CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A8 GGD NOG - Brief aan colleges over wijzing GR GGD NOG D422838

Besluitvormende raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst ingekomen en te verzenden stukken (hamerstuk)29.559 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd

Artikel 20 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden. 2. Bij opheffing van de GGD of van organisatieonderdelen worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.

Artikel 20 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden. 2. De archivaris van de gemeente Apeldoorn oefent toezicht uit op het informatie- en archiefbeheer. 3. Bij opheffing van de GGD of van organisatieonderdelen worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.

In een zienswijze op het eerste ontwerpbesluit is bepleit om een uitgebreide model-archiefbepaling op te nemen, om te voldoen aan de Archiefwet. In deze modelbepaling staan echter ook onderwerpen die al elders zijn geregeld, bijvoorbeeld in de Archiefverordening GGD NOG. Verder is de gemeenschappelijke regeling bedoeld voor het borgen van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Mede op advies van de archivaris van de gemeente Apeldoorn willen wij wel toevoegen dat deze belast is met het toezicht. Dit was nog niet duidelijk geregeld.

Artikel 21 Begroting, zesde lid 6. Artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdrage, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 21 Begroting, zesde lid 6. Artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij: a. geen verandering wordt gebracht in de bijdrage, bedoeld in het tweede lid of in de bijdrage, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, en b. geen verandering wordt gebracht in de omvang van de algemene reserve.

Technische correctie Ten eerste betreft dit een technische correctie (bij a.). Bij de herziening van de gemeenschappelijke regeling (GR) in 2016 is bij de taken die de colleges van B&W in de GR overdragen aan de GGD onderscheid gemaakt tussen: - A-taken: de wettelijke verplichte GGD-taken en - B-taken: niet wettelijk verplichte GGD-taken (met name jeugdgezondheidszorg). Dit onderscheid is indertijd wel verwerkt in de bepaling over de begroting (art. 21), behalve in het zesde lid. Dit lid regelt welke begrotingswijziging voor een zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd.

17

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd Met de correctie is duidelijk dat wijzigingen van de inwonerbijdrage voor beide soorten taken voor een zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Aanscherping na afstemming GR VNOG Ten tweede wordt in dit artikel een bepaling van de Veiligheidsregio NOG overgenomen (bij b.). Toegevoegd wordt dat de raden ook om een zienswijze wordt gevraagd over begrotingswijzigingen die invloed hebben op de algemene reserve. Hiermee wordt de positie van de raden bij dit soort besluiten versterkt.

Artikel 25 Uittreding 1. Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges. 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de GGD. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden. De kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen

Artikel 25 Uittreding Uitgangspunten 1. Het college dat voornemens is uit te treden, De gewijzigde Wgr bepaalt dat bij mogelijke maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. uittreding uit een gemeenschappelijke regeling Het algemeen bestuur zendt het voornemen niet langer kan worden volstaan met de afspraak onverwijld door aan de overige colleges. dat het (algemeen) bestuur de 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan voor de financiële, personele en overige moeten de voorwaarden waaronder kan worden gevolgen van de voorgenomen uittreding uitgetreden in de GR vastliggen. In ieder geval voor de GGD. Daarbij gelden de volgende moeten afspraken worden gemaakt over de uitgangspunten: gevolgen voor het vermogen voor de a. de uittredende gemeente draagt de rechtspersoon GGD NOG, waarbij moet worden kosten die het rechtstreekse gevolg zijn gedacht aan afspraken over personeel, van de uittreding en de overige contracten, huisvesting en investeringen. Bij gemeenten ondervinden geen financieel uittreding worden de gemeenteraden betrokken nadeel van de uittreding; via een zienwijzenprocedure en toestemming.

18

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd

komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar. 4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

b. de gemeente die voornemens is uit te treden draagt de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding; c. het algemeen bestuur onderscheidt in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding de volgende kostensoorten: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • aandeel in de reserves en voorzieningen. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De

19

Verplichte samenwerking voor GGD in regio De Wet publieke gezondheid (Wpg) verplicht de colleges van B&W om een gemeenschappelijke regeling te treffen voor de GGD (gemeentelijke gezondheidsdienst). Dit moetende colleges doen in de regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr), zoals de regio Noord- en Oost-Gelderland. Dit houdt in, dat een gemeente alleen kan uittreden als de regering de indeling van de veiligheidsregio’s wijzigt. Aanvulling van de bepalingen De huidige bepalingen bieden al behoorlijke aanknopingspunten voor afspraken over eventuele uittreding. Het tweede lid is aangevuld met enkele inhoudelijke uitgangspunten voor de uitwerken afspraken bij uittreding. Met name zijn de betreffende kosten nader aangeduid. Bij het opstellen van deze bepaling is gebruik gemaakt van het advies van bureau Lysias uit 2016 over het terugnemen van de uitvoering van jeugdgezondheid door de gemeente Apeldoorn. Hoewel het hierbij niet om uittreding gaat, is de problematiek vergelijkbaar. Redactionele aanpassing lid 3 In het derde lid wordt de verwijzing naar artikel 1 van de Wgr aangevuld met de nieuwe bepalingen in artikel 1 Wgr. Deze gaan over het voorleggen om een zienswijze van gemeenschappelijke

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar. 4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

Artikel 31 Overgangsbepaling In afwijking van artikel 4, derde lid, kan een college direct na inwerkingtreding van deze regeling een verzoek als bedoeld in artikel 4, derde lid, doen, dat in werking kan treden op 1 januari 2017, als het besluit, bedoeld in artikel 4, achtste lid, uiterlijk op 1 oktober 2016 is genomen.

Artikel 31 Overgangsbepaling Vervallen.

20

regelingen die de colleges van B&W willen treffen of wijzigen. Aanvullende informatie Artikel 25 gaat over volledige uittreding van een gemeente, wat zoals gezegd alleen aan de orde is als de indeling in veiligheids- en GGD-regio’s wordt gewijzigd. Daarnaast staan in de GR GGD NOG aparte bepalingen voor het beëindigen of terugnemen van niet-wettelijk verplichte taken van de GGD (zie art. 4 GR GGD NOG).

Deze overgangsbepaling is in 2016 opgenomen om het “terugnemen” van de taak jeugdgezondheidszorg voor 4-18-jarigen door de gemeente Apeldoorn mogelijk te maken per 1-12017. Anders had dit pas een jaar later gekund (zie art. 4, derde lid, GR). De besluitvorming is in 2016 afgerond en de GGD heeft de uitvoering van de taak per 1-1-2017 overdragen aan de gemeente Apeldoorn. De bepaling kan daarom vervallen.

-

Artikel 31 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat ten minste eenmaal per vier jaar een evaluatie van deze regeling plaatsvindt. Deze evaluatie vindt plaats als voorbereiding op de meerjarige financiële en beleidsmatige kaders, bedoeld in artikel 7a, eerste lid onder a. 2. De evaluatie richt zich op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen.

De gewijzigde Wgr verplicht tot het maken van afspraken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De bepaling hierover komt in plaats van de vervallen overgangsbepaling in art. 31. Evaluatie vindt uiteraard voortdurend plaats in vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en in de rechtstreekse contacten tussen gemeenten en GGD op verschillende niveaus. Het kan meerwaarde hebben om in een periodieke evaluatie bewust stil te staan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. In de nieuwe bepaling is opgenomen dat dit ten minste een keer in elke bestuursperiode gebeurt. Aanpassing na zienswijzen In hun zienswijzen hebben verscheidene gemeenten aanscherpingen van de bepaling over de vierjaarlijkse evaluatie bepleit. Wij hebben het voorstel overgenomen dat de vierjaarlijkse evaluatie wordt gekoppeld aan het opstellen van de bestuursagenda voor de nieuwe bestuursperiode. In het nieuwe artikel 7a is opgenomen dat de evaluatie wordt voorgelegd aan de raden voor een zienswijze. Overigens wordt ook de bestuursagenda voor zienswijzen aan de raden voorgelegd (zie art. 7a, eerste lid onder a, over meerjarige financiële en beleidsmatige kaders).

21

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd

Artikel 33 Citeertitel De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016".

Artikel 33 Citeertitel De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland".

22

Uit oogpunt van regelgevingstechniek heeft het de voorkeur het jaartal weg te laten. Het gaat immers om een GR die de colleges voor onbepaalde tijd zijn aangegaan.

Overzicht zienswijzen per arfikel en aanvullend voorstel 7e wijziging GR GGD NOG versie voor AB 30 november 2023

Inhoud A.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3 Overzicht gemeenten en ontvangen zienswijzen ................................................................................ 3 Strekking reacfie DB op de zienswijzen met kleuren aangegeven ...................................................... 3

B.

Arfikelsgewijze samenvafting overzicht zienswijzen en reacfie DB ................................................. 4 Arfikel 7a Zienswijzen .......................................................................................................................... 4 1.

Zienswijzenprocedure (ook) houden voor jaarlijkse uitgangspunten begrofing: .................... 4

2.

Aanvulling op art. 7a: uitbreiding mogelijkheid zienswijzen ................................................... 4

3.

Aanvulling op art. 7a: jaarlijks overleg over planning begrofingscyclus .................................. 5

4.

Verder bij Zienswijzen:............................................................................................................. 5

Arfikel 7b Parficipafie .......................................................................................................................... 5 5.

Parficipafie bij GGD versterken................................................................................................ 5

6.

Parficipafie: verzoekschrift ...................................................................................................... 6

7.

Parficipafie en aanvulling klanftevredenheidsonderzoeken ................................................... 6

Arfikel 9 Werkwijze DB ........................................................................................................................ 7 8.

Onderbouwing bepalingen werkwijze DB ............................................................................... 7

Arfikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie ............................................................................. 7 9.

Wel of niet instellen adviescommissie raden .......................................................................... 7

10.

Opmerkingen bij raadsadviescommissie: ............................................................................ 8

Arfikel 15 en 16 Inlichfingen en verantwoording .............................................................................. 10 11.

Aanvullingen bepalingen informafieplicht ........................................................................ 10

12.

Verder bij informafieplicht ................................................................................................ 10

Arfikel 21 Begrofing ........................................................................................................................... 11 Arfikel 25 Uiftreding .......................................................................................................................... 11 13.

Voorstel Brummen uiftredingsbepaling ............................................................................ 11

14.

Verder over uitreding ........................................................................................................ 11

Arfikel 31 Evaluafie ............................................................................................................................ 12 15.

Aanvullingen bepaling over evaluafie................................................................................ 12

Overige onderwerpen in zienswijzen ................................................................................................ 12 16.

Financiële gevolgen wijziging GR ....................................................................................... 12

17.

Termijn zienswijze op GR verlengen .................................................................................. 13

18.

Richten op subregio ........................................................................................................... 13 1

19.

Archiefbepaling.................................................................................................................. 14

C.

Aanvullend voorstel GGD: forensische geneeskunde als belang GR ............................................. 15

D.

BIJLAGE Toelichfing forensische geneeskunde als belang in de GR .............................................. 16

2

A. Inleiding Overzicht gemeenten en ontvangen zienswijzen De volgende gemeenteraden hebben besloten geen zienswijzen te dienen bij hun college en stemmen in met het toegezonden ontwerpbesluit:  Berkelland  Oost Gelre  Oldebroek  Lochem  Monfferland (5 oktober 2023)  Puften (geeft wel enkele opmerkingen mee). De raden van de volgende gemeenten hebben een zienswijze ingediend:  Aalten  Apeldoorn  Bronckhorst (21 september 2023)  Brummen  Doefinchem  Elburg  Epe  Ermelo  Harderwijk  Haftem  Nunspeet  Oude IJsselstreek  Voorst  Winterswijk  Zutphen De gemeente Heerde heeft bepleit om de termijn voor het indienen van zienswijzen te verlengen van 1 augustus naar 3 oktober 2023. In zijn brief van 10 mei 2023 geeft de raad wel enkele aandachtspunten mee. Die hebben wij meegenomen in onze reacfie.

Strekking reacfie DB op de zienswijzen met kleuren aangegeven In het overzicht hierna vaften wij per arfikel van het wijzigingsbesluit de zienswijzen samen en geven wij hierop een reacfie. Met kleuren hebben wij de strekking van onze reacfie op de zienswijzen aangegeven:  groen = aanpassing ontwerpbesluit  geel = aandachtspunt of toezegging  blauw = niet aangepast.

3

B. Arfikelsgewijze samenvafting overzicht zienswijzen en reacfie DB Onderwerp / arfikel

Reacfie DB

Arfikel 7a Zienswijzen 1. Zienswijzenprocedure (ook) houden voor jaarlijkse uitgangspunten begrofing:  GEEN zienswijzenprocedure voor jaarlijkse uitgangspunten begrofing: Aalten, Oude IJsselstreek, Zutphen.  WEL zienswijzenprocedure voor jaarlijkse uitgangspunten begrofing Apeldoorn, Brummen, Elburg, Epe, Nunspeet, Puften, Winterswijk.

Een aantal gemeenten is voorstander van een zienswijzenprocedure bij de uitgangspunten voor de begrofing, zoals tot 2023 gebruikelijk was. Enkele andere gemeenten geven aan hier geen behoefte aan te hebben, maar ook niet tegen te zijn. De afweging is hier tussen de wens om de rol van de raden te versterken en de wens van doelmafigheid door beperking van het aantal procedures. Wij stellen het AB voor om zienswijzeprocedure bij de uitgangspunten voor de begrofing toe te voegen in de GR. Als raden hechten aan de mogelijkheid van een zienswijze op de uitgangspunten, dan willen wij dit ook mogelijk maken. De raden beslissen zelf of ze hier gebruik van willen maken.

2. Aanvulling op art. 7a: uitbreiding mogelijkheid zienswijzen  de raden van Aalten, Bronckhorst en Doefinchem stellen - aanvullend op het ontwerpbesluit - voor dat de raden een zienwijze naar voren moeten kunnen brengen over te nemen besluiten “over alle zaken met een grote polifieke, financiële en/of maatschappelijke impact”.  de raad van Brummen geeft als aandachtspunt mee dat bij alle belangrijke besluiten zienswijzen ingediend moeten kunnen worden, zoals bij de besluiten die van invloed zijn op wijziging van strategie, visie, meerjarenplannen en kaderstellende documenten bij begrofingen.  de raad van Winterswijk stelt voor arfikel 7a aan te vullen met een regel dat de raad de gelegenheid wordt gegeven om een zienswijze naar voren te brengen wanneer meer dan 1/3 van de raden daarom verzoekt.

De raden van Aalten, Bronckhorst, Doefinchem, Winterswijk en Brummen willen ruimere mogelijkheden voor de raden om zienswijzen te geven op besluiten van het GGD-bestuur. Het doel van deze voorstellen sluit aan op het doel van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr): het versterken van de posifie van de raad. Dit is ook wat wij beoogden met het oorspronkelijke voorstel. Zoals hierboven aangegeven willen wij de jaarlijkse uitgangspunten voor de begrofing al toevoegen aan deze bepaling Wij verwachten dat de voorgestelde algemene omschrijvingen van onderwerpen voor zienswijzen onduidelijkheid geeft. Wel stellen wij voor om een procedurele bepaling toe te voegen, dat het algemeen bestuur alfijd aanvullend de mogelijkheid heeft om een besluit voor een zienswijze voor te leggen aan de raden. Dit is een aanvulling op de nu limitafieve opsomming van onderwerpen. Hiermee ligt de afweging bij het algemeen bestuur en wordt zo de betrokkenheid van de raden geborgd. Via hun wethouder in het 4

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB algemeen bestuur kunnen de raden hierop toezien en desgewenst voorstellen doen.

3. Aanvulling op art. 7a: jaarlijks overleg over planning begrofingscyclus  de raden van Aalten, Bronckhorst, Doefinchem en Winterswijk stellen aanvullend op het ontwerpbesluit - voor dat GGD NOG jaarlijks met de gemeenten overlegt over de planning voor de begrofingsprocedure die gemeenteraden voldoende fijd voor een zienswijze op de ontwerpbegrofing geeft.

De termijnen voor de begrofingsprocedure liggen nu vast in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Financiële verordening GGD NOG. Voor het bepalen van hun zienwijze hebben de raden 12 weken. In de prakfijk houden wij ons ook aan die termijn. De huidige doorloopfijd voor de vaststelling van de begrofing is nu 11 maanden. De GGD start de ambtelijke voorbereiding van de uitgangspunten voor de begrofing half oktober en het algemeen bestuur stelt de Programmabegrofing vlak voor 15 september vast. Wij zien daarom weinig ruimte om jaarlijkse afspraken te maken. Wel blijven wij jaarlijks de raden al vooraf over de planning informeren.

4. Verder bij Zienswijzen:  Apeldoorn: jaarlijkse uitgangspuntenbrief zo vroeg mogelijk sturen om consequenfies mee te kunnen nemen in begrofing gemeente  Haftem: stukken fijdig aanleveren 

Nunspeet: raad eerder betrekken bij bestuursagenda dan via zienswijzenprocedure

Elburg, Ermelo: zienswijze bij tweejaarlijkse evaluafie

N.a.v. Apeldoorn en Haftem: in de Wgr en gewijzigde GR GGD is de 12-wekentermijn voor zienswijzen geborgd. Het AB heeft op 6 juli 2023 de nieuwe Financiële verordening vastgesteld, waarin de momenten van toezending van de uitgangspunten en de concept-begrofing zijn vastgelegd. Wij vinden de (fijdige) toezending van stukken hiermee voldoende geborgd. Een termijn langer dan 12 weken is moeilijk in te passen in de begrofingscyclus. N.a.v. Nunspeet: wanneer een college behoefte heeft de raad vooraf te betrekken bij de bestuursagenda voor de GGD, dan kan dit in de eigen gemeente worden opgepakt. Wij stellen voor dit bij de gemeente te laten. Op de evaluafie en zienswijzen daarop gaan wij hieronder in bij arfikel 31.

Arfikel 7b Parficipafie 5. Parficipafie bij GGD versterken  de raad van Brummen stelt voor dat het DB in ieder AB-voorstel een parficipafieparagraaf opneemt (voor inwoners). Per type besluit afwegen of er gebruik wordt

Wij hebben in de toelichfing op het ontwerp gezegd dat wij beperkte ruimte voor parficipafie bij GGD-beleid zien. Naar onze mening hoort dit bij de gemeenten te blijven. De GGD heeft 5

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB

gemaakt van parficipafie, en zo ja, in aansluifing op door gemeente georganiseerde parficipafie of regionale parficipafie. Elburg, Ermelo, Nunspeet: acfieve parficipafie inwoners meer en beter vorm geven, bij beleidsdocumenten zoals de bestuursagenda. Via evaluafie door (subregionale) adviescommissie kan de inrichfing verder ontwikkeld worden. Ook koppelen aan subregionale samenwerking (regionale prevenfie-infrastructuur IZA – GALA en regionale nota volksgezondheid). Haftem: inventariseren of er geen taken zijn die lokaal door de GGD uitgevoerd worden waarbij een intensievere vorm van parficipafie wel mogelijk is. Heerde bespreekt dit nog, maar noemt als mogelijkheid parficipafie door de adviesraad sociaal domein.

hierin niet een zelfstandige rol heeft, maar kan vanuit zijn adviserende en uitvoerende taken bijdragen aan parficipafie-trajecten van de gemeenten. De verantwoordelijkheid ligt dan bij de gemeenten en de GGD kan hieraan zijn medewerking verlenen. Wij stellen voor bij parficipafie de lijn te blijven volgen dat de verantwoordelijkheid hiervoor in de eerste plaats bij gemeenten ligt.

6. Parficipafie: verzoekschrift  Nunspeet: meer duiding van wat verzoekschrift moet inhouden, welke procedure daarbij geldt en wat er mee gedaan wordt.

Het indienen van verzoekschriften bij het bevoegd gezag is een grondweftelijk recht. De keuze is om dit vormvrij te laten of om dit nader te regelen. Wij verwachten niet dat vaak een verzoekschrift zal worden ingediend bij de GGD. Daarom stellen wij voor naar bevind van zaken te handelen.

7. Parficipafie en aanvulling klanftevredenheidsonderzoeken  Zutphen: stemt hiermee in (= met bepaling over parficipafie). Daarbij zouden zij graag zien dat bij de klanftevredenheidsonderzoeken, ook een aantal mondelinge interviews of panelgesprekken worden gevoerd, voor meer diepgaande kwalitafieve informafie en om ook feedback te kunnen krijgen van inwoners die minder (digi)taalvaardig zijn.

Tot nu toe heeft GGD NOG niet of nauwelijks gebruik gemaakt van panelgesprekken of interviews voor feedback op de dienstverlening. De externe auditoren voor de kwaliteitscerfificering HKZ hebben in juni 2023 aandacht gevraagd voor het gebruik van een onafhankelijke klantentoets en een verdiepende kwalitafieve klantraadpleging. De uitkomsten moeten leiden tot een aantoonbaar verbetertraject. Wij bekijken hoe wij deze aansporingen vorm kunnen geven.

6

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB

Arfikel 9 Werkwijze DB 8. Onderbouwing bepalingen werkwijze DB  Aalten, Oude IJsselstreek: de toevoeging arfikelen Gemeentewet in deze GR-bepaling beter onderbouwen in toelichfing. Eventueel aanpassingen in reglement van orde DB plek geven.

In de toelichfing is dit als een technische correcfie aangeduid. Het is niet de bedoeling iets te veranderen, maar wel om de formele regels te laten aansluiten op de bestaande prakfijk van het dagelijks bestuur. Arfikel 53 Gemeentewet (voorzifter bepaalt dag, plaats en fijdsfip DB-vergadering) en arfikel 54 (DB-vergaderingen zijn in beginsel besloten) sluiten aan bij bestaande prakfijk. Met het van overeenkomsfige toepassing verklaren wordt dit formeel vastgelegd. Arfikel 60 Gemeentewet betreft het melden van DB-besluiten aan het algemeen bestuur en het openbaar maken van DB-besluiten. Dit sluit aan op de versterking van de acfieve informafieplicht (van DB naar AB) en op de versterking van de acfieve openbaarmaking in de Wet open overheid. Wij stellen voor deze nadere toelichfing toe te voegen aan de toelichfing op het modelbesluit. Aan een huishoudelijk reglement voor het DB hebben wij op dit moment geen behoefte.

Arfikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie 9. Wel of niet instellen adviescommissie raden  voorstander van of posifieve houding t.a.v. instellen gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden: Aalten, Apeldoorn, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Haftem, Nunspeet, Oude IJsselstreek, Puften  Bronckhorst, Voorst, Zutphen: geen prioriteit / niet noodzakelijk, maar wel begrip voor behoefte / niet op tegen wanneer andere raden hier veel belang aan hechten.

Een gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden kan bijdragen aan de versterking van de posifie van de raden. Bij de gemeenteraden leeft dit onderwerp ook sterk, zij het dat de discussie hierover tot verschillende opvaftingen leidt. Het inifiafief voor het instellen van een commissie ligt weftelijk bij de raden. Als alle raden dit gezamenlijk voorstellen, is het algemeen bestuur van de GGD verplicht een adviescommissie met raadsleden in te stellen. In het algemeen bestuur van de GGD kunnen de gemeenten dit proces via hun AB-lid ondersteunen en afstemmen. De GGD-organisafie kan desgewenst ambtelijke ondersteuning bieden, in afstemming met de raadsgriffiers die ook hiermee bezig zijn.

7

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB De instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden staat in principe los van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling van de GGD. In de zienswijzen op de concept-wijziging GR GGD NOG spreken zich 10 van de 22 raden zich posifief uit over een adviescommissie: Aalten, Apeldoorn, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Haftem, Nunspeet, Oude IJsselstreek, Puften. De raden van Bronckhorst, Voorst en Zutphen geven hieraan geen prioriteit, maar zijn niet tegen. Het bestuur van de Veiligheidsregio NOG streeft acfief naar de instelling van een adviescommissie voor die gemeenschappelijke regeling. Wij volgen de ontwikkelingen op dit punt. Als de raden en de raadsgriffiers met inifiafieven komen om (ook) een adviescommissie voor de GGD in te stellen, werken wij hieraan uiteraard mee.

10. Opmerkingen bij raadsadviescommissie:  Aalten, Apeldoorn, Oude IJsselstreek: werkwijze op termijnen zienswijzen begrofing afstemmen, in de werkwijze voldoende fijd borgen, werkwijze uitwerken.  Elburg, Nunspeet: raden betrekken bij uitwerking.  Ermelo: vraag waar raad verder bij betrokken wil worden koppelen aan evaluafiecyclus en nader vormgeven. Starten met subregionale afvaardiging adviescommissie GR GGD NOG vanuit de beleidsmafige en financiële (meerjarige) kaders.  Nunspeet: vragen over democrafische legifimafie, samenstelling, taken, bevoegdheden, werkwijze en kosten. Graag meer onderbouwing vóór besluit tot instellen.  Haftem: Vraag aan AB dit voorstel verder uit te werken  Epe: raad wil graag samen met GGD en andere gemeenten mogelijkheden verkennen  Brummen: aparte regeling opnemen voor de regionale adviescommissie met vanuit iedere gemeenteraad 2 afgevaardigden per gemeente

Bij de gemeenteraden leeft de mogelijkheid om een raadsadviescommissie in te stellen. Verscheidene raden stellen nadere vragen of geven adviezen mee voor de werkwijze en samenstelling. Zoals hierboven aangegeven ligt het inifiafief voor het instellen van een raadsadviescommissie bij de raden. Het algemeen bestuur stelt – gehoord de raden – de werkwijze enz. vast. Zoals gezegd zullen wij meewerken als de raden en de raadsgriffiers met voorstellen komen. Als de raden besluiten een adviescommissie in te stellen, dan moeten de opmerkingen en suggesfies van verschillende raden hierbij worden meegenomen. Elburg en Ermelo uiten de wens de raadsadviescommissie subregionaal te organiseren. Uitgangspunt bij een raadsadviescommissie is echter de gezamenlijkheid van de deelnemende gemeenten, in dit geval de 22 NOG-gemeenten. Het staat raden uiteraard vrij in subregionaal verband af te stemmen, maar dan is er geen sprake van een gemeenschappelijke adviescommissie zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijk regelingen. 8

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB

De koppeling aan IZA/GALA enz. die Elburg en Ermelo noemen, zien wij als een verantwoordelijkheid van de betreffende gemeenten. Hierbij kan de GGD een ondersteunende en adviserende rol vervullen. Zie ook onze reacfie bij arfikel 7b Parficipafie.

Harderwijk: voorkeur voor raadscommissie met een brede inhoudelijke invulling en hierover uiterlijk 1 november 2023 een voorstel aan de aangesloten raden te doen toekomen, ook als niet alle raden hier nu al om vragen Heerde: geeft als mogelijkheid aan dat een adviescommissie advies geeft over welke zaken wel of niet voor zienswijze naar de raden toegebracht moeten worden. Voorwaarde is dan wel dat alle gemeenteraden dan vertegenwoordigd zijn in de adviescommissie Voorst: deze adviescommissie niet te groots optuigen: - Zorg voor een compacte commissie van 10 raadsleden (diversiteit groofte en spreiding VNOG en GGD gemeenten) - Laat deze commissie ad hoc adviseren over de manier van communiceren naar raden bij polifiek gevoelige kwesfies - Laat deze commissie structureel adviseren over de manier van communiceren naar raden op ‘going concernzaken’ - Laat de commissie een plafform zijn waar kennis, informafie en mofies gedeeld kunnen worden - Draag er zorg voor dat de commissie alleen adviseert over informafiestromen aan deelnemende gemeenten. Elburg, Ermelo: wens om raadsadviescommissie (ook) subregionaal (Noord-Veluwe) te organiseren en tevens te koppelen aan regionale prevenfieinfrastructuur IZA-GALA en de regionale nota volksgezondheid.

Bronkhorst: geeft het advies mee dat – als andere raden hieraan behoefte hebben - dit bij voorkeur een compacte commissie is, met een vertegenwoordiging vanuit de verschillende gemeenteraden. Deze commissie zou dan met een redelijke frequenfie kunnen rouleren, zodat een brede inbreng op de lange termijn geborgd is.

9

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB

Arfikel 15 en 16 Inlichfingen en verantwoording 11. Aanvullingen bepalingen informafieplicht  Aalten, Bronckhorst, Doefinchem: arfikel 15, lid 1 aanvullen: Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzifter verstrekken de raden alle inlichfingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, in het bijzonder over alle zaken met een grote polifieke, financiële en/of maatschappelijke impact; 

Aalten, Bronckhorst, Doefinchem: arfikel 16, lid 1 aanvullen: Het dagelijks bestuur geeft de raden alle inlichfingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, in het bijzonder over alle zaken met grote polifieke, financiële en/of maatschappelijke impact;

Aalten, Bronckhorst, Doefinchem: arfikel 16, lid 1 aanvullen met een regel dat de GGD NOG standaard de agenda's en bijbehorende stukken en de verslagen en besluitenlijsten van het algemeen bestuur op de website van de GGD NOG plaatst.

Brummen: - strategische visie iedere twee, drie jaar toezenden aan de raden, en ook tussenfijdse voortgangsnofifie / actualiseringsnota deze ter kennisgeving - acfief informafiebeleid naar raden, en daarbij openbare besluitenlijsten rechtstreeks ter kennis brengen, voorzien van context en toelichfing

12. Verder bij informafieplicht  Elburg, Ermelo, Nunspeet: Op basis wijziging GR de raad via een jaaroverzicht concreet inzicht bieden geboden hoe informafieplicht / verantwoordingsplicht per jaar plaatsvindt. In jaaroverzicht voor de

Evenals bij de zienswijzen zeften de betrokken raden in op een algemeen geformuleerde uitbreiding van de onderwerpen, in dit geval waarover de raden moeten worden geïnformeerd. Het doel van deze voorstellen sluit aan op het doel van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr): het versterken van de (informafie)posifie van de raad. Dit is ook wat wij beoogden met het oorspronkelijke voorstel. Wij hebben twijfels bij de toegevoegde waarde van de voorgestelde formulering. Nieftemin onderschrijven wij de intenfie ervan en stellen wij voor de aanvulling over te nemen. Wij zien de invulling van de acfieve informafieplicht van het GGD-bestuur naar de raden als een speerpunt voor de komende fijd. Ter informafie merken wij op dat de GGD al enkele jaren de AB-stukken op de website plaatst. Sinds kort staan hier alleen de ABagenda en verslagen, en kunnen de volledige stukken worden opgevraagd. Zie Vergaderingen algemeen bestuur GGD | GGD Noord- en OostGelderland (ggdnog.nl). Dit heeft te maken met de weftelijke eisen aan de toegankelijkheid van de website voor (kleuren)blinden, slechtzienden, laaggelefterden enz. Hiervoor wordt een oplossing gezocht. Ook gaat de GGD aan de slag met acfieve openbaarmaking van informafie in het kader van de Wet open overheid (o.a. met publicafie van DB-besluitenlijsten).

Wat ons betreft is het plaatsen van bestuursinformafie op de website niet iets om in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. De openbaarmaking is voldoende geborgd in de wetgeving, met name de Wet open overheid. Een jaaroverzicht zien wij als een nuftige suggesfie. Wat ons betreft gaat het niet om méér schriftelijke informafie, maar vooral om bondige en fijdige informafie die aansluit bij de behoefte

10

Onderwerp / arfikel raden in beeld brengen wat van GGD komende jaar verwacht kan worden en achteraf wat in achterliggende jaar heeft plaatsgevonden. Gemeenschappelijke adviescommissie kan AB hierover adviseren 

Epe: raad is posifief over meer uitgewerkte beschrijving van de informafieplicht. Ook wordt aanbod GGD gewaardeerd van informafiebijeenkomsten, presentafies en gesprekken in de raad.

Heerde: bekijkt welk soort informafie de raad minimaal zou moeten ontvangen om hun taak te kunnen uitvoeren welke procesafspraken hiervoor in de tekst van de regeling moeten komen.

Zutphen: stemt hiermee in

Reacfie DB en de rol van de raden. Daarnaast hechten wij aan directe contacten met raadsleden, zoals presentafies en informafiebijeenkomsten.

Arfikel 21 Begrofing -

-

Arfikel 25 Uiftreding 13. Voorstel Brummen uiftredingsbepaling  Brummen: twee jaar voor uiftreden is er een vooraankondiging: gemeente die wil uiftreden, maakt zijn voornemen tot uiftreding tegen eind van het kalenderjaar kenbaar. Die gemeente betaalt na afloop van uiftreding nog tweemaal een (aflopende) bijdrage o.b.v. de bijdrage in het laatste jaar van deelneming.

14. Verder over uitreding  Epe, Haftem, Zutphen: geen opmerkingen / akkoord.

Zoals bekend is zijn de colleges van B&W weftelijk verplicht tot samenwerking binnen een GGD. Dit houdt in, dat een gemeente alleen volledig kan uiftreden als de regering besluit om de indeling van de veiligheidsregio’s te wijzigen. Voor niet-weftelijk verplichte taken kan uiftreding of terugnemen van taken wel aan de orde zijn. De door Brummen voorgestelde uiftredingsbepaling komt naar onze mening onvoldoende tegemoet aan de uitgangspunten dat de uiftredende gemeente de kosten van de uiftreding draagt en de overige gemeenten hiervan geen financieel nadeel ondervinden. -

11

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB

Arfikel 31 Evaluafie 15. Aanvullingen bepaling over evaluafie  Aalten, Apeldoorn, Oude IJsselstreek: koppeling zienswijzen evaluafie en de bestuursagenda specifiek vermelden (conform VNOG)  Elburg, Ermelo, Nunspeet: tweemaal per 4 jaar: overdracht bij aanvang nieuwe bestuursperiode en halverwege bestuursperiode (korte) evaluafie (evt. bijsturen). (Subregionale) adviescommissie kan hierin een rol spelen.  Epe: Raad vraagt procedure nader uit te werken. Moment van evalueren opnemen. Dit moet op een logisch moment plaatsvinden: tegen einde bestuursperiode.  Zutphen: stemt hiermee in. Voorkeur dat evaluafie start tegen einde bestuursperiode, waarbij de ervaren AB-leden hun inbreng in de evaluafie kunnen geven. Daaruit volgt dat de afronding en oplevering van de evaluafie in de nieuwe bestuursperiode is en de evaluafie en nieuwe Bestuursagenda tegelijkerfijd naar de raad gaan voor een zienswijze.  Haftem: posifief over voorstel  Voorst: evaluafie lijkt op te roepen zich te beperken alleen de regeling te evalueren. Wat ons betreft zou die een nogal nauwe evaluafie opleveren. Wij zouden deze evaluafie graag VNOG- en GGD-breed zien.

Wij ondersteunen het voorstel om de vierjaarlijkse evaluafie van de gemeenschappelijke regeling te koppelen aan het opstellen van de bestuursagenda voor de nieuwe bestuursperiode. Wij stellen voor aan arfikel 31, eerste lid, toe te voegen: “Deze evaluafie vindt plaats als voorbereiding op de meerjarige financiële en beleidsmafige kaders, bedoeld in arfikel 7a, eerste lid onder a.” Wij zien geen toegevoegde waarde van een tussenfijdse evaluafie (zie ook bij arfikel 31). Hiervoor is al voldoende ruimte bij de jaarlijkse begrofingscyclus, met uitgangspunten van de begrofing, de programmabegrofing en rapportages. In de reikwijdte van de evaluafie laat de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen de gemeenten vrij. Wat ons betreft richt de evaluafie zich op het funcfioneren van de gemeenschappelijke regeling in brede zin. Dit omvat de bestuurlijke en financiële aspecten van de GGD als het samenwerkingsverband van gemeenten, maar ook of vraag of de taakuitvoering en werkwijze van de GGD voldoende aansluit bij de behoefte van de gemeenten en hun inwoners. Overigens werkt de GGD-organisafie voortdurend aan de kwaliteit van de dienstverlening, o.a. met een kwaliteitssysteem, audits, visitafies en cerfificering.

Overige onderwerpen in zienswijzen 16. Financiële gevolgen wijziging GR  Apeldoorn: Evt. financiële consequenfies meenemen in de toelichfing op de definifieve uitwerking  Epe: Dank voor zorgvuldige voorbereiding. Aandachtspunt dat van aantal wijzigingen nog niet duidelijk is wat dit van raad gaat vragen, zoals adviescommissie. Financiële gevolgen of dat die er niet zijn in toelichfing opnemen.

Enkele onderdelen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (kunnen) leiden tot meer werkzaamheden, met name in de bestuursondersteuning. Wij wijzen op de acfieve informafieplicht, de toename van zienswijzenprocedures en de evaluafie. Dit verwachten wij binnen de bestaande begrofing te kunnen opvangen, mede door de extra middelen voor de Wet open overheid vanaf 2024. 12

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB Of de aangescherpte parficipafiebepaling meer werk voor de GGD-organisafie met zich mee brengt, kunnen we op dit moment nog niet overzien. Als de raden een gemeenschappelijke adviescommissie ingesteld willen hebben, dan is extra ondersteuning nodig en kunnen de leden van de commissie een (extra) vergoeding krijgen. Wij verwachten dat de financiële gevolgen beperkt zijn, maar stellen voor bij de uitwerking van de voorstellen te bekijken in hoeverre extra geld nodig is.

17. Termijn zienswijze op GR verlengen  Brummen, Heerde: gemeenteraad hebben bepleit de termijn voor een zienswijze uit te stellen naar 3 oktober 2023, om tot een weloverwogen en zorgvuldig opgebouwde inhoudelijke reacfie te kunnen komen.

18. Richten op subregio  Elburg, Harderwijk: GGD moet zich als belangrijke partner bij IZA en GALA meer op de 3 subregio’s richten. De (subregionale) adviescommissie kan een rol spelen.  Ermelo: Nadruk ligt op de subregionale samenwerking Noord-Veluwe. Nadrukkelijke wens om via evaluafie de inrichfing van de Wgr-instrumenten door te ontwikkelen.  Nunspeet: Nadruk ligt op regionale prevenfie infrastructuur Noord-Veluwe en versterking subregionale samenwerking Noord-Veluwe. Verzoek dit uitgangspunt daar waar mogelijk te borgen in GR.

Wij hebben vastgesteld dat het overgrote deel van de gemeenten heeft beslist over een zienswijze binnen de gestelde termijn van 1 augustus 2023. In de AB-vergadering van 30 november 2023 willen wij een gewijzigd ontwerpbesluit bespreken. Gemeenten die alsnog willen reageren, kunnen in de voorbereiding op deze AB-vergadering nog hun inbreng hebben. In 2021 heeft het algemeen bestuur de Koersnofifie vastgesteld in het kader van de zogenoemde Takendiscussie GGD NOG. Hierin staat: “De GGD is van 22 gemeenten. Met elkaar overeenstemming vinden is van groot belang, vanwege de schaalvoordelen en het gezamenlijk zorgen voor een basis-infrastructuur voor publieke gezondheidszorg. In veel gesprekken kwam terug dat de GGD primair op NOGregioniveau aangestuurd moet worden. De GGD zal tegelijkerfijd alles in het werk stellen om met haar bestaande producten en diensten zo flexibel en vraaggericht mogelijk aan te sluiten bij lokale vragen.” In de dienstverlening sluit de GGD aan op behoefte van gemeenten. Bij dit laatste denken wij in dit verband vooral aan maatwerk voor GGD-taken als onderzoek (epidemiologie), gezondheidsbevordering en beleidsadvisering. Wij zien geen aanleiding om dit te borgen in de GR. Zoals ook vastgelegd in de Koersnofifie die het AB in 2021 heeft vastgesteld, sluit de GGD in 13

Onderwerp / arfikel

Reacfie DB de dienstverlening zo veel mogelijk aan op behoefte van de gemeenten in de subregio’s. Wij kunnen ons voorstellen dat duidelijkere en scherpere afspraken over deze dienstverlening worden gemaakt in de subregio’s. Hierover gaan we graag in gesprek.

19. Archiefbepaling  Harderwijk: arfikel 20 Archief de archiefbepaling op te nemen om te voldoen aan de Archiefwet, in lijn met GR VNOG.

Belangrijke onderdelen van de ingebrachte model-Archiefbepaling zijn al geborgd in o.a. de Archiefverordening GGD NOG. Daarom is er in eerste instanfie voor gekozen de bestaande archiefbepaling niet te wijzigen. Over de zienswijze van Harderwijk heeft de GGD advies gevraagd van de archiefinspecteur van de gemeente Apeldoorn. Op basis van dit advies stellen wij een beperkte aanvulling van de archiefbepaling voor. Hiermee zijn de belangrijkste bestuurlijke verantwoordelijkheden geborgd in de gemeenschappelijke regeling.

14

C. Aanvullend voorstel GGD: forensische geneeskunde als belang GR Vanuit de GGD-organisafie komt nog het volgende, aanvullende voorstel:  forensische geneeskunde toe te voegen aan de GR als een door GGD NOG te beharfigen belang. Samenwerking 5 GGD’en forensische geneeskunde en de GR Zoals bekend werken de vijf GGD’en in Oost-Nederland aan samenwerking bij de uitvoering van forensische geneeskunde. In juli 2023 is een pilot gestart waarin gewerkt wordt volgens een nieuwe samenwerkingsstructuur in vier werkgebieden. Het doel van deze pilot was enerzijds het oplossen van de urgente roosterproblemafiek en anderzijds het opdoen van ervaringen met de nieuwe werkwijze. Deze ervaringen dienen als input voor de vormgeving van de toekomsfige samenwerking. De basis voor de samenwerking komt te liggen in een samenwerkingsovereenkomst. In de voorbereiding hiervan is de vraag opgekomen of forensische geneeskunde juridisch gezien voldoende is geborgd in de gemeenschappelijke regeling van de GGD’en. Belangen die gemeenschappelijke regeling beharfigt Een gemeenschappelijke regeling zoals GGD NOG is opgericht ter beharfiging van een aantal nader te bepalen belangen (arfikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen - Wgr). Deze belangen moeten in de gemeenschappelijke regeling zijn opgenomen (art. 10 lid 1 Wgr).

Gemeenten kunnen formeel alleen taken en bevoegdheden op- of overdragen die binnen het belang van de gemeenschappelijke regeling vallen. De GR GGD NOG omschrijft als door de GGD te beharfigen belangen (art. 3): a. de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curafieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bedoeld in arfikel 2, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, en b. maatschappelijke zorg en welzijn. Toevoeging forensische geneeskunde aan te beharfigen belangen De beschreven belangen beperken de mogelijke toekenning van bevoegdheden aan de gemeenschappelijke regeling (art. 30 lid 1 Wgr), maar ook de privaatrechtelijke mogelijkheden van de GGD. Nu is er discussie of forensische geneeskunde wel onder “publieke gezondheid” valt. Juridisch adviesbureau PROOF adviseert daarom in een handreiking voor samenwerkingsmodellen forensische geneeskunde, wanneer een gemeenschappelijke regeling toch wordt aangepast, duidelijk te maken dat de GGD ook opgericht is in het belang van de forensische geneeskunde inclusief medische arrestantenzorg. Het voorstel is om voor alle duidelijkheid dit advies over te nemen. In bijlage 1 staat een nadere toelichfing uit de handreiking.

15

D. BIJLAGE Toelichfing forensische geneeskunde als belang in de GR Toelichfing uit Samenwerkingsmodellen voor de forensische geneeskunde getoetst, PROOF adviseurs 2021 “De GGD is opgericht ter beharfiging van een aantal nader te bepalen belangen, zo volgt uit arfikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze belangen moeten in de gemeenschappelijke regeling zijn opgenomen (art. 10 lid 1 Wgr) en beperken de mogelijke bevoegdheidstoekenning aan de gemeenschappelijke regeling (art. 30 lid 1 Wgr)2, maar ook de privaatrechtelijke mogelijkheden van de GGD. Instrumenten kunnen slechts ingezet worden ter beharfiging van die belangen. Het is wenselijk dat belangen in een gemeenschappelijke regeling zo concreet mogelijk omschreven zijn, zodat zij ook daadwerkelijk als afbakening kunnen gelden. Anderzijds heeft een vagere brede omschrijving als voordeel dat er meer taken onder gebracht kunnen worden zonder wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Dat laatste is iets wat decentrale bestuurders vaak preftig vinden, maar waar gemeenteraden vaak juist op tegen zijn omdat zij zo de grip op de omvang van de samenwerking kunnen verliezen. Daarbij rijst de vraag of de publieke gezondheidszorg als bedoeld in de Wet publieke gezondheid ook de forensische geneeskunde omvat.

De publieke gezondheidszorg is volgens de wet immers gericht op gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, terwijl de forensische geneeskunde zich met name richt op het achterhalen van de doodsoorzaak bij overleden personen of naar de aard en oorzaak van letsel. De forensische geneeskunde is met name gericht op het opsporen van strafbare feiten en het bieden van zorg aan een verdachte, arrestant of gevangene. Daarbij ziften natuurlijk wel duidelijke raakvlakken met bijvoorbeeld de infecfieziektebestrijding vanuit de publieke gezondheid (het onderzoek kan bijv. leiden tot ontdekking van infecfieziekten of een uitbraak daarvan), maar forensische geneeskunde is thans geen onderdeel van de Wet publieke gezondheid. Dat laat onverlet dat deze taken als publieke taken (of in elk geval ondersteunend daaraan) kunnen worden gezien. Vanuit GGD GHOR Nederland is in 2014 dan ook opgeroepen om de forensische geneeskundige te erkennen als een medisch beroep in het domein van de publieke gezondheidszorg. Ook de Commissie Hoes riep hiertoe op. Tot op heden zijn de taken echter niet weftelijk geborgd. Omdat de GGD een funcfioneel bestuur is, kunnen nieuwe taken daar maar op twee manieren terecht komen. De wetgever kan de taak opdragen (vgl.

de taken van de directeur publieke gezondheid in het kader van de Wet kinderopvang) of de deelnemende gemeentebesturen kunnen de taken op- of overdragen (vgl. de taken uit de Wet publieke gezondheid die weftelijk verplicht moeten worden op- of overgedragen; ook de lijkschouw, wanneer die vrijwillig is overgedragen aan de GGD, valt hieronder, aangezien dat op grond van de wet een gemeentelijke taak is). De eerste situafie is zoals gezegd (nog) niet aan de orde, en dus is alleen overdracht via de deelnemende gemeentebesturen mogelijk. Zij kunnen alleen taken en bevoegdheden op- of overdragen die binnen het belang van de gemeenschappelijke regeling vallen. Het is daarom dus noodzakelijk, wanneer een gemeenschappelijke regeling toch wordt aangepast, duidelijk te maken dat de GGD ook opgericht is in het belang van de forensische geneeskunde en medische arrestantenzorg.”

16

Gemeente

Aalten Raadsvoorstel Voorstel om een zienswijze in te dienen op de zevende wijziging Gemeenschappelijke Regeling Regeling (GR) GGD Noord- en Oost-Gelderland (GGD NOG)

AAN DE RAAD

Samenvatting In dit voorstel leest u dat de GGD Noord- en Oost- Gelderland (GGD NOG) NOG) een voorstel In Dit is (ontwerpregeling) heeft voorbereid om de Gemeenschappelijke Regeling aan te passen. Dit Door de aanpassingen noodzakelijk om aan de Wet gemeenschappelijke regelingen te voldoen. Door wordt de positie van de gemeenteraad versterkt. De GGD NOG vraagt de raden om het voorstel te bespreken en eventueel zienswijzen in te dienen. Wij hebben een voorzet gemaakt voor een In de raad kunt u besluiten of u een zienswijze in wilt dienen en zo ja of de zienswijze. In 'conceptzienswijze' akkoord is. Mocht dat laatste niet het geval zijn dan kunt u wijzigingen `conceptzienswijze' aanbrengen.

Inleiding Inleiding Het doel Op 11 juli 2022 is de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Het van de wet is versterking van de positie van gemeenteraden in besluitvorming bij gemeenschappelijke De raden krijgen meer regelingen. Gemeenteraden worden ook in hun controlerende rol versterkt. De inspraak bij het treffen van gemeenschappelijke regelingen en bij het nemen van besluiten door besturen ervan. Op basis van de gewijzigde Wgr dient er op enkele onderdelen een aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) van de GGD Noord- en Oost-Gelderland plaats te vinden. Er is een ontwerpregeling opgesteld in afstemming met een ambtelijke werkgroep met juridische Noord- en Oostadviseurs van vier gemeenten en vertegenwoordigers van de Veiligheidsregio NoordGelderland (VNOG). De VNOG en de GGD NOG hebben hetzelfde werkgebied van 22 gemeenten voor de uitvoering van hun taken. Beide organisaties werken (mede als één van de onderdelen van het GGD NOG Robuust programma) steeds intensiever samen. In een brief van 18 18 april 2023 verzoekt de GGD NOG het ontwerp voor te leggen aan de raad voor In een zienswijze. De GGD NOG verzoekt colleges en raden om in hun eventuele zienswijze met name in te gaan op opzet van de begrotingscyclus en de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden voor de GGD in te stellen.

Beschrijving beleidsterrein inclusief toepasselijke regelgeving Wet op de Publieke Gezondheid en Wet op de gemeenschappelijke regelingen.

1 van 4 Pagina 1

Inhoudelijke toelichting op het voorstel Inhoudelijke De GGD NOG nodigt gemeenten uit om hun zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot de opgestelde ontwerpregeling. Wij stellen u voor om een zienswijze uit te brengen op de volgende onderwerpen: 1.1.Zienswijze 1.1. Zienswijze op het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie Artikel 24a van de Wgr voorziet in de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Deze commissie kan het Algemeen Bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de deelnemende gemeenten m.b.t. de regeling voorbereiden of de raden advies voorzien. NOG is de doelstelling van Volgens de toelichtende tekst bij de wijziging van dit artikel in de GR GGD NOG Het is niet de de gemeenschappelijke adviescommissie om raden met elkaar te laten overleggen. Het bedoeling om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen. Daarnaast dienen alle raden in te stemmen met de instelling van de gemeenschappelijke adviescommissie. De toelichtende tekst geeft ook aan dat een commissie formeel niet voor meer dan één gemeenschappelijke regeling mag werken. Dat betekent dat het dus niet mogelijk is om een NOG als de VNOG in te gemeenschappelijke adviescommissie voor bijvoorbeeld zowel de GGD NOG stellen.

U kunt als raad van de gemeente Aalten aangeven dat u het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie ondersteunt. Het is dan wel wenselijk om de bevoegdheden, de taken en werkzaamheden van de commissie goed af te stemmen op de termijnen voor zienswijzen. Op dit moment is er bij een termijn van acht weken in de planning al nauwelijks ruimte voor de Het op een goede wijze meenemen van een advies van een gemeenschappelijke voorbereiding. Het adviescommissie vormt dan een extra uitdaging. 1.2. Zienswijze op de begrotingscyclus 1.2. De Wgr (artikel 34b) schrijft voor dat het Dagelijks Bestuur voor 30 april de algemene financiële en Uitgangspuntennota) aan de beleidsmatige kaders voor de begroting van het volgend jaar (ook we Uitgangspuntennota) raden zendt. De afgelopen jaren hadden de raden altijd de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Na afstemming met de VNOG over het proces van de begrotingscyclus is hier het afgelopen jaar voor het eerst vanaf gezien. Bij de VNOG zijn raden ook niet in de gelegenheid om een zienswijze in te dienen op de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting van het opvolgende jaar. Het voorstel is om in een zienswijze een voorkeur uit te spreken voor de huidige vernieuwde opzet Uitgangspuntennota van de begrotingscyclus. Het is dus niet noodzakelijk om een zienswijze op de Uitgangspuntennota weer in te voeren.

Voor de concept Programmabegroting is het wettelijk verplicht om een zienswijze procedure te doorlopen. Daarmee is een zienswijze procedure voor de Uitgangspuntennota Uitgangspuntennota is feite dubbel werk. 1.3. Zienswijze op de evaluatie van de regeling 1.3. 11a) verplicht tot het maken van afspraken over de evaluatie van de De gewijzigde Wgr (artikel 11a) 'artikel 31 31 Evaluatie' in de 7e 7e wijziging van de GR gemeenschappelijke regeling. Het voorstel is om `artikel GGD NOG op te nemen. Het voorstel is om in een zienswijze de meerwaarde van een periodieke evaluatie van het functioneren van de gemeenschappelijke regeling te onderschrijven. Om de verbinding te leggen met de bestuursagenda en om ook meerdere zienswijzen in korte tijd te bundelen, verzoeken we de GGD NOG om de koppeling van de zienswijzen van de evaluatie en de bestuursagenda specifiek in de tekst te vermelden. De koppeling is bij de VNOG ook in de tekst van het artikel aanwezig.

Pagina 2 van 4

1.4. Zienswijze op aanpassing van artikel 9 Werkwijze, derde lid lid 14. De GGD NOG stelt voor om aan 'artikel 9 werkwijze derde lid' een aantal verwijzingen naar de artikelnummers in de gemeentewet toe te voegen. Het gaat om het toevoegen van artikel 53, 54 en 60 van de gemeentewet. Volgens de toelichtende tekst zijn deze artikelen ook van toepassing op Het was nodig om de vergaderingen van het dagelijks bestuur. Het gaat om een technische correctie. Het verwijzingen aan te passen, omdat deze niet meer actueel en volledig waren. De inhoudelijke argumentatie om deze artikelen uit de gemeentewet specifiek toe te voegen ontbreekt. Artikel 54 van de gemeentewet gaat bijvoorbeeld over het vergaderen achter gesloten deuren. Dit artikel was ook bij de laatste actualisering van de GR NOG al in de gemeentewet aanwezig. Het voorstel is om een zienswijze in te dienen om het toevoegen van artikelen uit de gemeentewet 'artikel 9, Werkwijze, derde lid' beter inhoudelijk te onderbouwen in een toelichting. Volgens aan `artikel 'artikel 9 Werkwijze zevende lid' is het Dagelijks Bestuur ook bevoegd om een reglement van orde `artikel voor zijn vergaderingen vast te stellen. Dit lid maakt het eventueel ook mogelijk om aanpassingen de vergaderwijze van het Dagelijks Bestuur in het reglement van orde een plek te geven.

2.1 De GGD NOG wordt op de hoogte gehouden van de besluitvorming in in de raden 2.1 De raden dienen voor 11 augustus 2023 te reageren met een eventuele zienswijze op de 77ee wijziging van de GR GGD NOG. De GGD NOG heeft al signalen gekregen dat deze termijn voor een aantal raden aan de krappe kant is. Daarom bekijkt de GGD NOG begin juli de voortgang van de besluitvorming over de zienswijzen. De conceptbrief met de voorgestelde zienswijze vanuit de Raad van Aalten is in de bijlage toegevoegd. Het is een conceptversie. Op basis van bespreking in uw raad kunnen er nog aanpassingen plaatsvinden. Alternatieve beleidskeuzes U kunt besluiten om geen zienswijze in te dienen. Dan informeren wij de GGD NOG NOG daarover. U U geeft NOG wat u betreft daarmee aan dat de 77ee wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG doorgang kan vinden op de wijze zoals deze door de GGD NOG is voorgesteld. Financiële consequenties Het voorstel heeft geen financiële consequenties

Participatie en Communicatie Indien u besluit om een zienswijze in te dienen verwoorden wij deze in een brief aan de GGD. Indien u besluit om geen zienswijze in te dienen stellen wij de GGD daarvan per mail op de hoogte

Pagina 3 van 4

Vervolgstappen inclusief tijdspad De planning voor de besluitvorming in de gemeente Aalten is als volgt: 13 juni 2023 • Voorbereiding voor de besluitvorming in de beeldvormende raad van 13 19 juni 2023 • Oordeelsvorming in de oordeelsvormende raad van 19 • Besluit tijdens de Raadsvergadering van 4 juli 2023 • Voor 11 augustus 2023 dient de GGD NOG de zienswijze te ontvangen De planning is gericht op aanpassing van de GR GGD NOG voor de wettelijke termijn van 11 juli 2024. De verdere vaststellingsprocedure verloopt als volgt: Verwerking zienswijzen: De GGD NOG verwerkt de reacties uit de ontvangen zienswijzen en Bestuur. Na de legt de bijgewerkte wijziging weer voor besluitvorming voor aan het Algemeen Bestuur. besluitvorming stuurt de GGD NOG de wijziging naar de colleges. 2. Goedkeuring raden: De colleges zenden de regeling vervolgens voor goedkeuring aan de raden. De raden hebben dertien weken om de te besluiten over de goedkeuring. 3. Vaststelling regeling: Na goedkeuring door de raad besluit het college definitief over de wijziging. Vervolgens informeert het college de GGD NOG. De De wijziging is is tot stand gekomen als het Algemeen Bestuur heeft vastgesteld dat hiertoe is besloten door 2/3 van de colleges 15 van de 22) met minimaal 2/3 van de stemmen (62 van de 92). Na bekendmaking (minimaal 15 door de gemeente Apeldoorn treedt de wijziging in werking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13742693/1