CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A5 - Vereniging 'Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen' - Brief en onderzoeksrapport - D448471

Forum Fysieke Leefomgeving 9 januari 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken14.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Geluid van treinverkeer (Lden)

Legenda: Geluidcontouren - Lden (dB) 55 - 59 60 - 64

IN 65 - 69 70 - 74 75 Bran: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2021 Figuur 4.20

Geluidscontouren spoorlijn (Bran: RIVM)

AVIV, Rapport toetsing realisatiecijfers vervoer gevaarlijke stollen over het spoor aan de risicoplafonds Basisnet over de periode 1-7-2023 — 31-6-2024, 2024

36

36

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Tabel 4.2 geeft de grenswaardes weer. Met name op de Wvg-locatie aan de Hammelerweg is een groot deel vvan het geluidsniveau boven de voorkeursgrenswaarde.

Nieuwbouw bij bestaande spoorlijn Nieuwe spoorlijn bij bestaande woningen

Tabel 4.2

Voorkeursgrenswaarde

Maximaal toelaatbare waarde

55 dB

68 dB 68 dB

55 dB

Grenswaardes geluidsoverlast spoor

Ook het wegverkeer geeft geluidhinder. Dit is weergegeven in figuur 4.21.

op Oen Berg

Legenda: Nachtelijk geluid wegverkeer (Inight) 35 dB 36 -40 dB 41. 45 dB 46 - 50 dB

.56 _

Wv9e-locatie

1;4651 - 55 dB

60 dB

61 dB

Bran: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2021

Figuur 4.21

4.8

Nachtelijke geluidhinder wegverkeer (Bron: RIVM)

Milieuzonering bedrijventerrein De Hazenberg Het gehele bedrijventerrein De Hazenberg heeft een milieucategorisering van 3.2. Ook de recente uitbreiding ervan valt in deze categorie. Dit houdt in dat de afstand tussen dit terrein en nieuwe woningbouw meer dan 100 meter moet zijn.

37

Zaak:Z107829 - Document:D448471

De afstand van 100 meter rondom bedrijventerrein De Hazenberg betekent dat binnen een gebied van ongeveer 5,45 hectare op de Wvg-percelen geen woningen gebouwd zullen mogen worden. Dit is zichtbaar gemaakt in figuur 4.21.

Figuur 4.21

4.9

Milieuzonering bedrijventerrein De Hazenberg

Conclusies De volgende conclusies zijn de uitkomst van dit hoofdstuk: Woningbouw op de Wvg-locaties tast unieke natuurgebieden aan. Die zijn grotendeels gecategoriseerd als Natuurparel. Het leefgebied van bedreigde dier- en plantensoorten wordt beperkter. Dat is niet volgens de doelstelling van het Europees natuurbeleid. Dat streeft naar instandhouding van biologische biodiversiteit en de bescherming van kwetsbare Europese natuur. Bouwen in het Hammeler brengt aanzienlijke hydrologische risico's met zich mee. De negatieve invloed op de waterbalans kan zich uitbreiden naar aanpalende woningen en de Pothof. Het kan leiden tot substantieel hogere onderhoudskosten voor infrastructuur en waterbeheer, en extra investeringen in pompen en drainagesystemen. De omliggende natuur zal gevolgen ondervinden ten gevolge van verdroging of juist wateroverlast, wat de biodiversiteit negatief beInvloedt. De percelen zullen flink opgehoogd moeten worden om geen overlast te geven bij hoge grondwaterstand. Als dit gedaan moet worden bij alle laaggelegen gronden, betekent dat dat er veel grond aangevoerd moet worden om woningbouw mogelijk te maken. 38

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Het bijzondere landschap zou onomkeerbaar veranderen. Woningbouw inpassen in het landschap lijkt onmogelijk. Nieuwbouw zal vanwege stikstofdepositie niet zonder maatregelen haalbaar zijn in de gebieden langs de L.R. Beijnenlaan en Hazenberg en langs de Oude Eerbeekseweg en Hammelerweg. Woningbouw langs het spoor zal Leiden tot overlast en mogelijk gezondheidsschade door zowel geluid als trillingen.

Zaak:Z107829 - Document:D448471

5

Erfgoed: zuinig zijn op wat van waarde is We kijken achtereenvolgens naar de impact die bebouwing van de Wvg-locaties zou hebben op de Rijksmonumenten Groot Engelenburg, Huis Den Bosch en Huize de Wildbaan, en naar wat de consequenties zijn van archeologische vondsten.

5.1

Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg is sterk bepalend geweest voor hoe Brummen zich in de geschiedenis heeft ontwikkeld. De geschiedenis van Groot Engelenburg was rijk, het had prominente bewoners.37 De Omgevingswet schrijft voor dat ook rekening gehouden moet worden met de omgeving van een Rijksmonument, in overeenstemming met het Europese verdrag van Granada38. Aantasting moet worden voorkomen van:

Omgevingswet De omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd. Het karakter van in het omgevingsplan beschermde studs- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen.

4 aauxMAW,

Ollrfr

•,;:111W-

Wvg-locatie .-

O44,41A OitAVAT, "

Wvg-locatie

Figuur 5.1

Rijksbeschermd cultuurhistorisch erfgoed en Rijksmonument beperking (Bron: RCE)

Het Gelders Genootschap heeft een handreiking voor gemeenten opgesteld om ontsiering en

37 38

www.engelenburg.comikasteeligeschiedenis/ Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa, Granada, 1985 41

Zaak:Z107829 - Document:D448471

beschadiging van Rijksmonumenten te voorkomen39. Het voorziet in een driestappenplan dat er voor Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg als volgt uit zou kunnen zien: 1.

Vaststellen van het monumentenbestand Figuur 5.1 geeft de buitenplaats van Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg weer. Aangegeven is welke gebieden vastgelegd zijn als beschermd erfgoed. Het perceel met kadastraal nummer 4283 op de Wvg-locatie langs de L.R. Beijnenlaan heeft een Rijksmonumentale beperking." 15 inschrijvingen in het Rijksmonumentenregister41 hebben betrekking op Groot Engelenburg, waaronder het hoofdgebouw, het koetshuis, de portierswoning, de orangerie, de toegangsbrug, het toegangshek, de tuinmuur en de historische tuin- en parkaanleg. De eigenaar van Groot Engelenburg liet in 2011 een visie op het Iandgoed opstellen42, met daarin dat de statige groene uitstraling een drager moest blijven van het landgoed, dat de kwaliteit van groene en blauwe elementen gewaarborgd moest zijn en dat de cultuurhistorie duidelijk zichtbaar en beleefbaar moest blijven. Cultuurhistorische elementen - zoals oude solitaire bomen of de zichtas naar het noordwesten —zouden behouden moeten worden en zo mogelijk versterkt. De oprijlaan van Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg heeft als functieaanduiding cultuurhistorische waarden en gebiedsaanduiding zichtlijn. Een illustrate uit de 1.8e eeuw is de kaart van Hottinger in figuur 5.2, waarin de nog aanwezige rechte Iijn te zien is van de oprijlaan.

Figuur 5.2

Kaart van Hottinger uit 1 783

Gelders Genootschap, Op weg naar passende zorg voor beschermde monumenten in hun omgeving, 2023 40 rce.webgis.nl/nl/map/erfgoedatlas 41 monumentenregister.cultureelerfgoed.nl 42 Loo Plan, Landgoedvisie Groot Engelenburg, 2011 39

42

Zaak:Z107829 - Document:D448471

2. Doen van een analyse Na stap 1, waar het monumentenbestand werd vastgesteld, wordt het tijd voor het doen van een analyse. De analyse leidt tot vaststelling van de omgevingen van (te beschermen) monumenten. Wat tot de omgeving van Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg hoort, is vastgelegd op de kaart van de Historische geografie Gelderland (vlak). Het bestand bevat historisch-landschappelijke kenmerken van zo'n 5.800 vlakken waaraan een waardering is toegekend. Hiervoor zijn Histland 11, Histland 50 en Histland 500 gebruikt. Histland bevat gegevens over de ontginning van het Nederlandse landschap en laat zien hoe dit landschap aan verandering onderhevig is. Met behulp van deze kaart kunnen uitspraken worden gedaan over de cultuurhistorische waarde van een landschap. Ook kan aan de hand van deze kaart worden vastgesteld wat de impact van ruimtelijke ingrepen is op het landschap. Op de cultuurhistorische kaart van Gelderland43 is het landschap op de Wvg-locaties in verschillende gebieden verdeeld. In figuur 5.3 is deelgebied Engelenburg weergegeven. Waardering Rijksmonument Groot Engelenburg — Gaafheid

3 uit 3

-

Fysiognomie

3 uit 3

-

Bijzondere kenmerken

3 uit 3

-

Waardering Overland

9 uit 10

-

Eind waardering

3 uit 3

Deze waardering betekent dat dit gebied een zeer hoge cultuurhistorische waarde heeft. Het deelgebied valt ook grotendeels in het arcadisch gebied, waar volgens Ligt op groen! verstening ongepast is.

Historische geografische eenheden: Engelenburg Zarle9eb:eci KB Oude ontginningen in net natte zandgetnod KB3 Ffintia.la 5(.10

Enioszns regelmatig ingedeolde broeken in het rendgebied Kb2a 3,00 3,00 3,00 9.00

Figuur 5.3

Waardering deelgebied Engelenburg (Bron: Histland)

Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie, provincie Gelderland, geoportaal.gelderland.nl

43

43

Zaak:Z107829 - Document:D448471

3. Beleid en regels formuleren De laatste stap, na de analyse van stap 2, is het formuleren van beleid en regels. Een commissie zal opgesteld moeten worden om te beoordelen of het behoud of ontwikkeling mogelijk is in het deelgebied Engelenburg. Bij ontwikkelingen mag het Rijksmonument niet aangetast worden, zoals bepaald in het verdrag van Granada.

5.2

Rijksmonument Huis Den Bosch Voor het Rijksmonument Huis Den Bosch zal mogelijk ook het stappenplan van het Gelders Genootschap gevolgd kunnen worden.

Het landhuis Het Huis Den Bosch met het omliggende park van 11 hectare zijn in particulier bezit. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vindt Huis Den Bosch, behorend tot de gelijknamige historische buitenplaats, onder andere van architectonisch en cultuurhistorisch belang vanwege de kenmerkende ligging als middelpunt van de tuin- en parkaanleg en het omringende landschap Het landgoed Het landgoed Huis Den Bosch wordt beheerd door de Stiltestichting. Het omvat ongeveer 193 hectare aaneengesloten grond, waarvan 119 hectare bos. Vanwege het overwegend natte terrein is ooit een groot deel van het bos op rabatten aangelegd. Over en langs de randen van het landgoed lopen een aantal lanen en paden, waarvan sommige monumentaal. Lanen worden gekarakteriseerd door een of twee rijen bomen aan weerszijden van de weg of pad welke breed genoeg is voor een auto of paard-en-wagen. Lanen hebben een zekere allure en vormen vaak een zichtlijn. Lanen behoren tot de karakteristieke elementen van een landgoed en dienen daarom in stand te worden gehouden. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed draagt bij aan de instandhouding van deze lanen. De paden hebben voornamelijk een functie als wandelpad. Daarnaast worden ze gebruikt als ontsluitingsweg ten behoeve van het bosonderhoud en de houtoogst (bronnen: Stiltestichting"en Monumentenregister45).

5.3

Rijksmonument Huize de Wildbaan Voor het Rijksmonument Huize de Wildbaan zal mogelijk ook het stappenplan van het Gelders Genootschap gevolgd kunnen worden.

Het landhuis Huize de Wildbaan staat op historisch landgoed de Wildbaan. Het is een rijzig landhuis in neorenaissancevormen, gebouwd in 1910 voor A.J.P. Metelerkamp op de plek van een 16de-eeuwse voorganger. De bijgebouwen stammen uit circa 1860 en hebben neogotische en neoclassicistische details. Huize de Wildbaan huisvest nu een zorginstelling.

Het landgoed Het landgoed dateert al uit de 16e eeuw. Samen met de aangrenzende landgoederen Den Bosch en De Rees vormt de Wildbaan een ontsluiting rond Leuvenheim. Oorspronkelijk was het landgoed een

44 45

www.stiltestichting.nl monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/525492 44

Zaak:Z107829 - Document:D448471

jachtdomein, vandaar ook de naam. Het gehele Iandgoed bedroeg oorspronkelijk ruim 100 hectare aan grond.

Figuur 5.4

Landgoed de Wildbaan

(Bronnen: Leefgoed de Wildbaan46 en Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren47).

5.4

Gebieden van hoge en zeer hoge archeologische waarde Op tat van plekken in Nederland zitten archeologische resten in de bodem. Een hoge dan wel zeer hoge archeologische waarde is toegekend aan het gebied langs de L.R. Beijnenlaan en de Eerbeekseweg. Langs de Metelerkampweg is de verwachte archeologische waarde eveneens hoog. De gemeente Brummen heeft daarvoor een archeologische zorgplicht. Er zal voorafgaand aan bouwactiviteiten een archeologisch onderzoek gedaan moeten worden. Archeologisch onderzoek bestaat uit enkele stappen, waarbij er telkens wordt gekeken welke vervolgstap noodzakelijk is. De bedoeling is om bij het onderzoek zo min mogelijk grond te verplaatsen en toch zo veel mogelijk te weten te komen over de archeologische waarde van een gebied. De eerste stap bestaat uit bureauonderzoek om te bepalen of het gebied archeologische waarde heeft. Hierbij worden geschreven bronnen, kaarten, informatie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en van amateurarcheologen, het Actueel Hoogtebestand Nederland en bestaande onderzoeksrapporten van het gebied bestudeerd. In de tweede stap kan inventariserend veldonderzoek volgen. Er worden dan boringen gedaan en/of proefsleuven gegraven om de aard, diepteligging, omvang en datering van de archeologische vindplaats te bepalen. Tijdens deze stap worden eventuele sporen en vondsten geborgen, onderzocht en gedocumenteerd.

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek zal de gemeente de locatie wel of niet kunnen vrijgeven om te gaan bouwen. Is de archeologische waarde groot gebleken, dan zal de gemeente dienen te besluiten om de vindplaats te behouden of eerst de archeologische resten te laten opgraven.

46

www.leefgoeddewildbaan.nl/huize-de-wildbaan A7 www.dbnl.org 45

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Figuur 5.5

In rood: (zeer) hoge archeologische waarde In oranfe: hoge archeologische waarde

Figuur 5.6

In

hoge archeologische waarde

46

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Als het bureauonderzoek onvoldoende informatie oplevert om de archeologische waarde to bepalen, zal de gemeente graafwerkzaamheden archeologisch moeten laten begeleiden. Dat houdt in dat er een archeologisch team aanwezig is dat het werk volgt. De archeologen zien toe op het graafwerk, documenteren de resten, bergen vondsten en bestuderen de bodemprofielen.

5.5

Conclusies Ten aanzien van erfgoed en archeologie concluderen we: -

Woningbouw op de Wvg-locaties verlaagt de cultuurhistorische waarde van het gebied en tast de aanwezige Rijksmonumenten en hun landgoederen aan.

-

Mogelijk zal de gemeente graafwerkzaamheden archeologisch moeten laten begeleiden.

Zaak:Z107829 - Document:D448471

6

Grootschalige nieuwbouw: veel mensen, gebouwen en auto's In dit hoofdstuk een blik vooruit: wat brengt grootschalige nieuwbouw met zich mee? In elk geval meer dan huizen alleen.

6.1 Schaaisprong: heel veel nieuwe inwoners in een keer Als de gemeente een schaalsprong van 25% in inwoneraantal van de kern Brummen doorzet, dan heeft dat veel ompact op sociaal viak, zowel op de verbondenheid tussen bewoners, als op hun leefklimaat, de vitaliteit van wijken en veiligheid.

Gemeenschapskracht: een rijk verleden De sociale verbondenheid in Brummen kent een rijk verleden van gemeenschapskracht. Nog voordat de landgoederen er werden gebouwd, ontwikkelden kleine gemeenschappen zich tot bestuuriijke eenheden: de 'marken'48. Buurtbewoners bewerkten hier samen het land, in gemeenschappelijk bezit en beheer. Nog steeds is in het iandschap als lange lijnen zichtbaar hoe de marken destijds liepen. De Wvg-locaties bevinden zich in de mark Rhienderen, mark Brummen en mark Leuvenheim. Een gebied met een rijke historie van gemeenschapskracht.

Naoberschap Brummense inwoners geven hun sociale verbondenheid, hun naoberschap, een mooie 7,7.49 Zo'n grote verbondenheid maakt dat buurtbewoners zich verantwoordelijk voor elkaar voelen, voor elkaar klaar staan en elkaar heipen. Meer sociale verbondenheid is gerelateerd aan betere gezondheid, betere kwaiiteit van leven en minder criminaliteit. Het wordt dan ook wel gezien als de drijvende kracht achter leefbaarheid en telt mee in de maatschappeiijke kosten-batenanalyse. De sociale verbondenheid tussen Brummenaren zie je ook terug in een traditie als buurtmaken, carbidschieten, de kermis, oranjefeesten en een rijk verenigingsleven. Mensen kennen elkaar, maken een praatje met elkaar in de supermarkt, zorgen voor elkaar en kijken naar elkaar om. Als er op straat of bij de buren wat gebeurt, dan gaan we kijken en spreken mensen elkaar aan. Naoberschap is dan ook een groot goed. Dit sociaal kapitaal van Brummen is dan ook lets om te koesteren en te versterken.

Sociale verbondenheid in het gedrang Niet in elke gemeente is de sociale verbondenheid zo groot. Steden scoren een stuk minder goed dan dorpen en het platteland50. In het centrum van dorpen is de sociale verbondenheid groter, maar juist in grote nieuwbouwwijken aan de rand, de "groene kleinstedelijke wijken", is de sociale samenhang een probleem dat van gemeenten extra financiele middelen blijkt te vragenS1. De samenstelling van inwoners zal divers zijn wat betreft inkomen, regiobinding, achtergrond en gezinssamenstelling. Grootschalige nieuwbouw zal mensen aantrekken die geen binding met Brummen of de regio hebben, die forenzend overdag de wijk leeg en stil achterlaten, en in de avond al filerijdend thuiskomen. Daarbij vestigen deze grote aantallen inwoners zich in korte tijd. Vaak is er daardoor minder sociale verbondenheid. In deze wijken spelen meer eenzaamheid en gezondheidsproblemen onder kwetsbare groepen.

48

Opdam, P., Landschapsnetwerk Brummen, Brummen — de Iandschapsbiografie waarstaatjegemeente.nl/viewer/Report?id=wsjg_bp&inpgeo=gemeente_213&inp_period=2023 5° CBS, www.cbs.nlinl-nl/nieuws/2016/09/stedelingen-geven-leetbaarheid-buurt-lager-cijfer 51 RIVM, Toolkit preventie in de wijk. www.rivm.nl/documenten/toolkit-preventie-in-wijk

49

49

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Brummense Marijte ondervond het aan den hjve Marijte woonde 12 jaar lana in een grote nieuwbouwwijk in Deventer. Zij was als vrijwilliger betrokken bij de wijkaanpak en heeft een ontmoetingsplek in de wijk opgericht voor ouders, kinderen en ouderen. Hierdoor kreeg zij inzicht in sociale verbindingen, of in dit geval, het gebrek hieraan. Ondanks veel inspanningen lukte het niet om gemeenschappelijkheid, oftewel sociale verbinding, te krijgen. De nieuwbouwwijken trokken vooral tweeverdieners die dagelijks in de ochtend met de auto de wijk verlaten en in de avond terugkomen. De doorstroom was hoog. Dit maakte het lastig om een band op te bouwen met buurtgenoten. Saamhorigheid of elkaar opzoeken in de wijk werkte niet. Met de verhuizing naar Leuvenheim kon het contrast niet groter zijn. Ze werd persoonlijk verwelkomd en gevraagd om lid te worden van Leuvenheims belong. Oud Leuvenheim en nieuwe bewoners integreren met elkaar en doen daar van beide kanten moeite voor. Ons kept ons in Leuvenheim en men weet elkaar te vinden. Marijte merkt dat ook in haar werk. Eerst bij Stichting Welzijn Brummen en later bij Tolzicht. De betrokkenheid uit het dorp bij de bewoners van Tolzicht is heel groot. Vrijwilligers kennen veel bewoners van vroeger en sluiten daarop aan. En bewoners ervaren herkenning en aansluiting bij de verhalen over hun leven van vroeger.

Daardoor is er minder eenzaamheid, door de binding en het contact onderling en met de mensen uit het dorp.

Druk op de voorzieningen De schaalsprong geeft ook druk op de voorzieningen. Met name op de gezondheids- en zorgvoorzieningen, zoals huisarts en tandarts. Landelijk, en juist in het landelijk gebied, is er een tekort aan huisartsen en tandartsen. De verwachting is dat dit de komende jaren zal toenemen, met name in plattelandsgemeenten.

Toename van anonimiteit Met grootschalige woningbouw, minder sociale verbondenheid en minder sociale controle zal de anonimiteit toenemen. Daarmee is er een groot risico dat criminialiteit in deze wijken zal toenemen. Volgens Kurt Lewin ontstaat crimineel handelen door een samenloop van zowel persoonlijke en situationele kenmerken52. Bepaalde situaties kunnen mensen ontvankelijk maken voor crimineel gedraag, of dit zelfs uitlokken53. Denk hierbij aan anonieme situaties, wijken waar overdag iedereen forensend elders is of hangjongeren.

Vitale wijk is meer dan alleen bouwen Het Centraal Bureau voor de Statistiek' stelde vast dat van inwoners die in hun wijk een lage sociale cohesie ervaren, slechts 4 procent tevreden is met de woonomgeving. Bij inwoners die juist een hoge sociale cohesie ervaarden, is dit 97 procent. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is sociale verbondenheid de belangrijkste voorspeller voor tevredenheid over de woonomgeving. En daarmee belangrijker nog dan bijvoorbeeld verloedering of de kenmerken van de woningen. Voor het verkrijgen van een vitale wijk is het dan ook belangrijk dat gemeenten zichzelf een bredere opdracht geven dan alleen de opdracht tot het bouwen van een bepaalde hoeveelheid woningen. Stadsgeograaf van Amsterdam Jos Gadet vindt het belangrijk dat gemeenten de ambitie stellen tot het 52

www.ocf.berkeley.edu/"jfkihlstrom/PxSlnteraction.htm ccv-secondant.nl/platform/article/criminaliteit-vloeit-voort-uit-de-persoon-en-de-situatie 54 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2018, Statistische Trents, Woning en woonomgeving gerelateerd aan tevredenheid met het leven 53

50

Zaak:Z107829 - Document:D448471

bouwen van vitale buurten. Ze moeten daarbij ambities bundelen op het gebied van kansengelijkheid, duurzaamheid, sociale cohesie, klimaatadaptatie en economisch empowerment's. Gemeenten moeten zich dus naast een woningbouwopgave ook de opgave van vitale wijken stellen.

6.2

Planoptimalisatie: hoogbouw, parkeergarages en prefab seriebouw Planoptimalisatie zou de opbrengst van nieuwbouwplannen vergroten en financieel onhaalbare plannen zelfs haalbaar kunnen maken. Gemeentebestuurders die een actief grondbeleid voeren, hebben er daarom de mond van vol. Planoptimalisatie is inmiddels een modewoord geworden, een toverwoord voor sneller en meer huizen bouwen op een kleiner oppervlak. Zijn in een villawijk 25 woningen per hectare gangbaar, in een hedendaagse woonwijk zijn dat er 35 tot 45 per hectare en met planoptimalisatie streeft een gemeente tegenwoordig naar neer. Bij hogere dichtheid hoeft minder grond per woning bouwrijp te worden gemaakt en per woning hoeft minder infrastructuur te worden aangelegd. Hogere bouw met beneden-bovenwoningen en dubbele bovenhuizen wordt dan de norm. Relativering is op zijn plaats, in elk geval van de term optimalisatie. Corporaties en grote beleggers, die gemeenten bij voorkeur inschakelen voor de grootschalige ontwikkelprojecten, bouwen liefst projecten van grotere omvang. Buiten de stad bouwen ze dan bovendien graag rijtjes eengezinswoningen voor de verkoop. Beneden-bovenwoningen en dubbele bovenhuizen zien ze daarentegen als moeilijk product. Ze vrezen voor onverkoopbaarheid, voor hoge bouwkosten en ze hebben er minder ervaring mee.

Elke gemeente die zelf grond gaat verwerven voor woningbouw zal zich daarom terdege moeten realiseren dat ontwikkelaars vaak niet zitten te wachten op hun planoptimalisatie. Terwijl die planoptimalisatie juist had moeten zorgen dat de gemeentelijke grondaankoop zich tenminste zou terugverdienen. In onze situatie heeft het college zich al uitgesproken voor hoger bouwen dan wat tot nu in de kern Brummen is gebeurd. Appartementengebouwen met in elk geval 4 woonlagen zullen dan gaan verrijzen in de Landgoederenzone tussen het spoor en het bos. Consequent doorvoeren van planoptimalisatie zal kunnen betekenen dat er parkeergarages komen, waardoor de auto's niet op duur maaiveldniveau hoeven worden gestald. Verder zullen ontwikkelaars tegenwoordig grote

55

magazines.amsterdam.nl/stadvandetoekomst/vitale-wijken 51

Zaak:Z107829 - Document:D448471

aantallen standaardwoningen willen neerzetten, veelal identiek en in de fabriek gemaakt. Ter plekke worden ze in en aan elkaar geklikt. Voor ruimtelijke kwaliteit en ontwerpen die recht doen aan de unieke groene zoom tussen de kern Brummen en de landgoederen lijkt de verdichte, verhoogde en eenvormige bouw die doorgaans samengaat met planoptimalisatie het verkeerde uitgangspunt.

6.3

Veel meer auto's, kostbare ontsluitingswegen en een bijrol voor het spoor Waar mensen wonen, gaan mensen op pad. En dat gebeurt heel vaak met de auto, soms met de fiets en een enkele keer met de trein. Net als bij Monopoly zul je eerst genoeg straten moeten hebben voor je huizen kunt bouwen. Reizen per trein is voor de enkeling.

Verkeer en mobiliteit: dure ontsluitingsweg noodzaak, nabijheid station onbelangrijk Elk Brummens huishouden heeft gemiddeld 1,2 auto's56. Als de gemeente inzet op het volledig bebouwen van de Wvg-locaties met de gangbare dichtheid van 35 woningen per hectare, moet ze ook rekening houden met zo'n 1.400 extra auto's. Personenauto's in ons land maken dagelijks 0,868 keer een r!t57. We kunnen daarom verwachten dat meer dan 2.400 keer per dag een auto vertrekt vanuit dan wel aanrijdt op de voor woningbouw aangewezen locaties. Te verwachten is dat dat zal leiden tot sluip- dan wel extra verkeer op alle toegangswegen: de N787, de Pothof, de Zutphensestraat, de L.R. Beijnenlaan e.v. en de Hammelerweg. En zoals bureau Goudappel al in het nieuwe Mobiliteitsplan schreef: "in de kern Brummen ontbreekt nu nog een westelijke hoofdstructuur."

Onbelangrijk: nabijheid station Brummen In 2022 telde station Brummen 699 in- en uitstappers per dae. Het aantal treinreizigers dat gebruik maakt van station Brummen is hier de helft van, 350 treinreizigers. De meeste reizigers zijn overigens studenten. Het aantal reizigers dat voor werk de trein neemt is beperkt, ook doordat alleen de sprinter in Brummen stopt. In hoeverre ligging bij het station mee moet wegen bij locatiekeuze van een nieuwe woonwijk, hangt dus ook of van de aantrekkelijkheid van het station. Nederlanders reizen per jaar gemiddeld 13 keer met de trein59. Bij het volledig bebouwen van de 3 Wvg-locaties met 35 woningen per hectare met elk een huishouden van 2,12 personen60, zal dat resulteren in 90 extra in- dan wel uitstappers per dag op station Brummen, wat overeenkomt met zo'n 45 extra treinreizigers. Locatiekeuze nabij het station lijkt daarmee niet significant bij to dragen aan de mobiliteit. Als de extra treinreizigers de auto zouden nemen, neemt het aantal keren dat een auto vertrekt of aanrijdt met minder dan 5% toe. Daarbij is dan voor het gemak zelfs verondersteld dat zowel forensen als scholieren de auto zouden gaan nemen.

Ongewenst: sluipverkeer door het buitengebied Beleid uit de structuurvisie Ligt op groen! is dat doorgaand verkeer wordt geweerd uit het buitengebied. Dat buitengebied is donkergroen en met pijlen aangegeven in onderstaande figuur. Het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan categoriseert daarom het noordelijke deel van de L.R.

56

Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020, OV-monitor, autobezit per huishouden Centraal Bureau voor de Statistiek, Onderweg in Nederland, tabel D.5, 2022 58 Nederlandse Spoorwegen, dashboards.nsjaarverslag.nl/reizigersgedrag/brummen?dtYear=2022 Centraal Bureau voor de Statistiek, cbs.nl/nl-nl/visualisaties/verkeer-en-vervoer/personen/ openbaar-vervoer, 2021 60 Centraal Bureau voor de Statistiek, cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/37620, 2023 52

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Beijnenlaan en de achtergelegen Knoevenoordstraat en Rhienderensestraat als "groene wegen", waar de gemeente ook werende verkeersmaatregelen neemt61 Anno 2023 neemt het sluipverkeer vanaf Op den Berg en Hazenberg via L.R. Beijnenlaan naar het buitengebied vice versa zichtbaar toe. Zakelijk verkeer van het nieuwe bedrijventerrein Hazenbergll (aannemerij, grootbakkerij, loonbedrijf etc) draagt daaraan bij. De gemeente zal daarom nu al, en zeker bij eventuele woningbouw bij het station, moeten gaan voorkomen dat doorgaand verkeer vanaf Op den Berg en Hazenberg via de L.R. Beijnenlaan het buitengebied inrijdt, en vice versa.

Figuur 6.1

De N787 en de Zutphensestraat zijn ontsluitingswegen van de aangewezen locaties. Doorgaand verkeer wordt geweerd uit het groene gebied met de pulen. (Bron: Ligt op groen!)

Ongewenst: meer verkeersoverlast in de Zutphensestraat en De Pothof Het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan wijst de Zutphensestraat en De Pothof aan als gebiedsontsluitingswegen tussen N348 en N787, al dan niet voor vrachtverkeer. Ook auto's die van de voor woningbouw aangewezen locaties richting Zutphen/Arnhem vice versa rijden, zullen gebruik gaan maken van deze straten. De straten zijn weliswaar voor hun verkeersfunctie ingericht, maar aanwonenden van Zutphensestraat en De Pothof zullen uiteraard meer overlast gaan ervaren.

Ongewenst: sluipverkeer door de kern Leuvenheim Verkeersveiligheid en Ieefbaarheid zijn voor de bebouwde kom van Leuvenheim al lange tijd aandachtspuntfi2. Extra verkeer van de locate Metelerkampweg nog daargelaten, zullen auto's vanuit de andere aangewezen locaties gebruik kunnen gaan maken van de Hammelerweg/Spankerenseweg richting Dieren/Arnhem vice versa. Zulk sluipverkeer zal leiden tot meer overlast. Ook zal de druk op de doorgaande weg door Leuvenheim toenemen, terwijl er nu al veel overlast van de grote verkeersstroom wordt ervaren door bewoners.

Royal HaskoningDHV, Evaluatie Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan, 2013 Gemeente Brummen, Nota beantwoording zienswijzen bij bestemmingsplan Kleine Kernen, gemeente Brummen, 2013

61

62

53

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Noodzaak: ontsluitingsweg langs het spoor + dure ongelijkvloerse spoorwegkruising Om de ontsluiting van het nieuwe bedrijventerrein Hazenberg II te verbeteren en het vrachtverkeer door Brummen te verminderen, voorziet de structuurvisie Ligt op groen! een nieuwe ontsluitingsweg langs het spoor, via Rhienderstein en de Mercuriusweg. De gemeente achtte destijds onderzoek nodig naar noodzaak en haalbaarheid van deze nieuwe ontsluitingsweg. Daarbij zou ook de haalbaarheid worden onderzocht van een ongelijkvloerse spoorwegkruising die Rhienderstein en Mercuriusweg verbindt. Voor de beeldvorming, de kosten van een dergelijke ongelijkvloerse kruising in Apeldoorn bleken in 2017 al 15 miljoen euro63. Voor de hand Iigt dat ProRail en de provincie daaraan meebetalen. De noodzaak van zo'n nieuwe ontsluitingsweg en ongelijkvloerse spoorwegkruising zou bij eventuele woningbouw op de aangewezen locaties echter meteen duidelijk zijn: alleen een dergelijke ontsluiting zal toename van verkeer naar het buitengebied via de L.R. Beijnenlaan, naar de Zutphensestraat, naar De Pothof en naar de kern Leuvenheim kunnen voorkomen, mits de gemeente in die richtingen ook werende verkeersmaatregelen neemt.

6.4

Conclusies Uit deze blik op wat zou kunnen komen trekken we de volgende conclusies: -

Een schaalsprong van maar Iiefst 25% meer inwoners in de kern Brummen Ieidt tot een afname van sociale cohesie en controle, met daardoor meer risico op anonimiteit, onveiligheid, minder welzijn (zoals eenzaamheid) en meer gezondheidsproblemen. Dit belemmert de ontwikkeling van een vitale wijk.

-

Veel nieuwe inwoners geven ook druk op de bestaande voorzieningen. Met name op de gezondheids- en zorgvoorzieningen, zoals huisarts en tandarts. Voor ruimtelijke kwaliteit en ontwerpen die recht doen aan de unieke groene zoom tussen de kern Brummen en de landgoederen lijkt de verdichte, verhoogde en eenvormige bouw die hoort bij planoptimalisatie het verkeerde uitgangspunt.

-

-

Locatiekeuze nabij het station Iijkt niet significant bij te dragen aan de mobiliteit.

-

Verkeersoverlast en sluipverkeer nemen toe. Een nieuwe ontsluitingsweg en ongelijkvloerse spoorwegkruising zijn bij woningbouw op de Wvg-locaties noodzakelijk.

63 De Stentor, ProRail: kosten spoortunnel randweg Twello kunnen 15 miljoen euro zijn, 19 juni 2017 54

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Goo ierJ or.

dll

Stsortpar k 0* °warkarst

Rhiendere

ifthiend EtrOek

a la

SPDttPar-

tr

Spoorstraat Hazenberg Latokspoa +JAW 1.1,.3...aveg

Figuur 6.2

0.kat ! arati

itkrviorroo

Corterioever. seweg

L.R. Beijnenlaan

'C

enever

3!

De rode onderbroken lijn is de nieuw aan to leggen ontsluitingsweg longs het spoor, met ongelijkvloerse spoorwegkruising die Rhienderstein en Mercuriusweg verbindt. Groene wegen waar sluipverkeer moet worden geweerd zijn het noordelijke deel van de L.R. Beijnenlaan, de Knoevenoordstraat, de Rhienderensestraat en de Voorsterweg. (Brun: Verkeer en Vervoerplan64)

64 Gemeente Brummen, Verkeer en Vervoerplan, 2008 55

Zaak:Z107829 - Document:D448471

7

Conclusie: er zijn wel degelijk wezenlijke belemmeringen De 13 conclusies uit de voorgaande hoofdstukken staan bier nog eens op een rij. Tussen die conclusies bevinden zich zonder meer flinke belemmeringen voor woningbouw op de Wvg-locaties. Belemmeringen lijken ons in elk geval onoverkomelijk als woningbouw zou leiden tot het overtreden van regels, als woningbouw zou leiden tot financiele problemen voor de gemeente en als woningbouw niet te rijmen zou zijn met waarden waar de gemeente voor wil staan.

1. Woningbouw op de Wvg-locaties tast bijzondere en kwetsbare natuur aan. De provincie heeft die natuur zelfs grotendeels aangewezen als zogenoemde provinciale Natuurparel en ook Ligt op groen! staat geen woningbouw in de landgoederenzone toe. Dat is onoverkomelijk voor een gemeente die verantwoordelijk is voor beschermde natuur. 2. Bouwen in het Hammeler brengt aanzienlijke hydrologische risico's met zich mee. De negatieve invloed op de waterbalans kan zich uitbreiden naar aanpalende woningen en de Pothof. Het kan leiden tot substantieel hogere onderhoudskosten en extra investeringen. De omliggende natuur zal gevolgen ondervinden ten gevolge van verdroging of juist wateroverlast, wat de biodiversiteit negatief beinvloedt. 3. De percelen zullen flunk opgehoogd moeten worden om geen overlast te geven bij huge grondwaterstand. Daarvoor zal veel grond aangevoerd moeten worden. Dat is wezenlijk omdat het veel geld kost en leidt tot extra stikstofdepositie. 4. Het landschapsaanzicht verandert aanzienlijk en de Crevassegeul wordt doorbroken. De open laagte met waterloop verdwijnt uit het zicht door woningbouw. De woningbouw passend maken in het landschap is daardoor niet mogelijk. 5. Nieuwbouw zal vanwege stikstofdepositie niet haalbaar zijn op de 2 grote Wvg-locaties zonder forse maatregelen te nemen. Mitigerende maatregelen nemen of minder woningen bouwen kosten beide veel geld.

6. Woningbouw langs het spoor op de Wvg-locatie aan de Hammelerweg zou de bewoners blootstellen aan trillingen en aan geluidsniveaus boven de voorkeursgrenswaarden van het RIVM. Mogelijke gezondheidsschade voor inwoners is een onoverkomelijke belemmering. 7. Lang niet alle grond op de Wvg-locatie bij de Hazenberg is geschikt voor woningbouw, vanwege de milieuzonering van bedrijventerrein De Hazenberg. 8. Woningbouw op de Wvg-locaties tast de Rijksmonumentale landgoederen en landhuizen aan, waaronder Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg met zijn oprijlaan en de Rijksmonumentale muur langs de L.R. Beijnenlaan. Dat is strijdig met gemeentelijk en ander beleid, de Omgevingswet en het verdrag van Granada. 9. Mogelijk zal de gemeente graafwerkzaamheden archeologisch moeten laten begeleiden. Dat kost geld en tijd.

57

Zaak:Z107829 - Document:D448471

10. Een schaalsprong van 25% meer inwoners in de kern Brummen Ieidt tot een afname van sociale cohesie en controle, met bijgevolg meer risico op anonimiteit, oveiligheid, minder welzijn en gezondheidsproblemen. Het kan leiden tot een niet-vitale wijk en geeft druk op de voorzieningen, zoals de huisartsen. Dat is een wezenlijke belemmering. 11. Planoptimalisatie is allerminst een garantie voor financieel succes. Ontwikkelaars zitten vaak niet to wachten op verdichting en verhoging van bebouwing, wat voor de gemeente financiele risico's met zich meebrengt. 12. Locatiekeuze nabij het station draagt niet significant bij aan de mobiliteit. 13. Verkeersoverlast en sluipverkeer nemen toe. Een nieuwe ontsluitingsweg en ongelijkvloerse spoorwegkruising zijn noodzakelijk. Ze kosten al snel tientallen miljoenen en die zijn niet begroot.

58

Zaak:Z107829 - Document:D448471

Bijlage De vereniging "Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen" Aanvankelijk opgericht als informele vereniging van betrokken en enthousiaste inwoners van Brummen, is de vereniging "Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen" uitgegroeid tot een formele Ledenvereniging. ZoaLs de naam aL zegt, zet de vereniging zich in voor het in kaart brengen en in stand houden van alles wat groeit en bloeit rond de landgoederenzone, en van alles wat waarde heeft en behouden dient te worden. Te denken valt aan het unieke landschap met zijn historische elementen, zoals de landhuizen en de statige lanen. En evengoed de bijzondere bosgebieden en hun omgeving. De vereniging doet dit door een breed scala aan activiteiten te ontplooien. Zo wordt enerzijds een overzicht bijgehouden van waargenomen vogels en wordt anderzijds deelgenomen aan opruimactiviteiten in het bos. De vereniging brengt het belang van het landschap rond de landgoederenzone onder de aandacht van het brede publiek, bijvoorbeeld via sociale media, en onderhoudt een netwerk met relevante personen in het veld, zoats de rentmeesters van de landgoederen. Ook dit onderzoek is een voorbeeld van hoe de vereniging zich inzet voor behoud van het landschap rond de landgoederenzone Brummen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14978785/1