CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 15 februari 2022, gemeente Brunssum17.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Raadsvergadering van 15 februari 2022

4

Raadsvoorstel; Gemeenteblad 2022/17 Raadsvoorstel 17 Commissie integriteit.docx Raadsvoorstel 17 Rapportage (geanonimiseerd).pdf Raadsvoorstel 17 (bijlage) Advies Commissie Integriteit gemeente Brunssum.pdf 15-2-2022 Amendement BBB Lijst Palmen handelen raadslid.pdf 15-2-2022 Amendement BBB Lijst Palmen instellen werkgroep.pdf Raadsbesluit 17 (versie 2 incl. mondeling amendent) rapportage integriteitsmelding raadslid.pdf

5

Sluiting

4 Raadsvoorstel; Gemeenteblad 2022/17 1 Raadsvoorstel 17 Commissie integriteit.docx

Raadsvoorstel (onder embargo tot aan begin van de raadsvergadering van 15 februari 2022) Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum

: N.v.t. : Klik of tik om tekst in te voeren. : 2022/17 : Griffie : Peter Peeters : +31455278511, peter.peeters@brunssum.nl : Burgemeester Van der Rijt : 15 februari 2022 : Niet van toepassing

Aan de raad, 1. Onderwerp Rapportage integriteitsmelding inzake raadslid Joosten 2. Uitgangssituatie a. Aanleiding Integriteitsmelding van het college inzake handelen raadslid Joosten. b. Huidige situatie/probleemstelling Op grond van een integriteitsmelding hebben de burgemeester en commissie integriteit besloten om een feitenonderzoek, duiding en advies op te laten stellen. Deze worden middels dit raadsvoorstel aan de gemeenteraad aangeboden. 4. Gewenste situatie a. Wat willen we bereiken Het is de taak van de gemeenteraad om op basis van de onderzoeksgegevens zich een oordeel te vormen over (de consequenties van) de feiten. b. Kaders 1. Eerdere besluitvorming Niet van toepassing 2. traject op hoofdlijnen tot dusverre Op 14 september 2021 heeft het college besloten een integriteitsmelding te doen inzake dhr. Joosten. Op het moment dat duidelijk werd dat de melding dhr. Joosten betrof, is hij conform protocol en uit eigen beweging wat betreft de afhandeling van deze melding teruggetreden als lid van de commissie integriteit. De commissie integriteit miste ten aanzien van de melding een duidelijk omschreven integriteitsschending. De commissie heeft het college derhalve verzocht, indien gewenst, alsnog een duidelijke integriteitsmelding aan de commissie toe te laten komen. Op 30 november 2021 heeft het college een nieuw besluit genomen.

Daarbij heeft ze de volgende melding vastgesteld: “Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019?” Naar aanleiding van deze melding en het bestuderen van de op dat moment ter beschikking gestelde documenten komen de burgemeester en commissie integriteit in hun vergadering van 20 december 2021 tot de conclusie dat er sprake is een redelijk vermoeden van een intergiteitsschending. Op grond van het protocol wordt er dientengevolge een feitenonderzoek ingesteld. Om de gemeenteraad te ondersteunen bij zijn oordeelsvorming, wordt er naast het feitenonderzoek ook gevraagd om een duiding van de feiten en een separaat advies.

Op 19 november heeft wethouder L’Espoir bij de commissie integriteit een melding gedaan inzake dhr. Joosten. Hierover is de commissie op 20 december met de wethouder het gesprek aangegaan. Wethouder L’Espoir heeft zich n.a.v. het gesprek bij de melding van het college gevoegd. Daarnaast is afgesproken dat hij eigenstandig informatie aanlevert. Op 6 januari 2022 is Capra Den Bosch formeel opdracht gegeven om een feitenonderzoek in te stellen, deze te duiden en een onafhankelijk advies hierover af te geven. Voor de feitelijke gang van zaken m.b.t. het onderzoek wordt verwezen naar het onderzoeksrapport. Op woensdag 2 februari 2022 hebben de burgemeester en commissie het eindrapport en de duiding daarvan geëvalueerd. Op maandag 7 februari 2022 ontving de commissie het gevraagde advies. 3. rol/ bevoegdheden De burgemeester en commissie integriteit hebben in het kader van het protocol twee hoofd taken: 1. Bepalen of er een feitenonderzoek naar (mogelijke) integriteitsschendingen noodzakelijk is, omdat er een redelijk vermoeden is van een integriteitsschending. 2. Het procesmatig begeleiden van het onderzoek. De burgemeester noch de commissie integriteit hebben in hun rollen zoals weergegeven in het protocol een inhoudelijk oordeel. Dat is aan de gemeenteraad. 4.

algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Gemeentewet artikel 15 en 28 Algemene wet Bestuursrecht 2:4 Gedragscode Raads(commissie)leden gemeente Brunssum 2007 Notitie instellen Commissie Integriteit Brunssum 2018 Dit kader wordt in de rapportage nader beschreven. 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met programmabegroting en uitvoeringsagenda? Niet aan de orde. c. In het onderzoeksrapport worden de volgende conclusies geformuleerd In het kort weergegeven concludeert onderzoeker, in navolging van de rapportage zoals op 21 maart 2021 uitgebracht door bureau Unravelling, dat de financiële relatie tussen de gemeente en stichting Brunssum4Tsamen, voor de uitvoering van het Feest der Verwondering, editie 2019, niet adequaat was geregeld. Vanuit die invalshoek was het voor de hand liggend dat de stichting zich volgend op het raadsbesluit van 17 september 2019 in het vooruitzicht dat december 2019 er snel aankwam, tot de gemeente wendde om nadere duidelijkheid te verkrijgen. De stichting heeft zich tot het ambtelijk apparaat gewend, en niet tot de wethouder, maar dat laat zich in enige mate verklaren door het historisch verloop, met nauwe banden tussen ambtenaren en stichting, en de specifieke situatie te Brunssum.

Onderzoeker kan niet vaststellen dat de heer Joosten zijn positie als raadslid bewust heeft gebruikt om tot een voor de stichting goed resultaat te komen, maar kan dat ook niet uitsluiten. Het is wel opvallend dat waar de afspraak binnen het bestuur van de stichting was dat de heer Joosten als raadslid geen directe contacten zou onderhouden met de gemeente, hij dat wel deed juist op het moment dat er grote belangen op het spel stonden. Onderzoeker kan niet vaststellen dat ambtenaren die door de heer Joosten werden benaderd, in het bijzonder < >, tot de voor de stichting gunstige beslissing is gekomen om de facturen op rekening van de gemeente te laten zetten om redenen dat de heer Joosten raadslid is, het lijkt er eerder op dat zij zich heeft laten leiden door op zich eerzame

motieven, maar ook hiervoor geldt dat onderzoeker beïnvloeding als gevolg van de positie van de heer Joosten als raadslid niet kan uitsluiten. Het extra advies van Capra stelt ten aanzien van de voorgelegde vraagstelling het volgende. Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? De geduide feiten en omstandigheden zijn afgezet tegen het door de onderzoeker geschetste juridisch kader. Gemeentewet Van handelen in strijd met de Gemeentewet is naar mijn mening geen sprake. Specifiek is bezien of sprake is van strijd met artikel 28 van de Gemeentewet. In dit artikel is opgenomen dat een raadslid niet deelneemt aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. Ten tijde van het raadsvoorstel in september 2019 kan niet worden gesteld dat raadslid Joosten als vertegenwoordiger betrokken was bij een aangelegenheid waarover werd gestemd. Opmerking hierbij verdient dat de heer Joosten zich heeft onthouden van de beraadslaging voorafgaand aan de stemming. Het bestuurslidmaatschap aanmerken als vertegenwoordiging zou naar mijn oordeel een te strikte interpretatie zijn van artikel 28 Gemeentewet en zou een belemmering opleveren voor raadsleden om gebruik te maken van het fundamentele recht om te stemmen.

Gedragscode Vervolgens is beoordeeld of sprake is van handelen in strijd met de Gedragscode voor raadsleden van de gemeente Brunssum. Zoals uit het onderzoek blijkt worden bij het begrip integriteit een aantal sleutelwoorden geduid, waaronder betrouwbaarheid, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid. De sleutelwoorden zijn nader uitgewerkt in kernbegrippen. Bij het kernbegrip betrouwbaarheid is opgenomen dat een raadslid kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt alleen aanwendt voor het doel waarvoor het is gegeven. Verder dient het handelen van een raadslid gekenmerkt te worden door onafhankelijkheid hetgeen volgens de Gedragscode wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Wat betreft de belangenverstrengeling vermeldt de Gedragscode dat een raadslid zich er bewust van moet zijn dat bepaalde beslissingen risico’s met zich brengen en dat hij daarom elke schijn van belangenverstrengeling of vriendjespolitiek dient te vermijden. Door de onderzoeker is vastgesteld dat raadslid Joosten uit hoofde van zijn bestuurslidmaatschap van de stichting (email)contact heeft gehad met medewerkers van de ambtelijke organisatie. Tijdens dat contact is informatie, die hij uit hoofde van zijn raadslidmaatschap heeft verworven, ingebracht.

Deze handelwijze brengt het risico met zich van (de schijn van) belangenverstrengeling omdat niet met zekerheid gezegd kan worden dat de buitenwacht (eveneens) een strikte scheiding in rollen aanbrengt. Wordt de uitwerking van het begrip integriteit in de Gedragscode bezien, en meer in het bijzonder de geduide sleutelwoorden die zijn uitgewerkt in kernbegrippen, dan is sprake van niet integer handelen. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van doelbewust handelen. Integendeel, gelet op de verklaringen van raadslid Joosten lijkt er eerder sprake te zijn van ondoordacht handelen door zich in oktober 2019 onvoldoende rekenschap te geven van de dubbelrol raadslid versus penningmeester. Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019? De onderzoeker heeft duidelijk vastgesteld dat beïnvloeding niet kan worden vastgesteld, maar ook niet kan worden uitgesloten. De enige conclusie die op basis van het onderzoek dan ook kan worden getrokken is dat niet eenduidig kan worden vastgesteld dat en zo ja, welke invloed het handelen van raadslid Joosten heeft gehad op de voor de gemeente gemaakte interne keuzes voor de financiering van het Feest der Verwondering editie 2019.

Hoewel de inmenging en de rolvermenging eerder is geduid als ondoordacht en mogelijk zelfs ongelukkig, blijkt uit het onderzoek ook dat de besluitvorming door de raad – achteraf en nadrukkelijk geplaatst in de context van de ontstaansgeschiedenis van de stichting – op onderdelen niet eenduidig is geweest. Dat geldt ook over de verdere ambtelijke afhandeling van het raadsbesluit. Dit tezamen, afgezet tegen de achtergrond van tijdsdruk, hebben geleid tot onduidelijkheden en interpretatieverschillen.

d. Opties en keuze Het is de taak van de gemeenteraad om op basis van de onderzoeksgegevens zich een oordeel te vormen over (de consequenties van) de feiten. Daarnaast doet Capra ook een aantal aanbevelingen Leden van de gemeenteraad hebben het lidmaatschap aanvaard omdat zij betrokken zijn bij de plaatselijke samenleving. Veelal staan raadsleden midden in de lokale samenleving, hebben zij een groot netwerk en bekleden zij meerdere nevenfuncties. Dit brengt bijna automatisch met zich dat (de schijn van) belangenverstrengeling op de loer ligt. Hoewel raadsleden zich veelal zeer bewust zijn van een mogelijke dubbelrol en deze kunnen scheiden, is het de vraag of dit door anderen op dezelfde manier wordt ervaren. Daardoor kunnen (onbedoeld) integriteitsdiscussies ontstaan. Wordt het onderzoek bezien dan staat vast dat de gemeenteraad een Gedragscode heeft vastgesteld en een procedureregeling heeft ingesteld voor het melden van (vermoedelijke) integriteitsschendingen. Bewustwording en het maken van (aanvullende) werkafspraken om discussie en/of interpretatieverschillen te voorkomen is hierbij aan te bevelen. Hierbij kan worden gedacht aan het maken van de volgende afspraken: • Raadsleden nemen enkel door tussenkomst van de griffie contact op met medewerkers van de ambtelijke organisatie wanneer het vragen c.q.

opmerkingen (zakelijk en privé) betreft die niet zien op de uitoefening van het lidmaatschap van de raad. • Bij besluitvorming waarbij een raadslid uit hoofde van een uitgeoefende (neven)functie betrokken is, vindt vooraf aan de beraadslaging een melding plaats bij de griffier en de fractievoorzitter zodat in overleg bezien kan worden of deel wordt genomen aan de beraadslaging en stemming. Artikel 15 Gemeentewet is onverkort van toepassing. • Nagedacht kan worden over de vraag of raadsleden de functies van voorzitter en penningmeester moeten bekleden gedurende het raadslidmaatschap bij organisaties die direct of indirect banden onderhouden met de gemeente. • Na de installatie van de nieuwe gemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullende afspraken gemaakt. 6. Bijlagen 1. Onderzoeksrapportage Capra Den Bosch, onder embargo tot aan het begin van de raadsvergadering 15 februari 2022 2. Advies aan Commissie Integriteit gemeente Brunssum Capra Den Bosch, onder embargo tot aan het begin van de raadsvergadering 15 februari 2022 3. Bijlagen bij onderzoeksrapportage (ter inzage bij de griffie) Namens de burgemeester en commissie integriteit

Burgemeester

Griffier

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2022/17 : Griffie : Klik of tik om tekst in te voeren.

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/17; Gelezen het voorstel van burgemeester en commissie integriteit d.d. 8 februari 2022, Capra advocaten Den Bosch; Besluit: -

Kennis te nemen van het feitenonderzoek, de duiding en het advies van Capra Advocaten te Den Bosch De volgende aanbevelingen over te nemen: o Raadsleden nemen enkel door tussenkomst van de griffie contact op met medewerkers van de ambtelijke organisatie wanneer het vragen c.q. opmerkingen (zakelijk en privé) betreft die niet zien op de uitoefening van het lidmaatschap van de raad. o Bij besluitvorming waarbij een raadslid uit hoofde van een uitgeoefende (neven)functie betrokken is, vindt vooraf aan de beraadslaging een melding plaats bij de griffier en de fractievoorzitter zodat in overleg bezien kan worden of deel wordt genomen aan de beraadslaging en stemming. Artikel 15 Gemeentewet is onverkort van toepassing. o Nagedacht kan worden over de vraag of raadsleden de functies van voorzitter en penningmeester moeten bekleden gedurende het raadslidmaatschap bij organisaties die direct of indirect banden onderhouden met de gemeente. o Na de installatie van de nieuwe gemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullende afspraken gemaakt.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 februari 2022

De Raad vernoemd,

Voorzitter

Griffier

1 Raadsvoorstel 17 Rapportage (geanonimiseerd).pdf

□

ca pret advocaten

overheid onderwijs zorg

VERTROUWELIJK Rapportage van bevindingen

Onderzoek betreffende de relevante feiten en omstandigheden, terzake de melding van het college van Brunssum bij de commissie Integriteit van de gemeenteraad van Brunssum, luidende: “Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019?”

Onderzoek, verslaglegging gesprekken en rapportage: mr. M.P.W. Steuten, advocaat Capra ’s-Hertogenbosch

1 van 34

capra advocaten

overheid onderwijs zorg

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

2. Opzet onderzoek 3. Toetsingskader 4. Bevindingen 5. Wederhoor 6. Conclusies 7. Nawoord 8. Overzicht van bijlagen

2 van 34

ca p ra advocaten

1.

over heid onderwijs vo r g

Inleiding Met zijn besluit van 30 november 2021 heeft het college van Brunssum, verder het college, als voortvloeisel van het agendapunt “Integriteitsmelding bij de commissie Integriteit n.a.v. het opgeleverde onderzoeksrapport m.b.t. het evenement 'Het Feest der Verwondering editie 2019?'” besloten om de volgende melding te doen bij de commissie Integriteit van de gemeenteraad van Brunssum, verder de gemeenteraad: “Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019?”. Ter toelichting op deze plaats: de heer Joosten was als penningmeester verbonden aan de stichting Brunssum4Tsamen die het Feest der Verwondering, een kerstevenement, in 2019 organiseerde. Als zodanig heeft hij zich in oktober 2019 door middel van een aantal e-mailberichten en in een gesprek rechtstreeks tot uitvoerende ambtenaren gewend met als onderwerp de vorm/wijze van de financiering van het evenement door de gemeente, volgend op het raadsbesluit van 17 september 2019. Dat raadsbesluit luidde, hier volledig weergegeven: 1. Kennis te nemen van de evaluatie (versie 2); 2. De conclusies te onderschrijven en het evenement in 2019 voort te zetten; 3.

Dit jaar het jaarlijkse kerstevenement financieel te ondersteunen; middels de tweede4 berap in 2019 50.000 euro van het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van het kerstevenement. Het betreffende budget wordt dit jaar niet ingezet voor economische samenwerking 87.000 (het restant valt vrij in de algemene reserve). 4. Conform evaluatie (versie 2) aan de stichting de opdracht te geven een meerjarenplan conform evaluatie (versie 2) op te stellen. Zodat we tijdig inhoudelijk de toekomst van de stichting/het evenement kunnen bespreken. De commissie Integriteit handelt in geval van een melding overeenkomstig het Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum 2018. Volgens het in dit protocol opgenomen stappenplan kan een beoordeling aan de hand van wet en regelgeving en de gedragscode onder meer leiden tot de conclusie dat een feitenonderzoek noodzakelijk is omdat er een redelijk vermoeden is van een integriteitsschending. De commissie Integriteit is tot de conclusie gekomen dat de melding noopt tot een feitenonderzoek, waarvoor door tussenkomst van burgemeester en griffier Capra1

1 Doorhaling is gevolg van een amendement.

3 van 34

overheid onderwijs v. o i g

Advocaten te ‘s-Hertogenbosch is benaderd, in de persoon van mr. M.P.W. Steuten, verder aangeduid als onderzoeker. Het raadslid waar de melding betrekking op heeft is tevens voorzitter van de commissie Integriteit. Overeenkomstig het gestelde in het protocol heeft hij zich als commissielid teruggetrokken. De heer Joosten is zowel door de griffier als door onderzoeker van het onderzoek in kennis gesteld en op de hoogte gebracht van de opzet, ook in die zin dat hem een overzicht is verstrekt van de personen aan wie zou worden gevraagd aan het onderzoek deel te nemen, hem de gelegenheid is geboden personen aan te dragen, en hij in het bezit is gesteld van de dossierstukken zoals onderzoeker die ook heeft gekregen. Het onderzoek vond plaats in de periode van 6 januari 2022 tot en met heden. Onderzoeker benadrukt op deze plaats dat deze rapportage beoogt het toetsingskader weer te geven en betrekking heeft op de feiten en omstandigheden. Onderzoeker heeft bij de uitvoering van het onderzoek rekening gehouden met het Protocol feitenonderzoek Capra Advocaten als met het Protocol (mogelijke) integriteit schendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum 2018 en de heer Joosten hierover geïnformeerd.

Onderzoeker zal zich, mede gelet op de inhoud van het protocol van de gemeenteraad, niet uitlaten over de vraag of de heer Joosten al dan niet integer heeft gehandeld. De onderzoeker duidt derhalve enkel de feiten en het toetsingskader.

4 van 34

2.

Opzet onderzoek De dag na ontvangst van de definitieve opdrachtverstrekking van de commissie Integriteit werd door de griffier aan onderzoeker een dossier ter beschikking gesteld met de naam "klapper kerst vier je samen’’ met daarin 36 documenten, overeenkomstig een overzicht van bijlagen. Diverse van deze documenten bestonden uit meerdere documenten. Vervolgens ontving onderzoeker op 10 januari 2022 een aanvullend dossier, afkomstig van wethouder S. L’Espoir, met als inhoud een zestiental documenten met, ook hier, ‘subdocumenten’. Voor inzicht in de inhoud van de dossiers wordt verwezen naar het overzicht van bijlagen. Verder zond opdrachtgever een aantal documenten toe die dienstig kunnen zijn voor de kwalificatie van eventueel vast te stellen feiten en omstandigheden. Tot deze documenten behoorden de Gedragscode Raads(commissie)leden gemeente Brunssum, het Raadsvoorstel 57, stammend uit 2018, behelzend de “notitie instellen commissie Integriteit gemeente Brunssum 2018” met daarbij als bijlage het Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum 2018”.

Verder stuurde de griffier op woensdag 12 januari 2022 een e-mailbericht aan onderzoeker, met daarin een weergave van vragen zoals gesteld door VVD raadslid de heer Van Dijk in een raadsvergadering, en de antwoorden daarop van de griffier, namens burgemeester, mevrouw W. van de Rijt, met betrekking tot de behandeling van het raadsvoorstel in de gemeenteraad op 17 september 2019 betreffende de financiële ondersteuning van het jaarlijkse kerstevenement met een bedrag van € 50.000,-. Op donderdag 20 januari 2022 verzond de griffier een e-mailbericht met betrekking tot de opdrachtverstrekking, zoals op 6 januari 2022 uitgebracht. Gebleken was dat in de opdrachtverstrekking van 6 januari 2022 als melding opgenomen was "heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 correct gehandeld? (...)”, terwijl in het collegebesluit van 30 november 2021 stond “heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld?”. Op dat moment waren de meeste interviews al gehouden, zodat onderzoeker geen rekening kon houden met de aanpassingen. In de gesprekken heeft het onderscheid tussen correct en integer geen noemenswaardige rol gespeeld.

Temeer omdat deze rapportage gaat over de feiten en het toetsingskader, en de vraag of de heer Joosten integer heeft gehandeld aan de orde zal worden gesteld in de gemeenteraad, levert de correctie wat betreft onderzoeker geen probleem op.

5 van 34

Onderdeel van de opdrachtverstrekking betrof een voorstel voor te interviewen personen, te weten: 1.

2. 3. 4. 5. 6.

De heer F. Joosten (raadslid): betrokken raadslid, penningmeester stichting. Mevrouw w. van der Rijt (burgemeester): Procesbeschrijving. De heer C. de Rijck (wethouder): verantwoordelijk wethouder wat betreft organisatie Feest der Verwondering. De heer S. L’Espoir (wethouder): Voegt zich in de melding van het college, maar heeft verzocht om feiten en informatie aan te mogen dragen. Voorzitster van de stichting Brunssum4Tsamen. ► (afdelingshoofd Maatschappelijke ontwikkeling): Eerst verantwoordelijk ambtenaar.

Onderzoeker heeft, na eerst telefonisch contact te hebben laten opnemen, al deze personen schriftelijk uitgenodigd in de volgorde de heer De Rijck, De heer L’Espoir, de heer Joosten en mevrouw Van der Rijt. Deze volgorde werd in hoge mate door de agenda’s bepaald. Hierbij verdient opmerking dat, zoals verderop nog zal blijken, mevrouw Van der Rijt ten tijde van de gedragingen van de heer Joosten waarop dit onderzoek betrekking heeft nog geen burgemeester was. Niettemin heeft onderzoeker met haar gesproken teneinde een beeld te verkrijgen van de bestuurlijke context van de gemeente Brunssum. In de aanloop naar de interviews heeft onderzoeker nog een e-mailbericht opgevraagd bij waarnaar in het overgelegde dossier werd verwezen, maar dat zich niet In het dossier bleek te bevinden. Specifiek gaat het om een e-mailbericht van 16 oktober 2019 van de heer Joosten aan< ►betreffende de problematiek waarvoor de stichting zich gesteld zag. Onderzoeker heeft aan alle geïnterviewde personen een concept van het verslag van het gehouden interview toegezonden met het verzoek om dit te controleren op feitelijke onjuistheden, van welke mogelijkheid doorgaans ook gebruik is gemaakt. Kopieën van de vastgestelde verslagen bevinden zich bij de bijlagen. De heer Joosten is als persoon op wie de melding gericht is in de gelegenheid gesteld om nadere personen voor te dragen om te worden gehoord.

Daarbij bleek dat hij voor ogen had om WKÊÊUÊÊÊÊIKÊÊÊÊÊÊ& voorzitster van de stichting Brunssum4Tsamen, voor te dragen, welke persoon echter al door opdrachtgever was voorgesteld. In lijn met zowel het protocol zoals de gemeenteraad van Brunssum dat hanteert als het protocol feitenonderzoek van Capra Advocaten is de heer Joosten op 27 januari 2022 in de gelegenheid gesteld om te reageren op een conceptversie van deze rapportage en de verslagen van de interviews.

6 van 34

ca pres advocaten

overheid onderwijs zorg

Bovendien is per gelijke datum een voorlopige versie van deze rapportage toegezonden aan de griffier, met het verzoek te bezien of sprake was van redactionele onvolkomenheden of onjuistheden van feitelijke aard. Op 31 januari 2022 ontving onderzoeker een reactie. Voor zo ver aan de orde zijn voorgestelde correcties in de definitieve versie overgenomen.

7 van 34

capra

overheid ondorwijs

advocaten

y.otg

3.

Toetsingskader Gemeentewet In artikel 15 van de Gemeentewet zijn expliciete gedragingen opgenomen die voor een lid van de Raad verboden zijn. Zo mag een lid van de Raad niet als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur, mag hij niet als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur en mag hij niet als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van, onder andere, overeenkomsten betreffende het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente. In artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet staat dat de Raad voor zijn leden een Gedragscode vaststelt. In artikel 28 van de Gemeentewet staat dat een lid van de Raad niet deelneemt aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat, of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken.

De rechtspraak over dit artikel maakt duidelijk dat dit artikel strikt dient te worden uitgelegd in deze zin dat nauwgezet aan de eisen van het artikel moet worden voldaan om een lid van de raad weg te kunnen houden van zijn fundamentele recht om te stemmen.2 Algemene wet bestuursrecht In artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid en dat het bestuursorgaan ertegen waakt dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Uit de jurisprudentie over dit artikel in de context van besluiten die door een gemeenteraad worden genomen blijkt dat uit art. 2:4 van de Awb in het algemeen niet volgt dat een persoon die deel uitmaakt van een democratisch gekozen bestuursorgaan en die bij een besluit belanghebbende is als bedoeld in art. 1:2, eerste lid, van de Awb, zich zou moeten onthouden van deelname aan de besluitvorming. Dit zou afbreuk doen aan de taak en de fundamentele rechten van een gekozen volksvertegenwoordiger en daarmee aan het democratisch proces. Dat kan evenwel anders zijn als er sprake is van bijkomende omstandigheden3.

Gedragscode Raads(commissie)leden gemeente Brunssum Op grond van artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet heeft de gemeenteraad de gedragscode Raads(commissie)leden gemeente Brunssum vastgesteld. Het gaat

2 JB 1998/76 3JB2013/84

8 van 34

□

cctpra

over heid onderwijs

advocaten

/org

het bestek van deze rapportage te buiten om deze gedragscode integraal te bespreken. Onderzoeker haalt een aantal punten aan. In de overwegingen staat dat de leden van de Raad van de gemeente Brunssum ten aanzien van het begrip integriteit als sleutelwoorden zien: openheid, betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, dienstbaarheid, functionaliteit en zorgvuldigheid. Deze sleutelwoorden zijn nader uitgewerkt als kernbegrippen, waarbij voor wat betreft openheid opgemerkt wordt dat het handelen van het raadslid transparant moet zijn zodat de controlerende organen volledig inzicht hebben in zijn handelen en zijn beweegredenen daarbij. Het raadslid dient zich bij voortduring bewust te zijn van zijn openbare taak en zijn verantwoordelijkheid om de integriteit te handhaven en te bevorderen. Hij is open en legt verantwoording af over zijn doen en nalaten en onthoudt zich van elk handelen en van elke gedraging die de integriteit of het openbaar belang kan schaden. Ten aanzien van het kernbegrip betrouwbaarheid staat in de Gedragscode dat het raadslid kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, alleen aanwendt voor het doel waarvoor het is gegeven.

Verder dient het handelen van het raadslid te worden gekenmerkt door onafhankelijkheid, hetgeen wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Het handelen van het raadslid is verder altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en de organisaties en de burgers die daar onderdeel van uitmaken. Ten aanzien van het kernbegrip functionaliteit vermeldt de Gedragscode dat het handelen van het raadslid een herkenbaar verband houdt met de functie die hij vervult. Ook haalt onderzoeker hier aan dat het handelen van een raadslid zodanig dient te zijn dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Al deze kernbegrippen worden weer nader uitgewerkt. Voor wat betreft belangenverstrengeling vermeldt de Gedragscode onder 2a dat het raadslid zich ervan bewust moet zijn dat bepaalde beslissingen risico’s met zich brengen en dat hij daarom elke schijn van belangenverstrengeling of vriendjespolitiek dient te vermijden. Het raadslid mag zich niet laten beïnvloeden door wie dan ook. Verder onthoudt hij zich, zie 2c, van welke handeling of uitspraak jegens de ambtenaar die door de ambtenaar als oneigenlijke beïnvloeding zou kunnen worden opgevat

9 van 34

capra advocaten

overheid onderwijs -org

en diens onafhankelijke meningsvorming of stemgedrag in de Raad in de weg staat. Voor wat betreft nevenfuncties en nevenwerkzaamheden meldt onderdeel 6a dat het raadslid geen nevenfunctie vervult die strijdig is of kan zijn met de belangen van de gemeente of die belangenverstrengeling kan opleveren met het lidmaatschap van de Raad. Voor wat betreft omgangsvormen vermeldt onderdeel 9 dat het raadslid zich er bewust van moet zijn dat zijn omgangsvormen correct zijn en dat ambtenaren noch derden onheus door hem of haar worden bejegend. Op grond van onderdeel 9b onthoudt het raadslid zich van handelingen, uitlatingen of gedragingen in de werksfeer die tot doel hebben de werkprestaties van een ambtenaar te ondermijnen (...). Tot slot vermeldt onderdeel 11a dat het raadslid in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is voor een goede naleving van deze Gedragscode. Binnen de gemeente Brunssum werd overeenkomstig raadsvoorstel 57 de commissie Integriteit gemeente Brunssum 2018 ingesteld. Dit voorstel, met bijbehorend protocol, bevat geen zelfstandige normstelling maar geeft wel kaders voor de wijze waarop omgegaan wordt met integriteitsschendingen. Zo heeft deze commissie, zie ook hiervoor, de mogelijkheid om een extern onderzoek te gelasten naar meldingen van mogelijke integriteitsschendingen. De commissie oordeelt zelf niet over integriteitsschendingen.

Uiteindelijk is dat aan de gemeenteraad.

10 van 34

ccs p ra advocaten

4.

over heid onderwijs v org

Bevindingen a.

Aanloop naar Feest der Verwondering, editie 2019 Tegen de achtergrond van de aan Capra Advocaten gestelde onderzoeksvraag, die zich specifiek richt op gedragingen van het raadslid Joosten, zal onderzoeker hier niet al te uitgebreid uitweiden over de geschiedenis van het evenement Kerst vier je samen, de aanloop naar dit evenement in 2019, en het feitelijk verloop. Niettemin vindt onderzoeker het belangrijk om een aantal punten op een rij te zetten om deze rapportage voor de wat minder ingewijde lezer begrijpelijk te houden. Ik put daarbij uit de aan mij overgelegde documentatie, waaronder de rapportage van het rechtsmatigheidsonderzoek Feest der Verwondering gemeente Brunssum van Unravelling, bureau voor onderzoek en advies, gedateerd 26 maart 2021. Deze rapportage bevat onder hoofdstuk 2 een feitenrelaas waaraan onderzoeker geen afbreuk wil doen. Dat feitenrelaas maakt duidelijk dat na de eerste twee edities, die van 2016 en 2017, het idee bestond om de organisatie van het evenement niet langer in handen te laten liggen van de gemeente maar van een derde partij, waartoe in het najaar van 2018 de stichting Brunssum4Tsamen werd opgericht, met onder andere de heer Joosten als bestuurslid. Ongeveer parallel aan oprichting van die stichting werden vanuit de ambtelijke organisatie voorbereidingen getroffen om de relatie tussen de gemeente en deze stichting vorm te geven.

Onderzoeker verwijst in dit verband naar het collegevoorstel zoals opgesteld door^HHBHMHM) van 12 Juli 2018. In dat document wordt teruggeblikt op eerdere versies en wordt benadrukt dat de gemeente de stichting het evenement zelfstandig wil laten organiseren. Tegelijkertijd bevat het betreffende voorstel de boodschap dat de gemeente het bestuur van de stichting niet in het diepe wil gooien, zowel organisatorisch als financieel. In het betreffende voorstel wordt voor wat betreft aanpak/uitvoering opgenomen dat voor de financiële gevolgen en dekking in de programmabegroting € 50.000,- is opgenomen, dat de komende jaren de bijdrage van de gemeente zou moeten worden afgebouwd en dat een subsidie ter beschikking zou komen van de stichting. In het voorstel staat: “We zijn nog in overleg over de wijze waarop, en de hoeveelheid per jaar waarmee de subsidie tot een bepaalde ondergrens zal worden afgebouwd”. Bureau Unravelling heeft geconstateerd dat dit ambtelijk voorstel, en de bijbehorende concept uitvoeringsovereenkomst, het niet tot behandeling in het college hebben gebracht en dat de verantwoordelijk portefeuillehouder heeft aangegeven ook niet bekend te zijn geweest met dit bestuurlijk behandelvoorstel.

11 van 34

n capra |8_J

advocaten

overheid on d or wijs zoi g

De resultante hiervan was, zo leest onderzoeker in het rapport, dat in december 2018 de in dat jaar opgerichte stichting het Kerstevenement samen met de gemeente organiseerde, waarbij net als in de voorgaande jaren de gemeente als medeorganisator de op naam van de gemeente gestelde facturen betaalde. Onderzoeker voegt hieraan toe dat zich in het aan hem ter hand gestelde dossier een evaluatie bevindt over de jaren 2016, 2017 en 2018 als onderdeel van, zo begrijpt onderzoeker, de voorbereiding van een nieuw raadsbesluit voor de editie 2019, waarin aandacht besteed wordt aan de ter beschikking gestelde financiële middelen en mankracht vanuit de gemeente in de loop der jaren. Met betrekking tot de organiserende partij, stichting Brunssum4Tsamen, wordt opgemerkt dat het gaat om een groep enthousiaste mensen die in ontwikkeling is. De rol van de gemeente is gedurende de eerste drie jaar veranderd van organisator naar facilitator en sparringpartner waarbij, zo vermeldt de evaluatie, de eerste drie jaren het evenement is gesubsidieerd en de vraag gesteld wordt hoe dit in de toekomst verder gaat. Over deze subsidiering dient, zie ook de rapportage van Unravelling, te worden opgemerkt dat er geen sprake was van een formele subsidierelatie. In de jaren 2016, 2017 en 2018 droeg de gemeente financieel bij doordat facturen op naam van de gemeente werden gesteld.

Ten aanzien van het vervolg wordt in het voorstel geadviseerd om in 2019 een budget vast te stellen van € 50.000,- met een aflopende staffeling voor de jaren erna. De organisatie zou op deze manier het evenement kunnen voortzetten en doorontwikkelen in 2019, waarbij de gemeente van de stichting een aantal zaken zou verwachten. Voor wat betreft ambtelijke ondersteuning zou in totaal 100 uur ter beschikking worden gesteld voor advisering, begeleiding en operationele ondersteuning. In de oplegnotitie bij het raadsvoorstel staat eveneens dat de eerste drie jaren het evenement is gesubsidieerd en wordt de vraag gesteld hoe dit in de toekomst verder gaat. Blijft het een gratis evenement, zo staat er, dan zal naar inschatting het beroep op subsidiegelden blijven voortbestaan, maar de mate waarin was op dat moment nog niet duidelijk. Dikgedrukt staat dat de stichting verder kan bouwen, professionaliseren en verzelfstandigen. Aan uw gemeenteraad wordt voorgesteld om voor het jaar 2019 het kerstevenement financieel te ondersteunen en € 50.000,van het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van het kerstevenement. Het betreffende budget wordt dit jaar niet ingezet voor economische samenwerking 87.000 (het restant valt vrij in de algemene reserve).

Waar in het jaar 2018 de financiële bijdrage van de gemeente werd geleverd doordat de stichting facturen tot een bedrag van maximaal € 50.000,- kon indienen

12 van 34

capra advocaten

overheid on der wijs zorg

bij de gemeente, valt het op dat voor het jaar 2019 daarover niets specifieks is vastgelegd. De beslissing van de gemeenteraad om het evenement met € 50.000,te ondersteunen werd niet voorzien van een toelichting van de wijze waarop dat zou moeten gebeuren. Voor leden van de gemeenteraad stond, voor zover onderzoeker dat weet, slechts de evaluatie ter beschikking zoals deze bij het raadsvoorstel was gevoegd waarin staat dat de eerste drie jaren het evenement was gesubsidieerd, terwijl in de praktijk zoals bekend er geen sprake was van een formele subsidierelatie, maar van organisatie door de gemeente gedurende de jaren 2016 en 2017 en gezamenlijke organisatie in het jaar 2018, waarbij de stichting facturen tot een bedrag van € 50.000,- op naam van de gemeente kon laten zetten. Bij de stukken trof onderzoeker een motie aan van 19 september 2019 waarin de gemeenteraad aan het college verzoekt om voor de begrotingsbehandeling van november inzicht te geven in de begroting / kosten van de ambtelijke ondersteuning en het kerstevenement zelf. In de gegeven antwoorden staat dat de gemeente in 2016, 2017 en 2018 verantwoordelijk was voor de uitgaven. Voor wat betreft 2019 wordt de begroting zoals de stichting die heeft aangereikt aangehaald, waaronder vervolgens opgemerkt wordt: "Conform raadsbesluit is het aandeel van de gemeente in de kosten € 50.000”.

Onderzoeker vindt de terminologie ‘aandeel In de kosten’ onduidelijk én ruimte latend voor de gedachte dat de gemeente inderdaad eenvoudigweg een deel van de kosten voor zijn rekening neemt. Onderzoeker heeft in zijn interviews navraag gedaan naar de herinnering van zijn gesprekspartners aan de aanloop naar de toekenning van een budget van € 50.000,- voor het evenement van 2019. Wethouder De Rijck heeft in zijn interview naar voren gebracht dat wat hem betreft de financiering van het evenement duidelijk had moeten zijn in deze zin dat er de beslissing was dat de gemeenteraad € 50.000,- ter beschikking zou stellen, niet meer of niet minder. Wat hem betreft zou de stichting Brunssum4TFeest in 2018 de organisatie nog samen met de gemeente ter hand nemen, maar een jaar later alles zelf doen. Onderzoeker tekent hierbij aan dat de heer De Rijck zich ook in het jaar 2018 niet met de feitelijke uitvoering van de financiering van het evenement lijkt te hebben bemoeid. Hij ging er vanuit dat de ambtelijke organisatie een en ander adequaat oppakte. Wethouder L’Espoir kan zich herinneren dat hij aan tafel zat bij de raadsbehandeling van het raadsvoorstel dat geleid heeft tot het raadsbesluit van 17 september 2019 om € 50.000,- toe te kennen.

Wat hem betreft was de uitkomst voor wat betreft de editie 2019 duidelijk: de Raad besluit om genoemd bedrag ter beschikking te stellen aan een externe organisatie die de uitvoering ter hand zou nemen. Hij draagt daarbij aan dat tijdens de raadsvergadering raadslid Van Dijk de betekenis van de verschillende vormen van financiering ter sprake heeft gebracht. De heer Van Dijk wees op de mogelijkheid om de facturering via de gemeente te

13 van 34

capra advocaten

overheid onderwijs zorg

laten lopen om op die manier BTW- aftrek te verkrijgen. Zijn opmerking heeft echter niet geleid tot een specifiek besluit ter zake. heeft verklaard dat zij ten tijde van alledrie de evenementen werkzaam was binnen de gemeente Brunssum, maar ook dat zij er niet steeds even intensief bij betrokken was. Zij vertelt dat er sprake was van een ingroeimodel waarbij de stichting Brunssum4Tsamen geleidelijk de complete organisatie van het evenement ter hand zou nemen. Voor dat ingroeimodel was drie a vier jaar de tijd ingeruimd. Zij bevestigt dat er een collegevoorstel in voorbereiding was om een en ander deugdelijk te regelen, maar dat na het raadsbesluit van 17 september 2019 bleek dat het collegevoorstel nooit verwerkelijkt is. Het gevolg was dat de wijze waarop de financiering daadwerkelijk plaats zou moeten vinden volgens haar nogal diffuus geregeld was. Zij ging aanvankelijk uit van een subsidieregeling, maar juist dat was dus niet goed geregeld. Zij rekende het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem dat hierdoor wat haar betreft ontstond alsnog goed op te lossen. Zij raakte op de hoogte van dit probleem door de e-mailberichten van de heer Joosten. voorzitster van de stichting Brunssum4Tsamen, heeft in haar interview uitgebreid verteld over de geschiedenis van het evenement.

Zij raakte betrokken bij de organisatie in 2017 en werd gevraagd of zij na die editie de organisatie wilde voortzetten. Daarbij werd haar de vraag gesteld of zij een stichting wilde oprichten die vervolgens de opdracht om het evenement te organiseren zou kunnen uitvoeren. Relevant in dit verband is dat het voor de editie van 2018 toegekende bedrag van, volgens ^fÊÊÊÊtÊÊÊÊÊÊIB’ € 60.000,- “al op de balans stond” en door de organisatie kon worden gespendeerd, en wel door rekeningen aan de gemeente door te sturen. vertelde dat de stichting in het voorjaar van 2019 begon met de voorbereiding voor de editie van dat jaar. De heer Joosten was op dat moment al betrokken bij de stichting, maar opereerde op afstand, juist vanwege zijn raadslidmaatschap. Haar relaas geeft het beeld dat vanuit het perspectief van de stichting gedurende het gehele jaar 2019 grote onduidelijkheid bestond over de vorm van financiering. Aanvankelijk werd de vraag gesteld of de stichting geen subsidie moest aanvragen, maar naar zeggen luidde het antwoord vanuit de gemeente op die vraag ‘nee’. In mei 2019 kreeg de stichting echter het bericht dat wél een subsidie moest worden aangevraagd en dat hebben zij vervolgens ook gedaan, en wel door middel van de brief van 5 juli 2019.

Vervolgens leek het weer anders te liggen: er zou wel geld zijn voor het evenement, maar dat geld kon niet worden toegekend in de vorm van een subsidie. Volgens was de bron van dit bericht wethouder De Rijck. Op enig moment werd haar duidelijk welke consequenties de vorm van toekenning van de gemeentelijke gelden zou kunnen hebben voor het feitelijk te besteden bedrag. Zij

14 van 34

□

caprcs advocaten

overheid onderwijs zorg

heeft in dat verband in september 2019 nog voor de gemeenteraad gesproken. De boodschap die zij na de behandeling van het voorstel kreeg was dat het toegezegde bedrag van € 50.000,- op dezelfde manier aangewend zou kunnen worden als in 2018, dus door indiening van facturen. Bron van die toezegging zou beleidsambtenaar 'zijn4. Ondertussen begon de tijd te dringen. De stichting zag zich gedurende langere tijd gesteld voor wisselende berichten en wilde duidelijkheid. Aangezien er niets op papier stond heeft de stichting uiteindelijk in oktober 2019 een e-mail gestuurd naar de ambtelijke organisatie. Een aantal van die e-mailberichten zijn gestuurd door de heer Joosten, maar wat betreft was dat min of meer willekeurig in deze zin dat zij ze ook gestuurd zou kunnen hebben. Het e-mailbericht van de heer Joosten van 6 oktober 2019 was bedoeld om schriftelijk duidelijkheid te verkrijgen. Ook de heer Joosten heeft in zijn interview veel aandacht besteed aan de aanloop naar oktober 2019. Hij herinnert zich dat op de nieuwjaarsborrel van 2019 de toenmalig burgemeester uiterst positief over het evenement sprak en de wens uitsprak om het evenement in 2019 weer te laten plaatsvinden, maar dan groter.

De heer Joosten vertelde dat hij bij zijn aantreden als bestuurslid van de stichting er eigenlijk vanuit ging dat er een deugdelijke subsidierelatie zou komen te liggen, maar dat bleek niet het geval. Er was sprake van een andere constructie en daar heeft de stichting zich in geschikt. In het jaar 2019 was er wel behoefte aan duidelijkheid, maar die kwam langdurig niet. Wisselend werd het signaal uitgezonden dat een subsidierelatie niet nodig was en wel nodig was. De heer Joosten wist dat van de voorzitster. Omstreeks mei 2019 nam de stichting contact op met de waarnemend burgemeester. Het verhaal was op dat moment dat er wel een subsidie zou moeten worden aangevraagd, maar dat bleek vervolgens niet meer te kunnen en er was geen budget. De boodschap die de burgemeester indertijd uitzond richting de stichting was “wij regelen dat”. Dat hebben de voorzitter en de secretaris opgevat als opdracht aan de aanwezige ambtelijke vertegenwoordiging om met een oplossing te komen. Uiteindelijk kwam het in september 2019 tot de toekenning van een budget van € 50.000,- op post 310005. Toekenning van een subsidie is in het raadsvoorstel, noch in het uiteindelijke besluit aan de orde gekomen, aldus de heer Joosten.

Omdat na toekenning van dat budget er weer een langdurige stilte viel en december 2019 naderde, werd vanuit het bestuur de afspraak gemaakt dat de heer Joosten een e-mailbericht zou sturen naar de ambtelijke organisatie. Dat hij dat deed was min of meer toeval, hij had er toevallig tijd voor, zo heeft de heer Joosten verklaard. Waar het op neerkwam, in de woorden van onderzoeker, was dat de stichting na toekenning van het budget zich voor de grote vraag “hoe?” gesteld zag. Uit de wijze 4 Heeft onderzoeker niet nader onderzocht.

15 van 34

□

capra advocaten

over heid o n der wij s zorg

waarop het budget werd toegekend leidde de stichting impliciet af dat voor wat betreft de aanwending van dat budget dezelfde route gevolgd zou kunnen worden als in 2018. Burgemeester Van der Rijt was in 2019 nog niet in functie maar heeft in meer algemene zin wel kunnen aangeven dat op het moment dat de gemeenteraad € 50.000,- ter beschikking had gesteld voor de organisatie van het feest, de ambtelijke organisatie de subsidieregeling deugdelijk had moeten regelen. Volgens haar waren de conceptvoorstellen voor de subsidieverlening al gereed. Haar is onduidelijk waarom er niet op deze manier mee is omgegaan. De bevindingen van onderzoeker op basis van zijn interviews sluiten aan bij de conclusies van de onderzoekers van Unravelling waar zij schrijven dat er onduidelijkheid bestond over de vraag of er sprake was van een subsidie en wat de opdracht aan de stichting dan wel niet was. Er stond niets op papier. De onduidelijkheid die hierdoor ontstond mondde uit in de contacten tussen de stichting, onder andere in de persoon van de heer Joosten, waarop dit onderzoek betrekking heeft.

In zijn analyse komt Unravelling tot de uitspraak dat de gemeente tot en met 2019 feitelijk medeorganisator van het evenement was, dat de gemeente de facturen betaalde en daarmee opdrachtgever werd van de leveranciers en andere dienstverleners aan het evenement, hetgeen niet in lijn was met het voornemen om de uitvoering “op afstand” te zetten.

b. Acties van de heer Joosten De heer Joosten was in de periode van mei 2014 tot en met september 2017 als wethouder Financiën onderdeel van het college van de gemeente Brunssum. Met ingang van maart 2018 is hij lid van de gemeenteraad, welk lidmaatschap tot op de dag van vandaag voortduurt. Op 28 augustus 2018 werd de heer Joosten lid van het bestuur van de per die datum opgerichte stichting Brunssum4Tsamen. Een stichting met als doel feesten en/of evenementen organiseren primair voor en door de inwoners van de gemeente Brunssum. De stichting dient het algemeen belang en tracht haar doel te bereiken door evenementen te organiseren voor en door de inwoners van Brunssum. Twee van de drie toenmalige bestuursleden waren ook al betrokken bij de organisatie van het evenement Kerst vier je samen in 2017. Dat gold niet voor de heer Joosten. In het interview heeft de heer Joosten aangegeven dat bij zijn aantreden de combinatie van het bestuurslidmaatschap met zijn raadslidmaatschap een punt van bestuurlijke overweging is geweest. Binnen het bestuur werd de afspraak gemaakt

16 van 34

over heid onderwijs /org

dat contacten met de gemeente in beginsel zouden lopen via de voorzitter of de secretaris en dat de heer Joosten op de achtergrond zou fungeren. Het dossier geeft geen blijk van contacten van de heer Joosten als penningsmeester van de stichting vanaf zijn datum aantreden binnen het bestuur tot 6 oktober 2019 en vanaf 18 oktober 2019. Wel heeft de heer Joosten op 17 september 2019 deelgenomen aan de stemming over de toekenning van een budget van € 50.000,- aan de stichting. Desgevraagd heeft de heer Joosten aangegeven dat hij zich afvroeg of dit meestemmen verstandig was en dat hij daarover advies heeft gevraagd aan de griffier, die geen bezwaar zag. Wel heeft de heer Joosten afgezien van deelname aan de beraadslaging over het onderwerp binnen de vergadering van de gemeenteraad. Hiervoor heeft onderzoeker al globaal aangegeven hoe de aanloop is geweest naar de toekenning van een bedrag van € 50.000,- aan de stichting door de gemeenteraad op 17 september 2019. De heer Joosten heeft verteld dat het na dit besluit voor de stichting onduidelijk was hoe dat bedrag aangewend diende te worden.

Om redenen dat december 2019 met rappe schreden naderde en omwille van een aantal andere redenen, bijvoorbeeld de gunstiger voorwaarden waartegen de gemeente diensten en producten zou kunnen inkopen, zag de stichting zich begin oktober genoodzaakt om zich tot de gemeente te wenden voor meer duidelijkheid. Dat gebeurde door middel van het e-mailbericht van de heer Joosten van 6 oktober 2019, 10:36 uur. De inhoud van dit e-mailbericht geeft onderzoeker hieronder integraal weer.

Omdat het niet gelukt is jullie telefonisch te bereiken stuur ik als penningmeester van onze Stichting dit bericht. Tijdens de raadsvergadering van 17 september heeft de raad bij raadsbesluit 885737: ingestemd met het beslispunten van het Raadsvoorstel "Evaluatie kerstevenement "kerst vier je samen" en "feest der verwondering’’. Beslispunt 2 betreft: "Dit jaarhet jaarlijkse kerstevenement financieel te ondersteunen; middels de tweede Berap in 2019 50.000 euro van het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van het kerstevenement. Het betreffende budget wordt dit jaar niet ingezet voor economische samenwerking 87.000 (het restant valt vrij in de algemene reserve)" Als stichting hebben we van dit besluit kennis genomen en vervolgens onze verdere uitwerking van het evenement op gebaseerd. Dat wil zeggen dat de raad heeft besloten om 50K vrij te maken voor het organiseren van het evenement. Daarmee behoren die 50K tot de begroting van de gemeente voor 2019. En dat impliceert dat we daarmee de werkwijze van 2018 ook voor 2019 dienen

17 van 34

□

ccspra advocaten

overheid onderwijs zorg

te hanteren, te weten dat de stichting voorde organisatie aangeeft welke verplichtingen aangegaan moeten worden (opdrachtadres stichting) en dat de gemeente die opdrachten tot maximaal 50K (excl. BTW) financiert (factuur-adres). We zullen daarom z.s.m. met een overzicht komen met die facturen die we (conform werkwijze 2018) aan het factuuradres Gemeente Brunssum willen laten koppelen. Dit is voor het volgen van de kostenbegroting 2019 zowel voorde stichting als voorde gemeente het handigst en het best te monitoren. Voor de jaargang 2018 zullen we, na vaststelling in ons bestuur, ook de opstelling voor 2018 aanreiken, zoals dit tijdens de raadsvergadering is gevraagd. M.a.w. welke rekeningen heeft de stichting in 2018 bij de gemeente neergelegd, waardoor een verantwoording kan worden gegeven voorde inzet van 50K uit 2018. Tot zover. Vr.gr. Frank Joosten Deze inhoud maakt duidelijk dat de heer Joosten zich presenteert als penningmeester van de stichting, om vervolgens stellig te sturen op herhaling van de werkwijze van 2018 die erop neerkwam dat de gemeente tot maximaal € 50.000,- (exclusief BTW) het evenement financierde door op naam van de gemeente gestelde facturen te betalen. Het voorstel van de heer Joosten stuitte op weerstand binnen de ambtelijke organisatie.

(beleidsmedewerker, schrijft in zijn e-mailbericht van 6 oktober 2019 aan wethouder De Rijckj(PHHHBHB en CC aanj dat er zijns inziens geen bijzondere relatie met de gemeente meer was, anders dan een subsidierelatie. Ook duidde hij het verschil van € 10.000,- dat gemoeid zou zijn met de twee verschillende constructies. Uit de eerste reactie aan alle geadresseerden van^pBHHP' eveneens beleidsambtenaar binnen de gemeente Brunssum, van 10 oktober 2019, blijkt dat zij op de lijn zat vanl Deze onderlinge ambtelijke contacten leidden, naar het zich laat aanzien, tot het e-mailbericht van 14 oktober 2019 van ^HHHHHH^aan de heer Joosten, waarin zij aan hem mededeelde dat zij niet tegemoet kon komen aan het voorstel om de financiering op gelijke wijze te laten verlopen als in 2018. Zij stelt “omdat wij jullie subsidiëren (zoals ook afgesproken) kunnen wij niet de facturen betalen. Dat zou ook niet rechtmatig zijn.” Zij verwijst daarbij naar het groeimodel zoals dat in eerdere jaren was gehanteerd waarbinnen kennelijk wel de ruimte was om facturen door de gemeente te laten betalen.

18 van 34

capra advocaten

over heid onderwijs zorg

per e-mail De heer Joosten reageerde op het e-mailbericht van van 14 oktober 2019. Hieronder geeft onderzoeker de inhoud van dit e-mailbericht integraal weer.

Onder dankzegging van je bericht ben ik het niet eens met je standpunt. Wanneer ik het raadsbesluit omtrent het evenement van 17.09.2019 goed betrek dan is deze als volgt: 1. kennis te nemen van de evaluatie (versie 2); 2. de conclusie onderschrijven en het evenement in 2019 voort te zetten; 3. Dit jaar het jaarlijkse kerstevenement financieel te ondersteunen; middels de tweede berap in 2019 50.000 euro van het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van het kerstevenement. Het betreffende budget wordt dit jaar niet ingezet voor economische samenwerking 87.000 (het restant valt vrij in de algemene reserve). 4. Conform evaluatie (versie 2) aan de stichting de opdracht te geven een meerjarenplan conform evaluatie (versie 2) op te stellen. Zodat we tijdig inhoudelijk de toekomst van de stichting/ het evenement kunnen bespreken. Besluitpunt 3 stelt dat de gemeente het evenement financieel ondersteunt. Het stelt niet dat dit in de vorm van subsidie plaatsvindt. Daarnaast heeft de stichting formeel geen subsidierelatie met de gemeente, omdat de stichting in opdracht van de gemeente het evenement organiseert. De stichting komt ook niet voor in het subsidieregister van de gemeente en heeft ook; geen subsidie overeenkomst met dé gemeente gesloten. Tijdens de behandeling in de raad is ook op geen enkele wijze aan de orde gekomen dat deze subsidierelatie er is.

Sterker nog, de stichting heeft nog nooit subsidie van de gemeente ontvangen en dus mag de stichting, mede n.a.v. de behandeling in de raad, ervan uitgaan dat op dezelfde wijze wordt geacteerd dan in voorgaande jaren. Wanneer de gemeente alsnog een subsidierelatie wilt aangaan met de stichting dan dien je dit vooraf te regelen en af te stemmen. Hierop volgde op 15 oktober 2019 een e-mailbericht van waarvan onderzoeker eveneens de inhoud integraal weergeeft. Beste Frank, Hieronder een korte reactie op jouw stellingen. 1. Zodra de gemeente financieel ondersteunt is er sprake van subsidie dat kan incidenteel zijn. Structurele subsidies wordt opgenomen in subsidieregister.

19 van 34

overheid onderwijs zorg

advocaten

2.

“In opdracht van de gemeente'" ligt genuanceerder. De gemeente was op zoek naar overdragen naar de lokale omgeving. De stichting 4t samen is daar uit voortgekomen. De stichting heeft zich ten doel gesteld eigenaar te worden van het kerstevenement. Daar is de gemeente blij om. Daartoe is een overgangstermijn met elkaar afgesproken. Zie ook evaluatie en Raadsvoorstel 3. Fijn dat de Provincie zonder deze voorwaarde vorig jaar subsidie heeft verstrekt. Dat horen wij zelden. We zullen ambtelijk adviseren om de financiën niet te gaan beheren omdat het niet uit te leggen is aan de raad en bovendien precedentwerking schept. Ik hoop dat je het standpunt begrijpt en dat jullie zelfde financiën gaan voeren. Mocht je met bovenstaande uitleg niet uit de voeten kunnen dan kar aanstaande vrijdag om 10.30 even tijd vrijmaken om het uit te leggen. Zelfben ik die dag vrij en niet in de gelegenheid om aan te sluiten. De heer Joosten reageerde diezelfde dag per e-mail. Hij schreef | PHHfcdat hij de inhoud van haar e-mailbericht als zorgelijk inschatte en daarom het voltallige bestuur van de stichting bijeen riep om de gevolgen te bespreken. Hij vroeg aan voorhand alvast aanf aanstaande vrijdag om 10.30 uur te reserveren voor overleg”.

► [te] vragen om

Ondertussen vond op 16 oktober 2019 per e-mail interne afstemming plaats tussen de heet^^^WHl financieel adviseur van de gemeente Brunssum. De interne e-mailcorrespondentie wijst erop dat tussen ^pm^en de heei^J^^f^'iiet geheel duidelijk was of het nu de bedoeling was dat het bedrag van € 50.000,- als subsidie zou worden verstrekt of dat de kosten rechtstreeks voor rekening van de gemeente gebracht zouden kunnen worden. Het lijkt er evenwel op alsof de^mHHBfe ruimte heeft willen laten om te kiezen voor de constructie waarbij de facturen afgehandeld zouden worden door de gemeente Brunssum. Aangezien in het dossier een verwijzing stond naar een e-mailbericht van de heer Joosten van 16 oktober 2019 aan^^^MHHH^’ wel^ bericht zich niet bij de stukken bevond, heeft onderzoeker dat bericht opgevraagd en verkregen. Het gaat om een bericht van 16 oktober 2019, 18:02 uur, waarin de heer Joosten onder woorden brengt tegen welke problemen de stichting zou aanlopen als de gemeente volhardde in zijn stellingname dat de stichting, kort gezegd, geheel zelfstandig de financiële zaken zou dienen te regelen. De inhoud van het betreffende e-mailbericht geeft onderzoeker hieronder integraal weer.

20 van 34

capra advocaten

over heid onderwijs zot y

Aanstaande vrijdag is een afspraak gepland om met je te spreken over de gevolgen van de stellingname van de gemeente omtrent het door de raad beschikbaar gestelde bedrag voor het organiseren van het kerstevenement. Het zal je niet verbazen dat het stichtingsbestuur met deze stellingname grote problemen gaat ondervinden bij de organisatie van het evenement. Een toelichting. Nadat eind september eindelijk duidelijkheid kwam over het beschikbaarstellen van 50k voorde organisatie van het evenement heeft het bestuur van Stichting 4T Samen direct geschakeld om de grote achterstand in het afsluiten van de contracten in te lopen. Ook was het vrijmaken van geld door de gemeente een voorwaarde om een provinciale bijdrage aan te vragen. Dit is uiteindelijk ook nu in gang gezet. Bij de oprichting van de stichting in 2018 heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat het vrijgemaakte bedrag niet als een subsidie of betaling aan de stichting zou worden overgemaakt. Hiervoor had de gemeente voor haar moverende redenen, waarnaar de stichting zich heeft geschikt. Vervolgens is de gemeente diverse verplichtingen aangegaan die gezamenlijk het vrijgemaakte bedrag door de gemeente omvatte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=bbf91932-5616-4c54-b3be-765c2ea50597