B6 - B&W - Raadsinformatiebrief Interventieplan Sociaal Domein D482808
Tekst van het document
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 19 mei 2026 : Z125795/D482064 : : Interventieplan Sociaal Domein
Geachte leden van de gemeenteraad, In de collegevergadering van 19 mei heeft het college het Interventieplan Sociaal Domein (D…) vastgesteld. Met deze raadsbrief informeren wij u hierover. Het sociaal domein van de gemeente Brummen staat voor een grote en urgente opgave. Uit recente bestuurlijke overleggen en de aftrap van de Perspectiefnota 2027 e.v. blijkt dat er vanaf 2027 structurele besparingen nodig zijn. De financiële druk raakt inmiddels niet alleen de uitvoering van wettelijke en beleidsmatige taken, maar heeft ook direct effect op de sociale basisvoorzieningen in de gemeente. Daarmee komen de toegankelijkheid en houdbaarheid van het sociaal domein onder druk te staan. De noodzaak om te komen tot een samenhangende en toekomstbestendige aanpak is daarmee groter dan ooit. De opgave vraagt om scherpe keuzes, samenhang en gezamenlijke verantwoordelijkheid. De effecten van de al ingezette koers zijn nog beperkt zichtbaar, terwijl de financiële druk toeneemt. Daarom is het noodzakelijk om te komen tot een concreet en integraal interventieplan met: • een duidelijke koers en prioriteiten, • concrete en meetbare resultaatafspraken, • een meerjarige financiële onderbouwing, • en een helder sturings- en monitoringskader. De missie en uitgangspunten van het Visie- en kaderdocument Sociaal Domein Een sterk en sociaal Brummen 2026–2030 blijven leidend.
Dit document is unaniem vastgesteld door uw raad en vormt daarom, na uitvoering van een uitgebreide analyse, het vertrekpunt voor een realistisch en integraal pakket aan maatregelen. Daarbij is gekeken naar mogelijke interventies, besparingen en dempingseffecten die bijdragen aan meer doelmatigheid, kostenbeheersing en betere maatschappelijke resultaten. De analyse is gebaseerd op bestaande rapportages, financiële gegevens, door uw raad vastgestelde beleidsdocumenten en eerdere adviesrapporten, aangevuld met inzichten uit bijeenkomsten zoals de startmiddag Jeugd (september 2025). Ook is aanvullende inhoudelijke en financiële expertise ingezet om tot een volledig beeld te komen. Naast de financiële
Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl
Z125795/D482064
Blz. 2 van 3
en beleidsmatige druk vraagt ook een mogelijke herindeling om een stevige en goed georganiseerde basis. Het voorliggende interventieplan bouwt voort op reeds verricht werk en bundelt de benodigde maatregelen in één samenhangend geheel. Het vormt de basis voor bestuurlijke besluitvorming én voor de gezamenlijke uitvoering binnen het sociaal domein. Het plan creëert een nieuw vertrekpunt dat focus en richting geeft aan de sturing op het sociaal domein en vervangt eerdere voorstellen. Hoewel er vertrouwen is in de uitvoerbaarheid van het plan, is er tegelijkertijd het besef dat dit pakket ons nagenoeg tot de ondergrens brengt van wat noodzakelijk is om de wettelijke taken uit te voeren, de beleidsinhoudelijke ambities te realiseren en de sociale basisvoorzieningen voor inwoners toegankelijk en houdbaar te houden. Met een doorvertaling van de financiële effecten voor de komende jaren (2026–2030) is het totaalpakket aan interventies en bijbehorende besparingen geen sinecure. Het sociaal domein wordt immers gekenmerkt door open-einderegelingen, incidentele financieringsstromen en wettelijke taken waarvoor soms onvoldoende of geen vergoeding wordt ontvangen. Daarnaast heeft de gemeente vaak beperkte regie over kosten, zoals bij dure zorgplaatsingen die wel verplicht moeten worden betaald.
Zoals eerder benoemd is de basis van de bedrijfsvoering nog niet optimaal, waardoor het risico bestaat dat effecten van maatregelen vertraging oplopen. Het is daarom een belangrijke randvoorwaarde dat de behoedzaamheidsreserve beschikbaar blijft voor onvoorziene en ongewenste tegenvallers. De omvang van deze reserve is de afgelopen jaren door het college op peil gebracht en kan indien nodig worden ingezet, met daarbij het uitgangspunt dat een vangnet geen hangmat mag zijn. Soms gaan kosten voor de baten uit en kan in een kortere tijd een sneller effect worden voorzien of kan er sprake zijn van een inverdieneffect. Om deze versnelling mogelijk te maken zal voor een deel dekking gevonden worden binnen bestaande budgetten. Daarnaast zal incidenteel geld worden gereserveerd. Dit maakt het mogelijk de investeringen te doen, zonder de meerjarenbegroting te belasten. De bestaande reserve Hervormingsagenda Jeugd zal worden aangevuld en het doel en inzet zullen worden verbreed. Verder zullen we de huidige uitvoeringscapaciteit strategischer inzetten, met een focus op de wettelijke taken en op een groter beleidsinhoudelijk en financieel rendement. De wijze waarop wij de genoemde middelen gaan inzetten, werken wij komend najaar uit bij de begroting 2027.
Ook komen wij in september bij uw raad met een voorstel over de wijze waarop wij de genoemde reserves aanwendbaar maken voor deze versnelling. Samenvattend staat de gemeente Brummen voor een complexe, maar noodzakelijke transitie binnen het sociaal domein. Het interventieplan biedt richting, samenhang en realisme, zodat zowel de financiële houdbaarheid als de kwaliteit en toegankelijkheid van ondersteuning voor inwoners ook in de toekomst gewaarborgd kunnen blijven.
Z125795/D482064
Blz. 3 van 3
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
Bijlage(n):
Ir. J.N. Rozendaal burgemeester (wnd.)
- D482178 Interventieplan Sociaal Domein - D481782 Collegeadvies ‘Interventieplan Sociaal Domein’
Interventieplan Sociaal Domein Gemeente Brummen
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Doorstartbijeenkomst Kopgroep Globaal interventieplan Uitwerken interventies Vervolg doorstartbijeenkomst Aanscherpen en doorrekening Samenvoeging Reflectie Aanlevering bestuurlijke voorbespreking Bestuurlijke voorbespreking + reflectie Aanpassing document obv bespreking Bestuurlijke bespreking ronde 2 Aanlevering t.b.v. collegebespreking Collegebespreking beleidsafstemmend Collegebespreking besluitvormend
26 februari 2026 3 maart 2026 opgenomen als 3.1 als besparingsoptie 26 febr – 13 maart ’26 aanlevering uiterlijk 13 maart a.s. 17 maart 2026 bespreking interventie- en besparingsvoorstellen 17 maart – 3 april 7 april ‘26 8 en 9 april ’26 9 april ‘26 13 april ’26 13-16 april 20 april ‘26 22 april ’26 6 mei 2026 19 mei 2026 in combinatie met P&C documenten.
2
Inhoud Deel 1 – Inleiding, context en afbakening ..................................................................................................................... 4 Management samenvatting en leeswijzer ......................................................................................................................... 6 Deel 2 – Context en Financiële situatie en meerjarenperspectief ........................................................................ 9 2.1 Autonome ontwikkelingen en risico’s ................................................................................................................ 9 2.2 Visuele context lasten sociaal domein ............................................................................................................ 11 Deel 3 - Interventies per taakveld ................................................................................................................................ 13 3.0 Leeswijzer interventies en beoordelingskader.................................................................................................. 13 3.1 Werk, Inkomen, bestaanszekerheid ..................................................................................................................... 14 3.1.1.
Participatie/ Inburgering ................................................................................................................................. 14 3.1.2 Interventie(s) Participatiewet, Nieuwe wet Inburgering, Schuldhulpverlening, Wet van school naar Duurzaam Werk ................................................................................................................................................... 15 3.1.3 Besparingen (direct kostenbesparend) ....................................................................................................... 16 3.1.4 Dempingsmaatregel .......................................................................................................................................... 16 3.2 Taakveld WMO ............................................................................................................................................................ 16 3.2.1 Interventies Taakveld Wmo en Beschermd Wonen................................................................................ 17 3.3 Taakveld Publieke gezondheid ............................................................................................................................... 17 3.3.1 Besparingsopties publieke gezondheid op basis van de huidige uitgaven ...................................... 17 3.4 Taakveld Vervoer (PlusOV) i.h.k.v.
de jeugdwet, Wmo, P-wet en onderwijs .......................................... 17 3.4.1 Interventies Taakveld Vervoer ....................................................................................................................... 18 3.5 Taakveld Jeugd............................................................................................................................................................. 19 3.5.1 Interventies Jeugd .............................................................................................................................................. 19 3.5.1.1 Interventie Licht Lokaal Team..................................................................................................................... 20 3.5.1.2 Interventie Normatief Kader Jeugd e.v. .................................................................................................. 21 3.5.2 Besparingen Jeugd ............................................................................................................................................. 22 3.6 Overkoepelende interventies ................................................................................................................................. 22 3.6.1 Taakveld Jeugd/Wmo/Participatie – Doorbraakmethode ....................................................................
22 3.6.2 Taakveld Sociaal Domein Breed – Procesregie ......................................................................................... 22 3.6.3 Totaaloverzicht effecten .................................................................................................................................. 24 3.6.4 Versnellingsparagraaf ....................................................................................................................................... 25 Deel 4 – Conclusie en vervolg ........................................................................................................................................ 26 Begrippenlijst....................................................................................................................................................................... 27 Bijlagen: uitwerking maatregelen per taakveld ....................................................................................................... 29
3
Deel 1 – Inleiding, context en afbakening 1.1 Aanleiding en doel van het interventieplan Het sociaal domein van de gemeente Brummen staat voor een grote en urgente opgave. Uit recente bestuurlijke overleggen en de aftrap van de Perspectiefnota 2027 e.v. blijkt dat er vanaf 2027 structurele besparingen nodig zijn. De financiële druk raakt inmiddels niet alleen de uitvoering van wettelijke en beleidsmatige taken, maar heeft ook direct effect op de sociale basisvoorzieningen in de gemeente. Daarmee komen de toegankelijkheid en houdbaarheid van het sociaal domein onder druk te staan. De noodzaak om te komen tot een samenhangende en toekomstbestendige aanpak is daarmee groter dan ooit. De opgave vraagt om scherpe keuzes, samenhang en gezamenlijke verantwoordelijkheid. De effecten van de al ingezette koers zijn nog beperkt zichtbaar, terwijl de financiële druk toeneemt. Daarom is het noodzakelijk om te komen tot een concreet en integraal interventieplan met: • een duidelijke koers en prioriteiten, • concrete en meetbare resultaatafspraken, • een meerjarige financiële onderbouwing, • en een helder sturings- en monitoringskader. De missie en uitgangspunten van het Visie- en kaderdocument Sociaal Domein Een sterk en sociaal Brummen 2026–2030 blijven leidend.
Dit document is unaniem vastgesteld door de gemeenteraad en vormt daarom, na uitvoering van een uitgebreide analyse, het vertrekpunt voor een realistisch en integraal pakket aan maatregelen. Daarbij is gekeken naar mogelijke interventies, besparingen en dempingseffecten (zie begrippenlijst) die bijdragen aan meer doelmatigheid, kostenbeheersing en betere maatschappelijke resultaten. De analyse is gebaseerd op bestaande rapportages, financiële gegevens, beleidsdocumenten en eerdere adviesrapporten, aangevuld met inzichten uit bijeenkomsten zoals de startmiddag Jeugd (september 2025). Ook is aanvullende inhoudelijke en financiële expertise ingezet om tot een volledig beeld te komen. Naast de financiële en beleidsmatige druk vraagt ook een mogelijke herindeling om een stevige en goed georganiseerde basis. Het voorliggende interventieplan bouwt voort op reeds verricht werk en bundelt de benodigde maatregelen in één samenhangend geheel. Het vormt de basis voor bestuurlijke besluitvorming én voor de gezamenlijke uitvoering binnen het sociaal domein. Het plan creëert een nieuw vertrekpunt dat focus en richting geeft aan de sturing op het sociaal domein en vervangt eerdere voorstellen.
Hoewel er vertrouwen is in de uitvoerbaarheid van het plan, is er tegelijkertijd het besef dat dit pakket ons nagenoeg tot de ondergrens brengt van wat noodzakelijk is om de wettelijke taken uit te voeren, de beleidsinhoudelijke ambities te realiseren en de sociale basisvoorzieningen voor inwoners toegankelijk en houdbaar te houden. Met een doorvertaling van de financiële effecten voor de komende jaren (2026–2030) is het totaalpakket aan interventies en bijbehorende besparingen geen sinecure. Het sociaal domein wordt immers gekenmerkt door open-einderegelingen, incidentele financieringsstromen en wettelijke taken waarvoor soms onvoldoende of geen vergoeding wordt ontvangen. Daarnaast heeft de gemeente vaak beperkte regie over kosten, zoals bij dure zorgplaatsingen die wel verplicht moeten worden betaald. Zoals eerder benoemd is de basis van de bedrijfsvoering nog niet optimaal, waardoor het risico bestaat dat effecten van maatregelen vertraging oplopen. Het is daarom een belangrijke randvoorwaarde dat de behoedzaamheidsreserve beschikbaar blijft voor onvoorziene en ongewenste tegenvallers. De omvang van deze reserve is de afgelopen jaren door het college op peil gebracht en kan indien nodig worden ingezet — met daarbij het uitgangspunt dat een vangnet geen hangmat mag zijn.
4
Samenvattend staat de gemeente Brummen voor een complexe, maar noodzakelijke transitie binnen het sociaal domein. Het interventieplan biedt richting, samenhang en realisme, zodat zowel de financiële houdbaarheid als de kwaliteit en toegankelijkheid van ondersteuning voor inwoners ook in de toekomst gewaarborgd kunnen blijven.
1.2 Afbakening en uitgangspunten Toetsingscriteria De voorgestelde interventies zijn beoordeeld op de volgende criteria: • Financiële robuustheid: Draagt de interventie bij aan een duurzaam evenwicht tussen inkomsten en uitgaven? En is de gemeente voldoende in staat om financiële tegenvallers op te vangen? Ook is gekeken naar de mate waarin risico’s inzichtelijk zijn en beheersbaar gemaakt kunnen worden, eventueel via randvoorwaarden. • Uitvoerbaarheid: Kunnen de interventies worden gerealiseerd binnen de huidige capaciteit, systemen en planning? Indien aanvullende inzet nodig is, is dit expliciet als randvoorwaarde benoemd. • Effectiviteit: Wat is het verwachte maatschappelijke en financiële effect? Waar spanningen of onzekerheden bestaan, zijn deze zichtbaar gemaakt. • Juridische en politieke haalbaarheid: Past de interventie binnen geldende en aankomende weten regelgeving en sluit deze aan bij eerdere bestuurlijke keuzes? • Strategische aansluiting: Sluit de interventie aan bij de ingezette koers, zoals de beweging naar een sterker voorveld en de bredere visie op het sociaal domein? 1.3 Scope: wat valt wel en niet onder dit plan Binnen scope Jeugdwet, WMO, Participatiewet, Inburgering, Schuldhulpverlening, Beschermd Wonen, Publieke Gezondheid.
Buiten scope Sport en cultuur zijn niet meegenomen in de brede analyse omdat deze domeinen al waren opgenomen in de eerdere besparingslijst van september 2025. Daardoor zijn mogelijke kansrijke regionale ‘koppelkansen’ niet verder onderzocht. Hoewel dergelijke samenwerkingen niet direct tot besparingen leiden, zijn de uitvoeringsmogelijkheden hierdoor nog niet in beeld. Dit vraagt om een vervolgonderzoek om deze kansen alsnog te verkennen Ook thema’s op het snijvlak met fysiek domein vragen om verkennen en uitwerken omdat deze thema’s in zowel beleid als uitvoer onvoldoende belegd zijn. Zoals Zorg & veiligheid, Migratie & integratie, Wonen &zorg. Deze vallen buiten scope van dit plan
5
Management samenvatting en leeswijzer 1. Kernboodschap Het Interventieplan Sociaal Domein beschrijft een samenhangende en toekomstbestendige aanpak om de stijgende uitgaven binnen het sociaal domein te beheersen, zonder dat dit ten koste gaat van de sociale basis, de toegankelijkheid of de kwaliteit van voorzieningen. De opgave is urgent: uit bestuurlijke overleggen en de aftrap van de Perspectiefnota blijkt dat aanvullende structurele besparingen voor 2027 en de jaren daarna noodzakelijk zijn. De analyse laat zien dat de druk op het sociaal domein structureel is en voortkomt uit demografische, maatschappelijke en financiële ontwikkelingen. Het plan gaat nadrukkelijk verder dan een lijst met korte-termijn bezuinigingen. Het bevat: • een duidelijke koers en prioriteiten, • concrete en meetbare resultaatafspraken, • een meerjarige financiële onderbouwing, • en vormt de basis voor een helder sturings- en monitoringskader. 2. Stand van zaken en voortgang Het interventieplan omvat een integraal pakket van maatregelen binnen de domeinen Jeugd, Wmo en Participatie. De aanpak richt zich op drie lijnen: directe besparingen, interventies gericht op sturing en doelmatigheid, en dempingsmaatregelen die gericht zijn op het beperken van toekomstige kostenstijging.
Binnen het plan wordt ingezet op het versterken van het voorveld, onder andere door het ontwikkelen van een licht lokaal team en het vergroten van de rol van algemene voorzieningen. Daarnaast wordt gewerkt aan het aanscherpen van de toegang, onder meer via normstelling en het ontwikkelen van een normatief kader, met name binnen de jeugdzorg. Op het gebied van sturing wordt ingezet op het verbeteren van procesregie, het versterken van monitoring en het ontwikkelen van stuurinformatie. Tevens wordt ingezet op het herijken van beleid en verordeningen om beter aan te sluiten bij de gewenste richting. Het plan bevat zowel maatregelen die direct effect kunnen hebben als maatregelen waarvan het effect op langere termijn wordt verwacht. Een deel van de maatregelen vraagt nadere uitwerking en besluitvorming 3. Knelpunten, risico’s en dilemma’s Uit het interventieplan blijkt dat de druk op het sociaal domein in belangrijke mate wordt veroorzaakt door externe factoren, zoals vergrijzing, toenemende complexiteit van problematiek en ontwikkelingen in rijksbeleid en financiering. De realiteit is nu eenmaal dat het Sociaal Domein werkt met een aantal open-einderegelingen, die voor de gemeente tot hogere kosten kunnen leiden. Ook zijn wij voor veel zaken afhankelijk van de samenwerking met partners en de regio. Deze factoren zijn beperkt beïnvloedbaar.
Daarnaast wordt benoemd dat de uitvoering wordt beïnvloed door organisatorische factoren, zoals beschikbare capaciteit, inrichting van processen en de beschikbaarheid van stuurinformatie. Ook wordt aangegeven dat de samenhang tussen beleid en uitvoering aandacht vraagt. Verder is een deel van de maatregelen afhankelijk van nadere uitwerking, besluitvorming en implementatie, waardoor de effecten nu niet volledig kunnen worden ingeschat. Daarbij is het uiteraard mogelijk dat er in de nieuwe bestuursperiode politieke heroverwegingen worden gemaakt.
6
4. Financieel beeld en effecten Het interventieplan bevat een financieel overzicht waarin de effecten van maatregelen zijn opgenomen, uitgesplitst naar besparingen, interventies en dempingsmaatregelen. De financiële effecten lopen op in de tijd en leiden tot een structureel positief effect van circa €1,1 mln vanaf 2029. Daarbij geldt dat op korte termijn investeringen noodzakelijk zijn, onder andere voor het versterken van het voorveld en de sturing, terwijl de baten pas op een later moment zichtbaar worden. De ontwikkeling laat een gefaseerd beeld zien: op korte termijn zijn de effecten beperkt en gaan investeringen voor de baten uit, op middellange termijn treedt een demping van de kostenontwikkeling op en op lange termijn ontstaat een structurele besparing door substitutie en doelmatiger inzet van voorzieningen. Voor onvoorziene zware zorgcasussen is terugval op de bestaande behoedzaamheidsreserve noodzakelijk. Daarnaast vragen diverse interventies om voorinvesteringen, met name in capaciteit. Versnellingsopties zijn mogelijk wanneer gerichte voorinvesteringen worden gedaan. Om deze versnelling mogelijk te maken zal voor een deel dekking gevonden worden binnen bestaande budgetten. Daarnaast zal incidenteel geld worden gereserveerd. Dit maakt het mogelijk de investeringen te doen, zonder de meerjarenbegroting te belasten.
De bestaande reserve Hervormingsagenda Jeugd zal worden aangevuld en het doel en inzet zullen worden verbreed. De mate van zekerheid verschilt per maatregel. Directe besparingen zijn relatief zeker, terwijl transformatie-effecten, met name binnen de jeugdzorg en het voorveld, afhankelijk zijn van de mate van uitvoering en gedragsverandering. Voor een aantal maatregelen zijn de financiële effecten nog niet volledig uitgewerkt en worden deze als PM opgenomen.
Dit interventieplan is een realistisch, samenhangend en financieel onderbouwd maatregelenpakket dat het sociaal domein in staat stelt binnen de wettelijke kaders te blijven functioneren, de begroting te stabiliseren en koersvast te blijven. Tegelijkertijd vraagt het om discipline: alleen wanneer dit plan onverkort en integraal wordt uitgevoerd, en nieuwe beleidswensen worden beperkt, kan het sociaal domein financieel houdbaar blijven. Nieuwe inhoudelijke of financiële voorstellen buiten dit plan zullen de uitvoering onder druk zetten en naar verwachting eerder tot kostenstijgingen dan tot besparingen leiden. 5. Benodigde bestuurlijke keuzes Het interventieplan vraagt om besluitvorming over het integrale maatregelenpakket en de bijbehorende inzet van middelen. Dit omvat het instemmen met het interventiepakket als geheel, het besluiten over de inzet van investeringsmiddelen voor onder andere het voorveld en de sturing, instemmen met de inzet van de behoedzaamheidsreserve bij tegenslag of onverhoopte vertraging en het vaststellen en aanscherpen van normstelling en beleid, waaronder de toegang en verordening. Deze keuzes zijn gericht op het versterken van de financiële stabiliteit, het versnellen van de transformatie en het vergroten van de grip op de instroom. Daarnaast vraagt het plan om prioritering binnen de uitvoering en om keuzes in de mate waarin beleid wordt aangescherpt.
Voor een deel van de maatregelen geldt dat nadere uitwerking en aanvullende besluitvorming nodig is voordat tot implementatie kan worden overgegaan. 6. Vooruitblik en vervolgstappen In het interventieplan is opgenomen dat besluitvorming plaatsvindt in mei 2026, in samenhang met de P&C-cyclus. Na besluitvorming volgt de verdere uitwerking en implementatie van de maatregelen. De komende periode staat in het teken van het verder concretiseren van maatregelen, het versterken van de sturing en het realiseren van de beoogde effecten. Voor een deel van de maatregelen geldt dat deze op langere termijn tot resultaat leiden. 7
7. Leeswijzer Het plan bestaat uit vier delen: 1. Inleiding en context – aanleiding, uitgangspunten en scope; 2. Financieel perspectief en risico’s – onderbouwing van de opgave; 3. Interventies per taakveld (kern) – maatregelen binnen Jeugd, Wmo, Participatie en domeinbreed; 4. Conclusie en vervolg – samenhang, besluitvorming en implementatie. Binnen de interventies wordt onderscheid gemaakt tussen: • Interventies (sturing en systeemaanpassingen), • Besparingen (direct financieel effect), • Dempingsmaatregelen (beperken van toekomstige kostenstijging). Voor een efficiënte beoordeling wordt de volgende volgorde geadviseerd: 1. Managementsamenvatting 2. Context en financieel perspectief (deel 2) 3. Interventies per taakveld (deel 3) 4. Totaaloverzicht financiële effecten 5. Conclusie en vervolg
8
Deel 2 – Context en Financiële situatie en meerjarenperspectief 2.1 Autonome ontwikkelingen en risico’s Het sociaal domein staat onder toenemende druk door een samenloop van ontwikkelingen die grotendeels buiten directe invloed van de gemeente liggen. Deze vormen het vertrekpunt voor de voorgestelde interventies en keuzes. Allereerst zorgen demografische ontwikkelingen voor een structureel stijgende zorgvraag. Door vergrijzing neemt het aantal inwoners met een ondersteuningsvraag toe, terwijl de beroepsbevolking afneemt. Tegelijkertijd groeit het aantal eenpersoonshuishoudens, waardoor minder informele ondersteuning beschikbaar is. Dit leidt tot een grotere druk op formele voorzieningen, met name binnen de Wmo. Daarnaast hebben economische ontwikkelingen directe impact op inwoners. Stijgende kosten voor levensonderhoud vergroten de druk op bestaanszekerheid, niet alleen bij kwetsbare groepen maar ook bij de middengroep. Hierdoor neemt het beroep op inkomensondersteuning, schuldhulpverlening en andere voorzieningen toe. Tegelijkertijd verandert de samenleving. Inwoners doen vaker een beroep op professionele ondersteuning, terwijl beleid juist inzet op zelfredzaamheid. Dit spanningsveld vergroot het risico dat de draagkracht van inwoners wordt overschat, met als gevolg zwaardere en duurdere hulpvragen op termijn. De problematiek wordt bovendien complexer.
Steeds vaker is sprake van stapeling van problemen (zoals schulden, gezondheid en sociaal isolement), waardoor maatwerk toeneemt en kosten per casus stijgen. In de jeugdzorg uit zich dit in meer trajecten, langere doorlooptijden en een zwaardere inzet van specialistische hulp, terwijl een deel van deze problematiek ook in het voorveld kan worden opgevangen. Een belangrijke beperking ligt in de financiële verhouding met het Rijk. Gemeenten krijgen meer taken, maar niet structureel voldoende middelen. De groei van incidentele financiering vergroot de onzekerheid en beperkt de ruimte om duurzaam en preventief te sturen. Dit leidt tot structurele tekorten. Ook beleidsmatig neemt de druk toe. Nieuwe wetgeving vraagt extra uitvoeringscapaciteit, terwijl samenhang in beleid niet altijd geborgd is. Dit vergroot het risico op zogenoemde waterbedeffecten: besparingen in het ene domein leiden tot hogere kosten in een ander domein. De arbeidsmarkt versterkt deze problematiek. Er is sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod, waardoor uitstroom uit uitkeringen achterblijft en de afhankelijkheid van ondersteuning toeneemt. Tegelijkertijd leiden personeelstekorten tot hogere kosten en druk op de uitvoeringskwaliteit. Binnen de gemeentelijke organisatie spelen daarnaast interne knelpunten, zoals versnipperde systemen, verouderde werkwijzen en beperkte capaciteit.
Dit belemmert effectieve sturing en wendbaarheid. De schaal van Brummen vergroot deze kwetsbaarheid. Als kleinere gemeente is de afhankelijkheid van regionale samenwerking groot, terwijl de eigen invloed beperkt is. Tegelijkertijd maakt de beperkte personele bezetting de organisatie kwetsbaar voor uitval. Specifieke ontwikkelingen per domein Binnen werk en inkomen neemt de druk toe door extra instroom (o.a. statushouders) en een complexere doelgroep. Dit bemoeilijkt duurzame uitstroom en vergroot de caseload. Binnen de Wmo groeit het gebruik van voorzieningen, mede door vergrijzing en een lage financiële drempel. Tegelijkertijd wordt ingezet op langer zelfstandig wonen, maar deze beweging is afhankelijk van landelijke ontwikkelingen die onzeker zijn.
9
Binnen de jeugdzorg wordt relatief lichte problematiek nog te vaak via specialistische hulp opgepakt. Dit leidt tot hogere kosten, terwijl juist complexe en langdurige trajecten het grootste deel van de uitgaven bepalen. Zonder gerichte sturing bestaat het risico op onnodige verlenging en stapeling van zorg. Tegelijkertijd is het versterken van de sociale basis essentieel om zwaardere zorg te voorkomen. Dit vraagt echter om investeringen en samenhang. Bezuinigingen op deze voorzieningen vergroten juist de druk op maatwerk. Samenvattend: belangrijkste risico’s De effectiviteit van het interventieplan wordt in belangrijke mate bepaald door factoren die beperkt stuurbaar zijn: • Structurele groei van de zorgvraag (vergrijzing, minder informele ondersteuning) • Toenemende druk op bestaanszekerheid • Rijksbeleid: meer taken, onvoldoende middelen en onzekerheid in financiering • Arbeidsmarkt: krapte en beperkte uitstroom • Complexere problematiek en hogere kosten per casus • Waterbedeffecten tussen domeinen • Afhankelijkheid van regionale samenwerking • Onzekerheid in landelijke hervormingen • Beperkte basisvaardigheden bij circa 35% van de inwoners Conclusie De samenloop van deze ontwikkelingen leidt tot een structurele druk op de zorgvraag, de uitvoeringscapaciteit en de financiële houdbaarheid van het sociaal domein.
Een groot deel van deze factoren is niet of nauwelijks beïnvloedbaar, waardoor de opgave verder gaat dan alleen kostenreductie. Het vraagt om versterking van sturing, het maken van scherpe keuzes en het actief beperken van toekomstige groei. Dit betekent dat een samenhangende aanpak noodzakelijk is, waarin gericht wordt gestuurd op instroom, doorstroom en uitstroom, met een nadrukkelijke focus op preventie, een sterke sociale basis en een doelmatige inzet van maatwerkvoorzieningen. Alleen binnen deze kaders kunnen interventies en besparingen daadwerkelijk bijdragen aan een beheersbaar en toekomstbestendig sociaal domein.
10
2.2 Visuele context lasten sociaal domein Figuur 2.2, 2.3 en 2.4 geven een beeld van de prognose met en zonder interventiemaatregelen.
Lasten sociaal domein
€ 45.000.000 € 40.000.000 € 35.000.000 € 30.000.000 € 25.000.000 € 20.000.000 Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 Lasten sociaal domein
Figuur 2.2 Huidige lasten sociaal domein met meerjarenperspectief realisatie 2025 – begroting 20262029 Sterke groei sinds 2022, bij geen wijziging zet groei door.
Ontwikkeling lasten sociaal domein 2022 - 2029 45.000.000 40.000.000 35.000.000 30.000.000 25.000.000 20.000.000 15.000.000 10.000.000 5.000.000 JR 2022
JR 2023
JR 2024
JR 2025
BG 2026
BG 2027
BG 2028
BG 2029
Jeugdzorg
Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo)
Werk en inkomen
Volksgezondheid en sport
Welzijn en cultuur
Onderwijs
Figuur 2.3 Analyse van lastenontwikkeling per taakveld Per beleidsterrein: met name stijging lasten bij Jeugd, in mindere mate WMO en werk en inkomen. 11
Figuur 2.4 Scenarioanalyse: wat gebeurt er als we niets doen?
12
Deel 3 - Interventies per taakveld 3.0 Leeswijzer interventies en beoordelingskader Per taakveld zijn voorstellen uitgewerkt voor interventies, besparingen en dempingsmaatregelen. Deze voorstellen zijn getoetst op financiële robuustheid, uitvoerbaarheid (capaciteit, systemen en planning), effectiviteit (zowel financieel als inhoudelijk), juridische en politieke haalbaarheid en de strategische fit binnen het ingezette beleid en de beschikbare uitvoeringskracht. Elk taakveld opent met een korte introductie, gevolgd door de voorgestelde interventiemaatregelen, besparingsopties en dempingsmaatregelen.
Als volgt komt aan de orde: • • • • • •
Werk, Inkomen & bestaanszekerheid WMO en Beschermd Wonen Publieke Gezondheid Vervoer (Plus OV) Jeugd Sociaal Domein breed
13
3.1 Werk, Inkomen, bestaanszekerheid 3.1.1. Participatie/ Inburgering Participatiewet (in balans) De opgave binnen de Participatiewet vraagt om een zorgvuldige balans tussen rechtmatigheid, financiele houdbaarheid en realistische verwachtingen van inwoners. We staan onder druk door stijgende uitkeringslasten, beperkte arbeidsmarktkansen in de regio en een veranderende doelgroep. De doelgroep vraagt om intensieve begeleiding, terwijl werkgeversaanbod en re-integratiemogelijkheden achterblijven. Een doelmatige uitvoering betekent daarom: scherpe beleidskeuzes, strak gestandaardiseerde processen voor inkomen en handhaving, risicogerichte controles, een beperkt maar effectief instrumentarium voor re-integratie, regionale samenwerking voor werkgeversdienstverlening en bijzondere bijstand. Wettelijke verplicht: • Bestaansminimum waarborgen: uitkeringen tijdig en juist vaststellen en betalen. • Re-integratieplicht: inspannen voor arbeidsinschakeling, tegenprestatie (indien beleid), handhaving. Bovenwettelijk: • Ruimere bijzondere bijstand, kwijtscheldingsbeleid, extra minimaregelingen, eigen “plus”trajecten. • Extra inzet op re-integratie: inkoop maatwerktrajecten, inzet medisch instrumentarium, extra inkoop op samenwerking ketenpartners. Keuzes worden gemaakt op: o Trajecten en inzet van instrumentarium met prikkels op duurzame uitstroom (bijv.
6/12 maanden werk), niet alleen deelname. Heldere instroomcriteria per traject, zodat je geen dure trajecten inzet waar kans op uitstroom klein is. o Differentiatie van de doelgroep: licht regime voor mensen dicht bij de arbeidsmarkt (snelle matching, weinig begeleiding) en zwaarder regime voor multi-problematiek, maar dan ook integraal (met WMO, schuldhulp, zorg). o Gerichte werkgeversstrategie: focus op sectoren en werkgevers waar structureel plekken zijn, nauwe samenwerking met regionale collega’s. o Doelmatig gebruik van loonkostensubsidie: inzetten waar reële kans is op duurzame plaatsing. Standaard rekenkaders en beslisregels om willekeur en over-inzet te voorkomen. o Compact, deskundig team WerkFit: generalistisch werken stimuleren om wendbaar te blijven en in te kunnen zetten op daar waar de behoefte ligt. o Regionale samenwerking waar zinvol: gezamenlijke inkoop re-integratie, gezamenlijke werkgeversdienstverlening, shared services voor administratie. Scherpere overweging welk instrumentarium we inzetten voor de lokale dienstverlening. o Schaalvoordeel en minder contractbeheer. Ook met het oog op de bestuurlijke toekomst.
Nieuwe Wet inburgering Aanhoudend hoge taakstelling, strengere controle en toezicht vanuit het Rijk, arbeidsparticipatie van de doelgroep is lastig te realiseren in deze regio, eenzijdig aanbod betreft taallessen, druk op woningmarkt=vertraging in huisvesting=vertraging op inburgeringstraject en politieke ontwikkelingen spelen een rol in uitvoering. Beschikbare middelen zijn niet toereikend (o.a. vanwege beperkte aanbod, waardoor er soms duurder passend aanbod ingekocht moet worden) Bij vertraging op uitstroom naar werk blijven statushouders in uitkering. Wettelijke verplicht: • Regierol gemeente (brede intake, PIP, monitoring). • Toewijzing leerroutes (B1-route, onderwijsroute, Z-route). 14
• Participatieverklaringstraject, MAP, voortgangsgesprekken, handhaving. Bovenwettelijk: • Reiskostenvergoeding, extra begeleiding, apart ingekochte maatwerktrajecten.
Voor beide wetten geldt: het Rijk legt (steeds meer) verantwoordelijkheid bij gemeenten neer, de uitvoering is duur en de middelen zijn beperkt. Ook dient rekening gehouden te worden met mogelijk oplopende vervoerskosten t.b.v. re-integratie omdat het steeds moeilijker wordt om binnen de gemeentegrenzen re-integratiemogelijkheden aan te bieden. Onvoorziene kosten vangen we op vanuit de behoedzaamheidsreserve. 3.1.2 Interventie(s) Participatiewet, Nieuwe wet Inburgering, Schuldhulpverlening, Wet van school naar Duurzaam Werk Opgave/ maatregel
Proces loonkostensubsidie efficiënter inrichten/ Deel van proces LKS intern beleggen Verblijfsduur uitkering verkorten Herbeoordelingscyclus >24 maanden inrichten+ risico gestuurde selectie
Financieel effect 2026-2029 Vanaf 2027 €12.000 p/j Vanaf 2027 €109.414 p/j
Instroom jongeren beperken Sluitende school–werk aanpak Verkenning invoering uitvoer basisdienstverlening schuldhulp Verkenning nieuwe wetgeving school naar duurzaam Werk (2027) Adviesvoorstel beleidsinhoudelijk en advies t.a.v. bedrijfsvoering Verkenning WSW - LKS
pm
Herijken lopende contractering o.a. DVO Apeldoorn, Larcom, Interbeek, SWB, Aussems&Kerkvliet, Competensys, Lucrato, Bibliotheek Berkel& IJssel en Sportkompas
pm
Onderzoek Huisvesting Werkfit
pm
Harmonisatie instrumentarium. Harmoniseren van het aanbod in de regio, denk aan gezamenlijke inkoop, gezamenlijke aanpak ontwikkelen op bepaalde doelgroepen, delen van kennis, gebruik maken van subsidies en ontwikkel -instrumentarium en ervaring en gedeelde scholingsinfrastructuur.
pm
Management en beleidsinhoudelijke stuurinformatie op orde brengen. Gevolg: versnipperde en foutgevoelige data dat op meerdere plekken wordt verzameld. We maken binnen WerkFit gebruik van 7 applicaties/systemen en krijgen daarnaast lijstwerk aangeleverd van samenwerkingspartners. Dit bemoeilijkt goede sturing en zicht en grip op de operatie. Onderzoek systemen met het oog op de bestuurlijke toekomst en het op orde brengen van de basis, welke applicaties kunnen ondersteunen in het uit te voeren werk. Duidelijke werkinstructies en geen schaduwlijsten op de W-schijf. Werkprocessen op orde
Focusaanpak statushouders: stijgende instroom, stagnerende uitstroom, beperkte arbeidsparticipatie regio. Herijking bovenwettelijke taken
pm pm
Planning start realisatie Q3 2026 Q3–Q4 2026 2026– 2027 Q4 2026 Q4 2026
pm
Er zijn geen directe financiële effecten te verwachten
Er zijn geen directe financiële effecten te verwachten Er zijn geen directe financiële effecten te verwachten pm
15
3.1.3 Besparingen (direct kostenbesparend) Opgave/ maatregel
Financieel effect 2026-2029
Planning start realisatie
Sneller aan het werk
€ 126.114 p/j
2026–2027
Opgave/ maatregel
Financieel effect 2026-2029
Planning start realisatie
Bewind/ volumereductie. Afspraken maken met beschermingsbewindvoerders over de instroom in en uitstroom uit beschermingsbewind
Vanaf 2028 €52.500
Als capaciteit op orde is Q1 2027
Snelle werkroute + bredere inzet LKS (Starten met inzet op 10 succesvolle plaatsingen)
3.1.4 Dempingsmaatregel
3.2 Taakveld WMO De opgave binnen het taakveld Door demografische ontwikkelingen zien we een toename van inwoners die een beroep doen op huishoudelijke ondersteuning. De huidige vaste eigen bijdrage voor Wmo maatwerkvoorzieningen (het abonnementstarief) blijft tot de invoering van de nieuwe wetgeving van kracht. Omdat de aangekondigde inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage nog niet is ingevoerd, ervaren inwoners geen financiele drempel om huishoudelijke ondersteuning aan te vragen. Binnen het project Langer Vitaal Thuis, dat door de overheid wordt gestimuleerd, zien we dat inwoners met andere vormen van ondersteuning langer zelfstandig kunnen blijven functioneren. Huishoudelijke Ondersteuning Reablement Uit een pilot met vijf inwoners blijkt dat inzet van een ergotherapeut de zelfredzaamheid aanzienlijk vergroot. Deze interventie wordt toegepast bij inwoners voor wie dit passend is; het betreft geen algemene voorziening. In de pilot betaalde de gemeente de kosten. Omdat ergotherapie vanuit de zorgverzekering wordt vergoed nadat het eigen risico is gebruikt, wordt overwogen inwoners (een deel van) de kosten zelf te laten dragen. De interventie kan breder worden ingezet dan in de pilot, waarbij is uitgegaan van circa 20 potentiële deelnemers. Doel is door inzet van reablement het volume en daarmee de kosten te laten dalen voor HH.
Beschermd Wonen wordt Beschermd Thuis De beweging naar Beschermd Thuis richt zich op een inclusieve woonomgeving voor inwoners met psychische kwetsbaarheden, waarbij intramurale zorg geleidelijk wordt afgebouwd zodra het woonplaatsbeginsel wordt ingevoerd (uitgesteld tot ten minste 1 januari 2027). Opbouwwerk versterkt leefbaarheid, sociale samenhang en participatie, en biedt een belangrijk signalerend en ondersteunend netwerk. De interventie beoogt inwoners zoveel mogelijk binnen algemene voorzieningen op te vangen, waardoor instroom in en inzet van maatwerkvoorzieningen kan worden beperkt of afgebouwd. De inzet van de wijkopbouwwerker is opgenomen in het werkplan en gebaseerd op deelname van circa 100 inwoners. Deze opbouwwerker heeft een specifieke opdracht namelijk het opzetten van een herstelcommunity met ervaringsdeskundigen. Juist de specifieke opdracht zal leiden tot minder inzet op WMObegeleiding individueel en groep. 16
3.2.1 Interventies Taakveld Wmo en Beschermd Wonen Opgave/ maatregel
Financieel effect 20262029
Planning start realisatie
WMO (HH en mogelijk hulpmiddelen) Langer vitaal thuis/Reablement
Van €7.000,- in 2026 tot €28.000,- in 2029
Pilot is geëvalueerd. Uitrol kan van start o.b.v. financiering.
Beschermd wonen naar beschermd thuis./ begeleiding/dagbesteding/vervoer Inzet opbouwwerker SWB t.b.v. herstelcommunity en ervaringsdeskundigen
Van 45.338, - in 2026 tot €181.350 in 2029
Q2 2026
3.3 Taakveld Publieke gezondheid 3.3.1 Bezuinigingsopties publieke gezondheid op basis van de huidige uitgaven Omschrijving (+ grootboeknr) 668001 (publieke gezondheid budget)
668111 (Op Tijd Voorbereid Tactus)
Motivatie Uit dit budget wordt de stichting STAG gefinancierd & scholingsbudget AED’s. AED’s zijn niet wettelijk verplicht. Subsidie Tactus verlagen
Besparings potentieel (€) 15.000 euro
Structureel (S) / Incidenteel (I) Structureel
8.000 euro
Structureel
Bovenstaande bezuinigingen betreffen geen wettelijke taken en kunnen daarom op termijn worden stopgezet. De subsidie aan Tactus betreft een extra aanvullend budget op regionale gelden waarmee Tactus extra ingezet kan worden in de preventie infrastructuur ter voorkoming van middelengebruik. Het budget voor STAG en de scholing behorende bij de inzet van AED’s in de gemeente, dient een aanmerkelijk publiek belang. Wanneer AED’s voorhanden zijn kan dit mogelijk levens redden. Echter het is geen wettelijke taak en kan misschien door particuliere initiatieven worden overgenomen. Dat zal onderzocht moeten worden.
3.4 Taakveld Vervoer (PlusOV) i.h.k.v. de jeugdwet, Wmo, P-wet en onderwijs In Brummen is een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het vervoer binnen de verschillende wetten te transformeren. De adviezen en maatregelen die worden voorgesteld maken de manier waarop we omgaan met vervoer meer passend binnen de vastgestelde kaders. Zelfredzaamheid en het leren zelfredzaam te zijn staan hierin centraal. Door de voorgestelde adviezen te implementeren kan er ook een kosten besparing worden gehaald en gaat er mogelijk een dempende werking van uit voor de toekomst. Bij ongewijzigd beleid nemen de uitgaven voor de WMO-doelgroep toe met 10%, van 410.000 naar 451.000 per jaar. De interventie zoals hieronder beschreven geeft inzicht in de mogelijke effecten en netto besparingen.
17
3.4.1 Interventies Taakveld Vervoer Opgave/ maatregel
Financieel effect bij het totaalpakket aan maatregelen
Planning start realisatie
1. 2. 3. 4.
Van 11.000,- in 2026 tot 150.500 in 2029
Q3 2026
bijstelling van verordeningen een goed toegeruste vervoerconsulent veranderingen in de vervoerformules ism Plus OV nieuwe samenwerkingen, o.a. ‘Plusbus'
18
3.5 Taakveld Jeugd 3.5.1 Interventies Jeugd De afgelopen jaren is zichtbaar dat een groeiend deel van de ondersteuningsvragen van jeugdigen en gezinnen relatief lichte problematiek betreft, terwijl deze vragen nog te vaak in de specialistische jeugdhulp terechtkomen. Dit vergroot de druk op specialistische voorzieningen, verhoogt kosten en leidt soms tot zwaardere zorg dan nodig. Veel hulpvragen kunnen echter dichter bij het gezin, in de leefomgeving of binnen de sociale basis worden opgelost. Voorzieningen zoals jongerenwerk, scholen, welzijnsactiteiten en POH Jeugd blijken effectief in vroegsignalering en het normaliseren van problematiek. Brummen beschikt al over belangrijke bouwstenen, zoals Maakplaats the Villa , jongerenwerk en initiatieven vanuit de sociale basis. Deze voorzieningen bieden laagdrempelige ondersteuning en kunnen escalatie voorkomen. De opgave is daarom het voorveld te versterken en beter te benutten, zodat ondersteuning eerder, lichter en dichterbij kan plaatsvinden. Dit vraagt een verschuiving van lichte maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen en sociale basis, in lijn met de landelijke hervormingsagenda jeugd. Er zal sprake zijn van verplaatsing van uitgaven. Uitgaven voor lichte jeugdhulp (ZIN), zullen naar het voorveld gaan. Waardoor we in beginsel dezelfde uitgaven hebben in het voorveld, maar dan op basis van een andere uitgavenstructuur.
Hierdoor blijft specialistische hulp beschikbaar voor complexe problematiek en wordt de kostenontwikkeling beter beheersbaar.
19
3.5.1.1 Interventie Licht Lokaal Team Opgave/ maatregel Opbouwen LLT
Financieel effect 2026-2029
Planning start realisatie
Van een investering in 2026/2027 naar een ambitie om in jaar 4–5 (circa 2029–2030) kan naar verwachting tot 12,5% van de jeugdkosten (lichte hulp) zijn gesubstitueerd naar het voorveld Pm, zie kanttekening
Q1 2026
Toegankelijke voorzieningen Vergroten zichtbaarheid en toegankelijkheid van: • jeugdactiviteiten • opvoedondersteuning • groepsaanbod
Van beperkt en indirect in 2026 naar €25.000 vanaf 2027
Q1 2027
Aansluiten bij bestaande initiatieven binnen de sociale basis, zoals: • dorpskamers • welzijnsactiviteiten • vrijwilligersinitiatieven
Van beperkt en indirect in 2026 naar €25.000 vanaf 2027
Q1 2027
Versterking lichte ondersteuning Uitbreiden en beter positioneren van: • opvoedondersteuning • jeugd- en gezinsondersteuning • schoolgerichte ondersteuning
Q2 2026
Kanttekening In 2024 bedragen de totale kosten voor jeugdzorg in de gemeente Brummen circa € 7,6 miljoen, verdeeld over 1.208 maatwerkvoorzieningen. Van deze totale uitgaven heeft naar schatting 12,39% betrekking op lichte hulp, wat neerkomt op ongeveer € 950.000 en 194 voorzieningen. Binnen deze categorie ‘lichte hulp’ kunnen vier zorgproducten worden onderscheiden die potentieel geschikt zijn om (deels) te verschuiven naar het voorveld. Het betreft: • Begeleiding Individueel Basis • Begeleiding Groep Basis • Begeleiding Individueel Licht • Respijtopvang Basis Jeugd Deze producten kenmerken zich door relatief lichte en ondersteunende inzet en sluiten daarmee goed aan bij de beweging richting versterking van het voorveld en de sociale basis. Tegelijkertijd heeft de gemeente Brummen een duidelijke langetermijnambitie geformuleerd: in 2040 moet de inzet van jeugdhulp zijn afgebouwd naar 1 op de 25 jeugdigen. Dit betekent een fundamentele verschuiving in het systeem, waarbij minder gebruik wordt gemaakt van maatwerkvoorzieningen en meer ondersteuning plaatsvindt in het voorveld. Verhoudingsgewijs komt dit neer op een gewenste situatie waarin circa 30% van de ondersteuning bestaat uit maatwerkvoorzieningen en 70% uit lichte ondersteuning in het voorveld.
Vanuit de huidige situatie bezien, biedt de omvang van de lichte hulp (circa € 950.000) een eerste indi catie van de potentiële substitutieruimte. Dit betekent dat investeringen in het voorveld, zoals de benodigde opstartinvestering van minimaal € 500.000, inhoudelijk en financieel te relateren zijn aan deze 20
ruimte. Met andere woorden: er is aantoonbaar potentieel om een deel van de huidige uitgaven te verschuiven naar lichtere en meer preventieve vormen van ondersteuning. Daarbij is het belangrijk om realistisch te blijven over het tempo waarin deze verschuiving plaatsvindt. Landelijke ervaringen laten zien dat substitutie van specialistische naar lichtere hulp tijd vraagt en dat in de eerste jaren sprake is van een situatie waarin kosten voor de baten uitgaan. Een break-even punt wordt doorgaans pas na enkele jaren bereikt, waarbij een termijn van circa vijf jaar als reëel wordt beschouwd. De gemeente Brummen kiest ervoor om hier ambitieus in te zijn en zet in op een versnelde beweging richting deze gewenste situatie. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met onzekerheden en mogelijke tegenvallers, onder andere door het creëren van voldoende financiële ruimte voor de opbouw van het voorveld en de afbouw van zwaardere zorg (bijvoorbeeld via een reserve). Tot slot geldt dat het realiseren van deze meerjarenambitie niet alleen afhankelijk is van financiële keuzes, maar ook van randvoorwaarden zoals voldoende personele capaciteit, de juiste competenties en een goed functionerende sociale basis. Dit vraagt om continue monitoring en bijsturing, zodat tijdig kan worden ingespeeld op ontwikkelingen en de voortgang richting de doelstelling van 2040 bewaakt blijft.
3.5.1.2 Interventie Normatief Kader Jeugd e.v. De jeugdhulp staat onder druk door groeiende aantallen trajecten en langere ondersteuning. Ook in Brummen wordt specialistische hulp ingezet bij relatief lichte problematiek, wat leidt tot hogere kosten en druk op voorzieningen. Een duidelijk normatief kader is nodig om te bepalen wanneer specialistische jeugdhulp écht noodzakelijk is. Het principe “nee, tenzij” betekent dat eerst wordt gekeken naar eigen kracht, netwerk en voorliggende voorzieningen. Dit vraagt om uniforme toepassing in de toegang, juridische borging en versterkte sturing op uitvoering. Door mandaat, toetsing en regie te verbinden aan dit kader wordt doelmatiger gewerkt en blijft specialistische hulp beschikbaar voor complexe gevallen. Opgave/ maatregel
Financieel effect 2026-2029
Planning start realisatie
Herziening verordening Jeugdhulp. Formuleren normatieve uitgangspunten. Opnemen afbakening tussen algemene voorzieningen/lichte ondersteuning/specialistische hulp
Het effect moet primair worden gezien als beperking van de groei van kosten.
Q2-2026 analyse huidige verordening uitwerken normatief kader
Normatieve beoordelingscriteria Jeugdhulp
Het effect is niet direct zichtbaar, maar kan structureel bijdragen aan stabilisatie van kosten.
Mandaatregeling jeugd
pm
Regie op mandaat zorg- en samenwerkingpartners
pm
Q3-2026 Route naar College, MAR en Raad Q2 2026
Q2- 2026
Doelgerichte Inzet van contractmanagement op de strategisch belangrijke aanbieders voor Brummen. Jeugd/Wmo
Consultatie bij zware hulp Jeugd (zie toelichting onder deze tabel)
pm
Q3 2026
21
Het financiële effect is in 2026 beperkt en deels incidenteel (vaak “groeiremming”). Verwachting vanaf 2027 is positief structureel met een bandbreedte van grofweg € 0,1 tot € 0,3 mln/jaar uit de drie sporen samen, afhankelijk van realisatiegraad en casuïstiekmix. 3.5.2 Besparingen Jeugd Enkele besparingsopties Jeugd vallen niet binnen de wettelijke taken van de gemeente. Om die reden kunnen ze worden uitgevoerd als bezuinigingsoptie. Echter, ze raken wel allen, in negatieve zin, aan de geformuleerde uitgangspunten. De beweging van maatwerk naar voorliggend wordt binnen het jeugdwerk tenietgedaan door onderstaande maatregelen. Wanneer de sociale basis wordt aangetast zal er sprake zijn van een zogenaamd waterbed effect. De vraag naar individuele jeugdhulp zal naar verwachting toenemen. Ze zijn daarom opgenomen in bijlage 1. Besparingsopties met negatief ambtelijke advies. Onderstaande besparing is echter wel haalbaar en per 2028 direct uit te voeren.
Product 668.916 jeugdhulp gesloten plaatsing
Besparing 100.000,- structureel vanaf 2028
Bestuurlijk nodig Inzet van de behoedzaamheidsreserve wanneer zich onverhoopt wel een casus voordoet. N.B. in 2027 is het geraamde budget deels ingezet voor opvang meerkosten Veilig Thuis
3.6 Overkoepelende interventies 3.6.1 Taakveld Jeugd/Wmo/Participatie – Doorbraakmethode In de Hervormingsagenda Jeugd is bepaald dat gemeenten verplicht moeten gaan werken met de Doorbraakmethode. In 2024 is deze methode in Brummen geïmplementeerd. Binnen de Doorbraakmethode staan niet de regels centraal, maar de best passende en meest effectieve (maatwerk) oplossing. Binnen de toepassing van de doorbraakmethode staat in Brummen de context van het gezin/huishouden centraal. Niet altijd is jeugdhulp of een voorzienig via de WMO de meest passende en (effectiefste) meest effectieve hulp. Door de implementatie van de doorbraakmethode is de verbinding met domeinen zoals het onderwijs, bestaanszekerheid en schulden versterkt. Bij de implementatie van deze methode is de gedachte geweest dat in instroom in maatwerk zou kunnen dempen en besparingen zou kunnen opleveren doordat oplossingen anders worden vormgegeven dan met een maatwerkvoorziening. Onderstaande interventie betreft het intensiveren van het gebruik van de doorbraakmethode. Opgave WMO/Jeugdhulp/P-wet Verkenning en advies inzet doorbraakmethode
Financieel effect 2026 - 2029 De ervaring in andere gemeenten is dat hier een besparing kan worden gerealiseerd.
Planning start realisatie 2026
3.6.2 Taakveld Sociaal Domein Breed – Procesregie Binnen de jeugdhulp is zichtbaar dat een relatief klein aantal trajecten verantwoordelijk is voor een groot deel van de totale kosten. De 25 jeugdigen met de hoogste uitgaven zorgen voor 25% van onze jeugdzorg uitgaven. Het betreft met name complexe casussen waarin sprake is van stapeling van voorzieningen, langdurige trajecten, meerdere verlengingen en betrokkenheid van verschillende domeinen. Wanneer hierop onvoldoende regie wordt gevoerd, bestaat het risico dat ondersteuning langer doorloopt dan noodzakelijk, zonder systematische toetsing op effectiviteit en passendheid. Hierdoor blijft zorg onbedoeld in stand, terwijl afschaling of alternatieve oplossingen mogelijk zijn. Alleen sturen op instroom is daarom onvoldoende om de kostenontwikkeling te beheersen. 22
Analyse bevestigt dat juist deze complexe en langdurige trajecten bepalend zijn voor de kosten. Dit vraagt om versterking van procesregie binnen de specialistische jeugdhulp. Procesregie richt zich op het doelgericht sturen van trajecten, het beperken van de duur en het voorkomen van stapeling van voorzieningen. Door casussen periodiek multidisciplinair te analyseren, ontstaat meer grip op de uitvoering en kan tijdig worden bijgestuurd. Dit draagt bij aan effectievere inzet van ondersteuning en een betere aansluiting op de sociale basis. In Brummen is in Q1 2026 gestart met tweewekelijkse procesregie-sessies. Deze worden in Q3 2026 verbreed naar andere doelgroepen binnen het sociaal domein, waaronder de duurste casussen, trajecten met meerdere indicaties, PGB’s en jongeren in de overgang naar volwassenheid. Integrale procesregie is noodzakelijk om samenhang te borgen en onnodige verlenging van zorg te voorkomen. Voor een bredere toepassing ontbreekt nog integrale stuurinformatie. De eerste stap is daarom het inzichtelijk maken van maatschappelijke en financiële effecten. Bekend is dat onderliggende problematiek, zoals schulden, de effectiviteit van ondersteuning beïnvloedt en daarmee mede de kostenontwikkeling bepaalt. Opgave/ maatregel Procesregie complexe Jeugdzorg
Procesregie 20 duurste woonadressen (SD breed) Procesregie 20 casuïstieken met 2 of meer indicaties per taakveld
Financieel effect 20262029 Van een opbouwfase in 2026 en 2027 naar een potenstiele besparing van €250.750 per jaar in 2029 pm
Planning start realisatie Gestart Q1 2026
Check alle eenmalige overeenkomsten SD breed
p.m
Check alle PGB’s
pm
Stop met “aanmodderen” (SD breed) Alle casuïstiek met 2 of meer verlengingen vraagt om een kritische beschouwing. In principe is er na 2 indicaties geen verlenging) Soms is er een goede reden voor een verlenging, bijv. omdat er in de leefsituatie van een inwoner het nodige plaats vindt, maar we zien te vaak dat een zorgaanbieder niet voldoende doelen resultaatgerichte inzet pleegt. Aanpak 16-27 Voor jongeren met JB, OTS, JR, Complexe specialistische jeugdzorg) Voorspelling kostenontwikkeling Gebruik van data om vroegtijdig te signaleren wanneer kosten oplopen. Maandelijks dashboard Ontwikkelen van een dashboard met onder andere: • instroom SD • uitstroom SD • gemiddelde trajectduur • aantal verlengingen • aantal verblijfstrajecten • top 20% kosten casussen
pm
Onderzoek afgerond in Q2 2026 Hierna go- no go Onderzoek afgerond in Q2 2026 Hierna go- no go Onderzoek afgerond in Q2 2026 Hierna go- no go Q2 -2026 Hierna go-no go Q2-2026
pm
Q2-2026
pm
Q2 2026 inrichting datasturing
pm
Q2 2026 ontwikkelen dashboard selectie top 20% casussen
p.m
23
3.6.3 Totaaloverzicht effecten Interventies Interventie
2026
2027
2028
2029
Opzetten herstel-community met inzet van opbouwwerker SWB
€45.338
€136.025
€181.350
€181.350
Vervoer transformeren met onder andere: aangepaste verordeningen, vervoersconsulent, Plusbus
€11.000
€49.000
€97.000
€150.500
Langer vitaal thuis (reablement)
€7.000
€14.000
€28.000
€28.000
Proces loonkostensubsidie efficiënter inrichten
€12.000
€12.000
€12.000
Uitkeringsduur verkorten door herbeoordeling
€109.414
€109.414
€109.414
€52.500
€52.500
Aantal onder bewind-gestelde inwoners beperken Vergroten zichtbaarheid en toegankelijkheid voorliggende voorzieningen
€25.000
€25.000
€25.000
Verbinding met sociale basis verstevigen
€25.000
€25.000
€25.000
Procesregie complexe Jeugdzorg
€250.750
250.750
€250.750
€63.338
€621.189
€611.014
€664.514
Besparing
2026
2027
2028
2029
Opzeggen subsidierelatie AED
€15.000
€15.000
€15.000
€15.000
Opzeggen subsidie Tactus (Op Tijd Voorbereid Tactus)
€8.000
€8.000
€8.000
€8.000
€100.000
€100.000
Totaal
Besparingen
Geen gesloten jeugdzorg plaatsingen vanaf 2028 Statushouders sneller aan het werk
€126.114
€126.114
€126.114
€126.114
Totaal
€149.114
€149.114
€249.114
€249.114
2026
2027
2028
2029
€212.451
€770.303
€1.030.128
€1.083.628
Totaal financieel effect interventies en besparingen
Totaal financieel effect interventies en besparingen
24
3.6.4 Versnellingsparagraaf Soms gaan kosten voor de baten uit en kan in een kortere tijd een sneller effect voorzien of kan er sprake zijn van een inverdieneffect. Opschalingsvariant bij
Incidentele inzet (transformatieperiode)
Incidentele kosten (2026–2027)
Normatief kader Jeugd
Extra inzet voor ontwikkelen en implementeren van een normatief kader. Deze inzet richt zich op: • actualisatie van de verordening sociaal domein • ontwikkelen van normatieve beoordelingscriteria • aanpassen werkprocessen binnen de toegang • scholing van professionals. Extra inzet is nodig om inzicht te verkrijgen in complexe casuïstiek, datasturing en dashboards te ontwikkelen, een structurele PDCAcyclus te organiseren, samenwerking tussen domeinen te versterken.
€90.000 – €110.000 (2026)
Werkprocessen W&I en Inburgering
Met extra incidentele inzet brengen we het werk sneller op orde en komen we vlot op de juiste vlieghoogte. Doen we het met de huidige capaciteit, dan vraagt dat strakke planning en scherpe focus, waardoor andere taken blijven liggen
€89000 (2026 en 2027)
Data-gestuurd en geïnformeerd inrichten herbeoordelingscyclus
Extra capaciteit om herbeoordeling te doen, datakwaliteit op orde te brengen, incl. helder communicatie naar inwoners
€100.000 (2026)
Pm (pakket capaciteit) vraagt uitwerking
Vervoer
Consulent vervoer en coördinatie vervoer als essentieel schakelpunt in de transformatie van vervoer. Actualisering van de verordening en beleidsregels is noodzakelijk om de beweging van voorveld wordt hoofdveld te maken. Tegelijkertijd geeft het ons ook in de uitvoer betere mogelijkheden om op casusniveau te sturen.
Investering Plus Bus €30.000 (materieel, leaseconstruct)
0,5 fte coördinatie 40.000 en 1 fte consulent 90.000
Procesregie
Verordening
€50.000 – €70.000 (2026)