CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A4 - Regio Stedendriehoek - Stukken voor besluitvorming gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek D425918

Besluitvormende raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en verzonden stukken10.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gearchiveerd: vrijdag 12 januari 2024 10:00:47 Van: secstedendriehoek Verzonden: donderdag 11 januari 2024 13:00:07 Aan: Dennie Kattenberg; Balduk, Diede; Griffie Heerde; Griffie Zutphen; Heleen Hartkamp; Helen Bernard; Ingrid Heijmans; Ita Joosten; Joyce Zweers; Marit Stam; Peter de Boer; Ben van Zuthem; Dorique Kerkdijk; Matser, Harry; Jan Peter Wassens; Lisette Wolbers; Monique Stouten; Nic Dusink; Symone de Bruin Cc: Annelies Boot-Maris; Brigit Huijsmans; Janssen, Geert; Ineke Lijnema; Jacob Spronk; Mark, Maita van der; Marlies Chang; Mieke Groters; Veronique Vroege; Wouter IJsseldijk; mj.van.oostveen@deventer.nl; Weierink, Gert-Jan Onderwerp: Stukken voor besluitvorming GR Regio Stedendriehoek Precisie: Normaal Bijlagen: Aanbiedingsbrief Definitief ontwerp Regeling december 2023.pdf ;Artikelsgewijze toelichting_20dec2023.pdf ;Nota Zienswijze Regeling december 2023.pdf ;Ontwerpregeling Regio Stedendriehoek_20dec2023.pdf ;

Beste griffiers en gemeentesecretarissen, In CC strategisch team Regio Stedendriehoek Hierbij ontvangt u de stukken voor het besluitvormingsproces van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek. In bijgaande aanbiedingsbrief staat het proces voor de besluitvorming expliciet beschreven. Na besluitvorming is de regeling van kracht m.i.v. 1 juli 2024. De uiterlijke datum voor vaststelling in de colleges is 25 juni 2024. In verband met deze deadline verzoeken wij u aandacht te hebben voor het tijdig opstarten van het besluitvormingsproces. Met vriendelijke groet,

Ineke Bijsma Programmasecretaris 06 14 32 20 97 Aanwezig op Ma di do vr

Post- en bezoekadres Zutphenseweg 6 7418 AJ Deventer regiostedendriehoek.nl

De gemeenteraden van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen

Kenmerk: Plaats, datum: Behandeld door: Telefoon: Onderwerp: Bijlage:

0000419497 Deventer, 21 december 2023 Ineke Lijnema 06-52761351 Aanbieden definitief ontwerp regeling GR Regio Stedendriehoek Definitief ontwerp regeling GR Stedendriehoek Toelichting op de regeling Zienswijzenota

Geachte raadsleden, geachte colleges van B&W en geachte burgemeesters, Hierbij bieden wij u het definitief ontwerp van de regeling GR Regio Stedendriehoek aan, zoals deze op 20 december 2023 in de vergadering van de Regioraad (het Algemeen Bestuur) is besproken. In de bijlage vindt u daarnaast een informatieve toelichting op de gewijzigde regeling en de zienswijzenota, met het verzoek deze beide ter informatie aan de raden te versturen (en niet ter besluitvorming). In deze brief een korte toelichting over het proces rondom de stukken. Nieuwe regeling voor de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Regio Stedendriehoek Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Deze wijziging vraagt van gemeenschappelijke regelingen, zoals de Regio Stedendriehoek, om hun regeling aan te passen en het inbedden van een aantal nieuwe instrumenten af te wegen. Dit in het kader van een verbeterde democratische legitimiteit en een sterkere positie van de raden. Gemeenschappelijke regelingen hebben 2 jaar de tijd om deze wijzigingen door te voeren, om aan de wet te blijven voldoen. Op 1 juli 2024 dient er een nieuwe regeling te zijn.

Wat ligt nu voor Begin 2023 is er vanuit de Regio Stedendriehoek gestart met het proces om te komen tot een nieuwe eigentijdse, toekomstbestendige regeling, waarin de positie van de raden versterkt is en er meer sprake is van democratische legitimiteit. Tijdens het proces zijn op meerdere momenten raadsleden betrokken. Dit heeft geresulteerd in een ontwerpregeling die op 7 juli jl. aan de raden is voorgelegd, met de gelegenheid een zienswijze in te dienen. Van alle raden is een reactie ontvangen, wat de grote betrokkenheid van de raden op dit onderwerp laat zien. Zes raden hebben een zienswijze ingediend en alle 8 gemeenteraden stellen aan het Algemeen Bestuur van de nieuwe regeling voor een raadsadviescommissie in te stellen. De zienswijzen zijn uitgebreid besproken in het Dagelijks Bestuur en de Regioraad. Veel van de adviezen zijn overgenomen, ofwel in de regeling zelf ofwel in de werkwijze die we met elkaar afspreken. In bijgevoegde zienswijzenota vindt u de reactie op de ingediende zienswijzen. Hoe nu verder? In de vergadering van de Regioraad van 20 december 2023 is het definitieve ontwerp van de regeling vastgesteld. Deze wordt met deze brief door de Regioraad aangeboden aan u, de raden, de colleges van B&W en de burgemeesters van de betrokken gemeenten. Het besluitvormingsproces ziet er als volgt uit: Het college besluit: a.

Het (definitief) ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek vast te stellen; b. De raad te verzoeken toestemming te verlenen om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek conform het definitief ontwerp vast te stellen.

De burgemeester besluit: a. Met inachtneming van artikel 1 van de Wgr voornemens te zijn om uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek. b. De raad te verzoeken om toestemming om uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek. De raad besluit: a. Uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek met ingang van de dag na bekendmaking van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek (dat besluit dient in het Gemeenteblad bekend gemaakt te worden). b. De burgemeester toestemming te verlenen om uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek, met ingang van de datum van de dag na bekendmaking van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek. c. Het college toestemming te verlenen om de gewijzigde tekst van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek vast te stellen overeenkomstig het (definitief) ontwerp. De burgemeester besluit: Uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek (dit dient in het Gemeenteblad bekend gemaakt te worden). Het college besluit: De wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek vast te stellen. (Het college van Apeldoorn maakt de gemeenschappelijke regeling bekend en stuurt deze naar Gedeputeerde Staten).

Voor de toestemmingsprocedure door de gemeenteraad staat een termijn van maximaal 13 weken. Om de deadline van 1 juli 2024 te halen, moeten de colleges uiterlijk dinsdag 25 juni 2024 het besluit van vaststelling gewijzigde regeling nemen. Daarna kan de regeling gepubliceerd worden. Hierbij het verzoek aan de colleges om, in overleg met de raden, het besluitvormingsproces zodanig in te richten dat uiterlijk 1 juli 2024 de gewijzigde regeling in kan gaan. Hoogachtend, Dagelijks Bestuur van Regio Stedendriehoek

Ineke Lijnema Secretaris

Ron König Voorzitter

Artikelsgewijze toelichting Regeling Regio Stedendriehoek Bij ontwerpregeling 20 december 2023 Aanhef van de regeling De gemeenschappelijke regeling is voortaan een collegeregeling gebaseerd op artikel 1 en 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) . Het zijn formeel de acht colleges van de deelnemende gemeenten die de samenwerking aangaan, en daarover onder meer verantwoording afleggen aan de gemeenteraad. Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze spreken voor zich. Artikel 2 Openbaar lichaam, naam, vestigingsplaats en bestuur Hierin zijn geen veranderingen gebracht: Regio Stedendriehoek blijft een openbaar lichaam, formeel gevestigd in Apeldoorn, als grootste gemeente. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen en dagelijks bestuur en de voorzitter: dat is wettelijk zo geregeld. Hoofdstuk II Belangen, taken en bevoegdheden In dit hoofdstuk is de brede scope van Regio Stedendriehoek onder woorden gebracht. Er zijn geen wijzigingen wat betreft taken. Ook komt er geen verandering in de bevoegdheden: via deze regeling worden er geen gemeentelijke bevoegdheden overgedragen, die de Regio Stedendriehoek in plaats van de deelnemende gemeente uitoefent. Bevoegdheden kunnen wel opgedragen worden om namens de colleges uit te oefenen.

Regio Stedendriehoek beschikt wel over eigen wettelijke bevoegdheden (onder meer omdat zij rechtspersoonlijkheid heeft en omdat het algemeen bestuur de begroting vaststelt, nadat de raden een zienswijze bij het concept hebben kunnen uitbrengen). In artikel 4, tweede lid is verder onder woorden gebracht dat Regio Stedendriehoek bevoegd is tot het organiseren van overleggen voor afstemming, standpuntbepalingen en belangenbehartiging ten opzichte van provincie, Rijk en maatschappelijke organisaties. Artikel 3 Doelstelling Dit artikel verwoordt de actuele doelstelling van de samenwerking. Dat wordt verder in de regeling uitgewerkt en concreet gemaakt. Artikel 4 Belangen en taken De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat de belangen worden vermeld waarvoor de regeling is aangegaan (artikel 10 Wgr). Artikel 4, eerste lid van de gemeenschappelijke regeling geeft die belangen weer. Het tweede lid geeft aan hoe die belangen worden behartigd: het bevorderen van overleg en afstemming en coördinatie tussen de gemeenten, het bevorderen van gemeenschappelijke standpuntbepalingen en het voeren van overleg met andere overheden en belangengroepen. Hoofdstuk III Het algemeen bestuur In de gemeenschappelijke regeling wordt gesproken van algemeen bestuur, in overeenstemming met de terminologie uit de Wgr.

Artikel 5 Samenstelling In dit artikel is vastgelegd dat het algemeen bestuur bestaat uit 1 vertegenwoordiger per college. Ieder lid heeft 1 stem. Artikel 9 beschrijft de besluitvorming en het benodigd aantal stemmen. Artikel 6 Plaatsvervangende leden Elk college wijst ook een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan dat, evenals het collegelid dat hij in het algemeen bestuur vervangt, over één stem beschikt. Artikel 7 Onverenigbaarheid lidmaatschap Het is onwenselijk wanneer een medewerker van Regio Stedendriehoek (in de meest brede zin van het woord) tevens bestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft in het algemeen bestuur.

Artikel 8 Zittingsduur Dit artikel koppelt het lidmaatschap van het algemeen bestuur aan dat van het college. Er is immers sprake van verlengd lokaal bestuur, waar het collegelid in het algemeen bestuur het belang van de eigen gemeente behartigt. In het vierde lid is onder woorden gebracht dat een lid van het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd is aan het eigen college, dat hem kan ontslaan. Dit is in overeenstemming met de betreffende bepalingen in de wet (artikel 18 Wgr). Artikel 9 Werkwijze In dit artikel is vastgelegd dat het algemeen bestuur tenminste vier keer per jaar vergadert (eerste lid). Het algemeen bestuur streeft naar besluitvorming op basis van consensus en unanimiteit (tweede lid). Is dat niet mogelijk, dan besluit het algemeen bestuur op basis van een gewone meerderheid, zoals beschreven in artikel 5: ieder lid heeft één stem. Betreft het een besluit dat de verhoging van de gemeentelijke financiële bijdrage tot gevolg heeft, dan is een meerderheid van tweederde noodzakelijk (derde lid). De Wet open overheid is van toepassing voor het uit eigen beweging openbaar maken van vergaderstukken, verslagen en besluiten. Artikel 10 Reglement van orde Dit artikel spreekt voor zich en behoeft daarom geen toelichting. Artikel 11 Zienswijze bij voorgenomen besluiten Artikel 10, zesde lid 6, Wgr is de wettelijke grondslag voor extra zienswijze-mogelijkheden.

De volgende beleidsdocumenten krijgen eerst een zienswijze-procedure vooraleer het algemeen bestuur deze definitief kan vaststellen: de participatienota bedoeld in artikel 12, de meerjarige kadernota, de meerjarige strategische visie, de voortgangsrapportages. Dit hangt samen met de kaderstellende en controlerende rol van de raden en de informatieverschaffing aan de raden. Artikel 10, zesde lid, Wgr schrijft de procedure voor: het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Dan pas kan het algemeen bestuur tot definitieve besluitvorming overgaan. Artikel 12 Participatie Ook dit artikel behelst een nieuwe mogelijkheid dankzij de recente Wgr-herziening (artikel 10, zevende lid Wgr). De tekst van dit artikel is tot stand gekomen in overleg met de raden. Kern van de zaak is, dat het algemeen bestuur een participatienota zal vaststellen, waarin ook een relatie zal worden gelegd met de participatie op lokaal niveau. Welke besluiten voor participatie in aanmerking komen en op welke wijze participatie ingevuld wordt, zal in de nota beschreven worden.

Daarom wordt, voordat de participatienota wordt vastgesteld de nota voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten om de verankering van de participatie in de nota te beoordelen in relatie tot de participatie op lokaal niveau. Artikel 10, achtste lid, Wgr bepaalt dat participatie plaatsvindt met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de regeling mag hiervan worden afgeweken. Daardoor kan maatwerk worden verricht. In het tweede lid is daarom de mogelijkheid van afwijking van de standaardprocedure opgenomen. Hoofdstuk IV Het dagelijks bestuur Artikel 13 Samenstelling Het dagelijks bestuur heeft 3 leden, inclusief de voorzitter. Het is de bedoeling dat het algemeen bestuur streeft naar een evenwichtige samenstelling van het dagelijks bestuur. Leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur: de Wgr schrijft dit voor. Artikel 14 Zittingsduur Dit artikel koppelt logischerwijs het lidmaatschap van het dagelijks bestuur aan dat van het algemeen bestuur. Ook regelt dit artikel hoe moet worden omgegaan met het tussentijdse openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur en met de waarneming van de functie totdat een opvolger in het dagelijks bestuur is aangewezen.

Artikel 15 Werkwijze Het dagelijks bestuur fungeert als agendacommissie van het algemeen bestuur. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur wettelijke bevoegdheden op het gebied van de organisatie. Het dagelijks bestuur neemt zwaarwegende besluiten, waaronder het aanstellen van de secretaris/directeur, altijd in overleg met het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur komt tenminste vier keer per jaar bijeen (eerste lid). Elk lid heeft 1 stem (tweede lid). Voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn diverse bepalingen uit de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing (derde lid), wat verder zal worden uitgewerkt in een reglement van orde (vierde lid). De Wet open overheid is van toepassing voor het openbaar maken van agenda’s en besluitenlijsten (vijfde lid). Artikel 16 Taakverdeling en plaatsvervanging Het dagelijks bestuur maakt zelf een taakverdeling en regelt de onderling vervanging. Artikel 17 Zienswijzen bij voorgenomen besluiten De zienswijze-mogelijkheden uit de Wgr voor de raden zijn in dit artikel niet gespecificeerd. In zijn algemeenheid raken de uitvoerende besluiten van het dagelijks bestuur niet de taken van de raden, waardoor het niet nodig is die voor te leggen aan de raden. Het dagelijks bestuur is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur, waarin collegeleden vertegenwoordig zijn.

Hoofdstuk V Voorzitter De artikelen 18, 19 en 20 geven de wettelijke regels met betrekking tot de voorzitter van een openbaar lichaam weer. Artikel 18 Voorzitter De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit haar midden aangewezen (eerste lid), vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur dat hiertoe wordt aangewezen door het algemeen bestuur (tweede lid) en draagt zorg voor de handhaving van de orde in de vergadering van het algemeen bestuur (derde lid, dat het betreffende artikel uit de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaart). Artikel 19 Vertegenwoordiging in en buiten rechte De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. Omdat een openbaar lichaam, anders dan een gemeente, niet dualistisch is georganiseerd, maar monistisch werkt, worden alle stukken van het algemeen en dagelijks bestuur mede ondertekend door de secretaris (eerste lid). Het tweede en het derde lid volgen de betreffende bepaling in de wet (artikel 33d Wgr): de voorzitter vertegenwoordigt Regio Stedendriehoek in en buiten rechte. Dat is naar analogie van een burgemeester in de gemeente. De voorzitter laat zich echter vervangen door een lid van het dagelijks bestuur wanneer zijn gemeente partij is.

Artikel 20 Zienswijzen bij voorgenomen besluiten Besluiten van de voorzitter raken in zijn algemeenheid niet de taken van de raden en worden derhalve niet voorgelegd aan de raden voor zienswijzen. Hoofdstuk VI bestuurscommissies Artikel 21 Instellen bestuurscommissies Dit artikel biedt het algemeen bestuur de mogelijkheid een zogeheten bestuurscommissie in te stellen. De Wgr (artikel 25) schrijft voor dat het algemeen bestuur de bestuurscommissie pas kan instellen wanneer de raden van de gemeenten tevoren de gelegenheid krijgen hun eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Hoofdstuk VII Adviescommissies Dit hoofdstuk volgt de betreffende bepalingen uit de Wgr (artikel 24 en 24a) voor het opstellen van zogeheten adviescommissies. Artikel 22 Instellen adviescommissies Omwille van de duidelijkheid in de ‘governance’ van Regio Stedendriehoek hebben de Strategische Board, de programmaberaden en het overleg van gemeentesecretarissen formeel een positie in de

gemeenschappelijke regeling gekregen als adviescommissie (artikel 22, tweede en derde lid). Het algemeen bestuur werkt de samenstelling, de bevoegdheden, de thema’s en de werkwijze verder uit (zie artikel 24), tenzij het enkel om bevoegdheden van het dagelijks bestuur gaat. In dat geval wordt de invulling bepaald door het dagelijks bestuur (vijfde lid). In het zesde lid is vastgelegd dat een lid van het dagelijks bestuur tot wiens portefeuille het werkterrein van de commissie beheert, bij de vergaderingen van de commissie aanwezig is. Artikel 23 Gemeenschappelijke adviescommissie Dit artikel geeft uiting aan een mogelijkheid in de Wgr (artikel 24a): indien de raden van de gemeenten dit gezamenlijk, dat wil zeggen bij unaniem besluit, voorstellen, is het algemeen bestuur verplicht een gemeenschappelijke adviescommissie in het leven te roepen. De Wgr schrijft voor dat het algemeen bestuur de bevoegdheden, taken en werkwijze regelt, nadat de raden de gelegenheid hebben gehad om hun eventuele wensen en bedenkingen aan het algemeen bestuur ter kennis te brengen. Artikel 24 Werkwijze Dit artikel bepaalt dat het algemeen bestuur de samenstelling, de bevoegdheden, de thema’s en de werkwijze regelt van alle commissies en overleggen.

Hoofdstuk VIII Inlichtingen, verantwoording en terugroeping In dit hoofdstuk zijn de betreffende bepalingen uit de Wgr (artikelen 16,17,18,19 en 19a) verwerkt. Artikel 25 Relaties dagelijks bestuur - algemeen bestuur Dit artikel regelt, naar analogie van de relatie tussen het college en de raad, de verhouding tussen het dagelijks en algemeen bestuur, binnen het openbaar lichaam Regio Stedendriehoek. De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en afzonderlijk verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur (eerste lid, geven gevraagd en ongevraagd informatie aan het algemeen bestuur (tweede lid); het algemeen bestuur kan dit in zijn reglement van orde verder uitwerken (derde lid). Indien de leden van het dagelijks bestuur (inclusief de voorzitter) niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur hebben, kunnen zij als lid van het dagelijks bestuur worden ontslagen (maar niet als lid van het algemeen bestuur: dat recht heeft alleen het betreffende college, conform artikel 8, vierde lid). Artikel 26 Relatie bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter) – raden van gemeenten Dit artikel schrijft voor dat de bestuursorganen van de Regio Stedendriehoek een actief informatiebeleid zullen voeren ten opzichte van de gemeenteraden. Het algemeen bestuur zal dit verder concreet uitwerken.

Artikel 27 Relaties leden algemeen bestuur – raden en colleges van gemeenten Dit artikel geeft de wettelijke verplichtingen (artikel 18 Wgr) voor het geven van informatie door een individueel lid van het algemeen bestuur aan de betreffende gemeenteraad (eerste lid). De raad kan zelf bepalen op welke wijze dat geschiedt. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het betreffende lid van het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd is aan het betreffende college. Op grond van artikel 8, vierde lid kan het college zijn vertegenwoordiger in het algemeen bestuur ontslaan, wanneer deze niet meer beschikt over het vertrouwen van het college. Hoofdstuk IX Vergoedingen Artikel 28 Vergoedingen Dit artikel opent de mogelijkheid dat het algemeen bestuur een vergoeding toekent aan leden van bestuurs- en adviescommissies, voor zover het niet een burgemeester, wethouder of gemeentesecretaris betreft. Hoofdstuk X Secretaris Dit hoofdstuk regelt de ondersteuning voor de regionale bestuursorganen en de ambtelijke organisatie, zoveel als mogelijk naar analogie van de Gemeentewet. Overeenkomstig zijn wettelijke taken (artikel 33b Wgr) heeft met name het dagelijks bestuur hierin een rol.

Artikel 29 Secretariële ondersteuning voor bestuursorganen Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de secretariële ondersteuning voor de bestuursorganen van de Regio Stedendriehoek en wijst daartoe de secretaris aan. Artikel 30 De ambtelijke organisatie Dit artikel bepaalt dat het dagelijks bestuur regels vaststelt voor de ambtelijke organisatie (tweede lid). Het derde lid bepaalt dat de Regio Stedendriehoek een secretaris/directeur kent. Deze positie wordt verder uitgewerkt in de al genoemde regeling voor de ambtelijke organisatie en in een afzonderlijke instructie voor de secretaris/directeur. Artikel 31 Rechtspositie Omwille van de duidelijkheid is opgenomen dat voor bij de Regio Stedendriehoek gedetacheerd personeel, in dienst van een gemeente, de rechtspositie van de betreffende gemeente van toepassing is. Hoofdstuk XI Financiële bepalingen De bepalingen in dit hoofdstuk zijn grotendeels ongewijzigd: er zijn geen nieuwe financiële afspraken tussen de gemeenten. Wel is op enkele plaatsen een nieuwe wettelijke verplichting opgenomen. Artikel 32 Kaderbrief en voorlopige jaarrekening Dit artikel bevat de betreffende wettelijke bepaling (artikel 34b Wgr): uiterlijk 30 april ontvangen de raden de zogeheten kadernota (met de algemene financiële en beleidsmatige kaders) voor het komende begrotingsjaar en de voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar.

Artikel 33 Begroting en gemeentelijke bijdrage Dit artikel legt vast (eerste, tweede en derde lid) dat de gemeenten een gelijke bijdrage per inwoner verschuldigd zijn en dat zij tweemaal per jaar bij wijze van voorschot de helft van die bijdrage betalen zoals in de begroting is geraamd. Daarin is geen verandering gekomen met deze wijziging. Nieuw zijn het vierde en vijfde lid, met daarin het nieuwe tijdstip (15 september) waarop het begrotingsproces uiterlijk moet zijn afgerond. Artikel 34 Begrotingswijzigingen Voor een begrotingswijziging gelden dezelfde regels als voor de begroting, maar wanneer een begrotingswijziging voor de gemeenten budgettair neutraal is, is het niet nodig de raad een zienswijze te vragen. Artikel 35 Jaarrekening Dit artikel is inhoudelijk niet gewijzigd; het geeft de wettelijk verplichte, en voor Regio Stedendriehoek gebruikelijke regels weer. Artikel 36 Reserve Dit artikel spreekt voor zich en behoefte daarom geen toelichting. Artikel 37 Garantstelling Dit artikel spreekt voor zich; het wil waarborgen dat het openbaar lichaam Regio Stedendriehoek altijd kan voldoen aan zijn financiële verplichtingen. Hoofdstuk XII Archief Artikel 38 Archief Dit artikel spreekt voor zich; het beschrijft de verplichtingen die voortvloeien uit de Archiefwetgeving. 5. Hoofdstuk XIII Geschillenregeling Artikel 39 Geschillenbeslechting

Artikel 39 van de regeling is niet gewijzigd. De Wgr bepaalt dat geschillen worden beslecht door gedeputeerde staten (artikel 28 Wgr). Vooraleer het geschil aan gedeputeerde staten wordt voorgelegd, wordt de kwestie voorgelegd aan een geschillencommissie (eerste lid), die is benoemd door het dagelijks bestuur, in samenspraak met de betrokken gemeente of gemeenten (tweede lid). De geschillencommissie brengt een advies uit; betrokken partijen kunnen tevoren overeenkomen dat dat advies bindend is (vierde lid). Hoofdstuk XIV Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing Dit hoofdstuk is grotendeels identiek aan de vorige gemeenschappelijke regeling, maar op grond van de herziende Wgr zijn met name de bepalingen voor uittreding aangepast. Ook is de tekst aangepast omdat deze gewijzigde regeling nu een collegeregeling is, waaraan de raden en burgemeesters niet meer deelnemen. Er is geen wijziging aangebracht in de stemverhoudingen die nodig zijn voor een toetreding, wijziging of opheffing van de regeling. Daarvoor blijft de instemming nodig van de colleges van tenminste vijf gemeenten, die tenminste drie vierde deel van de inwoners vertegenwoordigen. Deze gekwalificeerde meerderheid moet een sterk draagvlak garanderen. De eis van drie vierde van de inwoners moet verzekeren dat altijd de instemming van de grootse gemeente nodig is.

Voor de toetreding, wijziging of uittreding gelden de regel van de Wgr: een college biedt eerst een voorstel daartoe bij de raad aan voor een zienswijze, waarna het eventueel aangepaste ontwerp aan de raad wordt aangeboden voor toestemming (artikel 1 Wgr). Artikel 40 Toetreding Een college van een andere gemeente kan toetreden, indien de colleges van tenminste vijf gemeenten, die tenminste drie vierde deel van de inwoners vertegenwoordigen, daarmee instemmen. Aan de toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden. Artikel 41 Uittreding In dit artikel is de herziening van de Wgr uit 2022 verwerkt. In de regeling dient opgenomen te zijn wat de gevolgen zijn van uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon Regio Stedendriehoek, het vermogen van de uittredende gemeenten en het vermogen van de ‘achterblijvende’ gemeenten. Een gemeente die wil uittreden, moet tevoren weten wat de kosten voor die uittreding zijn. Daarom is vastgelegd dat de uittreding pas kan plaatsvinden op 1 januari van het tweede jaar na aankondiging en dat de kosten vervolgens in de twee jaren daarna nog eenmaal 80% en 60% bedragen van de gemeentelijke bijdrage in het laatste jaar van deelname. Daarmee hebben de achterblijvende gemeenten en de organisatie van Regio Stedendriehoek voldoende tijd om zich te prepareren op de gevolgen, ook de niet-financiële consequenties.

Het algemeen bestuur maakt daartoe een uittredingsplan. Artikel 42 Wijziging Het dagelijks bestuur, maar ook een afzonderlijk college, kan een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling indienen. Het algemeen bestuur stelt het voorstel tot wijziging vast, dat door het dagelijks bestuur wordt aangeboden aan alle colleges. Voor de wijziging is de instemming vereist van colleges van tenminste vijf gemeenten, die tenminste drie vierde deel van de inwoners vertegenwoordigen. Artikel 43 Opheffing Ook hier geldt: de regeling wordt opgeheven, wanneer de colleges van tenminste vijf gemeenten, vertegenwoordigende tenminste drie vierde deel van de bevolking van de regio daartoe besluiten. Het algemeen bestuur besluit vervolgens tot liquidatie en stelt een liquidatieplan op in samenspraak met de raden; het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie en de bestuursorganen van de regio blijven functioneren totdat de liquidatie is voltooid. Hoofdstuk XV Slotbepalingen Artikel 44 Evaluatie Dit artikel is een uitvloeisel van de herziening van de Wgr (artikel 11a) dat voorschrijft dat een gemeenschappelijke regeling bepalingen moet bevatten omtrent de evaluatie. Artikel 44 bepaalt dat er tenminste eens in de vier jaar een evaluatie plaatsvindt en dat het algemeen bestuur de omvang, inhoud en werkwijze van die evaluatie bepaalt, nadat de raden om een zienswijze is gevraagd.

Artikel 45 Toezending regeling Dit artikel geeft het college van de gemeente Apeldoorn, als plaats van vestiging van Regio Stedendriehoek, de opdracht de regeling bekend te maken en te zenden aan gedeputeerde staten. Artikel 46 Duur en inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 47 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting.

De Colleges van B&W van Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen

Kenmerk: Plaats, datum: Behandeld door: Telefoon: Onderwerp:

000419497 Deventer, 21 december 2023

Aanbieden Zienswijzenota ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek

Geachte colleges,

Wij hebben u op 7 juli 2023 de ontwerpregeling- en toelichting op de Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek aangeboden en u in de gelegenheid gesteld om uw raad een zienswijze in te laten dienen. We zijn blij dat we van alle gemeenteraden een reactie hebben ontvangen. Dat geeft de betrokkenheid van de raden bij de regio aan. Zes raden hebben een zienswijze ingediend en alle acht gemeenten stellen voor een raadsadviescommissie in te stellen. In de bijlage bij deze brief geeft het Algemeen Bestuur (Regioraad, AB) duiding aan de zienswijzen en hoe het AB met de zienswijzen wil omgaan. In het algemeen herkent het AB zich in de ingediende zienswijzen. Veel van de zienswijzen neemt het AB over, hetzij via aanpassing van de regeling zelf, hetzij via andere besluiten of activiteiten. Het AB hecht aan een flexibele regeling waarbij er ruimte is om in de loop van de tijd zaken aan te passen, zonder dat de regeling zelf aangepast moet worden. De rol van de in te stellen raadsadviescommissie is daarbij voor het AB en het Dagelijks Bestuur essentieel. We zijn blij dat alle gemeenteraden hebben gevraagd om deze commissie in te stellen. De niet-politieke commissie helpt om de belangen van de raad goed voor het voetlicht te brengen. Veel van de zienswijzen verwijzen naar de positie van de raad binnen de regionale samenwerking.

Door het instellen van de commissie wordt die positie versterkt. Na de inwerkingtreding van de gewijzigde regeling gaat het AB aan de slag met het (formeel) instellen van de raadsadviescommissie, in overleg met de raden. We zien er naar uit om samen met u en de gemeenteraden verder uitvoering te geven aan de opdracht in deze gemeenschappelijke regeling om de gemeenschappelijke en regionale belangen van de gemeenten te behartigen en het samen met belangengroepen, maatschappelijke organisaties en private partijen bevorderen van een regio ‘in balans’ en het versterken van de brede welvaart. Wij verzoeken u om de reactie op de zienswijzen over te nemen en te delen met uw raad. Hoogachtend, Dagelijks Bestuur van Regio Stedendriehoek

Ineke Lijnema Secretaris

Ron König Voorzitter

Zienswijzenota Ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek Zes gemeenteraden hebben een inhoudelijk zienswijze gegeven op de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek. Aan de hand van de diverse instrumenten in de regeling is hieronder een reactie gegeven op de diverse zienswijzen. Het Algemeen Bestuur heeft daarbij geprobeerd om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van de raden. Soms in de vorm van wijziging van de regeling en andere keren door alternatieven voor de regeling te benoemen. Het Algemeen bestuur hecht aan een flexibel e regeling waarbij de rol en positie van raden en colleges voldoende zijn gewaarborgd. Zienswijze bestuursbesluiten (Apeldoorn, Deventer, Epe, Voorst) Een aantal raden vraagt om het toevoegen van documenten waarover de raden een zienswijze kunnen indienen. We snappen die wens. Vooral wanneer het gaat om documenten die de bevoegdheid van een raad raken, zoals participatienota en het evalueren van de regio. Deze documenten zullen we in de definitieve versie van de regeling opnemen (art. 11). De vraag vanuit één van de raden om het inhoudelijke meerjarenbeleidsplan voor te te leggen aan de raad voor zienswijze is al opgenomen in de regeling. Het toesturen van de jaarlijkse kadernota is een wettelijke verplichting vanuit de Wgr, waar geen verplichting tot zienswijze bij is opgenomen.

Toch snappen we dat de raden invloed willen hebben op de kaders voor de begroting. Daarom hebben we in de regeling opgenomen dat we een meerjarige kadernota opstellen, die voor zienswijze wordt voorgelegd aan de raden (art. 11). We menen dat we hiermee de raden voldoende in positie brengen. Documenten die een uitvoerend karakter hebben, zoals jaarplannen, behoren niet tot de bevoegdheid van raden. Om raden wel hun controlerende taak te kunnen laten uitvoeren, komen de jaarplannen samengevat terug in de begroting (zienswijze mogelijk) en het jaarverslag van de regio. Hiermee kunnen de raden via een zienswijze of via het lid in het algemeen bestuur sturing geven aan de regio. Eén van de zienswijzen verzoekt om de zienswijzetermijn te verlengen naar tien weken. Deze termijn is praktisch haalbaar en vertraagt de besluitvorming binnen de regio niet onredelijk. Daarom passen we deze termijn aan. De wettelijke termijn voor de ontwerpbegroting blijft uiteraard twaalf weken. In de praktijk is de termijn al langer en wordt in de nieuwe situatie nog ruimer. Dit sluit aan op het verzoek van één van de raden. Participatie (Apeldoorn, Epe) De zienswijzen vragen om de participatiewijze (art. 12) aan te laten sluiten bij de participatiewijzen van andere GR-en in de regio of in elk geval passende mogelijkheden voor participatie op te nemen in de regeling.

De wet geeft aan dat in de regeling participatie moet zijn opgenomen. In de toelichting bij de wet staat dat het van belang is dat in de regeling afspraken zijn gemaakt over participatie. Dit hebben we opgenomen in de voorliggende regeling. We hebben bewust in de regeling niet de precieze wijze van participatie opgenomen om zodoende flexibel te kunnen zijn, dit in afstemming met de informele raadsadviescommissie. Doordat deze participatienota voorgelegd wordt aan de raden voor een zienswijze (zie vorige paragraaf) hebben de raden de mogelijkheid om een reactie te geven op de nota en dus ook op de punten die in de zienswijze worden ingebracht. Voor verdere informatie verwijzen we naar de toelichting bij de gewijzigde regeling. We zullen de inhoud van de zienswijze uiteraard betrekken bij het opstellen van de participatienota. Evaluatie (Apeldoorn, Epe, Voorst) Gevraagd wordt om de evaluatieopdracht van de regeling te bespreken in de raadsadviescommissie en dat deze evaluatie plaatsvindt in het derde jaar van de raadsperiode. Wij delen deze visie. Het evalueren van de regeling is een belangrijk onderdeel van de regionale samenwerking, waarbij de betrokkenheid van de raden essentieel is. Door de (criteria) van de evaluatie ter zienswijze voor te leggen aan de raden (zie eerste paragraaf) regelen we in de regeling de formele positie van de raden.

De rol van de raadsadviescommissie wordt geregeld in een aparte regeling voor de commissie. De ingediende zienswijze zullen we daarin meenemen. We zijn van mening dat het vastleggen van het moment van evaluatie in de regeling de flexibiliteit van evalueren niet ten goede komt. Er kunnen redenen zijn om in een ander jaar te evalueren. Uiteraard wel binnen de vierjaarlijkse termijn, waarom in één van de zienswijzen wordt gevraagd. De redenen om in het derde jaar te evalueren delen wij echter wel. Wij zullen er daarom naar streven om in het derde jaar de evaluatie te laten plaatsvinden. Uittreden (Apeldoorn) De regeling zou op het punt van wijziging, opheffing en uittreding onvoldoende duidelijk zijn geformuleerd. Wij delen de visie dat de regeling duidelijk moet zijn over de voorwaarden en gevolgen van eventuele uittreding. Op het moment dat er sprake is van een wens tot uittreding moet de procedure niet ter discussie staan. Wij hebben daarom in de regeling gekozen voor een formulering die past bij deze gemeenschappelijke regeling, eenvoudig is en voldoet aan de wet. De wet schrijft voor om in de regeling de voorwaarden van uittreding en de (financiële) gevolgen voor het samenwerkingsverband en de betrokken gemeenten op te nemen. Dit is opgenomen in de regeling: • Een gemeente kan altijd uittreden. In de regeling worden daar geen extra voorwaarden aan verbonden.

• •

De financiële gevolgen van uittreding voor het samenwerkingsverband en de overige deelnemende gemeente zijn in de regeling duidelijk geformuleerd: de uittredende gemeente draagt de kosten die verband houden met de uittreding. De gevolgen voor een uittredende gemeente zijn dat zij het eerste en het tweede jaar na uittreding nog bijdragen aan de regeling, zonder daar deel van uit te maken.

De daadwerkelijke financiële gevolgen kunnen in de regeling niet worden opgenomen, omdat dit afhankelijk is van het moment van uittreding. Daarom is in de regeling opgenomen dat het algemeen bestuur deze gevolgen op dat moment inventariseert en een uittredingsplan opstelt. Wij zijn van mening dat hiermee de regeling voldoende duidelijkheid geeft bij uittreding en voldoet aan de voorwaarden vanuit de wetgeving. We hebben er bewust voor gekozen om geen andere voorwaarden en/of gevolgen op te nemen. Dit zou juist zorgen voor meer onduidelijkheid en discussie bij uittreding. Overig (Apeldoorn, Lochem, Zutphen) Naast zienswijzen over de instrumenten is er nog een aantal andere zienswijzen ingediend: •

Vastleggen termijnen P&C-cyclus - De termijnen voor het aanleveren van de kadernota en begroting aan de raden is wettelijk geregeld. In één van de zienswijze wordt gevraagd om te overwegen of de termijnen, zoals die in de praktijk worden gehanteerd, op te nemen in de regeling. Wij begrijpen deze wens om duidelijkheid van de termijnen. Tegelijkertijd zorgt het vastleggen van bovenwettelijke termijnen voor minder flexibiliteit. Wij hechten er daarom aan om samen met de Raadsadviescommissie af te stemmen welke termijnen gewenst zijn. Overigens staan in de toelichting bij de regeling de termijnen die we binnen de regio hanteren benoemd.

•

Concretisering belang regio – Wij onderschrijven de oproep om bij de uitwerking van plannen, deze zo ‘SMART’ mogelijk te concretiseren. Vanuit de Strategische Agenda is een Uitvoeringsagenda opgesteld, op basis waarvan elk jaar de begroting en de jaarplannen worden opgesteld. In deze volgorde worden de activiteiten, inspanningen en beoogde resultaten steeds concreter. Wij delen de visie dat daardoor een goede evaluatie mogelijk en zinvol is.

•

Geschillencommissie wenselijk? – Er zijn twijfels bij het instellen van een geschillencommissie, omdat dit een onduidelijke extra procedurestap zou opleveren, die wettelijk niet nodig is. Het is inderdaad zo dat bij geschillen, een geschillencommissie een extra procedurestap is. We hebben hier bewust voor gekozen om te voorkomen dat we bij een geschil deze direct moeten voorleggen aan Gedeputeerde Staten (op basis van artikel 28 Wgr). We zijn van mening dat we als gemeenten onze geschillen eerst onderling moeten zien op te lossen. Een geschillencommissie kan daarbij een goede rol spelen, zoals dit ook al is opgenomen in de huidige regeling (art. 32). Uiteraard verwachten we dat deze geschillencommissie niet nodig zal zijn en eventuele geschillen tussen partijen onderling worden opgelost.

•

Strategische Board als adviescommissie - Gevraagd wordt om de Strategisch Board op te nemen in de regeling als één van de adviescommissies van het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan dat het bedrijfsleven en het onderwijs betrokken zijn bij de gemeenschappelijke regeling. Het voorstel om de Board als adviescommissie op te nemen in de regeling omarmen wij daarom van harte en nemen we op in de definitieve regeling (art. 22).

•

Toevoegen van ‘welzijn voor dieren’ – De zienswijze vraagt om naast aandacht voor welvaart ook aandacht te hebben voor dieren, gelet op het begrip brede welvaart. Wij zien het begrip ‘brede welvaart’ als een begrip dat de breedte van welvaart en welzijn voor mens én dier omvat. De genoemde activiteiten in artikel 1 a t/m d zijn niet limitatief, waarmee welzijn voor dieren ook kan vallen onder de doelstelling van de regio. De uitwerking van ‘brede welvaart’ wordt gedaan in de diverse agenda’s die zijn en worden opgesteld.

Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek

Apeldoorn - Brummen - Deventer - Epe - Heerde - Lochem - Voorst - Zutphen

Datum: 20 december 2023 Ontwerpwijziging

2

De colleges van burgemeester en wethouders van Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen; •

overwegende dat voor hun gebied de algemene intergemeentelijke samenwerking vorm heeft gekregen door samenwerking in de Regeling Regio Stedendriehoek waarbij het openbaar lichaam Regio Stedendriehoek is ingesteld;

•

dat het wenselijk is om de Regeling Regio Stedendriehoek aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden en werkwijze binnen de Regio Stedendriehoek;

•

dat bij wet van 15 december 2021 (Stb. 18) de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd om de democratische legitimiteit van de gemeenschappelijke regeling te versterken;

•

dat de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen ook gevolgen heeft voor de Regeling Regio Stedendriehoek;

•

dat er niet langer bevoegdheden van de raden van de deelnemende gemeenten aan de Regio Stedendriehoek worden overgedragen, zodat de raden hebben besloten uit te treden uit deze regeling;

•

dat er niet langer bevoegdheden van de burgemeesters van de deelnemende gemeenten aan de Regio Stedendriehoek worden overgedragen, zodat de burgemeesters hebben besloten, met inachtneming van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regeling, uit te treden uit deze regeling;

•

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;

BESLUITEN: de navolgende gemeenschappelijke regeling "Regeling Regio Stedendriehoek" te wijzigen, zodat deze als volgt komt te luiden:

3

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a. b. c. d. e.

college: gebied: gemeente: regio: wet:

het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten; een aan deze regeling deelnemende gemeente; het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze regeling; Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2 Openbaar lichaam, naam, vestigingsplaats en bestuur 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: Regio Stedendriehoek. 2. De Regio Stedendriehoek is gevestigd in Apeldoorn. 3. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: - het algemeen bestuur; - het dagelijks bestuur; - de voorzitter.

HOOFDSTUK II Doelstelling, belangen, taken en bevoegdheden Artikel 3 Doelstelling Het doel van deze regeling is het behartigen van de gemeenschappelijke en regionale belangen van de gemeenten en het samen met belangengroepen, maatschappelijke organisaties en private partijen bevorderen van een regio ‘in balans’ en het versterken van de brede welvaart van het gebied door een evenwichtige ontwikkeling van het gebied en een versterking van de kwaliteit van het vestigingsklimaat.

Artikel 4 Belangen en taken 1. De door de Regio Stedendriehoek in het kader van het doel van deze gemeenschappelijke regeling te behartigen belangen zijn: De realisatie van de regionale ambities en maatschappelijke opgaven om de leefbaarheid van het gebied te vergroten alsmede een versterking van de kwaliteit van het vestigingsklimaat door onder andere: a. verbetering van het innovatieve vermogen van de regionale economie door innovaties in de industrie, zorg, ICT en zakelijke dienstverlening; b. vergroting van de sociale betrokkenheid en participatie van mensen in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en in het maatschappelijk leven; c. verbetering van de externe en interne bereikbaarheid door middel van een verbeterd snelwegennet, goede noord-zuid verbindingen, doorstroming op de stedelijke invalswegen en een beter gebruik van het regionaal openbaar vervoer en voor korte afstanden de fiets; d. versterking van de kwaliteit van de leefomgeving door onder andere regionale afstemming van het gezamenlijke programma van wonen, werken en voorzieningen, verduurzaming van de voorraad woningen en kantoren, herontwikkeling van verouderde plekken en delen in stad of

4

dorp, beter leefbaar en bruikbaar maken van landschappen en versterking van lokale identiteiten en cultuurhistorische rijkdom. 2. De behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen omvat onder meer: a. de bevordering van overleg met en tussen de gemeenten ter afstemming en coördinatie van gemeentelijke (voornemens tot) beleidsvoornemens en beleidsmaatregelen; b. de bevordering van gemeenschappelijke standpuntbepalingen; c. het voeren van overleg met de provinciale en rijksoverheid en het voorstaan van deze belangen ook bij andere instellingen, waaronder belangengroepen, maatschappelijke organisaties en private partijen; d. het geven van voorlichting inzake de belangenbehartiging in de ruimste zin door de regio.

HOOFDSTUK III Het algemeen bestuur Artikel 5 Samenstelling 1. Het college van iedere gemeente wijst uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur aan. 2. Het door het college aangewezen lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

Artikel 6 Plaatsvervangende leden Tegelijk met de aanwijzing van het lid als bedoeld in artikel 5 wijst het college van iedere gemeente een plaatsvervangend lid aan.

Artikel 7 Onverenigbaarheid lidmaatschap 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar werkzaam bij de Regio Stedendriehoek of ondergeschikt aan het bestuur van de Regio Stedendriehoek. 2. Met ambtenaren worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die geen ambtenaar zijn, maar eveneens op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij de Regio Stedendriehoek werkzaam zijn.

Artikel 8 Zittingsduur 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra een lid ophoudt lid te zijn van het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen. 2. De colleges van de gemeenten beslissen zo spoedig mogelijk aan het begin van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden en de plaatsvervangend leden van het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 3. Zolang de leden deel uitmaken of voorzitter zijn van het college dat hen heeft aangewezen, behouden zij het lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien. 4. Het college van een gemeente kan het door hem aangewezen lid, indien dit het vertrouwen van het college niet meer bezit, te allen tijde ontslaan. Het college doet daarvan onmiddellijk mededeling aan de voorzitter van de Regio Stedendriehoek. 5. Als tussentijds een plaats van een lid van het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst het college dat het aangaat zo spoedig mogelijk daarna een nieuw lid aan. 6. Na aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geeft het college van de gemeente daarvan binnen

5

veertien dagen kennis aan de voorzitter. 7. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het ontslag wordt meegedeeld aan het algemeen bestuur en aan het college dat het lid heeft aangewezen. 8. Een lid van het algemeen bestuur dat ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger is aangewezen en deze de aanwijzing heeft aanvaard. 9. Het bepaalde in het eerste tot en met het achtste lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangend leden.

Artikel 9 Werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo vaak de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of tenminste drie leden van het algemeen bestuur dit, onder opgave van redenen, schriftelijk verzoeken. 2.

Besluitvorming vindt zoveel als mogelijk plaats op basis van consensus en unanimiteit.

3. Een besluit tot wijziging van de gemeentelijke financiële bijdragen, wordt genomen met een meerderheid van twee derde van het ter vergadering aanwezige aantal stemmen. 4. Het algemeen bestuur maakt met inachtneming van hoofdstuk 5 van de Wet open overheid zijn vergaderstukken, verslagen alsmede besluiten voorzien van motivering en van hun commissies uit eigen beweging openbaar.

Artikel 10 Reglement van orde 1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2. Het reglement van orde bevat bepalingen over de toezending aan of de tervisielegging voor de leden van de raden van de gemeenten van de stukken die de voorzitter aan de leden van het algemeen bestuur heeft toegezonden.

Artikel 11 Zienswijze bij voorgenomen besluiten 1. Buiten de bij of krachtens de wet of in deze regeling bepaalde gevallen wordt voorafgaande aan het vaststellen van de volgende ontwerpbesluiten van het algemeen bestuur een zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de wet, gevraagd aan de raden van de gemeenten: - de participatienota, bedoeld in artikel 12; - een meerjarige kadernota; - een meerjarige strategische visie; - voortgangsrapportages, en - het liquidatieplan, bedoeld in artikel 43, zesde lid. 2. De termijn voor het indienen van zienswijzen bedraagt tien weken. 3. Onder het vaststellen van het besluit wordt mede verstaan het wijzigen ervan.

Artikel 12 Participatie 1. Het algemeen bestuur stelt een participatienota vast, waarin in ieder geval: - de mogelijkheden, en - het proces van, en - het betrekken van de reacties bij participatie voor ingezetenen van het gebied en belanghebbenden ten aanzien van de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid worden opgenomen. 2. Het algemeen bestuur kan, in afwijking van artikel 10, achtste lid, van de wet een ander proces van participatie vaststellen. 6

HOOFDSTUK IV Het dagelijks bestuur Artikel 13 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, inclusief de voorzitter. 2. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur geschiedt door het algemeen bestuur uit zijn midden.

Artikel 14 Zittingsduur 1. De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat bestuur af op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur eindigt. 2. Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uit, totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur weer is bezet. 3. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. 4. Degene, die als lid van het dagelijks bestuur ontslag heeft genomen of overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde moet aftreden, blijft de functie waarnemen totdat de opvolger is aangewezen en deze de aanwijzing heeft aanvaard. 5. Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

Artikel 15 Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit nodig oordelen. 2. In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid een stem. 3. De artikelen 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen. Het reglement wordt aan het algemeen bestuur meegedeeld. 5. Het dagelijks bestuur maakt met inachtneming van hoofdstuk 5 van de Wet open overheid de agenda’s en besluitenlijsten uit eigen beweging openbaar.

Artikel 16 Taakverdeling en plaatsvervanging 1. De onderlinge taakverdeling van de leden van het dagelijks bestuur wordt bepaald door het dagelijks bestuur. 2. Het dagelijks bestuur wijst, zoveel mogelijk met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, binnen de kring van dit bestuur onderlinge vervangers aan.

7

3. De vervangingsregeling wordt aan het algemeen bestuur meegedeeld.

Artikel 17 Zienswijzen bij voorgenomen besluiten Buiten de in deze regeling of bij of krachtens de wet bepaalde gevallen wordt voorafgaande aan de besluiten van het dagelijks bestuur geen zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de wet, gevraagd aan de raden van de gemeenten.

HOOFDSTUK V Voorzitter Artikel 18 Voorzitter 1. De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit haar midden aangewezen. 2. Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door een hiertoe door het algemeen bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur. 3. Artikel 26 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19 Vertegenwoordiging in en buiten rechte 1. De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan en de stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris mede ondertekend. 2. De voorzitter vertegenwoordigt de regio in en buiten rechte. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die daarbij partij is, laat hij zich overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, vervangen. 3. De voorzitter kan de in het tweede lid bedoelde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

Artikel 20 Zienswijzen bij voorgenomen besluiten Buiten de in deze regeling of bij of krachtens de wet bepaalde gevallen wordt voorafgaande aan de besluiten van de voorzitter geen zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de wet, gevraagd aan de raden van de gemeenten.

HOOFDSTUK VI Bestuurscommissies Artikel 21 Instellen bestuurscommissies 1. Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Daarbij regelt het algemeen bestuur de samenstelling en de bevoegdheden van deze commissies. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

8

HOOFDSTUK VII Adviescommissies Artikel 22 Instellen adviescommissies 1. Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen, waaronder ook begrepen vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur en de voorzitter. 2. Er is een adviescommissie, genaamd Strategische Board. 3. Er is een overleg van gemeentesecretarissen van de gemeenten. 4. Er is een overleg van portefeuillehouders van de gemeenten. 5. Het dagelijks bestuur of de voorzitter kunnen voor advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter andere commissies van advies dan die als bedoeld in het eerste lid instellen. 6. Het lid van het dagelijks bestuur, in het bijzonder belast met de desbetreffende taak is in de vergaderingen van die commissies voor zijn taakonderdeel aanwezig.

Artikel 23 Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt, als de raden dit overeenkomstig artikel 24a van de wet gezamenlijk voorstellen, een gemeenschappelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 24a van de wet in.

Artikel 24 Werkwijze Het algemeen bestuur regelt in ieder geval de samenstelling, de bevoegdheden, de thema’s, taken en werkwijze van de in dit hoofdstuk genoemde commissies en overleggen.

HOOFDSTUK VIII Inlichtingen, verantwoording en terugroeping Artikel 25 Relaties dagelijks bestuur – algemeen bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Zij geven gezamenlijk aan het algemeen bestuur, uit eigen beweging of wanneer het algemeen bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 3. Het algemeen bestuur kan in zijn reglement van orde voor zijn vergadering nadere regels stellen over de wijze waarop door het dagelijks bestuur dan wel de leden daarvan inlichtingen worden verstrekt respectievelijk verantwoording moet worden afgelegd. 4. De leden van het dagelijks bestuur, de voorzitter inbegrepen, kunnen door het algemeen bestuur uit hun functie worden ontslagen, als deze leden het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten.

9

Artikel 26 Relatie bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter) – raden van gemeenten Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid, gevraagd en ongevraagd, aan de raden van de gemeenten alle inlichtingen op een door het algemeen bestuur te bepalen wijze.

Artikel 27 Relaties leden algemeen bestuur – raden en colleges van gemeenten 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door de raad, of door een of meer leden daarvan, worden verlangd, op een door de raad van die gemeente te bepalen wijze. 2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college van de deelnemende gemeente voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

HOOFDSTUK IX Vergoedingen Artikel 28 Vergoedingen 1. Het algemeen bestuur kan aan de leden van de commissies als bedoeld in artikel 21, een tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij niet de functie van wethouder, burgemeester of gemeentesecretaris vervullen, een door het algemeen bestuur, vast te stellen vergoeding voor te verrichten werkzaamheden toekennen. 2. Het algemeen bestuur kan aan de leden van een commissie van advies als bedoeld in de artikelen 22 en 23, niet zijnde burgemeester, wethouder of gemeentesecretaris van een gemeente, met inachtneming van artikel 21 dan wel 24a van de wet een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van die commissie toekennen.

HOOFDSTUK X Secretaris Artikel 29 Secretariële ondersteuning voor bestuursorganen Het dagelijks bestuur voorziet in secretariële ondersteuning voor het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter en wijst daartoe de secretaris van de Regio Stedendriehoek als bedoeld in artikel 24, derde lid, aan.

Artikel 30 De ambtelijke organisatie 1. Het dagelijks bestuur stelt regels vast over de ambtelijke organisatie van de regio. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een zodanige inrichting van de ambtelijke organisatie, dat op doelmatige en efficiënte wijze vorm gegeven wordt aan het bepaalde ten aanzien van de doelstelling en de belangen en taken. 3. De regio kent een secretaris/directeur, nader aan te duiden in de regeling op de ambtelijke organisatie. Het dagelijks bestuur neemt in de regeling op de ambtelijke organisatie een instructie voor de secretaris/directeur op.

Artikel 31 Rechtspositie Op het personeel dat gedetacheerd is bij de regio is van toepassing de rechtspositieregeling van de 10

gemeente waar het personeel in dienst is.

HOOFDSTUK XI Financiële bepalingen Artikel 32 Kaderbrief en voorlopige jaarrekening Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten.

Artikel 33 Begroting en gemeentelijke bijdrage 1. In de begroting wordt in ieder geval geraamd de door elke gemeente, voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 2. De bijdrage wordt, rekening houdend met eventuele inkomsten uit anderen hoofde, geraamd op grond van een gelijke bijdrage per inwoner in de nadelige saldi, voor zover daarin niet wordt voorzien door andere bijdragen krachtens nadere afspraken met de raad, respectievelijk de raden van een of meer gemeenten. 3. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en 16 juli telkens de helft van de bijdrage. 4. Het algemeen bestuur stelt uiterlijk 14 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient, de begroting vast. 5. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Artikel 34 Begrotingswijzigingen De bepalingen in de wet met betrekking tot de begroting zijn mede van toepassing op wijzigingen van de begroting, waarbij bij wijzigingen van de begroting die voor de gemeenten budgettair neutraal zijn het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid van de wet niet van toepassing is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13855511/1