Agendabundel
Tekst van het document
50
tussen deze niveaus is vervolgens vermenigvuldigd met de periode tussen het moment van voortijdig schoolverlaten vanaf 18 jaar en het einde van de onderzoeksperiode om een indicatie te krijgen van het productiviteitsverlies. Voor de belastingderving is op gelijke wijze vermenigvuldigd met het gemiddelde heffingstarief (29%). Door het resultaat per jongere te sommeren, ontstaan totaalbedragen per type groep. 5. lagere arbeidsparticipatie De maatschappelijke kosten verbonden aan bijstandsuitkeringen zijn becijferd door de opgegeven uitkeringsperiode te vermenigvuldigen met het uitkeringsbedrag voor deze leeftijdsgroep van circa 11.670 euro plus uitvoeringslasten van circa 4.600 euro op jaarbasis (Van Geuns e.a. 2011). Omdat voor jongeren met een Wajong-uitkering geen gegevens voorhanden zijn over de uitkeringsperiode is uitgegaan van de periode na uitstroom uit RMC tot het einde van de onderzoeksperiode. Deze periode is vermenigvuldigd met het geldende uitkeringsbedrag van 75% minimumjeugdloon plus een bedrag voor uitvoeringslasten vergelijkbaar met dat van een bijstandsuitkering. Voor de maatschappelijke kosten van re-integratie zijn ingezette interventies ingedeeld naar categorieën waarvoor kostengegevens beschikbaar zijn. Per interventiecategorie is een gemiddeld kostenbedrag per klant gehanteerd, zoals hieronder weergegeven.
Deze bedragen zijn vervolgens omgerekend naar de relevante trajectperiode. Interventiecategorie
Gemiddelde kosten per klant
Zorg en ondersteuning
2.750
Korte bemiddeling
3.950
Gerichte ondersteuning
6.800
Bron: gemeente.
6. meer schulden De maatschappelijke kosten van gemeentelijke schuldhulpverlening zijn becijferd door de opgegeven trajectperiode te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostenbedrag per traject van circa 1.950 euro per jaar (Van Geuns e.a. 2011).
Domein Veiligheid 7a. delicten en overlast: opsporing politie Op basis van cijfers van Moolenaar et al. 2015 zijn de totale opsporingskosten van de politie gedeeld door het aantal geregistreerde delicten (zie toelichting kolom Opsporing politie in tabel hieronder). Per type delict levert dit een gemiddeld kostenbedrag op dat is vermenigvuldigd met het aantal misdrijven. Omdat de beschikbare informatie geen inzicht geeft in mogelijke differentiatie naar duur en/of intensiteit is de veronderstelling dat elk geregistreerd misdrijf een gemiddelde politie-inzet heeft gevraagd die past bij het betreffende type delict. 7b. delicten en overlast: overige systeemkosten en maatschappelijke schade Uit dezelfde bron zijn cijfers gebruikt om gemiddelde maatschappelijke kosten per geregistreerd delict te berekenen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen kosten voor opsporing door de politie, overige systeemkosten en maatschappelijke schade, gespecificeerd naar soorten delicten.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
51
Maatschappelijke kosten per delict (bedragen * 1.000 euro) Opsporing politie (7a) 2,4
Overig systeem* (7b) 6,5
Maatschappelijke schade (7b) 11,7
Vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag
2,3
11,5
17,0
Gewelds- en seksuele misdrijven
2,3
6,7
62,0
Verkeersmisdrijven
1,7
1,8
14,8
Drugsmisdrijven
2,3
8,7
-
(Vuur)wapenmisdrijven
2,3
4,2
-
Overige misdrijven
2,3
7,0
-
Soort delict Vermogensmisdrijven
Bron: bewerking van Moolenaar et al. (2015). * exclusief tenuitvoerlegging
De kosten per delict zijn bepaald met behulp van tabellen behorend bij Moolenaar et al. 2015. Hierbij is tabel 10.13 (Uitgaven aan veiligheidszorgrekeningen naar delictcategorie en activiteit in 2014) en tabel 10.16 (Maatschappelijke schade op jaarbasis naar delictcategorie) afgezet tegen tabel 4.2 (Geregistreerde misdrijven naar delictcategorie).41 Binnen de kosten van het systeem zijn de kosten van opsporing door de politie afgezonderd door tabel 10.4 (Uitgaven aan opsporing – regel politie) af te zetten tegen tabel 10.13 (Uitgaven - kolom opsporing). Onder overig systeem zijn meegenomen kosten van preventie, opsporing (excl. deel politie), vervolging, berechting, ondersteuning van verdachten en slachtoffers, rechtskundige diensten en overige activiteiten. De kosten van tenuitvoerlegging zijn afzonderlijk becijferd door het aantal dagen celstraf te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten per dag (gemiddelde voor jeugd- en volwassenen) op basis van tabel 10.11 behorend bij Moolenaar et al. 2015 (Kostprijzen voor veiligheidszorg). Onder maatschappelijke schade valt de door bedrijven, burgers en overheid geleden schade als gevolg van delicten, zoals kosten van productieverlies, vervanging en diefstal, en verlies aan kwaliteit van leven. 7c.
overlastgerelateerde overige inzet De maatschappelijke kosten van de wijkagent respectievelijk het jongerenwerk zijn becijferd door het aantal uren inzet per type jeugdgroep te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostendekkend uurtarief van ongeveer 60 euro (bron: Handleiding Overheidstarieven 2015). Voor de kosten van de gemeentelijke ketenregie en cameratoezicht is aangesloten bij de opgave van de gemeente.
Domein Zorg & ondersteuning 9. meer gebruik voorzieningen Voor het gebruik van voorzieningen voor jeugdhulp en de Wmo ontbreekt het aan informatie over de omvang van indicaties. Voor jeugdhulp zijn gegevens over het type product vertaald naar kosten door de indicatieperiode te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostenbedrag per traject/cliënt, zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Type product jeugdhulp
Gemiddelde kosten per traject
Generalistische Basis
800
Specialistische GGZ
3.000
41
Vanuit het principe van voorzichtige inschatting is niet gecorrigeerd voor prijspeil, omdat het grootste deel van de delicten voor het peiljaar zijn gepleegd. Voor de hele periode is uitgegaan van kosten per delict 2014.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
52
Type product jeugdhulp
Gemiddelde kosten per traject
Jeugd en opvoedhulp
1.500
Pleegzorg
7.000
Gedwongen kader
5.400
Bron: gemeente.
Voor de Wmo is uitgegaan van de gemiddelde omvang van indicaties en een gemiddeld tarief per type product, zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Door deze eenheden en prijzen te vermenigvuldigen met de indicatieperiode resulteren kostenbedragen. Type product Wmo
Gemiddelde indicatie
Eenheid
Gemiddeld tarief
Begeleiding individueel basis
3,3
uur per week
45
Begeleiding individueel specialistisch
3,3
uur per week
60
Begeleiding groep basis
3,0
dagdelen per week
45
Arbeidsmatige dagbesteding
3,3
uur per week
60
Persoonlijke verzorging
6,6
uur per week
50
Tijdelijk verblijf
1,2
etmalen per week
45
Bron: gemeente.
B.1.2
Validiteit mate van validiteit De becijferingen zijn gebaseerd op gegevens uit betrouwbare bronnen en waar mogelijk direct gerelateerd aan personen. Dit neemt niet weg dat er tussen effecten verschillen zijn in de mate van validiteit c.q. ‘hardheid’ van de berekeningen. Ter toelichting geven we hiervan, op basis van een professioneel oordeel van onderzoekers, in onderstaande tabel per effect (exclusief pm-posten) een indicatie voor zowel het hoeveelheidselement als het prijselement. Daarbij is de volgende typering toegepast: hoeveelheid: directe persoonsgerelateerde gegevens over meerdere jaren (+++), directe persoonsrelateerde gegevens voor 1 jaar en/of rekeneenheden die nadere afbakening behoeven of niet compleet zijn (++), indirecte benadering (+); prijs: kostenopgave uit primaire bron (+++), benadering op basis van primaire bron (++), afgeleide benadering (+). Tabel B.1: Indicatie van validiteit van hoeveelheids- en prijsaspecten Domein / effect
Hoeveelheid (Q)
Prijs (P)
- Bureau leerplicht
+++
++
- Bureau Halt*
++
++
- Justitiële partijen*
++
+
+++
++
- productiviteitsverlies
+
+
- derving belastingopbrengsten
+
+
- bijstandsuitkering
+++
++
- Wajonguitkering*
++
+
Onderwijs, werk & inkomen 1. meer ongeoorloofd schoolverzuim
3. vaker voortijdig schoolverlaten: RMC 4. lagere arbeidsproductiviteit
5. lagere arbeidsparticipatie
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
53
Domein / effect
Hoeveelheid (Q) +++
Prijs (P) ++
++
+
a. opsporing politie
+++
+
b. overig systeem en maatschappelijke schade
++
+
c. overige overlastgerelateerde inzet
+++
+++
- jeugdhulp
++
+
- Wmo
++
+
- re-integratie 6. meer schulden - gemeentelijke schuldhulpverlening Veiligheid 7. meer delicten en overlast
Zorg & ondersteuning 9. meer gebruik voorzieningen
Dit overzicht laat zien dat het gros van de hoeveelheidselementen een gemiddeld tot hoge validiteit kent, terwijl voor prijselementen vaker een (afgeleide) benadering nodig is. gevoeligheidsanalyse Dit onderzoek heeft het karakter van een explorerende casestudy naar een breed scala van maatschappelijke effecten voor een relatief kleine populatie. Aan de basis ligt een dataset met gegevens (op persoonsniveau) over een beperkte periode. Om hiermee maatschappelijke kosten te kunnen berekenen, hebben we ook gebruik moeten maken van inschattingen en kengetallen uit andere bronnen. Kleine aantallen maken uitkomsten van becijferingen kwetsbaarder voor uitschieters, zowel in de samenstelling van de populatie als in de tijd. Daarom is het van belang de resultaten zo goed mogelijk te valideren. Om na te gaan hoe gevoelig de uitkomsten zijn voor uitbijters in data en variaties in vertrekpunten hebben we een gevoeligheidsanalyse verricht. Daarbij hebben we ons gericht op onzekerheden die naar verwachting een substantiële doorwerking op de uitkomsten kunnen hebben. Een belangrijke onzekerheidsfactor is of de toegepaste vergelijking met de referentiegroepen voldoende is om adequaat te corrigeren voor andere effecten dan het groepseffect. Uit de kwantificering in hoofdstuk 5 komen in het algemeen grote verschillen naar voren tussen problematische jeugdgroepen en referentiegroepen.
Deze kunnen erop duiden dat de gebruikte criteria (leeftijd, geslacht en wijk) onvoldoende zijn toegespitst om een adequate match te bewerkstelligen. Het is goed mogelijk dat er in problematische jeugdgroepen meer jongeren zijn met persoonsgebonden problematiek. Als op jongere leeftijd (vóór het moment van shortlisting) al sprake is van bepaalde problematiek en daarmee samenhangend gedrag is het minder zeker dat alle becijferde maatschappelijke kosten (extra ten opzichte van referentiegroepen) kunnen worden toegeschreven aan het groepseffect (potentiële overschatting). Om na te gaan welk effect dit kan hebben, zijn de maatschappelijke kosten die direct kunnen worden toegerekend aan jongeren met een opleiding Vso, Lwoo of Pro en/of een Wajong-uitkering afgezonderd. Het resulterende effect is weergegeven in tabel 6.2. In deze tabel zijn ook mogelijke effecten opgenomen van een tweetal andere onzekerheden. Zo brengt de afbakening in de tijd een onzekerheidsfactor mee. De meeste maatschappelijke kosten zijn becijferd op basis van meerjarige gegevens die bij overlastgevende groepen ook een deel van de periode insluiten voordat zij officieel (via shortlisting) zijn aangemerkt als problematische groep. 42 Om de mogelijke 42
Omdat de shortlisting van deze jeugdgroepen min of meer samenvalt met de start van de lokale aanpak geeft deze verkenning tevens een indicatie van het effect dat de lokale groepsaanpak heeft gesorteerd.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
54
omvang van dit effect in te schatten, hebben we de becijferde maatschappelijke kosten gebaseerd op gegevens voor een kortere periode (vanaf 2013). Verder kan de samenstelling van bepaalde kostenposten onzekerheid meebrengen. Zo is het niet evident dat alle onderdelen van de gemiddelde kosten per delict even relevant zijn voor delicten die problematische jeugdgroepen in de context van de experimentgemeente plegen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan diverse posten (vormen van fraude met beleggingen, vastgoed e.d.) die onder maatschappelijke schade van delicten zijn opgenomen. Daarom hebben we een schatting gemaakt waarbij zulke posten buiten beschouwing worden gelaten. Voor variaties op deze punten zijn we nagegaan wat het mogelijke effect kan zijn op de omvang van de becijferde maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen. Vanwege de kwantitatieve betekenis hebben we ons daarbij gericht op het domein Veiligheid. De resultaten van deze gevoeligheidsanalyse zijn weergegeven in onderstaande tabel. De percentages zijn de afwijkingen ten opzichte van de basisvariant (zoals gepresenteerd in hoofdstuk 6 tabel 1). Tabel B.2: Mogelijke effecten van onzekerheden op becijferde maatschappelijke kosten domein Veiligheid Onzekerheidsfactor
Crimineel
Overlastgevend
Basisvariant (tabel 6.1)
1.760
1.456
Exclusie jongeren met persoonsgebonden problematiek
-22%
-25%
Onderzoeksperiode beperken tot periode vanaf shortlisting
nvt
-1%
-20%
-11%
Opschoning maatschappelijke schade voor minder relevante posten
Uit de gevoeligheidsanalyse komt naar voren dat de belangrijkste onzekerheid samenhangt met de mate waarin kan worden gecorrigeerd voor andere factoren dan het groepseffect. In de gevolgde methodiek betreft dit vooral de vraag in hoeverre eventuele effecten van persoonsgebonden problematiek kunnen worden ondervangen door een adequate vergelijking met referentiegroepen. De percentages in de tabel laten zien dat deze onzekerheid een substantiële doorwerking kan hebben op de becijferde maatschappelijke kosten.43 Iets minder sterk geldt dit ook voor de relevante reikwijdte van de maatschappelijke schade van delicten. onafhankelijke toets door kosten-batenexpert Aanvullend op de gevoeligheidsanalyse heeft een externe validering plaatsgevonden in de vorm van een methodologische toets door een onafhankelijke wetenschapper met expertise op het gebied van kostenbatenanalyses. Deze expert acht de gevolgde werkwijze valide en inzichtelijk uitgewerkt, en bijdragen aan het gewenste inzicht in deze complexe problematiek. Ter verduidelijking van de presentatie heeft hij een aantal suggesties gedaan waarmee de tekst is aangescherpt. Verder heeft hij aandacht gevraagd voor de duiding van de uitkomsten, gezien de persoonlijke problematiek van veel jongeren in de problematische jeugdgroepen.
Naarmate meer zekerheid kan worden verkregen over de toerekening van maatschappelijke kosten aan het groepseffect krijgen de uitkomsten een grotere maatschappelijke betekenis.
43
Het uiteindelijke beeld wordt overigens mede beïnvloed door het aandeel dat jongeren met persoonsgebonden problematiek hebben in de pm-posten. Naarmate dit kleiner is, zal het effect in de tabel ook minder groot zijn, en vice versa.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
55
C
Literatuur Beke, B.M.W.A., A.Ph. van Wijk en H.B. Ferwerda (2000), Jeugdcriminalieit in groepsverband ontrafeld: tussen rondhangen en bendevorming, Amsterdam: SWP Bleeker, D., F. Westhof en P. Vroonhof (2010), Monitor betalingsachterstanden, Zoetermeer: Panteia Cebeon (2011), Kosten en baten van maatschappelijke opvang. Bouwstenen voor effectieve inzet van middelen, Amsterdam Chein, J., Albert, D., O’Brien, L., Uckert, K., & Steinberg, L. (2011), Peers increase adolescent risk taking by enhancing activity in the brain’s reward circuitry, Developmental Science, 14, 1-10 Cuelenaere, B., F. van Zutphen, R. van der Aa, A. Willemsen en M. Wilkens (2009), MKBA voortijdig schoolverlaten, Ecorys Dishion, T.J., T. Ha, en M.H. Veronneau (2012), An ecological analysis of the effects of deviant peer clustering on sexual promiscuity, problem behavior, and childbearing from early adolescence to adulthood: An enhancement of the life history framework, Developmental Psychology, 48, 703–717 Ferwerda, H., B. Beke en E. Bervoets (red) (2013), Jeugdgroepen van toen: een casusonderzoek naar de leden van drie criminele jeugdgroepen uit het einde van de vorige eeuw, Politie en Wetenschap: Apeldoorn Ferwerda, H. en T. van Ham (2014), Problematische jeugdgroepen in Nederland: omvang en aard in het najaar van 2013, Bureau Beke Grosbras, M. H., M. Jansen, G. Leonard, A. McIntosh, K. Osswald, C.
Poulsen, L. Steinberg, R. Toro en T. Paus (2007), Neural Mechanisms of Resistance to Peer Influence in Early Adolescence, The Journal of Neuroscience, 27(30), 8040-8045 Harland, P., P.H. van der Laan, W. Smeenk en F.M. Weerman (2006), De signaalwaarde van wangedrag, Secondant, 2, 6-11 Harland, P. (2011), Van overlastmelding naar een globale typering van problematische jeugdgroepen: de shortlist als quickscan, Tijdschrift voor Veiligheid, 10, 37-50 Kerckhaert, A.C. en L.S. de Ruig (2013), Huishoudens in de rode cijfers 2012: omvang en achtergronden van schuldenproblematiek bij huishoudens, Zoetermeer: Panteia Menting, B. (2012), Predicting Behavior Development and Academic Achievement: The Interplay Between Cognitive Functioning and Social Relationships, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit Moolenaar, D.E.G., M. Vlemmings, F.P. van Tulder en J. de Winter (2015), Kosten van criminaliteit, in: S.N. Kalidien en N.E. de Heer - de Lange (red.), Criminaliteit en Rechtshandhaving 2014, WODC, CBS en Raad voor de Rechtspraak
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
56
Put, C. van der, Assink, M., Bindels, A., Stams, G.J. en S. de Vries (2013), Effectief vroegtijdig ingrijpen. Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag, Amsterdam: Universiteit van Amsterdam Romijn, G. & G. Renes (2013), Algemene leidraad voor maatschappelijke kosten-batenanalyse, Den Haag: Centraal Planbureau & Planbureau voor de Leefomgeving Rud, I.V. (2015), The Relationship between Youth Crime and Education, dissertatie, Maastricht: Universiteit Maastricht SCP/CBS (2013), Armoedesignalement 2013, Den Haag Van Burik, A.E, C. Hoogeveen, B.J. de Jong, B. Vogelvang, A. Addink en M. van der Steege (2013), Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen, Woerden: Van Montfoort/Nederlands Jeugdinstituut Van Geuns, R., N. Jungmann, G. Kruis, P. Calkoen & M. Anderson (2011), Schuldhulpverlening loont! Een onderzoek naar de kosten en baten van schuldhulpverlening, Regioplan & Hoogeschool Utrecht Van Ryzin, M.J. en T. J. Dishion (2013), From antisocial behavior to violence: a model for the amplifying role of coercive joining in adolescent friendships, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 54:6, 661669 Van Ryzin, M.J. en T. J.
Dishion (2014), Adolescent deviant peer clustering as an amplifying mechanism underlying the progression from early substance use to late adolescent dependence, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 55:10, 1153-1161 Verbruggen, J. (2014), Previously institutionalized youths on the road to adulthood: a longitudinal study on employment and crime, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit Witvliet, M., P.A.C. van Lier, M. Brendgen, H.M. Koot en F. Vitaro (2010), Longitudinal Associations Between Clique Membership Status and Internalizing and Externalizing Problems During Late Childhood, Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 39 (5), 693-704 Zeeuw, L.E.J. de (2015), Educational Achievement in Children: Twinning, Teachers and Genes, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
57
1 Raadsvoorstel 117 (bijlage) Toezegging 79 Oprichten van een jeugdcentrum.docx
Toezegging Datum: Toezegging:
Antwoord: Datum: <
>
Nummer: 1-11
79 2022
Toezegging 79 (1-11-2022) Oprichten van een jeugdcentrum (= overgenomen motie 23) Wethouder Van Dijk zegt toe: Voor de zomer in deze met een concreet plan te komen ter realisering van een jongerencentrum waarbij panden in het centrum of de Rumpenerstraat dienst kunnen doen
1 Raadsbesluit 117 (2022 versie 2) Aanpak jeugd door Stichting De Positieve Stad.pdf
Raadsvoorstel Collegeverg.d.d. : 20 december 2022 Registratiekenmerk :2001241 Gemeentebladnr. : 2022/117 (tweede versie) Afdelingopsteller : Maatschappelijke ontwikkeling Naam opsteller : Luca Azzarito Bereikbaar onder : luca.azzarito@brunssum.nl Portefeuillehouder : Jaimy van Dijk Raadsvergaderingd.d. : 7 februari 2023 Uiterlijke datum : Niet vantoepassing Aan de raad, 1. Onderwerp Raadsvoorstel& besluit Aanpakjeugd doorStichting De Positieve Stad 2. Uitgangssituatie(WAAROM?) a. Aanleiding De aanleidingvanvoorliggend stuk is tweeledig. Allereerst is er een breed gedragen wens vanuitde en het college van B&W om (meer) gemeenteraad, het coalitieprogramma'samenvoorBrunssum'2022-2026 aansluitingte krijgen bij onzejongeren. Een specifieke oproepligt onderanderegelegen in de motie van de BCD aangaandehonkenen evenementengericht opjongeren.In deze motie wordt gevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om evenementengericht opjongerenin Brunssumte organiserenen om ideeënen wensenvan de jeugd te inventariserenom te komentot een gedragen locatievooreen jeugdcentrum/jeugdhonk.Ten aanzienvan het jeugdcentrumis recent bovendiennog een motie doorhet college van B&W overgenomentijdens de begrotingsvergadering 2023. Het college wil daargraag invullingaan geven.
Ten tweede heeft het college recent middels de "raadsinformatiebrief voorliggend veld" de bevindingenover het onderzoeknaarhet voorliggend veld jeugd gedeeld. In dit onderzoekis vanuitbetrokken(hulpverlenende) personenen instantiesvoorde gemeente Brunssumuitgewerkt welke aanbevelingenen adviezener zijn om het voorliggend veld te versterken. Eénvande aanbevelingenis het gesprek met de jongerenzelf aante gaan doornaasthet uitwerkenvan het eerste spoorvan inhoudelijkeuitwerking, ookjeugdigen zelf aanhet woord te laten. Dit door,in samenwerkingmet bestaandemogelijkheden, te werken aaneen vertrouwensband met verschillende groepenjongeren. Dit spoormoet mede inputgeven aande vraag hoe de jeugd een eigen vaste plek mee kanvormgeven, hoe die eruit moet zien en wat er hiervooraanvullend nodig is. Duidelijk is namelijk dat als wij de opmeerdere plekkenervaardeoverlastwillen terugdringen, we ookeen vaste plek moeten aanbiedendie aantrekkelijkis en er speciaalis voorjongeren.
b. Huidige situatie/probleemstelling Vanjongerendie, dankzijde reeds bestaandeinitiatievenbinnenBrunssum,al goed contacthebben met het CMWW krijgen we terug dat de gemeente Brunssumte weinig aanbodvanvoorzieningenheeft in Brunssum. Deze jongerengeven aanzich te vervelen doordater te weinig voorhen te doenis. Er is echter ookeen groep jongerenwaarbij het de gemeente, de politie,de straatcoachesen de disciplinesbinnenhet CMWW niet (goed) of onvoldoende lukt om achter de behoeftes te komen. Doordater geen goed contactis, weten we niet wat deze jongerendrijft en wat hunbehoeftes zijn. Vooreen deel komt daarbij dat het vertrouwenin bestaande institutiesbeperkt is. In de praktijkzien we dat onderandereterug in verveling. Vaak leidt die verveling weer tot ongewenstgedrag. De coronamaatregelen speeldendaarbij eveneenseen rol. Zo zijn er in de afgelopen1,5jaardiverse incidenten geweest waarjongerenvoorveel overlasthebben gezorgd en met momentennog steeds overlastveroorzaken. Deze overlastheeft geresulteerd in een klooftussenjongerenen buurtbewoners.De gemoederen zijn op diverse plekkenver opgelopenen de situatiedreigt opeen aantalplekkente escaleren. Het is belangrijk dat jongerenen buurtbewonersweer bij elkaarkomenen van daaruitmet begrip vooreikaarssituatiein beweging wordengezet.
Tevens moet een alternatiefaanwezigzijn voorjongeren.In de afgelopenjarenis al meerdere keren doorde gemeente en het CMWW gekeken naareen geschikte plek voorjongeren.Tot heden is nog geen vaste geschikte plek gevondendie zowel aande wensenvande jongerenals die van omliggende bewonersvoldoet. Voornoemdekloofspeelt daarineveneenseen centralerol. Bewonershebben namelijkde zorg dat zij jeugdoverlastgaan krijgen in hunbuurtals er een jeugdhonko.i.d. bij hen in de buurtkomt. Deze impasse willen we samendoorbreken.Dooraande ene kantde behoeftes en wensenvanjongeren(nog) duidelijker te krijgen en dooranderzijdsjongerenen bewonersmet elkaarin gesprek te krijgen. 3. Gewenste situatie (WAT? a.
Wat willen we bereiken? Doorde aanpak vanStichting De Positieve Stad willen we bereiken dat diverse bewonersgroepenmet elkaar verbondenworden,waarbij het betrekken van de (overlastgevende)jongerenen het stimulerenvan hun ontwikkelingcentraalstaat.Tevens is het doel dat er inzicht ontstaatin de behoeftes en drijfveren van de jongeren.Waarbij een mogelijke doorgeleiding naarPerron045een gedegen optieis hen een meer gedegen toekomstte bieden, doordater structuurwordt geboden en opprofessionelewijze over de toekomstvande jeugd wordt gesproken.Verder willen we bereiken dat de jeugdoverlastvermindert dooreen stuk bewustwordingte creërenen het inzettenvandiverse sociaalcultureleactiviteiten.Ten slotte willen we zorgen dat de gemeente uiteindelijkeen vertrouwensband heeft opgebouwdmet verschillende groepenjongerenen dat er een klankbordgroepvanverschillende jongerenontstaatwaarde gemeente in de nabijetoekomst gebruik vankan maken.Onder anderebij de bepaling voorde wensenvan het jongerencentrumDe doelgroep waarwe onsvooralopgaan focussenzijn jongerentussende 12 en 18 jaar. Voornamelijkopjongerendie overlastveroorzakenen zich in Brunssumbevinden.Andere jongerendie mee willen doen,wordenniet uitgesloten. De in maartgestarte straathoekwerkerheeft al een groep overlastgevendejongerenin kaart gebracht waarmeewe zoudenkunnenbeginnen. Dit is een groepje van ongeveer 20 jongeren.
In de aanpak die voorgesteld wordt, wordt gewerkt aanzingeving en aanveerkracht. Het vertrouwenvanjeugd in institutieszal groeien, evenalshuneigen kracht doorde gestimuleerde persoonlijkeontwikkeling.Dit raakt verschillende dimensies van positievegezondheid. Persoonlijkegroei en ontwikkeling,evenalshet vervullen van persoonlijkedoelendragen hieraanbij. Deze aanpak sluit aanopmeerdere terreinen: o Jeugd: er wordt gewerkt aande zelfredzaamheid,veerkracht en participatievanjongeren o
Cultuur:er wordt gebruikt gemaakt van een cultureelmaatschappelijk agogische methode waarbij sociaalcultureleactiviteitenwordeningezet zoalsbijv. rap, kunst,dans,fotografie,theater en freestyle.
o
Wijkgericht werken: er wordt gezorgd voorverbinding tussendiverse doelgroepenen er wordt gewerkt aanhet verbeteren vande leefbaarheid in de wijken i.s.m. de wijk.
o
Volksgezondheid:er wordt gewerkt aanhet verbeteren van de mentalegezondheid en de talentonwikkelingvanjongeren.
o
Evenementen:er wordendiverse activiteitenontplooid en uiteindelijkzullende jongeren gestimuleerd wordenom zelf activiteitente gaan organiseren, Veiligheid: er wordt gewerkt aanhet verminderenvanjeugdoverlastdoorde jongerenin hunkracht te zetten.
o o
Armoede: de jongerenwaarmeecontactwordt gezocht komenvaakuit minimagezinnen.Voor ontspanning, talentontwikkelingof hobby hebben zij vaakgeen geld, waardoorze sneller geneigd zijn om te "hangen"opstraat. Indienze schuldenhebben kunnenwe ze daarmeehelpen.
In deze aanpak wordt gebruik gemaakt van zowel lokaleals regionalerolmodellenuit de hip hop-en straatcultuur, waardoorde jeugdigen die zich opstraatbevinden, oppositievewijze betrokken rakenen trots wordengemaakt, weerbaargemaakt wordentegen verleidingen en nee leren te zeggen doorte werken aan tastbare en cultureleresultaten.Doordeze positievebejegening zal de leefbaarheid verstevigen, de overlast afnemenen de cultureleresultatenzetten de participerende jongerenin een positiefdaglicht. Tevens worden creatieve talentenuit Brunssumontdekt,ontwikkelten ondersteunt. Er wordt preventiefte werk gegaan in contact(en waarmogelijk samenwerking) met wijkagenten, boa's, de straatcoachesen het jongerenwerk.Al deze partijenzijn al opde hoogte vande aanpak en zijn betrokken geworden bij het tot standkomenvan dit voorstel.
Aan het eind van het projectwordt een documentairegemaakt vande leefwereld van de overlastgevende jongeren. De documentaireis bedoeld om bewustwordingte creërenbij buurtbewoners,overheid e.d. Ook komt de wisselwerking terug die gedurende het projectis ontstaan. De behoeftes vande jongerenophet gebied van activiteiten,evenementen,eventuelehangplekkenen een jeugdcentrum,maarookhundrijfveren wordenvastgelegd in de documentaire.Dit geeft dan ookdirect antwoordopde vragen uit de motie "BCD Honkenen evenementengericht opjongeren"en biedt duurzamehouvastvoorde uitvoeringvantoezegging 79. In totaalduurthet project12 maanden. b. 1.
Kaders eerdere besluitvormingBBV nr. 220248763 en motie BCD Honkenen evenementengericht op jongeren(2001241) 2. traject tot dusverre: dooruw raad is een motie aangenomenalsmede een toezegging (79) overgenomendoorhet college tijdens de begrotingsvergadering 2023. Tevens is er onderzoekgedaan naarhet voorliggend veld waarovereen B&W voorstelis gemaakt dat op20 december voorgelegd is aanhet college van B&W. Ook is er een voorstelgeagendeerd voorhet college van B&W voorde inzet vaneen straathoekwerkervanuithet CMWW. 3. rol/ bevoegdheden college van B&W: uitvoeringte geven aande motie en toezegging. 4. pasthet voorstelin de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda?Ja in het coalitieprogramma wordt in meerdere programma'sbeschreven dat de gemeente in gesprek moet met jongeren. 5. relatie met programmabegroting/financiëlegevolgen: programmabegroting2023 en coalitieprogramma. c. Argumentenen overwegingen Duidelijk is dat vanuitde gemeenteraad, het coalitieprogramma'samenvoorBrunssum'2022-2026 en het college van B&W brede behoefte bestaat om iets te doenvoorde jongeren. Met een deel van hen zijn we reeds in contact,maarer bestaat ookeen deel, veelal, overlastgevendejongerenwaarmeeweinig tot geen contactis.
Vanuitzowel de contactendie reeds zijn opgedaanalsookhet onderzoeknaarhet voorliggend veld (onderzoeksresultaten en aanbevelingenvoorliggend veld) weten we dat er te weinig aanbodis van voorzieningenvoorjongeren.Tevens wordt opgemerkt dat er (te) weinig evenementenzijn gericht opjongeren en er zijn ookgeen plekkenwaarde jongerenmogen en willen hangen. Vanuithet onderzoeknaarhet voorliggend veel is met verschillende professionals gesproken.Zij zijn van mening dat er te weinig voorde jeugd te doenis en er een centrumvoorde jeugd moet komenwaarze terecht kunnen.Verder geven die professionals de aanbevelingen het advies aanom in gesprek te gaan met de jeugdigen. De aanpak doorStichting De Positieve Stad is bij uitstek bedoeld om in gesprek te komenmet de jeugdigen en verbindingente leggen. We gaan werken aaneen vertrouwensbandmet verschillende groepen jongerenzodater een klankbordgroepvanverschillende jongerenontstaatwaarde gemeente in de nabije toekomstgebruik van kan blijven maken. Dit spoormoet mede inputgeven aande vraag hoe de jeugd een eigen vaste plek mee kanvormgeven, hoe die eruit moet zien en wat er hiervooraanvullend nodig is. Zo kunnenwe daareen structureelgoede invullingaangeven.
Stichting De Positieve Stad maaktgebruik vaneen cultureel-maatschappelijk agogische methodiek zoals opbouwwerken het verbindenvandiverse partijenmet elkaar(waaronderbuurtbewonersen de (overlastgevende)jongeren),maarookvanmuzisch agogische methodiekenzoalskunst,dans, muziek, film etc. Stichting De Positieve Stad zorgt vooren met burgers, onderwijsinstellingen,overheidsorganisaties, welzijnsorganisatiese.a. belanghebbenden,met als uitgangspuntde eigen kracht en mogelijkheden van elk individu,middels kortdurendeen langdurendeactiviteitenen projecten,voorde benodigde inspiratie, stimulatie,motivatie,verbinding, talentontwikkeling,individuele(gedrags) veranderingenen maatschappelijke veranderingentotdatelk betrokken individupositiefen actief participeertin de maatschappij. Stichting De Positieve Stad gaat eerst aande handvandiverse rolmodellenhet contactaanmet de overlastgevendejongerenmaarookmet anderejongerendie ze tegenkomen.Hierbij gaan ze samenwerken met alle betrokken partijenzoals: het CMWW (jeugd-jongerenwerk, straathoekwerkeretc.), straatcoaches, politie,boa's, wijkmanagers, scholen,verenigingen, en buurtbewoners.Het commitmentvanwijkagenten straatcoaches,boa'sen het CMWW is er al en het projectis reeds in een voorstadiummet hen doorgenomen.
Stichting De Positieve Stad gaat het eerste deel van het projectinvesterenom een vertrouwensband te creëren tussenhen en de overlastgevendejongeren.Zodraer een vertrouwensband is gecreëerd gaat Stichting De
Positieve Stad de behoeftes van de jongerenpeilen,hieropin spelenen nadrukkelijkzoekennaarte maken verbindingen. Met namein dat procesvan communitydevelopmenten persoonlijkeontwikkelingzit de kracht van de methodiek. Stichting De Positieve Stad heeft een groot netwerk van mensendie verschillende activiteitengeven. Afhankelijkvan de behoeftes wordt een professional opdat gebied ingeschakeld. Deze professional gaat dan aande slag met de jongerend.m.v. diverse activiteiten.De jongerenwordenin hunkracht gezet en gestimuleerd om huntalentente ontwikkelen.Verveling en overlastmakenplaatsvooractiviteiten/hobby's. Indiennodig kunnenjongerenookdoorverwezenwordennaarandereprofessionals. Hierbij wordt er ook gekeken naarde wensenen mogelijkheden van een jeugdcentrum. Doorverschillende leden van de gemeenschapsamente laten komenen gezamenlijk een oplossingte bedenkenvoorde uitdagingen waarvoor we staan. Het is een projectvan 12 maanden,daarnastoptStichting De Positieve Stad met huninzet. Het doel van hun aanpak is dat er daneen stevige brede basis is gecreëerd waarhet jongerenwerkvanhet CMWW, de gemeente en eventueleanders(zorg)partnersopkunnenvoortborduren.
Er zijn (nieuwe)verbindingengelegd en er is een ingang gemaakt naarde jeugd (klankbordgroep).Tevens is een beeld ontstaan over ofen hoe een jeugdcentrumeruit zou moetenzien en wat daarbij nodig is om dit te realiseren.Tijdens het projectwordener verschillende behoeftes opgehaald.Hiermee wordenverwachtingengecreëerd bij de jongeren.Het is dus van groot belang dat er na het projectgefaciliteerd wordt in de behoeftes vande jongeren(in zoverre dat mogelijk is) en dat niet na de 12 maandenalles stopt.Dat zouzondezijn vande energie, het geld en de tijd. Daarnaast komt stichting de Positieve Stad, in aanvullingophet reeds uitgevoerde onderzoeknaarhet voorliggend veld, met een aantalaanbevelingenen adviezenvanuithet perspectiefvande jongerenover hoe we als gemeente in de toekomstkunnenomgaanmet de jeugd. De aanpak jeugd doorStichting De Positieve Stad kost de gemeente €39.900 in 2023. Dit weegt niet optegen de kostendie problematischejeugdgroepen met zich mee (kunnen)brengen.
Uit een rapportdat het WetenschappelijkOnderzoek-en Documentatiecentrum van het ministerie in 2016 heeft latenuitvoerenblijkt dat de maatschappelijke kostenvan éénoverlastgevendejeugdgroep gemiddeld per jaarde maatschappij €1.500.000kost waarvan€1.200.000 aangemeentelijke kosten.Voormeer informatieen toelichting zie bijlage: rapport wat problematischejeugdgroepende maatschappij kosten.Bovendienbiedt de voorgestelde methodiek een kansom weer bruggen te slaantussenbuurtbewonersen overlastgevendejongeren,het bereiken vaneen bredere groep vanjongerendie we nu nog niet hebben kunnenbereiken en het geven van gehoor aande oproepdie we vanuithet voorliggend veld hebben gekregen om als gemeente ookecht met de jongerenin gesprek te komen. d. Opties en keuze Optie 1: De huidige situatielatenzoalshet is en zelf trachtende behoeftes vande overlastgevendejongerente achterhalen.Dit is het afgelopenjaarniet gelukt, doordater geen goede verstandhoudingis tussen de overlastgevendejongerenen de gemeente.
Risico bestaat dat als we huidige situatielatenzoalshet is we geen antwoordkrijgen opde vragen die gesteld wordenin de motie van de BCD aangaandehonkenen evenementengericht opjongeren,dat verveling bij de jongerentoeneemten dat de overlastdie nu op verschillende plekkenervarenwordt niet veranderden wellicht toeneemtin de toekomst.Ook missen we dan crucialeinformatievanuitde jongerenzelf om tot invullingtot komenvooreen jeugdcentrum.Bovendien missen we daneen kansom de overlastgevendejongerenen de omgeving weer opeen positievewijze met elkaarin contactte latenkomen. Optie 2: Akkoordte gaan met de voorgestelde aanpak jeugd doorStichting De Positieve Stad en om de kosten van€39.900 via een begrotingswijziging bij te ramenopproductnummer 620003, kostensoort 438103 t.l.v. de algemene reserve.
5. Bijlagen B&W voorstelaanpak jeugd doorStichting De Positieve Stad Motie: BCD honkenen evenementengericht opjongeren Overgenomentoezegging (79) tijdens de begrotingsvergadering 2023 Offerte voorstelStichting De Positieve stad versie 2 GoodpracticeStichting De Positieve stad Rapportwat problematischejeugdgroepen de maatschappij kosten Begrotingswijziging versie 2 Het college vanburgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 22/117 (tweede versie) : Maatschappelijke ontwikkeling : 2001241
De raadvan de gemeente Brunssumgemeentebladnummer2022/117; gelezen het voorstelvan burgemeester en wethouders20 december 2022, ontwikkeling;
afdeling Maatschappelijke
Besluit: 1. Akkoordte gaan met de voorgestelde aanpak jeugd doorStichting De Positieve Stad en hiermee tegemoet te komenaande motie "BCD honkenen evenementengericht opjongeren"(2001241) alsmede de start naarhet invullenvantoezegging 79. 2. De kostenvan€39.900 via een begrotingswijziging bij te ramenopproductnummer 620003, kostensoort438103 t.l.v. de algemene reserve.
Aldus vastgesteld in de openbarevergadering van7 februari 2023
10 Kaders reserve crisis- en herstelfonds; Gemeenteblad 2023/3 versie 2 1 Raadsvoorstel 3 (versie 2) Kaders reserve crisis- en herstelfonds.pdf
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum
: 10-01-2023 : 202266895 : 2023/3 : Maatschappelijke ontwikkeling : Trix Huizinga : +31455278555, trix.huizinga@brunssum.nl : Jaimy Dijk, van : 7-02-2023 : Niet van toepassing
Aan de raad, 1. Onderwerp Kaders reserve crisis- en herstelfonds (2e versie)
.
2.
Uitgangssituatie (WAAROM?)
a.
Aanleiding De raad heeft bij het vaststellen van de programmabegroting 2023 het college opgedragen uitvoering te geven aan: - amendement 2: Ondersteunen stichtingen en verenigingen energiearmoede en - amendement 4: Instellen reserve crisismaatregelen. Meer specifiek: Amendement 2: Ondersteunen stichtingen en verenigingen energiearmoede: o Zeer snel te inventariseren waar deze knelpunten zich voordoen en bij welke verenigingen dit acute problemen als gevolg heeft. o De gelden die hiervoor nodig zijn te halen uit de reserve knelpunten verenigingen o Het budget aan te wenden voor de problemen, daar waar zij zich voordoen, bij stichtingen en (sport_ verenigingen met een eigen energie aansluiting / met eigen energielasten Amendement 4: Instellen reserve crisismaatregelen: o Een reserve crisismaatregelen in te stellen, bestemd voor maatregelen om vanuit de lokale overheid maatregelen te financieren om de effecten van crises voor de Brunssumse samenleving te dempen o Deze reserve voor dit moment te bestemmen voor zowel de corona- als de energiecrisis o Deze reserve te vullen met het restant vanuit het corona noodfonds o Het college een afwegingskader te laten opstellen voor uitgaven uit de reserve crisismaatregelen en deze aan de raad voor te leggen. Dit voorstel gaat in op het afwegingskader en het beschikbaar stellen van de reserves om uitvoering te geven aan de amendementen.
Verder heeft de raad op 22 december 2022 de nota reserves en voorzieningen geactualiseerd en onder meer besloten om de reserve Coronafonds (B120837) op te heffen en de reserve Crisismaatregelen (B120839) in te stellen met een bedrag van € 462.605,-. Om verder uitvoering te geven aan de amendementen moet de raad het kader vaststellen en de bijbehorende budgetten (reserves) ter beschikking stellen. Voorgesteld wordt om vooralsnog over te gaan tot één integrale reserve die enkel tot stand komt door het verbreden van de scope van de reserve Crisismaatregelen. Hiervoor wordt gekozen omdat bij nadere bestudering bleek dat de reserve knelpunten verenigingen in principe bedoeld was voor knelpunten op het gebied van accommodaties. Feitelijke besteding van dit budget voor het bestrijden van actuele energieproblematiek zou ertoe leiden dat de middelen niet meer voor het
oorspronkelijke doel bestemd kunnen worden terwijl deze vanuit het accommodatiebeleid wel noodzakelijk worden geacht. Daarom stellen wij vooralsnog voor om uitsluitend gebruik te maken van de middelen uit het voormalige coronafonds (inmiddels reeds reserve Crismaatregelen B120839). Voor de uiteindelijk besteding van de reserve knelpunten verenigingen wordt een separaat raadsvoorstel aangeboden. Mocht blijken dat de middelen vanuit het voormalige coronafonds onvoldoende zijn, wordt eveneens een separaat voorstel voorbereid. Concreet wordt in voorliggend voorstel met voornoemde toelichting de volgende kaders voor de reserve crisisen herstelmaatregelen voorgesteld: (1) Het crisis- en herstelfonds is bedoeld voor het nemen van gemeentelijke maatregelen ter opvang van de gevolgen van de corona- én energiecrisis én voor het geven van impulsen aan initiatieven van ondernemers om de economie in Brunssum te versterken. (2) Het fonds wordt niet ingezet voor eventuele tekorten in lopende begrotingen van verbonden partijen. (3) Het beschikbaar gestelde bedrag, totaal € 462.605,-, is vooralsnog een budgetplafond. Wanneer deze middelen ontoereikend zijn komt er een nieuw voorstel naar de gemeenteraad. (4) Alvorens een beroep te kunnen doen op het crisis en herstelfonds van de gemeente, moet er eerst een beroep gedaan zijn op (mogelijke) voorliggende (Rijks)regelingen.
(5) Het fonds is niet bestemd voor gemeentelijke inkomenspolitiek. (6) Gelijke en naar rato ondersteuning voor onze verenigingen en stichtingen (7) Generieke maatregelen daar waar mogelijk (8) De maatregelen zijn eenvoudig en snel uitvoerbaar en belasten zo min mogelijk de ambtelijke organisatie (9) Noodzakelijke uitvoeringskosten komen ten laste van deze reserve (10) Het college is bevoegd middelen te onttrekken uit de reserve crisis- en herstelfonds. b.
Huidige situatie/probleemstelling Reeds bij de coronacrisis is er een afwegingskader vastgesteld. Dit afwegingskader vormt de basis voor het nieuwe afwegingskader. Met dien verstande dat: - Toenmalig kader 4 "onttrekkingen zijn uit het fonds zijn mogelijk tot …." is vervallen omdat de ervaring leert dat het stellen van een einddatum niet realistisch is. - Er zijn twee nieuwe kaders toegevoegd. Deze kaders hebben betrekking op de uitvoeringskosten (kader 9) en op de bevoegdheid van het college om kosten uit te reserve crisismaatregelen te onttrekken (kader 10). Om verder uitvoering te geven aan de amendementen moet de raad eerst het kader vaststellen en de bijbehorende budgetten (reserves) ter beschikking stellen. Verantwoording door college aan raad vindt plaats via de planning & control-cyclus.
3. a.
Gewenste situatie (WAT? Wat willen we bereiken? Negatieve effecten, als gevolg van corona- en energie crises, voor de Brunssumse samenleving dempen.
b.
Kaders 1. eerdere besluitvorming gemeentelijke noodmaatregelen ter opvang gevolgen coronacrisis (zaaknummer 998187) 2. 1ste en 2de evaluatie noodmaatregelen ter opvang gevolgen coronacrisis (zaaknummer 1026727 en 1056188). 3. Coronafonds verlenging maatregelen 2020 in 2021 (zaaknummer 2008460) 4. Nota reserve en voorzieningen (zaaknummer 202218367)
c.
Argumenten en overwegingen De kaders geven richting aan de keuze van de maatregelen. Om snel en gericht te kunnen handelen is het nodig om de voorgestelde kaders en werkwijze vast te stellen.
d.
Opties en keuze Het is aan de raad om kaders vast te stellen.
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2023/3 : Maatschappelijke ontwikkeling : 202266895
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/3 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 januari 2023, afdeling Maatschappelijke ontwikkeling ; Besluit: 1. De bestaande reserve 'crisismaatregelen' te verbreden en om te zetten naar een nieuwe reserve 'crisis- en herstelfonds'; 2. De raad stelt de kaders voor het aanwenden van deze middelen, als volgt vast: (1) Het crisis- en herstelfonds is bedoeld voor het nemen van gemeentelijke maatregelen ter opvang van de gevolgen van de corona- én energiecrisis én voor het geven van impulsen aan initiatieven van ondernemers om de economie in Brunssum te versterken. (2) Het fonds wordt niet ingezet voor eventuele tekorten in lopende begrotingen van verbonden partijen. (3) Het beschikbaar gestelde bedrag, totaal € 462.605,-, is vooralsnog een budgetplafond. Wanneer deze middelen ontoereikend zijn komt er een nieuw voorstel naar de gemeenteraad. (4) Alvorens een beroep te kunnen doen op het crisis en herstelfonds van de gemeente, moet er eerst een beroep gedaan zijn op (mogelijke) voorliggende (Rijks)regelingen. (5) Het fonds is niet bestemd voor gemeentelijke inkomenspolitiek.
(6) Gelijke en naar rato ondersteuning voor onze verenigingen en stichtingen (7) Generieke maatregelen daar waar mogelijk (8) De maatregelen zijn eenvoudig en snel uitvoerbaar en belasten zo min mogelijk de ambtelijke organisatie (9) Noodzakelijke uitvoeringskosten komen ten laste van deze reserve (10) Het college is bevoegd middelen te onttrekken uit de reserve crisis- en herstelfonds.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 februari 2023,
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
1 7-2-2023 Amendement LBL inzake Crisis en herstelfonds gemeenteblad 2023_3 versie 2 dd 7 februari 2023.docx
GRIFFIE BUREAU GEMEENTE * BRUNSSUM Ingevolge artikel 35 reglement van orde
AMENDEMENT
Voorstel tot wijziging van een aanhangig conceptbesluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen.
Nummer: Fractie: Lijst Brunssum Lokaal Raadsvergadering: 7 februari 2023 Kaders reserve crisis- en herstelfonds; Gemeentebladnummer 2023/3 (versie 2) De raad van de gemeente Brunssum, bijeen op dinsdag 7 februari 2023 Gelezen het initiatief raadsvoorstel kaders reserve crisis- en herstelfonds; Gemeentebladnummer 2023/2 (versie 2) Gehoord de commissie Burgerzaken van 17 januari 2023 Overwegende dat: Gemeentelijke maatregelen nodig zijn ter opvang van de gevolgen van de corona- én energiecrisis én voor het geven van impulsen aan initiatieven van ondernemers om de economie in Brunssum te versterken. Gelet op: Dat alle maatregelen en ondersteuningsvormen geld kosten; De raad een doelmatige financiële ondersteuning voorstaat ten behoeve van deze maatregelen en ondersteuning; De gemeente Brunssum namens de gemeenschap van Brunssum een bijdrage wilt leveren. Besluit: Het punt 2. Ad (9) te laten vervallen zijnde: Noodzakelijke uitvoeringskosten komen ten laste van deze reserve. Het besluit van het raadsvoorstel 2023/3 als volgt aan te passen: 1.
De bestaande reserve 'crisismaatregelen' te verbreden en om te zetten naar een nieuwe reserve 'crisis- en herstelfonds';
2.
De raad stelt de kaders voor het aanwenden van deze middelen, als volgt vast: (1) Het crisis- en herstelfonds is bedoeld voor het nemen van gemeentelijke maatregelen ter opvang van de gevolgen van de corona- én energiecrisis én voor het geven van impulsen aan initiatieven van ondernemers om de economie in Brunssum te versterken. (2) Het fonds wordt niet ingezet voor eventuele tekorten in lopende begrotingen van verbonden partijen. (3) Het beschikbaar gestelde bedrag, totaal € 462.605,-, is vooralsnog een budgetplafond. Wanneer deze middelen ontoereikend zijn komt er een nieuw voorstel naar de gemeenteraad. (4) Alvorens een beroep te kunnen doen op het crisis en herstelfonds van de gemeente, moet er eerst een beroep gedaan zijn op (mogelijke) voorliggende (Rijks)regelingen. (5) Het fonds is niet bestemd voor gemeentelijke inkomenspolitiek.
(6) Gelijke en naar rato ondersteuning voor onze verenigingen en stichtingen (7) Generieke maatregelen daar waar mogelijk (8) De maatregelen zijn eenvoudig en snel uitvoerbaar en belasten zo min mogelijk de ambtelijke organisatie (9) Het college is bevoegd middelen te onttrekken uit de reserve crisis- en herstelfonds.
Ondersteund door: raadslid:
raadslid:
raadslid:
raadslid:
Aantal stemmen: voor: tegen:
Amendement is: aangenomen/verworpen
Besluit:
Wijze afhandeling van het amendement:
11 Grondprijzenbrief 2023; Gemeenteblad 2022/119 versie 2 1 Raadsvoorstel 119 (bijlage) (tweede versie) Grondprijzenbrief 2023.docx
Grondprijzenbrief 2023
Inhoudsopgave SAMENVATTING.......................................................................................................................................................3 1
2
3
INLEIDING ........................................................................................................................................................4 1.1
Inleiding en aanleiding ...........................................................................................................................4
1.2
Uitzonderingen.......................................................................................................................................4
1.3
Uitgangspunten ......................................................................................................................................4
1.4
Actualisatie grondexploitaties................................................................................................................4
1.5
Geldigheidsduur grondprijzen................................................................................................................4
GRONDPRIJZEN WONINGBOUW......................................................................................................................5 2.1
Projectmatige woningbouw ...................................................................................................................5
2.2
Projectmatige woningbouw ...................................................................................................................5
2.3
Sociale woningbouw ..............................................................................................................................5
2.4
Vrije kavels .............................................................................................................................................6
2.4.1
Toewijzing kavels ...............................................................................................................................6
2.4.2
Optieregeling .....................................................................................................................................6
GRONDPRIJZEN NIET WONINGBOUW .............................................................................................................7 3.1 3.1.1 3.2
4
Bedrijventerreinen .................................................................................................................................7 Optieregeling .....................................................................................................................................7 Grondprijzen kantoren, winkels, horeca ................................................................................................7
RESTSTROKEN ..................................................................................................................................................8 4.1
Verkoop reststroken...............................................................................................................................8
4.2
Verhuur erfpacht, zakelijke rechten.......................................................................................................8
Grondprijzenbrief Brunssum 2023
Pagina 2 van 8
SAMENVATTING Grondprijsbeleid gemeente Brunssum - 2023 WONINGBOUW
GRONDPRIJZEN 2023*
Projectmatig koop en huur Projectmatig ééngezins rijwoning Projectmatig ééngezins twee - onder - één kapwoning Projectmatig vrijstaand Projectmatig meergezinswoning, appartementen
€ 185 € 155 € 165 € 21.000
- p/m2 uitgeefbaar - p/m2 - p/m2 - p/woning
Vrije kavel - particuliere woningbouw Basis 500 m2 501-800 m2 801 m2 >
€ € €
175 131 88
p/m2 uitgeefbaar p/m2 uitgeefbaar p/m2 uitgeefbaar
Sociale woningbouw Sociale woningbouw ééngezins Sociale woningbouw meergezins, 2e woonlaag Sociale woningbouw meergezins, 3e woonlaag Sociale woningbouw meergezins, 4e woonlaag Sociale woningbouw meergezins, 5e woonlaag en hoger
€ 20.000 € 18.000 € 16.000 € 15.000 Maatwerk
p/won. p/won. p/won. p/won.
Reststroken met bebouwingsmogelijkheid Reststroken zonder bebouwingsmogelijkheid
€ €
p/m2 p/m2
NIET WONINGBOUW
GRONDPRIJZEN 2023*
Reststroken 80 25
Bedrijventerreinen Bedrijventerrein - zichtlocatie / goede ontsluiting Bedrijventerrein - overig
€ €
85 - p/m2 uitgeefbaar 70 - p/m2 uitgeefbaar
Maatschappelijk Met winstoogmerk Zonder winstoogmerk
€ €
200 p/m2 p/m2 bvobvo of of uitgeefbaar** uitgeefbaar** 115 p/m2 p/m2 bvobvo
Overige functies en in specifieke situaties cq. twijfel
Taxatie
* Prijzen excl. BTW en excl. kosten koper ** Indien het aantal m2 bvo de kavelgrootte overstijgt, dan prijs per m2 bvo
De gemeente behoudt zich het recht voor om van de bovengenoemde prijzen af te wijken indien een taxatie hiertoe aanleiding geeft.
Grondprijzenbrief Brunssum 2023
Pagina 3 van 8
1
INLEIDING
1.1 Inleiding en aanleiding De Grondprijzenbrief 2023 is een uitwerking van de Nota Grondbeleid 2019 – 2022 en wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In deze grondprijzenbrief worden de richtgrondprijzen per functionaliteit vermeld en tevens wordt ingegaan op de gekozen methode van grondprijsbepaling. Uitgangspunten bij het grondprijsbeleid zijn objectiviteit, marktconformiteit en transparantie: gelijksoortige zaken worden gelijk behandeld en we bieden met deze grondprijzenbrief inzicht in de prijzen die we hanteren. Er zijn in deze grondprijzenbrief geen significante wijzigingen in grondprijsbepaling ten opzichte van de grondprijzenbrief van vorig jaar. 1.2 Uitzonderingen De genoemde grondprijzen gelden voor het kalenderjaar 2023. Het college behoudt het recht, met inachtneming van artikel 7 van de financiële verordening en met inachtneming van de regels omtrent staatssteun, gemotiveerd afwijkende grondprijzen te hanteren. 1.3
Uitgangspunten -
Het prijspeil van de genoemde bedragen is 1-1-2023; De prijzen zijn geldig van 1-1-2023 tot en met 31-12-2023; De gehanteerde grondprijzen zijn voor bouwrijpe grond, exclusief BTW en exclusief kosten koper, tenzij anders vermeld; De grondprijs dient te worden aanbetaald en uiterlijk te worden betaald bij het notarieel transport van de kavel; Bij de verkoop van gronden zijn de algemene verkoopvoorwaarden van de gemeente geldig.
1.4 Actualisatie grondexploitaties Eventuele grondprijswijzigingen ten opzichte van het vorige jaar kunnen consequenties hebben voor de financiële resultaten van de grondexploitaties. Deze consequenties verwerken en verantwoorden we in het jaarlijkse ‘Meerjaren Perspectief Grondexploitaties’. Dit document wordt jaarlijks in het 2e kwartaal aan de raad aangeboden. 1.5 Geldigheidsduur grondprijzen De in deze Grondprijzenbrief 2023 genoemde prijzen zijn geldig met ingang van 1 januari 2023 en worden per 1 januari 2024 geactualiseerd op basis van de marktontwikkelingen. Mocht de actualisatie niet tijdig hebben plaats gevonden dan blijven de genoemde bedragen gehandhaafd tot een geactualiseerde grondprijzenbrief wordt aangeboden. Indien aan de orde kunnen eerder gemaakte afspraken en lopende onderhandelingen aanleiding zijn om van de vastgestelde grondprijzen af te wijken. Het moment van een grondaanbieding is in het algemeen bepalend voor de toe te passen prijs. Bij opties geldt de afgesproken prijs voor de duur van de optie. Bij verlenging van de optie wordt, indien deze het jaar overschrijdt en de verlenging plaatsvindt in het nieuwe jaar, de prijs gehanteerd die is vastgesteld voor het nieuwe jaar. Indien de verlenging nog in hetzelfde jaar plaatsvindt, geldt de eerder in de optie overeengekomen prijs.
Grondprijzenbrief Brunssum 2023
Pagina 4 van 8
2
GRONDPRIJZEN WONINGBOUW
2.1 Projectmatige woningbouw Om de grondprijzen te bepalen heeft de gemeente een marktonderzoek uitgevoerd. Op basis van marktontwikkelingen, een analyse van de verkoopprijzen van recent verkochte referentiewoningen en de bijbehorende stichtingskosten zijn voor de verschillende categorieën residuele grondwaardeberekeningen uitgevoerd. Bovendien is een comparatieve studie uitgevoerd naar de prijzen in de regio voor de kavelprijzen en de prijzen sociale woningbouw. De hieronder genoemde grondprijzen zijn gebaseerd op dit marktonderzoek. 2.2 Projectmatige woningbouw Op basis van een uitgevoerd marktonderzoek hanteert de gemeente in 2023 voor projectmatige woningbouw de volgende grondprijzen.
Categorie Ééngezinswoning, rij Ééngezinswoning, twee-onder-éénkap Ééngezinswoning, vrijstaand
prijs per m2 1-1-2023 € 185 € 155 € 165
Meergezinswoning, appartement
€
21.000
Rekenvoorbeeld bij gemiddelde kaveloppervlakten:
Categorie Ééngezinswoning, rij Ééngezinswoning, twee-onder-éénkap Ééngezinswoning, vrijstaand Meergezinswoning, appartement
Gemiddelde prijs per m2 Prijs per kavel kavelopp. 1-1-2023 Vanaf 160 € 185 € 29.600 200 € 155 € 31.000 450 € 165 € 74.250 €
21.000 €
21.000
Voor woningbouwkavels groter dan 500 m2 en groter dan 800 m2 zal – indien slechts 1 woning op de kavel zal worden gebouwd en is toegestaan – een staffel in de grondprijs worden toegepast. Voor de m2 boven de 500 m2 en respectievelijk 800 m2 grens, zal een prijs gelden van factor 0,75 respectievelijk factor 0,5 van de reguliere m2-prijs. Huurwoningen in de vrije sector worden op dezelfde wijze benaderd als de bovenstaande categorieën. De gemeente behoudt zich het recht voor om van de bovengenoemde prijzen af te wijken indien een taxatie hiertoe aanleiding geeft. 2.3
Sociale woningbouw
Voor sociale woningbouw met een huurprijs onder de liberalisatiegrens (per 1-1-2023 bedraagt deze € 808,-) hanteren we een grondprijs voor eengezinswoningen van € 20.000 afhankelijk van het huurniveau van de woning. Deze prijs is gebaseerd op een grondprijs per m2 van € 165,- en een gemiddeld kaveloppervlakte van ca. 120 m2.
Grondprijzenbrief Brunssum 2023
Pagina 5 van 8
Bij het bepalen van de grondopbrengsten voor gestapelde sociale woningbouw wordt rekening gehouden met een stapelingsfactor van 0,9 voor twee woonlagen, 0,8 voor drie woonlagen en 0,75 voor vier woonlagen. Voor vijf en meer woonlagen geldt een lagere stapelingsfactor, nader af te spreken. Bij gestapelde woningbouw, waarbij op de begane grond een andere bestemming dan wonen geldt, telt de begane grond niet als woonlaag. De gemeente behoudt zich het recht voor om van de bovengenoemde prijzen af te wijken indien een taxatie hiertoe aanleiding geeft. 2.4 Vrije kavels De basisgrondprijs en/of kavelprijs voor vrije kavels bestemd voor particulier opdrachtgeverschap is gebaseerd op een grondprijs tussen de € 160,- en € 190,- tot en met een oppervlakte van 500 m2. Daarna wordt de grondprijs verlaagd volgens de volgende staffel: Vrije kavels
Grondprijs per m2 excl. BTW vanaf:
t/m 500
m2
€ 175,00
###
501 - 800
m2
€ 131,00
###
75%
> 801
m2
€
###
50%
88,00
Rekenvoorbeeld Met deze systematiek en de bovenstaande grondprijzen bedraagt de grondprijs voor een kavel van 850 m2: Prijs per m2:€ 175,500 m2 à € 175,--€ 87.500 300 m2 à € 131,-€ 39.300 50 m2 à € 88,--€ 4.400 In totaal € 131.200 (€ 154,- per m2) 2.4.1 Toewijzing kavels Bij beschikbaarheid van gemeentelijke bouwkavels wordt dit via diverse kanalen bekend gemaakt. In de betreffende publicatie wordt uitgelegd welke bouwkavels worden uitgegeven en op welke wijze (inschrijving, loting ed), evenals de oppervlakte en de grondprijs. Tijdens de publicatie van de bouwkavels zal worden aangegeven op welke wijze er zal worden gehandeld indien er meerdere gegadigden zijn voor hetzelfde bouwkavel. 2.4.2 Optieregeling Gegadigden voor een vrije kavel kunnen een optie nemen voor maximaal twee maanden door het betalen van een optiebedrag van 1% van de verkoopprijs. Bij daadwerkelijk afname van de kavel wordt dit bedrag verrekend met de verkoopprijs. Bij geen afname vervalt dit bedrag aan de gemeente. De optie wordt in principe niet verlengd tenzij er dringende redenen zijn aan te voeren.
Grondprijzenbrief Brunssum 2023
Pagina 6 van 8
3
GRONDPRIJZEN NIET WONINGBOUW
3.1
Bedrijventerreinen
De grondprijzen per m2 voor de te verkopen bedrijfspercelen waar de gemeente Brunssum eigenaar van is, zijn bepaald op basis van een comparatieve benadering. Bij deze benadering bepalen we de grondprijs op basis van een inventarisatie van grondprijzen van vergelijkbare bedrijfspercelen in de regio. Op basis van uitgevoerd marktonderzoek blijft de richtprijs voor de grond met bestemming bedrijventerreinen voor minder courante kavels een prijs vanaf € 70,- per m2 en voor courante kavels (goede ontsluiting en zichtlocatie) een prijs vanaf € 85,- per m2. De gemeente behoudt zich het recht voor om van de bovengenoemde prijzen af te wijken indien een taxatie hiertoe aanleiding geeft. 3.1.1 Optieregeling Ook bij de uitgifte van bedrijfspercelen kunnen gegadigden een optie nemen. Voor bedrijfskavels geldt een maximale termijn van 3 maanden en een optiepercentage van 1% op de verwachte verkoopopbrengst op basis van deze grondprijzenbrief. Bij daadwerkelijk afname van de kavel wordt dit bedrag verrekend met de verkoopprijs. Bij niet afname vervalt dit bedrag aan de gemeente. De optie wordt in principe niet verlengd tenzij er dringende redenen zijn aan te voeren. 3.2 Grondprijzen kantoren, winkels, horeca Grondprijsbepaling voor deze functies vindt plaats op bepaling van taxatie.