Agendabundel
Tekst van het document
realiseren en
van
de
woonappartementen
verschijningsvorm.
De
Commissie
haar Rooms
Katholieke Kerk vindt het van belang dat de cultuurhistorische waarden van de kerk voor Brunssum op deze wijze behouden blijven. Er is geen sprake meer van een bijeenkomstfunctie in het woongebouw. De centrale gangen worden beschouwd als verkeersruimten.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
9
SMA-Advies
Om de monumentale Heilige Familiekerk te transformeren naar 14 duurzame comfortabele woningen, zal het gebouw aangepast worden. De uitdaging bestaat uit een respectvolle behandeling en het behoud van het karakter van de kerk, zoals het opnemen en behouden van de waardevolle glas-in-lood ramen. De kerk wordt gekenmerkt door de robuuste metselwerkarchitectuur en de beperkte lichtinval in het hart van het schip. Het plan omvat het realiseren van 14 ruime appartementen die als geïsoleerde, reversibele volumes in het middenschip en de transepten van de kerk worden geplaatst. Denk daarbij onder andere aan het toepassen van voorzetwanden, waardoor ook intern de monumentale waarden behouden blijven. De nieuwe volumes bestaan uit twee of drie bouwlagen. De centrale as in het schip en de vliering blijven open tot aan het plafond. Op de verdiepingen worden de volumes op enkele plekken met elkaar verbonden. Het oorspronkelijke karakter van de kerk en de robuuste metselwerkarchitectuur blijven als geheel behouden. De uitdaging ligt verder in het voorzien van voldoende daglichttoetreding waarbij de glas-in-lood ramen behouden zullen blijven. Daarvoor worden onder de glas-in-lood ramen in de
zijgevels nieuwe, abstracte
gevelopeningen gemaakt, tussen de
steunberen. De zijbeuken worden niet bebouwd, maar worden over de volle hoogte vrijgehouden als inpandige loggia. Daglicht valt binnen via de loggia, door de glas-in-loodramen en de nieuwe gevelopeningen. Op de begane grond zal het daglicht neutraal van kleur zijn. Op de verdiepingen wordt het licht gekleurd door de filtering van de glas-in-loodramen. De open raampartijen tussen de open vide-ruimten en de inpandige trappartijen, creëren zo dus meer lichtinval waarbij de smalle kokerwerking wordt verruimd. De meeste voordeuren van de woonappartementen liggen aan de centrale as. Via de loggia’s wordt de gemeenschappelijke
tuin
rechtstreeks
ontsloten
voor
de
woningen.
De
buitengevels blijven vrijwel volledig in tact. Op de begane grond worden openingen aangebracht voor de patio’s en de noodzakelijke daglichttoetreding zoals beschreven. De woningen worden all-in-electric uitgevoerd. Dat betekent dat de woningen niet worden aangesloten op het aardgasnet. De woningen worden verder verwarmd met infraroodverwarming. Warmte wordt teruggewonnen door een gebalanceerd ventilatiesysteem met warmtewisselaar. Het grote zuidelijke dakschild wordt voorzien van PV-panelen om te voorzien in een deel van de energiebehoefte.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
10
SMA-Advies
Met deze ingrepen krijgt de kerk een herbestemming die het mogelijk maakt het monumentale gebouw te behouden voor de toekomst, zonder dat het karakter van het gebouw wordt aangetast. Een klein deel van de parkachtige tuin wordt ingericht als parkeervoorziening voor de bewoners. De vorm van de parkeerplaats is afgestemd op de positie van de waardevolle bomen. Ten behoeve van de stedenbouwkundige inpassing wordt de inrit verplaatst voor een betere ontsluiting van het perceel en de betreffende opstallen. Op verzoek van de gemeente Brunssum en in gemeenschappelijk overleg, is het voorterrein inmiddels aangekocht en betrokken bij de gemeenschappelijke tuin. De aanwezige bomen/ voormalige kerktuin (groenvoorzieningen) blijven behouden (zie verder par. 5.9). Het bestaande groen wordt ontwikkeld en versterkt voor de verdere vergroening van het voorplein, waar ook de benodigde parkeerplaatsen zijn voorzien. Het omliggend groen wordt versterkt en blijft voor gemeenschappelijk gebruik en onderhoud bestaan. Daarvoor worden onder andere de bestaande bomen, struiken en ander groen gesnoeid en verzorgd. De pastoriewoning blijft toegankelijk en wordt ook bij de ruimtelijke inpassing betrokken waarbij de achtertuin wordt aangepast. Met het planvoornemen wordt de leefbaarheid van de gehele omgeving verfraaid en versterkt.
Een inrichtingsplan voor de parkeerplaatsen is opgenomen in paragraaf 5.12. Het is de intentie dat door het realiseren van 14 woningen ter plaatse van de bestaande bebouwing de belangen van derden niet worden geschaad of dat een en ander leidt tot een andere vorm van strijdig belang. Ook is het de intentie van het planvoornemen dat het plan geen afbreuk doet aan belangen of gronden/eigendommen van derden. Op de volgende pagina’s zijn de gevelaanzichten weergegeven alsmede de plattegrondindeling van de te realiseren woonappartementen.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
11
SMA-Advies
Figuur 5. Gevelaanzichten
Figuur 6. Gevelaanzichten
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
12
SMA-Advies
Figuur 7. Gevelaanzichten
Figuur 8. Gevelaanzichten
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
13
SMA-Advies
Figuur 9. Kelderverdieping
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
14
SMA-Advies
Figuur 10. Plattegrond begane grond
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
15
SMA-Advies
Figuur 11. Plattegrond 1e verdieping
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
16
SMA-Advies
Figuur 12. Plattegrond 2e verdieping
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
17
SMA-Advies
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met het vaststellen van de NOVI is rekening gehouden met de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet. De NOVI biedt een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving. Met een groeiend aantal inwoners is het belangrijk om de juiste keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland ook over 30 jaar een plek te bieden waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI richt zich op ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt
tussen
de
21
nationale
belangen
die
in
de
NOVI
worden
onderscheiden. De belangrijkste keuzes zijn:
De
inpassing
van
duurzame
energie(opwekking)
met
oog
voor
omgevingskwaliteit;
Het bieden van ruimte voor een overgang naar een circulaire economie;
Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden;
Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen.
Het realiseren van deze wensen, benutten van kansen en het oplossen van knelpunten, vraagt om samenwerking tussen alle overheden bij nationale vraagstukken en gebiedsgerichte regionale opgaven. De NOVI richt zich op vier prioriteiten die onderlinge verbanden hebben en zo invloed hebben op de inrichting van de fysieke leefomgeving. De NOVI biedt een hulpmiddel bij het maken van keuzes. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Voldoende ruimte reserveren voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen;
Het
energie-infrastructuur
geschikt
maken
voor
duurzame
energiebronnen en het reserveren van ruimte daarvoor;
Inpassen van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en deze combineren zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing
van
duurzame
energie
op
land
worden
regionale
energiestrategieën opgesteld.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
18
SMA-Advies
2. Duurzaam economisch groeipotentieel
De Nederlandse economie verandert van karakter en zou in 2050 geheel circulair moeten zijn. De broeikasgasemissies moeten dan met 95% gereduceerd zijn met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030;
Inzet
op
optimale
(inter)nationale
bereikbaarheid
van
steden
en
economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland;
Overheden
investeren
in
een
aantrekkelijke,
gezonde
en
veilige
leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat. 3. Sterke en gezonde steden en regio's
Het Stedelijk Netwerk Nederland versterken door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de infrastructuur en vindt plaats in de regio's;
Hanteren
van
een
integrale
verstedelijkingsstrategie.
Dit
is
een
samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden duurzaam ontwikkelen;
Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast
met
oog
voor
beschikbare
ruimte
en
mobiliteit.
Het
woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklassen;
Het zodanig inrichten van de leefomgeving dat deze een actieve, gezonde
leefstijl
en
maatschappelijke
participatie
bevordert.
Het
verbeteren van de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie;
Het aanbod en de kwaliteit versterken van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt;
Het klimaatbestendig inrichten van steden en regio's;
Het goed bereikbaar maken van stedelijke mobiliteitssysteem. De auto, het ov, fietsen zijn dan onderling verknoopt en draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl;
Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen,
ontwikkelen
de
overheden
gezamenlijk
een
integrale
gebiedsgerichte aanpak.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
19
SMA-Advies
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Unieke
landschappelijke
kwaliteiten
moeten
worden
versterkt
en
beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Conclusie Ten
aanzien
van
het
planvoornemen
zijn
er
mede
de
(relatieve)
kleinschaligheid van het plan weinig directe en concrete raakvlakken, behalve een aantal algemene uitgangspunten waar het plan in voorziet, zoals een veilige en gezonde leefomgeving, verbeteren van de luchtkwaliteit, duurzaam ruimtegebruik, bereikbaarheid en het gebruik van duurzame c.q. hernieuwbare energie.
4.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Per 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (laatste wijziging 25-06-2021). Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten, zijn regels opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).Deze regels hebben betrekking op het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten en zorgen er voor dat de nationale ruimtelijke afweging bij besluitvorming in bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Het Barro is in oktober 2012 aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, (EHS),
de
primaire
elektriciteitsvoorziening,
de
waterkeringen
het
buiten
ecologische
hoofdstructuur
kustfundament
en
het
IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Op onderhavig planvoornemen werken geen van de genoemde Rijksbelangen rechtstreeks door. In het gebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de langere termijn. Het planvoornemen is in lijn met het Barro en de eerste aanvulling hierop. Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. De zogenoemde ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’ is aan het Bro toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
20
SMA-Advies
4.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de Ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De Ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met de drie opeenvolgende stappen. Deze stappen bevorderen en motiveren de gewenste stedelijke ontwikkeling met aandacht voor (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal
ruimtelijk
belang
gericht
op
een
zorgvuldige
afweging
en
transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening is in verband met de aanpassing van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ op 1 juli 2017 in werking getreden. In dit besluit is de gewijzigde tekst van de zogenaamde ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) opgenomen. In dat besluit zijn een aantal artikelen gewijzigd c.q. geschrapt. Zo zijn de drie beschreven treden van de Ladder losgelaten. Het huidige uitgangspunt is dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied, de behoefte moet worden beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaande stedelijk gebied, zal gemotiveerd moeten worden waarom niet binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Dat laatste is in het voorliggende plan niet aan de orde. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt onder andere bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.
Voor wonen is de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Nu het gaat om het ontwikkelen van 14 woonappartementen, is er in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. Of er in het aan de orde zijnde ontwikkeling sprake is van een nieuwe stedelijke
ontwikkeling,
hangt
onder
andere
af
van
het
planologisch
ruimtebeslag van de nieuwe ontwikkeling ten opzichte van het bestaande Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
21
SMA-Advies
ruimtebeslag. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast geldt dat wanneer het om een functiewijziging gaat, zoals in onderhavig geval, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat gesproken kan worden
van een nieuwe
stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet dus ook het ruimtebeslag betrokken worden. Afweging Het ruimtebeslag van de huidige bestemming “Maatschappelijk” is gelijk aan de gewenste bestemming “Wonen”. Op basis van het vigerende planologisch regime kan niet méér bebouwing worden gerealiseerd. Het is eerder de ruimtelijke uitstraling en (permanente) bewoning waar in dit kader rekening mee gehouden moet worden. In het voorliggende geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 Bro, definiëring begrippen). De voorgenomen ontwikkeling voorziet per definitie in een actuele behoefte (zie ook paragrafen 4.2 en 4.3). De ontwikkeling wordt daarnaast ingevuld middels herstructurering binnen het bestaand stedelijk gebied, geheel in lijn met de beleidsuitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Tot slot dient te worden opgemerkt dat met de herinvulling van dit deel van de kern van Brunssum (langdurige) leegstand en verpaupering worden tegengegaan. Het herbestemmen binnen de bestemming “Maatschappelijk” is zoals al besproken ook geen optie. Omdat 12 of meer woningen worden gerealiseerd, is er alsnog sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen maakt een toekomstige en duurzame invulling mogelijk van een locatie die al een aantal jaren niet meer wordt gebruikt als kerk/ maatschappelijke bestemming.
Zoals ook onderbouwd in paragraaf 4.2.1 t/m 4.2.3, wordt aangesloten bij de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte binnen de gemeente Brunssum. Levensloopbestendige koop en/ of huurwoningen in het middensegment zijn gewenst en een kansrijk woningsegment binnen de gemeente Brunssum. Het aan de orde zijnde planvoornemen sluit daar bij aan. Geconcludeerd
kan
worden
dat
de
voorgenomen
ontwikkeling
in
overeenstemming is met de afwegingskaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
22
SMA-Advies
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1
Omgevingsvisie Limburg 2021
Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is via een interactief proces met overheden en andere organisaties en burgers opgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de
fysieke
leefomgeving
en
beschrijft
onderwerpen
zoals
wonen,
infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast zijn ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving meegenomen. In deze visie heeft de Provincie regels vastgelegd voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen en ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische
bedrijven).
De
nieuwe
Omgevingsvisie
sluit
aan
bij
het
Omgevingsplan 2014 en zijn een aantal thema’s behouden en geactualiseerd; en zijn er een aantal nieuwe thema’s toegevoegd. Veranderingen in de demografie en het klimaat, trends als individualisering en globalisering, technologische innovaties, energie, de landbouw, smart mobility en circulaire economie, leiden tot grote veranderingen van de fysieke leefomgeving. Zowel in stedelijk als landelijk gebied. Deze trends stellen ons voor diverse uitdagingen. We verdelen die in een drietal hoofdopgaven: 1.
Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied
2.
Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouwtransitie;
3.
Klimaatadaptatie en energietransitie.
In stedelijke centra heeft de uitdaging van de komende jaren te maken met de versterking van de stedelijk gebied en behoud van de leefbaarheid ervan. In het stedelijk/bebouwd gebied, waar onderhavig planvoornemen ook deel van uit
maakt,
gaat
het
ook
om
verbetering
en
verduurzaming
van
de
woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
23
SMA-Advies
ruimte voor bedrijvigheid en bedrijven. Het plangebied ligt voor een klein deel (meest oostelijk deel van het perceel) binnen het gebied “Natuurnetwerk” 3. Het Natuurnetwerk (Goudgroene zone) vormt het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (inclusief voormalige EHS-gebieden). Binnen het Natuurnetwerk streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur waarmee invulling wordt gegeven aan de opdracht die de provincies van het rijk hebben gekregen voor de begrenzing van het Nationale Natuurnetwerk en de verankering daarvan in het provinciale planologische beleid.
Figuur
13.
Uitsnede
kaart
'Wonen,
werken
en
recreëren'
Omgevingsverordening Limburg 2021.
Aan het provinciaal omgevingsbeleid liggen een aantal principes ten grondslag. Kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’; het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer. Deze moeten resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelfgekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen.
3
De aanpassingen in de begrenzing van de goudgroene natuurzone zoals die zijn doorgevoerd in het kader van de vaststelling van het Natuurbeheerplan Limburg 2016 , 2017, 2018, 2019, 2020
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
24
SMA-Advies
Er wordt toegewerkt naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De provinciale ambitie is dat de woningmarkt onlosmakelijk verbonden is met de sociaal- economische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. Ambities Samen met haar partners wil de provincie een goede woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk
dat
mensen
kunnen
wonen
in
een
zelfgekozen
woning
en
woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Dit gebeurt door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. De provincie faciliteert flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en – behoeften van een diverse groep mensen tegemoet kan worden gekomen in zowel
de
bestaande
bouw
als
nieuwbouw.
Door
in
samenhang
naar
woonopgaven te kijken, legt de provincie op wijk- en buurtniveau verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en
een
duurzame,
veilige
en
gezonde
leefomgeving
met
gevarieerde
woonmilieus. Daarmee wordt verdere segregatie voorkomen en vindt ruimtelijk sturing
plaats
door
te
prioriteren
op
inbreiding
herbestemming), conform de principes van de
Ladder
(herstructurering/ voor duurzame
verstedelijking. Het planvoornemen voorziet in het realiseren van 14 comfortabele levensloop bestendige appartementen met een goede kwaliteit waarin alle moderne voorzieningen aanwezig zijn en met gebruik van duurzame energie. Het plan is gelegen in een parkachtige omgeving met alle noodzakelijke voorzieningen binnen handbereik en in een sociale, gezonde en veilige leefomgeving. De bestaande groenstructuren blijven behouden en worden verder versterkt, mede vanwege de ligging van het plangebied binnen de zone Natuurnetwerk. Het planvoornemen past binnen de opgave voor het realiseren van een goede en veilige woon- en leefomgeving. Het plan past ook vanwege het gebruik van duurzame c.q. hernieuwbare energie binnen de klimaatopgave. Gesteld kan worden dat het planvoornemen past binnen de ambities die de provincie Limburg voor de stedelijke omgeving heeft gesteld.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
25
SMA-Advies
Er zijn acht globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare kernkwaliteiten en met verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan is gelegen in de zone “Stedelijk gebied” en de zone Natuurnetwerk.
Deze
gebieden
worden
gekenmerkt
door
gemengde
woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorpskarakter. In de zone Natuurnetwerk zijn geen (bouw) werkzaamheden voorzien. Dat gebied wordt dus niet door het planvoornemen belast. Beleidsmatig worden accenten gelegd op het gebied van transformatie regionale
woning
voorraad,
bereikbaarheid
en
een
kwalitatief
goede
leefomgeving. 4.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
De huidige Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat regels die voor iedereen of voor bepaalde doelgroepen gelden, maar ook instructiebepalingen die gemeentebesturen in acht moeten nemen bij ruimtelijke besluiten. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is de nu (nog) geldende omgevingsverordening. De meest recente wijziging van deze verordening dateert van 16 december 2022. De belangrijkste wijziging in relatie tot onderhavig projectbetreffen de regels over klimaatadaptatie. De Omgevingsverordening Limburg 2014 komt in zijn geheel te vervallen op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Op dat moment zal deze worden vervangen door de Omgevingsverordening Limburg 2021.Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de huidige Omgevingsverordening 2014 dus vervangen door de Omgevingsverordening 2021. In de (geconsolideerde) Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening. De Omgevingsverordening bevat op hoofdlijnen twee typen regels:
instructieregels gericht tot gemeenten of het Waterschap;
regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.
Instructieregels gemeenten In de Omgevingsverordening Limburg staan instructieregels die gemeenten in acht moeten nemen indien een omgevingsplan moet worden vastgesteld of gewijzigd.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
26
SMA-Advies
In artikel 2.1.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is bepaald dat de instructieregels opgenomen in hoofdstuk 2 van die verordening niet alleen voor ‘bestemmingsplannen’ gelden, maar ook voor ‘ruimtelijke plannen’. Hieronder worden niet alleen bestemmingsplannen verstaan maar ook wijzigings- of uitwerkingsplannen,
beheersverordeningen
en
omgevingsvergunningen
waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Sinds de provinciale omgevingsverordening van 2014 is er veel veranderd ten aanzien
van
de
woningmarkt
en
daarom
ook
ten
aanzien
van
het
woningmarktbeleid. Samenwerking in de regio blijft belangrijk. De provincie Limburg beschikt over voldoende planvoorraad om aan de kwantitatieve vraag te voldoen. Of met de bestaande planvoorraad voldaan kan worden aan de kwalitatieve vraag, is nog ongewis. Gemeenten zijn na de vaststelling van het bestemmingsplan afhankelijk van de bereidheid van de ontwikkelaar/ initiatiefnemer om spoedig tot realisatie van de gewenste woningen over te gaan. Voor het feitelijk realiseren van (deze) woningen is daarom een realisatietermijn toepasselijk. Er is een onderscheid gemaakt in plannen die onherroepelijk en nog niet gerealiseerd zijn (op de plank liggen) en plannen die vanaf 2022 in procedure gaan (nieuwe woningbouwplannen). Voor alle nieuwe woningbouwplannen die vanaf 2022 door de gemeente worden vastgesteld (zoals onderhavig bouwplan), geldt dat ze binnen vijf jaar dienen te worden gerealiseerd. Heeft de realisatie niet plaatsgevonden,
worden
dergelijke
plannen
alsdan
door
de
gemeente
heroverwogen. Instructieregels voor het Waterschap Vanuit
de
provincie
gelden
voor
regionale
oppervlaktewateren
omgevingswaarden, ofwel “normen” voor wateroverlast. Het Waterschap is de beheerder van de regionale wateren. Vanuit die positie dient (alleen) het Waterschap
concrete
maatregelen
te
nemen
om
de
afvoer-
en
bergingscapaciteit van een regionaal oppervlaktewater te vergroten. Daarom moet het Waterschap voldoen aan de provinciale normen voor wateroverlast. Een
omgevingswaarde
wordt
gedefinieerd
als
een
resultaatverplichting,
inspanningsverplichting of een andere, te omschrijven verplichting. De omgevingswaarden geven de maximaal toelaatbare kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden aan. Ze zijn gericht op extreme situaties: neerslag- en afvoersituaties die niet vaak voorkomen. Deze omgevingswaarden geven afhankelijk van de functie van het gebied en van het oppervlaktewater aan, aan welke normen de bescherming tegen wateroverlast moet voldoen. Bij de uitvoering van maatregelen om aan deze normen te voldoen, wordt
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
27
SMA-Advies
rekening gehouden met de gevolgen van het extremer wordende weer, met meer hoosbuien en daardoor een grotere kans op wateroverlast. Bij de normstelling wordt het uitgangspunt gehanteerd dat maatregelen haalbaar en betaalbaar, landschappelijk inpasbaar en ecologisch duurzaam moeten zijn. De normering regionale wateroverlast bepaalt de opgave inzake wateroverlast door het Waterschap Het Waterschap is verantwoordelijk voor het realiseren van de bescherming volgens de normen. Daarbij dient het Waterschap de maatregelen zodanig te ontwerpen, dat deze ook in het verwachte klimaat van 2050 nog voldoen aan de geldende normen uit de Omgevingsverordening. Daarbij dient steeds uitgegaan te worden van de meest actuele neerslagstatistieken. In onderhavig bouwplan gaat het om het realiseren van 14 woningen binnen een bestaand pand. Afvoer van grijs water verloopt via het reeds bestaande rioolstelsel dat op het gemeentelijk rioolstelsel is aangesloten. Het dakvlak zal ten opzichte van de bestaande situatie niet toenemen. In paragraaf 5.6 wordt in aansluiting op de instructieregels van het Waterschap, het gemeentelijk waterbeleid besproken. Afweging woningbouw In artikel 2.2.2 van de (geconsolideerde versie dat een ruimtelijk plan dat een
nieuwe
verordening 2014 is bepaald
stedelijke
ontwikkeling
mogelijk
maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). Voor de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Een extra trede die door de provincie Limburg is toegevoegd aan de Ladder betreft de afweging of het plan kan worden gerealiseerd door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen. Het bouwplan wordt ontwikkeld binnen een bestaand gebouw. In de verordening zijn regels opgenomen ten aanzien van het herbenutten van beeldbepalende gebouwen4 (artikel 2.2.3) en wonen (artikel 2.4.2.). Het pand is geen gemeentelijk monument. Brunssum kent geen gemeentelijke monumenten en ook geen beeldbepalende panden. De kerk is wel een belangrijk cultuurhistorisch element in het door het Rijk aangewezen beschermde stads- en dorpsgezicht Langeberg. 4 Het begrip beeldbepalende gebouwen is in par. 2.2 (Duurzame verstedelijking)van de Omgevingsverordening Limburg 2014, in artikel 2.1.1 omschreven als: gebouwen met historische karakteristieken en/of deel uitmakend van een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988. Het kerkgebouw maakt onderdeel uit van een gebied dat als zodanig is aangewezen.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
28
SMA-Advies
Voor het aan de orde zijnde plangebied geldt conform de Omgevingsverordening Limburg 2014 de zone "bebouwd gebied", met uitzondering van de oostelijke rand van het perceel (zie figuur 13, pag. 24). Deze zone omvat specifiek
ingerichte
gebieden
voor
wonen
en
bedrijvigheid
en
andere
gerelateerde functies. Voor nieuwe plannen (artikel 2.4.2.), zoals onderhavig plan, gelden een aantal instructieregels die dienen te beschrijven dat:
rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;
sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek;
over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Zuid- Limburg;
het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring;
realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Aan een toetsing aan de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan in respectievelijk de paragrafen 4.3.1. Structuurvisie
Wonen
Zuid-Limburg
en
4.1.3.
Ladder
voor
duurzame
verstedelijking. Eveneens is er in de paragrafen 4.3. Regionaal beleid en 4.4 Gemeentelijk beleid aan ander relevant woonbeleid getoetst. Zo wordt in par. Par. 4.3.1, 4.3.2 en 4.3.3., ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, de onderzoeken daarvoor en de afstemming met de subregio. Afweging milieubeschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de omgevingsverordening blijkt dat het plangebied is gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap (Goudgroene natuurzone (Natuurnetwerk Limburg). Het plangebied is wel gelegen nabij (op ca. 25 meter) het Natuurnetwerk Nederland
(NNN-
voormalig
EHS)
en
het
Natura-2000
gebied
“Brunssumerheide” (ca. 450 meter).
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
29
SMA-Advies
Figuur 14. Uitsnede Atlas Leefomgeving met het Natuunetwerk Nederland (NNN)
en natuura-
2000 gebied
Nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) Gezien de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en het feit dat de Omgevingsverordening 2014 als gevolg daarvan op de datum van inwerkingtreding van rechtswege komt te vervallen, heeft de Provincie de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze verordening is in de basis beleidsneutraal ten opzichte van de vorige/huidige versie,
maar
er
worden
vier
nieuwe
onderwerpen
toegevoegd.
Deze
onderwerpen betreffen wonen, de toepassing van een zonneladder, na-ijlende effecten steenkolenwinning en te hanteren normen voor huisvesting van internationale werknemers. Voor onderhavig plan is met name het onderwerp “wonen” van belang. Net als de Omgevingsverordening 2014 gaat de nieuwe verordening (paragraaf 12.1.1) uit van woningbouwplannen die voorzien in de juiste woningen op de juiste plek, waarvoor de behoefte aan die woningen in beeld is en die behoefte regionaal wordt afgestemd. Uitgangspunt is realisatie van woningen binnen vijf jaar na vaststelling van - het betreffende deel van - een omgevingsplan. Zoals uit deze onderbouwing blijkt, is sprake van een behoefte aan de te realiseren woningen en past het plan binnen de regionale en subregionale kaders, waaronder
de
Regionale
Woningmarktprogrammering
Parkstad
Limburg.
Daarnaast zullen de woningen naar verwachting binnen 5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan gerealiseerd worden. Deze instructieregel heeft betrekking op omgevingsplannen en wijzigingen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, na inwerkingtreding
van de
Omgevingswet. Dit plan wordt vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
30
SMA-Advies
Voor plannen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet en die planologische mogelijkheden bevatten voor de realisatie van woningen, is in een separate instructieregel in de verordening opgenomen die om herijking van die mogelijkheden vraagt vóór 1 juli 2030. Voor die datum zal het project naar de huidige inzichten volledig zijn afgerond. De instructieregel uit paragraaf 12.1.8 van de Omgevingsverordening Limburg (artikel 12.12) vraagt gemeenten, waaronder de gemeente Brunssum, om in de toelichting op een omgevingsplan te beschrijven op welke wijze rekening is gehouden met na-ijlende effecten van de voormalige steenkolenwinning. In de toelichting op dit bestemmingplan wordt daar reeds in voorzien, in paragraaf 5.1 Bodem. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen ook in lijn is met de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021).
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg
De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is op 11 oktober 2016 vastgesteld. De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18 Zuid-Limburgse gemeenten (waaronder ook Brunssum) vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed kan hebben op andere gemeenten. Ook erkennen
gemeenten
dat
onderlinge
concurrentie,
met
de
bevolkings-
ontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennis regio heeft, kan leiden tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste kunnen gaan van de kracht van de regio. Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijk belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. De woningmarkt in Zuid-Limburg heeft te maken met een kwalitatieve en kwantitatieve mismatch: er zijn te veel woningen en het aanbod sluit niet meer aan op de toekomstige vraag. Daarom worden afspraken gemaakt over een gezamenlijke aanpak. Doel van de visie is het creëren van een goed woon- en leefklimaat in ZuidLimburg door een gezond functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaars aanvullende woonmilieus. Het is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid-Limburg hoog in het vaandel heeft staan.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
31
SMA-Advies
In de visie wordt op hoofdlijnen de gewenste kwaliteitsslag beschreven die nodig is om het aanbod beter aan te laten sluiten op de vraag. De belangrijkste conclusies hierbij zijn dat de grootste problemen optreden in het particulier bezit en dat er naar verhouding meer huurwoningen zijn dan gewenst.
Kansrijke
zorgbehoevenden.
doelgroepen Het
zijn
belangrijkste
jongeren
maar
uitgangspunt
ook
daarbij
ouderen
en
is
de
dat
woningvoorraad niet in omvang mag groeien om leegstand te voorkomen. Dit basisprincipe leidt ertoe dat nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad moeten worden gecompenseerd, hetzij met sloop, met het schrappen van harde bouwtitels, of met een financiële bijdrage (waarmee sloop kan worden gefinancierd). Voor iedere gemeente wordt daarom aan de hand van actuele demografische gegevens en leegstandscijfers een transformatieopgave afgesproken. Het gaat dan om het hanteren van een kwantitatieve koers. Die kwantitatieve koers moet worden beschouwd als richtinggevend wat betreft het maken van beleidsmatige keuzes en niet als een harde afdwingbare slooptaakstelling. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictie leegstand van 2%) en de huishoudens ontwikkeling. Gemeenten worden verplicht een woningbouwprogrammering op te stellen welke is geënt op zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woonopgaven. Aan de structuurvisie liggen drie onderzoeken ten grondslag. Het betreft de onderzoeken 'Woonmilieus in Zuid-Limburg' (Companen), 'Woonmilieu ZuidLimburg fase 2' (Atrivé) en het 'Regionaal afwegingskader wonen MaastrichtHeuvelland' (Stec-groep). Deze onderzoeken hebben geleid tot een aantal algemene inzichten op het gebied van woonmilieus en kansen voor de diverse doelgroepen. Inzichten op het gebied van woonmilieus
Stedelijk milieu: meer vraag dan aanbod, opletten voor gevolgen voor de rest van de gemeente/regio;
Suburban milieu: meer aanbod dan vraag, sterk verdunnen (met name in de particuliere voorraad), inzetten op kwaliteit en transformatie;
Landelijk milieu: in evenwicht, maar leegstand op de loer, inzetten op verbetering/vernieuwing.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
32
SMA-Advies
Inzichten op het gebied van kansen
Kansen liggen in goedkope huur (onder liberalisatiegrens) en middeldure huur (€ 800 - € 1000);
Kansen in extra-muralisering/wonen met zorg (met name bestaand vastgoed interessant);
Kansen voor bijzondere exclusieve woonvormen, zoals wonen op het water, collectief particulier opdrachtgeverschap en wonen in een kerk of kasteel. Het risico op ontwrichting van de reguliere woningmarkt is hier relatief klein);
Kansen in studentenhuisvesting.
Naar aanleiding van de getrokken conclusies zijn een aantal afspraken gemaakt waar de gemeente Brunssum zich ook aan heeft geconformeerd:
schrappen van programma’s die geen toegevoegde waarde hebben;
transformatie opgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente;
herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit;
compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven in de volgorde: 1. slopen; 2. financiële compensatieregeling; 3. gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen de raadstermijn; 4. schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen (bij monumenten is dat 1 op 1).
De ontwikkeling op de projectlocatie is, zoals hierboven onderbouwd, in overeenstemming
met
de
beleidsuitgangspunten
en
afspraken
zoals
geformuleerd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Het initiatief betreft een inbreidingsproject voor het realiseren van kwalitatief hoogwaardige, duurzame woonappartementen in een parkachtige omgeving en alle benodigde voorzieningen binnen handbereik. Vanwege de behoefte aan het wonen in een aantrekkelijke en veilige omgeving sluit het planvoornemen goed aan bij de bestaande, omliggende functies.
4.3.2
Beleidsregel “Ruim Baan voor goede woningbouwplannen”
Gezien de grote druk op de woningmarkt en de noodzaak om de komende decennia woningen te bouwen om de woningdruk te verlichten, voorziet het voorliggende plan er in om deze behoefte in te vullen.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
33
SMA-Advies
De gemeente Brunssum heeft in haar eerdergenoemde brief van 15 september 2021 aangegeven dat medewerking om het plan te realiseren mogelijk is door het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Onderdeel van deze aanvraag betreft een ruimtelijke onderbouwing. Op basis van deze nieuwe beleidsregel wordt een nieuw woningbouwinitiatief (niet zijnde zorgwoningen met intramurale zorg) getoetst aan een aantal beleidsuitgangspunten: 1. Het moet gaan om een maatschappelijke meerwaarde. a.
dat inbreiding voor uitbreiding gaat;
b.
dat het plan moeten bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen, door middel van herstructurering en vervangingsbouw, hergebruik van winkels en ander waardevol vastgoed met passende woningbouw of wel bijdraagt aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad.
2. Planologisch aanvaardbaar en passend in het lokale beleid. Het plan moet voldoen aan de systematiek van de ‘Ladder van duurzame verstedelijking’, zoals vastgelegd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor elk nieuwbouwplan geldt dat de behoefte aan die ontwikkeling zowel kwalitatief als kwantitatief moet worden onderbouwd. 3. Het derde criterium betreft een subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. Door de gemeente Brunssum is gesteld dat het gaat om een inbreidingplan in het bestaand stedelijk gebied. De leefbaarheid in de wijk wordt door het plan verstrekt en verbeterd. De gemeente Brunssum geeft daarmee aan dat er behoefte is aan het plan en het als zodanig een maatschappelijke meerwaarde heeft. Het plan sluit ook aan bij de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Door de gemeente is verder gesteld dat er sprake is van hergebruik van waardevol
vastgoed
met
passende
woningbouw
waarbij
ondanks
de
functiewijziging de monumentwaardigheid behouden blijft. De ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd stadsgezicht Langeberg blijven in tact en worden versterkt. Verder stelt de gemeente dat woningen een maatschappelijk belang dienen.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
34
SMA-Advies
Voor de betreffende woningen komen diverse doelgroepen in aanmerking. Aan bewoners wordt zo voldoende lokale voorzieningen geboden. Het initiatief is inmiddels subregionaal afgestemd en goedgekeurd waarmee het plan aan de subregionale woningmarkt-programmering is toegevoegd. Het planvoornemen is niet concurrerend met andere plannen in de (subregionale) regio. In die zin wordt aan de bovengenoemde criteria voldaan, hetgeen ook in andere paragrafen verder wordt onderbouwd en toegelicht. Resumerend gaat het ingevolge de beleidsregel om een zogenoemd goed woningbouwplan. Goede woningbouwplannen hoeven volgens de beleidsregel niet gecompenseerd te worden.
4.3.3
Regionale Woonvisie Parkstad Zuid Limburg 2023.
De (nieuwe) Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2023-2028 (hierna: woonvisie), onderdeel gemeente Brunssum, is op 11 juli 2023 vastgesteld en vormt het kader voor het woonbeleid op het regionale niveau voor de Stadsregio Parkstad Limburg en op het lokale niveau voor de gemeente Brunssum. De woonvisie Brunssum is het resultaat van een interactief proces waarin zowel lokaal als regionaal bijeenkomsten met stakeholders (onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, ontwikkelaars, makelaars, zorg- en welzijnspartijen) zijn georganiseerd, waarbij input is opgehaald voor de nieuwe visie. De woonvisie is het integrale beleidsdocument waarin wordt aangegeven hoe de regio en de gemeente samen de opgaven op de totale woningmarkt gaan aanpakken met de op de woningmarkt actief zijnde partijen. De Woonvisie bestaat uit een regionaal en een lokaal beleidsgedeelte. Het regionaal gedeelte is identiek voor de 7 Parkstadgemeenten. De lokale onderdelen bevatten de specifieke doorvertaling voor en door de gemeente in lokaal beleid. Deze Woonvisies geven richting aan de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt en het in balans brengen van vraag en aanbod (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat rekening wordt gehouden met de veranderende bevolkingsontwikkeling- en veranderende woonwensen. Daarnaast geeft de woonvisie
invulling
aan
de
nieuwe
samenwerking
tussen
gemeente,
woningcorporaties en huurdersorganisaties. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023, vond de gemeente het opportuun om over een actueel volkshuisvestingsbeleid te beschikken dat meteen ook voldoet aan de voorziene wettelijke kaders van een volkshuisvestingsprogramma. Met het (vernieuwde)
Rijksbeleid
wordt
gestuurd
op
nieuwbouwproductie
van
betaalbare woningen en een eerlijke verdeling van sociale huurwoningen. De nieuwe woonvisie voorziet vanuit leefbaarheid in deze ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
35
SMA-Advies
In de woonvisie wordt de relatie gelegd met aspecten als leefbaarheid, veranderingen
in
het
sociale
domein,
die
effect
hebben
op
de
volkshuisvestelijke opgaven, duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie en (historische) waarde. De woonvisie voor Brunssum 2023–2028 is daarom grotendeels gelijk aan de nieuwe woonvisie van de andere gemeenten van Parkstad Limburg. Visie van de gemeente Brunssum (op hoofdlijnen)
Brunssum zet in op het versterken van de bestaande woonmilieus en het aanjagen van nieuwe woningbouwplannen. Dit betekent een verdere verdichting in het centrum en het verder vergroenen van de omgeving buiten het centrum;
Verbetering
van
de
match
van
vraag
en
aanbod
betekent
dat
koopwoningen deels omgezet worden naar huurwoningen. De gemeente Brunssum doet hiertoe mee aan regionale pilots ook als het gaat om zorgwoningen;
De gemeente wil het langer zelfstandig wonen ondersteunen door afspraken te maken over toevoeging van meer levensloopgeschikte woningen voor ouderen;
Naast aanpassing van de woning is aanpassing en toegankelijk maken van de woonomgeving minstens zo belangrijk;
Brunssum wil in 2040 energie neutraal zijn. De verduurzaming van de woningvoorraad speelt een enorme rol in het verduurzamen van de gemeente. Uit het onderzoek “PALET 2.0–Brunssum” blijkt dat via zonne-energie en warmte-koude opslag veel duurzame energie op te wekken valt.
Het
planvoornemen
impliceert
als
inbreidingsplan
een
versterking
en
verdichting alsmede een vergroening van de omgeving buiten het centrum en vult daarmee voor een deel de behoefte in naar levensloopbestendige, duurzame
en
veilige
woningen.
De
woningen
worden
“all-in-electric”
uitgevoerd, zijn goed geïsoleerd en worden met duurzame en hoogwaardige materialen afgewerkt waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie van de gemeente om in 2040 energie-neutraal te zijn.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
36
SMA-Advies
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Structuurvisie gemeente Brunssum
In de door de gemeenteraad op 2 november 2009 vastgestelde Structuurvisie staat hoe de gemeente tot het jaar 2025 om gaat met toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, zoals wonen, ondernemen, wijkvoorzieningen, verkeer
en
recreëren. Deze visie vormt de richtlijn voor alle toekomstige bestemmingsplannen en afwijkingsmogelijkheden. Het doel van de Structuurvisie Brunssum is om de ruimtelijke kwaliteit binnen het gemeentelijk grondgebied te verbeteren en sturing te geven aan toekomstige veranderingsprocessen. In de Structuurvisie geeft de gemeente aan welke maatregelen zij neemt om negatieve effecten die gepaard gaan met vergrijzing en ontgroening zoveel mogelijk te beperken. Deze demografische ontwikkelingen kunnen namelijk grote
gevolgen
hebben
voor
de
woningvoorraad,
economie
en
het
voorzieningenniveau.
Figuur 15.. Uitsnede Ontwerp Structuurvisie Brunssum 2025 “sturen op kwaliteit”
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
37
SMA-Advies
De maatregelen zijn met name gericht op het behouden en versterken van het woon- en leefklimaat binnen de verschillende wijken van de gemeente Brunssum en het versterken van ‘schone’ werkgelegenheid, waarbij goede bereikbaarheid en aansluiting op de regionale infrastructuur van belang is. De Structuurvisie is verder opgebouwd uit 7 thema's: wonen, werken, verkeer, voorzieningen, recreatie, natuur en milieu waarvan vooral het thema Wonen van toepassing is op het besluitgebied. Thema wonen Brunssum richt zich op het behouden en versterken van de gemeente als onderscheidende, kwalitatief goede woonplek. Brunssum moet ook in 2025, mede in het licht van de veranderende demografische omstandigheden, niet alleen een aantrekkende woongemeente zijn en blijven, maar ook een gemeente waar goed en veilig geleefd kan worden. Ontwikkelingen binnen de woningvoorraad,
de
werkgelegenheid,
de
voorzieningen,
de
sociaal-
maatschappelijke structuur, de ruimtelijke structuur, de recreatie en het verkeer, dienen met elkaar bij te dragen aan het bereiken van het voor de toekomst noodzakelijke woon- en leefklimaat. Onderhavig planontwikkeling (realisatie van 14 woonappartementen) levert een bijdrage aan de doelstelling om in Brunssum een onderscheidend en kwalitatief uitstekend woon- en leefklimaat te realiseren. De ontwikkeling op de projectlocatie voorziet in nieuwe huisvesting voor mensen die er gaan wonen, werken, recreëren en waarvan de woningen aan alle moderne en duurzame wooneisen voldoen. Het initiatief impliceert tevens door de herinrichting van de bestaande groenstructuur
een
ruimtelijke
versterking
van
de
omgeving.
Het
planvoornemen sluit daarom goed aan bij de doelstelling uit de Structuurvisie Brunssum.
4.4.2
Welstandsnota gemeente Brunssum
Bij raadsbesluit d.d. 14 april 2015, is de "Welstandsnota Brunssum 2015", zoals bedoeld in artikel 12a, eerste lid van de Woningwet vastgesteld en op 14 mei 2015 in werking getreden. De welstandsnota bevat beleidsregels waarin criteria zijn opgenomen die worden toegepast bij een beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
38
SMA-Advies
In het welstandskader wordt het welstandsbeleid op hoofdlijnen weergegeven. Verder wordt aangegeven hoe de welstand in Brunssum georganiseerd is. Een ander deel van het welstandskader wordt gevormd door een excessenregeling en een hardheidsclausule.
In de uitwerking worden per deelgebied criteria
opgesteld waarin wordt aangegeven binnen welk kader nieuwe ontwikkelingen, aanpassingen of uitbreidingen mogelijk zijn. Tevens zijn algemene criteria opgesteld voor ongebruikelijke projecten en de sneltoetscriteria voor kleine plannen die ambtelijk getoetst kunnen worden. Het aan de orde zijnde bouwplan is, gelet op zijn monumentale waarde (overigens geen beschermd monument) voor advies voorgelegd aan de Stadsbouwmeester en de monumentendeskundige. In par. 3.1 is een uitgebreide beschrijving opgenomen waarop inmiddels de goedkeuring is uitgesproken om de bestaande kerk om te vormen tot 14 hoogwaardige en duurzame woonappartementen. 4.4.3
Bestemmingsplan
In
huidige
de
situatie
zijn
volgens
het
bestemmingsplan
“Beschermd
Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” de gronden ter plaatse van de Akerstraat 91 bestemd voor “Maatschappelijk” met de daarbij horende voorzieningen.
Figuur 16. Uitsnede Bestemmingsplan, “Beschermd dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” enkelbestemming Maatschappelijk
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
39
SMA-Advies
Tevens valt een klein deel van het projectgebied binnen de bestemming 'Verkeer'. Daarnaast geldt ter plaatse de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5 (Gebieden met een “lage verwachtingswaarde”). Enkelbestemming “Maatschappelijk” De binnen de bestemming “Maatschappelijk” aangewezen gronden (zoals de voormalige
kerk
en
direct
aanliggende
gronden)
zijn
bestemd
voor
maatschappelijke doeleinden/voorzieningen. Strijdigheid gebruik Ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en functies: a.
onderwijs, religie, scouting, zorginstelling en begraafplaats;
b.
een bedrijfswoning uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wonen', en wel uitsluitend op de verdieping;
c.
wonen, voor zover bestaand;
d.
bij de (bedrijfs)woning behorende aan huis gebonden beroepen;
e.
ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens een parkeerterrein is toegestaan;
f.
behoud en bescherming van de bomen ter plaatse van de aanduiding 'beeldbepalende boom';
g.
het behoud en herstel van de hoogwaardige ruimtelijke, esthetische en functionele kwaliteiten van de bebouwing en de openbare ruimte, alsmede voor het behoud van de historisch-geografische en historisch-ruimtelijke structuur van het beschermd stads- en dorpsgezicht ter plaatse van de aanduiding
'specifieke
bouwaanduiding-karakteristiek
bouwstijl
mijn-
kolonie'. Wonen is alleen toegestaan indien bij vaststelling van het genoemde bestemmingsplan er reeds een woning aanwezig was. Nieuwe woningen zoals bedoeld in het planvoornemen, zijn niet rechtstreeks toegestaan. De gewenste ontwikkeling is dus in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan “Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum”. Nu het aan de orde zijnde plan gaat over het realiseren van de bestemming “Wonen” niet zijnde “bestaand wonen”, is de gewenste bestemming in strijd met de bovenstaande gebruiksregels.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
40
SMA-Advies
Specifieke aanduidingen Binnen de enkelbestemming “Maatschappelijk” gelden een aantal specifieke functie-aanduidingen
zoals
beeldbepalende
bomen
en
gelden
specifieke
bouwaanduidingen. De relevante aanduidingen worden verder besproken. Specifieke bouwaanduiding-karakteristieke bouwstijl mijnkolonie Op het hoofdgebouw is de ‘specifieke bouwaanduiding-karakteristieke bouwstijl mijnkolonie’ van toepassing. Voor het hoofdgebouw geldt dat uitsluitend mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de volgende kenmerken: 1. dat uitsluitend gebouwd wordt binnen het bouwvlak; 2. maximale goothoogte: conform bestaand; 3. maximale bouwhoogte: conform bestaand; 4. inhoud: conform bestaand; 5. diepte: conform bestaand; 6. dakhelling: conform bestaand; 7. kapvorm: conform bestaand; 8. nokrichting: conform bestaand; 9. bouwwijze: conform bestaand; 10. gevelindeling: conform bestaand; 11. aantal: conform bestaand; 12. de voorgevel dient in of achter de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens te worden opgericht. Strijdigheid bouwen hoofdgebouw De gebouwen die een dergelijke aanduiding hebben, mogen niet worden veranderd c.q. verbouwd om zo het huidige stedenbouwkundige evenwicht te behouden. Door de noodzakelijke bouwkundige wijzigingen, is het voornemen ook in strijd met de betreffende bouwregels. In het aan de orde zijnde plan worden veranderingen aangebracht die de inhoud veranderen en de gevels wijzigen. Dit is strijdig met de bovenstaande bouwregels.
Enkelbestemming Verkeer Een klein deel van het plangebied, zijnde het voorterrein (nabij de rotonde) valt binnen de bestemming “Verkeer”. Binnen dit gebied zijn (nieuwe) groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen voorzien die daarmee niet strijdig zijn met de vigerende bestemming.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
41
SMA-Advies
Dubbelbestemming Waarde (“Waarde-Archeologie-5”) Het gehele plangebied ligt ook binnen de dubbelbestemming “WaardeArcheologie-5” (art. 20). Deze gronden zijn mede bestemd voor bescherming en behoud van de in- of op deze gronden voorkomende archeologische waarden. De aangewezen categorie “Waarde Archeologie-5” betekent verder dat uitgegaan wordt van een lage verwachtingswaarde ten aanzien van het voorkomen van archeologische waarden in het gebied. Door de gemeente Brunssum is in 2013 de “Archeologische verwachtings- en beleidskaart” (deelkaart Brunssum) vastgesteld om archeologie integraal af te kunnen wegen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 5.7 wordt daar verder op in gegaan. Gebiedsaanduidingen Volgens het bestemmingsplan is het plangebied verder niet gelegen binnen een (geluid)zone van een Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein, niet gelegen binnen een gezoneerde weg of spoorweg (zie par 5.2) of binnen een risicocontour van een risicovol bedrijf (zie par. 5.5).
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
42
SMA-Advies
5.
UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
Het onderzoeksperceel is thans deels bebouwd en verhard en in gebruik als tuin/groenvoorziening. Het plangebied is gelegen binnen een maatschappelijke bestemming
zoals
vastgelegd
Dorpsgezicht
Mijnkoloniën
in
het
Brunssum”.
bestemmingsplan Bij
het
“Beschermd
vaststellen
van
dit
bestemmingsplan is ten behoeve van het toekennen van de maatschappelijke bestemming rekening gehouden met de ter plaatse bekende bodemkwaliteit. Nu de bestaande bestemming wordt omgevormd naar een woonbestemming is er sprake van een functiewijziging. Vanwege het huidig en voormalig gebruik van het betreffende perceel is er geen reden om aan te nemen dat, ten gevolge van het gebruik van het perceel, sprake is van activiteiten die mogelijk bodembedreigend zijn geweest. Omdat de te realiseren woningen binnen het bestaande bouwvolume van de voormalige kerk worden gerealiseerd, vinden in en rond het gebouw geen graafwerkzaamheden
plaats.
Ten
behoeve
van
de
te
realiseren
parkeerplaatsen wordt een klein deel van de tuin verhard. Het grondwerk voor het aanleggen van het cunet vinden niet dieper plaats dan 40 cm minus maaiveld.
Vrijkomende
grond
wordt
binnen
het
betreffende
perceel
hergebruikt. Door de gemeente wordt gesteld dat bij grondwerkzaamheden rond de bestaande bebouwing alsnog een bodemonderzoek uitgevoerd moet worden. De
gemeente
stelt
tevens
dat
voor
het
aanleggen
van
de
tuin
en
parkeerplaatsen een bodemonderzoek ingevolge de NEN 5740 uitgevoerd moet worden. Bij het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning in fase 2 voor de activiteit bouwen, zal alsnog een bodemonderzoek worden uitgevoerd.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
43
SMA-Advies
5.2
Geluid
De feitelijke geluidzone is het creëren van een minimum afstand tussen de geluidbron, zoals een weg of spoorweg dan wel een bedrijf en het geluidgevoelige object, zoals woningen. Indien er geen mogelijkheden bestaan om afstand te creëren (bijvoorbeeld in bestaande situaties) tot een gevoelig object, bestaat de mogelijkheid om in de overdrachtsweg (bijvoorbeeld het aanleggen van een geluidwal) of ter plaatse van het gevoelige object zelf maatregelen te treffen (door het akoestisch isoleren van bijvoorbeeld een woning).