CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

B7 - B&W - Raadsinformatiebrief Ontwikkelkader Dag- en Verblijfsrecreatie Gemeente D478323

Besluitvormende raadsvergadering 23 april 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken9.751 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

T.a.v. de gemeenteraad

Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

: 10 maart 2026 Verzonden d.d.: 12 maart 2026 : Z123935/D476844 : : Raadsinformatiebrief Ontwikkelkader Dag- en Verblijfsrecreatie Gemeente

Brummen 2026

Geachte raadsleden, Het college B&W heeft op 10 maart 2026 het Ontwikkelkader dag- en verblijfsrecreatie gemeente Brummen vastgesteld. Met deze brief informeren wij u over het proces, de inhoud en het beoogde doel van dit ontwikkelkader dat invulling geeft aan de doelstellingen zoals door u vastgesteld in het koersdocument omgevingsvisie. Toerisme als middel In 2022 heeft de gemeenteraad het toeristisch beleid 'Kwaliteitstoerisme in gemeente Brummen 2022-2026' vastgesteld. In dit beleid is toerisme niet een doel op zich, maar wordt toerisme als een middel gepositioneerd om een bijdrage te leveren aan maatschappelijke opgaven. Voorbeelden zijn het behoud van het voorzieningenniveau, behoud van erfgoed, het stimuleren van sociale cohesie en de landbouwtransitie. Aanbod dag- en verblijfsrecreatie beperkt De gemeente heeft echter een zeer beperkt dagrecreatief aanbod en ondanks het grote aantal overnachtingen per jaar (550.000) een beperkt verblijfsrecreatief aanbod. In Eerbeek vindt namelijk 90% van alle jaarlijkse overnachtingen plaats waarvan 80% op één vakantiepark. GPS data laat zien dat slechts 6% van de bezoekers van het vakantiepark de kern Brummen bezoekt. Slechts 1% bereikt het Bronkhorsterveer. Er liggen daarmee kansen voor bezoekersspreiding.

Aanbodontwikkeling en onderzoek Om bezoekers naar andere plekken te verleiden, is aanbodontwikkeling nodig op de plekken waar bezoekers gewenst zijn. Passend bij de marktvraag, doelgroepen én omgeving. In 2022 heeft daarom een marktruimteonderzoek, inwonersonderzoek en een druk- en draagkrachtonderzoek plaatsgevonden. De positieve uitkomsten zijn aan u als raad gepresenteerd tijdens de bestuursdag op 16 september 2022. Vanwege de ruimtelijke afweging, is het vervolg gekoppeld aan het proces omgevingsvisie.

Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl

Z123935/D476844

Blz. 2 van3

Samenhang met de Omgevingswet en -visie Tijdens de participatie en tussentijdse rapportages van de omgevingsvisie werd duidelijk dat bezoekers wenselijk zijn en kunnen bijdragen aan tal van opgaven. Om ruimtelijk instrumentarium te maken waarmee gestuurd kan worden op kwaliteit, is er vanuit de beleidsvelden toerisme / recreatie en ruimtelijke ordening in coproductie gestart met het opstellen van een ontwikkelkader voor dag- en verblijfsrecreatie onder de omgevingsvisie. Dit past volledig in de geest van de Omgevingswet waarbij de gemeente zich faciliterend opstelt en de samenleving planologisch uitnodigt om gewenste ontwikkelingen op gang te brengen. Ontwikkel- en afwegingskader Met het ontwikkelkader heeft de gemeente Brummen een ruimtelijk beleidsinstrument dat zowel als uitnodiging- als afwegingskader functioneert. Het nodigt initiatiefnemers uit waarbij de gemeente Brummen laat zien dat het open staat voor recreatieve ontwikkelingen. Daarbij is zorgvuldig nagedacht over de kwalitatieve voorwaarden waarop de gemeente mogelijk bereid is medewerking te verlenen. Tegelijkertijd vormt het afwegingskader voor onze afdelingen ruimtelijke ordening en vergunningverlening op het moment dat een initiatiefnemer zich uit zichzelf meldt.

Het ontwikkelkader stimuleert zo passende toeristische / recreatieve ontwikkelingen waarbij tegelijkertijd aan meerdere beleidsdoelstellingen wordt bijgedragen. Uitgangspunten en criteria In het ontwikkelkader zijn diverse uitgangspunten en criteria opgenomen passend bij de diverse deelgebieden van onze gemeente. Hier is rekening gehouden met druk- en draagkracht en de verschillende landschapstypen die onze gemeente kent. Een initiatief gaat zo niet alleen aan toeristische doelstellingen bijdragen maar tegelijkertijd ook aan opgaven op gebied van bijvoorbeeld groen- blauwe dooradering, landschappelijke inpassing, duurzaamheid, lokale economie en inwonersprofijt. Ook zijn aanvullende voorwaarden opgenomen om uitponden tegen te gaan. Om vraag gestuurd te werken is ook een ondernemersconsultatie gedaan. Zodoende is ook een stappenplan voor ondernemers toegevoegd om initiatiefnemers wegwijs te maken in de gemeentelijke procedures. Passend bij beleidsdoelstellingen Met het ontwikkelkader wordt invulling gegeven aan de toeristische beleidsdoelstellingen om kwalitatief aanbod te ontwikkelen waarbij een multiplier effect ontstaat op andere beleidsdoelstellingen en maatschappelijke opgaven.

Daarnaast is het ontwikkelkader een doelstelling binnen de vastgestelde programmabegroting en draagt het bij aan de doelstelling uit het coalitieakkoord om verblijfsrecreatie te stimuleren voor meer dynamiek en economische draagvlak in de kern Brummen. Wij vertrouwen erop u hiermee naar tevredenheid te hebben geïnformeerd.

Z123935/D476844

Blz. 3 van3

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,

H. Matser secretaris

Bijlage(n):

Ir. J.N. Rozendaal burgemeester (wnd.)

- Ontwikkelkader Dag- en Verblijfsrecreatie Gemeente Brummen (Z123935 / D476847)

Ontwikkelkader dag- en verblijfsrecreatie Gemeente Brummen Z123935/D476847

1

476847

Colofon ©Gemeente Brummen, februari 2026 Gemeente Brummen Rémon Ridder, Strategisch adviseur fysieke leefomgeving, toerisme en recreatie Matthijs Harkema, Coördinator Omgevingsrecht, Ruimtelijke Ordening

Opgesteld door Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd J.J. (Jan Jaap) Thijs T. (Thomas) Logemann M. (Martijn) Huijgen Met medewerking van Rick Hendrickx, Bureau LOS Sylvie Uenk, Vitale Vakantieparken André Tammer, Kasteel Engelenburg Danny Pearl, Marber Veluwe Judith Stoevelaar, Buitenplaats Beekhuizen Beeldmateriaal Visit Brummen

2

Inhoud 1

Inleiding ............................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................... 5 1.2 Doel van het ontwikkelkader .............................................................................. 5 1.3 Ambitie ............................................................................................................... 6 1.4 Evaluatie en bijsturing ........................................................................................ 6 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................... 6

2

Situatieschets ..................................................................................................... 8 2.1 De gemeente Brummen en toerisme ................................................................. 8 2.2 Marktinzichten verblijfsrecreatie ....................................................................... 9 2.3 Horeca en dagrecreatie .................................................................................... 10 2.4 Relevant beleid ................................................................................................. 10

3

Algemene uitgangspunten en criteria ............................................................... 13 3.1 Uitgangspunt 1: een initiatief is duurzaam ...................................................... 13 3.2 Uitgangspunt 2: een initiatief biedt inwonersprofijt en legt de relatie met de omgeving.................................................................................................................... 14 3.3 Uitgangspunt 3: een initiatief is toekomstbestendig, onderscheidend en blijft vitaal……………………………………………………………………………………………………………………...15 3.4 Uitgangspunt 4: een initiatief is eerlijk ............................................................. 16

4

Uitgangspunten en criteria per deelgebied ....................................................... 18 4.1 Indeling in drie deelgebieden ........................................................................... 18 4.2 Aandachtspunten: stikstof en landschap ......................................................... 19 4.3 Eerbeek en omgeving ....................................................................................... 21 4.4 Landgoederenzone ........................................................................................... 22 4.5 Uiterwaarden ................................................................................................... 23

5

Uitgangspunten en voorwaarden per deelcategorie ......................................... 25 5.1 Hotels ............................................................................................................... 25 5.2 Groepsaccommodaties ..................................................................................... 26 5.3 Kleinschalige kampeerterreinen ....................................................................... 26 5.4 Reguliere kampeerterreinen ............................................................................ 27 5.5 Bungalowparken ............................................................................................... 28 5.6 Bed and Breakfasts (B&B)................................................................................. 28 5.7 Particuliere verhuur van niet-recreatieve woningen ....................................... 29 5.8 Dagrecreatieve voorzieningen.......................................................................... 29

6

Stappenplan voor initiatiefnemers ................................................................... 31 3

Inleiding

4

zouden kunnen ontwikkelen. We schetsen onze ambities en uitgangspunten en maken daarmee duidelijk wat wij als gemeente belangrijk vinden.

1 Inleiding

Dit ontwikkelkader is bedoeld voor nieuwe verblijfs- en dagrecreatieve initiatieven, waarvoor gemeentelijke medewerking vereist is. Het gaat daarbij om initiatieven die niet passen in het bestaande omgevingsplan of in een eerder verleende omgevingsvergunning voor van het omgevingsplan afwijkend gebruik en waarvoor uitsluitend het college bevoegd gezag is. In dat geval komt dit ontwikkelkader in beeld.

In de gemeente Brummen liggen kansen voor de ontwikkeling van nieuwe verblijfsrecreatie en dagrecreatie. De gemeente juicht nieuwe initiatieven toe, omdat deze onder de juiste voorwaarden kunnen bijdragen aan de economie, de leefbaarheid en de leefomgeving.

1.1 Aanleiding

Dit ontwikkelkader bevat veelal open normen en is een uitnodiging aan initiatiefnemers, inwoners en andere betrokkenen om met ons in gesprek te gaan. Het laat zien hoe we initiatieven uitnodigen en afwegen. We doen dat enerzijds door aan te geven welke waarden we belangrijk vinden en welke beleidsmatige afwegingen we daarbij maken. Anderzijds formuleren we op bepaalde onderdelen concrete voorwaarden waaraan voldaan moet worden.

De gemeente ziet in haar visie recreatie en toerisme de ontwikkeling van toerisme als middel om een bijdrage te leveren aan maatschappelijk lokale opgaven. Daarbij wordt gedacht aan het beleefbaar en bewoonbaar houden van dorpskernen, het zorgen voor lokale werkgelegenheid, het in stand houden van cultureel erfgoed en om de financiële positie van de gemeente te versterken.

Dit ontwikkelkader geeft richting zodat kwalitatieve recreatieve initiatieven waarvoor we in onze gemeente ruimte zien daadwerkelijk landen daar waar dat gewenst is en deze aansluiten op de omgeving. Dit kader vervangt niet de ruimtelijke procedures die nodig zijn voor initiatieven die niet passen in het omgevingsplan of een eerder verleende afwijkingsvergunning. Bovendien vergt elk initiatief maatwerk, een toetsing op de zogenaamde ETFAL-criteria (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) en een afweging van alle betrokken belangen en zal veelal advies aan de raad gevraagd moeten worden, welk advies het college bij zijn besluit in acht moet nemen.

Uit onderzoek in 2022 bleek al dat het ontwikkelen van nieuwe verblijfsaccommodaties kansrijk is in de gemeente Brummen. Nu is het tijd voor de volgende stap: het scheppen van zoveel mogelijk duidelijkheid voor initiatiefnemers, inwoners en andere betrokkenen. In dit ontwikkelkader geven wij aan wat de gemeente belangrijk vindt bij de afweging van een initiatief, waar binnen onze gemeente kwalitatieve recreatieve initiatieven ruimtelijk zouden kunnen landen en tegenover welke soort van initiatieven wij in beginsel positief staan. Daarbij kijken we niet alleen naar verblijfsrecreatie, maar ook naar de dagrecreatie, die nog maar zeer beperkt aanwezig is in onze gemeente.

Dit kader doet niet af aan andere ruimtelijke kaders of specifieke eisen waar ook aan moet worden voldaan, zoals bijvoorbeeld in Natura 2000 - of archeologisch waardevolle gebieden.

1.2 Doel van het ontwikkelkader Met dit ontwikkelkader geven we – op hoofdlijnen - richting aan de manier waarop verblijfsrecreatie en dagrecreatie zich in de gemeente Brummen 5

gemeente dit ontwikkelkader tussentijds evalueren. Deze evaluatie loopt synchroon aan de verplichte tussentijdse herijking van de omgevingsvisie welke later vastgesteld zal worden. Het doel hiervan is om te kijken naar het aantal initiatieven dat is ontwikkeld, de effecten en de vraag of het ontwikkelkader in de praktijk goed werkt. Indien uit monitoring of evaluatie blijkt dat het aantal ontwikkelingen te groot is of dat de leefomgevingskwaliteit onder druk komt te staan, kan de gemeente besluiten om tijdelijk een rem te zetten op nieuwe initiatieven of aanvullende voorwaarden te stellen. Zo stimuleren we nieuw aanbod, houden we goed de vinger aan de pols én kunnen we tijdig bijsturen om de balans tussen recreatie, leefomgeving en draagvlak te behouden.

1.3 Ambitie We zien toerisme en recreatie met nadruk als een middel om andere maatschappelijke opgaven te bereiken. Voor de verblijfs- en dagrecreatie in Brummen streven we naar nieuw aanbod dat duurzaam en toekomstbestendig is en bijdraagt aan de leefomgeving. We willen de aantrekkingskracht van Brummen voor bezoekers én inwoners daarbij vergroten. Nieuwe dagrecreatieve voorzieningen en passende verblijfsrecreatie spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast sluit de gemeente Brummen aan bij provinciale én landelijke ambities. In de Leidraad Bestemmingsmanagement van het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) staat toerisme beschreven als middel om maatschappelijke doelen te realiseren. Door het ontwikkelen van een ontwikkelkader (stap 3 in de leidraad) werkt Brummen aan een duurzame en toekomstbestendige bestemming dat bijdraagt aan de leefomgeving van inwoners én de aantrekkelijkheid voor bezoekers.

1.5 Leeswijzer Het ontwikkelkader is opgebouwd uit de volgende onderdelen: • Eerst staan we in hoofdstuk 2 stil bij de huidige situatie in de gemeente Brummen. We kijken naar vraag en aanbod, naar druk en draagkracht en naar relevant beleid. In hoofdstuk 2 gaan we hier kort op in; er is ook een uitgebreider bijlagerapport beschikbaar. • Hoofdstuk 3 gaat in op de drie algemene belangrijke uitgangspunten die gelden voor ieder initiatief in de verblijfs- of dagrecreatie. • Hoofdstuk 4 beschrijft drie deelgebieden met totaal zes landschapstypen binnen de gemeente met ieder hun eigen karakter en aandachtspunten voor nieuwe initiatieven. • Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de voorwaarden per accommodatievorm; • In bijlage 6 worden tot slot alle onderdelen samengebracht in een stappenplan voor ondernemers met nieuwe initiatieven.

1.4 Evaluatie en bijsturing Er is op het moment van het schrijven van dit ontwikkelkader nog geen omgevingsvisie voor de gemeente, omdat het proces om daartoe te komen wegens omstandigheden vertraagd is. Daarom kan dit ontwikkelkader worden beschouwd als een belangrijke input voor de omgevingsvisie. Het kan echter zijn dat de definitieve omgevingsvisie nog aanleiding geeft om dit ontwikkelkader bij te stellen. Daarnaast willen we de ontwikkeling van verblijfs- en dagrecreatie, inclusief de positieve en eventuele negatieve effecten op de leefomgeving goed monitoren. Welk aanbod komt erbij en wat zijn hiervan de effecten? We hopen dat dit ontwikkelkader leidt tot meer aanbod en daarom zal de

6

Situatieschets

7

2 Situatieschets

In de gemeente Brummen kunnen we drie deelgebieden onderscheiden, elk met haar eigen kenmerken. Deze kenmerken (waarop we in hoofdstuk 4 nader in zullen gaan) beïnvloeden de mogelijkheden tot en uitgangspunten voor verblijfsrecreatie.

In 2022 heeft Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd onderzoek gedaan naar de verblijfsrecreatie binnen onze gemeente. Dit hoofdstuk bevat een - op dit onderzoek gebaseerde - situatieschets van toerisme en recreatie, zoals nu

De drie deelgebieden die wij onderscheiden zijn:

aanwezig in de gemeente. In een apart bouwstenenrapport dat in 2025 is

opgesteld, staan alle analyses uitgebreid beschreven. Dit heeft als basis gediend voor het ontwikkelkader.

Zone 1: Eerbeek en omgeving Deze zone kenmerkt zich door de natuur van Veluwe en het dorp Eerbeek. We zien in deze zone relatief veel aanbod van verblijfsrecreatie t.o.v. de andere zones. Het dorp Eerbeek is toeristisch zeer aantrekkelijk gelegen aan de rand van de Veluwe. Het kent een relatief beperkt aanbod aan dagrecreatie en horeca. Ook is de toeristische beleving van het dorp zelf beperkt.

2.1 De gemeente Brummen en toerisme De gemeente Brummen maakt onderdeel uit van de Veluwe, van oudsher een belangrijke toeristische bestemming. Nederlanders die in eigen land op vakantie gaan, komen graag naar Gelderland. Ruim één op de zes binnenlandse vakanties vinden in onze provincie plaats. Dat zijn er ruim drie miljoen per jaar. Daarmee is Gelderland voor vakanties de populairste provincie in Nederland. De Veluwe is één van de populairste binnenlandse vakantieregio’s. In 2020 was dit voor korte vakanties zelfs de belangrijkste bestemming (bron: Provincie Gelderland). Daarnaast blijkt uit het jaarlijkse steden en streken merkonderzoek van Hendrik Beerda Brand Consultancy dat de Veluwe op afstand het sterkste streekmerk is van Nederland.

Zone 2: de landgoederenzone Deze zone begint iets ten oosten van Eerbeek en eindigt aan de oostgrens van het dorp Brummen. Het gebied kenmerkt zich door de vele landgoederen, buitenplaatsen, weilanden en verre zichtlijnen. We zien diverse kleinschalige aanbieders van verblijfsrecreatie in deze zone, zoals campings, B&B’s en minicampings en zeer beperkte aanbieders van dagrecreatie.

De inwoners van de gemeente Brummen zijn over het algemeen positief over toerisme in de gemeente. In een inwonersonderzoek uit 2022 geeft een ruime meerderheid van de inwoners aan dat de voordelen van recreatie en toerisme opwegen tegen de nadelen. Daarnaast is ook het overgrote deel van de inwoners van mening dat recreatie en toerisme aangemoedigd mag worden en dat een groei van aantal bezoekers niet zal leiden tot wrijving tussen inwoners en bezoekers.

Zone 3: de uiterwaarden Deze zone omvat het gebied langs de IJssel: een uitgestrekt rivierlandschap, met verre zichtlijnen, natuur en uitgestrekte uiterwaarden. We zien hier zeer weinig dag- en verblijfsrecreatief aanbod. De landgoederenzone en de uiterwaarden kennen beide een lage toeristische druk, blijkt uit onderzoek uit 2022 (Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd 1).

1 De gebiedsindeling in dit onderzoek verschilde nét wat van de gebiedsindeling die we in dit ontwikkelkader

hanteren, maar de uitkomsten zijn zeer goed bruikbaar.

8

•

Hier kunnen kansen liggen voor nieuwe dag- en verblijfsrecreatie, vooral in combinatie met landbouwtransitie en natuurbehoud. Hier is afstemming met agrariërs en bewoners belangrijk over de landschappelijke inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Eerbeek en omgeving (zone 1) heeft daarentegen een hogere toeristische druk, maar een gunstige draagkracht. Door de hogere druk is hier geen ruimte voor grootschalige nieuwe verblijfsontwikkeling. Wij staan in dit deelgebied in beginsel positief tegenover nieuwe kleinschalige verblijfsrecreatie of uitbreiding van bestaande, mits er een goede balans blijft tussen toerisme en leefbaarheid. De impact op de kwetsbare natuur op het Veluwemassief en mobiliteitsvraagstukken, denk aan voldoende parkeervoorzieningen, vragen om een zorgvuldige aanpak.

• •

•

Bed & Breakfasts: er is ruimte voor kleinschalige B&B’s. Kwaliteit en persoonlijke beleving zijn belangrijk onderscheidende factoren. Hotels & Boetiekhotels: een luxe boetiekhotel zou een kans kunnen zijn, mits het een sterk concept heeft. Particuliere verhuur (Airbnb, vakantiewoningen): er is enige vraag naar particuliere verhuur, maar het reguleren hiervan is belangrijk om overlast te voorkomen en de balans met de leefomgeving te behouden. Groepsaccommodaties: er is beperkte ruimte voor uitbreiding, vooral als deze zich richt op specifieke doelgroepen zoals zakelijke bijeenkomsten of natuurbeleving.

Vraag en aanbod analyse met behulp van de Leefstijlvinder Het verblijfsrecreatie aanbod in de gemeente Brummen is redelijk eenzijdig als we kijken naar de aantrekkelijkheid voor verschillende leefstijlen uit de Leefstijlvinder2. We zien veel aanbod voor de verbindings- en harmoniezoeker (gezellig aanbod, huiselijk, vermaak en een goede sfeer voor iedereen, knus).

2.2 Marktinzichten verblijfsrecreatie In een onderzoek naar de verblijfsrecreatie (2022, Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd) is gekeken naar de marktruimte per type accommodatie en er is een vraag- en aanbodanalyse (doelgroepenonderzoek) uitgevoerd, om te kijken welke kansrijke ontwikkelrichtingen er zijn voor het verblijfsrecreatieve aanbod.

Voor dit ontwikkelkader werden in het onderzoek uit 2022 de volgende adviezen meegegeven: • Focus op de inzicht- en stijlzoekers als primaire doelgroepen (onderscheidend, luxe, eigentijds, goed geregeld, met verbinding met de omgeving), met ondersteuning voor ondernemers om zich op deze marktsegmenten te richten. Andere initiatieven kunnen ook waardevol zijn, mits ze goed hebben nagedacht over hoe ze iets toevoegen aan het al bestaande aanbod. • Kies voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij rekening wordt gehouden met de unieke kenmerken van verschillende deelgebieden, zoals landschappelijke integratie, natuurbehoud en mobiliteit. • Benut koppelkansen, door verblijfsrecreatie te verbinden met bredere gebiedsopgaven, zoals de landbouwtransitie.

Marktruimte Over het algemeen zijn er kansen voor de ontwikkeling van nieuwe verblijfsaccommodaties in de gemeente Brummen. De marktinzichten uit het onderzoek geven het volgende weer: • Bungalows: er is ruimte voor nieuwe bungalows, vooral als deze onderscheidend zijn in kwaliteit en beleving. • Vernieuwende kampeerconcepten & bijzondere verhuuraccommodaties: er is potentie voor innovatieve kampeervormen zoals glamping en thematische accommodaties.

2 De Leefstijlvinder is een manier om doelgroepen te onderscheiden op basis van karakterkenmerken en waarden die

mensen belangrijk vinden. Op www.leefstijlvinder.nl wordt dit verder uitgelegd en in het bijlagedocument is te zien wat de belangrijkste uitkomsten voor Brummen zijn.

9

•

in de gemeente, is het relevant om te kijken hoe eventueel nieuw aanbod zich kan onderscheiden van het bestaande aanbod in de omgeving.

Stel duidelijke randvoorwaarden en kaders op, zodat ruimtelijke procedures efficiënter verlopen en ondernemers beter kunnen inspelen op kansen. Extra aandacht is nodig voor natuurbehoud en mobiliteitsvraagstukken, zoals parkeervoorzieningen.

2.4 Relevant beleid

2.3 Horeca en dagrecreatie

Gemeentelijk beleid De gemeente Brummen ziet in haar toeristische beleid (2022 -2026) veel kansen voor toerisme en recreatie, vanwege het nog beperkte aanbod. Toerisme moet bijdragen aan leefbare dorpen, werkgelegenheid en behoud van erfgoed. Eerbeek kan een belangrijke toegangspoort tot de Veluwe worden, terwijl de IJsselvallei kansen biedt voor spreiding van bezoekers. De focus ligt op natuur, papier en landgoederen, en op het versterken van dag- en verblijfsrecreatie. De gemeente Brummen benoemt in haar beleid dat ze samenwerking met andere partijen erg belangrijk vindt. Het versterken van het centrum van Brummen en Eerbeek voor bezoekers wordt als belangrijk aandachtspunt benoemd. Naast voorzieningen voor de toeristische gast, dienen ook de inwoners van de gemeente te profiteren van een aantrekkelijke gemeente. Toerisme draagt op deze manier bij aan de leefomgeving.

De gemeente Brummen kent een relatief laag aanbod aan horeca: gemiddeld in Gelderland is de horecadichtheid (het aantal horecagelegenheden per 1000 inwoners) ongeveer 3,83. In de gemeente Brummen is dit ongeveer 1,5. Met behulp van de Leefstijlvinder hebben we het horeca-aanbod in kaart gebracht. 13 van de 16 voorzieningen zijn aantrekkelijk voor de harmoniezoeker (gezelligheid staat hierbij voorop, eigentijds, laagdrempelig en voor iedereen wat wils). Deze groep heeft daarmee de meeste keuzemogelijkheden. Ook de verbindings- en plezierzoeker vinden relatief veel aanbod. De inzicht-, stijl- en avontuurzoeker vinden momenteel het minste aantrekkelijk aanbod in de horeca- en dagrecreatie. Dat betekent dat mensen die op zoek zijn naar een bijzondere, anders dan anders-ervaring, met gebruik van bijvoorbeeld veel streekproducten of een eigentijdse, zeer luxe beleving, minder aanbod kunnen vinden.

Regionaal beleid In 2025 werd in opdracht van de Veluwe Alliantie het onderzoek ‘Ruimte voor Recreatie op de Veluwe’ gepubliceerd; hierin wordt beschreven dat er kansen liggen voor de ‘Gouden Randen’ van de Veluwe, om zo de bezoekersdruk op het Veluwemassief te verlichten. De gedachte hierachter is, dat door te investeren in de randgebieden van de Veluwe, deze aantrekkelijk genoeg zijn voor de bezoekers. Er wordt in het onderzoek vooral aandacht gegeven aan de koppelkansen met multifunctioneel ruimtegebruik. Voorbeelden hiervan zijn om de uiterwaarden beleefbaarder te maken en agrotoerisme te ontwikkelen. Ook is één van de adviezen uit het onderzoek het opstellen van een ontwikkelkader.

De gemeente Brummen kent weinig dagrecreatie-aanbod. Op dit moment gaat het alleen om de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij die door Eerbeek komt. Wel zijn er vergevorderde plannen voor een Papier- en Kartonmuseum in de spoorzone van Eerbeek. Maar de daadwerkelijke realisatie is nog niet zeker. Wat opvalt is dat er in de omgeving van Brummen voldoende aanbod is in vrijwel alle categorieën dagrecreatie, maar dat Brummen zelf vrijwel geen aanbod heeft. Om te zorgen dat bezoekers in hun vrije tijd bestedingen doen

3 CBS, 2022

10

Provinciaal beleid De provincie Gelderland heeft een nieuw beleidskader voor recreatie en toerisme vastgesteld. Het programma toerisme en recreatie dat hieruit voortvloeit is in oktober 2025 vastgesteld. In het beleidskader zet de provincie in op een sterke basis voor toerisme, met onder meer betere data, samenwerking en integratie in ruimtelijke plannen. Er wordt gewerkt aan toegankelijke recreatie voor iedereen via versterkte wandel- en fietsroutes. Ook wil de provincie beter communiceren met inwoners en bezoekers om betrokkenheid en zichtbaarheid te vergroten. Duurzaam en innovatief ondernemerschap wordt ondersteund om de sector toekomstbestendig te maken. Tot slot wordt ingezet op een vitaal, divers en duurzaam aanbod om de regio economisch te versterken.

Landelijk beleid Op landelijk niveau is met de Leidraad Bestemmingsmanagement van het NBTC een duidelijke koers uitgezet voor de toekomst van toerisme in Nederland. Deze leidraad is gericht op het realiseren van een positieve impact van toerisme op sociaal, ecologisch en economisch gebied. Dat betekent: bijdragen aan de kwaliteit van leven voor inwoners, het stimuleren van optimale bezoekerservaringen en het toekomstbestendig maken van de sector voor ondernemers en werknemers. De ambities van de gemeente Brummen sluiten hiermee niet alleen aan bij het provinciale beleid, maar ook bij de landelijke koers. Het NBTC beschrijft in de leidraad een integrale aanpak van bestemmingsmanagement in zeven stappen. Stap 3 is het ontwikkelen van een concreet ontwikkelkader: een richtinggevend instrument voor het duurzaam (her)inrichten en benutten van een bestemming. De gemeente Brummen sluit hier actief op aan door zo’n ontwikkelkader op te stellen. Daarmee draagt toerisme en recreatie bij aan de lokale leefbaarheid, spreiding van bezoekers, behoud van erfgoed en versterking van de lokale economie.

Dit beleidskader bevat twee strategische doelen: het bieden van voldoende recreatieruimte voor inwoners en bezoekers, met bescherming van natuur en cultuur; en het stimuleren van een vitaal en duurzaam toeristisch aanbod dat de regionale identiteit versterkt. Bij de uitvoering hanteert de provincie zeven ontwerpprincipes, waaronder natuurinclusiviteit, samenwerking, brede welvaart en toegankelijkheid. Deze doelen en principes vormen de basis voor het Gelders programma Recreatie en Toerisme, waarin de provincie haar concrete inzet en acties voor de komende jaren vastlegt. De provinciale omgevingsverordening geeft een aantal uitgangspunten mee voor vakantieparken: • Permanente bewoning van vakantieparken is niet toegestaan; • Nieuwvestiging of uitbreiding van vakantieparken wordt alleen toegestaan bij bedrijfsmatige exploitatie, met als doel om bewoning te weren; • Transformatie van vakantieparken is onder voorwaarden toegestaan. Ook tijdelijk alternatief gebruik van het vakantiepark, bijvoorbeeld voor pauzewoningen, is onder voorwaarden toegestaan.

11

Algemene uitgangspunten en criteria

12

bijdragen aan het versterken van de natuur. Daarnaast moeten bezoekers kunnen blijven recreëren op de Veluwe en in de andere (soms kwetsbare) natuurgebieden in de gemeente Brummen. Daarom moeten we samen oplossingen bedenken om in alle processen in de verblijfs- en dagrecreatie de impact op het milieu te minimaliseren, en ruimte voor de natuur te creëren. We willen als gemeente ontwikkelen in balans met onze omgeving. Gasten zijn zich ook steeds vaker bewust van hun impact en verwachten dat bedrijven hen helpen een duurzame keuze te maken. Nieuwe initiatieven moeten in harmonie met het landschap en de natuur worden ontwikkeld. Zij dienen landschappelijke kwaliteit op te leveren en duurzaam te zijn. Dit start al in de ontwikkelfase en werkt ook door in de exploitatiefase. Bij de terreininrichting dient ook rekening gehouden te worden met het veranderende klimaat.

3 Algemene uitgangspunten en criteria In dit hoofdstuk worden algemene uitgangspunten geformuleerd voor initiatieven in de verblijfs- en dagrecreatie waar (planologische) medewerking van de gemeente voor nodig is (via vergunningverlening en/of een omgevingsplanwijziging). Het zijn algemene uitgangspunten die van toepassing zijn op de volledige toeristische sector en voor de hele gemeente. De uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in verschillende criteria waar een initiatief aan moet voldoen. De onderstaande uitgangspunten en criteria zijn geen ‘vinklijstje’. Niet alle uitgangspunten en criteria die in dit hoofdstuk staan kunnen even ‘hard’ worden beschreven. De lezer dient daarom deze uitgangspunten en criteria te lezen als afwegingen: des te meer een initiatiefnemer – goed onderbouwd inspeelt op deze uitgangspunten en criteria, des te meer de gemeente bereid zal zijn het initiatief positief te benaderen. Initiatieven die meerdere beleidsdoelen combineren, worden als waardevoller beschouwd en hebben doorgaans een grotere kans op succes.

De volgende criteria dragen bij aan landschappelijke kwaliteit en duurzaamheid: • Nieuwe (semi-)permanente bouwwerken, met het karakter en de dichtheid daarvan, staan in verhouding tot het landschap, en de draagkracht van de natuur en bewoners van het gebied 4. • Het initiatief draagt bij aan het ontlasten van de bezoekersdruk bij kwetsbare natuur, zoals het Veluwemassief. • Een initiatief mag niet ten koste gaan van de instandhoudings- en beheerdoelen voor aanliggende natuur. • De gebruikte planten voor erfafscheidingen en erfbeplanting zijn gebiedseigen. • Nieuwe (uitbreidings-)initiatieven dienen rekening te houden met het voorkomen van negatieve impact van bijvoorbeeld het verkeer en/of geluid. • Het initiatief hergebruikt bestaande locaties en bebouwing indien mogelijk. • Aangetoond kan worden dat het concept duurzaam en/of circulair wordt ontwikkeld en geëxploiteerd (denk o.a. aan energie- en

3.1 Uitgangspunt 1: een initiatief is duurzaam De Veluwse natuur aan de westkant van Brummen is zeer aantrekkelijk en trekt veel bezoekers. Het is wel duidelijk dat de grens van de belastbaarheid van de natuur op de Veluwe is bereikt. De draagkracht is minimaal en de impact van ontwikkelingen is groot, bijv. vanwege stikstofproblematiek, aantasting van de flora en fauna, droogte of bosbrandgevaar. Op de Veluwe zijn gemeenten en provincie in het algemeen terughoudend met nieuwe ontwikkelingen en wordt vooral ingezet op kwaliteitsverbetering en het

4

Bekijk de dorpskwaliteitsgidsen van de gemeente Brummen voor inspiratie.

13

•

•

waterbesparende maatregelen, minimalisering van afval, duurzame mobiliteit)5. Het initiatief is natuurinclusief en klimaatadaptief; de biodiversiteit wordt versterkt, en er is aandacht voor omgang met overvloedige regenval en droogte en (extreme) hitte. Indien het bedrijf een wat grotere omvang heeft, is het in het bezit van een duurzaamheidskeurmerk (zoals Green Key) of voornemens om een keurmerk te behalen, indien beschikbaar voor de betreffende deelsector.

Als vanzelfsprekend dienen nieuwe initiatieven (zo veel mogelijk) de negatieve effecten op de leefomgeving te voorkomen. Denk hierbij aan voorkomen van overlast door parkeerdruk, (toenemende) vervoersbewegingen of toename van verkeer op wegen waar al drukte wordt ervaren, het voorkomen van geluidshinder en het voorkomen van vervuiling of het vertrappen van natuur door aanwezigheid van mensen. Het combineren van functies ziet de gemeente als kansrijk: combinatie van functies verkleint idealiter het ruimtebeslag, terwijl de verdiencapaciteit voor de ondernemer kan toenemen. Om diezelfde reden hebben initiatieven die spreiding in tijd stimuleren (o.a. jaarrond te exploiteren) ‘een streepje voor’.

3.2 Uitgangspunt 2: een initiatief biedt inwonersprofijt en legt de relatie met de omgeving

De volgende criteria dragen bij aan inwonersprofijt: • Het initiatief onderbouwt waarom ze het landschap versterkt. Hierbij wordt waar relevant gebruikt gemaakt van de zogenaamde ’streekgidsen’ van de Provincie Gelderland6. In hoofdstuk 4 gaan we nader in op de landschapstypes die hierbij relevant zijn. • Waar mogelijk zijn faciliteiten en evenementen ook toegankelijk voor inwoners. Denk bijvoorbeeld aan een zwembad bij verblijfsrecreatie waar inwoners ook welkom zijn, een zaal waar lokale verenigingen gebruik van kunnen maken, een evenement wat ook bij inwoners onder de aandacht wordt gebracht of publiek toegankelijke wandelpaden. • De initiatiefnemer werkt samen met het lokale bedrijfsleven om inwoners en bedrijven in het gebied ook te laten profiteren van de komst van toerisme7. • Het initiatief draagt bij voorkeur bij aan een gedifferentieerd en inclusief aanbod in de gemeente als geheel. • Het initiatief beperkt de negatieve impact op de omgeving (geluid, verkeer, overlast).

Naast een bestemming voor verblijfsgasten is Brummen een woonomgeving voor onze inwoners, het is dan ook noodzakelijk om de effecten op hen mee te nemen in nieuwe plannen. We stimuleren nieuwe initiatieven waarin de negatieve impact minimaal is en er oog is voor hoe inwoners en de omgeving profijt kunnen halen uit de vrijetijdssector. Hiermee creëren we draagvlak voor toerisme en recreatie onder inwoners en houden we de belangen van inwoners en verblijfsgasten in balans. Nieuwe initiatieven dragen bij aan de toename of het in stand houden van lokale voorzieningen (waar inwoners, direct of indirect, ook van profiteren) en leiden tot economisch profijt (door bijvoorbeeld meer werkgelegenheid en opleidingsplekken). Ook kan worden gedacht aan samenwerkingen met bestaande lokale ondernemers om optimaal van elkaars aanwezigheid te profiteren en door voorzieningen/faciliteiten specifiek aan inwoners en/of stichtingen/verenigingen aan te bieden.

5 6

Bekijk de nota duurzaam ontwikkelen en routekaart wonen voor inspiratie

7

https://www.gelderland.nl/themas/wonen-en-leven/samen-leven-in-gelderland/gelderse-streekgidsen

14

Bekijk de Participatievisie van gemeente Brummen voor inspiratie over participatie.

De volgende criteria dragen bij aan een vitaal, onderscheidend en toekomstbestendig aanbod: • Een verblijfsrecreatief initiatief moet gericht zijn op kortdurende en wisselende verhuur voor de recreatieve markt; we zien geen ruimte voor initiatieven die gericht zijn op (vormen van) bewoning of langdurige verhuur. • Een initiatief moet aantoonbaar iets toevoegen aan het huidige aanbod, en daarmee onderscheidend zijn in de markt. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de Leefstijlvinder door nieuwe initiatieven te richten op doelgroepen waar nog zeer beperkt aanbod is, zoals de inzicht- en stijlzoeker. Vanwege het grotendeels ontbrekende aanbod in de dagrecreatie staan we open voor een divers aanbod aan dagrecreatieve initiatieven. • Accommodaties en faciliteiten op bestaand terrein die niet meer in goede staat zijn, worden vernieuwd en/of opgeruimd door de initiatiefnemer. • Het initiatief speelt aantoonbaar in op huidige trends en ontwikkelingen. • De exploitant heeft nagedacht over de financiële haalbaarheid van het initiatief en laat dit zien door in een bedrijfsplan inzichten te geven in de wijze van exploiteren, de benodigde investeringen, de verwachte bezoekersaantallen, bezettingsgraden en de overnachtings- of toegangsprijs. Dit heeft als doel om bij te dragen aan kwaliteit en vitaliteit van het initiatief op de lange termijn.

3.3 Uitgangspunt 3: een initiatief is toekomstbestendig, onderscheidend en blijft vitaal We willen dat nieuwe initiatieven toekomstbestendig zijn, iets toevoegen aan de markt en vitaal zijn: nu, maar ook in de toekomst. Met ‘vitaal’ bedoelen we dat een voorziening voldoet aan de wensen van de huidige gast en er geen zorgen bestaan over het recreatieve toekomstperspectief. Men moet aantonen dat er is nagedacht over hoe de toeristische exploitatie vorm krijgt. Bijvoorbeeld door in een bedrijfsplan aan te tonen hoe het bedrijf wordt ‘beheerd’, hoe er op de middellange en lange termijn investeringen gedaan kunnen worden en hoe wordt omgegaan met risico’s in de markt. Vooral in de verblijfsrecreatie is dit een cruciaal aandachtspunt. Vanuit de transitie van het landelijk gebied worden nieuwe toetreders verwacht, bijvoorbeeld agrarische bedrijven die hun bedrijfsvoering willen verbreden en toekomstbestendig willen maken. De gemeente ziet daarin kansen voor nieuw toeristisch ondernemerschap. Vaak romantiseren nieuwe toetreders het exploiteren van een toeristisch-recreatief bedrijf. Toeristisch ondernemerschap vraagt echter om kennis en bewustzijn van de markt, de kansen en de risico’s. De gemeente vraagt hier aandacht voor. In gevallen waar projectontwikkeling de primaire drijfveer is van initiatiefnemers, zien wij risico’s voor de toekomstbestendigheid.

Vakantieparken, hotels en overige accommodaties moeten worden gebruikt voor recreatie en dus niet voor het (tijdelijk) huisvesten van arbeidsmigranten, of andere vormen van bewoning.

De gemeente ziet ‘uitponding’ van vakantieparken (het splitsen van een groot terrein in kleinere kavels die los verkocht of verpacht worden) als een mogelijk risico voor de toekomstige vitaliteit. Daarom zijn hierbij twee extra criteria opgenomen. Deze gelden voor alle plannen waarbij uitponding mogelijk is:

15

• Eigenaren dienen zich te verenigen in een juridische structuur waarbij het nakomen van afspraken afdwingbaar is (bijvoorbeeld een Vereniging van Eigenaren). • Een visie met bijbehorende organisatorische en financiële maatregelen voor de waarborging van de kwaliteit van de opstallen en de gemeenschappelijke voorzieningen op lange termijn, moet worden overlegd.

3.4 Uitgangspunt 4: een initiatief is eerlijk We willen een eerlijke ondernemersmarkt, waarin integere partijen hun initiatieven uitvoeren. Zo voorkomen we oneerlijke concurrentie en verkleinen we de kans op criminaliteit binnen de gemeente. Om aan te tonen dat initiatieven en betrokken partijen integer zijn, voeren we een BIBOBonderzoek uit. In dit onderzoek kijken we naar leefgedrag en geldstromen, zodat voorkomen kan worden dat crimineel geld gebruikt wordt om een initiatief te faciliteren.

16

Uitgangspunten per deelgebied

17

Zone 2: de landgoederenzone Het gebied kenmerkt zich door de vele landgoederen, buitenplaatsen, weilanden en verre zichtlijnen. Een grote toeristische trekker in deze zone is Kasteel Engelenburg, met een hoogwaardig restaurant, verblijfsrecreatie en een golfbaan. Daarnaast kent het gebied een groot aanbod aan landgoederen, zoals Landgoed Leusveld en Landgoed Voorstonden. Niet alle landgoederen zijn opengesteld en beleefbaar voor een gast. Wel is de natuur eromheen vaak goed begaanbaar, met fiets- en wandelpaden. Ook de Empese en Tondense Heide is een aantrekkelijk, maar kwetsbaar, natuurgebied. We zien diverse kleinschalige aanbieders van verblijfsrecreatie in deze zone, zoals campings, B&B’s en minicampings.

4 Uitgangspunten en criteria per deelgebied Niet ieder gebied in de gemeente Brummen is hetzelfde. Dat heeft invloed op de uitgangspunten die we in de verschillende deelgebieden hanteren voor initiatieven in de verblijfs- en dagrecreatie. Er is momenteel een nieuwe omgevingsvisie voor de gemeente in ontwikkeling. Voor de indeling in gebieden haken we aan op de gebiedsindeling die daarbij wordt gehanteerd. De aangegeven begrenzing is indicatief, niet absoluut.

Zone 3: de uiterwaarden Deze zone omvat het gebied langs de IJssel. Ten oosten van de kern Brummen begint dit gebied: een uitgestrekt rivierlandschap, met verre zichtlijnen, natuur en uitgestrekte uiterwaarden. Het gebied is beperkt beleefbaar. Wel is het gebied ontsloten via het fiets- en wandelknooppuntennetwerk. Er is weinig horeca lands deze routes.

4.1 Indeling in drie deelgebieden Voor dit ontwikkelkader hanteren we drie deelgebieden binnen de gemeente, die we op kaart 4.1 op de volgende pagina weergeven: Zone 1: Eerbeek en omgeving Deze zone kenmerkt zich door de natuur van Veluwe en het dorp Eerbeek. We zien in deze zone relatief veel aanbod van verblijfsrecreatie t.o.v. de andere zones. Zo ligt Landal Coldenhove, goed voor het gros van de verblijfscapaciteit in de gemeente, in deze zone. De papierindustrie heeft in Eerbeek een lange historie en is hierdoor een belangrijk onderdeel van dit belevingsgebied. Ook is in Eerbeek een station van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (van Dieren naar Apeldoorn), die populair is onder toeristen. Daarnaast kent het gebied een netwerk van wandel- en fietsroutes. Zo lopen onder meer het Trekvogelpad en het Maarten van Rossumpad door Eerbeek. Het dorp Eerbeek is toeristisch zeer aantrekkelijk gelegen aan de rand van de Veluwe. Het kent een relatief beperkt aanbod aan dagrecreatie en horeca. Ook is de toeristische beleving in het dorp zelf beperkt.

18

Kaart 4.1 De gehanteerde gebiedsindeling

4.2 Aandachtspunten: stikstof en landschap Alhoewel de gebiedsindeling uit 4.1 belangrijk is om de kansrijkheid en wenselijkheid van initiatieven in te kunnen schatten, zijn er een tweetal andere ruimtelijke kaders die we graag nader uitlichten, omdat ze ook van grote invloed zijn op hoe we kijken naar nieuwe initiatieven: Stikstofgevoelige gebieden Brummen heeft bijzondere natuurwaarden. Binnen de gemeentegrenzen van Brummen zijn diverse Natura 2000-gebieden. Dit zijn de Veluwe, Landgoederenzone Brummen en de Rijntakken (Uiterwaarden IJssel). Provincie Gelderland ziet voor het welzijn van deze gebieden en andere Natura 2000gebieden in Gelderland onder andere toe op de stikstofuitstoot. De uitstoot op of rond de directe zone van deze gebieden, is van invloed om een eventueel benodigde natuurvergunning te verkrijgen voor nieuwe ontwikkelingen. Dit geldt tevens voor bestaande bedrijven met uitbereidingsplannen. Toekomstige ontwikkelingen hangen af van het definitieve provinciale beleid en de mate waarin initiatieven bijdragen aan stikstofreductie. Deze stikstofgevoelige gebieden liggen binnen alle drie de deelgebieden. Meer informatie hierover is te vinden op de website van Provincie Gelderland.

In paragraaf 4.3 en verder gaan we nader in deze deelgebieden en wat dit betekent voor nieuwe initiatieven in verblijfsrecreatie en dagrecreatie.

19

Landschapstypen in de gemeente In het nog geldende landschapsbeleidsplan8 uit 2008 heeft de gemeente zes landschapstypen onderscheiden (zie kaart 4.2), elk met een bijbehorende gebiedsindeling. Die indeling is een verdere detaillering van de gebiedsindeling in dit ontwikkelkader, en is voor initiatiefnemers relevant als het gaat om landschappelijke inpassing (zie hiervoor ook de streekgidsen van provincie Gelderland9 en de landschapsbiografie van Brummen 10).

Kaart 4.2 De zes landschapstypen uit het landschapsbeleidsplan

Het landschapsbeleidsplan geeft richting aan wat landschappelijk wél of juist niet passend is binnen elk landschapstype. Voor de landschappelijke inpassing van recreatieve initiatieven is het daarmee een belangrijk toetsingskader.

8 t_NL.IMRO.0213.BPBG700087-va01.pdf

10 https://www.landschapsnetwerkbrummen.nl/brummende-landschapsbiografie/.

9 https://www.gelderland.nl/themas/wonen-en-leven/samen-leven-in-gelderland/gelderse-streekgidsen

20

Aanvullende voorwaarden • In dit deelgebied is geen ruimte voor nieuwe grootschalige verblijfsrecreatie, omdat de toeristische druk al groot is. Nieuwe kleinschalige verblijfsrecreatie of uitbreidingen van bestaande verblijfsrecreatie zijn mogelijk, mits dit de kwaliteit en vitaliteit verbetert. De kwaliteit en het onderscheidend vermogen van initiatieven zijn in dit deelgebied extra belangrijk: we willen vooral kwaliteit en ‘niet meer van hetzelfde’ in dit deelgebied. • Rondom de industriegebieden van Eerbeek gelden aanvullende voorwaarden voor zogenaamde ‘gevoelige objecten’, waar verblijfsrecreatie ook onder valt. Het ‘woonkader’11 geeft inzicht in de zone waarvan de gemeenteraad met dit kader heeft besloten geen toevoeging van gevoelige objecten toe te staan. • Nieuwe initiatieven binnen het Veluwemassief zijn niet mogelijk. Aan de randen van het Nationaal Park Veluwezoom verleden we in beginsel geen medewerking aan nieuwe initiatieven vanwege de druk op het natuurgebied tenzij een goede onderbouwing gegeven kan worden. • Bestaande wegen moeten voldoende zijn voor de extra verkeersbewegingen die het initiatief veroorzaakt. Parkeergelegenheid dient gecreëerd te worden op het eigen terrein. Bij initiatieven waarbij het bestaande wegen- en fietspadennetwerk niet voldoen aan de toename van verkeersbewegingen wordt samen met de initiatiefnemer naar een oplossing gezocht.

• Het betrekken van inwoners is een belangrijke voorwaarde in dit deelgebied. De initiatiefnemer moet aantonen of en hoe belanghebbenden zijn betrokken bij de voorbereiding van het initiatief, zowel als het gaat om het beperken van mogelijke overlast als om het verkennen van mogelijke positieve effecten voor de inwoners. • Concepten die aansluiten op het toeristisch DNA van het deelgebied (de Veluwe en het verhaal van de papierindustrie) worden toegejuicht. • Initiatiefnemer licht toe hoe het initiatief rekening houdt met de belasting van kwetsbare natuurgebieden.

4.3 Eerbeek en omgeving Dit gebied ligt in het zuidwesten van de gemeente. Het landschap is kleinschalig en bosrijk, met landgoederen, beken, lanen en landbouw, en heeft een hoge landschappelijke waarde. Eerbeek is het economische hart, vooral door de papierindustrie. Die bedrijvigheid en infrastructuur vormen een contrast met de omliggende natuur, maar het gebied heeft ook een belangrijke toeristische functie dankzij de ligging en recreatiemogelijkheden. Belangrijke opgaven zijn het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, het vinden van balans tussen economie, natuur en leefomgeving, het terugdringen van milieudruk en het verbeteren van bereikbaarheid, vooral rond Eerbeek. Grondhouding We zien ruimte voor (kleinschalige) uitbreiding van de verblijfsrecreatie in dit deelgebied. We zien vooral kansen voor de ontwikkeling van dagrecreatie. Omdat het al een relatief druk toeristisch gebied betreft, zijn we als gemeente in dit deelgebied wel extra kritisch als het gaat om de impact op mobiliteit (verkeersveiligheid en parkeerdruk) en de impact op de kwetsbare natuur op het Veluwemassief.

11 https://brummen.raadsinformatie.nl/document/12789034/1/%28043%29+Woonkader+Eerbeek

21

juichen we toe als gemeente. Omdat het een gebied betreft waar een grote landbouwtransitie-opgave speelt, zien we een rol voor initiatieven in de vrijetijdssector om deze transitie vorm te geven.

4.4 Landgoederenzone De landgoederenzone ligt centraal in de gemeente Brummen. Het gebied, met onder andere de kern Brummen, heeft een kleinschalig, groen cultuurlandschap en hoge cultuurhistorische waarde. Binnen deze zone valt ook de IJsselvallei. Kenmerkend zijn de concentratie van landgoederen zoals Voorstonden en Leusveld, de Empese en Tondense Heide (een Natura 2000-gebied) en het karakteristieke bekenlandschap, met onder meer de Leuvenheimse beek. Bossen, lanen, en oude agrarische percelen dragen bij aan de ecologische en landschappelijke waarde. Brummen is het centrum van het gebied, met verspreide buitenplaatsen en historische erven eromheen. Het gebied is vrij van grootschalige infrastructuur, wat de landschappelijke kwaliteit heeft behouden. Wandelen en fietsen zijn belangrijke recreatieve activiteiten. Belangrijke opgaven zijn het behoud van cultuurhistorische en ecologische structuren, het zorgvuldig omgaan met nieuwe ontwikkelingen en het versterken van verbindingen tussen natuurgebieden.

Specifieke kansen liggen bij het Gat van Cortenoever, dat officieel zwemwater is maar nu nog zonder aanvullende voorzieningen. Ontwikkelingen hier vragen om zorgvuldige inpassing, vanwege de nabijheid van de uiterwaarden en de impact op inwoners. Aanvullende voorwaarden • In dit deelgebied zien we de meeste ruimte voor nieuwe initiatieven in dag- en verblijfsrecreatie. Let op: een groot deel van de landgoederenzone ligt binnen het door de provincie aangewezen stikstofgevoelige gebied. • De gemeente juicht vooral initiatieven met een grotere impact toe in en rondom het dorp Brummen, zodat het centrum van Brummen kan profiteren van extra bezoekers. • Voor agrariërs die op zoek zijn naar een nieuwe verdienste of omvorming naar een andere functie ziet de gemeente vooral in dit deelgebied kansen voor een toeristisch-recreatieve functie. Initiatieven die gericht zijn op het agrotoerisme, juichen we toe. • Concepten die aansluiten op het toeristisch DNA van het deelgebied (het verhaal van de landgoederen) worden toegejuicht. • Het landschap en de natuur van onder meer de landgoederen vormen de basis van het gebied. Initiatieven dienen natuurinclusief te zijn en versterken natuur en landschap, bijvoorbeeld via een bijdrage aan het landschapsfonds. • Initiatiefnemer licht toe hoe het initiatief rekening houdt met de belasting van kwetsbare natuurgebieden.

Grondhouding Vooral in dit deelgebied zien we de toegevoegde waarde van nieuwe initiatieven in de verblijfsrecreatie en dagrecreatie, vooral in en rond het dorp Brummen. Initiatieven die bijdragen aan het voorzieningenniveau in de gemeente Brummen (mede als gevolg van extra bezoekers aan het centrum) 22

4.5 Uiterwaarden

Aanvullende voorwaarden • In dit deelgebied is geen ruimte voor nieuwe grootschalige verblijfsrecreatie, omdat het landschap zich daar niet voor leent. Nieuwe kleinschalige verblijfsrecreatie is onder voorwaarden wel mogelijk, mits de ruimte voor de rivier en uiterwaarden niet wordt beperkt. • Bestaande wegen moeten voldoende zijn voor de extra verkeersbewegingen die het initiatief veroorzaakt. Parkeergelegenheid dient op eigen terrein gerealiseerd te worden. Als bestaande wegen of fietspaden niet voldoen, zoekt de gemeente samen met de initiatiefnemer naar een oplossing. • Nieuwe permanente bebouwing (zoals vakantiewoningen, chalets of hotels) zijn vrijwel niet toegestaan in de uiterwaarden. Toestemming van Rijkswaterstaat is hiervoor strikt noodzakelijk. Dit geldt ook voor andere bouwwerken die de waterkerende functie of de afstroming belemmeren, inclusief de aanleg van verharde oppervlakten. De uiterwaarden zijn een streng gereguleerd gebied met weinig ruimte voor nieuwe verblijfsrecreatie. De combinatie van waterveiligheid, natuurbescherming en landschapswaarden zorgt ervoor dat permanente verblijfsrecreatie feitelijk wordt uitgesloten. Slechts kleinschalige, tijdelijke en zorgvuldig ingepaste initiatieven maken onder strikte voorwaarden kans. • Initiatiefnemer licht toe hoe het initiatief rekening houdt met de belasting van kwetsbare natuurgebieden.

De uiterwaarden liggen in het oosten van de gemeente Brummen, langs de rivier de IJssel. Het gebied bestaat uit oeverwallen, komgronden en uiterwaarden, gevormd door rivierafzettingen en overstromingen. Oeverwallen zijn geschikt voor bewoning en akkerbouw, terwijl komgronden voornamelijk als grasland worden gebruikt. Een belangrijk natuurgebied is Cortenoever, een goed bewaard kronkelwaardenlandschap met rijke flora en zeldzame vogelsoorten. Historisch is het landschap gevormd door de wisselwerking tussen mens en natuur, zichtbaar in markegrenzen en rechte lijnen van beken en wegen. De vallei heeft een hoge biodiversiteit en is van groot belang voor natuurbehoud en recreatie, wat het tot een waardevol deel van Brummen maakt. Grondhouding Op dit moment zijn er maar weinig toeristisch-recreatieve voorzieningen in dit deelgebied, waardoor de toeristische druk zeer laag is. Als gemeente staan we open voor initiatieven in dag- en verblijfsrecreatie, maar we zijn ons bewust van de beperkte ontwikkelmogelijkheden door de ruimte voor de rivier en de uiterwaarden. Daarnaast vragen we ook aandacht voor de impact op de inwoners van het gebied.

23

Uitgangspunten per deelcategorie

24

5 Uitgangspunten en voorwaarden per deelcategorie

5.1 Hotels Een hotel is een accommodatie met kamers die dienen voor kortdurend wisselende verhuur. Initiatieven dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden.

Voor initiatieven (nieuwvesting en uitbreidingsplannen) waar (planologische) medewerking van de gemeente voor nodig is, gelden per accommodatievorm bepaalde voorwaarden. We gaan eerst in op de voorwaarden voor verblijfsrecreatieve initiatieven, vervolgens voor dagrecreatieve initiatieven. Deze voorwaarden zijn aanvullend aan bestaande ruimtelijke kaders voor ontwikkeling van andere domeinen, zoals natuur- en landschap, mobiliteit etc., waarin initiatieven ook worden getoetst.

Voorwaarden hotel • Hotels hebben een horecafunctie, dat wil zeggen dat er naast het bieden van kamers voor kort verblijf, een hotel ook mag voorzien in het bereiden en serveren van maaltijden en dranken aan gasten en mogelijk ook aan passanten. • Hotels zijn niet bedoeld voor de huisvesting van arbeidsmigranten, • Een hotel wordt jaarrond geëxploiteerd. • Hotels mogen geen onevenredige afbreuk doen aan de bedrijfsvoering van nabijgelegen omliggende (agrarische) bedrijven, de milieusituatie, de woonsituatie, de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden. • Hotels dienen geen onevenredige verkeers- en parkeerdruk in de omgeving te veroorzaken; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.

Maatwerk In onderstaand hoofdstuk staat per accommodatievorm opgesomd aan welke voorwaarden moet worden voldaan, wil de gemeente daar in beginsel positief tegenover staan. Ook hier echter is geen sprake van een “vinklijstje”. De gemeente gaat heel graag met u in gesprek: immers, veel aanvragen betreft maatwerk waarin soms meer mogelijk is dan de onderstaande lijst wellicht doet blijken. We helpen u graag verder. Als u een plan heeft dat niet binnen één van de huidige deelcategorieën valt, gaan we graag met u het gesprek aan over uw ideeën. We zien namelijk steeds meer (verblijfs)recreatieconcepten die niet eenvoudig binnen één deelcategorie te plaatsen zijn. Denk bijvoorbeeld aan luxe vakantiehuizen of chalets met een hoteldienstverlening, of een camping die graag af en toe een kleinschalig evenement wil faciliteren. We zien dat er mooie concepten ontstaan die economisch levensvatbaar zijn, juist door deze combinatie van functies en activiteiten. We juichen dit soort ondernemerschap van harte toe, omdat het innovatie stimuleert en het aanbod hierdoor vaak kwalitatief beter wordt. We gaan dan altijd uit van maatwerk, maar nemen de uitgangspunten uit hoofdstuk 3 als leidraad, in combinatie met gebiedsindeling in hoofdstuk 4.

De gemeente is enigszins terughoudend met nieuwe hotelinitiatieven, gezien de wat beperktere kansen in de markt en kijkt daarmee ook naar de kansrijkheid van het concept. Uit het marktonderzoek blijkt dat bijvoorbeeld een (luxe) boetiekhotel wel kansrijk kan zijn.

25

We zien beperkte ruimte voor uitbreiding van het aantal groepsaccommodaties. We staan positief tegenover initiatieven die zich richten op specifieke doelgroepen, zoals de zakelijke markt of onderscheidende natuurbelevingsconcepten.

5.2 Groepsaccommodaties Een groepsaccommodatie is een recreatieverblijf dat specifiek is ingericht voor groepen van minimaal 20 personen en (deels) gezamenlijke faciliteiten biedt voor logies, dagverblijf en maaltijdbereiding, waarmee het zich onderscheidt van een hotel. Initiatieven dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden.

5.3 Kleinschalige kampeerterreinen Een kleinschalig kampeerterrein is een kampeerterrein met een maximum van 25 kampeerplekken. Een kleinschalig kampeerterrein kan zich door ontwikkelen naar een regulier kampeerterrein, mits dat voldoet aan onderscheidend vermogen en toekomstbestendigheid (zie ook uitgangspunt 1 en 2 in hoofdstuk 3). Initiatieven dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden (zie volgende pagina).

Voorwaarden groepsaccommodaties • Groepsaccommodaties worden bij voorkeur gerealiseerd bij bestaande recreatieve bedrijven, bij (voormalige) agrarische bedrijven of als hergebruik van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Vervangende nieuwbouw is soms mogelijk, hangt af van verschillende factoren en is altijd maatwerk. • Groepsaccommodaties dienen geen onevenredige verkeers- en parkeerdruk in de omgeving te veroorzaken; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. • Groepsaccommodaties dienen goed te onderbouwen dat er voldoende afstand is tot omliggende gevoelige functies als bijvoorbeeld woningen, om (geluids)overlast te voorkomen. De buitenruimte wordt als onderdeel van de groepsaccommodatie gezien. • Groepsaccommodaties dienen door middel van een inrichtingsplan aan te tonen dat het initiatief ruimtelijk goed is ingepast en dat de ruimtelijke kwaliteiten van het huidige terrein worden versterkt. • Groepsaccommodaties mogen geen onevenredige afbreuk doen aan de bedrijfsvoering van nabijgelegen omliggende (agrarische) bedrijven, de milieusituatie, de woonsituatie, de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden.

Voorwaarden kleinschalige kampeerterreinen • Kleinschalig kamperen is een vorm van recreatief medegebruik die uitsluitend is toegestaan op gronden waarbij de eigenaar of exploitant zelf op het perceel woont. • Er dient voldoende afstand te zijn tot een ander (kleinschalig) kampeerterrein, om te voorkomen dat er een onevenredige impact op de omgeving ontstaat. • Een kleinschalig kampeerterrein biedt ruimte aan maximaal 25 standplaatsen. Deze staan op een (aaneengesloten) terrein dat minimaal 0,5 hectare aan oppervlakte heeft. • De afstand van de kampeerplaatsen tot woningen van derden en/of andere geluidgevoelige bebouwing dient minimaal 50m te zijn. • Bebouwing ten behoeve van het kampeerterrein (zoals opslag en sanitair) is toegestaan tot een maximale oppervlakte van 150 m2

26

Voorwaarden kleinschalige kampeerterreinen (vervolg) • Kleinschalig kamperen beperkt zich tot verplaatsbare kampeermiddelen (zonder grondgebonden fundering), zoals toercaravans, vouwwagens, campers en tenten die door de recreant zelf op het terrein worden geplaatst voor de duur van het verblijf. • Permanente verhuurobjecten zijn niet toegestaan. • Met een inrichtingsplan wordt aangetoond dat het initiatief ruimtelijk goed ingepast is en de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein worden versterkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16778454/1