CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

C19 - B&W - Raadsinformatiebrief Regionaal jaarverslag leerplicht 2023-2024 (Apeldoorn, Brummen, Epe) D464086

Forum Fysieke Leefomgeving 4 september 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken10.400 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenteraad Brummen

Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

: 8 juli 2025 : Z115478/D461686 : : Regionaal jaarverslag leerplicht 2023-2024 (Apeldoorn, Brummen, Epe)

ce p

t

Geachte leden van de gemeenteraad,

C on

Het college van burgemeester en wethouders heeft het regionaal jaarverslag leerplicht 2023-2024 (Apeldoorn, Brummen, Epe) vastgesteld. In dit verslag wordt inzicht gegeven in de werkzaamheden van de leerplichtambtenaren en doorstroomcoaches en worden cijfers gepresenteerd op het gebied van schoolverzuim, thuiszitters, vrijstellingen van de Leerplichtwet en voortijdig schoolverlaters (VSV’ers) in het afgelopen schooljaar. Het jaarverslag bevat een cijfermatige onderbouwing en een overzicht van de doelen voor de komende periode. Hiermee geven wij invulling aan onze wettelijke rapportageverplichting en dragen we bij aan het waarborgen van het recht op onderwijs voor alle jongeren. Bij het aanbieden van het verslag willen wij u tevens attenderen op een recent verschenen nieuwsbericht in De Stentor van 14 juni 2025, getiteld “Het aantal voortijdig schoolverlaters in Brummen voor het tweede jaar op rij gestegen.” Hierin wordt melding gemaakt van een stijging van het aantal VSV’ers in onze gemeente. Het college wil bij dit bericht de volgende kanttekeningen plaatsen: 1. In een kleine gemeente als Brummen dienen relatieve cijfers voorzichtig te worden geïnterpreteerd: de genoemde stijging betreft een absolute toename van 23 naar 34 leerlingen. 2.

Hoewel het nieuwsbericht correct stelt dat het aantal VSV’ers voor “het tweede jaar op rij” is gestegen, laat het jaarverslag zien dat de stijging van 2021/2022 naar 2022/2023 slechts drie leerlingen betrof (zie p.19), wat past binnen de fluctuaties die ook in eerdere jaren zichtbaar waren. 3. Brummen scoorde over de jaren heen doorgaans onder het landelijk gemiddelde op het gebied van voortijdig schoolverlaten. De gemeente Brummen werkt voor de uitvoering van de leerplichttaken en begeleiding van VSV’ers samen met het team Leerplicht van de gemeente Apeldoorn. Naar aanleiding van het jaarverslag heeft het college de volgende stappen ondernomen: 1. In samenwerking met het team Leerplicht van de gemeente Apeldoorn voeren we een integrale aanpak op voortijdig schoolverlaters. Deze richt zich op het voorkomen van schooluitval en het begeleiden van jongeren die momenteel geen passend onderwijs of werk hebben. 2. Samen met alle betrokken partijen—waaronder de leerplichtambtenaar, de VSV-coach en de jeugdconsulenten van Team voor Elkaar—zetten wij ons actief in om deze jongeren te begeleiden naar een passende onderwijsplek of een geschikte werkplek.

Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl

Z115478/D461686

Blz. 2

U vindt het jaarverslag in de bijlage van deze brief. Indien u vragen of opmerkingen heeft over de inhoud, kunt u contact opnemen met de portefeuillehouder. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,

G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)

C on

ce p

t

H. Matser secretaris

Bijlage(n):

- D461688

C

on

ce p

t

Regionaal Jaarverslag Leerplicht Schooljaar 2023-2024 – Apeldoorn, Brummen, Epe

1

Inhoud Inleiding .................................................................................................................................................. Inleiding leerplicht en doorstoompunt .................................................................................................. 5 Leerplicht en kwalificatieplicht .......................................................................................................... 5 Leerplichtambtenaar ......................................................................................................................... 5 School............................................................................................................................................... 5 Samenwerkingsverband passend onderwijs .................................................................................... 7 Inspectie van het onderwijs .............................................................................................................. 7 De rol van de politie.......................................................................................................................... 8 Halt ...................................................................................................................................................

8 Raad voor de Kinderbescherming .................................................................................................... 8 Het Openbaar Ministerie .................................................................................................................. 8 Cijfers en ontwikkelingen leerplicht en kwalificatieplicht ...................................................................... 9 Absoluut verzuim .............................................................................................................................. 9 Absoluut verzuim, laatst genoten onderwijssoort, schooljaar 2023-2024 ...................................... 10

t

Relatief verzuim .............................................................................................................................. 10

ce p

Relatief verzuim per onderwijssoort, schooljaar 2023-2024 ...........................................................11 Thuiszitters ......................................................................................................................................11 Haltverwijzingen 2023/2024 ........................................................................................................... 12 Handhaving .................................................................................................................................... 12 Handhaving proces verbaal op alle soorten verzuim, schooljaar 2023/2024 ................................ 13 Vrijstellingen ................................................................................................................................... 14

on

Cijfers en ontwikkelingen Voortijdig Schoolverlaters ......................................................................... 15 Achtergrondkenmerken Voortijdig schoolverlaters ......................................................................... 16 Aantal Vsv’ers naar onderwijssector .............................................................................................. 17

C

Vsv cijfers Apeldoorn, Epe en Brummen........................................................................................ 19 Percentagevergelijkingen met het landelijk gemiddelde ................................................................ 21 Voorkomen van voortijdig schoolverlaten .......................................................................................... 25 Doorstroompunt .............................................................................................................................. 25 Regionaal programma voortijdig schoolverlaten ............................................................................ 26 Doelstellingen & werkzaamheden ..................................................................................................... 27 Doelstellingen schooljaar 2024-2025 ............................................................................................. 28 We creëren meer duidelijkheid in de beoordeling van vrijstellingen .............................................. 30 We gaan het thuiszittersprotocol evalueren ................................................................................... 30 Bijlage 1 – vergelijkingen Vsv cijfers middelgrote steden ..............................................................

31 Bijlage 2 – Vsv trends kleinere steden uit de Stedendriehoek ....................................................... 35

2

Geachte lezer,

Ik nodig u van harte uit om kennis te nemen van het jaarverslag leerplicht 2023-2024, waarin we voor het eerst hebben gekozen voor een regionale aanpak. In nauwe samenwerking met de gemeenten Epe en Brummen hebben we onze krachten gebundeld om de leerplichtaanpak verder te versterken. Deze samenwerking zorgt voor een breder draagvlak en maakt het mogelijk om kennis en ervaring beter te delen, met als doel onze jongeren optimaal te ondersteunen in hun schoolloopbaan. De keuze om een gezamenlijk leerplichtverslag uit te brengen, biedt niet alleen een completer beeld van de stand van zaken in onze regio, maar maakt het ook mogelijk om gerichter in te spelen op regionale trends en ontwikkelingen. Deze aanpak komt direct ten goede aan onze jongeren, die hiermee de juiste begeleiding kunnen krijgen om hun onderwijs succesvol af te ronden. Daarnaast bevat dit jaarverslag ook het verslag over voortijdig schoolverlaten (vsv). We blijven ons inzetten om voortijdig schoolverlaten te verminderen en jongeren perspectief te bieden op een waardevolle plek in de samenleving.

Met vriendelijke groet,

C

on

ce p

Wethouder Onderwijs, Gemeente Apeldoorn

t

Henk van den Berge

3

Samenvatting In dit jaarverslag staan de leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen centraal. We nemen u mee in de werkzaamheden van de leerplichtambtenaren en doorstroomcoaches en we presenteren cijfers op het gebied van schoolverzuim, thuiszitters, vrijstellingen van de Leerplichtwet en voortijdig schoolverlaters in het afgelopen schooljaar. Ook vergelijken we deze cijfers met de cijfers van vorige jaren, op basis van de 1 oktobertelling. Het aantal meldingen van jeugdigen die op 1 oktober 2024 niet stonden ingeschreven op een school is in dit schooljaar toegenomen ten opzichte van 1 oktober 2023. Wel zijn de meeste jeugdigen later gedurende het schooljaar alsnog ingeschreven, of bleken na onderzoek toch al op school ingeschreven te staan. Ook het aantal meldingen van leerlingen die zonder geldige reden afwezig waren tijdens les- of praktijktijd is gestegen in Apeldoorn en gedaald in Brummen en Epe. Een stijging van het aantal verzuimmeldingen is niet per definitie een goede afspiegeling van het daadwerkelijke verzuim. Dit hangt namelijk af van de mate waarin scholen verzuim (tijdig) melden. Als scholen verzuim tijdig melden, kunnen leerplichtambtenaren eerder actie ondernemen als dit nodig is. Het aantal meldingen van thuiszitters is gestegen. Hoewel we streven naar zo min mogelijk thuiszitters, is een stijging van het aantal meldingen een positieve ontwikkeling.

Dit betekent dat scholen thuiszitters beter zijn gaan registreren en wij deze groep steeds beter in beeld krijgen.

ce p

t

Verder is het aantal leerlingen met een vrijstellingen van de Leerplichtwet is toegenomen. Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen met een psychische of lichamelijke redenen waardoor ze niet naar school kunnen. Schoolverzuim staat vrijwel nooit op zichzelf.

C

on

Leerplichtambtenaren krijgen steeds vaker te maken met complexe problematiek. Om de achterliggende oorzaken van verzuim aan te pakken, werken zij en doorstroomcoaches samen met de jeugdigen zelf, ouders, scholen, sociale partners in het voorliggende veld, medewerkers van de gemeente, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, jongerenwerkers en hulpaanbieders. Zij denken mee, signaleren knelpunten en stimuleren een aanpak die schoolaanwezigheid centraal stelt. Komend schooljaar werken we verder aan de ontwikkeling van leerplicht naar leerrecht: een benadering waarbij niet alleen de plicht om naar school te gaan centraal staat, maar vooral het recht van kinderen om (passend) onderwijs te krijgen. De leerplichtambtenaar denkt mee, signaleert problemen op tijd en helpt om oplossingen te vinden.

4

Inleiding leerplicht en doorstoompunt In dit hoofdstuk beschrijven we de rol van de gemeente en andere betrokken partijen.

Leerplicht en kwalificatieplicht Kinderen en jongeren van 5 tot 16 jaar die in Nederland wonen zijn leerplichtig. De Leerplichtwet beschermt het recht op onderwijs voor jeugdigen door het volgen van onderwijs verplicht te stellen voor de leerlingen die daartoe in staat zijn. De Leerplichtwet bepaalt dat gemeenten toezicht houden op de leerplicht. De meeste kinderen gaan al naar school als ze 4 jaar zijn. Maar zij vallen dan nog niet onder de Leerplichtwet. Voor jongeren van 16 en 17 jaar die in Nederland wonen geldt de kwalificatieplicht. De kwalificatieplicht verplicht alle jongeren een volledig onderwijsprogramma te volgen totdat zij een startkwalificatie hebben behaald. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of Mbo (niveau 2 of hoger). Het is mogelijk om met combinaties van leren en werken aan de kwalificatieplicht te voldoen, zoals de beroepsbegeleidende leerweg in het Mbo op minimaal niveau 2.

ce p

t

Daarnaast hebben gemeenten de wettelijke taak om jongeren tussen de 18 en 23 jaar te stimuleren om een startkwalificatie te behalen. Dit doen gemeenten via het Doorstroompunt (oude naam: Regionaal Meld- en Coördinatiefunctie). Doorstroomcoaches bieden begeleiding aan jongeren in het vinden van een passende opleiding, het vinden van een combinatie van school en werk of bij het vinden van andere hulp of zorg. Dit vanuit de gedachte dat iedere jongere die het kán, een diploma haalt. De wettelijke regeling met betrekking tot voortijdig schoolverlaten is niet vastgelegd in de Leerplichtwet of in een aparte Doorstroompunt-wet, maar in de volgende onderwijswetten: Wet op het voorgezet onderwijs Wet op de expertise centra Wet Educatie en Beroepsonderwijs

C

Leerplichtambtenaar

on

  

Leerplichtambtenaren van de gemeente monitoren of leerplichtige jongeren staan ingeschreven bij een school en gaan, indien nodig, na wat de reden is als een jongere (vaak) wegblijft van school 1. Schoolverzuim is een risicofactor voor voortijdig schoolverlaten. Leerplichtambtenaren werken daarom (preventief) samen met onderwijs en betrokkenen in het sociaal domein aan het terugdringen en voorkomen van schoolverzuim. Leerplichtambtenaren werken volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim. De aanpak is licht waar het kan en zwaar(der) waar het nodig is. Een lange tijd lag de focus van leerplichtambtenaren op de strafrechtelijke kant van de Leerplichtwet, maar sinds ongeveer 10 jaar ligt de focus steeds meer op preventie. Het denken in schoolaanwezigheid staat centraal. Bij een leerling zijn veel verschillende mensen betrokken. De leerplichtambtenaar speelt een belangrijke rol in het creëren van overzicht van wat er moet gebeuren zodat een kind passend onderwijs kan krijgen en er de juiste keuzes worden gemaakt.

School Scholen zijn de eerst verantwoordelijke voor het voorkomen en terugdringen van schoolverzuim. De onderstaande afbeelding geeft weer welke verzuimmelding de school toepast in verschillende situaties. 1

Als een leerling vaak wegblijft van school spreken we ook wel van “verzuimers” 5

t ce p on C Scholen zijn wettelijk verplicht om een melding te maken als een leerling (ongeoorloofd) afwezig is voor 16 uur in vier weken. Een school kan echter ook eerder dan wettelijk verplicht is een melding maken. Dit is wenselijk voor leerplichtambtenaren, omdat ze dan eerder (preventief) mee kunnen denken. Ook ziekteverzuim, dat in principe geoorloofd verzuim is, mag volgens afspraken tussen scholen en de gemeente worden gemeld bij de leerplichtambtenaar. Dit kan wel pas nadat de school de jeugdarts heeft ingeschakeld. De jeugdarts bespreekt met de ouders en jongere in hoeverre de jongere kan worden belast. Kan de jongere volgens de jeugdarts worden belast met onderwijs, maar blijft het verzuim doorgaan, dan wordt het geoorloofd verzuim aangepast in ongeoorloofd verzuim en doet de school een melding bij de leerplichtambtenaar. Wanneer een kind/jongere afwezig is en/of veelvuldig te laat komt, neemt de school contact op met de ouders. Scholen in het primair onderwijs melden verzuim via hun leerlingenadministratiesysteem. Scholen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs registreren het verzuim via hun administratiepakket of via het verzuimloket via MijnDUO. Via deze route zorg de landelijke Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) dat de melding terechtkomt bij de gemeente waar de leerling woont.

Het doel van de Wet passend onderwijs is dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. Een school moet 6

elke leerling die bij de school is aangemeld een zo passend mogelijke vorm van onderwijs aanbieden (zorgplicht). Kan de school dat niet zelf, dan moet de school met de ouders zoeken naar een ander, wél passend aanbod binnen hun samenwerkingsverband. De zorgplicht geldt voor kinderen die al op school zitten en kinderen die worden aangemeld. De school zoekt in overleg met de ouders een passende plek in het onderwijs. De opties zijn: -

de eigen school (eventueel met ondersteuning); een andere reguliere school, wanneer de huidige school de ondersteuning die noodzakelijk is niet kan bieden; een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

Met de zorgplicht wil de overheid voorkomen dat kinderen van school naar school worden gestuurd. Ouders melden hun kind schriftelijk aan bij een school naar keuze. Vanaf dan gaat de zorgplicht in. De school onderzoekt of de leerling op de gekozen school terecht kan. Scholen kunnen daarvoor om extra informatie vragen bij de ouders. De zorgplicht houdt ook in dat een school een leerling pas mag uitschrijven als een andere school de leerling toelaat. Zo valt een leerling niet tussen wal en schip.

ce p

t

In het schoolondersteuningsprofiel staat welke extra ondersteuning de school kan bieden aan leerlingen. Hierin staan ook de doelen van de school voor de toekomst beschreven. Leraren, leiding en bestuur stellen samen het schoolondersteuningsprofiel op. Ouders kunnen informatie uit het schoolondersteuningsprofiel gebruiken om te kijken of een school geschikt is voor hun kind.

Samenwerkingsverband passend en inclusief onderwijs

C

on

In een samenwerkingsverband werken scholen samen met als doel het bieden van passend en inclusief onderwijs. De scholen maken binnen het samenwerkingsverband afspraken over hoe de basis- en extra onderwijsondersteuning in de regio geregeld is. Zo spreken ze af wie welke kinderen het beste kan opvangen op basis van de specialisatie van de school en verdelen ze het budget over leerlingen met speciale zorgbehoeften. Deze afspraken komen te staan in een ondersteuningsplan. Het ondersteuningsaanbod moet dekkend zijn. Dit betekent dat ieder kind, ongeacht zorg- en onderwijsbehoefte, een passende plek in het onderwijs moet krijgen. Bij die zorgbehoeften kan gedacht worden aan dyslexie of ADHD, maar ook aan hoogbegaafdheid of een verstandelijke beperking. Als een school geen passend onderwijs heeft voor een kind, wordt er gezocht naar een andere school binnen het samenwerkingsverband. In het samenwerkingsverband hebben de scholen voor speciaal onderwijs de rol van expertisecentrum. Zij kunnen leerlingen opvangen die intensieve zorg nodig hebben of ambulante begeleiding aanbieden aan de reguliere scholen. Iedere school moet verplicht aangesloten zijn bij een samenwerkingsverband, behalve cluster 1 en 2 scholen*. *Het (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat uit 4 clusters.

Cluster 1: blinde, slechtziende leerlingen; cluster 2: dove, slechthorende leerlingen of met een taal-spraakontwikkelingsstoornis; cluster 3: lichamelijk gehandicapte en/of verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen (somatisch); cluster 4: kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen. Cluster 3 en 4 scholen zijn onderdeel van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Cluster 1 en 2 zijn landelijk georganiseerd. In de regio Apeldoorn, Brummen en Epe meerdere Samenwerkingsverbanden actief. Voor het Primair Onderwijs zijn dit: SWV Passend onderwijs Apeldoorn, het SWV IJsselBerkel (Brummen), en Zeeluwe (Epe). Voor het voortgezet onderwijs is dit het SWV VO 2505 (Apeldoorn en Epe), het SWV Zutphen (Brummen). Deze samenwerkingsverbanden hebben daarbij een eenduidig beleid dankzij regelmatige bestuurlijke afstemming en het nastreven van overlap in ondersteuningsplannen. Inspectie van het onderwijs De Inspectie van het onderwijs onderzoekt of scholen aan hun meldingsplicht voldoen. Daarnaast spreekt de inspectie scholen en samenwerkingsverbanden aan op hun verantwoordelijkheid om te 7

zorgen voor een passend aanbod voor iedere leerling. De Inspectie van het onderwijs kan aan scholen die ongeoorloofd verzuim niet of niet tijdig melden een bestuurlijke boete opleggen. De inspectie houdt regulier toezicht, waarbij elke school in een cyclus van een aantal jaren een keer wordt onderzocht. Daarnaast houdt de inspectie risicogericht toezicht naar aanleiding van signalen. Leerplichtambtenaren zijn de belangrijkste bron van signalen voor de inspectie. Zij kunnen aanwijzingen krijgen dat een school de naleving van de Leerplichtwet niet op orde heeft. Leerplichtambtenaren kunnen hierover signalen afgeven bij het Loket Onderwijsinspectie. De inspectie neemt signalen mee in het reguliere toezicht, of treedt bij een ernstig signaal direct op. Naast de leerplichtambtenaren (gemeenten) kunnen ook anderen, zoals ouders, jongeren en docenten, een signaal afgeven bij het loket. De rol van de politie De politie kan op grond van de Leerplichtwet controles houden in de openbare ruimte. Betrapte spijbelaars kunnen worden teruggebracht bij de school. Met deze controles wordt een belangrijk signaal afgegeven dat schoolbezoek en de handhaving van de Leerplichtwet ook een taak is van de overheid. Ook kan het enig inzicht geven in het aantal jongeren, die niet geregistreerd staan, zoals daklozen, zwerfjongeren, illegalen en of jongeren zonder schoolinschrijving.

De acties vergen afstemming met de leerplichtambtenaren en scholen, omdat vastgesteld moet worden of het verzuim ongeoorloofd is.

t

Halt

on

ce p

De Halt-interventie schoolverzuim is een vroegtijdige en buitenstrafrechtelijke aanpak voor jongeren met beginnend verzuim. Halt gaat met de jongere en ouders in gesprek over het verzuim. De jongere gaat aan slag met leeropdrachten en maakt zelf een plan om zich te motiveren om weer naar school te gaan. Halt werkt hierbij samen met de leerplicht en school. Halt koppelt aan de leerplichtambtenaar terug hoe de Halt-interventie is verlopen. Bij positieve afronding van de Halt-interventie krijgt de jongere geen aantekening in zijn justitiële documentatie. Wanneer de jongere de afspraken met Halt niet nakomt, wordt de Halt-interventie negatief afgerond. De leerplichtambtenaar maakt dan een proces-verbaal op en stuurt deze naar het Openbaar Ministerie.

Raad voor de Kinderbescherming

C

Als een jongere met hulp toch blijft spijbelen of als jongere en ouders niet willen meewerken, dan schrijft de leerplichtambtenaar alles op in een proces-verbaal. De leerplichtambtenaar meldt dit bij de Raad voor de Kinderbescherming en de officier van justitie. De Raad van de Kinderbescherming (RvdK) heeft verschillende taken in het kader van de strafrechtelijke en civielrechtelijke aanpak van schoolverzuim. Binnen deze aanpak behartigt de RvdK de belangen van de minderjarige. De RvdK heeft de taak om onderzoek te doen naar de oorzaken van het schoolverzuim en advies te geven over een straf of passende hulpverlening.

Het Openbaar Ministerie Gemeenten en het Openbaar Ministerie (OM) hebben een gedeelde verantwoordelijkheid ten aanzien van de handhaving van de Leerplichtwet. Het OM is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke vervolging van de Leerplichtwet. Wanneer het OM besluit om de leerplichtige en/of ouder voor overtreding van de Leerplichtwet te dagvaarden, moeten zij zich verantwoorden voor de kantonrechter.

8

Cijfers en ontwikkelingen leerplicht en kwalificatieplicht In dit hoofdstuk bekijken we de cijfers en trends aan de hand van de leerplichttelling op 1 oktober 2024. In de gemeente Apeldoorn zien we voor zowel Apeldoorn, Epe en Brummen toe op de naleving van de Leerplichtwet. Onderstaand een overzicht van het aantal leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen per gemeente en het aantal binnengekomen meldingen bij team leerplicht.

Gemeente*

Totaal aantal Leerplichtigen (5 tot 16 jarigen) en kwalificatieplichtigen (16 tot 18 jarigen) 2.414.977 22.923 2.556 4.368

Landelijk Apeldoorn Brummen Epe

Totaal aantal binnengekomen verzuimmeldingen team leerplicht**

82.246 (3,4%)*** 785 (3,4%) 61 (2,4%) 98 (2,2%)

ce p

t

*Leerlingen die in Apeldoorn onderwijs volgen, maar in een andere gemeente wonen, vallen onder de leerplicht van hun eigen woonplaats. Zij worden dus niet meegenomen in deze cijfers. Leerlingen die wonen in de gemeente Apeldoorn, maar die buiten Apeldoorn naar school gaan, worden dus wel meegenomen in de cijfers voor Apeldoorn. **Het aantal verzuimmeldingen (absoluut en relatief) die bij leerplicht zijn binnengekomen afgelopen schooljaar. Deze cijfers zijn niet 100% nauwkeurig: wanneer een leerling in hetzelfde jaar wordt geregistreerd als absoluut verzuimer en relatief verzuimer, wordt deze leerlingen worden dubbel meegerekend in deze cijfers.

Absoluut verzuim

on

***Het percentage geeft het totaal aantal verzuimmeldingen weer (absoluut en relatief) ten opzichte van het totaal aantal leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen.

C

Van absoluut verzuim is sprake als een leerplichtige jongere tussen de 5 en 16 jaar of een jongere van 16 of 17 jaar die valt onder de kwalificatieplicht niet is ingeschreven op een school en ook niet vrijgesteld is van de leerplicht. Gemeente

2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

Landelijk

5570 (0,23%*) 36 (0,15%) 1 (0,04%) 8 (0,18%)

5491 (0,23%)

10.240 (0,43%) 98 (0,43%) 24 (0,96%) 10 (0,24%)

13.707 (0,57%) 48 (0,21%) 11 (0,43%) 7 (0,16%)

14.979 (0,62%) 71 (0,31%) 15 (0,59%) 13 (0,30%)

Apeldoorn Brummen Epe

50 (0,22%) 6 (0,23%) 11 (0,26%)

*Het percentage geeft het aantal absoluut verzuimmeldingen ten opzichte van het totaal aantal leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen van de gemeente weer. Het absoluut verzuim is het afgelopen schooljaar gestegen in zowel Apeldoorn, Brummen als Epe. Leerplicht heeft naar aanleiding van deze signalen actie ondernomen door contact te zoeken met de ouders, school en eventueel het samenwerkingsverband. Een groot aandeel van de absoluut verzuimende leerlingen bestond uit Oekraïense leerlingen en statushouders. Zij werden niet altijd tijdig ingeschreven op school. Later zijn zij vaak alsnog ingeschreven, maar dit is niet zichtbaar in deze oktobertelling. Een aantal leerlingen werden 18 jaar in hetzelfde schooljaar, waardoor de leerplicht niet langer voor deze jongeren gold. De jongeren zonder startkwalificatie worden vanaf hun 18 e niet meer benaderd leerplichtambtenaren, maar door

9

doorstroomcoaches. Ook zijn er nog een aantal leerlingen verhuisd naar een andere gemeente. Daarnaast zitten er in deze cijfers administratieve fouten*. De invloed van leerplicht is hierop beperkt. *Administratieve fouten ontstaan bijvoorbeeld wanneer een school een leerling een dag te laat in het systeem registreert terwijl de leerling wel al op de school is aangemeld. Ook wordt een leerling door een school soms als absoluut verzuimer geregistreerd, terwijl na onderzoek van leerplicht blijkt dat een leerling is vrijgesteld van de Leerplichtwet (art.5, lid a). Een andere regelmatig voorkomende reden was dat voor voortgezet speciaal onderwijs (vso)-leerlingen een foutief uitstroomprofiel is vastgelegd door de school. In plaats van het uitroomprofiel dagbesteding is dan bijvoorbeeld het profiel onderwijs opgegeven. Het betreffende kind gaat naar dagbesteding maar wordt dan bij leerplicht geregistreerd als een absoluut verzuimer en komt ook als zodanig in de cijfers terecht. Leerlingen in het praktijkonderwijs en vso met uitstroomprofiel ‘dagbesteding’ of ‘arbeid’ blijven kwalificatieplichtig zolang ze op school zitten, maar als ouders hun kind uitschrijven, vervalt de kwalificatieplicht.

Absoluut verzuim, laatst genoten onderwijssoort, schooljaar 2023-2024

Apeldoorn

Voortgezet speciaal onderwijs 690 (0,14%)

Voorgezet Onderwijs

5 (0,02%)

9 (0,04%)

16 (0,07%)

2.376 (1,2%)

MiddelbaarBeroepsonderwijs 1.235 (0,05%)

Geen/ onbekend Onderwijs 7.792 (0,32%)

Totaal 2023/2024

21 (0,09%)

20 (0,09%)

71 (0,31%)

t

Landelijk

(speciaal) Basis Onderwijs 2.886 (0,12%)

ce p

Gemeente

14.979 (0,62%)

2 (0,08%) 1 (0,04%) 1 (0,04%) 3 (0,12%) 8 (0,31%) 15 (0,59%) Brummen 2 (0,05%) 0 (0,00%) 1 (0,02%) 4 (0,09%) 6 (0,14%) 13 (0,30%) Epe *Het percentage geeft het aantal absoluut verzuimmeldingen ten opzichte van het totaal aantal leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen van de gemeente weer.

C

on

Wanneer we het absoluut verzuim uitsplitsen naar (laatst genoten) onderwijssoort, zien we dat het absoluut verzuim na het volgen van Voortgezet Onderwijs en het Middelbaar Beroeps Onderwijs (Mbo) in verhouding het hoogst is. Verder is bij een groot aandeel van de absoluut verzuimers het laatst genoten onderwijs niet bekend. Deze groep bestaat deels uit statushouders van wie we niet geregistreerd hadden welk onderwijs ze ervoor hebben gevolgd. Verder bestaat deze groep uit 5jarigen, die nog niet eerder in het onderwijs ingeschreven stonden. .

Relatief verzuim Gemeente 2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

Landelijk

50.224 (2,1%)

58.859 (2,5%)

65.715 (2,7%)

67.267 (2,8%)

540 (2,3%)

787 (3,4%)

630 (2,8%)

714 (3,1%)

Apeldoorn

49.154 (2,0%)* 476 (2,0%)

Brummen 42 (1,6%) 43 (1,7%) 83 (3,3%) 52 (2,0%) 46 (1,8%) Epe 83 (1,9%) 75 (1,8%) 101 (2,4%) 101 (2,3%) 85 (1,9%) *Het percentage geeft het aantal relatief verzuimmeldingen ten opzichte van het totaal aantal leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen van de gemeente weer. Van relatief verzuim is sprake als een op een school ingeschreven leer- of kwalificatieplichtige leerling ongeoorloofd afwezig is. Het relatief verzuim is gestegen in Apeldoorn en gedaald in Brummen en Epe. Scholen moeten dit wettelijk melden bij 16 uur verzuim in 4 weken tijd, maar mogen wel eerder melden. Leerplichtambtenaren zetten zich in om afspraken te maken met scholen dat ze eerder een melding maken. Niet alle scholen maken direct een melding bij leerplicht wanneer een jongere verzuimt. Daardoor is de impact van leerplicht soms te beperkt. De ambitie van leerplicht is om in 2025 toe te werken naar meer preventieve inzet van leerplicht om zo schooluitval te voorkomen.

10

In het afgelopen jaar hebben leerplichtambtenaren vooral bij Internationale Schakelklassen (ISK) een stijging waargenomen in relatief verzuim. Ook noemen leerplichtambtenaren verzuim onder de 'Corona-generatie' als een belangrijk aandachtspunt. Deze generatie verzuimt sneller. Een stijging in het relatief verzuim kan betekenen dat het verzuim daadwerkelijk is gestegen. Het kan echter ook betekenen dat scholen verzuim beter zijn gaan melden. Leerplichtambtenaren merken al wel dat scholen en ouders sneller contact opnemen, om problemen vroegtijdig te bespreken voordat er een verzuimmelding komt. Deze proactieve aanpak helpt om oplopend verzuim te voorkomen en zorgt voor een betere samenwerking tussen alle betrokken partijen. Hierdoor lijkt het erop dat we de stijging in het relatief verzuim vooral dienen te zien als een positieve ontwikkeling van meer alertheid bij scholen en ouders op schoolverzuim.

Relatief verzuim per onderwijssoort, schooljaar 2023-2024 Voortgezet speciaal onderwijs 3.452 (0,14%) 29 (0,13%)

Brummen

3 (0,12%)

5 (0,20%)

Epe

10 (0,23%)

0

Landelijk

Voorgezet Onderwijs

232 (1,0%)

MiddelbaarBeroepsonderwijs 27.393 (1,1%) 385 (1,7%)

67.267 (2,8%) 714 (3,1%)

7 (0,27%)

31 (1,2%)

46 (1,8%)

29.522 (1,2%)

Totaal 2023/2024

t

Apeldoorn

(speciaal) Basis Onderwijs 6.900 (0,29%) 68 (0,30%)*

ce p

Gemeente

17 (0,39%)

58 (1,3%)

85 (1,9%)

*Het percentage geeft het aantal absoluut verzuimmeldingen ten opzichte van het totaal aantal leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen van de gemeente weer.

C

on

Ook hier is het aantal relatief verzuimers op het Voortgezet Onderwijs en het Mbo het hoogst. Leerplichtambtenaren geven aan dat verzuim in het Primair Onderwijs in werkelijkheid waarschijnlijk wel hoger ligt dan uit deze cijfers blijkt, maar dat hiervan vaak geen officiële meldingen worden gemaakt. Dit omdat het vaak om (langdurig, psychisch) ziekteverzuim gaat en dit niet gemeld hoeft te worden bij leerplicht. Leerplichtambtenaren stimuleren scholen om wel deze meldingen te maken. Daarnaast geven leerplichtambtenaren aan dat er een duidelijk verschil is in de aandacht voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben tussen Mbo-opleidingen van verschillende niveaus. Mbo niveau 4 scholen hebben over het algemeen minder aandacht voor deze jongeren dan Mbo niveau 1, 2, en 3 scholen. Dit wordt als een probleem gezien. Ook zien leerplichtambtenaren dat uitvallende lessen en de onregelmatige roosters de motivatie van leerlingen negatief beïnvloeden.

Thuiszitters Gemeente

2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

Landelijk

3.385 (0,14%)

3.328 (0,14%)

3.881 (0,16%)

4.294 (0,18%)

Apeldoorn Brummen

5 (0,02%) 1 (0,04%)

16 (0,07%) 0

3.246 (0,14%) 13 (0,06%) 0

17 (0,07%) 0

73 (0,32%) 7 (0,27%)

Epe

1 (0,02%)

2 (0,05%)

0

5 (0,12%)

14 (0,32%)

Het ministerie van OCW definieert thuiszitters als ‘leerlingen die ingeschreven zijn op school, maar langer dan 4 weken thuiszitten’. Jongeren die leerplichtig zijn, maar niet op een school staan ingeschreven en dus niet naar school gaan (absoluut verzuimers) worden niet in deze definitie en

11

bovenstaande cijfers meegenomen. Ook de groep leerlingen die zijn vrijgesteld van de leerplicht, worden niet in deze cijfers meegenomen. Kinderen met een vrijstelling worden volgens de Leerplichtwet niet gezien als thuiszitter. Het aantal thuiszitters is gestegen in zowel Apeldoorn, Epe en Brummen. Met name in Apeldoorn is een grote stijging te zien. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat scholen thuiszitters beter zijn gaan registreren. Hiervoor is een samenwerking tussen het samenwerkingsverband en leerplicht opgestart. Dat dit cijfer is gestegen, betekent dus niet per se dat het aantal thuiszitters is gestegen, maar juist dat we thuiszitters beter in beeld krijgen. Leerplichtambtenaren vermoeden dat deze groep in werkelijkheid nog groter is. Hoewel scholen de plicht hebben om een melding te maken bij de leerplichtambtenaar, DUO en/of het samenwerkingsverband als een kind niet naar school gaat, gebeurt dit in de praktijk niet altijd. Daarnaast zijn scholen niet verplicht om melding te maken bij leerplicht wanneer er sprake is van lestijdverkorting of geoorloofd verzuim. Wel ligt er een wetsvoorstel terugdringen schoolverzuim. Het doel is om verzuim en thuiszitters terug te dringen. Een van de 5 maatregelen is het tijdig betrekken van de leerplichtambtenaar bij zorgelijk ongeoorloofd verzuim.

Haltverwijzingen 2023/2024 Haltverwijzingen

Apeldoorn Brummen Epe

10 (0,04%) 0 3 (0,07%)

Negatief afgesloten 1 (0,00%) 0 1 (0,02%)

on

Gemeente

ce p

t

De groep leerlingen die (al dan niet langdurig) ziek zijn gemeld (veelal vanwege psychische problematiek) en die daarom ‘geoorloofd’ afwezig is, noemen we ‘Leerlingen In Zorg’. Leerlingen in zorg vallen formeel niet onder de Leerplichtwet waardoor meldingen niet (automatisch) bij leerplicht terecht komen. We hebben alleen de cijfers van scholen die proactief een melding maken, zodat leerplicht mee kan denken in casuïstiek. In de tabel staan dus enkel de cijfers van de meldingen die gedaan worden door scholen. Samenwerkingsverbanden en leerplicht staan in nauw contact om deze leerlingen te bespreken, zodat het kind niet tussen wal en schip belandt.

Voor een inzetten van een Halt-interventie schoolverzuim gelden de volgende voorwaarden:

-

De jongere is leerplichtig en 12 tot 18 jaar oud. Jongere en ouders van jongeren tot 16 jaar stemmen in met de Halt-interventie. Minimaal verzuim: 9 uur afwezig of 12 keer te laat. Maximaal 60 uur afwezig en/of 60 keer te laat komen. De jongere gaat uit eigen initiatief niet naar school. Er spelen geen ernstige psychische of psychiatrische problemen waarvoor nog geen toereikende hulp is ingezet.

C

-

De meeste haltverwijzingen zijn positief afgesloten waardoor er geen proces verbaal opgemaakt hoefde te worden. Handhaving Onderstaand het aantal processen-verbaal in het schooljaar 2023-2024. Processen-verbaal worden slechts in uiterste gevallen opgemaakt: de aanpak is licht waar het kan pas zwaar(der) waar het nodig is. Dit is terug te zien in het beperkte aantal processen-verbaal.

Gemeente Landelijk

2019/2020 2.968 (0,12%)

2020/2021 2.197 (0,09%)

2021/2022 3.648 (0,15%)

2022/2023 4.540 (0,19%)

2023-2024 4.676 (0,19%) 12

36 (0,15%) 2 (0,08%) 0

Apeldoorn Brummen Epe

7 (0,03%) 1 (0,04%) 0

19 (0,08%) 1 (0,04%) 1 (0,02%)

16 (0,07%) 1 (0,04%) 5 (0,12%)

7 (0,03%) 2 (0,08%) 4 (0,09%)

Handhaving proces verbaal op alle soorten verzuim, schooljaar 2023/2024.

2.034

MiddelbaarBeroepsonderwijs 517

Apeldoorn Brummen Epe

1 0 1

1 1 0

3 1 1

1 0 2

Totaal

4.676 (0,19%) 7 (0,03%) 2 (0,08%) 4 (0,09%)

on

ce p

t

Voortgezet speciaal onderwijs 287

Voorgezet Onderwijs

Landelijk

(speciaal) Basis Onderwijs 1.760

C

Gemeente

13

Gemeente Landelijk

Art. 5 onder b

Apeldoorn Brummen Epe Landelijk

Art. 5 onder c

Apeldoorn Brummen Epe Landelijk

Art. 15

Apeldoorn Brummen Epe Landelijk

Apeldoorn Brummen Epe

2019/2020 6.361 (0,26%) 25 (0,11%) 3 (0,08%) 4 (0,09%) 1.278 (0,05%) 15 (0,06%) 4 (0,15%) 5 (0,11%) 8.199 (0,33%) 19 (0,08%) 0 1 (0,02%) 1.027 (0,04%) 1 (0%) 0 0

2020/2021 7.083 (0,29%) 30 (0,13%) 4 (0,15%) 7 (0,17%) 1.556 (0,06%) 22 (0,10%) 5 (0,19%) 8 (0,19%) 7.916 (0,33%) 16 (0,07%) 0 3 (0,07%) 1.025 (0,04%) 5 (0,02%) 0 0

2021/2022 7.389 (0,31%) 40 (0,17%) 3 (0,12%) 6 (0,14%) 1.771 (0,07%) 26 (0,11%) 6 (0,24%) 10 (0,24%) 8.235 (0,34%) 22 (0,10%) 2 (0,08%) 3 (0,07%) 1.143 (0,05%) 1 (0%) 0 0

2022/2023 8.422 (0,35%) 49 (0,21%) 4 (0,16%) 5 (0,12%) 2.124 (0,09%) 33 (0,14%) 9 (0,35%) 13 (0,30%) 8.891 (0,37%) 31 (0,14%) 1 (0,04%) 2 (0,05%) 1.527 (0,06%) 6 (0,03%) 1 (0,04%) 2 (0,05%)

2023/2024 9.726 (0,40%) 50 (0,22%) 8 (0,31%) 9 (0,21%) 2.472 (0,10%) 39 (0,17%) 8 (0,31%) 17 (0,39%) 9.080 (0,38%) 18 (0,08%) 1 (0,04%) 3 (0,03%) 1.542 (0,06%) 12 (0,05%) 3 (0,12%) 5 (0,11%)

t

Vrijstellingen Vrijstellingen Art. 5 onder a

ce p

Er zijn vier soorten vrijstellingen:

- Artikel 5 onder a: vrijstellingen op lichamelijke of psychische gronden. De vrijstellingen op basis van lichamelijke of psychische gronden lopen via een onafhankelijke arts/psycholoog. De Leerplichtambtenaar beoordeelt of een vrijstelling kan ontstaan na het advies van de arts/psycholoog. Team leerplicht en de samenwerkingsverbanden monitoren deze kinderen met een vrijstelling jaarlijks.

on

- Artikel 5 onder b: vrijstellingen op basis van bedenkingen van de ouders tegen de richting van de scholen op redelijke afstand van het woonadres - Artikel 5 onder c: vrijstellingen omdat het kind staat ingeschreven op een school in het buitenland

⦁ ⦁ ⦁ ⦁ ⦁

C

- Artikel 15: vrijstellingen van de kwalificatieplicht voor 16- en 17-jarigen wegens het volgen van ander onderwijs. Voorbeelden van ander onderwijs zijn: Particulier onderwijs (bijvoorbeeld een privéschool) Opleidingen in het buitenland Kunstopleidingen (zoals dans- of muziekacademies) Leerwerktrajecten (werken en leren in een vakgebied) Sportopleidingen (voor topsporters)

Bij de vrijstellingen Art. 5 onder a is er een stijging te zien in de afgelopen jaren. Het aantal kinderen met een vrijstelling 5 onder a neemt ook landelijk al jaren toe. Ook in het schooljaar 2022-2023 steeg dit aantal landelijk gezien. Mogelijk ontstaat dit door een mismatch tussen de problematiek bij kinderen en jongeren enerzijds en het onderwijs- en zorgaanbod anderzijds. Ook bij de vrijstellingen Art. 5 onder b zijn afgelopen jaar gestegen in Apeldoorn en Epe. Ook dit is in lijn met de landelijke trend. Voor de vrijstellingen van Art. 5 onder c zien we een daling in Apeldoorn. Op dit cijfer hebben leerplichtambtenaren weinig invloed. Voor Art. 15 is er een stijging te zien. Een oorzaak van de stijging kan zijn dat er nog onvoldoende passend onderwijsaanbod is. Jongeren van 16 of 17 jaar kunnen vrijstelling krijgen van de kwalificatieplicht als ze ander voltijdonderwijs volgen dat goed is voor hun ontwikkeling. Dit moet schriftelijk worden aangevraagd bij de gemeente en met bewijs worden onderbouwd.

14

Cijfers en ontwikkelingen Voortijdig Schoolverlaters In dit hoofdstuk geven we de trends weer op het gebied van voortijdig schoolverlaters voor de subregio Apeldoorn, Epe en Brummen. Een voortijdig schoolverlater (Vsv'er) is volgens de definitie van DUO: “Iemand die jonger is dan 23 jaar en die het onderwijs verlaat zonder het behalen van een startkwalificatie. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of een diploma op Mbo-2 niveau of hoger”. In het onderzoek naar schoolverzuim werden de volgende risicofactoren benoemd voor voortijdig schoolverlaten:

Omgeving

Systeem

Laag zelfbeeld

Financiële problemen gezin

Grote school of klassen

Emotionele instabiliteit

Stressoren binnen het gezin, zoals drugsgebruik en geweld

School in buurt met lage sociaal economische status

Internaliserend of externaliserend gedrag

Niet-betrokken opvoedstijl

Ineffectieve studiegewoonten

Lage of te hoge academische verwachtingen

Gebrek aan passend onderwijs

Gebrek aan verbondenheid met school

Negatieve relatie met leeftijdsgenoten

Inconsistente regels en te strikt disciplinair beleid

t

Individueel

ce p

on

Groepsdruk, sociale normen

C

Onderwijs past niet bij persoonlijke behoeften, bijvoorbeeld geld verdienen

Onveilig schoolklimaat

Onveilig voelen op school

Inefficiënt doceren

Schoolstress

Gebrek aan communicatie tussen docenten

Onveilige omgeving

Stigma op lager opleidingsniveau

Verantwoordelijkheden thuis

En de volgende beschermende factoren: Individueel

Omgeving

Systeem

Coping, veerkracht, doorzettingsvermogen

Sociaal kapitaal gezin: affectie, steun, aandacht, monitoring, communicatie

Positief schoolklimaat

Optimisme, hoop

Motiverende support, academische verwachtingen

Ondersteunende schoolomgeving

15

Cultureel kapitaal thuis

Sociaal kapitaal: relaties tussen leerlingen, ouders en school

Geloof in eigen kunnen

Ambitieuze vrienden

Kleine klassen

Verbondenheid met en positieve kijk op school

Support en positieve relatie met docent of betrokken volwassene

Verschillen in niveaus binnen de klas

Academische motivatie

Kennis over verzuimende leerlingen

Waarde en belang van educatie inzien

Effectief doceren en klassenmanagement

Wisselen naar hoger schoolniveau

Verwachtingen van leraren ten aanzien van leerling

C

on

ce p

Achtergrondkenmerken Voortijdig schoolverlaters

t

Deelname aan buitenschoolse activiteiten

De meeste Vsv’ers in de subregio (Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst) zijn 18 jaar of ouder, en man. Dit komt overeen met de landelijke cijfers.

16

Aantal Vsv’ers naar onderwijssector

ce p

t

Het grootste aantal Vsv’ers in de subregio komt uit het Mbo, gevolgd door het Voortgezet Onderwijs en het Voorgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs (Vavo). Ook dit is in lijn met de landelijke cijfers.

VO

VAVO

totaal

mbo4-middenkader,specialistenopleiding

vavo leerlingen, geen norm

totaal

C

onderbouw

havo/vwo bovenbouw

0

vmbo bovenbouw

5

totaal

10

on

15

mbo3-vakopleiding

20

mbo2basisberoepsopleiding

25

mbo1-entreeopleiding

t1 nieuwe vsvers %

MBO

2023/2024

Wanneer we nog verder uitsplitsen naar onderwijssoort voor het schooljaar 2023-2024, zien we dat percentueel gezien de grootste totale uitval plaatsvindt het Vavo. Vavo leerlingen zijn onder andere tweede kans-deelnemers: deelnemers die zijn uitgevallen in het reguliere vo en die nu alsnog een diploma willen halen. Het hoge percentage kan te maken hebben met een verhoogd risico op herhaalde uitval. Ook zijn er tweede weg-deelnemers: minderjarigen die een ononderbroken leerroute kennen, maar die een alternatieve route moeten of willen volgen. Een aparte groep binnen het Vavo wordt gevormd door de zogenaamde Rutte-leerlingen: 16- tot 17-jarige deelnemers die bij een reguliere school voor Voortgezet Onderwijs staan ingeschreven, maar waarvan het onderwijs aan een Vavo wordt uitbesteed.

17

Verder is de uitval percentueel gezien in het Mbo hoog. De hoogste uitval vindt plaats in de Mbo 1 entreeopleiding, gevolgd door de Mbo 2- basisberoepsopleiding, Mbo 3 vakopleiding en Mbo 4 middenkader- specialistenopleiding. Uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat al in het eerste jaar van een Mbo-opleiding tussen de 6% en 16% van de studenten uitvalt die voor het eerst starten in het Mbo, na eerder het vo te hebben behaald of gevolgd. Het percentage uitval is lager naarmate het Mbo-niveau hoger is. Dit is in lijn met de cijfers voor de subregio Apeldoorn. Mannen, studenten die migrant of kind van migranten zijn en studenten met een vmbo-k-diploma hebben een grotere kans op uitval en afstroom, ook wanneer er rekening mee wordt gehouden dat deze kenmerken onderling kunnen samenhangen, net als met de leerweg of sector van de opleiding. Daarnaast kunnen ook andere factoren samenhangen met uitval en afstroom, zoals het inkomen of de opleiding van de ouders. De uitval uit of afstroom binnen de beroepsbegeleidende leerweg (Bbl) is groter dan bij de beroepsopleidende leerweg (Bol) en de uitval in de sector techniek is kleiner dan in de overige sectoren.

C

on

ce p

t

Daarnaast zijn er steeds meer havoleerlingen die de overstap maken naar het Mbo, met of zonder een diploma. Vooral onder leerlingen uit leerjaar 4 van de havo neemt de doorstroom naar Mbo toe. Het grootste deel van de havisten die naar het Mbo gaan start op niveau 4 van de beroepsgeoriënteerde leerweg. Er kunnen meerdere redenen zijn dat havisten de stap naar Mbo maken. Mogelijk speelt mee dat leerlingen dreigen te blijven zitten en/of dat ze meer praktijkgericht bezig willen zijn. Ook dit speelt in Apeldoorn. Speciaal voor deze groep leerlingen biedt Aventus het Havo-Mbo traject aan. Binnen dit programma krijgen leerlingen de ruimte om een passende Mbo-opleiding te kiezen en zich goed voor te bereiden op het Mbo. In dit 10-weekse havo-Mbo traject staat de oriëntatie op een passende Mboopleiding centraal. Persoonlijke begeleiding is een essentieel onderdeel van ons programma, zodat leerlingen zich goed kunnen voorbereiden op hun vervolgopleiding. Tijdens het traject hebben leerlingen de kans om vakken zoals Engels, Nederlands en Rekenen af te ronden, wat kan leiden tot vrijstellingen in hun vervolgopleiding. Bovendien bieden sommige opleidingen de mogelijkheid om het Mbo-diploma versneld te behalen, in slechts twee jaar in plaats van drie, afhankelijk van de inzet en resultaten van de leerling.

18

Vsv cijfers Apeldoorn, Epe en Brummen

Vsv trend Apeldoorn 400

350

350 300

292

283

304

279

250 200 150

117

100

101

115 74

138 148

109 115

101 67

64

55

50 0 Apeldoorn

Apeldoorn

Apeldoorn

Apeldoorn

Apeldoorn

19-'20

20-'21

21-'22

22-'23

23-'24

t2 aan het werk

t2 terug in onderwijs

t

t2 nog steeds vsver

ce p

t1 nieuwe vsvers

In 2022-2023 was de grootste groep Vsv’ers na 1 jaar aan het werk (115 jongeren), gevolgd door de groep die nog steeds Vsv’er is (109 jongeren). 55 jongeren zijn weer terug teruggekeerd naar het onderwijs.

on

Vsv trend Brummen

40

C

35 30 25

23

21

20

23 20

15

15

13 9

10 5

34

8

5

8

6

5

7

6

0

0

<5

Brummen

Brummen

Brummen

Brummen

Brummen

2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023

2023/2024

t1 nieuwe vsvers

t2 nog steeds vsver

t2 aan het werk

t2 terug in onderwijs

In het schooljaar 2022-2023 zien we dat de grootste groep Vsv’ers na 1 jaar aan het werk is (13 jongeren), gevolgd door de groep die nog steeds Vsv’er is (6 jongeren). Minder dan 5 jongeren zijn weer terug teruggekeerd naar het onderwijs.

19

Vsv trend Epe 70

62

60 50

54 43

53

41

40 29

30

28 22

10

22

17 16

20 8

17 8

6

15

12

0 Epe

Epe

Epe

Epe

Epe

19-'20

20-'21

21-'22

22-'23

23-'24

t2 nog steeds vsver

t2 aan het werk

t2 terug in onderwijs

t

t1 nieuwe vsvers

C

on

ce p

Wanneer we kijken naar het schooljaar 2022-2023 voor Epe, zien we ook hier dat de grootste groep Vsv’ers na 1 jaar aan het werk is (22 jongeren), gevolgd door de groep die nog steeds Vsv’er is (17 jongeren). 15 jongeren zijn weer terug teruggekeerd naar het onderwijs.

20

Percentagevergelijkingen met het landelijk gemiddelde De landelijke cijfers van Vsv-ers laten de afgelopen 20 jaar - sinds er volop aandacht is voor het probleem - een forse daling zien. Was het gemiddelde uitvalpercentage in 2001 nog 5,5 procent, inmiddels ligt het rond de 2 procent.

C

on

ce p

t

Onderstaand een afbeelding van het aandeel nieuwe Vsv’ers de afgelopen 5 jaar. We vergeleken de uitvalpercentages van Apeldoorn, Brummen en Epe met het landelijke uitvalpercentage.

Het aantal nieuwe Vsv’ers in Apeldoorn is gestegen van 279 naar 304. Apeldoorn scoort in bijna alle jaren hoger dan het landelijke gemiddelde. Dit heeft onder andere te maken met de grootte van de gemeente: wanneer we Apeldoorn vergelijken met andere (middel)grote steden, zien we dat veel (middel)grote steden ook boven het landelijke gemiddelde scoren (zie bijlage 1). Brummen scoorde in bijna alle jaren onder het landelijk gemiddelde. Dit jaar was er plots een stijging boven het landelijk gemiddelde. De stijging lijkt echter extremer dan de daadwekelijke stijging in absolute aantallen: het aantal nieuwe Vsv’ers in Brummen is gestegen van 23 naar 34. Epe scoorde in (bijna) alle jaren onder het landelijke gemiddelde en is in het afgelopen schooljaar (bijna) gelijk gebleven. Het aantal is gedaald van 54 naar 53.

21

t ce p on C

Het aantal jongeren dat na één jaar nog steeds Vsv’er is, is in Apeldoorn het afgelopen schooljaar gedaald van 138 naar 109. Daarnaast ligt het gemiddelde van Apeldoorn lager dan het landelijke gemiddelde Vsv’ers dat na een jaar nog steeds Vsv’ers is. Wanneer we vergelijken met andere middelgrote steden, scoren veel middelgrote steden echter hoger dan het landelijk gemiddelde (zie bijlage 2). Hier onderscheidt Apeldoorn zich dus in positieve zin van andere (middelgrote) steden. Ook Brummen scoort alle jaren onder het landelijk gemiddelde. Het voortijdig schoolverlaters dat na een naar nog steeds Vsv’er is daalde in Brummen het afgelopen schooljaar van 8 naar 6 . Ook Epe scoort (bijna) alle jaren onder het landelijk gemiddelde en daalde afgelopen schooljaar van 22 naar 17 jongeren.

22

t ce p on C

Het aantal Vsv’ers dat in Apeldoorn na een jaar aan het werk is, gedaald van 148 naar 115. Wel ligt Apeldoorn nog steeds boven het landelijk gemiddelde. In Brummen steeg het aantal jongeren dat na een jaar aan het werk is van 5 naar 13 gedurende het afgelopen schooljaar. Ook Brummen scoort sinds dit schooljaar weer boven het landelijk gemiddelde. In Epe was er een lichte daling van het aantal jongeren dat na een jaar aan het werk is van 28 naar 22. Wel scoort Epe nog steeds boven het landelijk gemiddelde.

23

t ce p on

C

In Apeldoorn ligt het percentage leerlingen dat terug naar het onderwijs ging na een jaar onder het landelijk gemiddelde. Wanneer we vergelijken met de andere (middel)grote gemeenten, scoort Apeldoorn hier met 19,71% nog steeds relatief aan de lage kant. Wel was er het afgelopen schooljaar een lichte stijging te zien van 279 naar 304 Vsv’ers die terug naar het onderwijs gingen. In Brummen is het aantal leerlingen dat terugkeerde naar het onderwijs in het afgelopen schooljaar gedaald van 7 naar een getal onder de vijf. In Epe is er een stijging te zien van 12 naar 15 leerlingen die na een jaar weer terugkeerde naar het onderwijs.

24

Voorkomen van voortijdig schoolverlaten Doorstroompunt Gemeenten hebben een wettelijke taak om Vsv tegen te gaan: dit doen ze via het Doorstroompunt (oude naam: Regionaal Meld- en Coördinatiefunctie). Doorstroomcoaches begeleiden schoolverlaters vanaf 18 tot 23 jaar terug naar school. Ze zoeken contact door bijvoorbeeld op bezoek te gaan, te bellen of een brief te sturen. Ze moedigen de jongeren aan om diploma een diploma te halen. Als dit niet haalbaar blijkt, begeleiden de doorstroomcoaches de jongeren naar werk of een andere dagelijkse activiteit, zoals behandeling in een zorgtraject of vrijwilligerswerk. De coaches zoeken ook contact met jongeren die veel spijbelen. Want spijbelen is soms een voorteken van schooluitval. De coaches werken behalve met scholen veel samen met gemeenten en zorgorganisaties. De taak van de zorgorganisaties is om jongeren te begeleiden met persoonlijke en geestelijke problemen. Zo helpen zij mee om Vsv te voorkomen.

ce p

t

Met het wetsvoorstel 'Van school naar duurzaam werk' krijgen scholen, Doorstroompunten en gemeenten (verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet) meer mogelijkheden om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij de overgang van school naar werk en het behoud van werk. Voor het team Doorstroompunt zal dit de grootste verandering zijn. Na ingang van deze wetswijziging zal het doorstroompunt jongeren tot 27 jaar gaat begeleiden. De leeftijdsgrens ligt nu bij 23 jaar. Op dit moment onderzoeken we de omvang van de doelgroep en welke aanpassingen er nodig zijn om deze jongeren te kunnen begeleiden. Tot slot vroegen de doorstroomcoaches te vertellen over hun ervaringen. -

Kan je een voorbeeld geven van een jongere waar je mee werkt?

on

Ik kreeg een melding over een student van het Mbo. Het liep niet lekker op school en deze leerling was veel ziek door depressieve klachten en een angststoornis. Ze krijgt hiervoor hulp vanuit de WMO in de vorm van een ambulant begeleider die haar bij haar dagelijkse zaken ondersteunt. N.a.v. de melding is er een Multidisciplinair Overleg georganiseerd door/op school en zijn alle betrokken partijen uitgenodigd.

C

We hebben het gehad over welke hulpmiddelen al ingezet zijn door school en welk effect deze hebben op de schoolgang van deze leerling. We komen tot de conclusie dat op dit moment school niet haalbaar is en dan is de doorstroomcoach aan zet. Ik maak een vervolgafspraak met deze student om alles te bespreken wat nu op haar af gaat komen als ze gaat stoppen met school en ondersteun haar hierbij. Denk hierbij aan het opzeggen van DUO, studietoeslag stop zetten, samen een afspraak maken bij het Jongerenloket voor een aanvraag uitkering, overleggen wat een passend traject zou kunnen zijn, kwijtschelding prestatiebeurs in gang zetten. Loopt dit allemaal dan is het mijn rol om dit te blijven monitoren. Is deze student weer zo ver om naar school te gaan of te gaan werken? Dan heb ik overleg met mijn collega’s van trajectregie en werken we naar uitstroom toe.

-

Wat is je bijgebleven in het werk van de afgelopen tijd?

Het mooiste compliment wat je kunt krijgen als doorstroomcoach is als je van een jongere hoort dat jouw betrokkenheid echt iets heeft bijgedragen. Zo heb ik een paar jaar geleden een jonge alleenstaande moeder begeleid. Zij was via het schoolmaatschappelijk werk van het Mbo aangemeld bij het Doorstroompunt, omdat ze niet verder kon met haar opleiding in verband met haar persoonlijke situatie. Samen met een collega van het 25

Jongerenloket hebben wij haar een traject kunnen aanbieden, waardoor ze na een half jaar weer in staat was haar opleiding op te pakken. Een tijdje geleden ontving ik een Whatsapp bericht van haar. Ze wilde mij laten weten dat ze haar Mbo niveau 3 diploma had behaald. Ze bedankte mij voor mijn steun en betrokkenheid en dat mijn hulp echt het verschil heeft gemaakt. Dit is waarvoor je het doet.

Regionaal programma voortijdig schoolverlaten In de doorstroomregio Stedendriehoek werkt Ferm momenteel aan het opstellen van een nieuw regionaal programma voortijdig schoolverlaten voor 2025-2028. Ferm is een regionaal netwerk dat zich inzet voor het terugdringen van voortijdige schoolverlaters (Vsv) in de regio Stedendriehoek. Dit netwerk bestaat niet uit middelbare scholen (VO) en Mboinstellingen, maar ook uit acht gemeenten in Gelderland en Overijssel: Apeldoorn, Epe, Brummen, Voorst, Zutphen, Lochem, Deventer en Olst-Wijhe.

ce p

t

Ferm brengt kennis en expertise uit het onderwijs, de arbeidsmarkt, en de gemeenten samen (zoals leerplicht, doorstroompunt, jeugdzorg en participatie). Hiermee wil Ferm ervoor zorgen dat iedere jongere in de Stedendriehoek een passend onderwijs- of arbeidsmarkttraject krijgt. Dit maakt het mogelijk dat zij hun plek in de maatschappij kunnen vinden en benutten. Ferm werkt met een vierjarig regioplan voor de Stedendriehoek, waarin vier maatregelen zijn opgenomen: 1. Ontwikkeling van onderwijs

on

2. Versterking van de Civil society 3. Bevordering van doorstroom

4. Betere aansluiting van jongeren op onderwijs en werk

C

Onderwijsinstellingen en gemeenten kunnen bij Ferm projectaanvragen indienen, waarin wordt gevraagd om cofinanciering door Ferm, die passen bij deze maatregelen. Dit stelt hen in staat om, bovenop de wettelijke taken, te experimenteren met innovatieve projecten. Zo zijn bijvoorbeeld jongerenwerkers en verbeteringen van het pedagogisch klimaat op scholen gefinancierd met Fermgelden. In het huidige programma werd het budget verdeeld per maatregel, waarvoor partijen een projectaanvraag konden indienen die door het programmateam en/of de stuurgroep wordt beoordeeld. Zo werden op het UGO/UDO werden 80 mentoren en coaches getraind in een effectieve en preventieve aanpak van schoolverzuim en ondersteund bij het begeleiden van leerlingen om vaardigheden te ontwikkelen waarmee ze zich kunnen redden binnen de huidige maatschappelijke context. Een ander voorbeeld van een project is een vervolg voor het project op weg naar Aventus. Tijdens een project ontdekt de leerling welke Mbo-opleiding bij hem of haar past – en welke juist niet. Zo krijgen ze een goed beeld waar ze hun oriëntatie het beste kunnen beginnen. Het project heeft als doel om bij te dragen aan het reduceren van het aantal voortijdig schoolverlaters.

26

Doelstellingen & werkzaamheden In dit hoofdstuk blikken we terug op de doelstellingen en werkzaamheden uit het schooljaar 20232024 en beschrijven we onze doelstellingen voor het schooljaar 2024-2025. Doelstellingen 2023-2024

Werkzaamheden 2023-2024

We zetten ons in om nog beter de verzuimredenen in beeld krijgen via o.a. de MAZL-methodiek (Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen)

In 2023-2024 zijn de zorgverzuimcoördinatoren op alle VO-scholen in Apeldoorn getraind in de methodiek MAZL. Zij zijn tevens opgeleid als train-de trainer. Ook mentoren vervullen een belangrijke rol binnen MAZL. Binnen de scholen is daarom ook hard gewerkt aan het trainen van mentoren. Het trainen van (nieuwe) medewerkers is essentieel om de effectiviteit van de methode te behouden.

De professionals jeugdgezondheidszorg (de jeugdartsen en het pedagogenteam) van het CJG zijn allen getraind. De samenwerking tussen school en CJG verloopt goed. Scholen zijn zich bewust van de urgentie en werken samen met het CJG aan MAZL. De brugfunctionaris en projectleider van het CJG spelen een belangrijke rol in het gezamenlijk oplossen van vraagstukken.

ce p

In 2022/2023 zijn de zorg-/verzuimcoördinatoren op alle VO-scholen getraind in de methodiek MAZL. Zij zijn ook opgeleid als train-de-trainer, zodat zij mentoren in de eigen school kunnen opleiden om te werken volgens de MAZL-methodiek.

In de gemeente Apeldoorn wordt MAZL uitgevoerd door een samenwerking van de VO-scholen van de Veluwse Onderwijsgroep (VOG), het CJG en leerplicht.

t

Binnen Mazl wordt er proactief gereageerd op ziekteverzuimsignalen. Scholen, de jeugdgezondheidszorg en gemeente werken samen om snel de problematieken (achter ziekteverzuim) te herkennen en passende oplossingen te beiden aan leerlingen.

on

In 2023 is MAZL uitgebreid op 7 VO-scholen, in 2024 staan de overige scholen op de planning voor de implementatie.

De leerplichtambtenaren werkten ook in het schooljaar 2023-2024 volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim.

Vooruitlopend op het wetsvoorstel terugdringen schoolverzuim en in navolging van het geactualiseerde thuiszitters-protocol zal in het komende schooljaar, in samenwerking met de samenwerkingsverbanden, al gewerkt worden aan een aanwezigheidsprotocol. Hierbij wordt aangesloten bij landelijke groeiende interesse in de paradigmashift van verzuim naar schoolaanwezigheid. Binnen deze aanpak wordt gewerkt met een raamwerk waarbij het voornamelijk van belang is om de basis op orde te hebben.

Er zijn gesprekken gevoerd met leerplicht en de samenwerkingsverbanden. Na deze gespreken is er besloten om eerst aandacht te geven aan het verkrijgen van inzicht in het bijhouden van aanwezigheid (PO).

C

We blijven werken volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Dit is een methodiek die zorgt voor een eenduidige aanpak én duidelijkheid over wie wat doet in welke fase van schoolverzuim. Leerplichtambtenaren hanteren deze methodiek zodat er snel stappen kunnen worden gezet bij de aanpak van schoolverzuim.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15904565/1