CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

190703 AB agendapunt 08b.2 bijlagen bij notitie een jeugdgezondheidszorg in Zuid Limburg.pdf

Commissie Burgerzaken 1 juni 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Aanvullende informatie GGD nav commissie 1-6-202119.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen notitie één Jeugdgezondheidszorg in Zuid-Limburg t.b.v. AB 3 juli 2019 1. Samenstelling stuurgroep één JGZ 2. Samenstelling ambtelijke werkgroepen 3. Overzicht bestuurlijke besluitvorming 4. Organisatievormen JGZ 5. Brief JGZ-organisaties over organisatievorm 6. Advies Capra één JGZ (organisatievorm) 7. Ambtelijk advies organisatievorm 8. Juridisch advies overgang van onderneming 9. Opdracht aan één JGZ 10. Indicatoren verantwoording 11. Routekaart 2019 12. Juridisch advies cao één JGZ 13. Overzicht bijdrage 2018 per gemeente 14. Overzicht locaties 15. Projectbegroting 16. Juridisch advies besluitvorming één JGZ 17. Raadsinformatiebrief juni 2019 18. Routekaart vanaf 2020 19. Overzicht financiële componenten één JGZ 20. Samenvatting ambtelijk informatiebijeenkomst één JGZ

Bijlage 1 - Leden Bestuurlijke Stuurgroep 1 JGZ

Gemeente

Naam

Gemeente Maastricht Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Heerlen Gemeente Vaals gemeente Landgraaf gemeente Beekdaelen gemeente Vaals GGD ZL

Wethouder Mara de Graaf (voorzitter) Wethouder Leon Geilen Wethouder Jordy Clemens Wethouder Paul de Graauw Wethouder Alex Schiffelers Wethouder John Essers Marjolein Wassenberg (vz ambt. werkgroep) Directie

Bijlage 2 - Samenstelling Ambtelijke werkgroepen 1 JGZ

Leden werkgroep 1 JGZ Gemeente

Naam

Gemeente Vaals Gemeente Beekdaelen Gemeente Brunssum Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Heerlen Gemeente Maastricht Gemeente Sittard-Geleen GGD ZL Directie 1 JGZ i.o.

Marjolein Wassenberg (voorzitter) Jacqueline van der Zwaard Simone Kerkhove Susanne Martens Ralf Bongaerts Gerdie Haasen Hilda Mertens Petra Lamberts Vivian Haine en Lidy van der Goot

Leden werkgroep monitoring 1 JGZ Organisatie

Naam

GGD ZL GGD ZL Envida MeanderGroep Zuyderland GGD ZL Gemeente Heerlen / Parkstad Gemeente Meerssen Gemeente Gulpen-Wittem

Lea Janssen (voorzitter) Marjon Hulst Vivian Haine Xandra Meessen Silvia Moonen Helen de Lange Bea Zeelen Pauline Evers Daphne Smeets

Bijlage 3 –

Bestuursbesluiten m.b.t. 1 JGZ Historie vanaf 2012 Stuurgroep integrale JGZ 14.09.2012 (stuurgroep werkzaam voor 18 gemeenten) BMC heeft in opdracht van de Zuid-Limburgse gemeenten een verkenning uitgevoerd naar de integrale JGZ in Zuid-Limburg. Op basis van de resultaten van de verkenning is de stuurgroep integrale JGZ van mening dat het wenselijk is om te komen tot één beleid en één sturing voor de JGZ in Zuid-Limburg. Eén beleid voor JGZ in Zuid-Limburg heeft diverse winstmogelijkheden voor ouder, kind, de keten en de gemeentelijke organisatie. Naast een inhoudelijke meerwaarde kan een centraal beleid wellicht ook kostenbesparend zijn. De stuurgroep gaat op dit moment uit van een beleidsmatige en financiële eenheid, waarbij de inhoud centraal staat.

AB 4 juli 2016 De portefeuillehouders erkennen dat de gemeentelijke regie / sturing, evenals in het rapport van BMC uit 2012, het belangrijkste aandachtspunt is en dat hierin een duidelijke opgave aan de gemeenten wordt gesteld. Gemeenten willen deze opgave actief oppakken en volgen voor de korte termijn het advies van Advante om aan de slag te gaan met scenario 1 (=optimaliseren opdrachtgeverschap). Een keuze voor de (middel)lange termijn willen de gemeenten pas maken nadat het opdrachtgeverschap is geoptimaliseerd. Een afvaardiging van de Zuid-Limburgse bestuurders zal zich buigen over de vraag wat de beste manier / vorm is om invulling te geven aan deze opgave en een voorstel doen voor het vervolgproces. Uitgangspunt hierbij is dat de sturing op Zuid-Limburgse schaal gestalte krijgt. Zoals door Advante geadviseerd, richt het vervolgproces zich zowel op de optimalisatie van het opdrachtgeverschap als op de rol van de JGZ binnen het sociaal domein.   

Jeugdgezondheidzorg is belangrijk en heeft een sleutelpositie in het sociaal domein heeft. Preventie en vroegsignalering zijn kernelementen zijn van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). De sturing van de JGZ 0-4 jaar krijgt niet de aandacht die het verdient. De gemeenten hebben een taak om op effectieve en efficiënte wijze invulling te geven aan het regievraagstuk en hieraan actief invulling willen geven. Versnippering van regie moet vermeden worden. Uitgangspunt blijft de inhoud van de zorg.

Directie- en bestuursbureau GGD Zuid Limburg, Postbus 33, 6400 AA Heerlen T 088–880 50 00 | F 088–880 50 01 | info@ggdzl.nl | www.ggdzl.nl

 

JGZ qua sturing niet wordt ondergebracht bij jeugdzorg, maar een volwaardige eigen aansturing krijgt. De gemeenten voor de korte termijn uitgaan van scenario 1, optimaliseren opdrachtgeverschap. Een keuze voor de (middel)lange termijn willen de gemeenten pas maken nadat het opdrachtgeverschap is geoptimaliseerd.

De portefeuillehouders spreken de ambitie uit om met spoed aan de slag te gaan met het regievraagstuk. Focus hierbij ligt op de doorontwikkeling van het opdrachtgeverschap aan de JGZ organisaties, met focus op de JGZ 0-4.

AB 25 januari 2018 De directies van de 4 JGZ-organisaties hebben tijdens een intensief traject een document opgesteld dat een ontwikkeltraject schetst om te komen tot één organisatievorm voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg in Zuid-Limburg. 

 

Het Algemeen Bestuur heeft de notitie één JGZ in Zuid Limburg vastgesteld en heeft ingestemd met het voorgestelde ontwikkeltraject inclusief de aanstelling van een kwartiermaker. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven aan de 4 JGZ organisaties om te starten met het ontwikkeltraject. De resultaten van fase 1 worden geagendeerd voor de vergadering van het Algemeen Bestuur op 5 juli 2018.

DB 19 Maart 2018 

Het Dagelijks Bestuur heeft kennis genomen van de stand van zaken ontwikkeltraject één JGZ Zuid Limburg.

DB 18 juni 2018  

Het Dagelijks Bestuur heeft kennis genomen van het ontwikkeltraject één JGZ Zuid-Limburg tot nu toe en de afronding van de eerste fase. Het Dagelijks Bestuur heeft de opdracht voor één JGZ Zuid-Limburg herbevestigd en heeft ingestemd met het plan van aanpak met daarin de voorgestelde richting voor uitvoerring van de JGZ in Zuid-Limburg (tweede fase van het traject). De 4 JGZ-organisaties hebben de opdracht gekregen de noodzakelijke onderzoeken te doen c.q. voorbereidingen te treffen ter voorbereiding op één budget JGZ Zuid-Limburg. Het Dagelijks Bestuur heeft de intentie uitgesproken te komen tot collectieve

2

afspraken namens de 18 gemeenten vanaf 1 juli 2018. Het Dagelijks Bestuur heeft kennis genomen van de ontwikkelkosten voor het ontwikkeltraject. Hierover zijn afspraken gemaakt t.b.v. de vergadering van het AB van 5 juli a.s.

AB 5 juli 2018  

 

Het Algemeen Bestuur heeft kennis genomen van het ontwikkeltraject één JGZ ZuidLimburg tot nu toe en de afronding van de eerste fase. Het Algemeen Bestuur heeft de opdracht aan één JGZ Zuid-Limburg herbevestigd en ingestemd met het plan van aanpak met daarin de voorgestelde richting voor uitvoering van de JGZ in Zuid-Limburg (tweede fase van het traject). Het Algemeen Bestuur heeft de 4 JGZ organisaties de opdracht gegeven de noodzakelijke onderzoeken te doen / voorbereidingen te treffen ter voorbereiding op één budget JGZ Zuid-Limburg. Het Algemeen Bestuur heeft de intentie uitgesproken om te komen tot collectieve afspraken namens de 18 gemeenten vanaf juli 2018. De ontwikkelkosten / transitiekosten worden nader in beeld brengen en in nauwe samenspraak met gemeenten wordt uitgezocht welke financiering en/of dekkingsmogelijkheden aangewend kunnen worden. Het bestuurlijk opdrachtgeverschap wordt verder uitgewerkt.

DB 10 september 2018  

Het Dagelijks bestuur opteert voor een opdrachtgeverschap in nabijheid: waarbij naast sturing als regisseur ook sturing op uitvoering gewenst is Het Dagelijks Bestuur spreekt een duidelijke voorkeur uit voor een organisatievorm in de lijn van inbesteding, waarbij de JGZ door een gemeentelijke organisatie wordt uitgevoerd en onderdeel wordt van de gemeenschappelijke regeling GGD. Het Dagelijks Bestuur geeft opdracht om een ambtelijke werkgroep monitoring JGZ in te richten. Aan de werkgroep monitoring wordt opdracht geven om een monitoringsen sturingsplan 2019 JGZ op te stellen.

AB 28 september 2018 

Het Algemeen Bestuur heeft opiniërend gesproken over opdrachtgeverschap en organisatievorm waarbij ook aandacht is gevraagd voor de mogelijke financiële implicaties van keuzes. De elementen uit de discussie van de vergadering van vandaag worden door het Dagelijks Bestuur meegenomen. In november wordt dit onderwerp opnieuw geagendeerd voor het AB.

3

DB themavergadering 1 oktober 2018  

Het Dagelijks Bestuur herbevestigt haar inhoudelijke besluit om te komen tot 1 organisatie voor JGZ in Zuid-Limburg. Het Dagelijks Bestuur herbevestigt haar besluit dat zij opteert voor een organisatievorm in de lijn van inbesteding.

DB 12 november 2018  

  

De memo op zoek naar de meest geschikte organisatievorm voor JGZ is aangehouden en wordt niet doorgeleid naar het Algemeen Bestuur. De brief van de JGZ aanbieders t.a.v. de voorwaarden voor de nieuwe JGZ organisatie en de bijpassende organisatievorm wordt doorgeleid naar de bestuurlijke stuurgroep JGZ. Op basis van de al genomen besluiten een voorstel uitwerken, dat zodra alle aspecten (financieel, opdrachtgeverschap gemeenten etc. ) in kaart zijn gebracht ter besluitvorming aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd.

Het Dagelijks Bestuur heeft kennis genomen van het voorstel om een bestuurlijke stuurgroep JGZ in te richten. Het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld deze stuurgroep in te richten en mandaat voor de bemensing van de stuurgroep bij het Dagelijks Bestuur te leggen. Onder voorbehoud van instemming door het AB op 28 november 2018 heeft het Dagelijks Bestuur als lid van de bestuurlijke stuurgroep JGZ benoemd: o Mevrouw M. de Graaf (Maastricht) o De heer J. Clemens (Heerlen) o De heer E. Slangen (Nuth) o De heer L. Geilen (Sittard-Geleen) o De heer P. de Graauw (Vaals)

AB 28 november 2018    

Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met het inrichten van een bestuurlijke stuurgroep één JGZ Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met de opdracht voor de bestuurlijke stuurgroep één JGZ Het mandaat voor de bemensing van de stuurgroep wordt bij het Dagelijks Bestuur neer gelegd. Het Dagelijks Bestuur wordt gevraagd te benoemen als lid van de bestuurlijke stuurgroep JGZ: o Mevrouw M. de Graaf, gemeente Maastricht (voorzitter) o De heer J. Clemens, gemeente Heerlen o De heer E. Slangen, gemeente Nuth o De heer L. Geilen, gemeente Sittard-Geleen 4

o

De heer P. de Graauw, gemeente Vaals

Bestuurlijke Stuurgroep 1 JGZ 13 december 2018  

 

De stuurgroep heeft kennisgenomen van de opdracht voor deze stuurgroep De stuurgroep heeft kennisgenomen van de samenstelling van stuurgroep en werkgroep. De stuurgroep geeft er de voorkeur aan om de directie één JGZ i.o. voor dit overleg uit te nodigen. De stuurgroep heeft de invulling van de uit te voeren opdracht verkend De stuurgroep vraagt van de werkgroep om de focus te leggen op de inhoud en de inhoudelijke opdracht voor één JGZ.

 

De stuurgroep heeft kennisgenomen van de brief van de JGZ organisaties Het overleg tussen deze stuurgroep en de bestuurders van de 4 JGZ organisaties is gepland.

De concept raadsinformatiebrief wordt toegestuurd aan de colleges met de vraag deze door te leiden naar de raad. De brief ter kennisname te agenderen voor het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur

Bestuurlijke Stuurgroep 1 JGZ 24 januari 2019   

De stuurgroep heeft positief geadviseerd over de voorgestelde organisatievorm. De stuurgroep treedt in gesprek met de bestuurders van de JGZ organisaties over de organisatievorm. De stuurgroep heeft de JGZ organisaties, en expliciet de GGD als innemende partij, en de werkgroep één JGZ gevraagd het vervolgtraject in te richten met als uitgangspunt inbesteding bij de GGD Zuid Limburg.

Bestuurlijke Stuurgroep 1 JGZ 14 maart 2019  

De stuurgroep heeft kennisgenomen van de routekaart één JGZ De stuurgroep heeft positief geadviseerd over de routekaart één JGZ

DB 25 maart 2019 

Het Dagelijks Bestuur heeft de heer Schiffelers benoemd als lid van de bestuurlijke stuurgroep 1 JGZ.

5

Het Dagelijks Bestuur heeft de heer Essers benoemd als lid van de bestuurlijke stuurgroep 1 JGZ.

 

Het Dagelijks Bestuur heeft de routekaart 1 JGZ vastgesteld. De routekaart wordt informatief gedeeld met het Algemeen Bestuur.

AB 8 april 2019 

Het Algemeen Bestuur heeft kennis genomen van de routekaart 1 JGZ.

Bestuurlijke Stuurgroep 1 JGZ 17 april 2019 

De stuurgroep heeft kennis genomen van het traject Due Diligence onderzoek

6

Bijlage 4 - Organisatievormen JGZ BMC1 heeft in 2009 vijf mogelijke basismodellen om de JGZ te organiseren in beeld gebracht in een handreiking voor gemeenten. Hoewel dit document inmiddels 9 jaar oud is, en door de wetswijziging in 2015 inhoudelijk deels achterhaald, zijn de meeste modellen nog steeds actueel.

Het landelijk beeld     

De JGZ is ondergebracht bij de GGD (241 gemeenten) De JGZ is ondergebracht bij een aparte zorgorganisatie (17 gemeenten) De JGZ is ondergebracht in een onafhankelijke stichting (24 gemeenten) De JGZ is in gemeentelijk beheer ondergebracht (10 gemeenten) De JGZ is deels bij de GGD, deels bij zorgorganisaties ondergebracht (96 gemeenten)

Recent heeft nog één extra regio de keuze gemaakt om de JGZ bij de GGD onder te brengen. In één regio (waar de JGZ is ondergebracht bij een zorgorganisatie) is recent een aanbestedingstraject gestart voor de dienstverlening in de komende jaren.

Twee modellen uit het rapport van BMC zijn voor Zuid-Limburg niet relevant. Het model waarin meerdere organisaties gezamenlijk uitvoeren (maar niet via één werkwijze, budget en aansturing) is gelet op de gemaakte keuze voor één JGZ niet meer aan de orde. Dit is immers de huidige situatie. Een model waarin een splitsing wordt gemaakt tussen het uniform deel en het maatwerk deel is sinds de wetswijziging in 2015 niet meer actueel. Er blijven derhalve drie modellen over die in het kader van het ontwikkeltraject één JGZ verkend kunnen worden: 1. Uitvoering door de GGD met de zorgorganisatie(s) als onderaannemer 2. Uitvoering door de GGD (0-18 jaar) 3. Uitvoering door een (nieuwe) zorgorganisatie De modellen worden hieronder toegelicht. Ad 1 uitvoering door GGD met onderaannemers In dit model krijgt de GGD van de gemeenten de opdracht om de JGZ 0-18 tot stand te brengen, waarbij de GGD voor (een deel van) de uitvoering de zorgorganisaties 0-4 contracteert. Dit model kan passend zijn als meerdere zorgorganisaties betrokken zijn bij de uitvoering van de zorg voor de doelgroep 0-4 jaar en het lastig is om de werkpraktijk te stroomlijnen. Ook is het aan de orde daar waar gemeenten behoefte hebben aan meer

1

https://www.ggdghorkennisnet.nl/?file=180&m=1309940643&action=file.download

organisatorische integratie, maar in de uitvoering door zorgorganisaties een meerwaarde zien en deze een rol willen laten behouden. In dit model wordt de aansturing van de gehele JGZ (0-18) ondergebracht bij het bestuur van de GGD. De aansturing wordt eenduidiger en de gemeenten kunnen eenvoudiger sturen op afstemming. Een aandachtspunt is dat de GGD in dit model 3 rollen heeft: adviseur, uitvoerder en opdrachtgever voor de onderaannemers. Deze rollen kunnen elkaar versterken, maar kunnen ook conflicteren. De middelen voor JGZ worden in dit model geheel ondergebracht bij één organisatie. De middelen zijn daarmee gebundeld en dat is in beginsel gunstig voor de efficiëntie. In de praktijk wordt dit model nauwelijks gebruikt. Toepasbaarheid voor Zuid-Limburg De constructie met onderaannemers past niet bij het plan van aanpak. In het ZuidLimburgse plan werken de partijen op basis van gelijkwaardigheid aan één JGZ. In een constructie met onderaannemers is deze gelijkwaardigheid niet geborgd. Bovendien is in dit model feitelijk géén sprake van één organisatie voor de JGZ. De huidige organisaties blijven bestaan; de schotten in leiderschap en werkwijze daarmee ook. Hoewel op een andere manier wordt gewerkt blijft de scheiding in de doelgroepen 0-4 en 4-18 bestaan.

Ad 2: uitvoering binnen de gemeenschappelijke regeling GGD In dit model wordt de volledige JGZ 0-18 uitgevoerd binnen de gemeenschappelijke regeling GGD. De zorg voor de 0-4 jarigen is in dit model van de zorgorganisaties overgenomen. Het personeel van de zorgorganisatie(s) verhuist mee naar de GGD. Aansturing op de JGZ wordt in dit model voor gemeenten eenduidiger, in die zin dat alle aspecten kunnen worden meegenomen in het bestuurlijk overleg van de GGD. Ook afstemming met verwante taakgebieden gezondheidsbevordering, epidemiologie en infectieziektebestrijding kan tot stand worden gebracht. Beleid en uitvoering van de JGZ liggen bij de gemeentelijke dienst, zodat de bestuurlijke verantwoordelijkheid gewaarborgd is. Omdat sprake is van één partij waarmee wordt samengewerkt, is geen sprake van extra bestuurlijke drukte. Er ontstaat bovendien één financieringsstroom die meer flexibiliteit biedt voor bestuurlijke keuzes. De nadruk ligt op de inhoud en niet op de organisatie (tenzij het invlechten van het deel 0-4 veel voeten in de aarde heeft). Toepasbaarheid voor Zuid-Limburg Dit model is toepasbaar voor één JGZ in Zuid-Limburg. Dit model is aan de orde als gemeenten kiezen voor inbesteding.

Binnen de lijn van inbesteding zijn ook andere organisatievormen mogelijk. Het oprichten van een stichting of BV (los van de GGD) waarvan de gemeenten gezamenlijk het bestuur vormen, behoort tot de mogelijkheden. Ook het aangaan van een nieuwe gemeenschappelijke regeling is mogelijk. Gelet op het feit dat de gemeenten al een (wettelijk verplichte) gemeenschappelijke regeling hebben waarin taken uit dezelfde wet (Wpg) worden uitgevoerd, heeft deze variant geen toegevoegde waarde. Het leidt uitsluitend tot extra (bestuurlijke) drukte.

In Nederland is één regio bekend waarin de JGZ door de gemeente zelf wordt uitgevoerd. Andere variaties worden op dit moment niet toegepast.

In de verdere uitwerking van dit model bestaan meerdere varianten. Zo kan de JGZ 0-4 toegevoegd worden aan de afdeling JGZ zoals de GGD die nu kent. De gemeenschappelijke regeling biedt ook de mogelijk om een programma (=divisie) JGZ te maken die qua sturing en (financiële) verantwoording gescheiden is van de overige taken van de GGD en daarmee feitelijk een eigenstandig bedrijf binnen een groter concern wordt. Ook het oprichten van een andere rechtsvorm (bijv. stichting) binnen de gemeenschappelijke regeling kan een variant zijn. De uitwerking van deze varianten kan samen met de JGZ-organisaties worden vormgegeven, maar gelet op de omvang van één JGZ en het traject om als gelijkwaardige partners te komen tot één organisatie lijkt een toevoeging van de JGZ 0-4 aan de huidige JGZ afdeling bij de GGD geen passende optie. Ad 3: uitvoering door een (nieuwe) zorgorganisatie In dit model wordt uitgegaan van de uitvoering door een (nieuwe) zorgorganisatie. De uitvoering van de JGZ wordt in dit model weggehaald bij de GGD én de huidige aanbieders van de JGZ 0-4 en neergelegd bij een nieuwe zorgorganisatie. Ook de overdracht van alle JGZ-taken naar één van de drie huidige zorgorganisaties past in dit model. In Nederland wordt dit model in twee regio’s (41 gemeenten) toegepast.

In dit model ligt de aansturing van de JGZ bij de verzamelde wethouders (jeugd?) verenigd in een portefeuillehouder overleg. Omdat er één aansturing is voor de hele JGZ wordt de aansturing eenduidiger. De formele relatie met de uitvoeringsorganisatie van de publieke gezondheid (Wpg) is losgelaten. De relatie met andere taken van de GGD wordt doorgeknipt. Als de organisatie is gevormd, is sprake van aansturing door de gemeenten via een contractrelatie. In dit model wordt de GGD, in elk geval wat de JGZ betreft, meer een beleidsafdeling dan een uitvoeringsorganisatie. Toepasbaarheid voor Zuid-Limburg Dit model is toepasbaar in Zuid-Limburg. Dit model is aan de orde als gemeenten kiezen voor uitbesteding. Een nieuwe organisatie voor de uitvoering van de JGZ is het resultaat van een proces van samenvoeging van onderdelen van de GGD en de zorgorganisaties. In dit model moet rekening gehouden worden met een aanbesteding. Hoe de organisatievorm in de praktijk zal uitzien, is mede hiervan afhankelijk. Een keuze voor dit model vraagt een aanpassing in het huidige traject. Het vraagt van gemeenten om dit te organiseren en een eventuele aanbesteding voor te bereiden. De realisatie van één JGZ per 1 januari 2020 zal als gevolg hiervan vertraagd worden.

Over de voor- en nadelen van aanbesteding is veel gezegd en geschreven. Het mag als bekend verondersteld worden dat een aanbesteding bij de start van het traject vraagt om extra inzet tijd, geld en capaciteit en dat dit proces iedere vier jaar herhaald moet worden. Tegelijkertijd kan aanbesteding meer variatie in het aanbod en vergelijkbaarheid

van producten met zich meebrengen. Dit kan leiden tot scherpe prijzen voor een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. In het kader van dit dossier is met name het door de 4 huidige JGZ-organisaties ingezette ontwikkeltraject van belang. Het Algemeen Bestuur heeft het plan van aanpak om te komen tot één JGZ in Zuid-Limburg goedgekeurd. Bij een keuze voor uitbesteding loopt dit proces vertraging op. Het huidige traject (waarvoor u opdracht heeft gegeven) moet stilgelegd worden en de gemeenten zijn aan zet om een aanbesteding voor te bereiden. De 4 organisaties gaan elkaar wellicht als concurrenten beschouwen hetgeen tot ongewenste effecten leidt in de doorontwikkeling. Bovendien kunnen bij een aanbesteding ook andere partijen inschrijven.

Samenvattend De keuze voor een organisatievorm is in beginsel een principiële keuze. Aantoonbare feiten over een verschil in kwaliteit van dienstverlening of financiën zijn er niet. In beide modellen – onderbrengen bij de gemeenschappelijke regeling of onderbrengen bij een (nieuwe) zorgorganisatie – kunnen randvoorwaarden en uitgangspunten t.a.v. onder andere kwaliteit en financiën geborgd worden.

Dagelijks Bestuur GGD Zuid Lim burg Postbus 33 6400 AA Heerlen

Heerlen, 6 novem ber 2018 Kenmerk: 2018-04029

Geachte leden van het Dagelijks Bestuur,

Het Algemeen Bestuur heeft op 5 juli jl. opdracht gegeven om te komen tot een sterke nieuwe organisatie voor de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) in Zuid-Limburg. Een organisatie met eenheid in leiding, werkwijze en financiën. Wij, huidige JGZ aanbieders: Envida, GGD Zuid Limburg, MeanderGroep Zuid-Limburg en Zuyderland, hebben kennisgenomen van de voorkeur van uw bestuur om de JGZ middels inbesteding te organiseren. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de realisatie van het plan van aanpak willen wij middels deze brief een aantal voorwaarden, kaders en overwegingen t.a.v. de organisatievorm aan u meegeven. Vanuit onze ervaring en expertise hebben wij vier basisvoorwaarden geformuleerd voor de nieuwe organisatie: 1. De nieuwe JGZ organisatie is een stevige nieuwe organisatie met eigen personeel; 2. De nieuwe JGZ organisatie is een flexibele en dynamische organisatie; 3. De nieuwe JGZ organisatie kent geen aanbesteding; 4. De nieuwe JGZ organisatie heeft een inhoudelijke verbinding met de moederorganisaties. Dit vanuit de opgebouwde relaties in de afgelopen jaren t.b.v. een goede kwaliteit in de keten. Wij verzoeken u om in de keuze voor de organisatievorm deze voorwaarden te borgen. In aanvulling op bovenstaande basisvoorwaarden vragen wij de organisatievorm aan te passen aan de kaders zoals in bijlage 1 vermeld.

Op basis van een zorgvuldige analyse van de verschillende organisatievormen binnen de lijn van inbesteding (zie bijlage 2 voor een compacte samenvatting), zijn wij positief. Wij zien voldoende mogelijkheden om de gestelde basisvoorwaarden en kaders te borgen in de nieuwe organisatievorm. Wij spreken hierbij een unanieme voorkeur uit voor een positionering van de nieuwe JGZ organisatie als programma binnen de gemeenschappelijke regeling GGD Zuid Limburg, waarbij de huidige moederorganisaties via deelname in een bestuurscommissie op inhoud in verbinding blijven met de nieuwe organisatie. De huidige JGZ aanbieders hebben allen in en vanuit hun moederorganisatie stevige inhoudelijke verbindingen met aanpalende taken en werkterreinen op het gebied van 1

jeugd. Wij vragen in dit kader expliciet aandacht voor een duurzame inhoudelijke verbinding met de moedero rganisaties Envida, MeanderGroep Zuid-Lim burg en Zuyderland. W ij zien hiertoe voor de periode van 2020 tot en met 2023 een optim ale verbinding in de vorm van een bestuurscom missie, waarbij gemeenten en partijen uit het jeugd- en zorgdomein gezam enlijk richting geven aan de inhoudelijke koers voor de nieuwe JGZ organisatie. Dit vanuit de am bitie om de gro ep gezonde kinderen in ZuidLim burg gro ter te laten gro eien. Graag zijn wij bereid om de inhoud van deze brief in een persoonlijk gesprek met een delegatie van uw bestuur nader toe te lichten. Wij vertro uwen op een keuze die aansluit bij de inhoud van deze brief en zien uw uitnodiging voor een gesprek graag spoedig tegemoet.

Met vr~1fi<egroe ,

Met vriendelijke groet,

/ I

r o

zitter Raad van Bestuur

Met vriendelijke groet,

!

(

Directeur Care

Met vr'.eITTlefifke g-roet, .

Meand Wim D,tree GGD Zuid Limburg Fons Bovens Directeur Publieke Gezondheid

r. cl

-

(,.

/)

urJ.,,.-- ,., zondere Dienstverlening

Bijlage 1: Kaders voor de nieuwe JGZ organisatie

Basisvoorwaarden voor de nieuwe organisatie De JGZ aanbieders hebben vanuit hun ervaring en expertise vier basisvoorwaarden geformuleerd voor de nieuwe organisatie: a. Een stevige nieuwe organisatie met eigen personeel De JGZ aanbieders zien de nieuwe JGZ organisatie als een volwaardige organisatie met personeel in eigen dienst. Dit vanuit het principe mens volgt werk. b. Flexibele en dynamische organisatie Conform het plan van aanpak wordt toegewerkt naar een dynamische en flexibele organisatie met innovatiekracht. De gezamenlijke gemeenten zijn opdrachtgever en geven de nieuwe organisatie de hiervoor benodigde handelingsvrijheid. c. Geen aanbesteding Het ontwikkeltraject wordt ingezet vanuit het vastgestelde plan van aanpak. Vanuit dit plan bouwen de JGZ aanbieders aan de toekomst. De JGZ aanbieders stellen derhalve als voorwaarde dat een aanbesteding wordt uitgesloten. d. Inhoudelijke verbinding met de moederorganisaties De JGZ organisaties hebben in en vanuit hun moederorganisatie stevige inhoudelijke verbindingen met aanpalende taken en werkterreinen op het gebied van jeugd. Het is belangrijk dat deze inhoudelijke verbindingen behouden blijven. De JGZ organisaties willen dan ook in de toekomst, vanuit sturing op inhoud, mede richting bepalen en zorgen voor verbinding met de relevante zorgketens.

Kaders voor de nieuwe organisatie In aanvulling op bovenstaande basisvoorwaarden vragen de JGZ aanbieders de organisatievorm aan te passen aan de onderstaande kaders voor de nieuwe organisatie. Ambitie a. De groep gezonde kinderen in Zuid-Limburg groter te laten zijn dan die nu is; b. 1 doorlopende lijn in JGZ die uitgevoerd wordt door 1 stevige (nieuwe) organisatie. Schaalgrootte c. Eén nieuwe JGZ organisatie in Zuid-Limburg. Sturing en verantwoording d. Via één begroting, één verantwoording en één financieringssystematiek die geldt voor alle Zuid-Limburgse gemeenten; e. De administratieve last wordt zoveel mogelijk beperkt; f. Er is transparantie in budgetten en verantwoording. Juridisch 1

g. Er wordt voldaan aan het wettelijk kader, zoals vastgelegd in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Dienstverlening is passend bij de publieke taak. Bedrijfsvoering h. Een eenduidige aansturing door één leiding; i. Handelingsvrijheid in bedrijfsvoering; j. Maximale ontschotting van financiën en werkwijze (gerelateerd aan punt d). Harmonisatie aan de kant van JGZ (één werkwijze) en aan de kant van gemeenten is hieraan inherent; k. Overdracht naar de nieuwe organisatie gebeurt vanuit het principe: bij gelijkblijvende taken blijft het budget gelijk; l. De omvang van mogelijke extra frictiekosten wordt zoveel als mogelijk beperkt; m. Er is eenduidigheid in ondersteunende processen. Verbindingen in de keten n. JGZ maakt deel uit van de ontwikkelingen zoals vastgelegd in het gezondheidsbeleid; o. JGZ staat in verbinding met de relevante ketenpartners en is verbonden met het zorgdomein en het sociaal domein.

2

Bijlage 2:

Organisatie JGZ via inbesteding1

De kern van inbesteding is dat uitvoering door een gemeentelijke organisatie plaatsvindt. Hierbij zijn er 3 opties: a. Uitvoering als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD Zuid Limburg b. Inrichten van een nieuwe GR c. In eigen gemeentelijk beheer2 Wij, als JGZ aanbieders, realiseren ons dat optie a is vanuit gemeentelijke optiek het meest voor de hand liggend, omdat de JGZ publieke gezondheidszorg is en daarmee hetzelfde wettelijk kader kent als de andere wettelijke taken van de GGD (waarvoor gemeenten verplicht zijn een GR in stand te houden). De beide andere varianten hebben om deze reden geen toegevoegde waarde. Het leidt uitsluitend tot extra (bestuurlijke) drukte. Er moet immers een nieuwe bestuurlijke bovenbouw worden ingericht. Om deze redenen hebben wij de 2e en 3e optie niet meegenomen in onze verdere overwegingen.

Varianten bij JGZ als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling GGD Uitvoering van de JGZ als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling GGD kan via onderstaande 3 varianten: a. JGZ 0 – 4 toevoegen aan afdeling JGZ van de GGD De JGZ 0-4 toevoegen aan de afdeling jeugdgezondheidszorg zoals de GGD die nu kent. b. Programma JGZ als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling Als programma (=divisie) JGZ binnen de GR die qua sturing en (financiële) verantwoording gescheiden is van de overige taken van de GGD. JGZ wordt in deze variant neergezet als divisie binnen een concern en krijgt daarmee kenmerken van een eigenstandige organisatie. De verbinding met de moederorganisaties kan geborgd worden via een bestuurlijke adviescommissie of een bestuurscommissie. In Zuid-Limburg is ruime ervaring met het werken met programma’s binnen het concern van de GGD. c. Een nieuwe rechtsvorm binnen de gemeenschappelijke regeling Het oprichten van een nieuwe rechtsvorm (bijv. stichting) binnen de GR. Kijkend naar alle rechtsvormen die Nederland kent zou onder de GR een stichting, BV of coöperatie gehangen kunnen worden, waarvan de GGD volledig eigenaar is of in ieder geval een meerderheidsbelang heeft. Deze variant biedt de mogelijkheid om JGZ aanbieders in een minderheidsbelang eigenaar te laten zijn van de nieuwe organisatie en daarmee de verbinding met de moederorganisaties te borgen.

Deelname met een financieel belang wordt door juristen afgeraden. Wanneer dit aan de orde is, bestaat het risico dat de nieuwe rechtsvorm alsnog als uitbesteding wordt gezien. 1

De inhoud van deze bijlage is juridisch getoetst door een onafhankelijk bureau Oprichten een stichting of BV oprichten voor JGZ (los van de GGD) waarvan de gemeenten gezamenlijk het bestuur vormen 2

3

Conclusie Concluderend kan gesteld worden dat bij inbesteding voldoende mogelijkheden bestaan om aan de gestelde basisvoorwaarden te voldoen. Ook ten aanzien van de aanvullende kaders worden op voorhand geen grote belemmeringen gezien en vraagt afstemming tussen de JGZ aanbieders en de gemeenten. De belangrijkste verschillen tussen de varianten t.a.v. de gestelde basisvoorwaarden zijn hieronder schematisch weergegeven.

Stevige (eigenstandige) organisatie Flexibele en dynamische organisatie Geen aanbesteding Verbinding met moederorganisaties

Afdeling JGZ

Programma JGZ

Nieuwe rechtsvorm

+/++ +/-

+ ++ ++ ++

++ ++ ++3 +

3

Hierbij geldt als voorwaarde dat de JGZ aanbieders niet met een financieel belang kunnen deelnemen in deze rechtsvorm

4

•

capta PERSOONLIJK/VERTROUWELIJK GGD Zuid-Limburg T.a.v. mevrouw M.E.A.H. Dreessen Postbus 33 6400AA HEERLEN

Pet e-mail vooruit: mariella. dreessenJggdzI. fl1

1 Capra Advocaten ‘s-Hertogenbosch

1 Datum

• Bastion Vught 1 5211 CZ ‘s-Hertogenbosch Postbus 11078 5200 EB ‘s-Hertogenbosch

• Onderwerp

• T 073-613 1345 073-614 82 16

26 oktober 2018

•

mr. J.C.M. de Roover 088-579 0008

Memo jeugdgezondheidszorg voor de stuurgroep JGZ. Onze referentie: D26582/Jd R/CS; advies

• s-hertogenbosch@capra.nI www.capranl KvK nr. 27333997

Geachte mevrouw Dreessen, • Capra ‘s-Gravenhave Laan Copes van Cattenburch 56 2585 GC ‘s-Gravenhave T 070-3648102 070-3617847 • Capra Zwolle Terborchstraat 12 8011 GG Zwolle T 038-423 54 14 E 038-423 47 $4 • Capra Maastricht Spoorweglaan 7 6221 BS Maa5tricht T 043-7 600 600 043-7 600 609

Deze week bespraken wij de ontwikkelingen in de jeugdgezondheidszorg (JGZ) in Zuid-Limburg en in het bijzonder de organisatievorm waarbinnen de gewenste ontwikkelingen het best vorm zouden kunnen krijgen. U heeft aan mij een notitie doen toekomen die hierop betrekking heeft, met het verzoek te bezien of hetgeen wordt gesteld ook in juridische zin juist is. Ik ben van oordeel dat dit het geval is, waarbij ik bij mijn oordeel van het volgende ben uitgegaan. In de notitie die is opgesteld ten behoeve van de stuurgroep JGZ zijn een aantal basisvoorwaarden geformuleerd voor de nieuw Organisatie. Een van de voorwaarden is dat de JGZ niet behoeft te worden aanbesteed. De gemeenten willen dat er sprake is van inbesteden. De regie voor de JGZ willen de 18 Zuid Limburgse gemeenten nadrukkelijk zelf in handen houden en dat houdt in dat alle taken die aan de JGZ zijn verbonden door één organisatie worden uitgevoerd. Dit is zo ook als uitgangspunt geformuleerd en zoals nu in de memo aan de stuurgroep wordt aangegeven zal dat ook als zodanig vorm worden gegeven. Uitgaande van de voorstellen zoals die er nu liggen, kan er niet gesproken worden van inbesteden maar wel van quasi-inbesteden. Bij inbesteden worden bepaalde activiteiten in eigen beheer, binnen de eigen gemeentelijke organisatie uitgevoerd, bijvoorbeeld door een dienst binnen de gemeente.

Omdat er geen opdracht aan een externe partij wordt verstrekt, is er geen sprake van een overheidsopdracht en hoeft u dus ook geen aanbestedingsprocedure te volgen. In de voorstellen voor een nieuwe Organisatie is hier geen sprake van. Bij de voorstellen over de nieuwe organisatie die thans voorliggen, wordt overwogen om de uitvoering van de JGZ

ORSCHILLERCOU’MSSIL ADVOCATUUR

capra

-2-

onder te brengen in een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit houdt in dat de taken bij een andere rechtspersoon worden ondergebracht. Samenwerking tussen gemeenten in de vorm van een GR wordt gezien als verlengd lokaal bestuur en wanneer de 18 Zuid-Limburgse gemeenten de enige deelnemers zijn in de GR kan de GR worden gezien als ware het een eigen dienstonderdeel. Ingeval de JGZ-taken namens de 18 gemeenten door een GR worden uitgevoerd, dan is er sprake van quasi-inbesteden. Bij quasi-inbesteden is de uitvoering van de ]GZ-taken van de gemeenten ondergebracht bij een aan de 18 gemeenten gelieerde zelfstandige rechtspersoon, de GR, waarover deze 18 gemeenten toezicht uitoefenen als ware het een eigen dienstonderdeel. Deze GR staat dan nog steeds onder de invloedsfeer van de deelnemende gemeenten in de GR. Op grond van de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap zijn er door de jaren heen een drietal criteria ontwikkeld op grond waarvan van quasi-inbesteden gesproken kan worden. Deze drie criteria zijn: -

-

-

U oefent over de zelfstandige rechtspersoon toezicht uit zoals op uw eigen diensten (toezichtcriterium); De zelfstandige rechtspersoon vervult meer dan 80% van diens werkzaamheden voor uw gemeente (merendeelcriterium); Er is in principe geen sprake van participatie door privékapitaal.

Van belang is te vermelden dat er aan alle drie de criteria voldaan moet zijn om niet te hoeven aanbesteden. Op het moment dat de uitvoering van de taken in het kader van de JGZ wordt ondergebracht bij de GR GGD Zuid-Limburg, meen ik dat er aan de voornoemde criteria is voldaan. Dit kan anders zijn wanneer de keuze wordt gemaakt om de JGZ-taken in een privaatrechtelijke rechtspersoon onder te brengen, bijvoorbeeld in een stichting of een besloten vennootschap (BV). Wanneer derden onderdeel gaan uitmaken van het bestuur en daarmee invloed krijgen op het beleid binnen een stichting, of er wordt in het geval van een BV kapitaal ingebracht door derden, niet zijnde de gemeenten, dan kan de mogelijkheid om niet te hoeven aanbesteden op grond van quasi-inbesteden ter discussie komen te staan. Wanneer echter de 18 gemeenten de volledige zeggenschap hebben binnen de privaatrechtelijke rechtspersoon, de rechtspersoon in hoofdzaak (meer dan 80%) werkzaam is voor deze gemeenten en er geen deelname is van privaat kapitaal in de rechtspersoon, dan behoeft niet te worden aanbesteed. Vooralsnog heeft deze variant nog niet de voorkeur. Wanneer ervoor gekozen zou worden om de privaatrechtelijke rechtspersoon onder de GR GGD Zuid Limburg of een nieuw te treffen GR te brengen, dan kan er nog steeds sprake zijn van quasi-inbesteden, mits aan de hiervoor genoemde voorwaarden wordt voldaan.

Ï

capta

-3-

Tot slot spraken wij over de drie varianten die onderaan pagina drie zijn genoemd met de daarbij behorende toelichting. Deze toelichting bevat in juridische zin geen onjuistheden. Deze zitten echter wel in de bijlage 1 bij de memo. In deze bijlage wordt nog verwezen naar de het Besluit Aanbesteden voor Overheidsopdrachten (BAO). Dit besluit is met de wijziging van de Aanbestedingswet 2012 komen te vervallen. Thans is de lijn dat wanneer een opdracht die gesubsidieerd wordt en zich kwalificeert als een overheidsopdracht, in principe de aanbestedingsrichtlijn (2014/24/EU) en dus de Aanbestedingswet 2012 van toepassing is op deze opdracht. Wordt subsidie echter verstrekt zonder dat deze opdracht als een overheidsopdracht kan worden gezien, dan zijn de aanbestedingsregels niet van toepassing en dient aansluiting gezocht te worden bij titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Ik vertrouw met bovenstaande aan uw opdracht te hebben voldaan. Mocht voorgaande echter leiden tot het stellen van nadere vragen of het maken van opmerkingen, dan vernee.’ ik dat graag van u zodat wij daarover van gedachten kunnen wisseI’.

Bijlage 7 - Ambtelijk advies één JGZ Versie 17.01.2019 De stuurgroep heeft gevraagd om een ambtelijk advies inzake de organisatievorm voor één JGZ. Dit als voorbereiding op het overleg van de stuurgroep vergadering van 24 januari aanstaande en aansluitend het overleg met de bestuurders van de JGZ organisaties. De ambtelijke werkgroep één JGZ – die voor dit vraagstuk is uitgebreid met juridische expertise en aanvullende kennis op het gebied van governance – heeft kennisgenomen van de brief zoals door de JGZ bestuurders aangeboden aan het Dagelijks Bestuur en ook van de onderliggende memo zoals deze is opgesteld door de JGZ organisaties en juridisch is getoetst door Capra Advocaten. Deze documenten (brief JGZ organisaties, memo en juridisch advies) zijn ter volledigheid bijgevoegd. De werkgroep één JGZ heeft geconstateerd dat de memo eenduidig is opgesteld en onderschrijft het advies van Capra Advocaten. De JGZ organisaties vragen om één JGZ als programma onder te brengen bij de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid Limburg. De werkgroep is van mening dat dit voorstel goed aansluit bij de ambitie om te komen tot één JGZ organisatie én de voorkeur van gemeenten om sturing dichtbij te organiseren (via inbesteding). De werkgroep één JGZ adviseert dan ook positief over dit voorstel.

De werkgroep vraagt hierbij specifiek aandacht voor het volgende: Inherent aan inbesteding is dat sturing in hand is van een gemeente / gemeentelijke organisatie. De JGZ zal hierbij volledig overgaan naar de GGD, waarbij wij ervan uitgaan dat personeel in dienst komt bij het openbaar lichaam GGD1. Dat betekent dat de JGZ organisaties 0-4 een taak afstoten en overdragen aan de GGD. Er is niet langer sprake van eigenaarschap. Wij vragen u om expliciet bij de JGZ organisaties 0-4 na te vragen of zij zich bewust zijn van dit feit en dit daadwerkelijk is wat zij willen. De JGZ organisaties hebben in en vanuit hun moederorganisatie stevige inhoudelijke verbindingen met aanpalende taken en werkterreinen op het gebied van jeugd. Zij vinden het belangrijk dat deze inhoudelijke verbindingen behouden blijven. De meerwaarde van een inhoudelijke verbinding van zorgketens wordt ambtelijk volledig onderschreven. Een inhoudelijke verbinding kan via een bestuurlijke commissie worden ingevuld. Van daadwerkelijke sturing vanuit de JGZ organisaties is hier echter geen sprake meer. Inbesteding betekent dat de volledige zeggenschap bij de gemeenten ligt. Met een positief advies voor inbesteding bij de GGD is duidelijk welke route gevolgd gaat worden op weg naar één JGZ.

Wij adviseren u nadrukkelijk om in het vervolg van het traject voldoende aandacht te hebben voor de financiële consequenties, de inrichting van de organisatie (governance) en de verantwoording en hiertoe een goede risicoinventarisatie uit te voeren.

1 Wanneer dit niet het geval is, is sprake van quasi-inbesteding. Door het ontbreken van jurisprudentie hierover en daarmee het ontbreken van garanties, is dit een optie met juridische risico’s.

Q

ca p ra

a d v o c a t e n

overheid onderwijs zorg

Capra Advocaten Bastion Vugint 1

Telefoon 073c13 1345 ShOntOgtJhoSh©COpiOnl

NLS6INGB000SOSôI42

BIC iNGBNL2A

5111 CZ sHertogenbosch

capra.nI

Btw 5034 ?5410B01 KvK 27333997

NC3oRABOOI449?2794

BIC P000NLIU

PERSOONLIJKNERTROUWELIJK GGD Zuid-Limburg Tav. mevrouw P.H.G. Lamberts Postbus 33 6400 AA HEERLEN

Datum:

6 februari 2019

Onderwer

GGD Zuid-Limburg / Overname jeugdgezondheidszorg (C) D27237/JÖR

Advocaat:

mr. J.C.M. de Roover 088-579 0008

Geachte mevrouw Lamberts, In Zuid-Limburg hebben de partijen die bij de jeugdgezondheidszorg (JGZ) zijn betrokken de wens uitgesproken om te komen tot een sterke nieuwe Organisatie voor de JGZ. Partijen hebben nu besloten om de JGZ onder te brengen bij de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg, hierna GR GGD Zuid-Limburg. Naast de GR GGD Zuid-Limburg zijn er nog drie partijen werkzaam op het terrein van de JGZ. Dit zijn Envida, Meander en Zuyderland. Het gevolg van het onderbrengen van de JGZ bij de GR GGD Zuid-Limburg houdt in dat de activiteiten op het gebied van de JGZ van deze drie organisaties overgaan naar de GR GGD Zuid-Limburg. De vraag die u heeft voorgelegd is of bij de overgang van de activiteiten van de drie aanbieders van de JGZ naar de GR GGD Zuid-Limburg sprake is van overgang van onderneming als bedoeld in de Wet Overgang van Onderneming (WOO). De Europese Richtlijn 2001123 en de artikelen 7:662-7:666 BW

Of er sprake is van overgang van onderneming moet worden beoordeeld aan de hand van de Europese Richtlijn van 12 maart 2001 (Richtlijn 2001/23) over de overgang van onderneming en de weerslag van deze Richtlijn zoals deze is verankerd in de artikelen 7:662 tot en met 7:666 BW. Artikel 7:663 BW bevat de hoofdregel met betrekking tot de overgang van onderneming. In dit artikel is bepaald dat bij een overgang van onderneming de rechten en verplichtingen die op grond van de arbeidsovereenkomst bestaan, van rechtswege overgaan op de verkrijger. Zowel de schriftelijke als ook de mondelinge afspraken gaan mee over. De GR GGD Zuid-Limburg is in dit geval de verkrijger. De organisatie die zijn

Q

capra

overheid onderwijs zorg

advocaten

activiteiten overdoet aan de verkrijger wordt in het recht aangeduid als de vervreemder. Ik heb begrepen dat Envida, Meander en Zuyderland de JGZ in aparte rechtspersonen hebben ondergebracht, hetgeen betekent dat die rechtspersonen als vervreemder zullen worden aangemerkt. Hoe deze overgang precies vormgegeven zal gaan worden, komt later in de tijd aan de orde. Dit advies beantwoordt slechts de vraag of er sprake is van overgang van onderneming als bedoeld in de artikelen 7:662-7:666a BW. Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van overgang van onderneming zal ik stilstaan bij drie onderdelen die daarvoor van belang zijn. Ten eerste moet er sprake zijn van een economische eenheid, ten tweede is de vraag of er gesproken kan worden van behoud van identiteit en ten derde sta ik stil bij het gegeven wanneer arbeidskrachten het voornaamste kenmerk vormen van een ondernemingsactiviteit. Voorafgaand aan de bespreking van de drie onderdelen is van belang vast te stellen of medewerkers die betrokken zijn bij de overgang van onderneming ook een arbeidsovereenkomst hebben. De wet spreekt in artikel 7:663 eerste lid BW, over “een arbeidsovereenkomst met een daar werkzame werknemer”, hetgeen betekent dat een ambtenaar die is aangesteld geen beroep kan doen op de artikelen in het BW die betrekking hebben op de overgang van onderneming.

Hier heeft de wetgever destijds bewust voor gekozen. De medewerkers die in dienst zijn van de drie latende ondernemingen, zijn allen werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst en zijn werknemer. Zij kunnen dus een beroep doen op de Wet Overgang van Onderneming. Economische eenheid Elke duurzaam georganiseerde economische eenheid kan een onderneming zijn in de zin van de Richtlijn, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Van een dergelijke economische eenheid is sprake bij een voldoende gestructureerd en zelfstandig geheel van personen en elementen waarmee een economische activiteit met een eigen doelstelling kan worden uitgeoefend. Elk geheel van personen en elementen waarmee een economische activiteit met een eigen doelstelling kan worden uitgeoefend en dat voldoende gestructureerd en zelfstandig is, vormt een economische eenheid in de zin van de Richtlijn. De activiteiten met betrekking tot de Jeugdzorg zijn bij alle drie de zorgverleners ondergebracht in een aparte rechtspersoon. Er is sprake van een economische activiteit, want de JGZ was al als economische activiteit in de markt gezet.

Stel dat JGZ een onderdeel zou zijn van de rechtspersoon en niet in een aparte rechtspersoon zou zijn ondergebracht en er dus naast de JGZ nog andere activiteiten plaatsvonden dan zou er nog sprake zijn van overgang van onderneming omdat de activiteit die overgaat, de JGZ, als een apart, op zichzelf staand onderdeel kan worden beschouwd. Wanneer er een deel van de onderneming overgaat kan er dus sprake zijn van overgang van onderneming. Beter zou zijn te spreken van de overgang van een economische eenheid. Dit is nu opgenomen in het derde lid van artikel 7:662 BW. —

—

Q

capra a d v o c a t e n

overheid onderwijs zorg

Behoud van identiteit Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een overgang van een onderneming, is cruciaal of de identiteit van de overgedragen onderneming is behouden (HvJ EG 18 maart 1986, NJ 1987/502 (Spijkers)). De eis van identiteitsbehoud is in 2002 opgenomen in artikel 7:662 lid 2 onderdeel a BW. Of sprake is van identiteitsbehoud moet door de nationale rechter aan de hand van de feitelijke omstandigheden worden beoordeeld. Van identiteitsbehoud is sprake indien de exploitatie in feite wordt voortgezet of na een korte periode van oponthoud wordt hervat. In de onderhavige kwestie worden de werkzaamheden na de overgang van vervreemders voortgezet door de verkrijger. Dit gaat geschieden met dezelfde medewerkers, daarbij gebruik makend van dezelfde infrastructuur, zo heb ik begrepen, en men gaat voor dezelfde “klantenkring” werken. Tot slot komen de activiteiten voor en na de overdracht met elkaar overeen. De over te nemen activiteit is arbeidsintensief Wanneer arbeidskrachten het voornaamste kenmerk vormen van een ondernemingsactiviteit, kan een groep werknemers die duurzaam een gemeenschappelijke activiteit verricht een onderneming vormen in de zin van de Richtlijn. De onderneming heeft dan een zogenoemd arbeidsintensief karakter.

Stel nu dat enkel het personeel dat bij de JGZ is betrokken wordt overgenomen en er geen materiële activa mee overgaan, dan nog vormt dat geen beletsel om te kunnen spreken van overgang van onderneming. Het Hof van Justitie heeft in meerdere zaken geoordeeld dat schoonmaakactiviteiten als een arbeidsintensieve onderneming kunnen kwalificeren. Bijvoorbeeld in het arrest Süzen overwoog het Hof van Justitie dat de arbeidsintensieve onderneming haar identiteit behoudt wanneer de nieuwe ondernemer een wezenlijk deel qua aantal en deskundigheid van het personeel overneemt dat zijn voorganger speciaal voor die taak had ingezet. Ik meen dat deze uitspraak ook in de onderhavige kwestie leidend kan zijn. Ook hier wordt een groep van medewerkers, een wezenlijk deel qua aantal en deskundigheid, overgenomen door de GR GGD Zuid-Limburg. —

—

Conclusie Naast de GR GGD Zuid-Limburg zijn er nog drie organisaties die in Zuid-Limburg werkzaam zijn op het terrein van de Jeugdgezondheidszorg. Deze aanbieders van de Jeugdgezondheidszorg, Envida, Meander en Zuyderland, hebben hun activiteiten op dit terrein ondergebracht in ieder een aparte rechtspersoon. Besloten is door alle partijen dat de JGZ wordt gebundeld binnen een organisatie namelijk de GR GGD Zuid-Limburg. Eén organisatie met eenheid in leiding, werkwijze en financiën. Daarbij is tevens besloten dat Envida, Meander en Zuyderland, hun activiteiten en de daarbij behorende medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de JGZ, worden overgedragen aan de GR GGD Zuid-Limburg. De JGZ kan als een economische activiteit worden gezien en gelet op het feit dat deze activiteiten voornamelijk bestaan uit de werkzaamheden die door

111—111 ..

capra

advocaten

=hrs

zorg

de JGZ medewerkers worden verricht en de activiteiten hun identiteit behouden ze komen onveranderd terug in de nieuwe organisatie mag worden vastgesteld dat op de overgang van de JGZ taken en de daarbij behorende medewerkers van Envida, Meander en Zuyderland de Wet Overgang van Onderneming van toepassing is. —

—

De conclusie dat er sprake is van overgang van onderneming als bedoeld in de artikelen 7:662 7:668a BW betekent dat er nu een plan gemaakt dient te worden aan de hand waarvan deze overgang op een juridisch juiste wijze plaats kan vinden. Op korte termijn zal ik u een beschrijving doen toekomen waarin de belangrijkste stappen zijn opgenomen die in het kader van de overgang gezet moeten worden. —

Ik vertrouw u met dit advies van dienst te zijn geweest. Mocht bovenstaande aanleiding geven tot het stellen van vragen of het maken van opmerkingen, dan verneem ik dat graag van u zodat wij daarover van gedachten kunnen wisselen. Ten behoeve van een snelle communicatie zend ik u dit advies per e-mail vooruit, naar het adres etra.lamberts d l.nl. De brief wordt per post nagezonden.

Bijlage 9

Voorstel stuurgroep: Opdracht 1 JGZ ter instemming AB 3 juli 2019 Inleiding De jeugdgezondheidszorg (JGZ) investeert in een gezonde start van elk kind: gezond en veilig opgroeien en naar vermogen participeren in de samenleving. De JGZ heeft hierbij een essentiële rol, middels vroegsignalering, bij individuele en collectieve preventie. Daarnaast is de JGZ een logische, onafhankelijke verbinder tussen preventie en curatie. Een aantal ontwikkelingen vormt samen de aanleiding voor de 16 gemeenten in Zuid-Limburg om nu voor de eerste keer een gezamenlijke opdracht te formuleren aan de JGZ. De vorming van één organisatie voor JGZ voor de 16 gemeenten is daar één van. Daarmee komt een einde aan de situatie waarin de uitvoering van de JGZ van 0-18 jaar bij vier organisaties is belegd. Het is daarmee ook een logisch moment om als gemeenten met elkaar en met de JGZ in gesprek te gaan over de accenten die we in Zuid-Limburg willen leggen in de uitvoering van de taken door de nieuwe organisatie. Maar ook was al eerder vastgesteld dat voor een goede taakuitvoering de JGZorganisaties behoefte hadden aan meer invulling van het opdrachtgeverschap door betrokken gemeenten (o.a. onderzoek Advante). Deze opdracht is een basis en wordt vanuit de samenwerking in de praktijk stap voor stap verder ingevuld.

Voor de opdrachtverlening is het van belang om de taken van de JGZ te plaatsen binnen de ontwikkelingen van het Sociale Domein. De verwachting is dat het belang van preventie en vroege signalering alleen maar toe zal nemen en gemeenten via de JGZ actief kunnen sturen op inzet en aandacht aan de voorkant, aan het versterken van de inzet aan het begin van een traject. Uitgangspunten Gemeenten vragen van de JGZ om bij het uitvoeren van de opdracht zorg te dragen voor de invulling van professioneel partnerschap, met de volgende uitgangspunten: Aanpak - de JGZ hanteert voor de uitvoering van de JGZ-taken de uitgangspunten van de landelijk geldende kwaliteitskaders en richtlijnen; - de JGZ gaat bij de uitvoering van haar taken opgavegericht te werk; - de JGZ legt actief de verbinding met organisaties in het Sociale Domein en heeft oog voor de samenhang met de ontwikkelingen binnen andere afdelingen binnen GGD;

1

-

de JGZ heeft als professionele organisatie aandacht voor de vertaling van wetenschappelijke inzichten naar de praktijk en implementeert bewezen effectieve interventies in haar praktisch handelen. Vanuit een sterke verbinding met de wetenschap, gaat de JGZ hierbij innovatief te werk.

Partnerschap - de JGZ is een partner voor de gemeenten en draagt bij aan de realisatie van de ambities en doelstellingen op het gebied van gezondheid. De JGZ sluit aan bij de regionale én lokale infrastructuur; - de JGZ voert voor de invulling van het partnerschap samen met de gemeenten als opdrachtgever een constructieve dialoog. Dat richten we in vanuit het besef van gelijkwaardigheid, vertrouwen en bewustzijn van wederzijdse afhankelijkheid; - de basis voor een constructieve dialoog is een duidelijke en transparante verantwoordingssystematiek en inzicht in input, output en outcome. Bedrijfsvoering & verantwoording - de JGZ opereert transparant en legt regionaal en lokaal verantwoording af over input en output; - de JGZ heeft processen rond bedrijfsvoering op orde; - de JGZ werkt aan voortdurende verbetering en optimalisering van de dienstverlening; - de JGZ schept als lerende organisatie de gelegenheid om te anticiperen op (de ontwikkeling van) nieuwe aanpakken en inzichten; - de JGZ is in staat in te spelen op nieuwe taken en differentiatie in dienstverlening (incl. maatwerk). Opdrachtformulering Algemene taak JGZ is uitvoerder van het wettelijk basispakket Jeugdgezondheidszorg1 en hanteert daarbij geldende professionele richtlijnen en standaarden. De JGZ werkt in 2020 vanuit het principe gelijkblijvende taken met gelijkblijvend budget.

Het budget bestaat uit de opgetelde begrotingen van de 4 voormalige JGZ organisaties. De JGZ vervult vanuit de wettelijke taak twee rollen: enerzijds uitvoerder van het basispakket van de JGZ en anderzijds kennis-partner die gerichte beleidsadvisering geeft aan gemeenten, gebaseerd op de aanwezige data. Beide rollen, uitvoerder en adviseur, worden door de JGZ zowel lokaal als regionaal opgepakt. Specifieke Aandachtspunten 2020

1

https://www.ncj.nl/themadossiers/uitvoeringskader/basispakket-jgz/ 2

1. De JGZ als adviseur Dit deel van de opdracht vraagt om een continue en constructieve dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Door middel van deze dialoog kan over en weer informatie gedeeld worden, kunnen resultaten worden besproken, signalen en knelpunten gedeeld, nieuwe ontwikkelingen besproken etc. Vanuit de dialoog kunnen afspraken gemaakt worden over hoe te handelen en welke keuzes te maken. Goede onderlinge communicatie zorgt niet alleen voor een constructieve sfeer en samenwerking, maar heeft ook een directe relatie met de ‘winstgevendheid’ van een organisatie. Een dialoog waar we elkaar scherp kunnen bevragen op inhoud, aanpak en financiën vanuit een gedeelde visie en een duidelijke opdracht. Waar ruimte is voor zaken die minder goed lopen, voor ontwikkelingen die nog onduidelijk zijn of waar twijfels over zijn. Waar oog is voor het feit dat de JGZ een lerende organisatie is en al doende ook ontwikkelt en bijstuurt. Waar vertrouwen in elkaar de insteek is van ons handelen en de keuzes die we maken. Hoe? De JGZ verzamelt waardevolle informatie en gegevens over gezondheid, waardoor de organisatie steeds beter in staat is om lokale gezondheidsprofielen op te stellen. In 2020 bepalen gemeenten en de JGZ samen hiervoor de indicatoren.

Op basis van die profielen is het mogelijk om heel gericht in te zoomen op wat jeugdigen lokaal nodig hebben en hiervoor een aanpak-op-maat in te zetten. Gemeenten kunnen dan voor het realiseren van hun (aanvullende) ambities op het gebied van bijvoorbeeld positieve gezondheid, preventief jeugdbeleid of een veerkrachtige samenleving gericht afspraken maken met de JGZ. Op basis van de lokale gezondheidsprofielen kunnen gemeenten afspraken maken over het inzetten van de JGZ voor het realiseren van gezamenlijke beleidsambities gerelateerd aan het Sociaal Domein. Hiermee sluit de JGZ nog beter aan op lokale behoeften en krijgen gemeenten de keuzevrijheid waar een aantal van hen heel nadrukkelijk om vraagt. Wat? - Bepalen indicatoren voor outcome - Opleveren lokale gezondheidsprofielen - Advisering en inzet aan de hand van (lokale) gezondheidsprofielen 2. De JGZ legt verbinding tussen het medisch en sociaal domein De JGZ is een belangrijke partner voor de eerstelijnszorg voor de jeugd. Een versterking van de samenwerking tussen huisarts en JGZ komt de afstemming en samenhang in de (preventieve) zorg ten goede en heeft meerwaarde voor ouders en kinderen. Beiden hebben kennis van gezinnen en spreken dezelfde (vak)taal. Samen met het medische en sociale domein is de JGZ in staat o.a.

gezondheidsproblemen, kindermishandeling en huiselijk geweld, opvoedingsmoeilijkheden, gedragsproblemen,

3

ontwikkelingsstoornissen te signaleren en op te pakken. De JGZ kan rechtstreeks verwijzen naar de eerstelijns (basis) en tweedelijns (gespecialiseerde) gezondheidszorg en jeugdhulp. Daarmee is het verwijstraject doelmatiger en patiëntvriendelijker georganiseerd. Hoe? De JGZ draagt bij aan de ambitie om meer samenhang in het Sociaal Domein te realiseren. De JGZ is kernpartner in de zorg voor jeugd en heeft de kracht om te verbinden. Vanuit de taak van (vroeg)signalering worden/zijn (intensieve) samenwerkingsrelaties ontwikkeld met: algemene jeugdvoorzieningen ((voor)school, jeugdwelzijnswerk en kinderopvang) en andere basisvoorzieningen jeugd (huisartsen, jeugd & opvoedhulp, kraamzorg, verloskundigen, (school)maatschappelijk werk en paramedische zorg), paramedische zorg, kindergeneeskunde en andere specialistische voorzieningen jeugd. Dit door proactief samenwerking op te zoeken, samenhang te stimuleren en samen met partners de randvoorwaarden te realiseren voor een duurzame samenwerking. De JGZ vormt een natuurlijke schakel tussen preventie, ondersteuning en lichte hulp naar specialistische jeugdhulp en specialistische gezondheidszorg. Wat? Verbindingen tussen de JGZ en partners vanuit andere wettelijke kaders in het Sociaal Domein zorgen voor een lokaal, dynamisch en samenhangend jeugdstelsel. Uitgangspunt vormt de behoefte van ouders en kinderen.

De JGZ vervult met haar preventieve taak hierbij de verbinding op individueel en collectief niveau. Binnen het onderwijs wordt de verbinding gemaakt doordat de JGZ (jeugdarts of jeugdverpleegkundige) een vaste kernpartner is van het knooppunt binnen (voor-)school. 3. De JGZ als uitvoerder van de landelijke preventieagenda De JGZ heeft een unieke rol dankzij haar expertise op preventie. Samen met ActiZ Jeugd en GGD GHOR Nederland ontwikkelde het NCJ de landelijke JGZ Preventieagenda. Door focus aan te brengen en samen te werken met anderen kan de JGZ écht het verschil maken in de aanpak van maatschappelijke uitdagingen als kinderarmoede, kindermishandeling en schoolverzuim, om zo de gezondheid en de ontwikkelingskansen te vergroten. Hoe? Via 4 pijlers wordt ingezet op maatschappelijke uitdagingen die een bedreiging kunnen zijn voor kinderen. Hierbij wordt samengewerkt met jeugdigen, ouders en relevante partners ( lokaal, regionaal en landelijk). De 4 pijlers zijn: - Ouderschap - Hechting - Gezondheid - Weerbaarheid

4

Wat? De JGZ geeft, in partnerschap met gemeenten, uitvoering aan de vier pijlers van de landelijke preventieagenda en levert daarmee een bijdrage aan het verminderen van de maatschappelijke uitdagingen (kinderarmoede, kindermishandeling en schoolverzuim).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=c7ae0b81-f1f6-41d3-b4d7-8b4e0d156551