CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Burgerzaken 8 februari 2022, gemeente Brunssum11.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3. De direct aan een deelnemer gemeente toe te rekenen kosten betreffen de kosten, die rechtstreeks ten behoeve van deze gemeentedeelnemer zijn gemaakt. Dit betreft:

3.1a. programmakosten waaronder wordt verstaan alle kosten die direct voortvloeien uit de toepassing van beleid en regelgeving in de uitvoering van de in artikel 6 en 10, lid

1 onder a en b genoemde taken onder aftrek van de daarvoor ontvangen ontvangsten.

3.2 b. alle extra kosten van de dienst, die worden veroorzaakt door gemeentelijk beleid als bedoeld in artikel 19 lid 3, dat afwijkt van het algemene beleid.

4. De indirect aan een deelnemer gemeente toe te rekenen kosten betreffen de kosten, die

niet rechtstreeks ten behoeve van deze deelnemer gemeente zijn gemaakt, en die derhalve slechts via een verdeelsleutel zijn toe te rekenen aan de betreffende deelnemer gemeente. Dit betreft:

4.1 a. apparaatskosten waaronder salarislasten, overige personele lasten, etc. 4.2 b. beheerskosten, waaronder organisatielasten, huisvestingslasten, etc.

5. De toe te passen verdeelsleutel zal jaarlijks worden opgenomen in de ontwerpbegroting.

6. Een eventuele tussentijdse onder- of overschrijding van de begroting op de in lid 3 en 4

genoemde kosten, wordt door de dienst op overeenkomstige wijze als bedoeld in lid 5 van dit artikel verrekend met de deelnemer nde gemeente.

7. Direct na ontvangst door de deelnemers gemeenten van de betalingen van het rijk voor de kosten zoals bedoeld in lid 3 en 4 worden de budgetten door de gemeente aan de dienst overgemaakt.

8. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur.

9. Over wijzigingen met betrekking tot de wijze waarop verrekening met de deelnemers gemeenten plaatsvindt, beslist het algemeen bestuur.

Artikel 23

Voortgangsrapportages

1. Het dagelijks bestuur legt tweemaal per jaar middels een bestuursrapportage

verantwoording af aan het algemeen bestuur over de voortgang en de eindprognose van de in de programmabegroting opgenomen beleidsdoelstellingen, de uitputting van de

middels de programmabegroting ter beschikking gestelde budgetten en de overige afspraken, zoals die zijn vastgelegd in het in de artikelen 1 4 en 19, lid 2, genoemde bedrijfsplan.

2. Het dagelijks bestuur zendt deze bestuursrapportage zo snel mogelijk na vaststelling aan het algemeen bestuur, onder gelijktijdige toezending aan de raden van de deelnemers gemeenten.

3. De raden van de deelnemers gemeenten kunnen binnen 8 weken nadat de

bestuursrapportage hen is toegezonden daartegen schriftelijk bij het algemeen bestuur bezwaar indienen.

Artikel 24

De jaarrekening

1. Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar met alle

bijbehorende bescheiden jaarlijks voor 1 april ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur aan, onder gelijktijdige toezending aan de raden van de deelnemers gemeenten. De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de getrouwheid

en de rechtmatigheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig artikel 213

van de gemeentewet aangewezen deskundigen en van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht.

2. In de rekening wordt voor elk van de deelnemers gemeenten overeenkomstig de

toerekeningsmethodiek zoals verwoord in artikel 22, leden 5 en 6, het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende deelnemer gemeente komt. De vergoeding voor diensten die de deelnemer gemeente aan de dienst heeft geleverd wordent hierbij separaat zichtbaar gemaakt.

3. Na afloop van elk kalenderjaar en uiterlijk 4 weken na de vaststelling van de jaarrekening van de dienst vindt tussen de dienst en de deelnemers gemeenten een definitieve afrekening plaats overeenkomstig de in artikel 22 vastgelegde afspraken.

4. De raden van de deelnemers gemeenten kunnen binnen 8 weken nadat de rekening

overeenkomstig het eerste lid 1 van dit artikel is toegezonden, daartegen bij het algemeen bestuur bezwaar indienen.

5. Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en stelt haar vast uiterlijk op 1 juli van het

jaar volgend op het jaar, waarop de rekening betrekking heeft. Het algemeen bestuur doet de raden van de deelnemers gemeenten mededeling van de vaststelling.

6. Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

7. De rekening wordt binnen 2 weken na de afrekening, doch uiterlijk voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft aan Gedeputeerde Staten verzonden. Artikel 25

Liquiditeit

De deelnemers gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de dienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Artikel 26

Medewerking gemeenten

1. De deelnemers gemeenten verlenen hun medewerking aan de uitvoering van de besluiten

die het bestuur van de dienst neemt binnen de aan het bestuur toegekende bevoegdheden.

2. Als de deelnemer gemeente, naar het oordeel van het bestuur de in lid 1 van dit artikel

bedoelde medewerking niet of in onvoldoende mate verleent, kan het bestuur namens of ten laste van de deelnemer gemeente een besluit uitvoeren of laten uitvoeren.

Alvorens daartoe over te gaan stelt het bestuur de betrokken deelnemer gemeente daarvan in kennis.

Hoofdstuk 10 Het archief en privacy Artikel 27

Archief

1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming

van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld.

2. Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het samenwerkingsverband gedelegeerde taken.

3. De zorg voor de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemers of

andere nde overheidsorganisaties gemandateerde taken bevoegdheden berust bij deze overheden.

4. Bij

opheffing

van

de

gemeenschappelijke

regeling

wordt

ten

aanzien

van

de

archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.

5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid 1 en artikel 13 van de Archiefwet 1995

over

te

brengen

archiefbescheiden

van

de

in

deze

regeling

genoemde

bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Brunssum.

6. De secretaris (directeur) is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

7. De door het dagelijks bestuur aangewezen archivaris is belast met het toezicht op het

beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

8. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de een door de een deelnemende overheidsorganisaties gemandateerde taken bevoegdheid is belast de archivaris van de desbetreffende overheidsorganisatie. Artikel 27a

Privacy en informatiebeveiliging

1. De dienst wordt voor de uitvoering van de overgedragen taken en bevoegdheden

aangemerkt als zelfstandig verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 onder 7 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG).

2. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor het toezicht op een correcte naleving van de AVG en rapporteert desgewenst daarover aan de gemeentebesturen.

3. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor het implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

4. De bepalingen van de Suwinet-wetgeving en het meest actuele Suwinet-normenkader voor afnemers zijn onverkort van toepassing op de dienst.

5. De dienst verstrekt in het kader van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) een jaarlijkse verantwoording, over het gebruik, beheer en de beveiliging van Suwinet,

aan

de

gemeentebesturen

besturen

van

de

deelnemers.

De

jaarlijkse

verantwoording geschiedt aan de hand van een TPM-verklaring die door een onafhankelijke auditor is goedgekeurd. Het gemeentebestuur bestuur van de deelnemers wordt uiterlijk

op 31 januari van het volgende kalenderjaar op de hoogte gebracht van de verantwoording over

het

voorgaande

kalenderjaar.

De

deelnemer

gemeente

heeft

de

jaarlijkse

verantwoording nodig om zich zowel horizontaal (aan de gemeenteraad) als verticaal (aan

het Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) te kunnen verantwoorden over het gebruik van Suwinet.

Hoofdstuk 11 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 28

Toetreding en uittreding

1. De raad en het College van burgemeester en wethouders van een nieuwe gemeente, die wenst toe te treden, richt het verzoek ter zake aan het algemeen bestuur.

2. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in lid 1 binnen 12 weken door aan de besturen van de deelnemers nde gemeenten onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.

3. Toetreding vindt plaats indien de raden en de Colleges van burgemeester en wethouders van de meerderheid der deelnemers nde gemeenten daarmee instemmen.

4. De raad en het College van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente kunnen tot uittreding besluiten.

5. Van de besluiten als bedoeld in het voorgaande lid wordt uiterlijk drie kalendermaanden voor het einde van het kalenderjaar kennisgegeven aan het algemeen bestuur.

6. De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur in kennis is gesteld van het genoemde in lid 4 en5.

7. De financiële schade die door de uittreding aan de dienst is toegebracht wordt, inclusief de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, aan de uittredende gemeente in rekening gebracht.

8. Voor de vaststelling van de financiële schade als bedoeld in lid 7 wordt door de dienst en

de uittredende gemeente gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Artikel 29

Wijziging

1. De regeling wordt gewijzigd door een eensluidend besluit van de raden en de Colleges van burgemeester en wethouders van tweederde van de deelnemers nde gemeenten.

2. De wijziging wordt opgenomen in de registers, zoals bedoeld artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, van de deelnemende gemeenten.

Artikel 30

Opheffing en liquidatie

1. De regeling wordt op verzoek van de raad en het college van een deelnemer ontbonden

opgeheven en het openbaar lichaam ISD BOL daarmee opgeheven. , indien de raden en de

Colleges van burgemeester en wethouders van tweederde van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten.

2. In geval van ontbinding opheffing van de regeling en daardoor uiteindelijk de opheffing ontbinding v van het openbaar lichaam ISD BOL wordt door het algemeen bestuur, de

raden en de colleges van burgemeester en wethouders gehoord hebbende, een liquidatieplan vastgesteld. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten deelnemers om alle rechten en verplichtingen van de dienst te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

4. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 5. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het archief. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

7. De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid.

Artikel 31 opheffing

Bekendmaking

en

inwerkingtreden

toetreding,

uittreding,

wijziging

en

1. De deelnemers nde gemeenten maken de besluiten tot het wijzigen of opheffen van de

regeling in hun eigen gemeenten bekend op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. De gemeente die toetreedt tot, of uittreedt uit de regeling, maakt het

besluit tot toe- of uittreding in de eigen gemeente bekend op de wijze zoals in bedoeld in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.

2. Het bestuur van de gemeente waar de dienst is gevestigd zendt de besluiten tot toetreding, uittreding, wijziging of opheffing van de gemeenschappelijke regeling aan gedeputeerde staten van de provincie of de provincies waarin de deelnemende gemeenten zijn gelegen.

3. Het bestuur van de gemeente , waar de dienst is gevestigd maakt de besluiten tot wijziging, opheffing, alsmede besluiten tot toetreding of uittreding tijdig in alle deelnemende

gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant het door

dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. Artikel 140 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

4. Een besluit tot toetreding, uittreding, wijziging of opheffing treedt niet eerder in werking dan nadat het door alle gemeenten op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Artikel 32

Onvoorziene effecten

ļ. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur zoveel

mogelijk analoog aan of in de geest van de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen en deze regeling.

2. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van deze regeling voortvloeien worden ter bespreking voorgelegd aan de Colleges van de deelnemende gemeenten.

Hoofdstuk 12 Slotbepalingen Artikel 33

Duur van de regeling

Artikel 34

Titel

De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.

Deze regeling kan worden aangehaald als gemeenschappelijke regeling van ISD BOL.

Aldus besloten door:

De raad van de gemeente Brunssum, in zijn openbare vergadering van ………….

Griffier

Voorzitter

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum, in zijn vergadering van ……………………………. Voorzitter

Secretaris

De raad van de gemeente Beekdalen, in zijn openbare vergadering van ……………. Griffier

Voorzitter

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen, in zijn vergadering van ………………………. Voorzitter

Secretaris

De raad van de gemeente Landgraaf, in zijn openbare vergadering van ………………… Griffier

Voorzitter

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf, in zijn vergadering van …………………….

1 Beantwoording vragen PvdA commissie burgerzaken.docx

Commissie Burgerzaken 8 februari Vragen Partij van de Arbeid Brunssum bij 3. Wijziging GR ISD BOL; Gemeenteblad 2022/10 Bijlage 1: gemeenschappelijke regeling van ISDBOL Vraag 1: Het bestuur bestaat nu uit een even aantal leden: 2 DB en 4 AB, zou het niet beter zijn als dit een oneven getal zou zijn. Hoe zou dit op te lossen zijn? Het Dagelijks Bestuur heeft er voor gekozen om geen aanpassingen te doen in het aantal leden. De samenwerking tussen de DB-leden en AB-leden is van constructieve aard en men wil op basis van gelijkheid (Brunssum evenveel zeggenschap als Landgraaf) de aansturing van ISD BOL continueren. Vraag 2: Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken geldt de procedure zoals beschreven in artikel 32 lid 4 van de Gemeentewet. In dit artikel staat, dat tenzij de vergadering voltallig is, bij staking der stemmen het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Betekent dit dat dan lid 5 van toepassing is? Daar staat: staken der stemmen voorstel verworpen? Artikel 32 lid 5 Gemeentewet kan inderdaad van toepassing zijn.

Als de stemmen staken is het voorstel verworpen en is terug verwijzing naar het Dagelijks Bestuur noodzakelijk om in een volgende AB-vergadering een aangepast voorstel in te dienen (voor zover dit gewenst is), rekening houdend met de bedenkingen vanuit het Algemeen Bestuur. Vraag 3: In art. 7 lid 6 staat dat de deuren worden gesloten wanneer een vijfde deel van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt Wat is 1/5 deel van 6? Concreet betekent dit, dat minimaal 2 leden dienen te verzoeken om achter gesloten deuren te vergaderen.

Vraag 4: Hoe vaak is het de afgelopen jaren gebeurd dat de stemmen gestaakt zijn? Binnen ISD BOL heeft deze situatie zich nog nooit voorgedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=692b2b5a-652a-49e8-9f17-61152a638294