C2 Bijlage Raadsinformatiebrief inventarisatienota omgevingsplan kleine kernen
Tekst van het document
Inventarisatienota Omgevingsplan Kleine Kernen Gemeente Brummen
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
13 november 2024, projectnummer 230369
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Beleid, wet- en regelgeving
4
2.1
Inleiding
4
2.2
Rijk
4
2.3
Provincie Gelderland
27
2.4
Waterschap Vallei en Veluwe
33
2.5
Gemeente Brummen
33
3
4
Input organisatie, keten- en samenwerkingspartners
37
3.1
Ambtelijke organisatie
37
3.2
Keten- en samenwerkingspartners
40
GIS-viewer
46
4.1
Verschillen met GIS-viewer
46
4.2
Overige vragen en opmerkingen
47
1 Inleiding In voorliggende inventarisatienota worden de inhoudelijke kaders voor het omgevingsplan geïnventariseerd. De nota heeft als doel alle opgehaalde informatie overzichtelijk vast te leggen. Welke regels moeten in het omgevingsplan komen als gevolg van instructieregels vanuit de Rijksoverheid en de provincie Gelderland? Welke beleidskaders hebben we als gemeente die een plek moeten krijgen in het omgevingsplan? De basis voor de inventarisatie ligt in de bestaande beleidskaders en wet- en regelgeving, maar is aan de hand van gesprekken met keten- en samenwerkingspartners en gesprekken binnen de ambtelijke organisatie verder aangevuld en verfijnd. Naast deze inventarisatienota is een GIS-viewer opgesteld waarin de huidige planologische functies en relevante kaders voor gebruiks- en bouwactiviteiten op hoofdlijnen zijn vastgelegd. De geldende bestemmingsplannen vormen de basis voor deze viewer, aangevuld met verleende afwijkingsvergunningen. Door deze GIS-viewer online raadpleegbaar te maken is inwoners de gelegenheid gegeven hierop te reageren. Bijvoorbeeld als ze constateren dat hun woning is voorzien van een horecafunctie of gedeeltelijk buiten het bouwvlak valt. Deze geconstateerde verschillen en reacties vanuit de samenleving zijn in deze nota verzameld.
Ook zijn op ambtelijk niveau enkele situaties verzamelt waarbij is geconstateerd dat de vergunde en feitelijke situatie op basis van de bij ons bekende gegevens naar verwachting uit elkaar liggen. In de vervolgfasen wordt verder inhoudelijk nagedacht hoe deze situaties straks in het omgevingsplan opgenomen moeten worden.
3
2 Beleid, wet- en regelgeving 2.1
Inleiding Bij het opstellen en beheren van het omgevingsplan moet worden nagegaan of het Rijk en de provincie kaders hebben gesteld, die mede de inhoud van het gemeentelijk omgevingsplan bepalen. Dit kunnen bijvoorbeeld instructieregels, direct werkende regels over activiteiten of omgevingswaarden zijn. Ook de regels over activiteiten die het waterschap in de waterschapsverordening heeft opgenomen, kunnen mogelijk van belang zijn. Tot slot kan het wenselijk zijn om bepaalde bestaande gemeentelijke beleidszaken door te laten werken in regels voor activiteiten in het omgevingsplan. In dit hoofdstuk inventariseren we welke zaken wel/niet relevant zijn voor het op te stellen omgevingsplan voor de kleine kernen.
2.2
Rijk Er zijn verschillende onderwerpen waarover het rijk heeft besloten om regels te stellen: via instructieregels of via rechtstreeks werkende regels. Instructieregels bieden de gemeente vaak ruimte voor een eigen afweging. Rechtstreeks werkende regels kunnen ook afwegingsruimte voor de gemeente bieden, in de vorm van een bevoegdheid tot het stellen van maatwerkregels in het omgevingsplan.
2.2.1
Beluit kwaliteit leefomgeving Hoofdstuk 5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor het omgevingsplan met als doel het bewerkstelligen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. § 5.1.2.2 Veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.7
plaatsgebonden risico: kwetsbare ge-
Ja, spoorlijn
Ja
bouwen en locaties en zeer kwets-
Leuvenheim
bare gebouwen 5.8
plaatsgebonden risico: afstanden
Ja, spoorlijn
Ja
Leuvenheim 5.11 5.14 5.15 5.16
plaatsgebonden risico: beperkt
Ja, spoorlijn
kwetsbare gebouwen en locaties
Leuvenheim
aandachtsgebieden en brand- en ex-
Ja, spoorlijn
plosievoorschriftengebieden
Leuvenheim
aandachtsgebieden voor externe vei-
Ja, spoorlijn
ligheidsrisico’s: groepsrisico
Leuvenheim
risicogebied externe veiligheid: aan-
Nee
wijzing en werking
4
Ja Ja Ja Ja
Nadere toelichting artikel 5.7 en 5.8 In artikel 5.7 is geregeld dat in een omgevingsplan een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit in acht genomen moet worden van ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Dit wordt gedaan door de afstanden uit artikel 5.8 aan te houden. Nadere toelichting artikel 5.11 In artikel 5.11 is geregeld dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit van 1 op de 1.000.000 per jaar voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties. Dit wordt ook gedaan door de afstanden uit artikel 5.8 aan te houden. Nadere toelichting artikel 5.14 In artikel 5.14 is geregeld dat in een omgevingsplan brandvoorschriftengebieden en explosievoorschriften gebieden kunnen worden aangewezen als op die locaties een brandaandachtsgebied, respectievelijk een explosieaandachtsgebied is toegelaten. Er kan worden afgezien van aanwijzing of er kan een kleiner gebied worden aangewezen. In ieder geval moeten de locaties in een brand- of explosieaandachtsgebied waar een zeer kwetsbaar gebouw is toegelaten worden aangewezen. Ter plaatse van deze voorschriftengebieden gelden extra bouwvoorschriften voor nieuwe gebouwen.
Nadere toelichting artikel 5.15 Indien gekozen wordt om in lijn met artikel 5.14 te werken met brandvoorschriftengebieden en explosievoorschriftengebieden, zal het groepsrisico voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen binnen de betreffende gebieden moeten worden afgewogen. Nadere toelichting artikel 5.16 Een risicogebied externe veiligheid is de locatie die in een omgevingsplan kan worden aangewezen als binnen het gebied activiteiten als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 3 tot en met 5.2, 6 tot en met 9 en 11 tot en met 13 worden toegelaten. Er zijn geen propaantanks in het plangebied aanwezig die opgenomen hoeven te worden in het omgevingsplan.
5
§ 5.1.2.3 Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.19
belemmeringengebied buisleiding
Ja, in Oeken en Empe
Ja
gevaarlijke stoffen: beperkingen
gas-/kerosineleidingen
Nadere toelichting artikel 5.19 Wanneer in het plangebied een belemmeringengebied buisleiding aanwezig is, dan laat het omgevingsplan hier geen kwetsbare gebouwen (tenzij functionele verbinding met de buisleiding) en zeer kwetsbare gebouwen toe. Daarnaast moet hier worden gewaarborgd dat de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad bij het toelaten van andere bouwwerken en activiteiten die van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de buisleiding. § 5.1.2.4 Veiligheid rond opslag, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikel voor theatergebruik Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.20-5.25
Regels m.b.t. vuurwerk
Nee, niet aanwezig in
Nee
plangebied § 5.1.2.5 Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.26-5.34
Regels m.b.t. civiel ge-
Nee, niet aanwezig in
Nee
bruik en militaire objecten
plangebied
§ 5.1.2.6 Veiligheid rond luchthavens Nog gereserveerd in de wet, maar naar verwachting ook niet van toepassing. § 5.1.2.7 Veiligheid van infrastructuur rond Seveso-inrichtingen Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.35
Regels m.b.t. Seveso-
Nee, niet aanwezig in
Nee
inrichtingen
plangebied
6
§ 5.1.3.2 Primaire waterkeringen Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.38
Regels m.b.t. primaire wa-
Ja
Ja
terkeringen Nadere toelichting artikel 5.38 Bij de kern Leuvenheim valt de grens van het plangebied van het omgevingsplan samen met een primaire waterkering die in de waterschapsverordening is opgenomen. De beschermingszone van deze kering ligt binnen het plangebied. In artikel 5.38 is geregeld dat bij het toelaten van activiteiten is gewaarborgd dat er geen belemmeringen ontstaan voor de instandhouding, het onderhoud of de versterking van de primaire waterkering. Dit geldt ook voor het gebied grenzend aan een primaire waterkering waar ter bescherming van de waterkering regels gelden over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor die primaire waterkering. Op basis van artikel 5.36 is dit niet van toepassing voor zover activiteiten: a op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al rechtmatig op een locatie worden verricht of zijn toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van die bepalingen; of b zijn toegestaan op grond van een in werking getreden projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, dat is vastgesteld respectievelijk die is verleend door een bestuursorgaan van het Rijk. § 5.1.3.3 Kust Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.39-5.40
Regels m.b.t. kustfunda-
Nee, niet aanwezig in
Nee
ment
plangebied
§ 5.1.3.4 Grote rivieren Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.41-5.47
Regels m.b.t. grote rivie-
Nee
Ja
ren Nadere toelichting artikel 5.41-5.47 De artikelen bevatten regels met beperkingen voor het toelaten van activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. Het rivierbed van de grote rivieren is de locatie in de rivieren die zijn weergegeven op de kaart in bijlage XII, die wordt begrensd door de buitenkruinlijn van de primaire waterkering of de lijn van de hoog waterkerende gronden bij die rivieren en waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. De Brummense Bandijk vormt de grens wat betreft het rivierbed en daarmee ligt het (net) buiten het plangebied.
7
§ 5.1.3.5 IJsselmeergebied Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.48-5.49
Regels m.b.t. IJsselmeer-
Nee, niet aanwezig in
Nee
gebied
plangebied
§ 5.1.4.1 Kwaliteit van de buitenlucht Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.50-5.54
Regels m.b.t.
Nee, geen aan-
Nee
luchtkwaliteit
dachtsgebieden aanwezig in plangebied
§ 5.1.4.2. Geluid door activiteiten Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.59
Geluid door activiteiten
Ja, er zijn geluidprodu-
Ja
cerende activiteiten in plangebied 5.61
Functionele binding
Ja, er zijn bijvoorbeeld
Ja
bedrijfswoningen in plangebied 5.62
Voormalige functionele
Nee, er zijn geen plat-
binding
telandswoningen of
Ja
voormalige bedrijfswoningen aanwezig in plangebied 5.65
Standaardwaarden en
Ja, er zijn geluidprodu-
grenswaarden voor geluid-
cerende activiteiten in
gevoelige ruimten binnen
plangebied
Ja
in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen 5.66 5.67
Flexibiliteit – afwijken tot
Mogelijk, in vervolg-
grenswaarden
fase wenselijk bepalen
Flexibiliteit – waarden
Mogelijk, in vervolg-
maximaal geluidniveau in
fase wenselijk bepalen
Nee Nee
de dagperiode 5.68 5.69 5.70
Flexibiliteit – waarden gel-
Mogelijk, in vervolg-
den niet bij festiviteiten
fase wenselijk bepalen
Flexibiliteit – afwijken van
Mogelijk, in vervolg-
waar waarden gelden
fase wenselijk bepalen
Flexibiliteit – geen waarden
Mogelijk, in vervolg-
Nee Nee Nee
fase wenselijk bepalen 5.71
Flexibiliteit – andere regels
Mogelijk, in vervolg-
dan waarden
fase wenselijk bepalen
8
Nee
5.72 5.72a
Beperking flexibiliteit
Mogelijk, in vervolg-
militaire terreinen
fase wenselijk bepalen
Regels over activiteiten die
Mogelijk, in vervolg-
in aanzienlijke mate geluid
fase wenselijk bepalen
Nee Ja
kunnen veroorzaken 5.73
Uitzonderingen geluidbron-
Ja
Ja Nee
nen 5.74-
Geluid windturbines en
Nee, er zijn geen wind-
5.75a
windparken
turbines in plangebied aanwezig
5.76-
Geluid civiele buitenschiet-
Nee, er zijn geen
5.77
banen, militaire buiten-
schietbanen in plange-
schietbanen en militaire
bied aanwezig
Nee
springterreinen Nadere toelichting artikel 5.59 In artikel 5.59 is bepaald dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Dit geluid moet aanvaardbaar zijn. Nadere toelichting artikel 5.61 Als een omgevingsplan waarden bevat over het geluid door een activiteit, bepaalt het omgevingsplan dat die waarden niet van toepassing zijn op het geluid door die activiteit op een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit. Nadere toelichting artikel 5.62 Als een omgevingsplan waarden bevat over het geluid door een activiteit in de agrarische sector, verricht op een bedrijventerrein of in de horecasector, kan het omgevingsplan bepalen dat die waarden niet van toepassing zijn op het geluid door die activiteit op een geluidgevoelig gebouw dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit. Relatie bruidsschat: De bruidsschat bevat alleen een bepaling voor de zogenoemde ‘plattelandswoningen’. Het Bkl biedt dus veel ruimere mogelijkheden dan in de bruidsschat staat. Nadere toelichting artikel 5.65 In artikel 5.65 is geregeld dat een omgevingsplan als waarden de standaardwaarden voor het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw bevat die zijn opgenomen in tabel 6.65.1 in het Bkl.
Daarnaast bevat een omgevingsplan als waarden de grenswaarden die zijn opgenomen in tabel 5.65.2 in het Bkl voor het toelaatbare geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen.
9
Relatie bruidsschat: De standaardwaarde van artikel 5.65 Bkl zijn voor het LAmax anders verdeeld over de bronnen en ruimer dan die in de bruidsschat. Voor de avond– en nachtperiode bevat het Bkl standaardwaarden voor LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen en veroorzaakt door andere piekgeluiden. In de dagperiode geldt geen standaardwaarde voor LAmax, de bruidsschat heeft wel nog geluidnormen voor de dagperiode. De bruidsschat sluit voor LAmax het geluid van laden en lossen uit in de periode tussen 7.00 en 19.00 uur. Nadere toelichting artikel 5.66 In artikel 5.66 is opgenomen dat een omgevingsplan andere waarden dan in de in artikel 5.65 opgenomen standaardwaarden kan bevatten, gelet op de aard of locatie van de activiteit of cumulatie. Het opnemen van deze hogere waarden is onder voorwaarden mogelijk. Daarbij geldt dat de volgende geluidbronnen buiten beschouwing blijven: 1 het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en 2 onversterkt menselijk stemgeluid. Relatie bruidsschat: Het uitsluiten van onversterkt menselijk stemgeluid gaat verder dan de mogelijkheden die de bruidsschat nu biedt.
Daarin is namelijk geregeld dat geluid bij bijvoorbeeld een verwarmd en/of overdekt terrein wel meegenomen moet worden. Nadere toelichting artikel 5.70 en 5.71 In artikel 5.71 is opgenomen dat in afwijking van artikel 5.65, een omgevingsplan, gelet op de aard of locatie van de activiteit, geheel of gedeeltelijk geen waarden kan bevatten. In artikel 5.71 is opgenomen dat een omgevingsplan in plaats van de waarden als bedoeld in artikel 5.65, andere regels kan bevatten. Een voorbeeld hiervan is het uitsluiten van bepaalde activiteiten. Nadere toelichting artikel 5.72a In dit artikel is geregeld dat een omgevingsplan bepaalt dat een activiteit als bedoeld in artikel 5.78b, eerste lid, onder b en c, niet wordt verricht. Het gaat hierbij om het gelijktijdig in gebruik hebben van een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren met een gezamenlijk geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer (waarbij bepaald elektromotoren buiten beschouwing blijven) of het gebruiken van niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer.
Dit is niet van toepassing als een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor deze activiteit waarborgt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht, niet meer bedraagt dan de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1.
10
Nadere toelichting artikel 5.73 en 5.78h − Een omgevingsplan bepaalt dat de waarden die het omgevingsplan bevat voor geluid door een activiteit (op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten) niet van toepassing zijn op: 1 het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en 2 onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd. − Als een omgevingsplan naast of in plaats van de waarden regels bevat over geluid, zien die niet op activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a. Relatie bruidsschat: Er is in de bruidsschat hierop aangesloten. § 5.1.4.2a. Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.78c-h
Geluid door industrieter-
Nee, geen industrie-
Nee
reinen met geluidproduc-
terreinen in plange-
tieplafonds als omge-
bied aanwezig
vingswaarden 8.78l
Geluid in geluidaan-
Ja
Ja
Ja
Ja
Overschrijding standaard-
Mogelijk, in vervolg-
Ja
waarde of toename
fase bepalen
Overschrijding grenswaar-
Mogelijk, in vervolg-
den vanwege zwaarwe-
fase bepalen
dachtsgebied – rekening houden met en aanvaardbaarheid 5.78m
Aanleg of wijziging van gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of wijziging van gebruik van lokale spoorweg
5.78n 5.78o
Nee
gende belangen 5.78s
Geluid in geluidaan-
Ja
Ja
Ja
Ja
Overschrijding standaard-
Mogelijk, in vervolg-
Ja
waarde
fase bepalen
dachtsgebied – rekening houden met en aanvaardbaarheid 5.78t
Hoofdregel toelaten van geluidgevoelig gebouw
5.78u
11
5.78v-aa
Overschrijding grens-
Mogelijk, in vervolg-
waarde vervangende
fase bepalen
Ja
nieuwbouw, functiewijziging, zeehaven gebonden activiteiten, niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen 5.78af
Indirecte akoestische ef-
Nee, want geen ver-
fecten
ruiming bestaande
Nee
planologische resten 5.78ag
Overschrijding grens-
Mogelijk, in vervolg-
waarde vanwege zwaar-
fase bepalen
Nee
wegende belangen 5.78ai
Indirecte akoestische ef-
Nee
Nee
fecten van wijzigingen in geluidaandachtsgebied Nadere toelichting artikel 5.78l In een omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het geluid door wegen en spoorwegen op geluidgevoelige gebouwen. Een omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door de gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Hieraan wordt voldaan door toepassing te geven aan artikel 5.78m (zie de toelichting hierna). In afwijking hiervan kan worden voldaan door toepassing te geven aan artikel 5.78n of 5.78o (zie de toelichting hierna). Nadere toelichting artikel 5.78m − Een omgevingsplan dat de aanleg van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.34 van het Bkl. − Een omgevingsplan dat een wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of een wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de hoogste van de volgende twee waarden: 1 de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.34; en 2 het geluid op die geluidgevoelige gebouwen op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan.
Als toepassing is gegeven aan artikel 3.27, tweede lid van het Bkl, geldt voor het geluid door de gemeenteweg en de lokale spoorweg gezamenlijk de standaardwaarde voor gemeentewegen, bedoeld in tabel 3.34 van het Bkl. Nadere toelichting artikel 5.78n Dit artikel bevat de voorwaarden waaronder de standaardwaarde of het geluid op het tijdstip van wijziging van omgevingsplan (artikel 5.78) kan worden overschreden. 12
Nadere toelichting artikel 5.78s In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied. Hierbij moet in ieder geval het gecumuleerde geluid worden beoordeeld. Een omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Hieraan wordt voldaan door toepassing te geven aan artikel 5.78t uit het Bkl. In afwijking hiervan kan worden voldaan door toepassing te geven aan artikel 5.78u, 5.78v, 5.78w, 5.78x, 5.78y of 5.78aa. Nadere toelichting artikel 5.78t Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t. Als toepassing is gegeven aan artikel 3.27, tweede lid, geldt voor het geluid door de gemeenteweg en de lokale spoorweg gezamenlijk de standaardwaarde voor gemeentewegen, bedoeld in tabel 5.78t. Daarnaast gelden uitzondering voor specifieke geluidgevoelige gebouwen die zijn genoemd in artikel 3.21 Bkl. Relatie bruidsschat: In de Bruidsschat zijn de standaardwaarden opgenomen, deze zijn van rechtswege onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan.
Als je in het omgevingsplan geen regels opneemt over het toelaten van geluidgevoelige objecten in aandachtsgebieden van wegen moeten deze voldoen aan de standaardwaarde van artikel 3.34 Bkl. Er is dan geen regeling om Hogere geluidswaarden vast te stellen. Nadere toelichting artikel 5.78u Dit artikel bevat de voorwaarden waaronder het geluid op een gebouw hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Nadere toelichting artikel 5.78v Dit artikel bevat de voorwaarden waaronder het geluid op een gebouw hoger kan zijn dan de grenswaarde.
13
§ 5.1.4.4 Trillingen Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.83
Trillingen door activiteiten
Ja, er zijn bedrijfs-
Ja
– rekening houden met en
functies in plange-
aanvaardbaarheid
bied
Functionele binding
Ja, er zijn bijvoor-
5.84
Ja
beeld bedrijfswoningen in plangebied 5.85
Voormalige functionele
Nee, er zijn geen plat-
binding
telandswoningen of
Ja
voormalige bedrijfswoningen aanwezig in plangebied 5.86
Verhouding met aan-
Ja, er zijn bedrijfs-
vaardbaarheid
functies in plange-
Ja
bied 5.87
Standaardwaarden conti-
Ja, er zijn bedrijfs-
nue trillingen
functies in plange-
Ja
bied 5.87a
5.88
Standaardwaarden her-
Ja, er zijn bedrijfs-
haald voorkomende trillin-
functies in plange-
gen
bied
Afwijken van standaard-
Nee, geen bedrijven-
waarden activiteit op be-
terrein in plangebied
drijventerrein tot aan
aanwezig
Ja
Ja
grenswaarde 5.89
Afwijken van standaard-
Mogelijk, in vervolg-
waarde en grenswaarde
fase wenselijk bepa-
Ja
len Nadere toelichting artikel 5.83 en 5.86 – 5.89 In artikel 5.83 is geregeld dat een omgevingsplan erin moet voorzien dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Hieraan wordt voldaan als wordt voldaan aan de in artikel 5.87 opgenomen standaardwaarden voor continue trillingen en de in artikel 5.87a opgenomen standaardwaarden herhaald voorkomende trillingen. In artikel 5.88 en 5.89 zijn de mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de standaardwaarden. Relatie bruidsschat: De standaardwaarden voor continue trillingen zijn ook opgenomen in de bruidsschat. De standaardwaarden voor herhaald voorkomende trillingen niet.
14
Nadere toelichting artikel 5.84 en 5.85 Als een omgevingsplan waarden bevat voor trillingen door een activiteit, moet in het omgevingsplan worden opgenomen dat deze niet van toepassing zijn op trillingen door die activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit. Wanneer er sprake is van trillingen door een activiteit in de agrarische sector, verricht op een bedrijventerrein of in de horecasector, dan kan dit ook geregeld worden voor trillingen in ruimten en gebouwen die eerder functioneel verbonden waren. Relatie bruidsschat: De bruidsschat bevat alleen een bepaling voor de zogenoemde ‘plattelandswoningen’. Het Bkl biedt dus veel ruimere mogelijkheden dan in de bruidsschat staat. § 5.1.4.4a. Slagschaduw van windturbines Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.89a-fa
Windturbines met een ro-
Nee, er zijn geen erf-
Ja
tordiameter van 2 meter
molens of andere windturbines in plangebied aanwezig zijn
Nadere toelichting artikel 5.89a en 5.89aa – 5.89c en 5.89f – 5.89fa In artikel 5.89a en 5.89aa is geregeld op welke slagschaduwgevoelige gebouwen en windturbines de regeling betrekking heeft. Het is in veel gevallen niet van toepassing op het toelaten van een windpark met 3 of meer windturbines. Een omgevingsplan moet erin voorzien dat de slagschaduw door een windturbine in verblijfsruimten van slagschaduwgevoelige gebouwen aanvaardbaar is (5.89c). Hieraan wordt in ieder geval voldaan als een omgevingsplan dat een windturbine toelaat, bepaalt dat in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een afstand van minder dan twaalfmaal de rotordiameter van de windturbine is gelegen ten hoogste gemiddeld zeventien dagen per jaar gedurende niet meer dan twintig minuten per dag slagschaduw door de windturbine kan optreden. Dit is niet van toepassing op het toelaten van een windpark met 3 of meer windturbines. Nadere toelichting artikel 5.89d en 5.89e Als een omgevingsplan regels bevat over de slagschaduw door een windturbine, bepaalt het omgevingsplan dat die regels niet van toepassing zijn op de slagschaduw in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die windturbine.
Wanneer er sprake is van slagschaduw door een windturbine bij een activiteit in de agrarische sector of verricht op een bedrijventerrein, dan kan dit ook geregeld worden voor slagschaduw in ruimten die eerder functioneel verbonden waren.
15
§ 5.1.4.5. Bodemkwaliteit Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.89i
Waarde toelaatbare kwali-
Ja, want omgevings-
Ja
teit bodem
plan biedt waarschijnlijk ruimte voor toevoegen van bodemgevoelige gebouwen bij recht
5.89j
Waarde toelaatbare kwali-
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
teit bodem: blootstelling 5.89k
Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit bodem
5.89ka
Omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie
5.89l
Melding bouwactiviteit
Ja
Ja
5.89m
Ingebruikname na maatre-
Ja
Ja
Nee, geen nazorg-
Nee
gelen op verontreinigde bodem 5.89n
Nazorg
maatregelen in het plangebied aanwezig 5.89o
Aanwijzing bodembeheer-
Mogelijk, in vervolg-
gebieden
fase wenselijk bepa-
Ja
len 5.89p
Indeling landbodem in bo-
Ja
Ja
demfunctieklassen Nadere toelichting artikel 5.89i-5.89ka Een omgevingsplan moet waarden bevatten voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie voor de in bijlage XIIIa bij het Bkl aangewezen stoffen die de gezondheid bedreigen (uitgedrukt in milligram per kilo droge stof uit de bodem). De waarden kunnen per gebied of gebruiksfunctie verschillen. Bij het vaststellen van de waarden wordt rekening gehouden met de interventiewaarden bodemkwaliteit (bedoeld in bijlage IIA bij het Bal). Een omgevingsplan kan ook een hogere waarde bevatten dan de interventiewaarde. Een omgevingsplan bepaalt dat het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van interventiewaarde alleen is toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Als in een omgevingsplan is bepaald dat het 16
verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen, dan moet dit ook als voorwaarde voor de omgevingsvergunning worden opgenomen. In het omgevingsplan moet tot slot worden geregeld dat een bodemgevoelig gebouw vervolgens alleen in gebruik mag worden genomen nadat het college is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen getroffen. In het omgevingsplan moet ook zijn geregeld dat de beschermende maatregelen in stand moeten worden gehouden, moeten worden onderhouden of moeten worden vervangen. Relatie bruidsschat: In de bruidsschat is de Interventiewaarde bodemkwaliteit opgenomen als waarde voor de toelaatbare kwaliteit. In artikel 22.29 (beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning OPA bouwwerken algemeen) zijn de genoemde voorwaarden voor de omgevingsvergunning opgenomen. Verschil met toepassingsbereik uit art 5.89g, tweede lid is dat de uitzondering voor een bijgebouw van minder dan 50 m2 niet als een bodemgevoelig gebouw beschouwd moet worden, niet terugkomt in de bruidsschat. Dat er sanerende of beschermende maatregelen voorgeschreven dienen te worden als de waarde voor toelaatbare kwaliteit overschreden wordt komt ook zo terug in artikel 22.31 van de bruidsschat.
Nadere toelichting artikel 5.89l Artikel 5.89l regelt dat het verboden is een bodemgevoelig gebouw te bouwen op een bodemgevoelige locatie zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. Nadere toelichting artikel 5.89o Artikel 5.89o regelt dat in een omgevingsplan één of meer bodembeheergebieden kunnen worden aangewezen voor het met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift afwijken van de kwaliteitseisen. Nadere toelichting artikel 5.89p Artikel 5.89p regelt dat in een omgevingsplan de landbodem in bodemfunctieklassen wordt ingedeeld voor het toepassen van grond of baggerspecie of het bij ministeriële regeling aangewezen toepassingsgebied toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen.
17
§ 5.1.4.6. Geur Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.91
Geurgevoelige gebouwen
Ja
Ja
5.92
Geur door activiteiten –
Ja, er is één agrari-
Ja
rekening houden met en
sche functie in het
aanvaardbaarheid
plangebied
5.93
Waar waarden gelden
Ja
Ja
5.94
Tot waar afstanden gel-
Ja
Ja
Ja, er zijn bijvoor-
Ja
den 5.95
Functionele binding
beeld agrarische bedrijfswoningen in plangebied, maar mogelijk ook van toepassing op zorgfuncties bij agrarische bedrijven 5.96
Voormalige functionele
Nee, er zijn geen plat-
binding
telandswoningen of
Ja
voormalige bedrijfswoningen aanwezig in plangebied 5.97
Bebouwingscontour geur
Ja
Ja
5.98-
Geur door het exploiteren
Nee, niet aanwezig in
Nee
5.103
van zuiveringstechnische
plangebied
werken 5.108
Concentratiegebieden
Mogelijk, Brummen
Ja
is een aangewezen concentratiegebied in Meststoffenwet 5.109
Geur landbouwhuisdieren
Ja, er is één agrari-
met geuremissiefactor –
sche functie in de na-
standaardwaarde en
bijheid van het plan-
grenswaarde
gebied (Brederietweg
Ja
5 Empe) 5.109a
Geur landbouwhuisdieren
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
met geuremissiefactor – eerbiedigende werking bij waarde 5.110
Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor – afstand tot geurgevoelig gebouw met functionele binding of geen
18
functionele binding meer op of na 19 maart 2000 5.111
Geur landbouwhuisdieren
Mogelijk
Ja
Geur landbouwhuisdieren
Ja, er is één agrari-
Ja
zonder geuremissiefactor
sche functie in het
– afstand en ondergrens
plangebied (Oude-
afstand tot geurgevoelig
weg 27 Leuvenheim)
met geuremissiefactor afstand tot ruimte-voorruimtewoning 5.112
gebouw 5.115
Geur landbouwhuisdieren
Mogelijk
Ja
Ja
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
zonder geuremissiefactor – afstand tot ruimte-voorruimtewoning 5.116
Geur landbouwhuisdieren met en zonder geuremissiefactor – afstand gevel dierenverblijf tot geurgevoelig gebouw
5.117
Flexibiliteit – afwijken van grenswaarde en afwijken van ondergrens afstand
5.120
Geur opslaan van vaste mest, champost en dikke fractie – afstand
5.121
Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong – afstand
5.122 2.2.1.2
Geur opslaan kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen – afstand
5.123
Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie – afstand
5.124
Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of na vergisten – afstand
5.125
Geur composteren of opslaan van groenafval – afstand
5.126
Eerbiedigende werking
Mogelijk
Ja
5.127
Flexibiliteit – afwijken van
Mogelijk
Ja
afstanden 19
Nadere toelichting artikel 5.91 In artikel 5.91 is gedefinieerd wat een geurgevoelig gebouw is. Het omgevingsplan kan andere geurgevoelige gebouwen of gedeelten van gebouwen aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Daarnaast is er de mogelijkheid om de instructieregels uit het Bkl voor geur toe te passen op geurgevoelige locaties. Relatie bruidsschat: De bruidsschat maakt gebruik van de definitie van geurgevoelig object, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Die is substantieel breder dan het begrip geurgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 5.91 van het Bkl. De gebouwen die in de bruidsschat beschermd worden met het begrip geurgevoelig object, kan een gemeente wel als geurgevoelig gebouw aanwijzen. De al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geprojecteerde of in aanbouw zijnde woningen (of gebouwen met een andere gebruiksfunctie die beschermd wordt tegen geur) vallen niet onder de bruidsschatregels voor geur. Alleen voor nieuwe gevallen wordt aangesloten bij artikel 5.91, derde lid, van het Bkl dat inhoudt dat gebouwen beschermd worden vanaf het moment van toelaten. Nadere toelichting artikel 5.92-5.96 In artikel 5.92 is geregeld dat een omgevingsplan erin moet voorzien dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
Het omgevingsplan moet bepalen waar de waarden gelden en tot waar de afstanden gelden (5.93 en 5.94). Bepaalt moet worden dat de waarden of afstanden niet van toepassing zijn voor geurgevoelige gebouwen met een functionele binding met de activiteit. Wanneer er sprake is van waarden of afstanden door een activiteit in de agrarische sector, verricht op een bedrijventerrein of in de horecasector, dan kan dit ook geregeld worden voor geurgevoelige gebouwen die eerder functioneel verbonden waren. Relatie bruidsschat: De bruidsschat bevat alleen een bepaling voor de zogenoemde ‘plattelandswoningen’. Het Bkl biedt dus veel ruimere mogelijkheden dan in de bruidsschat staat. Nadere toelichting artikel 5.97 Wanneer een omgevingsplan regels bevat voor Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken, Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken of Geur door andere agrarische activiteiten, dan moeten in het omgevingsplan één of meerdere bebouwingscontouren geur worden vastgelegd. Deze moet worden aangewezen rond stedelijk gebied. Daarnaast kan stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied of lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen binnen de bebouwingscontour worden opgenomen.
20
Nadere toelichting artikel 5.109 – 5.117 Een omgevingsplan kan een concentratiegebied aanwijzen en moet in dat geval de geometrische begrenzing vastleggen. Dit is in ieder geval gebied I en gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet. De gemeente Brummen ligt in gebied I. Het omgevingsplan moet waarden bevatten voor het houden van landbouwhuisdieren met emissiefactor. Daarnaast moeten afstanden en ondergrenzen worden opgenomen, die aangehouden moeten worden tot geurgevoelige gebouwen. In het omgevingsplan moeten daarnaast afstanden tot geurgevoelige gebouwen worden opgenomen voor landbouwhuisdieren zonder emissiefactor. Voor ruimtevoor-ruimte woningen gelden uitzonderingen op de afstand en waarden. Als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen kan een omgevingsplan hogere waarden bevatten of een kleinere afstand worden aangehouden. Relatie bruidsschat: De aangewezen concentratiegebieden op grond van de Wet geurhinder en veehouderij worden van rechtswege onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Zie begripsbepalingen bruidsschat. In het plangebied is aan de Oudeweg 27 in Leuvenheim een agrarisch bedrijf gevestigd waar landbouwhuisdieren met een vaste afstandsnorm (melk- en jongvee) worden gehouden.
Aan de Brederietweg 5 in Empe bevindt zich een agrarisch bedrijf met landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor (varkens) die van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat van de kern Empe. Nadere toelichting artikel 5.120-5.127 In de artikelen 5.120 – 5.127 zijn regels opgenomen voor geur door andere agrarische activiteiten. In het omgevingsplan moeten ten opzichte van deze activiteiten vaste afstanden tot geurgevoelige gebouwen in acht worden genomen. Voor iedere activiteit is dit specifiek geregeld.
21
§ 5.1.5 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.129
Kust
Nee, niet aanwezig
Nee
5.129a-
PKB-Waddenzee en Wad-
Nee, niet aanwezig
Nee
5.129f
dengebied
5.129g
Zorgvuldig ruimtegebruik
Nee, want geen ver-
Ja
en tegengaan van leeg-
ruiming bestaande
stand
planologische resten
5.130
Behoud cultureel erfgoed
Ja
Ja
5.131
Behoud werelderfgoed
Nee, niet aanwezig
Nee
Nadere toelichting artikel 5.129g Dit artikel is alleen van toepassing op stedelijke ontwikkeling en hierdoor alleen relevant voor ontwikkelingsgerichte plannen. Nadere toelichting artikel 5.130 In een omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een omgevingsplan in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende beginselen: 1. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten; 2. het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; 3. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; 4.
het voorkomen van aantasting van: − de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd; en − het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en 5. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
22
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen in een omgevingsplan ook: − regels worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden; en − gevallen worden aangewezen waarin kan worden afgezien van onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of het opleggen van plichten met die strekking. Als in een omgevingsplan regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, bepaalt het omgevingsplan dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m 2. In een omgevingsplan kan een andere oppervlakte worden vastgesteld. Er is een lijst beschikbaar van de aanwezige rijksmonumentale en gemeentelijke monumenten in het plangebied. Er zijn geen archeologische monumenten in het plangebied. § 5.1.6 Behoud van ruimte voor toekomstige functies Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.133
Aanwijzing reserverings-
Nee, niet aanwezig in
Nee
gebieden autowegen, au-
plangebied
tosnelwegen en hoofdspoorwegen 5.136
Aanwijzing reserverings-
Nee, niet aanwezig in
gebieden buisleidingen
plangebied
Nee
van nationaal belang 5.140
Aanwijzing aanleggebie-
Nee, niet aanwezig in
den Maasvlakte 2 en com-
plangebied
Nee
pensatie 5.142
Geen belemmeringen
Nee, niet aanwezig in
voor aanleg en ontwikke-
plangebied
Nee
ling natuur 5.143 5.147
Aanwijzing natuur- en re-
Nee, niet aanwezig in
creatiegebieden
plangebied
Aanwijzing reserverings-
Nee, niet aanwezig in
gebied parallelle Kaag-
plangebied
baan
23
Nee Nee
§ 5.1.7 Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.150-
Aanwijzing militaire terrei-
Nee, niet aanwezig in
Nee
5.155
nen en terreinen met een
plangebied en er wor-
militair object
den geen hoge gebouwen/windturbines toegelaten
5.156 5.160 5.61a
Aanwijzing locaties voor
Nee, niet aanwezig in
elektriciteitsvoorziening
plangebied
Aanwijzing vrijwaringsge-
Nee, niet aanwezig in
bieden rijksvaarwegen
plangebied
Geen belemmeringen
Nee, niet aanwezig in
communicatie-, navigatie-
plangebied en er wor-
en radarapparatuur bur-
den geen hoge ge-
gerluchtvaart
bouwen/windturbi-
Nee Ja Nee
nes toegelaten 5.161b 5.161bb
Behoud landelijke fiets- en
Nee, niet aanwezig in
wandelroutes
plangebied
Aanwijzing uitsluitingsge-
Nee, niet aanwezig in
bied hyperscale datacen-
plangebied
Nee Ja
tra Nadere toelichting artikel 5.160 Het vrijwaringsgebied is een strook van 10 tot maximaal 50 meter breed langs een rijksvaarweg. Het vrijwaringsgebied langs de IJssel valt niet binnen de plangrenzen voor het omgevingsplan kleine kernen. Nadere toelichting artikel 5.161bb Het uitsluitingsgebied hyperscale datacentra, zijnde het gebied waar geen hyperscale datacentra zijn toegelaten, is het grondgebied van Nederland met uitzondering van enkele locaties gelegen in de gemeenten Het Hogeland en Hollands Kroon, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het uitsluitingsgebied hyperscale datacentra, laat het omgevingsplan geen hyperscale datacentrum toe. § 5.1.7a Gebruik van bouwwerken Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.161c
Aanwijzing woningbouw-
Nee
Nee
categorieën
24
§ 5.1.8 Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.162
Toegankelijkheid open-
Nee, alleen relevant
Nee
bare buitenruimte
bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
Afdeling 5.2. Instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.163
Voorkomen belemmerin-
Ja, relevant ter
Ja
gen gebruik en beheer
plaatse van spoorlijn
hoofdspoorweginfrastruc-
Leuvenheim en Empe
tuur en rijkswegen 5.164
Lokale spoorwegen bin-
Nee
Nee
Lozen industrieel afvalwa-
Nee, dit soort activi-
Ja
ter in openbaar vuilwater-
teiten zijn niet in het
riool
plangebied aanwezig
5.165a
Bebouwingscontour jacht
Mogelijk
Ja
5.165b
Bebouwingscontour hout-
Mogelijk
Ja
nen vervoerregio’s 5.165
kap Nadere toelichting artikel 5.163 In een omgevingsplan dat van toepassing is op de hoofdspoorweginfrastructuur of op een weg in beheer bij het Rijk worden geen regels gesteld die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van die infrastructuur belemmeren. Nadere toelichting artikel 165 Als industrieel afvalwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving is aangewezen, wordt geloosd op het openbaar vuilwaterriool, laat een omgevingsplan die lozing alleen toe, als wordt voldaan aan de eisen van bijlage I, afdeling C, bij de richtlijn stedelijk afvalwater. Nadere toelichting artikel 5.165a In een omgevingsplan wordt voor de toepassing van de artikelen 11.71, vierde lid, en 11.76, derde lid, aanhef en onder a, van het Bal een bebouwingscontour jacht aangewezen aansluitend aan stedelijk gebied en aansluitend aan lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen.
25
In bovengenoemde artikelen is geregeld dat de jacht niet wordt uitgeoefend met het geweer binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour jacht of op terreinen die onmiddellijk aan die bebouwingscontour grenzen. Een geweer mag alleen worden gebruikt op een jachtveld. Bij de oppervlakte van het jachtveld worden de in een omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour jacht en onmiddellijk aan die bebouwingscontour grenzende terreinen niet meegenomen. Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwingscontour voor jacht. Nadere toelichting artikel 5.165b In een omgevingsplan wordt voor de toepassing van artikel 11.111, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bal een bebouwingscontour houtkap aangewezen aansluitend aan stedelijk gebied. In bovengenoemd artikel is geregeld dat afdeling 11.3 uit het Bal (m.b.t. activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen) niet van toepassing is op houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap. Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwingscontour voor houtkap. 2.2.2
Besluit activiteiten leefomgeving Voor verschillende activiteiten in de leefomgeving heeft de Rijksoverheid in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) algemene en landelijk geldende regels opgesteld. Het gaat onder meer om milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten en activiteiten die de natuur betreffen. Het Bal bevat geen instructieregels die betrekking hebben op de inhoud en vormgeving van het gemeentelijk omgevingsplan. Wel is het zo dat activiteiten die in het omgevingsplan zijn toegestaan te maken kunnen krijgen met aanvullende regels uit het Bal, bijvoorbeeld rondom externe veiligheidsrisico’s of aangewezen bebouwingscontouren voor jacht en houtkap.
2.2.3
Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) heeft geen instructieregels die betrekking hebben op de inhoud en vormgeving van het gemeentelijk omgevingsplan. Wel bevat het Bbl een lijst van omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken die vergunningvrij uitgevoerd kunnen worden en is er bijvoorbeeld een relatie tussen het omgevingsplan en het Bbl met betrekking tot geluid (het bepalen van het akoestisch binnen niveau).
26
2.3
Provincie Gelderland Iedere provincie stelt onder de Omgevingswet één omgevingsverordening vast. De omgevingsverordening kan zowel instructieregels bevatten (over het omgevingsplan, maar ook over de waterschapsverordening of over projectbesluiten) als regels over activiteiten. Voor sommige onderwerpen heeft het Rijk zelfs bepaald dat provincies verplicht instructieregels over het omgevingsplan in de omgevingsverordening moeten opnemen (zie afdeling 7.1 Bkl). De betreffende onderwerpen zijn het kustfundament, UNESCO-werelderfgoed en het Natuurnetwerk Nederland. Voor deze nota is de ‘Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023)’ geraadpleegd. Hoofdstuk 5 bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Afdeling 5.2 – natuur § 5.2.1 Gelders natuurnetwerk Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.4-
Gelders
In Empe, Oeken en Leuven-
Ja
5.18
natuurnetwerk
heim bevinden zich gronden met een GNN-status, maar doordat omgevingsplan niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen verder niet relevant
Nadere toelichting artikel 5.4-5.18 Wanneer een omgevingsplan nieuwe activiteiten of ontwikkelingen toelaat binnen het Gelders natuurnetwerk dan is dat alleen toegestaan wanneer uit het onderzoek blijkt dat er geen nadelige gevolgen zijn voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk. De provincie Gelderland heeft aangegeven dat het Gelders natuurnetwerk niet in plan opgenomen hoeft te worden door het conserverende karakter. § 5.2.2 Groene ontwikkelingszone Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.19-
Groene
In Empe, Oeken en Leuven-
Ja
5.25
ontwikkelingszone
heim bevinden zich gronden met een GO-status, maar doordat omgevingsplan niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen verder niet relevant
Nadere toelichting artikel 5.19-5.25 Wanneer een omgevingsplan nieuwe activiteiten of ontwikkelingen toelaat binnen de Groene ontwikkelingszone dan is dat alleen toegestaan wanneer uit het 27
onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten/ontwikkelingsdoelstellingen ter plaatse per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. De provincie Gelderland heeft aangegeven dat de Groene ontwikkelingszone niet in plan opgenomen hoeft te worden door het conserverende karakter. § 5.2.3 Ganzenrustgebied Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.26-5.27
Ganzenrustgebied
Nee, niet in plange-
Nee
bied aanwezig (loopt tot aan de dijk bij Leuvenheim) § 5.2.4 Weidevogelgebied Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.28-5.29
Weidevogelgebied
Nee, niet in plange-
Nee
bied aanwezig § 5.2.5 Natte landnatuur Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.30-5.31
Natte landnatuur
Nee, niet in plange-
Nee
bied aanwezig Afdeling 5.3 – landschap Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.33
Beschermen landschap
In Empe, Hall, Oeken
Ja
en Leuvenheim bevinden zich gronden met Nationaal Landschap, maar doordat omgevingsplan niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen verder niet relevant 5.38
Beschermen landschap
Nee
Ja
Gelderse streken: IJsselvallei Nadere toelichting artikel 5.33 Wanneer een omgevingsplan nieuwe activiteiten of ontwikkelingen toelaat, wordt daarbij een beschrijving gegeven op welke wijze rekening is gehouden met de 28
aanwezige kernkwaliteiten. Dit geldt in het bijzonder voor gronden die zijn aangewezen als nationaal landschap. De provincie Gelderland heeft aangegeven dat het Nationaal landschap niet in plan opgenomen hoeft te worden door het conserverende karakter. Nadere toelichting artikel 5.38 Wanneer een omgevingsplan nieuwe activiteiten of ontwikkelingen toelaat, wordt daarbij rekening gehouden met de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. In voorliggende situatie gaat het om de vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van de Gelderse streek IJsselvallei. Afdeling 5.4 – erfgoed § 5.4.1 UNESCO Werelderfgoed: Hollandse Waterlinies Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.45-5.47
Hollandse Waterlinies
Nee, niet in plange-
Nee
bied aanwezig § 5.4.2 UNESCO Werelderfgoed: Nedergermaanse Limes Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.48-5.52
Nedergermaanse Limes
Nee, niet in plange-
Nee
bied aanwezig § 5.4.3 Molenbiotoop Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.53-5.34
Molenbiotoop
Nee, niet in plange-
Nee
bied aanwezig Afdeling 5.5 – milieu Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.55-5.57
Bescherming kwaliteit
Nee, geen waterwin-
Nee
grondwater
gebied of grondwaterbeschermingsgebied aanwezig
5.58
Verbod op rechtstreeks
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
lozen in het grondwater 5.59
Lozen van grondwater op of in de bodem
29
Nadere toelichting artikel 5.58 De Kaderrichtlijn Water verplicht lidstaten er zorg voor te dragen dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd worden in het grondwater. Het verbod op rechtstreeks lozen naar het grondwater was onder het recht zoals dat gold voor inwerkingtreding van de Omgevingswet geborgd in artikel 2.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 2.2 van het Besluit lozen buiten inrichtingen en artikel 3 van het Besluit lozing afvalwater huishoudens, maar keert onder de Omgevingswet niet terug in de landelijke regelgeving. Gelet op het oogmerk van deze afdeling is het aan de provincie om ervoor te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen in het grondwater geborgd blijft. De gemeente is echter het bevoegd gezag voor het lozen van water op of in de bodem, zoals afvalwater of hemelwater. Zodoende zorgt de instructieregel dat de gemeente, bij het uitoefenen van haar bevoegdheden ten aanzien van het lozen op of in de bodem, voorkomt dat er een rechtstreeks lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater plaatsvindt.
Dit gaat om zowel het lozen van verontreinigende stoffen die afkomstig zijn van de in het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen activiteiten als de in het omgevingsplan aangewezen activiteiten waar afvalwater of overig water bij vrij kan komen dat verontreinigende stoffen bevat en geloosd wordt op of in de bodem. Nadere toelichting artikel 5.59 Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit. In het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) waren hier eerder voor eisen gesteld. De regels zijn nu opgenomen in artikel 22.139 en 22.140 van de bruidsschat van het omgevingsplan. Deze regels in de omgevingsverordening zorgen ervoor dat de bruidsschatregels geborgd blijven. Overwogen kan worden om de voorbeschermingsregels van de provincie nu direct in het omgevingsplan voor de kleine kernen op te nemen dan wel dit op te pakken op het moment dat de Bruidsschat wordt vertaald. Afdeling 5.6 – provinciale wegen Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.60-5.61
Gebruik en instandhou-
Ja, in Leuvenheim en
Ja
ding provinciale wegen
Empe zijn provinciale wegen aanwezig
Nadere toelichting artikel 5.61 Een omgevingsplan bevat geen regels die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van een provinciale weg belemmeren. Afdeling 5.7 – ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking
30
§ 5.7.1 Woonlocaties en recreatiewoningen Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.62-5.64
Regionale woon-
Nee, omgevingsplan
Nee
agenda/nieuwbouw wo-
voorziet niet in
ningen
nieuwe ontwikkelingen
5.65
Permanente bewoning
Nee, geen recreatie-
van recreatiewoningen
woningen in plange-
Nee
bied aanwezig 5.66
Recreatieparken
Nee, omgevingsplan
Nee
voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen § 5.7.2 Werklocaties Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.67-5.70
Regionale programma
Nee, omgevingsplan
Nee
werklocaties
voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen
5.71
Kadegebonden bedrijvig-
Nee, geen kadege-
heid
bonden bedrijvigheid
Nee
in plangebied aanwezig 5.72
Solitaire bedrijvigheid in
Nee, omgevingsplan
buitengebied
voorziet niet in bui-
Nee
tengebied en nieuwe ontwikkelingen 5.73
Biomassavergisting,
Nee, omgevingsplan
mestbewerking en mest-
voorziet niet in bui-
verwerking
tengebied en nieuwe
Nee
ontwikkelingen § 5.7.3 Detailhandel Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.74-5.75
Detailhandelsvoorziening
Nee, omgevingsplan
Nee
voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen § 5.7.2 Glastuinbouw
31
Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.76-5.78
Glastuinbouwbedrijven
Nee, omgevingsplan
Nee
voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen § 5.7.2 Veehouderij Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.79-5.82
Nieuwvestiging, uitbrei-
Nee, omgevingsplan
Nee
ding en hervestiging vee-
voorziet niet in
houderijen
nieuwe ontwikkelingen
5.83
Geitenhouderijen
Ja
Ja
Nadere toelichting artikel 5.83 De Omgevingsverordening legt vast dat gemeenten voor uiterlijk 1 januari 2026 in het omgevingsplan regels over geitenhouderijen opnemen, in lijn met artikel 4.61 van de verordening. De regels hebben betrekking op het verbieden van het nieuwvestigingen en uitbreiden van geitenhouderijen. § 5.7.2 Klimaatadaptatie Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.84-5.85
Klimaatadaptatie
Nee, omgevingsplan
Nee
voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen § 5.7.2 Energietransitie Artikel
Inhoud
Relevant
Nadere toelichting
5.86-5.89
Regionaal programma
Nee, omgevingsplan
Nee
energietransitie
voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen
5.90
Zonneparken
Nee, omgevingsplan
Nee
voorziet niet in buitengebied en nieuwe ontwikkelingen 5.91
Windturbines
Nee, omgevingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen
32
Nee
2.4
Waterschap Vallei en Veluwe
2.4.1
Waterschapsverordening Waterschappen stellen in de waterschapsverordening regels over activiteiten die van invloed zijn op oppervlaktewateren, waterkeringen en het grondwater. De gemeente zal bij het stellen van regels in het omgevingsplan ook rekening moeten houden met de regels die het waterschap heeft gesteld. Bij verschillende onderwerpen kunnen er raakvlakken zijn tussen de regels over activiteiten van waterschappen en gemeenten, of kunnen de regels elkaar zelfs overlappen. Waterschappen stellen bijvoorbeeld regels die het bouwen van bouwwerken in de zones rond waterkeringen beperken of zelfs verbieden. En waterschappen worden, net als gemeenten, onder de Omgevingswet bevoegd om regels te stellen over lozingen van afvalwater; waterschappen stellen de regels over lozingen in oppervlaktewater, gemeenten over lozingen in de bodem en de riolering. Steeds als de gemeente of het waterschap de regels over dergelijke activiteiten wijzigt, is onderlinge afstemming nodig om te zorgen dat burgers en bedrijven niet met schurende of tegenstrijdige regels worden geconfronteerd. Het waterschap is niet bevoegd om instructieregels te stellen over het omgevingsplan. Instructieregels kunnen alleen door het rijk en de provincies worden gesteld.
2.4.2
Legger Het waterschap Vallei en Veluwe heeft twee leggers: de legger watersysteem en de legger waterkeringen. Op deze leggers staat waar keringen en watergangen zich bevinden, wat de categorie van de kering of watergang is en waar de zones liggen waarvoor de verboden en geboden uit de waterschapsverordening gelden.
2.5
Gemeente Brummen
2.5.1
Bestemmingsplan Kleine Kernen Het bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ zal primair de inhoudelijke basis vormen voor het omgevingsplan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Wel zal in een vervolgfase nagegaan moeten worden of de huidige regelingen nog werkbaar en representatief zijn voor de huidige tijd. Te denken valt of de huidige regelingen goed aansluiten bij nieuwe ruimtelijke functies, zoals webshops. Ook worden afwijkingsvergunningen en losse bestemmingsplannen binnen de kleine kernen meegenomen.
2.5.2
Paraplubestemmingsplan Mantelzorgwoning De gemeente Brummen heeft met het ‘Paraplubestemmingsplan Mantelzorgwoning’ de beleidsregeling Mantelzorgwoning 2014 een juridisch-planologische status gegeven. Deze regeling zal geïntegreerd moeten worden in het omgevingsplan. 33
2.5.3
Inwoonregeling gemeente Brummen (2014) Inwoning wordt gezien als: “het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woning die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in een met het hoofdgebouw verbonden aan en/of uitbouw”. Er is een gemeentelijke regeling om dit onder voorwaarden toe te staan. Deze regeling moet in het omgevingsplan geïntegreerd worden.
2.5.4
Paraplubestemmingsplan Parkeren De gemeente Brummen heeft met het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ het geldende parkeerbeleid vertaald tot een juridisch-planologische regeling. Deze regeling zal geïntegreerd moeten worden in het omgevingsplan.
2.5.5
Paraplubestemmingsplan Archeologie De gemeente Brummen heeft met het ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’ het geldende beleid met betrekking tot archeologie vertaald tot een juridisch-planologische regeling. Deze regeling zal geïntegreerd moeten worden in het omgevingsplan. De archeologische dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ zijn door dit thematische plan vervangen.
2.5.6
Paraplubestemmingplan landschapselementen buitengebied Een deel van de gronden van het omgevingsplan maken momenteel uit van het bestemmingsplan voor het buitengebied. Voor het buitengebied is een thematisch bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen buitengebied’ vastgesteld met als doel het stimuleren van het realiseren van passende landschapselementen op agrarische gronden. In de vervolgfase zal nader bepaald moeten worden of de integratie van de regels uit dit thematische bestemmingsplan voor het omgevingsplan Kleine Kernen gewenst is.
2.5.7
Beleidsregel buitenplanse afwijkingsmogelijkheden De gemeente Brummen heeft sinds 1 februari 2024 de beleidsregel ‘buitenplanse afwijkingsmogelijkheden’. De beleidsregel is vooralsnog niet juridisch-planologisch vertaald. In de vervolgfase zal bepaald moeten worden in hoeverre de beleidsregels inhoudelijk (geheel of gedeeltelijk) geïntegreerd zal worden in het omgevingsplan voor de Kleine Kernen of dat sprake blijft van (geheel of gedeeltelijk) buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.