Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Ruimte en Techniek van 21 november 2023 1 2.a 2.b 2.c 2.d 3
4
5
6
7
8 9
19:00 - Opening 19:00 - Vaststellen concept besluitenlijst d.d. 10 oktober 2023 Concept Besluitenlijst raadscommissie 10 oktober 2023 Ruimte & Techniek 19:02 - Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 3-10-2023 en 14-11-2023) Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 3-10-2023 en 14-11-2023) 19:04 - Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht 19:07 - Terugkoppeling vanuit verbonden partijen 19:10 - Instellen van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit; Gemeenteblad 2023/81 Weth. Van Dijk Ondersteund door dhr. J. Hacking Raadsvoorstel 81 Het instellen van een gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit PUB Raadsvoorstel 81 (bijlage) akte van benoeming Brouwers PUB Raadsvoorstel 81 (bijlage) akte van benoeming Extra PUB Raadsvoorstel 81 (bijlage) Verordening op de gemeentelijke adviescie Ruimtelijke Kwalitit Brunssum 19:30 - Nota grondbeleid; Gemeenteblad 2023/95 Wethouder van Dijk Ondersteuning door Geert-Loys Jacobs & Peter van Eerden (extern, van het bureau dat de nota heeft opgesteld) Raadsvoorstel 95 Nota grondbeleid 2024-2028 PUB Raadsvoorstel 95 (bijlage) Nota grondbeleid 2024-2028 20:00 - Facetbeheersverordening aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum; Gemeenteblad 2023/96 Weth. Van Dijk Ondersteund door mw. E.
Aarts Raadsvoorstel 96 Vaststelling facetbeheersverordening aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum PUB Raadsvoorstel 96 (bijlage) NL.IMRO.0899.BVO81011-VA01__202354414__ Raadsvoorstel 96 (bijlage) P04261_BV_Aanpak plancapaciteit detailhandel Brunssum_20231026__202354413__ 20:20 - Facetbeheersverordening kamerbewoning, woningsplitsing en parkeren; Gemeenteblad 2023/97 Weth. Van Dijk Ondersteund door mw. E. Aarts Raadsvoorstel 97 Facetbeheersverordening kamerbewoning, woningsplitsing en parkeren PUB Raadsvoorstel 97 (bijlage) 231031_BVO Kamerbewoning, woningsplitsing en parkeren_vastgesteld_Regels__202292339__ Raadsvoorstel 97 (bijlage) 231031_BVO Kamerbewoning, woningsplitsing en parkeren_vastgesteld_Toelichting__202292340__ Raadsvoorstel 97 (bijlage) 231031_BVO Kamerbewoning, woningsplitsing en parkeren_vastgesteld_Verbeelding__202292341__ 20:40 - Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan "Victoriapark"; Gemeenteblad 2023/98 Weth. Van Dijk Ondersteund door mw. W. Galama & mw. H.
Lelieveld Raadsvoorstel 98 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Victoriapark PUB Raadsvoorstel 98 (bijlage) 231031_Victoriapark_vastgesteld_Verbeelding__202356029__ Raadsvoorstel 98 (bijlage) 231107_Victoriapark_vastgesteld_Regels__202358432__ Raadsvoorstel 98 (bijlage) 231107_Victoriapark_vastgesteld_Toelichting__202358433__ Raadsvoorstel 98 (bijlage) Victoriapark_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting__202356042__ Raadsvoorstel 98 (bijlage) Zienswijzennota en Nota van wijzigingen_20231108__202358431__ 21:10 - Gemeenteblad 2023/82 (niet openbaar) Stukken liggen voor vaste commissieleden en raadsleden ter inzage bij de griffie 21:40 - Sluiting
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE RUIMTE & TECHNIEK VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 10 OKTOBER 2023 OM 20:00 UUR IN DE RAADZAAL
1 van 3 Besluitenlijst van de raadscommissie Ruimte & Techniek d.d. 10 oktober 2023
Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Ruimte & Techniek, gehouden op dinsdag 10 oktober 2023 om 20:00 uur in de raadzaal. Voorafgaand heeft de commissie burgerzaken plaatsgevonden. Deze vergadering is openbaar. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum kanaal 1 https://www.youtube.com/watch?v=oR5Dhn9UmE0 AANWEZIG COMMISSIE RUIMTE &TECHNIEK: Voorzitter:
Dhr. F.G. Joosten (VVD)
Burger-commissieleden:
College:
Dhr. J.G. Kusters (PAK) Dhr. J. Munten (Lijst Borger) Dhr. H.P.R Heijnens (VVD) Dhr. F.W. Podbregar (BBB Lijst Palmen) Mevr. A. Smeets (PvdA) Dhr. T.R.G. Lurken (SP) Mw V.J.G.M. Braam (PvdA) Dhr. S.J.H. L'Espoir (Lijst Brunssum Lokaal) Dhr. G.G. Luit (PAK) Mw. S. Offermans (PAK) Mw. G. Di Palma (VVD) Mr. J.M.H. Palmen (BBB Lijst Palmen) Dhr. J.W.G. Scheffers (Lijst Borger) Dhr. J.L.W. van Dijk
Notulist (plv. griffier):
Dhr. N.C.P Meijers
Ambtelijke ondersteuning:
Dhr. W. Trost
Externe ondersteuning:
geen
Afgemeld
geen
Raadsleden
Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 20:00 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijst Ruimte en Techniek d.d. 5 september 2023 De besluitenlijst van de commissie burgerzaken van 5 september 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 31-8-2023 en 3-10-2023) De toezeggingen vanuit de commissie R&T met de nummers 43, 44 en 46 (2023) zijn akkoord. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht In het kader van de actieve informatieplicht geeft wethouder van Dijk dat er een raadsinformatiebrief over de Parkstadroute beschikbaar is gesteld en geeft daarop een korte toelichting op en beantwoordt een vraag. In het kader van de passieve informatieplicht worden geen vragen gesteld. Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen Er is geen terugkoppeling vanuit de verbonden partijen. Agendapunt 3: Businesscase zwembad De Bronspot; Gemeentebladnummer 2023/51 Wethouder van Dijk geeft een toelichting en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door de heer Trost. De commissie adviseert in meerderheid, met uitzondering van de fractie BBB Lijst Palmen voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: 1. Akkoord te gaan met het starten verdiepend onderzoek naar variant 3 (instandhouding huidig complex o.b.v. Duurzaam MJOP zwembad De Bronspot). 2.
Ten behoeve van het verdiepend onderzoek een budget ad. € 120.000,- exclusief btw. ter beschikking te stellen; 2 van 3 Besluitenlijst van de raadscommissie Ruimte & Techniek d.d. 10 oktober 2023
3. Over te gaan tot vaststelling van bijgaande 1e begrotingswijziging 2024 inzake de businesscase Zwembad de Bronspot. De commissie adviseert, met uitzondering van de fracties VVD, PvdA, SP en Lijst Borger, het voorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 14 november 2023. Agendapunt 4: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 20.50 uur.
3 van 3 Besluitenlijst van de raadscommissie Ruimte & Techniek d.d. 10 oktober 2023
Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 3-10-2023 en 14-11-2023) Onderwerp
Datum toezegging
Nummer
Portefeuillehouder
Datum reactie
Afgedaan
Termijn
10-10-2023
49
Van Leusden
14-11-2023
Ja
24-10-2023
52
Van Dijk
13-11-2023
Ja
Vuurwerk (ABA)
13-12-2022
105
Van der Rijt
02-11-2023
Ja
Programmabegroting
24-10-2023
54
Van der Rijt
26-10-2023
Ja
24-10-2023
53
Janssen
25-10-2023
Ja
10-10-2023
50
Van Leusden
11-10-2023
Ja
loonkostensubsidie (Buza) Programmabegroting 2024 (middelen)
2024 (Middelen) Programmabegroting 2024 (Middelen) Tabel klantaantallen (Buza)
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. : 10 oktober 2023 Registratiekenmerk : 202339957 Gemeentebladnr. : 2023/81 Afdeling opsteller : Publieksdiensten - Vergunningen Naam opsteller : Bereikbaar onder : Portefeuillehouder : Jaimy van Dijk Raadsvergadering d.d. : 12 december 2023 Uiterlijke datum : Uiterste datum 12 december 2023 Motivatie datum: Er dient in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 een Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit te zijn ingesteld Aan de raad, 1.
Onderwerp Het instellen van een gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
2.
Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Op grond van artikel 17.9 Omgevingswet moeten gemeenten per datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet een gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit instellen. b. Huidige situatie/probleemstelling Huidige situatie Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden vergunningaanvragen van een bouwwerk getoetst aan de redelijke eisen van welstand. De gemeenteraad heeft de criteria waaraan getoetst moet worden op grond van de Woningwet vastgelegd in de welstandsnota. De toetsing vindt plaats door een onafhankelijke stadsbouwmeester. Ook is het op grond van de Wabo verboden zonder vergunning rijksmonumenten te slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of het te herstellen, gebruiken of laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. De instelling van de Monumentencommissie is geregeld in de erfgoedverordening en de Monumentenwet, die sinds juli 2016 gedeeltelijk is overgegaan in de Erfgoedwet (voor rijksmonumenten). Daarnaast wordt bij zeer ingrijpende wijzigingen aan of sloop van rijksmonumenten advies ingewonnen bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) te Roermond.
Probleemstelling Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen de taken en bevoegdheden van de stadsbouwmeester en de huidige Monumentencommissie van rechtswege vervallen. Ter continuering van de advisering dient de gemeente een gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit in te stellen. Tevens dient een verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit te worden vastgesteld.
3.
Gewenste situatie (WAT?) a.
Wat willen we bereiken?
1.
2.
3. 4.
5.
6.
b. 1.
2. 3.
4. 5.
6.
De gemeente stelt een Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in die in ieder geval adviseert bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor rijksmonumentenactiviteiten. Deze commissie voorziet minimaal in de disciplines cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratie en stedenbouw. We gaan uit van een integrale adviescommissie waarin alle huidige advisering rondom omgevingskwaliteit een plekje krijgt. Dit betekent dat naast monumentenadvisering ook de stadsbouwmeester onderdeel uitmaakt van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bij advisering in het kader van archeologische rijksmonumenten wordt voor het uitbrengen van advies een beroep gedaan op de regionale stadsarcheoloog. Snelheid, klantgerichtheid en pragmatisme staan voorop. De gemeente Brunssum continueert zoveel als mogelijk de huidige toetsing over bouwplannen. Kleine bouwplannen worden door de ambtelijk secretaris zelfstandig afgehandeld. Plannen die niet voldoen aan de welstandscriteria, als mede grote ontwikkelingsplannen worden voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Daar waar alleen op bijv. welstand getoetst moet worden, kan besloten worden om de stadsbouwmeester te mandateren zelfstandig een onafhankelijk advies uit te laten brengen. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit voldoet aan de vereisten voor omgevingsadvisering zoals vermeld in artikel 17.9 Omgevingswet.
De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit dient onafhankelijk en deskundig te kunnen adviseren. Daarom is het niet mogelijk om leden van het gemeentelijke bestuur en medewerkers van de gemeente te benoemen tot lid van de adviescommissie. Het reglement van orde, opgenomen als bijlage 9 in de Bouwverordening gemeente Brunssum 2014 vervalt. Hiervoor wordt een separaat Reglement van Orde door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit opgesteld. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit op basis van artikel 12 van onderhavige verordening een nieuw Reglement van Orde worden opgesteld.
Kaders eerdere besluitvorming (BBV nr. ) De huidige stadsbouwmeester en monumentendeskundige zijn door de raad benoemd op 20 december 2022, gemeentebladnr. 2022/90, djuma 202237512. traject tot dusverre Niet van toepassing rol/ bevoegdheden college van B en W Ons college is verantwoordelijk voor het verlenen dan wel weigeren van een omgevingsvergunning. De raad dient daartoe een Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in te stellen en de leden te benoemen. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Omgevingswet past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Ja, het voorstel past binnen de strategische visie "Brunssum 2025". Met het welstands- en monumentenbeleid wordt op duurzame wijze geïnvesteerd in de woningen en er wordt een bijdrage geleverd aan het behoud en de opwaardering van de cultuurhistorische waarden in de mijnkoloniën, hetgeen zowel past binnen de strategisch pijler "Brunssum leeft" als "Brunssum, de tuinstad in Parkstad". relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen Programma 11: Volkshuisvesting en RO Taakvelden: Ruimtelijke ordening (XT-81) en Wonen en bouwen (XT-83) De implementatiekosten voor de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn minimaal. De kosten voor de advisering door de adviescommissie worden betaald uit het budget Ruimtelijke Kwaliteitszorg.
c.
Argumenten en overwegingen Juridisch kader Het instellen van de gemeentelijke adviescommissie is wettelijk verplicht (art. 16.15a en 17.9 Ow). De commissie dient zodanig te zijn samengesteld dat een onafhankelijk en deskundig oordeel kan worden gevormd. De adviescommissie heeft tot taak te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (art. 16.15a onder c1 Ow) en de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door de gemeenteraad aangewezen gevallen of als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet (art. 16.15a onder c2 Ow). De gemeenteraad stelt de adviescommissie in, stelt het aantal leden en de benoemingstermijn vast en benoemd en ontslaat de leden van de commissie (art. 17.7 Ow). De leden van het gemeentebestuur zijn geen lid van de adviescommissie (art. 17.8 Ow). Binnen de commissie dienen enkele leden (dus minimaal twee leden) deskundig te zijn op het gebied van monumentenzorg (art. 17.9 Ow). De commissie moet ten minste beschikken over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouwen architectuurhistorie, restauratie, landschap en stedenbouw. Gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit voor rijksmonumenten Inhoudelijk zijn de regels voor rijksmonumenten onder de Omgevingswet niet wezenlijk anders dan de huidige regels voor rijksmonumenten.
In het Omgevingsplan kan de gemeenteraad straks wel maatwerkregels opnemen voor bijvoorbeeld vergunningsvrije inpandige wijzigingen van niet monumentale delen. Hiernaast is de zorgplicht voor rijksmonumenten geïntroduceerd. Deze verplicht initiatiefnemers om maatregelen te nemen om het beschadigen of vernielen van rijksmonumenten te voorkomen. Dit kan ook initiatieven nabij een rijksmonument betreffen. Voor het Omgevingsplan geldt de algemene instructieregel dat rekening moet worden gehouden met het cultureel erfgoed. Dit betekent dat de gemeente een analyse moet maken van haar cultureel erfgoed en een uitwerking daarvan moet opnemen in het omgevingsplan om daar vervolgens een toereikend beschermingsregime op in te stellen. Hetgeen nu in de gemeentelijk erfgoedverordening staat moet vertaald worden naar Omgevingsplanregels. Op grond van het overgangsrecht zijn de regels uit de monumenten- of erfgoedverordening opgenomen in het Omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat). Eind 2031 dienen de regels opgenomen te zijn in het Omgevingsplan zelf. De Omgevingsvisie vormt hiervoor het kader. Welstand na inwerkingtreding Omgevingswet De Omgevingswet zet in op een goede omgevingskwaliteit. Het begrip welstand verdwijnt. Het Rijk stelt hierbij vanuit nationaal belang regels over natuur, cultureel- en werelderfgoed.
Lokaal kan de gemeenteraad in het Omgevingsplan regels stellen over bijvoorbeeld architectonische of stedenbouwkundige kwaliteit. Als de gemeenteraad dit doet dan moet zij hiernaast ook beleidsregels vaststellen met criteria waaraan getoetst moet worden. Alles dat nu in de welstandsnota staat, moet vertaald worden naar Omgevingsplanregels om een gelijk beschermingsniveau te houden. Op grond van het overgangsrecht zijn bepalingen uit de welstandsnota en beleid dat in aanvulling hierop is vastgesteld opgenomen in het Omgevingsplan van rechtswege. Eind 2031 dienen de regels opgenomen te zijn in het Omgevingsplan zelf. De Omgevingsvisie vormt hiervoor het kader.
Wat verandert er? ▪ ▪
▪
d.
De naam “welstand” vervalt. Hiervoor in de plaats komt “uiterlijk van bouwwerken”. De stadsbouwmeester, welstandscommissie en Monumentencommissie als wettelijk figuur vervallen. Hiervoor in de plaats komt de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Wel kan de stadsbouwmeester als adviseur of als lid van de adviescommissie worden benoemd. Onder de Wabo gold een benoemingstermijn van de leden van 3 jaar. Onder de Omgevingswet is deze termijn vrij gelaten. In de model verordening van de VNG op de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit wordt een benoemingstermijn van 4 jaar voorgesteld.
Opties en keuze Nu de inwerkingtreding van de Omgevingswet een feit is, wordt aan uw raad een concept-raadsbesluit voorgelegd over: 1. Het instellen van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit De gemeenteraad is verplicht vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet een gemeentelijke adviescommissie voor Rijksmonumenten in te stellen. Daarnaast houdt de gemeenteraad de vrijheid andere commissies in te stellen of het takenpakket van de verplichte adviescommissie uit breiden. Doel is dat onafhankelijke en deskundige adviezen tot stand komen. Zo zou er een commissie kunnen worden ingesteld voor de omgevingskwaliteit van bouwwerken en een monumentencommissie. Maar alleen degene die adviseert over rijksmonumentenactiviteiten kan de status van gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet krijgen. 2. De benoeming van de leden van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Bij de instelling van de nieuwe gemeentelijke adviescommissie kunnen de leden van de bestaande adviescommissie worden (her)benoemd. Daarbij kan de einddatum van de huidige zittingstermijn worden overgenomen. Er kan ook een nieuwe einddatum worden vastgelegd. De Omgevingswet noemt geen maximale zittingstermijn. De gewenste zittingstermijn is een kwestie van balans tussen continuïteit en onafhankelijkheid.
Door de VNG wordt in de Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit een termijn van vier jaar aangehouden. De Handreiking Gemeentelijke Monumenten-commissies stelt dat onafhankelijkheid gewaarborgd is als leden niet langer worden aangesteld dan voor tweemaal een termijn van vier jaar, in kleine gemeenten kan gekozen worden voor drie maal drie jaar. Continuïteit is gewaarborgd door niet de gehele commissie ineens te vernieuwen, maar door de leden geleidelijk te vervangen. De stadsbouwmeester en monumentendeskundige zijn bij raadsbesluit van 20 december 2022 voor drie jaar herbenoemd. Momenteel is bijna een jaar van deze termijn verstreken. Er zijn een aantal opties voor de benoeming van de leden: i. Er wordt gestart voor de werving van nieuwe leden; ii. De huidige leden worden benoemd als lid van de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit voor een periode van vier jaar; iii. De huidige leden worden benoemd als lid van de Adviescommissie voor een periode van drie jaar benoemd, omdat inmiddels één jaar is verstreken; iv. De leden worden benoemd gedurende een termijn die overeenkomt met de zittingsperiode van de raad.
In de gevallen dat burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn voor de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch rijksmonument heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) recht van advies en instemming. De gemeentelijke adviescommissie adviseert hierover niet. Hiervoor is specialistische kennis, ervaring en een landelijk overzicht van het rijksmonumentenbestand vereist. Aangezien de gemeente op dit gebied niet beschikt over voldoende expertise zal een beroep moeten worden gedaan op externe adviseurs. 3. Vaststelling van de Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024 De verordening is zoveel mogelijk een beleidsneutrale omzetting van de huidige situatie, gebaseerd op de bepalingen over de adviescommissie(s) in de Bouwverordening en de Erfgoedverordening. De nieuwe verordening volgt de Modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in samenwerking met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (FRK) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Kern daarvan is dat de bestaande adviescolleges en eventuele andere adviseurs op het gebied van de omgevingskwaliteit in één samenhangend adviesstelsel worden opgenomen. In de verordening worden de taken en werkzaamheden van de leden aangegeven.
Ook de samenstelling en benoemingstermijn wordt in de verordening aangegeven. Geadviseerd wordt om: 1.
2.
3.
4.
Eén Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in te stellen waarin de monumentendeskundige én stadsbouwmeester zijn vertegenwoordigd. Zij zijn voldoende deskundig op het gebied van architectuur, bouwen, monumenten, restauratie en stedenbouw. Daarmee wordt ook voldaan aan de eis dat de commissie uit enkele leden dient te bestaan. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch rijksmonument wordt geen nieuw lid benoemd, maar advies gevraagd aan de regionale stadsarcheoloog. De huidige stadsbouwmeester en monumentendeskundige te benoemen als lid van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, omdat zij onlangs zijn herbenoemd en zeer deskundig en bekend zijn met Brunssum. De leden worden voor een termijn van vier jaar benoemd. Herbenoeming van de leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Aangezien de huidige leden zijn herbenoemd wordt voorgesteld hen te benoemen voor de duur van drie jaar (tot 1 januari 2027). Ter waarborging van de continuïteit wordt geadviseerd om bij de benoeming van nieuwe leden de aanwezige leden een kwartaal samen te laten optrekken, opdat een goede overdracht kan plaatsvinden.
Bovendien kan de gemeenteraad na de verkiezingen in maart 2026 vóór 1 januari 2027 de nieuwe leden voor de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit benoemen voor een volgende zittingsperiode, waarmee de onafhankelijkheid is gewaarborgd. De verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit vast te stellen.
Het college van burgemeester en wethouders, Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2023/81 : Publieksdiensten - Vergunningen : 202339957
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/81; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 oktober 2023, afdeling Publieksdiensten - Vergunningen ; Besluit: 1. Eén Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in te stellen waarin de monumentendeskundige én stadsbouwmeester zijn vertegenwoordigd. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch rijksmonument wordt geen nieuw lid benoemd, maar advies gevraagd aan de regionale stadsarcheoloog. 3. De heer R. Brouwers voor te dragen als monumentendeskundige van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit tot 1 januari 2027. 4. De heer G. Extra voor te dragen als deskundig lid van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit tot 1 januari 2027. 5. De Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 december 2023
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
AKTEVANBENOEMING
De Raad van de gemeente Brunssum,
gelezen het voorstel van het College d.d. 10 oktober 2023, afdeling Publieksdiensten/Vergunningen nr. 202339957; gelet op de bepalingen in afdeling 17.2 van de Omgevingswet, juncto artikel 5 van de Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024; gelet op het overgangsrecht in artikel 9.1, eerste lid, sub a. van de Erfgoedwet waarin tot het tijdstip waarop de Omgevingswet van kracht wordt en in werking is getreden, artikel 15, eerste lid van de Monumentwet 1988;
heeft op 12 december 2023 besloten:
I.
de heer R.L.M.A. Brouwers, met ingang van 1 januari 2024 voor de duur van maximaal 3 jaar te benoemen als monumentendeskundige van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 2024;
II.
dat de heer R. Brouwers als monumentendeskundige wordt belast met de advisering zoals bedoeld in artikel 2 en 3 van de Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024;
III.
dat de heer R. Brouwers tevens de stadsbouwmeester ondersteunt bij grotere bouwprojecten alsmede optreedt als plaatsvervanger van de stadsbouwmeester bij diens afwezigheid;
IV.
dat de vergoeding zal plaatsvinden op basis van bestede uren commissiewerk, gespecificeerd naar vergadertijd en reistijd, volgens de BNA-richtlijn: ‘S.A.A.- uurtarief, functie ontwerper en architect (directie)’ en daarnaast een reiskostenvergoeding wordt toegekend voor woon-/vergaderlocatie zoals gebruikelijk is voor functionarissen en leden van andere commissies bij de gemeente Brunssum;
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 december 2023 De raad voornoemd, voorzitter.
griffier.
AKTE VAN BENOEMING
De Raad van de gemeente Brunssum,
gelezen het voorstel van het College d.d. 10 oktober 2023, afdeling Publieksdiensten/Vergunningen nr. 202339957; gelet op de bepalingen in afdeling 17.2 van de Omgevingswet, juncto artikel 5 van de Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024;
heeft op 12 december 2023 besloten:
I.
de heer G.J.E. Extra, wonende Rom ingang van 1 januari 2024 voor de duur van maximaal 3 jaar te benoemen als lid van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit;
II.
dat de heer G. Extra als stadsbouwmeester wordt belast met de advisering zoals bedoeld in artikel 2 en 3 van de Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024;
III.
dat de vergoeding zal plaatsvinden op basis van bestede uren commissiewerk, gespecificeerd naar vergadertijd en reistijd, volgens de BNA-richtlijn: ‘S.A.A.- uurtarief, functie ontwerper en architect (directie)’ en daarnaast een reiskostenvergoeding wordt toegekend voor woon/vergaderlocatie zoals gebruikelijk is voor functionarissen en leden van andere commissies bij de gemeente Brunssum;
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 december 2023
De raad voornoemd,
voorzitter.
griffier.
Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024 De raad van de gemeente Brunssum; -
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 oktober 2023; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet;
besluit: vast te stellen de: Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -
commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit, gemeente Brunssum 2024; goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; monumentendeskundige: het lid van de commissie die deskundige is op het gebied van de monumentenzorg; stadsbouwmeester: het lid van de commissie aan wie door de raad op grond van deze verordening specifieke taken zijn opgedragen; wet: de Omgevingswet.
Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Daaronder wordt in elk geval begrepen het geven van voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie. 2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voor beschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument;
b.
c. d.
e. f. g. h.
3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet, of over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument of een functie-aanduiding anders dan gemeentelijk monument die betrekking heeft op cultureel erfgoed op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en
ontwerpers gedurende het ontwerpproces; voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed, werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten regels over reclame in de openbare ruimte, voorwerpen op of aan de weg.
3. De raad kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die door de stadsbouwmeester worden uitgevoerd. De stadsbouwmeester werkt onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Dit lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊ en 2, ̊en onder b. Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit minimaal 2 leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast minimaal 1 plaatsvervanger benoemen die hen bij afwezigheid kan vervangen. 2. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: welstand, architectuur, ruimtelijke kwaliteit, monumentenzorg, bouwhistorie en aanverwante vakgebieden. 5. De leden en plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Artikel 5. Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn twee jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 5. De gemeenteraad kan de benoeming en het ontslag op eigen aanvraag van de leden en plaatsvervangers mandateren aan het college van burgmeester en wethouders. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3.
De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie. Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht.
3. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste 1 lid. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie 1. De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. 2.
De commissie kan de advisering, in afwijking van artikel 4, onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan de ambtelijke secretaris indien de aanvraag past binnen de criteria voor objecten en het geen rijksmonument of werelderfgoed betreft. Bij een negatief advies zal de aanvraag alsnog aan de commissie worden voorgelegd. 3. In geval van twijfel wordt de aanvraag alsnog aan de commissie voorgelegd. Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11. Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1.
De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c;
b. de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f; c. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e. de notulering en dossiervorming; f. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de werkwijze van de stadsbouwmeester; h. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14. Vergoeding De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding welke bepaald wordt op het moment van aanstelling van de leden en adviseurs. Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1.
De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Na evaluatieoverleg met de portefeuillehouder wordt het definitieve verslag aangeboden aan de gemeenteraad. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.
Artikel 17. Vervallen oude regeling De regels met betrekking tot de commissie in de artikelen 9.1 tot en met 9.8 en bijlage 9 (Reglement van orde van de stadsbouwmeester en monumentendeskundige) van de Bouwverordening gemeente Brunssum 2014 en de artikelen 1b en 2 tot en met 4 van de Erfgoedverordening gemeente Brunssum 2013 vervallen. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december 2023. De voorzitter, De griffier,
Toelichting NB Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in de Model Verordening op de gemeentelijke adviescommissie gemaakt zijn in gedachten. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld dient deze toelichting in samenhang met de hierbij behorende VNG ledenbrief gelezen te worden. Algemeen Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. “Decentraal, tenzij” is een belangrijk principe van de wet. Dit betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente liggen. Alleen indien het gaat om een nationaal of internationaal belang of als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk regels. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet).
Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. Artikelsgewijs Artikel 1. Definities Commissie Dit is de gemeentelijke adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de wet. Goede omgevingskwaliteit "Een goede omgevingskwaliteit" is naast veiligheid en gezondheid opgenomen in de maatschappelijke doelstelling van de wet (artikel 1.3 van de wet). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden (Kamerstukken II 2013-2014, 33962, nr. 3). De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen, inclusief het adviesstelsel op het gebied van de omgevingskwaliteit.
Burgers kunnen, wanneer geen concrete gedragsbepalingen voorhanden zijn of deze niet toereikend blijken, ten aanzien van de het doel van een goede omgevingskwaliteit een beroep doen op de algemene zorgplicht. [Stadsbouwmeester De stadsbouwmeester (in sommige gemeenten dorpsbouwmeester of rayonarchitect genoemd) is een lid van de commissie met een eigen door de raad aangewezen takenpakket. Dit takenpakket wordt onder verwijzing naar de taken genoemd in artikel 2, tweede lid, aangewezen in het besluit van de raad waarin de stadsbouwmeester als lid van de commissie wordt benoemd.] Artikel 2. Taak en werkzaamheden Eerste lid
Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. [De commissie geeft ook voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie zelf. De commissie baseert de voorlichting (net als haar concrete adviezen) op de vastgestelde beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de wet).] Tweede lid Onderdeel a Dit betreft de advisering over aanvragen om een omgevingsvergunning of de advisering over een ontwerpbesluit als het college geen bevoegd gezag is. De commissie adviseert op verzoek van het college over een aanvraag voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument De wet definieert een rijksmonumentenactiviteit als volgt: “een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voor beschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht”.
De commissie adviseert niet over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot archeologische rijksmonumenten. De commissie brengt advies uit met het oog op het behoud van cultureel erfgoed. Uitgangspunten daarbij zijn: - het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten; - het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist is voor het behoud van die monumenten; - het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en - het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Dit volgt uit artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) dat de beoordelingsregels voor de rijksmonumentenactiviteit bevat. Voor rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot archeologische rijksmonumenten is de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister van OCW) aangewezen als advies- en instemmingsorgaan in de gevallen dat het college het bevoegd gezag is. Dit in verband met zijn verantwoordelijkheid voor de archeologische rijksmonumenten en met het landelijk overzicht en de vereiste specialistische kennis en ervaring die aanwezig zijn bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Ook is de Minister van OCW (mede) bevoegd tot toezicht en handhaving waar het gaat om archeologische rijksmonumenten. Behoud in situ (in de bodem) is hierbij het uitgangspunt. De gemeenten spelen desalniettemin in de archeologie een cruciale rol. De afweging om archeologische monumenten in situ (in de bodem) dan wel ex situ (door ze op te graven) te behouden, wordt meestal door de gemeente gemaakt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan en de belangenafweging bij de specifieke omgevingsplanactiviteiten waaraan een archeologische onderzoeksplicht is gekoppeld. De gemeente is op grond van artikel 5.130 van het Bkl verplicht om bij het opstellen van het omgevingsplan rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder (aantoonbaar te verwachten) archeologische monumenten. Daarbij kan de (aantoonbaar te verwachten) aanwezigheid van archeologische monumenten van invloed zijn op onder meer de toedeling van functies aan locaties – bijvoorbeeld de keuze om geen parkeergarage toe te staan op een locatie met hoge archeologische waarde – of op
de inhoud van in het omgevingsplan op te nemen beschermende regels of beoordelingsregels. De commissie kan hierover op grond van de andere onderdelen van dit artikel adviseren. Voor als gemeentelijk monument beschermde archeologische monumenten is de commissie wel het aangewezen adviesorgaan. 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voor beschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument De bescherming van monumenten of archeologische monumenten als gemeentelijk monument gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functieaanduiding gemeentelijk monument te geven. Met een voorbereidingsbesluit kan voorbescherming worden geboden aan een locatie waarvoor wordt overwogen deze de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Overgangsrecht gemeentelijke monumenten Het overgangsrecht in de wet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dat er bij het in werking treden van de wet een vergunningplicht geldt voor activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten en voor beschermde gemeentelijke monumenten die nog op grond van de [citeertitel Erfgoedverordening] zijn aangewezen. De regels uit die verordening blijven gelden tot het moment dat dit onderwerp in het nieuwe deel van het omgevingsplan is geregeld.
Dit volgt uit de artikelen 22.4 en 22.8 van de wet en artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet in samenhang met artikel 22.2 van het omgevingsplan (bruidsschat). De in de [citeertitel Erfgoedverordening] opgenomen vergunningplicht geldt als een verbod op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen De raad kan op grond van artikel 16.15, tweede lid, van de wet in het nieuwe deel van het omgevingsplan bepalen in welke gevallen een advies verplicht is. Dit kan per gebied of per type activiteit of bouwwerk verschillen. Zolang nog geen gevallen zijn aangewezen, zet het college het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadvies voort. Omdat het omgevingsplan ook bij een projectbesluit of een voorbereidingsbesluit kan worden gewijzigd, brengt dit mee dat ook Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het Waterschap en de Minister van OCW de commissie als adviseur in het omgevingsplan kunnen aanwijzen. Regels over de aanwijzing van de commissie als adviseur kunnen ook onderdeel zijn van de voorbeschermingsregels waarmee een voorbereidingsbesluit het omgevingsplan wijzigt.
Overigens betekent dit niet dat de commissie daarmee ook formeel adviesorgaan van die andere bestuursorganen wordt. Als het college geen bevoegd gezag is voor de aanvraag om een omgevingsvergunning maar adviseur, is de commissie ook adviseur en richt het advies van de commissie zich tot het college in plaats van het bevoegd gezag (artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit). 4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit Dit onderdeel is gelijkwaardig aan de huidige zogenoemde “kan-bepaling” over de welstandsadvisering in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Het college kan – voor zover dat in het omgevingsplan niet anders is geregeld – op grond daarvan zelf bepalen of zij een advies inwinnen bij de commissie. De beoordeling van de omgevingsplanactiviteit bouwen door de commissie
Bij het beoordelen van een bouwplan volgt de commissie de beoordelingsregels die in het omgevingsplan staan. De beoordelingsregels geven aan onder welke voorwaarden de vergunning kan worden verleend of geweigerd. Het gaat hierbij om regels over het bouwwerk zelf als wel zijn relatie tot de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, de bouwmassa, het maximale bebouwingsoppervlak, de aanwijzing van bouwvlakken, de situering op de bouwvlakken, de karakteristiek van de bebouwing, en het uiterlijk van bouwwerken zoals vastgelegd in de beleidsnota. De wet biedt de gemeente een kans om te zorgen voor een betere inbedding en aansluiting van welstandsaspecten binnen het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Het streven naar een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet is daarbij het overkoepelende doel. Daarom is de advisering niet beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. De commissie adviseert zowel over de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf (zoals de mogelijkheid tot “binnenplanse” afwijkingen), als over de toepassing van de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Dit gebeurt vanuit het doel van een goede omgevingskwaliteit.
Onderdeel b De Minister van OCW vraagt ingevolge de Erfgoedwet altijd advies aan het college van de gemeente waar een monument of archeologisch monument zich bevindt, alvorens te besluiten het aan te wijzen als rijksmonument. In dat geval is de commissie adviseur van het college. De commissie is ook adviseur in geval het college het voornemen heeft een monument of archeologisch monument aan te wijzen als gemeentelijk monument (door de locatie de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven). Onderdeel c Dit onderdeel geeft invulling aan de mogelijkheid als bedoeld in artikel 17.9, tweede lid, van de wet om de commissie in te schakelen bij het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zoals hierboven vermeld gaat het uitsluitend om beleid op het gebied van de omgevingskwaliteit. [Onderdeel d Dit onderdeel betreft de opgavegerichte advisering in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave. In geval van een verkenning in het kader van een projectprocedure of projectbesluit als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet onderzoekt het bevoegd gezag de mogelijke oplossingen voor een opgave. Door de verkenning kan het bevoegd gezag inzichten verkrijgen in: - de aard van de opgave, - de relevante ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving, en - de mogelijke oplossingen voor die opgave.
Hieronder vallen ook de oplossingen die anderen aandragen en waarvan het bevoegd gezag na beoordeling ervan besluit deze mee te nemen in de verkenning. Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen van het Rijk en de provincie die een mogelijke oplossing hebben aangedragen, kunnen aan het college vragen een deskundige instantie als de commissie over hun oplossing te raadplegen. Het college kan ook zelf advies vragen over de aangedragen oplossingen voor de opgave. De laatste zinsnede van dit onderdeel geeft aan dat ook als er geen sprake is van een projectprocedure of projectbesluit het college aan de commissie advies kan vragen in het kader van een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving.] [Onderdeel e Dit onderdeel betreft de ontwerpgerichte advisering. Deze taak heeft geen betrekking op het adviseren over door het college op aanvraag te nemen besluiten, maar op het informeren en
begeleiden van planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces, met het doel een hoogstaande stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit te bereiken. Dit onderdeel biedt de mogelijkheid om in een specifiek geval de commissie of een lid van de commissie te belasten met of te betrekken bij deze taak.] [Onderdeel f Vooroverleg bij een vergunningaanvraag wordt in de wet niet gereguleerd. De bestaande praktijk kan op grond van dit onderdeel worden voortgezet. Het belang van een goed vooroverleg neemt toe, aangezien het vereiste van onlosmakelijke samenhang vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) niet is overgenomen in de wet. De initiatiefnemer is er zelf verantwoordelijk voor dat zij of hij voor alle activiteiten beschikt over de vereiste vergunningen. Het is aan de initiatiefnemer om de verschillende eisen op elkaar af te stemmen. Vooral bij complexe projecten is vooroverleg van groot belang.] [Onderdeel g In dit onderdeel is bepaald dat de commissie ook adviseur kan zijn bij het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen.
De aanschrijvingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 13a van de Woningwet in geval van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, is opgenomen in de bruidsschat als bedoeld in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Dit in de vorm van een bevoegdheid tot stellen van maatwerkvoorschriften (zie artikel 22.7 in samenhang met artikel 22.4 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan). De specifieke zorgplicht voor rijksmonumenten verplicht initiatiefnemers om maatregelen te nemen om het beschadigen of vernielen van (voorbeschermde) rijksmonumenten te voorkomen. Een activiteit hoeft daarbij niet gericht te zijn op een rijksmonument. Het is voldoende dat een activiteit in de fysieke leefomgeving effect heeft op dat rijksmonument. Een voorbeeld hiervan is het bouwen van een tunnel, waardoor een rijksmonument kan verzakken. De regels voor de specifieke zorgplicht staan in hoofdstuk 13 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De gemeente kan op grond daarvan maatwerkvoorschriften opleggen.] [Onderdeel h De meeste regels over de fysieke leefomgeving uit de gemeentelijke verordeningen komen niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het gaat bijvoorbeeld om de [citeertitel Ligplaatsenverordening] of de regels over objecten in de openbare ruimte in de [citeertitel Algemene plaatselijke verordening].
De gemeente kan deze regels tot het einde van de overgangsfase (2029) omzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Op grond van dit onderdeel kan het college ook op basis van deze verordeningen advies vragen aan de commissie, ook al zijn de regels nog niet omgezet naar het omgevingsplan.] [Derde lid Dit lid ziet toe op de werkzaamheden van de stadsbouwmeester (zie de toelichting onder artikel 1).] Artikel 3. Verplichte adviezen Dit artikel sluit aan op de verplichte adviezen op grond van artikel 17.9 van de wet en het op grond van de [citeertitel Erfgoedverordening] verplichte advies bij gemeentelijke monumenten. Artikel 4. Samenstelling Eerste lid Dit lid geeft invulling aan artikel 17.7, eerste lid, van de wet, waarin is bepaald dat de raad het aantal leden vaststelt. [Er worden ook plaatsvervangers benoemd, zodat de commissie ook kan functioneren wanneer één of meer vaste leden zijn verhinderd.]
Tweede lid Dit lid geeft aan dat de leden als deskundigen en dus op persoonlijke titel en op grond van hun persoonlijke kwalificaties worden benoemd. Hun lidmaatschap is niet afhankelijk van het bekleden van een bepaalde functie of het hebben van een bepaalde hoedanigheid. De leden vertegenwoordigen geen bijzondere belangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat belangenorganisaties op het gebied van de omgevingskwaliteit geen vertegenwoordigers in de commissie hebben. De leden zullen hun functie onafhankelijk dienen uit te oefenen. Daartegenover staat dat benoeming niet achterwege zal blijven enkel vanwege het lidmaatschap van een bepaalde groepering of het bekleden van een bepaalde bestuurlijke of maatschappelijke functie. Daarnaast beschikken de leden over inzicht in maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. [Derde lid Dit lid voorziet in de mogelijkheid om burgerleden te benoemen. Voor deze leden geldt de eis van inzicht in maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.] Vierde en vijfde lid Deze leden zien toe op de deskundigheidsgebieden die in de commissie vertegenwoordigd moeten zijn.
De wet schrijft voor dat binnen de commissie enkele leden deskundig dienen te zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Volgens de Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw te beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). In aanvulling hierop is de deskundigheid aangevuld met [… (aanvullende deskundigheidsgebieden noemen)]. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt. [Zesde lid Dit lid zorgt voor een aanscherping van de wettelijke eis van onafhankelijkheid ten opzichte van het gemeentebestuur. Artikel 17.8 van de wet stelt slechts als eis, dat de leden van het gemeentebestuur geen lid zijn van een gemeentelijk adviesorgaan.] Artikel 5. Benoeming Eerste tot en met derde lid Deze leden hebben betrekking op de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7, eerste lid, van de wet. Het eerste lid regelt de benoeming voor de eerste termijn. Het tweede lid ziet toe op de herbenoeming. De regels voor de herbenoeming zijn logischerwijs alleen van toepassing op de leden, niet op hun plaatsvervangers.