CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Burgerzaken 8 februari 2022, gemeente Brunssum11.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Commissie Burgerzaken van 8 februari 2022

1

Opening 19:00 uur Agenda_Commissie_Burgerzaken_8_februari_2022 (1).docx

2.a

Vaststellen concept besluitenlijst d.d. 11-1-2022 Concept Besluitenlijst raadscommissie 11 januari 2022 Burgerzaken.docx

2.b

Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 23-12-2021 en 28-1-2022) Toezeggingen afgedaan tussen 23-12-21 en 28-1-22.pdf

2.c 2.d 3

Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht Terugkoppeling vanuit verbonden partijen Wijziging GR ISD BOL; Gemeenteblad 2022/10 19:10 - 19:40 uur Weth. Janssen Dhr. Peters Dhr. Smeijsters (Isd Bol) Raadsvoorstel 10 wijziging gemeenschappelijke regeling ISD BOL.docx Raadsvoorstel 10 (bijlage) Gemeenschappelijke regeling van ISD BOL.docx Raadsvoorstel 10 (bijlage) Integrale versie GR ISDBOL 191121doorhaalversie.docx Beantwoording vragen PvdA commissie burgerzaken.docx

4

Sluiting 19:40 uur

1 Opening 1 Agenda_Commissie_Burgerzaken_8_februari_2022 (1).docx

Agenda Commissie Burgerzaken Datum

08-02-2022

Tijd

19:00 - 19:40

Locatie

Raadzaal

Voorzitter

Dhr. G.M.E. Gerards

Toelichting

Hierbij nodig ik u uit voor de openbare vergadering van de commissie Burgerzaken in de raadzaal via het videoplatform Zoom. Van deze vergadering worden video-opnames gemaakt die ook live worden uitgezonden via het YouTube kanaal Gemeenteraad Brunssum kanaal 1: https://www.youtube.com/channel/UCA6bz_Cq8uv6dL93rQSGGjQ (De stukken liggen ter inzage bij de griffie). Aansluitend vergadert de commissie Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden en het presidium.

1

Opening 19:00 uur

2.a

Vaststellen concept besluitenlijst d.d. 11-1-2022

2.b

Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 23-12-2021 en 28-1-2022)

2.c

Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht

2.d

Terugkoppeling vanuit verbonden partijen

3

Wijziging GR ISD BOL; Gemeenteblad 2022/10 19:10 - 19:40 uur Weth. Janssen Dhr. Peeters

4

Sluiting 19:40 uur

2.a Vaststellen concept besluitenlijst d.d. 11-1-2022 1 Concept Besluitenlijst raadscommissie 11 januari 2022 Burgerzaken.docx

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE BURGERZAKEN VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 11 JANUARI 2022 OM 19:00 UUR IN DE RAADZAAL EN VIA VIDEO PLATFORM ZOOM

1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Burgerzaken van 11 januari 2022

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raadscommissie Burgerzaken, gehouden op dinsdag 11 januari 2022 om 19:00 uur in de raadzaal en via videoplatform ZOOM. Aansluitend vergadert de commissie algemene bestuurlijke aangelegenheden. Alle vergaderingen zijn openbaar. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum kanaal 1 https://www.youtube.com/channel/UCA6bz_Cq8uv6dL93rQSGGjQ AANWEZIG COMMISSIE BURGERZAKEN: Voorzitter:

Dhr. A.G. de Haas (VVD)

Burger-commissieleden:

Mw. S.L.F. Gulpen (VVD) (woordvoerder) Mw. V. Hermans (PAK) (woordvoerder) Mw. A. Lust - van Goinga (Lijst Borger) (woordvoerder) Dhr. E. Overdijk (Lijst Borger) Mw. J.H. Smeets (PvdA) Dhr. C.R.M. Claus (CDA) (woordvoerder) Mw. K.E. Coenen (SP) (woordvoerder) Dhr. G. Ebbinge (PAK) Dhr. R. Houkes (BBB Lijst Palmen) Dhr. J.H. Peeters (BCD) (woordvoerder) Dhr. J.C.M. Raadschelders (BBB Lijst Palmen) Dhr. S.J.H. L’Espoir Dhr. P.M.J. Houben Dhr. C.J.C.P de Rijck Mw. W.J.F. van der Rijt Niet aanwezig Dhr. N.C.P. Meijers Dhr. T. Peters (agendapunt 3), Harry van de Roer. Geen Geen Dhr. L.J.H. Snackers (BBB Lijst Palmen)

Raadsleden:

College:

Secretaris: Notulist (griffier): Ambtelijke ondersteuning: Externe ondersteuning: Participanten: Met kennisgeving afgemeld:

Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:00 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijst Burgerzaken d.d. 14-12-2021 De besluitenlijst van de commissie Burgerzaken van 14-12-2021 wordt ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Vaststellen toezeggingenlijst (afgedaan tussen 26-11-2021 en 22-12-2021) De toezeggingenlijst met nummers 47, 59, 72, 74, 77, 80 en 81 (2021) zijn akkoord. De toezeggingen worden als afgedaan beschouwd. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht In het kader van de actieve informatieplicht vermeldt burgemeester van der Rijt dat er contact is met de eigenaar in het kader van de problematiek rondom jeugd bij het voormalig ziekenhuis en de mogelijkheden van bestuursdwang die aanwezig is om het bovenste gedeelte te slopen. Burgemeester beantwoordt de vragen. Wethouder maakt melding van de ontwikkelingen rondom de aanbesteding van jeugdzorg (aanbesteding) waarover de wethouder een raadsinformatiebrief voorbereid. Daarnaast vermeldt wethouder L’Espoir dat de vraag naar jeugdhulp erg hoog blijft vermoedelijk naar aanleiding van Corona. Wethouder L’Espoir maakt verder nog zijn zorgen kenbaar over de vermoedelijke financiële consequenties van het nieuwe regeerakkoord omdat het nieuwe Kabinet zich niet lijkt te willen houden aan de arbitrage-uitkomsten.

Daarnaast zal wethouder LÉspoir blijven aangeven dat in het kader van de Wmo en het abonnementstarief er financiële druk blijft bestaan op het budget. Het dossier GGD is (nog) niet compleet, een deel van de vragen zijn uitgezet en beantwoord de vragen van de commissie en neemt de input van de VVD fractie mee richting het bestuurlijk overleg. In het kader van de passieve informatieplicht zijn geen vragen gesteld door raadsfracties. Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen 2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Burgerzaken van 11 januari 2022

Wethouder L’Espoir: koppelt de vergaderdruk terug rondom jeugdzorg (G16 en Parkstadverband) en refereert aan hetgeen toegelicht in het vorig agendapunt. Daarnaast gaat wethouder L’Espoir in op de decentralisatie beschermd wonen in Parkstad. Agendapunt 3: Motie verlenging corona noodfonds; Gemeenteblad 2022/5 Wethouders de Rijck en L’Espoir geven een toelichting op het voorstel ter verlenging van het Corona noodfonds en beantwoorden de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door de heer Peters. Toezegging 1 (11-1-2022): (nieuwe) uitvraag en bekendmaking regeling Corona noodfonds via social media Wethouder de Rijck zegt toe een (nieuwe) uitvraag in het kader van de Coronasteun te doen en daarvoor social media te gebruiken en social media ook in te zetten om de regeling nader onder de aandacht te brengen. De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: om onttrekkingen uit het op 30 juni 2020 ingestelde noodfonds mogelijk te maken tot 1 januari 2023 De commissie adviseert unaniem het voorstel als akkoordstuk te behandelen in de raadsvergadering van 25 januari 2022. Voorzitter schorst de vergadering om 20:10 tot 20:30 (i.v.m. geplande aanvang agendapunt 4) Agendapunt 4: Motie vreemd aan de orde van de dag van de fractie SP (ambulancevervoer) Mevrouw Coenen ligt de motie inhoudelijk toe.

Wethouder L’Espoir geeft een inhoudelijke toelichting inzake de ontwikkeling rondom het ambulancevervoer. Agendapunt 6: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 20:46 uur.

3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Burgerzaken van 11 januari 2022

2.b Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 23-12-2021 en 28-1-2022) 1 Toezeggingen afgedaan tussen 23-12-21 en 28-1-22.pdf

Onderwerp Navraag kindercollege gemeente Heerlen Financieel overzicht Schutterspark Leerlingaantallen Gebruikersraad Brikke Oave Onderhoudskosten accomodatiebeleid Onderzoek effecten verhoging minimumloon Tweede versie Wmo 2022 Voortgang Cofinanciering Volkshuisvesting

Datum toezegging Nummer Portefeuillehouder Datum reactie Afgedaan 11-1-2022 4 Van der Rijt 26-1-2022 Ja 11-1-2022 6 Houben 24-1-2022 Ja 11-1-2022 9 Mertens 25-1-2022 Ja 11-1-2022 8 Mertens 25-1-2022 Ja 11-1-2022 10 Mertens 24-1-2022 Ja 21-12-2021 85 Van der Rijt 14-1-2022 Ja 14-12-2021 75 L'Espoir 16-1-2022 Ja 7-9-2021 48 Mertens 14-1-2022 Ja

3 Wijziging GR ISD BOL; Gemeenteblad 2022/10 1 Raadsvoorstel 10 wijziging gemeenschappelijke regeling ISD BOL.docx

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum

: 11 januari 2022 : 2009023 : 2022/10 : Maatschappelijke ontwikkeling : Theo Peters : +31455278665, theo.peters@brunssum.nl : Hugo Janssen : 22 februari 2022 : Niet van toepassing

Aan de raad, 1. Onderwerp wijziging gemeenschappelijke regeling ISD BOL 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding De gemeente Beekdaelen is per 1 januari 2022 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling van ISD BOL (verder: GR ISD BOL). Dat betekent dat wijziging van de huidige gemeenschappelijke regeling noodzakelijk is. b. Huidige situatie/probleemstelling De gemeente Beekdaelen is per 1 januari 2022 uitgetreden uit de GR ISD BOL. Dat betekent dat een wijziging noodzakelijk is van de volgende artikelen van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 9 (samenstelling van het dagelijks bestuur) Aangezien nog maar twee gemeenten deelnemer zijn, zal het dagelijks bestuur niet meer uit drie, maar uit twee leden bestaan (voorzitter en lid). De voorzitter en het lid komen uit een andere gemeente. Artikel 28 (toetreding en uittreding) In artikel 28 zijn de bepalingen omtrent uittreding geschrapt, omdat er in de nieuwe situatie feitelijk sprake is van opheffing van de gemeenschappelijke regeling indien een gemeente wil uittreden. Artikel 29 (wijziging) Wijziging van de gemeenschappelijke regeling is bij twee deelnemers, logischerwijs, alleen mogelijk als (de bestuursorganen van) beide deelnemers daarmee instemmen. Artikel 29 is dienovereenkomstig aangepast.

Artikel 30 (opheffing en liquidatie) In het gewijzigde artikel 30 wordt geregeld dat de regeling wordt opgeheven indien een van de twee deelnemers niet langer wil deelnemen. Artikel 31 (bekendmaking en inwerkingtreden toetreding, uittreding, wijziging en opheffing). In het eerste lid van dit artikel zijn de passages over uittreding verwijderd, omdat die situatie zich niet zal voordoen bij twee deelnemers (zie boven). Het oorspronkelijke tweede lid is geschrapt omdat de wettelijke verplichting tot toezending van besluiten aan gedeputeerde staten is vervallen. In het derde lid is de wijze van bekendmaking aangepast overeenkomstig de wijziging van artikel 26, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: besluiten tot wijziging, toetreding of opheffing worden niet meer in de Staatscourant, maar in het gemeenteblad van de vestigingsgemeente (Brunssum) bekendgemaakt.

Naast het doorvoeren van bovenstaande inhoudelijke wijzigingen die direct verband houden met de vermindering van het aantal deelnemers, wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal technische, voornamelijk tekstuele, wijzigingen door te voeren. In de bijlage treft u een versie van de regeling aan waarin alle wijzigingen zichtbaar zijn. Deze spreken voor zich. Tot slot wordt voorgesteld om artikel 32 (onvoorziene effecten) te schrappen: dit artikel is in de praktijk nog nooit toegepast en zal naar verwachting ook nooit worden toegepast. In verband met de herkenbaarheid wordt voorgesteld om de naam van de gemeenschappelijke regeling ongewijzigd te laten. 3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Een aangepaste GR ISD BOL. b. n.v.t.

Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. )

2. traject tot dusverre Op 1 december 2021 heeft het DB van ISD BOL besloten om de gewijzigde GR ISD BOL door te sturen naar de gemeenten ter vaststelling in de raad. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W • De gemeenteraad dient een besluit te nemen tot wijziging van de GR ISD BOL omdat dit bestuursorgaan een van de deelnemers van de regeling is; • De gemeenteraad dient het college toestemming te geven om de regeling te wijzigen (artikel 1, leden 2 en 3 Wet gemeenschappelijke regeling); • Het college dient na toestemming van de gemeenteraad de GR (als deelnemer aan de regeling) te wijzigen. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) • Wet gemeenschappelijke regelingen; • GR ISD BOL. n.v.t. n.v.t.

5.

past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda?

6.

relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen

c. Argumenten en overwegingen Zie onderdeel 2.b. d. n.v.t.

Opties en keuze

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2022/10 : Maatschappelijke ontwikkeling : 2009023

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/10; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 januari 2022, afdeling Maatschappelijke ontwikkeling ; Besluit: 1. Bijgaande nieuwe Gemeenschappelijke regeling van ISD BOL vast te stellen; 2. Het college toestemming te geven om de nieuwe Gemeenschappelijke regeling van ISD BOL vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 februari 2022

De Raad vernoemd,

Voorzitter

Griffier

1 Raadsvoorstel 10 (bijlage) Gemeenschappelijke regeling van ISD BOL.docx

Gemeenschappelijke regeling van ISD BOL Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Deze regeling verstaat onder:

a. ISD BOL: het openbaar lichaam Intergemeentelijke Sociale Dienst Brunssum en Landgraaf, als bedoeld in artikel 3, verder te noemen: de dienst;

b. deelnemer(s): de bij de regeling aangesloten gemeenten Brunssum en Landgraaf;

c. gemeentebesturen: de raden en de colleges van burgemeester en wethouders, ieder voor zover zij bevoegd zijn;

d. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Artikel 2

Belang

De regeling behartigt door het op bedrijfsmatige wijze uitvoeren van taken op terreinen van het sociaal domein, de belangen van de deelnemers op genoemde terreinen. De dienst neemt daarbij de door de deelnemers geformuleerde visie en missie in acht. De

overheveling van taken en bevoegdheden van het college wordt nader bepaald in artikel 6 en artikel 10 van deze regeling. Artikel 3

Openbaar lichaam

1. Er is een openbaar lichaam: ISD BOL. Het openbaar lichaam is gevestigd te Brunssum. 2. Het rechtsgebied van de dienst omvat het grondgebied van de deelnemers. Artikel 4

Bestuursorganen

De dienst kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Hoofdstuk 2 Het algemeen bestuur Artikel 5

Samenstelling van het algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur is samengesteld als volgt:

van iedere deelnemer: het collegelid dat belast is met de portefeuille sociale zaken plus twee door de gemeenteraad uit diens midden aan te wijzen leden.

2. De raden van de deelnemers beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode

over de aanwijzing van de leden en twee plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur.

3. De conform lid 2 van dit artikel aangewezen leden van het algemeen bestuur hebben,

onverminderd het bepaalde in artikel 17 lid 3, zitting gedurende de zittingsduur van de gemeenteraad.

4. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuwe leden door de

nieuwe raden van de deelnemers zijn aangewezen. De leden-portefeuillehouders blijven lid van het bestuur tot het moment waarop in hun opvolging is voorzien.

5. Het lid dat ophoudt lid van de raad te zijn, respectievelijk het bestuurslid dat niet langer

portefeuillehouder sociale zaken is, houdt daarmee tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur.

6. Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur

wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens of wier plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

7. De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de raad die hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte.

Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.

8. De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt in de eerstkomende vergadering plaats van de raad die het aangaat.

Artikel 6

Taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur

1. Ter vervulling van het in artikel 2 genoemde belang heeft het algemeen bestuur de taak

om het beleid te ontwikkelen en voor te bereiden op strategisch, tactisch en operationeel niveau.

2. Aan het algemeen bestuur worden alle bevoegdheden overgedragen, die nodig zijn voor de vervulling van de taak als bedoeld in

lid 1 van dit artikel met uitzondering van de

bevoegdheden, die bij wet of in deze regeling aan een ander bestuursorgaan zijn toebedeeld.

3. Het vaststellen van verordeningen en van beleid blijft de bevoegdheid van de afzonderlijke gemeenteraden.

4. Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,

vennootschappen,

verenigingen,

coöperaties

en

onderlinge

waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

5. Het besluit bedoeld in lid 4 van dit artikel wordt niet genomen dan nadat de raden van de

deelnemers een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

Artikel 7

De werkwijze van het algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.

Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken geldt de procedure zoals beschreven in artikel 32 lid 4 van de Gemeentewet.

2. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste

twee leden van het algemeen bestuur zulks verzoeken (onder schriftelijke opgave van de redenen). In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken plaats.

3. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.

4. Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen- met uitzondering van de stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd,- worden tegelijkertijd met de oproep en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

5. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

6. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde deel van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

7. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

8. Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing de bepalingen in artikel 20

(quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht),

artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming),

artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (totstandkoming besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het bestuur). Artikel 8

Besloten vergadering

In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het beleidsplan, de begroting (wijziging), de jaarrekening en het liquidatieplan.

Hoofdstuk 3 Het dagelijks bestuur Artikel 9

Samenstelling van het dagelijks bestuur

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en één

ander lid, door en uit het algemeen

bestuur aan te wijzen. De aldus aangewezen leden van het dagelijks bestuur mogen niet afkomstig zijn uit dezelfde gemeente.

2. De leden van het dagelijks bestuur oefenen hun functie uit met ingang van de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling.

3. De leden van het dagelijks bestuur treden, onverminderd het bepaalde in artikel 15 lid 3,

af op de dag van aftreden van het algemeen bestuur. Ze houden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.

4. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen, die

openvallen, vindt plaats binnen 2 maanden of indien dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk daarna.

5. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.

Artikel 10

Taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur

1. De taken van het dagelijks bestuur zijn:

a. de uitvoering van de Participatiewet inclusief de invoeringswet, de uitvoering van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en

de

Wet

Inkomensvoorziening

oudere

en

gedeeltelijk

arbeidsongeschikte

zelfstandigen (IOAZ), de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en bij deze wetten behorende algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen.

b. de uitvoering van andere door een of meer deelnemers aan de dienst opgedragen taken binnen het sociaal domein.

c. het verlenen van diensten binnen het sociaal domein aan gemeenten buiten het onder

artikel 3 lid 2 genoemde rechtsgebied dan wel aan andere organisaties dan gemeenten ongeacht hun plaats van vestiging, met dien verstande dat het algemeen bestuur hiermee dient in te stemmen. De diensten worden verleend tegen een vooraf overeengekomen prijs. Verschuldigde BTW wordt apart in rekening gebracht.

2. Aan het dagelijks bestuur van de dienst worden bij deze regeling alle bevoegdheden overgedragen, die nodig zijn voor de uitvoering van de in lid 1 onder a van dit artikel genoemde taken.

3. De vaststelling van nadere regels op grond van de verordeningen is de bevoegdheid van

de afzonderlijke Colleges, tenzij deze bevoegdheid is gedelegeerd aan het dagelijks bestuur.

4. Voorts heeft het dagelijks bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 33 b van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de volgende taken en bevoegdheden:

a. het vertegenwoordigen van de dienst binnen regionaal bestuurlijk overleg.

b. het behartigen van de belangen van de dienst bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen, waarmee contact voor de dienst van belang is.

c. het houden van toezicht op het functioneren van de dienst. Artikel 11

Werkwijze

1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het

dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van redenen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen.

2. Het dagelijks bestuur kan zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur.

3. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur ter kennisneming wordt overgelegd.

Artikel 12

kaders

1. De uitvoering van de in artikel 10, lid 1 onder a en b genoemde taken is gebonden aan het door de deelnemers ingevolge artikel 19 vastgestelde beleidsplan.

2. Deze taken worden zoveel mogelijk uitgevoerd in samenwerking met ketenpartners en (overige) organisaties op het gebied van werk, scholing, zorg en inkomen.

Hoofdstuk 4 De voorzitter en de vicevoorzitter Artikel 13

Aanwijzing, taak en vervanging

1. De voorzitter en de vicevoorzitter worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen.

2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de vicevoorzitter.

3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

4. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

5. De voorzitter vertegenwoordigt de dienst in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde.

Hoofdstuk 5 De directeur Artikel 14

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

1. De bestuursorganen worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt.

2. De directeur wordt aangenomen, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.

3. Het dagelijks bestuur wijst een plaatsvervanger voor de directeur aan, die de directeur in geval van verhindering of ontstentenis vervangt.

4. De directeur fungeert in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur als secretaris.

5. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan.

6. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de dienst.

7. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur.

8. Het dagelijks bestuur komt jaarlijks met de directeur een bedrijfsplan overeen, waarin de door de dienst te leveren prestaties zijn vastgelegd.

9. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur.

Hoofdstuk 6 Informatie, verantwoording en ontslag Artikel 15

Intern

1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

2. Zij geven tezamen, dan wel afzonderlijk, gevraagd of ongevraagd, aan het algemeen

bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

3. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit.

4. De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 16

Extern door het algemeen en dagelijks bestuur

Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de gemeenten gevraagd en

ongevraagd alle informatie, die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is. Artikel 17

Extern door individuele leden van het algemeen bestuur.

1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad, waarbinnen dit lid zitting heeft, alle inlichtingen die door de raad of door een of meer leden van de raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de desbetreffende raad aangegeven wijze.

2. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad waarbinnen dit lid zitting heeft

verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op

de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de desbetreffende raad aangegeven wijze.

3. Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad waarbinnen dit lid zitting heeft uit het

algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid niet meer het vertrouwen van de raad bezit.

Hoofdstuk 7 Het personeel Artikel 18 Personeel

Op het personeel is van toepassing de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (cao

SGO). Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van arbeidsvoorwaarden die buiten de kaders van de cao SGO vallen.

Hoofdstuk 8 Het beleidsplan en het jaarverslag Artikel 19

Het beleidsplan

1. Het dagelijks bestuur bereidt tenminste eenmaal per 4 jaren (gelijklopend met de

zittingsperiode van de gemeenteraad) vóór 1 november een meerjarenbeleidsplan voor en legt dit ter goedkeuring en vaststelling voor aan de raden van de deelnemers . In het beleidsplan staat welk beleid voor de deelnemers wordt uitgevoerd.

2. Het dagelijks bestuur stelt op basis van het meerjarenbeleidsplan jaarlijks het bedrijfsplan voor de dienst op.

3. Als de raad van een deelnemer ten aanzien van een bepaald onderwerp een eigen beleid

wenst uit te voeren, dat afwijkt van het gemeenschappelijk beleid, wordt ook het

afwijkende beleidsstandpunt van deze deelnemer in het bedrijfsplan opgenomen en door

de dienst uitgevoerd. Voor de financiële gevolgen hiervan is artikel 22, lid 3, onder b, van toepassing.

4. Op basis van het meerjarenbeleidsplan wordt jaarlijks een programmabegroting opgesteld,

waarin de activiteiten voor elk jaar worden aangegeven met de vermelding van de daarvoor benodigde financiële en personele middelen.

5. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een jaarverslag op. Het jaarverslag wordt door het

algemeen bestuur vastgesteld en samen met de jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten ter kennisname aangeboden.

Hoofdstuk 9 Financiële bepalingen Artikel 20

Financieel en administratief beheer

1. Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast voor het financiële en administratieve beheer

van de dienst. Het bepaalde in artikel 212 en 213 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

2. De door de deelnemer aan de dienst verstrekte budgetten in het kader van de uitvoering

van de Participatiewet (inkomensdeel en werkdeel) en andere fondsen en doeluitkeringen, die door het rijk aan de deelnemers zijn verstrekt, bedoeld voor de uitvoering van de in artikel 6 en 10 bedoelde taken, worden door de dienst beheerd.

Artikel 21

Begrotingsprocedure

1. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 1 april een, op basis van het in artikel 19

genoemde meerjarenbeleidsplan opgestelde, ontwerpbegroting van de dienst voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een toelichting, aan de raden van de deelnemers.

2. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers voor een ieder ter inzage

gelegd en is tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar. Het bepaalde in artikel 190 leden 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3. De raden van de deelnemers kunnen binnen 8 weken na toezending van de

ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun zienswijze laten blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

4. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen.

5. Terstond na de vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting ter kennisname aan de raden van de deelnemers.

6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen 2 weken na vaststelling daarvan, doch uiterlijk voor 15 juli, aan Gedeputeerde Staten.

7. De in dit artikel genoemde procedure, met uitzondering van de daarin genoemde data, is van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 22

Bijdragen van de deelnemers

1. In de begroting staat welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de aan de dienst opgedragen taken. De vergoeding voor geleverde diensten van de deelnemers aan de dienst, die in mindering kan worden gebracht op de verschuldigde bijdrage, wordt separaat zichtbaar gemaakt in de begroting.

2. De bijdrage per deelnemer

in de begroting bestaat uit directe en indirecte aan de

deelnemers toe te rekenen kosten.

3. De direct aan een deelnemer toe te rekenen kosten betreffen de kosten, die rechtstreeks ten behoeve van deze deelnemer zijn gemaakt. Dit betreft:

a. programmakosten waaronder wordt verstaan alle kosten die direct voortvloeien uit de

toepassing van beleid en regelgeving in de uitvoering van de in artikel 6 en 10, lid 1 onder a en b genoemde taken onder aftrek van de daarvoor ontvangen ontvangsten.

b. alle extra kosten van de dienst, die worden veroorzaakt door gemeentelijk beleid als bedoeld in artikel 19 lid 3, dat afwijkt van het algemene beleid.

4. De indirect aan een deelnemer

toe te rekenen kosten betreffen de kosten, die niet

rechtstreeks ten behoeve van deze deelnemer zijn gemaakt, en die derhalve slechts via een verdeelsleutel zijn toe te rekenen aan de betreffende deelnemer . Dit betreft: a. apparaatskosten waaronder salarislasten, overige personele lasten, etc. b. beheerskosten, waaronder organisatielasten, huisvestingslasten, etc.

5. De toe te passen verdeelsleutel zal jaarlijks worden opgenomen in de ontwerpbegroting.

6. Een eventuele tussentijdse onder- of overschrijding van de begroting op de in lid 3 en 4

genoemde kosten, wordt door de dienst op overeenkomstige wijze als bedoeld in lid 5 van dit artikel verrekend met de deelnemer .

7. Direct na ontvangst door de deelnemers van de betalingen van het rijk voor de kosten zoals bedoeld in lid 3 en 4 worden de budgetten door de gemeente aan de dienst overgemaakt.

8. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur.

9. Over wijzigingen met betrekking tot de wijze waarop verrekening met de deelnemers plaatsvindt, beslist het algemeen bestuur.

Artikel 23

Voortgangsrapportages

1. Het dagelijks bestuur legt tweemaal per jaar middels een bestuursrapportage

verantwoording af aan het algemeen bestuur over de voortgang en de eindprognose van de in de programmabegroting opgenomen beleidsdoelstellingen, de uitputting van de

middels de programmabegroting ter beschikking gestelde budgetten en de overige afspraken, zoals die zijn vastgelegd in het in de artikelen 14 en 19, lid 2, genoemde bedrijfsplan.

2. Het dagelijks bestuur zendt deze bestuursrapportage zo snel mogelijk na vaststelling aan het algemeen bestuur, onder gelijktijdige toezending aan de raden van de deelnemers .

3. De raden van de deelnemers kunnen binnen 8 weken nadat de bestuursrapportage hen is toegezonden daartegen schriftelijk bij het algemeen bestuur bezwaar indienen.

Artikel 24

De jaarrekening

1. Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar met alle

bijbehorende bescheiden jaarlijks voor 1 april ter voorlopige vaststelling aan het algemeen

bestuur aan, onder gelijktijdige toezending aan de raden van de deelnemers . De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de getrouwheid en de rechtmatigheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de

gemeentewet aangewezen deskundigen en van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn 2.

verantwoordingstaak verder dienstig acht. In

de

rekening

wordt

voor

elk

van

de

deelnemers

overeenkomstig

de

toerekeningsmethodiek zoals verwoord in artikel 22, leden 5 en 6, het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende deelnemer komt. De vergoeding voor diensten die de deelnemer aan de dienst heeft geleverd wordt hierbij separaat zichtbaar gemaakt.

3. Na afloop van elk kalenderjaar en uiterlijk 4 weken na de vaststelling van de jaarrekening van de dienst vindt tussen de dienst en de deelnemers een definitieve afrekening plaats overeenkomstig de in artikel 22 vastgelegde afspraken.

4. De raden van de deelnemers kunnen binnen 8 weken nadat de rekening overeenkomstig lid 1 van dit artikel is toegezonden, daartegen bij het algemeen bestuur bezwaar indienen.

5. Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en stelt haar vast uiterlijk op 1 juli van het

jaar volgend op het jaar, waarop de rekening betrekking heeft. Het algemeen bestuur doet de raden van de deelnemers mededeling van de vaststelling.

6. Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

7. De rekening wordt binnen 2 weken na de afrekening, doch uiterlijk voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft aan Gedeputeerde Staten verzonden.

Artikel 25

Liquiditeit

De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de dienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Artikel 26

Medewerking gemeenten

1. De deelnemers verlenen hun medewerking aan de uitvoering van de besluiten die het bestuur van de dienst neemt binnen de aan het bestuur toegekende bevoegdheden.

2. Als de deelnemer , naar het oordeel van het bestuur de in lid 1 van dit artikel bedoelde medewerking niet of in onvoldoende mate verleent, kan het bestuur namens of ten laste van de deelnemer een besluit uitvoeren of laten uitvoeren.

Alvorens daartoe over te gaan stelt het bestuur de betrokken deelnemer daarvan in kennis.

Hoofdstuk 10 Het archief en privacy Artikel 27

Archief

1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming

van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld.

2. Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het samenwerkingsverband gedelegeerde taken.

3. De zorg voor de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemers of andere overheidsorganisaties gemandateerde bevoegdheden berust bij deze overheden.

4. Bij

opheffing

van

de

gemeenschappelijke

regeling

wordt

ten

aanzien

van

de

archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.

5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, lid 1 en artikel 13 van de Archiefwet 1995

over

te

brengen

archiefbescheiden

van

de

in

deze

regeling

genoemde

bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Brunssum.

6. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

7. De door het dagelijks bestuur aangewezen archivaris is belast met het toezicht op het

beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

8. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van een

door een overheidsorganisatie gemandateerde bevoegdheid is belast de archivaris van de desbetreffende overheidsorganisatie.

Artikel 27a

Privacy en informatiebeveiliging

1. De dienst wordt voor de uitvoering van de overgedragen taken en bevoegdheden

aangemerkt als zelfstandig verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 onder 7 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG).

2. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor het toezicht op een correcte naleving van de AVG en rapporteert desgewenst daarover aan de gemeentebesturen.

3. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor het implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

4. De bepalingen van de Suwinet-wetgeving en het meest actuele Suwinet-normenkader voor afnemers zijn onverkort van toepassing op de dienst.

5. De dienst verstrekt in het kader van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) een jaarlijkse verantwoording, over het gebruik, beheer en de beveiliging van Suwinet, aan de besturen van de deelnemers. De jaarlijkse verantwoording geschiedt aan de hand van een TPM-verklaring die door een onafhankelijke auditor is goedgekeurd. Het bestuur van de deelnemers wordt uiterlijk op 31 januari van het volgende kalenderjaar op

de hoogte gebracht van de verantwoording over het voorgaande kalenderjaar. De

deelnemer heeft de jaarlijkse verantwoording nodig om zich zowel horizontaal (aan de gemeenteraad) als verticaal (aan het Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) te kunnen verantwoorden over het gebruik van Suwinet.

Hoofdstuk 11 Toetreding, wijziging en opheffing Artikel 28

Toetreding

1. De raad en het College van burgemeester en wethouders van een nieuwe gemeente, die wenst toe te treden, richt het verzoek ter zake aan het algemeen bestuur.

2. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in lid 1 binnen 12 weken door aan de besturen van de deelnemers onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.

3. Toetreding vindt plaats indien de raden en de Colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers daarmee instemmen.

Artikel 29

Wijziging

De regeling wordt gewijzigd door een eensluidend besluit van de raden en de Colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers.

Artikel 30

Opheffing en liquidatie

1. De regeling wordt op verzoek van de raad en het college van een deelnemer opgeheven.

2. In geval van opheffing van de regeling en daardoor uiteindelijk de ontbinding van het

openbaar lichaam ISD BOL wordt door het algemeen bestuur, de raden en de colleges van

burgemeester en wethouders gehoord hebbende, een liquidatieplan vastgesteld. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de

deelnemers om alle rechten en

verplichtingen van de dienst te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

4. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 5. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het archief. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

7. De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid.

Artikel 31

Bekendmaking en inwerkingtreden toetreding, wijziging en opheffing

1. De deelnemers maken de besluiten tot het wijzigen of opheffen van de regeling in hun

eigen gemeenten bekend op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 Algemene wet

bestuursrecht. De gemeente die toetreedt tot de regeling maakt het besluit tot toetreding in de eigen gemeente bekend op de wijze zoals in bedoeld in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.

2. Het bestuur van de gemeente , waar de dienst is gevestigd maakt de besluiten tot wijziging,

opheffing, alsmede besluiten tot toetreding tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend

door kennisgeving van de inhoud daarvan in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.

3. Een besluit tot toetreding, wijziging of opheffing treedt niet eerder in werking dan nadat het door alle gemeenten op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Hoofdstuk 12 Slotbepalingen Artikel 32

Duur van de regeling

Artikel 33

Titel

De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.

Deze regeling kan worden aangehaald als gemeenschappelijke regeling van ISD BOL.

Aldus besloten door:

De raad van de gemeente Brunssum, in zijn openbare vergadering van ………….

Griffier

Voorzitter

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum, in zijn vergadering van …………………………….

Voorzitter

Secretaris

De raad van de gemeente Landgraaf, in zijn openbare vergadering van …………………

Griffier

Voorzitter

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf, in zijn vergadering van …………………….

Voorzitter

Secretaris

1 Raadsvoorstel 10 (bijlage) Integrale versie GR ISDBOL 191121doorhaalversie.docx

Gemeenschappelijke regeling van ISD BOL Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Deze regeling verstaat onder:

a. ISD BOL: het openbaar lichaam Intergemeentelijke Sociale Dienst Brunssum, Onderbanken en Landgraaf, als bedoeld in artikel 3, verder te noemen: de dienst;

b. gemeente(n) deelnemer(s): de bij de regeling aangesloten gemeenten Brunssum, Onderbanken en Landgraaf;

c. gemeentebesturen: de raden en de colleges van burgemeester en wethouders, ieder voor zover zij bevoegd zijn;

d. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Artikel 2

Belang

De regeling behartigt door het op bedrijfsmatige wijze uitvoeren van taken op terreinen van het sociaal domein, de belangen van de gemeenten deelnemers op genoemde terreinen. De dienst neemt daarbij de door de deelnemers geformuleerde visie en missie in acht. Deze taken worden De overheveling van taken en bevoegdheden van het college wordt nader bepaald in artikel 6 en artikel 10 van deze regeling.

Artikel 3

Openbaar lichaam

1. Er is een openbaar lichaam: ISD BOL. Het openbaar lichaam is gevestigd te Brunssum.

2. Het rechtsgebied van de dienst omvat het grondgebied van de deelnemers. deelnemende gemeenten Brunssum, Onderbanken en Landgraaf. Artikel 4

Bestuursorganen

De dienst kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Hoofdstuk 2 Het algemeen bestuur Artikel 5

Samenstelling van het algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur is samengesteld als volgt:

van iedere gemeente deelnemer: het collegelid dat belast is met de portefeuille sociale zaken plus twee door de gemeenteraad uit diens midden aan te wijzen leden.

2. De raden van de gemeenten deelnemers beslissen in de eerste vergadering van elke

zittingsperiode over de aanwijzing van de leden en twee plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur.

3. De conform lid 2 van dit artikel aangewezen leden van het algemeen bestuur hebben,

onverminderd het bepaalde in artikel 17 lid 3, zitting gedurende de zittingsduur van de gemeenteraad.

4. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuwe leden door de nieuwe

raden

van

de

gemeenten

deelnemers

zijn

aangewezen.

De

leden-

portefeuillehouders blijven lid van het bestuur tot het moment waarop in hun opvolging is voorzien.

5. Het lid dat ophoudt lid van de raad te zijn, respectievelijk het bestuurslid dat niet langer

portefeuillehouder sociale zaken is, houdt daarmee tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur.

6. Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur

wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens of wier plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

7. De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de raad die hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte.

Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.

8. De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt in de eerstkomende vergadering plaats van de raad die het aangaat.

Artikel 6

Taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur

1. Ter vervulling van het doel van de dienst in artikel 2 genoemde belang heeft het algemeen bestuur de taak om het beleid te ontwikkelen en voor te bereiden op strategisch, tactisch en operationeel niveau.

2. Aan het algemeen bestuur worden alle bevoegdheden overgedragen, die nodig zijn voor de vervulling van de taak als bedoeld in het eerste lid 1 van dit artikel met uitzondering van de bevoegdheden, die bij wet of in deze regeling aan een ander bestuursorgaan zijn toebedeeld.

3. Het vaststellen van verordeningen en van beleid blijft de bevoegdheid van de afzonderlijke gemeenteraden.

4. Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,

vennootschappen,

verenigingen,

coöperaties

en

onderlinge

waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

5. Het besluit bedoeld in het vierde lid 4 van dit artikel wordt niet genomen dan nadat de

raden van de deelnemende gemeenten deelnemers een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

Artikel 7

De werkwijze van het algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.

Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken geldt de procedure zoals beschreven in artikel 32 lid 4 van de Gemeentewet.

2. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste

twee leden van het algemeen bestuur zulks verzoeken (onder schriftelijke opgave van de redenen). In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken plaats.

3. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.

4. Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen- met uitzondering van de stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd,- worden tegelijkertijd met de

oproep en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. (Art 19 Gemeentewet en art 22 Wet gemeenschappelijke regelingen).

5. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

6. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde deel van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

7. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

8. Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing de bepalingen in artikel 20

(quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht),

artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming),

artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (totstandkoming besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het bestuur). Artikel 8

Besloten vergadering

Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur over

de geheimhouding van de inhoud van stukken is het bepaalde in art. 23 lid 1 tot en met 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing. In een besloten vergadering van het

algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het beleidsplan, de begroting (wijziging), de jaarrekening en het liquidatieplan.

Hoofdstuk 3 Het dagelijks bestuur Artikel 9

Samenstelling van het dagelijks bestuur

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en één twee of meer andere leden ander lid, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen., met dien verstande, dat de leden van het dagelijks bestuur niet de meerderheid van het algemeen bestuur mogen uitmaken. De

aldus aangewezen leden van het dagelijks bestuur mogen niet allen afkomstig zijn uit dezelfde gemeente.

2. De leden van het dagelijks bestuur oefenen hun functie uit met ingang van de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling.

3. De leden van het dagelijks bestuur treden, onverminderd het bepaalde in artikel 15 derde

lid 3, af op de dag van aftreden van het algemeen bestuur. Ze houden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.

4. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen, die

openvallen, vindt plaats binnen 2 maanden of indien dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk daarna.

5. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.

Artikel 10

Taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur

1. De taken van het dagelijks bestuur zijn:

a. de uitvoering van de Participatiewet inclusief de invoeringswet, de uitvoering van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en

de

Wet

Inkomensvoorziening

oudere

en

gedeeltelijk

arbeidsongeschikte

zelfstandigen (IOAZ), de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en bij deze wetten behorende algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen.

b. de uitvoering van andere door een of meer deelnemersnde gemeenten aan de dienst opgedragen taken binnen het sociaal domein.

c. het verlenen van diensten binnen het sociaal domein aan gemeenten buiten het onder

artikel 3 lid 2 genoemde rechtsgebied dan wel aan andere organisaties dan gemeenten ongeacht hun plaats van vestiging, met dien verstande dat het algemeen bestuur hiermee dient in te stemmen. De diensten worden verleend tegen een vooraf overeengekomen prijs. Verschuldigde BTW wordt apart in rekening gebracht.

2. Aan het dagelijks bestuur van de dienst worden bij deze regeling alle bevoegdheden overgedragen, die nodig zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid 1 onder a van dit artikel genoemde taken.

3. De vaststelling van nadere regels op grond van de verordeningen dan wel op grond van het minimabeleid is de bevoegdheid van de afzonderlijke Colleges, tenzij deze bevoegdheid is gedelegeerd aan het dagelijks bestuur.

4. Voorts heeft het dagelijks bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 33 b van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de volgende taken en bevoegdheden:

a. het vertegenwoordigen van de dienst binnen regionaal bestuurlijk overleg.

b. het behartigen van de belangen van de dienst bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen, waarmee contact voor de dienst van belang is.

c. het houden van toezicht op het functioneren van de dienst. Artikel 11

Werkwijze

1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het

dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van redenen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen.

2. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan h Het dagelijks bestuur kan zijn

werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur.

3. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur ter kennisneming wordt overgelegd.

Artikel 12

kaders

1. De uitvoering van de opgedragen in artikel 10, lid 1 onder a en b genoemde taken is gebonden aan het door de gemeenten deelnemers ingevolge artikel 19 vastgestelde beleidsplan.

2. Deze taken worden zoveel mogelijk uitgevoerd in samenwerking met ketenpartners en (overige) organisaties op het gebied van werk, scholing, zorg en inkomen.

Hoofdstuk 4 De voorzitter en de vicevoorzitter Artikel 13

Aanwijzing, taak en vervanging

1. De voorzitter en de vicevoorzitter worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen.

2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de vicevoorzitter.

3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

4. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

5. De voorzitter vertegenwoordigt de dienst in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde.

Hoofdstuk 5 De directeur Artikel 14

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

1. De bestuursorganen worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt.

2. De directeur wordt aangenomen, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.

3. Het dagelijks bestuur wijst een plaatsvervanger voor de directeur aan, die de directeur in geval van verhindering of ontstentenis vervangt.

4. De directeur fungeert in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur als secretaris.

5. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan.

6. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de dienst.

7. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur.

8. Het dagelijks bestuur komt jaarlijks met de directeur een bedrijfsplan overeen, waarin de door de dienst te leveren prestaties zijn vastgelegd.

9. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur.

Hoofdstuk 6 Informatie, verantwoording en ontslag Artikel 15

Intern

1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

2. Zij geven tezamen, dan wel afzonderlijk, gevraagd of ongevraagd, aan het algemeen

bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

3. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit.

4. De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 16

Extern door het algemeen en dagelijks bestuur

Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de gemeenten gevraagd en

ongevraagd alle informatie, die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is. Artikel 17

Extern door individuele leden van het algemeen bestuur.

1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad, waarbinnen dit lid zitting heeft, alle inlichtingen die door de raad of door een of meer leden van de raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de desbetreffende raad aangegeven wijze.

2. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad waarbinnen dit lid zitting heeft

verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op

de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de desbetreffende raad aangegeven wijze.

3. Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad waarbinnen dit lid zitting heeft uit het

algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid niet meer het vertrouwen van de raad bezit.

Hoofdstuk 7 Het personeel Artikel 18 Personeel

Op het personeel is van toepassing de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (cao

SGO). Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van arbeidsvoorwaarden die buiten de kaders van de cao SGO vallen.

Hoofdstuk 8 Het beleidsplan en het jaarverslag Artikel 19

Het beleidsplan

1. Het dagelijks bestuur bereidt tenminste eenmaal per 4 jaren (gelijklopend met de

zittingsperiode van de gemeenteraad) vóór 1 november een meerjarenbeleidsplan voor en legt dit ter goedkeuring en vaststelling voor aan de raden van de deelnemers nde gemeenten. In het beleidsplan staat welk beleid voor de gemeenten deelnemers wordt uitgevoerd.

2. Het dagelijks bestuur stelt op basis van het meerjarenbeleidsplan jaarlijks het bedrijfsplan voor de dienst op.

3. Als de raad van een deelnemer gemeente ten aanzien van een bepaald onderwerp een eigen beleid wenst uit te voeren, dat afwijkt van het gemeenschappelijk beleid, wordt ook het

afwijkende beleidsstandpunt van deze deelnemer gemeente in het bedrijfsplan opgenomen en door de dienst uitgevoerd. Voor de financiële gevolgen hiervan is artikel 22, lid 3, onder 2 b, van toepassing.

4. Op basis van het meerjarenbeleidsplan wordt jaarlijks een programmabegroting opgesteld,

waarin de activiteiten voor elk jaar worden aangegeven met de vermelding van de daarvoor benodigde financiële en personele middelen.

5. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een jaarverslag op. Het jaarverslag wordt door het

algemeen bestuur vastgesteld en samen met de jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten ter kennisname aangeboden.

Hoofdstuk 9 Financiële bepalingen Artikel 20

Financieel en administratief beheer

1. Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast voor het financiële en administratieve beheer

van de dienst. Het bepaalde in artikel 212 en 213 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

2. De door de deelnemer gemeente aan de dienst verstrekte budgetten in het kader van de

uitvoering van onderdelen van de Participatiewet (inkomensdeel en werkdeel) en andere fondsen en doeluitkeringen, die door het rijk aan de gemeenten deelnemers zijn verstrekt,

bedoeld voor de uitvoering van de in artikel 6 en 10 bedoelde taken, worden door de dienst beheerd.

Artikel 21

Begrotingsprocedure

1. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 1 april een, op basis van het in artikel 19

genoemde meerjarenbeleidsplan opgestelde, ontwerpbegroting van de dienst voor het

komende kalenderjaar, vergezeld van een toelichting, aan de raden van de deelnemers gemeenten.

2. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers nde gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en is tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar. Het bepaalde in artikel 190 lid leden 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3. De raden van de deelnemers nde gemeenten kunnen binnen 8 weken na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun zienswijze laten blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

4. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen.

5. Terstond na de vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting ter kennisname aan de raden van de deelnemers gemeenten.

6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen 2 weken na vaststelling daarvan, doch uiterlijk voor 15 juli, aan Gedeputeerde Staten.

7. De in dit artikel genoemde procedure, met uitzondering van de daarin genoemde data, is van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 22

Bijdragen van de deelnemers gemeenten

1. In de begroting staat welke bijdrage elke deelnemer gemeente verschuldigd is voor de

uitvoering van de aan de dienst opgedragen taken. De vergoeding voor geleverde diensten van de deelnemers gemeenten aan de dienst, die in mindering kan worden gebracht op de verschuldigde bijdrage, wordt separaat zichtbaar gemaakt in de begroting.

2. De bijdrage per deelnemer gemeente in de begroting bestaat uit directe en indirecte aan de deelnemers gemeenten toe te rekenen kosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=692b2b5a-652a-49e8-9f17-61152a638294