemvreemd
Asbest
fijne fractie
(cm)
materiaal (%)
aangetroffen
(cm-mv) 001
0-50
(l x b) Leem, sporen baksteen, sporen
ASB1
30*30
< 2%
Nee
aardewerk 002
0-50
Zand, sporen asfalt
ASB2
30*30
< 1%
Nee
003
0-50
Leem,
zwak
ASB1
30*30
< 11%
Nee
zwak
betonhoudend,
baksteenhoudend, sporen
aardewerk 005
0-50
Zand, sporen baksteen
006
0-50
Leem,
zwak
baksteenhoudend,
30*30
< 1%
Nee
ASB1
30*30
< 6%
Nee
ASB2
30*30
< 2%
Nee
sporen aardewerk 007
0-50
Zand, sporen baksteen, sporen beton
008
0-50
Volledig repac (puingranulaat)
ASB4
30*30
100%
Nee
009
0-50
Zand,
ASB3
30*30
< 10%
Nee
30*30
0%
Nee
ASB2
30*30
< 3%
Nee
zwak
ASB3
30*30
< 16%
Nee
Zand, sporen baksteen, sporen
ASB2
30*30
< 3%
Nee
ASB3
30*30
< 3%
Nee
ASB3
30*30
< 6%
Nee
zwak
baksteenhoudend,
zwak betonhoudend 010
0-50
Zand
011
0-50
Zand, sporen baksteen, sporen aardewerk, sporen beton
012
0-50
Zand,
sporen
baksteen,
betonhoudend 013
0-50
aardewerk, sporen beton 014
0-50
Zand, sporen baksteen, sporen aardewerk, sporen beton
015
0-50
Zand,
zwak
baksteenhoudend,
sporen asfalt
Tijdens de visuele inspectie zijn enkele foto’s gemaakt, die zijn toegevoegd in bijlage 2. Op basis van de visuele inspectie kan worden geconcludeerd dat zintuiglijk geen onderverdeling (asbestverdacht materiaal) van de locatie kan worden gemaakt. De uit de proefgaten vrijgekomen grond/materiaal is voor inspectie gezeefd (maaswijdte zeef 20 mm). De grove fractie van de uitgekomen grond/materiaal is visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen.
MA190911.R01.V1.0
13 van 19
In het opgegraven materiaal van alle proefgaten is in de grove fractie géén asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Vervolgens zijn van de grond 4 mengmonster(s) samengesteld ten behoeve van de microscopische analyse van de fijne fractie conform NEN 5898.
MA190911.R01.V1.0
14 van 19
4 Analyseresultaten 4.1 Toetsingskader 4.1.1 Wet bodembescherming De analyseresultaten zijn getoetst aan de interventiewaarden (I) voor grond uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden (AW) voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. De “tussenwaarde” (in onderhavig rapport aangeduid als T) betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde, maar maakt geen onderdeel meer uit van de toetsing die noodzakelijk is vanuit de Circulaire Bodemsanering en Besluit Bodemkwaliteit, maar fungeert in onderhavig rapport als triggerwaarde waarboven het vermoeden van een geval van ernstige verontreiniging bestaat en nader onderzoek wordt aanbevolen. In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingssituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: x
Licht verontreinigd: betreft gehalten tussen de achtergrondwaarde en de “tussenwaarde” (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde);
x
Matig verontreinigd: betreft gehalten tussen de “tussen”- en interventiewaarde;
x
Sterk verontreinigd: betreft gehalten die de interventiewaarden overschrijden.
4.1.2 Tijdelijk handelingskader De analyseresultaten van de stofgroep PFAS zijn getoetst aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem) uit het Tijdelijk handelingskader.
4.1.3 Besluit en Regeling bodemkwaliteit In het geval van bodem c.q. grond zijn de analyseresultaten (indicatief) getoetst aan de maximale waarden behorende bij de diverse functieklassen zoals vermeld in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. In het geval van een niet-vormgegeven bouwstof zijn de analyseresultaten tevens (indicatief) getoetst aan de maximale samenstellingswaarden voor organische parameters zoals vermeld in bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit.
4.1.4 Asbest in bodem/puin De resultaten van het asbestonderzoek zijn getoetst aan de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 (versie 1 juli 2013), dan wel aan de maximale samenstellingswaarden voor niet vormgegeven bouwstoffen uit het Besluit en Regeling bodemkwaliteit. In zowel de Circulaire, als het Besluit en Regeling, wordt als interventiewaarde een gehalte van 100 mg/kg d.s. gehanteerd. Het gehalte asbest wordt berekend uit het gewogen serpentijnasbestgehalte vermeerderd met 10 maal het amfiboolgehalte.
MA190911.R01.V1.0
15 van 19
4.1.5 Veiligheidsmaatregelen CROW 400 Bij de graafwerkzaamheden dient rekening gehouden worden met de veiligheidsvoorschriften en Arbowetgeving voor grondwerk en bodemsanering. Voor aanvang van het werk dient de aannemer een (beknopt) V&G-plan uitvoeringsfase op te stellen, welke onderdeel uit kan maken van het veiligheidsplan voor het gehele civiele werk. Het bepalen van de veiligheidsklassen heeft plaatsgevonden conform de CROW Publicatie 400 (werken in of met verontreinigde grond), de 2e gewijzigde druk: december 2017. Bij het bepalen van de veiligheidsklasse zijn de hoogst verkregen waarden van de geanalyseerde parameters gehanteerd. Ten aanzien van de berekeningen wordt vermeld dat het een indicatie geeft van de betreffende gezondheidsrisico's. Bij werkzaamheden waarbij mogelijke blootstelling aan toxische stoffen mogelijk is wordt geadviseerd contact op te nemen met een deskundige zoals omschreven in module 5 “eisen aan de deskundigheid” van CROW-publicatie 400, 2e gewijzigde druk, december 2017. De aannemer is verantwoordelijk voor de veiligheidsmaatregelen die hij bij de werkzaamheden voor zijn personeel doorvoert.
4.2 Toetsing van de analyseresultaten 4.2.1 Bodem Voor zware metalen en organische verbindingen dient een correctie plaats te vinden op basis van het gemeten lutum- en/of organisch stofgehalte in de bodem. Op basis van de gemeten gehalten aan lutum en organische stof worden de gerapporteerde gehalten omgerekende naar standaard bodem (10% organisch stof en 25% lutum. Bij het toetsen van de stofgroep PFAS aan de toepassingsnormen uit het Tijdelijk handelingskader hoeft bij een organisch stofpercentage tot 10% geen bodemtypecorrectie toegepast te worden. Als het organisch stofpercentage tussen 10% en 30% is gelegen, wordt wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd. In Tabel 4.1 (grondmonsters) zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten
de
achtergrondwaarden (grondmonsters) overschrijden. De toetsing van alle parameters is opgenomen als bijlage 5. In Tabel 4.1 staat per (meng)monster de indicatieve kwaliteitsklasse vermeld met betrekking tot de stofgroep PFAS. Tabel 4.1: getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters in mg/kg ds Analysemonster
Boring
Traject (m -mv)
Textuur
Visuele waarneming
Analyse pakket
M01
001
0,00 - 0,50
Leem
003
0,00 - 0,50
Leem
004 006
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Leem Leem
zw. grindh., sp. baksteen, sp. aardewerk zw. baksteenh., zw. betonh., sp. aardewerk sp. beton, sp. baksteen, sp. grind zw. baksteenh., sp. aardewerk, re. wortels
002 007
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Zand Zand
011
0,00 - 0,50
Zand
013
0,00 - 0,50
Zand
009
0,00 - 0,50
Zand
012
0,00 - 0,50
Zand
014
0,00 - 0,50
Zand
015
0,00 - 0,50
Zand
M02
M03
MA190911.R01.V1.0
Toets Bbk
Toets PFAS
CROW 400
PFAS (30) St.pakket
AW
AW
Basis hygiëne
br. leem, zw. grindh., sp. asfalt sp. baksteen, sp. beton, re. wortels sp. baksteen, sp. aardewerk, sp. beton sp. baksteen, sp. aardewerk, sp. beton
PFAS (30) St.pakket
AW
AW
Basis hygiëne
zw. baksteenh., zw. betonh., sp. aardewerk sp. baksteen, zw. betonh., re. wortels sp. baksteen, sp. aardewerk, sp. beton zw. grindh., zw. baksteenh., sp. asfalt
PFAS (30) St.pakket
MWI
AW
Basis hygiëne
16 van 19
> AW
PCB-7
GSSD
62,0
Toets Wbb
*
Analysemonster
Boring
Traject (m -mv)
Textuur
Visuele waarneming
Analyse pakket
M04
001
0,80 - 1,30 1,50 - 2,00 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00
Zand Zand Zand Zand Zand Zand
sp. roest ma. roesth.
PFAS (30) St.pakket
008 015
> AW
GSSD
Toets Wbb
Toets Bbk
Toets PFAS
CROW 400
AW
AW
Basis hygiëne
sp. roest, br. leem sp. grind, sp. roest sp. grind, sp. roest
Verklaring gebruikte afkortingen Wbb : Wet bodembescherming AW : achtergrondwaarde 2000 S : streefwaarde T : “tussenwaarde” I : interventiewaarde GSSD : gestandaardiseerde meetwaarde Bbk : Besluit bodemkwaliteit (indicatief) NVB : niet-vormgegeven bouwstof AW : voldoet indicatief aan klasse “achtergrondwaarde” MWW : voldoet indicatief aan klasse “wonen” MWI : voldoet indicatief aan klasse “industrie” NT : indicatief “niet toepasbaar” Verklaring der tekens * : groter dan AW/S en kleiner of gelijk aan T ** : groter dan T en kleiner of gelijk aan I *** : groter dan I : geen waarde vastgesteld
st. pakket sp. zw. ma. st. uit. vol. re. br. lg. -h. asbv. mat
: standaard pakket : sporen : zwak : matig : sterk : uiterst : volledig : resten : brokken : laagjes : -houdend : asbestverdacht materiaal
Gehalte Conc.
: gemeten gehalten in mg/kg d.s. PCB in µg/kg : gemeten concentratie in µg/l
4.2.2 Asbest De (meng)monsters van de fijne fractie zijn onderzocht op de aanwezigheid van asbest conform NEN 5898. In Tabel 4.2 is een overzicht gegeven van het totale gehalte aan asbest per mengmonster. Het gewogen gehalte aan asbest in de fijne fractie is gecorrigeerd in relatie tot het totale monstergehalte. Het totale gehalte asbest per mengmonster bestaat uit het totale gewogen gehalte aan asbest in de grove fractie opgeteld met het gecorrigeerde gehalte gewogen asbest in de fijne fractie. In bijlage 4 zijn ook de analyseresultaten weergegeven. Tabel 4.2: overzicht totaal gehalte asbest per proefgat of RE in mg/kg ds (Meng)monster
Proefgat
fijne fractie
ASB1
ASB2
ASB3
ASB4
Traject
Gewogen gehalte
Gecorrigeerd gewogen
Totaal gehalte gewogen
(cm mv)
grove fractie (mg/kg
gehalte fijne fractie (mg/kg
asbest (mg/kg ds)
ds)
ds)
-
<1
<1
-
<1
<1
-
<1
<1
-
<2
<2
001
0-50
003
0-50
006
0-50
002
0-50
007
0-50
011
0-50
013
0-50
009
0-50
012
0-50
014
0-50
015
0-50
008
0-50
MA190911.R01.V1.0
17 van 19
Indien het (maximale) asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. In onderhavige geval is nader onderzoek niet noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat geen correctie heeft plaatsgevonden indien de detectiegrens niet wordt overschreden, of wanneer geen sprake is van een grove fractie.
MA190911.R01.V1.0
18 van 19
5 Conclusies en aanbevelingen Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van gemeente Brunssum een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van perceel (ged.) Brunssum, B 7169, gelegen aan de Prins Hendriklaan te Brunssum. Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist.
5.1 Conclusies Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende. x
Visueel worden in de opgeboorde grond bijmengingen aan baksteen en beton waargenomen (gradatie sporen tot zwak) Plaatselijk (boring 008) wordt een repaclaag (puingranulaat) waargenomen. Mogelijk staat het aantreffen van deze bodemvreemde bijmengingen in relatie tot de uitgevoerde sloop van de schoolgebouwen, waarbij slooppuin in de bodem terecht is gekomen;
x
In zowel de boven- als ondergrond worden, behoudens M03 (PCB; licht verhoogd gehalte), geen van de onderzochte parameters in gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond;
x
Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bodem, tot de onderzochte diepte (2,0 mmv), aan bodemkwaliteitsklasse “Achtergrondwaarde” tot “Industrie”;
x
Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie) uit het Tijdelijk handelingskader blijkt dat de kwaliteit van de onderzochte bodem voor de stofgroep PFAS indicatief voldoet aan klasse Achtergrondwaarde;
x
Op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit dient de hypothese “verdacht” voor de bovengrond en “onverdacht” voor de ondergrond te worden aanvaard;
x
Er is met voldoende betrouwbaarheid vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem danwel fundatiemateriaal (puingranulaat) aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk.
De milieuhygiënische bodemkwaliteit heeft ons inziens geen consequenties voor de voorgenomen eigendomsoverdracht.
5.2 Aanbevelingen Bij de eventuele afvoer van grond ten behoeve van de bouwwerkzaamheden dient, op basis van onderhavige analyseresultaten, rekening te worden gehouden met verhoogde afzetkosten. Getoetst aan de maximale waarden behorende bij de diverse functieklassen zoals vermeld in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit voldoet de vrijkomende grond indicatief aan klasse “Achtergrondwaarde” en “Industrie”. Opgemerkt wordt dat het onderzoek niet is uitgevoerd om de hergebruikmogelijkheden van de grond te bepalen. Hiervoor is een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) noodzakelijk.
MA190911.R01.V1.0
19 van 19
Bijlagen
MA190911.R01.V1.0
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
MA190911.R01.V1.0
Onderzoekslocatie
project
Verkennend bodemonderzoek Prins Hendriklaan (ong.) te Brunssum
onderdeel
topografische kaart
projectnr
MA190911
projectleider
R. Tempels
bijlagenr
T1
getekend
R. Rinia
datum
27-1-2020
formaat
A4
Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600 1:25000 schaal 0
X:
196.539
Y:
328.055
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
1250
Bijlage 2 Foto’s locatie en proefgaten
MA190911.R01.V1.0
Bijlage 2 Foto's locatie
F01
F02
F03
F04
MA190911
blad: 1 van 4
Bijlage 2 Foto's proefgaten
001
002
003
005
006
007
MA190911
blad: 2 van 4
Bijlage 2 Foto's proefgaten
008
009
010
011
012
013
MA190911
blad: 3 van 4
Bijlage 2 Foto's proefgaten
014
MA190911
015
blad: 4 van 4
Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda
MA190911.R01.V1.0
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
zand
Klei, sterk zandig
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters geroerd monster
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
>1000
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
MA190911.R01.V1.0
Bijlage 4 Analysecertificaten
MA190911.R01.V1.0
Analyserapport
GEONIUS MILIEU BV (Heerlen) Johan Zoer Postbus 1097 6160 BB GELEEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Blad 1 van 16
: Prins henderikslaan, brunssum : MA190911 : 13180293, versienummer: 1.
Rotterdam, 24-01-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project MA190911. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 16 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn.
Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
GEONIUS MILIEU BV (Heerlen) Johan Zoer Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 16
Analyserapport
Prins henderikslaan, brunssum
Orderdatum 16-01-2020 Startdatum 16-01-2020 Rapportagedatum 24-01-2020
MA190911 - 1
13180293
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
M01 001 (0-50) 003 (0-50) 004 (0-50) 006 (0-50) M02 002 (0-50) 007 (0-50) 011 (0-50) 013 (0-50) M03 009 (0-50) 012 (0-50) 014 (0-50) 015 (0-50) M04 001 (80-130) 001 (150-200) 008 (50-100) 008 (100-150) 015 (100-150) 015 (150-200)
Analyse
Eenheid
Q
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S
84.8 <1 geen
88.3 <1 geen
90.2 <1 geen
86.8 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
1.7
1.5
1.4
1.6
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
6.7
4.1
4.6
11
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
58 0.28 4.6 8.3 <0.05 16 <0.5 10 46
38 <0.2 2.6 6.9 <0.05 14 1.1 9.7 36
33 <0.2 2.0 5.6 <0.05 13 0.54 5.6 36
31 <0.2 2.5 5.2 <0.05 13 0.56 7.4 28
0.01 0.05 0.02 0.13 0.11 0.08 0.06 0.08 0.07 0.06 1) 0.67
0.03 0.11 0.04 0.27 0.19 0.17 0.12 0.16 0.15 0.16 1) 1.4
<0.01 0.04 0.01 0.12 0.08 0.07 0.04 0.06 0.05 0.04 1) 0.517
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 2.7 <1 2.5 2.5 2.6 1) 12.4
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.01 fenantreen mg/kgds S 0.21 antraceen mg/kgds S 0.05 fluoranteen mg/kgds S 0.29 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.14 chryseen mg/kgds S 0.12 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.08 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.12 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.09 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.08 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 1.19 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
002
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
GEONIUS MILIEU BV (Heerlen) Johan Zoer Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 16
Analyserapport
Prins henderikslaan, brunssum
Orderdatum 16-01-2020 Startdatum 16-01-2020 Rapportagedatum 24-01-2020
MA190911 - 1
13180293
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
M01 001 (0-50) 003 (0-50) 004 (0-50) 006 (0-50) M02 002 (0-50) 007 (0-50) 011 (0-50) 013 (0-50) M03 009 (0-50) 012 (0-50) 014 (0-50) 015 (0-50) M04 001 (80-130) 001 (150-200) 008 (50-100) 008 (100-150) 015 (100-150) 015 (150-200)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
ANALYSES UITGEVOERD DOOR DERDEN som PFOA (0.7 factor) µg/kgds som PFOS (0.7 factor) µg/kgds Adviespakket PFAS 30 componenten
Q
S
001
<5 <5 <5 <5 <20
002
<5 <5 7 <5 <20
2)
0.2 2) 0.29 zie bijlage
003
<5 <5 8 9 <20
2)
0.14 2) 0.31 zie bijlage
004
<5 <5 <5 <5 <20
2)
0.14 2) 0.33 zie bijlage
2)
0.14 2) 0.14 zie bijlage
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
GEONIUS MILIEU BV (Heerlen) Johan Zoer Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Analyserapport
Prins henderikslaan, brunssum MA190911 13180293
- 1
Blad 4 van 16
Orderdatum 16-01-2020 Startdatum 16-01-2020 Rapportagedatum 24-01-2020
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. Deze berekening is uitgevoerd door SYNLAB A&S B.V. (Rotterdam). De analyse is uitbesteed.