A4 - Regio Stedendriehoek - Stukken voor besluitvorming gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek D425918
Tekst van het document
Artikel 35 Jaarrekening 1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen 2 weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten. 3. Bij de rekening wordt een verslag gevoegd over de vorderingen met betrekking tot het programma van werkzaamheden bij de begroting. 4. In de rekening wordt het door elk van de gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 5. De kosten worden, rekening houdend met andere inkomsten en met door het algemeen bestuur bestemde c.q. te bestemmen reserves verdeeld naar rato van het inwonertal, volgens publicatie van
11
het Centraal Bureau voor de Statistiek op 1 januari van het jaar waarop de kosten betrekking hebben. 6. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 33, derde lid betaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats terstond na de vaststelling van de rekening.
Artikel 36 Reserve 1. Het algemeen bestuur kan een batig saldo geheel of ten dele ten behoeve van een voorziening reserveren. 2. Voor een beslissing tot bestemming van of beschikking over de reserve gelden de regels die van toepassing zijn bij de vaststelling van de begroting.
Artikel 37 Garantstelling De gemeenten dragen er zorg voor dat de gemeenschappelijke regeling te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Als aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
HOOFDSTUK XII Archief Artikel 38 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de regio en zijn organen, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening. 2. Het dagelijks bestuur wijst een ambtenaar aan, die is belast met het beheer over de archiefbescheiden overeenkomstig de door het dagelijks bestuur vast te stellen nadere regelen, waarin kan worden bepaald dat degene die belast is met de leiding van een uitvoerende dienst met het beheer over de archiefbescheiden van de dienst wordt belast. 3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan. 4. De beheerder van de archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de verordening als bedoeld in het eerste lid toezicht uit op het beheer over de archiefbescheiden van de regio en zijn organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 5. Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in het tweede lid bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de in het derde lid genoemde archiefbewaarplaats.
HOOFDSTUK XIII Geschillenregeling Artikel 39 Geschillenbeslechting 1. Alvorens bij een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, wordt de zaak voorgelegd aan een geschillencommissie. 2. Het dagelijks bestuur benoemt de leden van de geschillencommissie in overleg met de betrokken gemeente of gemeenten.
12
3. De geschillencommissie onderzoekt de mogelijkheden om partijen alsnog tot overeenstemming te brengen en brengt aan partijen advies uit. 4. Betrokken partijen kunnen van tevoren overeenkomen dat het advies van de geschillencommissie bindend is. 5. Onder geschil wordt hier mede begrepen een aangelegenheid, die door een partij als zodanig wordt beschouwd.
HOOFDSTUK XIV Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing Artikel 40 Toetreding 1. Toetreding van een ander college kan plaats vinden op verzoek van het college, wanneer de colleges van ten minste vijf gemeenten, vertegenwoordigend tenminste drie vierde deel van de inwoners van de gemeenten, al dan niet onder het stellen van voorwaarden, daarmee instemmen. Onder het aantal inwoners van een gemeente wordt verstaan de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin de stemming over het betreffende onderwerp plaatsvindt. 2. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die van de dag van bekendmaking van het besluit tot toetreding, tenzij het besluit een latere datum van ingang vermeldt.
Artikel 41 Uittreding 1. Een college kan met toepassing van artikel 1 van de wet uittreden. 2. Het college zendt het besluit van het college toe aan het algemeen bestuur. 3. De uittreding vindt, behoudens door het algemeen bestuur toe te stane afwijking, plaats op 1 januari van het tweede jaar, volgend op dat waarin het besluit tot uittreding bekend is gemaakt. 4. Als uitgangspunt geldt dat de uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden. 5. Het algemeen bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding en de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan legt deze vast in een uittredingsplan. 6. De gemeente van het uittredende college betaalt, uitgaande van de bijdrage in het laatste jaar van deelneming: - In het eerste jaar na uittreding 80% van de bijdrage en - In het tweede jaar na uittreding 60% van de bijdrage.
Artikel 42 Wijziging 1. Zowel het dagelijks bestuur als het college van een gemeente kunnen ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur voorstellen doen inzake wijziging van de regeling. 2. Als het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges van de gemeenten. 3. Een wijziging is tot stand gekomen wanneer de colleges van ten minste vijf gemeenten, vertegenwoordigend tenminste drie vierde deel van de inwoners van de gemeenten zich daarvoor
13
hebben verklaard. Onder het aantal inwoners van een gemeente wordt verstaan de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin de stemming over het betreffende onderwerp plaatsvindt. 4. Een wijziging gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die van de dag van bekendmaking, tenzij het wijzigingsbesluit een latere datum van ingang bevat.
Artikel 43 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven, wanneer de colleges van tenminste vijf gemeenten, vertegenwoordigende tenminste drie vierde deel van de inwoners van de gemeenten daartoe besluiten. Onder het aantal inwoners van een gemeente wordt verstaan de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin de stemming over het betreffende onderwerp plaatsvindt. 2. De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die van de dag van bekendmaking van het opheffingsbesluit, tenzij het besluit tot opheffing een latere datum van ingang bevat. 3. Bij opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels vast. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur opgesteld en vastgesteld. 5. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. 6. Het liquidatieplan bevat tevens een personeelsplan dat voor zoveel mogelijk voorziet in herplaatsing van het personeel dat op grond van een arbeidsovereenkomst met het openbaar lichaam in dienst is van het openbaar lichaam en voorts in de financiële gevolgen voor dat personeel. 7. Het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie.
Zo nodig blijven de organen van de regio ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
HOOFDSTUK XV Slotbepalingen Artikel 44 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur evalueert deze regeling tenminste een keer in de vier jaar. 2. Het algemeen bestuur bepaalt de omvang, inhoud en werkwijze van de evaluatie en legt deze gedurende tien weken voor zienswijze voor aan de raden van de deelnemers.
Artikel 45 Toezending regeling Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn draagt zorg voor toezending van deze regeling, alsmede van besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling en van besluiten tot toetreding en uittreding aan gedeputeerde staten.
Artikel 46 Duur en inwerkingtreding 1. De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. De regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking of op het tijdstip dat in het besluit is vermeld.
14
Artikel 47 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: "Regeling Regio Stedendriehoek".
15