CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A2 - VNOG - Brief inzake Regionaal beleidsplan, regionaal risicoprofiel en regionaal dekkingsplan 2025-2028 D450127

Besluitvormende raadsvergadering 20 februari 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken29.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 4. Arbeidsmarkt Wat willen we bereiken VNOG is dé werkgever voor mensen die willen werken met maatschappe­ lijke impact op het gebied van veiligheid. Ons werk is interessant en doet ertoe, de collega’s zijn deskundig, betrokken en bevlogen, de werksfeer is prettig en veilig. We stimuleren dat medewerkers hun talenten kunnen ontwikkelen en blijvend kunnen werken aan hun vakkennis en vaar­dig­ heden. De cultuur is eerlijk, kritisch en open naar elkaar, op alle niveaus. Het personeelsbestand is een weerspiegeling van de samen­leving. Wat gaan we doen om daar te komen • Strategische personeelsplanning We voorzien een grotere uitstroom van het kantoorpersoneel door pensioneringen vanaf het laatste jaar van dit beleidsplan. Daar gaan we nu actie op ondernemen. VNOG heeft de komende uitstroom aan kennis, vaardigheden, beschikbare en benodigde (toekomstige) competenties scherp. Functies worden flexibeler. Daarbij hebben we ons vrijwilligersbestand ook in beeld. Door interessante content en via voorlichting/demonstraties proberen we niet alleen de actief zoekenden te enthousiasmeren om bij ons te komen. Voor de brandweer kennen we de gewenste en daadwerkelijke poststerkte, de leeftijdsopbouw en zijn we voorbereid op de (komende) uitstroom. Op basis daarvan gaan we werven. We zien de tendens dat vrijwilligers korter blijven, terwijl de opleiding lang duurt.

We zetten ons landelijk in om de opleiding compacter te krijgen, met mogelijkheden voor differentiatie in opleidingsduur en taken. • Werken bij VNOG: secundaire voorwaarden Potentiële nieuwe medewerkers kijken niet (alleen) naar beloning, maar ook en vooral naar secundaire voorwaarden. Medewerkers bij VNOG kunnen zelf keuzes maken, bijv. via het IKB (Individueel Keuze Budget), voor scholing, ontwikkeling en eventueel gericht op doorstroming.

21

• Diversiteit We streven naar meer diversiteit. We gaan langs bij scholen om studenten te informeren over de inhoud van ons werk. In onze publicaties weerspiegelen we dat we werkgever voor iedereen (willen) zijn. We maken gebruik van de ervaringen van bijv. de politie op dit punt. • Verbinding met de naaste partners en onderwijsinstellingen We zoeken de verbinding met onze directe partners: gemeenten, GGD en collega veiligheidsregio’s (alliantie). We kijken of we hun traineeprogramma’s ook kunnen invoeren of hierop kunnen meeliften. Waar mogelijk delen we zeldzame/specialistische functies samen, om de kwetsbaarheid te verkleinen. We onderzoeken of bepaalde generieke taken wellicht gezamenlijk kunnen worden ingericht. Verder kijken we naar mogelijkheden om geregeld functionarissen uit te wisselen met onze partners, voor meer onderling inzicht en begrip. We zoeken ook naar meer bestuurlijke samenwerking. Er zijn regelmatig stagiairs actief en de link met de opleidingsinstellingen is intensief. Stagiairs en ervaren collega’s willen van elkaar leren. • Duurzame inzetbaarheid/vitaliteit, leiderschapsontwikkeling en veilige werkomgeving Vanwege duurzame inzetbaarheid heeft de leidinggevende aandacht voor de medewerker: thuissituatie, loopbaanfase, levensfase en werk en daar spreken zij regelmatig over.

Voor de leidinggevenden is er doorlopend aandacht voor hun leiderschapscompetenties en ontwikkeling daarvan. Dat begint bij aanstelling met een assessment, waarvan de rapportage gedurende de loopbaan wordt ingezet voor verdere ontwikkeling. VNOG staat voor een fysiek, mentaal en sociaal veilige werkomgeving. Dat vinden we belangrijk, stimuleren we en dat dragen we uit. Voor nieuwe medewerkers is het fijn om te kunnen kiezen voor een werkgever die daar doorlopend oog voor heeft.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

22

“

NATUURBRANDBEHEERSING “We moeten nu de versnelling inzetten om onbeheersbare natuurbranden te voor­ komen, gelukkig wordt de samenwerking met onze belangrijkste partners zoals provincie, ministeries, gemeenten en grondeigenaren voor preventieve acties steeds beter.” Klaas Noorland, regisseur Natuurbrand

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 5. Natuurbranden beheersen en bestrijden (excelleren) Wat willen we bereiken Natuurbrandbeheersing is een actueel, urgent en prominent onderwerp en wordt dat steeds meer, ook gelet op de klimaatverandering. We willen samen met partners werken aan het voorkomen, beperken en bestrijden van (onbeheersbare) natuurbranden. Naast de veiligheid voor mensen is aandacht voor bescherming van natuurwaarden en continuïteit in vitale infrastructuur van noodzakelijk belang om maatschappelijke ontwrichting en grote economische schade te voorkomen. Dit is een thema dat binnen de verantwoordelijkheid van vele partijen valt (lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal, publiek en privaat) en alleen samen kunnen we het oppakken. VNOG staat middenin het netwerk en spreekt anderen aan op hun verantwoordelijkheid. VNOG investeert in samenwerkingen en wil leren van anderen en zich blijven ontwikkelen. We hebben op dit moment een specialisme als het gaat om de natuurbrandbestrijding en -beheersing. Dat is ook nodig, gelet op de Veluwe (grootste aaneen­ gesloten natuurgebied van Nederland) die zich grotendeels in VNOG bevindt en de vele kleinere natuurgebieden in de Achterhoek. Om die reden is dit onderwerp voor ons belangrijk en zijn we het aan onze stand verplicht om op natuurbrandbeheersing onze verantwoordelijkheid te nemen (te excelleren).

Wij willen kennis en expertise delen en gezamenlijk met partners optrekken4.

4 Begin 2024 is een twee jaar durende versnelling voor de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing voor risicovolle objecten en locaties gestart. Dit is een samenwerking van de veiligheidsregio’s Gelderland-Zuid, Gelderland-Midden en VNOG, de provincie en de gemeenten. Dit speerpunt gaat onder andere hierop verder.

23

Wat gaan we doen om daar te komen • Voorbereid zijn op natuurbranden Provincie, gemeenten, veiligheidsregio’s, inwoners, recreanten en gebruikers van natuurgebieden zijn voorbereid op (onbeheersbare) natuurbranden en de impact ervan. Daartoe versterken we het bestuurlijk inzicht en handelingsperspectief voor integrale natuurbrandbeheersing en verhogen we de bewustwording bij gebruikersgroepen (natuur, infra, recreatie, zorg, wonen en werken) op het gebied van gewenste handeling en gedrag in en nabij natuur. • Een gecoördineerde, afgestemde en structurele aanpak van natuurbrandrisico’s Met deze aanpak worden samen met partners de natuurbrandrisico’s in de regio acceptabel gehouden en (onbeheersbare) natuurbranden zo veel mogelijk beperkt. We zorgen, samen met partners, voor monitoring van de realisatie van maatregelen vanuit de gebiedsgerichte aanpak. En we bereiden een effectieve beheersing van natuurbranden voor, door optimalisatie van bereikbaarheid, berijdbaarheid en bestrijdbaarheid. • Natuurbranden effectief bestrijden En als er dan toch een natuurbrand ontstaat, dan hebben we goed materieel en materiaal, goed gepositioneerd op strategische posities (optimalisatie slagkracht door efficiënt gebruik).

We hebben de informatie­ positie verbeterd door toepassing van innovatieve technieken op het gebied van detectie en technieken voor snelle en slimme beeldvorming wat bijdraagt aan adequate alarmering en bestrijding (zie ook speerpunt 3) en hebben onze mensen goed opgeleid en geoefend (optimalisatie vakbekwaamheid). De crisisbeheersingsorganisatie van alle kolommen is geoptimaliseerd. • VNOG wordt gezien als autoriteit We willen meewerken en inhoudelijk bijdragen aan het oprichten van een landelijk kennis- en expertisecentrum, van waaruit de samenwerkende partners de opgedane kennis en ervaringen beschikbaar kunnen stellen aan het hele land.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

24

“

RISICOBEWUSTZIJN EN VEILIG GEDRAG “Gedragspsychologie is een opkomend specialisme, dat zich snel ontwikkelt. Ik ontwikkel dit graag mee met mijn collega’s uit het land. Het blijft intrigerend hoe gedrag werkt en hoe je veilig gedrag kan stimuleren.“ Leonie Webbink, procesregisseur gedrag en veilige leefomgeving

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 6. Risicobewustzijn en Veilig Gedrag (excelleren) Wat willen we bereiken Met behulp van innovatieve risico- en crisiscommunicatie en gedrags­ interventies hebben we invloed op de manier waarop mensen zich gedragen en hoe mensen zichzelf en (samen) kunnen redden. De afge­ lopen jaren zijn goede resultaten behaald met doelgroep- en risico­ gerichte gedragsinterventies (met name voor brand). We zijn trots op het werk dat wij hiervoor verzetten en de resultaten die wij behalen. VNOG is momenteel koploper in het land binnen dit aandachtsveld. Dit betekent dat wij steeds betere gedragsinterventies ontwikkelen die gestoeld zijn op gedragswetenschappelijke methodes, toonaangevend zijn/blijven en een deskundige gedragsadviseur zijn voor regionale en gemeentelijke gedragsvraagstukken. VNOG wil deze koppositie behouden door haar expertise bij te houden en verder uit te bouwen, nu ook meer naar multidisciplinaire risico’s. Zeker omdat wij toewerken naar een veerkrachtige en weerbare samenleving. VNOG wil haar kennis en expertise delen en hierin excelleren. Wat gaan we doen om daar te komen • Effectieve gedragsinterventies inzetten door verdieping van het huidige werk op basis van het regionaal risicoprofiel. Op basis van meer en verdiepende data kunnen gerichtere campagnes en activiteiten worden ontwikkeld, wat het effect op gedrag vergroot.

Ook geeft data meer inzicht in multi-veiligheidsthema’s. Wij verzamelen data uit het (regionaal) gedragsonderzoek waar verdiepende analyses op worden uitgevoerd en ontsluiten data ook uit andere bronnen. Er vindt daarbij ook effectmeting plaats: VNOG kan (beter) aantonen wat het effect is van genomen acties en interventies.

25

• Doelgroepbenadering inzetten en daarbij gezamenlijk optrekken met partners VNOG brengt voor een effectieve gedragsinterventie de doelgroepen in beeld. Doelgroepen die extra risico lopen, zoals minder zelfredzamen, zijn hier een voorbeeld van. Ook kunnen professionals /strategische partners een doelgroep zijn; zij kunnen optreden als beïnvloeder van de doelgroep. VNOG brengt de strategische (samenwerkings)partners in beeld, hun behoeften en wat zij samen met VNOG in het kader van risicobewustzijn en gedragsverandering willen en kunnen betekenen. Daar waar mogelijk wordt aangesloten bij landelijke (overheids)programma’s en initiatieven, zoals Denk vooruit. Daarnaast wordt er gekeken of er bij activiteiten een koppeling kan komen met activiteiten die gemeenten en GGD organiseren. De burgemeester wordt (meer) in positie gebracht om de gedragscampagnes een lokaal karakter te geven. Zo werken we samen aan veiligheid. • VNOG positioneert zich als expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving in de regio. VNOG werkt als platform voor multidisciplinaire campagnes. Vanuit het platform met veiligheidspartners wordt actief samengewerkt op risico-­ thema’s vanuit een gezamenlijke boodschap. VNOG biedt haar des­ kundig­­heid en advies op dit aandachtsveld actief aan bij gemeenten en veiligheidspartners voor gedragsvraagstukken op het gebied van veiligheid.

VNOG denkt dan mee in de interventieontwikkeling waarbij het ont­ wikkelde gedragsinstrument de tool is. • Delen van VNOG Gedragsinstrument en best practices met andere veiligheidsregio’s en partners. VNOG staat binnen dit aandachtsveld voorop in Nederland. Zo heeft ze een gedragsinstrument ontwikkeld die andere regio’s en regionale partners kan helpen om tot onderbouwde gedragsinterventies te komen. Dit instrument wordt landelijk opgeschaald en gedeeld met andere regio’s. Het doel is dat de ontwikkeling die VNOG heeft doorgemaakt een landelijke spin-off krijgt en VNOG leert van ervaringen in andere regio’s.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

3.3. Ontwikkeling organisatie VNOG A. Innoverend vermogen Wat willen we bereiken In een snel veranderende wereld is innovatie onontbeerlijk om bij te blijven bij de ontwikkelingen in de maatschappij. Wij stellen ons voldoende flexibel op om in te spelen op maatschappelijke ont­ wikkelingen. Daarmee stimuleren wij, waar mogelijk, innovatie en omarmen wij kansen. De organisatie is ingericht en toegerust op het faciliteren van onderzoek en ontwikkeling, en samenwerken met partijen die innovatie kunnen (helpen) stimuleren. Daarbij moet er ruimte zijn om nieuwe dingen te proberen, voor de werkvloer om mee te denken over nieuwe ontwikkelingen en om mee te liften op goede ideeën van anderen. De cruciale ontwikkelingen en thema’s hebben wij omschreven in hoofd­ stuk 2. Deze veranderingen vinden overal om ons heen plaats en leiden tot nieuwe risico’s en kansen. Wij kijken naar wat nodig is om in de snel (digitaal) transformerende wereld onze taken op een goede manier te kunnen blijven uitvoeren en onze meerwaarde mogelijk te vergroten.

26

Wat gaan we doen om daar te komen • Samenwerking met start-ups VNOG verbindt maatschappelijke vraagstukken aan startende bedrijven in de regio om met elkaar tot innovatieve oplossingen te komen. Zo participeren wij in de mede voor VNOG geïnitieerde StartUp Residence Achterhoek. Hierin wordt laagdrempelig samengewerkt met startende ondernemers, dus kennis van buiten naar binnen gehaald. Specifieke kennis die voor een bepaald probleem nodig is, maar VNOG zelf niet in huis heeft. • Informatiegestuurd werken VNOG bevindt zich in de positie om risico’s te identificeren, analyseren en in perspectief te plaatsen, zodat op basis hiervan onderbouwde afwegingen worden gemaakt. Openbare data is steeds beter beschikbaar en te combineren met onze eigen data. Met behulp van applicaties zoals PowerBI en de digital twin (R!SQ) ontwikkelen wij risicoanalyses. De mogelijkheden van machine learning en artificiële intelligentie (AI) nemen in rap tempo toe. VNOG volgt deze ontwikkelingen en duidt de toepasbaarheid in het werk, op een ethisch verantwoorde manier. VNOG werkt in Oost-5 verband samen en deelt gericht informatie daar waar nodig voor de gezamenlijke (operationele) informatiepositie. Zo leren wij van elkaar en versterken wij elkaar.

Het streven is de komende jaren het VIK door te ontwikkelen naar een informatiegestuurd interregionaal veiligheidsbeeld, dat zich automatisch vult, op de schaal van Oost-5. Zie verder ook speerpunt 3.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

• Uitdragen en ontwikkelen van onze risicogerichte dienstverlening naar gemeenten en partners. De adviseurs van VNOG staan gemeente en initiatiefnemers als deskundige bij in het omgaan met risico’s (waaronder nieuwe risico’s vanuit de klimaatadaptatie en energietransitie). Onze rol is onafhankelijk en zonder daarbij onderdeel te willen zijn/worden van een besluitvormingsproces van andere actoren. Deze risicoadviseur-rol is dan ook onlosmakelijk verbonden aan de benaderingsmethode voor risicogerichtheid. VNOG bekijkt brand- en omgevingsveiligheid vanuit een integraal perspectief en zet de doelen van de veiligheidsregio hierbij centraal. Door onze capaciteit evenwichtig in te zetten op de verschillende sporen van invloed wordt een optimaal niveau van veiligheid gerealiseerd. Dit betekent dat wij vooral adviseren op situaties met een middelmatig tot hoog risico, zowel objecten en gebieden als evenementen. Bij laag risico situaties volstaat een zelfstandige be-oordeling door de gemeente. Ons risicogerichte advies wordt door de verantwoordelijke beslissers meegewogen om tot een besluit te komen. Het wettelijk kader is daarbij altijd de ondergrens. De Omgevingswet biedt een kans om meer naar de voorkant van het beleids- en besluitvormings-proces te bewegen.

Wij leveren een bijdrage bij de start van het samenspel tussen initiatiefnemers, belanghebbenden en bevoegd gezag met als doel een veiligere fysieke leefomgeving. Het ontwikkelen van het risicogericht gedachtegoed krijgt de komende jaren de aandacht om aan te blijven sluiten bij de ontwikkelingen.

27

• Basisprincipes brandweerzorg i.r.t. nieuw materieel De incidenten waar brandweer VNOG mee te maken krijgt veranderen. Dit hangt vooral samen met klimaatverandering en de daarmee samen­ hangende energietransitie. Daarnaast staat VNOG in verbinding met de brandweer in Nederland en Europa, waar op basis van geleerde lessen en onderzoek de basisprincipes brandbestrijding zijn doorontwikkeld. Deze basisprincipes hebben zich vertaald in de opbouw en inrichting van de nieuwe blusvoertuigen die in de komende periode worden uitgeleverd op de posten in VNOG. Voor onze brandweermedewerkers betekent dit dat ze vakbekwaam moeten worden en blijven op de nieuwe voertuigen en de bepakkingsonderdelen. • Innovaties n.a.v. de energietransitie De energietransitie brengt nieuwe risico’s met zich mee. Decentraal op een andere wijze van energie opwekken (zonnepanelen, windmolens) en werken met andere energiedragers (waterstof, grote batterijen) betekent een ander type incidenten. VNOG werkt nauw samen op Oost-5 niveau en op de schaal van Brandweer Nederland om de noodzakelijke kennis voor risicobeheersing en incidentbestrijding te ontwikkelen. Deze kennis wordt vertaald in de inrichting van de nog aan te besteden schuimblusvoertuigen, die daarmee een specifieke extra taak kunnen krijgen.

• Natuurbrandbestrijding en technologie Er wordt fors ingezet op het voorkomen van grootschalige natuurbranden (zie ook speerpunt 5), maar ontwikkeling op het gebied van bestrijding blijft ook noodzakelijk. VNOG verkent daarom de mogelijkheid om met autonoom vliegende drones te gaan werken voor vroegtijdige ontdekking op momenten van verhoogd natuurbrandrisico. Dit kan op termijn eventueel de luchtverkenning die al jaren plaatsvindt vervangen. Daarnaast is de dekking van C2000 en 4G/5G op de Veluwe niet altijd gegarandeerd, wat de communicatie tussen brandweereenheden onderling en met de meldkamer bemoeilijkt. In samenwerking met externe partners onderzoekt VNOG mogelijkheden om communicatiesystemen -al of niet ad hoc- in natuurgebieden op te zetten.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

B. Duurzaamheid Wat willen we bereiken We spannen ons in voor de toekomst van onze planeet. Dit doen we niet alleen omdat het moet, maar omdat wij ons realiseren dat de klimaat­ verandering ook een directe impact heeft op de veiligheid in onze regio. Ons streven is: • in 2025: 38,5% emissieloos personenvervoer en bestelbussen en 20%-30% CO2-reductie. • en in 2030: 50% circulaire inkoop t.o.v. 2022, 40% eigen opwek op de kazernes, 50% reductie op afval, 30% van de dienstreizen CO2-neutraal uitvoeren, 55% CO2-reductie op woon-werkverkeer, gedrag/kennis versterken zodat onze medewerkers meer duurzaam gedrag vertonen.

28

Wat gaan we doen om daar te komen We voeren maatregelen uit om ons streven te halen: • Verduurzamen transportmiddelen en verminderen vervoersbewegingen, ook woon-werkverkeer; • Minder inkopen en als we inkopen zo duurzaam en circulair mogelijk; • Afvalstromen beperken en waar mogelijk als grondstof hergebruiken; • Grondstoffen circulair / bio-based inkopen; • Duurzaam gedrag bevorderen; • Verduurzamen van gebouwen (in nauw overleg met de gemeenten als gebouweigenaren); • Energieverbruik reduceren, 1,5% per jaar t.o.v. 2020. De maatregelen zijn intern in VNOG en met onze gemeenten besproken om te komen tot acties per jaar; de bijbehorende impact is in beeld gebracht in het klimaatplan VNOG. Dit is separaat ter besluitvorming aangeboden aan het AB.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

3.4. Uitvoering speerpunten Voor de uitvoering van onze speerpunten hebben we op hoofdlijnen een aantal concrete acties geformuleerd. Deze acties voeren we gefaseerd de komende jaren uit. De acties staan in één overzichtstabel, zie bijlage 3. In deze tabel staan ook de acties uit de Toekomstvisie 2020-2026 die nog niet waren afgerond. Op die manier is een totaaloverzicht beschikbaar. We rapporteren ieder half jaar op de stand van de acties uit de overzichtstabel in de reguliere P&C-documenten (in de Halfjaarrapportage en in de jaarrekening). Op die manier kunnen we de voortgang van het beleidsplan volgen en focus houden op de grotere doelstellingen, naast de uitvoering van onze reguliere taken en de dagelijkse werkzaamheden.

29

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

BIJLAGEN

30

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

BIJLAGE 1 WETTELIJKE BEPALINGEN Wet veiligheidsregio’s, artikel 14 Het beleidsplan omvat in ieder geval: a een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; b een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de betrokken veiligheidsregio, van door onze Minister vastgestelde landelijke doelstellingen als bedoeld in artikel 37; c een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a bedoelde diensten en organisaties; d een oefenbeleidsplan; e een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 10, onder b; waaronder de adviesfunctie met betrekking tot omgevingsplannen, en van de wijze waarop de gemeenten het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid stellen zijn adviesfunctie uit te oefenen met betrekking tot omgevingsplannen; f de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen.

31

a Beschrijving van de beoogde operationele prestaties Onze beoogde operationele prestaties vloeien grotendeels voort uit het Besluit veiligheidsregio’s. Het regionaal crisisplan (RCP) beschrijft de inrichting van de regionale multidisciplinaire crisisorganisatie. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de organisatie in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn daarin vastgelegd. Het RCP wordt samen met het beleidsplan door het algemeen bestuur van VNOG vastgesteld. Crisisorganisatie In bijlage 2 staan de operationele prestaties van de crisisorganisatie. We kunnen minimaal twee GRIP-1 incidenten tegelijkertijd aan of één incident vanaf GRIP-2. Brandweer Incidentbestrijding De operationele prestaties brandweer zijn vastgelegd in het dekkings- en spreidingsplan (zie onder f hierna en bijlage 4). Brandweer Risicobeheersing Basistakenpakket: kwalitatieve, onafhankelijke en bruikbare adviezen en diensten met betrekking tot: • ruimtelijke ordening en infrastructuur • industriële veiligheid en milieu • Seveso en bedrijfsbrandweer • bouwen en brandveilig gebruik • risicogerichte objectbezoeken • evenementen • risicobewustwording & maatschappelijke beïnvloeding Zie verder ook beschrijving van wettelijke en niet-wettelijke taken hierna.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Bevolkingszorg Bevolkingszorg wordt georganiseerd vanuit de lokale gemeentelijke crisisorganisatie en VNOG, in onderlinge samenwerking en afstemming. Per proces kiezen we de best passende vorm, dit is vastgelegd in de Notitie en het Invoeringsplan Expertteams Bevolkingszorg 1e Fase. De piketten van de expertteams worden door de gemeenten gezamenlijk gevuld door medewerkers uit de gemeenten, indien nodig uit de veiligheidsregio of vanuit externe partners. Door de expertteams Bevolkingszorg is een 24/7 crisisorganisatie geborgd. Bevolkingszorg zorgt minimaal voor uitvoering van haar wettelijke taken: • het verzorgen van de crisiscommunicatie; • het voorzien in opvang en verzorging van de bevolking; • het verzorgen van nazorg voor de bevolking; • het registreren van de slachtoffers; • het registreren van schadegevallen; • h et adviseren van het regionaal operationeel team. Waar nodig en mogelijk worden andere reguliere taken van de gemeente opgepakt indien de aanpak van een incident hierom vraagt. Bevolkingszorg kan tegelijkertijd minimaal twee GRIP 1-incidenten aan of één incident vanaf GRIP 2.

32

GHOR • Een 24/7 parate crisisorganisatie met crisisfunctionarissen die zijn toegerust voor het werk. • Een mono- en multidisciplinaire betrouwbare partner in de ketensamenwerking zowel tijdens incidenten en crisis als in de voorbereiding daarop. • Een ter zake kundige vertegenwoordiging van de geneeskundige en publieke gezondheidsprocessen in de multidisciplinaire crisisorganisatie. • Een deskundig adviseur voor het openbaar bestuur in de regio bij vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid. Meldkamer Calamiteitencoördinator (24/7): • geeft leiding aan het gemeenschappelijke en multidisciplinaire meldkamerproces; • geeft sturing aan de informatievoorziening bij GRIP-situaties. Politie-eenheid Oost-Nederland VNOG en Politie-eenheid Oost-Nederland hebben afspraken gemaakt over operationele prestaties, die zijn opgenomen in bijlage 2. Er vindt voorts afstemming/samenwerking plaats bij het opstellen, actualiseren en uitvoeren van operationele plannen in het kader van de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

b Uitwerking van de landelijke doelstellingen Tot op heden heeft de minister van Justitie en Veiligheid geen landelijke doelstellingen geformuleerd. De landelijke agenda van het Veiligheidsberaad is wel zo op te vatten. c Informatieparagraaf We zorgen voor een goed georganiseerde en betrouwbare informatie­ voorziening zoals gesteld in hoofdstuk 3 van dit beleidsplan. Een verdere beschrijving van de informatievoorziening tussen diensten en organisaties maakt onderdeel uit van het regionaal crisisplan. d Oefenbeleidsplan Naast dit beleidsplan is een meerjarenbeleidsplan MOTO (multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen) opgesteld: het ‘Beleidsplan vakbekwaamheid multidisciplinaire teams 2024-2025’. e Beschrijving niet-wettelijke adviesfunctie (art 14, lid 2, onder e Wvr) Op basis van art 10 van de Wet Veiligheidsregio’s hebben de veiligheids­ regio’s de belangrijke rol van adviseur op het terrein van fysieke veiligheid gekregen. VNOG heeft op grond van de Wet veiligheidsregio’s de taak om het bevoegd gezag, bedrijven en inwoners te adviseren over o.a.: • h et voorkomen, beperken en bestrijden van brand(gevaar); • h et voorkomen en beperken van ongevallen bij brand; • r isico’s van branden, rampen en crisis. Enkele van de hieraan gekoppelde (advies)taken worden bepaald in de relevante wet- en regelgeving (wettelijke adviestaken).

Andere staan bepaald in het beleidsplan (niet-wettelijke adviestaken). In beide gevallen omarmen wij het landelijke model voor Risicogericht Werken van Brandweer Nederland.

33

Wettelijke adviestaken Sinds de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) op 1 oktober 2010 zijn de veiligheidsregio’s zelfstandige bestuursorganen. De wetgever heeft deze bestuursorganen een aantal wettelijke taken toebedeeld voor het hierboven beschreven complexe werkveld. Het betreft de volgende wettelijke taken: • Aanwijzen van locaties waarop één of meer milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in artikel 7.1 Bvr worden verricht om over een bedrijfsbrandweer te beschikken (bedrijfsbrandweeraanwijzing). • Houd­en van toezicht op de naleving van het gestelde in artikel 31 Wvr en het inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet-naleving. • Houden van toezicht op de naleving van artikel 48 Wvr (verschaffen van informatie die nodig is voor een adequate voorbereiding op de rampenbestrijding en de crisisbeheersing) en inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet-naleving. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) • Het adviseren van het bevoegd gezag over aanvragen omgevings­ vergunning voor milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.33 Omgevingsbesluit. • Houden van toezicht op Seveso-inrichtingen (op grond van afdeling 13.3 Omgevingsbesluit). • Houden van toezicht op de naleving van de artikelen die zijn opge­ nomen in 4.2 van het Bal die zich tot de veiligheids­regio’s richten.

• Inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet naleving van de artikelen die zijn opgenomen in 4.2 van het Bal die zich tot de veiligheidsregio’s richten. • Adviseren over ontbrandingstoestemmingen op grond van het Vuurwerkbesluit

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Insteek VNOG bij haar advisering en randvoorwaarden daarvoor Bij de advisering focussen we ons op de risico’s die er toe doen, waar­ onder het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen, brandveiligheid, om­gevings­veiligheid en de relatie tussen risicobronnen en risicoontvangers. Deze risico’s staan onder meer benoemd en uitgewerkt ons Regionaal Risicoprofiel. Ook maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de energietransitie, klimaatverandering, verdichting en vergrijzing, die de bestaande risico’s beïnvloeden, wegen mee. Om uitvoering te geven aan de wettelijke en niet-wettelijke taken, voor die risico’s die ertoe doen, moet niet alleen geïnvesteerd worden in de samenwerking met gemeenten, maar ook met het netwerk rondom dat betreffende risico.

Met het oog op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet en de taken overeenkomstig de Wet veiligheidsregio’s is een aantal zaken randvoorwaardelijk: • Betrekt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio vroegtijdig bij het opstellen van het omgevingsplan, omgevingsvisie, eventuele omgevingsprogramma’s en daarvan afgeleide projectbesluiten; • Stelt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio vooraf­ gaand aan de vaststelling van het ontwerp-omgevingsplan en het definitieve omgevingsplan in de gelegenheid om advies uit te brengen; • Informeert het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio bij wijzigingen in het omgevingsplan en stelt het hen in de gelegenheid advies uit te brengen; • Betrekt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio vroegtijdig (initiatieffase) bij een (binnen/buitenplanse) omgevings­ planactiviteit; • Adviseert de veiligheidsregio (schriftelijk) op bovenstaande zaken.

34

Niet-wettelijke taken Naast de hiervoor beschreven wettelijke adviestaak hebben we een nietwettelijke adviestaak, die we hieronder uitwerken. Onze adviesrol heeft een multidisciplinair karakter. Wij brengen adviezen uit over onderwerpen waarvan wij het wenselijk vinden dat deze aandacht krijgen van de gemeenten en waarbij een eenduidige en uniforme aanpak nodig is. De dienstverlening richting de gemeenten in dit kader heeft VNOG in 2024 uitgewerkt naar een helder en concreet ‘Risicogericht Dienstverleningsconcept’. Hierin wordt de mate van dienstverlening, daar waar mogelijk, gekoppeld aan de risicoklasse hoog/middel/laag.

Het gaat hierbij om: • participeren en adviseren bij de ontwikkeling van omgevingsvisies, omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen van gemeenten; • participeren en adviseren over omgevingsveiligheid, ruimtelijke en industriële veiligheid, veilige fysieke leefomgeving, brand­ veiligheid, best-beschikbare technieken, bluswater- en bereikbaar­ heidsvraagstukken, natuurbrandbeheersing, zelfredzaamheid en zorgcontinuïteit bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen gemeenten; • participeren en adviseren over bouw, gebruik, evenementen en milieu; • risicogericht toezicht met verschillende uitvoeringsvormen bij bouw, gebruik, evenementen en milieu; • participeren en adviseren op (her)nieuw(d)e wet- en regelgeving en beleid hierover; • kennisdeling en communicatie over (rest)risico’s. De verbinding met andere schakels in de veiligheidsketen en het risicogericht en meer ‘Omgevingswetproof’ maken van de werkprocessen vergen ook in de komende beleidsperiode een inspanning van gemeenten en veiligheidsregio.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Resumerend is het noodzakelijk voor onze taakuitvoering dat wij in het proces van de beleidscyclus betrokken worden in de volgende zaken: Beleidscyclus

Betrokkenheid

Beleidsontwikkeling

De veiligheidsregio wil vroegtijdig betrokken worden bij het opstellen van omgevingsvisies en -programma’s. Hierin wil zij o.a. de volgende belangen inbrengen: • Veiligheid in de fysieke leefomgeving met aandacht voor risicobewustwording en zelfredzaamheid; • Veiligheid t.a.v. het produceren van, het werken met, het opslaan van en vervoeren van gevaarlijke stoffen; • Veilige ruimtelijke indeling van de fysieke leefomgeving; • Kernwaarden voor een veilige leefomgeving.

Beleidsdoorwerking

De veiligheidsregio wil de volgende thema’s borgen in het omgevingsplan van gemeenten: • Veiligheidsthema’s binnen het omgevingsplan, bijv. t.a.v. gevaarlijke stoffen en de indeling van de omgeving rondom bedrijven, transport en activiteiten waar met dergelijke stoffen wordt gewerkt (aandachtsgebieden); • Bluswater, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid in geval van calamiteiten en andere relevante bepalingen uit de bruidsschat; • Natuurbrandrisico’s; • Veiligheid tegen water als ook veilig op en rond het water wonen, werken en recreëren; • Initiatieven rondom klimaatveiligheid en de veilige energietransitie.

Uitvoering

De veiligheidsregio wil graag in de initiatieffase (vooroverleg, omgevingstafel, etc.) van een ruimtelijke ontwikkeling en/of vergunningaanvraag betrokken zijn, om in een vroeg stadium input en advies te geven over brand- en omgevingsveiligheid en een veilige fysieke leefomgeving. De veiligheidsregio wil door vroegtijdige betrokkenheid bij omgevingsvergunningen adviseren over de volgende aspecten bij de risico’s die er toe doen: • Brandveiligheid; • Borging van fysieke veiligheid, ook wanneer er geen sprake is van het gebruik/transport/opslag/productie van gevaarlijke stoffen; • Bluswater, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid in geval van calamiteiten. In het risicogericht dienstverleningsconcept wordt dit nader uitgewerkt. De veiligheidsregio wil het thema fysieke veiligheid borgen in de projectbesluiten binnen de regio. Het projectbesluit is bedoeld voor complexe publieke projecten in de fysieke leefomgeving van nationaal of provinciaal belang. De veiligheidsregio heeft geen directe invloed op de invulling en strekking van algemene rijksregels. Zij stelt wel alles in het werk om de algemene regels in acht te nemen bij het adviseren van het bevoegd gezag bij hoog-risico-objecten. Daarnaast zal de veiligheidsregio het bevoegd gezag van risicogericht advies voorzien m.b.t. het voldoen aan deze regels, of gelijkwaardige alternatieve oplossingen.

Terugkoppeling

De veiligheidsregio wil: •b  etrokken worden bij de kwaliteitsborging bij gereed-gemelde bouwwerken met een middel of een hoog risico; •b  etrokken worden bij de melding i.r.t. brandveilig gebruik bij een middel of een hoog risico; • t erugkoppeling krijgen over de afwegingen van de gemeenten om tot een verleende vergunning of plan te komen, zodat zij weet wat er met haar adviezen is gedaan en zij zich waar nodig operationeel kan voorbereiden.

35

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

f Dekkings- en spreidingsplan brandweer De operationele prestaties van de brandweer bij incidentbestrijding zijn vastgelegd in het dekkings- en spreidingsplan. Dit plan maakt onderdeel uit van dit beleidsplan, zie bijlage 4. Het fundament voor de operationele prestaties van de brandweer is een fijnmazig netwerk van 56 brand­weer­ posten. Met dit netwerk van brandweerposten wordt optimale slag­kracht en uithoudingsvermogen georganiseerd.

36

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

37

BIJLAGE 2 OPERATIONELE PRESTATIES CRISISORGANISATIE In de beleidsperiode van 2025-2028 wordt het uitgangspunt gehandhaafd dat binnen 80% van de gevallen de opkomsttijden worden behaald. De keuze voor dit percentage komt voort uit de uitgestrektheid van onze regio in relatie tot de bevolkingsdichtheid en kosteneffectiviteit. Het is niet te allen tijde haalbaar om binnen de gestelde tijd op de opkomstlocatie aanwezig te zijn. Daarnaast wordt voor bepaalde operationele rollen met een vrije instroom van functionarissen gewerkt, wat betekent dat een deel van de ondersteunende functionarissen niet in een piket is georganiseerd.

Vanaf het moment dat de meldkamer tot grootschalige alarmering overgaat (het afkondigen van GRIP situatie), moeten de volgende functionarissen binnen de vastgestelde tijd starten met de uitvoering van hun werkzaam­ heden. Wij streven ernaar om binnen de gestelde normen fysiek op de locaties aanwezig te zijn, maar dit is niet in alle gevallen noodzakelijk omdat het starten van de werkzaamheden ook op afstand mogelijk is. Digitale technieken maken de afstemming op afstand immers mogelijk over de te nemen besluiten, informatie-uitwisseling en coördinatie van noodzakelijke activiteiten.

Team

Functionarissen

Norm (Bvr)

Streven VNOG

Locatie

Meldkamer Oost Nederland

• Calamiteitencoördinator (CaCo)

Binnen 2 min begint de meldkamer met de alarmering (art. 2.2.3 lid 1)

Start binnen 2 min. van de alarmering

MKON

CoPI

• Leider CoPi • Officier van Dienst Bevolkingszorg • Officier van Dienst Brandweer • Officier van Dienst Geneeskundig • Officier van Dienst Politie • Officier van Dienst Communicatie

Binnen 30 min. gestart met de uitvoering van taken Art. 2.3.2

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 minuten op de opkomstlocatie

Plaats incident

CoPI-ondersteuning

• Informatiemanager CoPI

Binnen 30 min gestart met de uitvoering van taken Art. 2.3.2

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 minuten op de opkomstlocatie

Plaats incident

CoPI-ondersteuning

• Plotter • Logger

Geen norm

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 45 minuten op de opkomstlocatie

Plaats incident

ROT

• Regionaal Operationeel Leider • Algemeen Commandant Bevolkingszorg • Algemeen Commandant Brandweer • Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg • Algemeen Commandant Politie

Binnen 45 min gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2 lid b

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 45 minuten op opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal

ROT

• Algemeen Commandant Crisiscommunicatie

Binnen 30 minuten gestart met de uitvoering van taken

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 min. op opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

38

Team

Functionarissen

Norm (Bvr)

Streven VNOG

Locatie

ROT

• Regionaal Militair Operationeel Adviseur

RMOA niet in Besluit (art. 2.1.4.) VR benoemd

Streeftijd max. 2 uur. Hiervoor is het convenant NOG – Defensie de basis

VNOG Europaweg of digitaal

ROT-ondersteuning sectie Informatiemanagement

• Informatiemanager ROT

Binnen 30 minuten gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2 lid b

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 min. op opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal

ROT sectie Informatie­ management

• Beleidsondersteuner ROT • Plotter

Binnen 40 min gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2 lid d

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 40 minuten op opkomstlocatie (voor beleids­ ondersteuner en plotter is dit een streeftijd)

VNOG Europaweg of digitaal

ROT – kolomsecties

• Sectie Bevolkingszorg • Sectie Geneeskundige Zorg • Sectie Brandweerzorg • Sectie Politiezorg • Sectie Crisiscommunicatie • Sectie Bevolkingszorg

Binnen 60 min gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2 lid e

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op de opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal

GBT

• Burgemeester (voorzitter) • Adviseur Bevolkingszorg (gemeentesecretaris) • Adviseur Crisisbeheersing (ambtenaar openbare orde en veiligheid) • Adviseur Brandweer • Adviseur Geneeskundige Zorg • Adviseur Politie • Communicatieadviseur GBT

Binnen 60 min. gestart met de uitvoering van taken vanaf het moment dat de burgemeester het beleidsteam bijeen heeft geroepen. Art. 2.3.2 g

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op opkomstlocatie

Gemeentehuis getroffen gemeente

GBT-ondersteuning

• Informatiemanager GBT • Verslaglegger GBT

Geen norm

Team Bevolkingszorg

Gemeentehuis getroffen gemeente

Binnen 90 min. gestart met de uitvoering van werkzaamheden Art. 2.3.2 f

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 min. op opkomstlocatie

Gemeentehuis getroffen gemeente

RBT

• Burgemeesters van de betrokken gemeenten • Hoofd Officier van Justitie (HOvJ) • Voorzitter(s) betrokken waterschap(pen) • Betrokken Rijksheren • Strategisch adviseurs hulpdiensten (Brandweer, GHOR, • Politie, Bevolkingszorg) • Communicatieadviseur RBT • Regionaal Operationeel Leider • Externe deskundigen/ adviseurs

Geen norm

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal, of een alternatieve locatie in overleg met de voorzitter RBT en burgemeester getroffen gemeente

RBT – ondersteuning

Informatiemanager RBT Verslaglegger RBT

Geen norm

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op de opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal, of een alternatieve locatie in overleg met de voorzitter RBT en burgemeester getroffen gemeente

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

39

BIJLAGE 3 OVERZICHTSTABEL ACTIES VOOR UITVOERING SPEERPUNTEN Actie

Inhoud

Start

Afronding

Actie

01

Inhoud

Start

Afronding

Speerpunt 3. Informatievoorziening

Speerpunt 1. Crisisbeheersing Informatiegestuurd veiligheidsbeeld Oost-5: samenwerking met Oost-5 ingericht. Automatisch gevuld veiligheidsbeeld, 24/7 bezet en beschikbaar.

2026

2026

02

Preparatie: nieuw en volwaardig modern crisiscentrum in nieuw te openen 1-post.

2027

2027

03

MOTO: het nieuwe oefenbeleidsplan is geïmplementeerd waarin innovaties (zoals A.I.) zijn vormgegeven.

2026

2026

04

Respons: Crisisplan 2028-2032 aangepast op basis van nieuwe Wvr inclusief de flexibilisering van de bestaande crisisstructuur.

2027

2027

05

Herstel en nafase: standaardmethode voor de nafase ontwikkeld met en voor gemeenten.

2025

2025

06

Evalueren en leren: lerend vermogen van de operationele (crisis) organisatie is uitgewerkt (als onderdeel van kwaliteitszorg).

2025

2025

15

Dynamisch alarmeren bij Brandweerzorg.

2024

2025

16

Strategische visie op de complete informatievoorziening.

2025

2025

17

Landelijke SOC/CERT.

2026

2026

18

Verbindingen conform NOOVA.

2027

2029

19

Onderzoek alarmeren via de smartphone, niet meer pagers.

2027

2028

Uitvoeren van de in 2024 vastgestelde strategisch personeelsplanning.

2025

2028 e.v.

Speerpunt 4. Arbeidsmarkt 20 21

Verder inrichten secundaire arbeidsvoorwaarden.

2025

2027

22

Stimuleren diversiteit: leren van organisaties die hier al verder mee zijn en best practises uittesten, langsgaan bij scholen, landelijke aanpak stimuleren.

2025

2028

23

Verbinding met directe partners (gemeenten, GGD, veiligheidsregio’s): HRM-alliantievorming, specialistische functies delen, onderzoek generieke taken gezamenlijk organiseren, onderlinge uitwisseling personeel (stages).

2025

2028

24

Verbinding met onderwijsinstellingen versterken.

2025

2027

25

Blijvende en doorlopende aandacht voor duurzame inzetbaarheid/vitaliteit, leiderschapsontwikkeling en een veilige werkomgeving: uitvoeren programma’s hiervoor.

2025

2025 e.v.

Speerpunt 2. Grensoverstijgende samenwerking 07

Twee Bestuurdersbijeenkomsten NL/D (daarna structureel ieder jaar weer).

2025

2025 e.v.

08

Afgestemde convenanten.

2025

2025

09

Namen- en functieoverzicht gereed NL/D.

2025

2025

10

Gezamenlijke scenario-ontwikkeling (internationaal en Oost-5).

2026

2026

Speerpunt 5. Natuurbrandbeheersing (excelleren)

11

Informatie team (internationaal en Oost-5 en met kolommen).

2026

2026

26

Versterking van het toezicht door bestuurders op integrale natuurbrandbeheersing.

2025

2028

12

Grote oefening NL/D (t/m GRIP 4).

2027

2027

27

2025

2026

13

Conferentie veiligheid grensstreek VNOG.

2027

2027

14

Realisatie internationale post Dinxperlo-Süderwick (Dinxperwick).

2020

2028

Verhoging van de bewustwording bij gebruikersgroepen (natuur, infra, recreatie, zorg, wonen en werken) op het gebied van gewenste handeling en gedrag in en nabij natuur.

28

Monitoring van de realisatie van maatregelen vanuit de gebiedsgerichte aanpak, samen met partners.

2026

2026

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

40

Actie

Inhoud

Start

Afronding

29

Advisering op een effectieve beheersing van natuurbranden, door optimalisatie van bereikbaarheid, berijdbaarheid en bestrijdbaarheid.

2025

2028

30

Verbetering informatiepositie door toepassing van innovatieve technieken op het gebied van detectie, alarmering en beeldvorming.

2026

2026

31

a. Het uitwerken van een vakbekwaamheidsplan voor de implementatie van de nieuwe blusvoertuigen. b. Het uitwerken van een vakbekwaamheidsplan voor het onderhouden van de vakbekwaamheid na implementatie.

2025

2026

2027

2027

32

Meewerken aan het oprichten van een landelijk kennis- en expertisecentrum, van waaruit de samenwerkende partners de opgedane kennis en ervaringen beschikbaar kunnen stellen aan het hele land.

2025

2026

Actie

Speerpunt 6. Risicobewustzijn en veilig gedrag (excelleren) Effectievere gedragsinterventies: Voor risico’s met een gedragscomponent zijn verdiepende gedragsinzichten opgehaald op thema’s uit het regionaal risicoprofiel. Voor geselecteerde risico’s uit het regionaal risicoprofiel is waar mogelijk een campagne met passende communicatietoolkit ontwikkeld.

2027

2028

34

Doelgroepbenadering: VNOG is beter in staat om doelgroepen gericht, snel en effectief te bereiken met behulp van onze informatiepositie en data.

2026

2026

35

Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: VNOG werkt actief samen met partners en campagnes worden gezamenlijk opgezet en uitgerold.

2025

2028

36

Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: VNOG heeft kennis over gedrag(sverandering) in relatie tot (nieuwe) veiligheidsrisico’s verder doorontwikkeld.

2026

2026

37

Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: Het gedragsinstrument wordt in pilotvorm ingezet in twee VNOG-gemeenten voor gemeentelijke veiligheidsthema’s en vervolgens breed in de regio ingezet waarbij gemeenten VNOG kunnen consulteren bij het ontwikkelen van campagnes in het veiligheidsdomein.

2025

2025

38

Delen van best-practices met andere regio’s en partners: Het gedragsinstrument, expertise en effectieve interventies worden gedeeld met andere regio’s en eventuele partners.

2025

2028

Start

Afronding

2024

eind 2028 e.v.

Duurzaamheid 39

33

Inhoud Het Klimaatplan 2024-2030 uitvoeren. Overig Resterende punten uit Toekomstvisie 2020-2026

40

Operationele organisatie: slagkracht geneeskundige crisisorganisatie met burgers als hulpverleners in georganiseerd verband.

2021

2026

41

Ontwikkeling centrale brandweerpost Apeldoorn / Veiligheidscentrum en kantoorlocatie VNOG.

2021

2027

42

De Logistieke Eenheden worden, waar operationeel verantwoord, vereenvoudigd en waar mogelijk wordt overgegaan van twee naar één team.

2021

2027

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

41

GHOR

HATTEM OLDEBROEK HEERDE ELBURG EPE HARDERWIJK NUNSPEET ERMELO PUTTEN APELDOORN VOORST LOCHEM ZUTPHEN BRUMMEN BRONCKHORST BERKELLAND OOST GELRE WINTERSWIJK DOETINCHEM AALTEN MONTFERLAND OUDE IJSSELSTREEK

1

REGIONAAL

DEKKINGS- EN SPREIDINGSPLAN

2025-2028

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

COLOFON Het dekkings- en spreidingsplan 2025-2028 is opgesteld in opdracht van Carla Kats en Olav Strotmann.

Datum vaststelling Vastgesteld op 12 december 2024 door het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Redactie Projectleider: Leo van Ruiven Medeauteurs Adriaan Westland, Richard Holtman, Thari Hazelaar, William Qualm en Carola van Ingen Beheer Het beheer van het dekkings- en spreidingsplan ligt bij Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Contactgegevens Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus 234 7300 AE Apeldoorn

2

3

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

INHOUDSOPGAVE Inleiding

4

Bijlage 1

Overzicht materieel per post

35

Kenschets Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

4

Bijlage 2a Technische uitgangspunten berekeningen

38

Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen

5

Rekensysteem

38

Relatie met het risicoprofiel

6

Bijlage 2b Relevante bestuurlijke besluiten

40

Leeswijzer

9

Bijlage 3

Opkomstprestaties

41

Dekking bijstellen | Processtap 1

10

Bijlage 4

Repressieve dekking van de overige kerntaakgebieden

43

Interne ontwikkelingen

10

Interne ontwikkelingen

10

Externe ontwikkelingen

13

Dekking beschrijven | Processtap 2 Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk

4a. Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening 43 4b. Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig

44

16

4c. Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen

45

16

4d. Beoordeling operationele prestaties bij watertransportsystemen

47

Dekking beoordelen | Processtap 3

24

Indeling gebieden in categorieën Gebiedsgerichte Opkomsttijden)

24

Beoordeling van de basisbrandweerzorg

25

Aandachtsgebieden

28

Risicogericht werken

30

Voorlichting en campagnes voor een risicobewuste samenleving

30

Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing

30

Een sluitende veiligheidsketen

31

Regionale conclusies en aanbevelingen

31

Dekkings- en spreidingsplan vaststellen | Processtap 4

32

Uitvoering bijstellen | Processtap 5

33

Dekking uitvoeren en beoordelen | Processtap 6 en 7

34

4e. Beoordeling operationele prestaties bij natuurbranden 4f. Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen

48 50

4g. Beoordeling operationele prestatie van Redding Groot Vee

51

4h. Beoordeling operationele prestatie van Schuimblusvoertuigen

52

Bijlage 5

Aandachtsobjecten

53

1. Oude binnenstad

53

2. G  ebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen

53

3. Hoge woongebouwen

54

4. Portiekwoningen

54

4

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

INLEIDING Vanuit de Wet veiligheidsregio’s is ons bestuur verplicht om elke vier jaar een dekkings- en spreidingsplan voor de (basis) brandweerzorg vast te stellen. Hierin onderzoeken wij hoe de operationele prestaties van de brandweer zich verhouden tot de daaraan gestelde eisen. Ieder half jaar houden we ons Algemeen Bestuur op de hoogte van de operationele prestaties van de brandweer, met een prestatiekaart. Kenschets Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

In onze planvorming en activiteiten houden we rekening met maat­ schappelijke ontwikkelingen. In onze regio is bijvoorbeeld sprake van een toenemende druk op de zorg door een vergrijzende bevolking. Ook verandert het zorglandschap door centralisatie van de meer complexe zorg. Er is een toename van toerisme in natuurgebieden. Daarnaast worden we in de regio geconfronteerd met de gevolgen van de klimaatverandering en het effect daarvan op extreem weer, overstromingen en het natuurbrandrisico. De kans op infectieziekten, die zich kunnen ontwikkelen tot een pandemie, heeft zich met de uitbraak van het coronavirus in 2020 daadwerkelijk voorgedaan. Ook polarisatie, wat verstoringen in de openbare orde kan veroorzaken, digitale verstoringen en cybercrime dragen bij aan het veranderende risicobeeld. Deze aspecten zijn van invloed op de taakuitoefening van ons als veiligheidsregio en spelen een belangrijke rol bij het inrichten van de organisatie. Het regionaal risicoprofiel is hierin leidend.

Onze regio bestaat uit 22 gemeenten. De regio is te typeren als een plattelandsregio met een aantal stedelijke kernen. De totale oppervlakte van het gebied bedraagt (ruim) 3.000 km² en er wonen ruim 842.000 mensen. In de zomer verblijven daarnaast circa 0,9 miljoen recreanten op de Veluwe en circa 0,5 miljoen in de Achterhoek. Noord- en Oost-Gelderland kent veel natuur, agrarisch Hattem Oldebroek en recreatief gebied. Ongeveer 25% van de totale oppervlakte bestaat uit bos en heide. De regio ligt aan de landsgrens met Duitsland en Elburg Heerde wordt doorsneden door de IJssel. Binnen VNOG worden veel Harderwijk (grote) evenementen georganiseerd. Ook zijn er veel Nunspeet Epe recreatieparken en zorginstellingen. De regio telt Ermelo verschillende risicovolle milieulocaties, waaronder zes SEVESO-inrichtingen (op acht locaties). Dit zijn Putten Voorst bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke Apeldoorn Lochem stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde en die vallen onder de Zutphen werking van de SEVESO 3-richtlijn. Brummen

22 gemeenten 3.000 km2 oppervlakte 842.000 inwoners 1,4 miljoen recreanten 25% bos en heide 1 regionaal vliegveld Berkelland

4 snelwegen

Bronckhorst

15 categorie C-evenementen Oost Gelre

Figuur 1 Kenschets gebied VNOG

Winterswijk

Doetinchem Montferland

5 ziekenhuizen

Aalten Oude IJsselstreek

400 huisartsen

5

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

Met de omliggende veiligheidsregio’s (IJsselland, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid en Twente – samen Oost -) en Defensie hebben we samen­werkingsafspraken gemaakt op het gebied van brandweerinzet. Een voorbeeld hiervan is het gezamenlijk oefenen in natuurbrandbestrijding. We nemen ook deel aan de Samij (Samenwerkingsregeling Incident­ bestrijding IJsselmeergebied) in verband met de randmeren. Daarnaast is er een grensoverstijgende samenwerking met de gemeente Bocholt (D) (Dinxperlo-Süderwick).

De minister van Justitie en Veiligheid heeft de handreiking omarmd. Dit mar­keert het einde van het systeem van objectgerichte opkomsttijden en de overgang op de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Ondanks dat onze veiligheidsregio niet tot de pilot behoorde is het dekkings- en spreidingsplan VNOG 2021-2024 op het gedachtegoed van gebiedsgerichte opkomsttijden geschreven. 2

dekking beschrijven

Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen In de afgelopen jaren is door het Veiligheidsberaad en de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), in afstemming met het ministerie van Justitie en Veiligheid, de vakbonden en de Vereniging van brandweervrijwilligers (VBV), gewerkt aan een nieuwe (landelijke) systematiek voor het opstellen van dekkingsplannen. Deze systematiek is vastgelegd in een handreiking en draagt bij aan een uniforme landelijke werkwijze en realistische opkomsttijden. De handreiking bestaat uit het beschrijven van het dekkingsplanproces (inclusief rekenvoorschriften) en beoordelingskaders voor gebiedsgerichte opkomsttijden, slagkracht en grootschalig brandweeroptreden. Het proces bestaat uit zeven stappen waarmee de brandweer cyclisch de inrichtings- en uitvoeringsfase van het dekkings- en spreidingsplan doorloopt. Het vormt een PDCA-cyclus (plan-do-check-act) voor het beoordelen van de geleverde brandweerzorg ten opzichte van de verwachte basisbrandweerzorg in de vorm van opkomsttijden.

1

dekking bijstellen

INRICHTING

3

dekking beoordelen

4

DEKKINGSPLAN

5

bijstellen uitvoering

UITVOERING

6

uitvoeren dekking

7

beoordelen uitvoering

Figuur 2 Landelijke systematiek voor dekkingsplannen

6

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

In 2022 hebben we in de herziening handreiking versie 3.0 een aanvulling opgenomen in de vorm van aandachtsgebieden en aandachtsobjecten. Het nieuwe kader voor gebiedsgerichte opkomsttijden zorgt voor een eenduidige werkwijze en landelijke regels omtrent het minimumniveau van brandweerzorg. Kanttekening hierbij is dat het leveren van adequate brandweerzorg niet louter wordt bepaald door de opkomsttijd. Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028 is vormgegeven op basis van de processtappen uit de landelijke systematiek.

Relatie met het risicoprofiel Er bestaat een relatie tussen het risicoprofiel en het dekkings- en spreidingsplan. Daarbij hebben we ook gekeken naar de risico’s die al zijn geïdentificeerd in het regionaal risicoprofiel. In de opmaat van het regionaal risicoprofiel zijn binnen onze regio de voor de brandweer relevante risico’s geïnventariseerd en geanalyseerd. Deze vormen, net als de landelijke richtlijnen, de focus van het risicogerichte operationele beleid van risicobeheersing. Uitkomsten hiervan zijn bijvoorbeeld het postgericht oefenen op basis van daadwerkelijk gebeurde scenario’s.

In het regionaal risicoprofiel VNOG 2025-2028 hebben we de volgende scenario’s opgenomen, waarbij de brandweer proceseigenaar is: 1 Natuurlijke omgeving • Natuurbranden (maatgevend scenario: bosbrand met loopvuur in naaldhout, heideveld en brand in natuurgebied) (tevens speerpunt regionaal beleidsplan 2025-2028) 2 Gebouwde omgeving • Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenario: brand in gebouw met kwetsbare doelgroepen) • Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenario: brand in een geschakelde energie neutrale woning met verminderd zelfredzamen) • Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenario: brand in historische binnenstad, een of meerdere gebouwen in brand en rookverspreiding in omgeving) 3 Technologische omgeving • Incidenten met giftige stof in open lucht (maatgevend scenario: botsing tussen goederentrein geladen met gevaarlijke stoffen (brandbaar gas, toxisch gas, brandbare vloeistof en toxische vloeistof) en een vrachtwagen • Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht (maatgevend scenario: bedrijfsongeval met brandbare vloeistof methanol) • Incidenten met giftige stof in open lucht (maatgevend scenario: brand in opslag van Li-ion accu’s)

7

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

1. Natuurlijke omgeving Binnen het verzorgingsgebied van onze regio ligt een aantal natuurgebieden dat kwetsbaar is voor natuurbrand. Deze staan onder waarneming van een provinciale projectgroep. De natuurgebieden worden doorsneden en mede gebruikt voor een grote variatie aan functies, zoals: • Zorginstellingen • Mobiliteitsinfra • Recreatieondernemingen • Gebieden wonen/werken

De interactie tussen al deze functies kan een verhoogd risico op het effect van natuurbrand met zich meebrengen. Natuurbrand kan hier ernstige impact op de gezondheid van mensen en natuurwaarden hebben en leiden tot een ontwrichting van de samenleving.

Figuur 3 Infographic gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing

Gelderse gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Gemeenten

Provincie

Veiligheidsregio’s

Herzien Plan van aanpak

SPOOR 1

SPOOR 2

Risicovolle objecten/ lokaties

Gemeentelijke plannen van aanpak

Landschapsinrichting Natuur en Infratraces

Provinciale Projectgroep: Provincie, VGGM, VRGZ, VNOG

PROJECTFASE SPOOR 1 Interregionale werkgroep 2024 en 2025 Beheerfase / adviescapaciteit vanaf 2026 VGGM, VNOG, VRGZ

PROJECTFASE SPOOR 2 Beheerfase / adviescapaciteit

STAP 1 Hoofd- en STAP 2 subcompartimentering

8

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

2. Gebouwde omgeving

3. Technologische omgeving

Brand in een gebouw met kwetsbare doelgroepen

Treinongeval met brandbare en giftige stoffen

In onze regio zien we twee demografische ontwikkelingen die zorgen voor een grotere behoefte aan zorg. Ten eerste is er sprake van vergrijzing. Daarnaast stijgt het aantal personen dat verminderd zelfredzaam is en zelfstandig woont. De verwachting is dat mensen (zowel oud als jong) steeds langer thuis blijven wonen.

Het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Ongevallen met gevaarlijke stoffen zijn denkbaar bij het vervoer over weg, water, spoor, per buisleiding en bij de stationaire inrichting zelf. Daarbij kunnen incidenten plaatsvinden. In het regionaal risicoprofiel is een scenario uitgewerkt van een botsing tussen een goederentrein met gevaarlijke stoffen en een vrachtwagen op een gelijkvloerse kruising.

Brand in een energieneutrale woning met verminderd zelfredzamen

In het kader van de energietransitie worden veel gebouwen, waaronder woningen, aangepast. Een voorbeeld hiervan zijn de Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Om de risico’s hiervan, bijvoorbeeld vanwege isolatie en zonnepanelen, nader te duiden is een scenario opgenomen voor een brand in een geschakelde energieneutrale woning met verminderd zelfredzamen. Brand in dichte binnenstad

In de regio is een aantal locaties met een historische binnenstad met dichte bebouwing. De kans op een grote brand in een historische binnenstad is daardoor aanwezig. Dat maakt dat voor dit incidenttype een scenario is uitgewerkt. De RCDV heeft op 22 november 2022 een nieuwe versie van de doctrine brandbestrijding uitgebracht. Alle vernieuwde inzichten rondom brand­ bestrijding in relatie tot het risicogericht werken zijn verwerkt in de scenariobeschrijvingen van het regionaal risicoprofiel.

Bedrijfsongeval met brandbare vloeistof Een incident in de open lucht met brandbare of explosieve stoffen kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen, productie- en verwerkingsfaciliteiten, of tijdens het gebruik en vervoer van deze stoffen. Deze situaties kunnen leiden tot branden, explosies, en ernstige milieuschade, afhankelijk van de aard en hoeveelheid van de betrokken stoffen. In het regionaal risicoprofiel is een scenario uitgewerkt waarin een heftruck botst op een IBC met een brandbare vloeistof. Brand in bedrijfspand met opslag Li-ion accu’s

Gevolg van de energietransitie is dat in de komende jaren steeds meer gebruik zal worden gemaakt van Li-ion energiedragers. Denk hierbij aan de buurtbatterij maar ook aan grote magazijnen vol met fietsaccu’s. Er komen daarom steeds meer locaties waar deze, of gelijksoortige energiedragers, worden opgeslagen. In het regionaal risicoprofiel is een nieuw scenario toegevoegd in het kader van deze energietransitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15078846/1