A19 Tribuut - Wijziging Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking D424142
Tekst van het document
1.
2. 3.
Het bestuur stelt jaarlijks vóór 15 september voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast. … Het bepaalde in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, van de wet is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van geen van de deelnemers een wijziging wordt gebracht.
Toelichting Artikel 34 Wgr bepaalt dat het bestuur de vastgestelde begroting binnen 2 weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15 september aan gedeputeerde staten zendt. Het tweede deel van de volzin is overbodig, omdat dit al in de Wgr is geregeld en wordt daarom geschrapt. De redactie van het derde lid wordt iets aangepast. Daarmee wordt explicieter tot uitdrukking gebracht dat een wijziging van de begroting die leidt tot een wijziging in de bijdrage van één van de deelnemers – ongeacht of deze meer of minder gaat bijdragen – altijd voor een zienswijze aan de raden wordt voorgelegd. Het kan voorkomen dat door gewijzigde omstandigheden de kosten wijzigen. Ook als het bestuur van Tribuut meent dat dit slechts bij één of een aantal deelnemers leidt tot wijziging van hun bijdrage is het goed dat de andere raden daarover worden geconsulteerd. Alleen als een begrotingswijziging bij geen enkele deelnemer leidt tot een gewijzigde bijdrage, hoeft deze niet voor zienswijze naar de raad. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan toegenomen lasten die worden gedekt uit een extra onttrekking aan de reserve.
Artikel 21 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. De gemeenteraden worden in de
2. Het bestuur stelt de raden van de
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
8/1
Bestaande tekst gelegenheid gesteld hun zienswijze te geven over de berekeningswijze.
Nieuwe tekst deelnemende gemeenten in de gelegenheid hun zienswijze te geven over de berekeningswijze.
Artikel 22 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het bestuur stelt jaarlijks vóór 1 april voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting geldt, de conceptjaarrekening vast en zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de concept jaarrekening aan de gemeenteraden van de deelnemers. 2. Het bestuur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant. 3. … 4. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het bestuur mededeling aan de gemeenteraden van de deelnemers.
1. De directeur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant. 2. … 3. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Toelichting Op grond van artikel 34b van de Wgr zendt het bestuur de financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening voor 30 april aan de raden. Omdat dit al wettelijk is geregeld, is dat niet nogmaals in de GR opgenomen. Het eerste lid komt daarmee te vervallen. Het tweede lid bevatte een bepaling die normaliter voorkomt bij een geleed bestuur. Daarvan is bij Tribuut geen sprake. De directeur stelt de jaarrekening op en legt verantwoording af aan het bestuur. Dat is tot uitdrukking gebracht in het (vernummerde) eerste lid.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
9/1
Artikel 23 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21, eerste lid, bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 22, vierde lid, bedoelde mededeling.
2. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21, eerste lid, bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 22, derde lid, bedoelde mededeling.
Toelichting Door een vernummering in leden van artikel 22 moet de verwijzing aangepast worden. Artikel 25 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
6. Ingevorderde belastingen worden tenminste twee maal per week en de dag na een automatische incassorun overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemer.
6. Ingevorderde belastingen worden tenminste éénmaal per week en de dag na een automatische incassorun overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemende gemeente. Nadere afspraken hierover worden in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen.
Toelichting De praktijk is al jaren dat Tribuut het batig saldo éénmaal per week afroomt naar de gemeenten. Dit is ook vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. De tekst van de GR wordt hiermee in overeenstemming gebracht.
Artikel 26 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is het Streekarchief Hattem, Heerde, Epe de archiefbewaarplaats.
3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats: de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe aangewezen archiefbewaarplaats.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
10/1
Toelichting Momenteel loopt er een onderzoek voor het opheffen van de gemeenschappelijke regeling streekarchief Hattem, Heerde, Epe en deze onder te brengen in de gemeenschappelijke regeling streekarchivariaat Noord-West Veluwe. De eventuele overgang zal vermoedelijk in de loop van 2024 plaatsvinden. Er is voorzien dat de nieuwe entiteit – een bedrijfsvoeringsorganisatie – een nieuwe naam krijgt. Daarom is voor dit moment volstaan door aan te haken bij de archiefbewaarplaats van de gemeente Epe. Dat voorkomt dat de GR Tribuut belastingsamenwerking in de loop van 2024 alweer moet worden gewijzigd.
Artikel 27 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De deelnemers zijn bevoegd te beslissen over toetreding van nieuwe deelnemers tot de regeling. Het bestuur wordt in de gelegenheid gesteld hierover een zienswijze in te dienen. 2. De deelnemers regelen de voorwaarden voor toetreding. 3. Toetreding is mogelijk als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit.
1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat wenst toe te treden tot de regeling dient het verzoek tot toetreding met de van de raad verkregen toestemming in bij het bestuur. 2. Het bestuur zendt het verzoek met zijn advies aan de deelnemers. 3. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente treedt toe tot de regeling als ten minste twee derde van de deelnemers daartoe besluit. 4. De deelnemers kunnen voorwaarden verbinden aan toetreding tot de regeling.
Toelichting De procedure om toe te treden wordt wat explicieter geregeld. De huidige regeling liet die procedure wat in het midden. Nu is duidelijk dat de gemeente die wil toetreden dat eerst intern afgerond moet hebben. Dit voorkomt dat Tribuut of de deelnemers uitgebreid aan de slag gaan met uitwerkingen, zonder dat vaststaat dat de gemeente daadwerkelijk wenst toe te treden. Ook is hierin geregeld dat het bestuur van Tribuut de spil vormt bij deze procedure. Het bestuur zal een inschatting maken van de haalbaarheid en (financiële) consequenties van de voorgenomen toetreding en dat verwerken in een advies aan de deelnemers. Op basis daarvan kunnen de deelnemers besluiten en eventueel voorwaarden verbinden aan de toetreding.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
11/1
Artikel 28 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. Hij maakt na verkregen toestemming van de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekende brief kenbaar aan het bestuur en aan de overige deelnemers. 2. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht genomen. 3. Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 4. Na ontvangst van de in het eerste lid vermelde brief wijst het bestuur in overleg met de uittredende deelnemer een onafhankelijke registeraccountant aan, aan wie de opdracht wordt verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de gemeenschappelijk regeling besloten. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de regeling van de personele gevolgen en de liquiditeit van de bedrijfsvoeringsorganisatie als die wordt voortgezet. 5. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige deelnemers geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden. 6.
Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden na de vaststelling de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie te voldoen. 7. De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.
1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2. Hij maakt zijn voornemen tot uittreding schriftelijk kenbaar aan het bestuur en de overige deelnemers. 3. Het bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de bedrijfsvoeringsorganisatie en stuurt dit naar de deelnemers. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: a. de uittredende deelnemer draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding; b. de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de in de aanhef genoemde gevolgen komen voor rekening van de deelnemer die voornemens is uit te treden; c. in het voorstel worden de volgende kostensoorten onderscheiden: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden) • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • vervallen bijdrage van de deelnemer; • aandeel in de reserves en voorzieningen. 4. De deelnemers die niet voornemens zijn uit te treden stellen de gevolgen van de voorgenomen uittreding vast op basis van het voorstel, bedoeld in vorige derde lid. Het
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
12/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst besluit is tot stand gekomen als ten minste twee derde hiertoe heeft besloten. De voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend, nadat hij definitief besloten heeft uit te treden. 5. De deelnemer die voornemens is uit te treden neemt, het besluit, bedoeld in het vorige lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. 6. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste een vol kalenderjaar.
Toelichting Het initiatief ligt bij de deelnemer die wil uittreden. Die zal dat voornemen – na verkregen toestemming van de raad – kenbaar maken. Het vereiste van aangetekende brief is vervallen. In het huidige tijdsgewricht met voornamelijk elektronische communicatie is dit achterhaald. Niet langer is een registeraccountant nodig om een liquidatieplan op te stellen. Voor het opstellen daarvan (een voorstel) is het bestuur verantwoordelijk. Het bestuur heeft immers de beschikking over gegevens betreffende de bedrijfsvoering en de kosten. Die kan daarvoor uiteraard wel de hulp inroepen van een deskundige. De bepaling dat de overige deelnemers geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden kan in de praktijk leiden tot de conclusie dat uittreding nooit mogelijk is, omdat er altijd financiële nadelen verbonden te verwachten zijn. Die bepaling is daarom niet gehandhaafd. Alle deelnemers zenden het voorstel van het bestuur voor zienswijze naar hun raden (art. 1 Wgr). Die zienswijzen betrekken de overblijvende deelnemers bij hun besluitvorming als bedoeld in het vierde lid. Het ligt voor de hand dat (het bestuur van) Tribuut hierin een coördinerende rol vervult. Er is gekozen om de uittredende deelnemer niet te laten meebeslissen over de gevolgen van zijn vertrek.
Dat zou belangenverstrengeling betekenen en zou Tribuut mogelijk opzadelen met gevolgen die voor de overblijvende deelnemers niet goed te dragen zijn.
Artikel 29 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De regeling kan tussentijds worden gewijzigd als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit.
1. Op voorstel van het bestuur of van een deelnemer kan de regeling worden gewijzigd. Een voorstel dat niet is ingediend
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
13/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. De deelnemers en het bestuur zijn bevoegd een wijziging van de regeling aan de deelnemers in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. Het bestuur zendt het voorstel aan de deelnemers. 3. In afwijking van de vorige leden kan een wijziging of intrekking van artikel 21, eerste lid, en een wijziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling
door het bestuur wordt voor advies aan het bestuur gezonden. 2. Het bestuur zendt het voorstel met zijn advies aan de deelnemers. 3. Een besluit tot wijziging is tot stand gekomen wanneer ten minste twee derde van de deelnemers daartoe heeft besloten. 4. In afwijking van het derde lid kan een wijziging of intrekking van artikel 21, eerste lid, en een wijziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij unaniem besluit van alle deelnemers.
Toelichting De positie van het bestuur wordt verstrekt met deze regeling. Het krijgt een adviserende rol als het bestuur niet de initiatiefnemer is van de wijziging. In de regeling is niet opgenomen dat de raden hun zienswijze moeten geven, omdat dit al uit artikel 1 Wgr voortvloeit. Artikel 30 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit. 2. Het bestuur stelt vooraf na overleg met de deelnemers het liquidatieplan vast. Dit plan voorziet in een verdeling naar rato van het aandeel van de deelnemers in de actuele begroting. Het plan voorziet in ieder geval in de regeling van de personele gevolgen. 3. Het bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 4. Zo nodig blijft het bestuur na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid.
1. De regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste twee derde van de deelnemers daartoe besluit. 2. Het tijdstip van opheffing ligt na het tijdstip van vaststelling van het liquidatieplan, bedoeld in het volgende lid. 3. Ingeval van opheffing van de regeling stelt het bestuur een liquidatieplan vast, nadat de raden daarop hun zienswijzen hebben kunnen inbrengen. 4. Het liquidatieplan regelt de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 5. Het liquidatieplan gaat daarbij uit van een verdeling naar rato van het aandeel van de deelnemers in de actuele begroting. 6. Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing als er na de liquidatie saldo resteert. 7. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
14/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst de opheffing heeft voor het personeel.
Toelichting Duidelijker is gemaakt dat het tijdstip van opheffing ligt nadat het liquidatieplan is vastgesteld. Dat plan gaat voor zienswijze naar de raden. Dit kan mogelijk synchroon lopen met het principebesluit tot opheffing (art. 1 Wgr). De oude bepalingen uit lid 3 en 4 zijn niet overgenomen. In artikel 9, derde lid, Wgr is al bepaald dat de bedrijfsvoeringsorganisatie na zijn ontbinding blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. Onder die vereffening van het vermogen wordt begrepen het uitvoeren van het liquidatieplan totdat dit voltooid is.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
15/1
Artikel 34 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
(nieuw)
Artikel 34 Evaluatie 1. Halverwege elke raadsperiode vindt er een evaluatie plaats van de regeling door een externe partij. Voor de uitvoering hiervan stelt de bedrijfsvoeringsorganisatie de tijd en middelen beschikbaar. 2. De externe partij maakt in overleg met het bestuur een onderzoeksvoorstel dat wordt voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten met de vraag deze aan te vullen met relevante onderzoeksvragen. 3. Het bestuur zendt het evaluatierapport na bespreking naar de raden van de deelnemende gemeenten voorzien van een reactie op de bevindingen.
Toelichting De evaluatie betreft de gemeenschappelijke regeling zelf, niet allerlei (interne) bedrijfsvoeringsaangelegenheden. Het lijkt logisch om de evaluatie halverwege de raadsperiode uit te voeren. Er is dan enige ervaring met het functioneren van de GR en er is nog tijd de bevindingen te implementeren als dat nodig is. De evaluatie zal door een externe partij moeten worden uitgevoerd. Deze zal daarvoor een onderzoeksvoorstel opstellen in samenwerking met het bestuur. Het onderzoeksvoorstel wordt voorgelegd aan de raden om eventueel aan te vullen met relevante onderzoeksvragen. Het eindrapport met bevindingen zal door het bestuur worden voorzien van een reactie en aan de raden van de deelnemende gemeenten worden toegezonden.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
16/1
Artikel 35 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 34 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag die volgt op die waarop de deelnemer van de gemeente waarin de bedrijfsorganisatie is gevestigd, deze regeling overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de wet bekend heeft gemaakt.
Artikel 35 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag die volgt op die waarop de deelnemer van de gemeente waarin de bedrijfsorganisatie is gevestigd, deze regeling overeenkomstig artikel 26, eerste lid, van de wet bekend heeft gemaakt.
Toelichting Abusievelijk stond er een onjuiste verwijzing in de tekst. Na de oprichting van Tribuut is de Wgr gewijzigd. Het is niet langer nodig dat de gemeente Epe de regeling aan gedeputeerde staten zendt. Wel moet Tribuut het GR-register bijwerken. Artikel 36 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 35 Citeertitel
Artikel 36 Citeertitel
Toelichting Door de toevoeging van een nieuw artikel 34 vindt een vernummering plaats die doorwerkt in dit artikel.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
17/1