CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A8 GGD NOG - Brief aan colleges over wijzing GR GGD NOG D422838

Besluitvormende raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst ingekomen en te verzenden stukken (hamerstuk)29.559 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gearchiveerd: vrijdag 1 december 2023 10:58:26 Van: Nijland, Thijs Verzonden: donderdag 30 november 2023 16:46:39 Aan: gemeente@aalten.nl; gemeente@apeldoorn.nl; info@gemeenteberkelland.nl; info@bronckhorst.nl; Gemeente Brummen; gemeente@doetinchem.nl; gemeente@elburg.nl; gemeente@epe.nl; gemeente@ermelo.nl; info@harderwijk.nl; gemeente@hattem.nl; gemeente@heerde.nl; gemeente@lochem.nl; gemeente@montferland.info; gemeente@nunspeet.nl; info@zutphen.nl; gemeente@oldebroek.nl; gemeente@oostgelre.nl; info@oude-ijsselstreek.nl; info@putten.nl; gemeente@voorst.nl; gemeente@winterswijk.nl Cc: Kuiper, Alina; Appelboom, MA (Marieke); Lijnsvelt, Jesse; Bouwman, Tine; Reinders, Max; Leeuwe van, Liesbeth; Alma van Maanen; Evink D.; p.beelen; Trinette Ufkes; Wolter Bos; t.buimer; Hinke van den Hoeven; Ivo Nijenhuis; Mayke Woestenburg; Krista Schakel; e.krabbenborg; Weijers, Dennis; Hilbrand Rozema; Hatice Yilmaz; rlankveld; c.vanamerongen Onderwerp: 057 - brief aan colleges over wijzing GR GGD NOG Precisie: Normaal Bijlagen: 057 - brief aan colleges over wijzing GR GGD NOG.pdf ;057-bijlage 1 7e Wijziging GR GGD NOG adviesnota AB 30 nov 2023.pdf ;057-bijlage 2 Stappen wijziging GR GGD NOG versie 20230414.pdf ;057-bijlage 3 Gewijzigd modelbesluit B&W 7e wijz GR GGD NOG.pdf ;057-bijlage 4 Toelichting Modelbesluit B&W 7e wijz GR GGD NOG AB 30 nov 2023.pdf ;057-bijlage 5 Overzicht zienswijzen

7e wijz en aanvul GR GGD NOG AB 20231130.pdf ;057-bijlage 6 Ontvangen zienswijzen wijziging GR GGD NOG gebundeldred.pdf ;

Geachte lezer, Hierbij ontvangt u een brief (met 6 bijlagen) van het dagelijks bestuur van GGD Noord- en Oost-Gelderland aan het college van burgemeester en wethouders van uw gemeente. De brief gaat over de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG. Via de cc ontvangen de gemeentelijke contactpersonen van de GGD de brief ook. Met vriendelijke groet, Thijs Nijland directiesecretaris Werkdagen: ma-di-wo-do

Rijksstraatweg 65 7231 AC Warnsveld Postbus 3 7200 AA Zutphen

T. 088 443 3270 (direct) T. 088 443 30 00 (algemeen) E. t.nijland@ggdnog.nl W. www.ggdnog.nl

øøÐ Noord- en 0ost-Gelderland

Aan: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die deelnemen in GGD Noord- en Oost-Gelderland - per e-moil verzonden -

Kenmerk: Datum: Behandeld door: E-mail:

JBlthn/023-dir 057

l{l ir';ver:rbc:r,ì{.).ì'J T. Nijland t.nijland@ggdnog.n 088 443 3270 wijziging gemeenschappelijke regeling GGD NOG I

Telefoonnummer: Onderwerp:

Geachte colleges, Hierbij ontvangt u het ontwerpbesluit voor de 7e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG. Wij verzoeken u om d¡t besluit vóór 1 rnea 2024 vast te stellen en ons te ¡nformeren over uw besluit De gemeenschappelijke regeling (GR) voor de GGD is een regeling tussen de colleges van burgemeester en wethouders, zodat u als college beslist over de wijziging. Hiervoor heeft u echter toestemming van uw raad nodig (zie art. 1 Wet gemeenschappelijke regelingen). De periode medio december 2023 tot mei2024 biedt naar onze mening voldoende tijd voor de

besluitvorming bij de gemeenten. Daarna kan het algemeen bestuur van de GGD de totstandkoming van de wijziging vaststellen in de vergadering die is gepland op 11 juli 2024. De wettelijke termijn van 1 juli 2024voor de wijziging wordt hiermee (zo goed als)gehaald.

Aonleiding en voorofgoande stoppen De gemeenschappelijke regeling moet worden aangepast aan de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per l juli 2022. Het doel is de democratische legitimatie van GR'en en de positie

van de raden te versterken. ln april 2023 hebben wij de colleges verzocht om het oorspronkelijke ontwerpbesluit voor te leggen aan hun raad voor een zienswijze. Het algemeen bestuur heeft de ontvangen zienswijzen op LL september 2023 oriënterend besproken. Daarna hebben wij de raden geïnformeerd over de stand van zaken (brief van22 september 2023Ì'. Op 30 november 2023 heeft het algemeen bestuur een aangepast ontwerpbesluit vastgesteld. Daarbij was het streven zo goed mogelijk recht te doen aan de zienswijzen die de raden hebben ingediend. Totsta ndkom i n g wijzig i ng G R

Nadat u het ontwerpbesluit heeft toegezonden aan de raad, heeft de raad 13 weken voor het verlenen van toestemming. De termijn kan eenmaal met 13 weken worden verlengd (zie art. 10:32 en 10.31 Algemene wet bestuursrecht). Wanneer de raad toestemming heeft gegeven, besluit het college over de wijziging. De wijziging is tot stand gekomen als het algemeen bestuur van de GGD heeft vastgesteld dat hiertoe is besloten door ten minste 2/3 van de colleges (d.w.z. L5 van de 22l'met ten minste 2/3 van de stemmen (d.w.z. 62 van de 92). Na de bekendmaking door de gemeente Apeldoorn treedt de wijzing in werking.

Postbus 3,7200 AA Zutphen 088 - 443 30

00 ggd@ggdnog.nl www.ggdnog.nl

GGD Noord- en Oost-Gelderland is partner in het Centrum voor Jeugd en Gezin

O ntwe rp bes I

uit e n ve rde r i nform otie

Bij deze brief treft u de volgende stukken aan:

L. Adviesnota voor het algemeen bestuur GGD (hierin staan de hoofdlijnen en bij argument 2.L. de belangrijkste bestuurlijke bespreekpunten)

2. Stappen wijziging GR 3. Gewijzigd modelbesluit 4. Toelichting gewijzigd modelbesluit 5. Overzicht zienswijzen gemeenteraden en reacties DB 6. Gebundelde zienswijzen Tenslotte De GGD is graag bereid om een toelichting te geven op het ontwerpbesluit of over de werkzaamheden die de GGD uitvoert voor de inwoners van uw gemeente. Wij zien uw besluit over het ontwerpbesluit met belangstelling tegemoet vóór L mei 2024. Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met T. Nijland, directiesecretaris, e-mail t.niiland(aeednoe.nl en tel. 088 443 3270.

Met vriendelijke groet, het dagel bestuur,

J,J. Baardman,

directeur publieke gezond heid

voorzitter

2

Algemeen bestuur Agendapunt:

12

Overlegdatum:

30 november 2023

Portefeuillehouder:

A.J. Prins

Adviesnota Onderwerp

7e Wijziging Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG

Voorstel

1. kennis te nemen van de zienswijzen die de gemeenteraden hebben uitgebracht op het eerste ontwerpbesluit voor de 7e wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD NOG; 2. in te stemmen met de reacties van het dagelijks bestuur op de zienswijzen, waaronder als belangrijkste aanpassingen van het oorspronkelijke ontwerp-besluit: a. de mogelijkheid voor raden om een zienswijze in te dienen op de uitgangspunten voor de begroting; b. de toevoeging dat het AB altijd – naast vaste onderwerpen – een besluit voor een zienswijze kan voorleggen aan raden; c. een aanscherping van de actieve informatieplicht van GGD-bestuur naar raden; d. een verduidelijking van de bepaling over evaluatie; 3. de ontwikkelingen rond een mogelijke gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden voor de GGD te volgen en als de raden en de raadsgriffiers met initiatieven hiertoe komen, hieraan actief mee te werken; 4. in te stemmen met het toevoegen aan de gemeenschappelijke regeling van forensische geneeskunde als een door GGD NOG te behartigen belang; 5. het aangepaste ontwerp-besluit vast te stellen en in te stemmen met het verzoek aan de colleges om hierover voor 1 mei 2024 te besluiten.

Inleiding In 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) aangepast, met als doel de rol van de gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen - zoals de GGD - te versterken. De Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG (GR) moet hieraan worden aangepast. Na bespreking in de AB-vergadering van 6 april 2023 hebben wij een ontwerp-besluit aan de 22 colleges van B&W gestuurd. De volgende stap was dat de colleges het ontwerpbesluit in mei-juni 2023 hebben voorgelegd aan hun raad voor een zienswijze. Uw bestuur heeft de ontvangen zienswijzen op 11 september 2023 oriënterend besproken. Daarna hebben wij de raden geïnformeerd over de stand van zaken. Dit najaar hebben wij van twee gemeenten alsnog reacties ontvangen. Wij leggen u nu een aangepast ontwerp-besluit tot wijziging van de GR voor. Hierin hebben wij de zienswijzen en de uitkomsten van de oriënterende bespreking verwerkt. In deze adviesnota geven wij de hoofdlijnen aan. Bij argument 2.1. zijn de belangrijkste bestuurlijke bespreekpunten samengevat. De bijlagen bevatten uitgebreidere informatie.

Beoogd effect

Tijdige aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG waarvoor draagvlak bij de gemeenten bestaat. 1

Argumenten

1.1. . Alle gemeenteraden hebben een zienswijze of reactie ingediend of besloten geen zienwijze in te dienen. Zes gemeenteraden hebben besloten geen zienswijzen te dienen bij hun college en stemmen in met het oorspronkelijke ontwerp-besluit. Vijftien gemeenten hebben een zienswijze ingediend. De gemeente Heerde heeft bepleit om de termijn voor het indienen van zienswijzen te verlengen van 1 augustus naar 3 oktober 2023. In zijn brief van 10 mei 2023 geeft de raad wel enkele aandachtspunten mee. Hiermee ontstaat een compleet beeld van wat er bij de raden leeft over dit onderwerp. De raden stemmen op hoofdlijnen in met de ontwerp-wijziging, maar op onderdelen zijn er kritische reacties en soms uiteenlopende opvattingen. 2.1. .Op een aantal onderdelen geven de zienswijzen aanleiding tot aanpassing of een nadere toelichting. In het bijgevoegde samenvattende overzicht (bijlage 3) geven wij onze reacties op de zienswijzen. Hieronder vatten wij de belangrijkste punten samen: a. Een aantal gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Elburg, Epe, Nunspeet, Putten, Winterswijk) is voorstander van een zienswijzenprocedure bij de uitgangspunten voor de begroting, zoals tot 2023 gebruikelijk was. Enkele andere gemeenten (Aalten, Oude IJsselstreek, Zutphen) geven aan hier geen behoefte aan te hebben, maar ook niet tegen te zijn.

In de Financiële verordening die u in juli 2023 heeft vastgesteld, is al opgenomen dat de raden voor 1 maart een zienswijze kunnen indien op de uitgangspunten. In de oorspronkelijke wijziging was dit nog niet opgenomen. Wij stellen voor in de gemeenschappelijke regeling toe te voegen dat de raden een zienswijze kunnen geven op de jaarlijkse uitgangspunten voor de begroting. b. De raden van Aalten, Bronckhorst, Doetinchem, Winterwijk en Brummen doen verschillende voorstellen voor een (open) uitbreiding van de onderwerpen voor de zienswijzenprocedure. Wij verwachten dat de voorgestelde algemene omschrijvingen van onderwerpen voor zienswijzen onduidelijkheid geeft. Wij stellen voor om een procedurele bepaling toe te voegen, dat het algemeen bestuur altijd aanvullend de mogelijkheid heeft om een besluit voor een zienswijze voor te leggen aan de raden. Hiermee ligt de afweging bij uw bestuur en wordt zo de betrokkenheid van de raden geborgd. c. De raden van Aalten, Bronckhorst, Doetinchem en Winterswijk willen jaarlijks overleg over de planning voor de begrotingsprocedure. Gegeven de vastgestelde termijnen zien wij verder weinig ruimte voor jaarlijkse afspraken. Jaarlijks informeren wij de raden al vooraf over de planning. d. De raden van Brummen Elburg, Ermelo, Nunspeet, Hattem en Heerde bepleiten op verschillende manieren voor meer participatie van inwoners en belanghebbenden.

Wij stellen voor bij participatie de lijn te blijven volgen dat de verantwoordelijkheid hiervoor in de eerste plaats bij gemeenten ligt. De GGD heeft hierin niet een zelfstandige rol, maar kan vanuit zijn adviserende en uitvoerende taken bijdragen aan participatie-trajecten van de gemeenten. e. De raden van Aalten, Bronckhorst en Doetinchem stellen een aanvulling voor op de bepaling over de (actieve) informatieplicht van het GGD-bestuur richting raden met “alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact”. Wij hebben twijfels bij de toegevoegde waarde van de voorgestelde formulering. Niettemin onderschrijven wij de intentie ervan en stellen wij voor de aanvulling over te nemen voor zowel het algemeen als het dagelijks bestuur. Wij zien de invulling van de actieve informatieplicht naar de raden als een speerpunt voor de komende tijd. f. De raden van Aalten, Apeldoorn, Oude IJsselstreek, Elburg, Ermelo, Nunspeet Epe en Zutphen bepleiten aanscherpingen van de vierjaarlijkse evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. 2

Wij nemen het voorstel over dat de vierjaarlijkse evaluatie wordt gekoppeld aan het opstellen van de bestuursagenda voor de nieuwe bestuursperiode. g. De raden van Apeldoorn en Epe vragen aandacht voor de mogelijke financiële gevolgen van de van de wijziging GR. Enkele onderdelen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling kunnen leiden tot meer kosten. Wij verwachten dat dit beperkt is, maar stellen voor bij de uitwerking van de voorstellen te bekijken in hoeverre extra geld nodig is. h. Elburg, Ermelo, Harderwijk en Nunspeet bepleiten bij verschillende onderdelen dat de GGD zich meer richt op de 3 subregio’s (Achterhoek, Midden-IJssel/Oost-Veluwe en NoordVeluwe). In de zienswijzen komt dit bijvoorbeeld aan de orde bij de uitwerking van de gezondheidsakkoorden IZA en GALA en de regionale preventie-infrastructuur, bij participatie en bij een bepleite subregionale adviescommissie van raadsleden. In de AB-vergadering van 11 september 2023 hebben wij aangegeven dat wij geen aanleiding zien om dit te borgen in de GR. Zoals ook vastgelegd in de Koersnotitie die AB in 2021 heeft vastgesteld, sluit de GGD in de dienstverlening zo veel mogelijk aan op behoefte van de gemeenten in de subregio’s. Hierover gaat de GGD graag in overleg met de gemeenten. i. In de zienswijzen hebben enkele gemeenten ook meer technische opmerkingen gemaakt.

Dit betreft de werkwijze DB, uittreding en archief. Deze opmerkingen leiden tot kleine aanpassingen in het ontwerp-besluit. In het samenvattend overzicht (bijlage 4) lichten wij de verschillende onderdelen uitgebreider toe. 3.1. Het initiatief voor een mogelijke gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden voor de GGD laten wij vooralsnog bij de raden. Als een initiatief vanuit de raden tot stand komt, werken wij hieraan graag mee. De gewijzigde Wgr maakt de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden mogelijk. Dit staat los van de wijziging van de GR van de GGD. Van de 22 raden spreken zich er 10 positief uit over een adviescommissie: Aalten, Apeldoorn, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oude IJsselstreek, Putten. De raden van Bronckhorst, Voorst en Zutphen geven hieraan geen prioriteit, maar zijn niet tegen. Verscheidene raden stellen nadere vragen of geven adviezen mee voor de werkwijze en samenstelling. Het bestuur van de Veiligheidsregio NOG streeft actief naar de instelling van een adviescommissie voor die gemeenschappelijke regeling. Wij volgen de ontwikkelingen op dit punt. Als de raden en de raadsgriffiers met initiatieven komen om (ook) een adviescommissie voor de GGD in te stellen, werken wij hieraan uiteraard mee. 4.1.

Voor de duidelijkheid is het wenselijk om forensische geneeskunde in de gemeenschappelijke regeling op te nemen als een door GGD NOG te behartigen belang. Bij de oriënterende bespreking in uw vergadering van 11 september 2023 heeft u ingestemd met het opnemen van forensische geneeskunde als “belang” in de GR. De vijf GGD’en in Oost-Nederland werken aan samenwerking bij de uitvoering van forensische geneeskunde. In de besprekingen hierover is de vraag opgekomen of forensische geneeskunde juridisch gezien voldoende is geborgd in de gemeenschappelijke regelingen van de GGD’en. Juridisch adviesbureau PROOF adviseert daarom - in een handreiking voor samenwerkingsmodellen forensische geneeskunde - om wanneer een gemeenschappelijke regeling toch wordt aangepast, duidelijk te maken dat de GGD ook opgericht is in het belang van de forensische geneeskunde inclusief medische arrestantenzorg. In bijlage 4 (p. 15 e.v.) staat een nadere toelichting. 5.1. Het algemeen bestuur is bevoegd om het ontwerp-besluit over de wijziging vast te stellen. Dit is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling (zie art. 26, tweede lid). Als het algemeen bestuur wijziging van de gemeenschappelijke regeling wenselijk acht, dan stelt het algemeen bestuur het voorstel voor de wijziging vast. Het dagelijks bestuur zendt dit voorstel aan de colleges.

3

5.2. Om de wettelijke termijn van 1 juli 2024 (zo goed als) te halen en om tegelijkertijd de gemeenten voldoende tijd te bieden, willen wij de colleges verzoeken vóór 1 mei 2024 in te stemmen met de GRwijziging. De Wgr bepaalt dat de wijziging van de gemeenschappelijke regeling vóór 1 juli 2024 tot stand moet komen. Als uw bestuur op 30 november 2023 het gewijzigde ontwerpbesluit vaststelt, kunnen vervolgens de colleges beslissen tot de wijziging van de GR. Hiervoor zij hebben toestemming van de raad nodig. De periode medio december 2023 tot mei 2024 moet voldoende tijd bieden voor de besluitvorming bij de gemeenten. Daarna kan uw bestuur de totstandkoming van de wijziging vaststellen in de vergadering die is gepland op 11 juli 2024.

Kanttekeningen

2.1. Afstemming met de Veiligheidsregio NOG over verwerking van de zienswijzen heeft plaatsgevonden, maar zijn er blijven (beperkte) verschillen. De VNOG en GGD NOG trekken samen op in het wijzigingstraject van hun GR’en. Het zijn beide gemeenschappelijke regelingen van de 22 colleges in de regio Noord- en Oost-Gelderland en beide organisaties werken samen in de taakuitvoering. Niettemin verschillen de twee GR’en op onderdelen, vanwege de verschillen in taakopdracht en regelgeving. Bovendien hebben beide besturen een eigen verantwoordelijkheid. De huidige voorstellen stemmen echter op hoofdlijnen overeen. Een voor gemeenten relevant verschil is dat de GGD twaalf weken en de VNOG minimaal acht weken hanteert voor de (nietwettelijk verplichte) zienswijzenprocedures. 4.1. Over de toevoeging van forensische geneeskunde als belang in de GR hebben de raden geen zienswijze kunnen geven. Inderdaad is dit onderdeel pas later ingebracht. Het belang ervan werd duidelijk in de voorbereiding van de samenwerking tussen de vijf GGD’en in Oost-Nederland. Om discussie op dit punt te voorkomen, vinden wij het echter verstandig om forensische geneeskunde op te nemen als belang in de GR GGD NOG. 5.1. De raden moeten voldoende tijd hebben om weloverwogen hun zienswijzen te kunnen geven, maar de wettelijk deadline is 1 juli 2024.

De raden hebben 13 weken om te besluiten over goedkeuring van de wijziging van de GR (art. 10:32 en 10,31 Algemene wet bestuursrecht). Zij kunnen het besluit eenmaal met max. 13 weken verdagen. Dan kan de wettelijke termijn voor aanpassing van de GR per 1 juli 2024 in het geding komen. Wij verwachten echter dat verdaging door de raden niet nodig is en dat de colleges voor 1 mei 2024 kunnen besluiten.

Financiën

Zie bij argument 2.1. onder h. Vooralsnog n.v.t.

Vervolg     

DB zendt door AB vastgestelde ontwerp-wijzing aan de colleges colleges van B&W besluiten voor 1 mei 2024 over GR-wijziging, met toestemming van raad AB stelt op 11 juli 2024 de totstandkoming van de wijziging vast bekendmaking en inwerkingtreding wijziging van de GR. zie ook stappenschema in bijlage 1

Communicatie Zie bij vervolg.

4

Warnsveld, 6 november 2023 Het dagelijks bestuur,

drs. J.J. Baardman, directeur publieke gezondheid

A.J. Prins, voorzitter

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.

Stappen wijziging GR Gewijzigd modelbesluit Toelichting gewijzigd modelbesluit Overzicht zienswijzen gemeenteraden en reacties DB Gebundelde zienswijzen

5

Stappen wijziging Gemeenschappelijke regeling GGD NOG

Maken ontwerp

Zienswijze op ontwerp

GR verwerkt zienswijze

Goedkeuring raden

Vaststellen wijziging

• dagelijks bestuur (DB) of college B&W kan voorstel wijziging doen (art. 26,1 Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG - GR) • als algemeen bestuur (AB) wijziging wenselijk vindt, stuurt DB voorstel aan colleges (art. 26,2 GR)

• colleges zenden de ontwerp-wijziging aan de raad (art. 1,2 en 1,4 Wet gemeenscheppelijke regelingen - Wgr) • de raad kan binnen 8 weken een zienswijze naar voren brengen, of deelt zo spoedig mogelijk mee dat geen zienswijze wordt ingediend (art. 1,3 en 1,4 Wgr) • colleges informeren DB over uitkomst

• DB verwerkt de ingediende zienswijzen en legt (eventueel aangepaste) ontwerp-wijziging voor aan AB • als AB de wijziging wenselijk vindt, stuurt DB een voorstel aan colleges (art. 26,2 GR

• colleges leggen de wijziging voor aan de gemeenteraden met het verzoek toestemming te geven (kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang, art. 1,4 Wgr) • raden besluiten binnen 13 weken over goedkeuring van de wijziging (art. 10:32 en 10,31 Algemene wet bestuursrecht - Awb) • de raden kunnen het besluit over goedkeuring eenmaal met max. 13 weken verdagen • colleges besluiten over de wijziging van de regeling (art. 1 Wgr) • de wijziging is totstandgekomen als het AB heeft vastgesteld dat hiertoe is besloten door 2/3 van de colleges (min. 15 van de 22) met min. 2/3 van de stemmen (62 van de 92) (art. 26,3 GR) • DB informeert colleges over tot stand gekomen wijziging (art. 26,4 GR) • gemeente Apeldoorn maakt wijziging bekend in gemeenteblad en wijziging treedt in werking (art. 26,1 en 26,3 Wgr) • DB voegt wijzing toe aan gegevens in het openbaar elektronisch register GR'en (art. 136 Wgr)

Links: wetten.nl - Regeling - Wet gemeenschappelijke regelingen - BWBR0003740 (overheid.nl) Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 (GR GGD NOG – 6e wijziging) | Lokale weten regelgeving (overheid.nl)

Gewijzigd modelbesluit colleges van B&W over de 7e wijziging van Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 versie: CONCEPT- voor AB GGD NOG 30 november 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ……………………………...,

gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van GGD Noord- en Oost-Gelderland d.d. … …………… 2023; gelet op de Wet publieke gezondheid, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet; gezien de toestemming, als bedoeld in art. 1, vierde en vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die d.d. …. ............ 2024 van de gemeenteraad is verkregen voor dit besluit; overwegende dat de deelnemers aan Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 deze regeling voor 1 juli 2024 in overeenstemming moeten brengen met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022;

BESLUIT:

Artikel I. De Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 1 Begripsbepalingen, aanhef en vierde bullet, komt te luiden: In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:  GGD: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van deze regeling; B. In artikel 3 wordt in de opsomming onder vernummering van b. tot c. een onderdeel ingevoegd, luidende: b. forensische geneeskunde, en C. Artikel 4, eerste lid, onder b, komt te luiden: het houden van toezicht op de naleving van de Wet kinderopvang, bedoeld in artikel 1.61, eerste lid, van de Wet kinderopvang. D. Artikel 5, vierde lid, komt te luiden: De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, Wet kinderopvang. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang.

E. Na artikel 7 worden artikel 7a en artikel 7b ingevoegd, luidende: Artikel 7a Zienswijzen 1. Onverminderd de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35 van de wet en met inachtneming van artikel 21, zesde lid van deze regeling, stelt het algemeen bestuur de raden van de gemeenten in de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van een van de volgende besluiten: a. de vaststelling van meerjarige financiële en beleidsmatige kaders; b. de jaarlijkse algemene financiële en beleidsmatige kaders, bedoeld in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. de vaststelling van een evaluatie bedoeld in artikel 31. 2. Het algemeen bestuur kan aanvullend op het eerste lid de raden van de gemeenten in de gelegenheid stellen om een zienswijze op een voorgenomen besluit naar voren te brengen. 3. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbesluit twaalf weken voordat het aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerpbesluit, zoals dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van het besluit schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 7b Participatie Aan de mogelijkheid om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, genoemd in artikel 10, zevende lid, van de wet, wordt in ieder geval toepassing gegeven op de volgende wijzen: a. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGD-bestuur; b. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn; c. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten ter inzage, in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd; d. het dagelijks bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen onder ingezetenen van de deelnemende gemeenten, cliënten van de GGD en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevreden over de dienstverlening te onderzoeken. F. Artikel 9 Werkwijze, derde lid, komt te luiden: 3.

De artikelen 28, eerste tot en met vierde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 59 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. G. Na artikel 13 wordt artikel 13a ingevoegd, luidende: Artikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in, overeenkomstig artikel 24a van de wet. Deze commissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies voorzien.

H. Artikel 15 Bestuur GGD - colleges en raden, komt te luiden: Artikel 15 Inlichtingen en verantwoording algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, in het bijzonder over alle zaken met grote politieke, financiële en/of maatschappelijke gevolgen. 2. Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste door: a. het toezenden aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid. 3. Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven. 5. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van zijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. I. Artikel 16 Leden algemeen bestuur - colleges en raden, komt te luiden: Artikel 16 Inlichtingen en verantwoording dagelijks bestuur 1.

Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 3. Het dagelijks bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, in het bijzonder over alle zaken met grote politieke, financiële en/of maatschappelijke gevolgen. 4. Het dagelijks bestuur geeft schriftelijk de door een of meer leden van de raden gevraagde inlichtingen. J. In artikel 20 wordt lid 2 vernummerd tot 3 en wordt na lid 1 een nieuw lid ingevoegd, luidende 2. De archivaris van de gemeente Apeldoorn oefent toezicht uit op het informatie- en archiefbeheer. K. Artikel 21 Begroting, zesde lid, komt te luiden: Artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij a. geen verandering wordt gebracht in de bijdrage, bedoeld in het tweede lid of in de bijdrage, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, en b. geen verandering wordt gebracht in de omvang van de algemene reserve. L. Artikel 25, tweede lid en derde lid, komt te luiden: 2.

Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de GGD. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

a. de uittredende gemeente draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en de overige gemeenten ondervinden geen financieel nadeel van de uittreding; b. de gemeente die voornemens is uit te treden draagt de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding; c. het algemeen bestuur onderscheidt in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding de volgende kostensoorten: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • aandeel in de reserves en voorzieningen. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar. M. Artikel 31 komt te luiden: Artikel 31 Evaluatie 1.

Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat ten minste eenmaal per vier jaar een evaluatie van deze regeling plaatsvindt. Deze evaluatie vindt plaats als voorbereiding op de meerjarige financiële en beleidsmatige kaders, bedoeld in artikel 7a, eerste lid onder a. 2. De evaluatie richt zich op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen. N. Artikel 33 komt te luiden: De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en OostGelderland".

Artikel II. De wijziging treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van …………… d.d. … …………2024,

De secretaris

De burgemeester

Toelichting Modelbesluit colleges van B&W over de 7e wijziging van Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland versie: CONCEPT- voor AB GGD NOG 30 november 2023 1. Algemeen Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Het doel van de wet is versterking van de positie van gemeenteraden in de besluitvorming bij gemeenschappelijke regelingen en in hun controlerende rol. De raden krijgen meer inspraak bij het treffen van gemeenschappelijke regelingen en bij het nemen van besluiten door de besturen ervan. Wijzigingen Wgr per 1 juli 2022 Een deel van deze wijzigingen is vanaf 1 juli 2022 al van kracht en hoeft niet in de gemeenschappelijke regeling te worden verwerkt. Hierbij gaat het om:  Zienswijze bij treffen regeling: Om de positie van de raad te verbeteren wordt de raad het recht toegekend om bij een ontwerpregeling een zienswijze naar voren te brengen bij het college. De raad kan zijn opvatting binnen acht weken kenbaar maken. Dit is een aanvulling op de bestaande eis dat de raad toestemming moet geven voor het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling door het colleges.  Recht van onderzoek: De gezamenlijke gemeenteraden hebben nu de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling.

Voorwaarde is dat alle raden hiermee instemmen.  Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers: Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. In de wijziging wordt dit verduidelijkt.  Aanpassing begrotingscyclus: Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen aan te passen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting, en de jaarrekening. Gemeenteraden krijgen langer de tijd om een zienswijze op de concept-begroting van een regeling te geven. Dit is verwerkt in de nieuwe Financiële verordening GGD NOG die het algemeen bestuur op 6 juli 2023 vastgesteld. Aanpassing GR aan gewijzigde Wgr Gemeenschappelijke regelingen (GR’en) hebben tot 1 juli 2024 de tijd om het wetsvoorstel te implementeren en de regelingen aan te passen.

De wet maakt aanpassing van de GR GGD NOG 2016 nodig op tenminste de volgende onderwerpen:  wijziging, opheffing, toetreding in regelingen voor bepaalde tijd  uittreding uit een GR voor onbepaalde en bepaalde tijd  bieden van gelegenheid tot het geven van een zienswijze op voorgenomen besluiten  burgerparticipatie  evaluatie van de GR  actieve informatieplicht

1

Aangepast ontwerp-besluit Na bespreking in de vergadering van het algemeen bestuur op 6 april 2023 heeft het dagelijks bestuur een ontwerpbesluit aan de 22 colleges van B&W gestuurd. In de periode mei-juni 2023 hebben de colleges het ontwerpbesluit voorgelegd aan hun raad voor een zienswijze. Het algemeen bestuur heeft de ontvangen zienswijzen op 11 september 2023 oriënterend besproken. Daarna heeft het dagelijks bestuur de raden geïnformeerd over de stand van zaken. In het najaar van 2023 heeft het dagelijks bestuur een aangepast ontwerp-besluit voor de GRwijziging opgesteld. Hierin zijn de zienswijzen van de raden en de uitkomsten van de oriënterende bespreking in het algemeen bestuur verwerkt. 2. Wijzigingen en toelichting per artikel In de tabel hieronder staan:  in de eerste kolom de huidige bepalingen, met de te vervallen tekst cursief  in de tweede kolom de nieuwe bepalingen, met - te wijzigen tekst vet en - de wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp-besluit vet en geel gemarkeerd  in de derde kolom een toelichting.

2

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd

Artikel 1 Begripsbepalingen, aanhef en vierde bullet In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:  GGD: de Gemeentelijke Gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

Artikel 1 Begripsbepalingen, aanhef en vierde bullet In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:  GGD: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

De wijziging bij de vierde bullet is een redactionele wijziging, uit oogpunt van regelgevingstechniek.

Artikel 3 Belangen De colleges treffen deze regeling ter behartiging van de belangen van de gemeenten op het terrein van: a. de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, en b. maatschappelijke zorg en welzijn.

Artikel 3 Belangen De colleges treffen deze regeling ter behartiging van de belangen van de gemeenten op het terrein van: a. de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid; b. forensische geneeskunde en c. maatschappelijke zorg en welzijn.

De toevoeging van forensische geneeskunde als “belang” betreft een juridisch-technische aanpassing, die niets aan de bestaande situatie verandert. Forensische geneeskunde omvat:  forensische medische expertise (in opdracht van politie en marechaussee voor strafrechtelijke opsporing en vervolging van strafbare feiten),  lijkschouw (bij vermoeden niet-natuurlijke dood, in opdracht van de gemeenten), en  medische arrestantenzorg (acute medische basiszorg voor arrestanten, in opdracht van politie). De vijf GGD’en in Oost-Nederland werken aan samenwerking bij de uitvoering van forensische geneeskunde. In de besprekingen hierover is de vraag opgekomen of forensische geneeskunde juridisch gezien voldoende is geborgd in de gemeenschappelijke regelingen van de GGD’en. Gemeenten richten een gemeenschappelijke regeling op ter behartiging van een aantal

3

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd belangen die in de regeling worden opgenomen. De beschreven belangen beperken de bevoegdheden van de gemeenschappelijke regeling. Nu is er discussie of forensische geneeskunde wel onder het belang “publieke gezondheid” valt. Juridisch adviesbureau PROOF adviseert daarom in een handreiking voor samenwerkingsmodellen forensische geneeskunde om - wanneer een gemeenschappelijke regeling toch wordt aangepast - duidelijk te maken dat de GGD ook opgericht is in het belang van de forensische geneeskunde inclusief medische arrestantenzorg.

Artikel 4 Taken, eerste lid, aanhef en onder b Artikel 4 Taken, eerste lid, aanhef en onder b 1. De colleges dragen op aan de GGD: 1. De colleges dragen op aan de GGD: b. het houden van toezicht op de naleving b. het houden van toezicht op de naleving van de Wet kinderopvang en van de Wet kinderopvang, bedoeld in kwaliteitseisen peuterspeelzalen, bedoeld artikel 1.61, eerste lid, van de Wet in artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, kinderopvang. eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

4

Dit betreft een redactionele aanpassing aan de wijziging van de Wet kinderopvang. Deze was nog niet verwerkt in de gemeenschappelijke regeling van GGD NOG. Sinds 2018 zijn peuterspeelzalen omgevormd tot kinderdagverblijven (in de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk). Daarbij is ook de naam van de wet veranderd.

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd

Artikel 5 Bevoegdheden, vierde lid 4. De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, eerste lid, Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Artikel 5 Bevoegdheden, vierde lid 4. De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, Wet kinderopvang. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang.

Zie toelichting bij artikel 4.

-

Artikel 7a Zienswijzen 1. Onverminderd de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35 van de wet en met inachtneming van artikel 21, zesde lid van deze regeling, stelt het algemeen bestuur de raden van de gemeenten in de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van een van de volgende besluiten: a. de vaststelling van meerjarige financiële en beleidsmatige kaders; b. de jaarlijkse algemene financiële en beleidsmatige kaders, bedoeld in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. de vaststelling van een evaluatie bedoeld in artikel 31.

Uitgangspunten De gewijzigde Wgr schrijft voor dat de gemeenschappelijke regeling een bepaling bevat over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vooraf worden voorgelegd aan de gemeenteraden voor een zienswijze. De GR van de GGD is een gemeenschappelijke regeling tussen de colleges. De GGD heeft uitvoerende en adviserende taken en bevoegdheden, waarvoor primair de colleges van B&W verantwoordelijk zijn. Bij de keuze van besluiten waarover de raden een zienswijze kunnen uitbrengen, gaan wij ervan uit dat het moet gaan om besluiten die aansluiten bij kaderstellende rol van de raden.

5

Onderwerpen zienswijzen Dit heeft geleid tot het voorstel voor de volgende besluiten:

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd 2. Het algemeen bestuur kan aanvullend op het eerste lid de raden van de gemeenten in de gelegenheid stellen om een zienswijze op een voorgenomen besluit naar voren te brengen. 3. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbesluit twaalf weken voordat het aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 4. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerpbesluit, zoals dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van het besluit schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

6

a. de meerjarige financiële en beleidsmatige kaders (vierjaarlijkse bestuursagenda); b. naar aanleiding van de zienswijzen van raden op het eerste ontwerpbesluit tot wijziging van de GR: de jaarlijkse uitgangspunten voor de komende begroting; c. de periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Ad a: Na de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming van nieuwe colleges is het gebruikelijk dat het nieuwe GGD-bestuur een bestuursagenda voor de komende vier jaar vaststelt. Betrokkenheid van de gemeenteraden bij dit beleidsdocument ligt voor de hand en is ook al praktijk. Ad b: De Wgr schrijft voor dat het dagelijks bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders (“uitgangspunten”) voor de begroting van het volgende jaar aan de raden zendt. Uit de ontvangen zienswijzen en de bespreking in het algemeen bestuur blijkt een behoorlijk draagvlak te bestaan voor de mogelijkheid dat de raden een zienswijze indienen op de uitgangspunten voor de begroting. Dit was tot 2023 ook gebruikelijk was bij de GGD. Enkele gemeenten hebben aangegeven hieraan geen behoefte te hebben, maar ook niet tegen te

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd zijn. Na de zienswijzenprocedure voor de uitgangspunten volgt nog een (wettelijk verplichte) zienswijzenprocedure voor de programmabegroting. Afwijkende formulering onder b. De formulering van bij b. wijkt iets af van die bij a. en c. Bij a. en c. gaat het om door het algemeen bestuur vast te stellen besluiten, maar bij b. om een document dat het algemeen bestuur niet vaststelt en alleen bespreekt vóór toezending aan de raden. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het dagelijks bestuur de uitgangspunten voor de begroting opstelt en aan de raden zendt. De uitgangspunten en de zienswijzen erop worden uitgewerkt in de begroting, waar het algemeen bestuur wel over beslist. Daarom is bij b, geen sprake van een door het algemeen bestuur vast te stellen besluit, zoals bij a. en c. Ad c: Het voorstel is eens per vier jaar een evaluatie van de gemeenschappelijke regeling te houden. Zie het nieuwe artikel 31 en de toelichting hierop. Wij vinden betrokkenheid van raden bij de periodieke evaluatie wenselijk. Dan kunnen de raden o.a. beoordelen of zij voldoende grip op de GR hebben.

7

Aanvullende onderwerpen zienswijzen Naar aanleiding van de zienswijzen van raden hebben wij een procedurele bepaling toegevoegd in lid 2. De strekking is dat het algemeen bestuur altijd aanvullend de mogelijkheid heeft om een besluit voor een zienswijze voor te leggen aan de raden. Hiermee ligt de afweging bij het algemeen bestuur en wordt zo de betrokkenheid van de raden geborgd. Procedure zienswijzen De gekozen procedure in dit artikel sluit aan bij de (wettelijk verplichte) procedure voor zienswijzen bij de begroting. Een eenduidige aanpak van zienswijzen voorkomt onduidelijkheden. Verder vinden wij het belangrijk dat het algemeen bestuur, met de verantwoordelijke wethouders van de 22 deelnemende gemeenten, zich heeft uitgesproken over het ontwerpbesluit, voordat het naar de raden gaat. Daarom kiezen wij ervoor dat het algemeen bestuur beslist over het in gang zetten van een zienswijzeprocedure. De raden worden tijdig geraadpleegd, voorafgaand aan de definitieve besluitvorming in het algemeen bestuur, zodat de zienswijzen van invloed kunnen zijn op het besluit. Verplichte onderwerpen voor zienswijzen raden De Wgr en de huidige GR stellen een zienswijzeprocedure al verplicht bij het vaststellen van de begroting of het wijzigen van inwonerbijdrage in de begroting. Hiernaar verwijst het eerste zinsdeel van het eerste lid.

8

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd Verder kan de raad op grond van de Wgr een zienswijze bij het college inbrengen bij het aangaan of wijzigen van de GR door de colleges (en vervolgens is ook toestemming van de raad vereist). Wensen en bedenkingen raden Verder schrijft de Wgr voor dat het bestuur van de GR de raad vooraf de mogelijkheid biedt om wensen en bedenkingen in te brengen bij bepaalde besluiten. Dit betreft de oprichting van en de deelneming in stichtingen, verenigingen e.d., de instelling van bestuurscommissies en het reglement van de gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden.

-

Artikel 7b Participatie Uitgangspunten Aan de mogelijkheid om ingezetenen van de In de gemeenschappelijke regeling moet worden gemeenten en belanghebbenden te betrekken opgenomen op welke wijze burgers en bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot beleid, genoemd in artikel 10, zevende lid, van inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de de wet, wordt in ieder geval toepassing gegeven gemeenschappelijke regeling zijn belegd. De op de volgende wijzen: gewijzigde Wgr laat geen ruimte om hier geen a. ingezetenen van de deelnemende toepassing aan te geven. gemeenten en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGDDe GGD heeft uitvoerende en adviserende taken, bestuur; waarvoor primair de colleges van B&W b. ingezetenen van de deelnemende verantwoordelijk zijn. Aan de GGD zijn geen gemeenten en belanghebbenden kunnen in beleidsbepalende taken en bevoegdheden een openbare vergadering van het opgedragen. Naar onze mening heeft de GGD bij 9

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn; c. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten ter inzage, in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd; d. het dagelijks bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen onder ingezetenen van de deelnemende gemeenten, cliënten van de GGD en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevredenheid over de dienstverlening te onderzoeken.

participatie niet een zelfstandige rol, maar kan vanuit zijn adviserende en uitvoerende taken bijdragen aan participatie-trajecten van de gemeenten. Wij zien dus beperkte ruimte voor participatie bij GGD-beleid. Dit hoort bij de gemeenten te blijven. Als het gaat om onderwerpen waarbij de GGD een rol heeft in de uitvoering of advisering, dan kan dit onderwerp zijn van de participatie die de gemeente organiseert. Mogelijke voorbeelden zijn gezondheidsbeleid (waarbij advies, regie en uitvoering bij de GGD kan liggen), omgevingsbeleid (GGD-advisering over gezonde leefomgeving) of jeugdbeleid (advies en onderzoek over gezondheid jeugd en uitvoering jeugdgezondheid voor 4-18-jarigen). Onderwerpen en wijze participatie Gegeven de beperkte ruimte voor participatie doen wij het volgende voorstel:  inwoners en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGD-bestuur Dit is het recht van petitie, dat ook grondwettelijk is gewaarborgd;  inwoners en belanghebbenden hebben spreekrecht in openbare vergaderingen van het algemeen bestuur van de GGD. Dit is overigens nu al geregeld in het Reglement van Orde van het AB GGD NOG.

10

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd 

11

het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten (digitaal) ter inzage. Dit betreft in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd. Ook de Wet open overheid geeft regels voor (actieve) openbaarmaking overigens. de GGD voert peilingen uit onder cliënten, inwoners en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevreden over de dienstverlening te onderzoeken. Dit kan bijvoorbeeld door het GGD-panel, waarbij inwoners van de regio Noord- en OostGelderland enkele keren per jaar online vragen over gezondheid en GGD beantwoorden. Ook houdt de GGD klanttevredenheidsonderzoeken, als onderdeel van het kwaliteitsbeleid.

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd

Artikel 9 Werkwijze, derde lid 3. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 56 en 59 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 Werkwijze, derde lid 3. De artikelen 28, eerste tot en met vierde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 59 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

Dit is een technische correctie. Het artikel over de werkwijze van het dagelijks bestuur verwijst naar artikelen in de Gemeentewet over de werkwijze van de colleges van B&W. De verwijzing was niet actueel en volledig, zodat de verwijzing is aangepast. Het gaat om bepalingen over stemmingen, vergaderingen en besluitenlijsten. Nadere toelichting Het doel van de wijziging van deze bepaling is niet de praktijk te veranderen, maar om de formele regels te laten aansluiten op de bestaande praktijk van het dagelijks bestuur. Artikel 53 Gemeentewet (voorzitter bepaalt dag, plaats en tijdstip DB-vergadering) en artikel 54 (DB-vergaderingen zijn in beginsel besloten) sluiten aan bij bestaande praktijk. Met het van overeenkomstige toepassing verklaren wordt dit formeel vastgelegd. Artikel 60 Gemeentewet betreft het melden van DB-besluiten aan het algemeen bestuur en het openbaar maken van DB-besluiten. Dit sluit aan op de versterking van de actieve informatieplicht (van DB naar AB) en op de versterking van de actieve openbaarmaking in de Wet open overheid.

12

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd

-

Artikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in, overeenkomstig artikel 24a van de wet. Deze commissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies voorzien.

Een nieuw instrument om de invloed van gemeenteraden te vergroten is de regionale raadsadviescommissie. Alle raden moeten instemmen met de instelling van de raadsadviescommissie, maar als ze dat doen, dan móet het algemeen bestuur tot instelling over gaan. Doelstelling van de raadsadviescommissie is om raden met elkaar te laten overleggen. Het is niet bedoeling om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen. Een commissie kan formeel niet voor meer dan één gemeenschappelijke regeling werken. De Wgr maakt de instelling van een raadsadviescommissie altijd mogelijk, zodat hiervoor strikt genomen geen bepaling in de gemeenschappelijke regeling nodig is. Wij stellen voor dit toch te doen, zodat in de regeling een volledig overzicht staat van de (mogelijke) organen van de gemeenschappelijke regeling GGD NOG.

Artikel 15 Bestuur GGD - colleges en raden Artikel 15 Inlichtingen en verantwoording 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks algemeen bestuur bestuur verstrekken aan de colleges en de 1. Het algemeen bestuur geeft de raden alle raden alle gevraagde inlichtingen die door inlichtingen die de raden voor de een of meer van die colleges of raden, of een uitoefening van hun taak nodig hebben, in of meer leden hiervan, worden verlangd. het bijzonder over alle zaken met grote 2. Het algemeen bestuur en het dagelijks politieke, financiële en/of maatschappelijke bestuur geven aan de colleges en de raden gevolgen. ongevraagd alle informatie die voor een juiste 13

Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college van B&W heeft ten opzichte van de gemeenteraad. De gewijzigde Wgr scherpt de informatieplicht aan. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief beoordeling van het door het algemeen respectievelijk dagelijks bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd 2. Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste door: a. het toezenden aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid. 3. Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven. 5. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van zijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

14

de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. De nieuwe tekst van art. 15 en 16 is gebaseerd op de model-bepalingen die juristen van de veiligheidsregio’s hebben opgesteld. Deze bepalingen zijn duidelijker geformuleerd en zijn toegespitst op de aangescherpte actieve informatieplicht. Aanscherping In hun zienswijzen op het eerste ontwerpbesluit hebben enkele raden een aanvulling bepleit op (actieve) informatieplicht van het GGD-bestuur richting raden. De aanvulling op het eerste lid is “in het bijzonder alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact”. Wij hebben twijfels bij de toegevoegde waarde van de voorgestelde formulering. Niettemin onderschrijven wij de intentie ervan en nemen wij de aanvulling over. Wij zien de invulling van de actieve informatieplicht van het GGD-bestuur naar de raden als een speerpunt voor de komende tijd. Toelichting informatieplicht Artikel 15 gaat over de informatie- en verantwoordingplicht van het algemeen bestuur

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd en zijn leden. De informatie- en verantwoordingslijnen zijn:  algemeen bestuur  informatie naar raden: actief en desgevraagd (eerste, tweede en derde lid)  lid algemeen bestuur (wethouder)  informatie naar college en raad (vierde lid)  lid algemeen bestuur  verantwoording aan raad en college (vijfde lid) In het tweede lid wordt invulling gegeven aan de plicht tot actieve informatieverstrekking. Dit is een eis op basis van artikel 17, lid 3 Wgr nieuw. Hierbij wordt de huidige praktijk van toezending van (concept)verslagen van het algemeen bestuur in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd. Daarnaast wordt verwezen naar de openbaarmaking op grond van de Wet open overheid. Raadsleden kunnen hun voordeel doen met informatie die het GGD-bestuur actief moet verstrekken op basis van de Wet open overheid.

Artikel 16 Leden algemeen bestuur - colleges en raden 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college en de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college respectievelijk de raad, of door één of meer leden daarvan, worden verlangd. De

Artikel 16 Inlichtingen en verantwoording dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur 15

Zie ook de toelichting bij art. 15 over de Inlichtingen en verantwoording algemeen bestuur. Artikel 16 gaat over de informatie- en verantwoordingplicht van het dagelijks bestuur en zijn leden. De informatie- en verantwoordingslijnen zijn:

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd

inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt. 2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college en de raad van zijn gemeente voor het door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt.

verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 3. Het dagelijks bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, in het bijzonder over alle zaken met grote politieke, financiële en/of maatschappelijke gevolgen. 4. Het dagelijks bestuur geeft schriftelijk de door een of meer leden van de raden gevraagde inlichtingen.

16

  

dagelijks bestuur  informatie naar algemeen bestuur actief (eerste lid) dagelijks bestuur en de leden afzonderlijk  verantwoording aan algemeen bestuur (tweede lid). dagelijks bestuur  informatie naar raden: actief en desgevraagd (derde en vierde lid)

Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen is in het derde ook voor het dagelijks bestuur een aanvulling op (actieve) informatieplicht richting raden op genomen (zie ook de toelichting bij artikel 15 onder “Aanscherping”). Rechtstreekse informatie van het dagelijks bestuur naar de raden - dus niet langs de gebruikelijke weg via de colleges - is in enkele gevallen verplicht in de Wet gemeenschappelijke regelingen (zie 34b en 35 Wgr):  de ontwerp-begroting (of ontwerp-wijziging van de begroting)  oordeel over de ingediende zienswijzen over de begroting en zo nodig over vaststelling van de begroting  (voorlopige) jaarrekening  de (jaarlijkse) algemene financiële en beleidsmatige kaders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13742693/1