A5 - Vereniging 'Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen' - Brief en onderzoeksrapport - D448471
Tekst van het document
Zaak:Z107829 - Document:D448471
GEMEENTE BRUMMEN INGEKOMEN Vereniging "Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen"
25 NOV 2024 GEMEENTERAAD BRUMMEN INGEKOMEN
Aan de gemeenteraad van Brummen
2 5 NOV 2024
Brummen, 25 november 2024 Betreft: brief "Grootschatige woningbouw in de landgoederenzone haalbaar en realistisch?" van 9 november 2024 voor de gemeenteraad Bijlage: brief van 9 november 2024 met onderzoeksrapport
Geachte mad, ' reikten wij u onze brief "Grootschatige woningbouw in de Op 14 november it. landgoederenzone haalbaar en realistisch?" al uit als inspraakbijtage, gedateerd 9 november 2024 en met daarbij ons gelijknamige onderzoeksrapport. Als inkomend stuk voor uw raad is hierbij de brief van 9 november met het onderzoeksrapport gevoegd. Een elektronisch exemptaar van het rapport is verkrijgbaar bij de Vereniging. Met vriendelijke groet, Namens de vereniging"Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen" L.L.A.H. Dooper, voorzitter P.S. Wolvekamp, secretaris (pw@bothends.org)
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Grootschalige woningbouw in de Landgoederenzone haalbaar en realistisch? Brummen, 9 november 2024
Beste Leden van de raad, Het doet ons deugd om te Lezen dat B&W rapportages over de haalbaarheidsonderzoeken aan u hebben voorgelegd. In het kader van de ptannen om nieuwbouw te realiseren heeft de gemeente in apriL 2023 immers een voorkeursrecht gevestigd om Locaties te verwerven en onderzochten B&W in hoeverre grootschalige nieuwbouw daarop haalbaar en realistisch is. Van groot belang voor de toekomst van Brummen is dat nu de juiste keuzes gemaakt worden. Er zullen nieuwe woningen gebouwd moeten worden - daar staan wij als vereniging "Behoud landschap rond Landgoederenzone gemeente Brummen" volledig achter - maar hoe veel, wanneer en vooral: waar? De gronden waarop de Wvg is gevestigd, zijn stuk voor stuk onderdeel van een beschermde aaneengesloten Landgoederenzone met een grote cuLtuurhistorische en ecoLogische waarde. Ze zijn gezichtsbepalend voor Brummen.
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Haalbaarheidsonderzoek door onze vereniging Wij als vereniging weten ons stakeholder. We hebben daarom — gelijktijdig met B&W- ook een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd, ter vergroting van onze eigen kennis en ter informatie van u als raadslid. We deden het zo goed en zo kwaad als we dat kunnen. Het heeft geresulteerd in bijgevoegde rapportage en we zijn verheugd dat we die hierbij aan u mogen aanbieden. U vindt onze conclusies in hoofdstuk 7 van de rapportage. De overall observatie is dat we als vereniging wet degelijk wezenlijke belemmeringen zien om op de VVvg-locaties te gaan bouwen. Hier zouden we at willen noemen dat we wezenlijk - en zelfs onoverkomelijk-vinden dat woningbouw het unieke landschap onomkeerbaar zou verstoren, afbreuk zou doen aan de ongekende cultuurhistorische rijkdom van onze omgeving en scha de zou toebrengen aan natuur die binnen en buiten onze gemeente zijn weerga niet kent. Voor u als raad verhullen we bovendien de begrotelijke risico's niet die we hebben gesignaleerd aan deze forse onderneming. Van hoog water tot vastlopend verkeer en van sociaal arme wijken tot onmogelijkheden met stikstof. De kost gaat niet per definitie alteen maar voor de baat uit, vrezen we.
Haalbaarheidsonderzoek door B&W Ten tijde van het opstellen van de rapportage waren wij als vereniging nog niet bekend met de uitkomsten van de door B&W uitgevoerde haatbaarheidsonderzoeken. Nu we ze gelezen hebben, zien we dater een breed onderzoek heeft plaatsgevonden door professionele adviesbureaus. Dat vinden we zonder meer positief. Maar we zien ook het voorlopige karakter van de rapportages. Letterlijk elk ruimtelijk aspect moet nog nader onderzocht worden. We zijn dan ook zeer benieuwd naar de uiteindetijke uitkomsten. Bovenal vertrouwen we daarbij op u als raad om te borgen dat u uw go/no go-beslissing te zijner tijd zutt baseren op een compleet en transparant onderzoek. Uitgebreid op het onderzoek ingaan zou hier te ver voeren, maar twee punten moeten ons alvast van het hart. Ten eerste zeggen B&W vigerend beleid te willen wijzigen om bouwen mogetijkte maken in de landgoederenzone. Daar schrikken we van. Er wordt een grens overgegaan die de eeuwenoude identiteit van Brummen, gekenmerkt door de unieke landgoederenzone, onomkeerbaar zal aantasten. Dat vinden we onaanvaardbaar. Voor een correcte, houdbare gang van zaken hoort zo'n beleidswijziging veet zorgvuldiger afgewogen te worden. Ten tweede schrijven B&W dat de gemeentelijke bouwopgave tot en met 2030 binnen de nu al bestaande plancapaciteit kan worden gerealiseerd. Dat is goed om te horen.
Graag willen we te zijner tijd met u in gesprek over waar en hoe eventuele volgende ontwikketingen plaats zouden kunnen gaan vinden. We hebben daar ideeen over en weten ons ook door de wethouder al uitgenodigd om met suggesties te komen. Onze conctusie: onvotdoende fundament voor uw besluitvorming Voor nu, hoe ongemakkelijk oak, vrezen we dat de door B&W aan u voorgelegde rapportages onvoldoende fundament kunnen bieden om u een goed onderbouwd besluit to laten nemen. Inderdaad, er is vervolgonderzoek nodig. Graag blijven we met u in gesprek daarover. Met vriendelijke groet,
Namens de vereniging "Behoud tandschap rond landgoederenzone gemeente Brummen" L.L.A.H. Dooper, voorzitter P.S. Wolvekamp, secretaris (pw@bothends.org)
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Grootschalige woningbouw in de Iandgoederenzone haalbaar en realistisch? We zien wezenlijke belemmeringen.
Vereniging "Behoud Iandschap rond Iandgoederenzone gemeente Brummen" November 2024
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Inhoud 1
2
Inleiding
3
1.1
Waarom doet de vereniging onderzoek?
3
1.2
Wat onderzoekt de verenging precies? En wat onderzoekt ze niet?
3
1.3
Leeswijzer
4
Beleid van de overheid: wat moet er en wat mag er?
5
2.1
Rijksoverheid
5
2.2
Provincie Gelderland
5
2.3
Regio Stedendriehoek
6
2.4
Gemeente Brummen
7
2.5
Waterschap Vallei en Veluwe
8
3
Gebiedsanalyse: velden langs stil bos en historische buitenplaatsen
9
4
Landschap en milieu: groen buffergebied voor de landgoederen
13
5
6
7
4.1
Landschap: het verleden nog zichtbaar
13
4.2
Kwetsbare oude natuur op de aangrenzende landgoederen
16
4.3
Lichtvervuiling
27
4.4
Verstoring van stilte en rust
27
4.5
Water en bodem sturend: risico's op de Oeverwal
28
4.6
Stikstofdepositie in het Leusveld en de uiterwaarden van de IJssel
33
4.7
Overlast en risico's door trein- en wegverkeer
35
4.8
Milieuzonering bedrijventerrein De Hazenberg
37
4.9
Conclusies
38
Erfgoed: zuinig zijn op wat van waarde is
41
5.1
Rijksmonument kasteel Groot Engelenburg
41
5.2
Rijksmonument Huis Den Bosch
44
5.3
Rijksmonument Huize de Wildbaan
44
5.4
Gebieden van hoge en zeer hoge archeologische waarde
45
5.5
Conclusies
47
Grootschalige nieuwbouw: veel mensen, gebouwen en auto's
49
6.1
Schaalsprong: heel veel nieuwe inwoners in een keer
49
6.2
Planoptimalisatie: hoogbouw, parkeergarages en prefab seriebouw
51
6.3
Veel meer auto's, kostbare ontsluitingswegen en een bijrol voor het spoor
52
6.4
Conclusies
54
Conclusie: er zijn wel degelijk wezenlijke belemmeringen
57
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Bijlage: De vereniging "Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen"
Zaak:Z107829 - Document:D448471
1
Inleiding De vereniging "Behoud landschap rond landgoederenzone gemeente Brummen" stelt zich voor in de bijlage. Ze nam met belangstelling kennis van de raadsinformatiebrief die het college van burgemeester en wethouders van Brummen op 15 december 2023 uitbracht. Onderwerp van de brief was namelijk het onderzoek van het college naar de haalbaarheid van woningbouw op drie locaties, alle gelegen in de gebieden waarvoor de vereniging zich sterk maakt. En, belangrijk, ook in hoeverre dit plan realistisch is.
1.1
Waarom doet de vereniging onderzoek? De vereniging heeft als missie en statutaire doelstelling het behoud van natuur, biodiversiteit en leefbaarheid rond de landgoederen Groot Engelenburg, Huis Den Bosch en de Wildbaan. Door die doelstelling is de vereniging een stakeholder bij ruimtelijke ontwikkelingen rond de landgoederen. Ze heeft belang bij het onderzoek van het college naar hoe haalbaar en realistisch nieuwbouw op locaties in die gebieden zou zijn. Ze voelt zich geroepen om zelf onderzoek te doen, zodat ze de gemeenteraad, als hoogste bestuursorgaan van de gemeente, kan informeren vanuit haar doelstelling. Bij de toepassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) benoemde de gemeente begin 2023 voor het eerst de mogelijkheid om grootschalig woningen te gaan bouwen in de gebieden. In het najaar van 2023 startte het college zijn haalbaarheidsonderzoek.
1.2
Wat onderzoekt de verenging precies? En wat onderzoekt ze niet? Het college schreef in de genoemde raadsinformatiebrief: In de haalbaarheidsfase onderzoekt de gemeente of en in hoeverre woningbouw op de Wvglocaties daadwerkelijk haalbaar en realistisch is. Dit binnen de beleidsuitgangspunten die daarvoor binnen de gemeente Brummen gelden, bijvoorbeeld waar het betreft de eisen die warden gesteld aan de woningbouwprogrammering. De vereniging sluit met haar onderzoeksvraag aan bij de onderzoeksvraag van het college, uiteraard voor zover die overlapt met de doelstelling van de vereniging. Op die manier wil de vereniging de raadsleden op een inzichtelijke manier informeren. Onderzoeksvraag van de vereniging In hoeverre is het haalbaar en realistisch om te bouwen op de Wvg-locaties aan de L.R. Beijnenlaan/Hazenberg, aan de Oude Eerbeekseweg/Hammelerweg en aan de Metelerkampweg? Dit binnen de geldende (wettelijke) kaders, binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Brummen en binnen de missie van de vereniging. Van de gemeente neemt de vereniging bewust zowel de voorwaarde haalbaar als de voorwaarde realistisch over. Haalbaar is de vanzelfsprekende van die twee: Wat niet als haalbaar wordt beoordeeld, zal eenvoudigweg niet bereikt kunnen worden.
Realistisch is meer dan dat: zelfs als woningbouw op deze locaties haalbaar lijkt, mag die niet losgezongen blijken van de werkelijkheid, van wat er al is en van wat waarde heeft. Van het dorp, van het landschap, van het erfgoed en van de mensen. De vereniging houdt daarom oog voor de realiteit, zodat die voorwaarde voor grootschalige woningbouw blijft te midden van ieders behoeften en belangen. De beleidsuitgangspunten voor
3
Zaak:Z107829 - Document:D448471
onder andere wonen die de raad aan het college heeft meegegeven, houdt ze bij dit alles in het achterhoofd. Nota bene: het college heeft uiteindelijk niet meer onderzocht in hoeverre bouwen realistisch zou zijn. Aileen de 'harde' haalbaarheidsvraag bleef daardoor over. De vereniging blijft als een schoenmaakster bij haar leest: Ze onderzoekt alleen de onderwerpen die overlap hebben met haar missie. Hoe de onderwerpen taxatie eigendommen, grondwaarde, planeconomie en grondstrategie, marktverkenning en risicobeheersing scoren op haalbaarheid en realiteit laat ze daarom buiten beschouwing. Dat wil allerminst zeggen dat de vereniging het belang van deze onderwerpen niet inziet.
1.3
Leeswijzer De hoofdstukken 2 tot en met 6 zijn ingedeeld overeenkomstig de opsomming van het college in zijn raadsinformatiebrief van 15 december 2023. Daarbij hebben de onderwerpen flora en fauna en bodem een plek gekregen in hoofdstuk 4 over milieu.
Onderzoeken zoals opgesomd in de raadsinformatiebrief:
Bij het college te vinden in:
In dit document te vinden in:
Quick scan flora en fauna
Hoofdstuk 3
Verwerkt in hoofdstuk 4
, Taxatie eigendommen
-
, -
Bodemonderzoek
, Hoofdstuk 3
Verwerkt in hoofdstuk 4
E
Verkenning grondwaarde
-
Beleidsanalyse
Hoofdstuk 2
Gebiedsanalyse
Hoofdstuk 2
Milieuonderzoeken
Hoofdstuk 3 (water, bodem, stikstof, milieuzonering, verkeer) Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Stedenbouwkundig
-
Hoofdstuk 6 (sociaal, bebouwing, verkeer)
Ruimtelijke kwaliteit
-
Archelogische waarden ,_
Planeconomie grondstrategie
, Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 5 _
Marktverkenning
-
Risicobeheersing
iI Hoofdstuk 4
Stakeholders Tabel 1.1
-
Leeswijzer
Hoofdstuk 7 somt de uiteindelijke conclusies op en geeft daarmee inzicht in hoeverre woningbouw haalbaar en realistisch zou zijn. De bijlage bevat een introductie van de vereniging.
Zaak:Z107829 - Document:D448471
2
Beleid van de overheid: wat moet er en wat mag er? Rijk, provincie, waterschap en tegenwoordig ook de Regio spelen een eigen sturende, kadersteilende en faciliterende rol bij het uitrollen van wonigbouw
2.1 Rijksoverheid Het Rijk zet sterk in op woningbouw in de komende jaren. Tegelijk stelt het het Rijk voorwaarden aan die bouw, bijvoorbeeld als het gaat om energie, verkeer, stikstof, water en tal van andere zaken.
Programma Woningbouw Het Rijk heeft de regie genomen op de volkshuisvesting en de woningbouw. Onderdeel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het programma Woningbouw. Doel van het programma is het bouwen van 100.000 woningen per jaar. Meer regie, versnellen van het proces van initiatief tot realisatie, stimuleren van snellere bouw en het bouwen op grootschalige locaties, moeten zorgen dat deze doelstelling gehaald wordt.1
Water en bodem sturend Het Rijk hanteert een aantal uitgangspunten om het uitgangspunt 'water en bodem sturend' bij ontwikkelingen als woningbouw vorm te geven.2 Water en bodem sturend, dus... Niet afwentelen op toekomstige generai-ies. Dat betekent nu rekening houden met belasting van bodem en water, klimaatverandering en met toekomstige beheerkosten. Niet afwentelen naar andere gebieden of functies. Dat betekent dat een actie op de ene locatie niet mag leiden tot een onbedoeld effect elders, zoals wateroverlast of verdroging van natuurgebieden. Niet afwentelen van privaat naar publiek. Dat betekent onder meer bij investeringen voldoende rekening houden met klimaatverandering, bodemdaling, grand- en watervervuiling en het natuurlijke waterbergende vermogen van de bodem. Meer rekening houden met extremen. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem.
2.2
Provincie Gelderland De provincie stelt kaders waarbinnen gemeenten beleid moet maken en uitvoeren. Daarbij stuurt de provincie op het aantal woningen dat door gemeenten wordt gebouwd en faciliteert het de gemeente waar nodig.
Provinciale woningbouwafspraken In de Provinciale woningbouwafspraken 2022- 2030 ligt de woningbouwopgave voor de provincie Gelderland vast, te weten 100.000 te bouwen woningen in de periode van 2022 tot en met 2030g.
Structuurvisie De omgevingsvisie Gaaf Gelderland schrijft over onze provincie:
1
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, www.volkshuisvestingnederland.nl
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Kamerbrief Water en Bodem sturend, 2022 Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening, Provinciale woningbouwafspraken 20222030 Gelderland, 2022
2 3
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Goat Gelderland Biedt het beste van twee werelden: onze steden en dorpen met bedrijven, anderzijds onze natuur en landschappen. In elke streek worden deze werelden anders ingekleurd. Door partnerschap met onder andere de Gelderse gemeenten, door gebiedsgericht maatwerk en bestuurskracht wil de provincie van doorslaggevende waarde zijn. Als voorbeeld van heer werkwijze noemt de provincie de Regionale programma's werkiocaties en agenda's Wonen.4 Gelders Natuurnetwerk De provincie Gelderland heeft natuurgebieden opgenomen in het Gelders Natuurnetwerks geplaatst met als doel ze te beschermen. De gebieden van het Gelders Natuurnetwerk zijn onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland. Het NatuurNetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk vormen.
2.3
Regio Stedendriehoek In de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek hebben de deelnemende gemeenten onder meer op fair share basis de woningbouwopgave van de provincie onderling verdeeld. Regionale Woondeal 2022-2030 In de Regionale Woondeal 2022-2030, opgesteld door de Regio Stedendriehoek, ligt de woningbouwopgave voor Brummen vast, te weten 1.250 te bouwen woningen in de periode van 2020 (!) tot en met 2030. Structuurvisie Binnen de Regio Stedendriehoek geldt de Structuurvisie De Voorlanden. In deze structuurvisie staat het volgende over Iandgoederen geschreven:
Mogelijkheden voor nieuwbouw beperkt Op bestaande Iandgoederen zijn de mogelijkheden voor nieuwbouw beperkt. Van geval tot geval moet vastgesteld worden wat de mogelijkheden zijn binnen cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische randvoorwaarden. Functieverandering van bestaande gebouwen is mogehjk voor zover de monumentale status dit toelaat. De (extra) verkeersaantrekkende werking van de nieuwe functie en/of uitbreiding mag de omgeving niet al te zeer verstoren. In een aantal gebieden in de regio kunnen nieuwe Iandgoederen worden ontwikkeld en een bijdrage leveren aan de landschappelijke kwaliteit. De provinciale regelingen (en eventuele gemeentelijke uitwerkingen) vormen het toetsingskader wat betreft minimale omvang, toegankehjkheid, bouwvolumes en kwaliteit. Nieuwe Iandgoederen komen in beginsel tot stand vanuit marktinitiatieven.
4 5
Provincie Gelderland, Gaaf Gelderland Omgevingsvisie, 2018 www.gelderland.nlithemas/natuurinatuur-beheren-en-ontwikkelen 6
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Figuur 2.1
2.4
Plangebied De Voorlanden (Bron: Regionale Structuurvisie De Voorlanden)
Gemeente Brummen De gemeente legt haar visie op en plannen met gebieden vast in de structuurvisies en bestemmingsplannen. Structuurvisies De volgende tekst staat in structuurvisie Ligt op groen!6 over de Iandgoederenzone: Nieuwe bebouwing vinden we niet passend In dit deelgebied kennen we een gelijkwaardig belong toe aan natuur, landschap, cultuurhistorie en landbouw. Het beleid is gericht op behoud van de gevestigde waarden en functies, dus ook agrarische bedrijven. Daarnaast vinden we het gebied bij uitstek geschikt voor extensieve vormen van recreatie. Naast behoud zet de gemeente voor dit gebied dan ook in op ontwikkeling van de recreatie, gebonden aan het krachtige concept ilandgoederen'. Uiteraard moet dit concept warden ingepast zonder bestaande waarden aan to tasten Nieuwe bebouwing vinden we niet passend. Recreatief hergebruik van bebouwing krijgt wel de ruimte. Verder besteden we veel aandacht aan een betere ontsluiting van het gebied voor Iangzaam verkeer en willen we het gemotoriseerd verkeer terugdringen.
6
Gemeente Brummen, Ligt op groen!, 2006 7
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Ook formuleerde de gemeente Brummen in 2013 haar visie op de landgoederen en buitenplaatsen in de gemeente. Daarin noemt ze Huis Den Bosch, Groot Engelenburg en Klein Engelenburg als waardevol. Verder vermeldt de Toekomstvisie 20308 de landgoederen in Brummen als een van de drie speerpunten.
Programma groen Biodiversiteit en klimaat staan centraal in het Programma groen. Het vertaalt het gemeentelijk beleid over bomen en ander groen in en tussen bebouwing, over aanpassingen die nodig zijn door klimaatverandering en over maatregelen om de ook in Brummen snel teruglopende biodiversiteit te stoppen.
Programma water en riolering Water en bodem sturend. Het Programma water en riolering stelt eisen aan nieuwbouw zodat problemen met grondwater worden voorkomen. Ook bevat het programma criteria om rekening houdend met grondwater geschikte locaties te selecteren voor woningbouw.
Nota ruimtelijke kwaliteit Landschap, cultuurhistorie en archeologie zijn voorbeelden van onderwerpen die op de Wvg-locaties zeker zullen spelen. De Nota ruimtelijke kwaliteit bevat belangrijke kaders voor het onderzoeken van de haalbaarheid.
Nota mobiliteit Bereikbaarheid kan een beklangrijk onderwerp blijken bij het onderzoeken van de haalbaarheid. De Nota mobiliteit gaat onder andere over bereikbaarheid. Op verkeer wordt in dit onderzoek teruggekomen in hoofdstuk 6.
Bestemmingsplannen In het bijzonder op het bestemmingsplan voor bedrijventerrein De Hazenberg9 wordt teruggekomen in hoofdstuk 4, vanwege de voor het bedrijventerrein geldende mileuzonering.
2.5
Waterschap Valle' en Veluwe Het waterschap stelt kaders ten aanzien van met name het oppervlaktewater.
Gemeente Brummen, landgoed zonder grenzen, 2013 Gemeente Brummen, Innoveren met oude waarden, Toekomstvisie 2030, 2013 9 Gemeente Brummen, Bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Hazenberg, 2012 8
8
Zaak:Z107829 - Document:D448471
3
Gebiedsanalyse: velden langs stil bos en historische buitenplaatsen Het gaat om 3 gebieden ten westen van Brummen, twee grote en een kleine. Ze vormen een groene zoom tussen de landgoederen en de spoorlijn met daarachter de bebouwing van de kern Brummen. De eerste locatie is nog geen hectare groot en grenst aan bebouwing van de kern Leuvenheim. Het wordt nu als grasland gebruikt. Zie figuur 3.1. De tweede locatie is ongeveer 17 hectare groot en wordt omgeven door het landgoed Groot Engelenburg, bedrijventerrein Hazenberg, de spoorlijn en de Eerbeekseweg. Het hele gebied wordt nu als grasland gebruikt door de bewoner van de boerderij Die Leije aan de L.R. Beijnenlaan. Die Iaan doorsnijdt het gebied, evenals het Hallsepad waarover toeristische fietsroutes lopen. Zie figuur 3.2. De derde locatie is ook ongeveer 17 hectare groot en wordt omgeven door de Hammelerweg, de Iintbebouwing langs de Oude Eerbeekseweg, de spoorlijn en de Leuvenheimse beek. Het hele gebied wordt nu als grasland gebruikt door de bewoner van de boerderij De Groote Boele aan de Oude Eerbeekseweg. Zie figuur 3.3.
Figuur 3.1
De locatie aan de Metelerkampweg (Bran: Kadaster)
9
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Figuur 3.2
De locatie longs de L.R. Beijnenlaan en Hazenberg (Bran: Kadaster)
10
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Figuur 3.3
De locatie longs de Hammelerweg (Bron: Kadaster)
11
Zaak:Z107829 - Document:D448471
4
Landschap en milieu: groen buffergebied voor de Iandgoederen Dit hoofdstuk is veruit het meest omvattend, en terecht. Van Iandschap en milieu valien zoveel aspecten te onderzoeken en daarover valt zoveel bespalends te concluderen.
4.1 Landschap: het verleden nog zichtbaar Veel rapporten en beleidsnota's kenmerken het landschap van Brummen als een gebied tussen Veluwe en lissel waarin landschap, natuur en menselijk gebruik kenmerkende verschillen tonen maar ook een duidelijke samenhang Iaten zien. Er tekent zich steeds een soort zonering of tussen de hoger gelegen, drogere zandgronden, de natte kwelmoerassen, de lemige gronden onder invloed van vroegere rivierdynamiek, en de lissel.
Landgoederenzone Naast de lissel en de Veluwe met zijn flanken, zijn vooral de reeks Iandgoederen binnen de gemeente gezichtsbepalend. Verweven en omgeven door landbouwgebieden, natuurgebieden en kleine dorpen en buurtschappen maken deze landgoederenzone tot een bijzonder uniek cultuurhistorisch landschap. Alle Iandgoederen maken van oudsher gebruik van de aanwezige watersystemen voor hun grachtensystemen, onderhielden bossen voor hout, jacht en dergelijke en als landbouwgebied voor onder meer pachtopbrengst en voedsel. Open weilanden, moerasgebieden en heide (uit de tijd van de zogenoemde `marken': gezamenlijke graasgronden van de boerengemeenschappen), besloten natuurgebied, laanstructuren, fraaie gebouwen en verspreide boerderijen: ze maken de landgoederenzone herkenbaar, beleefbaar en een geliefd wandel- en fietsgebied. De nog intacte landgoederenzone en omgeving vormen een uniek visitekaartje van de gemeente Brummen, heeft een grote meerwaarde voor de leefbaarheid van de lokale bevolking en is zeer aantrekkelijk voor recreatie van binnen en buiten de gemeente. De natuur- en landschapswaarden en de cultuurvvaarden zijn niet voor niets groot; er is sprake van veel 'ongereptheid' en autenthiciteit. De gebieden zijn lang geleden ontstaan en weinig tot niet aangetast. Dit is voelbaar en maakt dat vooral de natuurwaarden en landschappelijke waarde van hoog niveau zijn.
In tijden van wereldwijde afkalving van gezonde ecosystemen, van onze resterende natuurgebieden en enorme achteruitgang in soortenvariatie in de planten- en dierenwereld en een daarmee samenhangende klimaatcrisis zijn de Natuurparels die Brummen herbergt zeer nodig om de nog gezonde leefklimaten in stand te houden, en zelfs te verbeteren waar mogelijk. Landgoed Groot Engelenburg geeft de kern Brummen mede haar visitekaartje. De oude laanstructuren, bosgebied en open ruimtes, en de glimp op het fraaie oude landhuis, geven veel cachet aan de gemeente en zijn naadloos met het dorp verweven. Vooral de lanen afgewisseld met open ruimten vormen een krachtig beeld. Dit Iandschap zet zich voort, als een aaneengesloten natuurlijke corridor, in de Iandgoederen rond Huis Den Bosch en de Wildbaan.
Landschapstypen De Iaatste jaren wordt vooral gewerkt vanuit een zonering die globaal 6 deelgebieden karakteriseert. Figuur 4.1 toont hiervan een schets die ook door de gemeente wordt gehanteerd. Het betreft in de eerste piaats de zonering van de verschijningsvormen van het landschap. In vergelijkbare schetsen door het Landschapsnetwerk Brummen zijn ook de onderliggende dynamiek van de oostwestlopende beeksystemen opgenomen.
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Figuur 4.1
Landschapstypenic
Twee Wvg-Iocaties vallen binnen de grenzen van de Landgoederenzone. De locatie aan de Metelerkampweg zou je als onderdeel van de Oeverwalzone kunnen beschouwen, omdat die dicht tegen de dorpskern aanligt. Maar een deel van de kern Leuvenheim valt binnen het Landgoederenzone en het ligt voor de hand om het spoor als grens te beschouwen. Aan de westkant van het spoor proeft men ook het 'oudere' Iandschap van de Landgoederenzone, en aan de andere kant is de dynamiek van het riviergebied meer voelbaar: in de Oeverwalzone met bebouwing, wegen, hoger gelegen bouwlanden en de dijk en uiterwaarden. Zeker in Brummen geeft dit veel houvast voor het ontwikkelen binnen de gemeente. De biomorfologische kaartil in figuur 4.2 Iaat zien dat de Wvg-locaties langs de Oude EerbeeksewegHammelerweg binnen het Gelders Natuur Netwerk vallen en Wvg-locaties aan de L.R. BeijnenlaanHazenberg in de Landgoederenzone. Opmerkelijk is dat op Planviewer12 aan de Wvg-Iocaties de gebiedsaanduiding Oeverwallenlandschap wordt gegeven. Planviewer wijkt daarmee of van de gebiedsaanduiding Landgoederenzone die de gemeente Brummen hanteert. De gebeidsaanduidingen zijn te zien in de figuren 4.2 en 4.3.
to
Claringbould, M., Stichting Landschapsnetwerk Brummen
11 Econsultancy, Biodiversiteit gemeente Brummen, 2021 12
www.planviewer.nl
14
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Wvglocatie CI X • Deelgebieden Gemeenle Biummen 16 Le•dnnede•en GNN
izic,naLe
Wvglocatie
Figuur 4.2
Biomorfologische kaart (Bron: Econsultancy)
Figuur 4.3
Landgoederenzone
Planviewer) 15
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Figuur 4.4
4.2
Oeverwalzone (Bron: Planviewer)
Kwetsbare oude natuur op de aangrenzende landgoederen De waardevolle natuur in de provincie is uitgebreid in kaart gebracht in het Gelders Natuurnetwerk, de Groene Ontwikkelingszones en de Natura 2000-gebieden. Het gaat met name om: — — — — —
Natte natuur Natuurparels Oude bosgroeiplaats A-locatie bos Cultuurhistorische lanen
Ook zijn er beschermde diersoorten en soorten van nationale Rode Iijsten13 waargenomen op de Wvg-locaties. De provincie heeft regels opgesteld die ervoor moeten zorgen dat ontwikkelingen geen
13
www.nederlandsesoorten.nl/rode-Iijsten 16
Zaak:Z107829 - Document:D448471
schade toebrengt aan de natuur14. Bij een onderzoek naar haalbaarheid van bebouwing horen volgens de provincie in ieder geval: Vereiste onderdelen van een haalbaarheidsonderzoek - Actuele en potentiele natuurwaarden - Soorten die beschermd zijn volgens de Wet natuurbescherming — Soorten van rationale Rode lijsten - Ecologische samenhang. - Kwaliteit van lucht, water en bodem - Stilte, rust en duisternis - Landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en bodemkundige waarden en het relief
Het Gelders Natuurnetwerk Een groot aantal Gelderse natuurgebieden vormen samen het Gelders Natuurnetwerk. Het zijn bestaande en nieuw ontwikkelde natuurgebieden die Groene Ontwikkelingszone worden genoemd. Door de gebieden van het Gelders Natuurnetwerk met elkaar to verbinden kunnen planten en dieren van het ene gebied naar het andere verplaatsen. De samenhang van de Gelderse natuurgebieden is goed zichtbaar in figuur 4.5.
Figuur 4.5
Gelders Natuurnetwerk (Bron: provincie Gelderland)
14 geolink.gelderland.nl/gelders-natuurnetwerk-uihjy 17
Zaak:Z107829 - Document:D448471
De gemeente Brummen heeft in het paraplubestemmingsplan Bos-, natuur- en waterbestemmingen15 regels opgenomen voor de bescherming van gebieden in het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Die regels moeten voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen een negatief effect hebben op de natuur, nu en in de toekomst. Het Gelders Natuurnetwerk is opgedeeld in verschillende gebieden. De gemeente Brummen valt bijna helemaal in een enkel deelgebied. De provincie Gelderland benoemt de volgende kernkwaliteiten van het deelgebied waar Brummen in valt': Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Brummen - De overgang van de droge Veluwe naar de natteflanken en naar de Ussel en Usselvallei waarbinnen uitwisseling van planters en dieren mogelijk is - Onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe - Het vanuit ecologisch opzicht samenhangend geheel van landgoederen en beken waarin soorten als de das, amfibieen en vleermuizen voorkomen - Natura 2000-gebied Landgoederen Brummen — Parel Leusveld - Voorstonden - Parel Den Bosch: goed ontwikkeld beek-begeleidend bos en bos van leemgrond voor; overgangen naar arm vochtig en droog bos; bijzondere schakel in de Soerense Poort - Parel Soerense Beek: waardevolle beek met kwel in boven-, midden- en benedenloop - Ecologische verbindingszone Eerbeek - Ussel, tevens klimaatcorridor - Leefgebied steenuil - Leefgebied kamsalamander - Beken, zoals de
Leuvenheimse beek - Cultuurhistorische waarden van onder meer nederzettingen, oude ontginningen (enken), verkavelingspatronen en boerderijen; - Aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir De parel landgoed Den Bosch Iigt tegen de Wvg-Iocaties aan en de Leuvenheimse beek Iigt er zelfs middenin. De Leuvenheimse beek is onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en heeft daarmee een beschermde status. De Wvg-locatie aan de Hammelerweg is ten zuiden van de Leuvenheimsebeek aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. De locatie maakt de& uit van de verbindingszone van landgoed Den Bosch naar het landgoed De Rees en naar Natura 2000-gebied Rijntakken. De brede zone van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone ten westen van de Wvg-Iocaties aan de Hammelerweg, verbindt natuurgebied Den Bosch met de natuur van Groot Engelenburg. Het is daardoor ook onderdeel van de verbinding Natura 2000-gebied Veluwe met Natura 2000-gebied Brummen Landgoederen. Dit is zichtbaar in figuur 4.6.
BJZ.nu, Paraplubestemmingsplan Bos-, natuur- en waterbestemmingen, 2022 Provincie Gelderland, Omgevingsverordening Gelderland, bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone
15
16
18
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Figuur 4.6
Natura 2000-gebieden en verbindingszones (Bron: provincie Gelderland) Gearceerd: Natura 2000 Groen: Gelders Natuurnetwerk
Lichtfircen: Groene Ontwikkelingszone Rood: Wvg-locaties Pijlen: verbindingszones
19
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Bijzonder broekgebied Direct grenzend aan de Wvg-locaties ligt het grootste bijzondere broekgebied van Gelderland.'
I0-1-2024 20 12.32 Beschermingszone natte landnatuur t•latte landnatuur
Figuur 4.7
Gemeentegrenzen Gelderland Broekgebieden Topoara₹e afdeklaag Veni Bilzandere broekgebieden
L I Gelderland
Ovenge broeKgebierien
Bijzonder broekgebied en natte landnatuur met zijn beschermingszones (Bron: provincie Gelderland)
Veel natte landnatuur is terug to vinden in dit gebied. Naast Natura 2000 is juist de bescherming van natte landnatuur een belangrijke pijier onder de bescherming van de Gelderse biodiversiteit. De provincie heeft daarom beschermingszones voor natte landnatuur aangewezen en een deel van de Wvg-locaties heeft die status. Dit is zichtbaar in de figuren 4.7 en 4.8.. Als voor een ontwikkeling in zo'n beschermingszone een bestemmingsplan moet worden aangepast en die ingreep heeft een nadelig effect op de natte landnatuur, dan kan die aanpassing niet zomaar. Het mag alleen als sprake is van een groot openbaar belang, er geen reele alternatieven zijn en de nadelige effecten worden gemitigeerd of gecompenseerd.18 17 geolink.gelderland.nl/7-ten-oosten-van-eerbeek 18 geolink.gelderland.nl/beschermingszone-natte-landnatuursjfxb
20
Zaak:Z107829 - Document:D448471
't Harjimeler Wvg-locatie et_ivenheimse beei<C
.2, i24 20'08:06
Beschooninozorw nano lea tlatte lantinatuur opografio afelokloaq alci9rland
Figuur 4.8
Natte landnatuur beschermingszones (Bron: provincie Gelderland)
Natuurparels van Gelderland De provincie heeft Lichtenbelt en Groot Engelenburg aangewezen als Natuurparels. Het landgoed Den Bosch ligt in Lichtenbelt. De provincie ziet haar Natuurparels als de meest waardevolle en zeldzame natuur. Ze worden gekenmerkt door de grootste dichtheid aan beschermde soorten en bedreigde soorten van de Rode Iijst. In Gelderland zijn 168 Natuurparels en daarvan zijn er 7 in Brummen.19 De Natuurparels rond de Wvg-locaties zijn weergegeven in figuur 4.9. Het deel van de Leuvenheimsebeek dat direct naast de Wvg-locatie ligt, is aangewezen als Natuurparel.
19
Provincie Gelderland, Actieve soortenbescherming Gelderland, 2015 21
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Figuur
Natuurparels van Gelderland (Bran: provincie Gelderland) Ora*: Atatuurporel Groen: Gelders Natuurnetwerk
Figuur 4.10
Natuurparels in Brummen (rood) (Bran: provincie Gelderland)
22
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Oude bosgroeiplaatsen De bossen van Iandgoed Den Bosch en Engelenburg zijn oude bosgroeiplaatsen. De aanduiding van oude bosgroeiplaatsen is gebaseerd op de eerste kadastrale registratie begin 19e eeuw20. Percelen die toen als bos werden aangeduid en dat nog steeds zijn, zijn bijzonder waardevol doordat bodem, bodemleven en vegetatie voldoende tijd gehad hebben om op elkaar afgestemd to raken. Dit is bevorderlijk voor de weerbaarheid van het bosecosysteem tegen plagen en andere invasieve gebeurtenissen.
\16pkiif
!_! 1
Figuur 4.11
kern Brummen
Oude bosgroeiplaatsen (Bron: HISGIS)
HISGIS, www.cultureelerfgoed.nlionderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/hisgis 23
Zaak:Z107829 - Document:D448471
A-locatie bossen De bossen van Den Bosch zijn gekenmerkt als A-locatie bos. Dit is weergegeven in Figuur 4. A-locate bossen worden vanwege hun botanische kwaliteit beschouwd als voorbeelden van de in Nederland voorkomende natuurlijke bosgemeenschappen. In totaal zijn er drie van zulke A-locatie bossen in de gemeente Brummen en 70 in de provincie Gelderland. De bossen van Den Bosch zijn zowel oude bosgroeiplaats als A-locatie, wat ze extra bijzonder maakt. In Gelderland is deze combinatie zeldzaam. A-locales tic's NIB A-locatie tiltbreichng A-locazie atunsmarc
Wvglocatie
Figuur 4.12
A-locatie bossen in de gemeente Brummen (Bron: lnstituut voor Bos- en Natuuronderzoek Wageningen)
Wageningse onderzoekers schreven over landgoed Den Bosch als A-locates bos:21 Landgoed Den Bosch heeft zeer waardevolie bossen - De locaties zijn vanwege de variatie in bosgemeenschappen, soortensamenstelling en structuur zeer waardevol. - De betekenis van de A-locaties wordt vergroot door de Jigging in het overgangsgebied tussen de Veluwe en de Lissa Het gierstgras-beukenbos is met name karakteristiek voor leemgronden. Door de zware oude bomen is de landschappelijke betekenis groot. Deze zeldzame bosgemeenschap komt nog maar weinig als beukenbos voor in deze oppervlakte. - Beperking van het intensieve karakter van het landbouwkundig gebruik rand de A-locatie wordt aanbevolen. 21 Den Ouden, J.B. et al, instituut voor Bos- en Natuuronderzoek Wageningen, A-locatie bossen in Gelderland, 1996 24
Zaak:Z107829 - Document:D448471
—
Om verdroging tegen to goon dienen waterbeheerkundige maatregelen zo spoedig mogelijk genomen.
Cultuurhistorische lanen Lanen zoals aangegeven in figuur 4.13 worden als landschapselementen beschreven door BIJ12:n Lanen zijn belangrijk, ook voor vogels en vleermuizen Lanen zijn belangrijke onderdelen van landgoederen en geven vaak de structuur aan. Niet zelden bevindt zich het landhuis aan het eind van een loan, of biedt een laan een ver zicht naar een markant punt in de omgeving. Zeker oudere lanen met markante bomen kunnen zeer indrukwekkende landschapselementen zijn. Lanen zijn van belong voor aan oude bomen of boomholten gebonden vogels en vleermuizen. Verder zijn ze van belong voor op bomen groeiende mossen en korstmossen en oude lanen waarjaarlijks weinig strooisel blijft liggen zijn van groot belong voor zeldzame mycorhizapaddestoelen. De samenhang tussen verschillende soorten flora en fauna is dus duidelijk zichtbaar in deze lanen en maakt ze tegelijkertijd kwetsbaar voor verstoring. Ze zijn het ieefgebied van verschillende soorten vleernnuizen, waaronder de soort 'Iaatvlieger' die een beschermde status heeft. Vleermuizen zijn gevoelig voor lichtvervuiling. Dit wordt verder beschreven in paragraaf 4.2.8 over lichtvervuiling.
Augustus 30, 2022
't Harthmeler
L01.07 L01.07 Lean 2,neo-erdeScnaa•-•si-odde .
0
land
0
Wvg-locatie
De
0
Leuvenheimse bee
NL.IMNA.5798 !Kboudingi3-eneertypen L01 Groen-blauwe landschapselementen
Figuur 4.13
Cultuurhistorische Lanen
22
www.bij12.nlionderwerp/natuursubsidies/index-natuur-en-landschapilandschapselementtypen/ I01-groenblauwe-landschapselementen/I01-07-laan 25
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Bedreigde soorten van de Rode lijst Op Rode lijst23 staan dier-, planten- en schimmelsoorten die in hun voortbestaan worden bedreigd. Bovendien staan er beschermingsmaatregelen op om deze soorten weer in aantal to laten toenemen. Van een aantal dier- en plantensoorten op en rond de Wvg-locaties weten we dat ze op de Rode lijst staan. Aan de hand van een eerste inventarisatie kon het volgende vastgesteld worden: -
-
-
Vleermuizen wonen in het open gebied van de Iandgoederenzone, en in combinatie met de rechtlijnige lanen is het hun ideate leefgebied. De lanen vormen een orientatiepunt in de vliegpatronen van de vleermuizen en de natte natuur dient als foerageergebied. Bekend is dat verschillende soorten vleermuizen leven op en rond de Wvg-locaties, waaronder de soort laatvlieger die op de Rode lijst staat. De haas staat op de Rode lijst en leeft op de Wvg-locaties langs de Hammelerweg en de L.R. Beijnenlaan. Er komen dusdanig veel hazen voor dat het leefgebied als uitstekend beoordeeld kan worden. Ontwikkeling zou verdwijning van deze leefgebieden betekenen. De raaf en de steenuil zijn andere soorten van de Rode lijst die op de Wvg-locaties leven.
Dat de Wvg-locaties direct naast of nabij Natuurparels en 'lanen vol leven' liggen, vraagt uitgebreid ecologisch onderzoek naar de gevolgen van ontwikkelingen op de kwetsbare dier- en plantensoorten die er leven. Zo'n uitgebreid onderzoek kost tijd, maar daarmee wordt een gedegen beeld verkregen van de aanwezige dier- en plantensoorten. Een voorbeeld van zo'n onderzoek is de Natuurtoets die de gemeente Brummen vorig jaar liet doen voor De Voort.
23
www.nederlandsesoorten.nl/rode-lijsten 26
Zaak:Z107829 - Document:D448471
4.3
Lichtvervuiling Lichtvervuiling is in Nederland een groeiend probleem. Straatverlichting, neon- en ledreclames en andere lichtbronnen zijn doorgaans functioneel maar verstoren ook aanwezige nachtfauna. De huidige en de voorspelde Iichtemissie in Brummen is weergegeven in figuur 4.14. Het rechter plaatje is een geextrapoleerde versie van het linker plaatje. Het rechter plaatje geeft de Iichtemissie weer als grootschalig woningbouw aan de L.R. Beijnenlaan en Hammelerweg zou hebben plaatsgevonden. De kunstmatige Iichtemissie op de natuur is daarmee hoger.
Wvglocaties
Figuur 4.14
Links: huidige Iichtemissie Rechts: voorspelde Iichtemissie na bebouwing van de Wvg-locaties
Verstoorde vleermuizen Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat Iichtemissie een verstorend effect heeft op het foerageergedrag en vliegpatroon van vleermuizen.24 Zo'n verstorend effect treedt al op bij lage waarden van lichtintensiteit, zelfs als die slechts iets boven ded natuurlijke waarden van lichtintensiteit 's nachts liggen. Lichtemissie door woningen en andere ontwikkelingen heeft dan ook een negatief effect op de leefomgeving van vleermuizen.
4.4
Verstoring van stilte en rust Na de coronatijd zijn mensen meer gaan wandelen in de natuurgebieden. Daarmee is de druk toegenomen op natuurgebieden en stelt beheerders zelfs voor het dilemma of gebieden niet moeten worden afgesloten. Ecoloog Allard van Leerdam en recreatieadviseur Guus Verhorst, allebei van Staatsbosbeheer, analyseerden het probleem en benadrukken de noodzaak van rust.25 Deze situatie is ook denkbaar bij de Natuurparels Groot Engelenburg en Den Bosch. Ook het aantal huisdieren zou door grootschalige nieuwbouw toenemen. Denk aan huiskatten die mogelijk op kwetsbare dieren gaan jagen. Het aantal honden zou toenemen en daarmee dat honden in de kwetsbare gebieden worden uitgelaten.
24
www.vleermuis.netimeer-weten/overige-publicaties/overig/light-pond-bats/viewdocument/324 www.staatsbosbeheer.nliwat-we-doeninieuws/2024/04/dilemma-moet-de-natuur-op-slot-als-hette-druk-wordt 25
27
Zaak:Z107829 - Document:D448471
4.5
Water en bodem sturend: risico's op de Oeverwal De kern Brummen is grotendeels op een 'oeverwal' gebouwd. Dit verhoogd gebied is ontstaan door fluviatiele processen, verleggingen van de rivierbeddingen, en vervolgens, tijdens droge ijstijden verder opgehoogd, toen de wind hier zand van de zuidelijke Veluwe afzette. Zo vormde zich een reeks van heuvels van Ieemhoudend zand van een paar meter hoog. De oorspronkelijke beken, die gevormd werden door afvoer van kwelwater uit de Veluwe en afstromend regenwater richting de lissel, hebben dit beekdallandschap verder gemodelleerd. Ook de rivier bleef een rol spelen in de vorming van laagtes achter en tussen de hierboven beschreven oeverwallen.
Brummense beek
Wvg-locatie
't Hammeler Leuvenheimse beek
Leger da hoogte lager •r> 726 ell
a
hoogte 1.26 m <> 8 36 m
•
boogie. 8.36 m
8,7 m
hoogle 8,7 al <, 8.88 rn •
hoogie. 8.88 m • 9.06 m hoOgte• 9.06 m ‹. 9.23 rn hoogle 9.23 irk
9.4 In
hoogte. 9.4 m o 9.58 th ▪
hoogte 9.58 m ,r> 4,77 rn
▪
hoogle 4.77 m..10.01 m
•
hoogte '10.01 rn <> hoget
Figuur 4.15
Hoogtekaart26 (Bron: AHN)
"Actueel Hoogtebestand Nederland , www.ahn.nl 28
Zaak:Z107829 - Document:D448471
De Wvg-Iocatie aan de Hammelerweg heeft op Planviewer ook als gebiedsaanduiding 'oeverwar Dat suggereert dat de percelen op die locatie hooggelegen zijn. Maar dat is maar ten dele het geval. Figuur 4.15 toont de hoogtekaart van de percelen aan de Hammelerweg. Er is duidelijk een verschil in hoogte. Een deel ligt op een hogte van rond 9 meter NAP, wat gelijk is aan de gemiddelde hoogte van Brummen. Maar een groter deel, ongeveer 10 hectare, ligt op een hoogte van rond 8 meter NAP. Crevassegeul Op de geomorfologische kaart is dit gebied aangeduid met 'overloop' of Crevassegeul. Figuur 4.16 geeft dit weer. Lang geleden ontstond deze Crevassegeul bij een zeer hoge stand van de lissel en tegelijk opstuwend kwelwater. Het water stond zo hoog dat het over de oeverwal stroomde en in een doodlopende kom achter de oeverwal terecht kwam. Door de stroming van het water werd grond van de oeverwal weggespoeld en zo ontstond er een geul die de Brummense oeverwal en de Leuvenheimse oeverwal heeft doorbroken. Het water achter de oeverwal kon niet wegstromen. Na verloop van tijd liep het water door de geul richting de IJssel, de plek waar nu de Leuvenheimsebeek en Brummensebeek samenkomen. De vorm van de Crevassegeul is nog goed zichtbaar vanaf de Hammelerweg.
Crevassegeul
Landvorm Dalvormige laagten hoofdgm_ep Fluviatiel: Landvormen die zijn ontstaan door fluviatiele processen (door erosie of
Genese
afzetting van materiaal door rivierwater)(m.u.v. de fluviatiele vormen die ontstaan zijn onder (peri)glaciale omstandigheden)
Figuur 4.16
Crevassegeu117 (Bron: Arcgis)
Verdroging en wateroveriast De aanleg van het gemaal bij de Arnhemsestraat in de jaren zeventig heeft ervoor gezorgd dat de percelen aan de Hammelerweg droog blijven. Voor de aanleg van het gemaal overstroomde dit gebied regelmatig. Ook zijn de lopen van de Leuvenheimsebeek en de Brummensebeek in de jaren zeventig rechtgetrokken. Dit heeft inmiddels gevolgen voor aansluitende gebieden, zoals die van het
27
www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?layers=5d59672aa2c34f06a88bb045a9770c4b 29
Zaak:Z107829 - Document:D448471
landgoed Huis Den Bosch. Waar voorheen veel ruimte was voor vasthouden van de schone kwelwaterstromen, bijvoorbeeld in de landschappelijk unieke rabattenbossen, en overloopgebieden, wordt het water nu direct afgevoerd naar de IJssel. Daardoor krijgen ook deze landgoederen last van verdroging. In hele natte tijden gebeurt juist het omgekeerde: als de huidige beekiopen het water niet meer snel genoeg kunnen wegpompen, ontstaat er aan het eind van de waterstroom, bij de Pothof en het Hammeler, juist wateroverlast.
Grondwater Het grondwaterpeil in deze laaggelegen gebieden is weergegeven in figuur 4.17. Voor een deel van de percelen is het hoogste gemiddelde grondwaterpeil lager dan 0,2 meter. Figuur 4.18 laat zien dat er behoorlijk kwel is op de aangewezen percelen. Dit betekent dat deze percelen flunk opgehoogd moeten worden om toekomstige bewoners geen overlast te geven bij hoge grondwaterstand. Een soortgelijke verhoging heeft plaatsgevonden bij de aanleg van de Pothof. In figuur 4.19 is zichtbaar dat de gronden van de Pothof met ongeveer 1meter opgehoogd zijn om woningbouw mogelijk te maken. Als dit ook gedaan moet warden bij alle laaggelegen percelen op de Wvg-locaties, zal veel grond aangevoerd moeten worden. Een gebied van ongeveer 10 hectare moet zeker 1 meter opgehoogd worden, wat neerkomt op 100.000 kuub grond ofwel 4.000 vrachtwagens. Dit is een grote logistieke klus en 'evert extra uitstoot van CO2 en stikstof op.
Grondwaterpeil
Legenda: <= 4.633e-6 110,2 - 0.4 m - 0.6 m 0.6 - 0.8 m 0.8 -1 m 1-1.5 m E1,5 - 2 m m
Figuur 4.17
Hoogste gemiddelde grondwaterpeil
30
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Ook het huidige ecosysteem zal hier onomkeerbaar worden doorbroken, en de kans om dit juist to verbeteren raakt voorgoed verkeken. Het landschapsaanzicht verandert aanzienlijk en de Crevassegeul wordt daarmee doorbroken. De open laagte met waterloop is nu nog goed zichtbaar, maar deze zichtbaarheid verdwijnt door woningbouw. De woningbouw passend maken in het landschap is daardoor niet mogelijk.
7!x Kwel en infiltratie
Wvglocatie
Figuur 4.18
De mate van kwel in dit gebied is 0,5-1 mm/dag. Uittredend grondwater heet kwel en infiltratie is het indringen van water in de grond. Door menselijk ingrijpen kan de 'flux' zussen kwei en infiltratie veranderen.
Kwel en infiltratie
Hydrologische risico's Bouwen aan het Hammeler in Brummen brengt dus aanzienlijke hydrologische risico's met zich mee, vooral door de verhoogde kans op overstromingen en verstoringen in de grondwaterhuishouding. Hierbij speelt de notie dat het Hammeler op een Oeverwal gelegen is. De Oeverwal is in de loop der eeuwen op diverse plaatsen doorsneden. Bijvoorbeeld het Hammeler zelf ligt in een relatief laaggelegen, waterrijk gebied nabij de IJssel en benedenstrooms de afwatering vanuit de hoger gelegen gronden. Met andere woorden, het gaat om een gebied waar de bodem al gevoelig is voor wateroverlast, met sterke kwelwerking. Hierbij spelen een overstromingsrisico als ontregeling van de grondwaterhuishouding. Overstromingsrisico Het Hammeler ligt relatief zeer nabij de IJssel, een rivier die zeer gevoelig is voor fluctuaties in waterpeil, vooral tijdens periodes van hevige regenval of smeltwater uit hoger gelegen gebieden.
31
Zaak:Z107829 - Document:D448471
Bouwen in dit gebied verhoogt sterk het risico op overstromingen, omdat nieuwe constructies de natuurlijke waterafvoer zullen belemmeren. Dit kan ertoe leiden dat regenwater zich ophoopt in plaats van op natuurlijke wijze weg te stromen, waardoor overstromingskansen significant toenemen. -
Bij overstromingen kan water zich verspreiden naar omliggende gebieden, zoals de Pothof en direct aanpalende bebouwing. Het kan leiden tot ernstige ontregeling van de waterhuishouding in de rest van de omliggende natuurgebieden en landbouwgronden.
Ontregeling van de grondwaterhuishouding -
Het bouwen in dit gebied verstoort de natuurlijke waterdoorlatendheid van de bodem. Verharding, zoals asfalt en gebouwen, vermindert het vermogen van de grond om water op te nemen, wat kan leiden tot een stijging van het grondwaterniveau.
-
Ook een verstoorde grondwaterhuishouding kan nadelige gevolgen hebben voor belendende natuurgebieden, Iandbouwgrond, en zelfs voor bestaande bebouwing in de omgeving. Voor gebieden rondom het Hammeler kan dit tot verzakkingen, vochtproblemen in gebouwen leiden.
-
De negatieve invloed op de waterbalans in het Hammeler kan zich uitbreiden naar naastgelegen gebieden, zoals de reeds genoemde direct aanpalende woningen en de Pothof. Het kan leiden tot substantieel hogere onderhoudskosten voor infrastructuur en waterbeheer, en extra investeringen in pompen en drainagesystemen. De omliggende natuur zal hoe dan ook gevolgen ondervinden door verdroging of juist wateroverlast, wat de biodiversiteit negatief beInvloedt. Dit zou niet alleen schadelijk zijn voor flora en fauna, maar ook voor de recreatieve waarde van het gebied. Ook verandert het Iandschapsaanzicht aanzienlijk en de Crevassegeul wordt daarmee doorbroken. Deze Crevassegeul is nu nog goed zichtbaar, maar deze zichtbaarheid verdwijnt door eventuele bouw. Woningbouw passend maken in dit Iandschap is daardoor niet mogelijk. Ook de percelen op de Wvg-Iocaties aan de L.R. Beijnenlaan zullen opgehoogd moeten worden om woningbouw mogelijk te maken. Alhoewel er hier minder grond nodig is, verandert ook hier het Iandschapsaanzicht aanzienlijk door ophoging en ook hier is er geen sprake van woningbouw passend in het landschap.
Figuur 4.19
Hoogte profiel Pothoj28
za Actueel Hoogtebestand Nederland, www.ahn.nl 32
Zaak:Z107829 - Document:D448471
4.6
Stikstofdepositie in het Leusveld en de uiterwaarden van de lissel Voor het behouden van de biodiversiteit heeft de Europese Unie richtlijnen opgesteld die bedreigde plant- en diersoorten en leefgebieden in Europa beschermen. De Rijksoverheid heeft deze Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen vertaald in de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming bevat regels voor plannen, zoals bestemmingsplannen, en projecten, zoals bouwprojecten. Het is daardoor verplicht om bestemmingsplannen en bouwprojecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor dit onderzoek gaat dat in het bijzonder om de Natura 2000-gebieden Rijntakken, met de uiterwaarden van de Ussel en Landgoederen Brummen, met het Leusveld die vlakbij de gebieden liggen waar het college eventueel zou willen gaan bouwen. Die beoordeling moet het college doen in een zogenoemde voortoets stikstof. Als uit de voortoets blijkt dat een bestemmingsplan of bouwproject negatieve effecten zal hebben op een Natura 2000gebied, moet het college bovendien een zogenoemde passende beoordeling met uitgebreid ecologisch onderzoek doen en bij de provincie een natuurvergunning aanvragen. Het college zal bij het doen van de passende beoordeling goed rekening moeten houden met de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied.
Het college mag daarbij het effect van zogenoemde mitigerende, dus compenserende, maatregelen meetellen, zoals extern salderen. Extern salderen is het verrekenen dat een activiteit stopt die stikstof uitstoot op een andere locatie. De positieve effecten van die mitigerende maatregelen moeten dan wel onomstotelijk vaststaan en betrekking hebben op hetzelfde Natura 2000-gebied. Wanneer er, ondanks mitigerende maatregelen, nog steeds sprake is van een negatief effect op een Natura 2000-gebied, dan kan de provincie alleen nog een vergunning verlenen aan de hand van een streng toetsingskader: Er mogen geen alternatieven zijn, er moet sprake zijn van dwingende redenen van groot openbaar belang en de gemeente moet compenserende maatregelen treffen die ervoor zorgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. Dit wordt de ADC-toets genoemd. De gemeenteraad kan uiteindelijk een bestemmingsplanwijziging pas vaststellen als de passende beoordeling laat zien dat het wetenschappelijk gezien zeker is dat geen Natura 2000-gebieden aangetast gaan worden. Op haar beurt zal de provincie pas een natuurvergunning verlenen als zeker is dat een bouwproject geen natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden zal schaden.
Stikstofuitstoot door bouwactiviteiten Tot eind 2022 bevatte de Wet natuurbescherming de zogenoemde 'bouwvrijstelling', waardoor geen rekening hoefde te worden gehouden met de stikstofuitstoot door bouwactiviteiten. De minister meende dat de bouwvrijstelling niet tot aantasting van Natura 2000-gebieden zou leiden, en wel vanwege zijn bredere 'pakket aan maatregelen'. Dit pakket aan maatregelen zou op landelijk niveau leiden tot een grote verbetering van de natuur, zodat de stikstofgevolgen van bouwactiviteiten daartegen zouden wegvallen. Maar de bouwvrijstelling voldeed niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Een project mag namelijk alleen worden uitgevoerd als uit onderzoek blijkt dat afzonderlijke beschermde natuurgebieden daardoor geen schade oplopen. Eind 2022 bepaalde de Raad van State daarom dat de bouwvrijstelling niet meer mag worden toegepast29. Het wegvallen van de bouwvrijstelling gaat sindsdien alle nieuwbouwprojecten aan. Zolang de rechter er geen streep door zet, voert de provincie voor projecten met een stikstofdepositie tot 0,1 mol/hectare/jaar tijdens de bouwfase nog het beleid dat geen passende beoordeling en geen
29
Raad van State, www.raadvanstate.nl/@133608/bouwvrijstelling-stikstof-van-tafel 33
Zaak:Z107829 - Document:D448471
natuurvergunning nodig zijn.3D Voor plannen en projecten met een tijdelijke stikstofdepositie tot zo'n 0,5 mol/hectare/jaar, dus gedurende de bouwfase, blijkt in de praktijk dat die met een goede ecologische onderbouwing in de passende beoordeling meestal wel doorgang kunnen vinden. Het college moet in dat geval met zijn onderbouwing aantonen dat het project geen schade aan Natura 2000-gebieden toebrengt. Maar voor plannen en projecten met een stikstofdepositie groter dan 0,5 mol/hectare/jaar zal het college er in de regel niet onderuit komen om mitigerende maatregelen te nemen. Lukt dat het college niet, dan kan de provincie de vergunning alleen nog verlenen aan de hand van de ADC-toets."
Stikstofuitstoot tijdens gebruik Tijdens gebruik van woningen is het vooral het toegenomen autoverkeer dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden structureel vergroot. Voor de meeste nieuwbouwwijken in Nederland zal dit niet noemenswaardig zijn, maar de onderzochte gebieden liggen dicht bij de Natura 2000-gebieden Rijntakken, met de uiterwaarden van de LIssel, en bij de Landgoederen Brummen, met het Leusveld als dichtstbijzijnde. Als de stikstofdepositie groter blijkt dan 0,0 mol/hectare/jaar, zal het college een passende beoordeling met ecologische onderbouwing moeten doen en een natuurvergunning moeten aanvragen bij de provincie.
Een eerste indicatie van de depositiewaarden Als onderdeel van de voortoets zal het college de stikstofdepositie gaan berekenen met de AERIUS Calculator van de Rijksoverheid. Dit haalbaarheidsonderzoek van de vereniging is niet met de AERIUS Calculator gedaan, maar beperkt zich tot een eerste indicatie op basis van de Handreiking woningbouw en AERIUS32. Het college heeft nog geen plan gepubliceerd voor eventuele nieuwbouw. Wel heeft het college aangegeven dat alle locaties en percelen nodig zouden zijn om de gemeentelijke woningbouwopgave uit te voeren en is de gemeentelijke woningbouwprogrammering uitgangspunt. De indicaties zijn daarom gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Elke locatie zou volledig nodig zijn om de gemeentelijke woningbouwopgave uit te voeren, zoals het college aan de raad heeft gezegd bij het vestigen van het voorkeursrecht; -
Bebouwing van de 3 locaties zou voor de stikstofberekening tot 3 projecten leiden die elk niet mogen worden opgeknipt";
-
De woningdichtheid zou het gangbare aantal van 35 nieuwbouwwoningen per hectare zijn; Er zouden woningen gebouwd gaan worden die door gebruik geen stikstof uitstoten, dus definitief zonder gas- of houthaarden en -kachels en zonder aansluiting op het gasnet;
-
Na de bouw zou het toegenomen autoverkeer de uitstoot van stikstof bepalen. De uitstoot door verkeer zou 0,27 kg stikstof per woning per jaar zijn;
-
Dit onderzoek rekent met een lage inschatting door de Rijksoverheid van de uitstoot van stikstof tijdens de bouw, namelijk 3 kg per te bouwen woning. Het Economisch lnstituut voor de Bouw gaat bijvoorbeeld uit van 5 kg stikstof per te bouwen woning;
BIJ12, Handreiking Voortoets Stikstof, 2021 31 Economisch Instituut voor de Bouw, Effecten wegvallen bouwvrijstelling, 2023 Rijksoverheid, Handreiking woningbouw en AERIUS, 2020 " Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State moeten alle aspecten die onlosmakelijk samenhangen met een project - zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase - als e'en samenhangend project worden beoordeeld. Daarbij moet het totale woningbouwproject in aanmerking worden genomen. Een woningbouwproject op een en dezelfde locatie kan niet worden opgeknipt. Bron: Rijksoverheid, Handreiking woningbouw en AERIUS, 2020 32
Zaak:Z107829 - Document:D448471
-
De windrichting kan de berekende stikstofdepositie tot ±15% laten varieren, maar is buiten beschouwing gelaten. De ligging van de Natura 2000-gebieden Landgoederen (o.a. Leusveld) en Rijntakken (uiterwaarden van de IJssel) rondom rechtvaardigt dat voor deze inschatting.
-
De ruwheid van het terrein is buiten beschouwing gelaten. Tussen de onderzochte gebieden en de Natura 2000-gebieden is geen relief in het landschap of hoogbouw.
De Handreiking woningbouw en AERIUS bevat de omzettingstabel om met deze uitgangspunten een eerste indicatie te geven van de jaarlijkse stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden Landgoederen Brummen en Rijntakken, wat resulteert in tabel 4.1.
Afstamitot Natura 2000-gebied (meter)
Eerste indicatie stikstofdepositie tijdens de bouw (mol/hectare/jaar)
Eersteindicatiestikstofdepositie tijdens gebruik (mol/hectare/jaar)
Wvg-locatie langs de L.R. Beijnenlaan/Hazenberg
1250
1,8
0,1
Wvg-locatie lang.s de Oude Eerbeekseweg/Hammelerweg
750
4,4
0,1
Wvg-locatie langs-deMetelerkampweg
500
0,0
0,0
Tabel 4.1
Indicatie stikstofdepositie per Wvg-locatie
Bouwactiviteiten op de Wvg-locaties langs de L.R. Beijnenlaan en Hazenberg en langs de Hammelerweg lijken dus te leiden tot een stikstofdepositie die mitigerende maatregelen als extern salderen onvermijdelijk maakt. Ook na ingebruikname van de woningen lijkt bouwen in deze gebieden een structureel negatief effect te hebben op de omringende Natura 2000-gebieden en zal een natuurvergunning van de provincie nodig zijn. oorzaak daarvan is dan met name het autoverkeer van de bewoners.
4.7
Overlast en risico's door trein- en wegverkeer Het spoor zal overlast gaan geven34. Er rijden langs de kern Brummen nu al zo'n 6 goederentreinen per etmaai en dat aantal zal de komende tijd verdubbelen, juist ook 's nachts. De Atlas Leefomgeving3s geeft informatie over hoeveel hinder mensen ondervinden die bij het spoor wonen.
Gevaarlijke stoffen ProRail monitort het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor in Nederland en berekent welke risico's daarmee gepaard gaan. ProRail signaleert ook waar de risico's uitkomen boven de door het Rijk vastgestelde risicoplafonds. In het afgelopen kwartaal werd in Brummen geen risicoplafond
De Stentor, Meer goederentreinen door Zutphen en Deventer, mogelijk met gevaarlijke stoffen: 'Zorgt voor overlast', 2024 35 www.atlasleefomgeving.nl/thema/geluid-in-je-omgeving/treinverkeer
34
35
Zaak:Z107829 - Document:D448471
overschreden, maar tussen Zutphen en Deventer gebeurde dat wel.' De vraag is of na de ophanden zijnde verdubbeling van het aantal goederentreinen nog steeds geen risicoplafonds zullen worden overschreden.
Geluid en trillingen 2,4% van de Nederlanders ervaart ernstige hinder ervaart van treingeluid. Dat zijn zo'n 350.000 mensen. Veel voorkomend is dat mensen slecht slapen door treingeluid. In 2020 had 1,2% van de Nederlanders last van ernstige slaapverstoring. Bij mensen die binnen 300 meter van het spoor wonen is het hinderpercentage nog hoger. In de Pothof bijvoorbeeld is volgens de Atlas Leefomgeving de ernstige geluidshinder meer dan 4%. Naast geluid veroorzaken treinen ook trillingen. Van de mensen die op minder dan 300 meter van een spoorlijn wonen ondervindt 20% ernstige hinder van de trillingen van reizigerstreinen. Voor trillingen van goederentreinen is dat 40%. Mensen zijn bijvoorbeeld sneller geirriteerd of hebben zelfs gezondheidsklachten. De geluidscontouren langs de spoorlijn zijn weergegeven in figuur 4.20.