CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

E9 - Burgemeester en wethouders gemeente brummen - Collegebesluit - Vaststelling beleidsregels Wmo 2021

Besluitvormende raadsvergadering 2 september 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Ingekomen en te verzenden (hamerstuk)17.683 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Besluit van burgemeester en wethouders van Brummen

Onderwerp:

Vaststelling Beleidsregels Wmo 2021

Portefeuille:

Wet maatschappelijke ondersteuning

Portefeuillehouder:

C.E. Sjerps

Vertrouwelijkheid:

Openbaar

Embargo tot en met: Proces:

Inwonerszaken

Kenmerk:

Z061638/D361053

Burgerparticipatie:

Adviseren

Raadsprocedure:

Ja, ter kennisname

Besluit:

Akkoord (Gewijzigd besloten)

Besloten op:

21 juli 2021

Voorstel / Advies 1. kennis te nemen van het advies van de Maatschappelijke Adviesraad over de concept beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021 (D361113) 2. akkoord te gaan met de reactie op het advies van de Maatschappelijke Advies Raad en daarmee de aanpassingen in de concept beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021 (D361111) 3. de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021 vast te stellen (D361110)

Besluit 1. kennis te nemen van het advies van de Maatschappelijke Adviesraad over de concept beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021 (D361113) 2. akkoord te gaan met de reactie op het advies van de Maatschappelijke Advies Raad en daarmee de aanpassingen in de concept beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021 (D361111) 3. de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021 vast te stellen (D361110)

Inleiding In december 2020 heeft de raad van Brummen het rapport "Naar een evenwichtig sociaal domein" van Berenschot besproken en besloten om het college de opdracht te geven om scenario 3 in het rapport "Naar een evenwichtig sociaal domein" te kiezen als opdracht aan het college om te gaan implementeren. Onderdeel van het rapport en de scenariokeuze is de implementatie van bouwstenen die zich onder andere richten op de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. In het rapport is door de onderzoekers van Berenschot aangegeven per individuele bouwsteen voor onder andere de uitvoering Wmo hoe de ombuigingen te realiseren zijn. Aanvullend is het advies gegeven om meer sturing te geven aan de uitvoering en duidelijke kaders voor uitvoering te bieden. Het belangrijke instrument van het college hiervoor zijn de beleidsregels. De huidige beleidsregels dateren uit 2017 en sluiten niet aan bij de opdracht van de raad en de implementatie van de bouwstenen voor de Wmo. Daarom zijn er in lijn met het rapport "Naar een evenwichtig sociaal domein", de bouwstenen en conform de vastgestelde implementatieopdracht nieuwe beleidsregels opgesteld. Een belangrijke inhoudelijke wijziging in de Beleidsregels is het loslaten van het werken conform het normenkader Huishoudelijke Hulp van het Centrum Indicatiestelling Zorg uit 2006.

In 2019 is door Bureau HHM in samenwerking met KPMG Plexus een nieuw model ontwikkeld wat aansluit bij de veranderende maatschappelijke opvattingen over een schoon huis en leefbaar huis. Hiermee is vernieuwing aangebracht in de uitvoering van de huishoudelijk hulp. Een tweede verandering is dat het model van HHM als richtlijn gehanteerd wordt in de beleidsregels en niet meer als standaard verstrekkingenoverzicht. Bij elke ondersteuningsvraag wordt onderzocht welke zorg en ondersteuning voor een inwoner daadwerkelijk noodzakelijk is. Als

uitgangspunt hanteren we in Brummen in deze beleidsregels dat er maximaal 2 uur per week huishoudelijk hulp wordt geboden om een schoon en leefbaar huis als resultaat te realiseren inclusief de wasvoorziening.

Beoogd effect De nieuwe concept beleidsregels bieden een adequaat juridisch kader om de implementatie van de bouwstenen Wmo in de uitvoering te realiseren. Ze bieden een leidraad en geven onderbouwing voor het maken van de juiste afwegingen in het onderzoek en de besluitvorming tot het toekennen van een adequate voorziening.

Argumenten 1.1. Hiermee voldoen we aan de verordening Maatschappelijke Adviesraad (MAR) Brummen In lijn van deze Verordening zijn de concept-beleidsregels voor advies aan de Maatschappelijke Adviesraad voorgelegd. Op 28 juni heeft de MAR advies uitgebracht. Het advies, de vragen en de reactie hierop is op 12 juli met de Wmo-werkgroep van de MAR ambtelijk besproken en verwerkt in de definitieve versie van de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021. 2.1 De Maatschappelijke Adviesraad (MAR) is positief over de concept-beleidsregels De MAR geeft aan dat de concept beleidsregels in algemene zin een helder document vormen, waaruit duidelijk wordt dat de gemeente de grenzen van wat aan hulp en ondersteuning wordt toegekend zo strak mogelijk wil inkaderen. De aanscherping van het beleid is volgens de MAR op zich begrijpelijk, gezien de financiële situatie van de gemeente en de uitslag van het onderzoek van Bureau Berenschot, waaruit bleek dat er op het terrein van de Wmo een te ruimhartig toewijzingsbeleid is gevoerd. Wel vindt de MAR het belangrijk dat het centraal stellen van bezuinigen niet ten koste mag gaan van de rechtszekerheid van de hulpvrager.

Ook is de MAR positief over het feit dat de beleidsregels voorzien in de mogelijkheid van bemiddeling door een onafhankelijke cliëntondersteuner aangezien de MAR hier al eerder voor heeft gepleit in een ongevraagd advies aan het College. 2.2 De MAR is (mondeling) akkoord met de voorgestelde wijzigingen aan de hand van de adviezen De MAR is op hoofdlijnen akkoord met de concept-beleidsregels. Naast het algemene positieve beeld met betrekking tot de concept-beleidsregels heeft de MAR aandacht gevraagd voor de rechtspositie, de privacy-positie en de financiele positie van de inwoner. De vragen die de MAR heeft gesteld en de adviezen die de MAR heeft gegeven zijn ambtelijk (mondeling) besproken en beantwoord. De MAR heeft (mondeling) aangegeven akkoord te gaan met de beantwoording op de gegevens adviezen namens het college. In de bijlage (D361111) een overzicht van de adviezen en de beantwoording. De aanpassingen op basis van de adviezen van de MAR zijn in deze beleidsregels opgenomen. 3.1 De nieuwe beleidsregels bieden een adequaat juridisch kader om de implementatie van de bouwstenen Wmo in de uitvoering te realiseren De raad heeft in december 2020 het college de opdracht gegeven om conform scenario 3 het rapport en de bouwstenen te gaan implementeren.

De inhoudelijke veranderingen en wijzigingen die onderdeel zijn van de bouwstenen voor de Wmo zijn verwerkt in de nieuwe beleidsregels. Zonder nieuwe beleidsregels is de implementatie van de bouwstenen Wmo zoals beoogd niet mogelijk Zo gebruiken we bij huishoudelijke hulp het HHM model als leidraad waarbij we als uitgangspunt nemen dat er maximaal 2 uur per week huishoudelijk hulp wordt geboden om een schoon en leefbaar huis als resultaat te realiseren inclusief de wasvoorziening. Een ander voorbeeld van een inhoudelijke verandering betreft het verstrekken van hulpmiddelen. Voor incidenteel gebruik van bijvoorbeeld een rolstoel zijn de maatschappelijke omstandigheden veranderd. In ziekenhuizen of theaters zijn altijd tijdelijke rolstoelen vrij toegankelijk en te gebruiken. Daardoor is het niet meer nodig om voor incidenteel gebruik een rolstoel vanuit de Wmo te gaan verstrekken. Hierdoor kan ook uitvoering gegeven worden aan de implementatie van bouwsteen W3 gerichtere inzet van hulpmiddelen. 3.2 De nieuwe beleidsregels geven sturing aan de uitvoering en bieden heldere uitvoeringskaders In het rapport "Naar een evenwichtig sociaal domein" is geadviseerd om meer sturing te geven aan de uitvoering en tegelijkertijd de uitvoering meer uitvoeringskaders te geven om de opdracht implementatie bouwstenen van het college te gaan uitvoeren.

Bij het opstellen van deze nieuwe beleidsregels is dit advies opgevolgd. De nieuwe beleidsregels bieden meer sturing vanuit het college aan de uitvoering. Samen met de uitvoering is gewerkt aan het opstellen van deze beleidsregels om te borgen dat de inhoud en formulering ook daadwerkelijk ondersteunend is aan de uitvoering en adequate uitvoeringskaders geeft. In de concept beleidsregels is het leefringenmodel op elk onderdeel in de beleidsregels toegepast en uitgewerkt. In de huidige beleidsregels was dit niet het geval. 3.3 Maatwerk blijft het uitgangspunt In de concept beleidsregels zijn op basis van het rapport "Naar een evenwichtig sociaal domein" en de bouwstenen Wmo aanscherpingen aangebracht om kritischer te gaan beoordelen welke zorg en ondersteuning in een individuele situatie echt noodzakelijk is. Ondanks de aanscherpingen is in de concept beleidsregels voorzien dat individueel maatwerk altijd mogelijk is. Met deze concept beleidsregels blijft de gemeente Brummen adequate zorg en ondersteuning bieden voor inwoners die aangewezen zijn op zorg van de gemeente. Er wordt kritischer onderzocht wat echt noodzakelijk is. En we houden de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo betaalbaar.

Kanttekeningen 3.1 Nieuwe beleidsregels voor de Wmo zijn in een later stadium niet uit te sluiten Op basis van de kennis van nu en de eerste ervaringen binnen de implementatie van de bouwstenen Wmo zijn de nieuwe beleidsregels voor de Wmo ontwikkeld. Het is niet uit te sluiten dat er nieuwe inzichten ontstaan die vragen om aanpassing van de beleidsregels. 3.2 Het gebruikelijke "was - wordt" overzicht is niet mogelijk De huidige beleidsregels Wmo dateren van 2017. Om te zorgen dat de beleidsregels voor zowel de inwoner als de uitvoering

duidelijk en goed te begrijpen zijn, zijn er volledig nieuwe beleidsregels ontwikkeld. Alle teksten zijn nieuw en zodanig geformuleerd dat deze ook leesbaar zijn voor inwoners. Hierdoor is het niet mogelijk nu om een gebruikelijk overzicht "was wordt" aan te bieden bij deze adviesnota. 3.3 Beleidsregels geven niet in alle gevallen een voldoende passend antwoord op een vraag en blijven op onderdelen interpretabel Beleidsregels zijn een toelichting op- en nadere uitwerking van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de verordening. Niet in alle situaties geven de beleidregels een passend antwoord. Er komt een uitwerking in richtlijnen voor Team voor Elkaar. Richtlijnen die op basis van kennis, ervaring en professionele afweging worden aangevuld en aangescherpt. Daarnaast heeft TVE altijd de mogelijkheid om- in geval een situatie daarom vraagt - af te wijken van de beleidsregels ten gunste van een inwoner (hardheidsclausule). Op die wijze borgen we dat een inwoner passende ondersteuning ontvangt.

Burgerparticipatie Er wordt voor deze concept beleidsregels Wmo geen burgerparticipatietraject en procesinspraak van de inwoner ingericht. Aan de Maatschappelijke Advies Raad is gevraagd om vanuit het inwonersperspectief het college een advies te geven over de concept beleidsregels. Omdat de Maatschappelijke Advies Raad vanuit het inwonersperspectief advies uitbrengt is hiermee de inwonerparticipatie geborgd.

Advies adviesorganen Aan de Maatschappelijke Advies Raad is gevraagd om een schriftelijk advies aan het college aan te bieden op de conceptbeleidsregels. De adviezen en opmerkingen zijn zoals besproken in de definitieve versie van de beleidsregels opgenomen.

Communicatie Het advies, de vragen en de reactie hierop is op 12 juli met de Wmo-werkgroep van de MAR besproken. Een uitgebreide schriftelijke reactie waarin de vragen van de MAR worden beantwoord en de reactie op de adviezen wordt verwoord wordt - na akkoord van het college- in augustus 2021 aan de MAR gestuurd. Vooruitlopend op de beleidsregels WMO zijn we al gestart met een campagne om de verwachtingen over het gebruik van de Wmo te managen (hulpmiddelen en huishoudelijke hulp). Na vaststelling van de beleidsregels door het college communiceren we hierover actief naar de samenleving. Dit doen we via de gebruikelijke gemeentelijke communicatiekanalen zoals GemeenteThuis, website en sociale media. Indien nodig wordt foldermateriaal aangepast. De consulenten van TvE zijn al gebrieft op de nieuwe beleidsregels.

Financiële toelichting De besluitvorming over de concept beleidsregels heeft geen financiële effecten, maar de beleidsregels gaan mede bijdragen aan de realisatie van de financiële ombuigingen van de bouwstenen Wmo die opgenomen zijn in de bestuursrapportages 2021 en Perspectiefnota 2022-2025.

Juridische grondslag Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Verordening wet maatschappelijke ondersteuning 2020 Brummen Algemene wet bestuursrecht

Inkoop en aanbesteding nvt

Uitvoering De nieuwe beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Brummen 2021 zijn besproken met TVE. Nadere uitvoeringsrichtlijnen worden opgesteld om op onderdelen een verder toelichting te geven op interpretatie en toepassing van de beleidsregels.

Stukken ter vaststelling 1. Reactie college op advies van de Maatschappelijke Adviesraad (D361111) 2. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021 (D361110)

Bijlage(n) ter informatie 1. Advies Maatschappelijke Adviesraad d.d. 28 juni 2021. (D361113) 2. Reactie college op advies van de Maatschappelijke Adviesraad (D361111) 3. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2021 (D361110)

Reactie op Adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad. Betreft: concept-beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Brummen 2021

Artikel 1

Adviezen MAR

Reactie College

De MAR adviseert om in een protocol of beleidsdocument vast te leggen voor welke doelen en op basis van welke grondslagen, welke persoonlijke gegevens in het dossier worden verzameld.

Wij hebben 2 documenten waarin afspraken staan met betrekking tot uitvragen en vastleggen van privacy gevoelige informatie.

Aanpassing beleidsregels Nee

1.Privacybeleid: hierin staat welke gegevens we wel/niet verzamelen. En dat we alleen vastleggen wat van noodzakelijk belang is voor het doel. 2.Verwerkingregister: hierin is vastgelegd welke gegevens wij standaard opvragen en op welke grondslag Daarnaast is dit onlangs uitgebreid met TVE besproken in een workshop. Alle processen in kaart gebracht en daarbij besproken wat er wel/niet wordt vastgelegd op basis van welke grondslag.

2

2.1

Het college bevestigt de melding schriftelijk en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een keukentafelgesprek. Wat betekent “zo spoedig mogelijk”? De MAR adviseert dat hieraan een minimale reactietermijn aan worden verbonden van b.v. 2 weken.

De term “zo spoedig mogelijk” is inderdaad een term die weinig toegevoegde waarde biedt. Deze wordt verwijderd uit de beleidstekst.

Ja

Zoals mondeling besproken noemen we geen termijnen in de beleidsregels maar voegen we de zin toe dat het college de wettelijk de wettelijk vastgestelde termijnen voor melding, onderzoek en besluit hanteert. Een inwoner ontvangt overigens wel binnen een paar dagen een bevestiging van de melding. Omdat inwoners op dit moment geconfronteerd worden met lange wachttijden zullen we inwoners hierover actief informeren.

3

2.4

De MAR adviseert dat naast cliënt ook zijn/haar partner en/of mantelzorger het ondersteuningsplan ondertekent.

Het college mag zonder schriftelijke toestemming van een inwoner geen informatie delen met de partner en/of mantelzorger. Dat geldt ook voor het medeondertekenen van het ondersteuningsplan. We kunnen niet eisen dat een inwoner toestemming geeft voor het delen van informatie met zijn partner en/of mantelzorger. Als een inwoner handelingsonbekwaam is of wordt en de rechter een curator voor die inwoner heeft aangewezen, dan is het anders. Dan is de inwoner zelf niet meer bevoegd, dus dan moet de curator de ondertekening doen.

Nee

Reactie op Adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad. Betreft: concept-beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Brummen 2021 Het kan ook zijn dat een inwoner wel handelingsbekwaam is, maar niet goed kan beslissen over niet-financiële persoonlijke zaken. Dan is het mogelijk dat de rechter een mentor benoemt. Dan mag die mentor samen met de inwoner o.a. de zorg met zorgverleners en behandelaar regelen en zou de mentor dus het ondersteuningsplan kunnen (mede)ondertekenen. Verder kan een inwoner wel handelingsbekwaam zijn, maar niet goed kan beslissen over bepaalde zaken. Dan zou het benoemen van een bewindvoerder een optie kunnen zijn. Daarbij is het afhankelijk van waarvoor de bewindvoering geldt wie het onderhandelingsplan mag ondertekenen. 4

3.1

Advies MAR: Omschrijf van welke ondersteuning en advisering de hulpvrager gebruik kan maken om de kwaliteitseisen te waarborgen.

De hulpvrager die een pgb ontvangt is zelf verantwoordelijk voor de inzet van hulp. Hij bepaalt zelf welke pgb aanbieder hij inschakelt. De hulpvrager is zelf opdrachtgever en daarmee ook zelf verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de geleverde ondersteuning. Als een hulpvrager ontevreden is over een aanbieder of vragen heeft m.b.t. de kwaliteit van de aangeboden ondersteuning kan hij contact opnemen met TVE. TVE kijkt dan bijvoorbeeld of het PGB plan helder geformuleerde doelen gebruikt en of er meetbaar resultaat is. Als de pgb-aanbieder ook een contract voor zorg in natura (ZIN) heeft gaan we ervan uit dat ook de zorg die via pgb wordt geleverd voldoet aan dezelfde kwaliteitseisen als voor ZIN. De gemeente heeft weinig zicht op een aanbieder die via een pgb ondersteuning levert en niet bekend is vanuit de raamovereenkomst. De gemeente heeft een toezichthoudende rol m.b.t. kwaliteit en rechtmatigheid. Dat wordt deels regionaal en deels lokaal uitgevoerd. En geldt voor zowel ZIN als pgb-aanbieders. Controleren op kwaliteitseisen van pgb-aanbieders gebeurt op basis van signalen vanuit de hulpvrager danwel signalering bij een herbeoordeling vanuit TVE. De zorg die via een pgb wordt geleverd moet voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als Zorg in Natura (ZIN) in het geval dat een aanbieder is aangesloten bij de raamovereenkomst.

Dit staat beschreven als onderdeel van het regionale inkoopdocument. Er kan geen pgb-

Nee

Reactie op Adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad. Betreft: concept-beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Brummen 2021 zorg worden ingekocht bij instellingen die voor ZIN zijn afgewezen. https://www.zorgregiomijov.nl/images/Documenten/Consultatie_2021/ Annex1_AVSociaalDomein_Definitief_PUBLICATIE2.pdf)

5

3.2

Uitsluitingsgronden: De MAR adviseert dat er duidelijke criteria voor besluitvorming worden geformuleerd, ter voorkoming van afwijzing op grond van onterechte en onjuiste informatie. Een afwijzende beschikking moet openstaan voor bezwaar en beroep.

Deze paragraaf is niet bedoeld als een drempel maar juist ook ter bescherming van hulpvragers opgenomen. We willen een goede inschatting kunnen maken of de hulpvrager in staat is een pgb juist te beheren om zo ook misbruik door aanbieders te voorkomen.

Nee

Het college hanteert de volgende criteria bij de beoordeling: • Financiële situatie: is die zorgelijk of zijn er bijvoorbeeld schulden • Administratieve vaardigheden: kan de hulpvrager eigen administratie op orde houden of is er bijvoorbeeld al ondersteuning bij cliënt voor de boekhouding • Regievoering: is de hulpvrager in staat tot regievoering over het dagelijks leven Deze opsomming is niet volledig en limitatief. Indien je er een aantal beschrijft loop je het risico dat je ook redenen vergeet. Dit is niet in beleidsregels in algemene zin vast te leggen. We nemen het op in de uitvoeringsrichtlijnen. TVE doet zorgvuldig onderzoek. Het is altijd individueel maatwerk hoe om te gaan met deze criteria. Daarbij moet TVE uitgaan van wat de hulpvrager zelf vertelt. Deze informatie kan ook onjuist zijn waardoor er een eventueel onterechte afwijzing volgt. Een afwijzingsbeschikking staat altijd mogelijkheid tot bezwaar en beroep. 6

3.20

Wat wordt verstaan onder een sportvoorziening? De MAR adviseert om dit soort voorzieningen nader te omschrijven.

Een sportvoorziening is bijvoorbeeld een sportrolstoel of een handbike, of een sportblade. Door de sportvoorzieningen te benoemen geef je ongewenste richting aan mogelijkheden. Er is geen limitatieve lijst, alleen voorbeelden. De hulpvrager komt overigens altijd met een gerichte vraag voor een specifieke sportvoorziening. Het is altijd een individuele afweging of- en zo ja welke sportvoorziening passend is. We voegen de volgende zin toe aan onder paragraaf 5.8 (leidraad

Ja

Reactie op Adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad. Betreft: concept-beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Brummen 2021 voor sportvoorzieningen): Een sportvoorziening is een voorziening die deelname aan sportieve activiteiten in het maatschappelijk leven voor personen met een beperking bevordert. Een sportvoorziening kan worden toegekend als de gebruiker actief lid is van een sportvereniging en/of aantoonbaar deelneemt aan sportieve activiteiten, zoals wedstrijden. 7

5.1

Toekenning Huishoudelijke Hulp voor de duur van de beschikking. Advies MAR: geef aan wat deze duur van de beschikking inhoudt: bv. minimaal een half jaar of maximaal een jaar. Monitor en evalueer of deze termijn gecontinueerd moet worden of stopgezet.

De duur van de ondersteuning is vastgelegd in de beschikking. Dit wordt individueel vastgesteld, afhankelijk van de individuele situatie.

Nee

Het is de verantwoordelijkheid van de hulpvrager om een melding te doen indien er opnieuw zorg moet worden aangevraagd. TVE zal dan een heronderzoek doen en op basis daarvan besluiten of er een vervolgbeschikking wordt afgegeven. Daarin staat wederom vermeld voor welke duur en intensiteit de hulpvrager ondersteuning ontvangt. Het is niet nodig hier in de beleidsregels iets over op te nemen.

8

5.1.4

Een wasvoorziening vormt in afwijking van het HHMrapport onderdeel van de huishoudelijke hulp. De MAR adviseert om nader te omschrijven wat onder een wasvoorziening wordt verstaan.

Onder een wasvoorziening wordt verstaan wassen, drogen en vouwen van kleding en het terugleggen van kleding in de garderobekast zodat dat de hulpvrager beschikt over schone kleding. https://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2018/9/2016-08Onderzoek-KPMG-Plexus-en-Bureau-HHM-Normering-van-debasisvoorziening-schoon-huis.pdf We voegen de omschrijving toe in de beleidsregels. In onze uitvoeringsrichtlijnen staat uitgewerkt welke activiteiten het betreft: Wasgoed sorteren Behandelen van vlekken Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten) Wasmachine leeghalen Sorteren naar droger of waslijn Was in de droger stoppen Droger leeghalen Was ophangen Was afhalen Was opvouwen

ja

Reactie op Adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad. Betreft: concept-beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Brummen 2021 Was strijken Was opbergen/opruimen

9

5.2.3

Bij afweging van woningaanpassingen en een nieuwe woning moet er oog zijn voor huurcompensatie.

We gaan uit van: huur en individuele basis. Met huurcompensatie bedoelt de MAR huurtoeslag.

Nee

Voor een woningaanpassing geldt dat een aanpassing in een huurwoning in overleg met de verhuurder gebeurt. Het is niet zo dat door de aanpassingen de huur wordt verhoogd. Bij 5.2.7 (maatwerkvoorzieningen staat het volgende onder h: Als bij verhuizing de woonlastenstijging de draagkracht van een inwoner te boven gaat, kan de woning toch aangepast worden. Hierbij moet bedacht worden dat voor veel gehandicapten een hogere huur opgevangen wordt door een hogere huurtoeslag. We nemen in de uitvoeringsrichtlijnen op dat dit ook bij 5.2.3 in de afweging meegenomen wordt. 10

5.3

Vrijwilligers en maatjes die ingezet kunnen worden voor noodzakelijke boodschappen. Advies MAR: vul aan dat hiervoor ook gebruik gemaakt kan worden van Handsaam.

We noemen in de beleidsregels geen namen van (vrijwilligers)organisaties. In de uitvoeringsrichtlijnen nemen we dit wel op. .

Nee

11

5.7.4

Art. 5.7.4: Hierin wordt genoemd dat men gebruik kan maken van Handsaam voor vervoer naar het ziekenhuis. Advies MAR voeg toe: Handsaam kan voor allerlei vervoer worden ingezet: naar dokter, fysio, ziekenhuis, bezoeken vrienden, familie, boodschappen etc. tegen een geringe bijdrage benzine kosten.

We noemen in de beleidsregels geen namen van (vrijwilligers)organisaties. Consistent aan paragraaf 5.3 halen we hier de naam Handsaam uit de beleidsregels en passen we de tekst aan in. In de uitvoeringsrichtlijnen nemen we de aanvullende informatie m.b.t. Handsaam wel op.

Ja

Reactie op Adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad. Betreft: concept-beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Brummen 2021

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Brummen 2021

15 juli 2021

1

Inhoudsopgave 1. Algemeen ........................................................................................................................................................................... 4 1.1 Toelichting gebruikte begrippen ............................................................................................................................. 5 1.2 Uitgangspunten ............................................................................................................................................................... 7 1.2.1 Zelfredzaamheid en participatie .................................................................................................................... 7 1.2.2 Leefringenmodel ................................................................................................................................................... 7 1.2.3 Goedkoopst adequate voorziening ................................................................................................................ 8 1.2.4 Kortdurende clientondersteuning ................................................................................................................. 8 1.2.5 Aanvaardbaar niveau van ondersteuning ..................................................................................................

8 1.2.6 Financiële mogelijkheden ................................................................................................................................. 8 1.2.7 Afstemming op andere voorzieningen en (wettelijke) kaders .......................................................... 8 1.2.8 Gebruikelijke hulp ................................................................................................................................................ 9 1.2.9 Mantelzorgers en vrijwilligers ........................................................................................................................ 9 1.2.10 Hoofdverblijf ........................................................................................................................................................... 9 2 Procedure melding, onderzoek en aanvraag ................................................................................................... 10 3 Persoonsgebonden budget ...................................................................................................................................... 12 3.1 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB .........................................................................

12 3.2 Uitsluitingsgronden .................................................................................................................................................... 12 3.3 Eigen verantwoordelijkheid ................................................................................................................................... 12 3.4 Inzetten informele hulp ............................................................................................................................................ 13 3.4.1 Afwegingskader inzet informele hulp ....................................................................................................... 13 3.5 Beheer van het PGB .................................................................................................................................................... 13 3.6 Maximale inzet van een hulpverlener................................................................................................................. 14 3.7 Vakantie........................................................................................................................................................................... 14 3.8 Hoogte PGB ....................................................................................................................................................................

14 3.9 Duur van de toekenning PGB voorziening ........................................................................................................ 14 3.10 Trekkingsrecht ............................................................................................................................................................. 14 3.11 Weigering voorziening PGB .................................................................................................................................... 15 3.12 Aanschaf voorziening PGB ....................................................................................................................................... 15 3.13 Verantwoording éénmalige PGB voorziening ................................................................................................. 15 3.14 Omzetting PGB in voorziening in natura ........................................................................................................... 15 3.15 Derdenbeding ............................................................................................................................................................... 15 3.16 PGB voor hulp bij het huishouden ........................................................................................................................

15 3.17 PGB bij rolstoelen, losse woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen .......................................... 15 3.18 PGB bij auto aanpassing ........................................................................................................................................... 16 3.19 PGB bij rolstoel ............................................................................................................................................................. 16 3.20 PGB bij sportvoorziening ......................................................................................................................................... 16 3.21 PGB bij individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf ................................................ 16 4 Eigen bijdragen voor het gebruik van voorzieningen .................................................................................. 17 4.1 Eigen bijdrage algemene voorziening ................................................................................................................. 17 4.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening (abonnementstarief)..................................................................... 17 5 Afweging maatwerkvoorzieningen ......................................................................................................................

18 5.1 Leidraad schoon en leefbaar huis ......................................................................................................................... 18 5.1.1 Algemene afwegingen ...................................................................................................................................... 18 5.1.2 Gebruikelijke zorg bij een schoon en leefbaar huis ............................................................................. 19 5.1.3 Informele hulp/mantelzorger en een schoon en leefbaar huis ...................................................... 19 5.1.4 Tijdnormering schoon en leefbaar huis ................................................................................................... 20 5.2 Leidraad schoon en leefbaar huis ......................................................................................................................... 21 5.2.1 Extra grote woning of mantelzorgunit...................................................................................................... 21 5.2.2 Aard en omvang van de woningaanpassing ........................................................................................... 21 5.2.3 Verhuizing op advies van de gemeente ....................................................................................................

22 5.2.4 Lening toekomstbestendig wonen ............................................................................................................. 22 5.2.5 Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen ........................................................................................ 22 2

5.2.6 Algemene voorzieningen ................................................................................................................................ 22 5.2.7 Maatwerkvoorzieningen................................................................................................................................. 23 5.3 Leidraad goederen voor primaire levensbehoeften ..................................................................................... 23 5.3.1 Gebruikelijke zorg voor primaire levensbehoeften............................................................................. 24 5.3.2 Bereiden van brood- en warme maaltijden ............................................................................................ 24 5.4 Leidraad voor het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding ................................ 24 5.4.1 Gebruikelijke zorg schone, draagbare en doelmatige kleding ........................................................ 24 5.4.2 Algemene voorziening schone, draagbare en doelmatige kleding ................................................ 25 5.5 Leidraad het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren ..................................................... 25 5.5.1 Voorliggende voorzieningen .........................................................................................................................

25 5.6 Leidraad voor het verplaatsen in en om de woning ..................................................................................... 25 5.6.1 Algemene voorzieningen of een collectief vervoerssysteem gaan voor op een……………… . maatwerkvoorziening. ..................................................................................................................................... 26 5.6.2 Afwegingskader .................................................................................................................................................. 26 5.6.3 Financiële mogelijkheden .............................................................................................................................. 26 5.6.4 Programma van eisen ...................................................................................................................................... 26 5.6.5 Goedkoopst adequate voorziening ............................................................................................................. 26 5.6.7 Mantelzorgers ..................................................................................................................................................... 27 5.7 Leidraad voor vervoer...............................................................................................................................................

27 5.7.1 Vervoer om sociale verbanden aan te gaan (Participatie) ............................................................... 27 5.7.2 Collectieve voorzieningen gaan voor een individuele maatwerkvoorziening ......................... 27 5.7.3 Algemeen gebruikelijke voorzieningen vervoer................................................................................... 27 5.7.4 Voorliggende voorzieningen vervoer ........................................................................................................ 28 5.7.5 Algemene voorziening vervoer .................................................................................................................... 28 5.7.6 Collectief vraagafhankelijk vervoer ........................................................................................................... 28 5.7.7 Bovenlokale verplaatsingen .......................................................................................................................... 28 5.7.8 Individueel vervoer........................................................................................................................................... 28 5.7.9 Meereizen begeleider.......................................................................................................................................

28 5.7.10 Autoaanpassingen ............................................................................................................................................. 28 5.7.11 Scootmobiel.......................................................................................................................................................... 29 5.8 Leidraad voor sportvoorzieningen om sociale verbanden aan te gaan (Participatie) ................... 29 5.8.1 Financiële mogelijkheden .............................................................................................................................. 29 5.8.2 Algemeen gebruikelijk ..................................................................................................................................... 30 5.8.3 Algemene voorzieningen ................................................................................................................................ 30 5.9 Leidraad begeleiding.................................................................................................................................................. 30 5.9.1 Beperkingen in zelfredzaamheid en participatie .................................................................................

30 5.9.2 Algemene voorzieningen ................................................................................................................................ 30 5.9.3 Voorliggende voorzieningen ......................................................................................................................... 31 5.9.4 Afwegingskader begeleiding groep ............................................................................................................ 31 5.9.5 Afwegingskader begeleiding individueel................................................................................................. 31 5.9.6 Vervoer naar groepsgerichte vormen van ondersteuning ............................................................... 31 5.10 Leidraad kortdurend verblijf.................................................................................................................................. 31 5.10.1 Kortdurend verblijf ter ontlasting van de mantelzorger................................................................... 32 5.10.2 Afwegingskader kortdurend verblijf ter ontlasting van de mantelzorger ................................. 32 5.10.3 Omvang ..................................................................................................................................................................

32 5.11 Leidraad beschermd wonen en opvang ............................................................................................................. 32 6 Slotbepalingen .............................................................................................................................................................. 34

3

1. Algemeen De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is bedoeld voor mensen die ondersteuning nodig hebben bij het zelfstandig thuis wonen, het ontmoeten van anderen en voor de ondersteuning van mantelzorgers. Indien een inwoner van de gemeente Brummen niet of onvoldoende in staat is om op eigen kracht, middels algemene voorzieningen met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk te functioneren kan de gemeente ondersteuning bieden gericht op zelfredzaamheid en participatie. In de praktijk betekent dit dat het college bij een vraag van een inwoner onderzoekt wat er, afhankelijk van de individuele omstandigheden, minimaal noodzakelijk is aan ondersteuning vanuit de gemeente. De beleidsregels geven nadere uitleg en verduidelijking op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Brummen 2020. In de beleidsregels staat op voorzieningenniveau toegelicht waarop het college de afweging voor ondersteuning door een maatwerkvoorziening baseert, het zogenaamde afwegingskader (hoofdstuk 6 weging specifieke maatwerkvoorzieningen). Het college maakt altijd een individuele afweging. In bijzondere gevallen kan daarmee ten gunste van de inwoner worden afgeweken van de bepalingen in de verordening en de toepassing van deze beleidsregels.

Samen met de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Brummen 2020 vormen de beleidsrelgel het juridisch uitvoeringskader. Daarnaast zijn beleidsregels ook een middel om eenduidig te werken in de uitvoering binnen het Team Voor Elkaar (TVE).

4

1.1 Toelichting gebruikte begrippen Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten, die “normaal” wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en die niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben. Het is de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders, inwonende kinderen of andere volwassen huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid samen een huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar. Leefeenheid Onder leefeenheid verstaan we een geheel aan personen waarmee een persoon op hetzelfde adres woonachtig is en een huishouden deelt. Uitwonende kinderen en partner vallen hier dus buiten. Algemeen gebruikelijke voorziening Met algemeen gebruikelijke voorzieningen worden voorzieningen of producten en diensten bedoeld die voor iedereen gebruikelijk (normaal) zijn om zelf (in) te kopen. Algemeen gebruikelijke voorzieningen worden niet vanuit de Wmo verstrekt.

Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria: • Niet speciaal bedoeld voor personen met een beperking, en; • Verkrijgbaar in de reguliere handel (algemeen verkrijgbaar), en; • Niet (of niet veel) duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen; • Kan worden bekostigd door iemand met een inkomen op minimumniveau. In individuele gevallen kan een voorziening die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd, vanwege omstandigheden van de persoon toch niet algemeen gebruikelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om een plotseling optredende beperking waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal moeten worden vervangen. Wanneer de inwoner niet in staat is dit zelf te bekostigen, kan overwogen worden om een voorziening in te zetten. Algemene voorziening/vrij toegankelijke voorziening Het gaat om in beginsel vrij toegankelijke diensten, activiteiten of zaken, gericht op zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang. Vrij toegankelijk wil zeggen: zonder dat eerst een diepgaand onderzoek wordt verricht naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. De diensten, activiteiten of zaken kunnen toegankelijk zijn voor specifieke groepen of voor alle ingezetenen van onze gemeente. Er is geen beschikking nodig.

Algemene voorzieningen zijn bijvoorbeeld het TVE, sociaal culturele voorzieningen, sportverenigingen en ontmoetingsvoorzieningen. Maar ook toegankelijkheid van gebouwen en voorzieningen, het lokale vervoer (buurtbus) en de toegankelijkheid van informatie. Andere algemene voorzieningen met een iets specifieker karakter zijn bijvoorbeeld een klussendienst of de informele zorg door vrijwilligers en/of mantelzorgers. Maatwerkvoorziening De maatwerkvoorziening is een individuele voorziening waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Als de inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening dan kan deze door middel van zorg in natura (zin), een persoonsgebonden budget (PGB) of een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Collectieve voorziening Een voorziening die, in de regel, individueel wordt verstrekt maar door meerdere personen tegelijk kan worden gebruikt. Voor deze voorziening geldt een normale aanvraagprocedure met een beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. 5

Individuele voorziening Een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een collectieve voorziening geen adequate oplossing biedt. Voor deze voorziening geldt een normale aanvraagprocedure met een beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Zorg in Natura Bij ZIN krijgt u zorg, begeleiding, hulp of voorzieningen die u nodig heeft via een instelling of leverancier die een contract heeft met de gemeente. Denk hierbij aan een instelling voor thuiszorg, centrum voor dagopvang of een leverancier van hulpmiddelen. Het college bepaalt hoeveel hulp of ondersteuning de inwoner maximaal nodig heeft. De inwoner kiest een aanbieder/leverancier. Kortdurend Verblijf Kortdurend verblijf is onderdeel van de Wmo en is bedoeld om naasten te ondersteunen. Kortdurend Verblijf is een ander woord voor logeren. Ook vakantieopvang kan hieronder vallen. Niet het recht op een voorziening, maar het gewenste resultaat staat daarbij centraal: ouders moeten in staat blijven hun rol als verzorgers en opvoeders te vervullen, partners of andere huisgenoten moeten erop kunnen vertrouwen dat zij – als het nodig is – tijdig een beroep kunnen doen op ondersteuning voor henzelf en voor hun naasten. Het kan gaan om het tijdelijk overnemen van de totale zorg waardoor naasten tijdelijk ontlast worden van hun taak, de zogenoemde respijtzorg.

Mantelzorg Verlenen van hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang, rechtsreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan de zogenoemde ‘gebruikelijke hulp’ en is meestal onbetaalde- en vaak langdurige zorg. Respijtzorg Respijtzorg is een vorm van mantelzorgondersteuning. We noemen het ook wel vervangende mantelzorg. Door respijtzorg kunnen mantelzorgers hun eigen leven beter in balans houden en de zorg voor hun naaste langer volhouden. Persoonsgebonden Budget Een PGB is een bedrag waarbij u zelf uw zorg kunt regelen. Een persoonsgebonden budget (PGB) draagt actief bij aan de mogelijkheden van de inwoner om regie te voeren over het eigen leven en het kan een oplossing zijn bij ondersteuningsvormen die niet of onvoldoende beschikbaar zijn via zorg in natura (ZIN). Een PGB en ZIN worden beschouwd als gelijkwaardige verstrekkingsvorm. Team Voor Elkaar (TVE) Het TVE heeft als doel de inwoner zo goed mogelijk binnen de vastgestelde beleidsregels en uitvoeringsrichtlijnen te ondersteunen.

Het TVE kijkt samen met de inwoner naar wat de inwoner zelf kan oplossen, welke oplossing er mogelijk is door inzet van het eigen sociaal netwerk, en/of er gebruik gemaakt kan worden van een algemene voorziening of voorliggende voorziening. Indien benoemde oplossingen onvoldoende bijdragen aan zelfredzaamheid en participatie onderzoekt TVE wat er, afhankelijk van de individuele omstandigheden, echt noodzakelijk is aan ondersteuning vanuit de gemeente. TVE is namens het college gemandateerd om een beschikking af te geven voor ondersteuning. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven zijn toegelicht in de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2020 artikel 1.01. Indien niet in de verordening opgenomen hebben de begrippen dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht.

6

1.2 Uitgangspunten 1.2.1 Zelfredzaamheid en participatie

In de Wmo staan de begrippen zelfredzaamheid en participatie centraal. In de Brummense samenleving die wij voorstaan, helpen inwoners, buren en familie elkaar. We spreken de inwoner en diens sociaal netwerk actief aan op de maatschappelijke verantwoordelijkheid die we voor elkaar hebben. Als gemeente kunnen we niet voor alle ondersteuningsvragen betaalde ondersteuning en zorg inzetten. Het kan voorkomen dat een inwoner niet voldoende zelfredzaam is of niet volledig kan participeren in de samenleving. In een dergelijke situatie kan gekeken worden of de inwoner in aanmerking komt voor ondersteuning op grond van de Wmo. Hierbij geldt altijd dat het “leefringenmodel” wordt toegepast.

1.2.2 Leefringenmodel Bij een vraag voor zorg en ondersteuning staat de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner centraal. Dat houdt in dat de inwoner zelf verantwoordelijkheid draagt voor zijn/haar eigen leven. Niet voor iedereen is dit mogelijk. Soms hebben zij daarbij extra ondersteuning nodig. Voor het bepalen welke zorg en ondersteuning passend is, gebruiken we het leefringenmodel.

Bij een ondersteunings- en zorgvraag wordt altijd eerst gekeken naar wat de inwoner zelf kan oplossen. Is het echt niet mogelijk om zelfstandig tot een oplossing te komen dan wordt samen met de inwoner gekeken naar wat de inwoner samen met het sociaal netwerk kan doen. Hier kan het TVE bij ondersteunen. Een gesprek met de inwoner en het sociaal netwerk samen is een van de opties. In dit gesprek zullen we familie, vrienden en buren actief aanspreken op de maatschappelijke verantwoordelijkheid die we voor elkaar hebben. Wanneer de vraag niet via het netwerk opgelost kan worden, wordt vervolgens altijd eerst gekeken of een algemene voorziening een (gedeeltelijke) oplossing kan bieden. En/of er voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn. Voorwaarde is dat de voorziening redelijkerwijs door de inwoner kan worden bekostigd en er daadwerkelijk passende hulp en ondersteuning en participatie geboden wordt. Indien er geen adequate algemene voorzieningen zijn die voldoende oplossing bieden, dan wordt eerst onderzocht of deze te organiseren is. Is dit binnen een redelijke termijn niet mogelijk dan kan een combinatie van een algemene voorziening en ondersteunende maatwerkvoorziening onderzocht worden. Pas wanneer dit ook geen oplossing biedt kan een maatwerkondersteuning in groepsverband of een individuele voorziening worden overwogen.

Voorwaarde is dat er voor de vraag geen gebruik gemaakt kan worden van ondersteuning via de Wet langdurige zorg of ander wettelijk kader. 7

1.2.3 Goedkoopst, adequate voorziening Met het hanteren van het leefringenmodel kijken we naar de goedkoopst passende oplossing. Bij een maatwerkvoorziening wordt gekozen voor de goedkoopst adequate voorziening. Er kunnen verschillende geschikte oplossingen zijn maar er wordt gekozen voor de oplossing die het goedkoopst is. Indien de inwoner een duurdere voorziening wenst (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van de inwoner. Bij het bepalen van de goedkoopst adequate voorziening wordt rekening gehouden met de (te verwachten) gebruiksduur, het gebruiksdoel en de intensiteit van het gebruik.

1.2.4 Kortdurende ondersteuning

Team voor Elkaar biedt kortdurende ondersteuning om de inwoner te helpen met het onderzoek naar mogelijkheden volgens het leefringenmodel. Het doel is om de inwoner binnen een half jaar te begeleiden naar een aanvaardbaar niveau van zelfredzaamheid en participatie. Samen met de inwoner worden er afspraken gemaakt over de te bereiken doelen en in te zetten acties die met de inwoner zijn vastgesteld in het individueel plan. De kortdurende ondersteuning biedt maximaal 6 gesprekken gedurende maximaal 6 maanden.

1.2.5 Aanvaardbaar niveau van ondersteuning

Het streven is om de inwoner te ondersteunen tot het aanvaardbaar niveau van participatie en zelfredzaamheid die bij zijn/haar situatie past. Aanvaardbaar betekent dat de inwoner zich er soms bij neer moet leggen dat er belemmeringen zijn en blijven. De ondersteuning vanuit de Wmo beperkt zich tot wat noodzakelijk is in het licht van zelfredzaamheid en participatie en breidt zich niet uit tot wat de inwoner zelf noodzakelijk vindt.

1.2.6 Financiële mogelijkheden De wet staat niet toe dat slechts op basis van inkomen ondersteuning wordt verleend of geweigerd. Tegelijkertijd biedt het beschikken over financiële middelen de mogelijkheid om in eigen oplossingen te voorzien. In het gesprek met de inwoner zal door Team voor Elkaar een moreel beroep worden gedaan op eigen financieringsmogelijkheden. Ook zal de inwoner en zijn sociale omgeving actief worden aangesproken op de eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid.

1.2.7 Afstemming op andere voorzieningen en (wettelijke) kaders Er zijn (wettelijke) voorzieningen waar eerst een beroep op moet worden gedaan alvorens een Wmo-voorziening kan worden overwogen: • Voorliggend op de Wmo is een voorziening/dienst op grond van een andere wettelijke regeling, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) of het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Indien een voorliggende voorziening mogelijk is, dan wordt er voor deze voorziening op grond van de Wmo geen voorziening verstrekt. • Persoonlijke verzorging: wanneer er geen sprake is van geneeskundige zorg en ook geen risico daarop, maar wel behoefte aan lijfgebonden- of lichaamsgerichte zorg, valt persoonlijke verzorging onder de Wmo en niet onder de zorgverzekeringswet. Bij zorgen over mogelijke verzwakking /verergering van de klachten is het van belang dat de Wmo-aanbieder afstemt met de wijkverpleegkundige, zodat tijdig de behoefte aan geneeskundige zorg, of risico daarop, wordt gesignaleerd en er tijdig een aanvraag voor de Wet langdurige zorg of Zorgverzekeringswet wordt ingediend. Jeugd en gezinnen: begeleiding van kinderen met problemen is de verantwoordelijkheid van de ouders en school. Tevens zijn er mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Daarnaast kan een beroep gedaan worden op de Jeugdwet.

• Participatie en zelfredzaamheid ouder(s)/verzorger(s): wanneer de ouder(s)/verzorger(s) in een gezin ondersteuning nodig hebben bij hun eigen zelfredzaamheid en participatie kan,

8

•

naast de eventuele jeugdhulp voor het kind, een beroep worden gedaan op Wmo-voorzieningen. Arbeidsvoorzieningen: zijn er op grond van de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), Wajong en Participatiewet voldoende mogelijkheden voor aangepast werken, dan wordt er voor deze arbeidsvoorziening op grond van de Wmo geen voorziening verstrekt.

Wanneer een inwoner aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening en dit weigert zelf te onderzoeken dan wordt er voor deze specifieke voorziening geen ondersteuning vanuit de Wmo verleend.

1.2.8 Gebruikelijke hulp

De dagelijkse hulp die partners of ouders, inwonende kinderen of andere volwassen huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden, omdat ze als leefeenheid samen een huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar, is uitgangspunt in het gesprek met de inwoner over ondersteuning vanuit de Wmo. Huisgenoten die tot de leefeenheid behoren en die huishoudelijke werkzaamheden kunnen overnemen worden verondersteld dit te doen. Dit principe heeft een verplichtend karakter en betreft alle huisgenoten vanaf 18 jaar. Studie of (vrijwillige) werkzaamheden zijn in principe geen reden om van de gebruikelijke hulp af te zien. Geen gebruikelijke hulp mogelijk In individuele gevallen kan het voorkomen dat een huisgenoot of partner geen gebruikelijke hulp kan leveren omdat deze zodanige gezondheidsproblemen heeft of er overbelasting dreigt. Het is aan inwoner en de betreffende leden van het huishouden om te onderbouwen met objectieve- en relevante gegevens waar de oorzaken liggen van de dreigende overbelasting. En wat men zelf heeft ondernomen om te komen tot mogelijke oplossingen. Deze onderbouwing wordt betrokken bij de weging of een voorziening noodzakelijk is.

Indien de enige huisgenoot van een inwoner vanwege zijn/haar werk fysiek niet aanwezig is, wordt dit betrokken bij de afweging of de gebruikelijke hulp daadwerkelijk geleverd kan worden.

1.2.9 Mantelzorgers en vrijwilligers

Wanneer er sprake is van een verminderde zelfredzaamheid of een ervaren participatieprobleem wordt onderzocht of dit (gedeeltelijk) kan worden opgelost door een mantelzorger en/of vrijwilliger. Volgens het leefringenmodel wordt onderzocht of een algemene- of voorliggende voorziening voldoende ondersteuning biedt of dat een maatwerkvoorziening kan worden overwogen.

1.2.10 Hoofdverblijf

Een algemene- of maatwerkvoorziening wordt verstrekt door de gemeente waarin de inwoner zijn hoofdverblijf heeft. Bij noodzakelijke woningaanpassingen geldt dat behalve het hoofdverblijf van de inwoner, geen andere verblijven in aanmerking komen voor aanpassingen.

9

2

Procedure melding, onderzoek en aanvraag

2.1

Melding

Een melding is vormvrij en kan onder andere worden gedaan op de volgende wijze: 1. telefonisch; 2. digitaal via het contactformulier; 3. mondeling. Het college bevestigt de melding schriftelijk en maakt een afspraak voor een keukentafelgesprek. De uitkomst van het gesprek met de inwoner kan zijn: • de inwoner is geïnformeerd en geholpen en/of doorverwezen; • in samenspraak met de inwoner wordt kortdurende clientondersteuning ingezet of; • de procedure van onderzoek wordt gestart. Het college hanteert de wettelijk vastgestelde termijnen voor melding, onderzoek en besluit.

2.2

Onafhankelijke cliëntondersteuning

Wanneer de inwoner dit wenst, kan hij/zij zich bij het doen en/of afhandelen van de melding laten ondersteunen door iemand uit zijn eigen netwerk of een onafhankelijke derde, mits persoon gemachtigd wordt. De medewerker van TVE wijst de inwoner tijdens de meldingsfase op de mogelijkheid een beroep te doen op de onafhankelijke cliëntondersteuning en waar die verkregen kan worden.

2.3

Onderzoek

Als geen directe oplossing voorhanden is, start TVE het onderzoek. In het onderzoek hanteert TVE de uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 1, paragraaf 1.2. Aanvullend op het leefringenmodel hanteert TVE een integrale aanpak volgens de werkwijze: één gezin, één plan, één regisseur Onderdeel van het onderzoek is het keukentafelgesprek. Ter voorbereiding op keukentafelgesprek wordt de inwoner gevraagd om binnen 7 werkdagen een persoonlijk plan in te dienen. Uitgangpunt in het gesprek is gebruik van de 'eigen kracht' van de inwoner en diens sociale netwerk. Als het eigen netwerk te weinig mogelijkheden biedt, wordt er gezocht naar mogelijkheden in het georganiseerde informele netwerk en indien nodig aangevuld met algemene voorzieningen. In het onderzoek werkt TVE samen met de inwoner aan vraagverheldering, objectivering van de belemmering, het bepalen van doelen en worden mogelijke oplossingen besproken. Indien de inwoner een persoonlijk plan heeft ingediend wordt dit plan betrokken bij het onderzoek. De medewerker van het TVE stelt samen met de inwoner een ondersteuningsplan op. Dit plan zet op een rijtje wat de problemen zijn maar brengt ook in kaart welke mogelijkheden de inwoner en zijn/haar omgeving heeft om tot oplossingen te komen. Wanneer het noodzakelijk is kan er kortdurende clientondersteuning worden ingezet gericht op de zelfredzaamheid en participatie.

Het te behalen resultaat en de acties worden in het ondersteuningsplan vastgelegd. Het plan is 'dynamisch' en wordt, wanneer nodig, geactualiseerd. In het ondersteuningsplan staat tevens de indicatieve omvang (minuten/uren en totaal duur beschikking) van de ondersteuning benoemd. Indien nodig wordt specialistisch (medisch) advies aangevraagd. Dit advies wordt altijd betrokken bij het te nemen besluit. De aard, omvang, duur en eventuele andere specificaties van een maatwerkvoorziening worden daar waar nodig vastgesteld in overleg met aanbieders van aanvullende zorg/ maatwerkvoorzieningen en met professionals met expertise op het gebied van beperkingen en ziektebeelden van klantgroepen. Hierbij valt te denken aan expertise op het gebied van

10

psychiatrische stoornissen, zintuiglijke beperkingen, niet aangeboren hersenletsel, fysieke beperkingen, dementie en gedragsproblemen, etc. Het ondersteuningsplan is onderdeel van het gespreksverslag. De inwoner ondertekent het verslag voor gezien of akkoord en stuurt een ondertekend exemplaar naar het college. De inwoner ontvangt altijd een exemplaar van het getekende verslag met ondersteuningsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10461757/1