CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage: Haalbaarheidsonderzoek - publieksversie

Besluitvormende raadsvergadering 22 januari 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Schriftelijke inspreekreactie13.699 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het deelgebied valt ook grotendeels in het arcadisch gebied, waar volgens Ligt op groen! verstening ongepast is.

Figuur 5.3

43

Waardering deelgebied Engelenburg (Bron: Histland)

Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie, provincie Gelderland,

geoportaal.gelderland.nl

43

3. Beleid en regels formuleren De laatste stap, na de analyse van stap 2, is het formuleren van beleid en regels. Een commissie zal opgesteld moeten worden om te beoordelen of het behoud of ontwikkeling mogelijk is in het deelgebied Engelenburg. Bij ontwikkelingen mag het Rijksmonument niet aangetast worden, zoals bepaald in het verdrag van Granada.

5.2 Rijksmonument Huis Den Bosch Voor het Rijksmonument Huis Den Bosch zal mogelijk ook het stappenplan van het Gelders Genootschap gevolgd kunnen worden.

Het landhuis Het Huis Den Bosch met het omliggende park van 11 hectare zijn in par culier bezit. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vindt Huis Den Bosch, behorend tot de gelijknamige historische buitenplaats, onder andere van architectonisch en cultuurhistorisch belang vanwege de kenmerkende ligging als middelpunt van de tuin- en parkaanleg en het omringende landschap

Het landgoed Het landgoed Huis Den Bosch wordt beheerd door de S ltes ch ng. Het omvat ongeveer 193 hectare aaneengesloten grond, waarvan 119 hectare bos. Vanwege het overwegend na e terrein is ooit een groot deel van het bos op raba en aangelegd. Over en langs de randen van het landgoed lopen een aantal lanen en paden, waarvan sommige monumentaal. Lanen worden gekarakteriseerd door één of twee rijen bomen aan weerszijden van de weg of pad welke breed genoeg is voor een auto of paard-en-wagen. Lanen hebben een zekere allure en vormen vaak een zichtlijn. Lanen behoren tot de karakteris eke elementen van een landgoed en dienen daarom in stand te worden gehouden. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed draagt bij aan de instandhouding van deze lanen. De paden hebben voornamelijk een func e als wandelpad. Daarnaast worden ze gebruikt als ontslui ngsweg ten behoeve van het bosonderhoud en de houtoogst (bronnen: S ltes ch ng44en Monumentenregister45).

5.3 Rijksmonument Huize de Wildbaan Voor het Rijksmonument Huize de Wildbaan zal mogelijk ook het stappenplan van het Gelders Genootschap gevolgd kunnen worden.

Het landhuis Huize de Wildbaan staat op historisch landgoed de Wildbaan. Het is een rijzig landhuis in neorenaissancevormen, gebouwd in 1910 voor A.J.P. Metelerkamp op de plek van een 16de-eeuwse voorganger. De bijgebouwen stammen uit circa 1860 en hebben neogo sche en neoclassicis sche details. Huize de Wildbaan huisvest nu een zorginstelling.

Het landgoed Het landgoed dateert al uit de 16e eeuw. Samen met de aangrenzende landgoederen Den Bosch en De Rees vormt de Wildbaan een ontslui ng rond Leuvenheim. Oorspronkelijk was het landgoed een 44 45

www.s ltes ch ng.nl monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/525492 44

jachtdomein, vandaar ook de naam. Het gehele landgoed bedroeg oorspronkelijk ruim 100 hectare aan grond. Tuinplattegrond van Huize de Wildbaan

Figuur 5.4

Landgoed de Wildbaan

(Bronnen: Leefgoed de Wildbaan46 en Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Le eren47).

5.4 Gebieden van hoge en zeer hoge archeologische waarde Op tal van plekken in Nederland zi en archeologische resten in de bodem. Een hoge dan wel zeer hoge archeologische waarde is toegekend aan het gebied langs de L.R. Beijnenlaan en de Eerbeekseweg. Langs de Metelerkampweg is de verwachte archeologische waarde eveneens hoog. De gemeente Brummen hee daarvoor een archeologische zorgplicht. Er zal voorafgaand aan bouwac viteiten een archeologisch onderzoek gedaan moeten worden. Archeologisch onderzoek bestaat uit enkele stappen, waarbij er telkens wordt gekeken welke vervolgstap noodzakelijk is. De bedoeling is om bij het onderzoek zo min mogelijk grond te verplaatsen en toch zo veel mogelijk te weten te komen over de archeologische waarde van een gebied. De eerste stap bestaat uit bureauonderzoek om te bepalen of het gebied archeologische waarde hee . Hierbij worden geschreven bronnen, kaarten, informa e van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en van amateurarcheologen, het Actueel Hoogtebestand Nederland en bestaande onderzoeksrapporten van het gebied bestudeerd. In de tweede stap kan inventariserend veldonderzoek volgen. Er worden dan boringen gedaan en/of proefsleuven gegraven om de aard, diepteligging, omvang en datering van de archeologische vindplaats te bepalen. Tijdens deze stap worden eventuele sporen en vondsten geborgen, onderzocht en gedocumenteerd.

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek zal de gemeente de loca e wel of niet kunnen vrijgeven om te gaan bouwen. Is de archeologische waarde groot gebleken, dan zal de gemeente dienen te besluiten om de vindplaats te behouden of eerst de archeologische resten te laten opgraven.

46 47

www.leefgoeddewildbaan.nl/huize-de-wildbaan www.dbnl.org 45

Wvg-locatie

Wvg-locatie

Figuur 5.5

In rood: (zeer) hoge archeologische waarde In oranje: hoge archeologische waarde

Wvg-locatie

Figuur 5.6

In oranje: hoge archeologische waarde

46

Als het bureauonderzoek onvoldoende informa e oplevert om de archeologische waarde te bepalen, zal de gemeente graafwerkzaamheden archeologisch moeten laten begeleiden. Dat houdt in dat er een archeologisch team aanwezig is dat het werk volgt. De archeologen zien toe op het graafwerk, documenteren de resten, bergen vondsten en bestuderen de bodemprofielen.

5.5 Conclusies Ten aanzien van erfgoed en archeologie concluderen we:  

Woningbouw op de Wvg-loca es verlaagt de cultuurhistorische waarde van het gebied en tast de aanwezige Rijksmonumenten en hun landgoederen aan. Mogelijk zal de gemeente graafwerkzaamheden archeologisch moeten laten begeleiden.

47

6

Grootschalige nieuwbouw: veel mensen, gebouwen en auto's In dit hoofdstuk een blik vooruit: wat brengt grootschalige nieuwbouw met zich mee? In elk geval meer dan huizen alleen.

6.1 Schaalsprong: heel veel nieuwe inwoners in één keer Als de gemeente een schaalsprong van 25% in inwoneraantal van de kern Brummen doorzet, dan hee dat veel ompact op sociaal vlak, zowel op de verbondenheid tussen bewoners, als op hun lee limaat, de vitaliteit van wijken en veiligheid.

Gemeenschapskracht: een rijk verleden De sociale verbondenheid in Brummen kent een rijk verleden van gemeenschapskracht. Nog voordat de landgoederen er werden gebouwd, ontwikkelden kleine gemeenschappen zich tot bestuurlijke eenheden: de ‘marken’48. Buurtbewoners bewerkten hier samen het land, in gemeenschappelijk bezit en beheer. Nog steeds is in het landschap als lange lijnen zichtbaar hoe de marken des jds liepen. De Wvg-loca es bevinden zich in de mark Rhienderen, mark Brummen en mark Leuvenheim. Een gebied met een rijke historie van gemeenschapskracht.

Naoberschap Brummense inwoners geven hun sociale verbondenheid, hun naoberschap, een mooie 7,7.49 Zo’n grote verbondenheid maakt dat buurtbewoners zich verantwoordelijk voor elkaar voelen, voor elkaar klaar staan en elkaar helpen. Meer sociale verbondenheid is gerelateerd aan betere gezondheid, betere kwaliteit van leven en minder criminaliteit. Het wordt dan ook wel gezien als de drijvende kracht achter lee aarheid en telt mee in de maatschappelijke kosten-batenanalyse. De sociale verbondenheid tussen Brummenaren zie je ook terug in een tradi e als buurtmaken, carbidschieten, de kermis, oranjefeesten en een rijk verenigingsleven. Mensen kennen elkaar, maken een praatje met elkaar in de supermarkt, zorgen voor elkaar en kijken naar elkaar om. Als er op straat of bij de buren wat gebeurt, dan gaan we kijken en spreken mensen elkaar aan. Naoberschap is dan ook een groot goed. Dit sociaal kapitaal van Brummen is dan ook iets om te koesteren en te versterken.

Sociale verbondenheid in het gedrang Niet in elke gemeente is de sociale verbondenheid zo groot. Steden scoren een stuk minder goed dan dorpen en het pla eland50. In het centrum van dorpen is de sociale verbondenheid groter, maar juist in grote nieuwbouwwijken aan de rand, de “groene kleinstedelijke wijken”, is de sociale samenhang een probleem dat van gemeenten extra financiële middelen blijkt te vragen51. De samenstelling van inwoners zal divers zijn wat betre inkomen, regiobinding, achtergrond en gezinssamenstelling. Grootschalige nieuwbouw zal mensen aantrekken die geen binding met Brummen of de regio hebben, die forenzend overdag de wijk leeg en s l achterlaten, en in de avond al filerijdend thuiskomen. Daarbij ves gen deze grote aantallen inwoners zich in korte jd. Vaak is er daardoor minder sociale verbondenheid. In deze wijken spelen meer eenzaamheid en gezondheidsproblemen onder kwetsbare groepen.

Opdam, P., Landschapsnetwerk Brummen, Brummen – de landschapsbiografie waarstaatjegemeente.nl/viewer/Report?id=wsjg_bp&inp_geo=gemeente_213&inp_period=2023 50 CBS, www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/09/stedelingen-geven-lee aarheid-buurt-lager-cijfer 51 RIVM, Toolkit preven e in de wijk. www.rivm.nl/documenten/toolkit-preven e-in-wijk 48 49

49

Brummense Marijte ondervond het aan den lijve Marijte woonde 12 jaar lang in een grote nieuwbouwwijk in Deventer. Zij was als vrijwilliger betrokken bij de wijkaanpak en hee een ontmoe ngsplek in de wijk opgericht voor ouders, kinderen en ouderen. Hierdoor kreeg zij inzicht in sociale verbindingen, of in dit geval, het gebrek hieraan. Ondanks veel inspanningen lukte het niet om gemeenschappelijkheid, o ewel sociale verbinding, te krijgen. De nieuwbouwwijken trokken vooral tweeverdieners die dagelijks in de ochtend met de auto de wijk verlaten en in de avond terugkomen. De doorstroom was hoog. Dit maakte het las g om een band op te bouwen met buurtgenoten. Saamhorigheid of elkaar opzoeken in de wijk werkte niet. Met de verhuizing naar Leuvenheim kon het contrast niet groter zijn. Ze werd persoonlijk verwelkomd en gevraagd om lid te worden van Leuvenheims belang. Oud Leuvenheim en nieuwe bewoners integreren met elkaar en doen daar van beide kanten moeite voor. Ons kent ons in Leuvenheim en men weet elkaar te vinden. Marijte merkt dat ook in haar werk. Eerst bij S ch ng Welzijn Brummen en later bij Tolzicht. De betrokkenheid uit het dorp bij de bewoners van Tolzicht is heel groot. Vrijwilligers kennen veel bewoners van vroeger en sluiten daarop aan. En bewoners ervaren herkenning en aanslui ng bij de verhalen over hun leven van vroeger.

Daardoor is er minder eenzaamheid, door de binding en het contact onderling en met de mensen uit het dorp.

Druk op de voorzieningen De schaalsprong gee ook druk op de voorzieningen. Met name op de gezondheids- en zorgvoorzieningen, zoals huisarts en tandarts. Landelijk, en juist in het landelijk gebied, is er een tekort aan huisartsen en tandartsen. De verwach ng is dat dit de komende jaren zal toenemen, met name in pla elandsgemeenten.

Toename van anonimiteit Met grootschalige woningbouw, minder sociale verbondenheid en minder sociale controle zal de anonimiteit toenemen. Daarmee is er een groot risico dat criminialiteit in deze wijken zal toenemen. Volgens Kurt Lewin ontstaat crimineel handelen door een samenloop van zowel persoonlijke en situa onele kenmerken52. Bepaalde situa es kunnen mensen ontvankelijk maken voor crimineel gedraag, of dit zelfs uitlokken53. Denk hierbij aan anonieme situa es, wijken waar overdag iedereen forensend elders is of hangjongeren.

Vitale wijk is méér dan alleen bouwen Het Centraal Bureau voor de Sta s ek54 stelde vast dat van inwoners die in hun wijk een lage sociale cohesie ervaren, slechts 4 procent tevreden is met de woonomgeving. Bij inwoners die juist een hoge sociale cohesie ervaarden, is dit 97 procent. Volgens het Centraal Bureau voor de Sta s ek is sociale verbondenheid de belangrijkste voorspeller voor tevredenheid over de woonomgeving. En daarmee belangrijker nog dan bijvoorbeeld verloedering of de kenmerken van de woningen. Voor het verkrijgen van een vitale wijk is het dan ook belangrijk dat gemeenten zichzelf een bredere opdracht geven dan alleen de opdracht tot het bouwen van een bepaalde hoeveelheid woningen. Stadsgeograaf van Amsterdam Jos Gadet vindt het belangrijk dat gemeenten de ambi e stellen tot het www.ocf.berkeley.edu/~j ihlstrom/PxSInterac on.htm ccv-secondant.nl/pla orm/ar cle/criminaliteit-vloeit-voort-uit-de-persoon-en-de-situa e 54 Centraal Bureau voor de Sta s ek, 2018, Sta s sche Trents, Woning en woonomgeving gerelateerd aan tevredenheid met het leven 52 53

50

bouwen van vitale buurten. Ze moeten daarbij ambi es bundelen op het gebied van kansengelijkheid, duurzaamheid, sociale cohesie, klimaatadapta e en economisch empowerment55. Gemeenten moeten zich dus naast een woningbouwopgave ook de opgave van vitale wijken stellen.

6.2 Planop malisa e: hoogbouw, parkeergarages en prefab seriebouw Planop malisa e zou de opbrengst van nieuwbouwplannen vergroten en financieel onhaalbare plannen zelfs haalbaar kunnen maken. Gemeentebestuurders die een ac ef grondbeleid voeren, hebben er daarom de mond van vol. Planop malisa e is inmiddels een modewoord geworden, een toverwoord voor sneller en méér huizen bouwen op een kleiner oppervlak. Zijn in een villawijk 25 woningen per hectare gangbaar, in een hedendaagse woonwijk zijn dat er 35 tot 45 per hectare en met planop malisa e stree een gemeente tegenwoordig naar méér. Bij hogere dichtheid hoe minder grond per woning bouwrijp te worden gemaakt en per woning hoe minder infrastructuur te worden aangelegd. Hogere bouw met beneden-bovenwoningen en dubbele bovenhuizen wordt dan de norm. Rela vering is op zijn plaats, in elk geval van de term op malisa e. Corpora es en grote beleggers, die gemeenten bij voorkeur inschakelen voor de grootschalige ontwikkelprojecten, bouwen liefst projecten van grotere omvang. Buiten de stad bouwen ze dan bovendien graag rijtjes eengezinswoningen voor de verkoop. Beneden-bovenwoningen en dubbele bovenhuizen zien ze daarentegen als moeilijk product. Ze vrezen voor onverkoopbaarheid, voor hoge bouwkosten en ze hebben er minder ervaring mee.

Elke gemeente die zelf grond gaat verwerven voor woningbouw zal zich daarom terdege moeten realiseren dat ontwikkelaars vaak niet zi en te wachten op hun planop malisa e. Terwijl die planop malisa e juist had moeten zorgen dat de gemeentelijke grondaankoop zich tenminste zou terugverdienen. In onze situa e hee het college zich al uitgesproken voor hoger bouwen dan wat tot nu in de kern Brummen is gebeurd. Appartementengebouwen met in elk geval 4 woonlagen zullen dan gaan verrijzen in de Landgoederenzone tussen het spoor en het bos. Consequent doorvoeren van planop malisa e zal kunnen betekenen dat er parkeergarages komen, waardoor de auto's niet op duur maaiveldniveau hoeven worden gestald. Verder zullen ontwikkelaars tegenwoordig grote

55

magazines.amsterdam.nl/stadvandetoekomst/vitale-wijken 51

aantallen standaardwoningen willen neerze en, veelal iden ek en in de fabriek gemaakt. Ter plekke worden ze in en aan elkaar geklikt. Voor ruimtelijke kwaliteit en ontwerpen die recht doen aan de unieke groene zoom tussen de kern Brummen en de landgoederen lijkt de verdichte, verhoogde en eenvormige bouw die doorgaans samengaat met planop malisa e het verkeerde uitgangspunt.

6.3 Veel meer auto’s, kostbare ontslui ngswegen en een bijrol voor het spoor Waar mensen wonen, gaan mensen op pad. En dat gebeurt heel vaak met de auto, soms met de fiets en een enkele keer met de trein. Net als bij Monopoly zul je eerst genoeg straten moeten hebben voor je huizen kunt bouwen. Reizen per trein is voor de enkeling.

Verkeer en mobiliteit: dure ontslui ngsweg noodzaak, nabijheid sta on onbelangrijk Elk Brummens huishouden hee gemiddeld 1,2 auto’s56. Als de gemeente inzet op het volledig bebouwen van de Wvg-loca es met de gangbare dichtheid van 35 woningen per hectare, moet ze ook rekening houden met zo’n 1.400 extra auto’s. Personenauto’s in ons land maken dagelijks 0,868 keer een rit57. We kunnen daarom verwachten dat meer dan 2.400 keer per dag een auto vertrekt vanuit dan wel aanrijdt op de voor woningbouw aangewezen loca es. Te verwachten is dat dat zal leiden tot sluip- dan wel extra verkeer op alle toegangswegen: de N787, de Pothof, de Zutphensestraat, de L.R. Beijnenlaan e.v. en de Hammelerweg. En zoals bureau Goudappel al in het nieuwe Mobiliteitsplan schreef: “in de kern Brummen ontbreekt nu nog een westelijke hoofdstructuur.”

Onbelangrijk: nabijheid sta on Brummen In 2022 telde sta on Brummen 699 in- en uitstappers per dag58. Het aantal treinreizigers dat gebruik maakt van sta on Brummen is hier de hel van, 350 treinreizigers. De meeste reizigers zijn overigens studenten. Het aantal reizigers dat voor werk de trein neemt is beperkt, ook doordat alleen de sprinter in Brummen stopt. In hoeverre ligging bij het sta on mee moet wegen bij loca ekeuze van een nieuwe woonwijk, hangt dus ook af van de aantrekkelijkheid van het sta on. Nederlanders reizen per jaar gemiddeld 13 keer met de trein59. Bij het volledig bebouwen van de 3 Wvg-loca es met 35 woningen per hectare met elk een huishouden van 2,12 personen60, zal dat resulteren in 90 extra in- dan wel uitstappers per dag op sta on Brummen, wat overeenkomt met zo’n 45 extra treinreizigers. Loca ekeuze nabij het sta on lijkt daarmee niet significant bij te dragen aan de mobiliteit. Als de extra treinreizigers de auto zouden nemen, neemt het aantal keren dat een auto vertrekt of aanrijdt met minder dan 5% toe. Daarbij is dan voor het gemak zelfs verondersteld dat zowel forensen als scholieren de auto zouden gaan nemen.

Ongewenst: sluipverkeer door het buitengebied Beleid uit de structuurvisie Ligt op groen! is dat doorgaand verkeer wordt geweerd uit het buitengebied. Dat buitengebied is donkergroen en met pijlen aangegeven in onderstaande figuur. Het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan categoriseert daarom het noordelijke deel van de L.R.

Centraal Bureau voor de Sta s ek, 2020, OV-monitor, autobezit per huishouden Centraal Bureau voor de Sta s ek, Onderweg in Nederland, tabel D.5, 2022 58 Nederlandse Spoorwegen, dashboards.nsjaarverslag.nl/reizigersgedrag/brummen?dtYear=2022 59 Centraal Bureau voor de Sta s ek, cbs.nl/nl-nl/visualisa es/verkeer-en-vervoer/personen/ openbaar-vervoer, 2021 60 Centraal Bureau voor de Sta s ek, cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/37620, 2023 56

57

52

Beijnenlaan en de achtergelegen Knoevenoordstraat en Rhienderensestraat als “groene wegen”, waar de gemeente ook werende verkeersmaatregelen neemt61. Anno 2023 neemt het sluipverkeer vanaf Op den Berg en Hazenberg via L.R. Beijnenlaan naar het buitengebied vice versa zichtbaar toe. Zakelijk verkeer van het nieuwe bedrijventerrein Hazenberg II (aannemerij, grootbakkerij, loonbedrijf etc) draagt daaraan bij. De gemeente zal daarom nu al, en zeker bij eventuele woningbouw bij het sta on, moeten gaan voorkomen dat doorgaand verkeer vanaf Op den Berg en Hazenberg via de L.R. Beijnenlaan het buitengebied inrijdt, en vice versa.

Figuur 6.1

De N787 en de Zutphensestraat zijn ontslui ngswegen van de aangewezen loca es. Doorgaand verkeer wordt geweerd uit het groene gebied met de pijlen. (Bron: Ligt op groen!)

Ongewenst: meer verkeersoverlast in de Zutphensestraat en De Pothof Het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan wijst de Zutphensestraat en De Pothof aan als gebiedsontslui ngswegen tussen N348 en N787, al dan niet voor vrachtverkeer. Ook auto’s die van de voor woningbouw aangewezen loca es rich ng Zutphen/Arnhem vice versa rijden, zullen gebruik gaan maken van deze straten. De straten zijn weliswaar voor hun verkeersfunc e ingericht, maar aanwonenden van Zutphensestraat en De Pothof zullen uiteraard meer overlast gaan ervaren.

Ongewenst: sluipverkeer door de kern Leuvenheim Verkeersveiligheid en lee aarheid zijn voor de bebouwde kom van Leuvenheim al lange jd aandachtspunt62. Extra verkeer van de loca e Metelerkampweg nog daargelaten, zullen auto’s vanuit de andere aangewezen loca es gebruik kunnen gaan maken van de Hammelerweg/Spankerenseweg rich ng Dieren/Arnhem vice versa. Zulk sluipverkeer zal leiden tot meer overlast. Ook zal de druk op de doorgaande weg door Leuvenheim toenemen, terwijl er nu al veel overlast van de grote verkeersstroom wordt ervaren door bewoners.

Royal HaskoningDHV, Evalua e Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan, 2013 Gemeente Brummen, Nota beantwoording zienswijzen bij bestemmingsplan Kleine Kernen, gemeente Brummen, 2013 61

62

53

Noodzaak: ontslui ngsweg langs het spoor + dure ongelijkvloerse spoorwegkruising Om de ontslui ng van het nieuwe bedrijventerrein Hazenberg II te verbeteren en het vrachtverkeer door Brummen te verminderen, voorziet de structuurvisie Ligt op groen! een nieuwe ontslui ngsweg langs het spoor, via Rhienderstein en de Mercuriusweg. De gemeente ach e des jds onderzoek nodig naar noodzaak en haalbaarheid van deze nieuwe ontslui ngsweg. Daarbij zou ook de haalbaarheid worden onderzocht van een ongelijkvloerse spoorwegkruising die Rhienderstein en Mercuriusweg verbindt. Voor de beeldvorming, de kosten van een dergelijke ongelijkvloerse kruising in Apeldoorn bleken in 2017 al 15 miljoen euro63. Voor de hand ligt dat ProRail en de provincie daaraan meebetalen. De noodzaak van zo’n nieuwe ontslui ngsweg en ongelijkvloerse spoorwegkruising zou bij eventuele woningbouw op de aangewezen loca es echter meteen duidelijk zijn: alleen een dergelijke ontslui ng zal toename van verkeer naar het buitengebied via de L.R. Beijnenlaan, naar de Zutphensestraat, naar De Pothof en naar de kern Leuvenheim kunnen voorkomen, mits de gemeente in die rich ngen ook werende verkeersmaatregelen neemt.

6.4 Conclusies Uit deze blik op wat zou kunnen komen trekken we de volgende conclusies: 

 

 

63

Een schaalsprong van maar liefst 25% meer inwoners in de kern Brummen leidt tot een afname van sociale cohesie en controle, met daardoor meer risico op anonimiteit, onveiligheid, minder welzijn (zoals eenzaamheid) en meer gezondheidsproblemen. Dit belemmert de ontwikkeling van een vitale wijk. Veel nieuwe inwoners geven ook druk op de bestaande voorzieningen. Met name op de gezondheids- en zorgvoorzieningen, zoals huisarts en tandarts. Voor ruimtelijke kwaliteit en ontwerpen die recht doen aan de unieke groene zoom tussen de kern Brummen en de landgoederen lijkt de verdichte, verhoogde en eenvormige bouw die hoort bij planop malisa e het verkeerde uitgangspunt. Loca ekeuze nabij het sta on lijkt niet significant bij te dragen aan de mobiliteit. Verkeersoverlast en sluipverkeer nemen toe. Een nieuwe ontslui ngsweg en ongelijkvloerse spoorwegkruising zijn bij woningbouw op de Wvg-loca es noodzakelijk.

De Stentor, ProRail: kosten spoortunnel randweg Twello kunnen 15 miljoen euro zijn, 19 juni 2017 54

Figuur 6.2

64

De rode onderbroken lijn is de nieuw aan te leggen ontslui ngsweg langs het spoor, met ongelijkvloerse spoorwegkruising die Rhienderstein en Mercuriusweg verbindt. Groene wegen waar sluipverkeer moet worden geweerd zijn het noordelijke deel van de L.R. Beijnenlaan, de Knoevenoordstraat, de Rhienderensestraat en de Voorsterweg. (Bron: Verkeer en Vervoerplan64)

Gemeente Brummen, Verkeer en Vervoerplan, 2008 55

7

Conclusie: er zijn wel degelijk wezenlijke belemmeringen De 13 conclusies uit de voorgaande hoofdstukken staan hier nog eens op een rij. Tussen die conclusies bevinden zich zonder meer flinke belemmeringen voor woningbouw op de Wvg-loca es. Belemmeringen lijken ons in elk geval onoverkomelijk als woningbouw zou leiden tot het overtreden van regels, als woningbouw zou leiden tot financiele problemen voor de gemeente en als woningbouw niet te rijmen zou zijn met waarden waar de gemeente voor wil staan.

1. Woningbouw op de Wvg-loca es tast bijzondere en kwetsbare natuur aan. De provincie hee die natuur zelfs grotendeels aangewezen als zogenoemde provinciale Natuurparel en ook Ligt op groen! staat geen woningbouw in de landgoederenzone toe. Dat is onoverkomelijk voor een gemeente die verantwoordelijk is voor beschermde natuur. 2. Bouwen in het Hammeler brengt aanzienlijke hydrologische risico's met zich mee. De nega eve invloed op de waterbalans kan zich uitbreiden naar aanpalende woningen en de Pothof. Het kan leiden tot substan eel hogere onderhoudskosten en extra investeringen. De omliggende natuur zal gevolgen ondervinden ten gevolge van verdroging of juist wateroverlast, wat de biodiversiteit nega ef beïnvloedt. 3. De percelen zullen flink opgehoogd moeten worden om geen overlast te geven bij hoge grondwaterstand. Daarvoor zal veel grond aangevoerd moeten worden. Dat is wezenlijk omdat het veel geld kost en leidt tot extra s kstofdeposi e. 4. Het landschapsaanzicht verandert aanzienlijk en de Crevassegeul wordt doorbroken. De open laagte met waterloop verdwijnt uit het zicht door woningbouw. De woningbouw passend maken in het landschap is daardoor niet mogelijk. 5. Nieuwbouw zal vanwege s kstofdeposi e niet haalbaar zijn op de 2 grote Wvg-loca es zonder forse maatregelen te nemen. Mi gerende maatregelen nemen of minder woningen bouwen kosten beide veel geld. 6.

Woningbouw langs het spoor op de Wvg-loca e aan de Hammelerweg zou de bewoners blootstellen aan trillingen en aan geluidsniveaus boven de voorkeursgrenswaarden van het RIVM. Mogelijke gezondheidsschade voor inwoners is een onoverkomelijke belemmering. 7. Lang niet alle grond op de Wvg-loca e bij de Hazenberg is geschikt voor woningbouw, vanwege de milieuzonering van bedrijventerrein De Hazenberg. 8. Woningbouw op de Wvg-loca es tast de Rijksmonumentale landgoederen en landhuizen aan, waaronder Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg met zijn oprijlaan en de Rijksmonumentale muur langs de L.R. Beijnenlaan. Dat is strijdig met gemeentelijk en ander beleid, de Omgevingswet en het verdrag van Granada. 9. Mogelijk zal de gemeente graafwerkzaamheden archeologisch moeten laten begeleiden. Dat kost geld en jd.

57

10. Een schaalsprong van 25% meer inwoners in de kern Brummen leidt tot een afname van sociale cohesie en controle, met bijgevolg meer risico op anonimiteit, oveiligheid, minder welzijn en gezondheidsproblemen. Het kan leiden tot een niet-vitale wijk en gee druk op de voorzieningen, zoals de huisartsen. Dat is een wezenlijke belemmering. 11. Planop malisa e is allerminst een garan e voor financieel succes. Ontwikkelaars zi en vaak niet te wachten op verdich ng en verhoging van bebouwing, wat voor de gemeente financiele risico's met zich meebrengt. 12. Loca ekeuze nabij het sta on draagt niet significant bij aan de mobiliteit. 13. Verkeersoverlast en sluipverkeer nemen toe. Een nieuwe ontslui ngsweg en ongelijkvloerse spoorwegkruising zijn noodzakelijk. Ze kosten al snel entallen miljoenen en die zijn niet begroot.

58

Bijlage De vereniging “Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen” Aanvankelijk opgericht als informele vereniging van betrokken en enthousiaste inwoners van Brummen, is de vereniging ”Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen” uitgegroeid tot een formele ledenvereniging. Zoals de naam al zegt, zet de vereniging zich in voor het in kaart brengen en in stand houden van alles wat groeit en bloeit rond de landgoederenzone, en van alles wat waarde heeft en behouden dient te worden. Te denken valt aan het unieke landschap met zijn historische elementen, zoals de landhuizen en de statige lanen. En evengoed de bijzondere bosgebieden en hun omgeving. De vereniging doet dit door een breed scala aan activiteiten te ontplooien. Zo wordt enerzijds een overzicht bijgehouden van waargenomen vogels en wordt anderzijds deelgenomen aan opruimactiviteiten in het bos. De vereniging brengt het belang van het landschap rond de landgoederenzone onder de aandacht van het brede publiek, bijvoorbeeld via sociale media, en onderhoudt een netwerk met relevante personen in het veld, zoals de rentmeesters van de landgoederen. Ook dit onderzoek is een voorbeeld van hoe de vereniging zich inzet voor behoud van het landschap rond de landgoederenzone Brummen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16508749/1