A29 - B&W Brummen - Jaarverantwoording 2020 Wet Kinderopvang
Tekst van het document
Besluit van burgemeester en wethouders van Brummen
Onderwerp:
vaststelling Jaarverantwoording Kinderopvang 2020 gemeente Brummen
Portefeuille:
Onderwijs
Portefeuillehouder:
G.I. Timmer
Vertrouwelijkheid:
Openbaar
Embargo tot en met: Proces:
Inwonerszaken
Kenmerk:
Z058102/D354771
Burgerparticipatie:
Niet van toepassing
Raadsprocedure:
Ja, ter kennisname
Besluit:
Akkoord (Ongewijzigd besloten)
Besloten op:
11 mei 2021
Voorstel / Advies 1. de jaarverantwoording kinderopvang 2020 van de gemeente Brummen vast te stellen; 2. de vastgestelde jaarverantwoording ter kennisname te sturen naar de raad.
Besluit 1. de jaarverantwoording kinderopvang 2020 van de gemeente Brummen vast te stellen 2. de vastgestelde jaarverantwoording ter kennisname te sturen naar de raad
Inleiding De inspectie van Onderwijs verzamelt aan de hand van een verplicht gesteld model, jaarlijks gemeentelijke informatie over de kwaliteit van de kinderopvang. Vanaf 2019 verloopt de jaarverantwoording via de website ISD (Internet Schooldossier). De gegevens over onze gemeente worden één op één gehaald uit het Landelijk Register voor Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP), GIR inspecteren en GIR Handhaven. Hierbij wordt als peildatum 1 maart 2021 gehanteerd. Het toezicht en de handhaving op de kwaliteitseisen gesteld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en uitgewerkt in beleidsregels, is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De GGD verricht in opdracht van de gemeente de controles.
Beoogd effect Inzicht in de kwaliteit van kinderopvang in onze gemeente.
Argumenten 1.1 Het opstellen van het gemeentelijk verslag kinderopvang is een wettelijke verplichting Jaarlijks moet een verslag worden opgesteld van alle toezicht- en handhavingstaken die de gemeente het voorgaande kalenderjaar op basis van de Wet kinderopvang heeft verricht. Het model van het genoemde verslag wordt vastgesteld door
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en is als bijlage opgenomen bij de Regeling Wet kinderopvang. Het door het college ondertekende gemeentelijk verslag dient voor 1 juni 2021aan de inspectie te worden gezonden en tevens wordt het verslag ter kennisname verzonden aan de gemeenteraad. 1.2 De gegevens in het gemeentelijke verslag geven informatie en overzicht weer van het toezicht en handhaving bij kinderopvang gemeente Brummen. De GGD adviseerde in 4 gevallen handhavend op te treden voor wat betreft de locaties waar kinderopvang wordt aangeboden. De gemeente beschikt sinds 1 juli 2011 over een handhavingsbeleid kinderopvang. Daar waar handhaving geadviseerd is, zijn de bevindingen van de GGD met de houder eerst besproken en vervolgens schriftelijk bevestigd. 1.3 De gegevens die gemeenten jaarlijks verstrekken aan de inspectie, worden gebruikt om de minister zo goed mogelijk te informeren. De informatie die één keer per jaar wordt gevraagd aan de gemeenten, wordt niet alleen als toezichtinformatie gebruikt maar ook als beleidsinformatie. Door deze eenmalige uitvraag blijft de toezichtlast beperkt. De gegevens worden door de inspectie van het onderwijs gebruikt om de rapportage Landelijk Oordeel op te stellen. Dit rapport biedt de minister aan de Tweede Kamer aan en wordt daarmee openbaar. Het college zendt dit jaarverslag aan de gemeenteraad ter kennisneming.
Kanttekeningen N.v.t.
Burgerparticipatie N.v.t.
Advies adviesorganen N.v.t.
Communicatie De rapportage is openbaar (na vaststelling en goedkeuring) en in te zien op de website ISD (Internet Schooldossier).
Financiële toelichting In 2020 was er totaal € 43.973 begroot voor toezicht en inspecties door de GGD, waarvan werkelijk € 18.931 besteed is. Er is dit jaar minder uitgegeven omdat de GGD i.v.m. de Corona (Covid-19) maatregelen de BSO's (buitenschoolse opvang) en de KDV's (kinderdagverblijven) locaties minder fysiek heeft kunnen bezoeken voor inspecties. Zie hiervoor ook de bijlages.
Juridische grondslag De basis voor het gemeentelijk verslag - aan de gemeenteraad en in afschrift aan de inspectie - ligt in artikel 12 van de Regeling Wet kinderopvang.
Inkoop en aanbesteding N.v.t.
Uitvoering De beleidsmedewerker Kinderopvang, zorgt voor de afhandeling van het collegebesluit. Zij stuurt het verslag digitaal aan de Inspectie van het Onderwijs die het verslag namens de minister ontvangt. Deze inspectie analyseert de verslagen en geeft haar oordeel weer in een landelijke rapportage. De minister stuurt de landelijke rapportage met visie daarop door naar het parlement.
Stukken ter vaststelling 1. D354768 Jaarverantwoording gemeente Brummen Kinderopvang Gemeenten 2020 (via ISD - Internet schooldossier)
Bijlage(n) ter informatie
1. D354767 - GGD NOG Denklijn toezicht en handhaving tijdens corona fase 3 (005) 2. D354766 - GGD NOG Brief gemeente oktober 2020 3. D354765 - GGD NOG brief 27 juli 2020 toezicht kinderopvang 2020 4. D353737 - De vragenlijst voor de concept-jaarverantwoording Wet kinderopvang staat voor u klaar, in te sturen voor 1 juni 2021
Vragenlijst gegevens Naam
Jaarverantwoording Kinderopvang Gemeenten 2020
Respondent gegevens Nummer
0213
Entiteit
Brummen
Details Begonnen
6. April 2021 om 09:53
Afgerond
Nee
Sessies
7
Tijdsduur Hartelijk welkom in het Internet Schooldossier (ISD) van de Inspectie van het Onderwijs. Onderaan deze pagina kunt u doorklikken naar de concept-jaarverantwoording van de gemeente Brummen. Het is de bedoeling dat u de verantwoordingsinformatie controleert en toelichtingen toevoegt waar nodig. Lees voordat u begint alstublieft onderstaande informatie helemaal door. Aandachtspunten bij het invullen van de concept-jaarverantwoording: De verantwoordingsgegevens in de concept-jaarverantwoording zijn ontleend aan LRK en GIR. Indien uw gemeente niet werkt met GIR-Handhaven en/of uw GGD niet werkt met GIR-Inspecteren, konden niet alle gegevens vooraf worden ingevuld. In deze gevallen is het de bedoeling dat u ook de ontbrekende verantwoordingsinformatie zelf invult (in het toelichtingenveld). Let er bij het geven van de benodigde toelichtingen alstublieft op dat u geen privacygevoelige gegevens vermeldt (dat wil zeggen: gegevens die zijn te herleiden tot specifieke personen die niet voor derden zijn bedoeld). Het noemen van gegevens die zichtbaar zijn in het publieksportaal van het LRK is geen probleem aangezien deze gegevens openbaar zijn. Het jaarverslag is een belangrijk onderdeel van het totaal aan gegevens dat wij gebruiken in onze jaarlijkse risicoanalyse. Om deze risicoanalyse goed te kunnen uitvoeren, zijn de toelichtingen die u geeft zeer belangrijk.
Wij adviseren u om bij het geven van toelichtingen gebruik te maken van de controlelijsten van DUO. Wanneer er sprake is van ontbrekende of onduidelijke toelichtingen zullen wij om meer informatie vragen. Aan het einde van de vragenlijst kunt u, indien gewenst, ook nog een algemene toelichting geven. U hoeft de vragenlijst niet in een keer in te vullen. U kunt de vragenlijst tussentijds verlaten door uw browser te sluiten. Wanneer u op een later moment weer inlogt op het ISD en de vragenlijst opent, kunt u weer verder gaan waar u gebleven bent. Het is ook mogelijk om terug te bladeren zodat u eerder ingevulde toelichtingen/verantwoordingsgegevens nog kunt aanpassen. Ter aanvulling op de toelichtingen in de vragenlijst, kunt u documenten uploaden in het ISD (NB: dit is een proces dat los staat van het invullen en inzenden van de vragenlijst). De instructie hiervoor komt in de vragenlijst voorbij. Downloaden ten behoeve van vaststelling door het College: Na het beantwoorden van de vragen en het invullen van de toelichtingen, kunt u de jaarverantwoording downloaden (in Word- of PDF-format). U kunt deze download gebruiken voor de vaststelling door het College van burgemeester en wethouders (hierna: College) en de jaarlijkse verantwoording aan de gemeenteraad.
Na vaststelling door het College: Na vaststelling door het College kunt u de jaarverantwoording definitief bij ons inzenden. U dient hiervoor weer in te loggen op het ISD en de aanwijzingen te volgen. Met het inzenden van de jaarverantwoording onderschrijft u, namens de gemeente, dat de gegevens compleet en kwalitatief op orde zijn, en dat de jaarverantwoording is vastgesteld door het College.
Jaarverantwoording Kinderopvang 2020, gemeente Brummen De kinderopvang omvat de volgende voorzieningen: Kinderdagverblijven (KDV), Buitenschoolse Opvang (BSO), Gastouderbureaus (GOB) en Voorzieningen voor Gastouderopvang (VGO). Gemeenten zijn volgens de Wet kinderopvang verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van kinderopvangvoorzieningen. Het College van burgemeester en wethouders legt over de uitvoering van haar taken jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad en de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie). De Inspectie is door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangewezen om interbestuurlijk toezicht uit te oefenen op de manier waarop gemeenten invulling geven aan hun wettelijke taken op het gebied van toezicht en handhaving in de kinderopvang. De verantwoording van gemeenten richting de Inspectie vindt plaats via de jaarverantwoording. Deze moet uiterlijk 1 juli worden ingediend en betreft het verslag van het voorgaande jaar. Pagina 1 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
De uitbraak van het coronavirus en de daarmee gepaard gaande maatregelen hebben invloed (gehad) op de uitvoering van de wettelijke taken kinderopvang door gemeenten. De Inspectie zal de normen die hiervoor gelden daarom niet onverkort toepassen bij de beoordeling van de taakuitvoering door gemeenten in 2020. Dit heeft tot gevolg dat de Inspectie maatwerk zal toepassen bij beoordeling van de taakuitvoering. De keuzes en afspraken die gemeenten hebben gemaakt, en de onderbouwing daarvan, zullen bij dit maatwerk een belangrijke rol spelen. Bij het maken van keuzes en afspraken dient, zoals altijd, het doel van toezicht en handhaving op de kinderopvang voorop te staan. Dit doel is: het borgen van verantwoorde kinderopvang in een gezonde en veilige omgeving.
Opbouw van de vragenlijst De jaarverantwoording over 2020 bestaat uit twee delen: A en B. We lichten dit hieronder toe. Deel A De vragen in deel A zijn bedoeld om een goed beeld te krijgen van de context waarbinnen gemeenten hun taken in 2020 hebben uitgevoerd. Dit deel begint daarom met enkele vragen waarmee de gevolgen van de coronamaatregelen op de taakuitvoering door de gemeente in beeld worden gebracht. Daarna worden er een aantal vragen gesteld over de afspraken en de keuzes die zijn gemaakt voor de periode waarin weer kon worden toegewerkt naar de reguliere wijze van het uitoefenen van toezicht en handhaving in de kinderopvang. Deel B Deel B van de vragenlijst bevat vragen over de uitvoering van de wettelijke taken over het gehele jaar 2020. De criteria die hierbij aan de orde komen, zijn (net als in andere jaren) gebaseerd op de vier belangrijkste wettelijke taken van gemeenten. Om de toezichtlast zo klein mogelijk te houden, bestaat dit jaar de mogelijkheid om (na het invullen van de vragenlijst) documenten in het ISD te uploaden die de gevraagde informatie bevatten. U kunt naar deze documenten verwijzen in de toelichtingen. Fasering van de coronamaatregelen in deze jaarverantwoording De coronamaatregelen die in 2020 zijn genomen, kunnen in verschillende fases worden onderscheiden.
In de jaarverantwoording houden we de fases aan die zijn beschreven in de Denklijn Toezicht en Handhaving tijdens corona – Fase 3 die in de eerste helft van juni 2020 door VNG Naleving en GGD GHOR NL ter beschikking is gesteld aan gemeenten en GGD’en. Aangezien fase 3 helaas niet tot en met het einde van het jaar heeft geduurd, hebben wij over deze fase een aanvullende tekst geschreven. Fase 1: betreft de periode van 16 maart tot en met 10 mei 2020. In fase 1 mochten onderwijsinstellingen en voorzieningen voor kinderopvang (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderopvang) geen fysieke onderwijsactiviteiten en opvang aanbieden. Een uitzondering werd gemaakt voor de noodopvang van kinderen van ouders in cruciale beroepen en de opvang van kwetsbare kinderen. Fase 2: betreft de periode van 11 mei tot en met 7 juni 2020. In fase 2 gingen kinderen weer voor de helft van de tijd naar school, de andere helft kregen zij thuisonderwijs. Het speciaal onderwijs, de kinderdagverblijven en de gastouderopvang gingen weer open voor alle kinderen. De buitenschoolse opvang was alleen beschikbaar op de dagen dat kinderen naar school gingen. Daarnaast liep de noodopvang voor kinderen van ouders in cruciale beroepen en de opvang van kwetsbare kinderen door. Fase 3: betreft de periode van 8 juni tot en met 15 december (oorspronkelijk: 31 december) 2020.
In fase 3 waren de scholen weer volledig open en was ook de hele kinderopvang weer op reguliere wijze geopend. De noodopvang werd daarom afgebouwd en was (tot 1 juli) alleen nog beschikbaar in de avonden, de nachten en de weekenden voor kinderen van ouders die in de zorg werken. Aanvulling wat betreft fase 3: In de Denklijn Toezicht en Handhaving tijdens corona – Fase 3 is aangegeven dat fase 3 bij ongewijzigde coronamaatregelen tot 31 december 2020 zou duren. Op 14 december 2020 werd echter aangekondigd dat het basisonderwijs en een goot gedeelte van de kinderopvang (kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang) vanaf 16 december, tot en met in ieder geval 17 januari 2021, gesloten zouden zijn. Dit betekent dat fase 3 per 16 december geëindigd is. Deel A De vragen in deel A zijn bedoeld om een goed beeld te krijgen van de context waarbinnen gemeenten hun taken in 2020 hebben uitgevoerd. Gevolgen van de coronamaatregelen Hebben de coronamaatregelen, over het gehele jaar 2020 bezien, de uitvoering van de wettelijke taken toezicht en handhaving kinderopvang door de gemeente beïnvloed? Ja, de coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat de gemeenten haar wettelijke taken op het gebied van kinderopvang niet (volledig) heeft kunnen uitvoeren. Pagina 2 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
Nee, de gemeente heeft, ondanks de coronamaatregelen, haar wettelijke taken op het gebied van kinderopvang volledig kunnen uitvoeren. Is er handhaving ingezet bij noodopvanglocaties naar aanleiding van (signaalgestuurd) toezicht in de periode van 16 maart tot en met 7 juni en de periode van 16 tot en met 31 december op de kwaliteit van de kinderopvang? Nee Ja, namelijk Deel B Uitvoering van de wettelijke taken kinderopvang in 2020 De volgende vragen gaan over de feitelijke uitvoering van de wettelijke taken van de gemeente over het volledige verslagjaar 2020. De jaarverantwoording heeft betrekking op de volgende vier wettelijke taken van gemeenten: 1. Het uitvoeren van de registertaak van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). 2. Het tijdig afhandelen van aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie van nieuwe voorzieningen. 3. Het laten uitvoeren van de verplichte onderzoeken door de toezichthouder. 4. Handhavend optreden. 1. Criterium registervoering
Toelichting wettelijke taak
Het LRK moet juist en volledig zijn gevuld en actueel zijn. Bij onvolkomenheden kan worden gedacht aan: Wijzigingsverzoeken die niet (of niet op tijd) zijn verwerkt; Onjuiste aanduiding van het (wel of niet) aanbieden van gesubsidieerde voorschoolse educatie door kinderdagverblijven; Het niet in het publieksportaal gepubliceerd zijn van onherroepelijk geworden handhavingsbesluiten (aanwijzing, boete, last onder dwangsom, last onder bestuursdwang en exploitatieverbod); Onjuiste informatie door invoerfouten. NB: Wijzigingen die de houder niet heeft doorgegeven vallen buiten dit criterium. NB: Het gaat bij dit criterium uitdrukkelijk niet om de invoer in GIR-Handhaven en GIR-Inspecteren.
Verantwoordingsinformatie registervoering 1a. Was het LRK gedurende het verslagjaar 2020 juist, volledig en actueel? Ja Nee, niet helemaal 2. Criterium tijdig afgehandelde aanvragen KDV, BSO, GOB, VGO
Toelichting wettelijke taak
Dit criterium betreft het tijdig afhandelen van alle aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie van nieuwe voorzieningen die door de gemeente zijn ontvangen in de periode van 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020. Voor deze termijn is gekozen omdat aanvragen die aan het einde van deze periode binnenkomen dan nog voor 31 december 2020 konden worden afgehandeld.
Voor het tijdig afhandelen wordt een termijn gehanteerd van tien weken, eventueel vermeerderd met de (in het LRK vastgelegde) opschorting. Binnen deze termijn moet de voorziening in het LRK de vervolgstatus ‘geregistreerd’, ‘afgewezen’ of ‘ingetrokken’ hebben gekregen.
NB: Ingetrokken aanvragen vallen buiten dit criterium.
Pagina 3 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
Verantwoordingsinformatie tijdig afgehandelde aanvragen 2a. De gemeente heeft in de periode 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020 3 aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie ontvangen, waarvan er 3 tijdig afgehandeld zijn. Dit betekent dat 100% van de aanvragen tijdig afgehandeld is. 2b. U kunt hieronder ingaan op de behaalde resultaten en, indien van toepassing, toelichten waarom niet alle aanvragen tijdig afgehandeld zijn. Indien er een plan is gemaakt in verband met corona, kunt u hier ingaan op hoe de uitvoering van het plan is verlopen. Als u beschikt over documentatie waarin deze vraag wordt beantwoord, kunt u (mits u deze documentatie ook uploadt in het ISD) hier volstaan met een verwijzing naar deze documentatie en waar het antwoord precies staat. U kunt de niet tijdig afgehandelde vragen vinden in de "Controlelijst tijdig afgehandelde aanvragen".
3. Criterium uitvoering inspecties
Toelichting wettelijke taak
Het toezicht op de kinderopvang wordt door de GGD uitgevoerd in opdracht van de gemeente. De GGD voert inspecties uit en rapporteert hierover aan de gemeente. Hierbij geldt het volgende: Ieder geregistreerd kinderdagverblijf (KDV), buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderbureau (GOB) moet jaarlijks worden geïnspecteerd. Bij iedere nieuwe voorziening dient binnen 3 maanden na inschrijving in het LRK een onderzoek na registratie plaats te vinden. Elke nieuwe voorziening voor gastouderopvang (VGO) dient voor registratie geïnspecteerd te worden. Tenminste 5% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang moet jaarlijks worden geïnspecteerd (de zogenaamde steekproef).
Verantwoordingsinformatie inspecties geregistreerde en nieuwe KDV, BSO en GOB Ieder geregistreerd kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en gastouderbureau moet jaarlijks worden geïnspecteerd. Bij iedere nieuwe voorziening dient binnen 3 maanden na inschrijving in het LRK een onderzoek na registratie plaats te vinden. 3a. De GGD heeft in het verslagjaar 2020 13 van de 22 locaties geïnspecteerd. Dat betekent dat 59.1% van de locaties is geïnspecteerd. 3b. U kunt hieronder ingaan op de behaalde resultaten en, indien van toepassing, toelichten waarom bepaalde locaties niet zijn geïnspecteerd. Indien er een plan is gemaakt in verband met corona, kunt u hier ingaan op hoe de uitvoering van het plan is verlopen. Als u beschikt over documentatie waarin deze vraag wordt beantwoord, kunt u (mits u deze documentatie ook uploadt in het ISD) hier volstaan met een verwijzing naar deze documentatie en waar het antwoord precies staat. U kunt de niet geïnspecteerde locaties vinden in de "Controlelijst geïnspecteerde voorzieningen KDV, BSO, GOB". Zie brief GGD Noord- en Oost-Gelderland 27 juli 2020 - pagina 1 & 2 Zie brief GGD Noord- en Oost-Gelderland 14 oktober 2020 - pagina 2 zie Denklijn toezicht en handhaving tijdens corona-Fase 3 (8 juni–31 dec.2020)
Het aantal te inspecteren KDV’s, BSO’s en GOB’s is gebaseerd op aantal ingeschreven voorzieningen op 31 december 2020, verminderd met het aantal voorzieningen ingeschreven vanaf 1 oktober 2020. De reden hiervoor is dat het onderzoek na registratie van deze voorzieningen na de jaargrens (1 januari 2021) kan zijn uitgevoerd. Het aantal geïnspecteerde KDV’s, BSO’s en GOB’s is gebaseerd op het aantal voorzieningen dat in 2020 is onderzocht (datum inspectiebezoek) via een jaarlijks onderzoek of een onderzoek na registratie. Een onderzoek moet voor 1 maart 2021 door de GGD zijn afgesloten om geteld te worden. Een voorziening die meerdere jaarlijkse onderzoeken of een jaarlijks onderzoek en een onderzoek na registratie heeft gehad, is slechts één keer geteld.
Pagina 4 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
Verantwoordingsinformatie inspecties nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang Elke nieuwe voorziening voor gastouderopvang (VGO) dient voor toestemming tot exploitatie en registratie geïnspecteerd te worden. 3c. De gemeente heeft in het verslagjaar 2020 1 van de 1 nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang geïnspecteerd. Dat betekent dat 100% van de nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang is geïnspecteerd. 3d. U kunt hieronder ingaan op de behaalde resultaten en, indien van toepassing, toelichten waarom bepaalde voorzieningen niet zijn geïnspecteerd. Indien er een plan is gemaakt in verband met corona, kunt u hier ingaan op hoe de uitvoering van het plan is verlopen. Als u beschikt over documentatie waarin deze vraag wordt beantwoord, kunt u (mits u deze documentatie ook uploadt in het ISD) hier volstaan met een verwijzing naar deze documentatie en waar het antwoord precies staat. U kunt de niet geïnspecteerde voorzieningen vinden in de "Controlelijst geïnspecteerde voorzieningen (VGO nieuw)".
Het aantal te inspecteren nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang is gebaseerd op het aantal aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie dat is ontvangen in de periode 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020 en heeft geresulteerd in een inschrijving. Voor deze termijn is gekozen, zodat het onderzoek voor registratie van deze nieuwe inschrijvingen kon worden uitgevoerd binnen de periode van 1 oktober 2019 tot en met 31 december 2020. Het aantal geïnspecteerde nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang is gebaseerd op het aantal voorzieningen dat binnen de periode van 1 oktober 2019 tot en met 31 december 2020 is bezocht (datum inspectiebezoek). Het onderzoek voor registratie moet voor 1 maart 2021 door de GGD zijn afgesloten om geteld te worden.
Verantwoordingsinformatie inspecties geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang Tenminste 5% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang (VGO) moet jaarlijks worden geïnspecteerd. 3e. Op 1 januari 2020 stonden 27 voorzieningen voor gastouderopvang geregistreerd. Hiervan zijn er 2 in de loop van het jaar uitgeschreven en niet geïnspecteerd. Het aantal voorzieningen voor gastouderopvang dat de basis vormt voor het percentage geïnspecteerde voorzieningen is daarom 25. De gemeente heeft in het verslagjaar 2020 0 voorzieningen voor gastouderopvang geïnspecteerd. Dat betekent dat de steekproef van geïnspecteerde voorzieningen 0% bedraagt. 3f. U kunt hieronder ingaan op de behaalde resultaten en, indien van toepassing, toelichten waarom minder dan 5% is geïnspecteerd. Indien er een plan is gemaakt in verband met corona, kunt u hier ingaan op hoe de uitvoering van het plan is verlopen. Als u beschikt over documentatie waarin deze vraag wordt beantwoord, kunt u (mits u deze documentatie ook uploadt in het ISD) hier volstaan met een verwijzing naar deze documentatie en waar het antwoord precies staat.
In de "Controlelijst geinspecteerde voorzieningen (VGO bestaand en uitgeschreven in peiljaar)" vindt u alle VGO’s die op 1 januari 2020 de status ‘geregistreerd’ hadden, welke daarvan gedurende het verslagjaar zijn uitgeschreven, en welke in het verslagjaar (datum inspectiebezoek) geïnspecteerd zijn met een jaarlijks onderzoek. Zie brief GGD Noord- en Oost-Gelderland 27 juli 2020 - pagina 2 (alinea 2) Zie brief GGD Noord- en Oost-Gelderland 14 oktober 2020 - pagina 1 (alinea Gastouders) zie Denklijn toezicht en handhaving tijdens corona-Fase 3 (8 juni–31 dec.2020) Het aantal geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang is gebaseerd op alle voorzieningen voor gastouderopvang die waren ingeschreven op 1 januari, verminderd met het aantal niet- geïnspecteerde voorzieningen voor gastouderopvang dat in de loop van het jaar is uitgeschreven. Het aantal geïnspecteerde voorzieningen voor gastouderopvang in 2020 is gebaseerd op het aantal voorzieningen voor gastouderopvang dat in 2020 is bezocht voor een jaarlijks onderzoek (datum inspectiebezoek). Een onderzoek moet voor 1 maart 2021 door de GGD zijn afgesloten om geteld te worden.
Een rekenvoorbeeld (u vindt de getallen voor uw eigen gemeente in de voortgangsmonitor van Pagina 5 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
DUO): Aantal VGO's op 1 januari 2020 = 100 Aantal daarvan geïnspecteerd in 2020 = 10 Aantal daarvan uitgeschreven in de loop van 2020 = 25 Aantal daarvan uitgeschreven en geïnspecteerd = 8
Het aantal VGO's uitgeschreven en niet geïnspecteerd is dus 25-8=17
Het percentage geïnspecteerde VGO's in dit voorbeeld is: 10/(100-17) = 12%
4. Criterium Handhaving / herstel van tekortkomingen Toelichting wettelijke taak Als er sprake is van tekortkomingen hebben gemeenten een beginselplicht tot handhaven. In sommige omstandigheden kan het College van burgemeester en wethouders afzien van handhaving. Voorbeelden hiervan zijn: zicht op legalisatie, strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, het niet meer in exploitatie zijn van de betreffende locatie, etcetera. We noemen dit beredeneerd niet handhaven. Informatie over het gebruik van GIR-Handhaven door de gemeente 4a. Maakte uw gemeente gedurende het gehele jaar 2020 gebruik van GIR-Handhaven? Ja Nee Verantwoordingsinformatie inzet van herstelaanbod Wanneer er tijdens een onderzoek tekortkomingen zijn geconstateerd, kan de GGD-inspecteur de houder in bepaalde gevallen een 'herstelaanbod' doen. De houder krijgt dan de gelegenheid om de tekortkomingen voor afronding van het inspectierapport te herstellen. Dit herstelaanbod is een eerste actie om de tekortkomingen (te doen) herstellen. N.B.: Ook als een tekortkoming wel is hersteld, is het mogelijk dat de gemeente er, gezien de aard van de tekortkoming, toch voor kiest een (bijv. bestraffende) vervolgactie in te zetten.
Onderstaande tabel geeft, naast een beeld van de inzet, ook een beeld van het resultaat van het herstelaanbod dat in het verslagjaar door de GGD is ingezet. Tabel 1: Inzet en resultaat van herstelaanbod op het totale aantal tekortkomingen in alle inspectierapporten, dus met en zonder handhavingsadvies Brummen 2020 Aantal
Percentage
Beoordeelde voorwaarden zonder tekortkoming
535
98.7%
Beoordeelde voorwaarden met tekortkoming, geen herstelaanbod
4
0.7%
Beoordeelde voorwaarden met tekortkoming, wel herstelaanbod
3
0.6%
Tekortkoming hersteld
3
0.6%
Tekortkoming niet hersteld
0
0%
Herstel onbekend (geen registratie)
0
0%
Totaal
542
100%
4c. U kunt hieronder een toelichting geven op het ingezette herstelaanbod en, indien van toepassing, (voor zover mogelijk) toelichten waarom het herstel van sommige tekortkomingen onbekend is, c.q. niet in de GIR is geregistreerd. U kunt in de "Controlelijst beoordeelde voorwaarden met herstelaanbod" vinden welke tekortkomingen het betreft. In 4 gevallen is er geen herstelaanbod gedaan omdat de geconstateerde tekortkomingen gelijk herstelt zijn door de betreffende kinderopvang locaties.
Pagina 6 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
In de "Controlelijst beoordeelde voorwaarden met herstelaanbod" worden voorzieningen met 1 of meer overtredingen getoond waarbij een herstelaanbod is gedaan door de GGD. Tevens wordt getoond wat de uitkomst van het herstelaanbod was. Het betreft voorzieningen waarbij in de periode 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020 een jaarlijks onderzoek of een onderzoek na registratie is afgesloten door de GGD, waarbij overtredingen zijn geconstateerd en het advies 'handhaven' of 'niet handhaven' is gegeven door de GGD. De voorzieningen hebben de status 'geregistreerd' op 31 december 2020. Het is mogelijk dat de GGD het herstelaanbod wel heeft geregistreerd in GIR-Inspecteren, maar dat de uitkomst ervan niet is ingevuld. In dat geval staat in de controlelijst: 'herstelaanbod gedaan, uitkomst onbekend'.
Verantwoordingsinformatie ingezette handhavingsacties bij rapporten met advies 'handhaven' Wanneer het inspectierapport definitief is geworden, wordt het ter beschikking gesteld aan de gemeente. De gemeente moet vervolgens alle rapporten waarin de GGD-toezichthouder het advies 'handhaven' geeft, oppakken. 4d. De gemeente heeft 2 handhavingstrajecten ingezet naar aanleiding van de 2 inspectierapporten met handhavingsadvies. Dat betekent dat 100% van de rapporten met een handhavingsadvies door de gemeente is opgepakt. 4e. U kunt hieronder ingaan op de behaalde resultaten en, indien van toepassing, toelichten waarom er geen handhavingstraject is gestart naar aanleiding van een inspectierapport met een handhavingsadvies. Let op: Indien uw gemeente niet het gehele jaar gebruik heeft gemaakt van GIR-H, dient u de informatie die ontbreekt in 4d zelf op te nemen in uw toelichting. In de "Controlelijst ingezette handhavingstrajecten op overtredingen" kun u vinden op welke inspectierapporten met een handhavingsadvies geen handhavingstraject is opgestart. Indien er een plan is gemaakt in verband met corona, kunt u hier ingaan op hoe de uitvoering van het plan is verlopen. Als u beschikt over documentatie waarin deze vraag wordt beantwoord, kunt u (mits u deze documentatie ook uploadt in het ISD) hier volstaan met een verwijzing naar deze documentatie en waar het antwoord precies staat.
Het aantal inspectierapporten met een handhavingsadvies is gebaseerd op alle afgeronde onderzoeken (jaarlijks of na registratie) met een datum van afsluiting tussen 1 oktober 2019 en 1 oktober 2020 waarin tekortkomingen werden geconstateerd en de GGD-toezichthouder een advies tot handhaven heeft gegeven. Het gaat hier alleen om voorzieningen die op 31 december 2020 nog steeds waren ingeschreven. Van deze totale groep afgeronde inspecties met advies ‘handhaven’ worden geteld: alle handhavingstrajecten waaraan handhavingsacties zijn gekoppeld (dit is inclusief alle acties waarbij in de GIR door u ‘niet handhaven’ is ingevuld). Zo wordt ook het aantal inspecties met advies ‘handhaven’ waarbij geen handhavingstraject is gekoppeld of waarbij geen actie is vastgelegd, in beeld gebracht. Een handhavingstraject moet voor 1 januari 2021 zijn aangemaakt om te worden geteld.
Verantwoordingsinformatie ingezette handhavingsacties bij tekortkomingen Onderstaande tabel geeft weer in welke mate de gemeente handhavingsacties heeft ingezet. Tabel 2: Ingezette handhavingsacties op het totale aantal tekortkomingen in alle inspectierapporten met een handhavingsadvies (NB: dit is inclusief de tekortkomingen die zijn hersteld na herstelaanbod): Brummen 2020 Aantal Percentage Beoordeelde voorwaarden met tekortkomingen waarop een handhavingsactie is ingezet
4
100%
Beoordeelde voorwaarden met tekortkomingen waarop beredeneerd niet is gehandhaafd omdat de tekortkoming is opgelost na herstelaanbod
0
0%
Beoordeelde voorwaarden met tekortkomingen waarop beredeneerd niet gehandhaafd is vanwege andere redenen
0
0%
Pagina 7 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
Beoordeelde voorwaarden met tekortkomingen waarvoor geen handhavingsactie is vastgelegd
0
0%
Totaal
4*
100%**
*Het totaal aantal voorwaarden met een tekortkoming in tabel 2 kan kleiner zijn dan het totaal aantal beoordeelde voorwaarden met een tekortkoming in tabel 1. Dat komt omdat tabel 1 is gebaseerd op het aantal tekortkomingen in alle inspectierapporten (ongeacht wel of geen handhavingsadvies) en tabel 2 alleen is gebaseerd op het aantal tekortkomingen in rapporten met handhavingsadvies. **Omdat in de praktijk soms meerdere soorten acties worden vastgelegd op dezelfde tekortkoming, kan het voorkomen dat de verschillende percentages optellen tot meer dan 100%.
4f. Op de in totaal 4 tekortkomingen uit alle inspectierapporten met een handhavingsadvies heeft de gemeente 4 keer een handhavingsactie ingezet, 0 keer beredeneerd niet gehandhaafd na herstelaanbod, 0 keer niet gehandhaafd vanwege andere redenen, en 0 keer geen handhavingsactie vastgelegd.
4g. U kunt hieronder ingaan op de behaalde resultaten en, indien van toepassing, toelichten waarom er geen actie is vastgelegd, of wat de motivatie was voor het beredeneerd niet handhaven vanwege andere redenen dan herstelaanbod (graag aangeven welke redenen dat waren). Let op: Indien uw gemeente niet het gehele jaar gebruik heeft gemaakt van GIR-H, dient u de informatie die ontbreekt in 4f zelf op te nemen in uw toelichting. In de "Controlelijst overtredingen zonder handhavingsactie of met actie niet handhaven (na herstelaanbod)" vindt u de tekortkomingen waarop de actie ‘niet handhaven’ of de actie ‘niet handhaven na herstelaanbod’ is vastgelegd. Een lege cel betekent dat er geen actie is vastgelegd. Indien er een plan is gemaakt in verband met corona, kunt u hier ingaan op hoe de uitvoering van het plan is verlopen. Als u beschikt over documentatie waarin deze vraag wordt beantwoord, kunt u (mits u deze documentatie ook uploadt in het ISD) hier volstaan met een verwijzing naar deze documentatie en waar het antwoord precies staat. Een inspectierapport met handhavingsadvies kan meerdere tekortkomingen betreffen. Het totale aantal tekortkomingen is gebaseerd op alle geconstateerde tekortkomingen in inspectierapporten met een handhavingsadvies.
Het aantal ingezette handhavingsacties = het aantal tekortkomingen waarvoor een (juridische of niet-juridische) handhavingsactie is ingezet. Beredeneerd niet gehandhaafd na herstelaanbod = het aantal tekortkomingen waarvoor de actie ‘niet handhaven na herstelaanbod’ is vastgelegd, omdat de tekortkoming na herstelaanbod is hersteld. Beredeneerd niet gehandhaafd vanwege andere redenen = het aantal tekortkomingen waarvoor (onderbouwd) de actie ‘niet handhaven’ is vastgelegd vanwege een andere reden dan herstelaanbod. Geen handhavingsactie vastgelegd = er is niets ingevuld in de GIR-handhaven. Een actie moet uiterlijk 31 december 2020 zijn vastgelegd om geteld te worden.
5. Aanvullende vraag naar aanleiding van de situatie in 2020 Als gevolg van de coronacrisis hebben GGD’en in 2020 een belangrijke rol gehad in het bepalen van de inzet van de inspectiecapaciteit en de uitvoering van het toezicht op de kinderopvang. De GGD werkt regionaal onder eindverantwoordelijkheid van alle regiogemeenten. Het kan voorkomen dat wij, naar aanleiding van de uitvoering van het toezicht in 2020 in een bepaalde regio, contact opnemen met de betreffende GGD. Als wij dit doen, worden alle regiogemeenten over de uitkomsten van dit contact geïnformeerd. Wilt u vooraf geinformeerd worden over het eventuele contact met uw GGD? Ja, graag Nee, dat hoeft niet 6. Algemene toelichting op de jaarverantwoording 2020 Als u informatie heeft die van belang is voor de interpretatie van de verantwoordingsgegevens door de Inspectie, kunt u deze hier invullen. Houd de toelichting s.v.p. zakelijk en op hoofdlijnen. Vermeld geen privacygevoelige gegevens. Als gemeente Brummen hebben wij de Denklijn toezicht en handhaving 2020 van de GGD NOG gehanteerd. 7. Documenten uploaden in het ISD Wilt u gebruik maken van de mogelijkheid om documenten te uploaden in het ISD? Ja Nee Pagina 8 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
LET OP: het uploaden van documenten in het ISD is een proces dat apart plaatsvindt, en dus los staat van het invullen van de jaarverantwoording. Volg voor het uploaden van documenten de volgende stappen: 1. Log in op het ISD (Als u al ingelogd bent, kunt u deze stap uiteraard overslaan) 2. Ga naar het menu "Documenten" op de homepagina of onder het tabblad "Aanleveren" 3. Kies "Bestanden aanleveren" 4. Upload een of meerdere documenten. Kies hierbij (telkens) voor de documentsoort "Aanvullende documentatie jaarverantwoording kinderopvang" en zorg ervoor dat de naam van uw gemeente terugkomt in de naam van elk document dat u uploadt. U ontvangt, indien gewenst, van elk geupload document een ontvangstbevestiging per mail.
8. Downloaden jaarverantwoording t.b.v. vaststelling door het College Lees onderstaande informatie s.v.p. helemaal door.
U bent aan het einde van de vragenlijst gekomen. De volgende stap bestaat uit het vaststellen van de jaarverantwoording door het College. Voor de communicatie met het College kunt u gebruik maken van een download van de in deze vragenlijst gepresenteerde verantwoordingsinformatie, inclusief de door u gegeven antwoorden en toelichtingen. Om deze download te kunnen maken, moet u eerst de vragenlijst verlaten door (linksboven) op 'Terug naar vragenlijst details' te klikken. Vervolgens kunt u in de vragenlijstdetailpagina de download starten. De download heeft de vorm van een pdf-bestand of een word-bestand. Voor een pdf-bestand kiest u: Toon Antwoorden PDF. Voor een word-bestand kiest u: Toon Antwoorden DOCX. (NB: In oudere versies van Internet Explorer kan het zijn dat deze opie niet werkt als u erop klikt. Kies dan voor: rechtermuistoets, openen in nieuw tabblad.) Na het downloaden van het bestand zijn er verschillende mogelijkheden: U kunt het pdf-bestand als bijlage toevoegen aan een door uzelf op te stellen document ten behoeve van het College. U kunt het word-bestand bewerken tot een document behoeve van het College. Na vaststelling van de jaarverantwoording door het College kunt u de definitieve jaarverantwoording defintief maken en inzenden bij de Inspectie. Dit doet u door weer in te loggen op het ISD en de vragenlijst opnieuw te openen.
U komt dan weer op dit scherm terecht. Als de vaststelling door het College niet tot wijzigingen heeft geleid, kunt u meteen 'Opslaan en verder' klikken om de jaarverantwoording in te zenden. Wanneer de vaststelling door het College wel tot aanpassingen heeft geleid, moet u de door u ingevulde jaarverantwoording eerst overeenkomstig aanpassen alvorens deze in te zenden. U kunt dit doen door vanaf dit punt terug te bladeren en de eventuele aanpassingen aan te brengen. Daarna klikt u op 'Opslaan en verder'.
Pagina 9 van 9
Gegenereerd op: 20-04-2021
Denklijn toezicht en handhaving tijdens corona Fase 3 8 juni – 31 december 2020
1
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 1.
Toezicht en handhaving tijdens corona in fases ..................................................................................... 4 1.1
Fase 1: coronamaatregelen van 16 maart tot 11 mei 2020................................................................. 4
1.2
Fase 2: coronamaatregelen van 11 mei tot aanvang fase 3 ............................................................... 4
1.3
Fase 3: reguliere opening kinderopvang ............................................................................................. 5
1.4
Relevante regelingen, werkwijzen en denklijnen ................................................................................. 5
2.
Registratietaak ......................................................................................................................................... 6 2.1
Registratietaak gedurende fase 1 en 2 ................................................................................................ 6
2.2
Advies uitvoering registratietaak in fase 3 ........................................................................................... 6
2.2.1
Aanvragen en wijzigingen in kaart brengen ................................................................................. 7
2.2.2
Invoeren in het LRK ..................................................................................................................... 7
2.2.3
Contact opnemen met de aanvrager ........................................................................................... 7
2.2.4
Inventariseren van aanvragen en wijzigingen ............................................................................. 7
2.2.5
Prioritering en aandachtspunten .................................................................................................. 8
2.2.6
Informeer de aanvrager over het proces ..................................................................................... 8
3.
Toezicht ................................................................................................................................................... 9 3.1
Inventarisatie uitvoering toezicht (door de GGD) ................................................................................ 9
3.2
Prioritering toezicht .............................................................................................................................. 9
3.3
Afspraken over uitvoering toezicht .................................................................................................... 10
4.
Handhaving ............................................................................................................................................ 11 4.1
Inventarisatie handhavingszaken ...................................................................................................... 11
4.2.
Prioritering handhavingszaken .......................................................................................................... 11
4.3.
Aandachtspunten ............................................................................................................................... 12
4.4.
Handhavingsbeleid ............................................................................................................................ 12
5.
Gevolgen van de coronamaatregelen voor de jaarverantwoording 2020 ............................................. 14 5.1
Indicatoren van de jaarverantwoording ............................................................................................. 14
5.1.1
Registratie .................................................................................................................................. 14
5.1.2
Toezicht ..................................................................................................................................... 14
5.1.3
Handhaving ................................................................................................................................ 15
5.2
Gevolgen van de coronamaatregelen voor het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs .......... 15
5.3
De jaarverantwoording over 2020 ..................................................................................................... 15
Colofon .............................................................................................................................................................. 16 Bijlage 1: Overzicht werkwijzen, regelingen, denklijnen GGD GHOR Nederland en VNG Naleving ................ 17 Bijlage 2: Exceltool ............................................................................................................................................ 20 Bijlage 3: Werkwijze toezicht kinderopvang in verband met het Coronavirus d.d. 11 juni 2020 ....................... 21
2
Inleiding De verspreiding van het coronavirus in het voorjaar van 2020 heeft grote impact gehad op de kinderopvang in Nederland. Dat begon al op zondag 15 maart 2020 toen de Rijksoverheid afkondigde dat onderwijsinstellingen en voorzieningen voor kinderopvang (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderopvang) vooralsnog geen fysieke onderwijsactiviteiten en opvang meer mochten aanbieden. Een uitzondering werd gemaakt voor de noodopvang van kinderen van ouders in cruciale beroepen en van kwetsbare kinderen. Op 21 april werd bekend gemaakt dat scholen in het basisonderwijs per 11 mei aangepast open zouden gaan. Kinderen gingen voor de helft van de tijd naar school, de andere helft kregen zij thuisonderwijs. Het speciaal onderwijs en de kinderdagopvang en gastouderopvang gingen per 11 mei weer open voor alle kinderen. De BSO zou vanaf 11 mei alleen beschikbaar zijn op de dagen dat kinderen naar school gingen. Daarnaast liep de noodopvang voor kinderen van ouders in cruciale beroepen en van kwetsbare kinderen nog door. Dit alles had natuurlijk ook gevolgen voor toezicht en handhaving. In de eerste fase (van 16 maart tot en met 10 mei) konden GGD’en het toezicht op de kinderopvang niet uitvoeren op reguliere wijze. Hetzelfde gold voor de uitvoering van registratie- en handhavingstaken door gemeenten.
Daarom hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving meteen, in afstemming met het ministerie van SZW, een aantal denklijnen en werkwijzen ontwikkeld voor gemeenten en GGD’en aan de hand waarvan het toezicht, de registratie en de handhaving ‘tijdens corona’ kon worden vormgegeven. Ook de tweede fase van coronamaatregelen (de periode vanaf 11 mei tot 8 juni) was voor de kinderopvang nog steeds bijzonder. Ze moesten immers naast de reguliere dag- en gastouderopvang nog steeds noodopvang aanbieden. Ook was de BSO nog niet volledig geopend. VNG Naleving en GGD GHOR Nederland hebben de gemeenten en GGD’en daarom geadviseerd om het toezicht, de handhaving en de registratie in deze periode op dezelfde manier voort te zetten zoals tijdens de eerste fase. Onder voorwaarden konden ze de onderzoeken voor registratie, incidentele onderzoeken en nader onderzoeken weer uitvoeren. Voor het toezicht op de kwaliteitseisen vanaf 11 mei heeft GGD GHOR Nederland een aangepaste werkwijze opgesteld. Sinds de scholen op 8 juni weer volledig open zijn en ook de hele kinderopvang op reguliere wijze geopend is, is de derde fase begonnen. Nu kan er worden toegewerkt naar de ‘normale’ werkwijze van het uitvoeren van toezicht, handhaving en registratie.
Het is nu van groot belang dat gemeenten en GGD’en met elkaar overleggen en tot afspraken komen over welke toezichtactiviteiten er in dit jaar nodig en mogelijk zijn. Deze denklijn is een gezamenlijk product van GGD GHOR Nederland (hoofdstuk toezicht), de Inspectie van het Onderwijs (hoofdstuk jaarverantwoording 2020) en VNG Naleving (hoofdstuk registratietaak en hoofdstuk handhaving) en is afgestemd met het ministerie van SZW. De denklijn ondersteunt gemeenten en GGD’en bij de keuzes en afspraken die ze in fase 3 moeten maken. Omdat gemeenten zich moeten verantwoorden over de uitvoering van de wettelijke taken rondom kinderopvang gaat deze denklijn ook in op de gevolgen van de coronamaatregelen voor de Jaarverantwoording Kinderopvang over het jaar 2020. Juni 2020, GGD GHOR Nederland, Inspectie van het Onderwijs, VNG Naleving
3
1.
Toezicht en handhaving tijdens corona in fases
Het toezicht en de handhaving op de kinderopvang tijdens de coronacrisis in 2020 is in drie fases te verdelen: • Fase 1: betreft de periode van 16 maart tot en met 10 mei 2020. • Fase 2: betreft de periode van 11 mei tot 8 juni. • Fase 3: deze fase duurt bij ongewijzigde coronamaatregelen tot en met 31 december 2020. NB: Wanneer het aantal coronabesmettingen toeneemt is het mogelijk dat ook de uitvoering van toezicht, registratie en handhaving kinderopvang wordt aangepast. Van deze ontwikkelingen zullen wij u op de hoogte brengen. Al vanaf de eerste fase hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving FAQ’s, kamerbrieven, de aanwijzingen aan de Veiligheidsregio’s en andere relevante documenten gepubliceerd via Kennisnet en het forum ‘toezicht en handhaving kinderopvang’ In dit hoofdstuk wordt eerst kort teruggekeken op fase 1 en fase 2. Daarna vindt u onze denklijn voor fase 3, de aandachtspunten en de werkwijzen en regelingen die in deze periode van toepassing zijn. Deze denklijn wordt in de daaropvolgende hoofdstukken verder uitgewerkt.
1.1
Fase 1: coronamaatregelen van 16 maart tot 11 mei 2020
In deze periode was de kinderopvang gesloten, tenzij er sprake was van noodopvang. Landelijk hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving geadviseerd ‘signaalgestuurd en vinger aan de pols’ toezicht te houden. Ook voor de registratie en handhaving is geadviseerd een aangepaste werkwijze te hanteren (zie bijlage 1). Er waren verschillende redenen om de werkwijze aan te passen: • De kinderopvang was gesloten; er was geen sprake van reguliere kinderopvang, alleen van noodopvang. Hierdoor konden geen jaarlijkse onderzoeken uitgevoerd worden. • Andere onderzoeken, zoals nader onderzoeken, konden beperkt of niet uitgevoerd worden omdat de kinderopvang gesloten was. • GGD’en hebben veel toezichthouders ingezet bij activiteiten ten behoeve van de volksgezondheid, wat logischerwijs een hoge prioriteit had. • Door de coronamaatregelen, zoals het dringende verzoek om zoveel mogelijk thuis te werken of doordat de toezichthouder zelf tot een risicogroep behoorde, zijn er zeer beperkt locatiebezoeken door de toezichthouder kinderopvang van de GGD uitgevoerd. • Gemeenten waren belast met de coördinatie van de noodopvang en opvang van kwetsbare kinderen. Dit heeft in veel gemeenten een weerslag gehad op de capaciteit op het reguliere dossier kinderopvang (registratie, beleid en handhaving).
1.2
Fase 2: coronamaatregelen van 11 mei tot 8 juni
Vanaf 11 mei zijn kinderdagopvang en gastouderopvang weer helemaal open. De buitenschoolse opvang was vanaf 11 mei gedeeltelijk open. Kinderen met een contract konden naar de BSO op de dagen dat zij op school onderwijs kregen. Daarnaast was er nog steeds noodopvang. De kinderopvangbranche was in deze fase nog druk bezig zich aan te passen aan de nieuwe situatie en met het bieden van noodopvang naast de reguliere opvang. De toezichthouders kinderopvang waren nog steeds hard nodig bij andere GGD-onderdelen, omdat capaciteit voor het testen op corona is uitgebreid (onder andere voor leerkrachten, beroepskrachten en gastouders). Hierdoor is de capaciteit op toezicht kinderopvang bij de GGD in zijn algemeenheid tijdens fase 2 niet op peil geweest. Doordat de coronamaatregelen en RIVM-richtlijnen deels nog van kracht zijn, zijn er slechts beperkt
4
locatiebezoeken door de toezichthouder kinderopvang van de GGD mogelijk. Dit alles heeft invloed gehad op het toezicht, waardoor toezicht en handhaving nog niet regulier kon plaatsvinden. Om bovenstaande redenen hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving geadviseerd om tijdens deze fase het toezicht en de handhaving op de kinderopvang grotendeels voort te zetten zoals in fase 1. Ook is in deze fase geadviseerd om onder voorwaarden weer onderzoeken voor registratie, incidentele onderzoeken naar aanleiding van wijzigingsverzoeken en nader onderzoeken op locatie uit te voeren. Dit uiteraard naast het continueren van de ‘vinger aan de pols’ en het signaalgestuurd toezicht.
1.3
Fase 3: reguliere opening kinderopvang
Nu de kinderopvang op 8 juni weer volledig geopend is1, kan ook regulier toezicht en handhaving kinderopvang weer starten. De verwachting is dat een hervatting van deze taken geleidelijk tot stand zal komen. Daarom is het belangrijk dat gemeenten en GGD’en in beeld brengen welke toezicht- en handhavingstaken in 2020 nog uitgevoerd zouden moeten worden, en welke hierbij de hoogste prioriteit hebben. Wij adviseren in deze fase om locatiebezoeken weer zoveel mogelijk uit te voeren. Uiteraard met inachtneming van de RIVM-richtlijnen. Weeg wel altijd af of een locatiebezoek noodzakelijk is en bespreek dit indien nodig (gemeente en GGD samen). Houd wat betreft de inzet van toezichthouders kinderopvang rekening met maatschappelijke prioriteiten zoals volksgezondheid. Bijvoorbeeld wanneer toezichthouders kinderopvang worden ingezet bij het testen op corona. Wij adviseren om: • De verschillende taken te inventariseren en prioriteren. • Te inventariseren welke capaciteit beschikbaar is, zowel van gemeente als bij de GGD. • De handvatten/adviezen uit de volgende hoofdstukken (gemeente samen met GGD) uit te werken in een concreet plan. • Het College van B&W te informeren en te betrekken bij het plan. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 vindt u meer informatie over hoe u dit op kunt pakken.
1.4
Relevante regelingen, werkwijzen en denklijnen
Vanaf 16 maart 2020 hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving diverse adviezen, werkwijzen, richtlijnen en denklijnen opgesteld. De tabel in bijlage 1 geeft een overzicht hiervan. In de tabel is tevens aangegeven of de informatie tijdens fase 3 nog van kracht is. Overige FAQ’s, aanwijzingen en richtlijnen, zoals bijvoorbeeld van de Rijksoverheid en het RIVM hebben we niet in dit schema opgenomen.
1 De aangeboden noodopvang beschouwen we als onderdeel van de kinderopvang.
5
2.
Registratietaak
In dit hoofdstuk adviseren we over de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van het afhandelen van aanvragen tot exploitatie, en het actueel, juist en volledig houden van het LRK (samengevat: de registratietaak) in fase 32. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: eerst een terugblik op de maatregelen en adviezen over de registratietaak tijdens fase 1 en fase 2. Het is belangrijk om inzichtelijk te hebben wat er in deze fases gedaan en afgesproken is. In paragraaf 2.2 volgt het advies over hoe de registratietaak op te pakken tijdens fase 3.
2.1
Registratietaak gedurende fase 1 en 2
Gedurende fase 1 werden, onder andere door het dringende verzoek zoveel mogelijk thuis te werken en de tijdelijke andere inzet van toezichthouders bij de GGD, locatiebezoeken zeer beperkt afgelegd. Dit heeft geleid tot het advies om aanvragen voor toestemming tot exploitatie en wijzigingsverzoeken waarvoor een locatiebezoek benodigd was, conform de Awb op te schorten op basis van overmacht. Met betrekking tot verhuizende gastouders luidde het advies om deze aanvraag wél in behandeling te nemen. Hiervoor kon aan de GGD de opdracht gegeven worden om een onderzoek voor registratie (OVR) uit te voeren d.m.v. een interview via videobellen (indien mogelijk). Dit om problemen met onterechte meldingen van niet in het PRK ingeschreven volwassenen te voorkomen (door de koppeling tussen LRK – BRP – PRK). De gastouders die dit betrof, hadden al een actieve registratie in het LRK en moeten zodra huisbezoeken weer mogelijk zijn, alsnog worden bezocht. Gedurende fase 2 werd het voor de GGD mogelijk het aantal locatiebezoeken voorzichtig uit te breiden. De onderzoeken voor registratie, nader onderzoeken en incidentele onderzoeken op basis van een wijzigingsverzoek konden weer opgepakt worden (wanneer daar capaciteit voor was) en, met inachtneming van de RIVMrichtlijnen, weer op locatie uitgevoerd.
Daarbij was wel het advies om te beoordelen of een locatiebezoek echt noodzakelijk/de beste keuze is. Gebrek aan capaciteit bij de GGD door inzet van toezichthouders in verband met andere corona gerelateerde werkzaamheden, gaf nog steeds reden om waar nodig termijnen van aanvragen en wijzigingsverzoeken op te schorten op basis van overmacht.
2.2
Advies uitvoering registratietaak in fase 3
De uitvoering van de registratietaak (het afhandelen van aanvragen tot exploitatie, en het actueel, juist en volledig houden van het LRK) in fase 3 zal door gedeeltelijke hervatting van de onderzoeken door de GGD in fase 2 minder achterstanden kennen. Indien dit nog niet gedaan is, is het verstandig om in kaart te brengen wat de stand van zaken is en welke verdere acties ondernomen kunnen worden. Om dit overzichtelijk te doen kan gebruik worden gemaakt van het volgende stappenplan: 1. Breng in kaart welke aanvragen en wijzigingsverzoeken nog niet afgerond zijn. 2. Voer de (nieuwe) aanvragen in in het LRK. 3. Neem contact op met de aanvrager. 4. Inventariseer en prioriteer de aanvragen en wijzigingen. 5. Overleg met de GGD over wat zij kunnen uitvoeren en binnen welke termijn. 6. Informeer de aanvrager over hervatten van de termijn of schort de termijn voor besluitvorming op.
2 Bij het schrijven zijn we ervan uitgegaan dat deze taak wordt uitgevoerd bij de gemeente waar deze wettelijk belegd is. Lokaal kunnen
echter andere afspraken gemaakt zijn.
6
2.2.1 Aanvragen en wijzigingen in kaart brengen Bundel alle (nieuwe) aanvragen en wijzigingsverzoeken in een overzichtelijk bestand. Breng in kaart wat er per aanvraag of verzoek moet gebeuren. Label dit en zet er een status bij. Bijvoorbeeld: welke verzoeken zijn in fase 1 (of 2) opgeschort? Waar is de GGD al mee bezig? Welke nieuwe aanvragen zijn nog niet in het LRK ingevoerd? Welke termijn hoort bij iedere aanvraag? etc. Op deze manier wordt duidelijk wat er allemaal nog gedaan moet worden door de gemeente of door de GGD. Dit werkt ook ondersteunend bij de afspraken die met de GGD gemaakt moeten gaan worden over de nog uit te voeren onderzoeken en de mogelijkheden met betrekking tot de beschikbare capaciteit.
2.2.2 Invoeren in het LRK Het LRK moet actueel, juist en volledig zijn. De binnengekomen aanvragen moeten daarom in elk geval aangemeld zijn in het LRK. Voor een aantal aanvragen of wijzigingsverzoeken die net voor of tijdens fase 1 en 2 zijn binnengekomen, zal het niet mogelijk zijn (geweest) om binnen de wettelijke termijn een besluit genomen te hebben door de coronamaatregelen. Dit was een overmachtssituatie waardoor deze aanvragen of wijzigingsverzoeken opgeschort konden worden. Controleer of alle binnengekomen aanvragen in het LRK zijn aangemeld. Controleer ook of alle binnengekomen aanvragen en wijzigingsverzoeken, waar dat van toepassing is, zijn opgeschort, en of de opschorting van de nieuwe aanvragen in het LRK is verwerkt. Voor binnenkomende aanvragen geldt in deze fase dat de aanvragen alleen nog opgeschort kunnen worden wegens overmacht, wanneer de lokale situatie (bijvoorbeeld minder capaciteit van toezichthouders) dat noodzakelijk maakt.
2.2.3 Contact opnemen met de aanvrager Er is in kaart gebracht hoeveel aanvragen en wijzigingsverzoeken er liggen. Nu moet nagegaan worden of deze aanvragen en verzoeken nog relevant zijn. Wellicht zijn er houders die toch geen nieuwe locatie willen openen of geen uitbreiding willen van het aantal kindplaatsen. In die gevallen zal de houder de aanvraag moeten intrekken zodat deze buiten behandeling kan worden gelaten. De aanvragen en verzoeken die niet meer relevant zijn moeten wel op de juiste manier worden afgehandeld in het LRK.
2.2.4 Inventariseren van aanvragen en wijzigingen Op basis van de vorige stappen kunt u de volgende acties ondernemen: • • • • • • • •
Inventariseer welke (en hoeveel) aanvragen zijn opgeschort. Inventariseer welke (en hoeveel) wijzigingsverzoeken zijn opgeschort. Controleer per aanvraag de datum binnenkomst, de opschortingstermijn en de (nieuwe) beslistermijn. Controleer per wijzigingsverzoek de datum binnenkomst, de opschortingstermijn en de (nieuwe) beslistermijn. Inventariseer welke aanvragen komen van nieuwe houders. Inventariseer welke aanvragen komen van bestaande houders. Inventariseer welke aanvragen in feite ‘verhuizingen’ zijn. Inventariseer welke verhuizende VGO’s geregistreerd zijn na een ‘video onderzoek’.
Bepaal vervolgens ook de benodigde en beschikbare capaciteit van de gemeente en de GGD. Deze lijst is uiteraard niet uitputtend en er kunnen elementen worden toegevoegd. Bovenstaande geeft handvatten voor de inventarisatie waardoor er een beeld ontstaat van de huidige situatie.
7
2.2.5 Prioritering en aandachtspunten Hierna kan er geprioriteerd worden. Er kunnen namelijk redenen zijn om bepaalde aanvragen en/of wijzigingsverzoeken eerst te behandelen. Denk hierbij aan: • Aanvragen en wijzigingsverzoeken met een gewenste startdatum in het verleden. • Aanvragen van locaties die om andere redenen snel geopend moeten worden om kinderopvang op een bepaalde locatie voorrang te geven. Bijvoorbeeld vergroting van het VE-aanbod. • Aanvragen en/of wijzigingsverzoeken die alleen een bureauonderzoek behoeven. • Aanvragen in verband met een verhuizing. Om deze prioritering op te stellen kunt u gebruik maken van deze tool (Excelbestand). Hierin wordt ingevuld wat de stand van zaken is per aanvraag of wijzigingsverzoek. Dit leidt tot een prioritering van de aanvragen en/of wijzigingsverzoeken, waarmee onderbouwd kan worden welke zaken er als eerst opgepakt worden en welke zaken later behandeld worden. Deze onderbouwing is belangrijk voor de eigen administratie van de gemeente en later ook voor de Jaarverantwoording over 2020. Leg daarom deze keuzes goed vast. Aandachtspunten voor de prioritering Er is een aantal aandachtspunten waar bij de prioritering rekening mee gehouden moet worden: • Het is belangrijk dat alle aanvragen en wijzigingsverzoeken zo snel mogelijk behandeld worden in verband met de daaraan verbonden wettelijke termijnen.