(A27) PlusOV - Concept Jaarrekening 2023, Kadernota 2025-2028 en conceptbegroting 2025-2028 (D432431)
Tekst van het document
From: Sent: To:
Cc:
Subject: Attachments:
Marie Louise Nijhof <ml.nijhof@plusov.nl> woensdag 10 april 2024 13:58 griffie@lochem.nl; Griffie (Hattem); Bestuursondersteuning; Griffie; griffie@deventer.nl; griffie@epe.nl; gemeente@heerde.nl; Gemeente Voorst; raad@voorst.nl; griffie@zutphen.nl Meijer, H.; l.winters; Ommen S. van; Kirsten Smid; a.prins@apeldoorn.nl; Timmer, Ingrid; Wijnhoud, Lars; Gert van den Berg (gvandenberg@epe.nl); TjitskeSiderius@hattem.nl; w.van.ommen@heerde.nl; w.goodin@lochem.nl; Peter Wormskamp; Bloem, Jasper; Vergert, A ten (Anne); Kouwenhoven, Myrthe; Kamphuis, Marita; ivo.nienhuis; Danielle Jonker; j.vander.beek; Dorien Morsink; n.vangurp@voorst.nl; Overmars, Jona; Uittenbroek - Boerefijn, GM (Marina); Bestuurssecretariaat; Terhorst, Joyce; Wethouderssecretariaat; Bestuurssecretariaat (Hattem); Bestuurssecretariaat (Heerde); Klein Wentink. J.; Bestuurssecretariaat; 'bestuurssecretariaat@zutphen.nl' Aan de raad en het college van uw gemeente Brief concept jaarrekening en begroting aan de raad en colleges.pdf; Concept jaarrekening 2023 .pdf; Kadernota 2025-2028.pdf; Concept begroting 2025-2028.pdf
Geachte heer / mevrouw, Hierbij het verzoek bijgaande stukken spoedig beschikbaar te stellen aan de raad en het college van uw gemeente. Dit betreft de documenten: -
Brief aan raad en college van uw gemeente Concept Jaarrekening 2023 Kadernota 2025-2028 Concept Begroting 2025-2028
Alvast dank. Met vriendelijke groet, Marie-Louise Nijhof| Management assistente Postbus 44, 7240 AA Lochem| M +31 6 31 57 89 10
1
Aan de raad en het college van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen
Betreft
Uw kenmerk Ons kenmerk Behandeld door
H.H. Meijer
Datum
10 april 2024
Kopie aan
RaoB
Concept Jaarrekening 2023, Kadernota 2025-2028 en conceptbegroting 2025-2028
Geacht college, geachte raadsleden, Hierbij ontvangt u de concept Jaarrekening 2023, de Kadernota 2025-2028 en de conceptbegroting 2025-2028 van Vervoerscentrale Stedendriehoek / PlusOV. U heeft de gelegenheid om uw zienswijze op de conceptbegroting 2025-2028 uiterlijk vrijdag 5 juli 2024 aan ons kenbaar te maken. Het bestuur van PlusOV zal op 5 september de eventuele zienswijzen bespreken en de definitieve begroting vaststellen. Jaarrekening 2023 Het jaar 2023 sluiten we positief af. De organisatiekosten (de kosten voor regievoering door PlusOV) zijn beheersbaar en € 179.000 lager dan begroot. De totale vervoerskosten bleven eveneens binnen de begroting. De gezamenlijke bijdrage van alle gemeenten voor het vervoer en organisatie door PlusOV was € 350.000 lager dan begroot. Het continu klanttevredenheidsonderzoek in het vraagafhankelijk vervoer onder 1.423 geïnterviewden in 2023 leverde een cijfer voor algemene tevredenheid op van 8,3. Het onderzoek in het leerlingenvervoer uitgevoerd in januari 2024 met een respons van 145 ouders/verzorgers (23%) leverde een algemene tevredenheid op van 7,3. De bijdrage van het Reizigerspanel, de uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek en de ideeën van medewerkers leverden waardevolle suggesties op om de organisatie en het vervoer verder te verbeteren.
Kadernota 2025-2028 Het is gebruikelijk dat samenwerkingsverbanden een kadernota aanbieden met beleidsmatige keuzes en financiële risico’s, ter voorbereiding op de begrotingsbehandeling. PlusOV is hier, op basis van de huidige GR, een uitzondering op, omdat ze een bedrijfsvoeringsorganisatie is en geen eigen beleid maakt. Uiteraard wil PlusOV u graag informeren over de door het bestuur van PlusOV vastgestelde Kadernota. Hierin leest u de financiële uitgangspunten, verwachte vervoersvolumes en de inzet van de medewerkers en middelen in de komende jaren.
Conceptbegroting 2025-2028 De vervoerskosten bepalen in belangrijke mate de kosten van PlusOV. We verwachten dat de vervoerskosten komende jaren stijgen door een toename in vervoersvolume van 3,5% en een stijging van de NEA-index met 5,1% per jaar. In het vraagafhankelijk vervoer (WMO-vervoer) was in 2023 het aantal ritten 264.300 en daarmee 69% van het aantal ritten in 2019 (voor corona). In het routegebonden vervoer zien we een trend in de afgelopen jaren dat meer deelnemers gebruik maken van het leerlingenvervoer en Jeugdwetvervoer. In het dagbestedingsvervoer zien we een afname van het aantal deelnemers. Ook de komende jaren zien we met vertrouwen tegemoet voor het uitvoeren van onze missie: ‘Mensen prettig, betaalbaar en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is’.
Met vriendelijke groet,
H.H. Meijer Directeur PlusOV
Kadernota 2025-2028 Vervoerscentrale Stedendriehoek
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ................................................................................................................................................ 3 2. Financiële uitgangspunten ................................................................................................................... 5 2.1 Indexering....................................................................................................................................... 5 2.2 Btw en vennootschapsbelasting .................................................................................................... 6 2.3 Kostenverdeelsystematiek ............................................................................................................. 6 2.4 Reserves ......................................................................................................................................... 7 3. Inhoudelijk en financieel perspectief ................................................................................................... 8 3.1 Organisatie .....................................................................................................................................
8 3.2 Het vervoer..................................................................................................................................... 8 4. Risico’s en maatregelen ..................................................................................................................... 12 Bijlage 1: Kostenverdeelsystematiek ..................................................................................................... 13
2
1. Inleiding Voor u ligt de kadernota van PlusOV voor de begroting 2025-2028. Deze kadernota is bedoeld als voorbereiding op de behandeling van de begroting van PlusOV. PlusOV is een samenwerkingsverband van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. Het is gebruikelijk dat samenwerkingsverbanden een kadernota aanbieden. Hierin staan beleidsmatige keuzes en financiële risico’s, ter voorbereiding op de begrotingsbehandeling. PlusOV is hier een uitzondering op, omdat het een bedrijfsvoeringsorganisatie is. PlusOV voert uit, maar maakt zelf geen beleid, dat doen de deelnemende gemeenten. Desondanks wil PlusOV u graag informeren over de hoofdlijnen voor de nog op te stellen begroting. Graag nemen we u eerst kort mee in de belangrijkste gebeurtenissen van het afgelopen jaar 2023. Daarna gaan we in op onze uitdagingen van de komende jaren 2025-2028. Terugblik op 2023 Het vraagafhankelijk vervoer (Wmo-vervoer) Reizigers geven in het continu klanttevredenheidsonderzoek een waardering van 8,3 als algemeen rapportcijfer voor het vervoer door PlusOV. In 2023 was er ten opzichte van voorgaand jaar een stijging in het aantal ritten (+7%) en een groei in het aantal km (+6%). Het aantal unieke reizigers steeg naar 7.646 (+2%).
Met de toename van het vervoersvolume stegen ook de vervoerskosten voor het vraagafhankelijk vervoer ten opzichte van 2022 (ca. 26%). Dit werd voor 13,7% veroorzaakt door een stijging van de NEA-index. De overige stijging komt door de stijging in het vervoersvolume. Het routegebonden vervoer (leerlingenvervoer, dagbesteding en Jeugdwet) Ouders/verzorgers gaven het leerlingenvervoer een waardering van een 7,2 (onderzoek januari 2023). In het leerlingenvervoer zien we dat de trend van de afgelopen jaren in 2023 doorzet; meer deelnemers maken gebruik van het leerlingenvervoer en jeugdwetvervoer met meer ritten en meer gereden kilometers. In het dagbestedingsvervoer zien we een afname van het aantal deelnemers en ritten. In hoofdstuk 3 gaan we hier verder op in. Ook in het routegebonden vervoer stegen de vervoerskosten ten opzichte van 2022. Dit kwam door de stijging van de NEA-index en de toename van het vervoersvolume. De meerkosten van de 10% groei in het routegebonden vervoer zijn grotendeels opgevangen door een efficiëntere routeplanning en uitvoering van de ritten. Het aandeel van het leerlingenvervoer is met 75% van de vervoerskosten en 90% van de kilometers sterk bepalend voor het totale routegebonden vervoer. De organisatie PlusOV Er is extra inleen geweest als gevolg van een hoog ziekteverzuim bij de Frontoffice.
De bezetting is eind 2023 24,13 fte, hiervan zijn 2,34 fte inleenkrachten. De planning is om de inleen in januari met 1 fte te verminderen. Daarmee komt de bezetting op 23,13 fte. Initieel was 22,9 fte begroot bij de start van 2024. Uitdagingen komende jaren De afgelopen jaren is er focus geweest op het investeren in nieuwe software en het verbeteren van de processen om de organisatie van PlusOV stabieler en efficiënter te maken. De komende jaren ligt de focus op: 1. Het verbeteren van de processen in de keten van: Reizigers -> Gemeenten -> PlusOV -> Vervoerders. 2. Het beheersen van de organisatiekosten.
3
3. Het uitwerken van de vraag: Op welke manier houden we het doelgroepenvervoer beschikbaar voor de mensen die niet zonder kunnen met het beperkte aanbod aan chauffeurs? Dit is overigens een landelijk vraagstuk. Het tekort aan chauffeurs speelt zowel in het routegebonden als het vraagafhankelijke vervoer. Vervoerders verwachten ook in de komende jaren niet te kunnen voldoen aan de gevraagde inzet van chauffeurs. PlusOV heeft maatregelen genomen zoals het optimaliseren van de routes, het spreiden van de reistijden in de ochtend en het later starten met het vervoer in de ochtend. Deze oplossingen hebben voor een gedeelte geholpen om de nadelige effecten van het chauffeurstekort op te vangen. Het zijn echter geen structurele oplossingen. In het leerlingenvervoer ontstaat daarnaast extra druk op de organisatie door een toenemende vraag naar vervoer: meer deelnemers, meer ritten, meer gereden kilometers, vraag naar meer maatwerk en hogere verwachtingen van reizigers en ouders/verzorgers. De toenemende vraag naar vervoer in combinatie met het tekort aan chauffeurs gaat knellen. Dit vraagt om een integrale aanpak ondersteund door een breed gedragen visie en daarop gebaseerd beleid van de deelnemende gemeenten, in afstemming met scholen, instellingen, reizigers, ouders/verzorgers.
Het uitvoeren van alle ritaanvragen met behoud van een hoge klanttevredenheid wordt een steeds grotere grote uitdaging. De medewerkers van PlusOV ervaren deze druk dagelijks maar blijven zich onverminderd inzetten om de missie van PlusOV te realiseren: ‘Mensen prettig, betaalbaar en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is’.
Januari 2024
H.H. Meijer Directeur PlusOV
4
2. Financiële uitgangspunten 2.1 Indexering Inflatiepercentage Het inflatiepercentage baseren we op de gegevens uit de gemeentefondscirculaire van september 2023. In de begroting hanteren we voor elk jaar de nationale consumentenprijsindex (cpi) zoals door het CPB is berekend en de basis is in de gemeentefondscirculaire. Het verwachte percentage voor de exploitatie in 2025 is 2,5%. Deze index passen we toe op de organisatiekosten exclusief de loonkosten.
Ontwikkeling loonkosten gemeenten Er is een onderhandelingsakkoord over de nieuwe CAO. De looptijd van deze CAO is van 1 januari 2024 t/m 31 maart 2025. De afspraken uit dit akkoord worden verwerkt in de loonkosten in deze begroting. De lonen stijgen vanaf 1 januari 2024 met 4,75% en vanaf 1 oktober 2024 met 1,25%. Tevens worden de kosten voor de ondersteuning door de gemeente Lochem met deze percentages geïndexeerd. Deze kosten zijn ook gebaseerd op loonkosten. Index vervoer De kosten voor het vervoer volgen de NEA-index. De NEA-index voor de vervoerkosten in 2024 is vastgesteld op 3,4%, in de begroting voor 2024 was hier 6,0% voor opgenomen. Voor 2025 hanteren we een verwachte NEA-index van 5,1%, dit is de gemiddelde NEA-index van de jaren 2019 t/m 2024.
5
Hieronder een overzicht met de historische en verwachte inflatiepercentages en NEA-index. De percentages van 2025 t/m 2028 worden toegepast op de budgetten in de begroting 2025-2028 Jaar 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Inflatie in % 1,5 1,8 1,4 1,7 3,0 3,4 2,5 2,4 2,3 2,3
NEA-index in % * 2,2 6,7 1,0 3,5 13,7 3,4 5,1 5,1 5,1 5,1
* 2019 t/m 2024 zijn de werkelijke percentages
2.2 Btw en vennootschapsbelasting Belasting toegevoegde waarde (btw) PlusOV wordt volledig als btw-ondernemer gezien. Alle betaalde btw vordert PlusOV terug met de aangifte omzetbelasting en alle ontvangen btw dragen we dan af. Alle bedragen in de begroting zijn exclusief btw. De gemeenten treden voor het routegebonden vervoer niet op als btw-ondernemer. Dit houdt in dat voor de gemeenten de btw op het routegebonden vervoer (leerlingen-, dagbestedings- en Jeugdwetvervoer) een last is waarmee zij in hun eigen begroting rekening moeten houden. Vennootschapsbelasting PlusOV is sinds 2017 vennootschapsbelastingplichtig. Het vervoer voor andere instanties dan de deelnemers (de gemeenten) valt onder de belastingplicht. Doordat PlusOV niet meer het aanvullend OV uitvoert voor de Provincie, is er vrijstelling aangevraagd voor de vennootschapsbelasting.
2.3 Kostenverdeelsystematiek In de begroting nemen we twee soorten kosten op: organisatiekosten en vervoerskosten. De organisatiekosten verdelen we naar de vervoersstromen en daarna naar de gemeenten. Over de verevening van de vervoerskosten voor het routegebonden en het vraagafhankelijk vervoer maakten we afspraken met de gemeenten. Deze systematiek werkten we uit in bijlage 1. Niet in de begroting verwerkt is de opbrengst van de eigen bijdrage van de reizigers in het vraagafhankelijk vervoer. Deze eigen bijdrage is opgenomen in de begroting van de individuele gemeente. PlusOV incasseert deze bedragen namens de gemeenten, en stort ze vervolgens door naar de gemeenten. Voor het vraagafhankelijk vervoer is het totale bedrag aan eigen bijdrage ongeveer € 575.000 per jaar en daarmee ongeveer 10% van de vervoerskosten voor het vraagafhankelijk vervoer.
6
2.4 Reserves PlusOV heeft 2 bestemmingsreserves en een algemene reserve. De verwachte dotaties en onttrekkingen zijn hieronder toegelicht en worden opgenomen in de begroting 2025. Algemene reserve In 2020 is het saldo van de algemene reserve toegevoegd aan de optimalisatiereserve. De algemene reserve heeft op dit moment geen saldo. Uitgangspunt voor deze kadernota is dat de beide bestemmingsreserves in 2024 worden opgeheven en dat het saldo naar de algemene reserve gaat. Voor de optimalisatiereserve moet hiervoor nog wel een besluit genomen worden door het bestuur. Algemene reserve Saldo 1-1 Toevoegen Toevoeging saldo RG6 reserve Toevoeging saldo optimalisatiereserve Saldo 31-12
Werkelijk 2023 € € -
€
-
Prognose Prognose Prognose Prognose Prognose 2024 2025 2026 2027 2028 € € 438.858 € 438.858 € 438.858 € 438.858 € 438.858 € € € € € 301.389 € 137.469 € 438.858 € 438.858 € 438.858 € 438.858 € 438.858
Bestemmingsreserves 1. Optimalisatiereserve De optimalisatiereserve is gevormd om meer efficiency te bereiken. De middelen uit deze reserve gebruikt PlusOV om de organisatie te hervormen in een efficiëntere en kwalitatief goede organisatie. Eind 2023 moet de beoogde efficiency behaald zijn. In 2024 bepalen we wat er met een eventueel resterend saldo gaat gebeuren. Het bestuur zal daar op dat moment een besluit over nemen. In onderstaande tabel zijn de begrote toevoegingen en onttrekkingen opgenomen. Reserve optimalisatiekosten Saldo 1-1 Toevoegen Bijdrage DAZ-gemeenten Resultaat jaarrekening Onttrekken Efficiency bijdrage Investeringsbijdrage Opheffen; saldo naar Algemene reserve Saldo 31-12
Werkelijk Prognose Prognose 2023 2024 2025 € 218.954 € 137.469 € € 55.195 € € € 55.195 € -136.680 € -137.469 € € -50.000 € -86.680 € -137.469 € 137.469 € €
Prognose 2026 € € -
Prognose 2027 € € -
Prognose 2028 € € -
-
€
-
€
-
€
-
-
€
-
€
-
€
-
2. RG6 reserve In januari 2020 heeft het bestuur besloten om naast de optimalisatiereserve een RG6-reserve te vormen. In deze reserve storten de uittredende gemeenten de uittreedsom. Tevens is besloten dat de RG6-gemeenten (Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem en Voorst) vanuit deze reserve een dotatie doen aan de optimalisatiereserve. Het bestuur heeft destijds op 23-01-2020 besloten dat de reserve uiterlijk in 2024 wordt opgeheven of zoveel eerder als de reserve is uitgeput, en het saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve. RG6 reserve Saldo 1-1 Toevoegen Onttrekken Opheffen RG6 reserve ten gunste van algemene reserve Saldo 31-12
Werkelijk Prognose Prognose 2023 2024 2025 € 301.389 € 301.389 € € € € -
Prognose 2026 € € -
Prognose 2027 € € -
Prognose 2028 € € -
€
-
€
-
€
-
€
-
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€ -301.389 € € -301.389 301.389 € €
7
3. Inhoudelijk en financieel perspectief 3.1 Organisatie Organisatieomvang Hieronder staat een overzicht met de werkelijke en geplande bezetting in fte aan het begin van het jaar (incl. inleen). Aantal fte begin van jaar
2021 Werkelijk
2022 Werkelijk
2023 Werkelijk
2024 Werkelijk
2025 Gepland
2026 Gepland
2027 Gepland
2028 Gepland
26,8
24,8
23,9
23,1
23,8
23,4
23,0
23,0
Aantal fte
De geplande bezetting begin 2024 was 22,9 fte. De werkelijke bezetting is 23,1 fte (waarvan 1,3 fte inleenkrachten). De bezetting voor het plannen van het vraagafhankelijk vervoer was te laag om de dagelijkse continuïteit te kunnen waarborgen in geval van een zieke planner. Hiervoor heeft een uitbreiding plaatsgevonden van 8 uur (0,2 fte) wat het verschil veroorzaakt. Daarnaast is het de bedoeling om de bezetting in 2024 te verhogen naar 23,8 fte. Ervaring leert dat deze wijziging in de bezetting nodig is om de afspraken uit de DVO voor het servicelevel telefonie te kunnen realiseren. Zowel in 2021 als 2022 was het servicelevel 70%. Het servicelevel voor telefonie (80% van de gesprekken binnen 20 seconden opnemen) komt in 2023 uit op 75% waar 80% de norm is. Voor 2026 en 2027 wordt een lichte daling in de bezetting (flexibele schil) begroot door een toename van het online boeken van een rit door de klant zelf.
3.2 Het vervoer Het verloop in het vervoersvolume en vervoerskosten op hoofdlijn de afgelopen jaren Het vervoersvolume is in 2019 sterk gedaald door de invloed van corona. De daling in het routegebonden vervoer, als gevolg van de sluiting van scholen en instellingen door een lockdown, is van tijdelijke aard geweest. Begin 2022 zijn de laatste beperkingen opgeheven. Daarna zien we een gestage stijging in de aantallen deelnemers, de ritten en afstand voor het leerlingenvervoer en Jeugdwetvervoer. Het aantal deelnemers in het vervoer voor dagbesteding daalt vanaf 2021. In het vraagafhankelijk vervoer is het aantal ritten in 2023 nog steeds onder het niveau van voor corona, dit sluit aan bij het landelijk beeld. Het aantal gereden ritten en km stijgt in 2023 met ca. 7%. Het aantal unieke reizigers neemt met 2% toe, steeds meer mensen maken gebruik van het WMOvervoer. Voor de begroting 2025-2028 vormen de ontwikkelingen van de jaren 2022 en 2023 de basis voor de toekomstige begroting van het vervoersvolume en de vervoerskosten. Onderstaand geven we een toelichting op de uitgangspunten en onderbouwing van de vervoerskosten in de begroting.
8
Het volume en de vervoerskosten in het vraagafhankelijk vervoer Onderstaande grafiek geeft een beeld van de volumeontwikkeling in het vraagafhankelijk vervoer. 2020 * Aantal pashouders Aantal unieke reizigers Aantal ritten Aantal gereden km.
Groei
2021 *
Groei
2022
Groei
2023 **
Groei
14.014
-4%
13.316
-5%
ca. 13.202
-1%
13.319
1%
7.634
-19%
6.811
-11%
7.505
10%
7.646
2%
186.330
-52%
196.513
5%
242.333
23%
258.276
7%
1.176.822
-51%
1.268.107
8%
1.544.581
22%
1.636.250
6%
* afwijkend vervoersvolume door coronamaatregelen, in 2022 was dit alleen in de maand januari ** voor Q4 2023 is een inschatting gemaakt. De ontwikkeling in het aantal geplande km in combinatie met het aantal ritten is een goede indicatie voor de ontwikkeling van de vervoerskosten. We verwachten dat de vervoerskosten met 7% stijgen in de komende jaren. Uitgangspunt voor de financiële begroting 2025-2028 is: 1. Het vervoersvolume stijgt jaarlijks met 7% 2. Voor 2025 en de jaren daarna verwachten we een stijging van de NEA-index met 5,1% per jaar In onderstaande grafiek is de ontwikkeling te zien in de historische en begrote vervoerskosten (excl. de uitgekeerde continuïteitsbijdrage i.v.m. corona).
Het volume in het routegebonden vervoer De cijfers over de afgelopen 4 jaren laten de volgende ontwikkelingen zien: Het aantal unieke pashouders 2020
2021
2022
2023
Jeugdwet Leerlingenvervoer Dagbesteding Totaal
104 734 353 1.189
123 780 309 1.212
149 824 281 1.254
101 707 373 1.181
9
% groei in 2023 + 21% + 6% - 9% + 3%
Het aantal geplande km in de afgelopen 4 jaren laten de volgende ontwikkelingen zien: 2020 *
2021 *
Groei
2022
Groei
2023**
Groei
Totaal geplande km Waarvan LLV
2.842.132
3.257.139
15%
3.713.593
14%
4.079.527
10%
2.481.384
2.824.334
14%
3.261.634
15%
3.643.673
12%
Waarvan JW
137.961
163.839
19%
217.525
33%
231.049
6%
Waarvan DB
222.786
268.966
21%
234.434
-13%
204.804
-13%
* afwijkend vervoersvolume door coronamaatregelen, in 2022 was dit alleen in de maand januari. ** voor Q4 2023 is een inschatting gemaakt. De verwachting voor het volume in de komende begrotingsjaren zijn: 1. Het aantal geplande kilometers stijgt met 7,0% per jaar. Dit is minder dan de 10% groei in 2023 omdat deze groei vertekend is door de beperkingen vanwege corona in januari 2022. 2. De afstand in km per rit stijgt van 15,4 km naar 15,9 km per rit in 2028. 3. Het aantal deelnemers stijgt met 1% per jaar 4. Van alle routegebonden geplande km is de onderlinge verhouding: Ongeveer 90% van de km voor het leerlingenvervoer, 5% voor dagbesteding en 5% voor Jeugdwet. De ontwikkeling in het aantal geplande km in combinatie met het aantal ritten is een goede indicatie voor de ontwikkeling van de vervoerskosten. De groei van het aantal gereden km was in 2023 7%. We verwachten dat deze groei van 7% zich de komende jaren voortzet in het vervoersvolume en daarmee ook in de stijging van de vervoerskosten. In onderstaande grafiek is de historische en begrote geplande afstand in km weergegeven
10
De vervoerskosten stijgen jaarlijks met: 1. 7,0% door de stijging in de volumegroei (gereden ritten en gereden km.) 2. 5,1% als gevolg van een stijging van de NEA-index In onderstaande grafiek is de ontwikkeling te zien in de historische en begrote vervoerskosten (excl. de uitgekeerde continuïteitsbijdrage i.v.m. corona).
11
4. Risico’s en maatregelen In de bestuursrapportage 2023 benoemden we een aantal risico’s. Deze hebben we geactualiseerd en toegelicht. 4.1 Prijs- en volumerisico Bij het opstellen van de begroting is er altijd een prijsrisico. De huidige geopolitieke en economische ontwikkelingen maken dat prijseffecten moeilijk zijn in te schatten. De onzekerheid van het prijsrisico is groter dan in voorgaande jaren. Personeelskosten en brandstofkosten vormen ca. 75% van de vervoerskosten. De personeelskosten in de taxibranche (67% van de vervoerskosten) staan onder druk door schaarste op de arbeidsmarkt. De kosten voor brandstof (8% van de vervoerskosten) blijven waarschijnlijk hoog en onvoorspelbaar. De verwachtingen van deskundigen over de inflatie variëren van 2,5 tot 5%. De prijsrisico's zijn zo goed mogelijk ingeschat en opgenomen maar er blijft altijd een (rest)prijsrisico. Het vervoersvolume in het routegebonden vervoer laat al jaren een trend zien de we voor de toekomst volgen (+7%). Het begrote vervoersvolume in het vraagafhankelijk vervoer heeft een jaarlijkse groei van 7% als uitgangspunt en zou over meerdere jaren voldoende moeten zijn. Het volumerisico voor het gehele doelgroepenvervoer schatten we met de gehanteerde begrotingsuitgangspunten als gering in.
12
Bijlage 1: Kostenverdeelsystematiek In de begroting 2025 zijn twee verschillende soorten kosten te onderscheiden: 1. Organisatiekosten 2. Vervoerkosten 1. Organisatiekosten De organisatiekosten van PlusOV bestaan uit: 1. Personele kosten 2. Bedrijfsvoeringskosten 3. Direct materiële kosten 4. Facilitaire diensten 5. Bestuurskosten De organisatiekosten bestaan voor een groot gedeelte uit de personeelskosten. Deze zijn voor het overgrote deel direct toe te rekenen aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. Ook andere kosten zijn duidelijk toe te wijzen aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer, bv; • Het klanttevredenheidsonderzoek voeren we uit per vervoerssoort. • We verstrekken alleen vervoerspassen voor het vraagafhankelijk vervoer. De pasadministratie wordt alleen voor deze vervoerssoort gedaan en ten laste hiervan gebracht. De overige organisatiekosten zijn minder makkelijk te verdelen over de twee vervoerssoorten. Hier gebruiken we een verdeelsleutel voor. De overige organisatiekosten zijn als overhead te beschouwen. De overhead verdelen we op basis van de verdeelsleutel directe loonkosten. Tot slot worden de organisatiekosten per vervoerssoort verdeeld over de gemeenten. Dit gebeurt op basis van het aantal inwoners op 1 januari 2024.
2. Vraagafhankelijk vervoer De kosten van het vraagafhankelijk vervoer worden toegerekend aan de gemeenten op basis van de volgende verdeelsleutel: daadwerkelijke kilometers + opstapeenheid (per rit) + opslag(en).
3. Routegebonden vervoer Het routegebonden vervoer bestaat uit: leerlingenvervoer, dagbestedingsvervoer en Jeugdwetvervoer. De kosten voor het routegebonden vervoer worden op reizigersniveau toegerekend aan de gemeenten. Hiervoor hanteren we een aantal spelregels. De belangrijkste zijn: 1. Het starttarief van een route verdelen we gelijkelijk over alle reizigers in die route. 2. De optimale individuele reizigersafstand (dit is de kortste route van het woonadres van de reiziger naar de bestemming) gebruiken we als basis voor de verdeling van de routekosten onder de reizigers in die route.
13
CONCEPT Jaarstukken Vervoerscentrale Stedendriehoek 2023
Inhoudsopgave JAARVERSLAG ......................................................................................................................................... 4 Voorwoord .............................................................................................................................................. 4 1.
Overzicht van baten en lasten ...................................................................................................... 5 1.1 Personeelskosten .......................................................................................................................... 7 1.2 Bedrijfsvoering .............................................................................................................................. 7 1.3 Direct materiële kosten ................................................................................................................. 8 1.4 Facilitaire diensten ........................................................................................................................ 9 1.5 Bestuurskosten .............................................................................................................................. 9 1.6 Optimalisatiekosten ...................................................................................................................... 9 1.7 Vervoerskosten............................................................................................................................ 10
2.
Programmaverantwoording ........................................................................................................ 13
3.
Paragrafen ................................................................................................................................... 16 3.1 Weerstandsvermogen ................................................................................................................. 16 3.2 Financiering ................................................................................................................................. 18 3.3 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................ 19 3.4 Verbonden partijen ..................................................................................................................... 21
JAARREKENING ..................................................................................................................................... 22 1.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling .................................................................. 22
2.
Balans per 31 december 2023 .................................................................................................... 24
3.
Balanstoelichting ......................................................................................................................... 25
4.
Overzicht van baten en lasten .................................................................................................... 31
5.
Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................... 32
ACCOUNTANTSVERKLARING ................................................................................................................. 33 Bijlage 1: Bijdrage per gemeente .......................................................................................................... 34 Bijlage 2: Saldo bijdrage per gemeente................................................................................................. 35
2
3
JAARVERSLAG Voorwoord Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening 2023 van PlusOV, de vervoerscentrale Stedendriehoek. Het vraagafhankelijk vervoer (Wmo-vervoer) Reizigers gaven in het continu klanttevredenheidsonderzoek een waardering van 8,3 (8,2 in 2022) als algemeen rapportcijfer voor het vervoer door PlusOV in 2023. Vergeleken met 2022 steeg het aantal ritten (+9%) in 2023. Ook groeide het aantal kilometers (+9%). Het aantal unieke reizigers bleef stabiel op 7.593. Met de toename van het vervoersvolume stegen ook de vervoerskosten voor het vraagafhankelijk vervoer vergeleken met 2022 (circa 25%). Dit komt voor 13,7% door een stijging van de NEA-index. De overige stijging komt door de stijging in het vervoersvolume. Het routegebonden vervoer (leerlingenvervoer, dagbesteding en Jeugdwet) Ouders/verzorgers gaven het leerlingenvervoer een waardering van een 7,3, een stijging van 0,1 ten opzichte van het vorige onderzoek. In het leerlingenvervoer zien we dat de trend van de afgelopen jaren zich in 2023 doorzet. Meer deelnemers maken gebruik van het leerlingenvervoer en het jeugdwetvervoer. We maken meer ritten en rijden meer kilometers. In het dagbestedingsvervoer zien we een afname van het aantal deelnemers en ritten. Ook in het routegebonden vervoer stegen de vervoerskosten vergeleken met 2022 (13%).
Dit kwam door de stijging van de NEA-index en de toename van het aantal ritten. De kostenstijging in 2023 dempen we door een efficiëntere routeplanning en uitvoering van de ritten. Het aandeel van het leerlingenvervoer is met 75% van de vervoerskosten en 90% van de kilometers sterk bepalend voor het totale routegebonden vervoer. De organisatie PlusOV De bezetting van PlusOV is eind 2023 23,1 fte, begroot was 23,3. Hiervan zijn 2,0 fte inleenkrachten. Er is extra inleen geweest als gevolg van een hoog ziekteverzuim bij de Frontoffice. We hebben eerst 22,9 fte begroot bij de start van 2024. Het uitvoeren van alle ritaanvragen met behoud van een hoge klanttevredenheid is voor ons een steeds grotere uitdaging. De medewerkers van PlusOV ervaren deze druk dagelijks Ze blijven zich echter steeds inzetten om de missie van PlusOV waar te maken. De missie van PlusOV is ‘Mensen prettig, betaalbaar en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is’.
Henk Meijer Directeur PlusOV
4
1. Overzicht van baten en lasten Uit het overzicht van baten en lasten blijkt dat zowel de organisatiekosten als de vervoerskosten in 2023 binnen de begroting blijven. Dit leidt tot een positief saldo. Lasten De organisatiekosten zijn in 2023 € 179.000 lager dan begroot. Dit voordeel is hoofdzakelijk het gevolg van lagere bedrijfsvoeringskosten, direct materiele kosten en bestuurskosten. Door een lagere investering dan begroot vielen de optimalisatiekosten lager uit met een bedrag van € 14.200. De totale vervoerskosten zijn € 27.500 lager dan begroot. De kosten voor het vraagafhankelijk vervoer 2023 (VAV) zijn € 298.000 lager dan begroot en de vervoerskosten voor het routegebonden vervoer (RGV) zijn € 270.000 hoger dan begroot. Het voordeel op de vervoerskosten in het VAV is het gevolg van minder ritten in het vraagafhankelijk vervoer dan eerder ingeschat. Na corona is er weer een stijging in het aantal ritten ontstaan. Dit zagen we ook in 2023. De reizigers maken steeds meer gebruik van PlusOV voor het vervoer voor sociaal/recreatieve activiteiten. Het niveau van het aantal ritten in 2023 is in vergelijking met 2019 68% (2019: 386.000 en 2023 264.000 ritten). In de volgende paragrafen lichten we de lasten verder toe. Baten De lagere lasten zorgen direct voor een lagere bijdrage van de gemeenten. Daarnaast zijn er een aantal voordelen aan de batenkant voor de organisatie.
Zoals opbrengsten vervoerspassen en overige (rente) baten. Dit zorgt ook voor een lagere bijdrage van de gemeenten. De gezamenlijke bijdrage door de gemeenten aan organisatie- en vervoerskosten is € 350.000 lager dan begroot. Uiteindelijk resteert er een positief resultaat van bijna € 1.000 De eigen bijdrage van reizigers voor hun rit in het vraagafhankelijk vervoer ter grootte van € 590.000 (ca. 11% van de vervoerskosten) is niet in de baten opgenomen.
5
Lasten Organisatiekosten 1. Personeelskosten 2. Bedrijfsvoering 3. Direct materiële kosten 4. Facilitaire diensten 5. Bestuurskosten Subtotaal organisatiekosten
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2022
€ € € € € €
€ € € € € €
Optimalisatiekosten Investering Subtotaal optimalisatiekosten
€ €
Vervoer Vraagafhankelijk vervoer * Leerlingenvervoer ** Dagbestedingsvervoer ** Jeugdwet vervoer ** Aanvullend OV Subtotaal vervoerskosten
€ € € € € €
1.664.370 173.751 133.948 87.071 87.873 2.147.013
61.360 € 61.360 €
3.827.026 3.309.903 735.729 357.119 83.979 8.313.756
€ € € € € €
1.604.470 134.794 176.012 77.499 63.064 2.055.840
Begroot 2023 € € € € € €
34.490 € 34.490 €
4.274.649 2.679.429 582.489 344.138 24.469 7.905.175
€ € € € € €
TOTAAL LASTEN € 10.522.129 € 9.995.505 € * Werkelijke kosten 2021 VAV zijn inclusief corona tegemoetkoming ** Werkelijke kosten 2021 LLV, DB en JW zijn inclusief afrekening 2018-2019.
Baten Organisatie Bijdr. Prov. Gelderland Wmo Bijdragen gemeenten Opbr. Vervoerpassen/ritoverzichten Overige baten Bijdr. Prov. Gelderland OV Subtotaal organisatie
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2022
€ € € € € €
€ € € € € €
Optimalisatie Bijdrage DAZ gemeenten Subtotaal Optimalisatie
€ €
Vervoer Bijdrage provincie Wmo-vervoer Bijdragen gemeenten Vraagafhankelijk verv. Bijdragen gemeenten Leerlingenvervoer Bijdragen gemeenten Dagbestedingsvervoer Bijdragen gemeenten Jeugdwetvervoer Bijdrage provincie aanvullend OV Subtotaal Vervoer
€ € € € € € €
672.521 3.154.505 3.309.903 735.729 357.119 83.979 8.313.756
TOTAAL BATEN Saldo van baten en lasten
€ €
10.310.768 € -211.361 €
10.161.484 € 165.979 €
Onttrekking optimalisatiereserve (opt.kosten) € Onttrekking optimalisatiereserve (eff. bijdrage) € Toevoeging aan reserve optimalisatiekosten Subtotaal €
85.000 € 150.000 € € 235.000 €
Resultaat
23.639 €
133.881 1.834.510 13.801 14.820 1.997.012
-
€ €
€ € € € € € €
Werkelijk 2023 € € € € € €
1.678.979 € 142.172 € 249.110 € 94.779 € 63.856 € 2.228.895 €
-78.116 44.734 93.584 -2.681 121.706 179.228
100.000 € 100.000 €
85.734 € 85.734 €
14.266 14.266
€ € € € € €
297.766 -359.863 150.975 -61.304 27.573
11.802.759 €
221.066
1.600.863 186.906 342.694 92.098 185.562 2.408.123
5.692.005 2.764.505 734.003 325.189 9.515.702
€ € € € € €
12.023.825 €
Begroot 2023
5.394.239 3.124.368 583.028 386.493 9.488.129
Werkelijk 2023
-322.772 12.346 131.198 -179.228
€ €
-
€ € € € € € €
-297.761 359.863 -150.975 61.304 -27.568
11.873.825 € -150.001 €
11.667.029 € -135.729 €
-206.796 14.271
89.685 € 100.000 € -300.469 -110.784 €
100.000 € 50.000 €
86.680 € 50.000 €
-13.320 -
150.000 €
136.680 €
-13.320
55.195 €
-1 €
951 €
951
300.469 € 300.469 €
459.556 3.815.093 2.679.429 582.489 344.138 24.469 7.905.175
€ € € € € € €
35.165 2.322.958 2.358.123
€ € € € € €
Saldo 2023 € € € € € €
105.768 1.813.148 12.065 20.541 4.318 1.955.840
€ € € € € €
Saldo 2023
€ €
-
235.522 5.456.483 2.764.505 734.003 325.189 9.515.702
€ € € € € € €
35.165 2.000.186 12.346 131.198 2.178.895
-
235.522 5.158.722 3.124.368 583.028 386.493 9.488.134
Mutaties reserves
€
6
1.1 Personeelskosten Werkelijk 2021 € 1.539.633 € 96.588 € 4.212 € 23.937 € 1.664.370
Loonkosten Externe inhuur Opleiding/training Alg personeelskosten Totaal personeelskosten:
Werkelijk 2022 € 1.482.046 € 100.232 € 3.462 € 18.730 € 1.604.470
Begroot 2023 € 1.440.242 € 114.790 € 21.604 € 24.227 € 1.600.863
Werkelijk 2023 € 1.501.920 € 143.676 € 14.604 € 18.779 € 1.678.979
Saldo 2023
€ € € €
-61.678 -28.886 7.000 5.449
€
-78.116
Loonkosten (in dienst en inhuur) Na het vaststellen van de begroting 2023 stegen, als gevolg van nieuwe CAO-afspraken, de loonkosten met 8% (€ 124.400). De hogere kosten van € 91.000 voor loonkosten en externe inhuur verklaren we hiermee. Verhouding directe loonkosten vraagafhankelijk en routegebonden vervoer Een groot gedeelte van de personeelskosten rekenen we direct toe aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. De medewerkers Frontoffice werken volledig voor het vraagafhankelijk vervoer. De planners werken óf voor het vraagafhankelijk óf voor het routegebonden vervoer. De verhouding tussen de direct toe te rekenen loonkosten gebruiken we om de organisatiekosten te verdelen die niet direct aan een vervoerssoort toe te rekenen zijn. Aan het eind van het jaar bekijken we wat de werkelijke verhouding is geweest met de werkelijke (directe) loonkosten. De verhouding is: Vervoer Vraagafhankelijk Routegebonden
Begroting 2023: 85,34 % 14,66 %
Werkelijk 2023: 78,22 % 21,78 %
Verdeelsleutel: De organisatiekosten verdelen we naar de verschillende programma’s. Een deel van de kosten rekenen we rechtstreeks toe aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. De overige kosten verdeelden we op basis van de verdeelsleutel directe loonkosten. De loonkosten voor directie en staf verdelen we met deze verhouding over het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer.
1.2 Bedrijfsvoering Werkelijk 2021
Ondersteuning PIOFACH Bankkosten Verzekeringen Totaal lasten bedrijfsvoering
Werkelijk 2022
€ 167.649 € 127.750 € 3.354 € 3.817 € 2.748 € 3.228 € 173.751 € 134.794
Begroot 2023
€ 170.923 € € 5.328 € € 10.655 € € 186.906 €
Werkelijk 2023
135.691 3.534 2.947 142.172
Saldo 2023
€ € € €
35.232 1.794 7.708 44.734
Verdeelsleutel: De kosten voor bedrijfsvoering worden op basis van de verhouding directe loonkosten verdeeld over het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer.
7
1.3 Direct materiële kosten Werkelijk 2021
Werkelijk 2022
Begroot 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
Vervoerspassen VAV
€ 10.052 €
12.049 €
12.344 €
Klanttevredenheidsonderzoek VAV
€
5.250 €
28.987 €
783 € 28.205
€
5.085 €
-
7.372 €
Klanttevredenheidsonderzoek RGV
13.003 € €
-659 5.085
ICT-Software VAV
€ 71.353 € 116.496 € 235.140 € 158.886 € 76.254
ICT-Software RGV
€ 28.938 €
28.293 €
42.374 €
30.495 € 11.879
ICT-Infra Communicatie
€ 11.571 €
12.672 €
12.951 €
27.597 € -14.646
€
1.252 €
5.813 €
18.347 € -12.534
Totaal Direct materiële kosten
€ 133.948 € 176.012 € 342.694 € 249.110 € 93.584
4.664 €
Klantevredenheidsonderzoek De kosten voor de het klanttevredenheidsonderzoek boekten we in 2023 als optimalisatiekosten. Een voordeel van € 33.000 op de direct materiele kosten. ICT software VAV; Het variabele deel van de licentiekosten voor de plannings-software VAV wordt bepaald door het aantal ritten. Door minder ritten dan oorspronkelijk begroot zijn deze variabele kosten ook lager. Een voordeel van € 76.000. ICT Software RGV; De kosten voor het regieportaal vallen lager uit. Dit wordt deels veroorzaakt doordat de reizigersapp halverwege 2023 in gebruik is genomen. Een voordeel van € 2.500 Communicatie; De hogere kosten komen door een onvoorziene extra mailingactie naar de WMO-pashouders. Een incidenteel nadeel van € 12.000. ICT-Infra Microsoft 365 namen we in 2023 af bij een andere leverancier. Deze kosten zijn nu onderdeel van ICT-infra. Terwijl de kosten begroot waren op ICT onder facilitaire diensten. Dit levert een nadeel op van € 12.000 op ICT-infra. Verdeelsleutel De direct materiele kosten rekenen we allemaal direct toe aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. ICT-infra en communicatie verdelen we met de verhouding directe loonkosten naar RGV en VAV.
8
1.4 Facilitaire diensten Werkelijk 2021
Werkelijk 2022
Begroot 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
Huisvestingskosten
€ 57.275 € 58.822 € 58.072 €
67.351 €
-9.279
Kantoormiddelen
€
3.222 € 10.655 €
12.288 €
-1.633
ICT
€ 23.040 € 15.456 € 23.371 €
15.140 €
8.231
Totaal lasten fac.diensten € 87.071 € 77.499 € 92.098 €
94.779 €
-2.681
6.756 €
Verdeelsleutel: De kosten voor facilitaire diensten worden op basis van de verhouding directe loonkosten verdeeld over het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer.
1.5 Bestuurskosten
Representatie/advies Accountantskosten Juridische ondersteuning Onvoorzien Totaal
Werkelijk 2021 € 2.133 € 27.000 € 43.740 € 15.000 € 87.873
Werkelijk 2022 € 6.231 € 27.400 € 21.433 € 8.000 € 63.064
Begroot 2023 € 3.547 € 30.510 € 51.505 € 100.000 € 185.562
Werkelijk 2023 € 2.224 € 29.853 € 31.779 € € 63.856
Saldo 2023 € 1.323 € 658 € 19.726 € 100.000 € 121.706
Onvoorzien Dit budget voor onvoorziene kosten gebruikten we niet. Verdeelsleutel De bestuurskosten worden met de verhouding directe loonkosten verdeeld over het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer.
1.6 Optimalisatiekosten Werkelijk 2021
Optimalisatiekosten
Investering
€
61.360 €
Werkelijk 2022
Begroot 2023
34.490 €
100.000 €
Werkelijk 2023
85.734 €
We gaven € 85.734 uit aan optimalisatiekosten. Dat is minder dan begroot. Het bestuur besloot in november 2023 om € 86.680 te onttrekken uit de reserve voor de optimalisatiekosten. Het verschil van € 951 is het resultaat van deze jaarrekening.
9
Saldo 2023
14.266
1.7 Vervoerskosten De vervoerskosten splitsen we uit in vervoerskosten voor het vraagafhankelijk en het routegebonden vervoer. In onderstaand overzicht staan de totalen routegebonden vervoer en vraagafhankelijk vervoer weergegeven. Hierna volgt een toelichting per vervoersoort. Werkelijk 2021
Werkelijk 2022
Begroot 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
Vraagafhankelijk
€
3.911.005 €
4.299.118 €
5.692.005 €
5.394.239 €
297.766
Routegebonden
€
4.402.751 €
3.606.057 €
3.823.697 €
4.093.890 €
-270.193
Totaal
€
8.313.756 €
7.905.175 €
9.515.702 €
9.488.129 €
27.573
Vraagafhankelijk vervoer Wat hebben we bereikt? Mensen met een beperking in hun mobiliteit en waarvoor het openbaar vervoer geen alternatief is, reisden meer dan het jaar ervoor met PlusOV. We voerden 264.200 (2022: 245.200) ritten uit in 2023. Een stijging van 9%. Hiermee leverden we een belangrijke bijdrage aan de mobiliteit van deze kwetsbare inwoners van 9 gemeenten. Zij konden hierdoor naar eigen inzicht en behoefte deelnemen aan de maatschappij. Dat klanten tevreden waren blijkt uit het klanttevredenheidsonderzoek. Elke week interviewen we ongeveer 35 reizigers via de telefoon over hun ervaring met het reizen met PlusOV. Ondanks het chauffeurstekort steeg de klanttevredenheid opnieuw. Klanten gaven een 8,3 (2022: 8,2) als algemene klanttevredenheid voor hun reis en de contacten met PlusOV. 97% van de ondervraagde klanten gaven aan tevreden of zeer tevreden te zijn met het vervoer door PlusOV. In 2023 was het klachtenpercentage 0,16% (2022: 0,13%). Ruim onder de norm van 0,30%. Wat hebben we gedaan? Het afgelopen jaar nam de vraag naar vervoer toe. De taxi's reden in het vraagafhankelijk vervoer in 2023 1.677.200 kilometer (2022 1.560.900). Het aantal unieke reizigers daalde van 7.638 in 2022 naar 7.593 in 2023. Door een tekort aan chauffeurs kunnen we de vervoerscapaciteit minimaal verhogen. In de planning ligt de focus daarom op het uitvoeren van de aantallen ritten.
Dat betekent meer ritten per uur en/of meer reizigers per voertuig. Dit maakt dat het risico op vertragingen groter wordt. Dat zien we terug in de stiptheid die over het hele jaar 92% was (2022: 94%) en daarmee net iets onder de norm van 95% bleef. Het chauffeurstekort samen met de toegenomen vraag naar vervoer is niet alleen zichtbaar in een lichte daling van de stiptheid. Het geeft in de interne organisatie van PlusOV ook meer dynamiek en een grotere werkdruk. Om de kwaliteit van het vervoer op een goed niveau te houden spreken we zeer regelmatig met de taxibedrijven. We monitoren en sturen nadrukkelijk op kwaliteit en overleggen maandelijks over de uitvoering van het vervoer. Daarnaast gebruiken we de feedback van het Reizigerspanel, de ontvangen klachten en de uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek om de interne organisatie en het vervoer steeds verder te verbeteren. De service aan de telefoon voor het boeken van een rit en het geven van informatie verbeterde in 2023 verder. De gemiddelde wachttijd van de 178.300 inkomende telefoongesprekken was 24 seconden en 76% van de gesprekken beantwoorden we binnen 20 seconden. Om de service aan de klanten verder te verhogen namen we eind maart 2023 een nieuw boekingsportaal in gebruik. Daarmee boeken reizigers zelf, op een voor hun passend moment, online hun ritten.
Sinds de start boekten reizigers al bijna 8% van de ritten online. Het Reizigerspanel heeft door hun ervaringen input
10
gegeven voor verdere verbeteringen in het online boeken. En werkten actief mee in een testperiode. De verbeterde versie gaan we begin 2024 gebruiken. Wat heeft het gekost? Werkelijk 2021
Werkelijk 2022
Begroot 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
Aanvullend OV
€
83.979 €
Vervoer
€
83.979 €
Wmo vervoer
€
3.827.027
€
4.274.649
€
5.692.005 €
5.394.239 €
297.766
Vervoer
€
3.558.183
€
4.274.649
€
5.692.005 €
5.394.239 €
297.766
Continuïteitsbijdrage
€
248.733
Mondkapjes/handgel
€
20.111
Totaal vervoerskosten
€
3.911.006 €
4.299.118 €
5.692.005 €
5.394.239 €
297.766
24.469 24.469
De vervoerskosten voor het vraagafhankelijk vervoer zijn in 2023 lager dan begroot. Door de forse stijging van de NEA-index stegen de kosten met 13,7%. Begroot: 3,5% stijging. Deze extra kosten vangen we op door een lager vervoersvolume dan begroot.
Routegebonden vervoer Wat hebben we bereikt? Het routegebonden vervoer voeren we uit voor de gemeenten Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, en Voorst. We vervoerden leerlingen, cliënten voor dagbesteding en jeugdigen naar hun dagelijkse bestemming. Het aantal unieke pashouders in 2023 was 1.236 waarvan 791 in het leerlingenvervoer, 296 voor dagbesteding en 149 vanuit de Jeugdwet. We voerden 261.300 ritten uit. Een stijging van bijna 2% (2022: 256.400 ritten). Dat deden we zoveel mogelijk met vaste routes, waarbij we streven naar vaste chauffeurs met veilige en nette voertuigen. In het routegebonden vervoer bleef het percentage gegronde klachten met 0,12% (2022: 0,17%) ruim onder de norm van 0,3%. De stiptheid is gedurende het hele jaar voor de heenrit 79% en voor de terugrit 94% (2022 81% resp. 94%). Dat betekent dat we minder dan 5 minuten afwijken vergeleken met de door PlusOV geplande tijd. Hiermee blijven we onder de norm van 90%. In januari 2024 voerden we een enquête onder de ouders/verzorgers van het leerlingenvervoer uit. We kregen een algemeen tevredenheidscijfer van een 7,3. Dit ondanks de invloed van het chauffeurstekort. Het vorige onderzoek in 2022 leverde een waardering van 7,2 op.
Wat hebben we gedaan? De start van de planning, de afstemming met vervoerders en de communicatie naar ouders/verzorgers voor het nieuwe schoolseizoen ‘23/’24 verliep goed. De app voor het leerlingenvervoer verbetert de informatie en service naar de ouders/verzorgers. De app zorgt voor minder inkomende telefoon bij PlusOV. Hierdoor krijgen de planners meer aandacht voor de monitoring en regievoering van de taxi's. De 15.700 inkomende telefoongesprekken met vragen om informatie of het melden van een absentie kenden een wachttijd van 27 seconden en 77% van de gesprekken werd binnen 20 seconden beantwoord. Als gevolg van het tekort aan chauffeurs samen met een hoog ziekteverzuim onder de chauffeurs is nog intensiever samengewerkt met de vervoerders om aan de vraag naar vervoer te kunnen voldoen. Resultaat is dat we de routes steeds optimaliseren. Daardoor is de bezetting in een voertuig op een route verder toegenomen maar komen er ook meer veranderingen in tijden, medepassagiers en chauffeur. Dit kon het effect van een tekort aan chauffeurs en een toenemende vraag naar vervoer niet volledig compenseren waardoor de stiptheid lager was.
11
Wat heeft het gekost?
Leerlingenvervoer Vervoer Afrekening 2018-2019 Continuïteitsbijdrage Dagbestedingsvervoer Vervoer Afrekening 2018-2019 Continuïteitsbijdrage Jeugdwetvervoer Vervoer Afrekening 2018-2019 Continuïteitsbijdrage Totaal vervoerskosten
€ € € € € € € € € € € € €
Werkelijk 2021 3.309.903 2.419.345 786.050 104.508 735.729 642.359 80.449 12.921 357.119 284.588 70.670 1.861 4.402.751
Werkelijk Begroot Werkelijk 2022 2023 2023 € 2.679.429 € 2.764.505 € 3.124.368 € € 2.679.429 € 2.764.505 € 3.124.368 €
Saldo 2023 -359.863 -359.863
€ €
582.489 € 582.489 €
734.003 € 734.003 €
583.028 € 583.028 €
150.975 150.975
€ €
344.138 344.138
325.189 € 325.189 €
386.493 € 386.493 €
-61.304 -61.304
3.606.057 € 3.823.697 €
4.093.890 €
-270.193
€
€ €
De kosten voor het routegebonden vervoer komen in 2023 hoger uit dan begroot. De kosten stegen door de forse stijging van de NEA-index met 13,7%. Begroot was 3,5% stijging. Daarnaast maakten we meer ritten voor het leerlingenvervoer en Jeugdwet. De vervoerskosten voor dagbesteding zijn lager door minder deelnemers dan ingeschat.
12
2. Programmaverantwoording Deze jaarrekening bestaat uit de volgende vier programma’s: 1. Vraagafhankelijk vervoer 2. Leerlingenvervoer 3. Wmo-dagbesteding 4. Jeugdwetvervoer De organisatiekosten en vervoerskosten verdelen we over de verschillende programma’s. Vervoerskosten De vervoerskosten rekenen we rechtstreeks toe aan de verschillende programma’s. Organisatiekosten De organisatiekosten reken we deels direct toe aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. De kosten voor overhead belasten we door aan de programma’s met de verdeelsleutel “directe loonkosten vraagafhankelijk vervoer: directe loonkosten routegebonden vervoer”. Vervolgens verdelen we de kosten voor het RGV over de drie verschillende vervoersoorten op basis van het aantal unieke reizigers. Optimalisatiekosten De optimalisatiekosten rekenen we niet toe aan de programma’s. Hier staat een onttrekking uit de reserve tegenover. In onderstaand overzicht staan de totale baten en lasten per programma weergegeven (-/- = nadeel). Totaal Overzicht Programma's Lasten Pr. 1: Vraagafhankelijk vervoer Pr. 2: Leerlingenvervoer Pr. 3: Dagbestedingsvervoer Pr. 4: Jeugdwetvervoer Pr. 5. Aanvullend OV Niet aan programma's toe te rekenen lasten (optimalisatiekosten) Totaal lasten Baten Pr. 1: Vraagafhankelijk vervoer Pr. 2: Leerlingenvervoer Pr. 3: Dagbestedingsvervoer Pr. 4: Jeugdwetvervoer Pr. 5.
Aanvullend OV Niet aan programma's toe te rekenen baten (uittreedsom DAZ gemeenten) Totaal baten Saldo
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
€ € € € €
5.542.063 € 3.544.722 € 876.233 € 392.972 € 104.779 €
5.946.356 € 2.936.286 € 680.506 € 369.080 € 28.788 €
7.746.616 € 2.994.053 € 830.202 € 352.954 € €
7.201.625 € 3.386.531 € 688.158 € 440.711 € €
544.991 -392.478 142.044 -87.757 -
€ €
61.360 € 10.522.129 €
34.490 € 9.995.506 €
100.000 € 12.023.825 €
85.734 € 11.802.759 €
14.266 221.066
€ € € € €
5.542.062 € 3.544.722 € 876.233 € 392.972 € 104.779 €
5.864.870 € 2.923.766 € 675.728 € 367.864 € 28.787 €
7.746.616 € 2.994.053 € 830.202 € 352.954 € €
7.201.630 € 3.386.530 € 688.158 € 440.711 € €
-544.986 392.477 -142.044 87.757 -
€ €
- € 10.460.768 €
300.469 € 10.161.484 €
100.000 € 12.023.825 €
86.680 € 11.803.709 €
-206.795
€
-61.361 €
165.978 €
-0 €
951 €
14.271
13
Hieronder geven we per programma een overzicht van de baten en lasten (-/- = nadeel). In hoofdstuk 1 zijn de organisatie-, optimalisatie- en vervoerskosten gespecificeerd en de afwijkingen toegelicht. Programma 1: Vraagafhankelijk vervoer Jaarrekening 2021 Lasten Organisatiekosten overhead vervoerskosten Totaal lasten Baten Bijdrage gemeente Bijdrage provincie Overige baten Totaal baten Resultaat
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
€ € € €
1.129.191 € 585.846 € 3.827.026 € 5.542.063 €
1.111.200 € 560.507 € 4.274.649 € 5.946.356 €
1.324.772 € 729.839 € 5.692.005 € 7.746.616 €
1.193.075 € 614.311 € 5.394.239 € 7.201.625 €
131.697 115.528 297.766 544.991
€ € € € €
4.602.039 € 806.402 € 133.621 € 5.542.062 € -1 €
5.270.743 € 565.324 € 28.803 € 5.864.870 € -81.486 €
7.433.269 € 270.687 € 42.660 € 7.746.616 € €
6.771.666 € 270.687 € 159.277 € 7.201.630 € 5 €
-661.603 116.617 -544.986 5
Programma 2: Leerlingenvervoer Jaarrekening 2021 Lasten Organisatiekosten overhead vervoerskosten Totaal lasten Baten Bijdrage gemeente Overige baten Totaal baten Resultaat
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
€ € € €
156.232 € 78.587 € 3.309.903 € 3.544.722 €
170.222 € 86.635 € 2.679.429 € 2.936.286 €
148.146 € 81.402 € 2.764.505 € 2.994.053 €
170.771 € 91.391 € 3.124.368 € 3.386.531 €
-22.625 -9.989 -359.863 -392.478
€ € € €
3.528.316 € 16.406 € 3.544.722 € €
2.921.194 € 2.572 € 2.923.766 € -12.520 €
2.989.287 € 4.766 € 2.994.053 € €
3.365.218 € 21.312 € 3.386.530 € -0 €
375.931 16.546 392.477 -0
Programma 3: Wmo-dagbesteding Jaarrekening 2021 Lasten Organisatiekosten overhead vervoerskosten Totaal lasten Baten Bijdrage gemeente Overige baten Totaal baten Resultaat
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
€ € € €
93.482 € 47.022 € 735.729 € 876.233 €
64.957 € 33.060 € 582.489 € 680.506 €
62.085 € 34.114 € 734.003 € 830.202 €
68.481 € 36.649 € 583.028 € 688.158 €
-6.396 -2.535 150.975 142.044
€ € € €
866.417 € 9.816 € 876.233 € €
674.747 € 981 € 675.728 € -4.778 €
828.204 € 1.997 € 830.202 € -0 €
679.611 € 8.546 € 688.158 € €
-148.593 6.549 -142.044 0
14
Programma 4: Jeugdwetvervoer Lasten Organisatiekosten overhead vervoerskosten Totaal lasten Baten Bijdrage gemeente Overige baten Totaal baten Resultaat
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2022
€ € € €
23.854 11.999 357.119 392.972
€ € € €
16.529 8.413 344.138 369.080
€ € € €
17.919 9.846 325.189 352.954
€ € € €
35.317 18.900 386.493 440.711
€ € € €
-17.398 -9.054 -61.304 -87.757
€ € € €
390.467 2.505 392.972 -
€ € € €
367.614 250 367.864 -1.216
€ € € €
352.378 576 352.954 -
€ € € €
436.303 4.408 440.711 -0
€ € € €
83.925 3.832 87.757 -0
15
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Saldo 2023
3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen In de Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit zijn de volgende taken en verplichtingen opgenomen: •
PlusOV heeft als doel de belangen te behartigen van de deelnemers over het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken stelsel van basismobiliteit. Hierbij moet de vervoerscentrale rekening te houden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk. We zien erop toe dat we het aanvullend openbaar vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende waarborgen. Het vervoer moet een zo goed mogelijke aansluiting hebben op de belangrijkste knooppunten van het openbaar vervoernetwerk.
•
De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft de volgende taken: - het organiseren, begeleiden en uitvoeren van het doelgroepenvervoer - het organiseren, begeleiden en uitvoeren van het aanvullend openbaar vervoer in Gelderland. Dit vervoer is op initiatief van de provincie Gelderland sinds april 2022 door de provincie zelf georganiseerd onder de naam HalteRRReis.
•
Afspraken over de uit de taak voortvloeiende werkzaamheden legden we vast in een dienstverleningsovereenkomst tussen de bedrijfsvoeringsorganisatie en de betrokken deelnemers.
•
De gemeenten dragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie en haar bestuur de bevoegdheden over, die nodig zijn voor de uitvoering van de taken.
De deelnemers zorgen ervoor dat PlusOV altijd over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen. Risico’s die we niet in de begroting opnamen en niet gedekt kunnen worden uit de post onvoorzien of de algemene reserve worden gedragen door de deelnemende gemeenten. Dit houdt in dat de deelnemende gemeenten zelf ook maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Risico’s Prijs- en volumerisico Bij het opstellen van de begroting is er vrijwel altijd een prijs- en of volumerisico. De huidige geopolitieke en economische ontwikkelingen maken dat prijseffecten (risico's) moeilijk zijn in te schatten. De onzekerheid van het prijsrisico is groter dan in voorgaande jaren. Personeelskosten en brandstofkosten vormen ongeveer 75% van de vervoerskosten. De personeelskosten in de taxibranche (67% van de vervoerskosten) staan onder druk door tekort op de arbeidsmarkt. De kosten voor brandstof (8% van de vervoerskosten) blijven waarschijnlijk hoog en onvoorspelbaar. De verwachtingen van deskundigen over de inflatie variëren van 2,5 tot 5%. De prijsrisico's zijn zo goed mogelijk ingeschat en opgenomen, maar er blijft altijd een (rest)prijsrisico. Het vervoersvolume in het routegebonden vervoer laat al jaren een trend zien die we voor de toekomst volgen (+7%).
Het begrote vervoersvolume in het vraagafhankelijk vervoer heeft een jaarlijkse groei van 7% als uitgangspunt. Dit zou over meerdere jaren voldoende moeten zijn. Het 16
volumerisico voor het gehele doelgroepenvervoer schatten we met de gehanteerde begrotingsuitgangspunten als gering in.
Financiële kengetallen PlusOV is verplicht om op basis van het BBV (verslaggevingsvoorschriften) een aantal financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen nemen we zowel in de begroting als in de jaarrekening op. Met de kengetallen maken we de financiële positie inzichtelijk.
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Realisatie 2023 3,2% 3,2% 18,5% -1,2%
Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de omzet. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Zie netto schuldquote. De vervoerscentrale verstrekt geen leningen, waardoor deze ratio niet wijzigt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de vervoerscentrale in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de omvang van de reserves van PlusOV is gemaximeerd op 5% van de jaarlijkse exploitatielasten. De solvabiliteitsratio berekenen we door het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal. Door de maximering van 5% zal de solvabiliteitsratio ook nooit heel hoog zijn. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Dit kengetal heeft geen toegevoegde waarde voor PlusOV. Omdat alle structurele en incidentele lasten gedekt worden door bijdragen van de deelnemende gemeenten en de provincie Gelderland. Hierdoor zal dit kengetal altijd de nul benaderen.
17
3.2 Financiering Betalingsverkeer Voor het betalingsverkeer gebruikt PlusOV een bankrekening zonder kredietfaciliteit bij de BNG Bank te Den Haag. Vlottende financiering In 2023 waren er voldoende liquiditeiten om aan alle betalingsverplichtingen te voldoen. Schatkistbankieren Decentrale overheden en ook gemeenschappelijke regelingen moeten geld dat ze niet direct nodig hebben, uitzetten bij de overheid. De overheid geeft hen rente over dat geld. Deze rentevergoeding is gelijk aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt als ze geld leent. Alleen het geld van PlusOV boven een bepaald bedrag (drempelbedrag) uitkomt, moet bij de overheid worden bewaard. Het drempelbedrag in 2023 is € 1.000.000. Op 31 december 2023 was er € 1.116.194gestald bij de overheid. De rente die daarover is ontvangen, was € 130.400. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2023 bedraagt € 1.022.025. De kasgeldlimiet berekenen we door het totaalbedrag van de primitieve jaarbegroting te vermenigvuldigen met 8,5%. Tot het bedrag van de kasgeldlimiet mogen kortlopende geldleningen worden aangetrokken. In 2023 zijn geen kortlopende middelen opgenomen. Daardoor is de kasgeldlimiet niet overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm is niet van toepassing omdat de Vervoerscentrale geen geldleningen mag opnemen.