CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 15 februari 2022, gemeente Brunssum17.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het voordeel voor de stichting van deze werkwijze bleek drieledig te zijn: - omdat de stichting (gebaseerd op de werkwijze van de gemeente) geen BTWverrekening toepast (en ook geen B TW- nummer daarvoor heeft aangevraagd) verloopt de BTW- compensatie via de gemeente. Hierdoor is het gehele vrijgemaakte bedrag van 50k vrij van BTW, en dat scheelt de stichting 21% - de gemeente is in staat om onder veel gunstigere voorwaarden verplichtingen aan te gaan. Neem bijvoorbeeld Boels. Zij bieden de gemeente een korting van > 50% , iets dat zij onze stichting nooit zouden bieden - bij de organisatie van het evenement hebben wij aangenomen dat de werkwijze van 2018 ook voor 2019 zou gelden. Om die reden hebben we ook geen tijd en ruimte gereserveerd voor het aangaan van verplichtingen die eerder door de gemeente voor hun rekening werden genomen. We hebben als stichting in het afgelopen jaar geen enkel signaal gekregen dat de werkwijze in 2019 anders zou zijn dan in 2018. Was dat wel het geval geweest dan was dit zeker onderwerp van bespreking geweest. Daarnaast heb ik al in een eerder bericht naaj///^aangegeven dat we van mening zijn dat, mede gelet op de beslispunten uit het raadsvoorstel, er geen sprake is van een subsidierelatie tussen de gemeente en de stichting.

21 van 34

□

capra advocaten

o v <•> i heid

onderwijs 2üty

Met de eerdere genoemde en bovenstaande redenen omkleed wil ik je namens de stichting dringend vragen om je standpunt te herzien en de werkwijze 2018 ook voor 2019 van kracht te laten zijn. Voor de editie van 2020 is wat ons betreft alles bespreekbaar, ook het aangaan van een subsidierelatie en het opnieuw vormgeven van de gemeentelijke bijdrage en ambtelijke inzet. Tot zover en tot vrijdag. De heer Joosten vraagt namens de stichting dringend aan^PBBm om het standpunt te herzien en de werkwijze van 2018 ook voor 2019 van kracht te laten zijn. Voor 2020, tot slot, is wat betreft de stichting alles bespreekbaar. Vervolgens heeft op 18 oktober 2019 overleg plaatsgevonden tusser ^HHIen de heer Joosten. De heer Joosten verklaart over dit overleg dat het in zijn beleving vooral een kwestie was van aftasten, waarbijvele vragen stelde waarvan er in ieder geval één betrekking had op de aanloop gedurende het jaar 2019. Bij zijn weten was de uitkomst niet dat er ter plekke een besluit werd genomen, maar dat de stichting op een aantal vragen nog antwoord zou geven. Opmerkelijk is dat de heer Joosten vertelt dat fff/ÊÊÊtÊÊÊtÊttt/tf bij het overleg aanwezig was. Onderzoeker heeft QHHBHflMHMM^niet gevraagd of zij ook bij dat overleg aanwezig was, ^aar zelf ook geen gewag van gemaakt.

Ook uit de e-mailcorrespondentie rondom 16 oktober 2019 blijkt nietdattfHMHHBHHfl^ bij dat overleg aanwezig was. Desgevraagd heeft januari 2022 telefonisch aan onderzoeker bevestigt datftHHMH|MHM| niet bij het gesprek was. is in haar interview niet zo duidelijk geweest over het overleg van 18 oktober 2019. Het lijkt er op aan te komen dat zij in dat gesprek met name van de heer Joosten te horen kreeg dat de stichting uitging van andere financiële uitgangspunten en dat zij omstreeks die tijd zelf constateerde dat de zaken binnen de gemeente Brunssum niet goed geborgen waren. Het gesprek van 18 oktober 2019 was volgens de gegevens die onderzoeker heeft de laatste rechtstreekse betrokkenheid van de heer Joosten. Samengevat komt de inbreng van de heer Joosten in het debat over de wijze van financiering derhalve neer op een viertal e-mailberichten aan ambtenaren, te weten op 6, 14, 15 en 16 oktober 2019 en een gesprek dat hij op 18 oktober 2019 heeft gevoerd met

Het eerstvolgende contact was het e-mailbericht aan Ivan 22 oktober 2019, 13.37 uur, waarin zij om te beginnen

22 van 34

□

ovorhcid onderwijs

advocaten

zorg

antwoord geeft op vragen die kennelijk in het overleg van 18 oktober 2019 aan de orde waren gekomen. Zij schrijft verder dat op haar initiatief in september 2019 in een ambtelijk overleg gesproken werd over de BTW consequenties, met als vervolg de e-mailcorrespondentie van oktober 2019, om zich vervolgens op het standpunt te stellen dat de stichting nu zal moeten doorpakken en de consequenties van het standpunt van de gemeente als uitgangspunt zal nemen. Concreet betekende dit dat de stichting het programma zou versoberen, en dat zij zich persoonlijk zouden gaan inzetten om de opdrachtverstrekkingen tijdig te kunnen uitvoeren. Zij kondigde verder aan in de evaluatie van de editie van dat jaar nadrukkelijk aandacht aan dit verloop te zullen besteden. Diezelfde dag, om 14:06 uur, volgde een reactie vanuit de ambtelijke organisatie. schreef aan de voorzitster dat zij een plan B hadden dat, indien de stichting het er mee eens zou kunnen zijn, voorgesteld zou worden aan de portefeuillehouder. Dat plan B hield in dat de stichting zelfstandig de organisatie en administratie zou voeren binnen de gestelde financiële kaders en dat de stichting na het evenement de facturen kon overdragen aan de gemeente. De gemeente zou vervolgens waar mogelijk BTW boeken en vorderen.

Als argument bracht naar voren miscommunicatie en late besluitvorming, om vervolgens te stellen dat 2019 zou gelden als laatste overgangsjaar naar volledige zelfstandigheid.

c. Welke invloed had het handelen van de heer Joosten in interne keuzes voor wat betreft de financiering van het Feest der Verwondering, editie 2019? Onderzoeker heeft zich, in verband met de vraag welke invloed het handelen van de heer Joosten heeft gehad op interne keuzes voor wat betreft financiering van het Feest der Verwondering, de hypothetische vraag gesteld hoe de financiering gelopen zou kunnen zijn als de heer Joosten zich niet door middel van zijn emailbericht, als penningmeester van de stichting, tot het ambtelijk apparaat had gewend. Deze vraag laat zich, naar de aard ervan, niet met zekerheid beantwoorden, maar onderzoeker acht het aannemelijk dat ook in dat geval de stichting duidelijkheid zou hebben moeten verkrijgen ten aanzien van de wijze waarop het budget van € 50.000,- feitelijk aangewend zou gaan worden. In dat verband zouden wellicht de discussiepunten zoals die door de heer Joosten in zijn e-mailbericht van 6 oktober 2019 en die van erna op tafel waren gelegd aan de orde zijn gesteld. Ook dan was de tijd tot het evenement kort, en was de vraag opportuun of alsnog een formele subsidierelatie tot stand gebracht zou moeten worden of dat de handelswijze zoals die in 2018 was gevolgd opnieuw toegepast zou worden.

Een vraag is dan, en ook deze vraag laat zich niet met zekerheid beantwoorden, of het bestuur van de stichting, als het initiatief van hen zou zijn uitgegaan, en in dat

23 van 34

□

capra advocaten

over heid onderwijs

*ory

geval vertegenwoordigd door een ander persoon, bijvoorbeeld de voorzitter of de secretaris, zich tot de beleidsambtenaren en vervolgens de afdelingshoofd zou hebben gewend, of dat zij zich gewend zouden hebben tot de verantwoordelijk portefeuillehouder, wethouder De Rijck? In dat verband brengt onderzoeker naar voren dat 0BBHHHHHH9van de stichting Brunssum4Tsamen over de wethouder stelde dat deze enthousiast was voor het evenement, en zelfs nog persoonlijk is langsgegaan bij de politieke partijen om draagvlak te krijgen voor toekenning van het budget, maar dat hij als de stichting concrete vragen had, altijd doorverwees naar ambtenaren. Dit beeld zoals HHMMP dat oproept strookt naar de mening van onderzoeker met de informatie die het interview met de heer De Rijck heeft opgeleverd. De heer De Rijck had andere beelden bij de wijze waarop de financiering in 2019 zou plaatsvinden - hij ging ervan uit dat de stichting zelf verantwoordelijk was voor de betalingen - en had er geen bemoeienis mee, maar dat gold ook al voor het jaar 2018. Hij heeft gesteld dat hij ook in dat jaar geen bemoeienis heeft gehad met de vraag waar de BTW-plicht lag en dat hij ervanuit is gegaan dat de ambtelijke organisatie dit adequaat had opgepakt.

Ten aanzien van de vraag of hij na het raadsbesluit betrokken had moeten worden, heeft de heer De Rijck gezegd dat je normaal gesproken zou verwachten dat de stichting bij een gerezen problematiek als deze contact opneemt met de portefeuillehouder, maar ook dat hij het moeilijk vindt om er wat van te zeggen en dat hij een groot vertrouwen heeft in zijn ambtenaren. Hij geeft verder aan dat het wel vaker voorkomt dat verenigingen en stichtingen rechtstreeks contacten onderhouden met ambtenaren. Onderzoeker verwijst verder naar het interview met mevrouw Van der Rijt. Zij was weliswaar in 2019 nog niet in functie, maar heeft wel vastgesteld dat er in de afgelopen jaren heel veel gebeurd is in de gemeente Brunssum, met diverse burgemeesters en veel politiek tumult. Het gevolg is, zo is haar indruk, dat de organisatie losser is komen te staan van het bestuur. Gelet op deze achtergrond is het dus goed mogelijk dat er geen speciale gedachten zaten achter de keuze van de stichting (ervan uitgaande dat het inderdaad een bestuurlijke keuze was om aan de gemeente duidelijkheid te vragen) om het dilemma voor wat betreft de financiering niet voor te leggen aan de wethouder, maar aan het ambtelijk apparaat. Onderzoeker voegt hier aan toe dat de reacties van het ambtelijk apparaat niet ervan getuigden dat het vreemd opkeek van het e-mailbericht van de heer Joosten van 6 oktober 2019.

Vanwege het verloop in 2018 én de afspraak dat ook in 2019 de gemeente nog zou assisteren, roept dat ook niet per se verbazing op. Opvallend is wel dat in het laatste bericht van!

24 van 34

□

ca pres advocaten

overheid onderwijs zorg

staat dat de portefeuillehouder nog geïnformeerd zou worden. Volgen( lis dat gebeurd5, maar volgens de heer De Rijck niet. Onderzoeker voegt hier aan toe dat de vraag of deze gang van zaken, waarbij de wethouder geïnformeerd had kunnen zijn op basis van doorgestuurde emailberichten maar niet actief lijkt te zijn benaderd, wenselijk is van een andere orde is. Een volgende vraag is die naar de betekenis van het gegeven dat juist de heer Joosten, penningmeester van de stichting, en tevens raadslid, op 6 oktober 2019 een e-mailbericht stuurde. Onderzoeker kan niet vaststellen dat het gegeven dat de heer Joosten behalve bestuurslid van de stichting ook raadslid is van de gemeente Brunssum van invloed is geweest op de uitkomst van de discussies zoals die na 6 oktober 2019 zijn ontstaan. Onderzoeker constateert wel dat uitkomst van de discussie geheel is conform het voorstel zoals de heer Joosten dat in zijn e-mailbericht van 6 oktober 2019 verwoordde. afdelingshoofd Maatschappelijke Ontwikkeling, die uiteindelijk plan B uit de kast heeft gehaald, heeft benadrukt dat het gegeven dat de heer Joosten raadslid is voor haar geen bijzondere rol heeft gespeeld, maar wel dat de berichten van de heer Joosten haar de ogen openden voor een probleem dat wat haar betreft onder haar verantwoordelijkheid was ontstaan en dus ook opgelost zou moeten worden.

Heel in het kort komen die erop neer dat de financiële relatie tussen de stichting en gemeente voorafgaand aan het raadsbesluit en daarna niet goed was geregeld, met alle gevolgen van dien, en dat daarom, nog één keer, voor dezelfde constructie als in 2018 werd gekozen. Zoals onderzoeker hiervoor al heeft gesteld, was de wijze van financiering naar alle waarschijnlijkheid sowieso op de agenda gezet door de stichting en roept het gegeven dat contact gezocht werd met ambtenaren niet per se verbazing op, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval. Een aanwijzing dat de invloed van de heer Joosten niet doorslaggevend is geweest, zou gevonden kunnen worden in het e-mailbericht van de stichting 22 oktober 2019 waarin de voorzitster als gegeven lijkt te aanvaarden dat de stichting geheel zelf verantwoordelijk is voor de financiële organisatie, en dus BTW-plichtig is. Snel na dit e-mailbericht presenteerde plan B waarvan het belangrijkste onderdeel was dat de facturen, net zoals in 2018, op naam van de gemeente konden worden gesteld tot het toegekende bedrag van € 50.000,-. Die draai werd zo snel gemaakt, dat deze mogelijk, maar niet bewijsbaar, al post had

’ Telefonisch contact met|

26 januari 2022 om 13.45 uur.

25 van 34

□

capra advocaten

overheid onderwijs zorg

gevat in de gedachten van heer Joosten van 18 oktober 2019.

volgend op haar overleg met de

Onderzoeker kan derhalve niet als feit vaststellen dat de inmenging van de heer Joosten vanwege zijn positie als raadslid invloed heeft gehad op de uiteindelijke keuzes van de gemeente, maar hij kan het ook niet uitsluiten. Onderzoeker brengt vervolgens wel naar voren dat uit het feitelijk verloop de indruk kan ontstaan dat de heer Joosten zijn positie als gemeenteraadslid toch heeft willen gebruiken ten behoeve van de stichting. Immers, naar zeggen van de heer Joosten zelf werd bij de aanvang van het bestuurslidmaatschap van de stichting de afspraak gemaakt dat hij vanwege zijn raadslidmaatschap op de achtergrond zou opereren, om vervolgens in afwijking van die afspraak, juist op het moment dat er daadwerkelijk grote belangen voor de stichting op het spel stonden, alsnog op de voorgrond te treden. De heer Joosten er\0////////ÊÊÊKtÊÊÊ) hebben daarvoor als uitleg gegeven dat het min of meer toeval was dat de heer Joosten het betreffende e-mailbericht op 6 oktober 2019 stuurde, en dat iedere bestuurslid dat had kunnen doen, maar daarmee wordt voorbij gegaan aan de intern klaarblijkelijk gemaakte afspraken. Volgens de heer Joosten was het een kwestie van tijd, die hij wel had en anderen niet. Kennelijk was dat voldoende om een belangrijke afspraak terzijde te schuiven.

Waar onderzoeker niet kan bewijzen daQPHHMMMB bij haar keuzes heeft laten leiden door de inbreng van de heer Joosten als raadslid, kan hij ook niet bewijzen dat de heer Joosten heeft gedacht dat hij als raadslid misschien gemakkelijker het beoogde resultaat zou kunnen bereiken, maar zijn moment van verschijnen is opvallend, en het tegendeel is niet aantoonbaar, waardoor er ruimte is voor beeldvorming. Tot zover deze overwegingen van onderzoeker met betrekking tot de mogelijke invloed van het handelen van de heer Joosten op de voor de gemeente interne keuze van financiering voor het Feest der Verwondering, editie 2019. De vraag of de heer Joosten hiermee integer of correct heeft gehandeld, is aan de gemeenteraad.

26 van 34

□

cctpra advocaten

5.

overheid on derwijs

zory

Wederhoor Onderzoeker heeft deze rapportage tot en met de bevindingen zoals hiervoor verwoord op 26 januari 2021 voorgelegd aan de heer Joosten voor commentaar alsmede aan opdrachtgever voor een controle op eventuele feitelijke onjuistheden. Van de heer Joosten werd op 28 januari 2022 een reactie ontvangen, welke reactie onderzoeker achter deze rapportage heeft gehecht. Hier haalt onderzoeker aantal punten uit de reactie aan, met zijn reactie erop. Berichten als bestuurslid De heer Joosten heeft benadrukt dat de berichten die hij stuurde aan ambtenaren van de gemeente steeds verzonden werden als penningmeester/bestuurslid van de stichting Brunssum4Tsamen, vanaf een e-mailadres van de stichting, namens en in opdracht van het gezamenlijk bevoegde bestuur van de stichting. De heer Joosten heeft inderdaad steeds een bericht verstuurd vanaf hei adres van de stichting, en heeft nadrukkelijk gesteld dat hij acteerde als secretaris, na afstemming met het bestuur. Feit is ook, dat de heer Joosten raadslid is en als zodanig (allicht) bekend is bij de geadresseerden. Onderzoeker stelt beide aspecten vast. De melding heeft betrekking op de vraag hoe die twee zich verhouden.

'Integer of correct’ Onderzoeker kan bevestigen dat het verschil in formulering tussen de melding en de opdracht aan onderzoeker, juist ten aanzien van het beladen woord ‘integer’ ongelukkig is en onzorgvuldig kan overkomen. Dat neemt niet weg dat de opzet van het onderzoek niet anders zou zijn geweest als onderzoeker eerder had geweten dat in de melding 'integer’ stond. De afspraak op 18 oktober 2019 De heer Joosten merkte terecht op dat hij alleen het aanbod van( om een afspraak te maken met had geaccepteerd, woordkeuze ‘aandringen’ was niet correct. Ondersteunen vs ter beschikking stellen De heer Joosten reageert op een door onderzoeker aangehaalde passage uit het interview met de heer L'Espoir. De heer L’Espoir heeft verklaard: “De uitkomst van de raadsvergadering was wat betreft editie 2019 duidelijk. De Raad besloot om € 50.000,- ter beschikking te stellen aan een externe organisatie die de uitvoering ter hand zou nemen”. De tekst van het raadsbesluit luidt op dit vlak: “Dit jaar het jaarlijkse kerstevenement financieel te ondersteunen; middels de tweede-berap in 2019& € 50.000:euro van

6 De doorhaling is het resultaat van een amendement. m-

•

•

»

27 van 34

.*

/<£/"

□

capra advocaten

overheid onderwijs zorg

het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van kerstevenement.”

het

Op deze plaats meent onderzoeker te kunnen stellen dat de uitspraak van de heer L’Espoir in lijn is met de wijze waarop hij de beslissing van de Raad interpreteert.

wel/niet aanwezig bij het overleg op 18 oktober 2019? Onderzoeker heeft begrip voor de keuze van de heer Joosten om geen navraag te doen Vooralsnog houdt onderzoeker het erop dat niet b'-i het gesprek op 18 oktober 2019 aanwezig was, gelet op haar aanvullende telefonische verklaring ter zake en het gegeven dat in de emailcorrespondentie geen aanwijzing is te vinden voor haar aanwezigheid. Zo schrijft °P 22 oktober 2019: “Met verwijzing naar het gesprek van afgelopen vrijdag met ons bestuurslid Frank is, zoals met je afgesproken, navraag gedaan bij de bestuursleden van onze Stichlng Bninssum4TSamen”. Deze tekst sluit haar aanwezigheid niet uit, maar lijkt er eerder op te duiden dat zij niet aanwezig was, en nu de communicatie met de gemeenteambtenaren weer overnam. Interne afspraak terzijde schuiven De heer Joosten maakt een opmerking over de formulering van onderzoeker dat een interne afspraak dat alleen de secretaris en de voorzitster met de gemeente zouden communiceren ter zijde werd geschoven. Hij stelt, kort gezegd, dat het om een beginselafspraak ging. Waar het onderzoeker om gaat is dat kennelijk binnen het bestuur en de heer Joosten oog was voor de beladenheid van mogelijke contacten van hem met de gemeente, juist vanwege zijn raadslidmaatschap. In oktober 2019 is niet conform dat inzicht gehandeld.

Over mijn conclusies De opmerkingen van de heer Joosten over de betekenis van mijn vaststellingen voor kwalificatie van zijn handelen komen voor zijn rekening. De gemeenteraad zal zich daar nog over kunnen uitlaten. Slotopmerking van de heer Joosten Het komt onderzoeker voor dat de slotbeschouwingen van de heer Joosten, onder andere die dat het verloop voor hem en hopelijk ook voor anderen een belangrijk leermoment heeft opgeleverd, prima aan de orde kunnen komen in het debat van de gemeenteraad. Onderzoeker kan wel bevestigen dat het dossier geen aanleiding geeft voor de conclusie dat specifieke voordelen zijn verkregen, anders dan dat de stichting een BTW-voordeel heeft verkregen dat later met de belastingdienst gecorrigeerd moest

28 van 34

advocaten

overheid onderwijs zorg

worden en waarvan, zie ook de reactie vanop 14 oktober 2019, een precedentwerking kon uitgaan. Anderzijds was er al een precedent, namelijk de organisatie van editie 2018, waarop de stichting wilde teruggrijpen. Het rapport van Unravelling heeft duidelijk gemaakt dat tussen die editie en die van 2019 niets adequaat was vastgelegd.

overheid onrJp r w i j s zorg

6. Conclusies In het kort weergegeven concludeert onderzoeker, in navolging van de rapportage zoals op 21 maart 2021 uitgebracht door bureau Unravelling, dat de financiële relatie tussen de gemeente en stichting Brunssum4Tsamen, voor de uitvoering van het Feest der Verwondering, editie 2019, niet adequaat was geregeld. Vanuit die invalshoek was het voor de hand liggend dat de stichting zich volgend op het raadsbesluit van 17 september 2019 in het vooruitzicht dat december 2019 er snel aankwam, tot de gemeente wendde om nadere duidelijkheid te verkrijgen. De stichting heeft zich tot het ambtelijk apparaat gewend, en niet tot de wethouder, maar dat laat zich in enige mate verklaren door het historisch verloop, met nauwe banden tussen ambtenaren en stichting, en de specifieke situatie te Brunssum. Onderzoeker kan niet vaststellen dat de heer Joosten zijn positie als raadslid bewust heeft gebruikt om tot een voor de stichting goed resultaat te komen, maar kan dat ook niet uitsluiten. Het is wel opvallend dat waar de afspraak binnen het bestuur van de stichting was dat de heer Joosten als raadslid geen directe contacten zou onderhouden met de gemeente, hij dat wel deed juist op het moment dat er grote belangen op het spel stonden.

Onderzoeker kan niet vaststellen dat ambtenaren die door de heer Joosten werden benaderd, in het bijzonder tot de voor de stichting gunstige beslissing is gekomen om de facturen op rekening van de gemeente te laten zetten om redenen dat de heer Joosten raadslid is, het lijkt er eerder op dat zij zich heeft laten leiden door op zich eerzame motieven, maar ook hiervoor geldt dat onderzoeker beïnvloeding als gevolg van de positie van de heer Joosten als raadslid niet kan uitsluiten.

30 van 34

capra advocaten

overheid ondorwij s zorg

7. Nawoord Met de totstandkoming van deze rapportage is het onderzoek afgerond. Onderzoeker benadrukt dat hij de beschikking heeft gekregen over een uitgebreid dossier, dat hij geheel gelezen heeft. Uit het gegeven dat dossierstukken niet worden benoemd, mag niet afgeleid worden dat deze niet betrokken zijn. De inhoud van het rapport, de bijlagen daaronder begrepen, is uitsluitend bestemd voor de opdrachtgever en draagt naar zijn aard een vertrouwelijk karakter. De rapportage mag bij uitsluiting gebruikt worden voor het doel waarvoor deze is opgesteld. Verstrekking van informatie uit deze rapportage aan anderen dan de opdrachtgever, openbaarmaking daaronder begrepen, is slechts toegestaan indien en voor zover een wettelijk voorschrift hem of haar daartoe verplicht.

Aldus opgemaakt te ’s-Hertogenbosch,

31 van 34

capra advocaten

overheid onderwijs zorg

8. Overzicht van bijlagen

Overzicht Klapper dossier Kerst vier je samen 2019 1. Proces reguliere weekbetalingen 2. Beantwoording vragen SP 3. Evenementenbeleid 2017 - 2021 4. Subsidieregeling evenementen Brunssum 5. Collegevoorstel 25 september 2018 evaluatie 2016, 2017 en editie 2018 6. Concept Uitvoeringsovereenkomst kerstfestival 2018 7. Evaluatie 2016, 2017 en plan 2018 kerst 8. Concept toezegging 42 evaluatie kerstevenement 9. Mandatenregister 10. Subsidieaanvraag kerst juli 2019 11. Beantwoording subsidieaanvraag juli 2019 12. Evaluatie kerst 2018 13. Raadsvoorstel evaluatie kerst en editie 2019 14. Mailwisseling gemeente inzake financiering kerstfeest 15. Mailwisseling St. Brunssum 4T Samen en gemeente 16. Gemeentepagina Brunssum - Feest der Verwondering 17. Subsidieregister 2019 18. Presentatie gemeente Brunssum 19. Reactie college Motie kosten kerst 20. Fwd: Memo kerst 2019 21. Verzoek aanleveren stukken

22. Antwoorden^^iHm 23. Re reden niet akkoord bestuurlijk behandelvoorstel 24. Facturen kerst 2019 uitleg controle 25. Reactiq£09 26. Memo kerst 2019 27. Collegebesluit 19-1-2021 Opdrachtverstrekking intern onderzoek feest der verwondering 28. Dienstverleningsovereenkomst Unravelling 29. Reactie st. Brunssum 4T Samen n.a.v. uitnodiging weth. De Rijck 30. Collegebesluit 13 april 2021 rapport Unravelling 31. Verslag collegevergadering 6 april 2021 Unravelling 32. Collegebesluit 25 mei 2021 Gespreksverslag belastingdienst 33. Gespreksverslag belastingdienst 24 juni 2021

32 van 34

cctprcs advocaten

overheid onderwijs zorg

34. Collegebesluit 14 september 2021 inzake reactie van dhr. Joosten 35. Brief aan dhr. Dhr. Joosten inzake afhandeling brief aan college 36. Collegebesluit 30 november 2021 inzake advies BTW kwestie kerstevenement 2019

Overzicht dossier L’Espoir Kerst vier je samen 2019 1. 2.

3.

4. 5.

6.

7.

8. 9. 10.

11.

12. 13.

Oprichtingsakte Stichting Brunssum 4T Samen 9 november 2021 mai|JBHHB|(medewerker financiën) aan' (afdelingshoofdMO): Recap a. 16 oktober 2021 mail4MHHH|-^PH^: Kerst 2016-2018-2018 i. Subsidie kan niet rechtmatig gebruikt worden Motie b. 25 oktober 2021 maili PAK begroting kerst Correspondentie 9 november 2021 mai Afspraak plannen met a. 29 oktober 2019 mai, Stichting b. 28 oktober 2019 ma Voorstel Opdrachtverstrekkin door Stichting tenaamstelling Gemeente (medewerker MO, evenementen): 24 november 2020 Facturen feest der Verwondering 30 november 2020 mail wethouder L’Espoir - College: Antwoorden op vragen L’Espoir kerst 2019 a. Datum? mail Joosten -PHMPP Sturen rekeningen tot € 50.000,b. 27 november 2020 mail De Rijck aan L’Espoir en burgemeester: Antwoorden op vragen L’Espoir . c. 24 november 2020 mai^PHp- De Rijcl^pBflUP Antwoorden op vragen L'Espoir 8 december 2020 mail gemeentesecretaris Eussen - L’Espoir:

Mailwisseling^BHBflBHBP^ a. 8 december2020 ma^PPHpP-4HHHP Memo kerst 2019 Belgische BTW b. 8 december 2020 mail Eussen Toelichting Belgische Btw 9 december 2020 mail Eussen - L’Espoir: Maipm^doorgestuurd a. 9 december 2020 mai^mp- Eussen: Nota kerst 2019 b. 9 december 2020: Nota kerst 2019 dooflBM|lflPen( 29 december 2020 Mail L’espoir- burgemeester: BTW onderzoek 19 januari 2021: Vertrouwelijk besluit college: Opdracht aan Unraveling 4 april 2021 mail L’Espoir - college: Voorbereiding B&W 6 april 2021: Vertrouwelijk collegevoorstel Opleveren Rechtmatigheidsonderzoek Feest der verwondering a. Mailwisseling inzake aanlevering en voorbereiding bestuurlijk behandelvoorstel (BBV) 9 april 2021 mail L’Espoir - college B&W: Voorbereiding behandeling rapport Unraveling 11 april 2021 mail L’Espoir - college B&W: Rapport Btw

33 van 34

□

capra advocaten

14. 15. 16.

overheid onderwijs zorg

13 april 2021 (opnieuw in college): Vertrouwelijk collegevoorstel Opleveren Rechtmatigheidsonderzoek Feest der verwondering 13 april 2021: Besluitenlijst 13 april 2021 mail weth. De Vragen PvdA fractie a. 8 april 2021 mail DeRijcl^B^^^^r^ b. 8 april 2021 et^cD^Rijck c. 7 april 2021 maij^MMfe-De Rijck en4KHH^P d. 31 maart 2021 maN^^HHI

E-mails 16 oktober 2019 (aangeleverd door

Verslagen van gehouden interviews 220113

220120 220117 220119 210118 220120

Verslag interview de heer De Rijck, getekend Verslag interview de heer L'espoir, getekend 9etekend Verslag interview Verslag interview de heer Joosten, getekend getekend Verslag interview Verslag interview met mevrouw Van der Rijt, getekend

34 van 34

)

1 Raadsvoorstel 17 (bijlage) Advies Commissie Integriteit gemeente Brunssum.pdf

STRIKT PERSOONLIJK/VERTROUWELIJK Aan de Commissie Integriteit van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum D.t.v. de heer P. Peeters, griffier Postbus 250 6440 AG BRUNSSUM

9 februari 2022 Melding inzake raadslid Joosten: advies Onze referentie: D33492/MR/MD/BF mr. M.J.J. Rutten 088-579 0001

Geachte leden van de commissie, Het college van de gemeente Brunssum (hierna: het college) heeft in haar besluit van 30 november 2021 besloten melding te doen bij uw commissie. De melding De melding luidt: Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019? Procedure Naar aanleiding van de melding heeft uw commissie besloten een extern onderzoek in te stellen. Het onderzoek naar de feiten en omstandigheden is uitgevoerd door mijn collega de heer mr. M.P.W. Steuten, advocaat van Capra Advocaten te ’s-Hertogenbosch. Op 3 februari 2022 is de rapportage van bevindingen overhandigd aan uw commissie. Op basis van deze rapportage heeft uw commissie verzocht om de gestelde vragen te beantwoorden, zodat dit advies tezamen met het onderzoeksrapport aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd. Zoals de onderzoeker reeds opmerkte is het aan de raad om zich een oordeel aan te matigen over de melding en de vraag hoe hier mee om te gaan. Het voorliggend advies is opgesteld in het kader van de gedachtenvorming hierover.

Op basis van de feiten en omstandigheden zoals opgenomen in de genoemde rapportage kunnen de vragen zoals gesteld naar mijn mening als volgt worden beantwoord: Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? De geduide feiten en omstandigheden zijn afgezet tegen het door de onderzoeker geschetste juridisch kader. Gemeentewet Van handelen in strijd met de Gemeentewet is naar mijn mening geen sprake. Specifiek is bezien of sprake is van strijd met artikel 28 van de Gemeentewet. In dit artikel is opgenomen dat een raadslid niet deelneemt aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. Ten tijde van het raadsvoorstel in september 2019 kan niet worden gesteld dat raadslid Joosten als vertegenwoordiger betrokken was bij een aangelegenheid waarover werd gestemd. Opmerking hierbij verdient dat de heer Joosten zich heeft onthouden van de beraadslaging voorafgaand aan de stemming. Het bestuurslidmaatschap aanmerken als vertegenwoordiging zou naar mijn oordeel een te strikte interpretatie zijn van artikel 28 Gemeentewet en zou een belemmering opleveren voor raadsleden om gebruik te maken van het fundamentele recht om te stemmen.

Gedragscode Vervolgens is beoordeeld of sprake is van handelen in strijd met de Gedragscode voor raadsleden van de gemeente Brunssum. Zoals uit het onderzoek blijkt worden bij het begrip integriteit een aantal sleutelwoorden geduid, waaronder betrouwbaarheid, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid. De sleutelwoorden zijn nader uitgewerkt in kernbegrippen. Bij het kernbegrip betrouwbaarheid is opgenomen dat een raadslid kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt alleen aanwendt voor het doel waarvoor het is gegeven. Verder dient het handelen van een raadslid gekenmerkt te worden door onafhankelijkheid hetgeen volgens de Gedragscode wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Wat betreft de belangenverstrengeling vermeldt de Gedragscode dat een raadslid zich er bewust van moet zijn dat bepaalde beslissingen risico’s met zich brengen en dat hij daarom elke schijn van belangenverstrengeling of vriendjespolitiek dient te vermijden. Door de onderzoeker is vastgesteld dat raadslid Joosten uit hoofde van zijn bestuurslidmaatschap van de stichting (e-mail)contact heeft gehad met medewerkers van de ambtelijke organisatie. Tijdens dat contact is informatie, die hij uit hoofde van zijn raadslidmaatschap heeft verworven, ingebracht.

Deze handelwijze brengt het risico met zich 2

van (de schijn van) belangenverstrengeling omdat niet met zekerheid gezegd kan worden dat de buitenwacht (eveneens) een strikte scheiding in rollen aanbrengt. Wordt de uitwerking van het begrip integriteit in de Gedragscode bezien, en meer in het bijzonder de geduide sleutelwoorden die zijn uitgewerkt in kernbegrippen, dan is sprake van niet integer handelen. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van doelbewust handelen. Integendeel, gelet op de verklaringen van raadslid Joosten lijkt er eerder sprake te zijn van ondoordacht handelen door zich in oktober 2019 onvoldoende rekenschap te geven van de dubbelrol raadslid versus penningmeester. Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019? De onderzoeker heeft duidelijk vastgesteld dat beïnvloeding niet kan worden vastgesteld, maar ook niet kan worden uitgesloten. De enige conclusie die op basis van het onderzoek dan ook kan worden getrokken is dat niet eenduidig kan worden vastgesteld dat en zo ja, welke invloed het handelen van raadslid Joosten heeft gehad op de voor de gemeente gemaakte interne keuzes voor de financiering van het Feest der Verwondering editie 2019.

Hoewel de inmenging en de rolvermenging eerder is geduid als ondoordacht en mogelijk zelfs ongelukkig, blijkt uit het onderzoek ook dat de besluitvorming door de raad – achteraf en nadrukkelijk geplaatst in de context van de ontstaansgeschiedenis van de stichting - op onderdelen niet eenduidig is geweest. Dat geldt ook over de verdere ambtelijke afhandeling van het raadsbesluit. Dit tezamen, afgezet tegen de achtergrond van tijdsdruk, hebben geleid tot onduidelijkheden en interpretatieverschillen. Advies Zoals aangegeven wordt herhaald dat het uiteindelijk aan de gemeenteraad is om zich een oordeel te vormen over de conclusies zoals hierboven opgenomen. In het kader van de discussie hierover veroorloof ik mij tot het maken van een aanvullende opmerking. Leden van de gemeenteraad hebben het lidmaatschap aanvaard omdat zij betrokken zijn bij de plaatselijke samenleving. Veelal staan raadsleden midden in de lokale samenleving, hebben zij een groot netwerk en bekleden zij meerdere nevenfuncties. Dit brengt bijna automatisch met zich dat (de schijn van) belangenverstrengeling op de loer ligt. Hoewel raadsleden zich veelal zeer bewust zijn van een mogelijke dubbelrol en deze kunnen scheiden, is het de vraag of dit door anderen op dezelfde manier wordt ervaren. Daardoor kunnen (onbedoeld) integriteitsdiscussies ontstaan. 3

Wordt het onderzoek bezien dan staat vast dat de gemeenteraad een Gedragscode heeft vastgesteld en een procedureregeling heeft ingesteld voor het melden van (vermoedelijke) integriteitsschendingen. Bewustwording en het maken van (aanvullende) werkafspraken om discussie en/of interpretatieverschillen te voorkomen is hierbij aan te bevelen. Hierbij kan worden gedacht aan het maken van de volgende afspraken: -

-

-

-

Raadsleden nemen enkel door tussenkomst van de griffie contact op met medewerkers van de ambtelijke organisatie wanneer het vragen c.q. opmerkingen (zakelijk en privé) betreft die niet zien op de uitoefening van het lidmaatschap van de raad. Bij besluitvorming waarbij een raadslid uit hoofde van een uitgeoefende (neven)functie betrokken is, vindt vooraf aan de beraadslaging een melding plaats bij de griffier en de fractievoorzitter zodat in overleg bezien kan worden of deel wordt genomen aan de beraadslaging en stemming. Artikel 15 Gemeentewet is onverkort van toepassing. Nagedacht kan worden over de vraag of raadsleden de functies van voorzitter en penningmeester moeten bekleden gedurende het raadslidmaatschap bij organisaties die direct of indirect banden onderhouden met de gemeente. Na de installatie van de nieuwe gemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullende afspraken gemaakt.

Met dit advies vertrouw ik erop u op dit moment van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet,

mw. mr. M.J.J. Rutten

4

1 15-2-2022 Amendement BBB Lijst Palmen handelen raadslid.pdf

Lijst Palmen Amendement: Rapportage integriteitsmelding inzake raadslid Joosten

De gemeenteraad van Brunssum bijeen op 15 februari 2022, gelezen het voorstel Rapportage integriteitsmelding inzake raadslid Joosten; Gemeenteblad 2022/17.

Constaterende dat: • Er geen beslispunt in het raadsbesluit staat inzake het wel of niet integer handelen van raadlid Joosten Overwegende dat: • Duidelijkheid gewenst is welk standpunt de Raad na beraadslaging van de Rapportage integriteitsmelding hierover inneemt Besluit om: • als beslispunt toe te voegen: De raad heeft besloten dat raadslid Joosten wel/niet integer heeft gehandeld.

En gaan over tot de orde van de dag. Ondersteund door:

Besluit:

Raadslid:

Raadslid:

Raadslid:

Raadslid:

Aantal stemmen:

Amendement is:

voor:

Aangenomen / verworpen

tegen: Wijze afhandeling van het amendement:

1 15-2-2022 Amendement BBB Lijst Palmen instellen werkgroep.pdf

Lijst Palmen Amendement: Rapportage integriteitsmelding inzake raadslid Joosten

De gemeenteraad van Brunssum bijeen op 15 februari 2022, gelezen het voorstel Rapportage integriteitsmelding inzake raadslid Joosten; Gemeenteblad 2022/17.

Constaterende dat: • De rol van het college van B & W onvoldoende inzichtelijk is inzake het wel of niet integer handelen van raadlid Joosten. Overwegende dat: • Hierover duidelijkheid gewenst is door middel van een onderzoek door de raad, zodat de Raad na beraadslaging van een rapportage hierover een standpunt kan innemen. Besluit om: • Uit een door de Raad te benoemen werkgroep een onderzoek in te laten stellen naar het handelen door het college of individuele leden inzake de kwestie van het al dan niet integer handelen van zowel de ambtelijke organisatie als ook dat van raadslid Joosten. En gaan over tot de orde van de dag. Ondersteund door:

Besluit:

Raadslid:

Raadslid:

Raadslid:

Raadslid:

Aantal stemmen:

Amendement is:

voor:

Aangenomen / verworpen

tegen: Wijze afhandeling van het amendement:

i

1 Raadsbesluit 17 (versie 2 incl. mondeling amendent) rapportage integriteitsmelding raadslid.pdf

gemeente

Br»nsspm

Raadsvoorstel (onder embargotot aanbegin vande raadsvergadering van 15februari2022) Collegeverg.d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naamopsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijkedatum

: N.v.t. : Klik of tik om tekst in te voeren. : 2022/17 (versie 2 incl. mondeling amendement) : Griffie : Peter Peeters : +31455278511, peter.peeters@brunssum.nl : BurgemeesterVan der Rijt : 15 februari 2022 : Niet van toepassing

Aan de raad,

1. Onderwerp Rapportage integriteitsmeldinginzake raadslid Joosten 2. Uitgangssituatie a. Aanleiding Integriteitsmeldingvan het college inzake handelen raadslid Joosten. b. Huidige situatie/probleemstelling Op grond van een integriteitsmeldinghebben de burgemeester en commissie integriteitbesloten om een feitenonderzoek, duiding en advies op te laten stellen. Deze worden middels dit raadsvoorstel aan de gemeenteraad aangeboden. 4. Gewenste situatie a. Wat willen we bereiken Het is de taak van de gemeenteraad om op basis van de onderzoeksgegevens zich een oordeel consequentiesvan) de feiten.

te vormen over (de

b. Kaders 1. Eerdere besluitvorming Niet van toepassing 2. traject op hoofdlijnen tot dusverre Op 14 september 2021 heeft het college besloten een integriteitsmelding tedoen inzake dhr. Joosten. Op het moment dat duidelijk werd dat de melding dhr. Joosten betrof, is hij conform protocol en uit eigen beweging wat betreft de afhandeling van deze melding teruggetredenals lid van de commissie integriteit. De commissie integriteitmiste ten aanzienvan de melding een duidelijk omschreven integriteitsschending.De commissie heeft het college derhalve verzocht, indien gewenst, alsnog een duidelijke integriteitsmeldingaan de commissie toe te laten komen. Op 30 november 2021 heeft het college een nieuwbesluit genomen. Daarbij heeft ze de volgende melding vastgesteld: "Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019integergehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeenteinternekeuze van financieringvan het Feest der Verwondering editie 2019?" Naar aanleiding van deze melding en het bestuderen van de op dat moment ter beschikking gestelde documenten komen de burgemeester en commissie integriteitin hun vergadering van 20 december 2021 tot de conclusie dat er sprake is een redelijk vermoeden van een intergiteitsschending.Op grond van het protocol wordt er dientengevolge een feitenonderzoek ingesteld.

Om de gemeenteraad te ondersteunen bij zijn oordeelsvorming, wordt er naast het feitenonderzoek ook gevraagd om een duiding van de feiten en een separaat advies.

I gemeente

Brvnssim i

Op 19november heeft wethouder L'Espoir bij de commissie integriteiteen melding gedaan inzake dhr. Joosten. Hierover is de commissie op 20 december met de wethouder het gesprek aangegaan.Wethouder L'Espoir heeft zich n.a.v. het gesprek bij de melding van het college gevoegd. Daarnaast is afgesproken dat hij eigenstandiginformatie aanlevert. Op 6 januari2022 is Capra Den Bosch formeel opdracht en een onafhankelijk advies hierover af te geven.

gegevenom een feitenonderzoek in te stellen, deze te duiden

Voor de feitelijke gangvan zaken m.b.t. het onderzoek wordt verwezen naar het onderzoeksrapport. Op woensdag 2 februari 2022 hebben de burgemeester en commissie het eindrapport en de duiding daarvan geëvalueerd. Op maandag 7 februari 2022 ontvingde commissie het gevraagde advies. 3. rol/ bevoegdheden

De burgemeester en commissie integriteithebben in het kader van het protocol twee hoofd taken: 1. Bepalen of er een feitenonderzoek naar (mogelijke) integriteitsschendingennoodzakelijk is, omdat er een redelijk vermoeden is van een integriteitsschending. 2. Het procesmatig begeleiden van het onderzoek. * De burgemeester noch de commissie integriteithebben in hun rollen zoals weergegevenin het protocol een inhoudelijk oordeel. Dat is aan de gemeenteraad. 4. algemenebeleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Gemeentewet artikel 15 en 28 Algemenewet Bestuursrecht 2:4 Gedragscode Raads(commissie)leden gemeenteBrunssum2007 Notitie instellenCommissie IntegriteitBrunssum2018 Dit kader wordt in de rapportage nader beschreven. 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met programmabegroting en uitvoeringsagenda? Niet aan de orde. c. In het onderzoeksrapport worden de volgende conclusies geformuleerd In het kort weergegevenconcludeert onderzoeker, in navolgingvan de rapportage zoals op 21 maart 2021 uitgebracht door bureau Unravelling,dat de financiëlerelatie tussende gemeenteen stichtingBrunssum4Tsamen,voor de uitvoeringvan het Feest der Verwondering, editie 2019,niet adequaat was geregeld.

Vanuitdie invalshoek was het voor de hand liggend dat de stichtingzich volgend op het raadsbesluit van 17 september 2019in het vooruitzicht dat december 2019er snel aankwam, tot de gemeentewendde om nadere duidelijkheid te verkrijgen. De stichtingheeft zich tot het ambtelijk apparaat gewend, en niet tot de wethouder, maar dat laat zich in enigemate verklaren door het historisch verloop, met nauwebanden tussenambtenaren en stichting, en de specifieke situatie te Brunssum. Onderzoeker kan niet vaststellen dat de heer Joosten zijn positie als raadslid bewust heeft gebruikt om tot een voor de stichtinggoed resultaat te komen, maar kan dat ook niet uitsluiten.Het is wel opvallend dat waar de afspraak binnen het bestuur van de stichtingwas dat de heer Joosten als raadslid geendirecte contacten zou onderhouden met de gemeente,hij dat wel deed juist op het moment dat er grote belangen op het spel stonden. Onderzoeker kan niet vaststellen dat ambtenaren die door de heer Joosten werden benaderd, in het bijzonder < >, tot de voor de stichtinggunstigebeslissing is gekomen om de facturenop rekeningvan de gemeentete laten zetten om redenen dat de heer Joosten raadslid is, het lijkt er eerder op dat zij zich heeft laten leiden door op zich eerzame

I gemeente

Br^rasstiim i

motieven, maar ook hiervoor geldt dat onderzoeker beïnvloeding als gevolg van de positie van de heer Joosten als raadslid niet kan uitsluiten. Het extra advies van Capra stelt ten aanzien van de voorgelegde vraagstellinghet volgende. HeeftraadslidFrankJoostenin liet dossierFeestder Verwonderingeditie2019integergehandeld? De geduide feiten en omstandigheden zijn afgezet tegenhet door

de onderzoeker geschetste juridisch kader.

Gemeentewet Van handelen in strijd met de Gemeentewet is naar mijn meninggeensprake. Specifiek is bezien of sprake is van strijd met artikel 28 van de Gemeentewet. In dit artikel is opgenomen dat een raadslid niet deelneemt aan de stemmingover een aangelegenheiddie hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaatof waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. Ten tijde van het raadsvoorstel in september 2019kan niet worden gesteld dat raadslid Joosten als vertegenwoordiger betrokken was bij een aangelegenheidwaarover werd gestemd. Opmerking hierbij verdient dat de heer Joosten zich heeft onthouden van de beraadslaging voorafgaand aan de stemming. Het bestuurslidmaatschap aanmerkenals vertegenwoordiging zou naar mijn oordeel een te strikte interpretatie zijn van artikel 28 Gemeentewet en zou een belemmering opleveren voor raadsleden om gebruik te maken van het fundamentele recht om te stemmen. Gedragscode Vervolgens is beoordeeld of sprake is van handelen in strijd met de Gedragscode voor raadsleden van de gemeente Brunssum.Zoals uit het onderzoek blijkt worden bij het begrip integriteiteen aantal sleutelwoorden geduid, waaronder betrouwbaarheid, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid. De sleutelwoorden zijn nader uitgewerktin kernbegrippen.

Bij het kernbegrip betrouwbaarheid is opgenomen dat een raadslid kennisen informatie waarover hij uit hoofde van zijn functiebeschikt alleen aanwendt voor hef doel waarvoor het is gegeven. Verder dient het handelen van een raadslid gekenmerktte worden door onafhankelijkheid hetgeen volgens de Gedragscode wil zeggendat geenvermengingoptreedt met oneigenlijkebelangenen dat ook iedere schijn van een dergelijke vermengingwordt vermeden. Wat betreft de belangenverstrengeling vermeldt de Gedragscode dat een raadslid zich er bewust van moet zijn dat bepaalde beslissingen risico ’s met zich brengen en dat hij daarom elke schijn van belangenverstrengeling of vriendjespolitiek dient te vermijden. Door de onderzoeker is vastgesteld dat raadslid Joosten uit hoofde van zijn bestuurslidmaatschap van de stichting(emailjcontact heeft gehad met medewerkers van de ambtelijke organisatie. Tijdens dat contact is informatie, die hij uit hoofde van zijn raadslidmaatschap heeft verworven, ingebracht. Deze handelwijze brengt het risico met zich van (de schijn van) belangenverstrengeling omdat niet met zekerheid gezegd kan worden dat de buitenwacht (eveneens)een strikte scheiding in rollen aanbrengt. Wordt de uitwerkingvan het begrip integriteitin de Gedragscode bezien, en meer in het bijzonder de geduide sleutelwoorden die zijn uitgewerktin kernbegrippen, dan is sprake van niet integerhandelen.

Niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van doelbewust handelen. Integendeel, gelet op de verklaringenvan raadslid Joosten lijkt er eerder sprake te zijn van ondoordacht handelen door zich in oktober 2019onvoldoende rekenschap te gevenvan de dubbelrol raadslid versus penningmeester. Welkeinvloed heeftdit gehadop de voor de gemeenteinternekeuzevan financieringvan het Feestder Verwonderingeditie2019? De onderzoeker heeft duidelijk vastgesteld dat beïnvloeding niet kan worden vastgesteld, maar ook niet kan worden uitgesloten. De enigeconclusie die op basis van het onderzoek dan ook kan worden getrokken is dat niet eenduidig kan worden vastgesteld dat en zo ja, welke invloed het handelen van raadslid Joosten heeft gehad op de voor de gemeentegemaakte internekeuzes voor de financieringvan het Feest der Verwondering editie 2019. Hoewel de inmenging en de rolvermengingeerder is geduid als ondoordacht en mogelijk zelfs ongelukkig,blijkt uit het onderzoek ook dat de besluitvorming door de raad - achteraf en nadrukkelijk geplaatst in de context van de ontstaansgeschiedenis van de stichting- op onderdelen niet eenduidig is geweest. Dat geldt ook over de verdere ambtelijke afhandeling van het raadsbesluit. Dit tezamen, afgezet tegende achtergrond van tijdsdruk, hebben geleid tot onduidelijkheden en interpretatieverschillen.

I gemeente

Brunssvm i

d.

Opties en keuze

Het is de taak van de gemeenteraad om op basis van de onderzoeksgegevens zich een oordeel consequentiesvan) de feiten.

te vormen over (de

Daarnaast doet Capra ook een aantal aanbevelingen Leden van de gemeenteraad hebben het lidmaatschap aanvaard omdat zij betrokken zijn bij de plaatselijke samenleving.Veelal staan raadsleden midden in de lokale samenleving,hebben zij een groot netwerk en bekleden zij meerdere nevenfuncties.Dit brengt bijna automatisch met zich dat (de schijn van) belangenverstrengeling op de loer ligt. Hoewel raadsleden zich veelal zeer bewust zijn van een mogelijke dubbelrol en deze kunnenscheiden, is het de vraag of dit door anderen op dezelfde manier wordt ervaren. Daardoor kunnen(onbedoeld) integriteitsdiscussies ontstaan. Wordt het onderzoek bezien dan staat vast dat de gemeenteraad een Gedragscode heeft vastgesteld en een procedureregeling heeft ingesteld voor het melden van (vermoedelijke) integriteitsschendingen.Bewustwording en het maken van (aanvullende) werkafspraken om discussie en/of interpretatieverschillen te voorkomen is hierbij aan te bevelen. Hierbij kan worden gedacht aan het maken van de volgende afspraken: o Raadsleden nemenenkel door tussenkomst van de griffie contact op met medewerkers van de ambtelijke organisatie wanneerhet vragenc.q. opmerkingen (zakelijk en privé) betreft die niet zien op de uitoefeningvan het lidmaatschap van de raad.

® Bij besluitvorming waarbij een raadslid uit hoofde van een uitgeoefende (neven)functiebetrokken is, vindt vooraf aan de beraadslaging een melding plaats bij de griffier en de fractievoorzitter zodat in overleg bezien kan worden of deel wordt genomen aan de beraadslaging en stemming.Artikel 15 Gemeentewet is onverkort van toepassing. o Nagedacht kan worden over de vraag of raadsleden de functiesvan voorzitter en penningmeestermoeten bekleden gedurende het raadslidmaatschap bij organisaties die direct of indirect banden onderhouden met de gemeente. e Na de installatie van de nieuwegemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullende afspraken gemaakt.

6. Bijlagen 1. Onderzoeksrapportage Capra Den Bosch, onder embargo tot aan het begin van de raadsvergadering 15 februari 2022 2. Advies aan Commissie IntegriteitgemeenteBrunssumCapra Den Bosch, onder embargo tot aan het begin van de raadsvergadering 15 februari 2022 3. Bijlagen bij onderzoeksrapportage (ter inzage bij de griffie)

Namens de burgemeester en commissie integriteit

Burgemeester

Griffier

I gemeente

Brunsstfiri i

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2022/17 (versie 2 incl. mondeling amendement) : Griffie : Klik of tik om tekst in te voeren.

De raad van de gemeenteBrunssumgemeentebladnummer 2022/17; Gelezen het voorstel van burgemeester en commissie integriteitd.d. 8 februari 2022, Capra advocaten Den Bosch; Besluit: Kenniste nemenvan het feitenonderzoek, de duiding en het advies van Capra Advocaten te Den Bosch »----- De vol gende aanbevelingenover te nemern c Raads leden nemenonkei=door tussenkomst van de griffie contact op met medewerkers vorvde ambte lijke organisatie wanneerhet vragen c.q. opmerkingen (zakelijk en pr ivé) betreft diomet^-tea o p de uitoefeningvan het lidmaatschapwaft-de raack □ Bij b esluitvo rmingwaarb-rj=een-raad-stid-u it=hoofde van een uitgeoefende (nevcn)funct ie betrekken is, vmdt vooraf aan de beraads lagingeen melding p laats bij de griffier en de-fract ievoor-zitter-zodaUn o verleg bez ien kan worden of dee l wordt genomen aan de beraadslag ingen stemming.Artikels Gemeentewet is onverkort van-toepass mg? o Nageda cht kan worden-ever de vra-agmf-madslcdcn de functies van voorzitter en penningmeester moetembeklcden gedurende het raads lidmaatschap b ij orgamsa£ies=diedrre-ct-of indirect bandc o onderhouden met de gemeente? o Na de installatie van de nieuwegemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullendeafspraken gemaakt.

Waarbij het besluit als volgt mondeling geamendeerd is: De volgende aanbevelingover te nemen: o Na de installatie van de nieuwegemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullende afspraken gemaakt.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 februari 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=bbf91932-5616-4c54-b3be-765c2ea50597