Agendabundel
Tekst van het document
Registratiekenmerk: 202238898 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Overgangsrecht De ‘Verordening hondenbelasting 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening hondenbelasting gemeente Brunssum 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
Wijzigingen verordening hondenbelasting t.o.v. 2022 • •
De tarieven zijn met 2,4 % geïndexeerd t.o.v. de tarieven hondenbelasting 2022. De raad heeft amendement 6 aangenomen om het tarief voor de 1e hond met €25 te verlagen tot €54,56 (was €79,56)
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage versie 2 incl. amendement 14) Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238929 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87 (versie 2 incl. amendement 14); gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022, afdeling Financiën en control;
gelet op het bepaalde in artikel 228 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (versie 2) Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: een periode van 24 uren beginnend op 00.00 uur, of een gedeelte daarvan b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand: een kalendermaand d. kwartaal: een kalenderkwartaal e. jaar: een kalenderjaar; f. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht 1. 2.
De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel 5 Berekening van de precariobelasting 1. 2.
Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt. Indien een oppervlaktetarief voor voorwerpen boven de gemeentegrond is vastgesteld, wordt de belasting als
Registratiekenmerk: 202238929
3.
volgt berekend. Er wordt uitgegaan van de oppervlakte van het grootste gemeten vlak of bij niet rechthoekige vlakken van twee denkbeeldig langs de uitersten van het vlak getrokken lijnen die loodrecht op elkaar staan. Indien een oppervlaktetarief voor voorwerpen op de gemeentegrond is vastgesteld, wordt de belasting als volgt berekend. Er wordt uitgegaan van de oppervlakte van de gemeentegrond die daadwerkelijk door de voorwerpen wordt ingenomen.
Artikel 6 Belastingtijdvak 1. 2.
Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin het belastbare feit zich voordoet. In de overige gevallen is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarop het belastbare feit zich voordoet, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit zelfstandig kan plaatsvinden.
Artikel 7 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: 1. voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn verhuurd. 2. kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoeken) en stoeptreden, welke in of op aan de gemeente om niet afgestane grond aanwezig waren op het tijdstip van overdracht; 3. vlaggen, vlagdoeken, wimpels en vlaggenstokken, tenzij deze voor reclamedoeleinden worden gebezigd. 4. voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; 5. buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van hemelwater; 6. dakgoten, vensterbanken en gevelroosters, welke aan een gebouw zijn aangebracht; 7. afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,12 meter buiten de gevel uitsteken; 8. voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen c.q. verkeersbelang voorzien zoals verkeerstekens, wegwijzers, standbeelden, kruisbeelden, banken, fonteinen. 9. voorwerpen ter zake waarvan op grond van de geldende ”Verordening reclamebelasting” een belasting wordt geheven. 10. voorwerpen, waarvoor reeds ingevolge een privaatrechtelijke overeenkomst een vergoeding verschuldigd is. Artikel 8 Wijze van heffing 1a.
De belastingen genoemd in de tarieventabel onder de nummers 2, 3, 4.1 worden geheven bij wege van aanslag. 1b. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.; 2.
Voor elk nieuw belastbaar feit kan een afzonderlijke aanslag worden opgelegd of kennisgeving, nota of andere schriftuur worden verzonden.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting 1. 2.
De naar jaartarieven geheven precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het tijdvak aanvangt, is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
Registratiekenmerk: 202238929 3.
4. 5.
Indien de belastingplicht in de loop van het tijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 4.
Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1,2 en 3 letter b is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Overgangsrecht De "Verordening precariobelasting 2022" van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening precariobelasting gemeente Brunssum 2023".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
Registratiekenmerk: 202238929 De Raad voornoemd, voorzitter. griffier. TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PRECARIOBELASTING BRUNSSUM 2023 (versie 2) Nummer Omschrijving Eenheid Tarief 1
2
Bouwmaterialen Het tarief bedraagt voor het hebben van: bouwmaterialen Uitstallen Het tarief bedraagt voor het hebben van: uitgestalde goederen, waren, reclamematerialen, met het oog deze ten verkoop aan te bieden
3
Aankondigingen Het tarief bedraagt voor het hebben van:
3.01
Reclame of andere aankondiging, Via reclameborden en/of spandoeken, met of zonder kunstverlichting, over de oppervlakte:
3.02
4
4.01
Reclame-driehoeksborden op daartoe aangewezen locaties, sandwichborden en overige aankondigen:
per m² per jaar per m² per maand
€ 0,00 € 0,00
per m² per jaar per m² per maand
€ €
0,00 0,00
per m² per jaar per m² per maand
€ €
0,00 0,00
per stuk per jaar
€
0,00
per stuk per maand of een kortere periode
€
0,00
Terrassen & Standplaatsen het tarief bedraagt voor: het op of boven een terras hebben van: stoelen, tafels, windschermen, parasols, luifels, markiezen,overkappingen of plantenbakken indien: het terras gelegen is aan het Lindeplein: per m² per jaar per m² per maand of een kortere periode
€ 0,00 € 0,00
indien: het terras elders dan aan het Lindeplein is gelegen per m² per jaar € 0,00 per m² per maand of een kortere periode € 0,00
Registratiekenmerk: 202238929
het innemen van een standplaats voor: 4.02
4.03
4.04
de verkoop van eet-, drinkof goederen, w.o. koopmanswaren, kerstbomen, het houden van autoshows e.d. per m² per maand of een kortere periode
€ 0,00
een overdekt- c.q. openluchtcircus of feesttent, het houden van zogenaamde rommelmarkten, fancyfairs, luikse markten e.d.
per dag
€ 0,00
het vanuit commercieel oogpunt houden van braderieën, gildefeesten, promotionfeesten e.d.
per dag
€ 0,00
Wijzigingen verordening precariobelasting t.o.v. 2022 • •
De raad heeft een amendement (nr. 14) aangenomen om in 2023 geen precariobelasting te heffen. Art. 8,9 en 10 zijn tekstueel aangepast aan de modelverordening.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238933 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022, afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 227 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (Verordening reclamebelasting gemeente Brunssum 2023) Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. opschriften: openbare aankondiging in letter(s) of symbolen, logo’s en kleuren, voor zover niet door middel van tijdschriften of nieuwsbladen gedaan; b. reclameobject: een openbare aankondiging zichtbaar vanaf de openbare weg als bedoeld in artikel 227 van de Gemeentewet; c. vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt; d. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; e. voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen; f.
tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat; g. exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen op de bij deze verordening behorende kaart, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 3 Belastingplicht 1. 2. 3.
De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging die is aangebracht door tussenkomst van een exploitant, zoals bedoeld in artikel 1 van deze verordening, geheven van die exploitant. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon is aangebracht in verband met de verhuur of de verkoop van roerende en onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon.
Registratiekenmerk: 202238933 Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. 2.
De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag van € 489,84 per jaar voor één of meer openbare aankondigingen die worden aangetroffen per vestiging, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Reclameobjecten behoren tot één bouwwerk en daarmee tot één vestiging indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt.
Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.
3.
4. 5.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 7 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. die uitsluitend het openbaar belang dienen; b. die door politieke partijen zijn aangebracht; c. die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn geplaatst in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden geplaatst, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn; d. door of namens publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak; e. waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is; f. op zuilen, borden, muren of andere constructies aangewezen door het bevoegde bestuursorgaan; g. aangebracht op een voertuig; h. voorzien van opschriften aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; i. die door (semi)overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht en die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; j.
die zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende woonruimten, roerende bedrijfsruimten of onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren ruimte of zaak; k. op parasols en terrasschotten;
Registratiekenmerk: 202238933 l.
die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend kunnen worden aangemerkt; m. zijnde vlaggen zonder commercieel of bedrijfsmatig oogpunt. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening reclamebelasting 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reclamebelasting gemeente Brunssum 2023’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
Registratiekenmerk: 202238933 Kaart behorend bij de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023
Registratiekenmerk: 202238933
Wijzigingen verordening reclamebelasting t.o.v. 2022 •
De tarieven zijn conform de begroting 2023 verhoogd.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk:202238924 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet ; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN MARKTGELDEN GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (Verordening marktgelden 2023) Artikel 1 Definities 1. 2. 3. 4.
Onder marktterreinen worden verstaan de pleinen, straten en wegen, welke voor het houden van markten zijn aangewezen. Onder standplaats wordt verstaan een voor één marktdag toegewezen plaats op een marktterrein. Onder vaste standplaats wordt verstaan een permanent (tot wederopzegging) toegewezen plaats op een marktterrein. Ter berekening van de ingenomen oppervlakte (in m²) wordt in aanmerking genomen de oppervlakte die in gebruik is: a. voor het uitstallen van goederen; b. als loopgang/ruimte; c. als opslagruimte voor goederen en emballage; d. voor voertuigen van waaruit rechtstreeks wordt verkocht en/of mede als opslagruimte dienen. Niet meegerekend wordt de oppervlakte onder overkappingen en luifels, welke bestemd is voor en gebruikt wordt door het publiek. Ter bepaling van de oppervlakte wordt een gedeelte van een m² gerekend voor een gehele m².
Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden onder de naam ‘marktgelden’ rechten geheven ter zake van het innemen van (vaste) standplaats op marktterreinen, gedurende de tijden voor de markten bestemd, alsmede voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met het houden van markten. Artikel 3 Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van degene, aan wie een (vaste) standplaats op de markt is toegewezen dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Artikel 4 Maatstaf van heffing De heffingsmaatstaf voor de berekening van het marktgeld is de oppervlakte van de ingenomen (vaste) standplaats.
Registratiekenmerk:202238924 Artikel 5 Tarieven a.
b.
c. d.
Het marktgeld bedraagt, voor de markt "Centrum", per m²: 1. voor vaste standplaatsen, per belastingtijdvak € 19,50 met een minimum van € 75,45 2. voor standplaatsen, per marktdag € 1,30 met een minimum van € 6,85 3. voor het incidenteel innemen bij vaste standplaatsen van een grotere oppervlakte dan die, welke daarvoor is vastgesteld, per marktdag voor het meerdere € 1,30 Het marktgeld bedraagt, voor de markt "Treebeek", per m²: 1. voor vaste standplaatsen, per belastingtijdvak € 11,60 met een minimum van € 48,60 2. voor standplaatsen, per marktdag € 1,00 met een minimum van € 4,85 3. voor het incidenteel innemen bij vaste standplaatsen van een grotere oppervlakte dan die, welke daarvoor is vastgesteld, per marktdag voor het meerdere € 1,00 Voor vaste standplaatsen worden voor het voeren van reclame- en promotieactiviteiten ten behoeve van de respectievelijke warenmarkten de onder lid a, sub 1, alsmede lid b, sub 1 genoemde bedragen verhoogd met € 58,30 per belastingtijdvak, ongeacht de ingenomen oppervlakte. Per standplaats wordt per marktdag een vergoeding voor elektriciteitskosten van € 2,25 inclusief BTW in rekening gebracht.
Artikel 6 Wijze van heffing 1. 2. 3.
Het marktgeld voor vaste standplaatsen als bedoeld in artikel 5, lid a, sub 1 en lid b, sub 1, alsmede lid c wordt geheven bij wege van aanslag. Het marktgeld voor standplaatsen en voor de bij vaste standplaatsen incidenteel ingenomen grotere oppervlakte, als bedoeld in artikel 5, lid a, onder 2 en 3 en lid b, onder 2 en 3, wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur, waarin het verschuldigde bedrag is vermeld. De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar stelt de modellen van de in lid 2 bedoelde bescheiden vast.
Artikel 7 Tijdstip van betaling 1. 2.
De aanslagen betreffende de vaste standplaatsen zijn invorderbaar in één termijn, welke vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. Het marktgeld voor standplaatsen en voor de bij vaste standplaatsen incidenteel ingenomen grotere oppervlakte wordt verschuldigd en moet worden betaald op het tijdstip, waarop de standplaats c.q. de grotere oppervlakte wordt ingenomen.
Artikel 8 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak voor het marktgeld als bedoeld in artikel 5, lid a, sub 1 en lid b, sub 1, alsmede lid c, is een half jaar. Artikel 9 Aanvang en einde belastingplicht voor vaste standplaatsen in de loop van het belastingtijdvak 1. 2.
De belastingplicht in het belastingtijdvak vangt aan met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de vaste standplaats is toegewezen. De belastingplicht in het belastingtijdvak eindigt met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin geen vaste standplaats meer wordt ingenomen.
Registratiekenmerk:202238924
Artikel 10 Overgangsrecht De ‘Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. 2. 3.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt ná 1 januari 2023, de ingetrokken verordening geldig voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten, waarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.
Artikel 12 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgelden gemeente Brunssum 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
Marktgelden 2023 Wijzigingen marktgelden ten opzichte van 2022 De marktgelden zijn met 2,4 % geïndexeerd t.o.v. 2022.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238923 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022, afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LIJKBEZORGINGSRECHTEN GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023) Artikel 1 Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Merkelbeekerstraat/Heufstraat. b. Particulier graf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen begraven en begraven houden van lijken; 2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. het doen verstrooien van as. c. Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het: doen begraven van lijken. d. Particulier urnengraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 2. het doen verstrooien van as. e.
Algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; f. Asbus: een bus ter berging van as van een overledene. g. Urn: een voorwerp ter berging van één asbus. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de gemeentelijke begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt. Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: 1. Het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag.
Registratiekenmerk: 202238923 Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. 2.
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend.
Artikel 6 Wijze van heffing De in deze verordening geregelde rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld, alsmede de aard van de dienstverlening of van het gebruik. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. 2.
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden voldaan vóór de vervaldatum zoals op de schriftelijke kennisgeving, nota of andere schriftuur is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 8 Overgangsrecht De ‘Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Artikel 9 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
Artikel 10 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd, voorzitter.
griffier.
Registratiekenmerk: 202238923 TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE ‘VERORDENING LIJKBEZORGINGSRECHTEN 2023’
1.1.
HOOFDSTUK 1: Huren Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden wordt geheven: Voor een periode van 10 jaar: _ voor een kindergraf < 12 jaar _ voor een enkel particulier graf _ voor een dubbel particulier graf _ voor een grafkelder per m²
€ € € €
484,00 968,00 1.936,00 484,00
€ € € €
968,00 1.936,00 3.872,00 968,00
€ € €
968,00 484,00 968,00
_ op of in een particulier graf € _ in een particulier urnengraf of urnenmuur € _ in een particulier urnengraf (extra locatie) € Voor het verlengen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden wordt geheven:
1.936,00 968,00 1.936,00
Voor een periode van 20 jaar:
1.2.
_ voor een kindergraf < 12 jaar _ voor een enkel particulier graf _ voor een dubbel particulier graf _ voor een grafkelder per m² Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen wordt geheven: Voor een periode van 10 jaar: _ op of in een particulier graf _ in een particulier urnengraf of urnenmuur _ in een particulier urnengraf (extra locatie) Voor een periode van 20 jaar:
1.3.1.
Voor een periode van 5 jaar: _ voor een particulier kinder graf _ voor een enkel particulier graf _ voor een dubbel particulier graf _ voor een grafkelder per m²
€ € € €
242,00 484,00 968,00 242,00
€ € € €
484,00 968,00 1.936,00 484,00
€ € €
484,00 242,00 484,00
Voor een periode van 10 jaar:
1.3.2.
_ voor een particulier kinder graf _ voor een enkel particulier graf _ voor een dubbel particulier graf _ voor een grafkelder per m² Voor het verlengen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen wordt geheven: Voor een periode van 5 jaar: _ op of in een particulier graf _ in een Particulier urnengraf of urnenmuur _ op de extra locatie ten behoeve van het urnengraf
Registratiekenmerk: 202238923 Voor een periode van 10 jaar:
2.1. 2.2. 2.3.
3.1. 3.2. 3.3.
_ op of in een particulier graf _ in een Particulier urnengraf of urnenmuur _ op de extra locatie ten behoeve van het urnengraf
€ € €
968,00 484,00 968,00
HOOFDSTUK 2: Begraven Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven Voor het begraven van een lijk van een kind beneden 12 jaar wordt geheven Voor het begraven op zater-, zon- en feestdagen wordt het recht, bedoeld in 2.1.en 2.2. verhoogd met
€ €
661,00 331,00
HOOFDSTUK 3 Bijzetten van asbussen en urnen Voor het bijzetten van een urn / asbus wordt geheven Voor het ter beschikking stellen van een plaats in een strooiveld inclusief het uitstrooien van de urn wordt geheven Voor het begraven op zater-, zon- en feestdagen wordt het recht, bedoeld in 3.1.en 3.2. verhoogd met
25%
€
239,00
€
119,50 25%
HOOFDSTUK 4 Grafbedekking
4.1. 4.2.
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen of vernieuwen van de volgende voorwerpen, wordt geheven: Voor het stichten van een grafkelder Voor het stichten van alle gedenktekenen en kruisen, per gedenkteken of kruis HOOFDSTUK 5 Lichten, ruimen, terugzetten Voor het lichten van een lijk en het eventueel opnieuw begraven in hetzelfde particulier graf wordt geheven Voor het na lichting weer begraven in een ander particulier graf wordt geheven Voor het lichten van een asbus uit een particulier graf, Particulier urnengraf of een urn vanaf de urnenmuur wordt geheven bij het weer terugplaatsen van de asbus wordt geheven Voor het ruimen van een particulier graf op verzoek van de rechthebbende wordt geheven
€ €
332,00 83,00
€
1.165,00
€
1.473,00
€
142,00
€ €
119,00 1.165,00
€
457,00
HOOFDSTUK 6 Overige heffingen 6.1.
Voor het aanbrengen van een naamplaatje op een sier-urn of het aanbrengen van een gedenksteen op een urnengraf inclusief belettering wordt geheven
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op Behoort bij raadsbesluit van De voorzitter,
De griffier,
Registratiekenmerk: 202238923
Lijkbezorgingsrechten Wijzigingen verordening lijkbezorgingsrechten t.o.v. 2022 •
De lijkbezorgingsrechten zijn met 2,4 % geïndexeerd t.o.v. de tarieven 2022.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Brunssum 2023_.docx
Registratiekenmerk: 202238934
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (Verordening rioolheffing Gemeente Brunssum 2023) Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; Toelichting begrip gemeentelijke riolering : Het begrip gemeentelijke riolering is veel ruimer dan alleen de riolering op zich. Het gaat om alle voorzieningen die worden getroffen om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten. Daaronder vallen onder andere rioleringspijpen en kolken, maar ook bijvoorbeeld voorzieningen tegen grondwateroverlast en individuele behandelingssystemen (iba’s). b. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Toelichting begrip water: Onder het begrip water vallen alle verschillende soorten water. In de zorgplichten van artikel 228a Gemeentewet worden meerdere waterbegrippen gebruikt die gebaseerd zijn op de herkomst van het water.
De definities van de specifieke waterbegrippen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer of Waterwet en behoeven in de verordening rioolheffing geen nadere toelichting. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Registratiekenmerk: 202238934 Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; 2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van het perceel. 2. Als het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt. 3. Als voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6 Belastingtarieven 1. Voor de toepassing van dit artikel dient een perceel in hoofdzaak tot woning als de heffingsmaatstaf voor dat perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 2. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt: a. voor een perceel met een WOZ-waarde van € 0 tot € 30.000, 00 een bedrag van € 23,64; b. c.
voor een perceel met een WOZ-waarde van € 30.000, - tot € 1.000.000,00 een bedrag van € 243,60; voor een perceel met een WOZ-waarde van € 1.000.000,00 of hoger een bedrag van € 243,60 vermeerderd met € 243,60 voor elke € 500.000,00 aan WOZ-waarde of gedeelte daarvan waarmee de WOZ-waarde de € 1.000.000,00 overstijgt.
Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Registratiekenmerk: 202238934 Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor onroerende zaken waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit, of beperkt recht. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. Voor de eigenaar is dit 1 januari van het belastingjaar. 2. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 3. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 Overgangsrecht De ‘Verordening rioolheffing 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing Gemeente Brunssum 2023’.
Registratiekenmerk: 202238934
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
Wijzigingen verordening rioolheffing t.o.v. 2022 • •
Het tarief voor 2023 wordt € 243,60 en stijgt t.o.v. het tarief 2022 €233,75. Tekst in art. 10 lid 1 is vereenvoudigd.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage versie 2) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238883
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87 (versie 2); gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING GEMEENTE BRUNSSUM 2023"(versie 2)
(Verordening afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023) Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Registratiekenmerk: 202238883
Artikel 6 Reductie heffing medisch afval 1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 4 komt in aanmerking voor vermindering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, leden 2, 3 en 4 van de in artikel 5 bedoelde tarieventabel, indien de belastingplichtige als gevolg van chronische ziekte of handicap dan wel chronische ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra afval moet aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst. 2. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt 60 % van de totaal verschuldigde belasting als gevolg van het aantal aangeboden ledigingen, met een maximum van € 60,00 per belastingjaar. 3. De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor vermindering op grond van het eerste lid, dient uiterlijk binnen 6 maanden na dagtekening van de opgelegde belasting, zoals bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een schriftelijke verklaring van de huisarts of medisch specialist te worden overgelegd, waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra afval wordt aangeboden. 4. De berekening van de vermindering als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt plaats na afloop van het betreffende belastingjaar. 5. Er wordt slechts één vermindering per huishouden verleend.
Artikel 7 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 leden 1 t/m 4 en lid 6, letter a van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 6, letters b en c en hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 en lid 6a van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 lid 4 en lid 6 b en c is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. 2. De belasting in hoofdstuk 1. lid 2 en lid 3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 van de tarieventabel verschuldigd, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. 5. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 6. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 7. Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 die bij wege van aanslag wordt geheven, geldt dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven. 8. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Registratiekenmerk: 202238883 Artikel 10 Termijnen van betaling 1. 2.
3.
4.
5.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen één maand na dagtekening van de kennisgeving.
Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 alsmede lid 3, letter b, bij toezending van de kennisgeving, is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd,
Registratiekenmerk: 202238883
voorzitter. griffier.
Registratiekenmerk: 202238883 Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gem. Brunssum 2023’ Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1. 2.
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting per lediging van: a. een mini-container, bestemd voor GFT-afval met een inhoud van 140 liter
€
204,72
€
Gratis
b.
een mini-container, bestemd voor GFT-afval met een inhoud van 240 liter
€
Gratis
c.
een citybin, bestemd voor GFT-afval met een inhoud van 20 liter
€
Gratis
d. een mini-container, bestemd voor rest-afval met een inhoud van 140 liter
€
8,10
e.
€
11,00
€ €
2,00 1,05
€
2,00
een mini-container, bestemd voor rest-afval met een inhoud van 240 liter
3.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op het ondergrondse inzamelsysteem per aanbieding: a. een inwerptrommel van 60 liter b. een inwerptrommel van 30 liter 4. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op zakken per aanbieding van een gekenmerkte vuilniszak 5.
a. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de aanbieding van een zak voor verpakkingsmateriaal: plastic, metaal en drankkartons b. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de aanbieding van de BEST zak
6. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 t/m 5 bedraagt het tarief voor: a. het in gebruik hebben van een extra restafval container of meer dan twee GFT containers per container per jaar of een gedeelte daarvan b. het op aanvraag omwisselen van één of meer containers, per keer c. het op aanvraag leveren van één of meer extra containers per keer
7. In afwijking van het bepaalde in het zesde lid, onderdelen b. en c. kan: a.
een nieuw ingezetene van de gemeente, die als belastingplichtige wordt aangemerkt, gedurende een periode van zes maanden nadat de belastingplicht is ontstaan, kosteloos éénmaal van containervolume wisselen;
b.
de belastingplichtige, die binnen de gemeente verhuist gedurende een periode van zes maanden nadat de verhuizing heeft plaatsgevonden, kosteloos éénmaal van containervolume wisselen.
Gratis Gratis
€
10,00
€ €
25,00 25,00
Registratiekenmerk: 202238883 Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van de volgende (grove) huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p. q.
Papier en karton Glas (verpakkingsglas wit en bont en vlakglas) Klein chemisch afval Frituurvet en -olie Afgewerkte (motor-) olie (maximaal volume 20 liter) Metaal Textiel Kringloopgoederen (mits verkoopbaar), Best-tassen Elektronische apparatuur (ook defecte) Asbesthoudend afval (max. 35m2) Auto- of motorband zonder velg (max. 20 inch, 4 stuks) Tuinafval Snoeiafval/kerstbomen Gips (geen cel- of gasbeton) Verpakkingsafval (plastic, metaal, drankenkartons) Harde kunststoffen Gasflessen en gastanks (explosie veilig aangeleverd)
Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis
2. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van de volgende (grove) huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: a. aa. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p.
Grof huisvuil per m3 De 1e t/m 2e aanbieding van grof huisvuil is gratis * GFT- en/of restafval en ongesorteerd afval (per 50 liter zak) Hout kwaliteit A/B (eerste twee keer gratis) Auto- of motorband met velg, per stuk (maximaal 4 stuks) Autoband > 20” per stuk (maximaal 4 stuks) Vrachtwagenband, per stuk (maximaal 2 stuks) Tractorband, per stuk (maximaal 2 stuks) Schone grond, per m3 Vervuilde grond, per m3 Schoon puin, per m3 Vervuild puin, per m3 Dakleer per m3 (max 0,25 m3) Ongesorteerd bouwafval, per m3 1 persoons matras per stuk 2 persoons matras per stuk Hout kwaliteit C per m3
€ 34,00 € 1,70 € 15,00 € 1,60 € 3,50 € 15,00 € 22,00 € 17,00 € 90,00 € 8,00 € 90,00 € 34,00 € 90,00 € 4,25 € 8,50 € 34,00
*) In 2023 kunnen de burgers van Brunssum 2 maal gratis grofvuil aanbieden op het milieupark in Brunssum.