CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte en Techniek 5 september 2023, gemeente Brunssum29.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Circa 50 °C

Circa 70 °C

Circa 50 °C of 70 °C

Circa 70 °C

Buitenlucht of bodem

Restwarmte industrie, datacentra, of geothermie

Lagetemperatuurbron uit restwarmte, WKO, oppervlaktewater (aquathermie) Deze bron wordt individueel per woning of collectief opgewaardeerd in temperatuur

Duurzaam gas

1.3.2 Duurzaam gas De minst ingrijpende oplossing voor bewoners is om groen gas of waterstof te gebruiken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het bestaande gasnetwerk. Net als bij aardgas zorgt een cv-ketel dan voor verwarming en warm water. Het bestaande aardgasnet kan zonder aanpassingen worden gebruikt voor de invoeding van groen gas omdat dit vergelijkbare kwaliteiten heeft met aardgas. Ook voor waterstof is de verwachting dat het aardgasnet

39

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 1

geschikt gemaakt kan worden. Hierbij zijn dan wel (beperkte) aanpassingen of een (deels) separaat net voor nodig. Het is namelijk niet mogelijk om zowel groen gas en waterstof op hetzelfde leidingnet in te voeden. Doordat er geen grote aanpassingen aan gebouwen en/of verwarmingsinstallaties nodig zijn, kan deze strategie geleidelijk worden ingevoerd. Door de beperkte beschikbaarheid van zowel groen gas als waterstof is de verwachting dat dit tot 2030 dan ook geen grote rol speelt in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Gelet op deze beperkte beschikbaarheid, is het streven om deze technieken in te zetten op plekken waar de andere strategieën veel duurder of technisch niet haalbaar zijn. Denk hierbij aan buitengebieden, historische stadscentra en monumentale panden. De RES-regio Zuid-Limburg doet onderzoek naar de potentie van groen gas.

Groen gas Groen gras is een energiedrager en ontstaat uit de opwaardering van biogas. Biogas wordt gewonnen bij de verwerking van afval- en reststromen uit onder meer de landbouw, de voedingsindustrie en waterzuivering. Dit gebeurt nu voornamelijk door het gebruik van vergistingsinstallaties. In de toekomst is het ook mogelijk dat thermische vergassing en superkritische vergassing op grote schaal worden gebruikt voor de productie van biogas. Door een speciaal proces wordt biogas opgewaardeerd zodat het dezelfde kwaliteiten als aardgas krijgt en daarmee leverbaar is aan het openbare gasnetwerk. Zonder opwaardering kan biogas ook direct gebruikt worden om warmte en elektriciteit (bio-WKK) op te wekken of een lokaal biogasnetwerk op te zetten met geschikte apparatuur. Groen gas is een mogelijke bron voor een cv-ketel voor ruimteverwarming en het maken van warm tapwater. Idealiter in combinatie met een hybride warmtepomp. Dit maakt het mogelijk om woningen van het aardgas te halen die niet in één keer verduurzamen of waarvoor nu nog geen betaalbare oplossingen zijn. Daarnaast zorgt het gebruik van groen gas gedurende de koude wintermaanden ervoor dat het elektriciteitsnet minder wordt belast. Het gebruik van groengas kan ook zonder de inzet van een hybride warmtepomp. Dan kunnen met dezelfde hoeveelheid gas alleen minder gebouwen worden verwarmd.

Groen gas is momenteel beperkt beschikbaar en de verwachting is dat er nu, en in de toekomst, niet genoeg groen gas beschikbaar is om alle buurten in Nederland te verwarmen. Daarnaast kunnen restproducten ook op andere manieren worden ingezet en/of nemen de afvalstromen af door de transitie in het landelijk gebied. Na 2030 wordt een groeiende vraag naar groen gas en waterstof verwacht vanuit de industrie en mobiliteit, gelet op de beperkte duurzame alternatieven in deze sectoren. Daarnaast kan groen gas in de toekomst ook ingezet worden als brandstof voor elektriciteitscentrales.

Waterstof Waterstof is geen energiebron maar een energiedrager en wordt opgewerkt middels een proces genaamd elektrolyse. Op dit moment wordt waterstof voornamelijk geproduceerd met fossiele brandstoffen zoals aardgas. Om waterstof als hernieuwbaar gas te kunnen bestempelen moet duurzaam opgewekte elektriciteit worden gebruikt voor de productie ervan uit water (elektrolyse). Op de website van Milieu Centraal staat meer informatie over waterstof en wat de voor- en nadelen hiervan zijn. Grootschalige, duurzame productie van waterstof staat nog in de kinderschoenen. Daarnaast bevindt waterstof als energiedrager zich voor de gebouwde omgeving nog in de demonstratiefase.

40

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 1

zal voornamelijk landelijk geregeld worden in overleg met ketenpartners.

aanbod van waterstof in uw RES-regio. De markt voor waterstof is nog in ontwikkeling, het is daarom niet verwonderlijk dat er nog onzekerheden en onduidelijkheden zijn.

3 Welke toepassingen zijn er voor waterstof?

• De schattingen die uit dit stappenplan komen kunnen gebruikt worden om de invulformulieren Waterstof moet niet grootschalig ingezet worden voor toepasWaterstof is niet geschikt voor elke soort toepassing. van de RES in te vullen en waterstof in de RES op • Het is goed mogelijk dat vraag en aanbod van watersingen waar al goede duurzame alternatieven voor bestaan Sommige sectoren kunnen zonder groene waterstof niet nemen wanneer uit de waterstofladder blijkt dat stof in uw RES-regio niet matchen. Dat is een accepzoals voor warmte in de gebouwde omgeving (verwarmen, verduurzamen terwijl voor andere sectoren al CO2-vrije er wenselijke waterstoftoepassingen in de REStabele uitkomst. Mocht er op het gebied van groene en koken), in vervoer zoals treinen, bussen beschikbaar zijn. Net technieken zoals bij biogas is de beschikbaarheid van waterstofdouchen voor de gebouwde omgeving nogregionale erg onzeker. regio bestaan. waterstof nog een opgave liggen, dan is het belang-

en personenvervoer. Voorvoor deze toepassingen bestaan al goede Voor de meeste woningen zijn er geschikte alternatieven en is de prioriteit waterstof als alternatief duurzame alternatieven die efficiënter zijn dat waterstof. Kijkende naar de beschikbaarheid van duurzame gering. De inzet van waterstof zal daarom op de lange termijn aansluiten op de waterstofladder, zie figuur 8. alternatieven, energetische efficiëntie en schaarste van groene waterstof kan waterstof het beste worden ingezet als grondstof en brandstof in de industrie om een balansfunctie te vervullen in onze energie-infrastructuur.

waterstofladder

Ter illustratie: Gasunie gaat er vanuit dat slechts 10.000 tot 15.000 van de 8 miljoen woningen in 2030 op waterstof zullen worden aangesloten.

Figuur 8: De Waterstofladder

4 Wanneer is waterstof beschikbaar? Zeer wenselijk

wenselijk

beperkt

tijdelijk bepert

NIET wenselijk

van waterstof, waar op termijn geen duurzame alternatieven voor zijn.

zijn in de meeste gevallen niet beter dan waterstof.

in gevallen beter zijn dan waterstof, in andere gevallen zal waterstof de meest geschikte toepassing zijn.

de meeste gevallen meer geschikt dan waterstof.

alternatieven.

Het duurt nog zeker tot 2030 voordat duurzame waterstof Waterstof gaat een rol spelen in de energietransitie, maar wenselijk WENSELIJK grootschalig gemaakt en gebruikt kan worden. We moeten is niet de oplossing voor het uitfaseren van alle fossiele energiebronnen. We hebben een mix aan alternatieven nodig nu al maatregelen nemen om van fossiele brandstoffen af te Dit zijn de meest De alternatieven, De alternatieven die De alternatieven die Voor deze toepasgaan en onze energievoorziening te verduurzamen. om onze energievoorziening te termijn verduurzamen. Waterstof is prioritaire die op op termijn beschikop termijn beschiksingen bestaan al moeten niet wachten op waterstof. één van die alternatieven. toepassingen beschikbaar komen, baar komen,We kunnen baar komen, zijn in geschikte duurzame

5 Welke rol speelt waterstof bij congestie?

Toepassing Toepassing Toepassing Congestie kan worden Toepassing Toepassing voorkomen door middel van netuitbreiWanneer het elektriciteitsaanbod in een regio groter is ding en congestiemanagement. Ook kan gedacht worden aan dan de capaciteit van het elektriciteitsnet is er sprake 1 Grondstof in 1 Balansfunctie 1 Hoge 1 Lage temperatuur Grondstof het opslaan van energie in batterijen of waterstof. In gebieden van congestie. In verschillende regio’s ontstaat door het productie plastic- en energietemperatuur industriële waar congestie zalindustriële optreden kan dus een additionele wateraansluiten van zonne- en windparken congestie. kunstmest staalindustrie ter Waterstof infrastructuur proceswarmte stofproductie ontstaan wanneer een overschot aan stroom kan een systeemfunctie vervullen in het balanceren van ons vervanging van (bufferfunctie) proceswarmte 2 Zeer hoge 2 Verwarmen, uit wind op zon2wordt opgeslagen in waterstof. elektriciteitsnet. fossiele grondstof 2 1

temperatuur industriële proceswarmte

Mogelijke Mogelijke referentielijst alternatieven alternatieven

Niches gebouwde omgeving

3

Continentaal vliegen

Mogelijke alternatieven

Intercontinentaal vliegen en varen

3

Internationaal wegvervoer

4

Binnenvaart

Mogelijke alternatieven

douchen, koken

3

Regionaal en nationaal wegvervoer

4

Treinen, regionale bussen, personenvervoer

Mogelijke alternatieven

1 Geen alternatief 1 Recycling 1 Batterijopslag; 1 Hoge 1 Elektrisch • C Huidig waterstofaanbod: TKI Gas, Topsector Energie, • A Huidige waterstofvraag in kaart brengen: Topsector Netverzwaringen; temperatuur verwarmen 2 Geen reële Energie, Waterstof: kansen voor de Nederlandse industrie, Overzicht vanwarmtepompen Nederlandse waterstofinitiatieven, Afschakelen 2 Elektrisch grootschalige juli 2019, link: www.topsectorenergie.nl/sites/default/ -plannen en link: hernieuwbare 2 –toepassingen, alternatieven verwarmen Synthetische oktober 2017, productie www.topsectorenergie.nl/sites/default/files/ files/uploads/14945.pdf kerosine 3 Elektrisch Elektrisch uploads/TKI%20Gas/publicaties/Overzicht%20 • B Vraagontwikkeling waterstof: Gasunie, Waterstof:2vraag 3 Elektrisch vervoer verwarmen,waterstofinitiatieven%20TKI%20Gas%20dec%202017.pdf en aanbod nu-2030, november 2019, link: www.gasunie. vervoer 4 Elektrisch nl/expertise/waterstof/scenarios-voor-vraag-en- warmtenetten 4 Elektrische vervoer 3 Elektrisch vliegen scheepvaart aanbod-waterstof/$4229/$4230

Bron: Natuur & Milieu (natuurenmilieu.nl) Natuur & Milieu zet zich in voor een duurzame en gezonde wereld. Samen met u maken wij het verschil. www.natuurenmilieu.nl

veelgestelde vragen 1 wat is waterstof? 41

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 1 Waterstof is een energiedrager. Het moet gemaakt worden, het is geen natuurlijke energiebron zoals de zon of de wind. Voor de productie van waterstof wordt gas (voor niet-duur-

van de energie verloren. In totaal loopt zo het energieverlies op tot meer dan 50%. Door dit energieverlies is waterstof voor veel toepassingen niet de slimste oplossing.

Bijlage 2

42

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

Bijlage 2

Het uitvoeringsplan Het stappenplan opstellen uitvoeringsplan bestaat uit vier fases. Verder worden de uitgangspunten voor het stappenplan gehanteerd zoals ook uitgebreid omschreven op de website van het programma aardgasvrije wijken.

Naast de stappen zijn er ook een aantal inhoudelijke aspecten die van belang zijn. Deze bijlage beschrijft het belang van de samenwerking met de buurt en gaat in op de kwaliteit van het uitvoeringsplan. Daarnaast zijn er een aantal inhoudelijke kenmerken waaraan het uitvoeringsplan moet voldoen. Om de kosten voor de aanpassingen van het elektriciteitsnet zo veel mogelijk te beperken, zijn er een aantal uitgangspunten van de netbeheerder toegevoegd in deze bijlage.

2.1. Stappenplan opstellen uitvoeringsplan op hoofdlijnen Onderstaande afbeelding laat het stappenplan om tot een uitvoeringsplan te komen zien. Het stappenplan kwam tot stand in samenspraak met meerdere gemeenten in Nederland. Het doorlopen van dezelfde stappen in Brunssum en buurgemeenten schept duidelijkheid over het proces voor alle betrokken partijen. Het stappenplan is geen blauwdruk. Omdat alle woningen, buurten en bewoners van elkaar verschillen wordt waar nodig maatwerk toegepast. Meer inhoudelijke informatie over het stappenplan is beschikbaar via het Programma Aardgasvrije Wijken. In de buurtgerichte aanpak is dit proces in twee stukken te verdelen. Het opstellen van het uitvoeringsplan duurt ongeveer twee jaar. Daarna start de uitvoering, dit duurt in totaal maximaal acht jaar. Dit heeft te maken met de juridische verankering van de transitievisie en het uitvoeringsplan, zie bijlage 2.5. Om de overlast in de buurt te beperken is het altijd goed om deze uitvoeringsperiode zo slim mogelijk te organiseren.

Figuur 1: Stappenplan opstellen uitvoeringsplan

Bron: Programma aardgasvrije wijken

43

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

2.1.1. Stap 1: Verkenning In deze fase vormt de gemeente een eerste beeld van de buurt: Wat zijn de fysieke en sociale kenmerken van de buurt? Wie zijn de bewoners, hoe kijken ze aan tegen de transitie naar een energiezuinige en aardgasvrije buurt? Wat zijn hun zorgen, vragen en behoeften? Wat speelt er in de buurt waar de gemeente aan de slag gaat, nu en in de toekomst? Welke andere partijen of initiatieven zijn er? Het doel van deze stap is om te komen tot een eerste beeld van de opgave in de buurt en de beoogde aanpak. Op basis hiervan kan de gemeente de regierol gaan organiseren. Er moet namelijk ook voldoende capaciteit zijn om het proces met bewoners te organiseren. De uitgewerkte analyse wordt bestuurlijk vastgesteld waarmee ook de randvoorwaarden voor de volgende stap worden gewaarborgd. Dit is gericht op voldoende inzet van capaciteit en middelen om de vervolgstappen zorgvuldig te kunnen doorlopen met de buurt.

Communicatie en participatie In deze fase worden bewoners actief bevraagd. Ze krijgen de gelegenheid om aan te geven hoe zij de buurt ervaren, wat er leeft en waar behoefte aan is. Dit door het organiseren van bijeenkomsten maar ook het actief benaderen van bepaalde inwonersgroepen. In deze eerste stap gaat het vooral om contacten leggen in de buurt en de verbinding maken met andere partijen die actief zijn in de buurt.

Resultaat van deze fase Na het doorlopen van deze fase is er op basis van een verdiepende analyse van de data (bewoners, woningen, omgeving) in combinatie met de bijeenkomsten in de buurt een goed beeld ontstaan op basis waarvan de uitgangspunten voor de volgende stap kunnen worden vastgesteld. Dit is onder andere de regierol van de gemeente, voldoende bemensing, het budget om de vervolgstappen te kunnen uitvoeren en soms ook afspraken met de partijen in de buurt zoals de woningcorporatie.

2.1.2. Stap 2: Opstellen projectplan Op basis van de uitkomsten van de verkenningsfase wordt er samen met de bewoners en andere relevante partijen in de buurt een projectplan opgesteld. Het projectplan legt het proces om tot een uitvoeringsplan te komen vast en beschrijft de ambities, rollen van alle betrokken partijen en randvoorwaarden. Denk hierbij aan de afbakening van het projectgebied, welke mogelijke warmteoplossingen verder onderzocht worden, waarom bepaalde warmteoplossingen niet worden meegenomen en de verbinding met overige opgave in de buurt. De rol van de bewoners en hoe zij meedoen in dit project wordt ook helder vastgelegd. Zo is er wellicht een groep bewoners die actief wil meewerken en een groep die vooral geïnformeerd wil worden. Het projectplan is vervolgens dan ook de basis om de vervolgstappen samen uit te voeren.

44

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

Om de voortgang en kosten te bewaken, zijn er een aantal uitgangspunten die ook in het projectplan worden vastgelegd. •

•

Ten aanzien van de isolatieopgave wordt het isoleren volgens de standaard vergeleken met het isoleren voorbij de standaard en hoe dat gevolgen heeft voor de investering, de woonlasten over een periode van 30 jaar en wat dat praktisch betekent voor de aanpassing van de gebouwen. Voor het warmtealternatief wordt gekeken naar maximaal drie oplossingen per type gebouw. Zo blijft het mogelijk om voor bijvoorbeeld woningen, appartementencomplexen of andere functies meerdere opties met elkaar te vergelijken. Het gaat hierbij om aardgasvrije oplossingen en eventueel één tussenoplossing (bijv. hybride).

Naast de verdieping op de isolatie- en warmtetechnieken zijn er ook andere aspecten die de buurt belangrijk kan vinden. Ook de uitgangspunten voor kwaliteit worden vastgelegd in het projectplan. In bijlage 2.2 een opsomming van deze mogelijke uitgangspunten. Het projectplan legt vooraf vast op basis van welke criteria de alternatieven worden getoetst, maar ook op basis waarvan een keuze wordt gemaakt.

Communicatie en participatie Bewoners en andere partijen in de buurt leggen een aantal uitgangspunten met elkaar vast. Naast de inhoudelijke zaken, gaat deze ook over de communicatie en participatie binnen de buurt. Door het organiseren van een aantal momenten wordt in overleg met de buurt bepaald hoe zij betrokken willen worden in die vervolgfase. In deze fase wordt duidelijk of er een klankbordgroep of themagroep wordt ingesteld om daarmee taken en rollen te verdelen. Ook wordt in deze fase aandacht besteed aan kennis en informatie over het energiezuinig en aardgasvrij maken, op basis van de behoefte die de buurt heeft.

Resultaat van deze fase De gemeente stelt met de bewoners en andere partijen een projectplan op met daarin alle belangrijke punten om het uitvoeringsplan op te stellen. Dit projectplan wordt bestuurlijk vastgesteld. Na deze bestuurlijke vaststelling, wordt de volgende stap genomen.

2.1.3. Stap 3: Opstellen uitvoeringsplan Op basis van de kaders uit het projectplan en de afspraken die zijn gemaakt met de belanghebbenden gaat de gemeente in de buurt aan de slag met het verder concretiseren van het uitvoeringsplan en wordt er toegewerkt naar een definitief technisch ontwerp. Het opstellen van een uitvoeringsplan vraagt om keuzes langs verschillende sporen: bestuurlijk, juridisch, ruimtelijk, participatie en communicatie, technisch en financieel. In de uitwerking wordt duidelijk welke stappen gebouweigenaren moeten zetten naar aardgasvrij. Dit kan gaan om isolatie, ventilatie en het alternatief voor aardgas. Naast het vastleggen van de technische aanpassingen aan de gebouwen en eventueel de infrastructuur, wordt ook in beeld gebracht wat dit financieel betekent. Door het uitwerken van het projectplan wordt ook de haalbaarheid en betaalbaarheid van de mogelijkheden duidelijk. Er wordt vervolgens in het uitvoeringsplan vastgelegd en gezamenlijk afgesproken welke stappen er wanneer worden genomen en wat de rol daarin is van alle partijen. Dit is van

45

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

belang om voortgang te houden op energiebesparing en in de toename van het gebruik van duurzame energie. Uiteindelijk is er dan ook vastgelegd hoe en wanneer het aardgas kan worden uitgefaseerd in de buurt. Dit om de maatschappelijke kosten van de infrastructuur te beperken en betaalbaar te houden. Op basis van de uitkomsten en de afwegingen op de verschillende onderdelen wordt het uitvoeringsplan voor de buurt definitief opgesteld. Het uitvoeringsplan heeft naast de inhoudelijke kenmerken ook een aantal juridische en procedurele kenmerken die van belang zijn in het kader van de omgevingswet. Indien uit deze fase blijkt dat er een groot deel van de gebouwen nu nog niet naar aardgasvrij kan, moet er wel aandacht zijn voor wat er in de buurt aanvullend nodig is om op termijn aardgasvrij te worden. Deze aspecten worden dan ook vastgelegd.

Communicatie en participatie Gedurende dit proces werkten bewoners, partijen en de gemeente samen. Bewoners zijn betrokken en geïnformeerd zoals eerder afgesproken in het projectplan. Op basis van de uitgangspunten die zijn vastgelegd wordt duidelijk op welke manier de buurt het beste energiezuinig en aardgasvrij wordt.

Resultaat van deze fase Op basis van de eerder vastgestelde uitgangspunten in het projectplan, is er een uitvoeringsplan opgesteld. Dit uitvoeringsplan voldoet ook aan de inhoudelijke vereisten om daarmee de juridisch verankering en de uitvoering te kunnen regelen.

2.1.4. Stap 4: Vaststellen uitvoeringsplan De laatste stap is het vaststellen van het uitvoeringsplan als programma onder de Omgevingswet door het college van Burgemeester en Wethouders. Nadat deze is vastgesteld start de uitvoeringsfase worden opgestart. Stap 4 is dan ook vrij kort maar wel van belang om de uitvoering van het uitvoeringsplan te waarborgen.

Communicatie en participatie Zodra het gezamenlijk opgestelde uitvoeringsplan is vastgesteld, worden bewoners hierover geïnformeerd. Hierna wordt de uitvoeringsfase met de buurt opgestart.

2.1.5. Uitvoeren uitvoeringsplan en nazorg Nadat het uitvoeringsplan is vastgesteld, kan de warmtetransitie van start. Wat de rol van de gemeente hierin is, is afhankelijk van wat hierover is vastgelegd in het uitvoeringsplan. Het kan zijn dat de woningcorporatie het plan zelfstandig gaat uitvoeren en dat de gemeente de andere bewoners in de buurt verder ondersteund. In deze fase is het cruciaal om goed te communiceren om in samenspraak met bewoners de uitvoering soepel te laten verlopen. Juist in deze uitvoerende fase krijgen bewoners op dagelijkse basis te maken met de warmtetransitie. De maatregelen hebben directe impact achter de voordeur van huishoudens.

46

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

Uitgangspunt is in deze fase om niet alleen te zorgen voor goede communicatie en informatie, maar het hebben van een open houding voor verhalen en ervaringen, en dat indien nodig het plan daarop wordt aangepast. Naast het begeleiden van het proces zoals afgesproken in het uitvoeringsplan, is dit ook de fase waarin de gemeente gaat monitoren op de gestelde afspraken en doelstellingen. Dit met als doel op koers te blijven voor de warmtetransitie maar ook zodat alle partijen de gemaakte afspraken uitvoeren zoals afgesproken.

Communicatie en participatie Op basis van de gemaakte afspraken worden bewoners geïnformeerd over de uitvoering van het project. Een deel van de bewoners kiest mogelijk voor het zelfstandig uitvoeren van de verduurzaming en een andere groep gaat samen aan de slag. De gemeente ondersteunt hierbij op basis van de gemaakte afspraken. In deze fase monitort de gemeente de voortgang van het uitvoeringsplan. Bewoners worden hierover geïnformeerd, zo blijft iedereen goed op de hoogte.

Resultaat van deze fase In de buurt worden stappen gezet naar energiezuinig en aardgasvrij. De gemeente begeleidt en ondersteunt dit proces waar dit gewenst en noodzakelijk is. De gemeente stuurt vanuit de regierol in deze fase ook op de gemaakte afspraken die eerder zijn vastgelegd in overleg met de buurt in het uitvoeringsplan.

2.2. Uitgangspunten communicatie en participatie opstellen en uitvoeren uitvoeringsplan Communicatie en participatie zijn randvoorwaarden voor een goede samenwerking met de belang­ hebbenden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de volgende uitgangspunten  

Participatie-uitgangspunten  

Inwonerscommunicatie  

•

•

• • • •

De gemeente ontwerpt en organiseert de participatie samen met bewoners en andere partners; Iedereen krijgt de mogelijkheid mee te doen; Iedereen moet gehoord kunnen worden; Samen wordt aan een betrouwbare kennisbasis gebouwd; De gemeente ondersteunt bewoners om de stap naar aardgasvrij te maken.

•

•

De gemeente neemt een duidelijk standpunt in; De gemeente communiceert vanuit één kader over de overstap naar aardgasvrij en laat andere partijen hierbij aansluiten; Maak zichtbaar en laat ervaren.  

Het is van belang waar mogelijk samen op te trekken met bewoners en andere belanghebbenden wat betreft de communicatie en participatie. De samenwerking met andere belanghebbende partijen, zoals de netbeheerder en woningcorporaties is ook belangrijk. Regulier overleg met deze partijen draagt bij aan het behalen van gewenste resultaten en de doelen. Het is van belang waar mogelijk samen op te trekken wat betreft de communicatie en participatie. Conflicterende acties en berichten richting bewoners verstoren het proces.

47

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

En bovendien: gemeente en belanghebbende partijen kunnen synergie bereiken door samen op te trekken om daarmee ook koppelkansen in de buurtaanpak te verzilveren. Naast deze uitgangspunten om communicatie en participatie te organiseren, is er ook een informatievoorziening nodig om hierin voldoende invulling te kunnen geven. Denk hierbij aan bijvoorbeeld: • Een website met alle relevante informatie over het proces, de oplossingen en waar men terecht kan met vragen; • Brieven (per post of e-mail) om bewoners op de hoogte te houden; • Organiseren van informatieavonden en het faciliteren in ruimte om groepen samen te laten werken aan bepaalde onderdelen; • Inrichten van een informatiepunt in de buurt.

2.3. Kwaliteit in het uitvoeringsplan Naast de kwantitatieve opgave van isoleren en de techniek om de woning te verwarmen en warm tapwater te maken zijn er ook kwalitatieve aspecten die samen met bewoners worden vastgelegd in het projectplan. Op basis van deze kwalitatieve zaken worden de plannen uitgewerkt. Uit de wijkanalyse ontstaat een concreter beeld van de opgaven die als kwaliteit kunnen worden toegevoegd bij de aanpak van de gebouwen. Dit zijn bijvoorbeeld:

Isoleren en ventileren (bouwfysisch) Doordat de woning kierdicht gemaakt wordt en een isolerende jas aankrijgt, wordt ventileren voor een gezond binnenklimaat van groot belang. Indien hier te weinig aandacht voor is kan dit gevolgen hebben voor bijvoorbeeld vochtschade, schimmelvorming of het rotten van houten draagconstructies en de gezondheid van het binnenklimaat. Vanuit energetisch oogpunt kost het verwarmen van vochtige gebouwen ook meer energie. Afhankelijk van hoe gebouwen geventileerd worden, kan ook hiermee een besparing op het energieverbruik worden gerealiseerd.

Circulaire en gezonde materialen Bij het nadenken over materialen kan er ook nagedacht worden over de kwaliteit hiervan. Bijvoorbeeld door geen materialen te gebruiken die grondstoffen hebben op basis van de “Banned Lists of Chemicals”. Ook gaat kwaliteit over het slim gebruiken van grondstoffen. Brandveiligheid van isolerende materialen is ook een kwaliteitskader dat in de uitwerking richting geeft aan materialen en hoe die passen bij de gebouwen en de omgeving. De afweging op brandveiligheid is extra belangrijk als het gaat om gestapelde bouw en beperkt zelfredzame doelgroepen.

Elektriciteit Naast het zorgen voor duurzame warmte is het ook belang dat er voldoende duurzame elektriciteit wordt opgewekt. Nog niet alle daken zijn voorzien van zonnepanelen. Daarnaast kan een dak ook gebruikt worden voor zonneboilers of PVT-panelen als onderdeel van een duurzame warmtevoorziening.

Hittebestendig en koeling De isolatiestandaard en streefwaarden zijn puur gericht op het warmhouden van gebouwen in de winter. Doordat de gebouwen worden geïsoleerd, koelen deze minder goed af tijdens de nachten in hete zomers. In de uitwerking is het van belang om mee te nemen hoe oververhitting kan worden voorkomen door materiaalgebruik, de wijze van isoleren of het toepassen van actieve of passieve zonwering. Daarnaast kan ook worden bekeken welke mogelijkheden de warmtevoorziening biedt om indien wenselijk ook te koelen tijdens een lange warme periode.

48

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

Geluid Op basis van de RIVM monitor “Gezondheid per buurt” kan worden bepaald of het wenselijk om in de isolatieopgave rekening te houden met het reduceren van geluidsoverlast van weg- of vliegverkeer. Zo zijn zachte isolerende materialen in staat om geluid te dempen en kan triple beglazing bijdragen aan het verminderen van geluidsoverlast in een gebouw. Er dient altijd gekeken te worden naar de geluidsproductie en de mate waarin deze kan leiden tot geluidsoverlast in de omgeving. Zeker in de situatie waarbij meerdere warmtepompen en/of airco’s worden geplaatst is de kans groot dat deze gezamenlijk tot geluidsoverlast zorgen.

2.4. Het verzwaren van het elektriciteitsnet Naast de kosten voor de aanpassingen van de woningen zijn er ook kosten voor het geschikt maken van de energie-infrastructuur. Bij een warmtenet moet er een net worden aangelegd voor de warmtelevering maar moet het elektriciteitsnet evengoed gedeeltelijk aangepast worden. Door de toename van zonnepanelen wordt er steeds meer elektriciteit opgewekt in de buurt. Kabels moeten hierdoor verzwaard worden en er zijn extra trafohuisjes nodig. Of er in de wijk een collectieve of individuele oplossing komt maakt voor de belasting van het elektriciteitsnet niet uit. Als voor de warmte een individuele/collectieve oplossing is, zorgt dit in de winter voor een hogere vraag aan elektriciteit voor het verwarmen van woningen. Indien er een warmtenet wordt aangelegd zal desondanks, vanwege de toenemende teruglevering van elektriciteit op zonnige dagen, toch het elektriciteitsnet moeten worden aangepast. Bij een individuele oplossing is het belangrijk dat gebouwen minimaal geïsoleerd worden tot de standaard, ongeacht het type warmtepomp dat wordt toegepast. Er zijn namelijk warmtepompen in ontwikkeling die met een hogere temperatuur kunnen verwarmen, vergelijkbaar met de huidige cv-ketel op aardgas.

Als er op grote schaal dergelijke warmtepompen worden toegepast, zonder dat gebouwen ook geïsoleerd worden, moet het elektriciteitsnet extra zwaar worden aangelegd. Dit zorgt voor een stijging in de maatschappelijke kosten en moet dan ook zo veel mogelijk voorkomen worden. Naast dat het netwerk geschikt gemaakt wordt voor de warmtetransitie en de opwek van elektriciteit door zonnepanelen, speelt ook de ontwikkeling van elektrisch rijden mee in de aanpassingen van het elektriciteitsnet. Deze drie ontwikkelingen tezamen moeten dan ook zo energie-efficiënt mogelijk worden ontwikkeld zodat ze de kosten van de infrastructuur zo veel mogelijk beperken. Een efficiënt energiesysteem in de buurt gaat uit van isoleren en besparen maar houdt ook rekening met de lokale opwek van elektriciteit en de aanleg van laadpalen. De ontwikkelingen rondom laadpalen zijn vooral gericht op dynamisch laden. Dynamisch laden betekent dat er wordt geladen als er elektriciteit over is. Bij een hogere vraag naar elektriciteit kan dit deels weer geleverd worden. Deze ontwikkeling draagt daarom ook bij aan een efficiënt energiesysteem in de buurt. Dit komt de betaalbaarheid van een duurzame energievoorziening ten goede. Deze energievoorziening wordt tenslotte ook door de gemeenschap betaald via de energierekening.

Bij de afwegingen rondom aardgasvrij wordt daarom niet alleen gekeken naar het individuele gebouw maar ook hoe dit de kosten voor de gemeenschap beïnvloedt. De gemeente moet daarom in het opstellen van de uitvoeringsplannen in het kader van de warmtetransitie bewaken dat gebouwen geïsoleerd worden tot minimaal ‘de standaard’ zoals omschreven in hoofdstuk 3. Zo wordt er efficiënt gebruik gemaakt van de beschikbare energie en blijft de energievoorziening betaalbaar. In het opstellen van het uitvoeringsplan komt ook dit aspect aan bod in de financiële uitwerking rondom haalbaarheid.

49

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

2.5. Juridische verankering TVW 2.0 en het uitvoeringsplan In het Klimaatakkoord is afgesproken: • In de TVW leggen gemeenten een realistisch tijdspad vast waarop wijken van het aardgas gaan; • De TVW wordt geborgd met het instrumentarium in de Omgevingswet. Doordat deze TVW 2.0 conform de vereisten van de Omgevingswet is vastgesteld, wordt het na de inwerking­ treding van de omgevingswet automatisch een omgevingsprogramma, ook wel warmteprogramma genoemd. ‘De TVW vormgeven als een zijnde een programma uit de Omgevingswet zorgt voor een goede borging van de positie van bewoners en andere belanghebbenden. Zo wordt door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen in een vroegtijdig stadium worden betrokken bij de voorbereiding, zoals gebruikelijk is bij vergelijkbare overheidsbesluiten. De TVW krijgt op deze manier dezelfde status als een document dat op grond van de Omgevingswet is vastgesteld. En op deze basis worden vervolgens uitvoeringsplannen en uiteindelijke een omgevingsplan vastgesteld, dat vatbaar is voor beroep. Kortom hiermee wordt een stukje rechtszekerheid voor bewoners en andere belanghebbenden geregeld (Ministerie van BZK, 2021).’ ‘De Omgevingswet gaat in op 1 januari 2024. Na de inwerkingtreding, ligt de bevoegdheid voor het vaststellen van de TVW bij het college B&W.

Doordat de TVW 2.0 nog voor de inwerkingtreding Omgevingswet wordt vastgesteld, wordt deze vastgesteld door de gemeenteraad van Brunssum. Het omgevingsplan en de omgevingsvisie worden ook vastgesteld door de gemeenteraad. De TVW is een warmteprogramma. Deze krijgt een plekje in de omgevingsvisie maar wordt ook als apart warmteprogramma vastgesteld (PAW, 2021).’ Het uitvoeringsplan dat met de buurt wordt opgesteld, is een verdiepend warmteprogramma dat ook zo wordt vastgesteld. Het uitvoeringsplan is alleen bindend voor de gemeente zelf. Met dit verdiepend warmteprogramma op buurtniveau, kan de gemeente de uitvoering borgen middels regels in het omgevingsplan. De wettelijke instrumenten hiervoor zijn er nog niet. Wel zijn de instrumenten die de gemeente hiervoor krijgt bekend: •

•

Wgiw (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) Dit wetsvoorstel biedt gemeenten de mogelijkheid om te regelen welke buurten op termijn overstappen op een duurzaam alternatief voor aardgas. Het wetsvoorstel vloeit voort uit afspraken die in het Klimaatakkoord hierover zijn gemaakt. Bgiw (Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) Dit besluit biedt gemeenten de mogelijkheid om te regelen welke wijken op termijn overstappen op een duurzaam alternatief voor aardgas om zo de uitstoot van CO2 te verminderen. In het besluit zijn ook verschillende waarborgen opgenomen. Het besluit vloeit voort uit afspraken die in het Klimaatakkoord zijn gemaakt over de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Het omgevingsplan is daarmee het juridische sluitstuk van beleidskeuzen die in het uitvoeringsplan en daaraan voorafgaande besluiten zijn gemaakt. De regels in het omgevingsplan zijn ook bindend voor bewoners en bedrijven in de gemeente.

50

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 2

Bijlage 3

51

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 3

3. Doorkijk 2050 Onderstaand een overzicht van de totale planning voor de warmtetransitie. Zoals eerder aangegeven is deze niet in beton gegoten maar geeft deze richting op basis van de huidige inzichten.

Alternatief aardgasvrij (hybride is nu tussen­oplossing)

Buurt

Maat­schap­pelijke kosten op basis van de start­analyse ( €/ton CO2 reductie)

Verwachte warmte­behoefte start­analyse GJ / hectare

Aantal woningen

Percen­ tage koop

Percen­ tage huur

Aantal utiliteiten m² BVO

Aantal equi­ valenten

Aantal EFG labels

Veel voorkomende bouwperiode

Eigenschappen gebouwen

Voorkeur techniek aardgasvrij

Hybride­ (S4)

1ste optie

2de optie

S4

S1

S3

Min

Max

Ge­ middeld

Energie infra­ structuur aardgasvrij

Globale planning opstarten buurt­ aanpak

1

Lemmender

749

42%

58%

7.777

809

19

1965 t/m 1974

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S3f

S1a

€ 265

€ 584

€ 490

1.417

1.497

1.457

Elektriciteit

2023

2

Schutters­veld

526

72%

28%

846

533

376

voor 1945

Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 340

€ 617

€ 679

931

1.018

975

Elektriciteit

2023

3

De Eggen

778

51%

49%

9.205

901

569

voor 1945 en 1946 t/m1964

Seriematig / Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 305

€ 584

€ 602

768

852

810

Elektriciteit

2024

4

De Struiken

574

83%

17%

47.865

942

394

voor 1945 en 1946 t/m1964

Seriematig / Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 343

€ 504

€ 552

452

485

469

Elektriciteit

2024

5

Rozengaard

656

51%

49%

4.361

688

346

Gemengd

Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 316

€ 585

€ 650

867

953

910

Elektriciteit

2025

6

Treebeek-Zuid

899

57%

43%

18.327

1.134

413

voor 1945 en 1975 t/m 1991

Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 284

€ 546

€ 560

762

806

784

Elektriciteit

2025

7

Centrum

465

92%

8%

36.340

730

68

1975 t/m 1991

Individuele bouw / Seriematig

All-electric / hybride

S4

S3f

S1a

€ 298

€ 542

€ 508

1.675

1.718

1.697

Elektriciteit

2026

8

Het Heufken

398

64%

36%

1.122

406

247

voor 1945

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 319

€ 587

€ 623

1.137

1.280

1.209

Elektriciteit

2026

9

Op den Haan

362

70%

30%

3.450

389

239

1946 t/m1964

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 302

€ 588

€ 610

726

816

771

Elektriciteit

2027

10

Haansberg

418

76%

24%

5.550

461

317

voor 1945 en 1946 t/m1964

Seriematig / Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 362

€ 605

€ 673

637

707

672

Elektriciteit

2027

11

Kerkeveld

219

71%

29%

5.392

260

157

1946 t/m1964

Individuele bouw / Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 307

€ 540

€ 555

711

778

745

Elektriciteit

2028

12

Langeberg

648

99%

1%

3.232

672

582

voor 1945 en 1946 t/m1964

Seriematig / Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 352

€ 572

€ 583

769

847

808

Elektriciteit

2028

13

TreebeekNoord

678

98%

2%

10.365

756

567

1946 t/m1964

Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3a

€ 337

€ 574

€ 574

709

805

757

Elektriciteit

2029

14

Kruisberg

590

83%

17%

5.557

633

384

1946 t/m1964 en 1975 t/m 1991

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 327

€ 544

€ 574

983

866

925

Elektriciteit

2029

52

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 3

Alternatief aardgasvrij (hybride is nu tussen­oplossing)

Maat­schap­pelijke kosten op basis van de start­analyse ( €/ton CO2 reductie)

Verwachte warmte­behoefte start­analyse GJ / hectare

15

Hofpoel

585

64%

36%

4.715

622

122

1975 t/m 2019

Individuele bouw / Seriematig

All-electric / hybride

S4

S3f

S1a

€ 270

€ 548

€ 540

1.124

1.248

1.186

Elektriciteit

2030

16

Rumpener Beemden

600

67%

33%

27.129

809

126

1946 t/m1964

Individuele bouw / Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 321

€ 535

€ 623

918

979

949

Elektriciteit

2030

17

Op de Vaard

271

70%

30%

2.319

287

127

1946 t/m1964

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 355

€ 629

€ 624

677

758

718

Elektriciteit

2031

18

De Streek

472

64%

36%

1.297

482

191

1965 t/m 1974

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S3f

S1a

€ 329

€ 557

€ 572

1.026

1.162

1.094

Elektriciteit

2031

19

Bexdelle

180

57%

43%

1.015

188

53

1966 t/m 1991

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 311

€ 614

€ 671

436

526

481

Elektriciteit

2031

20

Oeloven

376

95%

5%

54.423

773

271

1946 t/m1974

Seriematig / historisch bouwlint

All-electric / hybride

S4

S1b

S3f

€ 228

€ 308

€ 356

924

960

942

Elektriciteit

2032

21

Achter de Put

213

100%

0%

11.282

299

98

1975 t/m 1991

Individuele bouw

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 307

€ 525

€ 517

830

928

879

Elektriciteit

2032

22

Op de Vos

655

87%

13%

5.283

694

344

1965 t/m1974

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3a

€ 308

€ 551

€ 556

706

799

753

Elektriciteit

2032

23

De Kling

323

84%

16%

2.420

342

208

1965 t/m1974

Seriematig / zelfbouw buurt

All-electric / hybride

S4

S3a

S1a

€ 257

€ 551

€ 550

613

730

672

Elektriciteit

2033

24

Klingels­berg

265

83%

17%

1.192

276

37

1975 t/m 1991

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 282

€ 623

€ 697

531

594

563

Elektriciteit

2033

25

Vondel­straat

105

99%

1%

1.594

117

78

1946 t/m1964

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 311

€ 557

€ 597

483

542

513

Elektriciteit

2033

26

Merkel­ beekerdal

45

98%

2%

399

49

37

voor 1945

0

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 322

€ 576

€ 584

45

50

48

Elektriciteit

2034

27

Kleikoelen

123

18%

82%

62

124

10

1975 t/m 1991

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 244

€ 573

€ 658

706

765

736

Elektriciteit

2034

28

Koute­nveld

214

92%

8%

5.094

252

13

1992 t/m 2005

Seriematig

All-electric

S4

S1a

S3a

€ 258

€ 419

€ 427

694

767

731

Elektriciteit

2034

29

Vijverpark

86

100%

0%

186

126

11

1946 t/m1964

Individuele bouw

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 287

€ 623

€ 736

329

379

354

Elektriciteit

2035

30

De Hemelder

510

97%

3%

15

511

10

1975 t/m 2005

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 236

€ 576

€ 687

626

686

656

Elektriciteit

2035

31

Amsten­ raderveld

196

92%

8%

804

202

7

1992 t/m 2005

Individuele bouw

All-electric

S4

S1a

x

€ 224

€ 312

-

66

66

66

Elektriciteit

2035

53

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 3

Alternatief aardgasvrij (hybride is nu tussen­oplossing)

Maat­schap­pelijke kosten op basis van de start­analyse ( €/ton CO2 reductie)

Verwachte warmte­behoefte start­analyse GJ / hectare

32

Op gen Hoes

110

100%

0%

-

110

2

1975 t/m 1991

Seriematig

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 252

€ 643

€ 774

551

594

573

Elektriciteit

2036

33

Emma

626

57%

43%

26.056

823

0

1992 t/m 2005

Nieuwbouw seriematig

All-electric

S4

S1a

S3b

€ 233

€ 400

€ 439

400

419

410

Elektriciteit

2036

34

Brunssumer Heide

4

100%

0%

22.954

181

5

1946 t/m1964

All-electric / hybride

S4

S1a

x

€ 266

€ 493

€ 1.135

39

39

39

Elektriciteit

2036

35

Buiten­gebied

84

5%

95%

3.144

108

3

1965 t/m1974

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 272

€ 570

€ 607

48

60

54

Elektriciteit

2037

36

Douvenberg

2

100%

0%

50.554

391

2

Gemengd

Seriematig / Beschermd stadsdorpsgezicht

All-electric / hybride

S4

S1a

S3d

€ 222

€ 308

€ 329

431

432

432

Elektriciteit

2037

37

Klingbemden

246

100%

0%

588

251

7

1975 t/m 1991

Seriematig / zeflbouw buurt

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 241

€ 588

€ 598

665

764

715

Elektriciteit

2037

38

Houserveld

23

100%

0%

24.803

213

2

Gemengd

Bedrijventerrein

All-electric / hybride

S4

S1a

S3a

€ 820

€ 1.078

€ 1.150

211

223

217

Elektriciteit

2038

39

Rode Beek

13

100%

0%

21.099

175

0

Gemengd

Bedrijventerrein

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 247

€ 395

€ 434

192

193

193

Elektriciteit

2038

40

De Kattekoelen

1

100%

0%

70

2

1

Gemengd

Bedrijventerrein

All-electric / hybride

S4

S1a

x

€ 373

€ 596

€ 893

4

4

4

Elektriciteit

2038

41

Hendrik en omgeving

0

53.740

414

0

Gemengd

Bedrijventerrein

All-electric / hybride

S4

S1b

S3d

€ 639

€ 825

€ 842

49

49

49

Elektriciteit

2039

42

De Heide

1

100%

0%

8.417

67

1

Gemengd

Bedrijventerrein

All-electric / hybride

S4

S1a

S3b

€ 243

€ 374

€ 381

16

16

16

Elektriciteit

2039

43

Bouwberg

54

94%

6%

71.988

606

34

voor 1945

Bedrijventerrein

All-electric / hybride

S4

S1b

S3d

€ 331

€ 387

€ 400

139

143

141

Elektriciteit

2039

44

Ora et Labora

1

100%

0%

4.579

37

0

Gemengd

Bedrijventerrein

All-electric / hybride

S4

S1a

S3f

€ 1.762

€ 2.141

€ 2.215

4

4

4

Elektriciteit

2039

45

Branden­berg

0

6.546

51

0

Gemengd

Bedrijventerrein

All-electric / hybride

S4

S1b

x

€ 221

€ 169

-

13

13

13

Elektriciteit

2039

Voor meer informatie over deze verschillende strategiën, zijn factsheets per strategie uitgewerkt. Deze strategieën worden ook in bijlage 1 (inclusief substrategieën) en bijlage 4 omschreven.

54

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 3

Bijlage 4.1

55

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

Potentieanalyse Transitievisie warmte Gemeente Brunssum

Geschreven door Stantec 14 september 2022

56

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

Inhoudsopgave 1 Inleiding

3

2 Pandanalyse

5

3 Bronanalyse

13

4 Van potentie naar project

23

5 Conclusie

35

Bronnen

37

Bijlagen

39

Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend. De beschikbare informatie is met de grootst mogelijke zorg samengesteld en wordt verondersteld betrouwbaar te zijn. Stantec is, evenals betrokken organisaties, niet aansprakelijk voor eventueel geleden schade door onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van handelen op grond van informatie uit dit rapport.

57

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

2

58

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

1. Inleiding Uiterlijk in 2050 moeten alle gebouwen in Nederland energieneutraal worden verwarmd, dus zonder aardgas. Gemeentes zijn regisseur voor dit proces en maken plannen voor het aardgasvrij maken van alle gebouwen. Gemeente Brunssum heeft daarvoor aan Driven by Values (nu onderdeel van Stantec) gevraagd om de technische potentie van de verschillende warmteoplossingen te analyseren voor de lokale situatie in Brunssum. In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 geen gebruik meer maakt van aardgas of andere fossiele brandstoffen. Het primaire doel van het Klimaatakkoord is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad. Maar er zijn meer redenen om minder fossiele brandstoffen te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan de afhankelijkheid van Rusland voor de import van aardgas en de aardbevingen in Groningen. Ook is de lokale luchtkwaliteit gebaat bij minder gebruik van fossiele brandstof. Daarom maken alle gemeentes een Transitievisie Warmte. Brunssum stelde begin 2022 de TVW 1.0 vast. In de loop van het jaar wil men deze specifieker uitwerken in een TVW 2.0.

Als voorbereiding hierop heeft Driven by Values (nu onderdeel van Stantec) een analyse gedaan met drie vragen als uitgangspunt: • Welke duurzame warmteoplossingen passen bij de bebouwing in Brunssum (warmtevraag)? • Welke bronnen en infrastructuur zijn er per oplossing beschikbaar (warmteaanbod)? • Van potentie naar project: hoe en waar beginnen? Aan de hand van deze analyse kunnen algemene uitgangspunten worden vastgesteld voor de tweede versie van de TVW.

Leeswijzer Na de inleiding volgen drie hoofdstukken, voor elk van de drie bovenstaande vragen één. Het laatste hoofdstuk is de conclusie. Aan het eind van dit rapport zijn bronnen en bijlages toegevoegd

59

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

4

60

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

2. Pandanalyse 2.1 Oplossingen in Brunssum In dit hoofdstuk wordt de beste duurzame warmteoplossing per pand onderzocht. Voor elk gebouw in Brunssum is bekeken welke techniek het beste bij de kenmerken van dat gebouw past. Met de beste warmteoplossing wordt de techniek bedoeld die het meest betaalbaar is voor de eindgebruikers (energierekening, investering in het huis) en voor de samenleving als geheel (denk bijvoorbeeld aan netverzwaring of subsidies). Deze laagste nationale kosten zijn bepaald op basis van de startanalyse van ECW. Dat hoeft overigens niet per se te betekenen dat die oplossing op korte termijn goedkoper is dan verwarmen met aardgas. Er is gekeken naar vier hoofdstrategieën: 1. Een individuele elektrische warmtepomp: de woning heeft een eigen installatie en gebruikt alleen elektriciteit 2. Een warmtenet met midden- of hogetemperatuurbron. Ook wel bekend als stadsverwarming 3. Een warmtenet met lagetemperatuurbron. Hierbij levert het warmtenet water van maximaal 50 graden 4. Een hybride warmtepomp als tussenstap. Op termijn mogelijk met groengas of waterstof. In bijlage I staat een uitgebreide omschrijving van deze technieken. Twee variabelen bepalen in grote mate welke oplossing op welke locatie het meest passend is, zie figuur 2.1. Een hoge bebouwingsdichtheid en/of een grote warmtevraag is een voorwaarde voor een warmtenet.

Voor hybride en volledig elektrische warmtepompen

is

de

bebouwingsdichtheid

geen

voorwaarde. Ten tweede is de mate van isolatie belangrijk. Een

warmtepomp

of

lage

temperatuurwarmtenet is alleen geschikt voor goed geïsoleerde woningen. warmtepompen

Hybride en

hoge

temperatuur-warmtenetten hebben die beperking niet. Figuur 2.1: De vier vergeleken oplossingen

61

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

6

Sommige oplossingen worden niet meegenomen: • Individuele verwarming met biomassa, zoals een pelletkachel. Vanwege de uitstoot van onder andere fijnstof is deze oplossing onwenselijk, zeker in de bebouwde kom. • Elektrische verwarming, zoals bijvoorbeeld infraroodpanelen als hoofdverwarming. Anders dan bij een warmtepomp, is één kWh elektriciteit nodig voor één kWh warmte. Dat betekent een hoge energierekening en grote belasting van het elektriciteitsnet als het koud is. Elektrische verwarming als bijverwarming, bijvoorbeeld in een weinig gebruikte ruimte, is wel een optie. • Groene waterstof en groen gas zijn naar verwachting vóór 2030 niet op grote schaal beschikbaar. Het hernieuwbare gas dat er is, zal nodig zijn voor de industrie en eventueel transport. Dit staat weergegeven in de ‘waterstofladder’ van Natuur & Milieu, zie afbeelding 2.2. Daarnaast staat de techniek nog in de kinderschoenen. Tot 2030 is waterstof of groen gas daarom geen realistisch alternatief. Ook daarna zal het naar verwachting schaars zijn, daarom is aangenomen dat het alleen in combinatie met een andere warmtebron (hybride warmtepomp) toegepast zal worden.

Figuur 2.2: De waterstofladder

62

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

7

2.2 Isoleren en temperatuur In alle gevallen is het verstandig om gebouwen te isoleren. Isolatie leidt tot hoger wooncomfort en een lagere energierekening. Bij elke warmtestrategie is isolatie daarom een zinvolle stap. Bij sommige strategieën is een minimale hoeveelheid isolatie ook echt noodzakelijk om technisch haalbaar te worden. Meer

specifiek

is

de

watertemperatuur

van

de

warmteoplossing belangrijk. Een cv-ketel kan water tot 90

°C

verwarmen.

Een

warmtepomp

of

lage

temperatuur warmtenet maakt water van maximaal zo’n 50 °C.

Ook bij hybride verwarming is isolatie

Lage temperatuur: 30-50 graden

noodzakelijk. Bij een slecht geïsoleerde

Om de woning met een warmtepomp of andere Lage

ketel te vaak nodig om de warmtepomp

temperatuur oplossing comfortabel warm te houden is veel isolatie nodig. ECW stelt label B als minimum, in de praktijk worden vaak nog hogere eisen geadviseerd. Deze mate van isolatie kan in een bestaande woning niet altijd worden terugverdiend. Daarnaast zijn speciale grote radiatoren of vloerverwarming nodig. Bij strategie S1 (individuele elektrische warmtepomp) en S3 (Lage temperatuur warmtenet) is dus altijd hoogwaardige isolatie

nodig

als

voorwaarde

om

te

kunnen

functioneren.

woning is ondersteuning van de cvnog goed zijn werk te kunnen laten doen. Anders

dan

bij

lage

temperatuur

oplossingen, is de extra isolatie voor midden-temperatuur oplossingen

vaak

en

hybride

ook

financieel

rendabel om toe te voegen. De exacte isolatiegraad

en

het

label

zijn

afhankelijk van de exacte temperatuur en

het

temperatuur

afgiftesysteem. komt

Midden

voor

bij

Midden temperatuur 50-70 graden

warmtenetten (S2).

Ook bij de midden-temperatuur is extra isolatie en het

Hoge temperatuur 70-90 graden

plaatsen van grotere radiatoren noodzakelijk. De

Bij hoge temperatuur warmtenetten

hoeveelheid warmte die een radiator kan afgeven halveert, als de watertemperatuur daalt van 90 naar 70 °C.

63

(S2), bij groen gas (S4) en waterstof (S5), is de isolatie vooral nodig voor comfort en woonlastenbeperking.

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

8

Welk energielabel is nodig? Energielabels zijn een maat voor de energiezuinigheid van een gebouw. Een gebouw met goede isolatie, een zuinige ketel of zonnepanelen heeft een goed label. Rondom de warmtetransitie worden energielabels vaak gebruikt als maat voor de hoeveelheid isolatie. Daar is het energielabel echter oorspronkelijk niet voor bedoeld. Een ongeïsoleerd huis met heel veel zonnepanelen kan hetzelfde label halen als een heel goed geïsoleerd huis met een oude geiser en gaskachel. Gebruik energielabels daarom alleen als grove indicatie van de energiezuinigheid, en niet als meetinstrument voor de isolatie van een individuele woning.

De isolatiestandaard Op 18 maart 2021 heeft toenmalig minister Kajsa Ollongren de Tweede Kamer geïnformeerd over een nieuwe ‘Isolatiestandaard’ voor bestaande woningen. Hierin

zou

voor

alle

woningen

een

minimaal

isolatieniveau worden opgelegd, dat afhankelijk is van het bouwjaar van de woning. De isolatiestandaard is een advies voor de isolatiegraad van de woning en geeft aan hoe door middel van isolatie warmteverlies kan worden voorkomen en met duurzame

lage

temperatuurbronnen

kan

worden

verwarmd. Dit aangeraden niveau is hoger dan wat nodig is voor strategieën met hoge of middentemperatuur, omdat één van de doelen van de standaard is om ervoor te zorgen dat de woning geschikt wordt voor lage temperatuurverwarming.

64

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

9

2.3 Analyseresultaten Welke strategie het beste is voor welke panden in Brunssum is berekend met behulp van de Transitietool Aardgasvrij, die door Driven by Values (nu onderdeel van Stantec) ontwikkeld is. Met behulp van zeven variabelen wordt voor ieder pand

de

kansrijkheid

van

iedere

strategie

berekend. Variabelen zijn onder andere bouwjaar, laagste nationale kosten, warmtedichtheid, type eigenaars en energielabel. Zie bijlage II voor verdere toelichting op de variabelen en kaarten van elk van de variabelen. Door de verschillende variabelen te wegen, wordt voor elk pand een geschiktheidsscore berekend van iedere strategie. Deze score ligt tussen 0 en 1. Voor ieder pand wordt de beste strategie weergegeven op een kaart. Hierbij is een ondergrens gehanteerd van minimaal 0,65, voor sommige panden is (nog) geen van de strategieën voldoende rendabel. Dat betekent niet dat het technisch onmogelijk is die panden

aardgasvrij

te

maken,

wel

dat

Interpretatie van de analyseresultaten Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de analyseresultaten en de daadwerkelijke warmteoplossing die per pand gekozen wordt. De gemeente is geen eigenaar van de woningen en kan niet zomaar inwoners dwingen de oplossing te kiezen die uit deze analyse volgt. Welke oplossing een eigenaar

kiest,

is

bovendien

ook

afhankelijk van factoren die niet in een rekenmodel te vangen zijn, zoals persoonlijke

voorkeur

en

onderhoudsstaat van het gebouw. De kaart geeft daarom een indicatie welke oplossingen in welk gebied realistisch zijn,

maar

worden

moet

niet

omgezet

een-op-een in

het

uitvoeringsprogramma of de TVW 2.0.

dit

waarschijnlijk erg moeilijk en/of duur zal zijn. Een totaaloverzicht van de uitkomsten van de analyse is weergegeven in figuur 2.2 en 2.3. In rood is te zien dat er in de centrumdelen van Brunssum potentie is voor een warmtenet. Dat komt omdat daar de panden dicht op elkaar gelegen zijn en de gemiddelde isolatiegraad niet hoog is. Daarnaast is veel bebouwing geschikt voor een hybride warmtepomp. Kaarten met hoge resolutie zijn de te vinden in bijlage III.

65

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

10

Figuur 2.2: Potentie voor verschillende warmtestrategieën in Brunssum gecombineerd. Deze kaart is in bijlage III op hogere resolutie toegevoegd..

Individuele elektrische warmtepomp 4.413

Hybride 13.060

HT of MTwarmtenet 16.727

LT-warmtenet 995

Figuur 2.3: Aantallen panden per oplossing.

66

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

11

Figuur 2.4: De potentie voor strategie 1 (Individuele elektrische warmtepomp) in de gemeente Brunssum. Deze kaart is in bijlage III op hogere resolutie toegevoegd.

Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp In figuur 2.4 is de zien welke panden van het aardgas af kunnen met een individuele elektrische warmtepomp. Het zijn vooral nieuwe panden die al relatief goed geïsoleerd zijn. Drie buurten vallen op. De eerste is de vogelbuurt, waar vooral vrijstaande woningen van rond de eeuwwisseling staan. Ook de woningen rondom de Emmaweg zijn rond die periode gebouwd, hier wonen veel particuliere eigenaar-bewoners die daarom goed op de individuele elektrische warmtepomp over zouden kunnen. De derde plaats die opvalt is vakantiepark Brunssummerheide. Vanwege het afwijkende gebruiksprofiel en de afwijkende bouw, is op deze plaats nader onderzoek nodig om te bekijken of individuele warmtepompen voor deze bebouwing inderdaad de beste oplossing zijn.

67

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

12

Figuur 2.5: De potentie voor strategie 2 en 3 (LT/MT/HT warmtenet) in de gemeente Brunssum. Deze kaart is in bijlage III op hogere resolutie toegevoegd.

Strategie 2 en 3: warmtenet met HT-, MT- of LT-bron Voor ongeveer de helft van de bebouwing in Brunssum lijken warmtenetten de meest passende oplossing. Dat komt doordat dit gebieden zijn met een hoge bebouwingsdichtheid, met name in het centrum van Brunssum. Clusters met potentie voor lagere temperaturen zijn er nauwelijks in de gemeente Brunssum, vrijwel alle potentie betreft panden die minimaal middentemperatuur nodig hebben en anders hoge temperatuur. Onder andere de wijk Brunssum Noord, een proeftuin binnen het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW), is overwegend geschikt voor dit type warmtenet. De blauwe vlekken op de kaart zijn voor een groot deel geen clusters, maar losse grote gebouwen. Hier zijn gebouwgebonden collectieve oplossingen een optie, bijvoorbeeld warmtepompen met WKO als bron. De uitwerking hiervan is maatwerk.

68

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

13

Figuur 2.6: De potentie voor hybride warmtepompen in de gemeente Brunssum. Deze kaart is in bijlage III op hogere resolutie toegevoegd.

Strategie 4: Hybride warmtepompen Voor ongeveer een derde van de panden heeft een hybride oplossing – een elektrische warmtepomp gecombineerd met een gasgestookte cv-ketel – de grootste potentie. Het voordeel van deze oplossing is dat die relatief makkelijk uitvoerbaar is. De investering is fors lager dan voor een complete warmtepomp en er zijn minder aanpassingen aan de woning nodig. Individuele gebouweigenaars kunnen daardoor relatief makkelijk overstappen op een hybride warmtepomp. Het grootste nadeel is dat dit vaak slechts een tussenstap is: de gebouwen worden nog niet aardgasvrij. Dat kan pas als er genoeg hernieuwbaar gas is om het aardgas te vervangen of als de woning toch doorgaat richting een volledig elektrische warmtepomp. Bijvoorbeeld na extra isolatie of omdat de technische mogelijkheden van warmtepompen toenemen. Deze oplossing is daarom vooral geschikt voor gebouwen waar de andere oplossingen op dit moment nog niet haalbaar zijn. Hybride is ook minder geschikt voor gebouwen die nog helemaal ongeïsoleerd zijn: daar is te veel ondersteuning van de cv-ketel nodig en kan de warmtepomp niet optimaal werken. Zoals in figuur 2.6 te zien, gaat het om grote aantallen woningen vooral in het noorden, zuiden en westen van Brunssum.

69

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

14

2.4 Vergelijking met één na beste oplossing Voor alle panden is gekeken naar een alternatieve oplossing, als de eerste oplossing toch niet haalbaar blijkt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als er geen bronnen voor een warmtenet zijn of er is geen draagvlak van de inwoners. De één na beste oplossing is alleen getoond, als deze tenminste een geschiktheid van 0,65 heeft. Bij minder geschiktheid, is de verwachting dat deze oplossing niet realistisch is. In afbeelding 2.7 is te zien, dat voor veel panden geen geschikt alternatief gevonden is.

Figuur 2.7: Eén na beste oplossing, voor panden waar die oplossing minimaal geschiktheid 0,65 scoort.

70

Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4

15

2.5 Toekomstige ontwikkelingen De kennis over het aardgasvrij maken van gebouwen ontwikkelt snel. Enkele voorbeelden van trends die mogelijk belangrijk zijn: • Er zijn landelijk inmiddels 64 proeftuinen aardgasvrije wijken. Op al die plekken wordt ervaring opgedaan met nieuwe technieken en met het proces om een hele wijk in één keer of in stappen van het aardgas te halen. De lessen uit deze proeftuinen leiden tot nieuwe inzichten over het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. • Bijna alle fabrikanten van warmtepompen werken aan mogelijkheden om hogere temperaturen te bereiken met een beter rendement. Op dit moment hebben reguliere warmtepompen (die Lage Temperatuur-warmte maken – geel op de kaartjes) een goed rendement (COP), maar geldt dit nog niet voor Hoge Temperatuur warmtepompen. Ook worden warmtepompen steeds stiller. Dat kan ertoe leiden dat warmtepompen over enkele jaren toepasbaar zijn in meer verschillende gebouwen. • Innovaties op het gebied van warmteopslag, bijvoorbeeld voor het opslaan van hoge temperaturen, kunnen ook tot nieuwe mogelijkheden leiden. Om al deze ontwikkelingen op te volgen moet er periodiek een nieuwe analyse gedaan worden. Dit gebeurt elke vijf jaar bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte.

Bij alle panden, ook die waarvoor nu nog geen oplossing is gevonden, is extra isolatie een goede stap om voor te bereiden op de toekomstige warmtevoorziening en nu al energie te besparen.

2.6 Conclusie In Brunssum zijn veel gebouwen niet geschikt voor lage temperatuurverwarming en kunnen ze ook niet zomaar geschikt gemaakt worden. Daarom zijn de meest voorkomende oplossingen een warmtenet met hoge aanvoertemperatuur of een hybride warmtepomp. Er zijn ook ruim 4.000 woningen die wel makkelijk geschikt gemaakt kunnen worden voor een elektrische warmtepomp. Voor een lage temperatuurwarmtenet is in Brunssum nauwelijks potentie. De vraag is nu of er voor deze oplossingen wel voldoende bronnen zijn. In het volgende hoofdstuk wordt beschreven hoe de infrastructuur en beschikbare bronnen aansluiten op deze pandanalyse. Uit de analyse volgt dat er veel woningen zijn die nog niet goed geïsoleerd zijn. Voor alle panden is isoleren een belangrijke maatregel om de energievraag te beperken, het comfort te verbeteren en de rekening te drukken. Voor de gebouwen waar een lage temperatuur oplossing wordt voorzien (warmtepomp of warmte op lage temperatuur), is hoogwaardige isolatie volgens De Standaard ook een voorwaarde om het comfortabel warm te houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=1e3ff493-f0ca-4939-8af5-dd54d43b29e6