A8 - VNG - Ledenbrief Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie D454112
Tekst van het document
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/13
en onder d, van de SpUk LAI). Gemeenten kunnen er voor kiezen dit te vertalen in een afwijkende regeling voor besteding van deze gelden of door een afzonderlijk subsidieplafond op te nemen voor doe-het-zelf maatregelen die niet aan de standaardeisen voldoen uit het eerste lid. Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Gemeenten hebben veel ruimte om te bepalen welke kosten in welke mate voor subsidie in aanmerking komen en de inhoud is afhankelijk van de aanpak van de gemeente. Met artikel 4 wordt voldaan aan de SpUk LAI. In het model is gekozen voor de optie met de minste complexiteit voor de aanvrager en de gemeente, door uit te gaan van facturen van bedrijven. Het niet subsidiëren van de door de doe-het-zelver gemaakte uren is geen harde eis vanuit de SpUk LAI. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een fictief uurloon en een maximum aantal uren. De gemeente kan ook kiezen voor een kostenplafond door bijvoorbeeld een maximumbedrag per m2 op te nemen. Dit verhoogt wel de administratieve last van zowel de aanvrager als de gemeente. Artikel 6. Hoogte van de subsidie Dit artikel biedt gemeenten veel ruimte om te bepalen hoe hoog de subsidie maximaal is. Bovendien kunnen zij daarbij differentiatie aanbrengen in verschillende doelgroepen en maatregelen. De inhoud is afhankelijk van de aanpak van de gemeente. Een aantal opties: 1.
Er kan gewerkt worden met een bedrag per m2 die bijvoorbeeld gelijk is aan de ISDE of SVVE. Op deze manier wordt het gebruik van bijv. biobased materialen extra gesubsidieerd. Zie https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/woningeigenaren/isolatiemaatregelen. 2. Er kan een combinatie gemaakt worden van een bedrag per maatregel en inkomenseisen (differentiatie op basis van inkomenseisen). 3. Er kan gewerkt worden met een vast bedrag per woning zolang de subsidiabele kosten toereikend zijn. 4. Er kan gekozen worden voor differentiatie via WOZ-waarden. Dus bijvoorbeeld tot WOZ € 300.000 bedrag of percentage X, van WOZ € 300.000 t/m € 500.000 bedrag of percentage Y. In het model is gekozen voor de optie met de minste complexiteit voor aanvrager en gemeente. Voor extra focus en financiële tegemoetkoming van de doelgroep is de hiervoor beschreven optie 2 een mooie invulling. Belangrijk hierbij is wel dat er in de gehele lokale aanpak oog is voor de doelgroep en zij ook, wanneer gewenst, ondersteuning kunnen krijgen bij bijvoorbeeld het aanvragen van deze subsidie, een ISDE-subsidie en eventueel een lening bij het Warmtefonds. Houd bij het kiezen van een maximumbedrag per woning de eisen van de SpUk LAI in de gaten.
Het gemiddelde bedrag per woning inclusief ondersteuning mag niet hoger zijn dan de ontvangen SpUk gedeeld door het aantal woningen waarvoor is ingeschreven, tenzij de gemeente bereid is er eigen middelen bij te leggen. Dit bedrag zal variëren tussen € 1.800 - € 2.510 per woning, zie de toelichting in de SpUk LAI van 28 november 2023 (Stcrt. 2023, 31936). Afhankelijk van het gekozen maximum per huishouden is dit een mogelijk aandachtspunt voor de gemeente in de monitoring om te voorkomen dat het maximum gemiddelde bedrag niet wordt overschreden. Artikel 7. Subsidieplafond
•
Een subsidieplafond is facultatief en kan alleen in de subsidieregeling worden opgenomen op het moment dat de ASV die bevoegdheid aan het college heeft gedelegeerd (dit is het geval bij
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/13
variant 1 van artikel 5 van de Model-ASV). In andere gevallen zal de gemeenteraad het subsidieplafond moeten bepalen (dit is het geval bij variant 2 van artikel 5 van de Model-ASV).
•
Het bedrag zal gelijk zijn aan SpUk LAI voor jouw gemeente als er door de gemeente geen aanvullende financiële middelen worden ingezet.
•
Het tweede lid bevat een specifiek subsidieplafond voor maatregelen die niet voldoen aan artikel 4, eerste lid, maar wel aan artikel 4, tweede lid. De opgenomen 10% norm sluit aan bij de uitzonderingsbepaling van artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2e, van de SpUk LAI.
Artikel 8. Wijze van verdeling Deze bepaling is noodzakelijk op het moment dat er een subsidieplafond wordt gehanteerd. De verplichting om in de subsidieregeling een verdelingsregeling op te nemen op het moment dat er een subsidieplafond wordt vastgesteld is ook vastgelegd in (beide varianten van) artikel 5, eerste lid, van de Model-ASV. In de modeltoelichting wordt ook facultatief gewezen op de compleetheid van het aanvraagformulier. Deze passage is uiteraard alleen aan de orde op het moment dat er bij artikel 9, derde lid, gekozen is om de facultatieve bepaling waarin het gebruik van een aanvraagformulier wordt verplicht, over te nemen. Artikel 9. Aanvraag
•
De aanvraag kan worden ingediend vanaf de ingangsdatum van de regeling tot en met de einddatum van de regeling. Deze data moeten nog worden ingevuld. Bij de bepaling van de data is het van belang rekening te houden met het feit dat de aanvraag ook nog tijdig afgehandeld moet worden, zodat de gemeente de besteding kan verantwoorden in het kader van de SpUk LAI. Voor de SpUk LAI geldt 31 december 2027 als uiterste realisatiedatum. De gemeente heeft dan nog tot half 2028 voor haar verantwoording in SiSa.
•
Uit artikel 7, derde lid, van de Model-ASV volgt dat aanvragen moeten worden ingediend voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Op grond van artikel 7, vierde lid, van de model ASV kan hiervan bij subsidieregeling worden afgeweken. Het model voorziet hierin door een afwijking in de tweede volzin van het eerste lid. De voorbeeldtermijn van 24 maanden is gelijk aan de termijn uit de ISDE en SVVE, maar kan aangepast worden. Deze moet gelijk zijn aan de termijn in artikel 11.
•
Houd bij alle keuzes in het achterhoofd dat de administratieve last voor inwoners en gemeente zo minimaal mogelijk is. Gemeenten kunnen er in hun aanpak, mede gezien de doelgroep, voor kiezen om inwoners te ontzorgen in het verduurzamingsproces of het subsidie- of financieringsproces.
•
Om te voldoen aan de benodigde informatie voor de SiSa SpUK en het monitoringsbestand LAI moet de aanvraag, het aanvraagformulier of het individuele subsidiedossier minimaal de volgende informatie bevatten: a. adres, postcode en woonplaats van de aanvrager; b. het energielabel van de woning, te vinden op https://www.energielabel.nl/woningen/zoek-je-energielabel/; c. de twee bouwdelen die niet of slecht geïsoleerd zijn. Dit is enkel van toepassing als er geen definitief energielabel (www.ep-online.nl) aanwezig is; d. de WOZ waarde van de woning per 1-1-2022, te vinden op https://www.wozwaardeloket.nl/;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/13
e. het jaar van uitvoering; f. een specificatie van de uit te voeren maatregelen met toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en hoe deze uitgevoerd worden (doe-het-zelf of bouwbedrijf). Het tweede lid bevat daarom een opsomming van deze gegevens. Daarbij is een bewijs van de WOZ-waarde niet opgenomen, omdat de gemeente daar reeds over beschikt en die informatie dus heel eenvoudig zelf kan controleren en aan het dossier kan toevoegen.
•
Op grond van artikel 6, vierde lid, van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831), moet de gemeente bij het verlenen van de-minimissteun zich er eerst van vergewissen dat met het verlenen van deze (nieuwe) steun aan de onderneming het in artikel 3, tweede lid, van de de-minimisverordening opgenomen plafond niet wordt overschreden.
•
Het aanleveren van een foto of iets dergelijks is geen harde eis vanuit de SpUk LAI en is dus facultatief opgenomen. Het niet overnemen van deze eis houdt de administratieve last zo laag mogelijk. Echter, wanneer de doe-het-zelver de maatregel uitvoert wordt wel geadviseerd om een dergelijke eis op te nemen, omdat er in tegenstelling tot een bouwbedrijf minder zekerheid is dat de maatregel daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
•
Om het aanvraagproces te vereenvoudigen en soepeler te laten verlopen kan het gebruik maken van een aanvraagformulier verplicht worden gesteld. Het derde lid bevat hiertoe een facultatieve bepaling. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de elementen die in de aanvraagformulier kunnen worden opgenomen.
Artikel 10. Subsidieverlening[ en beslistermijn] De subsidie wordt, als de maatregelen nog niet zijn uitgevoerd, voor bepaalde tijd verleend. Binnen die tijd moet de aanvrager de maatregelen uitvoeren. In het model wordt als voorbeeld een begunstigingstermijn van 12 maanden genoemd, maar een andere termijn is ook denkbaar. Het is in elk geval belangrijk om, in verband met de verantwoording van de SpUk LAI, de einddatum van de regeling in acht te nemen. De maatregelen die vanuit de eerste tranche SpUk LAI worden betaald moeten uiterlijk 31 december 2026 zijn uitgevoerd en uitbetaald. In uitzonderlijke gevallen kan maximaal drie keer uitstel worden verleend voor maximaal één jaar (zie artikel 6, eerste lid, onderdeel c, onder 1e en tweede lid, onderdeel a, van de SpUk LAI). Voor maatregelen die vanuit de tweede tranche worden betaald geldt dat deze uiterlijk 31 december 2027 moeten zijn uitgevoerd en uitbetaald. In uitzonderlijke gevallen kan ook hierbij maximaal drie keer uitstel worden verleend voor maximaal één jaar (zie artikel 6, eerste lid, onderdeel c, onder 2e en tweede lid, onderdeel b, van de SpUk LAI). De einddatum van de subsidieregeling moet hier dus voor liggen om ook tijdig de betalingen te voldoen. In 2025 komt er nog een nieuwe tranche met nieuwe einddatum. Houd hier rekening mee bij het definitief bepalen van de einddatum van de subsidieregeling.
In artikel 8, tweede lid, van de Model-ASV is een beslistermijn opgenomen. Op grond van het derde lid van deze bepaling kan bij subsidieregeling van die termijn worden afgeweken. Het facultatieve tweede lid van het model voorziet hierin. Als hier gebruik van wordt gemaakt, dan dient die grondslag (artikel 8, derde lid) ook in de aanhef opgenomen te worden. Ook zal hierop een toelichting gegeven moeten worden. Artikel 11. Weigering, lagere vaststelling of intrekking
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10/13
In artikel 9 van de Model-ASV zijn al weigeringsgronden opgenomen. Die worden in het model dan ook niet herhaald, maar slechts aangevuld of nader geconcretiseerd. Het is van belang ook hier goed te kijken naar de eigen ASV. De opgenomen gronden zullen aan moeten sluiten bij de in de regeling opgenomen voorwaarden. Dit betekent dat als het in de modelregeling als facultatief opgenomen subsidieplafond niet wordt overgenomen, overschrijding van het subsidieplafond ook in deze bepaling niet moet worden opgenomen. Ook dienen de termijnen consistent te worden ingevuld. Als de aanvrager een GVvE is, dan vraagt dit extra aandacht in verband met de mogelijke verlening van verboden staatssteun. De belangrijkste aandachtspunten zijn: 1. Bij een GVvE, waar dus ook wooncoöperatie en/of commerciële verhuurders onderdeel zijn van de VvE, moet er rekening worden gehouden met staatssteun. 2. Voor meer informatie over bovenstaande twee punten zie de veelgestelde vraag ‘Mag ik woningen met een beter energielabel, of die beter geïsoleerd zijn dan bedoeld in de regeling, ook aanpakken met het budget?’ 3. De Verklaring Staatssteunkaders SVVE biedt een oplossing voor mogelijke staatssteun. 4. De aanvrager en ontvanger van de subsidie is de GVvE, omdat de te treffen energiebesparende isolatiemaatregelen vrijwel altijd in het gemeenschappelijk deel plaatsvinden.
Mogelijke uitzondering zijn ramen en deuren. Het tweede lid voorziet daarom in het weigeren, lager of op nihil vaststellen, of intrekken van de subsidie als niet voldaan is aan de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831) Artikel 12. Subsidievaststelling en beslistermijn In het model is gekozen voor de route subsidieverlening en ambtshalve vaststelling bij een subsidieaanvraag vóór uitvoering van de maatregel. Door de keuze voor een ambtshalve vaststelling hoeft de inwoner niet apart een verzoek tot subsidievaststelling in te dienen. Wel is een melding nodig, zodat de gemeente weet dat zij de realisatie kan komen controleren. Bij een subsidieaanvraag nadat de maatregel is uitgevoerd is gekozen voor de route van directe subsidievaststelling. De twee routes zorgen voor de laagste administratieve last voor zowel inwoner als gemeente, maar wel met een acceptabel financieel risico voor de gemeente. Juridisch gezien is er namelijk een belangrijk verschil tussen subsidieverlening en subsidievaststelling. Een subsidieverlening biedt de gemeente de mogelijkheid om aanvullende voorwaarden te stellen in de verleningsbeschikking. Dit is wenselijk als inwoners een aanvraag doen vóórdat de maatregel wordt uitgevoerd. Directe subsidievaststelling vóórdat de maatregel is uitgevoerd is ook mogelijk, maar verplicht de gemeente ook tot uitbetaling.
Het wordt daarom uit financieel oogpunt niet geadviseerd, om te werken met directe subsidievaststelling bij een subsidieaanvraag vóórdat de maatregelen zijn uitgevoerd. Let op: in de ASV van jouw gemeente is vaak een maximumbedrag opgenomen tot waar er direct vastgesteld kan worden vóórdat de te subsidiëren activiteiten zijn uitgevoerd. Advies is om hoofdstuk 5 van de Handreiking basisbeginselen subsidierecht van de VNG door te nemen. Het model voorziet in een expliciete afwijking van de Model-ASV. Artikel 13. Uitbetaling Door de mogelijkheid van directe betaling aan het bouwbedrijf op verzoek van de aanvrager hoeft de aanvrager het bedrag niet voor te schieten. De aanvrager kan de verleningsbeschikking dan aan het bouwbedrijf overhandigen als bewijs dat de subsidie aan het bouwbedrijf wordt uitgekeerd na uitvoering. Gezien de doelgroep van deze regeling is dit wenselijk. Echter, wanneer het bouwbedrijf een aanbetaling vraagt, zal er door aanvrager alsnog een deel voorgeschoten moeten worden. De
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11/13
gemeente kan ervoor kiezen om te werken met voorschotten vóór uitvoering van de maatregel(en). Advies is om dit bij uitzondering toe te passen en alleen op verzoek. Dit kan gerealiseerd worden door bij een subsidieaanvraag vóór uitvoering van de maatregel ervoor te kiezen om in de verleningsbeschikking op verzoek een voorschot tot 100% op te nemen. Het tweede lid bevat hiervoor een facultatieve bepaling. Aandachtspunt is dat de ASV van jouw gemeente deze mogelijkheid biedt. Terugvordering kan gerealiseerd worden wanneer er niet wordt voldaan aan de eisen uit de verleningsbeschikking. Houd hierbij in het achterhoofd dat terugvorderen in theorie een groot verschil kan geven ten opzichte van de praktijk.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12/13
Mogelijke onderdelen aanvraagformulier: a. naam, adres, postcode en woonplaats van de aanvrager; b. het eigendomsbewijs (akte van levering) van de woning als de aanvrager nog niet woont op het adres waar subsidie voor wordt aangevraagd; c. het emailadres en eventueel telefoonnummer van de aanvrager; d. het energielabel van de woning te vinden op https://www.energielabel.nl/woningen/zoek-je-energielabel/; e. de WOZ waarde van de woning per 1-1-2022 te vinden op https://www.wozwaardeloket.nl/. f. zie https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/svve/aanvraagproces voor aanvullingen wanneer een GVvE de aanvrager is. g. een beschrijving van de twee bouwdelen die niet of slecht geïsoleerd zijn. Dit is enkel van toepassing als er geen energielabel aanwezig is; h. de datum van de subsidieaanvraag; i. het jaar van uitvoering; j. bij een subsidieaanvraag vóór uitvoering van de maatregel: 1. Een offerte of opdrachtbevestiging van het bouwbedrijf voor de maatregelen waar subsidie voor wordt gevraagd met hieraan toegevoegd (wanneer onvoldoende gespecificeerd op de offerte of opdrachtbevestiging) een toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en wanneer van toepassing de kenmerken van de energiezuinige ventilatiemaatregel. 2.
Bij een doe-het-zelver een uitleg van de totale kosten inclusief een toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en wanneer van toepassing de kenmerken van de energiezuinige ventilatiemaatregel. k. bij een subsidieaanvraag na uitvoering van de maatregel: 1. Een factuur van het bouwbedrijf voor de maatregelen waar subsidie voor wordt gevraagd met hieraan toegevoegd (wanneer onvoldoende gespecificeerd op de offerte) een toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en wanneer van toepassing de kenmerken van de energiezuinige ventilatiemaatregel. 2. Bij een doe-het-zelver een factuur of kassabon voor de maatregelen waar subsidie voor wordt aangevraagd met hieraan toegevoegd (indien onvoldoende gespecificeerd op de factuur of kassabon) een toelichting op de isolatiewaarde en aantal m2 en wanneer van toepassing de kenmerken van de energiezuinige ventilatiemaatregel. Aangevuld met foto’s dat de maatregelen daadwerkelijk in de woning zijn uitgevoerd. l. de betalingsgegevens van aanvrager of de betalingsgegevens van het bouwbedrijf wanneer er voor directe uitbetaling aan het bouwbedrijf wordt gekozen; m. het certificaat Training Natuurvrij Maken (Isolatiebedrijf - Natuurvriendelijk isoleren) wanneer de energiebesparende isolatiemaatregel door een bouwbedrijf worden uitgevoerd en de maatregelen onder de regelgeving inzake natuurbescherming vallen; n.
een handtekening, waarmee men zich tevens bekend en akkoord verklaart met de subsidievoorwaarden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13/13