CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte en Techniek 21 november 2023, gemeente Brunssum36.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.2 Gronduitgifte en voorwaarden (selectie afnemers) Bij verkoop van grond zijn de algemene verkoopvoorwaarden2 van de gemeente Brunssum van toepassing. Verder heeft de gemeente naast de (Europese) regels voor staatssteun ook rekening te houden met de jurisprudentieregels (denk hierbij aan het Didam-arrest). Het zogenaamde Didam-arrest heeft namelijk impact op gronduitgifte door de gemeente. Hoofdregel van het Didam-arrest is dat er een selectieprocedure met passende openbaarheid moet worden georganiseerd als er naar verwachting meerdere (potentiële) koopgegadigden zijn. De gemeente is namelijk gehouden om bij verkoop het gelijkheidsbeginsel toe te passen, ofwel gelijke kansen voor meerdere koopgegadigden te bieden. Enkel in uitzonderingsgevallen is het mogelijk om één-op-één te contracteren. Dit is het geval als er maar één gegadigde is en dient met objectieve redelijke en toetsbare criteria onderbouwd te worden. Andere belangrijke uitzonderingen op de openbare verkoopprocedure kunnen zijn (o.a.): snippergroenuitgifte, bouwclaims en uitgifte aan toegelaten instellingen. De gemeente hanteert een openbare verkoopprocedure die met het vorenstaande rekening houdt. Naast reguliere gronduitgifte kan de gemeente ook een biedingsprocedure of tender organiseren (concurrerende bieding met beoordeling van kwaliteit en prijs) uitschrijven.

De grondprijs die op deze wijze tot stand komt geldt als marktconform volgens de Europese staatsteunregels, mits voldaan wordt aan de eis dat de tender via concurrerende, transparante, niet-discriminerende en een onvoorwaardelijke inschrijvingsprocedure is geschied e.e.a. zoals verwoord in paragraaf 4.2 van de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip „staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2

In geval van latere afname van de (bouw)kavel zal de gemeente een indexering toepassen over de periode van de beoogde en de feitelijk levering van de (bouw)grond, middels een objectieve en toetsbare index.

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 17 van 27

5.3 Grondprijsbeleid en grondprijsbrief Marktconformiteit De gemeente Brunssum gaat uit van marktconforme grondprijzen. De marktconforme prijs is de prijs die bij aanbieding van de zaak bij verkoop, met voorbereiding en kennis van zaken, door de meestbiedende gegadigde zou zijn besteed. In lijn met de mededeling staatsteun van de Europese Commissie, zijn overheden verplicht om marktconforme prijzen te hanteren. Dit betekent dat de prijs van een transactie door overheden dezelfde zou moeten zijn, indien deze door marktpartijen zou zijn gedaan. De marktconformiteit tonen we aan met een taxatie van een onafhankelijke taxateur of een openbare biedprocedure. Het kan voorkomen dat de openbare biedprocedure een prijs oplevert die lager is dan de prijs die de gemeente op basis van de taxatie in gedachte had. Als dit tot stand komt als bij de gunning bijvoorbeeld kwaliteit versus bieding/grondprijs een procentuele verdeling is vastgelegd, wordt de uiteindelijke geboden grondprijs als marktconform betiteld. Het recht om een eventueel lager bod niet te accepteren wordt door de gemeente steeds bedongen bij de start van de tenderprocedure. Grondprijsmethodiek Voor het bepalen van de hoogte van de (marktconforme) grondprijs is een aantal methoden toepasbaar: ▪ Comparatieve methode Bij deze waarderingsmethode wordt de waarde van de grond afgeleid uit vergelijkbare gerealiseerde transacties.

De waarde van de waarderingslocatie wordt gecorrigeerd voor eventuele verschillen die zich voordoen met de referentielocatie/-transactie. ▪ Residuele waardemethode Hierbij wordt de waarde van de grond afgeleid van de opbrengsten en kosten van de opstal/bestemming die daarop wordt gerealiseerd. De residuele grondwaarde is het verschil tussen de commerciële verkoop- of beleggingswaarde van het op de grond te realiseren vastgoed, en de bouw- en bijkomende kosten. ▪ Vaste m² prijs of vaste kavelprijs Hierbij wordt zeer eenvoudig een vast bedrag per m² bouwgrond of kavel gerekend. Indien gewenst kan een verschillende m²-prijs gehanteerd worden bij verschillende prijscategorieën, locaties of kavelgrootten. Opgemerkt wordt, dat het vaststellen van een marktwaarde in de praktijk geen sinecure is. De verschillende waarderingsmethoden hebben hun voor- en nadelen. Verder zijn de schommelingen op de huizen- en vastgoedmarkt van invloed op de hoogte van de grondprijzen. We maken veelal gebruik van externe taxaties om de marktconformiteit continue te waarborgen. Grondprijsbeleid en grondprijsbrief De raad legt in deze nota grondbeleid de uitgangspunten vast voor het bepalen van de grondprijs. Het college stelt jaarlijks binnen deze kaders een grondprijzenbrief op, waarbij de uiteindelijke hoogte van de bouwgrondprijzen voor de verschillende functies wordt vastgelegd.

Inhoudelijk wordt daarin ook gemotiveerd hoe de kaders van deze nota precies ingevuld worden. Uitgifte van bouwkavels geschiedt tegen markconforme grondprijzen gebaseerd op de functie, bebouwingsmogelijkheden en ligging van de uit te geven bouwgronden. De grondprijzenbrief dient tevens als basis voor het bepalen van opbrengsten in haalbaarheidsonderzoeken en grondexploitaties en eventueel kostenverhaal. De grondprijzen zoals opgenomen in de grondprijzenbrief zijn prijs vast en niet onderhandelbaar. Maar er kunnen zich situaties voordoen waarbij de grondprijs niet haalbaar is. Dit kan het geval

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 18 van 27

zijn ter voorkoming van staatssteun of in het kader van de marktconformiteit. In dergelijke gevallen kan het college gemotiveerd afwijken van de in de grondprijzenbrief opgenomen grondprijzen. In de (paragraaf grondbeleid bij de) jaarrekening zal hierover verantwoording worden afgelegd. Methode van Functie prijsbepaling Sociale woningbouw Vaste grondprijs Vrije sector woningbouw projectmatig Comparatief / residueel Bouwkavels Comparatief / residueel Bedrijven Comparatief Kantoren, winkels, horeca Residueel / taxatie Maatschappelijke voorzieningen met commercieel oogmerk (kinderopvang, Residueel / taxatie huisarts, fysio etc.) Comparatief, maar minimaal Maatschappelijke voorzieningen kostendekkend zonder commercieel oogmerk Overige functies Taxatie Groen en reststroken

Vaste grondprijs

Eenheid Opmerking Per woning/appartement per m² / kavel per m² Differentiatie door per m² kavel locatie/ligging en per m² bvo kavelomvang per m² bvo per m² bvo per m² kavel of m2 bvo per m² terrein

terughoudend beleid v.w.b. de verkoop

Woningbouw ▪

De grondprijs voor grondgebonden sociale woningen tot de liberalisatie huurprijs (voor 2023 € 808,06) is een vaste prijs per kavel/woning, afhankelijk van het huurniveau. Dit geldt ook voor de grondprijs voor gestapelde sociale woningbouw (appartementen). Bij het bepalen van de grondprijs voor gestapelde bouw houdt de gemeente Brunssum rekening met een stapelingsfactor van 0,9 voor twee woonlagen, 0,8 voor drie woonlagen en 0,75 voor vier woonlagen. Voor vijf en meer woonlagen geldt een lagere stapelingsfactor, nader af te spreken;

▪

De grondprijs van de projectmatige bouw bepalen we aan de hand van normatieve residuele berekeningen voor referentiewoningen per categorie (ééngezinswoningen, 2 onder één kapwoningen, vrijstaande woningen en appartementen). Deze normatieve residuele berekeningen wordt bij voorkeur met input van een taxateur opgesteld;

▪

De gemeente gaat behoudend om met het verkopen van zogenaamde groen- en reststroken. Reden hiervoor zijn met name het kunnen voldoen aan doelstellingen op het gebied van klimaat (hittestress, waterbuffering, groennormering), en de noodzaak voor mogelijk toekomstige kabels en leidingstroken vanwege veranderingen in de collectieve energievoorziening.

5.4 Onrechtmatig grondgebruik In de gemeente Brunssum is er sprake van onrechtmatig grondgebruik, ofwel het door particulieren onrechtmatig in bezit nemen van gemeentelijke gronden. Volgens artikel 160 lid 3 en 4 van de gemeentewet is het onrechtmatig in gebruik nemen niet geoorloofd en is de gemeente verplicht datgene te doen wat nodig is om verjaring of verlies van recht of bezit te voorkomen. Echter gelet op het aantal door het kadaster geïnventariseerde onrechtmatig in gebruik nemingen en de beschikbare inzet van middelen en ambtelijke capaciteit, moet een afweging gemaakt worden welke gezien tijd en capaciteit hiervan voorrang hebben en/of substantieel van aard zijn. Met een nader op te stellen plan van aanpak zal duidelijk moeten worden op welke wijze en in welke volgordelijkheid de gemeente het onrechtmatig gebruik van gemeentelijke gronden wil aanpakken,

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 19 van 27

gericht op het verder beperken van het aantal onrechtmatig in gebruik nemingen. Als uitgangspunt hiervoor geldt dat de grootste percelen voorrang hebben en voor wat betreft de handhaving zal het college zowel privaatrechtelijk als bestuursrechtelijk (op grond van strijdig gebruik met het Omgevingsplan) optreden. Het college beoordeelt per geval of de privaatrechtelijke of bestuursrechtelijke weg (of beiden) het beste past om het gewenste resultaat te bereiken. Voordat handhavend wordt opgetreden zal het college altijd eerst onderzoeken of legalisatie in de vorm van verkoop mogelijk is. Legalisatie van onrechtmatig grondgebruik in de vorm van het aangaan van een huurovereenkomst of een bruikleenovereenkomst zal alleen in bijzondere gevallen gebeuren.

5.5 Beleidsregels gronduitgifte- en grondprijsbeleid ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De gemeente gaat uit van marktconforme grondprijzen; Gronduitgifte vindt bij voorkeur plaats via grondverkoop en tegen de algemene verkoopvoorwaarden van de gemeente Brunssum; Jaarlijks stelt het college de grondprijzenbrief vast voor het volgende kalenderjaar binnen de kaders die de raad hiervoor heeft vastgesteld; Indien er sprake is van afwijkingen in de uitgifteprijs zal het college verantwoording afleggen in de jaarrekening (paragraaf grondbeleid); Voor de gronduitgifte en selectie van de grondafnemers wordt rekening gehouden met het zogenaamde Didam-arrest en staatsteunregels.

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 20 van 27

6

ACTIEF GRONDBELEID: FINANCIËLE SPELREGELS

6.1 Financiële spelregels bij ruimtelijke ontwikkeling De gemeente is voor wat het afleggen van verantwoording van het grondbeleid gehouden aan het “Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten” (BBV). Naast deze regels uit de BBV heeft de commissie BBV in 2019 de “Notitie Grondbeleid in begrotingen en jaarstukken” uitgebracht. Daarin zijn door de commissie BBV voor met name het grondbeleid aanbevelingen en stellige uitspraken (die bindend zijn) gedaan. De gemeente is gehouden aan vorenstaande BBV en notitie3. Verantwoording wordt door de gemeente afgelegd in de paragraaf Grondbeleid van de jaarrekening, begroting en Bestuurlijke Rapportage (Berap). Ook de accountant geeft een oordeel over de rechtmatigheid van de gemeentelijk verslaglegging aan de hand van de regels en richtlijnen van de commissie BBV.

6.2 De grondvoorraad Naast eigendommen, zoals een gemeentehuis, sportvelden en uiteraard de openbare ruimte4 kent de gemeente, met het ook op een mogelijke ruimtelijke ontwikkeling, in beginsel twee hoofdcategorieën grond: Grond in voorraad (MVA: Materieel Vast Actief) Het betreft hier gemeentelijke eigendommen die strategisch of anticiperend verworven zijn en mogelijk op termijn ingezet worden voor een gebiedsontwikkeling of ingezet worden voor compensatiedoeleinden (zie paragraaf 4.3 en 4.4 van deze nota). Deze eigendommen staan geregistreerd onder de categorie Materiele Vaste Activa (MVA). Deze gronden moeten worden opgenomen tegen de historische verkrijgingsprijs, maar mocht deze prijs hoger liggen dan de marktwaarde van de huidige bestemming dan moet er tot het niveau van de huidige marktwaarde worden afgewaardeerd. Met de in paragraaf 6.1. genoemde notitie Grondbeleid, is er een categorie gronden bijgekomen, de zogenaamde warme gronden. Dat zijn gronden die zijn verworven met het oog op een gebiedsontwikkeling, maar waarvoor nog geen operationele grondexploitatie is vastgesteld.

Afwaardering naar de waarde volgens de geldende bestemming van dergelijke gronden kan achterwege blijven als aan onderstaande cumulatieve voorwaarden wordt voldaan en kan worden uitgegaan van de toekomstige bestemming in plaats van de geldende bestemming: ▪ de gronden moeten deel uitmaken van een door de gemeenteraad vastgestelde visie of masterplan voor (een) concrete en binnen afzienbare tijd te starten grondexploitatie(s), waarin de gebiedsontwikkeling van totaalplan naar deelgrondexploitaties is vastgelegd; ▪ de (toekomstige) bestemming(en)/functies (ontwikkeling) betreffende het plangebied dien(en)t goed onderbouwd te worden; ▪ de gebiedsontwikkeling mag niet zodanig conflicteren met de uitkomst van de inventarisatie van bedreigingen die de ontwikkeling in de weg kunnen staan, bijvoorbeeld op het gebied van milieu of bereikbaarheid; ▪ de visie/het masterplan mag niet strijdig zijn met beleid van de provincie en/of rijk;

3 Naar verwachting zal nog in 2023 de Commissie BBV met een aangepaste notitie grondbeleid komen,

die afgestemd is op de Omgevingswet. Uiteraard zal de gemeente Brunssum deze notitie respecteren. 4 Indien een particuliere initiatiefnemer toekomstig openbaar gebied aanlegt, zal dit tegen de (kwalitatieve) eisen

en uitgangspunten van de gemeente geschieden, waarna de gemeente deze openbare ruimte om niet overneemt

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 21 van 27

▪ periodiek (minimaal eens in de 2 jaar) worden de gronden getaxeerd tegen de waarde volgens de toekomstige bestemming, met inachtneming van de inherente onzekerheden van de ontwikkelmogelijkheden. Bouwgrond in exploitatie (BIE) De definitie van bouwgrond in exploitatie (BIE) is: Gronden in eigendom van de gemeente, waarvoor de raad door middel van een raadsbesluit een grondcomplex heeft geopend en de grondexploitatie heeft vastgesteld. Het raadsbesluit vormt het startpunt van de BIE, ofwel de grondexploitatie. De gemeenteraad geeft daarmee toestemming voor de uitvoering van het ruimtelijk bouwplan met bijbehorende grondexploitatie-budgetten. Dit zijn dus gronden die zich in een transformatieproces bevinden waarbij de gronden en opstallen in het te exploiteren gebied omgevormd worden naar bouwrijpe grond, met als oogmerk (opnieuw) te worden bebouwd. De BIE-gronden worden geactiveerd tegen historische verkrijgingsprijs en bijkomende kosten (als onderhanden werk).

6.3 Voorbereidingskredieten nieuwe projecten (Immaterieel Vast Actief) Een voorbereidingskrediet wordt aangevraagd als voor een gemeentelijke locatie/grondeigendom nog geen grondexploitatie is vastgesteld. Op deze manier kan de gemeente de nodige onderzoeken en haalbaarheidsstudies uitvoeren om tot een (stedenbouwkundig) plan en een grondexploitatie te komen. De kosten worden als “immateriële vaste actieve kosten” verantwoord (IVA). Het activeren van voorbereidingskosten voor grondexploitaties is namelijk toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst Wro/Bro; en 2. de kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven staan onder de immateriële vaste activa. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve grondexploitatie en kunnen dan worden overgeboekt naar de desbetreffende BIE, dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat; en 3. plannen tot ontwikkeling van de grond waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, moeten bestuurlijke instemming hebben, blijkend uit een raadsbesluit.

6.4 Grondexploitatie (BIE) en actualisatie/herziening en afsluiting Nadat de Grondexploitatie voor het eerst door de gemeenteraad is vastgesteld, bij voorkeur bij het vaststellen van het bestemmingsplan (en straks omgevingsplan), worden de grondexploitaties jaarlijks geactualiseerd. Bij de actualisatie in het kader van de jaarrekening zal een rapportage (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties, oftewel MPG) aan de raad worden voorgelegd waarin de financiële stand van zaken rondom de projecten en de grondexploitaties wordt toegelicht. Naast voornoemde periodieke actualisaties, kan er sprake zijn van een “herziening van een grondexploitatie”. Er is sprake van een herziening als de eerder door de gemeenteraad vastgestelde kaders (programma, begrenzing, kwaliteit, ed.) gewijzigd worden. De raad wordt door het college op de hoogte gebracht van deze afwijkingen en wordt verzocht een herziene grondexploitatie vast te stellen. Het afsluiten van de BIE is een bevoegdheid van de raad. Bij een positief resultaat wordt de winst gestort in de bestemmingsreserve grondbedrijf. Bij een negatief resultaat wordt de hiervoor gevormde verliesvoorziening ingezet om het verlies te dekken.

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 22 van 27

6.5 Budget en uitvoeringskrediet BIE’s Budget De grondexploitatie is een kostprijscalculatie van een gebiedsontwikkeling, waaruit het geprognosticeerd projectresultaat wordt bepaald. De opzet van de grondexploitatie is in de vorm van een meerjarenbegroting met een verdeling van toekomstige kosten en opbrengsten. Bij de eerste vaststelling van de grondexploitatie door de raad wordt een grondexploitatiecomplex geopend. De raad stelt daarmee voor de duur van de exploitatieperiode budgetten vast. Op deze wijze kan budgetbewaking worden uitgevoerd om het berekende projectresultaat te monitoren. Krediet De raad wordt ook gevraagd uitvoeringskredieten vast te stellen. Hiervoor worden de geraamde uitgaven in de afzonderlijke BIE’s in het eerst volgend kalenderjaar opgenomen in de Meerjarenbegroting. Op deze wijze autoriseert de raad de uitgaven.

6.6 Rekentechnische uitgangspunten (parameters) De grondexploitatie is een meerjarenbegroting waarin gerealiseerde en/of geraamde kosten en opbrengsten zijn opgenomen. Voor het berekenen van het eindresultaat van het project wordt rekening gehouden met rente- en inflatieparameters. Kosten en opbrengsten parameter Deze kosten- en opbrengstenparameters zijn trendcijfers. Op basis van historische prijsontwikkelingen en de inschatting van de toekomstige prijsontwikkelingen wordt vooraf aan de jaarlijkse actualisatie in het kader van de jaarrekening een trendcijfer bepaald. Het college besluit tot bijstelling van de parameters voor kosten- en opbrengstenstijging als significante wijzigingen van de prijsontwikkelingen te verwachten zijn. Rente De rente die aan de grondexploitaties wordt toegerekend is in het BBV voorgeschreven. Het wordt bepaald als het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Disconteringsvoet De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde voor het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties, is wettelijk voorgeschreven en is bepaald op 2% zijnde het maximale meerjarige streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor inflatie binnen de Eurozone.

6.7 Verliesvoorziening en (tussentijdse) winstneming Verliesvoorziening Het geprognosticeerd eindresultaat van een grondexploitatie kan negatief uitvallen. Voor dit geprognosticeerde verlies (op basis van de netto contante waarde methode), moet bij de vaststelling van deze grondexploitatie een verliesvoorziening worden getroffen. De voorziening wordt gevormd ten laste van de algemene reserve grondexploitatie, en als deze niet toereikend is, wordt deze ten laste van de algemene middelen gevormd. De voorziening wordt jaarlijks herijkt op basis van het meest actuele geprognosticeerde resultaat van de grondexploitatie.

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 23 van 27

Winstneming Als het resultaat van een grondexploitatie positief uitvalt, moet tussentijds winst worden genomen, indien: ▪ het resultaat op het grondexploitatiecomplex betrouwbaar kan worden ingeschat; ▪ én grond (of een deelperceel) verkocht is; ▪ én kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie genomen). De hoogte van de tussentijdse winstneming wordt bepaald naar rato van gemaakte kosten en opbrengsten en te verwachten risico’s (Percentage of Completion-methode) conform regels van het BBV. Winstneming wordt verwerkt bij de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie en bij afsluiting van de betreffende grondexploitatie.

6.8 Algemene reserve grondexploitatie Bij besluit door de raad van 10 december 2019 is een algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Met het instellen van deze reserve wordt de financiële huishouding van de grondexploitaties gescheiden van de overige gemeentelijke taken. Het doel van deze reserve is meervoudig: ▪ Het opvangen van de eindresultaten van af te sluiten grondexploitaties en jaarresultaten van de kostenverhaalsprojecten; ▪ Het afwaarderen van gronden voor zover de boekwaarde hoger is dan de marktwaarde van de grond bij de huidige of toekomstige bestemming (zie paragraaf 4.8). De reserve wordt gevoed door: ▪ Voordelige saldi bij het afsluiten van grondexploitaties; ▪ Incidentele verkoopwinsten bij het afstoten van gemeentelijk onroerend goed (gronden en panden); ▪ Tussentijdse winstnemingen uit grondexploitaties. Om onttrekkingen uit de reserve grondexploitaties te kunnen doen, moet het saldo wel toereikend zijn.

6.9 Beleidsregels financiële spelregels ▪ ▪

▪

▪ ▪

Grondexploitaties worden door de raad vastgesteld en vervolgens minimaal één keer per jaar geactualiseerd; Bij de actualisatie in het kader van de jaarrekening zal een MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitaties: deels openbaar en deels vertrouwelijk) aan de raad worden voorgelegd waarin de financiële stand van zaken rondom de projecten en de grondexploitaties wordt toegelicht; De (financiële) verantwoording en verslaglegging over grondvoorraad, grondexploitaties, beschikbaar gestelde voorbereidings- en verwervingskredieten wordt gedaan via de paragraaf Grondbeleid van de jaarrekening en de begroting van de gemeente, waarbij de BBV-richtlijnen leidend zijn; Vóór de actualisatie van de grondexploitaties stelt het college de parameters (rente- en inflatiepercentage) voor de grondexploitaties vast; Voorzieningen voor de verliesgevende exploitaties worden bepaald op basis van de netto contante waarde van het grondexploitatieresultaat en jaarlijks bij de jaarrekening herijkt;

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 24 van 27

▪ ▪ ▪

Tussentijdse winstnemingen worden volgens de wettelijk voorgeschreven percentage of completion methode (POC-methode) bepaald, en wordt in de jaarrekening verantwoord; Bij significante wijzigingen in de grondexploitatie wordt een herziene grondexploitatie ter vaststelling aan de raad aangeboden; De financiële resultaten van het grondbeleid lopen via de reserve grondexploitaties.

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 25 van 27

7

KOSTENVERHAAL

7.1 Faciliterend grondbeleid Naast gronden in gemeentelijke grondexploitaties hebben ook particuliere of private (commerciële) partijen gronden in eigendom. Als deze partijen op eigen grond willen ontwikkelen heeft de gemeente minder directe sturingsmogelijkheden dan wanneer zij zelf grondeigenaar is. De gemeente kan in deze situaties wel gebruik maken van het publiekrechtelijk instrumentarium om de gewenste inrichting van de fysieke omgeving te bereiken en de door haar gemaakte kosten te verhalen op de initiatiefnemer. De gemeente is volgens de huidige grondexploitatiewet (artikel 6.12 Wro) verplicht tot het verhalen van kosten indien sprake is van een bouwplan (in de zin van 6.21 Bro), tenzij kostenverhaal op een andere manier is verzekerd. Dit blijft het uitgangspunt onder de nieuwe Omgevingswet. In het volgende hoofdstuk worden de mogelijkheden van kostenverhaal onder de Omgevingswet nader belicht.

7.2 Kostenverhaal onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet zijn er op hoofdlijnen twee methoden voor gebiedsontwikkeling: ▪ Integrale gebiedsontwikkeling (kostenverhaal met tijdvak) ▪ Organische gebiedsontwikkeling (kostenverhaal zonder tijdvak in een omgevingsplan) Voor beide methoden is een regeling voor kostenverhaal opgenomen in de Omgevingswet. Integrale gebiedsontwikkeling Bij een gebiedsontwikkeling met vast tijdvak is inzicht in de periode waarin de plannen worden gerealiseerd, welke plannen er worden gerealiseerd en op welke wijze. Organische gebiedsontwikkeling Met organisch wordt bedoeld dat er nog onzekerheid is over het eindbeeld en de termijn waarbinnen het gebied ontwikkeld wordt en er daadwerkelijk gebouwd wordt. Bij het vaststellen van het omgevingsplan hoeft in dit geval nog geen gedetailleerde raming van de (te verhalen) kosten bekend te zijn. In het omgevingsplan kunnen de kosten en bijdrage per activiteit op hoofdlijnen worden vastgesteld. Pas bij de aanvraag van de activiteit hoeft dit geconcretiseerd te worden. Naast dit kostenverhaal kan de gemeente soms een extra financiële bijdrage in rekening brengen. Dat mag alleen als dat geregeld is in het omgevingsplan. Het moet gaan om een bijdrage aan ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving die niet onder het kostenverhaal vallen.

De ontwikkeling moet tot een in het Omgevingsbesluit aangewezen categorie behoren, bijvoorbeeld de compensatie van het realiseren van te weinig sociale huurwoningen in het gebied. Er geldt een aantal voorwaarden voor deze financiële bijdrage. Over deze bijdrage mogen ook in een overeenkomst afspraken worden gemaakt. Ook onder de Omgevingswet zal het sluiten van een overeenkomst de voorkeur hebben om het kostenverhaal (en bijdrages) te regelen (artikel 13.13 Omgevingswet). Lukt dat niet, dan is de publieke weg verplicht. In dat geval vindt kostenverhaal plaats op basis van de regels in een omgevingsplan of de regels in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), voor zover er sprake is van een activiteit die in strijd is met een in het omgevingsplan aan een locatie toegedeelde functie. Er bestaat namelijk geen exploitatieplan meer in de Omgevingswet. De inning van het kostenverhaal loopt via een kostenverhaalsbeschikking in plaats van een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 26 van 27

Uitgangspunt voor de gemeente Brunssum is het verhalen van kosten bij voorkeur op basis van een anterieure overeenkomst5. Minimaal de kosten die de gemeente Brunssum maakt in relatie tot het initiatief, ongeacht de fase waarin het initiatief zich bevindt, worden in rekening gebracht bij de ontwikkelende partij.

7.3 Beleidsregels kostenverhaal Voor het verhalen van kosten bij particuliere initiatieven sluiten we bij voorkeur een anterieure overeenkomst. Als het niet mogelijk is om met alle eigenaren in een ontwikkelingsgebied tot een anterieure overeenkomst te komen, zullen kostenverhaalsregels in het omgevingsplan worden opgenomen.

5 In voorkomende gevallen kan de gemeente besluiten om naast het sluiten van een anterieure overeenkomst,

ook nog uit te gaan van een publiekrechtelijke zekerheid/achtervang, als aan de houdbaarheid van het privaatrechtelijk kostenverhaal getwijfeld wordt.

Nota Grondbeleid Brunssum 2024

Pagina 27 van 27

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. : 6 november 2023 Registratiekenmerk : 202352177 Gemeentebladnr. : 2023/96 Afdeling opsteller : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Naam opsteller : Bereikbaar onder : Portefeuillehouder : Jaimy van Dijk Raadsvergadering d.d. : 12 december 2023 Uiterlijke datum : In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 dient de beheersverordening uiterlijk in de raadsvergadering van 12 december 2023 te zijn vastgesteld en voor 1 januari 2024 te zijn bekend gemaakt. Aan de raad, 1.

Onderwerp Vaststelling facetbeheersverordening aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum

2. a.

Uitgangssituatie (WAAROM?) Aanleiding De gemeenten in Zuid-Limburg hebben allen eind 2017 de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (hierna: SVREZL) vastgesteld als kaderstellend beleid voor, onder meer, detailhandelsontwikkelingen. Eén van de speerpunten in het SVREZL-beleid is om de ongewenste planvoorraad buiten de winkelclusters stap-voorstap terug te dringen, met als doel om daarmee – naar de toekomst toe – de regionale winkelstructuur te versterken als bronpunten van leefbaarheid, ondernemerschap en voorzieningen. Het terugdringen van deze ongewenste planvoorraad kan alleen middels aanpassing van de vigerende bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Omdat dit verschillende juridische instrumenten zijn, dienen ook ten aanzien van het onderwerp detailhandel een nieuw facetbestemmingsplan en een nieuwe facetbeheersverordening te worden opgesteld. Ten aanzien van het facetbestemmingsplan merken wij op dat dit een andere route volgt dan de facetbeheersverordening. Aan uw raad zal in de eerste helft van 2024 het facetbestemmingsplan ter vaststelling worden aangeboden. In het navolgende gaan wij in op de facetbeheersverordening. De voorliggende beheersverordening ‘Aanpak Plancapaciteit Detailhandel’ is een belangrijke stap die vijf Parkstadgemeenten gezamenlijk zetten in het terugdringen van de ongewenste planvoorraad buiten de winkelclusters.

De gemeenten Landgraaf en Kerkrade doen niet mee aan dit project omdat in deze gemeenten bijna geen ongewenste planvoorraad aanwezig is die op grond van de SVREZL aan de markt kan worden onttrokken. De planvoorraad die wel ongewenst is, is in eigendom van de gemeenten en zal niet meer voor detailhandel worden gebruikt. Er is gekozen om bij het opstellen van de beheersverordening te focussen op de bedrijventerreinen (bestemmingen ‘bedrijf’ en ‘bedrijventerrein’) omdat op die locaties beleidsmatig al geruime tijd kenbaar is dat detailhandel daar ongewenst is. De verordening is een uitwerking van de SVREZL, het Uitvoeringsprogramma Retail (2019-2025) en de themalijn ‘Voorzieningen (retail)’ in de Regio Deal Parkstad Limburg. Het stuk is tot stand gekomen onder regie van de bestuurscommissies Economie & Toerisme en Ruimte & Mobiliteit van Stadsregio Parkstad Limburg en in samenwerking met de gemeenten. Deze beheersverordening bestaat uit drie delen: een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding (kaartbeeld) omvat alle locaties waar detailhandel op een ongewenste locatie gevestigd kan worden. In de

regels is het detailhandelsbeleid juridisch - planologisch verankerd. De verbeelding en regels vormen tezamen het bindende deel van de beheersverordening. In de toelichting worden onder andere de keuzes die in de beheersverordening worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Het plan is in de basis voor iedere Parkstadgemeente gelijk, maar de verbeelding en de toelichting zijn uiteraard toegespitst op iedere afzonderlijke gemeente. b.

Huidige situatie/probleemstelling Uw raad wordt gevraagd om de facetbeheersverordening vast te stellen, zodat in lijn met de andere Parkstadgemeenten, ongewenste planvoorraad voor wat betreft detailhandel kan worden verminderd.

3. a.

Gewenste situatie (WAT? Wat willen we bereiken? Het vaststellen van de facetbeheersverordening aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum.

b.

Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) n.v.t. 2. traject tot dusverre: zie onder kopje "aanleiding". 3. rol/ bevoegdheden college van B en W: de raad is het orgaan dat de facetbeheersverordening dient vast te stellen. Het college adviseert de raad dit, conform de lijn die door Parkstad is ingezet, te doen. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal): SVREZL en artikel 3.38 Wro. 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Ja. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen: er zijn geen financiële gevolgen: Parkstad betaalt de kosten die gemoeid zijn met deze procedure.

c.

Argumenten en overwegingen Facetbeheersverordening De beheersverordening is in opdracht van de stadsregio Parkstad opgesteld door BRO, in afstemming met een vertegenwoordiging van ambtenaren van de gemeenten en de programma’s Economie en Ruimte van de stadsregio. Bij de totstandkoming van een eerder concept is tevens juridisch advies ingewonnen bij Hekkelman Advocaten en is de inhoud afgestemd met de ambtelijke overleggen Economie en Ruimte. Een facetbeheersverordening, ook wel “paraplubeheersverordening” genoemd, is een beheersverordening waarbij de op dat moment geldende beheersverordening na de herziening van kracht blijft. Bij dit soort plannen gaat het vaak om een kleine correctie van een bestemming of van een bepaling. Het kan ook gaan om een aspect waarbij meerdere bestemmingsplannen of beheersverordeningen tegelijkertijd worden herzien. Ten aanzien van het onderwerp dat de facetbeheersverordening nader regelt, komen de regels ten aanzien van dat onderwerp in de onderliggende beheersverordeningen te vervallen of gaan gelden als een nadere aanvulling op de reeds vigerende planregels. De onderhavige facetbeheersverordening grijpt alleen in op de planologisch bestaande, maar nog niet benutte, detailhandelsmogelijkheden. Overige bestemmingen en gebruiksmogelijkheden blijven dan ook gehandhaafd.

De onderliggende beheersverordeningen blijven ook gewoon gelden, met dien verstande dat er voor de detailhandelsmogelijkheden een aanpassing in de regeling (gebruiksmogelijkheden) wordt gedaan. De beheersverordening Aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum heeft betrekking op de vigerende beheersverordeningen, waarvan de gronden zijn aangeduid op de verbeelding bij dit plan. Onder detailhandel wordt in deze facetbeheersverordening verstaan: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteiten.

De facetbeheersverordening regelt dat de hierboven genoemde definitie van detailhandel in alle geldende beheersverordeningen wordt overgenomen (artikel 3.1). De concrete aanpassing van het gebruik wordt als volgt geregeld (artikel 3.2): Aan de beheersverordeningen als bedoeld in artikel 1 worden de volgende bepalingen toegevoegd: a. b. c.

ter plaatse van de aanduiding "overige zone – detailhandel uitgesloten" is detailhandel uitgesloten; het gebruik van de gronden en/of bouwwerken voor detailhandel binnen de aanduiding "overige zone – detailhandel uitgesloten" is verboden. In afwijking van het bepaalde onder a en b is toegestaan: 1. Bestaand legaal gebruik 2. Detailhandel in volumineuze goederen Daarnaast wordt er een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om ondergeschikte, productiegebonden detailhandel toe te staan. Deze afwijkingsbevoegdheid luidt als volgt (artikel 3.3): Aan de beheersverordeningen als bedoeld in artikel 1 wordt de volgende bepaling toegevoegd: Burgemeester en wethouders kunnen binnenplans afwijken voor het toestaan van ondergeschikte productiegebonden detailhandel, mits: a. dit passend is in de structuur van het voorzieningenniveau; b. de parkeerbalans in de directe omgeving niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed of kan worden beïnvloed, en; c. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d. de productiegebonden detailhandel maximaal 10% van het vloeroppervlak per bedrijf bedraagt, tot een maximum van 100 m2 per bedrijf. Dienstenrichtlijn Aangezien de facetbeheersverordening de vestigingsmogelijkheden van detailhandel beperkt, dient volgens vaste Afdelingsrechtspraak beoordeeld te worden of voldaan wordt aan de vereisten van de Dienstenrichtlijn.

De Dienstenrichtlijnonderbouwing, opgesteld door BRO, is te vinden als bijlage van de facetbeheersverordening. Het doel van de Dienstenrichtlijn is dat dienstverleners in de Europese Unie zich onbelemmerd in een andere lidstaat kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten. Daarin is bepaald dat vestigingsbeperkingen niet-discriminerend, noodzakelijk en evenredig moeten zijn.

• • •

Discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel; Noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; Evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt. Dit evenredigheid vraagt om een onderbouwing met specifieke gegevens. In het rapport wordt geconcludeerd dat de facetbestemmingsplannen en facetbeheersverordeningen nietdiscriminerend, noodzakelijk en evenredig is. Voor de volledigheid van de conclusie wordt verwezen naar paragraaf 1.2 (pagina’s 4 en 5) van de Dienstenrichtlijnonderbouwing (als onderdeel van de toelichting behorende bij de facetbeheersverordening).

Inspraak Voor de vaststelling van een facetbeheersverordening (art. 3.38 Wro) dient een andere procedure te worden gevolgd dan voor de vaststelling van een facetbestemmingsplan (art. 3.8 Wro). Voor de vaststelling van de facetbeheersverordening dient de reguliere procedure tot vaststelling van een verordening te worden gevolgd. Dit betekent in dit geval dat de inspraakverordening van toepassing is. Voor deze facetbeheersverordening is er echter voor gekozen om de beheersverordening niet voor de inspraakmogelijkheid ter inzage te leggen. De reden hiervoor is dat van 10 juni tot en met 22 juli 2022 het voorontwerpfacetbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. In dit voorontwerp zijn de locaties die vallen onder de huidige facetbeheersverordening meegenomen. Hierop zijn geen reacties ingediend. Na de terinzagelegging is gebleken dat het juridisch niet mogelijk is om voor de locaties waar nu een beheersverordening van toepassing is, een facetbestemmingsplan vast te laten stellen. Hierop is contact gezocht met BRO en zijn er voor Brunssum 2 plannen gemaakt: een facetbestemmingsplan voor de locaties waar nu bestemmingsplannen voor gelden en een facetbeheersverordening voor de locaties waar nu beheersverordeningen voor gelden. Inhoudelijk zijn beide plannen gelijk, alleen het instrument en bijbehorende procedure tot vaststelling verschillen van elkaar.

Hoewel strikt formeel dus geen inspraak is gegeven op de facetbeheersverordening als instrument, hebben geïnteresseerden en belanghebbenden wel kennis kunnen nemen van de inhoud van de beheersverordening, omdat deze gelijk is aan de inhoud van het (voorontwerp)facetbestemmingsplan. Wij zijn van mening, dat het belang van een tijdige vaststelling van de facetbeheersverordening (en daarmee het gelijk optrekken met de overige Parkstadgemeenten) zwaarder weegt dan het belang dat is gediend met het opnieuw aanbieden van de facetbeheersverordening voor de inspraak. Voorzienbaarheid Het vastgestelde en bekendgemaakte beleid dat is vastgelegd in de Retailstructuurvisie, de SVREZL en het Uitvoeringsprogramma bevat geen concreet beleid om de detailhandelsfunctie in bepaalde gebieden of op bepaalde locaties weg te bestemmen. Voor zover het beleid aanzetten bevat voor daarop gericht beleid, zijn deze onvoldoende concreet. Op basis van het geldende beleid zal bij het wegbestemmen van de detailhandelsfunctie in bepaalde gebieden of op bepaalde locaties daarom geen voorzienbaarheid tegengeworpen kunnen worden. Doordat er eerst een voorontwerp facetbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen (waar de locaties, waar de beheersverordening van toepassing op is, onderdeel van uitmaakten), is er vanaf de terinzagelegging concreet (op adresniveau) voorzienbaarheid gecreëerd.

Het voorontwerp facetbestemmingsplan heeft van 10 juni tot en met 22 juli 2022 ter inzage gelegen. In Brunssum zijn geen reacties ontvangen. Tussen de voorontwerpprocedures en het huidige moment hebben pandeigenaren daarnaast ook de mogelijkheid gehad om (alsnog) een concrete poging te ondernemen om de op dit moment niet-benutte detailhandelsmogelijkheden te realiseren. Dit is, zover bekend, niet gebeurd. Het is op dit moment echter niet geheel uit te sluiten dat er een mogelijk risico op planschade is bij vaststelling van het definitieve facetbestemmingsplan (door de gemeenteraden, in 2024) of de thans ter besluitvorming voorliggende facetbeheersverordening. De gebruiksmogelijkheden van bestaande panden worden immers verminderd. Gelet op het feit dat er in Brunssum geen reacties zijn ingekomen in de voorontwerpprocedure en gelet op het feit dat er geen pandeigenaren zijn geweest die concreet gepoogd hebben om na de voorontwerpprocedure detailhandel te realiseren, achten wij de kans op (planschade)risico’s klein. Verbeelding De verbeelding maakt onderdeel uit van de facetbeheersverordening en geeft concreet aan op welke bestemmingen het plan betrekking heeft. Op de in deze verbeelding aangeduide locaties is momenteel dus sprake van een bestemming ‘bedrijf’ of ‘bedrijventerrein’ waarop planologische mogelijkheden voor

detailhandel zijn. Deze detailhandelsmogelijkheden worden met deze facetbeheersverordening uit de onderliggende beheersverordeningen verwijderd. Terinzagelegging De facetbeheersverordening wordt na besluitvorming door uw raad op basis van de wet 6 weken ter inzage gelegd. Vervolgtraject Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Onder de Omgevingswet kunnen geen (facet)bestemmingsplannen of (facet)beheersverordeningen meer ter inzage worden gelegd, maar dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. Dat is een andere procedure. Omdat onder de Omgevingswet de juridische figuur van de beheersverordening niet terugkeert, dient deze uiterlijk 31 december 2023 door uw raad te zijn vastgesteld en bekend te zijn gemaakt. d.

Opties en keuze Uw raad heeft de keuze om de beheersverordening niet vast te stellen, maar dan wijkt de gemeente Brunssum af van de lijn die Parkstadbreed wordt gevolgd. Dit heeft het ongewenste effect dat gegadigden die nog detailhandellocaties zoeken en die bij andere gemeenten geen mogelijkheden meer krijgen, naar Brunssum kunnen komen voor locaties waarvan vaststaat dat het onwenselijk is dat daar detailhandel wordt gevestigd.

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2023/96 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : 202352177

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/96; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 november 2023, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed; Gelet op het bepaalde in artikel 3.38 Wet ruimtelijke ordening; Besluit: Vast te stellen de facetbeheersverordening "Aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum", met de IMRO-codering NL.IMRO.0899.BVO81011-VA01, conform bijbehorende verbeelding, regels en toelichting. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 december 2023

De Raad vernoemd,

Voorzitter

Griffier

g e w rt ye re

at ra st er st oo l K

G

at ra st er st oo l K

Be l en we g

M

G

is w

e g

ro en ew

eg

eg w en el B

eg w t er ey r G

Greyertweg

eg sw i M

J u l i a n a s t r a a t

O

g we s eMi d Ou

e ud M

V a l d e re n sw e g

sw i eg

eg enw Bel

eg w ne oe r G

eg ew en ro G

K l o o st e rs tr a a t

t aa r t as an i ul J

K l i n g b e m

eg sw i M

W Jo nk er va n

R i n g o ve n

Vo ss en l ee n

i n g o ve n

K l i n g b e m

d e n

Kl i n g s t r a a t

K l i ng be m

as t ra at

d e n

H eu l en de r st r aa t

t aa r st er au en d A

a rs h a l l st ra a t

n a a yl d e n n e K

R

M

G

t aa r st t l ve se oo R

n aa yl ed nn Ke

at ra st ri pe as

t aa r t s er he s nd La

t aa r t ps ha c ds oe Vr

N

t a ra t rs e st o o l K

DrP oel sst r aat

Mo za rt st ra at

Rum

Ho ef na ge l sh of Joseph Haydns t r aat

H

Re m

a l ss tr a a t

br an dt st ra at

at ss t ra at C

Ja co b

a e ss tr a a t M ic o la e s

Tol l i sst r aat

Bodem st r aat

F ra n s

N

Ouver ber gst r aat

M ozar t st r aat

Bachstraat

Chopi nst r aat

Kr ui sbe r gpl ant soe n

O uver ber gst r aat

i l g

Bl oem w

Gond ul f usst r aat

For t unat usst r aat

Boni f aci usst r aat

Ser vat i usst r aat

Gr ef kenst r aat

Co up er uss t r aa t

Mu l t at ul i st r aa t

O ud e Br unss um m er weg

PaulKr uger st r aat

Dokt erKool sst r aat

oz es t ra at

O ud e Br unss um m er weg

R

I t al i ël aa n

Ut e r we g

Heer enweg

eg w de ei sh er ev i hr c S

aat r st f Er

e

t xs ui

gw or sb i ar

Tui nst r aat

O ud e Br unss um m er weg

S t. T he re si as tr aa t

La ng eb erg l aa n

Enger st r aat

Cr on j és t ra at

e g a w m E m

La ng eb erg l aa n

M aans t r aat

I r .de Kat st r aat

Ds Boum ast r aat

Cr onj ést r aat

Tr ee be eks t r aa t

p

S t. Jo se p h st ra a t

m a rc ve A

Tr ee be ek st r aa t

ck ri d n e

enweg Heer

K o u ve n d e rs tr a a t

H

aat r st Aker

Ut er we g

projectnr. BRO:

<projectnummer>

status:

vastgesteld

wijziging:

26-10-2023 / KB

projectnr. TPG:

EP_RO-2006_942

concept:

20-10-2023 / MP

wijziging:

dd-mm-jjjj / tek

schaal:

1:5000

voorontwerp:

-

wijziging:

dd-mm-jjjj / tek

formaat:

A0

ontwerp:

-

laatste wijziging:

dd-mm-jjjj / tek

deelplan:

-

vastgesteld:

23-10-2023 / MP

bestandsnaam:

[IDN-nummer].dgn

Ut e r we g

aat r est Roz

-C ei

Q

t aa r t ns ge l i

Gemeente Brunssum

Ut e r we g

Ad en au er l aa n

H

n aa i st i hr

W

at ra st uk Be

C

K o u ve n d e rs tr a a t

aat r st ol dB nan di Fer

aat r st er t Pot us l Pau

aat r st een St Jan

at ra t ns re To

n a a l r e u a n e Ad

n ei l np aa at Pl

Ko e s t r a a t

Beheersverordening 'Aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum'

B re d e ro st ra a t

n e o ts n la p o sc e n

t aa r t es nn De

bestaande bebouwing en kadastrale ondergrond

U

W

t raa t ns aa at Pl

at ra t xs ui

e d g n e rl e V

t a ra st a in

g we t r a s s Pa

eg

n ei l np aa at Pl

t a a r t s r e d n Ei

g we l ha ort Sp

S t .J os ep hs t r aa t

et s t r aa t

aan l uer Adena

t aa r t as i as Ac

lm e ilh

Verklaringen

NL.IMRO.0899.BVO81011-VA01

w er euk enb Var

at ra st gh er nb ke nc i Kl

t a ra st g n i tt u B

Q

K o u ve n d e rs tr a a t

A ke r st r aa t N oo r d

B ur g. v. d. K r oo ns t r aa t

p m ca er Av ck i r nd e H

Ei n d e r s t r a a t

g gwe r sbo i Car Hei

n aa el bb ru

n aa i st i hr

t aa r st dt ae r en st eu

g we t ar s s Pa

weg er j wei Ter

at ra st on ro K d. v. g. ur B

G

t aa r st dt ae r en t s eu

Ch r i s t i aa nd eW

p

st en i D

g r be er st ei H

DeRu y t e r s t r a a t

De W eggebekker

at ra st re pè n a a l e j n a t s Ka

S t ee ns t r aa t

Besluitvlak

t a ra st ro e d re B

uf A

m A

t aa r t as m Em

M

m a l n j i

Ja n

Vo nd el st r aa t

T r o mp s t r a a t

f u A

t aa r st er nd ve u Ko

Vo n d e l s t r a a t

n aa l ark erp ds i He

l pe em Ko

k üc l

ck lü

at ra st ps i l hi .P Dr

r e w u o th e i ch S

l oe K

Ev e r t s e n s t r a a t

Tr an s v aa l s t r aa t

st en i D

n aa el j an st Ka

Vo n d e l h o f

aat r ost eder Br

er

l pe em Ko

r te ch zi p

G

rd o o

O

G

N ta a tr rs ke A

d or No t aa r st er k A

at ra t ps

er ep l S

w ou ph ul

of rh be Fa s. r ke Ac de p O

n a a l a t l Vo

weg unssum m er Oude Br

eg aw m m E

s aa gb oe l P n aa el j an t as K

P au l us P ot t er st r aa t

V a nGa l e n s t r a a t

De W eggebekker

t aa r st es el ot t s i r A

Vo n d e l s t r a a t

t aa r t ns i Re

H uy ge ns st r aa t

t aa r t ss al H s an Fr

Jo ha nn es Ve r m ee r st r aa t

t aa r t ns i Re

u ve rb e rg st ra a t

eg aw m m E

H

D

n aa el bb ru

at ra st es el ot st ri A

G

at ra st ps i l hi .P Dr

eg w er t er m om H

t aa r t as i or et r P

t aa r st es at r oc S

t aa r st es el ot st i r A

C on st an t i j n

Vo n d e l p l a n t s o e n

er l j i P

t aa r st es at r oc S

at ra t os at l P

t a a r t s k e e b e e r T

Ho mme r t e r we g

eg aw m m E

t aa r st as r go ha yt P

at ra t os at l P

rd o o

aat r ngst Ri

N ta a tr rs ke A

f ho es j f Aa

t aa r st ek be ee r T

t raa st es al Th

rd o o

us rt Be

t aa r st et i l el at S

W

t a a r t s mp a k n e z Ha

t a a r t s t n a l r e nMa a bv o c a J

aat r t ous

Co ns t an t i j nH uy ge ns s t r aa t

am nk ze Ha

at ra st et me Ko

N ta a tr rs ke A

f ho es j f Aa

Ri n g s t r a a t

t aa r t hs ac eb k c en

dD ar r Ge

He nd r t i a k a r t s e va t o Gr t r n e Ge Ve l de ke st r aa t

en tV '

aat r st Aker

t aa tr ss nu tu ep

us rt Be

t aa r st ek be ee Tr

n I

at ra t ns re To

f ho en oz

at ra t és j on Cr

R

f ho as l al P

f ho as l al P

at ra t ns zo i or

at ra st et me Ko

t aa r t as l de an M n o s l Ne

T or en s t r aa t

Ha z e n k a mp s t r a a t

t aa r t s on z i r Ho

t aa r t s on z i r Ho

at ra st ch or rb Te

eg sw

H

f ho as l al P

g we n ë e Wi Emmapark

g we ma Em

m i gr l Pe

Wi e ë n we g

t aa r st ek be ee Tr

t aa r st dt an br em R

at ra st er Ak

t a a r t s r o o Sp

Sp o o r s t r a a t

g we n ë e Wi

g we n ë e Wi

aat r pst nkam Haze

t a a r t s t o o eGr od g Hu

g we Emma

f ho as l al P

N

e d i e

rd o o

rw e kk A

N ta a tr rs ke A

t aa r t s on z i r Ho

t aa r t s on z i r Ho

t aa r st us an r U

O

t a a r t s n ma p e a h Sc . Dr

t a a r t s r o o Sp

aat r sst ygen n Hu j i ant t Cons

t aa r t ks ee eb e Tr

T r e e b e e k p l e i n

t aa r t s en k ef Gr

aat r st el Vond

aat r t zons i Hor

at ra t ss nu ur at S

at ra t as st Ve

at ra st et me Ko

at ra st us un pt Ne

t aa r t s er t i up J

T r e e b e e k p l e i n

Pl a n e e t s t r a a t t aa r t s on z i r Ho

T r e e b e e k p l e i n

g we ol Ko

t a ra t ss u n e V

T r e e b e e k p l e i n

t aa r t s t of Ho C. P.

at ra st t f oo

t aa r t ss ar

t aa r t ns ma or Do el r Ka

H .

M

t a a r t s r e p y Ku A. . Dr

Z o n n e s t r a a t

g we n Ve

t aa r st dt an br em R

t aa r st us i t i br Fa l e ar C

C . P

at ra t ss nu ur at S

As t e r o ï d e

t aa r t s er t i up J

t a a r t s n e t e Wi . h T . L . Dr

t a a r t s r e p y Ku A. . Dr

N i e u w e n h a g e n e rw e g

La nd gr aa f

W al cund usst r aat

Ri char dusst r aat

Sc h i l d s t r a a t

Kr ui sb er gs t ra at

Bi j voet

G anz evoe t

Am an dusst r aat

Rena t usst r aat

M ar t i nusst r aat

Huber t usst r aat Kool weg

Pl anet oï de

Ur anusst r aat

Me t eo or st ra at

K at st ra at Ir. de

Wi j enweg

Or i o n p l e i n

t aa r t ns ma or Do l e r Ka

t raa st l ae sd uy

St e r r e n s t r a a t

aat r sst dwar r Spoo

P l ei ns t ra at

g er sb an Ha

en so t an l ap i rg bu

Sc h i l d s t r a a t

St e r r e n s t r a a t

Ha a n s b e r g

m Li

Sc h i l d s t r a a t

Mo n u l f u s s t r a a t

eg w en V

nR va

Ed u a r dWi n t g e n s s t r a a t

Wi j e n we g

Ma r c e l l u s s t r a a t

Ri mb u r g e r we g

n aa l k i r nd He ns i Pr

at ra st en oy

St e r r e n s t r a a t

Wi j e n we g

p e n e rs tr a a t

n ei l mp de Bo

aat r gst sber ui Kr

t aa r t ss ar M

Wi l l i b r o r d u s s t r a a t

F l o r i b e r t u s s t r a a t

n ei pl er ng E

R u m

t a a r t s t d n a r mb Re

nG va

M et eo or st r aa t

i nt ge ns st r aa t

Go n d u l f u s s t r a a t

eg w en V

t a ra st l o o ch S

L i g u s t e r

aat r enst et .L.Th.W i Dr

at ra t ss re Ce

t aa r st us i r cu er M

W

S ch o o l st ra a t

at ra t ks nc i l tF er ov

E du ar d g we er ht c i Tr

C ri j ck e l sh o f

G

Wi j e n we g

t a a r t s l e d n Hä

f o h l e h t Be

at ra st er Ak

Wi l l i b r o r d u s s t r a a t

Ge r b a l d u s s t r a a t

H eu ge r st r aa t

en dr i kl aa n

Sc hu be rt st ra at Schu ber t st r aat

aar el Haz

V a l e r i u s s t r a a t

t aa r st r ge eu H

t raa t ers en mp Ru

eef dr anen at Pl

t a a r t s s u d n u c l Wa

Di ep en br oc ks t ra at

Kr ui sb er gs t ra at

Li j st er be ss t ra at

Me i do orn st raa t

K ru i sb er gs tr aa t

t raa t ers en mp Ru

aar el Haz

Sw ee l i nc k s t r aa t

Kr ui s be r gh of

Ko r n o e l j e

em br l j Pi

esweg ebosj M ar

aat r ABC st

f ho en i aa Kr

n a a l k i r d n e sH n i Pr

t a a r t s f o h l o Ko

Pl a t a n e n d r e e f

L a mb e r t u s s t r a a t

Marktstraat

Li ndepl ei n

Kr ui sbe r gst r aat

Honi ngbo om st r aat Ho ni ngb oom st r aat

Go ud en re ge ns t ra at

B o sk ri e k r a a l ze a

Egl ant i er

eg ag en do re nw H

Ac ac i as t r aa t

As t o r i a Ru mp e n e r s t r a a t

t raa st en ep I

H

L a mb e r t u s s t r a a t Markt

g we er ht c i Tr

t aa r st er t pi Ju

H az el aa r

er i t an l Eg

n aa l nt za Fa

Br u n s s u mm e r we g

t aa r t os un J

m oe bl en r Ko

Be r k en s t r aa t

He l mb l o e m

Ro ek en ve l dw eg

g we er ht c i Tr

H az el aa r

er i t an l Eg

Br u n s s u mm e r we g

t aa r st us i r cu er M

I ep en st r aa t

m oe l eb l l Ko

aat r usst i vat Ser

e kk i

k i r de l Bo

Vi ct ori a

Do r pst r aat

Es se ns t raa t

Op De n Tr i cht er

H

er t ch i Tr

w l ge Vo

bach t i Tr

h bac t i Tr

kt M ar

kt M ar

eg esw sj ebo M ar

d dpa vel r ade enr st Am

ef re rd we er Sp

g we er t ch i Tr

Ko ut en ve l d

Be xh oe s

Ri dder Bexs t r aat

K on i ng st ra at

K ei ze rs t ra at

K en ne dy l aa n i rk st ra at

i dd er D

R

eg ag en do re nw

en

ef re rd we er Sp

k an er pp Ho

n aa l nt za Fa

aat r sst ui adh Ra

at ra t ns rke Be

t a ra st a ci ca A

D

Sl ee do or n

m oe bl el t eu Sl

d ar e Va Op d

at ra t ns uy

at ra st en ep I

ag en do re nw

at ra st rg be en l ke ok

fH aa Gr

H

H

at ra t es l el xd Be

p

t raa st us i t rva Se

P l a ta n e n d re e f

k an er pp Ho

k an er gg He

n aa l pa ro Eu

aat r xst dderBe Ri

aat r dst er t ui Sl

at ra t ns Ja er dd Ri

at t ra t raa ns i st sw en Ho Go er er dd dd Ri Ri

O

r e g a sl

at ra t rs aa

t aa r st er t ch i r st aa M

g we d l e v n e k e Ro

Bo sk r i ek

Po pu l i er en st r aa t

Kr u i s b e r g p a d

t a ra st n e ss E

E i ke nl aa n

J a c i n t a h o f

Po p u l i e r e n s t r a a t

l ee w ru t S

M

n aa l nt za Fa

t a a r t s g r e b n e l e k k Ho

L i n d e s t r a a t

t a a r t s r e t h c i r t s a Ma

n aa nl ke Ei

m oe bl er st nk Pi

at ra t ss ui dh aa

r e d n e

t aa r t s en Ho er dd Ri

Z a d e l ma k e r

ht ac mb tA He

d pa es sj ee

nk i v ud Go

r e k ma n e g Wa

d l e v s e j s e me l e mp Pi

m ol Ko

nk i v l pe Ap

ht bac tAm He

s gor el Ge s r o g l e Ge

er enm ak ot Sl

t ch ba Am et H

k i er

s gor el Ge

ee l al en nk Vi

ep Ke

w u To

uw kLee i er euw eg rwLe de ra en st

ng i nl oe r G

n aa l f i du ut Ho

n aa l f i du ut Ho

ad np ve i Du

k i r we u e e L

eg w er ad r en st

Sc hi f f el er s t r aa t

t aa r st el nk i ch S

Ri d d e r Re i n e r s t r a a t

t aa r t ds er t ui Sl

P la ta n e n d re e f

He t Amb a c h t

R

m

es ho ok St

t a a r t s h c i r Ul r e d d Ri

t aa r st er t ch i r t s aa M

r e g a l s r e p Ko

r age esl i Ol

eg w er ad r en t s

es ho an P

m e L

Le en he er st ra at

r e d n e

t a a tr rs e tz i e

at ra t ds l ba i Th er dd Ri

eg

or ps tr aa t

r e d n e

m

r e d n e

at ra st t an un

m dA Ou

m A ud O

n aa l f i du ut Ho

W

t a a r t s e k f u He

r e g a l ws u o T

d pa en nk i V

t aa r st dt ae r en t s u

on r rb ne un Br

t aa r t ps or D

F o l k l o r i a d a

e ad i mp y Ol

t a a r t s g o t r He

t aa r t es k uf He

t a a r t ms a r l a rW e d d Ri Ri t d d aa e r rC t o hs r c t e n ba b a en c t h s or t r C a a r t e dd Ri

m A ud O

W

D

He nr iD

m

m e L

m

D ri en

H er t og st r aa t

t aa r t ns oe H er dd i R

t a a r t s k j i d r o o Sp

St . Br i g i d a s t r a a t

at ra st er ud ho d a t S

St ad ho ud er st r aa t

H

un an t st ra at

Ha ge nd or en we g

at ra st er he en Le

r e d n e

t a ra st e ss te n e g e

m

at ra st ng i on K

at ra t rs ze ei K

G ou ve r ne ur st r aa t

n a a l y d e n n Ke

t aa r t ns pe he Sc

R

m e L

n aa l dy ne en K

m e L

m e L

w ch S rt e b l A

H

g we en or nd ge Ha

Br u n s u mm e r we g

yn u rt e st o o l K

t aa r st ut ho Sc

P ri ns

en ri D

at ra t ps or D

n aa l dy ne en K

f ho er st oo Kl

t a ra st e l a g n ti h g i

H

t aa r t ns pe he Sc

at ra st er st oo Kl

at ra t es l ga n i t gh i N

er ke l be ek er st r aa t

D ro ss a a rd

P o o rt e rs tr a a t

S ch o u ts tr a a t

e

un an ts tr aa t

D

ce n re o l F

ce en or l F

E u ro p a la a n

n aa yl ed nn Ke

n a a l a p t ro n u aa a E tr a l a es p al ro u ng ti E gh i N

ce en or l F

eg nw or do ag Ha

M

Cl er c s t r aa t

L a n d sh e e rs tr a a t

at ra st l al sh ar

t aa r st l l i ch r hu C

eg

t aa r st ns ne an M r eu gn i se on M

at ra st t l ve se oo

rw ke Ak

i l me nw eg

eu fs tr aa t

on t go m

t a a r t s d r a a g n e z Ro

H

er ys t ra at

B ra nd sm Ti t us

M

Am st en rad erw eg

M

De Ga s p e r i s t r a a t

er ke l be ek er st ra at

Sc hu m an st r aa t

t a ra st g o o L

t aa r t s s en nn Ma ur e gn ei ns Mo

W

Ei s e n h o we r s t r a a t

K l i n g b e m

eg V og el sv al de re nw

Eu r o p a l a a n

M

oo se ve l ts tr aa t

eg

Loogstraat

Ma r s h a l l s t r a a t

de n

R

w en

Ra a d h u i s s t r a a t

Ch ur chi l l st r aa t

m l i

Sc h u ma n s t r a a t

Vo ss en l ee n

Vo ss en l ee n

Kl i ng st r aa t

Ra a d h u i s s t r a a t

W

eg sw en em l C

Kou t env el d

a st ra a t

pene r st r aat

St een akk er hof

t a a r t s s i u h d a Ra

Ve l ds t r aa t

Kl i ng be md en

Ke r k s t r a a t

R

t a a r t s k r Ke

t a a r t s t t u Cl r e k n o J

Ad en au er st r aa t

eg w r aa M

B ra n d sm

H ae f l an d

d e n

B ra n d sm

T i tu s

t a a r t s d r a h n r Be

e rk e l b e e ke rs t ra a t

d e n

d e n

a st ra a t

M

K l i n g b e m

T i tu s

D ou ve

n de

K l i n g b e m

aat r xst i r t Bea

t aa r st et i gr r Ma

t aa r t kes j i r Ma

g e

of eh en r I

w n e te S t aa r t as an i ul J

m be ng i l K

d e n

Am ud e O

eg nw re de l va s el og V

ee rs ts tra at

K l i n g b e m

t a a r t s a n a i l u J

K l i n g b e m

st en ra de rw

eg

weg ader enr Am st

S te e n w e g

d e n

Ho u t s t r a a t

verbeelding: The People Group www.thepeoplegroup.nl

Beheersverordening Aanpak plancapaciteit detailhandel Gemeente Brunssum Vastgesteld

Aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum

Beheersverordening Aanpak plancapaciteit detailhandel Gemeente Brunssum Vastgesteld

Rapportnummer:

P04261

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0899.BPO81011-VA01

Datum:

26 oktober 2023

Opdrachtgever:

Parkstad Limburg

Projectteam BRO:

WBl, KBu

Concept:

mei 2021

Voorontwerp:

mei 2021, april 2022, mei 2022

Ontwerp:

maart 2023

Vaststelling:

oktober 2023

Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

--

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Facetbeheersverordening 1.3 Begrenzing plangebied 1.4 Proces

4 4 4 4 6

Hoofdstuk 2 Onderbouwing 2.1 Beleidskader 2.2 Onderbouwing Dienstenrichtlijn 2.3 Milieuaspecten

8 8 12 12

Hoofdstuk 3 Juridische planopzet 3.1 Inleiding 3.2 Systematiek bestemmingen

13 13 13

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

15 15 15

2

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Uit het koopstromenonderzoek Limburg 2019 (KSO 2019) blijkt dat de Limburgse detailhandelssector een belangrijke sociaaleconomische sector is. Wel is het winkelaanbod sinds 2012 met 11% afgenomen en is de leegstand toegenomen met één derde. Een belangrijke aanbeveling uit het KSO 2019 is het doorpakken van het proces om te komen tot compacte en vitale centra. Dit vraagt om het maken van keuzes, gedragen door alle betrokken partijen. In Limburg betekent dit de opgave om gezamenlijk per saldo een (forse) sanering van winkelmeters te bereiken, met tegelijkertijd het bieden van perspectief voor nieuwe innovatieve initiatieven ten behoeve van compacte en vitale centra. Er is geconstateerd dat de huidige planologische regels uit de vigerende bestemmingsplannen en beheersverordeningen binnen de gemeente Brunssum teveel ruimte bieden als het gaat om vestigingsmogelijkheden van detailhandel. Dit is niet in overeenstemming met het vastgestelde detailhandelsbeleid. De gemeente Brunssum wil daarom de mogelijkheden tot nieuwvestiging van detailhandel binnen een aantal vigerende plannen (onbenutte plancapaciteit) beperken. Legale bestaande detailhandel kan gehandhaafd blijven. Het doel hiervan is om te komen tot een concentratie van detailhandelsvoorzieningen in de gemeente.

Het voornemen kan worden beschouwd als een uitvoering van het regionale beleidskader; de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL). De onderhavige facetbeheersverordening voorziet hierin. Deze facetbeheersverordening gaat niet over feitelijk bestaande planologisch legale detailhandel.

1.2

Facetbeheersverordening

Een facetbeheersverordening, ook wel “paraplubeheersverordening” genoemd, is een beheersverordening waarbij de op dat moment geldende beheersverordening na de herziening van kracht blijft. Bij dit soort plannen gaat het vaak om een kleine correctie van een bestemming of van een bepaling. Het kan ook gaan om een aspect waarbij meerdere beheersverordeningen tegelijkertijd worden herzien. Ten aanzien van het onderwerp dat de facetbeheersverordening nader regelt, komen de regels ten aanzien van dat onderwerp in de onderliggende beheersverordeningen te vervallen of gaan gelden als een nadere aanvulling op de reeds vigerende verordeningsregels. De onderhavige facetbeheersverordening grijpt alleen in op de planologisch bestaande, maar nog niet benutte, detailhandelsmogelijkheden. Overige bestemmingen en gebruiksmogelijkheden blijven dan ook gehandhaafd. De onderliggende beheersverordeningen blijven ook gewoon gelden, met dien verstande dat er voor de detailhandelsmogelijkheden een aanpassing in de regeling (gebruiksmogelijkheden) wordt gedaan. Binnen de gemeente Brunssum vigeren ook bestemmingsplannen. Voor de locaties waarvoor een bestemmingsplan geldt, is een separaat facetbestemmingsplan opgesteld. Deze is inhoudelijk hetzelfde als de onderhavige facetbeheersverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=7d6549c9-59d5-4a62-be21-c3cfe89e32ba