Bijlagen raadsinformatiebrief
Tekst van het document
468577
Van: Verzonden: Aan:
Timmer, Ingrid maandag 15 september 2025 21:09
ge11111~111/11111111111111111111"111~
Onderwerp: Bijlagen:
Fwd: Opgave gemeente Brummen image001.png; 20250520 Brief SG AenM aan CvdK Gelderland.pdf
Ter info en voor gebruik. Verstuurd vanaf mijn iPhone Begin doorgestuurd bericht: Van:' - BD/DGM/DRM" Datum: 15 september 2025 om 20:46:32 CEST Aan: "Timmer, Ingrid" <I.Timmer@brummen.nl> Kopie. minjenv.nl>~~ minjenv.nl> Onderwerp: Opgave gemeente Brummen
Programmamanager Spreldingswet Directoraat-Generaal Migratie
Programma Spreidingswet/ Directie Regie Migratieketen Ministerie van Asiel en Migratie 1 blIps://v4vm.rilksoverbeid.nliaenrri Turfmarkt 147 1 2511 OP 1 Den Haag
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.
U ontvangt niet vaak e-mail van~@minjenv.nl. Ontdek waarom dit belangrijk is Geachte mevrouw Timmer,
Ministerie van Justitie en Veiligheid
U vroeg een nadere duiding van de positie van de gemeente Brummen In relatie tot het verdeelbesluit van de minister van Asiel en Migratie. In het bijzonder gaat het dan om wettelijke taak van de gemeente om asielopvangvoorzieningen mogelijk te maken. Zoals in de bijgevoegde brief van de secretaris-generaal aan de voorzitter van de provinciale regietafel Gelderland is aangegeven is de minister voornemens een nieuwe verdeelbesluit vast te stellen waarin de opgave voor de gemeente Brummen 350 reguliere plekken bedraagt. Dit voornemen is in lijn met hetgeen aan de provinciale regietafel is besproken en overeengekomen. Naar verwachting zal dit begin oktober gebeuren, na het afronden van de zienswijzeprocedure waarvan een aantal gemeenten gebruik heeft gemaakt.
This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the
Met het nieuwe verdeelbesluit bedraagt de opgave voor de gemeente Brummen 350 plekken. Vanaf 1 juli jl. heeft de minister de mogelijkheid om interbestuurlijk toezicht in te zetten. Op dit moment signaleren we en zullen we bij gemeenten die niet voldoen gaan informeren naar de redenen voor het niet mogelijk maken van opvangplekken. Na het doorlopen van deze stappen kan er actief toezicht worden ingezet om (blijvende) taakverwaarlozing te beëindigen, met als uiterste consequentie de mogelijkheid om tot indeplaatsstelling over te gaan. We volgen daarbij de stappen uit de interventieladder die bij interbestuurlijk toezicht wordt gehanteerd. Hopende u voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, ~MOM
message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages. Ministry of Justice and Security
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
Verzonden d.d.: 18 februari 2025 : 18 februari 2025 : Z104682/D453598 : : Gevolgde bestuurlijke route en verdeling bevoegdheden AZC de Michaelshoeve
Geachte raadsleden, In het forum van 6 februari zijn vragen gesteld over de verdeling van bevoegdheden tussen college en raad vanuit de Spreidingswet en Gemeentewet als het gaat om de ontwikkeling van asiellocaties. Met deze brief schetsen wij de door ons gevolgde bestuurlijke route en overwegingen bij ons besluit ‘Zorgdragen voor mogelijkheid tot realisatie asielopvangplekken Michaelshoeve’. En daarmee de wijze waarop wij als college gebruik hebben gemaakt van die bevoegdheden. In de bijlage treft u het juridisch kader waarbinnen het bestuurlijk proces is doorlopen. Hiermee wordt een overzicht gegeven van de bevoegdheden zoals deze zijn geregeld in de Spreidingswet en de Gemeentewet. Wij begrijpen de behoefte van de raad om uitleg over de bevoegdheden. Wij willen hier zorgvuldig op reflecteren. Op basis van verschillende signalen hebben wij gemeend er goed aan te doen ook navraag te doen bij COA. COA heeft aangeboden om in deze kwestie advies in te winnen bij advocatenkantoor Pels Rijcken. Zij hebben hun advies opgeleverd aan COA1 en COA heeft dit op vertrouwelijke basis gedeeld met het college. De bevindingen hieruit zijn verwerkt in deze brief. De conclusie van het advies bevestigt dat het college binnen zijn bevoegdheden heeft gehandeld.
Gevolgde bestuurlijke route en overwegingen en gebruik bevoegdheden Al langer is onze gemeente op zoek naar geschikte locaties voor asielopvang. In mei 2022 heeft de gemeenteraad2 het college nog opgeroepen om een locatie te ontwikkelen. Belangrijk knelpunt daarbij is dat wij geen eigen grond of gebouwen bezitten die hiervoor in aanmerking komen. In februari 2024 werd de Spreidingswet van kracht. Deze geeft gemeenten expliciet een wettelijke taak bij de opvang van asielzoekers. Een van de uitgangspunten daarbij is een evenwichtige spreiding van duurzame opvangvoorzieningen over het land. Dit betekent in eerste instantie een spreiding over de provincies op basis van de inwoneraantallen van de betreffende gemeenten. Het doel daarvan is te komen tot een duurzaam en stabiel opvanglandschap in Nederland. De inzet van het kabinet daarbij is dat duurzame opvangplaatsen door gemeenten zoveel mogelijk vrijwillig ter beschikking worden gesteld 3.
1 D453742 Advies opvang gemeente Brummen – NIET-OPENBAAR
2
Motie 19 mei 2022
3
Memorie van toelichting Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl
Z104682/D453598
Blz. 2
Uit de Spreidingswet volgt dat het college het bestuursorgaan is dat beslist waar de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd, In dat verband werd ook de zogenaamde ‘indicatieve opgave’ bekend. Deze is in februari 2024 door de minister vastgesteld en bedraagt voor Brummen 119, waarvan tenminste 10 plekken geschikt voor AMV’ers. De indicatieve opgave vormde het startpunt van gesprekken die het college aan de Provinciale Regietafel en de sub-PRT Stedendriehoek heeft gevoerd in de regio en de provincie, om te komen tot een provinciaal plan voor asielopvang. De Spreidingswet bevat geen bepalingen die erop neer komen dat gemeenten niet (vrijwillig) méér asielzoekers kunnen opvangen. Om de asielopvang uitvoerbaar te houden, beoogt de wetgever clustering binnen de provincies. Daarbij wordt uitgegaan van de huidige praktijk waarin COA met gemeenten (privaatrechtelijke) bestuursovereenkomsten afsluit, en van samenwerking tussen gemeenten. In de gesprekken in de subregio en de provincie is COA dan ook betrokken, als uitvoerder van de asielopvang en (toekomstige) partner in de bestuursovereenkomsten. Begin 2024 maakte COA bekend in gesprek te gaan met de eigenaar van de Michaelshoeve. Dit met de intentie om te komen tot een middelgrote asiellocatie op dit terrein met maximaal 350 plekken.
Ook is aangegeven dat deze locatie onderdeel zou worden van de basisinfrastructuur en daarmee langdurig van aard. In afstemming met COA is in februari 2024 gekozen om naast ons besluit over een doorstroomlocatie óók bekend te maken dat COA voornemens is dit perceel te kopen. En dat we als gemeente hier een positieve grondhouding over hebben. Een belangrijke overweging daarbij was dat er met een locatie van deze omvang de mogelijkheid zou ontstaan om personeel en diensten uit te wisselen met de bestaande asielopvanglocatie in Zutphen4. Daarbij is ook meegenomen dat de zorgpartijen in onze gemeente in het traject rond het tot stand komen van onze Woonzorgvisie aangaven dat zij tegen de grenzen van hun mogelijkheden aanlopen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld huisartsen, tandartsen en andere eerstelijns zorgverleners. Een volwaardig AZC zorgt ervoor dat eerstelijnszorg van een AZC de verantwoordelijkheid is en blijft van COA. Ons zorglandschap wordt hierdoor niet nog meer belast en blijft dus volledig beschikbaar voor onze eigen inwoners. Ook de begeleiding van mensen die in de procedure zitten zal dan volledig bij het COA liggen, alsook zaken als beveiliging van het terrein. Bij een kleinschalige opvang zouden deze zaken onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Brummen vallen.
Aansluitend zijn op 15 en 16 februari 2024 twee informatieavonden georganiseerd om iedereen bij te praten over de voornemens van COA. De uitnodiging voor de eerste avond was gericht aan bewoners/huurders op het perceel van het landgoed, school De Lans en de direct omwonenden. De tweede waren alle andere belangstellenden welkom. Wij hebben ons steeds op het standpunt gesteld dat wij welwillend staan ten opzichte van de ontwikkeling van het AZC, maar dat het in de eerste plaats aan COA en de eigenaar van het landgoed was om overeenstemming over de koop te bereiken. Dit betekende dat er enige maanden betrekkelijke ‘radiostilte’ zou volgen omdat de partijen met elkaar in onderhandeling waren. Wel hebben wij in deze fase twee keer uitgebreid gesproken met direct-omwonenden, namelijk op 23 april en 4 juli 2024. Bij die laatste bijeenkomst zijn zij bijgepraat door Bureau Beke over het uitvoeren van een risicoanalyse. Op 15 mei 2024 heeft een informeel besloten gesprek plaatsgevonden met raadsleden. Daarbij hebben wij een toelichting gegeven op de plannen en de te volgen route. Op 10 juli hebben wij u met een raadsbrief5 op de hoogte gebracht van de stand van zaken van dat moment. Daarbij zijn we ook ingegaan op de rol van Bureau Beke. In de zomer van 2024 vormde zich in de Tweede Kamer een coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB.
Deze coalitie maakte bekend de Spreidingswet te willen afschaffen. In diezelfde raadsbrief van 10 juli 2024 4
Persbericht 14 februari 2024
5
D438595 Informatie over actualiteit mbt asielopvang, opvang ontheemden en huisvesting statushouders
Z104682/D453598
Blz. 3
hebben wij u het collegestandpunt over dit voornemen gegeven: “Tot die tijd geldt de Spreidingswet en zijn we daar als gemeente aan gehouden. Samen met de provincie Gelderland, de andere gemeentes in de PRT (Provinciale Regietafel) en de sub-PRT Stedendriehoek (…) blijven we ons dan ook inspannen voor goed georganiseerde en evenredig verdeelde structurele opvanglocaties voor asielzoekers.” In oktober heeft het college de Brummense deelbijdrage aan de asielopvang in de provincie vastgesteld 6. De deelbijdragen van de Gelderse gemeenten zijn de basis van het provinciaal plan voor de realisatie van asielopvang. Op dat moment bevonden de gesprekken tussen COA en de eigenaar van de Michaelshoeve zich in een afrondende fase. In lijn met hetgeen hierover eerder in de samenleving, met omwonenden en de raad is gecommuniceerd, alsook de intenties van COA, hebben wij besloten dat onze deelbijdrage aan het provinciale plan 350 asielopvangplekken is. U bent hierover met de raadsinformatiebrief van 7 oktober 20247 geïnformeerd. Op basis van de provinciale plannen maakte vrijdag 20 december 2024 minister Faber haar verdeelbesluit bekend. Binnen de Regio Stedendriehoek, alsook bij andere gemeenten en de Provincie, is kennisgenomen van dit besluit.
Wij hebben u via onze raadsbrief van 14 januari 8 hiervan op de hoogte gebracht, en van het overleg dat hierover nog binnen de regio en provincie ging plaatsvinden. Ook gaven wij (nogmaals) aan dat COA voornemens was om een asiellocatie voor 350 plekken te ontwikkelen. Het verdeelbesluit van de minister heeft in de regio en provincie voor verbazing gezorgd, omdat het op onnavolgbare wijze afweek van het ingediende provinciale plan. Daarmee doorkruiste de minister een zorgvuldig doorlopen proces binnen de provincie en de subregio’s. De opmerkingen en bezwaren zijn namens de Gelderse colleges van B&W verwoord in een brief van de Commissaris van de Koning aan minister Faber van 23 januari 20259. De gesprekken tussen COA en de eigenaar van de Michaelshoeve hebben na oktober 2024 nog enige tijd geduurd. Op vrijdag 17 januari ontvingen wij van het bestuur van COA de bevestiging dat er overeenstemming was bereikt en een verzoek om medewerking 10. Ook gaf COA aan dat de benodigde financiële middelen zijn veiliggesteld, onder meer door een schriftelijk akkoord van het Ministerie van Justitie en Veiligheid op de benodigde investering. Op basis hiervan konden wij een collegebesluit voorbereiden voor de gevraagde medewerking.
Tijdens de raadsvergadering van 23 januari zijn door de VVD-fractie mondelinge vragen gesteld over de aantallen die genoemd zijn in het verdeelbesluit, de stand van zaken rondom de Michaelshoeve en de wijze van communiceren door het college. Deze zijn door wethouder Timmer beantwoord. Daarbij is aangegeven dat er hopelijk binnen enkele weken besluitvorming zou plaatsvinden. In de collegevergadering van 28 januari zijn twee besluiten genomen over dit onderwerp. In de eerste plaats heeft het college bezwaar gemaakt tegen het verdeelbesluit van de minister van 20 december 202411. Onze belangrijkste grond voor dit bezwaar is dat de minister een kortere tijdshorizon hanteert bij de beoordeling van onze plannen dan dat de Spreidingswet voorschrijft. Hierdoor komt de bijdrage van Brummen voor deze cyclus op ‘0’ te staan en worden wij genoodzaakt om voor 1 juli 2025 ons aandeel in de restopgave te realiseren (minimaal 31 plekken). Daarbij hebben wij aangegeven dat de bestuurlijke lijn binnen de provincie is dat wij vasthouden aan het oorspronkelijke plan dat voor en door Gelderland is ingediend. Hiermee geven wij invulling aan onze gezamenlijke wens om als gemeente én regio een betrouwbare overheid te zijn. Dit zowel richting de samenleving en mede-overheden, als richting COA. 6
D442802 Vaststellen Deelbijdrage Brummen Plan van Aanpak Spreidingswet
7
D444956 Raadsinformatiebrief asielopvang, opvang Oekraïners en huisvesting statushouders
8
D451396 Raadsinformatiebrief inzake asiel, opvang Oekraïners en huisvesting statushouders
9
D452216 Brief Commissaris van de Koning aan minister Faber 23 januari
10
D452528 Verzoek COA om medewerking
11
D452083 Bezwaar Verdeelbesluit Spreidingswet
Z104682/D453598
Blz. 4
Wij wijzen erop dat de minister in haar aanbiedingsbrief bij het verdeelbesluit aangeeft dat voor de gemeenten de mogelijkheid blijft bestaan om aan de provinciale regietafel te komen tot uitruil van opgaven bij de invulling van de gemeentelijke taak 12. Wij merken daarbij ook op dat - zoals door COA aangegeven - het Ministerie van Justitie en Veiligheid akkoord heeft gegeven op de benodigde investeringen voor een asielopvanglocatie van 350 plekken. Wij kunnen hieruit niet anders dan concluderen dat ook de minister deze ontwikkeling op het terrein van de Michaelshoeve ondersteunt. Naast het besluit om bezwaar te maken tegen het verdeelbesluit, heeft het college op 28 januari een ander besluit genomen. Namelijk om mee te werken aan het verzoek van COA om maximaal 350 asielopvangplekken bij de Michaelshoeve te realiseren. Dit onder het voorbehoud van een nog te sluiten bestuursovereenkomst en werkafspraken13. Het besluit van 28 januari 2025 is geen besluit ex artikel 160, eerste lid onder d, e, f, of g: het is geen privaatrechtelijke rechtshandeling, geen besluit over rechtsgedingen of iets van dien aard, en het gaat niet over de civiele verdediging of over (jaar)markten. De in het collegebesluit vermelde privaatrechtelijke bestuursovereenkomst en de werkafspraken zijn onderwerp van afzonderlijke, toekomstige besluitvorming.
De bestuursovereenkomst zal voordat het door het college wordt vastgesteld eerst aan de raad worden voorgelegd voor wensen en bedenkingen. U bent zowel over het bezwaar op het verdeelbesluit als over het collegebesluit over de asielopvang geïnformeerd door middel van de raadsinformatiebrief van 28 januari 14. Samengevat: - Het is al langer de wens van de gemeenteraad om asielopvangplekken in de gemeente Brummen te realiseren. Belangrijk knelpunt daarbij is dat wij geen eigen grond of gebouwen bezitten die hiervoor in aanmerking komen. Tevens houden we rekening met het draagvlak van ons zorglandschap en capaciteiten van ons eigen ambtelijk apparaat. - In februari 2024 is de Spreidingswet van kracht geworden en daarmee een indicatieve opgave van 119 asielopvangplekken voor Brummen. Uit de Spreidingswet volgt dat het college het bestuursorgaan is dat beslist waar de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd. Ook bevat de Spreidingswet geen bepalingen die erop neerkomen dat gemeenten niet (vrijwillig) meer asielzoekers kunnen opvangen dan uit de indicatieve opgave of een verdeelbesluit volgt. - Vanaf begin 2024 heeft het college op verschillende momenten en manieren de raad geïnformeerd over het voornemen van COA om maximaal 350 asielopvangplekken op de Michaelshoeve te ontwikkelen.
Daarbij hebben wij de raad en samenleving op de hoogte gehouden van de voortgang en onze positieve grondhouding daarin. - In oktober 2024 heeft het college expliciet besloten om 350 plekken bij te dragen aan het provinciale plan van aanpak. - De 350 plekken van Brummen zijn ten onrechte niet meegenomen in het verdeelbesluit van de minister. Wij hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Binnen de provincie is de bestuurlijke lijn afgesproken dat de provincie Gelderland en de gemeenten vasthouden aan de oorspronkelijke plannen. - Op 17 januari 2025 ontvingen wij schriftelijk bevestiging van COA dat er overeenstemming is met de eigenaar van de Michaelshoeve, met daarbij het verzoek om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling. Daarbij meldde COA dat het ministerie goedkeuring heeft verleend op de financiële investering. Wij kunnen hieruit niet anders concluderen dan dat ook de minister deze ontwikkeling ondersteunt. - Op 28 januari heeft het college besloten om COA de mogelijkheid te geven om op de Michaelshoeve opvang te realiseren voor maximaal 350 asielzoekers, onder voorbehoud van een bestuursovereenkomst en werkafspraken. 12
D451554 Aanbiedingsbrief bij verdeelbesluit Gelderland
13
D451730 Zorgdragen voor mogelijkheid tot realisatie asielopvangplekken Michaelshoeve
14
D452304 Raadsinformatiebrief Asielopvang Michaelshoeve
Z104682/D453598
-
-
Blz. 5
Het besluit van 28 januari 2025 is geen besluit zoals bedoeld in artikel 160, eerste lid onder d, e, f, of g: het is geen privaatrechtelijke rechtshandeling, geen besluit over rechtsgedingen of iets van dien aard, en het gaat niet over de civiele verdediging of over (jaar)markten. De bestuursovereenkomst en de werkafspraken zijn onderwerp van separate besluitvorming. De raad wordt in gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen uit te spreken over de bestuursovereenkomst.
Onze conclusie is dat het college binnen de bevoegdheden vanuit de Spreidingswet en de Gemeentewet heeft gehandeld bij zijn besluit van 28 januari 2025. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
Bijlage(n):
G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)
- Advies opvang gemeente Brummen – NIET OPENBAAR (D453742)
Z104682/D453598
Blz. 6
Bijlage: Het juridisch kader Wanneer het gaat om de verdeling van bevoegdheden zijn twee juridische perspectieven van belang: 1. Vanuit de Spreidingswet 2. Vanuit de Gemeentewet We geven graag een toelichting op beide invalshoeken. Ad 1. Het perspectief vanuit de Spreidingswet Taakinvulling en taak De Spreidingswet zegt over de verdeling van bevoegdheden tussen college en raad het volgende in artikel 7 (Invulling taak): 1. Het college van een aangewezen gemeente draagt zorg voor: a. ter beschikkingstelling aan het COA van een locatie of accommodatie binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit of de in het verdeelbesluit opgenomen langere termijn; b. verlening van de voor ingebruikneming van de opvangvoorziening noodzakelijke gemeentelijke vergunningen door het college. 2. De raad van een aangewezen gemeente draagt zorg voor aanpassing van het bestemmingsplan of de beheersverordening indien dit noodzakelijk is voor ingebruikneming van de opvangvoorziening. Over de taak zelf zegt de Spreidingswet in artikel 6 eerste lid: Het college van een aangewezen gemeente draagt binnen de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zorg voor het mogelijk maken van opvangvoorzieningen voor asielzoekers in de gemeente overeenkomstig het verdeelbesluit.
Uit deze bepalingen blijkt dat het college het bestuursorgaan is dat beslist waar de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd. In de Spreidingswet staat nergens dat de gemeenteraad, wat dit besluit betreft, een advies- of instemmingsrecht heeft. Sterker nog, de gemeenteraad moet het bestemmingsplan of de beheersverordening aanpassen als dit nodig is voor ingebruikneming van de door het college aangewezen opvangvoorziening. Samengevat: - Het college draagt zorgt voor een locatie of accommodatie - De raad draagt indien nodig zorg voor het omgevingsplan - Daarbij is het de wettelijke taak om binnen een termijn van twee jaar te voldoen aan het verdeelbesluit. Van indicatieve opgave naar verdeelbesluit en bestuursovereenkomst Er wordt in de berichtgeving over de asielopvang in Brummen wel eens gesproken over aantallen van de ordegrootte 120. Dit betreft de zogenaamde ‘indicatieve opgave’. Deze is in februari 2024 door de minister vastgesteld en bedraagt voor Brummen 119, waarvan tenminste 10 plekken geschikt voor AMV’ers. De indicatieve opgave wordt aan het begin van de tweejaarlijkse cyclus van de Spreidingswet per gemeente berekend door de totale opgave in Nederland te delen door het inwoneraantal van de betreffende gemeente. Dit gecorrigeerd met de SES-WOA score15.
De indicatieve opgave vormt het startpunt van gesprekken in de regio en de provincie om te komen tot een provinciaal plan. Om de asielopvang uitvoerbaar te houden, wordt binnen de provincies door de wetgever clustering beoogd. Daarbij gaat de wetgever uit van de huidige praktijk waarin COA met gemeenten (privaatrechtelijke) bestuursovereenkomsten afsluit en van samenwerking tussen gemeenten (de zogenaamde ‘variant 2b’ uit de Memorie van toelichting) 16. 15
Het CBS berekent op basis van cijfers over welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname de zogenaamde SES-WOA score om de sociaal-economische status van een gemeente, wijk of buurt uit te drukken. 16 Uit Regels inzake het toedelen van een wettelijke taak aan gemeenten om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken en wijziging van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken
Z104682/D453598
Blz. 7
Het college voert gesprekken met de gemeenten in de regio om te komen tot deze clustering. Daarbij kunnen ook uitruilafspraken worden gemaakt over andere opgaven, zoals de opvang van Oekraïense ontheemden en de huisvesting van statushouders. Dit doet het college vanuit zijn reguliere bevoegdheden uit onderliggende wetgeving. Zo vormt het college het dagelijks bestuur van de gemeente en is het bevoegd om samenwerkingen en privaatrechtelijke overeenkomsten aan te gaan (artikel 160 Gemeentewet). In deze gesprekken is ook COA betrokken als uitvoerder van de asielopvang en (toekomstige) partner in de privaatrechtelijke bestuursovereenkomsten. Op basis van deze gesprekken in de regio stellen colleges in het najaar de deelbijdrage vanuit hun gemeente vast: op welke plekken verwachten zij welke aantallen (liefst structurele) opvangplekken te kunnen realiseren. Deze deelbijdragen zijn op hun beurt de basis van een provinciaal plan voor de realisatie van asielopvang. De commissaris van de Koning biedt deze in zijn rol als rijksorgaan uiterlijk 31 oktober aan bij de minister. De minister neemt in december op basis van de provinciale plannen haar verdeelbesluit. Dit verdeelbesluit gaat over de verdeling van de te realiseren asielopvangplekken over de provincies. De minister bepaalt de aantallen in het verdeelbesluit.
De in het verdeelbesluit genoemde aantallen per gemeente worden in het regionale overleg beschouwd als een ondergrens en zijn uiteindelijk een norm voor handhaving, wanneer een specifieke gemeente bij voortduring te weinig plekken realiseert. Er zijn verschillende lezingen over de juridische betekenis van het verdeelbesluit en de daari genoemde aantallen. Een lezing is dat het verdeelbesluit vanuit de Spreidingswet een begrenzende werking heeft voor de bevoegdheid van het college om locaties en aantallen toe te wijzen. Met andere woorden: het college kan slechts besluiten tot het aantal dat in het verdeelbesluit is genoemd voor de betreffende gemeente. Zoals aangegeven beschouwen wij het als een ondergrens en een basis voor nadere samenwerkingsafspraken in de regio. De Spreidingswet bevat geen bepalingen die erop neer komen dat gemeenten niet (vrijwillig) méér asielzoekers kunnen opvangen. Voor de aantallen in het verdeelbesluit geldt hetzelfde als voor die in de indicatieve opgave: er is clustering nodig om de asielopvang uitvoerbaar te houden. Dat betekent dat sommige gemeenten meer, en andere minder asielopvangplekken zullen realiseren dan genoemd in het verdeelbesluit of de indicatieve opgave.
De minister geeft in haar aanbiedingsbrief bij het verdeelbesluit dan ook aan dat het gemeenten vrij staat om onderling tot afwijkende afspraken te komen, mits de gehele opgave maar wordt behaald 17.
asielopvangvoorzieningen), Memorie van toelichting “(…) Ook bestaat soms discrepantie tussen de vraag van het COA en het aanbod van locaties door gemeenten. Gemeenten dragen bijvoorbeeld kleine locaties aan omdat dit beter past bij de aard en schaal van de gemeente, terwijl het COA grotere locaties nodig heeft in het kader van de doelmatigheid binnen bestaande kaders. Kijkend naar de huidige situatie op de arbeidsmarkt voorziet het COA ook een gebrek aan voldoende personeel om (veel) kleine locaties te bemensen. In de huidige praktijk sluit het COA met het college van elke gemeente waarin een opvangvoorziening is gevestigd, een bestuursovereenkomst. Daarin worden o.a. de gebruiksduur (looptijd) van een opvangvoorziening vanaf tijdstip ingebruikneming, de mogelijkheid van eventuele verlenging en het maximaal aantal opvangplaatsen vastgelegd. Met de brief van 8 juli 2022 heeft het kabinet de uitkomsten van de “Verkenning naar meer dwingend juridisch instrumentarium voor opvang van asielzoekers” met de Tweede Kamer gedeeld. Ten aanzien van de wettelijke taak voor gemeenten zijn daarbij 3 varianten geschetst.
Deze varianten betreffen (1) het beleggen van een wettelijke taak bij iedere gemeente, zodat de asielopvang evenredig wordt verdeeld, en (2) het beleggen van de taak bij enkele gemeenten op basis van een jaarlijks verdeelbesluit, te nemen door (2a) gedeputeerde staten, ofwel (2b) door het Rijk, waardoor de asielopvang evenwichtig over de provincies en daarmee het land kan worden verdeeld. Het kabinet heeft besloten variant 2b neer te leggen in een wetsvoorstel. Reden hiervoor is dat deze variant uitgaat van samenwerking van gemeenten om opvangvoorzieningen mogelijk te maken. Gemeenten bezien samen de mogelijkheden (ook in relatie met de opdracht van het huisvesten van vergunninghouders). De uiteindelijke clustering van opvangvoorzieningen bij bepaalde gemeenten, sluit aan bij de huidige praktijk en is in lijn met de Uitvoeringsagenda.” 17 D451554 Aanbiedingsbrief verdeelbesluit Gelderland
Z104682/D453598
Blz. 8
De uiteindelijke afspraken met COA worden vastgelegd in een privaatrechtelijke bestuursovereenkomst met onderliggende werkafspraken. Wanneer de bestuursovereenkomst is getekend, zijn de besluiten over bijvoorbeeld locatie, aantallen en (gebruiks)duur onomkeerbaar. Samengevat - De Spreidingswet geeft het college de bevoegdheid om zorg te dragen voor asielopvanglocaties. - De gemeenteraad houdt daarbij zijn reguliere bevoegdheden in het kader van ruimtelijke ordening. - De wettelijke taak is om te voldoen aan de aantallen genoemd in het ministeriële (provinciale) verdeelbesluit. Genoemde aantallen per gemeente gelden daarbij als ondergrens. - Het provinciale plan om te voldoen aan de gestelde opvangopgave komt tot stand na een intensief proces waarin gemeenten en provincie met elkaar en met COA in de regio gesproken hebben over samenwerking en clustering. De indicatieve opgave is daarbij het vertrekpunt en ondergrens. - Het college voert deze gesprekken op basis van zijn reguliere bevoegdheden. - Het resultaat van deze gesprekken wordt vastgelegd in een privaatrechtelijk bestuursovereenkomst met COA.
Ad 2. Het perspectief vanuit de Gemeentewet In de forumvergadering van 6 februari werd artikel 169 van de Gemeentewet aangehaald. Daarin is onder meer de betrokkenheid van de gemeenteraad bij ingrijpende besluiten geregeld. Met name lid 1, 2 en 4 staan daarbij centraal. De tekst hiervan luidt als volgt: 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur 2. Zij [het college- red.] geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e [privaatrechtelijke handelingen- red.], f [bezwaar en beroep], g [civiele verdediging] en h [jaarmarkten of markt], indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Ad lid 1: In de parlementaire geschiedenis wordt erop gewezen dat in het artikel niet geregeld is hoe de verantwoording moet worden afgelegd en dat het eventueel verbinden van politieke consequenties aan de verantwoording uiteraard een zaak van de raad is.
Hoewel dit een belangrijke bepaling is over de verhouding tussen het college en de raad, brengt deze bepaling niet met zich dat de raad ter zake van het besluit van 28 januari 2025 advies of goedkeuring had moeten geven. Het bepaalt in feite juist dat het college achteraf verantwoording schuldig is over het door het college gevoerde bestuur. Ad lid 2: De gemeenteraad heeft uiteraard een controlerende taak en daarvoor is het nodig dat raadsleden tijdig en volledig worden geïnformeerd. Ad lid 4: In bepaalde situaties is het college verplicht om vooraf inlichtingen te verstrekken en de raad in de gelegenheid te stellen om wensen en bedenkingen mee te geven aan het college. Dit laatste vraagt dan debat in de raad en met het college. Het besluit van 28 januari 2025 betreft geen besluit ex artikel 160, eerste lid onder d, e, f, of g. Het is geen privaatrechtelijke rechtshandeling, geen besluit over rechtsgedingen of iets van dien aard, en het gaat niet over de civiele verdediging of over (jaar)markten. Wellicht ten overvloede: de gemeenteraad behoudt te allen tijde zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol met de bijbehorende bevoegdheden en instrumenten.
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 7 oktober 2024 : Z106007/D444956 : : Raadsinformatiebrief asielopvang, opvang Oekraïners en huisvesting statushouders
Geachte raadsleden,
Met deze raadsinformatiebrief brengen we u op de hoogte van de actuele situatie van de opvang van Oekraïners en asielzoekers en de huisvesting van statushouders.
Deelbijdrage Brummen aan Plan van Aanpak Spreidingswet Zoals bekend is afgelopen februari de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ van kracht geworden (kortweg: Spreidingswet). De coalitie in de Tweede Kamer heeft in het hoofdlijnenakkoord aangegeven de Spreidingswet te willen intrekken. Dit vraagt echter om een eigen (langdurig) wetgevingsproces met besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer en een advies van de Raad van State. In de tussentijd hebben provincies en gemeenten afgesproken de werkwijze van de wet te volgen. In de Spreidingswet is bepaald dat provincies uiterlijk 1 november van dit jaar aan de minister aangeven hoe zij de gevraagde opvangcapaciteit gaan realiseren. Om zicht te krijgen op de totale inspanningen van gemeenten, worden daarbij ook de opvang van Oekraïners en de huisvesting van statushouders in kaart gebracht. De deelbijdragen van gemeenten worden eerst gebundeld per subregio (in ons geval de Stedendriehoek) en van daaruit aan de Provinciale Regietafel (PRT) aangeboden. De Commissaris van de Koning brengt dan eind oktober verslag uit aan de minister. Op 1 oktober jongstleden hebben wij besloten dat onze deelbijdrage er als volgt uitziet: -
350 asielzoekers. Zoals bekend is het COA in gesprek met de eigenaar van de Michaelshoeve om daar een AZC te realiseren; 165 opvangplekken voor Oekraïense ontheemden. Hiervoor zijn aanvullende locaties in onderzoek; Huisvesting statushouders. Momenteel verblijven er 26 statushouders in de doorstroomlocatie op het perceel van de Michaelshoeve. Daarnaast is het streven om volgens de prestatieafspraken met Veluwonen nog ongeveer 22 woningen voor het einde van 2025 beschikbaar te stellen. Deze woningen komen vrij uit nieuwbouwprojecten en reguliere huuropzeggingen.
Alles bij elkaar is dit een uitdagende opgave. Daarbij gaat het niet alleen om fysieke locaties en huisvesting, maar ook om (regionale) voorzieningen als onderwijs en zorg. Hierover wordt intensief gesproken met betrokken partijen in de regio.
Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl
Z106007/D444956
Blz. 2
We gaan nu verder in op de verschillende onderdelen van de opgave
Ontwikkeling asielzoekerscentrum Michaelshoeve Op dit moment bevinden de gesprekken tussen het COA en de eigenaar van het landgoed zich in de afrondende fase. Er is nog steeds goed hoop dat partijen tot overeenstemming komen, maar dat is niet gegarandeerd. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de monumentale status van het hoofdgebouw. Dit bevindt zich in verwaarloosde staat. Het is voor ons essentieel dat de (nieuwe) eigenaar werk maakt van herstel. Verder start binnenkort een onafhankelijk onderzoek naar de risico’s voor de omgeving, onder leiding van Bureau Beke. Dit gebeurt in nauw overleg met de omwonenden.
Opvang Oekraïense ontheemden Uitbreiding opvangcapaciteit Het einde van de oorlog in Oekraïne is nog niet in zicht. Er wordt richting het einde van dit jaar een groei van de instroom van ontheemden verwacht. Het gevolg is dat de opvangcapaciteit in Nederland toeneemt van 96.000 naar 120.000 plekken. Vertaald naar Brummen betekent dit een opgave van 170. Op dit moment vangen wij 95 Oekraïners op in Eerbeek en Brummen. Dat betekent dat we nog 75 plekken moeten realiseren. Een locatie is concreet in beeld en wordt binnenkort aangewezen. Wij verwachten u binnen een maand hierover nader te kunnen informeren. Over een tweede locatie zijn gevorderde gesprekken met de eigenaar. Eigen bijdrage Onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming ontheemden, hebben lidstaten de plicht om te zorgen voor opvang en leefgeld voor Oekraïners. In Nederland is deze taak zoals bekend belegd bij gemeenten. Inmiddels heeft een aanzienlijk deel van de Oekraïners werk in Nederland en kan zich in zijn eigen levensonderhoud voorzien. Het ligt voor de hand dat deze groep gaat meebetalen aan zijn onderdak. Het vorige kabinet heeft besloten om Oekraïners die inkomen uit arbeid of een uitkering hebben een eigen bijdrage op te leggen. Deze bedraag €105 per persoon van 18 jaar of ouder en maximaal €210 per gezin. Het is de bedoeling dat gemeenten vanaf uiterlijk 1 november deze vergoedingen gaan innen.
Dit heeft in beginsel geen gevolgen voor onze begroting: wij storten de ontvangen bedragen af aan het Rijk en ontvangen een vergoeding voor de uitvoeringskosten. Voor de invoering van deze maatregel moet veel geregeld worden als het gaat om procedures en systemen. Verandering in begeleiding en stimuleren zelfredzaamheid Vooruitlopend op de uitbreiding van de opvangcapaciteit is besloten om de begeleidingsorganisatie anders vorm te geven. Met ingang van 1 oktober is een nieuwe locatiemanager aangetrokken. Het is daarmee de opvolger van een medewerker die onlangs is vertrokken. De bedoeling is dat deze locatiemanager samen met de locatiemedewerkers van de doorstroomlocatie en de maatschappelijke begeleiding vanuit SWB, een team gaat vormen. Vanuit dit team worden dan zowel de Oekraïners als de statushouders begeleid. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is het stimuleren van meer zelfredzaamheid.
Statushouders Doorstroomlocatie Afgelopen september hebben lokale/regionale media (Omroep Gelderland en De Stentor) uitgebreid aandacht besteed aan de doorstroomlocatie en haar bewoners. Ook de rol en inspanningen van de gemeente en vrijwilligers zijn daarbij aan bod gekomen. De sfeer op de locatie is doorgaans goed, maar soms ontstaan er spanningen. Bij veel bewoners is er onvrede over de duur van gezinsherenigingsprocedures. Vanwege achterstanden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn doorlooptijden inmiddels opgelopen tot ruim tweeëneenhalf jaar. Daarbij komt dat
Z106007/D444956
Blz. 3
veel statushouders al enkele jaren geleden hun land van herkomst hebben verlaten en dat kinderen die intussen meerderjarig worden niet in aanmerking komen voor gezinshereniging. Ook moeten bewoners langer wachten op een woning dan zij soms verwachten. Dat is nu eenmaal een realiteit in de huidige woningmarkt. Alles bij elkaar leidt dit begrijpelijkerwijs tot onzekerheid en emoties. Soms uit zich dit in boosheid of agressief gedrag naar elkaar en de begeleiding. Het welbevinden van de bewoners en de sfeer op de locatie heeft onze volle aandacht. Waar gewenst bieden we een luisterend oor en waar nodig begrenzen we. Inburgering Statushouders die na 1 januari 2022 in onze gemeente komen, zijn volgens de (nieuwe) Wet inburgering 2012 verplicht om een inburgeringstraject te volgen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van een passend traject. Een inburgeringstraject begint met een brede intake en leerbaarheidstoets waarin onder meer gekeken wordt naar individuele behoeften, opleidingsniveau, (werk)ervaring en ontwikkelpotentieel. Op basis daarvan wordt een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie opgesteld. Centraal hierin is de keuze voor één van drie leerroutes: • • •
De B1 route; een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal 3 jaar de Nederlandse taal op niveau B1. Tegelijk kunnen zij meedoen door (vrijwilligers)werk. De Onderwijsroute; een route vooral voor jongeren. Zij leren de Nederlandse taal op niveau B1 of hoger. Ook worden zij dan voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding. De Zelfredzaamheidsroute; een route voor inburgeringsplichtigen waarvoor route 1 en 2 te moeilijk is. Zij leren de Nederlandse taal op een lager niveau (A1-niveau). Deze mensen worden voorbereid (op een eenvoudige manier) om mee te doen in de Nederlandse samenleving
Ook de statushouders die in de doorstroomlocatie verblijven beginnen vanaf dit schooljaar met inburgeren. Hiervoor was een flinke opschaling van onze inspanningen nodig, onder meer door het aantrekken van een extra regisseur inburgering bij WerkFit Brummen. Inmiddels zijn met alle bewoners van de doorstroomlocatie intakegesprekken gevoerd en zijn de leerroutres vastgesteld. Een aantal is in de afgelopen maanden begonnen; de laatsten sluiten zich in november aan bij een groep die dan van start gaat. Momenteel volgen in Brummen 35 deelnemers de B1-route, 8 de Onderwijsroute en 14 de Zelfredzaamheidsroute. Van 12 bevinden de intakes en persoonlijke plannen zich in een afrondende fase. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor de begeleiding van de inburgeringstrajecten van 9 gezinsmigranten en verwachten wij in de komende tijd nog een aantal nareizigers.
Huisvesting statushouders Momenteel voldoet onze gemeente (ruim) aan de taakstelling voor huisvesting van statushouders. Wij sloten 2023 af met een achterstand van 7 personen. In de eerste helft van 2024 hebben wij 41 personen kunnen huisvesten, waaronder 20 op de doorstroomlocatie. Wij hebben de eerste helft van 2024 afgesloten met een voorsprong van 9 personen op de taakstelling. Voor het tweede halfjaar van 2024 is de taakstelling 20 personen. Met de voorsprong uit het eerste halfjaar en de gerealiseerde uitstroom van de afgelopen maanden, hebben we nog 6 statushouders te huisvesten voor het einde van dit jaar. Door de krapte op de woningmarkt, wordt het huisvesten van statushouders steeds moeilijker en wachttijden lopen ook voor hen op. Dit vraagt om creatieve oplossingen. Bijvoorbeeld het kamergewijs verhuren van gezinswoningen aan alleenreizenden. Eind oktober heeft een bestuurlijk overleg plaats met Veluwonen om de gezamenlijke uitdagingen en vervolgacties hierin te bespreken.
Z106007/D444956
Blz. 4
Wij hopen u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd,
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 14 januari 2025 : Z104682/D451396 : : Raadsinformatiebrief asiel, opvang Oekraïners en huisvesting statushouders
Geachte raadsleden, Graag informeren wij u met deze brief over de actuele ontwikkelingen rondom asiel, de huisvesting van statushouders en de opvang van Oekraïense ontheemden. Asielopvang De Spreidingswet schrijft voor op welke wijze de opgave voor asielopvang in Nederland wordt verdeeld over gemeenten. Afgelopen najaar hebben gemeenten, na afstemming binnen hun respectievelijke regio’s en provincies, aangegeven op welke wijze zij invulling geven aan hun aandeel hierin. U bent in de raadsbrief van 7 oktober jl (Z106007/D444956) geïnformeerd over de bijdrage van de gemeente Brummen. De opgave per gemeente en regio is door de Commissarissen van de Koning vanuit de betreffende provincies gerapporteerd aan de Minister van Asiel en Migratie. Kort voor het kerstreces heeft hij zijn besluit bekend gemaakt voor de verdeling van de asielopvangplaatsen die per 1 juli 2025 gerealiseerd moeten zijn. In de bijlagen treft u de brief aan die wij hierover ontvingen, met daarbij de definitief vastgestelde verdeling van asielopvangplaatsen over de gemeenten in Gelderland. De Gelderse gemeenten hebben volgens de Spreidingswet een gezamenlijke opgave van in totaal 11.772 opvangplaatsen. Zij hebben toegezegd hiervan 10.474 te realiseren, ofwel ruim 89%. De resterende opgave van 1.298 plaatsen heeft de minister verdeeld over gemeenten die nog geen of pas later invulling geven aan hun opgave.
Het college heeft kennisgenomen van de inhoud van de brief die de Minister van Asiel en Migratie heeft gestuurd over de verdeling van asielopvangplaatsen over de provincie Gelderland (Spreidingswet). Voordat het college een reactie geeft, wil zij de brief eerst bespreken met hun collega’s binnen het regionaal verband (de Provinciale (sub)Regietafel Migratie & Integratie (PRT) Gelderland). Zorgvuldigheid over dit onderwerp vindt het college van groot belang. Overigens herkennen wij ons niet in het beeld uit de brief van het Ministerie dat Brummen achterblijft in het realiseren van opvanglocaties. Wij leveren een belangrijke bijdrage als het gaat om de opvang van ontheemde Oekraïners en ook het huisvesten van statushouders. Daarnaast is bekend dat het COA voornemens is om een locatie van maximaal 350 opvangplekken te ontwikkelen op het perceel van De Michaelshoeve in Brummen. De gemeente heeft aangegeven hier positief tegenover te staan. Wij hebben nog geen uitsluitsel gekregen over de uitkomst van deze gesprekken. Hoe dan ook is een structurele locatie van deze schaal niet voor 1 juli te realiseren. De gemeenten in de regio en de Provincie zijn hiervan op de hoogte en hebben hiervoor begrip.
Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl
Z104682/D451396
Blz. 2
Statushouders Huisvestingstaakstelling Onze gemeente sloot 2023 af met een achterstand van 7 te huisvesten statushouders ten opzichte van de taakstelling. In totaal is daar over 2024 een taakstelling van 43 bijgekomen, dus 50 te huisvesten statushouders in totaal. Mede dankzij de ontwikkeling van de doorstoomlocatie op de Michaelshoeve, hebben wij hiervan 48 in 2024 kunnen realiseren. Wij hebben 2024 afgesloten met een zeer beperkte achterstand van twee te huisvesten statushouders. Voor het eerste halfjaar van 2025 geldt een nieuwe taakstelling van 21. Dat brengt de totale opgave momenteel op 23 te huisvesten statushouders. Zoals in veel gemeenten is het aanbod van woningen voor deze doelgroep beperkt. Statushouders zijn vrijwel zonder uitzondering aangewezen op sociale huurwoningen en deze zijn schaars. Bovendien is het lastig om in kwalitatief opzicht vraag en aanbod te matchen: veel statushouders zijn in afwachting van gezinshereniging. Zij verblijven nog enkele jaren alleen in onze gemeente, terwijl er vooral gezinswoningen beschikbaar komen. Wij zijn in gesprek met woningcorporatie Veluwonen over manieren om deze mismatch op te lossen. Bijvoorbeeld door woningen (tijdelijk) kamergewijs te verhuren. Inburgering en gezinsherenging In het algemeen pakken de statushouders op de doorstroomlocatie de draad goed op.
Nagenoeg alle bewoners zijn gestart met hun inburgeringstraject. Moeders met kinderen starten vaak met enige vertraging vanwege wachttijd voor kinderopvang. Inmiddels zijn er enkele gezinnen herenigd, waarvan ook enkele zijn doorgestroomd naar reguliere woningen. Aanvragen toeslagen Statushouders komen doorgaans in aanmerking voor toeslagen voor onder meer zorgkosten en huur. Het was gebruikelijk dat COA de aanvraag hiervan verzorgde voordat voor statushouders die zich gingen vestigen in een gemeente. Kort voor de jaarwisseling heeft COA aangekondigd deze aanvragen niet meer te kunnen doen en dit te zien als een gemeentelijke taak. Binnen onze gemeente worden aanvragen van toeslagen verzorgd door de maatschappelijk begeleider van SWB. Gelet op de relatief kleine aantallen statushouders die het betreft, is het werk dat hiermee gemoeid is te overzien. Ook zijn er geen of nauwelijks gevolgen voor de doorlooptijden van aanvraag of toekenning. De overdracht van deze taak levert dus geen knelpunten op. Opvang Oekraïense ontheemden Afgelopen zomer meldden wij u dat wij 40 opvangplekken gaan realiseren aan de Rijstraatweg te Empe. Inmiddels worden door verschillende aannemers offertes voor de verbouwwerkzaamheden voorbereid. Na gunning verwachten wij dat deze in het tweede kwartaal van 2025 zijn afgerond waarna we de locatie in gebruik kunnen nemen.
Landelijk lijkt de druk op de Oekraïne-opvang wat af te nemen. Het Rijk heeft de vraag naar plekken naar beneden bijgesteld van 120.000 naar 109.000. Voor Brummen betekent dit een inspanningsverplichting om 146 plekken te realiseren. In Eerbeek en Brummen hebben wij reeds 95 plekken. Met de 40 van Empe komen we dan voorlopig uit op een totaal van 135.
Z104682/D451396
Blz. 3
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
Bijlage(n):
G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)
- Aanbiedingsbrief bij Verdeelbesluit Gelderland (D451404) - Verdeelbesluit Gelderland (D451407)
> Retouradres Postbus 20011 2500 EH
Den Haag Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv
Datum Betreft
20 december 2024 Aanbieding verdeelbesluit provincie Gelderland
Geachte Commissaris van de Koning, heer Lenferink, en colleges van burgemeesters en wethouders van de provincie Gelderland, Inleiding In deze brief informeer ik u over de verdeelbesluiten in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet). Ik ben zeer verheugd dat we op vrijwillige basis zo ver gekomen zijn en de provincies en ik in goed overleg tot dit resultaat gekomen zijn. De afgelopen periode heeft u aan de provinciale regietafel afspraken gemaakt hoe invulling te geven aan de opgave voor uw provincie. Met resultaat: de 12 provinciale verslagen hebben bijna 90.000 plekken opgeleverd en over een groot aantal plekken loopt het gesprek nog. Omdat het doel van 96.000 plekken in zicht is heb ik de voorzitters van de provinciale regietafels gevraagd het overleg over invulling van de resterende taak de komende tijd voort te zetten. In het verdeelbesluit heb ik de plekken die via de provinciale verslagen zijn aangedragen overgenomen. Bij de restopgave zijn de plekken verdeeld naar rato van de indicatieve verdeling, waarbij rekening is gehouden met de bepalingen uit de beleidsregel. Dit leidt per provincie tot een sluitende provinciale opgave in elk van de twaalf verdeelbesluiten, voor elke provincie één. Het besluit voor uw provincie treft u aan als bijlage bij deze brief.
Ik heb er alle vertrouwen in dat u samen in goed overleg met de andere gemeenten in uw provincie tot een goede invulling en uitvoering van deze taak zult komen. Voor de gemeenten geldt dat de mogelijkheid blijft bestaan om aan de provinciale regietafel te komen tot afspraken over uitruil van opgaven ter invulling van de gemeentelijke taak, waarbij ook rekening kan worden gehouden met andere opgaven met betrekking tot opvang en huisvesting. Mijn ministerie zal hierbij ondersteuning bieden. Hierover leest u meer in deze begeleidende brief. Gevolgde proces Op 31 oktober 2024 ontving ik de verslagen van de commissarissen van de Koning in het kader van de wet. In de verslagen doen de commissarissen verslag van het overleg aan de provinciale regietafel tussen gemeenten, provincie en het COA over de uitvoering van de taken op grond van de wet en geven ze aan hoe de verdeling van opvangplaatsen voor de daaropvolgende twee jaren er uit zal zien. Op basis van deze verslagen zijn de verdeelbesluiten genomen, zoals voorgeschreven door de wet. In deze besluiten worden de opvangplaatsen per
Pagina 1 van 3
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen
provincie, zoals bepaald in de provinciale opvangopgave die voor 1 februari van hetzelfde kalenderjaar bekend is gemaakt, verdeeld over de gemeenten die in het besluit genoemd worden. Hiermee krijgen gemeenten een wettelijke taak om de in het verdeelbesluit opgenomen aantallen opvangplekken mogelijk te maken, uiterlijk voor 1 juli 2025.
Datum 20 december 2024
Opbrengst verslagen, restopgave en de verdeelbesluiten In de verslagen worden in totaal ongeveer 82.000 plekken aangeboden. Daarnaast worden er ongeveer 8.000 kansrijke initiatieven die in de verslagen worden genoemd opgenomen in de verdeelbesluiten. Kansrijke initiatieven zijn plannen die in het verslag genoemd staan, maar waarvan bijvoorbeeld is aangegeven dat ze naar verwachting na 1 juli 2025 worden gerealiseerd. In totaal telt het aantal plekken uit de verslagen op tot bijna 90.000 plekken door gemeenten aangedragen. Hiermee hebben veel gemeenten en provincies laten zien een bijdrage te willen leveren om het aantal van 96.000 opvangplekken, zoals opgenomen in de capaciteitsraming, te realiseren. De bijna 90.000 plekken uit de verslagen zijn opgenomen in de verdeelbesluiten. De opgave die resteert is verdeeld naar rato van de indicatieve verdeling, waarbij rekening is gehouden met de bepalingen uit de beleidsregel. Vervolgafspraken Met het oog op de genomen verdeelbesluiten en de wens om gemeenten in staat te stellen gezamenlijk tot invulling en realisatie te komen heb ik de volgende afspraken gemaakt met de voorzitters van de provinciale regietafels (PRT’s). 1. Gemeenten kunnen om te voldoen aan de gemeentelijke taak aan de PRT uitruilafspraken maken, waarbij het net zoals eerder mogelijk is om plekken ten behoeve van de uitstroom van statushouders in te brengen. 2.
Gevolg van het verdelen van de restopgave is dat veel gemeenten relatief kleine opgaves (regulier en amv) krijgen toegewezen. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid te bevorderen, de continuïteit van ketenprocessen te borgen en daarbij oog te houden voor het kostenaspect, vraag ik de PRT’s ook afspraken te maken over het samenvoegen van opgaven. Dit geldt voor de restopgave, maar ook voor de door gemeenten zelf aangedragen plekken. Uit de provinciale verslagen volgt dat een aantal provincies meer plekken realiseert dan hun provinciale opgave. Daartegenover staat een aantal provincies met een niet-sluitend verslag. Gevolg hiervan is dat het realiseren van de som van de in het verdeelbesluit vastgelegde provinciale opgaves leidt tot meer plekken dan de benodigde 96.000. Om ervoor te zorgen dat het totale aantal te realiseren plekken het aantal van 96.000 niet overstijgt heb ik het volgende afgesproken. 3.
Provincies met een overschot op de eigen provinciale opgave kunnen in gesprek gaan met provincies die een restopgave hadden en hiervoor afspraken maken die zien op het uitruilen van de opgave tussen gemeenten. Over dit proces, voorwaarden en mogelijke financiële gevolgen zullen begin 2025 nadere afspraken worden gemaakt met de voorzitters van de PRT’s.
Pagina 2 van 3
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen
De restopgave is naar rato van de indicatieve verdeling (verdeelsleutel) verdeeld over gemeenten die hiervoor in aanmerking kwamen. Daarom zijn in enkele provincies relatief veel kleine restopgaves opgenomen in het verdeelbesluit. Gelet op de meerplekken die een aantal gemeenten heeft (en het tempo waarin deze worden opgeleverd) is het logisch deze verdeling en de ontwikkeling hiervan in de PRT te bespreken en zoveel mogelijk indachtig de indicatieve verdeling van de provinciale opgave te realiseren.
Datum 20 december 2024
Met deze afspraken verwacht ik dat het zal lukken om in het komende halfjaar tot invulling te komen van de benodigde plekken, waarbij ik vertrouw op de inzet van alle gemeenten om dit gezamenlijk mogelijk te maken. Ondersteuning Het ministerie van Asiel en Migratie gaat gemeenten en provincies op de volgende manier ondersteunen in het proces om voor 1 juli 2025 te komen tot realisatie van de benodigde plekken. •
• •
•
In het eerste kwartaal van 2025 komen extra instrumenten beschikbaar die helpen bij het vergroten van de uitstroom van statushouders uit de opvang. Deze ontwikkeling kan worden betrokken bij de gesprekken aan de PRT's. Bij het interbestuurlijk toezicht op het realiseren van de opgave worden alle relevante feiten en omstandigheden betrokken. Wat betreft de specifieke uitkeringen en de implicaties bij eventuele uitruilafspraken gaat mijn ministerie in gesprek met gemeenten om te bezien hoe dit bij uitruilafspraken op een juiste manier en in lijn met de geldende wet- en regelgeving kan worden vormgeven. Tot slot zal mijn ministerie waar nodig PRT’s ondersteunen bij het komen tot uitruil- en samenvoegafspraken.
Tot slot Ik besef dat deze en aanverwante opvangopgaven veel van u vragen en dat vele betrokkenen in gemeenten, in provincies, en binnen het Rijk zich hiervoor inzetten. Ik ben alle deelnemers aan de provinciale regietafel zeer erkentelijk voor hun bijdrage en ben verheugd dat u in goed overleg en op vrijwillige basis zover gekomen bent. Hoogachtend, De Minister van Asiel en Migratie
M.H.M. Faber - van de Klashorst
Pagina 3 van 3
Ministerie van Asiel en Migratie
Besluit van de Minister van Asiel en Migratie, van 20 december 2024, nr. 6015728, houdende de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen over de provincie Gelderland de Minister van Asiel en Migratie, Gelet op artikel 5 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, de Beleidsregel verdeelbesluiten en de Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024; Besluit: Artikel I De asielopvangplaatsen uit de provinciale opvangopgave van de provincie Gelderland, zoals bekendgemaakt op 31 januari 2024, worden als volgt over de gemeenten verdeeld: Tabel 1: Verdeling asielopvangplaatsen over gemeenten
Gemeente Aalten Apeldoorn Arnhem Barneveld Berg en Dal Berkelland Beuningen Bronckhorst Brummen Buren Culemborg Doesburg Doetinchem Druten Duiven
Reguliere Amvopvangplaatsen opvangplaatsen 200 881 1.936 102 0 50 80 0 31 46 176 14 50 100 270
Ede Elburg Epe Ermelo Harderwijk
330 36 276
Hattem Heerde Heumen Lingewaard Lochem
20 0 96 75 185 0
Maasdriel
43 747
Totaal
0 0 132
200 881 2.068
0 192 130
102 192
0 160 0 0 0 0 50 0 0 0 0 0 0 53 0 0 9 0 65 40
180 80 160 31 46 176 14 100 100 270 330 36 276 43 800 20 0 105 75 250 40
Gemeente Montferland Neder-Betuwe Nijkerk
Reguliere Amvopvangplaatsen opvangplaatsen 250 0
Totaal 250
39 153
0 0
Nijmegen Nunspeet Oldebroek
820 0 37
12 167 0
39 153 832 167 37
Oost Gelre Oude Usselstreek Overbetuwe Putten Renkum
48 56 79 152 150
0 0
48 56 79 152 150
Rheden Rozendaal
200 0 17 120
0 0 0 50 0
Scherpenzeel Tiel Voorst Wageningen West Betuwe West Maas en Waal Westervoort Wijchen
41 650 150 150 21
250 0 17 120
0 0 0
41 650 150
0 0
Zevenaar
300 400 168 227
0 0 0 0 0 0
300 400 168 227
Zutphen
740
0
740
Winterswijk Zaltpommel
150 21
Artikel II Dit besluit wordt aangehaald als: Verdeelbesluit Gelderland 2024
's-Gravenhage, 20 december 2024
De Minister van Asiel en Migra
M.H.M. Faber — Van
Pagina 2 van 9
Bezwaar Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Asiel en Migratie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten: a. naam en adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer); d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen; e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt. Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend. Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.
Pagina 3 van 9
Toelichting 1. Algemene uitgangspunten Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet) neemt de Minister van Asiel en Migratie eens in de twee jaar een verdeelbesluit per provincie. In deze besluiten worden de opvangplaatsen per provincie, zoals bepaald in de provinciale opvangopgave die voor 1 februari van hetzelfde kalenderjaar bekend is gemaakt, verdeeld over de in het besluit aangewezen gemeenten. Bijzondere opvangplaatsen In de provinciale opvangopgave kan aan gemeenten naast een opgave voor reguliere opvangplaatsen een aparte opgave worden gegeven voor bijzondere opvangplaatsen. De provinciale opvangopgave voor deze cyclus is bekendgemaakt op 31 januari 2024. Hierin is een opgave voor de bijzondere opvangplaatsen meegegeven, namelijk voor opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv). In de verdeelbesluiten worden voor deze cyclus zowel de benodigde reguliere opvangplaatsen als de benodigde amv-opvangplaatsen verdeeld. De verdeling telt op tot de provinciale opvangopgave. Waar in het vervolg van deze toelichting over de provinciale opvangopgave wordt gesproken, ziet dit toe op zowel de opgave voor regulier als voor amv.
Wettelijke taak Met de verdeelbesluiten wordt invulling gegeven aan de taak die de wet creëert voor gemeenten; zij moeten de opvangplaatsen uit het verdeelbesluit mogelijk maken. Gemeenten die in het verdeelbesluit geen opgave hebben, hebben dus geen wettelijke taak. Bij het maken van de verdeelbesluiten neemt de minister een aantal uitgangspunten in acht die zijn opgenomen in de wet en in de Beleidsregel verdeelbesluiten (Stcrt. 2024, 21380). Provinciaal verslag Op 31 oktober van dit jaar hebben de commissarissen van de Koning in hun rol als rijksorgaan en voorzitter van de Provinciale regietafel (PRT) verslag uitgebracht (zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet) naar aanleiding van het overleg dat plaats heeft gevonden aan de PRT. In dit verslag is een verdeling van de provinciale opvangopgave voor de twee daaropvolgende jaren over een aantal gemeenten voorgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere opvangplaatsen en amv-opvangplaatsen. Dit provinciale verslag is voor de minister het uitgangspunt bij het nemen van het verdeelbesluit. Wanneer uit het verslag blijkt dat aan de PRT overeenstemming is bereikt over een volledige en uitvoerbare invulling van de provinciale opvangopgave, wordt de verdeling uit het verslag door de minister overgenomen in het verdeelbesluit (artikel 2, tweede lid, Beleidsregel verdeelbesluiten).