(A44) PlusOV - Definitieve gemeenschappelijke regeling PlusOV -D440938
Tekst van het document
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen
Uw kenmerk Ons kenmerk Behandeld door LW Doorkiesnummer Datum 1-8-2024 Kopie aan RaoB
Betreft
Definitieve Gemeenschappelijke Regeling PlusOV
Geacht college van burgemeester en wethouders, Op 8 februari jongstleden hebben wij u verzocht het ontwerp van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) PlusOV aan uw gemeenteraad aan te bieden en uw raad te verzoeken eventuele zienswijzen op die ontwerp GR aan ons kenbaar te maken. Wij hebben daarop zienswijzen ontvangen van de gemeenteraden van Heerde, Hattem, Apeldoorn en Epe. Met deze brief informeren wij u over deze zienswijzen en de reactie hierop van ons bestuur. De ontvangen zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen in de ontwerp GR PlusOV. Bij deze brief hebben wij de definitieve GR PlusOV gevoegd (bijlage 2) alsmede een reactie op de ingediende zienswijzen (bijlage 1). In deze reactie op de ingediende zienswijzen geven we eveneens een overzicht van de aanpassingen die wij per artikel hebben doorgevoerd in de GR PlusOV. Tenslotte hebben we de zienswijzen die de raden van de bovengenoemde gemeenten kenbaar hebben gemaakt bijgevoegd (bijlagen 3, 4, 5 en 6). Wij verzoeken u uw raad op de hoogte te stellen van de zienswijzen die wij hebben ontvangen, onze reactie op de zienswijzen alsmede de definitieve GR PlusOV en uw raad om toestemming te verzoeken de definitieve GR PlusOV aan te gaan.
Hoogachtend,
Gert van den Berg Voorzitter
Bijlage 1: Reactie van het bestuur op de ingediende zienswijzen (GR PlusOV) De zienswijzen die de gemeenteraden hebben ingediend op de concept GR PlusOV zijn besproken in het bestuur van PlusOV en leiden tot enkele aanpassingen in de GR PlusOV. Onderstaand een overzicht van de zienswijzen en de aanpassingen die die het gevolg zijn van deze zienswijzen.
Zienwijzen van de raden van de gemeenten Hattem en Heerde
1. Volgorde kadernota en begroting De raden van Hattem en Heerde zien graag dat ze de mogelijkheid krijgen iets te vinden van de kadernota nog voordat de ontwerpbegroting door het bestuur voor zienswijzen wordt aangeboden aan de raden. Door de kadernota uiterlijk op 1 januari vast te stellen en de ontwerpbegroting pas op 30 april te verzenden aan de raden, ontstaat er een periode voor raden om iets te kunnen vinden van de kadernota. Deze twee data (1 januari en 30 april) zijn nu opgenomen in de GR PlusOV. Gevolg is ook dat de jaarrekening niet op 31 maart maar op 30 april toegezonden wordt zodat de ontwerpbegroting en de jaarrekening wel gelijktijdig aangeboden worden aan de raden. Artikel 12 was: 12.1 Het Bestuur geeft de Deelnemers alle gevraagde inlichtingen. 12.2 Het regelement van orde regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 12.3 Het Bestuur zendt jaarlijks voor 31 maart de kadernota en de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. 12.4 Het Bestuur stelt de kadernota en ontwerpbegroting pas vast nadat ze een inhoudelijke reactie heeft gegeven op de zienswijzen die de raden van de deelnemende gemeenten op de kadernota en de ontwerpbegroting hebben gegeven. 12.5 Het Bestuur zendt jaarlijks voor 31 maart de concept jaarrekening van het voorliggende boekjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten. 12.6.
De verslagen van de Bestuursvergaderingen worden binnen 4 weken na vaststelling door het Bestuur gepubliceerd op de website van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 12.7 Een lid van het Bestuur geeft de Deelnemer die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door een of meer leden van die Deelnemer worden verlangd. 12.8 Een lid van het Bestuur is aan de Deelnemer die hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor de door hem in het Bestuur ingenomen standpunten. 1
Artikel 12 wordt: Artikel 12 Informatie- en verantwoordingsplicht 12.1 Het Bestuur geeft de Deelnemers alle gevraagde inlichtingen. 12.2 Het regelement van orde regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 12.3 Het Bestuur stelt jaarlijks voor 1 januari de kadernota vast. 12.4 Het Bestuur zendt jaarlijks voor 30 april de kadernota en de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. 12.5 Het Bestuur stelt de begroting pas vast nadat ze een inhoudelijke reactie heeft gegeven op de zienswijzen die raden van deelnemende gemeenten op de kadernota en de ontwerpbegroting hebben gegeven. 12.6 De verslagen van de Bestuursvergaderingen worden binnen 4 weken na vaststelling door het Bestuur gepubliceerd op de website van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 12.7 Een lid van het Bestuur geeft de Deelnemer die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door een of meer leden van die Deelnemer worden verlangd. 12.8 Een lid van het Bestuur is aan de Deelnemer die hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor de door hem in het Bestuur ingenomen standpunten.
2. Aanpassen uittreedregeling De raden van de gemeenten Hattem en Heerde geven aan dat het volgens hen niet voor de hand ligt om de uittreedregeling (uit de regeling treden) te koppelen aan de dienstverleningsovereenkomst (DVO). In het verlengde daarvan stellen beide raden dat het volgens hen niet logisch is om de gehele beëindigingsprocedure (stoppen met een DVO) te doorlopen indien het beëindigen van den DVO niet leidt tot uitreding uit de GR. Overweging die het bestuur hier bij heeft is dat het gros van de financiële gevolgen van de samenwerking is geregeld in de DVO’s en het om die reden juist wel logisch is om daar een uitgebreide procedure voor op te nemen in de GR. Het is conform de zienswijzen van de betrokken raden wél logisch om duidelijkere afspraken te maken over de situatie dat een deelnemer uit de GR wil treden. Om die reden is artikel 23 van de GR PlusOV aangepast en in lijn gebracht met de Wgr.
2
Artikel 23 was: Een deelnemer is verplicht uit de Regeling te treden op het moment dat er tussen de Deelnemer en de Bedrijfsvoeringsorganisatie geen enkele Dienstverleningsovereenkomst meer van kracht is.
Artikel 23 wordt: 23.1 De opzegging van de laatste Dienstverleningsovereenkomst die een Deelnemer heeft gesloten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt eveneens beschouwt als een verzoek tot uitreding uit de Regeling. 23.2 Een Deelnemer kan niet eerder uit de regeling treden dan voordat alle Dienstverleningsovereenkomsten die de Deelnemer heeft met de Bedrijfsvoeringsorganisatie zijn geëindigd; 23.3 Indien de Regeling slechts twee deelnemers heeft wordt een verzoek tot uittreding beschouwd als een verzoek tot opheffing conform artikel 25. 23.4 De uitredende deelnemer ontvangt een deel van de algemene reserve terug op het moment van uitreding. De omvang van deze teruggave wordt bepaald door de bestaande reserve op 1 januari van het jaar van de uittreding te delen door het aantal inwoners van de alle Deelnemers op 1 januari van het jaar van die uittreding. Uitkomst hiervan is een reservebijdrage per inwoner. De uittredende Deelnemer ontvangt per inwoner van de eigen gemeente deze reservebijdrage per inwoner. 23.5 Behoudens hetgeen aangegeven in artikel 23.4 zijn er aan het uit de Regeling treden geen financiële gevolgen verbonden.
3. Toedelen kosten bij beëindigen van een DVO De raden van Hattem en Heerde geven aan dat ze graag zien dat duidelijk gemaakt wordt voor wie de kosten zijn die de registeraccountant berekent in het geval één of meerdere deelnemers een DVO opzeggen. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de GR. De toedeling van deze kosten wordt geregeld in de te sluiten DVO’s. Uitgangspunt daarbij is dat de kosten zijn voor diegene die ze veroorzaakt.
3
Gezamenlijkheid Uit de bespreking van de zienswijzen van de raden van Hattem en Heerde kwam naar voren dat er behoefte is om meer gezamenlijkheid te organiseren rond de taken genoemd in artikel 4 (het afsluiten van een DVO voor het routegebonden vervoer (RV) en/of het vraagafhankelijke vervoer (VAV)). In de voorliggende GR is nu aangegeven dat het sluiten van een DVO voor het RV en het VAV door een Deelnemer de instemming nodig heeft van het bestuur. Daarmee voorkomen we een wildgroei aan DVO’s die de afzonderlijke gemeenten zouden kunnen sluiten voor het uitvoeren van het VAV en het RV. Eveneens is expliciet aangegeven dat de DVO’s die de deelnemers voor het VAV sluiten identiek aan elkaar zijn en dat de DVO’s die de deelnemers sluiten voor het RV eveneens identiek aan elkaar zijn.
Artikel 4 was: De bedrijfsvoeringorganisatie heeft voor de verwezenlijking van het belang genoemd in artikel 3 de taak het Doelgroepenvervoer waartoe ze een Dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een Deelnemer te organiseren en te (doen) uitvoeren. Elke Deelnemer kan een Dienstverleningsovereenkomst sluiten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie voor het uitvoeren van het Routegebonden vervoer, het Vraagafhankelijke vervoer of beide.
Artikel 4 wordt: 4.1 De bedrijfsvoeringorganisatie heeft voor de verwezenlijking van het belang genoemd in artikel 3 de taak het Doelgroepenvervoer waartoe ze een Dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een Deelnemer te organiseren en te (doen) uitvoeren. Elke Deelnemer kan een Dienstverleningsovereenkomst sluiten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie voor het uitvoeren van het Routegebonden vervoer, het Vraagafhankelijke vervoer of beide. 4.2 Het Bestuur stelt de inhoud van de te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Routevervoer en het Vraagafhankelijke vervoer vooraf vast. 4.3 De te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Routegebonden vervoer zijn voor alle Deelnemers identiek; 4.4 De te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Vraagafhankelijke vervoer zijn voor alle Deelnemers identiek; 4.5 Voor het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft de Bedrijfsvoeringsorganisatie de toestemming nodig van het Bestuur. Daarbij geldt dat alle Deelnemers stemrecht hebben.
4
Zienswijze van de raad van de gemeente Apeldoorn
1. Aanbieden Evaluatie De raad van de gemeente Apeldoorn ziet graag dat de periodieke evaluatie van de GR gelijktijdig met de begroting wordt aangeboden. Artikel 29 was: Het Bestuur evalueert het functioneren van de Regeling elke 4 jaar vanaf 2024. Het Bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Het Bestuur stelt de Deelnemers op de hoogte van de uitkomst van de evaluatie en stelt de evaluatie eerst vast nadat de deelnemers de gelegenheid hebben gehad hun zienswijze te geven op de uitkomsten van de evaluatie.
Artikel 29 wordt: 29.1 Het Bestuur evalueert het functioneren van de Regeling elke 4 jaar vanaf 2024. 29.2 Het Bestuur stelt vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. 29.3 Het Bestuur verzend de evaluatie gelijktijdig met de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. 29.4 Het bestuur stelt de evaluatie pas vast eerst nadat de deelnemers de gelegenheid hebben gehad hun zienswijze te geven op de uitkomsten van de evaluatie.
2. Standpunten van het reizigerspanel opnemen in de stukken aan de raden. Het bestuur betrekt de standpunten van het reizigerspanel bij de uitvoering van haar taak en deelt de standpunten desgevraagd ook met de raden. De GR wordt hier niet op aangepast.
Zienswijze gemeenteraad Epe, Hattem, Heerde en Apeldoorn Genoemde raden ontvangen graag alle zienwijzen die door de overige raden zijn ingediend. Deze zienwijze levert geen aanpassing van de GR op. Uiteraard worden de zienswijzen wel gedeeld door het bestuur.
5
Bijlage 2: Definitieve Gemeenschappelijke Regeling PlusOV Geldend van ….. t/m heden
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: Ambtelijk overleg:
Een door de Deelnemers ingericht gremium, bestaande uit beleidsambtenaren van de Deelnemers en de Directeur dat het Bestuur adviseert over de invulling en uitvoering van de taken van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Ambtelijk secretaris
Directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Bestuur :
Het Bestuur van de gemeenschappelijke Regeling PlusOV.
Deelnemers:
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die aan deze Regeling deelnemen;
Dienstverleningsovereenkomst:
Een overeenkomst tussen de rechtspersoon van de Deelnemer die het aangaat (opdrachtgever) en de Bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de afspraken zijn vastgelegd over de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 4 en artikel 5 van de Regeling;
Directeur:
De Directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
Doelgroepenvervoer:
De niet-openbare vervoerssystemen waarvoor de Deelnemers op grond van specifieke wet- en regelgeving verantwoordelijk zijn en alle overige vervoersystemen waarvan de Deelnemers besluiten dat ze hier toe behoren.
Regeling:
De Gemeenschappelijke Regeling PlusOV;
Routegebonden vervoer:
Het vervoer in het kader van het leerlingenvervoer (op grond van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs), het vervoer op grond van de Jeugdwet en het vervoer voor dagbesteding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Vraagafhankelijk vervoer:
Het sociaal-recreatief vervoer op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
Wet:
De Wet gemeenschappelijke Regelingen.
Hoofdstuk 2 De Bedrijfsvoeringsorganisatie Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 2.1 Er is een Bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd “Vervoerscentrale Stedendriehoek” (handelend onder de naam PlusOV), statutair gevestigd te Lochem. 2.2 Het Bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie bestaat uit de voorzitter en de leden. Hoofdstuk 3 Belangen, taken en bevoegdheden Artikel 3 Belangen De Bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld voor de gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de Deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen en in stand houden van kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken Doelgroepenvervoer.
Artikel 4 Taken 4.1 De Bedrijfsvoeringorganisatie heeft voor de verwezenlijking van het belang genoemd in artikel 3 de taak het Doelgroepenvervoer waartoe ze een Dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een Deelnemer te organiseren en uit te voeren, dan wel te laten uitvoeren. Elke Deelnemer kan een Dienstverleningsovereenkomst sluiten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie voor het uitvoeren van het Routegebonden vervoer, het Vraagafhankelijk vervoer of beide. 4.2 Het Bestuur stelt de inhoud van de te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Routegebonden vervoer en het Vraagafhankelijk vervoer vooraf vast. 4.3 De te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Routegebonden vervoer zijn voor alle Deelnemers identiek; 4.4 De te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Vraagafhankelijk vervoer zijn voor alle Deelnemers identiek; 4.5 Voor het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft de Bedrijfsvoeringsorganisatie de toestemming nodig van het Bestuur. Daarbij geldt dat alle Deelnemers stemrecht hebben. Artikel 5 Nieuwe taken 5.1 Een Deelnemer kan de Bedrijfsvoeringsorganisatie voor de verwezenlijking van de te behartigen belangen andere dan de in artikel 4 genoemde taak laten uitvoeren. Hiervoor wordt met de Bedrijfsvoeringsorganisatie een Dienstverleningsovereenkomst aangegaan.
5.2 De aan deze taken verbonden kosten, ook die van het beëindigen van de overeenkomst, worden afzonderlijk geadministreerd en volledig toegerekend aan de betrokken Deelnemer. 5.3 Voor het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft de Bedrijfsvoeringsorganisatie de toestemming nodig van het Bestuur. Daarbij geldt dat alle Deelnemers stemrecht hebben.
Artikel 6 Bevoegdheden 6.1 De Deelnemers dragen aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie en haar Bestuur de bevoegdheden over die nodig zijn voor de uitvoering van de taak bedoeld in artikel 4 voor zover de Bedrijfsvoeringsorganisatie deze taak of onderdelen daarvan voor de betrokken Deelnemer uitvoert op basis van de gesloten Dienstverleningsovereenkomst. 6.2 Voor de taken bedoeld in artikel 5, eerste lid, kan overdracht van bevoegdheden plaatsvinden op voorstel van de betrokken Deelnemer. De Regeling hoeft niet te worden gewijzigd. 6.3 De Deelnemers dragen aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie en haar Bestuur geen publiekrechtelijke bevoegdheden over. 6.4 De Bedrijfsvoeringsorganisatie sluit zich aan bij de Werkgeversvereniging samenwerkende gemeentelijke organisaties (SGO), die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op 11 december 2019 is opgericht.
Artikel 7 Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden De Bedrijfsvoeringsorganisatie is zonder instemming van de Deelnemers niet bevoegd tot: 1. het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten; 2. het afgeven van garanties of andere waarborgen; 3. het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; 4. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; 5. dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen anders dan de Deelnemers; 6. het (her)formuleren van het beleid van de Deelnemers.
Hoofdstuk 4 Bestuur Artikel 8 Samenstelling 8.1 Elke Deelnemer wijst uit zijn midden een lid van het Bestuur aan. 8.2 Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de betreffende Deelnemer afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de Deelnemers de nieuwe leden hebben aangewezen. 8.3 De Deelnemers beslissen binnen twee maanden na de benoeming als bedoeld in het tweede lid over de aanwijzing van de nieuwe leden. 8.4 De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden. Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stelt hij de voorzitter, alsmede de Deelnemer die hem heeft aangewezen, terstond schriftelijk in kennis. 8.5 De Deelnemer die een lid heeft aangewezen dat niet langer diens vertrouwen bezit, kan dat lid schorsen of ontslaan. De schorsing of het ontslag gaat onmiddellijk in. 8.6 Voor elk Bestuurslid wijst een Deelnemer een plaatsvervanger aan. Het tweede tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9 Taken en bevoegdheden Aan het Bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die in deze Regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder: 9.1 het vaststellen of wijzigen van uitgangspunten en kaders voor de begroting; 9.2 het vaststellen en wijzigen van de begroting; 9.3 het vaststellen van de jaarrekening; 9.4 een voorgenomen besluit tot aanpassing van deze Regeling; 9.5 de vaststelling van een Regeling omtrent de ambtelijke organisatie van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; 9.6 de aanstelling en het ontslag van de directeur; 9.7 de opstelling van een instructie voor de Directeur die ten minste de taken van de Directeur betreft; 9.8 het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten. Artikel 10 Stemverhouding 10.1 Elk lid heeft enkel stemrecht in die gevallen dat de aangelegenheid waarover gestemd moet worden betrekking heeft op de Regeling of de taak waarvoor de Deelnemer die het betreffende lid vertegenwoordigd een Dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 10.2 Een besluit kan alleen genomen worden wanneer ten minste 50% van de Deelnemers als bedoeld in artikel 10.1 aanwezig is. 10.3 Bij een stemming wordt gestemd en besloten op basis van de principes ‘elk lid één stem’ en ‘gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen’.
10.4 Voor besluiten gericht op vaststelling van de begrotingskaders, de begroting, de jaarrekening, de bestemming van de reserve en de vaststelling van het liquidatieplan bedoeld in artikel 25, tweede lid, geldt bij een stemming de aanvullende eis dat ten minste een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen nodig is. 10.5 Een lid van het Bestuur dat van opvatting is dat een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid tot ongewenste en onrechtvaardige gevolgen leidt voor de Deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan een herstemming aanvragen. 10.6 Bij een herstemming geldt het principe van gewogen stemmen, afgeleid van het aantal inwoners per gemeente op de datum dat deze Regeling in werking treedt. 10.7 Het aantal stemmen dat elk lid van het Bestuur kan uitbrengen bij een herstemming bedraagt: - voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners: één stem per 10.000 inwoners, waarbij naar boven wordt afgerond als het gaat om meer dan 5.000 inwoners tussen twee meetpunten. - Voor gemeenten tot en met 40.000 inwoners: drie stemmen per gemeente.
10.8 Bij herstemming is slechts sprake van een rechtsgeldig genomen besluit als - het besluit met in achtneming van het bepaalde in het zesde en zevende lid is genomen én - ten minste 2/3 van de gewogen stemmen voor het besluit zijn én - ten minste 50% van de vertegenwoordigers de Deelnemers die het betreft voor het besluit hebben gestemd.
Artikel 11 Vergaderingen 11.1 Het Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 11.2 Het Bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of een lid van het Bestuur hier schriftelijk onder opgaaf van redenen om vraagt. 11.3 De vergaderingen van het Bestuur zijn openbaar tenzij tenminste 1/5 van de aanwezige leden verzoekt de vergadering besloten te voeren of wanneer de voorzitter het vergaderen achter gesloten deuren nodig acht. 11.4 In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over: a. het vaststellen of wijzigen van uitgangspunten en kaders voor de begroting; b. het vaststellen en wijzigen van de begroting; c. het vaststellen van de jaarrekening; d. een voorgenomen besluit tot aanpassing van deze Regeling.
Artikel 12 Informatie- en verantwoordingsplicht 12.1 Het Bestuur geeft de Deelnemers alle gevraagde inlichtingen. 12.2 Het regelement van orde regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 12.3 Het Bestuur stelt jaarlijks voor 1 januari de kadernota vast. 12.4 Het Bestuur zendt jaarlijks voor 30 april de kadernota en de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. 12.5 Het Bestuur stelt de begroting pas vast nadat ze een inhoudelijke reactie heeft gegeven op de zienswijzen die raden van deelnemende gemeenten op de kadernota en de ontwerpbegroting hebben gegeven. 12.6 De verslagen van de Bestuursvergaderingen worden binnen 4 weken na vaststelling door het Bestuur gepubliceerd op de website van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 12.7 Een lid van het Bestuur geeft de Deelnemer die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door een of meer leden van die Deelnemer worden verlangd. 12.8 Een lid van het Bestuur is aan de Deelnemer die hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor de door hem in het Bestuur ingenomen standpunten.
Hoofdstuk 5 De voorzitter Artikel 13 De voorzitter 13.1 Het Bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 13.2 De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Bestuur. 13.3 De stukken die van het Bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de ambtelijk secretaris mede ondertekend. 13.4 De voorzitter vertegenwoordigt de Bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 13.5 Als de voorzitter behoort tot de Deelnemer die partij is bij een geding waarbij de Bedrijfsvoeringsorganisatie is betrokken, oefent de plaatsvervangend voorzitter met betrekking tot dat geding de in het vierde lid genoemde bevoegdheid uit. 13.6 Als ook de plaatsvervangend voorzitter behoort tot een Deelnemer die partij is bij het in het vijfde lid bedoelde geding, wordt aan een ander lid van het Bestuur opgedragen om de Bedrijfsvoeringsorganisatie met betrekking tot dat geding te vertegenwoordigen.
Hoofdstuk 6 Organisatie Artikel 14 Organisatie 14.1 De Bedrijfsvoeringsorganisatie bestaat in ieder geval uit een Directeur en medewerkers. 14.2 Op het personeel in dienst van de Bedrijfsvoeringsorganisatie is de collectieve arbeidsovereenkomst SGO van toepassing.
Artikel 15 De Directeur 15.1 De Directeur is het hoofd van de Bedrijfsvoeringsorganisatie en fungeert als ambtelijk secretaris voor het Bestuur. 15.2 De Directeur staat het Bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak met raad en daad terzijde. 15.3 De Directeur heeft in de vergadering van het Bestuur een adviserende stem. 15.4 De Directeur is lid van het ambtelijk overleg. 15.5 De dagelijkse leiding van de Bedrijfsvoeringsorganisatie berust bij de Directeur. 15.6 De Directeur is voor zijn handelen verantwoording verschuldigd aan het Bestuur. 15.7 De directeur is verantwoordelijk voor de benoeming, schorsing en het ontslag van het personeel van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Hoofdstuk 7 Begroting, jaarrekening, administratie en controle Artikel 16 Bijdrage 16.1 Voor deelname aan de Regeling is een Deelnemer geen bijdrage verschuldigd aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 16.2 Voor het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst is een Deelnemer een bijdrage verschuldigd aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 16.3 De bijdrage per Deelnemer als bedoeld in lid 2 van dit artikel wordt berekend op de wijze zoals aangegeven in bijlage 1 bij deze Regeling. 16.4 De verschuldigde bijdrage per Deelnemer wordt jaarlijks in de begroting opgenomen waarbij deze bijdrage wordt uitgesplist in een bijdrage per gesloten Dienstverleningsovereenkomst. 16.5 In de jaarrekening wordt de door elk van de Deelnemers over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. Ook hierbij wordt de bijdrage uitgesplist in een bijdrage per gesloten Dienstverleningsovereenkomst. 16.6 Een verschil tussen de begrote en de werkelijke verschuldigde bijdrage wordt direct na vaststelling van de jaarrekening verrekend met de Deelnemers op de wijze zoals aangegeven in bijlage 1. 16.7 De Deelnemers betalen de bijdrage in voorschotten per kwartaal aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 16.8 De Deelnemers dragen er zorg voor dat de Bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
16.9 Een eventuele provinciale bijdrage komt alleen ten goede aan de Deelnemer(s) in de betreffende provincie.
Artikel 17 Reservevorming 17.1 Het Bestuur stelt een algemene reserve in om risico’s gerelateerd aan de bedrijfsvoering op te vangen. 17.2 De omvang van de algemene reserve is gemaximeerd op 5% van de organisatiekosten in de laatst vastgestelde begroting. 17.3 Het Bestuur beslist of een nadelig jaarrekeningsaldo geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserve wordt gebracht. 17.4 Het Bestuur beslist met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid of een batig jaarrekeningsaldo geheel of gedeeltelijk ten gunste van bestaande reserve zal worden gebracht. 17.5 Het batig saldo van enig jaar dat niet ten gunste van de bestaande reserve wordt gebracht, vloeit terug naar de rechtspersonen van de Deelnemers op de wijze zoals aangegeven in bijlage 1.
Artikel 18 Administratie en verrekening 18.1 Het Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 18.2 De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien onder meer in de aanwijzing van een registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek belast met het onderzoek van de jaarrekening alsmede het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de rekening bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. 18.3 Het Bestuur stelt regels vast over de controle op de administratie en op het beheer van de vermogenswaarden. De regels waarborgen onder meer dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.
Artikel 19 Archief 19.1 Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van de Bedrijfsvoeringsorganisatie, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van de gemeente Lochem van overeenkomstige toepassing. 19.2 De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 19.3 Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is Lochem de archiefbewaarplaats. 19.4 Het Bestuur is belast met de uitvoering van de zorg en het beheer als bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 8 Toetreding en uittreding Artikel 20 Toetreding 20.1 De Deelnemers zijn bevoegd te beslissen over toetreding van nieuwe Deelnemers tot de Regeling. Het Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld hierover een advies in te dienen. 20.2 Toetreding is mogelijk als ten minste tweederde van de Deelnemers daartoe besluit. 20.3 Een toetredende Deelnemer draagt bij toetreding bij aan de algemene reserve. De omvang van deze bijdrage wordt bepaald door de bestaande reserve op het moment van toetreding te delen door het aantal inwoners van de zittende Deelnemers op 1 januari van het jaar van die toetreding. Uitkomst hiervan is een reservebijdrage per inwoner. De toetredende Deelnemer betaalt per inwoner van de eigen gemeente deze reservebijdrage per inwoner. Daarmee draagt de toetredende Deelnemer naar rato bij aan de algemene reserve. Wanneer de bijdrage van de toetredende Deelnemer er toe leidt dat de reserve groter wordt dan het maximum zoals aangegeven in artikel 17.2, dan wordt dit bij de eerstvolgende jaarrekening verrekend conform artikel 16.5.
20.4 Een in het verleden door de toetredende Deelnemer geleverde bijdrage wordt geacht te zijn afgerekend bij de uittreding van de toetredende Deelnemer. Deze is geen onderdeel bij het bepalen van de bijdrage die de toetredende Deelnemer aan de reserve moet leveren. 20.5 Toetreden tot de Regeling is mogelijk op het moment dat de eerste Dienstverleningsovereenkomst die de Deelnemer sluit met de Bedrijfsvoeringsorganisatie ingaat.
Artikel 21 Het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst 21.1 Een Deelnemer kan op elk moment een Dienstverleningsovereenkomst sluiten zoals bedoeld in artikel 5. 21.2 Een Deelnemer kan alleen een Dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4 sluiten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie op het moment dat er voor de door de Bedrijfsvoeringsorganisatie te leveren dienstverlening een nieuw contract met een leverancier gesloten wordt. Tussentijds aanhaken bij een bestaand contract met een leverancier is niet mogelijk tenzij de Deelnemers anders besluiten. Artikel 22 Beëindigen van een Dienstverleningsovereenkomst 22.1 Een Dienstverleningsovereenkomst die is gesloten kan altijd beëindigd worden. Hiervoor is geen andere instemming nodig dan die van de betreffende Deelnemer. 22.2 Een Dienstverleningsovereenkomst tussen een Deelnemer en de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt gesloten voor onbepaalde tijd. 22.3 Een Deelnemer informeert het Bestuur schriftelijk indien hij een gesloten Dienstverleningsovereenkomst wil beëindigen. Een dergelijke mededeling moet minimaal 24 maanden voor afloop van de door de Bedrijfsvoeringsorganisatie gesloten contracten voor de uitvoering van de betreffende Dienstverleningsovereenkomst, schriftelijk aan het Bestuur kenbaar gemaakt worden.
22.4 Na ontvangst van de mededeling van de Deelnemer dat deze de Dienstverlenings-overeenkomst wil beëindigen, wijst het Bestuur na overleg met de betreffende Deelnemer een onafhankelijke registeraccountant aan, aan wie het bestuur de opdracht verleend tot het opstellen van een zogenoemd beëindigingsplan. Dit beëindigingsplan is bindend. In het beëindigingsplan worden in ieder geval de in artikel 22.5 bedoelde kosten meegenomen. Dit beëindigingsplan wordt opgesteld uiterlijk 20 maanden voor datum van beëindiging van de DVO. De kosten voor het opstellen van het beëindigingsplan zijn voor rekening van de Deelnemer die zijn deelname aan de DVO wil beëindigen. 22.5 Het beëindigingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van drie jaar het directe gevolg zijn van de beëindiging van de DVO door de Deelnemer. In het plan zal stil moeten worden gestaan bij zaken als: a. de financiële gevolgen voor de andere Deelnemers; b. voorwaarden en andere verplichtingen voor de Deelnemer die zijn DVO beëindigt, die aan de uittreding worden verbonden; c. afspraken om de beëindiging en de uitvoering van het beëindigingsplan bestuurlijk, financieel, juridisch en feitelijk in goede banen te leiden.
In het beëindigingsplan worden in elk geval de volgende kostensoorten onderscheiden: a. frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); b. desintegratiekosten (kosten voor afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s); c. direct en op termijn vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); d. schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden); e. aandeel in de reserves en voorzieningen. 22.6 Alle Deelnemers besluiten uiterlijk 18 maanden voor afloop van de DVO of de uitkomst van het beëindigingsplan gevolgen heeft voor hun deelname aan de DVO. 22.7 Wanneer de uitkomst van een beëindigingsplan er toe leidt dat één of meer extra Deelnemers hun voornemen kenbaar maken hun deelname aan de DVO te beëindigen, dan wijst het bestuur cf. artikel 22.4 een registeraccountant aan om een nieuw (tweede) beëindigingsplan op te stellen. Dit tweede plan moet uiterlijk 16 maanden voor datum beëindiging van de DVO voorgelegd worden aan het bestuur. De uitkomsten van dit plan zijn eveneens bindend. 22.8 Elke Deelnemer besluit uiterlijk 14 maanden voor afloop van de DVO over hun deelname aan de DVO. Dit besluit is definitief. Er wordt geen 3e beëindigingsplan opgesteld. Artikel 23 Uit de Regeling treden
23.1 De opzegging van de laatste Dienstverleningsovereenkomst die een Deelnemer heeft gesloten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt eveneens beschouwd als een verzoek tot uittreding uit de Regeling. 23.2 Een Deelnemer kan niet eerder uit de regeling treden dan voordat alle Dienstverleningsovereenkomsten die de Deelnemer heeft met de Bedrijfsvoeringsorganisatie zijn geëindigd. 23.3 Indien de Regeling slechts twee deelnemers heeft wordt een verzoek tot uittreding beschouwd als een verzoek tot opheffing conform artikel 25. 23.4 De uittredende deelnemer ontvangt een deel van de algemene reserve terug op het moment van uittreding. De omvang van deze teruggave wordt bepaald door de bestaande reserve op 1 januari van het jaar van de uittreding te delen door het aantal inwoners van de alle Deelnemers op 1 januari van het jaar van die uittreding. Uitkomst hiervan is een reservebijdrage per inwoner. De uittredende Deelnemer ontvangt per inwoner van de eigen gemeente deze reservebijdrage per inwoner. 23.5 Behoudens hetgeen aangegeven in artikel 23.4 zijn er aan het uit de Regeling treden geen financiële gevolgen verbonden.
Hoofdstuk 9 Wijziging en opheffing Artikel 24 Wijziging van de Regeling 24.1 De Regeling kan tussentijds worden gewijzigd als ten minste tweederde van de Deelnemers daartoe besluit. 24.2 De Deelnemers en het Bestuur zijn bevoegd een wijziging van de Regeling aan de Deelnemers in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. 24.3 Het Bestuur zendt het voorstel aan de Deelnemers. 24.4 In afwijking van de vorige leden kan een wijziging of intrekking van artikel 16 derde lid , en een wijziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle Deelnemers aan de Regeling.
Artikel 25 Opheffing van de Regeling 25.1 De Regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste tweederde van de Deelnemers daartoe besluit. 25.2 Het Bestuur stelt na overleg met de Deelnemers het liquidatieplan vast. Dit plan voorziet in een verdeling naar rato van het aandeel van de Deelnemers in de actuele begroting. Het plan voorziet in ieder geval in de regeling van de personele gevolgen. 25.3 Het Bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 25.4 Zo nodig blijft het Bestuur na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid. Hoofdstuk 10 Klachten en geschillen Artikel 26 Klachtenregeling Om te voldoen aan de bepalingen in hoofdstuk 9, titel 9.2 van de Algemene wet Bestuursrecht, sluit de Bedrijfsvoeringsorganisatie zich aan bij de Nationale ombudsman. Artikel 27 Geschillen Voordat aan artikel 28 van de Wet toepassing wordt gegeven spannen de partijen zich tot het uiterste in het geschil in onderling overleg op te lossen.
Hoofstuk 11 Burgerparticipatie Artikel 28 Burgerparticipatie Inwoners van de Deelnemers worden op grond van deze Regeling betrokken bij het functioneren van de Bedrijfsvoeringsorganisatie voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het Bestuur bepaald. Het Bestuur richt in ieder geval een overlegplatform op waarin de inwoners van de Deelnemers plaats kunnen nemen. In het platform is plek voor maximaal 3 inwoners per Deelnemer. Het platform wordt bekendgemaakt onder de naam “Reizigersplatform PlusOV” en heeft een adviserende rol richting de directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen Artikel 29 Evaluatie 29.1 Het Bestuur evalueert het functioneren van de Regeling elke 4 jaar vanaf 2024. 29.2 Het Bestuur stelt vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. 29.3 Het Bestuur verzendt de evaluatie gelijktijdig met de Kadernota aan de raden van de deelnemende gemeenten. 29.4 Het bestuur stelt de evaluatie pas vast nadat de deelnemers de gelegenheid hebben gehad hun zienswijze te geven op de uitkomsten van de evaluatie. Artikel 30 Duur van de Regeling De Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 31 Inwerkingtreding De Regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag die volgt op die waarop de Deelnemer van de gemeente waarin de Bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd, deze Regeling overeenkomstig artikel 26 van de Wet bekend heeft gemaakt. Artikel 32 Citeertitel De Regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling PlusOV
Bijlage 1: Bijdrage en afrekenen van de bijdrage.
Berekening van de bijdrage (tekort) Elke Deelnemer is per Dienstverleningsovereenkomst die ze heeft gesloten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie een bijdrage aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie verschuldigd voor die Dienstverleningsovereenkomst. Deze bijdrage wordt als volgt berekend: 1. de Bedrijfsvoeringsorganisatie begroot de totale organisatiekosten die ze maakt voor alle gesloten Dienstverleningsovereenkomsten; 2. alle kosten die redelijkerwijs direct aan de afzonderlijke Dienstverleningsovereenkomsten kunnen worden toegerekend, worden aan de betreffende Dienstverleningsovereenkomst toegerekend; 3. daarna worden de overige kosten over de Dienstverleningsovereenkomsten verdeeld naar rato van de verdeling van de personele kosten zoals die bij punt 2 (bovenstaand) zijn verdeeld; 4. nadat alle kosten zijn toebedeeld aan een Dienstverleningsovereenkomst worden de kosten per Dienstverleningsovereenkomst verdeeld onder de Deelnemers met wie een dergelijke Dienstverleningsovereenkomst is gesloten. Daarbij geldt het volgende: a. de kosten van het Vraagafhankelijk vervoer worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners dat de Deelnemers hadden op 1 januari voorafgaande aan het jaar waarvoor de bijdrage gevraagd wordt (n-1); b. de kosten van het Routegebonden vervoer worden eerst verdeeld onder de kosten voor Leerlingenvervoer, Jeugdwetvervoer en Dagbestedingsvervoer.
Deze verdeling wordt gedaan op basis van het aantal unieke reizigers per vervoerstroom. Daarna vindt per vervoerstroom een verdeling van de kosten plaats naar de Deelnemers op basis van het aantal inwoners per Deelnemer op 1 januari voorafgaande aan het jaar waarvoor de bijdrage gevraagd wordt (n-1); c. de kosten van overige Dienstverleningsovereenkomsten worden verdeeld op de wijze zoals aangegeven in de te sluiten Dienstverleningsovereenkomst.
Teruggave batig saldo (overschot) Wanneer het Bestuur besluit een batig saldo in de jaarrekening terug te laten vloeien naar de Deelnemers, dan wordt dit batig saldo aangegeven in de jaarrekening. De verdeling van dit batig saldo onder de Deelnemers gebeurt naar rato van het aantal inwoners van de Deelnemers op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover in de betreffende jaarrekening verantwoording wordt afgelegd (n-2). Een batig saldo dat vanwege de omvang van de reserve niet aan de reserve toegevoegd kan worden (de reserve zit al vol) vloeit automatisch terug naar de deelnemers op de hier beschreven wijze. Hiervoor is geen apart besluit van het Bestuur nodig.
College van B&W T.a.v. wethouder Van den Berg Postbus 600 8160 AP Epe
Zaaknummer Behandeld door Telefoonnummer Onderwerp
: 929106 : I. Nienhuis : 14 0578 : Zienswijzenbrief Raad gemeente Epe inzake Wijziging GR PlusOV
Epe, 4 april 2024 Geacht college, De gemeenteraad dankt u voor het toezenden van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling (GR) van PlusOV. Deze aangepaste Regeling is het gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De raad heeft in de raadsvergadering op 27 maart over de wijzigingen gesproken. Met deze zienswijzenbrief brengen wij u op de hoogte van het resultaat van deze raadsvergadering. Veel van de aangebrachte wijzigingen zijn van tekstuele en technische aard, of volgen rechtstreeks uit de Wgr. Het spreekt voor zich dat de raad deze wijzigingen volgt, omdat er geen beleidskeuzes gemaakt kunnen worden. Daarnaast is de raad van mening dat het aanpassen van de GR aan de huidige praktijk wenselijk is, omdat hierdoor de GR beter aansluit op de beleidsarme / praktische uitvoeringspraktijk van de GR. Op onderdelen liggen er wel beleidskeuzes voor. De raad heeft op 6 juli 2023 ingestemd met een aantal algemene uitgangspunten in relatie tot gemeenschappelijke regelingen. Het doet de raad deugd om de uitgangspunten terug te zien in de voorgestelde wijzigingen. Hieronder twee uitgangspunten uitgelicht. Daarna volgt de wijziging inzake uittreding van gemeenten uit de GR en de vervolgprocedure. Uitgangspunt 4: Het is goed dat alle GR-en elke vier jaar geëvalueerd worden.
Doel van de wijzigingen van de Wgr is dat gemeenteraden meer zicht hebben op de gemeenschappelijke regelingen en invloed en controle kunnen uitoefenen op de regelingen waar de gemeente aan deelneemt. Binnen de kaders van de Wgr is PlusOV op lichte manier vormgegeven (de bedrijfsvoeringsorganisatie). De GR PlusOV is hierdoor beleidsarm. De raad vindt het belangrijk om nauw betrokken te zijn, ondanks de beleidsarme GR. Op dit moment is onze formele betrokkenheid beperkt tot de zienswijzenprocedure over de begroting. We zijn blij dat PlusOV ons tot dusverre ook steeds op andere momenten meeneemt in haar werkzaamheden en gaan er vanuit dat dit ook in de toekomst het geval is. Daarnaast komt er nu een mogelijkheid om periodiek een zienswijze te geven over de evaluatie van de GR (hoofdstuk 12). Dit zorgt ervooor dat we nauwer betrokken zijn bij de uitvoeringspraktijk van de GR en biedt ons de mogelijkheid om constructief mee te denken. Uitgangspunt 5: Een GR neemt passende mogelijkheden voor participatie op in de regeling In de genoemde uitgangspunten is ook gesproken over de wijze waarop Cliëntenparticipatie wordt vormgegeven in de GR wordt vormgegeven. De gemeenteraad is blij dat u al enige tijd een cliëntenpanel heeft waarin reizigers (of vertegenwoordigers van reizigers) zitting hebben en dat dit nu ook formeel een plek krijgt in de GR.
U betrekt immers al reizigers voor de gewijzigde Wgr. Niet alleen middels een cliëntenpanel, maar ook door middel van continue klanttevredenheidsonderzoeken.
Gemeente Epe, Marktplein 1, 8161 EE Epe, Postbus 600, 8160 AP Epe, telefoon: 14 0578, fax: (0578) 67 87 88, e-mail: gemeente@epe.nl, internet: www.epe.nl, KvK 50483714, banknummer IBAN nr. NL23BNGH0285002430,
Nieuwe procedurele stap wanneer een gemeente een dienstverleningsovereenkomst wil beëindigen en (indien van toepassing) uit de GR moet stappen De raad ondersteunt de nieuwe procedurele stap in hoofdstuk 8. Hierin is opgenomen dat andere gemeenten kunnen overwegen om gelijkluidende dienstverleningsovereenkomst(en) te beëindigen wanneer een andere gemeente dit besluit heeft genomen. De financiële consequenties wegen naar mening van de raad zwaar bij een dergelijk besluit. Het uitgangspunt dat alle kosten voor rekening van de uittredende partij(en) zijn, spreekt daarbij voor zich. Vervolgprocedure In de aanbiedingsbrief van PlusOV aan het college staat de vervolgprocedure. Naast de zienswijze van de raad van Epe, worden ook de zienswijzen van de andere betrokken gemeenteraden gevraagd. De raad ontvangt graag de zienswijzen van de andere betrokken gemeenteraden als u ons de gewijzigde GR PlusOV opnieuw aanbiedt om onze toestemming te vragen. Mogelijk leiden die zienswijzen nog tot aanpassingen in de tekst van de GR PlusOV. Uiteraard verneemt de raad dan graag tot welke wijzigingen de zienswijzen hebben geleid. Vooralsnog ziet de raad van Epe geen aanleiding om onze toestemming te onthouden, maar dat inzicht kan uiteraard veranderen indien er op een later moment een ander voorstel door u wordt voorgelegd.
Wij wensen u veel succes met de verdere voortgang en wij zien uw vervolgvoorstel graag tegemoet. De gemeenteraad van Epe. de voorzitter,
de griffier,
dhr. dr. T.C.M. Horn
mw. mr. J. Kattenberg
Gemeente Apeldoorn
Aan het bestuur van de Vervoerscentrale Stedendriehoek/PlusOV T.a.v. de heer H. Meijer Postbus 44 7240 AA Lochem
Postadres Postbus 9033 7300 ES Apeldoorn Bezoekadres Marktplein 1 www.apeldoorn.nl KvK 08223882 T 14 055 Doorkiesnummer (055) 580 E-mailadres a.tenvergert@apeldoorn.nl
Datum: Ons kenmerk: Uw brief d.d.:.
5 december 2023
Betreft:
Zienswijze op de concept GR PlusOV
Geacht bestuur, Op 6 december 2023 heeft het college van Burgmeesters en Wethouders van Apeldoorn het ontwerp ontvangen van de concept Gemeenschappelijke Regeling (GR) van PlusOV. Het college heeft deze regeling ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraad. Met deze brief brengen wij u op de hoogte van de zienswijze die de raad heeft ingebracht. De raad is van mening dat het aanpassen van de GR aan de huidige praktijk wenselijk is, omdat hierdoor de GR beter aansluit op de beleidsarme / praktische uitvoeringspraktijk van de GR. Op onderdelen liggen er beleidskeuzes voor. In een vergadering van onze PMA (Politieke Markt Apeldoorn) op 9 februari 2023 hebben wij oriënterend gesproken over de vereiste wijzigingen en de opties en keuzemogelijkheden die de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt. Wij hebben de toegezonden wijzigingen daaraan getoetst. Het doet de raad deugd om de uitgangspunten terug te zien in de voorgestelde wijzigingen. De raad heeft in de raadsvergadering op 15 februari 2024 over de wijzigingen in de GR PlusOV gesproken. De gemeenteraad van Apeldoorn komt daarbij tot de volgende zienswijzepunten: a. Evaluatie van de GR De gewijzigde Wgr (artikel 11a) verplicht tot het maken van afspraken over de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Wij onderschrijven de meerwaarde van een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling.
We ondersteunen het dus dat voor de evaluatie van de GR PlusOV een artikel is opgenomen dat vaststelt dat er elke vier jaar geëvalueerd wordt en dat de raad hierover een zienswijze kan geven. Daarnaast gaan we ervanuit dat PlusOV ons ook op andere momenten blijft meenemen in haar werkzaamheden. Om meerdere zienswijze in korte tijd te bundelen, verzoeken we PlusOV om de zienswijzen van de evaluatie en de begroting te koppelen. b. Participatie Wij zijn blij te lezen dat PlusOV de stap reeds heeft genomen om een cliëntenpanel op te zetten waarin (vertegenwoordigers van) reizigers kunnen deelnemen en dat dit nu formeel in de GR wordt opgenomen. In de stukken die aan de raad worden voorgelegd in de toekomst lezen wij graag de standpunten van het cliëntenpanel terug.
Met de overige voorgestelde wijzigingen kunnen wij instemmen. Behandeld door: A ten Vergert Bijlage(n): Als u reageert datum en kenmerk van deze brief vermelden Is deze brief niet duidelijk geschreven? Kijk op apeldoorn.nl/duidelijk hoe u ons dat kunt laten weten.
Wij verzoeken het bestuur van PlusOV bij de verdere uitwerking en besluitvorming over de GR PlusOV bovenstaande punten mee te nemen.
de gemeenteraad van Apeldoorn,
S.M. Stam Waarnemend raadsgriffier
A.J.M. Heerts Voorzitter
2
Als u reageert datum en kenmerk van deze brief vermelden
gemeente
Gs PlusOV t.a.v. het bestuur Hanzeweg 8
7241 CR LOCHEM
onderwerp:
Hattem datum uw kenmerk ons nummer
: 27 mei 2024 D= : 113974
telefoonnr.
:
Inlichtingen bij
: D. Jonker
038 44 316 16
Zienswijze Raad gemeente Hattem betreffende: Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit/PlusOV
Beste heer, mevrouw,
De gemeenteraad dankt u voor het toezenden van het ontwerp van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling (GR) van PlusOV. Deze aangepaste Regeling is het gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (War). De raad heeft in de raadsvergadering op 27 mei 2024 over dit ontwerp gesproken. Met deze brief brengen wij u op de hoogte van het resultaat van deze raadsvergadering. Veel van de aangebrachte wijzigingen zijn van tekstuele en technische aard, of volgen rechtstreeks uit de Wgr. Het spreekt voor zich dat de raad deze wijzigingen volgt, omdat er geen beleidskeuzes gemaakt kunnen worden. Daarnaast is de raad van mening dat het aanpassen van de GR aan de huidige praktijk wenselijk is, omdat hierdoor de GR beter aansluit op de beleidsarme / praktische uitvoeringspraktijk van de GR. Betrokkenheid gemeenteraad Doel van de wijzigingen van de Wgr is dat gemeenteraden meer zicht hebben op de gemeenschappelijke regelingen en invloed en controle kunnen uitoefenen op de regelingen waar de gemeente aan deelneemt. Binnen de kaders van de Wgr is PlusOV op lichte manier
vormgegeven (de bedrijfsvoeringsorganisatie). De GR PlusOV is hierdoor beleidsarm. De raad
vindt het belangrijk om nauw betrokken te zijn, ondanks de beleidsarme GR. Op dit momentis onze formele betrokkenheid beperkt tot de zienswijzenprocedure over de begroting. We zijn blij dat PlusOV ons tot dusverre ook steeds op andere momenten meeneemt in haar werkzaamheden en gaan er vanuit dat dit ook in de toekomst het geval is. Daarnaast komt er nu een mogelijkheid om periodiek een zienswijze te geven over de evaluatie van de GR (hoofdstuk 12). Dit zorgt ervoor dat we nauwer betrokken zijn bij de uitvoeringspraktijk van de GR en biedt ons de mogelijkheid om constructief mee te denken. Wij maken gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze
Deze zienswijze richt zich op twee aspecten. Het eerste betreft het moment van het aanbieden
van de kadernota en het tweede betreft de uittreedregeling.
bezoekadres postadres 3 Ü MEI 2024
telefoon
fax email internet Pagina 1 -4
Markt 1, Hattem Postbus 93 8050 AB Hattem (038) 443 16 16
(038) 444 68 39 gemeente@hattem.nl _www.hattem.nl
Zienswijze 1) Het moment van aanbieden van de kadernota is ons inziens te laat In het ontwerp van de gewijzigde GR PlusOV is in artikel 12 aangegeven dat het bestuur jaarlijks de kadernota en de ontwerpbegroting voor 31 maart aan de raden zal zenden. Op beide documenten kunnen de raden vervolgens reageren door middel van een zienswijze.
Wij vinden het een goede ontwikkeling dat wij als raad zowel de kadernota als de
conceptbegroting krijgen. Echter heeft de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (War) tot doel om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. De kaderstellende en controlerende rollen van gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen dienen te worden versterkt. Door het aanbieden van de kadernota en ontwerpbegroting op hetzelfde moment wordt ons inziens niet aan dit doel voldaan. Een zienswijze op de kadernota is van weinig nut als deze tegelijk verzonden wordt met de ontwerpbegroting. De invloed van de raad op de keuzes die zijn gemaakt in de kadernota is hierdoor minimaal. Er zijn meerdere gemeenschappelijke regelingen waarbij wij de kadernota of een vergelijkbaar document eerder krijgen dan de ontwerpbegroting. Dit is ondermeer het geval bij de GR voor de GGD en de GR VNOG. De gemeenteraad van Hattem wenst aanpassing van dit punt in de
nieuwe GR PlusOV. Wij willen de kadernota eerder ontvangen zodat wij hierop onze zienswijze, indien van toepassing, kenbaar kunnen maken.
Zienswijze 2) De beëindigings- en uittredingsregels blijken juridisch niet te kloppen
De deelnemende bestuurder namens de gemeente Hattem heeft tegen het vaststellen van het
ontwerp van de gewijzigde GR PlusOV gestemd. Door een raadsvoorstel zijn wij door het college van de gemeente Hattem op de hoogte gebracht van de reden van deze tegenstem. De gemeente Hattem heeft Nysingh advocaten en notarissen gevraagd een juridische toets op het ontwerp van de gewijzigde GR PlusOV uit te voeren. Wij hebben kennisgenomen van dit advies en hieruit blijkt dat de tekst uit het voorliggende ontwerp vanuit juridisch oogpunt niet juistis. Uitkomsten van hetjuridisch advies Uit het advies van Nysingh volgen deze conclusies: e
Wij concluderen dat de verplichte wijzigingen van de bestaande gemeenschappelijke regelingen die voortvloeien uit de gewijzigde Wgr op het gebied van zienswijzen, burgerparticipatie, evaluatie en de actieve informatieplicht afdoende in de GR PlusOV zijn doorgevoerd.
e
Ten aanzien van de verplichte wijziging van de uittreedregeling concluderen wij het volgende. Wij menen dat het niet voor de hand ligt om de uittreedregeling te koppelen aan de beëindiging van
de DVO. De tussen de deelnemer en de BVO gesloten DVO staatjuridisch gezien los van de GR PlusOV. Dat geldt daarom ook voor de beëindiging daarvan. Daarnaastligt het onzes inziens niet
voor de hand om de gehele beëindigingsprocedure uit de GR PlusOV te doorlopen, indien
beëindiging van de DVO niet leidt tot uittreding uit de GR PlusOV.
e
Daarnaast menen wij dat de uittreedregeling in de GR PlusOV ten onrechte geen bepaling kent
ten aanzien van de vraag voor wiens rekening de financiële gevolgen van de uittreding komen en de wijze waarop die uittrreedsom wordt vastgesteld. Onzes inziens leidt dat ertoe dat in de toekomst onverminderd geschillen zullen kunnen rijzen met betrekking tot de verschuldigdheid en de hoogte van de uittreedsom.
Loskoppelen beëindiging dienstverleningsopdracht en uittreden GR Wij zijn het eens met de deelnemende bestuurder namens de gemeente Hattem en Nysingh dat het minder logisch/juist is om de beëindiging van de dienstverleningsopdracht (DVO)te zien als start van de uittreding uit de GR. De DVO staat juridisch gezien los van de GR. Wij staan achter het advies om de uittreedregeling los te koppelen van de beëindiging van de DVO. De DVO creëert een andere (verticale) rechtsverhouding tussen de deelnemer en de BVO over de levering c.q. afname van diensten, terwijl de deelneming in de GR neerkomt op een horizontale
Pagina 2-4
Ss
gemeente
Hattem
samenwerking tussen de deelnemers. Een regeling omtrent de beëindiging van de rechtsverhouding DVO hoort in de DVO zelf thuis. Geen bepaling over voor wiens rekening de financiële gevolgen komen en hoe deze vast te stellen Zoals door Nysingh aangegeven wordt, mist in de voorgestelde gewijzigde GR een bepaling ten aanzien van de vraag wie de kosten van de uittreding voor rekening neemt en de wijze waarop die uittreedsom wordt vastgesteld. In het voorgestelde beëindigingsplan worden wel diverse omstandigheden en kostenposten betrokken. Maar voor wiens rekening die kosten en
omstandigheden moet komen ontbreekt. De reden waarom er wijzigingen zijn van de War is
ondermeer om onduidelijkheden en geschillen over de hoogte van de uittreedsom te voorkomen.
Aanpassen ontwerp van de gewijzigde GR PlusOV De gemeenteraad van Hattem is van mening dat het ontwerp van de wijziging GR PlusOV aangepast moet worden. Op een aantal punten vereist de tekst een aanscherping (betreffende de financiële gevolgen) en het beëindigen van de DVO en uittreden uit de GR dienen losgekoppeld te worden. Hiertoe heeft Nysingh in het advies een voorstel gedaan tot aanpassing van de formulering van artikel 22. De gemeenteraad van Hattem wil graag dat dit voorstel in de definitieve GR PlusOV opgenomen wordt. Omdat de GR en de DVO uiteraard wel aan elkaar verbonden zijn is het een logisch gevolg dat
een deelnemer uit de regeling moet treden op het moment dat er geen DVO meer van kracht is.
Ook hierover doet Nysingh een advies voor aanpassing. Dit betreft aanpassing van artikel 23. Ook deze aanscherping wordt door de gemeenteraad van Hattem onderschreven en willen wij graag terugzien in de definitieve GR PlusOV. Vervolgprocedure In de aanbiedingsbrief van PlusOV aan het college staat de vervolgprocedure. Naast de zienswijze van de raad van Hattem, worden ook de zienswijzen van de andere betrokken
gemeenteraden gevraagd. De raad ontvangt graag de zienswijzen van de andere betrokken
gemeenteraden als u ons de gewijzigde GR PlusOV opnieuw aanbiedt om onze instemming te vragen. Mogelijk leiden die zienswijzen nog tot aanpassingen in de tekst van de GR PlusOV. Uiteraard verneemt de raad dan graag tot welke wijzigingen de zienswijzen hebben geleid. Wij wensen u veel succes met de verdere voortgang en wij zien uw vervolgvoorstel graag tegemoet. Met vriendelijke groeten, De raad van de gemeente Hattem, de griffier,
k
de voorzitter,
4 ne
En
drs. J.J. Goudriaan
Pagina 3-4
\
Í\.
|
FS
lS
drs. M. Sanderse
Bijlage: Advies van Nysingh 20-03-2024
Pagina 4-4
g nysingh advocaten en notarissen
Advies Van
Patrick Haccou & Nadie Thorborg | Nysingh
Aan
: Danielle Jonker | Gemeente Hattem
Datum
: 20 maart 2024
Referentie
: 248043/NT
Betreft
: Gemeenschappelijke regeling vervoer
A.
Aanleiding Op 5 september 2019 is door negen gemeenten in Gelderland de Gemeenschappelijke
Regeling Basismobiliteit (GRB) opgericht. De deelnemers zijn de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen.
Met ingang van 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Naar aanleiding van de wijziging van de Wgr is ook de wijziging van de GRB in gang gezet. Dat moment is door de deelnemende gemeenten ook aangegrepen om de beëindigings- en uittreedregeling uit de GRB aan te passen. De gewijzigde GRB wordt aangeduid als de GR PlusOV. De gemeente Hattem wenst naar aanleiding hiervan een juridische check van de GR
PlusOV.
Vraagstelling en indeling In dit verband heeft de gemeente Hattem ons de volgende opdracht gegeven: (a) (b) (c)
een analyse van de GR PlusOV ten aanzien van het voldoen aan de gewijzigde Wogr; een beknopt advies over hoe om te gaan met een uittreedregeling in een gemeenschappelijke regeling; een voorstel voor een aangepaste uittreedbepaling in de GR PlusOV.
In het onderstaande gaan wij in onderdeel C in op de verplichtingen die uit de gewijzigde War voortvloeien en de vraag of de GR PlusOV voldoet aan die verplichtingen. De verplichtingen ten aanzien van de uittreedregeling laten wij in dat onderdeel buiten beschouwing. Op de verplichtingen ten aanzien van de uittreedregeling gaan wij namelijk in in onderdeel D. Ook beoordelen wij in hoeverre de uittreedregeling in de GR PlusOV aan de verplichtingen uit de gewijzigde Wgr voldoet. In onderdeel E formuleren wij een
voorstel voor een aangepaste uittreedbepaling in de GR PlusOV. In onderdeel F sluiten wij af met onze conclusie.
1
van
12
g nysingh
advocaten en notarissen
C.
GR PlusOV en de gewijzigde Wgr GRB
6.
Zoals gezegd is door negen Gelderse gemeenten op 5 september 2019 de GRB opgericht. In de GRB is een bedrijfsvoeringsorganisatie “Vervoerscentrale Stedendriehoek” ingesteld (de BVO)! ter gemeenschappelijke behartiging van de
belangen van de deelnemers met betrekking tot hettot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken stelsel van basismobiliteit.? Onder basismobiliteit wordt in dit verband verstaan de mogelijkheid voor burgers om zich zelfstandig en tegen een redelijk tarief te verplaatsen met een vorm van aanvullend openbaar vervoer of het doelgroepenvervoer.* De uitvoering van de GRB wordt geregeld aan de hand van dienstverleningsovereenkomsten (DVO). De deelnemers sluiten individuele DVO met de BVO. In de DVO worden