CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

C2 Bijlage Raadsinformatiebrief inventarisatienota omgevingsplan kleine kernen

Forum Fysieke Leefomgeving 9 januari 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Ter bespreking aangevraagd13.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.5.8

Milieubeleid De gemeente Brummen heeft geen milieubeleid op het gebied van geluid, geur en omgevingsveiligheid etc. dat aanleiding geeft om mee te nemen in de vormgeving van het omgevingsplan. Wel heeft de gemeente Brummen het decentraal uitvoeringsprogramma Schone Luchtakkoord 2024 vastgesteld.

2.5.9

Uitnodigingskader Windmolens en Zonnevelden Op dit moment is er geen aanleiding om regels in het omgevingsplan op te nemen. Er wordt gewerkt aan nieuw beleid dat mogelijk op termijn wel aanleiding kan tot het opnemen van regels in het omgevingsplan.

34

2.5.10

Bebouwde kom houtkap/beschermde houtopstanden De bebouwde komgrens voor houtkap wordt gelijkgetrokken met de plangrens van het plangebied voor de kleine kernen. De gronden in het plangebied liggen daarmee ok binnen de bebouwingscontour houtkap.

2.5.11

Nota Ruimtelijke Kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit vormt het welstandsbeleid van de gemeente Brummen. Onder de Omgevingswet geldt dat het welstandsbeleid onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan. Volgens artikel 4.19 van de Omgevingswet is het mogelijk om in het omgevingsplan regels op te nemen over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. Als de regels over het uiterlijk van de bouwwerken uitleg nodig hebben, moet de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan de regels voldoet. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden voor de welstandstoets artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en heeft er een beleidsneutrale overgang plaatsgevonden. Er wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid. Dit beleid zal gelijktijdig met het vertalen van de bruidsschat in het omgevingsplan geïntegreerd worden.

2.5.12

Algemene Plaatselijke Verordening Brummen In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Brummen zijn diverse regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving opgenomen. In lijn met de eerder gemaakte afspraken over de vormgeving van de transitie van het tijdelijk omgevingsplan tot volledig gemeentedekkend permanent omgevingsplan zal de APV op een later moment voor de hele gemeente geïntegreerd worden in het omgevingsplan.

2.5.13

Evenementenbeleid gemeente Brummen 2019 De gemeente Brummen heeft voor evenementen beleid geformuleerd. Voor evenementen die een significante invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit geldt dat ze in het omgevingsplan beoordeeld en geborgd moeten worden. Het gemeentelijk evenementenbeleid zal een belangrijke informatiebron om tot een juiste regeling voor evenementen te kunnen komen.

2.5.14

Gemeentelijk rioleringsplan Brummen De gemeente heeft een aantal (zorg)taken voor het stedelijk afvalwater. Dit staat in artikel 2.16 lid 1 onder a onder 3 van de Omgevingswet. In het omgevingsplan geeft de gemeente aan hoe en op welke manier ze stedelijk afvalwater inzamelt en transporteert. Het gemeentelijk rioleringsplan is niet langer wettelijk verplicht, maar wordt een vrijwillig document. De inhoud van het huidige gemeentelijk rioleringsplan kan worden opgenomen in het omgevingsplan. Een andere mogelijkheid is om van het gemeentelijk rioleringsplan een programma te maken.

35

2.5.15

Omgevingsvisie (1.0) en ander beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving De gemeente Brummen beschikt over verschillende beleidsstukken en visies met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het gaat om onder meer om de Omgevingsvisie (1.0), Structuurvisie Ligt op Groen, Toekomstvisie 2030, Woonagenda 2019-2023, Routekaart woningbouw, Strategie kwaliteitstoerisme 2022-2026 en Positieve en Integrale gezondheid in Brummen. Deze beleidsstukken en visies geven niet direct aanleiding tot verwerking in het omgevingsplan, maar kunnen wel inhoudelijke input geven wanneer bijvoorbeeld doelen en oogmerken voor gebieden en activiteiten geformuleerd moeten worden. Tijdens het proces om tot het omgevingsplan voor de kleine kernen te komen wordt het parallelle planproces met betrekking tot de omgevingsvisie gevolgd zodat eventuele nieuwe beleidsmatige inzichten waar nodig/wenselijk doorgevoerd kunnen worden.

36

3 Input organisatie, keten- en samenwerkingspartners In verschillende gesprekken met gemeentelijke vakdisciplines en onze keten- en samenwerkingspartners hebben we alle aanwezige kennis, wensen en ideeën rondom het omgevingsplan voor de kleine kernen geïnventariseerd en verzameld. De gesprekken waren tevens een goede aanleiding om alle betrokkenen op de hoogte te brengen van het beoogde proces en na te gaan op welke wijze men betrokken wil blijven. Hierna wordt van de gevoerde gesprekken samenvattend een overzicht gegeven van de opbrengst.

3.1

Ambtelijke organisatie

3.1.1

Openbare ruimte In de praktijk worden weinig obstakels in het huidige bestemmingsplan voor de kleine kernen ervaren. In algemene zin geldt dat het bij herinrichtingen van de openbare ruimte prettig is om uitwisselbaarheid te hebben tussen functies als groen, parkeren, voetpaden en de loop van de wegen zodat makkelijk (zonder strijdigheid met het omgevingsplan) ingespeeld kan worden op lokale omstandigheden en behoeften. Omdat er meer behoefte is om water te kunnen bergen in de openbare ruimte is het belangrijk dat het omgevingsplan daar ruimte voor biedt.

3.1.2

Wegen en verlichting De ervaring vanuit bestemmingsplannen leert dat de inventarisatie erg belangrijk is. De keuze voor de juiste ondergrond is dan ook van belang, zodat bijvoorbeeld verschillen tussen tuinen en wegen goed in het plan worden vertaald. Het huidige bestemmingsplan biedt voldoende mogelijkheden qua lichtmasten en ander wegmeubilair. Er is geen wens om een strak onderscheid te maken tussen wegen, groen, parkeren etc. Op die manier kan in de praktijk goed worden ingespeeld op het vinden en realiseren van praktische oplossingen in de openbare ruimte. Ook bij wegenonderhoud is dat prettig, zodat je bijvoorbeeld vanwege verkeersveiligheid een wegslinger kunt maken of meer ruimte voor fietsers of vuilnisophaaldiensten. En als groen wordt omgevormd/gerenoveerd wordt op zoek gegaan naar mogelijkheden om verharding die geen functie meer heeft te vervangen voor groen en liggen er in de groene openbare ruimte kansen voor water en klimaatadaptatie. Voor grote groenstructuren en -plantsoenen is een groenbestemming goed om te hebben. Bij voorkeur zo min mogelijk werken met verkeersbestemmingen als het particulier eigendom is om zo veel mogelijkheid helderheid te krijgen qua beheer en onderhoud. Er zijn situaties van inritten en achterpaden die soms een verkeersbestemming hebben, maar particulier eigendom zijn en niet in beheer bij de gemeente.

Tegelijkertijd is het daarbij de vraag of het omgevingsplan het juiste document is om deze soms onduidelijke situaties te beantwoorden. 37

3.1.3

Water en klimaatadaptatie Er is een gemeentelijk beheerpakket voor de openbare ruimte aanwezig waarin ook gemeentelijke waterlichamen zitten, zoals duikers, watergangen en wadi’s. Vulling van deze informatie komt vanuit lokale kennis uit de organisatie. De eerste indruk is dat we best veel weten, maar dat er qua documentatie er wel een opgave ligt om dat te verzamelen, bij elkaar te brengen en actueel te houden. Voor A-watergangen is het logisch om met iets van een waterfunctie te werken. Voor C-watergangen geldt dat ze vaak geen primaire waterfunctie hebben en ook niet altijd in verbinding staan met het hele watersysteem. Het goed in kaart brengen van alle C-watergangen en eventueel opnemen in het omgevingsplan is een zeer complexe en grote opgave, waarbij het de vraag is of dat nodig is als ze lang niet altijd in verbinding staan met het hele watersysteem. Bij het eventueel loslaten van een onderscheid tussen groen- en verkeersbestemmingen is er een groot risico dat groen het onderspit delft. Het is een gemeentelijk ambitie om toe te werken naar minder verharding en met het loslaten van groenbestemming is er mogelijk een risico dat er toch meer verharding ontstaat. Voor de afkoppelopgave geldt dat momenteel gewerkt wordt met wadi’s, infiltratiekratten etc. op eigen terrein. Hiervoor wordt al snel één meter gegraven.

Het zou mooi zijn als het omgevingsplan hier verder geen vergunningplicht of iets dergelijks voor zou opnemen.

3.1.4

Vergunningen Het bestemmingsplan voor de kleine kernen zit op zich goed in elkaar. Bij een nieuw omgevingsplan heeft het de voorkeur om het liefst zo helder en simpel mogelijke regels op te stellen, zonder al te veel formules en afhankelijkheden. Het is wenselijk om qua begrippen in het omgevingsplan aan te laten sluiten bij de begrippen rondom bouwen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Specifieke aandacht is daarbij handig voor het begrip bijbehorende bouwwerken in relatie tot de begrippen overkappingen, aan-, uit- en bijgebouwen. Ook het begrip voorgevelrooilijn behoeft extra aandacht in het nieuwe omgevingsplan. Vanuit nieuwe bouwtechnische en duurzaamheidseisen kan het wenselijk zijn om de maximum goothoogte voor aan-, uit- en bijgebouwen van 3 meter naar 3,5 meter te verruimen zodat het bouwwerk goed aansluit bij het hoofdgebouw. Een bedrijf aan huis is op dit moment vergunningplichtig en alleen in aangebouwde bijgebouwen toegestaan. Het onderscheid tussen een beroep en bedrijf aan huis is in de praktijk soms lastig te maken. Heldere definities en mogelijk een lijst van toegestane activiteiten kan prettig zijn om vergunningen te kunnen verlenen. De regels uit het Paraplubestemming Mantelzorgwoning wordt in de praktijk bijna niet gebruikt. De indruk is dat er mogelijk slechts één keer gebruik van is gemaakt 38

(plan is sinds eind 2015 in werking). De regels lijken mogelijk wat achterhaalt en zijn best complex. Belangrijk om de huidige regeling naast de regels vanuit het Rijk te leggen en te kijken of het nog een accurate regeling is. 3.1.5

Groen Er is recent nieuw groenbeleid vastgesteld dat verder wordt uitgewerkt in een groenbeheerplan, daarna volgen de uitvoeringsplannen. In het groenbeleid is hoofdgroen en nevengroen aangewezen. Voor de kleine kernen geldt dat er geen kaarten zijn opgesteld waarop dergelijk groen is aangewezen. Verder geldt als uitgangspunt dat openbaar groen niet meer wordt verkocht, ook geen snippergroen.

3.1.6

Economie en toerisme en recreatie Er is vaak discussie wanneer iets een B&B is en wanneer het toch om een recreatiewoning gaat. Het is van belang om in het omgevingsplan te werken met goede definities. In de praktijk wordt vaak de aanwezigheid van een keuken gezien als een aanleiding om te spreken over een recreatiewoning. Omdat er best veel B&B’s in de gemeente zijn, is het van belang om te focussen op het toevoegen van het juiste aanbod en het aantrekken van de juiste doelgroepen voor je toeristisch product. De huidige regeling met een maximum oppervlak van 50 m2 geeft voldoende ruimte om hierover met initiatiefnemers in gesprek te blijven en grip te houden op het aanbod. Het gaat immers om kleinschalige voorzieningen waarvoor ondernemersvrijheid mag gelden en dat aansluit bij mogelijkheden voor andere bedrijfsfuncties aan huis. Gelet op de groeiopgave in de regio, ook op het gebied van werkgelegenheid, is het wenselijk om na te denken of het mogelijk is om bedrijven ruimte/flexibiliteit in het omgevingsplan geven te geven om te kunnen groeien/veranderen. In relatie tot de wens om met korte (voedsel)ketens te werken kan gekeken worden of de verkoop streekproducten straks goed in het omgevingsplan zit.

3.1.7

Duurzaamheid Er wordt stapsgewijs toegewerkt naar een warmteplan. De opgaven en wensen vanuit Liander en Firan voor nutsvoorzieningen zijn goed om aan te houden voor het omgevingsplan en bieden waarschijnlijk ook voldoende bouwmogelijkheden voor eventuele wijkwarmtepompen. Vanuit het uitnodigingskader zon en wind is er in de kleine kernen ruimte voor een eventuele middelgrote windturbine. Deze mogelijkheid hoeft niet rechtstreeks in het omgevingsplan opgenomen te worden, maar er wordt beleidsmatig wel ruimte voor geboden. In 2024 heeft de raad van de gemeente Brummen het beleidskader duurzaam ontwikkelen vastgesteld.

3.1.8

Veiligheid en openbare orde Wat betreft veiligheid en openbare orde zijn er geen specifieke aandachtspunten voor de kleine kernen. Wel geldt dat er in de kleine kernen verschillende 39

evenementen worden georganiseerd op basis van het evenementenbeleid en de APV. De APV wordt op een later moment in het omgevingsplan geïntegreerd, maar de ruimtelijke mogelijkheden voor evenementen uit het beleid kunnen in het omgevingsplan opgenomen worden. Op basis van verleende vergunningen van de afgelopen kan op een snelle manier goed inzicht worden verkregen van onder meer de locaties. 3.1.9

Natuur en landschap Ontwikkeling van de groen-blauwe dooradering (GBDA) is belangrijk binnen gemeente Brummen. Dit netwerk van landschapselementen zoals houtwallen, kruidenrijke grasstroken en poelen bevordert biodiversiteit en verbindt natuurgebieden. Voor de natuur biedt de GBDA schuilplaatsen en habitats voor flora en fauna, terwijl agrariërs profiteren van natuurlijke plaagregulatie en betere gewasbestuiving. Tevens draagt het bij aan CO2-opslag en recreatieve mogelijkheden voor bewoners. De gemeente wil het GBDA-netwerk versterken door samenwerking met particulieren en boeren, wat voordelen oplevert voor natuur, landbouw en de maatschappij. De gemeente zet hier verschillende subsidiebronnen voor in, bijvoorbeeld de Groene Opgave. Het huidige thematische bestemmingsplan voor landschapselementen is dan ook prettig om hiervoor te benutten, zodat er mogelijkheden zijn om passende landschapselementen te realiseren. Het ecologisch beheren van bermen en watergangen is in 2023 in gang gezet. Het ecologisch beheerde areaal wordt jaarlijks met 20% uitgebreid. Hiermee wordt de groenblauwe dooradering ook versterkt.

3.1.10

Sociaal domein Het sociaal domein heeft slechts incidenteel te maken met bestemmingsplan. De transities rondom wonen en zorg vragen wel om een goede vertaling in het omgevingsplan (wonen versus maatschappelijk). Er zijn beleidsregels voor mantelzorg aanwezig, maar de indruk is dat er niet veel gebruik van wordt gemaakt.

3.2

Keten- en samenwerkingspartners

3.2.1

Dorpsraad Empe-Tonden Voor de dorpsraad is het van belang om in de communicatie goed aan te geven dat het uitsluitend om de bebouwde kom gaat van de kleine kernen en de delen van de kleine kernen buiten de bebouwde kom nu geen onderdeel uitmaken van het plan. Voor het omgevingsplan is het van belang dat de situatie van bedrijven aan huis anders is dan nu in het bestemmingsplan geregeld. Het is van belang om hier te voorzien in actuele en moderne regels. Het dorpshuis is bijna iedere dag drukbezet en levendig met onder meer de aanwezigheid van verschillende vereniging en een buitenschoolse opvang. De voorziet

40

van het buurthuis kan goed inzicht geven in welke activiteiten er plaatsvinden zodat deze goed in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. 3.2.2

Waterschap Vallei en Veluwe Het Waterschap Vallei en Veluwe ziet graag de volgende thema’s terug in het omgevingsplan (daar waar van toepassing is): •

Waterkeringen met kernzone en reserveringszone.

•

A-watergangen met onderhoudsstroken.

•

Gemalen oppervlaktewater.

•

Riooltransportleidingen en bijbehorende rioolgemalen.

Daarnaast zou het waterschap ook graag de locaties terug willen zien die zijn toegewezen als waterberging, zoals wadi’s. Maar omdat dit (vaak) geen oppervlaktewatersysteem is, ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de gemeente. 3.2.3

Regio Stedendriehoek & RES De RES 1.0 is het kader waarbinnen momenteel gewerkt wordt en het proces naar de RES 2.0 is gestart. De RES 1.0 richt zich op zon op land, zon op dak, wind en regionale warmte. Er wordt veel nagedacht over decentrale energienetwerken, voornamelijk warmtenetten. Warmtenetten zijn grotendeels ondergrond, maar bovengronds is ook ruimte nodig. Liander heeft een goed beeld wat de ruimte voor nutsvoorzieningen is. Verdere transitieopgaven behoeven nog nader onderzoek om de ruimtelijke impact en opgave scherp te kunnen krijgen. Er wordt een regionale energievisie in de stedendriehoek opgesteld. Dit beleid richt zich onder andere op het energiesysteem van de toekomst.

3.2.4

Gemeente Zutphen De gemeente Zutphen heeft onder de Wet ruimtelijke ordening een omgevingsplan voor het landelijk gebied opgesteld. Er zijn geen specifieke aandachts- of leerpunten voor het omgevingsplan voor de kleine kernen.

3.2.5

Regioarcheoloog Het Paraplubestemmingsplan Archeologie is een gemeentedekkend plan met daarin de actuele regels voor archeologie. De regels kunnen ongewijzigd in het omgevingsplan geïntegreerd worden. Het is daarbij wel van belang om qua naamgeving en begrippen goed te kijken naar de nieuwe termen onder de Omgevingswet, zoals archeologische monumenten en te verwachten archeologische monumenten. Er zijn geen archeologische rijksmonumenten in de gemeente Brummen aanwezig die extra bescherming in het omgevingsplan behoeven. Los van het omgevingsplan heeft de gemeente nog een opgave om de Erfgoedverordening te actualiseren en gedeeltelijk in het omgevingsplan te integreren.

3.2.6

Gasunie In de gemeente Brummen heeft de Gasunie alleen een regionaal netwerk liggen, waarvoor aan weerszijden van de leiding een belemmeringenstrook van 4 meter geldt. De Atlas Leefomgeving wordt zeer regelmatig door de Gasunie voorzien van actuele data en kan daardoor goed als basis worden gehouden voor bijvoorbeeld

41

het vastleggen van brandaandachtsgebieden. Wat betreft regels kan de “Staalkaart Netbeheer Nederland ‘elektriciteit en gas in het omgevingsplan’” aangehouden worden voor voorbeeldregels. Na een check door de Gasunie volgt dat er in het plangebied van de kleine kernen verder geen aardgasdrukmeet- en regelstations aanwezig zijn die opgenomen hoeven te worden in het omgevingsplan. 3.2.7

Omgevingsdienst Veluwe Voor het omgevingsplan is het van belang om de milieubelastende activiteiten in het plangebied goed te inventariseren. Verder heeft de omgevingsdienst rondom bodem een handreiking voor gemeenten gemaakt die gebruikt kan worden. Daarnaast is het handig om over de volgende aandachtspunten na te denken als je het omgevingsplan vorm gaat geven: •

Bepaal de bebouwingscontouren voor geur, houtkap en jacht.

•

Maak een afweging of je regels rondom lichthinder opneemt, ook in relatie tot bijvoorbeeld reclame-uitingen bij horeca en tankstations.

•

Geluid vanuit bijvoorbeeld speeltuintjes vraagt om een afweging.

•

Het is van belang om de regeling voor spuitzones voor agrarische percelen uit het geldende paraplubestemmingsplan mogelijk over te nemen.

•

Het is van belang om de geluidregeling rondom warmtepompen in het omgevingsplan op te nemen.

•

Rondom jacuzzi’s ziet de omgevingsdienst nog weleens klachten ontstaan rondom geluid.

•

Er zijn zorgen over de relatie tussen mantelzorgwoningen en de nabijheid van milieubelastende activiteiten.

De omgevingsdienst heeft geïnventariseerd of er veehouderijen in of in de omgeving van het besluitgebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op woningen in de kleine kernen. Hieruit volgt dat er twee veehouderijen relevant zijn: − De veehouderij aan de Brederietweg 5 in Empe ligt buiten de kern Empe, maar heeft mogelijk een geurbelasting op de kern Empe. − De veehouderij aan Oudeweg 27 in Leuvenheim ligt in de kern Leuvenheim en hiermee moet rekening gehouden worden bij het opstellen van het omgevingsplan. De omgevingsdienst heeft geïnventariseerd of er propaantanks aanwezig zijn in het besluitgebied. Deze zijn niet aanwezig. De omgevingsdienst heeft geïnventariseerd of er afdeklagen als bodemsaneringsmaatregel zijn toegepast in het besluitgebied. Dit is niet het geval. Hierbij moet wel opgemerkt dat de omgevingsdienst nog wacht op een evaluatie van een bodemsanering, waarbij het onwaarschijnlijk wordt geacht dat een afdeklaag is aangebracht. 3.2.8

Liander Er ligt een grote opgave om meer nutsgebouwen voor de middenspanning te realiseren. Deze gebouwen vallen onder het reguliere vergunningvrije bouwen,

42

waardoor er geen extra opgave of wens ligt rondom het omgevingsplan voor de kleine kernen. 3.2.9

ProRail Wat betreft omgevingsveiligheid geldt dat de veiligheidszones uit de Atlas Leefomgeving representatief voor het omgevingsplan zouden moeten zijn. Voor geluid geldt dat de geluidproductieplafonds, brongegevens en geluidaandachtsgebieden voor het RIVM zijn gepubliceerd en voor het omgevingsplan kunnen worden gehanteerd. Voor trillingen geldt dat er geen wetgeving is en er alleen afwegingen worden gemaakt bij situaties waarbij nieuwe gevoelige objecten in de buurt van het spoor komen. Bij functieveranderingen kan dit ook aan de orde zijn.

3.2.10

GGD Noord- en Oost-Gelderland De GGD heeft in samenspraak met het RIVM de Handreiking gezonde planregels opgesteld op basis van de kernwaarden voor de gezonde leefomgeving. Omdat gekozen is om beleidsneutraal over te gaan is het de vraag in hoeverre deze handreiking nu direct in het omgevingsplan geïntegreerd kan worden. Dit vraagt naar verwachting toch eerst om beleidsdoelstellingen en -ambities rondom gezondheid vanuit de omgevingsvisie voordat er regels in het omgevingsplan opgenomen kunnen worden.

3.2.11

Leuvenheims Belang Leuvenheims Belang geeft aan dat ze een aantal keer per jaar een huis-aan-huisblad verspreiden dat goed wordt gelezen. Als het past in het proces dan mag er gebruik van worden gemaakt. Wat betreft beroepen/bedrijven aan huis geldt dat het nu als erg beperkt en verouderd wordt ervaren. Modernisatie en actualisatie van de regels wordt als wenselijk gezien. De school heeft een buitenschoolse opvang en organiseert sportactiviteiten, een buitenbioscoop en andere evenementen (Oranjefeest en Kerstfeest). Het buurthuis heeft een breed aanbod: dansen, kaarten, muziek, proeverijen, knutselen, vergaderen, yoga, voorheen dansen. Door de aanwezigheid van een horecavergunning is er ook ruimte voor het organiseren van feesten/partijen. Voor beide voorzieningen geldt dat ze erg belangrijk zijn van het dorp en het belangrijk is dat de huidige activiteiten in het omgevingsplan door kunnen blijven gaan.

3.2.12

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) Alle risicovolle activiteiten staan als het goed is goed weergegeven op de Atlas Leefomgeving, zoals de spoorweg en buisleidingen. Opslag gevaarlijke stoffen lijkt niet aanwezig te zijn, ook geen propaantanks. Tot 1 januari 2025 hebben omgevingsdiensten de tijd om de data rondom propaantanks op orde te brengen en op Atlas Leefomgeving te krijgen. Het kan dus zijn dat hier nog een vacuüm is. 43

Bluswatervoorzieningen in de kleine kernen lijkt op orde en behoeft geen bijzondere aandacht. Voor de veiligheidsregio vormen natuurbosbranden een groot risico, maar deze liggen buiten het plangebied. Tot slot geldt voor evenementen ook een veiligheidsrisico waarnaar mogelijk gekeken moet worden bij het vastleggen van evenementenlocaties. 3.2.13

Provincie Gelderland De provincie Gelderland heeft gekeken welke provinciale belangen er gelden in de kleine kernen. In alle kernen gelden de belangen ‘landschap’ (paragraaf 5.3) en ‘klimaatadaptatie’, paragraaf 5.7.6. Hall: •

ligt deels in nationaal landschap.

Empe: •

ligt deels in nationaal landschap;

•

de provinciale weg N345 (Rijksweg) loopt door de kern;

•

er bevindt zich een oude bosgroeiplaats in de kern;

•

er bevinden zich gronden met een GNN-status in de kern;

•

er bevinden zicht gronden met een GO-status in de kern.

Oeken: •

ligt helemaal nationaal landschap;

•

er bevindt zich een oude bosgroeiplaats in de kern;

•

er bevinden zich gronden met een GNN-status in de kern;

•

er bevinden zicht gronden met een GO-status in de kern.

Leuvenheim: •

ligt deels in nationaal landschap;

•

de provinciale weg N348 (Arnhemsestraat) loopt door de kern;

•

er bevindt zich een oude bosgroeiplaats in de kern;

•

er bevinden zich gronden met een GNN-status in de kern;

•

er bevinden zicht gronden met een GO-status in de kern.

De provincie Gelderland heeft aangegeven dat het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone niet in plan opgenomen hoeft te worden door het conserverende karakter. Ook de regelgeving met betrekking tot nationale landschappen en bosgroeiplaatsen is niet relevant bij een conserverend plan. In artikel 5.61 van de provinciale verordening is geregeld dat een omgevingsplan geen regels bevat die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van een provinciale weg belemmeren. 3.2.14

TenneT TenneT heeft in samenwerking met Netbeheer Nederland een Staalkaart “Elektriciteit en Gas in het Omgevingsplan” opgesteld. Hierin zijn de doelstellingen van 44

TenneT beschreven en geconcretiseerd in bouwstenen voor het omgevingsplan. Die bouwstenen zijn vervolgens vertaald in voorbeeldregels voor het omgevingsplan. 3.2.15

Defensie Defensie heeft niet gereageerd op de uitnodiging.

45

4 GIS-viewer 4.1

Verschillen met GIS-viewer Als reactie op de GIS-viewer zijn meerdere opmerkingen en vragen binnengekomen. In navolgende tabel zijn de binnengekomen reacties van bewoners opgenomen, waarvoor geldt dat sprake is van een verschil tussen de feitelijke situatie en het huidige bestemmingsplan (zoals weergegeven in de viewer). Adres

Inhoud

Hall, Dorpsstraat 14

Burgerwoning ter plaatse van een agrarische bestemming.

Hall, Dorpsstraat 16

Burgerwoning ter plaatse van een agrarische bestemming.

Hall, Slatweg 4A

Mantelzorgwoning vergund, maar niet geregeld in het geldende bestemmingsplan

Hall, Dorpsstraat 41

Deel van de tuin ligt buiten de woonbestemming.

Hall, Dorpsstraat 60

Verzoek om het bouwvlak aan te passen conform de aangeleverde stukken en reeds afgegeven vergunning.

Buurtweg 5

Bouwvlak niet conform afgegeven vergunning 2021-0854 (8 sep 2021) en bouwhoogte niet lijn met werkelijkheid (zie vergunning). Hoogte nok is 3.407 meter, hoogte goot is 2.795 meter.

Oeken, Voorster-

Grond met agrarische bestemming in gebruik als tuin en

weg 103

grond met woonbestemming in gebruik als agrarisch.

Leuvenheim, Oude-

Tuin ter plaatse van een agrarische bestemming.

weg 49-51 Empe, Rijksweg 17

Oprit t.b.v. woonhuis heeft maatschappelijke bestemming.

Empe, Empermolen

Corrigeren grens woonbestemming. Aansluiting met post-

14

zegeltuit met kleine kernen incorrect.

Empe, Trepkes-

Tuinen kloppen niet meer met het bestemmingsplan kleine

weide 31

kernen. Actualiseren.

Empe, Emperweg 8

Schuur in voorerf en in tuinbestemming.

Empe, Emperweg

Niet agrarisch bedrijf ter plaatse van een agrarische be-

64

stemming.

Empe, Emperweg

Hoogte gebouw en groenbestemming niet kloppend met

41

gebruik.

Empe, Emperweg

Delen van het perceel liggen buiten het plangebied.

15, 15a Empe, Emperweg 3

Tuin met agrarische bestemming. .

Empe, Emperweg

Tuin met agrarische bestemming.Verkeersbestemming op

67

gronden met recht van overpad.

46

Leuvenheim, Span-

− Plattegrond klopt niet. Achterhuis staat niet getekend.

kerenseweg 11

Kapschuur en schuurtje staan niet op deze kaart. − Bouwvlak van de achterburen (Eendrachtweg 33) ligt deels op perceel indiener.

Emperweg - Rijks-

Groenbestemming moet aangepast worden, met aandacht

weg

voor Nuts en riool. Technische installaties in groenbestemming.

4.2

Overige vragen en opmerkingen Via de viewer, telefonisch en in de spreekuren zijn verschillende vragen en opmerkingen geplaatst, waarbij geen direct verschil tussen het bestemmingplan en de feitelijke situatie wordt geconstateerd. Het gaat hierbij om vragen, maar ook verschillende verzoeken voor nieuwe ontwikkelingen, uitbreiding van bouw- en gebruiksmogelijkheden en verzoeken om handhaving. Deze verzoeken, vragen en opmerkingen zullen persoonlijk worden beantwoord en worden, indien relevant, meegenomen in het omgevingsplan. In onderstaande tabel zijn de adressen genoteerd waarbij deze opmerkingen zijn geplaatst. Hall: Dorpsstraat 14, 54 en 72, Hallseweg 51 en Slatweg 4 en 4A Leuvenheim: Oudeweg 4, 9, 10a, 23 en 43, De Eendrachtweg 18 en 28, Arnhemsestraat 62, 74, 81 en 143 Empe: Emperweg 64, 67 en 80, Trepkesweide 33A, Meeuwenbergweg 4, Rijksweg 25a, Breestraat 1e en Empermolen 14 Oeken: Kleine Vosstraat 17a en Buurtweg 3

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15025466/1