Agendabundel
Tekst van het document
Motie 8 "Verruiming afwijkingenbeieid” van de raadsfractie PAK Constaterende:
•
dat huiseigenaren met een hoekwoning veelal het grootste deel van hun perceel om het huis hebben liggen;
•
dat in die situatie huiseigenaren te weinig mogelijkheden hebben om iets bij te bouwen in vergelijking met huiseigenaren die hun grond grotendeels achter de woning hebben liggen;
•
dat dit verschil te maken heeft met het feit datje bij hoekwoningen veelal te maken hebt met 2 voorgevelrooilijnen;
•
dat huiseigenaren van zo’n woning bij een verzoek om een deel van het perceel te bebouwen - niet zijnde het achter het huis liggende perceel deel - vaak nul op hun rekest krijgen;
•
dat de gemeenteraad, het college (?) van de gemeente Brunssum in het verleden wel een afwijkingen/vrijstellingenbeleid heeft vastgesteld;
•
dat dit beleid echter in veel gevallen te weinig mogelijkheden biedt;
•
dat de coalitie net als de vorige coalitie van mening is dat de burger centraal moet staan en meer van buitenaf dan van binnenuit geredeneerd moet worden;
verzoekt het college: Dit beleid inzake bijgebouwen bij hoeksituaties te verruimen in die zin; dat een afstand van I m van het bijgebouw tot de erfgrens met de openbare weg mogelijk wordt; dat het bijgebouw dan wel ingepast moet worden in een groene setting, eventueel in combinatie met een groene (erfjafscheiding;
dat het college ook in de uitwerking voorbeelden schetst hoe een en ander kan, zoals dit ook is gebeurd bij erfafscheidingen in dit soort situaties, en dit aan de gemeenteraad voorlegt; dat geen onveilige c.q. onveilige verkeerssituaties ontstaan door het nieuw beleid; dat een stedenbouwkundige toetsing ruimer en flexibeler kan, zodat meer rekening wordt gehouden met de wensen van de burgers;
Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssuin I november 2022
Pagina 16
De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 69 (1-11-2022) Verruiming afwijkingenbeleid
Toezegging 69 (1-11-2022) Verruiming afwijkingenbeleid Wethouder Van Dijk zegt toe: Het beleid inzake bijgebouwen bij hoeksituaties te verruimen in die zin; • dat een afstand van 1 m van het bijgebouw tot de erfgrens met de openbare weg mogelijk wordt; •
dat het bijgebouw dan wel ingepast moet worden in een groene setting, eventueel in combinatie met een groene (erfjafscheiding;
•
dat het college ook in de uitwerking voorbeelden schetst hoe een en ander kan, zoals dit ook is gebeurd bij erfafscheidingen in dit soort situaties, en dit aan de gemeenteraad voorlegt;
•
dat geen onveilige c.q. onveilige verkeerssituaties ontstaan door het nieuw beleid;
•
dat een stedenbouwkundige toetsing ruimer en flexibeler kan, zodat meer rekening wordt gehouden met de wensen van de burgers; Met de toevoeging dat het afwijkingenbeleid in 2023 herijkt wordt,
•
Motie 9 "Voedseibos/piiiktuin” van de raadsfracties PAK en SP
Constaterende dat
•
De dagelijkse boodschappen door de inflatie en oorlog in Oekraïne veel duurder zijn geworden;
•
Met name gezond voedsel (groente en fruit) voor veel mensen met een smalle beurs bijna onbetaalbaar zijn geworden;
•
In het coalitieakkoord onder punt 53 staat: ‘Uitbreiden van het aantal bomen’, en dat fruitbomen hier ook een onderdeel van kunnen uitmaken.
Overwegende dat
•
De gemeente Brunssum het van belang vindt dat al onze inwoners voldoende groenten en fruit kunnen eten in kader van een gezonde levensstijl;
•
Wij in onze gemeente voldoende geschikte locaties hebben om hier een voedselbos/ pluktuin aan te gaan leggen (liefst in elke wijk van Brunssum);
•
Een voedselbos/ pluktuin de natuur dichter bij de burgers brengt, de leef- en luchtkwaliteit verbetert en op educatief vlak een bijdrage levert aan de ontwikkeling van kinderen (bewustwording ‘waar komt fruit vandaan’);
•
Deze voedselbossen/ pluktuinen tevens een sociale rol kunnen spelen in het kader van burgerparticipatie en Buurtnetwerken hier een rol in kunnen spelen.
Roept het college op :
•
Te onderzoeken welke locaties geschikt zijn voor aanleg van een Voedselbos/Pluktuin in gemeente Brunssum;
•
De kosten van aanleg inzichtelijk te maken en het onderhoud te bespreken met de Buurtnetwerken en burgers.
De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 70 (1-11-2022) Voedselbos/pluktuin Toezegging 70 (1-11-2022) Voedselbos/pluktuin Wethouder Janssen zegt toe: • Te onderzoeken welke locaties geschikt zijn voor aanleg van een Voedselbos/Pluktuin in gemeente Brunssum; • De kosten van aanleg inzichtelijk te maken en het onderhoud te bespreken met de Buurtnetwerken en burgers. • Met de toevoeging dat dit meegenomen wordt in het groenstructuurplan in 2023; evenals de motie 10 (211-2021) Geboortebos
Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssum l november 2022
Pagina 1 7
Motie 10 "Zorgbuurtfiiiis Bruit.ssiini ” van de raadsfractie SP Constaterende dat: Het niet voor alle ouderen vanzelfsprekend is dat zij thuis gezond en waardig oud kunnen worden en dat zij kunnen kampen met gevoelens van eenzaamheid en onveiligheid; Dat het sociale netwerk meestal krimpt naar mate men ouder wordt ten gevolge van fysieke beperkingen die activiteiten als sporten, hobby's uitoefenen, reizen en familie of vrienden bezoeken moeilijker maken en dat dit onzekerheid met zich meebrengt; 85-plussers in verpleeg- en verzorgingshuizen zich even vaak gezond voelen als zelfstandig wonende 85plussers, hoewel zij meer aandoeningen hebben en fysiek minder kunnen;' Het Ministerie van VWS een Landelijke Actielijn 'Wonen en Zorg' heeft opgezet voor het realiseren van kleinschalige woonvormen waarbij de uitgangspunten van het Zorgbuurthuis zijn overgenomen; Het Ministerie van VWS (met de Taskforce Wonen en Zorg) wil dat gemeenten een lokale aanpak ontwikkelen; Overwegende dat: • Bij het optrekken met tijd- en buurtgenoten de kans op gelijke herinnering en beleving groter kan zijn en dat dit een positief effect kan hebben in deze levensfase; • Het voor een oudere prettig is wanneer deze samen met zijn/haar partner kan blijven samenwonen; • Het niet wenselijk is om een oudere nog te ontwortelen door deze in een zorginstelling te plaatsen buiten de eigen oude, vertrouwde buurt/wijk
waar hij/zij jaren, zo niet decennia, gewoond heeft; • De komende jaren de vergrijzing verder zal toenemen, waardoor meer mensen zorg nodig hebben, terwij 1 de beroepsbevolking zal afnemen; • Het in de lijn der verwachting is dat het zorgpersoneel dus ook in zal krimpen in de komende jaren door deze vergrijzing en dat om dezelfde reden het aantal mantelzorgers zal afhemen; • Woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, zorgkantoren, huisartsen, enz. samen met gemeenten een hele belangrijke rol spelen in het realiseren van kleinschalige woonvormen; • Het van belang is buurten en dorpen leefbaar te houden voor alle verschillende groepen mensen, dus óók voor ouderen;
Verzoekt het college: Kennis te nemen van het SP initiatief “Het Zorgbuurthuis” daterende uit 2017;^ Kennis te nemen van het al bestaande zorgbuurthuis in Oss en de onderzoeken van gemeente Heerlen om zorgbuurthuizen te vestigen in Meezenbroek, Schaesbergerveld en Palemig;^ Een onderzoek in te stellen naar de haalbaarheid van, mogelijkheid toe en het draagvlak voor zorgbuurthuizen in Brunssum, waarbij Cicero (en zo nodig andere zorgaanbieders) maar óók de doelgroep zelf (ouderen) worden geraadpleegd; Indien de oriëntatie positief is: ’ Het woonzorgconcept nader uit te werken en een businesscase voor de exploitatie en financiën uit te werken; ■ Op zijn laatst in Q3 2023 deze uitwerking te delen met de gemeenteraad; * De mogelijkheid van het realiseren van zorgbuurthuizen t.z.t. op te nemen in de lokale woonvisie; De motie wordt verworpen, met dien verstande dat de fracties LBL, BBB Lijst Palmen, PAK en Lijst Borger worden geacht te hebben tegengestemd.
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/40/helft-85-plussers-voelt-zich-gezond-ook-in-tehuis https://www.sp.nl/sites/default/files/defzorRbuurthuizen 1.0 2.pdf https://www.limburRer.nl/cnt/dmf20220112 95096902
Beslttilenlijsl Gemeenteraad Brunssiim I november 2022 Pagina 18
Motie 11 “Pilot basisbanen ” en motie 12 “MIJN Centrum” van de raadsfractie SP worden aanhouden.
Toezegging 87 (1-11-2022) Nav de aangehouden moties “Pilot basisbanen en MIJN Centrum” Wethouder Van Leusden zegt toe: • na de evaluatie van de wijkgerichte aanpak, gepland voor januari/februari 2023 in gesprek te gaan met Betere Buren en Zuyderland
Motie 13 “Geldautomaten ” van de fracties SP en BBB Lijst Palmen
Constaterende dat: • Het aantal geldautomaten in de loop der jaren aanzienlijk verminderd is; • De steeds ouder wordende populatie zich op straat steeds onveiliger voelt; • • •
• •
De meeste, nog aanwezige geldautomaten, zich buiten op straat bevinden; er nog steeds een hoop mensen, waaronder ook ouderen (in Brunssum) contant betalen; Dat het aantal plekken waar dit mogelijk is steeds beperkter is; (in Brunssum nog maar 1 plek op de Pijler 38) En dat de kosten voor het storten fors gestegen zijn wat onder andere ondernemers hekelt; Constaterende dat er in heel Limburg nog maar een 18-tal betaalautomaten zijn en dat dit ontzettend weinig is;
Overwegende dat: • Veel (oudere) mensen graag geld zouden afhalen op een binnenlocatie; • Gemeentelijke - of aan de gemeente gelieerde gebouwen mogelijk een goede optie zouden kunnen zijn als binnenlocatie;
Verzoekt het college: • Te onderzoeken of het mogelijk zou kunnen zijn binnen het gemeentehuis, dan wel op locaties zoals het Noorderhuis of soortgelijke locaties extra faciliteiten te bieden betreffende het afhalen en van (munt)geld. De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 71 (1-11-2022) Geldautomaten Toezegging 71 (1-11 -2022) Geldautomaten Burgemeester Van der Rijt zegt toe: • Te onderzoeken of het mogelijk zou kunnen zijn binnen het gemeentehuis, dan wel op locaties zoals het Noorderhuis of soortgelijke locaties extra faciliteiten te bieden betreffende het afhalen en van (munt)geld. • Met de toevoeging hierover met de banken in gesprek te gaan. • En hierin mee te nemen toezegging 44 (20-7-2021) Dienstverlening banken.
Motie 14 “Energietoeslag toekennen aan lage middeninkomens ” van de raadsfractie SP
Constaterende dat: • De prijzen die Nederlanders t.o.v. van een jaar terug betalen voor goederen en diensten met 17% zijn gestegen, m.n. door de hogere gas- en elektriciteitsprijzen en kosten van boodschappen, en dit de hoogste inflatie is sinds de Tweede Wereldoorlog;! • Naast de minima ook de middeninkomens het steeds moeilijker vinden hun energierekening en boodschappen te betalen; • Dat de middeninkomens voor alle regelingen als zorgtoeslag, huurtoeslag, energietoeslag en voorzieningspotjes van de gemeente buiten de boot vallen;2 • Dat bepaalde gemeentes zoals bijv. Utrecht en Heerlen plannen hebben om de energietoeslag toe te kennen aan de (lage) middeninkomens;3 Overwegende dat: • Een verarming van de middenklasse onwenselijk is; Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssum I november 2022 Pagina 19
Verzoekt het college: • Met de grootst mogelijke spoed een voorstel uit te werken om naar Utrechts voorstel de energietoeslag van €1300 te verstrekken aan inkomens tot 150% van het sociaal minimum. De motie wordt verworpen, met dien verstande dat de fracties Lijst Borger, VVD, BBB Lijst Palmen. PAK, PvdA en LBL worden geacht te hebben tegengestemd.
Motie 15 “Aanvalsplan gemeentelijk vastgoed" van de raads fracties PvdA en VVD
Overwegende dat: • Het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed (waaronder schoolgebouwen) helpt bij een klimaatneutrale wereld en dat deze maatregel heel concreet binnen de invloedssfeer van de gemeente valt; • Het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed (waaronder schoolgebouwen) niet ten koste moet gaan van andere verduurzamingsambities, maar dat hiervoor extra geld gevonden moet worden, zoals de gemeente bijvoorbeeld ook ten tijde van de coronacrisis extra geld vrijmaakte; • Het woord verduurzamen mooi klinkt maar klimaat en energie-uitgaven er pas echt bij gebaat zijn als het gemeentelijk vastgoed zo snel mogelijk minstens energieneutraal is.
Draagt het college op om: • Met de hoogste urgentie een aanvalsplan op te stellen om in te zetten op energieneutraal en dus ook fossielvrij gemeentelijk vastgoed (waaronder schoolgebouwen); • Het programma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving mee te nemen in dit aanvalsplan (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma -versne 11 ingverduurzaming-gebouwde-omgeving); • Extra financiering te vinden binnen en buiten de gemeentelijke begroting zonder dat andere duurzaamheidsprojecten aan kwaliteit inboeten; • Stichting Schooldakrevolutie onder de aandacht te brengen bij de scholen in de gemeente Brunssum óf een eigen of gelijkwaardig initiatief dat hetzelfde doel kan bereiken; • Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023 het aanvalsplan aan de Raad te doen toekomen.
De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 72 (1-11-2022) Aanvalsplan gemeentelijk vastgoed Toezegging 72 (1-11-2022) Aanvalsplan gemeentelijk vastgoed Wethouder Van Dijk zegt toe: • Met de hoogste urgentie een aanvalsplan op te stellen om in te zetten op energieneutraal en dus ook fossielvrij gemeentelijk vastgoed (waaronder schoolgebouwen); • Het programma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving mee te nemen in dit aanvalsplan (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma-versnellingverduurzaming-gebouwde-omgeving); • Extra financiering te vinden binnen en buiten de gemeentelijke begroting zonder dat andere duurzaamheidsprojecten aan kwaliteit inboeten; • Stichting Schooldakrevolutie onder de aandacht te brengen bij de scholen in de gemeente Brunssum óf een eigen of gelijkwaardig initiatief dat hetzelfde doel kan bereiken; • Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023 het aanvalsplan aan de Raad te doen toekomen.
Motie 16 “Ruimhartiger minimabeleid” van de raadsfracties PvdA, PAK, Lijst Borger en SP Constaterende dat: • Het hebben van schulden en een te laag inkomen de belangrijkste veroorzakers zijn van armoede; • De gemeente een ruim aanbod heeft van minimaregelingen; • De gemeente streeft naar een zo groot mogelijke toegankelijkheid, bekendheid en bereik van voorzieningen tegen armoede;
Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssum l november 2022
Pagina 20
•
Onze buurgemeente Heerlen de grenzen om in aanmerking te komen voor deze voorzieningen verhoogd heeft naar 130% van het sociaal minimum.
Overwegende dat: • Steeds meer mensen in de problemen komen door de zogenaamde armoedeval; • Niet alleen mensen in de bijstand (die binnen de grens van 120% van het sociaal minimum vallen) moeite hebben om rond te komen en mee te kunnen doen aan sociale activiteiten. Er is ook een grote groep werkende mensen, die rond het minimuminkomen zit (net boven de grens van 120% van het sociaal minimum); • Dat verhoging van de draagkrachtnorm de gemeente betere mogelijkheden geeft om de toegenomen armoede te bestrijden en het minimabeleid op maat uit te voeren; • Met een ruimhartiger minimabeleid meer mensen recht hebben op regelingen, die de sociale activiteit bevorderen. Roept het college op om: • Te onderzoeken welke implicaties (zowel inhoudelijk als financieel) het verhogen van de grens om in aanmerking te komen voor minimaregelingen van 120% naar 130% van het sociaal minimuminkomen veroorzaakt; • Deze financiële doorrekening voor een periode van 4 jaar te maken; • Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023 zowel de inhoudelijke als de financiële implicaties aan de Raad te doen toekomen. De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 73 (1-11-2022) Ruimhartiger minimabeleid
Toezegging 73 (1-11-2022) Ruimhartiger minimabeleid Wethouder Van Leusden zegt toe: • Te onderzoeken welke implicaties (zowel inhoudelijk als financieel) het verhogen van de grens om in aanmerking te komen voor minimaregelingen van 120% naar 130% van het sociaal minimuminkomen veroorzaakt; • Deze financiële doorrekening voor een periode van 4 jaar te maken; • Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023 zowel de inhoudelijke als de financiële implicaties aan de Raad te doen toekomen.
Motie 17 “Afiospanze in scliuidliulpverieningstrajecten'’ van de raadsfractie PvdA Overwegende dat: • Op veel plekken in het land de noodzaak voor een aflospauze wordt ingezien en er wordt geëxperimenteerd met verschillende instrumenten; Er in 2020 een motie is aangenomen in de Tweede Kamer om mensen in de schuldhulpverlening een aflospauze te geven van 2 maanden; Die mogelijkheid al wordt gegeven in de regels van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), maar deze relatief onbekend is; Uit het onderzoek van de NVVK in 2020 blijkt dat 65,8 % van de hulpverleners niet op de hoogte is van deze mogelijkheid; Het nu een gunst is en geen recht, alle schuldeisers moeten namelijk akkoord gaan.
Constaterende dat: • We de afgelopen jaren van de ene crisis in de andere crisis rollen; • Wie langdurig in geldstress vaak meer in de waan van de dag leeft, vaker fysieke en mentale gezondheidsklachten heeft en slechter functioneert in het dagelijks leven en op de werkvloer en daarom recht heeft op een adempauze en iets meer financiële ruimte. Roept het college op om: • De mensen in schuldhulpverleningstrajecten een aflospauze van 2x 1 maand per jaar voor te stellen en dit te faciliteren.
Besluitenlijst Gemeenteraad Briinssum 1 november 2022
Pagina 21
De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 74 (1-11-2022) Aflospauze schuldhulpverleningstrajecten
Toezegging 74 (1-11-2022) Aflospauze schuldhulpverleningstrajecten Wethouder Van Leusden zegt toe: • De mensen in schuldhulpverleningstrajecten een aflospauze van 2x 1 maand per jaar voor te stellen en dit te faciliteren
Motie 18 “Meer bonten planten ” van de raadsfracties PvdA en SP
Overwegende dat: • In de begroting aandacht wordt gegeven aan actiepunt 53, nl. het uitbreiden van het aantal bomen en percelen om het verpauperd groen tegen te gaan; • Er de komende jaren € 10.000,- wordt uitgetrokken om dit te gaan doen; • Bomen belangrijk zijn bij het behoud en opbouw van biodiversiteit binnen onze leefomgeving; • Brunssum een gedeelde verantwoordelijkheid draagt voor wat betreft het verminderen van hittestress, het verbeteren van de luchtkwaliteit en het binden van CO2.
Constaterende dat: • De Provincie Limburg in 2020 de ambitie heeft uitgesproken om I miljoen bomen te planten binnen een periode van 8 jaar; • De bijbehorende subsidieregeling inmiddels verlopen is; • Er inmiddels nieuwe initiatieven bestaan, zoals Plan Boom. En initiatief van de gezamenlijke Natuur- en Milieufederaties; • Via Plan Boom 10 miljoen bomen in tuinen, bermen, plantsoenen, parken, bedrijventerreinen en in het buitengebied in heel Nederland geplant kunnen worden. Voor en door burgers. Verzoekt het college op om: • Deel te nemen aan Plan Boom en te bekijken hoe de openbare ruimte hiermee geholpen kan worden; • Deze actie onder de inwoners van Brunssum te promoten en ze te wijzen op de mogelijkheden om als particulier, buurtvereniging en bedrijf deel te nemen.
De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 75 (1-11-2022) Meer bomen planten Toezegging 75 (1-11-2022) Meer bomen planten Wethouder Janssen zegt toe: • Deel te nemen aan Plan Boom en te bekijken hoe de openbare ruimte hiermee geholpen kan worden; • Deze actie onder de inwoners van Brunssum te promoten en ze te wijzen op de mogelijkheden om als particulier, buurtvereniging en bedrijf deel te nemen. • Met de toevoeging dat dit meegenomen wordt in het groenstructuurplan in 2023
Motie 19 “Maatschappelijk verantwoorde inkoop” van de raadsfractie PvdA
Overwegende dat: • De gemeente via MVl ( Maatschappelijk Verantwoord Inkopen) het goede voorbeeld kan geven door bij haar inkopen niet primair te focussen op een zo voordelig mogelijke prijs, maar op het effect op het verbeteren van welzijn van mens, dier en milieu; • Ook verbonden partijen met hun inkoop en aanbesteding kunnen bijdragen aan welzijn, innovatie, klimaat en circulaire economie en daarmee de Global Goals; • De gemeente de hele inkoopkracht van de gemeente kan benutten voor MVl vanuit regionale samenwerkingsverbanden en verbonden partijen.
Besluitenlijst Gemeenteraad Briinssum l november 2022
Pagina 22
Constaterende dat; • We de komende jaren veel vragen van burgers, ondernemingen en verenigingen; • Dat we dan als gemeente Brunssum het goede voorbeeld geven; • Het evenwichtig groeien van de drie P’s (people, planet en profit) essentieel is voor het halen van de lange termijn duurzaamheidsdoelen; • We momenteel op plek 324 staan in de Nationale Monitor Duurzame gemeenten volgens Telos.nl, die dit ieder jaar meten aan de hand van diverse factoren. ( zie; https://hetpontelos.nl/content/uploads/2022/01/Eindtabel-NM-2021.pdf) Draagt het college op om: Een actieplan op te stellen in 2023; Dit uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023 voor te leggen aan de raad; Dit duurzaam in te bedden op elke afdeling en op elk beleidsterrein. De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 76 (1-11-2022) Maatschappelijk verantwoorde inkoop
Toezegging 76 (1-11-2022) Maatschappehjk verantwoorde inkoop Wethouder Van Dijk zegt toe: • Een actieplan op te stellen in 2023; • Dit uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023 voor te leggen aan de raad; • Dit duurzaam in te bedden op elke afdeling en op elk beleidsterrein. • Met de toevoeging dat Fair Trade hierin wordt meegenomen nav raadsbesluit 2019/47
Motie 20 “Europese suhsidise aantrekken ” van de raadsfracties PvdA en VVD
Constaterende dat: • Op Europees, landelijk en provinciaal niveau er via fondsen en subsidies vaak extra middelen te krijgen zijn voor projecten van gemeenten, verenigingen en stichtingen; • Gemeenten niet altijd op de hoogte zijn van mogelijke subsidies en fondsen, die zouden kunnen bijdragen aan diverse initiatieven; • De gemeente Brunssum momenteel geen specifieke capaciteit heeft voor de werving van externe subsidies en de lobby hiervoor bij de juiste instellingen; • Door onbekendheid met subsidies en fondsen er nu kansen onbenut blijven. Overwegende dat; • Een specialistische medewerker, die zich bezighoudt met subsidies, zichzelf mogelijk in veelvoud kan terugverdienen en hier een stukje kosten voor de baten uitgaan, hetgeen zich bewezen heeft bij andere gemeenten; • er no cure/ no pay organisaties zijn, die zijn hiermee bezig houden. Draagt het college op om: • Ambtelijke capaciteit vrij te maken voor het versterken van de informatievoorziening op het gebied van subsidies, richting verenigingen, stichtingen in onze gemeente, alsmede deze kennis te borgen en te delen in de ambtelijke organisatie; • De inzet van deze capaciteit over twee jaar te evalueren, in ieder geval op basis van een kosten-Zbatenanalyse; • Zo spoedig mogelijk met een voorstel naar de Raad te komen waarin bovenstaande drietal punten zijn verwerkt.
De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 77 (1-11-2022) Europese subsidies aantrekken Toezegging 77 (1-11-2022) Europese subsidies aantrekken Wethouder Van Dijk zegt toe:
Besluitenlijst Ciemeenteraad Brunssuni 1 november 2022
Pagina 23
•
• • •
Ambtelijke capaciteit vrij te maken voor het versterken van de informatievoorziening op het gebied van subsidies, richting verenigingen, stichtingen in onze gemeente, alsmede deze kennis te borgen en te delen in de ambtelijke organisatie; De inzet van deze capaciteit over twee jaar te evalueren, in ieder geval op basis van een kosten-Zbatenanalyse; Zo spoedig mogelijk met een voorstel naar de Raad te komen waarin bovenstaande drietal punten zijn verwerkt. Met de toevoeging de mogelijkheden na te vragen bij Inkoopcentrum Zuid
Motie 21 "Tegen komst kerncentrale" van de raadsfractie Lijst Brnnssiini Lokaal Geconstateerd wordt dat, • De provincie als nieuw eigenaar van het zogenaamde Mourik terrein geen windmolens en zonneweides toestaat aldaar, maar wel een motie heeft aangenomen voor kernenergie. overwegende, • dat kernenergie geen duurzame oplossing is voor de energieproblematiek en een duurzame wereld, gezien de afval en gevaren van een centrale naast de zeer hoge kosten (roept)verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders (op), • Zich te keren en te verzetten met alle legale middelen tegen de komst van een kerncentrale te Brunssum
De motie wordt unaniem zonder hoofdelijke stemming aangenomen.
Motie 22 "Oprichten energiefonds analoog aan het noodfonds ” van de raadsfractie Lijst Brunssiini Lokaal Geconstateerd wordt dat, • Burgers, verenigingen, mkb, zorginstellingen etc grote moeite hebben om financieel te lasten te dragen door de stijgende energiekosten, ondanks compensatie van het rijk omdat men niet altijd voldoet aan de formele regels of tussen wal en schip raakt door omstandigheden van maatschappelijke aard overwegende, • dat er gelden bestemd voor de corona crisis niet besteed zijn en de nood hoog is (roept)verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders (op), • Zo spoedig mogelijk een energiefonds op te richten voor inwoners, ondernemers en instellingen in Brunssum om financieel maatwerk mogelijk te maken bij energienood en de negatieve gevolgen daarvan te minderen. De overgebleven en niet bestaande coronageld kunnen daartoe gebruikt worden en meevallers uit de septembercirculaire etc.
De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 78 (1-11-2022) Oprichten energiefonds analoog aan het noodfonds
Toezegging 78 (1-11-2022) Oprichten energiefonds analoog aan het noodfonds Wethouder Van Leusden zegt toe: • Zo spoedig mogelijk een energiefonds op te richten voor inwoners, ondernemers en instellingen in Brunssum om financieel maatwerk mogelijk te maken bij energienood en de negatieve gevolgen daarvan te minderen. De overgebleven en niet bestaande coronageld kunnen daartoe gebruikt worden en meevallers uit de septembercirculaire etc. • Met de toevoeging dat dit meegenomen wordt in de uitwerking van amendement 4: Instellen reserve crisismaatregelen
Besluitenlijst Cemeenleraad Brunssum l november 2022 Pagina 2^
Motie 23 "Verwezenlijken van een goede accommodatie voor de jeugd, oftewel een jongerencentrum” van de raadsfractie Lijst Brunssum Lokaal
Geconstateerd wordt dat, • De coronaperiode de jongeren ongemeen hard heeft geraakt en een deel van de jeugd niet bij verenigingen en dergelijke is aangesloten en haar heil zoekt op straat hetgeen weer tot overlast leidt omdat men nergens begeleid terecht kan vanwege het ontbreken in Brunssum van een centraal jongerencentrum. • Er liggen in deze concrete wensen vanuit uit een moedergroep, de leerling raad van de OpStap school en wensen vanuit jongerenwerkers. overwegende, • Dat een jongerencentrum een goede pedagogische aanvulling is op het bestaande welzijnsaanbod in Brunssum (roept)verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders (op), • Voor de zomer in deze met een concreet plan te komen ter realisering van een jongerencentrum waarbij panden in het centrum of de Rumpenerstraat dienst kunnen doen.
De motie wordt overgenomen door het college en omgezet in toezegging 79 (1-1 l-2022j Oprichten van een jeugdcentrum Toezegging 79 (1-11-2022) Oprichten van een jeugdcentrum Wethouder Van Dijk zegt toe: • Voor de zomer in deze met een concreet plan te komen ter realisering van een jongerencentrum waarbij panden in het centrum of de Rumpenerstraat dienst kunnen doen
7.
Inlichtingen artikel 43 brieven
Er zijn geen vragen gesteld over artikel 43 brieven
8.
Bekrachtigen/opleggen geheimhouding
Er zijn geen stukken overgelegd waarop bekrachtigen of opleggen geheimliouding van toepassing is.
9.
Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering op 1 november 2022 om 18:25 uur.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 29 november 2022
De voorzitter,
De griffier,
Besluitenlijst üemeenleraad Brunssum t november 2022
Pagina 25
6.1 3e Begrotingswijziging 2022 MPG Grondbedrijf; Gemeenteblad 2022/102 1 Raadsvoorstel 102 3e Begrotingswijziging 2022 MPG Grondbedrijf.docx
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. : 11 oktober 2022 Registratiekenmerk : 202242244 Gemeentebladnr. : 2022/102 Afdeling opsteller : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Naam opsteller : Bulend Arslan Bereikbaar onder : , bulend.arslan@brunssum.nl Portefeuillehouder : Jaimy Dijk, van Raadsvergadering d.d. : 29 november 2022 Uiterlijke datum : Uiterste datum december 2022 Motivatie datum: in verband met een rechtmatige verwerking van het reeds genomen besluit door de gemeenteraad. Aan de raad, 1. Onderwerp 3e Begrotingswijziging 2022 MPG Grondbedrijf 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding In de raadsvergadering van 12 juli 2022, BBV202207523 / gemeenteblad 2022/62, is in een besloten vergadering als akkoordstuk het MPG 2022 vastgesteld inclusief bijbehorende 3e begrotingswijziging 2022. De besluitvorming van de begrotingswijziging dient alsnog in een openbare vergadering vastgesteld te worden. b. Huidige situatie/probleemstelling Ingevolge artikel 24 van de gemeentewet is het niet toegestaan in een besloten vergadering een voorstel tot wijziging van de begroting te accorderen. 3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Uitvoering geven aan het besluit van de gemeenteraad om de begroting naar aanleiding van vaststelling van het MPG 2022 te wijzigen. b.
Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Het MPG 2022 is reeds vastgesteld, BBV nr.: 202207523 2. traject tot dusverre Besluitvorming inzake het MPG 2022 N.v.t.
3.
rol/ bevoegdheden college van B en W
4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Gemeentewet, Besluit Begroting en Verantwoording Ja
5.
past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda?
6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen Financiële gevolgen zijn reeds verwerkt in de jaarrekening 2021. c. Argumenten en overwegingen Dit betreft een technisch besluit naar aanleiding van het vastgestelde MPG 2022.
d. N.v.t.
Opties en keuze
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2022/102 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : 202242244
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/102; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 oktober 2022, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed; Besluit: 1. Op grond van artikel 25 lid 4 van de Gemeentewet op te heffen de geheimhouding op de begrotingswijziging, opgelegd in de raadsvergadering van 12 juli 2022 op grond van artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet; 2. Te bevestigen het besluit genomen in de raadsvergadering van 12 juli 2022 tot vaststelling van de begrotingswijziging bij gemeentebladnummer 2022/62. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 november 2022.
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
1 Raadsvoorstel 102 (bijlage) 3e begrotingswijziging 2022 MPG Grondbedrijf.pdf
Betreft de 3e begrotingswijziging 2022 Meerjaren Prognose Grondbedrijf U I T G A V EN
progr
taak veld
omschrijving
INKOMSTEN
bijgestelde begroting 2022
bijstelling nieuwe 3e begr. raming 2022 wijz. 2022
progr
taak veld
omschrijving
GEWONE DIENST 1 t/m 9 +12
10 XT-32
0
107.672.238
386.203 492.757 878.960
27.315 0 27.315
413.518 492.757 906.275
11 XT-82
Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Grondbedrijf (niet bedrijventerreinen) Ongewijzigde taakvelden Subtotaal
12.907.696 2.229.038 15.136.734
-1.356.404 0 -1.356.404
11.551.292 2.229.038 13.780.330
Totaal
123.687.932
-1.329.089
122.358.843
Economie en toerisme Fysieke bedrijfsinfrastructuur Ongewijzigde taakvelden Subtotaal
bijstelling 3e begr. wijz. 2022
nieuwe raming 2022
GEWONE DIENST 107.672.238
Sub-totaal niet gewijzigde programma's
bijgestelde begroting 2022
1 t/m 9 +12
110.082.794
0
110.082.794
336.203 215.804 552.007
27.315 0 27.315
363.518 215.804 579.322
Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Grondbedrijf (niet bedrijventerreinen) Ongewijzigde taakvelden Subtotaal
12.604.703 448.428 13.053.131
-1.356.404 0 -1.356.404
11.248.299 448.428 11.696.727
Totaal
123.687.932
-1.329.089
122.358.843
Sub-totaal niet gewijzigde programma's
10 XT-32
11 XT-82
Economie en toerisme Fysieke bedrijfsinfrastructuur Ongewijzigde taakvelden Subtotaal
3
1 Raadsbesluit 102 3e Begrotingswijziging 2022 MPG Grondbedrijf.pdf
gemeente
Brvnssvm
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. : 11 oktober 2022 Registratiekenmerk :202242244 Gemeentebiadnr. :2022/102 Afdeling opsteller : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Naam opsteller : Buiend Arslan Bereikbaar onder :, bulend.arslan@brunssum.nl Portefeuillehouder : Jaimy Dijk, van Raadsvergadering d.d. : 29 november 2022 Uiterlijke datum : Uiterste datum december 2022 Motivatie datum: in verband met een rechtmatige verwerking van het reeds genomen besluit door de gemeenteraad.
Aan de raad, 1. Onderwerp 3e Begrotingswijziging 2022 MPG Grondbedrijf
2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding In de raadsvergadering van 12 juli 2022, BBV202207523 / gemeenteblad 2022/62, is in een besloten vergadering als akkoordstuk het MPG 2022 vastgesteld inclusief bijbehorende 3e begrotingswijziging 2022. De besluitvorming van de begrotingswijziging dient alsnog in een openbare vergadering vastgesteld te worden. b. Huidige situatie/probleemstelling Ingevolge artikel 24 van de gemeentewet is het niet toegestaan in een besloten vergadering een voorstel tot wijziging van de begroting te accorderen.
3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Uitvoering geven aan het besluit van de gemeenteraad om de begroting naar aanleiding van vaststelling van het MPG 2022 te wijzigen.
Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr.) Het MPG 2022 is reeds vastgesteld, BBV nr.: 202207523 b.
2. traject tot dusverre Besluitvorming inzake het MPG 2022 3.
rol/ bevoegdheden college van B en W
N.v.t. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Gemeentewet, Besluit Begroting en Verantwoording
5.
past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda?
Ja 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen Financiële gevolgen zijn reeds verwerkt in de jaarrekening 2021. c. Argumenten en overwegingen Dit betreft een technisch besluit naar aanleiding van het vastgestelde MPG 2022.
gemeente
d. N.v.t.
Brvnssom
Opties en keuze
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Betreft de 3c begrotingswijziging 2022 Meerjaren Prognose Grondbedrijf
I NKOMSTEN
L' I T G A V EN
progr
omschrijving
taak veld
bijgcstelde begroting
bijstelling 3c begr.
nieuwe iraming 2022
omschrijving
taak veld
Ai.
bijgcstelde begroting
bijstelling 3e begr.
nieuwe raming 2022
707?
GEWONE DIENST 107.672.238
0
107.672.238
386.203 492.757 878.960
27.315 0 27.315
413.518 492.757 906.275
Volkshuisvesting en niimtelijke ordening Grondbedrij 1’ (niet bedrijventerreinen) Ongewijzigde taakvelden Subtotaal
12.907.696 2.229.038 15.136.734
-1.356.404: 0 -1.356.404
11.551.292 2.229.038 13.780.330
Totaal
123.687.932i
-1.329.089
122.358.843
Sub-totaal niet gewijzigde programma's
I t/m 9 +12
10 XT-32
11 XT-82
GEWONE DIENST
Economie en toerisme Fysieke bedrijfsinfrastriictuiir Ongewijzigde taakvelden Subtotaal
110.082.794
0
110.082.794
336.203 215.804 552.007
27.315 0 27.315
363.518 215.804 579.322
Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Grondbedrijf (niet bedrijventerreinen) Ongewijzigde taakvelden Subtotaal
12.604.703 448.428 13.053.131
-1.356.404 0 -1.356.404
11.248.299 448.428 11.696.727
Totaal
123.687.932
-1.329.089
122.358.843
Sub-totaal niet gewijzigde programma's
I t/m 9 +12
10
XT-32
11
XT-82
Economie en toerisme Fysieke bedrijfsinfrastructuur Ongewijzigde taakvelden Subtotaal
gemeente
Brvnssom
Raadsbesluit
Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
:2022/102 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed :202242244
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/102; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 oktober 2022, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed;
Besluit:
1. 2.
Op grond van artikel 25 lid 4 van de Gemeentewet op te heffen de geheimhouding op de begrotingswijziging, opgelegd in de raadsvergadering van 12 juli 2022 op grond van artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet; Te bevestigen het besluit genomen in de raadsvergadering van 12 juli 2022 tot vaststelling van de begrotingswijziging bij gemeentebladnummer 2022/62.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 november 2022.
De Raad vernoemd.
Griffier
pil/
6.2 Belastingverordeningen 2023 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2022/87 (versie 2) 1 Raadsvoorstel 87 (versie 2) Belastingverordeningen 2023 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Brunssum.docx
Raadsvoorstel (versie 2) Collegeverg. d.d. : 18 oktober 2022 Registratiekenmerk : 202236834 Gemeentebladnr. : 2022/87 Afdeling opsteller : Financiën en control Naam opsteller : Jacqueline Joosten Bereikbaar onder : +31455278488 , jacqueline.joosten@brunssum.nl Portefeuillehouder : Jaimy Dijk, van Raadsvergadering d.d. : 29 nov. 2022 Uiterlijke datum : Uiterste datum: 29 november 2022 Motivatie datum: de belastingverordeningen dienen voor inwerkingtreding op 1 jan. 2023 te worden gepubliceerd. Aan de raad, 1. Onderwerp Belastingverordeningen 2023 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Brunssum. 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Een gemeente kan verschillende gemeentelijke belastingen heffen. In art. 219 van de Gemeentewet is limitatief aangegeven welke belastingen dit kunnen zijn. Voordat een belasting kan worden geheven moet de verordening worden vastgesteld door de raad (art. 216 Gemeentewet). De belastingverordeningen 2023 en de regeling kwijtschelding 2023 worden door middel van dit bbv voorgelegd ter besluitvorming. b. Huidige situatie/probleemstelling In de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2023 worden de ontwikkelingen van de diverse belastingtarieven toegelicht. De tarieven wijzigen in 2023 als volgt: 1. Voor 2023 worden de volgende tarieven met 2,4 % verhoogd: reclamebelasting, hondenbelasting (m.u.v.
het tarief voor de 1e hond), lijkbezorgingsrechten en marktgelden. De raad heeft een amendement (nr.14) aangenomen om in 2023 geen precariobelasting te heffen. Tevens heeft de raad amendement nr. 6 aangenomen waarbij het tarief voor de 1e hond wordt verlaagd met € 25 tot € 54,56 (was € 79,56). Bij het bepalen van deze tarieven is er voor zover dit van toepassing is, rekening mee gehouden dat het bedrag deelbaar is door 12. 2. De bedragen voor kwijtschelding blijven gelijk aan de bedragen van 2022. Op 16 sept. 2022 is een nieuwe 'Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden' door het ministerie van BZK vastgesteld (staatscourant nr. 23803). Deze regeling biedt aan de raad de mogelijkheid om het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen met maximaal € 2.000 te verhogen. Deze mogelijkheid is niet in de regeling kwijtschelding 2023 verwerkt omdat op dit moment niet duidelijk is wat de financiële consequenties zijn en hiermee in de begroting 2023 geen rekening is gehouden. Tevens wachten wij het advies van de BsGW over deze wetswijziging af. 3. Afvalstoffenheffing: De belasting per perceel wordt in 2023 € 204,72 (was in 2022 € 189,91). 4. Rioolheffing: Het tarief wordt in 2023 € 243,60 (was in 2022 € 233,75). 5 OZB: De onroerende-zaakbelastingen worden voor 2023 geïndexeerd met 2,4% .
Aan de hand van de WOZ waardes die de BsGW aan gaat leveren worden de percentielen berekend. BsGW heeft op 29 sept. 2022 en op 5 okt. 2022 aangegeven dat er problemen zijn met het berekenen van de WOZ-waardes voor 2023. Dit heeft te maken met de software die hiervoor gebruikt wordt. De problemen zijn buiten de invloedsfeer van de BSGW en de leverancier werkt aan een oplossing. In de brief van 5 okt. 2022 (zie bijlage) wordt verwacht dat de aanlevering van de WOZ waardes
rond 21 okt. zal plaatsvinden. Op 15 nov. 2022 is een gewijzigd overzicht ontvangen met de WOZ waardes, aan de hand van dit overzicht zijn de percentages van art. 5 aangepast in versie 2 van de verordening OZB 2023. 6. Tekstuele wijzigingen zijn in rood aangegeven in de tekst van de verordening. In de onderstaande tabel lokale lastendruk is uitgegaan van een berekening met eigen woning en zonder eigen woning.
Lokale lastendruk per jaar Meerpersoonshuishoudens Met eigen woning (OZB, Riool en Afval) Zonder eigen woning (Afval)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
€ 699,69
€ 728,34
€ 766,58
€ 803,41
€ 803,41
€ 837,13
€ 207,80
€ 221,56
€ 235,07
€ 265,16
€ 265,16
€ 281,72
Er is rekening gehouden met 7 ledigingen restafval van 240 l en een woning met gemiddelde WOZ waarde. Als bijlage is een tabel toegevoegd (zie registratienummer 202239991) die de ontwikkeling weergeeft van de tarieven van het rioolrecht, de afvalstoffenheffing en de OZB van 2018 t/m 2023. Bij de berekening van de totale afvalstoffenheffing is rekening gehouden met 7 ledigingen restafval van 240l en de OZB is berekend op basis van een gemiddelde woningwaarde. 3.
Gewenste situatie (WAT?
a. Wat willen we bereiken? Genereren van inkomsten via belastingheffing en verlenen van kwijtschelding aan daarvoor in aanmerking komende belastingplichtigen. b.
Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Er heeft geen eerdere besluitvorming plaatsgevonden. 2. traject tot dusverre: Er is geen voortraject. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W. Het college wordt gevraagd in te stemmen met het voorstel, de raad stelt de verordeningen vast. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal): De Gemeentewet en de Invorderingswet 1990 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Genereren van inkomsten via belastingheffing en verlenen van kwijtschelding aan daarvoor in aanmerking komende belastingplichtigen. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen De belastingopbrengsten zijn geraamd in de begroting 2023 bij de volgende programma's: programma: 9 Milieu en taakveld: riolering XT-72, afval XT-73, begraafplaats XT-75 programma: 10 Economie en toerisme en taakveld: bedrijfsloket en -regelingen XT-33, economische promotie XT34 programma: 12 Algemene dekkingsmiddelen en taakveld: OZB woningen XT-061, OZB niet-woningen XT-062, belastingen overig XT-064. c. Argumenten en overwegingen Belastingheffing dient ter dekking van de gemeentelijke uitgaven. Om de belastingen te kunnen heffen dienen de verordeningen vóór 1 jan. 2023 door de raad te worden vastgesteld. d. Opties en keuze De raad kan besluiten welke belastingen en heffingen opgelegd worden. De raad stelt de hoogte van de tarieven vast.
4. Bijlagen Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023 (202238925) v2 Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2023 (202238898) v2 Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2023 (202238929) v2
Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023 (202238933) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2023 (202238924) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023 (202238923) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Brunssum 2023 (202238934) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023 (202238883) v2 Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Brunssum 2023 (202238938) Brief van BsGW 5 okt. 2022 Update software problemen Ortec Finance BV(202243654)
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit (versie 2) Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2022/87 : Financiën en control : 202236834
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 okt. 2022, afdeling Financiën en control ; Besluit: de volgende verordeningen vast te stellen: Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023 (202238925) v2 Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2023 (202238898) v2 Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2023 (202238929) v2 Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023 (202238933) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2023 (202238924) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023 (202238923) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Brunssum 2023 (202238934) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023 (202238883) v2 Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Brunssum 2023 (202238938)
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage versie 2) Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238925
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87 (versie 2); gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN ONROERENDEZAAKBELASTINGEN GEMEENTE BRUNSSUM 2023 " (versie 2)
(Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023). Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.
Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde, die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. 2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Registratiekenmerk: 202238925 Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k.
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Registratiekenmerk: 202238925
Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2727 %; b. de eigenarenbelasting: 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1414 %. 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3248 %. 2. Belastingbedragen van minder dan €5,00 worden niet geheven. 3. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8 Overgangsrecht De ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 9 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 10 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
Registratiekenmerk: 202238925
De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
Wijzigingen Verordening onroerende-zaakbelastingen t.o.v. 2022 • De tarieven zijn conform de begroting 2023 verhoogd. • In versie 2 van de verordening OZB zijn de percentages in art. 5 aangepast als gevolg van aanpassing van de WOZ waarden.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage versie 2 incl. amendement 6) Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2023_.docx
Registratiekenmerk: 202238898
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87 (versie 2 incl. Amendement 6); gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 oktober 2022 , afdeling Financiën en control;
gelet op het bepaalde in artikel 226 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN HONDENBELASTING GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (versie 2) (Verordening hondenbelasting gemeente Brunssum 2023) Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1.
2.
In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. b. c. d. e.
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren ; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.
Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
Registratiekenmerk: 202238898
Artikel 5 Belastingtarieven 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 54,56 b. voor een tweede hond € 159,24 c. voor iedere hond boven het aantal van twee € 318,60 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 1.076,16. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. 4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 5. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.