A8 - VNG - Ledenbrief Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie D454112
Tekst van het document
Wannee, Helen Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
VNG <info@vng.nl> maandag 24 februari 2025 13:41 Gemeente Brummen Lbr. 25/012 - Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie
Lees online | Gegevens wijzigen
Lbr. 25/012 - Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie 24 februari 2025
Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij bieden wij u de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie van de VNG aan. Volledige brief
Contact
Afmelden
vng.nl
Gegevens wijzigen
Dit bericht is verzonden door de VNG. Lees onze proclaimer.
1
Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie Brief
Gerelateerde onderwerpen Energietransitie, Recht, Verduurzaming gebouwde omgeving, Modelverordeningen
maandag 24 februari 2025
Ledenbrief nummer Lbr. 25/012 Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij bieden wij u de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie van de VNG aan.
Volledige brief Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie (149kB)
Bijlage(n)
Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie met algemene en artikelsgewijze toelichting (nieuw model, november 2024, 338kB) Implementatiehandleiding bij de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie (nieuw model, november 2024): Nadere toelichting van de te maken keuzes en instructies voor de toepassing van de regeling (308kB)
Aan de leden
Datum
24 februari 2025 Ons kenmerk
U202500094 Lbr. 25/012 Telefoon
070 3738393
Onderwerp
Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie
Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij bieden wij u de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie van de VNG aan. Aanleiding In deze ledenbrief informeren wij u over de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie. Deze nieuwe modelregeling kan gevolgen hebben voor beleid en uitvoering bij gemeenten. Achtergrond Vanuit het ministerie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is voor gemeenten een specifieke uitkering beschikbaar gesteld om bij te dragen aan het verduurzamen van slecht geïsoleerde koopwoningen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Het betreft woningen van eigenaar-bewoners en woningen in (gemengde) verenigingen. Deze uitkering en de daaraan verbonden voorwaarden zijn opgenomen in de ‘Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties’ (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047844&z=2024-06-28&g=2024-06-28). Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is, op verzoek van gemeenten en in samenspraak met een klankbordgroep van gemeenten, de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie opgesteld. Deze regeling sluit aan bij de VNG Model Algemene subsidieverordening.
Met de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie kunnen gemeenten zelf op lokaal niveau een subsidiestelsel vormgeven waarmee zij inwoners kunnen ondersteunen bij het isoleren van hun woning en het treffen van energiezuinige ventilatiemaatregelen. Het model is zo opgesteld dat
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
vng.nl
gemeenten hiermee ook voldoen aan de verantwoordingseisen die verbonden zijn aan het verkrijgen van de specifieke uitkering van het rijk. Gemeenten hebben zelf de keuze om wel of geen gebruik te maken van de specifieke uitkering. Bijlagen Deze ledenbrief bevat 2 bijlagen: Bijlage 1 - Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie met algemene en artikelsgewijze toelichting (nieuw model, november 2024). Bijlage 2 – Implementatiehandleiding bij de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie (nieuw model, november 2024): Nadere toelichting van de te maken keuzes en instructies voor de toepassing van de regeling. De Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie (nieuw model, november 2024), opgemaakt in Word 2.0-format (GVOP/DROP) voor publicatie, zonder toelichting, volgt nog. Zodra deze beschikbaar is, wordt deze toegevoegd bij de ledenbrief. Meer informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (https://www.decentraleregelgeving.nl/#.). De VNG modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Vragen Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG, via 0703738393 of e-mail: info@vng.nl. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie (nieuw model 20 februari 2025) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 2. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 6. - [(tekst)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 8, vierde lid - Ook zijn er combinaties mogelijk. Zie bijvoorbeeld artikel 6 voor een facultatief artikel waarbij, als ervoor wordt gekozen het over te nemen, ook nog iets (het bedrag van het subsidieplafond) ingevuld dient te worden. Waardevolle achtergrondinformatie, tips en aandachtspunten bij het invullen van dit model vind je in de implementatiehandleiding. Neem dit document goed door. Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de [naam gemeente] tot vaststelling van de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie [naam gemeente, eventueel jaartal] Het college van burgemeester en wethouders van [naam gemeente]; gelet op de artikelen 3, 4, tweede lid, [5, eerste lid, ]6, vierde lid, 7, vierde lid, [8, derde lid, ]artikel 14, derde lid, 15, derde lid en 16, derde lid, van de [titel ASV van de gemeente]; besluit vast te stellen de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie [naam gemeente, eventueel jaartal]: Artikel 1.
Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - appartementsrecht: appartementsrecht als bedoeld in artikel 106, vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; - bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente [gemeentenaam]; - doe-het-zelver: eigenaar-bewoner die één of meer energiebesparende isolatiemaatregelen eventueel in combinatie met een energiezuinige ventilatiemaatregel uitvoert of laat uitvoeren zonder tussenkomst van een bouwbedrijf; - eigenaar-bewoner: natuurlijk persoon die: a. een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben; b. gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van dat appartement zal hebben; c. zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben in een woning van een wooncoöperatie en in verband daarmee lid is van die wooncoöperatie; of d.
op basis van zijn lidmaatschap van een woonvereniging het recht heeft om in een woning te wonen en daarin zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vng.nl
- energielabel: energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; - energiebesparende isolatiemaatregel: energiebesparende isolatiemaatregel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a; - energiezuinige ventilatiemaatregel: energiezuinige ventilatiemaatregel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b; - GVvE: gemengde vereniging van eigenaars, zijnde een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, ten behoeve van één of meerdere gebouwen waarin zich naast één of meer verhurende eigenaars ten minste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt. - ISDE: investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing als bedoeld in titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies; - slecht geïsoleerde woning: woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen, gelet op de criteria uit bijlage 1, niet of slecht geïsoleerd zijn: 1. de vloer en de bodem; 2. de gevel, waaronder de spouwmuur; 3. het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; 4.
de ramen, panelen in kozijnen en deuren, daaronder begrepen een woning die deel uitmaakt van een slecht geïsoleerd gebouw waarvoor een vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bestaat en die grenst aan een slecht geïsoleerd bouwdeel waarvoor een maatregel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, wordt getroffen; - SVVE: Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars; - VvE: vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, ten behoeve van één of meerdere gebouwen waarin zich uitsluitend woningen van eigenaar-bewoners bevinden; - wooncoöperatie: wooncoöperatie als bedoeld in artikel 18a, van de Woningwet; - woonvereniging: vereniging die eigenaar is van één of meer gebouwen en waarvan de leden het recht hebben om in een bepaalde woning die onderdeel uitmaakt van dat gebouw of die gebouwen te wonen. Artikel 2. Doelgroep van de subsidie [1.] Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaar-bewoners, VvE’s en GVvE’s, met een slecht geïsoleerde woning of slecht geïsoleerde woningen op het grondgebied van de gemeente [gemeentenaam] met een WOZ-waarde van maximaal [bedrag] op 1 januari 2022. [2.
De in het eerste lid genoemde maximale WOZ-waarde is niet van toepassing op maximaal [(20%)] van de van een VvE of GVvE deel uitmakende woningen.] Artikel 3. Staatssteun Bij verstrekking van een subsidie aan een GVvE wordt toepassing gegeven aan de deminimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831). Artikel 4. Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen 1. Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor een op of na [(ingangsdatum subsidieregeling)] uitgevoerde: a. energiebesparende isolatiemaatregel die voldoet aan de minimale isolatiewaarden en minimale
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/11
m2 eisen zoals omschreven in de ISDE. Voor VvE’s en GVvE’s gelden de minimale isolatiewaarden en minimale m2 eisen zoals omschreven in de SVVE. [Als de energiebesparende isolatiemaatregel bedrijfsmatig wordt uitgevoerd en onder de wetgeving op natuurbescherming valt, moet het bedrijf dat de werkzaamheden uitvoert de Training Natuurvrij Maken hebben gevolgd en beschikken over het daarbij behorende certificaat]; of b. energiezuinige ventilatiemaatregel die voor de eerste keer wordt aangelegd. Het gaat om een systeem voor een CO2 gestuurde ventilatie of een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%. Deze maatregel komt alleen voor subsidie in aanmerking als deze wordt gecombineerd met minimaal één energiebesparende isolatiemaatregel uit onderdeel a. 2. Het college kan van de in het eerste lid, onder a, bedoelde minimale m2 eisen afwijken als hier niet aan kan worden voldaan omdat het een zeer kleine woning betreft. Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Voor subsidie komen de in redelijkheid gemaakte kosten inclusief btw in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 4. Als de maatregel door een doe-het-zelver wordt uitgevoerd, dan tellen de gemaakte uren niet mee als kosten. Artikel 6.
Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt [percentage] van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen en ten hoogste [bedrag]. Dit bedrag geldt in het geval van een VvE of GVvE per appartementsrecht. [Artikel 7. Subsidieplafond 1. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4 geldt een subsidieplafond van [bedrag]. 2. Voor subsidieverstrekking voor zeer kleine woningen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, geldt aanvullend dat maximaal 10% van het subsidieplafond voor maatregelen aan deze woningen wordt verstrekt.] [Artikel 8. Wijze van verdeling 1. Verstrekking van subsidie vindt plaats op de volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt. 2. Als de aanvrager een incomplete aanvraag aanvult, dan geldt als ontvangstdatum de datum waarop de aanvullende informatie is ontvangen. 3. Als het subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van een aantal aanvragen met dezelfde ontvangstdatum, dan worden deze aanvragen door middel van een loting gerangschikt.] Artikel 9. Aanvraag 1. Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend vanaf [ingangsdatum subsidieregeling] tot en met [einddatum subsidieregeling].
Een subsidieaanvraag voor maatregelen die al zijn uitgevoerd wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid van de [titel ASV van de gemeente], ingediend binnen [(24)] maanden na uitvoering van de maatregelen, maar uiterlijk [einddatum subsidieregeling]. 2. De aanvraag wordt, in afwijking van artikel 6 van de [titel ASV van de gemeente], voorzien van: a. het adres van de woning, of in geval van een VvE of GVvE de adressen van de woningen, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. bewijsstukken waaruit blijkt dat sprake is van een slecht geïsoleerde woning of slecht geïsoleerd gebouw;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/11
c. een omschrijving van de te treffen maatregel(en), bedoeld in artikel 3, met een specificatie van de isolatiewaarde, het aantal m2 en hoe deze zullen worden uitgevoerd; d. een bewijs van inschrijving in het handelsregister als de maatregel(en) worden uitgevoerd door een bouwbedrijf of de mededeling dat de maatregel(en) worden uitgevoerd als doe-het-zelver; e. [een bewijs dat het bouwbedrijf de Training Natuurvrij Maken heeft gevolgd en beschikt over het daarbij behorende certificaat als de energiebesparende isolatiemaatregel(en) isolatiewerkzaamheden zoals spouwmuurisolatie, gevelisolatie van buitenaf en dakisolatie van buitenaf bedrijfsmatig worden uitgevoerd;] f. een offerte of nota van de te nemen of genomen maatregelen; g. een de-minimisverklaring dat de leden van een GVvE die geen eigenaar bewoner zijn niet meer subsidie ontvangen dan is toegestaan op grond van de de-minimisverordening; en h. [fotobewijs waaruit blijkt dat de maatregelen zijn uitgevoerd, op het moment dat de aanvraag na realisatie wordt gedaan.] 3. [De aanvraag wordt ingediend op een door het college beschikbaar gesteld (digitaal) aanvraagformulier.] Artikel 10. Subsidieverlening[ en beslistermijn] [1.] Als de aanvraag wordt ingediend vóór uitvoering van de maatregel, dan wordt een subsidie verleend voor een periode van [(12)] maanden, maar uiterlijk tot en met [einddatum subsidieregeling].
In de verleningsbeschikking staan de aanvullende voorwaarden waaraan binnen die periode moet zijn voldaan. [2. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de [titel ASV van de gemeente], wordt binnen [aantal] weken nadat de aanvraag is ingediend een besluit genomen.] Artikel 11. Weigering, lagere vaststelling of intrekking 1. De subsidie wordt, onverminderd artikel 9, van de [titel ASV van de gemeente], geweigerd lager of op nihil vastgesteld of ingetrokken als: a. er niet wordt voldaan aan de in de verleningsbeschikking vermelde voorwaarden; b. het maximale subsidiebedrag voor een woning is bereikt; c. [het subsidieplafond is bereikt;] d. voor dezelfde maatregel al eerder een subsidie is verstrekt op grond van deze subsidieregeling; e. de maatregel niet is uitgevoerd vóór [dag na einddatum subsidieregeling] of meer dan [(24)] maanden geleden is uitgevoerd; f. er is gestart met uitvoering van de maatregel vóór [ingangsdatum subsidieregeling]; of g. de maatregel verband houdt met het plaatsen van een aan- of uitbouw. 2. De subsidie aan een GVvE wordt, in aanvulling op het eerste lid, geweigerd, lager of op nihil vastgesteld of ingetrokken als niet voldaan is aan de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831). Artikel 12.
Subsidievaststelling en beslistermijn In afwijking van de artikelen 14, 15 en 16, van de [titel ASV van de gemeente] wordt de subsidie bij een subsidieaanvraag: a. vóór uitvoering van de maatregel binnen [aantal] weken na een melding dat de maatregel is uitgevoerd of nadat de verleningstermijn is verstreken; of b. na uitvoering van de maatregel gelijktijdig met de verlening, ambtshalve vastgesteld. Artikel 13. Uitbetaling
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/11
[1.] Het college betaalt de subsidie binnen [aantal weken] na de vaststelling aan de aanvrager of op verzoek van de aanvrager aan het bouwbedrijf uit. [2. Op verzoek kan het college bij de verlening besluiten de subsidie op voorschotbasis uit te betalen.] Artikel 14. Slotbepalingen 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op [ingangsdatum subsidieregeling]. 2. Deze subsidieregeling vervalt op [einddatum subsidieregeling]. 3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling lokale aanpak isolatie [naam gemeente, eventueel jaartal]. Bijlage 1: Niet of slecht geïsoleerd bouwdeel als bedoeld in artikel 1 in de definitie van slecht geïsoleerde woning Bouwdeel
Wanneer aanpakken?
Indicatie dikte of Rc of Ug-waarde
Hellend of plat dak
Geen, slechte en matige isolatie
Minder dan 9 cm aanwezig of een Rc ≤ 2,0
Zolder- of vlieringvloerisolatie
Geen zolder- of vlieringvloerisolatie aanwezig
Rc ≤ 0,5
Gevel
Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig
Rc ≤ 1,1
Vloer- of bodemisolatie
Geen of slechte vloeren bodemisolatie aanwezig
Minder dan 5 cm aanwezig, Rc ≤ 1,3
Glas
Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas
Ug waarde ≥ 1,6
Dak
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van [datum]; de secretaris, de burgemeester,
Toelichting Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie Algemeen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/11
Deze regeling strekt ertoe een lokale subsidie mogelijk te maken om slecht geïsoleerde koopwoningen te verduurzamen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Het betreft daarbij woningen van eigenaar-bewoners en woningen in (gemengde) verenigingen van eigenaars. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie sluiten aan bij de voorwaarden uit de “Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties” (hierna: SPUK-regeling), op grond waarvan de gemeente een specifieke uitkering heeft ontvangen. Dit houdt verband met de single information, single audit (SiSa) verantwoordingsplicht van de gemeente voor de op grond van die SPUK-regeling ontvangen specifieke uitkering. Bij deze regeling zijn de staatssteunregels in acht genomen. Dit is van belang nu deze regeling voorziet in de mogelijkheid van subsidieverlening aan gemengde verenigingen van eigenaars (hierna: GVvE’s). Hier maken naast eigenaar-bewoners, ook verhuurders deel van uit. Die verhuurders zijn ondernemingen in Europeesrechtelijke zin (als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)). Dit betekent dat de Europese staatsteunregels van toepassing zijn.
De regeling past daarmee binnen de voorwaarden van het Europees steunkader van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831). Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven. Artikel 1. Definities Bouwbedrijf Wil er sprake zijn van een bouwbedrijf als bedoeld in deze regeling dan zal het bedrijf als zodanig ingeschreven moeten zijn in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder de categorie Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw, Bouwinstallatie, Afwerking van gebouwen, Dakbouw en overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw of onder een vergelijkbare categorie. Inschrijving in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie in het handelsregister van een andere lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ook mogelijk. Doe-het-zelver De regeling spreekt van een doe-het-zelver als het de aanvrager zelf is die de maatregel uitvoert of laat uitvoeren door een ander die deze activiteit niet blijkens een inschrijving bij de Kamer van Koophandel bedrijfsmatig uitvoert (zie bouwbedrijf).
Eigenaar-bewoner Iemand die eigenaar is van een woning of appartementsrecht en daar ook zelf zijn hoofdverblijf heeft, of na de renovatie zijn hoofdverblijf zal hebben; wordt aangemerkt als eigenaar-bewoner. Dit geldt ook voor een lid van een wooncoöperatie of een woonvereniging, die op grond van zijn lidmaatschap het recht heeft om in een bepaalde woning te wonen en daar ook zelf zijn hoofdverblijf heeft, of na de renovatie zijn hoofdverblijf zal hebben (artikel 1, eerste lid, van de SPUK-regeling). Dit betekent dat iemand geen eigenaar-bewoner kan zijn van een tweede woning, omdat het slechts mogelijk is om op één plek hoofdverblijf te hebben (artikel 10, eerste lid, en artikel
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/11
11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). Voor een tweede woning wordt dan ook geen subsidie verleend. ISDE De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing is een landelijke subsidie voor het verduurzamen van woningen. Eigenaar-bewoners kunnen de subsidie aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). Meer informatie is te vinden op de website van de RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/woningeigenaren). Slecht geïsoleerde woning Deze definitie is overgenomen uit de SPUK-regeling. Het zal veelal gaan om oudere woningen. Het is niet waarschijnlijk dat woningen die na 1992 zijn gebouwd aan deze definitie zullen voldoen. Die woningen zouden dan namelijk niet voldoen aan het destijds geldende bouwbesluit. SVVE De Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (hierna: SVVE) is een landelijke subsidie voor het verduurzamen van woningen. Een GVvE, vereniging van eigenaars (hierna: VvE), woonvereniging of wooncoöperatie kan de subsidie aanvragen bij de RVO. Meer informatie is te vinden op de website van de RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/svve). Artikel 2. Doelgroep van de subsidie Deze bepaling regelt welke doelgroepen voor subsidieverlening op grond van deze regeling in aanmerking komen. Deze doelgroep afbakening sluit aan op de SPUK-regeling.
De maximale WOZ-waarde komt overeen met de waarde genoemd in [artikel 6, eerste lid, onder b, onder 1e en bijlage 1 van de SPUK-regeling OF artikel 6, eerste lid, onder b, onder 2e van de SPUK-regeling]. [Om te voorkomen dat binnen een VvE of GVvE discussies ontstaan omdat de waarde een beperkt deel van de woningen die deel uitmaken van het gebouw boven de maximale WOZ-waarde grens uitkomen, bevat het tweede lid een uitzondering voor deze situaties.] Artikel 3. Staatssteun Via een GVvE wordt mede subsidie verleend aan verhuurders van woningen binnen de GVvE. Deze selectieve overdracht van staatsmiddelen aan verhuurders voldoet aan de criteria die gelden voor staatssteun, als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit is toegestaan omdat deze subsidieregeling toepassing geeft aan het staatssteunkader van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831). Door opname van deze bepaling in de subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan [(artikel 4, tweede lid)], van de [titel ASV van de gemeente], dat verplicht tot opname van een verwijzing naar het Europees steunkader waar toepassing aan wordt gegeven.
Elders in deze regeling wordt hier invulling aan gegeven, door bij de aanvraag een deminimisverklaring te verplichten (artikel 9, tweede lid) en het niet voldoen aan de uit de deminimisverordening voortvloeiende eisen als grond voor weigering, lagere of nihil vaststelling of intrekkingsgrond op te nemen (artikel 11, tweede lid).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/11
Artikel 4. Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen De subsidieregeling is bedoeld als stimulans voor het realiseren van energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen. Voor maatregelen die al eerder zijn uitgevoerd is die stimulans niet nodig. Deze komen dan ook niet (achteraf) voor subsidieverlening in aanmerking. [Dit is anders voor maatregelen die zijn uitgevoerd in afwachting van de totstandkoming van deze subsidieregeling.] Om te kunnen spreken van een daadwerkelijke effectieve bijdrage aan de verduurzaming zijn, in overeenstemming met de SPUK- regeling, een aantal minimale eisen geformuleerd waaraan de maatregelen moeten voldoen. De opgenomen eisen zorgen er ook voor dat de gemeente de besteding van de specifieke uitkering op een juiste wijze kan verantwoorden. Doordat deze eisen overeenstemmen met de eisen uit titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de SVVE, kunnen aanvragers ook een beroep doen op deze subsidieregelingen. Om te bepalen of voldaan zal worden aan de gestelde eisen is het aan te bevelen om vooraf het isolatiemateriaal voor het betreffende bouwdeel of de glaskwaliteit te toetsen aan de hand van de meldcode lijsten van de ISDE (www.rvo.nl/isde). [Een aantal specifieke isolatiemaatregelen kunnen in conflict komen met de faunabescherming.
Denk hierbij aan de gevolgen van het isoleren van de spouwmuur of het dak voor huismussen, gierzwaluwen of vleermuizen. Daarom geldt bij uitvoering van deze maatregelen de aanvullende eis om voor subsidie in aanmerking te komen dat het bedrijf dat de maatregelen uitvoert is getraind en gecertificeerd door Natuurvriendelijk isoleren (https://www.natuurvriendelijkisoleren.nl/).] In het tweede lid is een uitzondering opgenomen op de minimum m2 oppervlakte eis voor zeer kleine woningen. Het gaat hierbij om woningen waarbij vanuit technisch oogpunt niet aan de minimum oppervlakte eis kan worden voldaan. Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Niet alle kosten die verbonden kunnen worden aan het treffen van energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen komen voor subsidieverlening in aanmerking. Alleen de kosten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van de maatregel kunnen voor subsidieverlening in aanmerking komen. Dan gaat het om materiaalkosten en het door een bouwbedrijf in rekening gebrachte uurloon. Het moet bovendien gaan om redelijke kosten. Dat betekent dat de kosten marktconform moeten zijn. Kosten die niet direct verband houden met het treffen van de maatregelen, zoals kosten voor tijdelijke vervangende woonruimte, komen niet voor subsidieverlening in aanmerking. Dit geldt ook voor het uurloon van een doe-het-zelver.
Artikel 6. Hoogte van de subsidie De subsidieregeling is bedoeld als stimulans. Niet alle kosten die op grond van artikel 5 in aanmerking komen voor subsidieverlening worden ook gesubsidieerd. Het gaat om [percentage] van de kosten. Het subsidiebedrag is gemaximeerd tot [bedrag]. Bij een VvE of GVvE is dit bedrag per appartementsrecht. [Het bedrag sluit aan bij het bedrag dat de gemeente op grond van de SPUK-regeling maximaal [vergoed krijgt OF maximaal ontvangt per slecht geïsoleerde woning].] [Artikel 7. Subsidieplafond
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/11
In dit artikel is een subsidieplafond vastgelegd. Het subsidieplafond sluit aan bij de door de gemeente op grond van de SPUK-regeling verkregen uitkering en de daaraan verbonden verantwoordingseisen.] [Artikel 8. Wijze van verdeling Deze regeling beoogt op een effectieve en efficiënte manier bij te dragen aan de het Nationaal Isolatieprogramma. Daarbij is het van belang dat projecten die aan de gestelde criteria voldoen snel gesubsidieerd worden. Een aanvullende weging van aanvragen waarbij de beoogde maatregelen voldoen aan de criteria past niet bij deze uitgangspunten. Deze subsidieregeling kent daarom een verdeling systematiek van wie het eerst komt wie het eerst maalt. In verband met het gehanteerde subsidieplafond geldt het moment dat de aanvraag daadwerkelijk compleet is ontvangen als het moment van ontvangst. In artikel 9 zijn eisen gesteld aan de compleetheid van de aanvraag. Dit artikel bepaalt welke informatie de aanvraag moet bevatten om te kunnen spreken van een complete aanvraag die beoordeeld kan worden. [Dit betekent dat het aanvraagformulier volledig moet zijn ingevuld en voorzien moet zijn van alle noodzakelijke bijlagen.] Zolang de stukken nog niet in het bezit van het college zijn, bijvoorbeeld omdat de post vertraagd is, zijn deze niet daadwerkelijk ontvangen.
Als er op een dag meer complete aanvragen zijn ontvangen dan waarvoor binnen het subsidieplafond subsidie beschikbaar is, dan wordt door loting een rangorde bepaald. De aanvraag met de hoogste rangorde wordt eerst gehonoreerd, net zo lang tot het moment dat de beschikbare subsidiegelden op zijn. De overige aanvragen worden (gedeeltelijk) afgewezen op grond van het bereiken van het subsidieplafond.] Artikel 9. Aanvraag Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf [ingangsdatum subsidieregeling] tot en met [einddatum subsidieregeling]. Aanvragen die buiten deze periode worden ingediend komen niet voor subsidie in aanmerking en worden daarom afgewezen. Een aanvraag kan ook worden ingediend nadat de maatregelen al zijn uitgevoerd. Dit moet dan wel binnen [(24)] maanden na uitvoering van de maatregelen en uiterlijk [einddatum subsidieregeling]. Dit wijkt af van de in artikel 7, derde lid, van de [titel ASV van de gemeente] opgenomen eis dat aanvragen moeten worden ingediend voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Om de aanvraag te kunnen beoordelen moeten de juiste gegevens volledig worden aangeleverd. Het artikel stelt daarom eisen aan de aanvraag. Deze eisen wijken (deels) af van de in artikel 6, van de [titel ASV van de gemeente] opgenomen eisen.
Voor de overzichtelijkheid zijn alle eisen opgenomen in deze bepaling. De gegevens maken het ook mogelijk voor het college om te voldoen aan de uit de SPUK-regeling voortvloeiende verantwoordingseisen en de uit artikel 6, vierde lid, van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831) voortvloeiende vergewisplicht in relatie tot staatssteun. [Voor het doen van een aanvraag moet gebruik worden gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier. Dit draagt bij aan het voorkomen van onvolledige aanvragen. Het maakt het beoordelen de ingediende aanvragen ook eenvoudiger, omdat ze allemaal met hetzelfde format worden ingediend.]
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/11
Artikel 10. Subsidieverlening[ en beslistermijn] Als de aanvraag wordt ingediend voordat de te subsidiëren maatregelen zijn uitgevoerd wordt de subsidie voor een periode van [(twaalf)] maanden, maar uiterlijk tot en met [einddatum subsidieregeling] verleend. De aanvrager heeft dan de tijd om de beoogde maatregelen, met gebruikmaking van de verleende subsidie, binnen deze periode uit te voeren. De termijn van [(12)] maanden wordt hierbij als realistisch beschouwd. In verband met de op grond van de SPUKregeling af te leggen verantwoording moeten de maatregelen ook voor [einddatum subsidieregeling] zijn uitgevoerd. In de verleningsbeschikking worden aanvullende voorwaarden opgenomen over de manier waarop de aanvrager aan moet tonen dat hij de maatregelen ook uitgevoerd heeft. Zo kan er een voortgangsrapportage verlangd worden of foto’s van de realisatie van de maatregel. Na afloop van de termijn wordt de subsidie, op basis van de door de aanvrager aangeleverde informatie, vastgesteld. Op het moment dat niet (op tijd) aan de voorwaarden wordt voldaan wordt de subsidie op nihil vastgesteld (zie ook artikel 11). [De beslissing op de aanvraag wordt genomen binnen de in artikel 8, tweede lid, van de [titel ASV van de gemeente] genoemde termijn. OF Het tweede lid, bevat een van artikel 8, tweede lid, van de [titel ASV van de gemeente] afwijkende beslistermijn.
Dit is omdat […].] Als de aanvraag niet compleet is, dan wordt er een mogelijkheid geboden om de aanvraag aan te vullen, waarbij deze beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan worden opgeschort. Wanneer het niet mogelijk is om het besluit binnen de termijn te nemen dan kan de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden verlengd, waarbij de aanvrager schriftelijk over deze verlening wordt geïnformeerd. Artikel 11. Weigering, lagere vaststelling of intrekking Eerste lid De subsidieaanvraag wordt afgewezen als niet is voldaan aan de voorwaarden om voor subsidieverlening in aanmerking te komen. In de subsidieverleningsbeschikking kunnen aanvullende voorwaarden worden opgenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van de verantwoording van de besteding (zoals het maken van foto’s of het rapporteren over de voortgang). Op het moment dat de aanvraag incompleet is kan de subsidieaanvraag, na een geboden hersteltermijn om de aanvraag alsnog compleet te maken, ook buiten behandeling worden gelaten (artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht). [Op het moment dat het subsidieplafond is bereikt wordt een aanvraag op deze grond afgewezen (zie de artikelen 7 en 8).] De subsidie voor een bepaalde maatregel wordt slechts eenmaal verstrekt. De aanvraag en uitvoering moeten ook binnen het opgenomen tijdvak worden gerealiseerd.
Dit in verband met de verantwoordingsplicht van de gemeente van de besteding van de op grond van de SPUK-regeling ontvangen uitkering. De subsidie is niet bedoeld voor het realiseren van een aan- of uitbouw. Dat deze aan- of uitbouw een gunstig effect heeft op de isolatiewaarde van bijvoorbeeld een gevel, maakt niet dat een voorgenomen project op grond van deze regeling voor subsidieverlening in aanmerking komt. Mocht achteraf blijken dat niet aan de voorwaarden is voldaan, dan volgt intrekking van de verleningsbeschikking of vaststellingsbeschikking.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10/11
Tweede lid Omdat bij een GVvE ook verhuurders deel uitmaken van de vereniging gelden hier aanvullende voorwaarden. Deze voorwaarden moeten voorkomen dat de subsidieverlening aan deze verhuurders kan worden aangemerkt als het verlenen van ongeoorloofde staatssteun. Artikel 12. Subsidievaststelling en beslistermijn Een subsidieaanvraag kan worden ingediend voor of nadat de maatregel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd is uitgevoerd (zie artikel 9). Deze bepaling regelt de beslistermijnen voor beide situaties. Aanvraag voor uitvoering De subsidie wordt binnen [aantal] weken na een melding daartoe door de aanvrager of het verstrijken van de in het verleningsbesluit genoemde begunstigingstermijn (de termijn waarbinnen de maatregel uitgevoerd moet worden) ambtshalve vastgesteld. Aanvraag na uitvoering Op een subsidieaanvraag voor maatregelen die al zijn uitgevoerd, volgt binnen [aantal] weken een besluit tot verlening en gelijktijdige vaststelling van de subsidie. Ook in deze situatie zijn de hiervoor genoemde mogelijkheden tot opschorting en verlening van de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel 13. Uitbetaling De subsidie wordt in beginsel uitbetaald aan de aanvrager, maar kan op verzoek van de aanvrager ook worden uitbetaald aan het bouwbedrijf dat de maatregel heeft uitgevoerd of zal uitvoeren.
De aanvrager blijft altijd, ook bij uitbetaling aan het bouwbedrijf, zelf verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de maatregel. [Het tweede lid regelt de mogelijkheid om op verzoek een voorschot te verstrekken. De aanvrager hoeft hiermee niet zelf voor voorfinanciering te zorgen van de te treffen maatregel. Vooral bij grotere subsidiebedragen, waar via een VvE of GVvE meerdere woningen betrokken zijn, kan dit belangrijk zijn om de maatregel gerealiseerd te krijgen. Uit het feit dat een voorschot op verzoek kan worden verstrekt volgt dat er een individuele afweging gemaakt wordt tussen de noodzaak van voorschotverlening om de maatregel gerealiseerd te krijgen en het belang dat is gelegen in het voorkomen dat de subsidie wordt uitbetaald zonder dat de maatregel gerealiseerd worden en deze daarom achteraf teruggevorderd moet worden.] Bijlage 1: Niet of slecht geïsoleerd bouwdeel als bedoeld in artikel 1 in de definitie van slecht geïsoleerde woning De in deze bijlage opgenomen waarden zijn overgenomen uit de toelichting bij de SPUK-regeling en bepalen wanneer sprake is van een slecht geïsoleerd bouwdeel (Stcrt. 2023, 3877, p. 29-30).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11/11
Implementatiehandleiding bij de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie (nieuw model 20 februari 2025) Inleiding Deze implementatiehandleiding ondersteunt gemeenten bij het opstellen van een Subsidieregeling lokale aanpak isolatie op basis van de VNG Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie. De handleiding geeft een toelichting op keuzemogelijkheden die gemeenten hebben om in het kader van de “Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties” (hierna SpUk LAI) een subsidieregeling op te stellen en uit te voeren. Het model is gebaseerd op de SpUk LAI zoals gewijzigd op 27 juni 2024 (Stcrt. 2024, 20127). Afhankelijk van de bevoegdheden die in Algemene Subsidieverordening van de gemeente zijn opgenomen kan het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) een subsidieregeling vaststellen en daarbij een subsidieplafond opnemen. Als de Algemene Subsidieverordening hiervoor geen grondslag biedt, kan de gemeenteraad een specifieke Subsidieverordening vaststellen. In dat geval kunnen de modelbepalingen uit de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie ter inspiratie dienen voor de op te stellen verordening.
(Zie voor meer informatie hierna bij de grondslagen van de regeling.) Deze handleiding helpt bij het maken van de keuzes en het consequent doorvoeren van gemaakte keuzes in de subsidieregeling. Ook geeft de handleiding een toelichting op bij het opstellen van het model gemaakte keuzes. In de handleiding worden eerst enige algemene punten toegelicht. Vervolgens worden de grondslagen en de artikelen, waar nodig, artikelsgewijs behandeld. Algemeen Het model is nadrukkelijk geen uniform landelijk model voor de Lokale Aanpak Isolatie. De subsidieregeling kan in iedere gemeente verschillen op basis van lokaal maatwerk. Het model bevat een aantal opties, maar gemeenten hebben de mogelijkheid om op lokaal niveau andere keuzes te maken. In geld of in natura De model subsidieregeling voorziet uitsluitend in een uitkering in geld. De gemeente kan er ook voor kiezen om in plaats van in geld, in natura uit te keren door zelf maatregelen uit te (laten) voeren of goederen te (laten) verstrekken. •
Een gemeente kan ervoor kiezen om zelf als opdrachtgever op te treden in plaats van de eigenaar-bewoner of Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) en zo aanvragers ontzorgen. Met de gemeente als opdrachtgever hoeft de aanvrager niet zelf offertes aan te vragen en een aanbieder te vinden. In plaats daarvan komt de gemeente samen met het isolatiebedrijf langs. Wanneer de gemeente als opdrachtgever optreedt is er sprake van een overheidsopdracht en is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing. Voor een gedetailleerd verschil tussen een subsidie en overheidsopdracht wordt verwezen naar het kenniscentrum Europa decentraal. Wanneer er wordt gekozen voor een overheidsopdracht is er sprake van een zogeheten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vng.nl
•
‘subsidie in natura’ en zijn er diverse juridische aandachtspunten. Hiervoor heeft de VNG een quickscan laten uitvoeren. Voor doe-het-zelvers kan er gewerkt worden met een voucher of cadeaubonnen systeem. Er zijn verschillende partijen in de markt die dit aanbieden. Ook op de keuze voor een of meer van deze partijen bij wie de vouchers ingeleverd kunnen worden zijn de aanbestedingsregels van toepassing. In het model is dit verder niet uitgewerkt, omdat het op vele artikelen invloed heeft en dit de leesbaarheid niet ten goede komt.
De natura varianten zijn juridisch complexer om te implementeren. Gelet op de rijksbijdrage die per woning beschikbaar is, is het aan de gemeente om af te wegen of deze uitvoeringslasten opwegen tegen de mogelijke voordelen voor de aanvragers. De rijksbijdrage die via de gemeente kan worden doorgegeven zal ook niet kostendekkend kunnen zijn, maar slechts een tegemoetkoming bieden in de werkelijke kosten die eigenaar-bewoner of VvE heeft te maken om het gebouw te isoleren. Bovendien kan een eigenaar-bewoner een beroep doen op de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (hierna: ISDE), bedoeld in titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en kan een VvE een beroep doen op de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (hierna: SVVE). In het model zijn de naturavarianten daarom niet uitgewerkt. Opgemerkt zij dat gemeenten ook een beroep kunnen doen op de ISDE (zie hierna onder andere beleidsterreinen). Het voucher of cadeaubonnen systeem zou ook benut kunnen worden voor invulling van de op grond van artikel 3, derde lid, van de SpUk LAI aan te vragen aanvullende uitkering. Hiervoor gelden namelijk andere regels voor de besteding (artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de SpUk LAI), hetgeen ook vertaald is in afwijkende verantwoordingseisen (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, van de SpUk LAI).
Inzet eigen middelen Het model is opgesteld vanuit het doel om te voldoen aan de maatregelen en (verantwoordings)eisen die de SpUk LAI stelt aan het subsidiëren van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in combinatie met energiezuinige ventilatiemaatregelen. Wanneer de gemeente naast de SpUk LAI ook eigen financiële middelen inzet, kunnen bijvoorbeeld de te subsidiëren maatregelen worden uitgebreid of kunnen er andere eisen aan de verantwoording worden gesteld. Andere beleidsterreinen Tot slot nog enige algemene informatie in relatie tot andere beleidsterreinen waarmee de regeling raakvlakken kan hebben. Deze informatie is overigens niet uitputtend bedoeld en het is goed om bij de voorbereiding van het opstellen en implementeren van deze regeling contact te zoeken met medewerkers op andere beleidsterreinen binnen de gemeente om te kijken of er wellicht andere (lokale) initiatieven zijn waarbij kan worden aangehaakt. •
•
Een eventuele isolatiesubsidie aan een bijstandsgerechtigde heeft geen invloed op de omvang van de bijstand. Zie subsidieregeling voor isolatie in relatie tot de participatiewet voor een gedetailleerde toelichting. Het stellen van inkomensgrenzen voor isolatiesubsidie is geen ongeoorloofd inkomensbeleid. Zie subsidieregeling voor isolatie in relatie tot de participatiewet voor een gedetailleerde toelichting.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/13
•
•
•
Als gemeente kun je naast subsidie ook rekening houden met de aantrekkelijke financieringsmogelijkheden van het Nationaal Warmtefonds. Het gaat hier om: 1. De energiebespaarlening: een reguliere lening, die ook beschikbaar is voor VVE’s. 2. De energiebespaarlening met 0% rente: een reguliere lening met 0% rente. 3. De energiebespaarlening met combinatielening: speciale lening die eigenaar-bewoners met beperkte of geen leenruimte toch in staat stelt om verduurzamingsmaatregelen te treffen. Klik hier voor de voorwaarden van deze drie varianten. Op energiebesparende isolatiemaatregelen zoals spouwmuurisolatie, gevelisolatie van buitenaf en dakisolatie van buitenaf is de natuurbeschermingswetgeving uit de Omgevingswet en aanverwante regelgeving van toepassing. Vraag bij de provincie na welke isolatiemaatregelen eveneens hieronder vallen. Dit betekent dat deze maatregelen alleen mogen worden uitgevoerd als: a. er vooraf wordt onderzocht door een vakbekwame ecoloog of er sprake is van een verboden handeling (artikel 11.47, van het Besluit activiteiten leefomgeving) zoals het verstoren of doden van vleermuizen of het vernielen of verstoren van voortplantings- of rustplaatsen (verblijfplaatsen zoals in spouwmuren of daken van gebouwen).
In dat geval mogen de isolatiewerkzaamheden alleen plaatsvinden met een omgevingsvergunning floraen fauna activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet; b. er sprake is van een gebiedsdekkende ontheffing van de provincie onder de Wet natuurbescherming (zoals van toepassing tot 31 december 2023) of een omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit onder de Omgevingswet op basis van een aanpak of soortenmanagementplan van de gemeente; of c. bovenstaande toestemmingen niet zijn verkregen of kunnen worden verkregen, maar de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd volgens de tijdelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren zoals beschreven in de kamerbrief van 4 oktober 2023 en 22 december 2023. Deze tijdelijke aanpak en de voorwaarden staan op de website www.natuurvriendelijkisoleren.nl en https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/nationaalisolatieprogramma/landelijke-aanpak-natuurvriendelijk-isoleren. Sinds 1 februari 2024 is het voor de ISDE als gemeente ook mogelijk om deze te ontvangen, zie https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/gemeenten. Dit biedt aanvullende mogelijkheden voor gemeenten om inwoners in het subsidieproces te ontzorgen.
Grondslagen van de regeling Bij het opstellen van de regeling is het noodzakelijk oog te hebben voor de bevoegdheidsvraag om de regeling op mogen te stellen (de grondslag van de regeling). Wanneer het gaat om het opstellen van een subsidieregeling dan is de gemeenteraad bevoegd om op grond van de gemeentelijke autonome verordenende bevoegdheid een subsidieverordening vast te stellen (artikel 149 van de Gemeentewet). Op grond van die bevoegdheid kan zij de bevoegdheid echter ook delegeren aan het college (artikel 156 van de Gemeentewet). Dit laatste wordt dan geregeld door middel van een verordening, de Algemene Subsidieverordening (ASV). De VNG heeft in haar Model Algemene Subsidieverordening (Model-ASV) een aantal varianten aangeboden waarmee deze bevoegdheid (deels) aan het college wordt gedelegeerd. Voor de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie wordt ervan uitgegaan dat de gemeente een variant van de VNG Model-ASV heeft overgenomen en het college bevoegd is een subsidieregeling vast te stellen op het gebied van de Lokale Aanpak Isolatie. Om te bepalen of dit het geval is, moet gekeken worden naar reikwijdte van de gemeentelijke ASV op basis van de gekozen variant van
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/13
artikel 2, eerste lid, van de Model-ASV. Als gekozen is voor Variant 2, de Lokale Aanpak Isolatie binnen de in Variant 1 gekozen beleidsterreinen valt of de Lokale Aanpak Isolatie niet binnen de in Variant 3 uitgesloten beleidsterreinen valt; is het college op grond van artikel 3, van de ASV bevoegd tot het vaststellen van een subsidieregeling. De opzet van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie is in de vorm van ‘nadere regels’ op basis van de Model-ASV. In de ASV is de hoofdstructuur van het subsidieproces vastgelegd. Let op dat er tussen het model en de ASV van jouw gemeente geen tegenstrijdigheden zijn, of dat, als de ASV dat toestaat, er expliciet van de ASV wordt afgeweken. In de aanhef van het model zijn ook een aantal grondslagen facultatief gemaakt. Of die grondslagen moeten worden opgenomen is afhankelijk van de keuzes die in de subsidieregeling gemaakt worden. In de aanhef van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie zijn een aantal grondslagen opgenomen die aansluiten op de VNG Model-ASV. Mocht de lokale ASV anders zijn, dan zullen de grondslagen daaraan moeten worden aangepast: • Artikel 3, van de Model-ASV, vormt de grondslag voor het vaststellen van de subsidieregeling. • Artikel 4, tweede lid, van de Model-ASV, verplicht tot opname van een verwijzing naar het Europees steunkader waar toepassing aan wordt gegeven.
Dat staat in artikel 3 van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie. • Artikel 5, eerste lid, van de Model-ASV, vormt (als gekozen is voor variant 1 uit het model) de grondslag voor het vaststellen van een subsidieplafond. In de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie is dit een facultatieve optie, geregeld in artikel 7. Daarom is deze grondslag in de aanhef van het model als facultatief opgenomen. Artikel 5, van de Model-ASV bevat ook nog mogelijkheden om het subsidieplafond te verlagen, maar daarvan wordt in de facultatieve bepaling van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie geen gebruik gemaakt. De betreffende leden zijn dan ook niet facultatief in de aanhef opgenomen. • Artikel 6, vierde lid, van de Model-ASV biedt de mogelijkheid om af te wijken van de in de ASV vereiste aanvraagbescheiden. In artikel 9 van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie zijn in afwijking van artikel 6, van de Model-ASV de aanvraagbescheiden opgenomen. • Artikel 7, vierde lid, van de Model-ASV biedt de mogelijkheid om af te wijken van de aanvraagtermijnen. In artikel 9 van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie wordt afgeweken. • Artikel 8, derde lid, van de Model-ASV biedt de mogelijkheid om af te wijken van de beslistermijnen inzake subsidieverlening.
In artikel 10, van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie biedt een facultatieve mogelijkheid om af te wijken. • Artikel 14, derde lid en 15, derde lid, van de Model-ASV bieden de mogelijkheid om af te wijken van de verantwoordingseisen bij subsidies van meer dan € 5.000,00. In artikel 12, van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie wordt hiervan afgeweken. • Artikel 16, derde lid, van de Model-ASV biedt de mogelijkheid om af te wijken van de beslistermijnen inzake subsidievaststelling. In artikel 12 van de Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie wordt hiervan afgeweken. Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze implementatietoelichting worden enkele keuzeopties toegelicht die op lokaal niveau gemaakt kunnen worden. Artikel 1. Definities
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/13
college Deze definitie aanvullen met de gemeentenaam. doe-het-zelver In het model wordt een definitie van “doe-het-zelver” gegeven die aansluit bij de definitie van “doehet-zelfmaatregel” uit de SpUk LAI, zijnde een maatregel die door een ander wordt uitgevoerd dan een bouwbedrijf. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om het begrip “doe-het-zelfmaatregel” te gebruiken, maar daarvoor zullen zij het model wel consequent aan moeten passen. Omdat de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gericht is op het subsidiëren van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in combinatie met een energiezuinige ventilatiemaatregel, en het verschil in wat voor subsidie in aanmerking komt niet in de aard van deze maatregelen zelf zit, maar in wie die uitvoert, is gekozen voor het begrip “doe-het-zelver”. Het zijn geen immers geen andere maatregelen, maar het is de hoedanigheid van diegene die ze uitvoert die het verschil maakt en bepaalt of de tijdsinvestering van die persoon ook voor subsidie in aanmerking komt. De maatregelen zelf moeten aan dezelfde eisen voldoen. “Doe-hetzelfmaatregel” impliceert dat het om andere maatregelen gaat, terwijl dat niet het geval is. slecht geïsoleerde woning Binnen de SpUk LAI bestaan verschillende definities van een slecht geïsoleerde woning met afwijkende criteria. Uit de toelichting blijkt dat gemeenten hier keuzeopties hebben.
Als het gaat om een eigenaar-bewoner dan kan de gemeente kiezen voor de mogelijkheid om te kijken naar ofwel het energielabel dat energielabel D of lager moet zijn ofwel naar twee slechte bouwdelen in een woning; bij de beoordeling of een woning slecht geïsoleerd is (Stcrt. 2024, 20127, p. 20). In het model is gekozen om beide opties te combineren, maar de gemeente zou er ook voor kunnen kiezen om bijvoorbeeld uitsluitend woningen met een energielabel D of lager als slecht geïsoleerd te bestempelen en de alternatieve mogelijkheid van twee slecht geïsoleerde bouwdelen weg te laten. Om te bepalen of een gebouw slecht geïsoleerd is zijn verschillende aanpakken denkbaar. Bijvoorbeeld door: • een schatting te maken op basis van bekende data; • een uitvraag te doen via vragenlijsten; of • een eenvoudige (onafhankelijke) opname te laten uitvoeren door energiefixers, energieadviseurs of uitvoerders (die de maatregelen niet zelf zullen realiseren en daardoor geen financieel belang hebben bij de bepaling van de isolatiewaarde). In de SpUk LAI wordt een woning die eerder is aangemerkt als een slecht geïsoleerde woning ook bij een nieuwe aanvraag automatisch aangemerkt als een slecht geïsoleerde woning, ook als de woning door de eerder getroffen maatregelen niet langer aan dit criterium voldoet. In het model is deze optie bewust niet opgenomen.
Daarmee wordt voorkomen dat er aanvullende uitvoeringslasten voor rekening van de gemeente komen door getrapte aanvragen. De woning telt in het kader van de verantwoording van de besteding van de SpUk LAI ook maar één keer mee. Gemeenten kunnen er echter voor kiezen om deze uitzondering wel mee te nemen in hun lokale regeling. Artikel 2. Doelgroep van de subsidie
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/13
De doelgroep afbakening is gebaseerd op de SpUk LAI en de daaruit voortvloeiende verantwoordingsverplichtingen. De doelgroep kan uitgebreid of ingeperkt worden, mede afhankelijk van de vraag of de gemeente andere financiële middelen dan de SpUk LAI inzet. Het hanteren van een maximale WOZ-waarde helpt in de focus op de doelgroep met energiearmoede. Het zorgt er ook voor dat de gemeente kan voldoen aan de eis vanuit de SpUk LAI dat minimaal 80% van de met de op grond van de SpUk LAI ontvangen subsidie slecht geïsoleerde woningen een lagere WOZ-waarde per 1-1-2022 heeft dan de gemiddelde WOZwaarde per 1-1-2022 (bijlage I, van de, SpUk LAI) of een WOZ-waarde lager dan € 429.300 (artikel 6, eerste lid, onder b, van de SpUk LAI). Gemeenten zullen zelf nog de gemeentenaam en de voor hun gemeente geldende maximale WOZwaarde in moeten vullen. Het hanteren van deze maximale WOZ-waarde kan wel complicaties geven bij aanvragen vanuit een VvE of GVvE. In een gebouw kunnen zich zowel goedkopere appartementen bevinden die aan de criteria voldoen, alsook duurdere appartementen die daardoor niet aan de criteria voldoen. Het is mogelijk om een uitzondering op de maximale WOZ-waarde op te nemen in de regeling, bijvoorbeeld voor een bepaald percentage van de zich binnen een gebouw bevindende appartementen.
In het model is deze keuzeoptie opgenomen, waarbij als voorbeeld een maximaal percentage van 20% van de woningen is aangeven. Daarmee wordt alsnog voldaan aan de hiervoor aangehaalde verantwoordingseisen die voortvloeien uit de SpUk LAI. Artikel 3. Staatssteun De artikelen 107 t/m 109, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben betrekking op het geven van staatssteun. Er is sprake van staatssteun als voldaan wordt aan de vijf cumulatieve staatssteuncriteria, genoemd in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/criteriastaatssteun/): 1. de steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht; 2. de steun wordt door staatsmiddelen bekostigd; 3. deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit); 4. de maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector of regio; en 5. de maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU. Het geven van subsidie aan een verhuurder voldoet aan deze criteria. Er zijn echter de nodige uitzonderingen op het staatssteunverbod.
Voor lage steunbedragen kan gebruik worden gemaakt van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831). In de modelsubsidieregeling wordt, overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van de Model-ASV, verwezen naar deze verordening. Voor meer praktische informatie zie Europa Decentraal (https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/vrijstellingsmogelijkheden/de-minimis/). In de toelichting bij de SpUk LAI wordt aangegeven dat de gemeente naast de deminimisverordening wellicht ook de Algemene groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/13
651/2014) (hierna: AGVV) kan toepassen, zoals bijvoorbeeld artikel 38bis AGVV met betrekking tot de investeringssteun ten behoeve van energie-efficiëntie maatregelen in gebouwen. Hierbij gelden voorwaarden waaronder maximumpercentages van de kosten van de activiteiten die vergoed mogen worden. Vanwege de beperkte bedragen en de complexiteit wordt in de modelsubsidieregeling enkel de de-minimisverordening gebruikt. Voor woningcorporaties kan in bepaalde gevallen sprake zijn van een verhuuractiviteit die valt onder de noemer: Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Meer informatie over deze uitzondering is te vinden op: https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/beleidsterreinen/woningcorporaties/. In de modelsubsidieregeling is dit niet meegenomen, aangezien de woningcorporatie dit zelf kan aangeven op het moment dat er een de-minimisverklaring wordt gevraagd. Het is wel van belang om hier bij de uitvoering rekening mee te houden. Artikel 4. Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen
• •
Alle vermelde maatregelen voldoen aan de eisen uit de SpUk LAI.
•
De energiebesparende isolatiemaatregelen voor eigenaar-bewoners zijn gelijk aan de energiebesparende isolatiemaatregelen, bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, van de ISDE. Voor een actueel overzicht zie de isolatiemaatregelen woningeigenaren van de ISDE. De energiebesparende isolatiemaatregelen voor VvE’s en GVvE’s zijn gelijk aan de energiebesparende isolatiemaatregelen, bedoeld in de SVVE.
•
Facultatief is als eis opgenomen dat bepaalde maatregelen, vanwege de potentiële impact op beschermde diersoorten, moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf. Via de website www.natuurvriendelijkisoleren.nl kan worden nagegaan of het bouwbedrijf de Training Natuurvrij Maken heeft gevolgd en beschikt over het certificaat. Naar dit programma wordt ook door de landelijke overheid verwezen (https://www.volkshuisvestingnederland.nl/actueel/nieuws/2023/10/04/natuurvriendelijkisoleren-je-woning-verduurzamen-zonder-vleermuizen-te-schaden). De Omgevingswet en aanverwante regelgeving biedt op dit punt echter voldoende waarborgen, zodat het niet noodzakelijk is om deze bepaling in de subsidieregeling op te nemen.
•
In het tweede lid is in overeenstemming met de SpUk LAI een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de minimale m2 eis bij kleine woningen. Omdat er in het kader van de verantwoording van de SpUk LAI slechts een beperkt deel van 10% van het totale budget mag worden besteed aan isolatiemaatregelen waarbij niet is voldaan aan de m2 eis, is in artikel 6 een afzonderlijk subsidieplafond voor deze woningen opgenomen.
•
Voor doe-het-zelf maatregelen is in de SpUk LAI een aanvullend budget opgenomen. Hiervoor gelden andere regels voor de besteding (artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de SpUk LAI), hetgeen ook vertaald is in afwijkende verantwoordingseisen (artikel 6, eerste lid, aanhef
De gemeente moet de ingangsdatum nog invullen. Dat kan de ingangsdatum voor de subsidieregeling zijn. In plaats van de ingangsdatum van de subsidieregeling kan ook voor een beperkt eerdere datum gekozen worden, omdat er bijvoorbeeld al eerder over deze subsidieregeling is gecommuniceerd en inwoners hier rekening mee hebben gehouden. Daarvoor is ook een facultatieve passage in de modeltoelichting opgenomen. De SpUk LAI is bedoeld voor het stimuleren van isolatie en niet om al uitgevoerde isolatie voor ingang van de subsidieregeling te subsidiëren. Mocht er gekozen worden voor een eerdere datum dan is het belangrijk te weten dat in artikel 2, vierde lid van de SpUk LAI als eis is opgenomen dat de maatregelen moeten zijn uitgevoerd na 31 december 2022.