A6 - Tribuut - P&C stukken D481347
Tekst van het document
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
18
3.3
Risico’s
Risicoanalyse In deze paragraaf schalen we risico’s in een tolerantiematrix in op kans en impact. De kleur vertalen we in de mate van waarschijnlijkheid dat een risico voorkomt en waarmee het risico dan ook financieel gedekt moet worden met een algemene reserve.
Laag
Kans
Hoog
In deze paragraaf zijn alleen de risico’s uit het risicomanagement opgenomen die op dit moment ingeschat worden op een werkelijk financieel risico. In het vastgestelde risicomanagement 2022 – 2026 is een volledige opsomming gegeven van alle ingeschatte strategische en operationele risico’s.
4
7
9
2
5
8
1
3
6
Laag
Hoog Impact
Bron: House of Control, COSO Enterprise Risk Model
De groene risico’s worden ingeschat op een waarschijnlijkheid van 25% van het risico. De oranje risico’s worden ingeschat op een waarschijnlijkheid van 50% van het risico. De rode risico’s worden ingeschat op een waarschijnlijkheid van 75% van het risico. Voor een risico dat 0% scoort, nemen we geen bedrag op. Een risico dat na beoordeling 100% scoort, staat niet in de risicoparagraaf, maar wordt opgenomen in de begroting. 1.
Strategische risico’s: betreft globale doelen en is afgestemd op de missie.
Uitstappen gemeente Het is duidelijk dat de grootte van de gemeente bepalend is voor de financiële consequenties. De gevolgen zijn lastig te bepalen. Mocht een gemeente uitstappen, dan zal de financiële impact moeten worden bepaald. Vervolgens zal met de achterblijvende gemeenten worden afgesproken hoe dit verrekend kan worden. De inschatting is dat vooral de overhead zal worden verdeeld over minder gemeenten. Ook in de uitvoering kunnen we dan niet direct de bezetting aanpassen naar de nieuwe werkelijkheid en daar gaan ook kosten mee gepaard. De impact is dus hoog. De overhead betreft ruim € 2 miljoen (deel personeel, automatisering, huisvesting, financiering, organisatie en advieskosten). Gemiddeld is dat ca. € 350.000,- per gemeente. Maatregelen die we nemen om dit risico te beperken: We houden 4-jaarlijks een evaluatie van de GR en daar betrekken we het bestuur en de raden bij. We voeren regelmatig ambtelijk gesprekken met de regiefunctionarissen over onze dienstverlening. De kans op het uitstappen van een gemeenten is laag. Het is voor een gemeente niet eenvoudig het zelf te organiseren. De impact is hoog als een gemeente vertrekt. Dit risico wordt ingeschat op oranje.
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
19
Onvoldoende gekwalificeerd personeel Het is moeilijk om gekwalificeerd personeel te vinden. Door uitstroom verliezen we kwalitatief personeel en de instroom is vaak onervaren op ons werkgebied. Een kleine 50% van ons personeel is 50 jaar of ouder en daarmee krijgen we jaarlijks ook uitstroom door pensionering. Tot op heden lukt het elke keer nog gemotiveerd personeel zelf op de leiden. Maar door het opgeven van de Trainee (i.v.m. besparingsopgave) wordt dit risico wel groter. Gemiddeld mogen we een verloop van 5 à 6 mensen verwachten. We merken dat de arbeidsmarkt iets verandert door de nieuwe Wet DBA (waardoor we geen ZZP’ers meer kunnen verhuren in reguliere werkzaamheden) waardoor we meer relevante reacties krijgen op vacatures. Echter hebben we bij uitbreiding ook meer personeel nodig. Als we voor 3 personen geen invulling kunnen vinden en moeten inhuren, dan zijn de kosten daarvan gemiddeld € 40.000,- hoger dan bij direct dienstverband. Dat zou een risico van € 120.000,- betekenen. Maatregelen die we nemen om dit risico te beperken: We leiden medewerkers veelal zelf op. We hebben de teams voldoende groot om dat te kunnen leveren. Zolang het verloop beperkt blijft, is dat ook mogelijk. Strategische personeelsplanning is noodzakelijk om vroegtijdig actie te ondernemen voor vervanging. De kans en de impact schatten we in op midden.
Dit risico wordt ingeschat op oranje Hack of gijzelsoftware Externe dreiging op de digitale omgeving komt ook bij lokale overheden steeds vaker voor. Door een hack of gijzelsoftware wordt de uitvoering gegijzeld. Met het herstellen daarvan gaan heel veel uren en vooral heel veel kosten gepaard. Uit ervaringen bij gemeenten die dit al eens hebben meegemaakt, gaat het vaak over enkele tonnen tot een half miljoen euro. Tribuut is geen complexe organisatie maar we schatten het risico toch in op ongeveer € 200.000,-. Maatregelen die we nemen om dit risico te beperken: Tribuut loopt niet meer risico dan andere vergelijkbare organisaties of gemeenten. Er is een hoog bewustzijn bij de medewerkers. We hebben de nodige technische maatregelen genomen om indringers buiten te houden. Ook onze leverancier van de belastingapplicatie, waar onze persoonsgegevens zijn opgeslagen, neemt veel maatregelen. Daar is ook onze DigiD ingang (Mijn Tribuut) ophost waar we jaarlijks een controle op uitvoeren die door een externe partij (Logius) wordt beoordeeld. Hieruit openbaren zich al jaren geen concrete risico’s. We professionaliseren op dit moment de informatiebeveiliging binnen Tribuut. Er is een externe CISO aangesteld om onze eigen junior te begeleiden. We maken afspraken met leveranciers over informatiebeveiliging.
Professionals van gemeente Apeldoorn ondersteunen ons is in het beheer van hardware en externe verbindingen. We trainen personeel structureel. De kans op dit risico is hoog omdat er ondanks alle maatregelen door menselijk handelen een lek kan ontstaan. De impact van een hack is hoog. Dit risico wordt ingeschat op rood 2.
Operationele risico’s: betreft effectief en efficiënt gebruik van de middelen en realisatie van de belastingopbrengst.
Grote toename van bezwaren Door een wetswijziging is de proceskostenvergoeding aangepast. Mocht in enig jaar het aantal bezwaren verdubbelen ten opzichte van het laatst bekende jaar, dan moeten we meer externen inhuren en de kans op proceskosten vergroot. Met de ervaring van 2025 kunnen we dit risico beperken in volume. De kans op een verdubbeling van de bezwaren is er nog altijd, maar het zullen in aantal veel minder bezwaren zijn en het aandeel NCNP is veel lager. De personele inzet is nog steeds wel hoger, maar beperkter dan in het verleden. Uitgaande een verdubbeling van de bezwarenplaats voor 2027 zullen we ca. € 75.000,- aan extra arbeid moeten inhuren en ca. € 50.000,- aan proceskosten. Totaal is dat € 125.000,-. Maatregelen die we nemen om dit risico te beperken: We zetten in op goede communicatie gericht op direct contact met Tribuut. We doen dit samen met de gemeenten en plaatsen nieuwsberichten in lokale stadsbladen, social media en de websites. We hebben het aanslagbiljet in 2024 aangepast en geven uitleg Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
20
dat zelf bellen makkelijker en goedkoper is. Ook kunnen inwoners via de QR-tag zelf een afspraak maken met een taxateur. Daarnaast zijn er filmpjes en visuals gemaakt om de belastingplichtigen uit te leggen om direct contact met de gemeente of samenwerkingsverband op te nemen. Natuurlijk werken we continu aan de kwaliteit van gegevens die gebruikt worden bij het waarderen van objecten. De kans dat de bezwaren verdubbelen, is laag. Ook de impact is laag omdat we de processen hierop steeds beter beheersen. Dit risico wordt ingeschat op oranje 3.
Personeel: betreft personeel en de benodigde competenties.
Extra loonstijging door CAO-onderhandelingen CAO onderhandelingen leveren altijd enige onzekerheid op. De huidige CAO loopt tot maart 2027. We begroten volgens de septembercirculaire van het jaar T-2. Dus de begroting van 2027 is gebaseerd op de indexcijfers van september 2025. Goede kans dat de werkelijke loonstijging groter is dan het geïndexeerde budget in de begroting. Ervaring leert dat een afwijking van 2% maar zo kan ontstaan. 2% extra loonkostenstijging (inclusief premies en inhuur) resulteert in een risicobedrag van ca. € 130.000,-. Maatregelen die we nemen om dit risico te beperken: Tribuut heeft geen invloed op de onderhandelingen. Het advies is om de reserve ruim voldoende te vullen zodat een wijziging van de CAO opgevangen kan worden. De kans op dit risico lijkt met de huidige inflatie relatief laag. De impact is midden. Dit risico wordt ingeschat op groen 4.
PIOFACH (personeel/informatie/organisatie/financiën/algemene zaken/communicatie/huisvesting): betreft de overige taken die dienend zijn aan de bedrijfsvoering van Tribuut.
Extra prijsstijging door inflatie Indexatie wordt in veel contracten doorberekend. De mate waarin is echter verschillend. We volgen alle indexeringen die worden doorberekend exact op de contractafspraken. Een aantal contracten wordt geïndexeerd met inflatiecijfers dat overeenkomt met de gebruikte index in de septembercirculaire. Door de onrustige wereldeconomie kan de inflatie oplopen tussen de publicatie van de septembercirculaire in 2025 en de contractverlengingen eind 2026. Hierdoor kunnen de kosten oplopen met 2% extra. Als we dat berekenen over de kosten van automatisering en organisatie/advieskosten dan is dit een risico van € 40.000,- structureel. Maatregelen die we nemen om dit risico te beperken: Tribuut sluit nieuwe contracten, zeker met ICT leveranciers het liefst af op GIBIT voorwaarden. Daarvan is indexering op lange termijn misschien niet voordeliger, maar wel veel constanter en daarmee voorspelbaar. De CPI zelf is niet te beïnvloeden. Bestaande contracten zijn niet achteraf aan te passen. Voor andere nieuwe leveranciers zal Tribuut zoveel als mogelijk de Stedendriehoek voorwaarden hanteren. De kans op dit risico is op dit moment laag. De impact is hoog.
Dit risico wordt ingeschat op oranje Nieuw telefoonsysteem Ons telefoonsysteem zou in 2023 opnieuw aanbesteed moeten worden (we draaien mee op de aanbesteding van gemeente Apeldoorn), maar die aanbesteding is mislukt. In 2026 zal er opnieuw een aanbesteding worden uitgezet. We gaan deze keer zelf een contract aanbesteden als Tribuut. Daarom nemen we een risico op van € 30.000,structureel.
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
21
Maatregelen die we nemen om dit risico te beperken: Wat betreft de telefooncentrale volgen we de aanbesteding van gemeente Apeldoorn (onze DVO-aanbieder hiervoor). Door een grotere schaal van de aanbesteding is het prijsrisico waarschijnlijk lager. De kans op dit risico schatten we op midden. De impact is ook midden. Dit risico wordt ingeschat op oranje Organiseren van IT omgeving Tribuut heeft, omdat de IT dienstverlening van Apeldoorn wordt afgenomen, altijd geleund op de expertise van die gemeente voor informatiebeveiliging. We zijn daarmee afhankelijk van de dienstverlening van gemeente Apeldoorn. Apeldoorn heeft al aangegeven dat er een onderzoek plaatsvindt naar de invulling van dienstverlening aan derden. Wat dit betekent is nog niet direct in te schatten, maar we zien wel een trend dat het voor Apeldoorn steeds lastiger wordt om de personele bezetting rond te krijgen en de kosten toenemen. Het DVO-contract loopt tot en met 2026. Nieuwe contractafspraken kunnen leiden tot hogere kosten of beperking van dienstverlening. De ervaring leert dat extern inhuren van gespecialiseerde taken vaak meer tijd en geld kost. We schatten dit risico in op € 50.000,-. Maatregelen die we nemen om dit risico te beperken: Apeldoorn heeft toegezegd dat verandering van dienstverlening niet direct zal worden doorgevoerd. Voor het wijzigen van afspraken staat 1 jaar opzeggingstermijn.
Beperkte kostenveranderingen worden pas bij een stijging van meer dan 5% doorgevoerd. De kans op risico is midden. De impact schatten we ook op midden. Dit risico wordt ingeschat op oranje. Overzicht ingeschatte financiële risico’s: Risico
Waarschijnlijkheid
Omvang
Risicobedrag
Uitstappen gemeente
€
350.000
50%
€
175.000
Onv. gekwalificeerd personeel
€
120.000
50%
€
60.000
Hack of gijzelsoftware
€
200.000
75%
€
150.000
Grote toename van bezwaren
€
125.000
25%
€
31.250
CAO afspraken
€
130.000
25%
€
32.500
Inflatie
€
40.000
50%
€
20.000
Telefoonsysteem
€
30.000
50%
€
15.000
IT omgeving DVO
€
25.000
50%
€
12.500
€
496.250
Risicobedrag
Algemene Reserve Einde boekjaar 2024 (na winstbestemming)
€
387.597
Bij: winst 2025
€
756.897
AF: voorstel uit te keren aan gemeente
-€
772.394
Weerstandvermogen
€ 372.100*
*) 5% van de totale lasten over 2025
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
22
Ratio Weerstandvermogen Risicobedrag
€ 496.250
Weerstandsvermogen
€ 372.100
De dekkingsratio
0,75
Om deze dekkingsratio te beoordelen, wordt landelijk de onderstaande matrix gebruikt. Deze matrix concludeert dat het weerstandsvermogen beoordeeld moet worden met onvoldoende. Tabel beoordeling risicovermogen Categorie Weerstandsvermogen
Beoordeling
A
>2
Uitstekend
B C
1,4<x<2,0 1,0<x<1,4
Ruim voldoende Voldoende
D
0,8<x<1,0
Matig
E F
0,6<x<0,8 <0,6
Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gelden de volgende overwegingen: • In de GR is opgenomen dat de omvang van de reserves maximaal 5% van de jaarlijkse exploitatielasten mogen zijn. • Niet alle risico’s zullen in hetzelfde jaar voorkomen, echter is een kansberekening daarop lastig te bepalen. • Mochten zich grotere risico’s voordoen, dan zal een begrotingswijzing worden opgemaakt en voorgelegd aan het bestuur. Een begrotingswijziging moet voor zienswijzen lang de raden van de deelnemende gemeenten. • Omdat het bestuur de gemeenten niet extra wil belasten en de reserve op de maximale 5% staat, is een tijdelijke lagere dekkingsratio aanvaardbaar voor het bestuur.
3.4
Financiële kengetallen
Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording moet een aantal kengetallen in de paragraaf Weerstandsvermogen worden opgenomen. In onderstaande tabel worden deze kengetallen gepresenteerd: Financiële kengetallen
Realisatie 2025
Begroting 2026
1a. Netto schuldquote
-10,1%
-10%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-10,1%
-10%
2. Solvabiliteitsratio
41,0%
41%
3. Grondexploitatie
NVT
NVT
4. Structurele exploitatieruimte
NVT
NVT
5. Belastingcapaciteit
NVT
NVT
De balans van Tribuut per ultimo 2025 bestaat voornamelijk uit overlopende activa en passiva. Er zijn met ingang van 2020 vaste activa aanwezig. Deze vaste activa vertalen zich in mobiele devices, meubilair en kantoorinrichting. Zowel de netto schuldquote als de solvabiliteitsratio worden daarom beïnvloed door het saldo van de langlopende lening dat per ultimo 2025 op de balans van Tribuut staat.
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
23
3.5
Overhead
Kosten van Overhead (x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029 2030 € 17.352 € 25.000 € 49.000 € 51.058 € 53.356 € 55.757 € 1.052.425 € 1.243.784 € 1.370.455 € 1.424.773 € 1.485.023 € 1.547.894 € 1.008.935 € 1.029.526 € 241.348 € 233.029 € 238.405 € 243.905 € 209.257 € 208.133 € 204.369 € 209.269 € 214.119 € 219.074 € 61.871 € 131.166 € 140.243 € 141.563 € 142.840 € 144.197 € 290.756 € 314.404 € 207.318 € 169.299 € 172.386 € 175.549 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Inhuur processen Personeelskosten algemeen Automatisering Huisvesting Financiën Organisatie / Communicatie / Advieskosten Projectkosten
Totaal kosten € 2.640.596 € 2.952.013 € 2.212.733 € 2.177.933 € 2.252.773 € 2.330.618 De cijfers over het jaar 2025 bedragen de werkelijk gemaakte kosten. De jaren vanaf 2026 betreffen de begrotingsbedragen.
Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de totale kosten van de overhead en overige bestuurskosten van Tribuut. Deze kosten zijn verdeeld naar het programma op basis van fte. Door de uitspraak van de wetgever zullen de proceskosten aanzienlijk dalen. Hierdoor zal ook het aantal bezwaren op basis van NCNP-bureaus sterk afnemen. Beide ontwikkelingen hebben een positief effect op de kosten. De post onvoorzien mag vanaf 2027 niet meer worden opgenomen in de begroting. De verdeling ziet er als volgt uit: Doorbelasting kosten van Overhead (x € 1.000) 1.1: Waarderen 1.2: Gegevensbeheer WOZ 1.3: Heffen 1.4: Invordering 1.5: Frontoffice
FTE
2025
2026
2027
2028
2029
2030
11,09 12,86 7,59 8,89 5,22
€ 620.756 € 779.660 € 433.654 € 508.151 € 298.374
€ 716.966 € 831.797 € 490.815 € 574.680 € 337.754
€ 537.414 € 623.488 € 367.899 € 430.761 € 253.170
€ 528.962 € 613.682 € 362.113 € 423.987 € 249.188
€ 547.139 € 634.770 € 374.556 € 438.556 € 257.751
€ 566.046 € 656.705 € 387.499 € 453.711 € 266.658
Totaal 45,64 € 2.640.595 € 2.952.013 € 2.212.733 € 2.177.933 € 2.252.773 € 2.330.618 De cijfers over het jaar 2025 bedragen de werkelijk gemaakte kosten. De jaren vanaf 2026 betreffen de begrotingsbedragen.
3.6
Financiering
Het financieringsvraagstuk van Tribuut was voorheen relatief beperkt, omdat de begroting vooral bestond uit personeelskosten en ICT-uitgaven, waardoor de financiële risico’s gering waren. Inmiddels hebben wij bij de Coöperatieve Rabobank U.A een financiering afgesloten om de kosten van de verhuizing en verbouwing te dekken. Het betreft een lening van € 410.000 tegen een rentepercentage van 4,7% (voor 5 jaar vast). Deze lening moet in 10 jaar worden afgelost. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal voor 2027 bedraagt € 9.323.970. De kasgeldlimiet bedraagt daarom € 764.566. Zo lang de korte rente lager is dan de rente voor langere looptijden zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut. Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisiconorm. Als lange financiering wordt volgens de Wet Fido aangemerkt: alle financieringsvormen met een rentetypische looptijd vanaf één jaar. Het renterisico wordt gedefinieerd als de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van de contractuele renteherzieningen op de opgenomen geldleningen.
De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. Achterliggende reden voor het gebruik van de renterisiconorm is de spreiding van het renterisico over de jaren. Voor Tribuut geldt de minimumnorm ad. € 2,5 mln. voor de renterisiconorm. Dit minimum is bedoeld om kleinere organisaties niet al te zeer te beperken bij het komen tot een efficiënt liquiditeitsbeheer.
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
24
Financiering Tribuut heeft een eenvoudige rol op treasurygebied. De behoefte is: • Het aantrekken van langlopende geldleningen voor investeringen voor de bedrijfsvoering; • Het overbruggen van de mate van bevoorschotting door de deelnemers. Als grotere investeringen in de bedrijfsvoering worden gedaan, ontstaat behoefte aan langlopende financiering. Dit wordt niet verwacht. Schatkistbankieren Tribuut neemt als decentrale overheid verplicht deel aan het zogenaamde schatkistbankieren. Dit houdt in dat eventuele positieve banksaldi bij het Rijk worden uitgezet. Om het dagelijks kasbeheer te vereenvoudigen, mag Tribuut een drempelbedrag van 0,75% van het begrotingstotaal buiten de schatkist aanhouden. De drempel is nooit lager dan € 1.000.000. Wat betekent dat Tribuut altijd gemiddeld € 1.000.000 buiten de schatkist mag houden. Betaalde belastingopbrengsten worden dagelijks overgeboekt naar de schatkist. Uit hoofde van de treasuryfunctie kunnen middelen worden uitgezet. Het treasurystatuut is hierbij leidend. Bankrelatie Het betalingsverkeer is sinds 1 januari 2022 ondergebracht bij de Coöperatieve Rabobank U.A. Tribuut maakt hierbij gebruik van drie bankrekeningen, namelijk de bedrijfsvoeringsrekening, de rekening voor de belastinginning en een tegenrekening voor het schatkistbankieren.
Beleidsvoornemens Tribuut streeft naar optimale financiële afstemming met de deelnemende gemeenten. Hierbij ligt de nadruk op het zo efficiënt mogelijk doorsluizen van de belastinginkomsten naar de deelnemende gemeenten. Daarnaast wordt de bevoorschotting van de gemeenten zodanig afgestemd dat het aangaan van leningen tot een minimum wordt beperkt. Tribuut werkt hierbij met gescheiden bankrekeningen voor de bedrijfsvoering en belastinginning. In het BBV zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor de programmabegroting van provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Voor de belastingsamenwerking zijn de paragrafen ‘lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, grondbeleid en verbonden partijen’ niet relevant. Deze paragrafen zijn daarom niet in de begroting van Tribuut opgenomen.
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
25
4.
Financiële begroting
De begroting is opgesteld volgens de eisen die voortkomen uit het BBV. Naast de programmabegroting presenteren we ook de financiële (exploitatie)begroting.
4.1
Financiële begroting
Financiële begroting (x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Personeelskosten Processen € 3.599.255 € 4.248.653 € 4.281.838 € 4.490.630 € 4.692.391 € 4.903.232 Inhuur processen € 382.791 € 290.000 € 371.020 € 387.422 € 404.569 € 422.775 Personeelskosten algemeen € 1.069.777 € 1.268.784 € 1.370.455 € 1.424.773 € 1.485.023 € 1.547.894 Automatisering € 1.217.570 € 1.224.542 € 1.317.689 € 1.183.744 € 1.210.242 € 1.237.351 Huisvesting € 209.257 € 208.133 € 204.369 € 222.636 € 227.486 € 232.441 Financiën € 132.811 € 131.166 € 140.243 € 141.563 € 142.840 € 144.197 Organisatie / Communicatie / Advieskosten € 492.744 € 473.932 € 491.097 € 501.297 € 511.539 € 522.033 Proceskostenvergoeding € 266.564 € 427.922 € 150.000 € 153.300 € 156.826 € 160.433 Projectkosten €0 €0 €0 €0 €0 €0 Totaal € 7.370.769 € 8.273.132 € 8.326.712 € 8.505.365 € 8.830.916 € 9.170.354 De cijfers over het jaar 2025 bedragen de werkelijk gemaakte kosten. De jaren vanaf 2026 betreffen de begrotingsbedragen.
Personeelskosten Directe loonkosten en algemene personeelskosten worden direct toegerekend aan de programma’s. Inhuur processen We hebben het personeelsbudget aangepast aan het laatste formatieplan. We kunnen daarmee een constante bezetting nastreven en het inhuurbudget beperken tot de noodzakelijk bezetting in de piekmomenten. Automatisering Dit zijn de kosten voor licenties, beheer en onderhoud van gebruikte programmatuur en ondersteuning door leveranciers voor verbeteringen en probleemoplossingen. Opmerkelijk is wel dat de kosten van automatisering door indexering enorm snel oploopt. Indexeringen zijn vaak gekoppeld aan inflatiecijfers die in voorgaande jaren enorm opliepen. Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit binnen de begroting is op te vangen. Huisvesting De huisvestingskosten zijn vooral huur en vaste lasten die we kwijt zijn aan onze nieuwe verhuurder. Ook de schoonmaakkosten vallen hieronder. We verwachten hier geen grote wijzigingen. Financieringskosten Door het aangaan van een financiering voor ons nieuwe onderkomen in 2025 zijn wij rentelasten verschuldigd. Daarnaast zijn er kosten van verzekeringen en accountantskosten ondergebracht bij financieringskosten. Organisatie, communicatie en advieskosten Kosten voor communicatie, post, contributie, drukwerk, telefoon, adviseurskosten, afschrijving telefoon en computers en de post onvoorzien.
Ook deze kosten zijn slechts geïndexeerd.
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
26
4.2
Toelichting op de opgenomen wijzigingen
Bij het maken van de begroting voor 2026 hebben de gemeenten duidelijk gevraagd om mee te helpen met besparen. Zij zullen namelijk minder geld van het Rijk ontvangen. Tribuut heeft hier goed naar gekeken en in de begroting voor 2026 een besparing van ongeveer € 680.000 opgenomen. Een deel van deze besparing komt door nieuwe regels, zoals een lagere vergoeding voor proceskosten. Ook heeft Tribuut een rechtszaak gewonnen over de vergoeding van taxatiekosten bij een goedgekeurd bezwaar. Daarnaast is er bespaard op automatisering en personeelskosten. Het lijkt erop dat al deze besparingen haalbaar zijn. Daarom worden ze ook gebruikt als uitgangspunt voor de begroting van 2027. Hieronder vindt u de wijzigingen ten opzichte van de laatste voorgelegde meerjarenbegroting. • De belangrijkste wijziging is de daling van de begrote proceskostenvergoeding. Door wetwijziging zijn de proceskosten per toegekend bezwaar gedaald. Ook het te vergoeden bedrag voor een aangeleverd taxatieverslag is door een gewonnen rechtszaak gedaald. In 2026 blijkt het aantal bezwaren ook gedaald, maar vooral het aandeel bezwaren van NCNP-bureaus. Daarom zijn de proceskosten ca. € 300.000,- lager ingeschat. • De automatiseringskosten zijn direct verdeeld over de teams en niet meer via de overhead.
In de oude verdeling leek de overhead erg hoog, doordat alle kosten van de gebruikte applicaties via de overhead werken toegerend aan de teams. Dit is slechts een verschuiving van de kosten. • De post ‘onvoorzien’ mag door aanpassing van BBV-regels niet meer worden gebruikt. We hebben deze post laten vervallen. • Voor de begroting van 2026 is een aantal bezuinigingen opgenomen. Deze bezuinigingen lijken allemaal te worden behaald en zijn in de begroting voor 2027 op dezelfde wijze doorgerekend.
4.3
Kostenverdeling per gemeente
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale bijdrage per deelnemende gemeente. Kostenverdeling per gemeente (x € 1.000) Apeldoorn Brummen Epe Lochem Voorst Zutphen Dekking algemene reserve
2025 2026 2027 2028 2029 € 3.426.574 € 4.160.760 € 4.117.424 € 4.264.226 € 4.425.644 € 522.315 € 595.317 € 602.975 € 624.592 € 648.348 € 811.586 € 831.602 € 850.088 € 880.569 € 914.098 € 872.468 € 877.040 € 914.070 € 946.989 € 983.189 € 507.702 € 630.149 € 574.812 € 595.375 € 617.985 € 1.230.124 € 1.178.264 € 1.267.342 € 1.312.609 € 1.362.390 €0 €0 €0 €0 €0
2030 € 4.593.904 € 673.118 € 949.054 € 1.020.938 € 641.558 € 1.414.283 €0
Totaal € 7.370.769 € 8.273.132 € 8.326.712 € 8.624.359 € 8.951.654 € 9.292.854 De cijfers over het jaar 2025 bedragen de werkelijk gemaakte kosten. De jaren vanaf 2026 betreffen de begrotingsbedragen.
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
27
4.4
Balans
In de balans van Tribuut aan het einde van 2025 zijn voornamelijk overlopende activa en passiva te vinden, zoals ook beschreven in de paragraaf over weerstandsvermogen. Sinds 2020 zijn er slechts beperkte vaste activa, vanwege de aanschaf van laptops en mobiele telefoons, aanwezig. Vanaf 2025 is het saldo van vaste activa toegenomen vanwege de aanschaf van het nieuwe meubilair en de verbouwing van ons nieuwe onderkomen. Er is geen winstdoelstelling. Het resultaat wordt, na reservering van de maximale algemene reserve, direct verdeeld onder de deelnemende gemeenten. Het belangrijkste doel is om vlottende activa en passiva tot een minimum te beperken. Op basis van deze beleidsvoornemens wordt voor de jaren volgend op dit begrotingsjaar de balans als volgt geprognosticeerd: Activa Passiva
2025 € 462.835 € 462.835
2026 € 405.126 € 405.126
2027 € 351.204 € 351.204
2028 € 295.923 € 295.923
2029 € 252.953 € 252.953
2030 € 214.781 € 214.781
De opgenomen bedragen onder de post activa (materieel) over 2027 zijn als volgt opgebouwd: Activa Huurdersinvestering Meubelen Mobile Devices
€ 220.080 € 85.267 € 45.857
Totaal
€ 351.204
Bij Tribuut wordt ervoor gekozen om de jaarrekening op een beleidsarme manier te presenteren. Dit betekent dat een eventueel positief resultaat over 2027, met in achtneming van de maximale toeschrijving aan de algemene reserve, wordt uitgekeerd aan de gemeenten. Hierdoor zal er per 31 december 2027 een beperkt eigen vermogen op de balans aanwezig zijn. In samenspraak met de gemeenten zal het risicobeleid worden geëvalueerd om te bepalen of het nog steeds aansluit bij de huidige omstandigheden. Het volledig uitkeren van de algemene reserve zal leiden tot een daling van de dekkingsratio tot 0 (wat ruim onvoldoende is). Reserve 01 januari Begrotingswijziging Stand algemene reserve excl. resultaat Resultaat Voorstel uit te keren aan gemeenten Algemene reserve 31 december
€ € € € € €
2025 372.100 372.100 372.100
€ € € € € €
2026 372.100 372.100 372.100
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
€ € € € € €
2027 372.100 372.100 372.100
28
Bijlage 1: lasten per taakveld 2027 Taakveld Omschrijving 0 Bestuur en ondersteuning Lasten 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten 3 Economie 3.3 Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen 3.4 Economische promotie 6 Sociaal domein 6.3 Inkomensregelingen 7 Volksgezondheid en milieu 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.5 Begraafplaats en crematoria 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
Tribuut
Apeldoorn
Brummen Epe
Lochem
Voorst
Zutphen
€ 112.500 € 2.084.898 € 15.335 € 3.950.824 € 712.271 € 20.513 € 31.166 €0
€0 €0 €0 € 2.248.353 € 353.529 € 14.253 € 50.509 €0
€0 €0 €0 € 292.327 € 46.242 €0 €0 €0
€0 €0 €0 € 444.998 € 92.105 €0 € 3.867 €0
€0 €0 €0 € 456.111 € 110.846 €0 € 4.773 €0
€0 €0 €0 € 302.958 € 84.431 €0 € 1.205 €0
€0 €0 €0 € 680.167 € 114.971 € 25.787 € 2.438 €0
€0 € 5.111
€0 € 6.005
€0 € 905
€0 € 1.182
€0 € 2.705
€0 € 1.608
€0 € 353
€ 506.336
€ 306.994
€ 26.817
€ 32.308
€ 32.053
€ 20.049
€ 88.114
€ 288.319 € 566.645 € 8.936
€ 363.283 € 744.820 € 9.267
€ 96.907 € 139.776 €0
€ 138.780 € 128.460 € 5.057
€ 89.261 € 207.020 € 2.217
€ 60.522 € 96.812 € 516
€ 112.065 € 227.466 € 3.026
€ 23.855 € 8.326.712
€ 20.411 € 4.117.424
€0 € 602.975
€ 3.332 € 850.088
€ 9.084 € 914.070
€ 6.711 € 12.955 € 574.812 € 1.267.342
8.3 0.11 Baten 0.5
Wonen en Bouwen Resultaat van de rekening van baten en lasten
0.8
Overige baten en lasten
0.10
Mutaties reserves
€0
0.11
Resultaat van de rekening van basten en lasten
€0
Treasury
€0 € 8.326.712
Totaal € 8.326.712 De lasten per taakveld worden bepaald door de gemeentelijke bijdrage per programmaonderdeel om te rekenen naar rato van het aantal aanslagregels per taakveld. De lasten per taakveld zijn voor de gemeenten ‘all inclusive’; Tribuut verantwoord de lasten op de taakvelden 0.1, 0.4, 0.5 en 0.8 afzonderlijk. Dit leidt ertoe dat de lasten horizontaal niet optelbaar zijn tot de lasten van Tribuut.
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum
29
Toekomstplan 2027-2030 en begroting
Toekomstplan en begroting inclusief nieuwe gemeenten 2025-2028
Toekomstplan en begroting 2027-2030 Tribuut belastingcentrum incl. nieuwe gemeenten
1