CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A2 - VNOG - Brief inzake Regionaal beleidsplan, regionaal risicoprofiel en regionaal dekkingsplan 2025-2028 D450127

Besluitvormende raadsvergadering 20 februari 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken29.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

LEESWIJZER In dit dekkings- en spreidingsplan hebben we de processtappen uit de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen doorlopen: • Processtap 1 beschrijft wijzigingen in de geografische en maatschappelijke context van het dekkings- en spreidingsplan ten opzichte van 2021-2024. • Processtap 2 beschrijft de operationele prestaties van de brandweer aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, slagkracht en werkdruk. • Processtap 3 beschrijft de indeling van de regio in gebieden, de daarvoor geldende opkomsttijden, de mate waarin we aan deze tijdsnormen kunnen voldoen en of maatregelen noodzakelijk zijn. • Processtap 4 tot en met 6 hebben betrekking op bestuurlijke vaststelling, implementatie en monitoring.

Bijlagen De bijlagen zijn integraal opgenomen in dit document.

9

10

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

DEKKING BIJSTELLEN | PROCESSTAP 1 In dit hoofdstuk beschrijven we de bestaande regionale context, die als vertrekpunt in het opstellingsproces dient. Ook zijn de verschillende interne en externe ontwikkelingen beschreven die invloed kunnen hebben op de dekking. Het referentiekader is hierbij het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkings- en spreidingsplan. Interne ontwikkelingen Ontwikkelingen in organisatie en werkveld maken dat de brandweer zich blijvend slim moet organiseren. Flexibilisering en modernisering van brandweerzorg zijn noodzakelijk. Repressieve inrichting Onze repressieve organisatie bestaat uit een fijnmazig netwerk van 56 brandweerposten in 22 gemeenten met een gebouwenbestand van circa 450.000 objecten. Een object kan ook een appartementsgebouw zijn met bijv. 40 appartementen. Sinds 2021 is/wordt een aantal posten verplaatst. Het betreft de volgende posten: Didam (2022), Almen (2023), Oldebroek (2024), Twello (2025), Wapenveld (2025) en Apeldoorn (2027). Voor post Dinxperlo/Süderwick(D), Voorst, Terwolde, Oene, Hoog Soeren, Klarenbeek, Loenen en Ugchelen zal in 2024 een locatiekeuze gemaakt worden. Er is momenteel nog geen informatie over wanneer deze nieuw te bouwen posten operationeel zijn en vanaf welke locatie. In het dekkingsplan 2021-2024 werd vermeld dat onderzocht zou worden of de posten Gendringen en Silvolde samengevoegd konden worden.

Dit levert niet de verwachte verbetering op, het college van gemeente Oude IJsselstreek heeft daarom het advies gekregen om te overwegen om de post Silvolde op een nieuwe locatie te herhuisvesten.

In Apeldoorn komt in de Matenhoek een nieuwe locatie voor de brandweer. Dit wordt tevens ons hoofdkantoor. De vrijwillige post de Maten, de vrij­ willigers van post Apeldoorn-Centrum en post Apeldoorn-Zuid (Logistiek) en de beroepsposten Apeldoorn-Centrum en Apeldoorn-Zuid worden gehuisvest op de nieuwe locatie. In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de voertuigen die gestationeerd staan per post en de organisatievorm (gekazerneerd of niet gekazerneerd -instroomprofiel-). Organisatievorm Brandweerzorg wordt vanuit 56 posten verzorgd, het grootste deel hier­van is niet gekazerneerd en wordt bemenst door het zogenaamde vrije-instroom­ profiel van medewerkers met een vrijwillige aanstelling. Het overige deel van de posten is gekazerneerd door medewerkers met een beroepsaanstelling, mogelijk aangevuld met ingehuurde medewerkers met een vrijwillige aan­ stelling. We zoeken continu naar verbetering, zowel binnen als buiten onze orga­ ni­satie. Hierbij zetten we het bieden van maatschappelijke meerwaarde cen­traal. In dit verband is de brandweer op enkele posten ook vraaggestuurd gaan uitrukken voor reanimatiemeldingen. Verderop in dit plan gaan we hier verder op in (First Responder Team).

Interne ontwikkelingen 1. Uitruk op maat (UOM) Op 15 januari 2020 heeft het Algemeen Bestuur (AB) besloten om Variabele Voertuigbezetting/Uitruk op Maat (UOM) mogelijk te maken voor alle posten binnen onze regio. Dit is opgenomen in onze toekomstvisie, als onderdeel van Opdracht 46: Ook wordt ingezet op variabele voertuigbezetting. Daar waar het incident dit toelaat - bepaald door de bevelvoerder - wordt met vier personen uitge­ rukt. Deze maatregelen dienen ervoor te zorgen dat vrijwilligers en hun werkgevers, zo min mogelijk (onnodig) belast worden en gemotiveerd blijven.

11

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Het kader voor UOM is vereenvoudigd ten opzichte van het eerdere kader. Het biedt ruimte voor een TS-Flex en de wijze waarop deze wordt ingezet: 1 De basis van het operationele optreden bij een maatgevend incident, een binnenbrand in een woning, is de alarmering van een TS6, die eventueel modulair samengesteld kan worden. 2 Mits veilig (en) verantwoord kan een TS-Flex, wanneer deze als eerste eenheid ter plaatse is, starten met het bestrijden van het maatgevende incident. Dit is een keuze die enkel kan worden gemaakt door de bevelvoerder van de eerste eenheid en valt ook onder diens verantwoordelijkheid. 3 In de opleiding en training van manschappen en bevelvoerders dient aandacht te zijn voor de inzetmogelijkheden en beperkingen van de TS-Flex. Hierbij wordt getraind op basis van de minimale bezetting (TS4). Dit is sindsdien ook onderwerp van gesprek met onze ondernemingsraad. Zij staat positief tegenover de variabele voertuigbezetting en voelt zich medeverantwoordelijk voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van de brandweermensen. Dit uit zich in een aantal onderlinge afspraken, waar regelmatig in gezamenlijkheid aan getoetst wordt. Bezetting, huisvesting en slimme technieken De paraatheid van de vrijwillige kazerne in Doetinchem en Zutphen wordt door een dagdienstbezetting geleverd door het aanwezige kantoorpersoneel.

Door posten, beperkt, te voorzien van een goede werkplek worden vrijwilligers aangemoedigd om op hun post te gaan werken voor hun werkgever. Dit is in verschillende vormen terug te zien. Deze plekken worden soms gebruikt door sleutelfunctionarissen (bevelvoerder en/of chauffeur). Het thuiswerken raakt meer ingeburgerd en op deze manier sluiten we als organisatie aan op de veranderende arbeidssituatie.

Post Apeldoorn-Centrum wordt 24/7 bemand met een beroepsbezetting, aangevuld met kantoormedewerkers met een harde koppeling. In de avond, nacht en weekenden wordt dit aangevuld met gekazerneerde vrijwilligers. Posten Apeldoorn-Zuid, De Maten en Beekbergen verzorgen de basisbrandweerzorg voor het zuidelijke deel van Apeldoorn en Beek­ bergen. Post Apeldoorn-Zuid doet dit alleen tijdens kantooruren met een gekazerneerde bezetting. Buiten kantooruren verzorgen de posten De Maten en Beekbergen de basisbrandweerzorg, door middel van het vrije instroomprofiel. De toename van de inzet van slimme pagers (Precom) geeft de brandweer steeds meer inzicht in de beschikbaarheid van medewerkers na een alarmering. Dit gebeurt nu op postniveau. Direct na een melding op hun pager geven brandweermensen aan of zij naar de post komen. Op de post hangt een digitaal scherm dat aangeeft of er voldoende mensen opkomen. Voor sommige vrijwillige posten zitten met name overdag kritische momenten qua beschikbaarheid van voldoende personeel voor de nood­ zakelijke bezetting. Brandweermensen kunnen in Precom aangeven of zij beschikbaar zijn voor een uitruk. Zij kunnen zich ook afmelden als ze bijvoorbeeld niet in de plaats zijn vanwege vakantie, werk, etc. Zij staan dan buiten dienst.

Postcommandanten worden door het systeem geïnformeerd indien een post door de ondergrens gaat, zodat zij maatregelen kunnen nemen. Een post kan bijvoorbeeld buitendienst worden gesteld. In dat geval wordt de post niet gealarmeerd. Op de meldkamer alarmeert het systeem dan automatisch de dichtstbijzijnde post.

12

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Interregionale operationele grenzen We hebben goede contacten met onze aangrenzende regio’s IJsselland, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid en Twente. De interregionale samenwerking gaat als vanzelfsprekend. Vanuit Meldkamer Oost-Nederland worden de eenheden die het snelst bij een incident kunnen zijn gealarmeerd, zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Ook de afspraken over (landelijke) bijstand bij Grootschalige Optreden Brandweer (GBO) blijven zoals ze zijn. Nauwkeurig alarmeren Voortschrijdende techniek maakt het mogelijk om nauwkeuriger de juiste brandweereenheden te kunnen alarmeren. Voorheen werd een vastgesteld geografisch gebied (vakkensystematiek) als uitgangspositie beschouwd. Nu kunnen we de snelste brandweerzorgeenheden en functionarissen alarmeren, op basis van een nauwkeurige kaartpositie van het incident. Dit heet ‘dynamisch alarmeren’. Dit biedt ook de mogelijkheid om specifieke afspraken te automatiseren. Bij voorbeeld op het terrein van een zorgaanbieder binnen gemeente Voorst. In theorie zou brandweer Deventer hier een aantal seconden eerder kunnen zijn. Brandweer Twello wordt hier echter voor gealarmeerd, omdat zij hier beter bekend is en veelvuldig oefent. Springbemanning Op een aantal posten wordt gewerkt met een springbemanning. Dit betekent dat één bezetting uit kan rukken met verschillende soorten brandweervoertuigen.

Informatiegestuurd werken in de brandweervoertuigen Uitrukkende eenheden zijn voorzien van een tablet waarop ze een overzichtskaart van de incidentlocatie/situatie kunnen bekijken. Zo kunnen ze aanrijdend snel een beeld van de incidentlocatie vormen, zoals de aard van de bebouwing, de omgeving en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Tevens kunnen ze op de tablet aandachtskaarten en operationele informatie (Repressieve Object Informatie) bekijken. Alle eerstelijns eenheden zijn uitgerust met een voertuignavigatiesysteem. Dit houdt in dat de adresgegevens van de incidentlocatie automatisch worden ingevoerd. Met de invoering van deze functionaliteit wordt de eenheid op een slimme en altijd op de snelste wijze naar de incidentlocatie genavigeerd. First Responder teams Binnen onze regio is een aantal posten toegerust op het verlenen van reanimatie-ondersteuning. Dit is ooit ontstaan vanwege het feit dat beschikbare ambulancezorg op wat grotere afstand zat en er nog niet veel werd gewerkt met hartveilig wonen/hartslag nu en/of beschikbare AED’s in de buurt. De korpsen die hiermee zijn uitgerust vormen een waardevolle aanvulling. De brandweerposten Oldebroek, Wezep, Elspeet, Uddel, Bergh, Didam, Dinxperlo en Aalten zijn voorzien van een daartoe uitgerust voertuig met AED.

13

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Externe ontwikkelingen

Infrastructuur

Wij streven naar nauwe verbondenheid met onze maatschappij. De maatschappij verandert en daarmee ook de eventuele hulpvraag van inwoners en bezoekers van de regio. Daarbij blikken we niet alleen terug, maar kijken we ook vooruit. Ons regionaal risicoprofiel schetst een beeld van de incidenten, rampen en (langdurige) crises die in ons werkgebied kunnen plaatsvinden. Het document geeft antwoord op de vragen: wat kan ons overkomen? En hoe erg is dat? Rookmelders Sinds 2003 is wettelijk vastgelegd dat een nieuw te bouwen woning of woongebouw voorzien moet zijn van rookmelders. Sinds 1 juli 2022 is dat uitgebreid naar alle bestaande woningen en woongebouwen. Het is nog te vroeg om hier resultaten van te zien. Feit is dat overdag de meeste branden kleiner blijven dan ’s nachts. Overdag wordt een brand namelijk sneller ontdekt. Door de komst van de verplichte rookmelder in bestaande woningen zal ook ’s nachts de ontdekkingstijd korter worden. Verlaging algemene snelheidslimiet van 30 km/uur binnen de bebouwde kom Op landelijk niveau wordt op dit moment gewerkt aan een haalbaarheids­ studie om de maximale snelheid binnen de bebouwde kom te standaar­ diseren naar 30 km/uur. Dit heeft nadelige gevolgen voor de opkomsttijd van de brandweer. De wegbeheerder heeft namelijk de plicht om de weginrichting op de verlaagde snelheid aan te passen.

Door meer verkeers­ drempels en bloembakken op de openbare weg is de aanrijdtijd voor vrijwilligers richting de kazerne langer, maar ook voor de uitrukkende voertuigen naar het incident. Deze voertuigen moeten zich, ondanks het voeren van optische en akoestische signalen, verhouden tot de maximaal toegestane snelheid van de brancherichtlijn. Ook de weginrichting moet zich lenen voor een verantwoorde verhoging van de rijsnelheid.

Figuur 4 Regio NOG wordt doorkruist door transportassen over de weg (A1/A18/A28/ A50 - rood), het water (IJssel - blauw) en het spoor (groen)

In de afgelopen jaren is groot onderhoud uitgevoerd aan provinciale en gemeentelijke wegen in de regio. Ook zijn er aanpassingen gedaan om de veiligheid en de doorstroming te verbeteren. Dit heeft echter niet geleid tot significante tijdwinst voor de brandweer. In het kader van verkeersdoorstroming heeft gemeente Apeldoorn een spoorviaduct aan laten leggen op de Laan van Osseveld. In Nunspeet wordt gewerkt aan een spoorviaduct bij het Stationsplein. Hierdoor hoeft de brandweer niet meer voor gesloten spoorbomen te wachten. Ook heeft het een positief effect op snelle ontsluiting naar de A28 en de natuurgebieden aan de zuidkant van Nunspeet. Op de A1 wordt gewerkt om de toenemende filedruk te verminderen met behulp van een derde baan, tussen Apeldoorn en Deventer. Verkeersdrukte door het dorp Voorst en het verderop gelegen De Hoven (Zutphen) is dankzij de aanleg van een rondweg om deze kernen sterk afgenomen.

14

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Industrieterreinen In de afgelopen jaren hebben zich geen grote uitbreidingen op bestaande industrieterreinen voorgedaan. Ook waren er geen ontwikkelingen van nieuwe industrieterreinen die effect hadden op de brandweer of de brandrisico’s in die gebieden. Wonen Om aan de grote vraag naar woningen te voorzien vinden binnen gemeenten veel bouwactiviteiten plaats. Gemeenten zetten hierbij vooral in op inbrei­ dings­locaties. Een ontwikkeling die enige tijd geleden is ingezet is het veranderen van kantoorgebouwen naar woongebouwen. Dit vergt nauwe samenwerking tussen gemeenten en onze organisatie, zodat er voldoende aandacht is voor de mate van (brand)veiligheid. Op dit moment worden er grootschalige bouwprojecten voor de ont­ wikkeling van nieuwe woonwijken uitgevoerd. Wij worden bij de plannen betrokken en kunnen hierover adviseren. Maatschappelijke ontwikkelingen Onze samenleving wordt complexer. Er is een toename in het aantal onbekende veranderingen en dreigingen waarmee we geconfronteerd worden. Het gaat hier om veranderingen waarbij diverse factoren en effecten (vergrijzing, verdroging, polarisatie, etc.) zodanig samenkomen dat er sprake is of zou kunnen zijn van een langdurige ontwrichting van de maatschappij. Deze veranderingen zullen leiden tot nieuwe veiligheidsen gezondheidsrisico’s waarop wij als veiligheidsregio, samen met onze partners, moeten inspelen.

Ook de beleving van risico’s is aan verandering onderhevig, al dan niet veroorzaakt door media-aandacht of gebeurtenissen elders in de wereld. Voor ons zijn zes maatschappelijke ontwikkelingen van belang: klimaat­ verandering, energietransitie, demografie, sociale verhoudingen, data en technologie en langdurige crises. Deze hebben invloed op onze fysieke leefomgeving.

Klimaatverandering De opwarming van de aarde versnelt, met als gevolg stijgende zeespiegels, toenemende droogte en hevige regenval. In oktober 2023 heeft het KNMI de wereldwijde klimaatscenario’s van het klimaatpanel van de Verenigde Naties vertaald naar Nederlandse klimaatscenario’s. Hierin werd bevestigd dat klimaatverandering gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en natuur. Het KNMI waarschuwt voor gezondheidsrisico’s zoals allergieën en hitte-gerelateerde klachten. De natuur past zich langzaam aan, wat kan leiden tot verlies van en veranderingen binnen biodiversiteit. Door stijgende temperaturen neemt het aantal brandgevoelige dagen toe. Hierdoor bestaat de kans dat er vaker natuurbranden zullen ontstaan. Ook worden er meer dagen voorspeld waarop extreem weer voorkomt, zoals hevige regenval of windhozen. Energietransitie Nederland streeft ernaar energieneutraal te worden, door over te schakelen naar duurzame energiebronnen zoals zonne-energie, wind­ energie en waterstof. Dit brengt uitdagingen met zich mee, voor bijvoor­ beeld infrastructuur en productie. Waterstof wordt gezien als een veelbelovend alternatief op fossiele brandstoffen, maar de productie ervan is nog grotendeels niet duurzaam. De energietransitie brengt ook nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee, zoals brandveiligheid in duurzame gebouwen en het gebruik van nieuwe brandstoffen en energiedragers.

Demografie De demografie van Nederland is aan veranderingen onderhevig. De bevolkings­­groei wordt beïnvloed door stijgende levensverwachting en buiten­landse immigratie. De Nederlandse bevolking vergrijst. Binnen onze regio is het percentage van vergrijzing hoger dan het landelijke gemiddelde. Dit leidt mogelijk tot arbeidstekorten in verschillende sectoren, waaronder zorg en techniek. De vergrijzing vergroot ook de druk op de gezondheidszorg en kan leiden tot een tekort aan mantelzorgers.

15

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Sociale verhoudingen De sociale ongelijkheid tussen groepen wordt groter. Dit heeft te maken met de leefomstandigheden die worden beïnvloed door opleiding en inkomen, en daarmee de grip van personen op hun leven. Het CBS verwacht dat ongelijkheid in inkomen en in het vermogen van personen om zich aan te passen aan de snel veranderende omgeving de komende jaren steeds blijft groeien. Naast sociale ongelijkheid is er een toename in ‘wij-zij denken’, oftewel polarisatie. Ook de individualisering van de samenleving wordt sterker. In Nederland is voornamelijk sprake van polarisatie waarin gevoelens van afkeer en onbegrip tussen inwoners en richting de overheid toenemen. Polarisatie kan worden versterkt door sociale media en de verspreiding van desinformatie. Data en technologie De samenleving wordt steeds meer datagedreven. Hierdoor groeit de mate van afhankelijkheid van technologieën, zoals sensoren en kunstmatige intelligentie. De evolutie in data en technologie biedt kansen voor efficiëntere dienstverlening en innovatie, maar brengt ook privacyvraagstukken en -risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld cybercriminaliteit en de verspreiding van desinformatie. Het gebrek aan regelgeving en ethische richtlijnen kan leiden tot onvoorspelbare consequenties van technologische ontwikkelingen.

Langdurige crises Nieuwe crises, zoals COVID-19 en de vluchtelingencrisis, hebben een langdurig karakter en vereisen flexibiliteit en veerkracht van de crisis­ beheersing. Deze crises zijn vaak grensoverstijgend en hebben impact op verschillende aspecten van de samenleving. Als veiligheidsregio moeten wij ons samen met onze partners aanpassen aan deze nieuwe realiteit en onze veerkracht vergroten. Wereldwijd komt de veiligheid steeds meer in het geding. Door bijvoorbeeld ver­schuivende machtsverhoudingen, cybercriminaliteit, de impact van klimaat­verandering en de toenemende instabiliteit aan de randen van Europa. Dit heeft directe gevolgen voor de veiligheid binnen Europa en Neder­land. Ook directe dreigingen tegen vitale infrastructuur (zoals het stroom­net of een cyberaanval op een drinkwaterleverancier) vormen een steeds grotere, en wellicht langdurige, bedreiging voor de Nederlandse (veiligheids)belangen.

16

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

DEKKING BESCHRIJVEN | PROCESSTAP 2 In dit hoofdstuk beschrijven we de verwachte dekking in ons verzorgings­ gebied. Hiermee maken we inzichtelijk welke brandweerzorg onder welke voorwaarden kan worden verwacht. In dit hoofdstuk is de uitwerking voor de basisbrandweereenheid weergegeven. De uitwerking van andere eenheden, zoals het hulpverleningsvoertuig, redvoertuig en een waterongevallenvoertuig is opgenomen in de bijlage. Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk De kwaliteit van de brandweerzorg wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In onderstaand overzicht is aangegeven welke aspecten hiervan onderzocht zijn.

Factor

Variabele(n)

Snelheid

• Maatgevend scenario gebouwbrand • Eerste tankautospuit ter plaatse

Capaciteit

• Slagkracht • Grootschalige en langdurige inzetten

Paraatheid

• Beschikbaarheid • Gelijktijdigheid en restdekking Alarmeringsfrequentie

Werkdruk

• Alarmeringsfrequentie

Brandweereenheden worden ingezet volgens het principe van ‘operationele grenzen’. Dit betekent dat gemeente- en regiogrenzen geen belemmeringen vormen voor de snelste basisbrandweerzorg. Het dekkings- en spreidingsplan geeft inzage in de prestaties op regionaal niveau. Interregionale eenheden zijn meegenomen in de berekeningen. Dit sluit aan bij de afspraken met de omliggende regio’s en de wens van de minister van Justitie en Veiligheid om tot een landelijk dekkings- en spreidingsplan te komen. Dit dekkings- en spreidingsplan is voor het eerst samengesteld op basis van de nieuwe landelijke (reken)systematiek en bijbehorende kaartlagen. Doorlopend werken wij aan het inleren van het nieuwe systeem zodat uitkomsten de realiteit benaderen en ontwikkelingen worden meegenomen.

17

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Snelheid Een snelle reactie kan levens redden en schade voorkomen. De factor ‘snelheid’ is onderzocht aan de hand van het maatgevende incidenttype gebouwbrand en de berekening van de snelheid van de eerste tankautospuit ter plaatse. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.

Eerste tankautospuit ter plaatse

Bij melding van gebouwbrand stuurt de brandweercentralist van Meldkamer Oost-Nederland altijd als eerste een tankautospuit (basisbrandweereenheid). Daarom is snelheid gedefinieerd als ‘de tijd waarmee de eerste tankautospuit ter plaatse kan zijn’. In een geografische weergave is hieronder de opkomst­ prognose van de basisbrandweereenheid in onze regio inzichtelijk gemaakt.

Maatgevend scenario gebouwbrand

De brandweer beschikt over diverse soorten eenheden met verschillende opkomsttijden. Voor het beschrijven van de factor snelheid is ‘gebouwbrand’ het maatgevend incidenttype. Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbranden of industriebranden.

Figuur 6 Opkomsttijd eerste tankautospuit in minuten ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer (0-6 minuten) en de donkerste kleur de langste (18+ minuten).

Figuur 5 Overzicht van de posten ’s nachts, inclusief die in de omliggende veiligheidsregio’s. Apeldoorn: Post Zuid (beroeps) is tijdens kantoortijden inzetbaar, in de nacht wordt dit overgenomen door posten De Maten en Beekbergen.

18

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Analyse Snelheid

Over het algemeen is de opkomsttijd bij gebouwbrand binnen de steden Apeldoorn, Doetinchem en Zutphen het snelst. Dit komt doordat deze posten 24/7 gekazerneerd zijn. Hierdoor hebben zij een snelle respons en altijd een volledige bezetting. De opkomsttijd bij de vrijwillige posten in de regio is relatief hoger, doordat in niet-stedelijk gebied de gebouwen meer verspreid liggen. Daarnaast maken de posten in die gebieden gebruik van het vrije instroomprofiel. Dat betekent dat degene die beschikbaar is naar de kazerne komt. Dit heeft automatisch gevolgen voor de uitruktijd ten opzichte van een gekazerneerde post. 79% van de objecten binnen onze regiogrenzen wordt binnen 10 minuten bereikt. In Figuur 7 zijn de opkomsttijden van de eerste tankautospuit weergegeven. We zien dat met name (afgelegen) bospercelen en natuurgebieden een langere opkomsttijd kennen. Dat heeft logischerwijs te maken met de afstand tot een kazerne (in natuurgebieden bevinden zich geen kazernes) en de (on)begaanbaarheid van die gebieden. Hier is niet altijd voorzien in wegen en paden die voor blusvoertuigen begaanbaar zijn. Ook kan de locatiebepaling van het incident uitdagend zijn. Niet iedere melding wordt gedaan door plaatselijk bekenden en exacte locatieaanduiding ontbreekt vaak bij een melding.

De brandweer kan niet alle objecten in de regio binnen de normtijd van 18 minuten bereiken conform het Besluit Veiligheidsregio’s. In minder dan 0,1% van onze totale regio heeft de brandweer een overschrijding, met een maximale opkomsttijd van 22 minuten.

Figuur 7 Het percentage van objecten in de regio dat binnen een bepaalde tijd kan worden bereikt is weergegeven in een grafiek (s-curve).

19

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Capaciteit Als de brandweer ter plaatse is begint de bestrijding van het incident. Hiervoor zijn mensen en materieel nodig, soms voor langere tijd. De factor ‘capaciteit’ is onderzocht aan de hand van de aspecten ‘slagkracht’ en ‘grootschalige en langdurige inzetten’. De prestaties op het gebied van slagkracht zijn berekend onder het principe van basisbrandweerzorg. Het spreidingsplan van onze organisatie is hiervoor als basis gebruikt.

Figuur 8 Opkomsttijden van eerste tankautospuiten in minuten ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. De lichtste kleur geeft de kortste tijd aan (0-10 minuten) en de donkerste kleur de langste (30+ minuten).

De prestaties op het gebied van grootschalige en langdurige inzetten zijn geanalyseerd onder het principe van Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. Slagkracht

Voor het beschrijven van het aspect slagkracht zijn twee uitgangspunten gebruikt. 1. De maximale opkomsttijd van drie tankautospuiten en 2. het totale aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. Deze 15 minuten is de referentiewaarde die in de handreiking als beoordelingskader is meegegeven. Het percentage van de objecten en gebieden in de regio die binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt is in Figuur 9 weergegeven.

Figuur 9 Het percentage van de objectlocaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt.

20

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Analyse slagkracht

Analyse grootschalige en langdurige inzetten

Wij beschikken op iedere post over één of meerdere operationele voertuigen. Daarbij is in het vervangingsschema blusvoertuigen rekening gehouden met een aantal reservevoertuigen. Zo kunnen we de dekking garanderen bij (groot) onderhoud of reparatie van een blusvoertuig. Regionaal kunnen we bijna overal binnen 15 minuten met drie tankauto­ spuiten ter plaatse zijn. Aan de randen van de regiogrens, over het algemeen dunbevolkte gebieden, zien we dat we binnen 15 minuten over minder dan drie tankautospuiten kunnen beschikken. Bij 99% van alle objecten in onze regio kunnen binnen 18 minuten drie tankautospuiten ter plaatse zijn.

De brandweer in onze regio kan voor grootschalige en langdurige inzet in eigen regio drie basispelotons, een peloton Grootschalige Watervoorziening (GWV), twee pelotons Natuurbrand en een peloton Redding & Technische Hulpverlening (THV) leveren. Als één van de zes steunpunten IBGS in Nederland leveren we ook een peloton Grootschalige Ontsmetting (GOE). Vanzelfsprekend zijn de pelotons ook beschikbaar voor interregionale bijstand. Inzetvoorstellen hiervoor houden rekening met het bieden van voldoende restdekking voor de bestrijding van overige incidenten.

Capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten

Voor grootschalige en langdurige inzetten hebben we gekeken naar de regionale organisatie van eenheden voor grootschalig brandweeroptreden. Voor (interregionale) grootschalige en langdurige inzetten kunnen we in ieder geval drie basispelotons leveren, conform de landelijke visie Grootschalig Brandweeroptreden. Een basispeloton levert extra capaciteit bij brandbestrijding, redding, basis-Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) en waterongevallen. Basispelotons worden dynamisch gevormd en afgestemd op de incident­ locatie en prioriteit. Ze worden conform Kazerne Volgorde Tabel (KVT) gealarmeerd. Een dienstdoende Officier van Dienst wordt dynamisch toegewezen aan dit peloton óf, indien alle gepiketteerde Officieren van Dienst ingezet zijn, door middel van vrije instroom.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15078846/1