A19 Tribuut - Wijziging Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking D424142
Tekst van het document
Gearchiveerd: maandag 18 december 2023 12:07:11 Van: Secretariaat Tribuut Verzonden: vrijdag 15 december 2023 15:12:20 Aan: 'griffie@zutphen.nl'; 'griffie@epe.nl'; 'griffie@lochem.nl'; 'griffie@voorst.nl'; 'otgriffie@apeldoorn.nl'; Griffie Onderwerp: Wijziging Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking Precisie: Normaal Bijlagen: Aanbiedingsbrief colleges wijziging GR.pdf ;4e wijziging GR.pdf ;GR geconsolideerd na 4e wijziging.pdf ;Bestuursbesluit wijziging GR Tribuut 2024.pdf ;Was_wordt wijzigingen GR 2024.pdf ;
Beste griffies, Hierbij stuur ik jullie de aanbiedingsbrief incl. bijlagen voor de colleges met betrekking tot de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling van Tribuut. Willen jullie deze wijziging voorleggen aan de raden? Indien er nog vragen zijn, dan hoor ik dat graag. Met vriendelijke groet, Mathilde Amperse Management Assistent 055 580 1175 06 34 13 53 70 info@tribuut.nl www.tribuut.nl Twitter: @Tribuut
Werk zaam op dinsdag, donderdag en vrijdag
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen
Epe, 15 december 2023 Onderwerp:
wijziging Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking
Bijlagen:
ontwerpregeling bestuursbesluit wijziging GR Tribuut 2024 was_wordt wijzigingen GR 2024 voorstel tekst college- en raadsbesluit
Geachte colleges, Hierbij bieden wij u de ontwerpwijziging Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking aan. In het bijgevoegde besluit van 15 november 2023 van het bestuur van Tribuut staat een toelichting op het proces en de voorgestelde wijzigingen. Vervolg 1. Elk college stemt in met de ontwerpwijziging van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking en legt deze aan de raad voor om een zienswijze te geven op het ontwerp. 2. De colleges sturen de (eventueel) uitgebrachte zienswijzen door naar het bestuur van Tribuut die daarover advies uitbrengt aan de colleges. 3. De colleges stellen de definitieve tekst van de wijziging vast en vragen de raden om toestemming. 4. De regeling is gewijzigd als ten minste vier colleges hebben besloten tot wijziging. 5. De colleges sturen een kopie van het definitieve besluit tot wijziging en van het toestemmingsbesluit van de raad aan de gemeente Epe. De gemeente Epe draagt vervolgens zorg voor de bekendmaking van de gewijzigde regeling. In de bijlage zijn voorbeeldteksten opgenomen voor de college- en raadsbesluiten. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Tribuut Belastingcentrum
De heer B.J. Groot Wesseldijk Directeur
Bijlage tekst college- en raadsvoorstel Collegevoorstel 1: Te besluiten om: 1. In te stemmen met de ontwerptekst van de derde (3e) wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking (hierna: wijziging van de GR). 2. De raad voor te stellen geen zienswijze in te dienen op deze wijziging van de GR.
Raadsvoorstel 1: De raad van de gemeente XXX Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van dd-mm-jjjj, nummer XXX; Gezien het besluit van het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking van 15 november 2023; Gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; BESLUIT: Geen zienswijze in te dienen op de ontwerptekst van de derde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking.
Collegevoorstel 2: Te besluiten om: 1. De derde (3e) wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking vast te stellen. 2. De raad toestemming te vragen op deze wijziging.
Raadsvoorstel 2: De raad van de gemeente XXX Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van dd-mm-jjjj, nummer XXX; Gezien het besluit van het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking van 15 november 2023; <<eventueel:>> gezien het advies van het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking van dd mm 2024 Gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; BESLUIT: Toestemming te verlenen voor de derde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking.
GEMEENTEBLAD
NaN ?
Officiële uitgave van de gemeente Epe
Vierde wijziging Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem en Voorst en Zutphen; Gezien het besluit van het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking van 15 november 2023; Gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 29 van de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking; Gezien de verkregen toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten voor dit besluit; BESLUITEN e
Vast te stellen de navolgende (4 ) wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking.
Artikel I Wijziging aanhef De aanhef komt als volgt te luiden: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen;
Artikel II Wijziging considerans De considerans komt als volgt te luiden: overwegende dat: voor hun samenwerking op het gebied van belastingen en WOZ sinds 1 januari 2016 de Gemeen• schappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking is ingesteld; de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022 (Stb. 2022, 18) noopt tot • wijziging van deze gemeenschappelijke regeling; het wenselijk is de gemeenschappelijke regeling te verbeteren; • gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken;
Artikel III Wijziging besluit De besluittekst komt als volgt te luiden: Besluiten: tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking, opdat deze als volgt komt te luiden:
Artikel IV Wijziging artikel 1 1. 2.
De titel van artikel 1 komt als volgt te luiden: Artikel 1 Definities Artikel 1, onderdelen e, g, h en l komen als volgt te luiden: belastingverordening: de door de raden van de deelnemende gemeenten op grond van are. tikel 216 van de Gemeentewet vastgestelde verordeningen tot heffing en invordering van belastingen; samenwerkingsovereenkomst: een overeenkomst tussen de rechtspersoon van de deelnemer g. die het aangaat (opdrachtgever) en de bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de afspraken over de dienstverlening zijn vastgelegd; hierin wordt onder andere het volgende beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten belastingen en de rechten; directeur: de door het bestuur benoemde directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie; h. kwijtscheldingsregels: de door de raden van de deelnemende gemeenten op grond van arl. tikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet vastgestelde kwijtscheldingsregels voor belastingen;
Artikel V Wijziging artikel 5 Artikel 5, derde lid, komt als volgt te luiden: De werkzaamheden worden nader omschreven in de (collectieve) samenwerkingsovereenkomst(en). 3.
1
Gemeenteblad
NaN ?
Artikel VI Wijziging artikel 6 1. 2. 3.
De puntkomma aan het eind van artikel 6, eerste lid, onderdeel d, wordt gewijzigd in een punt. Artikel 6, eerste lid, onderdeel e, vervalt. Aan artikel 6 wordt een derde lid toegevoegd, luidende: Het bestuur besluit over dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen die geen 3. deelnemer zijn.
Artikel VII Wijziging artikel 7 Artikel 7, tweede lid, komt als volgt te luiden: Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de raden afloopt. 2. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden van de deelnemende gemeenten de nieuwe wethouders hebben benoemd en de deelnemers de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.
Artikel VIII Wijziging artikel 9 Artikel 9, eerste lid, komt als volgt te luiden: Artikel 22 van de wet is van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van vergade1. ringen van het bestuur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 voor wat betreft de stemverhouding.
Artikel IX Wijziging artikel 10 Artikel 10 komt als volgt te luiden: Artikel 10 Participatie Het bestuur plaatst de agenda van de openbare vergadering met bijbehorende stukken op de 1. website van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Belangstellenden kunnen de openbare vergadering bijwonen als zij dit van tevoren kenbaar 2. hebben gemaakt bij het bestuur. Het reglement van orde regelt de onderwerpen en de wijze waarop ingezetenen en belangheb3. benden kunnen inspreken. Het bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen naar behoefte en tevre4. denheid over de dienstverlening onder belanghebbenden.
Artikel X Wijziging artikel 11 Artikel 11, onderdeel b, vervalt, onder verlettering van de onderdelen c. tot en met h. in de onderdelen b. tot en met g.
Artikel XI Wijziging artikel 12 Artikel 12, eerste, tweede en vierde lid, komen als volgt te luiden: Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden voor 1. de uitoefening van hun taak nodig hebben. Het bestuur verstrekt deze inlichtingen schriftelijk of, na afstemming met de griffier, mondeling. 2. Een lid van het bestuur is aan de deelnemer die hem heeft aangewezen en aan de raad van die 4. deelnemende gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.
Artikel XII Wijziging artikel 16 Artikel 16, eerste lid, komt als volgt te luiden: De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door de raden van de 1. deelnemende gemeenten een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing en invordering door de deelnemers is opgedragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie
Artikel XIII Wijziging artikel 17 Artikel 17, vijfde lid, komt als volgt te luiden: De invorderingsambtenaar is bevoegd het bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van 5. een besluit als bedoel in artikel 11, onder f.
2
Gemeenteblad
NaN ?
Artikel XIV Wijziging artikel 19 Artikel 19, eerste lid, komt als volgt te luiden: De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de 1. geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.
Artikel XV Wijziging artikel 20 Artikel 20, eerste en derde lid, komen als volgt te luiden: Het bestuur stelt jaarlijks vóór 15 september voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de 1. begroting vast. 3.
Het bepaalde in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, van de wet is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van geen van de deelnemers een wijziging wordt gebracht.
Artikel XVI Wijziging artikel 21 Artikel 21, tweede lid, komt als volgt te luiden: Het bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hun zienswijze te 2. geven over de berekeningswijze.
Artikel XVII Wijziging artikel 22 Artikel 22 komt als volgt te luiden: De directeur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van 1. de accountant. Het bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast vóór 1 juli vol2. gende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het bestuur mededeling aan de raden van de deel3. nemende gemeenten.
Artikel XVIII Wijziging artikel 23 Artikel 22, tweede lid, komt als volgt te luiden: Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21, eerste lid, bepaalde bedrag en 2. de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 22, derde lid, bedoelde mededeling.
Artikel XIX Wijziging artikel 25 Artikel 25, zesde lid, komt als volgt te luiden: Ingevorderde belastingen worden tenminste éénmaal per week en de dag na een automatische 6. incassorun overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemende gemeente. Nadere afspraken hierover worden in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen.
Artikel XX Wijziging artikel 26 Artikel 26, derde lid, komt als volgt te luiden: Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archief3. bescheiden is de archiefbewaarplaats: de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe aangewezen archiefbewaarplaats.
Artikel XXI Wijziging artikel 27 Artikel 27 komt als volgt te luiden: Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat wenst toe te treden tot de 1. regeling dient het verzoek tot toetreding met de van de raad verkregen toestemming in bij het bestuur. Het bestuur zendt het verzoek met zijn advies aan de deelnemers. 2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente treedt toe tot de regeling als ten 3. minste twee derde van de deelnemers daartoe besluit. De deelnemers kunnen voorwaarden verbinden aan toetreding tot de regeling. 4.
Artikel XXII Wijziging artikel 28 Artikel 28 komt als volgt te luiden:
3
Gemeenteblad
NaN ?
1. 2. 3.
4.
5. 6.
Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. Hij maakt zijn voornemen tot uittreding schriftelijk kenbaar aan het bestuur en de overige deelnemers. Het bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de bedrijfsvoeringsorganisatie en stuurt dit naar de deelnemers. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: de uittredende deelnemer draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding; a. de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de in de aanhef genoemde b. gevolgen komen voor rekening van de deelnemer die voornemens is uit te treden; in het voorstel worden de volgende kostensoorten onderscheiden: c. frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden • overname van taken); op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf • jaar na uittreding); vervallen bijdrage van de deelnemer; • aandeel in de reserves en voorzieningen. • De deelnemers die niet voornemens zijn uit te treden stellen de gevolgen van de voorgenomen uittreding vast op basis van het voorstel, bedoeld in vorige derde lid.
Het besluit is tot stand gekomen als ten minste twee derde hiertoe heeft besloten. De voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend, nadat hij definitief besloten heeft uit te treden. De deelnemer die voornemens is uit te treden neemt, het besluit, bedoeld in het vorige lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste een vol kalenderjaar.
Artikel XXIII Wijziging artikel 29 Artikel 29 komt als volgt te luiden: Op voorstel van het bestuur of van een deelnemer kan de regeling worden gewijzigd. Een voorstel 1. dat niet is ingediend door het bestuur wordt voor advies aan het bestuur gezonden. Het bestuur zendt het voorstel met zijn advies aan de deelnemers. 2. Een besluit tot wijziging is tot stand gekomen wanneer ten minste twee derde van de deelnemers 3. daartoe heeft besloten. In afwijking van het derde lid kan een wijziging of intrekking van artikel 21, eerste lid, en een wij4. ziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij unaniem besluit van alle deelnemers.
Artikel XXIV Wijziging artikel 30 Artikel 30 komt als volgt te luiden: De regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste twee derde van de deelnemers 1. daartoe besluit. Het tijdstip van opheffing ligt na het tijdstip van vaststelling van het liquidatieplan, bedoeld in het 2. volgende lid. Ingeval van opheffing van de regeling stelt het bestuur een liquidatieplan vast, nadat de raden 3. daarop hun zienswijzen hebben kunnen inbrengen. Het liquidatieplan regelt de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, 4. zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Het liquidatieplan gaat daarbij uit van een verdeling naar rato van het aandeel van de deelnemers 5. in de actuele begroting. Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing als er na de liquidatie saldo resteert. 6. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 7.
Artikel XXV Wijziging artikel 34 en 35 (nieuw) 1.
4
Onder vernummering van artikelen 34 en 35 in artikelen 35 en 36 wordt een nieuw artikel ingevoegd luidende: Artikel 34 Evaluatie Halverwege elke raadsperiode vindt er een evaluatie plaats van de regeling door een externe 1. partij. Voor de uitvoering hiervan stelt de bedrijfsvoeringsorganisatie de tijd en middelen beschikbaar.
Gemeenteblad
NaN ?
2.
3. 2.
De externe partij maakt in overleg met het bestuur een onderzoeksvoorstel dat wordt voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten met de vraag deze aan te vullen met relevante onderzoeksvragen. Het bestuur zendt het evaluatierapport na bespreking naar de raden van de deelnemende gemeenten voorzien van een reactie op de bevindingen.
In artikel 35 (nieuw) wordt «artikel 27, tweede lid» vervangen door: artikel 26, tweede lid.
Aldus besloten door: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn in de vergadering van de secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen in de vergadering van de secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe in de vergadering van de secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem in de vergadering van de secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst in de vergadering van de secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen in de vergadering van de secretaris, de burgemeester,
5
Gemeenteblad
NaN ?
Lokale wet- en regelgeving
Preview van Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking Geldend van t/m heden
Intitulé Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen; overwegende dat: •
voor hun samenwerking op het gebied van belastingen en WOZ sinds 1 januari 2016 de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking is ingesteld;
•
de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022 (Stb. 2022, 18) noopt tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling;
•
het wenselijk is de gemeenschappelijke regeling te verbeteren;
gelet op het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken; Besluiten: tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking, opdat deze als volgt komt te luiden:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a.
afvalstoffenheffing: de belasting die wordt geheven op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
b.
belastingambtenaar: de door het bestuur aangewezen ambtenaar van de bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder c., van de Gemeentewet, bevoegd tot de heffing of de invordering van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;
c.
belastingdeurwaarder: de door het bestuur aangewezen ambtenaar van de bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder d., van de Gemeentewet, dan wel een als belastingdeurwaarder aangewezen gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet;
d.
belastingen: de in dit artikel onder a. en i. genoemde belastingen;
e.
belastingverordening: de door de raden van de deelnemende gemeenten op grond van artikel 216 van de Gemeentewet vastgestelde verordeningen tot heffing en invordering van belastingen;
f.
deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders die aan deze regeling deelnemen;
g.
samenwerkingsovereenkomst: een overeenkomst tussen de rechtspersoon van de deelnemer die het aangaat (opdrachtgever) en de bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de afspraken over de
h.
dienstverlening zijn vastgelegd; hierin wordt onder andere het volgende beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten belastingen en de rechten; directeur: de door het bestuur benoemde directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie;
i.
gemeentelijke belastingen: de belastingen die de gemeente heft als bedoeld in de artikelen 220 e.v. van de Gemeentewet;
j.
heffingsambtenaar: de door het bestuur aangewezen ambtenaar van de bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a, van de Gemeentewet, bevoegd tot het heffen van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;
k.
invorderingsambtenaar: de door het bestuur aangewezen ambtenaar van de bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder b, van de Gemeentewet, bevoegd tot invordering van belastingen;
l.
kwijtscheldingsregels: de door de raden van de deelnemende gemeenten op grond van artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet vastgestelde kwijtscheldingsregels voor belastingen;
m.
nadere regels: nadere regels ter uitvoering van landelijke en lokaal vastgestelde wet- en regelgeving;
n.
regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking;
o.
wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Hoofdstuk 2 De bedrijfsvoeringsorganisatie Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1.
Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd “Tribuut belastingsamenwerking”, statutair gevestigd te Epe.
2.
Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie bestaat uit de voorzitter en de leden.
Hoofdstuk 3 Belangen en bevoegdheden Artikel 3 Te behartigen belangen De bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers op het gebied van: a.
de heffing en invordering van belastingen;
b.
de uitvoering van kwijtschelding;
c.
de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4 Advisering De bedrijfsvoeringsorganisatie adviseert de deelnemers over de voorbereiding en de opstelling van belastingbeleid en belastingverordeningen, waarvan de heffing en invordering bij of krachtens deze regeling is overgedragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie.
Artikel 5 Overdracht bevoegdheden 1.
Aan de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt overgedragen de bevoegdheid tot 1.
de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen;
2.
3.
2. de uitvoering van de kwijtscheldingsregels. De deelnemers dragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie en haar bestuur hun bevoegdheden over inzake: 1.
de Wet waardering onroerende zaken, en
2.
de gemeentelijke belastingen met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in: i.
artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
ii.
de artikelen 225, 234 en 235 van de Gemeentewet;
iii.
de Wet op de bedrijveninvesteringszones;
iv.
de Verordening op de heffing en invordering van de haven-, kade- en opslaggelden van de gemeente Lochem.
De werkzaamheden worden nader omschreven in de (collectieve) samenwerkingsovereenkomsten.
Artikel 6 Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden 1.
De bedrijfsvoeringsorganisatie is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: a.
het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten;
b.
het afgeven van garanties of andere waarborgen;
c.
het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken;
d.
het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken.
2.
Het bestuur kan besluiten tot oprichting van en deelneming in rechtspersonen met inachtneming van het bepaalde in artikel 31a van de wet.
3.
Het bestuur besluit over dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen die geen deelnemer zijn.
Hoofdstuk 4 Bestuur Artikel 7 Samenstelling 1.
Elke deelnemer wijst uit zijn midden een lid van het bestuur aan.
2.
Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de raden afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden van de deelnemende gemeenten de nieuwe wethouders hebben benoemd en de deelnemers de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.
3.
De deelnemers beslissen binnen twee maanden na de benoeming als bedoeld in het tweede lid over de aanwijzing van de nieuwe leden.
4.
De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden.
5.
Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stelt hij de voorzitter, alsmede de deelnemer die hem heeft aangewezen, terstond schriftelijk in kennis.
6.
De deelnemer die een lid heeft aangewezen dat niet langer diens vertrouwen bezit, kan dat lid schorsen of ontslaan. De schorsing of het ontslag gaat onmiddellijk in.
7.
Voor elk bestuurslid wijst een deelnemer een plaatsvervanger aan. Het tweede tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8 Stemverhouding 1.
Bij een stemming wordt gestemd en besloten op basis van de principes ‘elk lid één stem’ en ‘gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen’.
2.
Voor besluiten gericht op vaststelling van de begrotingskaders, de begroting, de jaarrekening en de bestemming van de reserves geldt bij een stemming de aanvullende eis dat tenminste een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen nodig is om een besluit tot stand te brengen.
3.
Voor de totstandkoming van besluiten tot vaststelling van het liquidatieplan als bedoeld in de artikelen 28, vijfde lid, en 30, tweede lid, is unanimiteit van stemmen vereist.
4.
Een lid van het bestuur dat van opvatting is dat een besluit als bedoeld in het eerste lid tot ongewenste en onrechtvaardige gevolgen leidt voor de deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan een herstemming aanvragen.
5.
Bij een herstemming geldt het principe van gewogen stemmen, waarbij de stemmen als volgt worden gewogen:
6.
•
het lid van de gemeente Apeldoorn heeft een viervoudig stemrecht, en
•
de andere leden hebben een enkelvoudig stemrecht.
Bij de herstemming is slechts sprake van een rechtsgeldig genomen besluit als •
het met in achtneming van het bepaalde in het vijfde lid is genomen en wordt gedragen door ten minste tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen, en
•
ten minste de vertegenwoordigers van drie verschillende deelnemers met het besluit instemmen.
Artikel 9 Vergaderingen 1.
Artikel 22 van de wet is van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van vergaderingen van het bestuur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 voor wat betreft de stemverhouding.
2.
In de besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over: a.
het vaststellen of wijzigen van uitgangspunten en kaders voor de begroting;
b.
het vaststellen en wijzigen van de begroting;
c.
het vaststellen van de jaarrekening;
d.
een voorgenomen besluit tot aanpassing van deze regeling.
Artikel 10 Participatie 1.
Het bestuur plaatst de agenda van de openbare vergadering met bijbehorende stukken op de website van de bedrijfsvoeringsorganisatie.
2.
Belangstellenden kunnen de openbare vergadering bijwonen als zij dit van tevoren kenbaar hebben gemaakt bij het bestuur.
3.
Het reglement van orde regelt de onderwerpen en de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden kunnen inspreken.
4.
Het bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen naar behoefte en tevredenheid over de dienstverlening onder belanghebbenden.
Artikel 11 Taken en bevoegdheden Aan het bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die in deze regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder:
a.
de vaststelling van een regeling omtrent de ambtelijke organisatie van de bedrijfsvoeringsorganisatie;
b.
het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten;
c.
de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de bedrijfsvoeringsorganisatie als heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, belastingambtenaar en belastingdeurwaarder;
d.
het stellen van nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van belastingen en rechten;
e.
het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de belastingambtenaar en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden;
f.
het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belasting.
g.
de vervanging van de directeur.
Artikel 12 Informatie- en verantwoordingsplicht 1.
Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.
2.
Het bestuur verstrekt deze inlichtingen schriftelijk of, na afstemming met de griffier, mondeling.
3.
Een lid van het bestuur geeft de deelnemer die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door een of meer leden van die deelnemer worden verlangd.
4.
Een lid van het bestuur is aan de deelnemer die hem heeft aangewezen en aan de raad van die deelnemende gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.
Hoofdstuk 5 De voorzitter Artikel 13 De voorzitter 1.
Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
2.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het bestuur.
3.
De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de ambtelijk secretaris medeondertekend.
4.
De voorzitter vertegenwoordigt de bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
5.
Als de voorzitter behoort tot de deelnemer die partij is bij een geding waarbij de bedrijfsvoeringsorganisatie is betrokken, oefent de plaatsvervangend voorzitter met betrekking tot dat geding de in het vierde lid genoemde bevoegdheid uit.
6.
Als ook de plaatsvervangend voorzitter behoort tot een deelnemer die partij is bij het in het vijfde lid bedoelde geding, wordt aan een ander lid van het bestuur opgedragen om de bedrijfsvoeringsorganisatie met betrekking tot dat geding te vertegenwoordigen.
Hoofdstuk 6 De directeur Artikel 14 De directeur 1.
De directeur is het hoofd van de ambtelijke organisatie en fungeert als ambtelijk secretaris voor het bestuur.
2.
De directeur staat het bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak met raad en daad terzijde.
3.
De dagelijkse leiding van de bedrijfsvoeringsorganisatie berust bij de directeur.
4.
De directeur woont de vergaderingen van het bestuur bij en heeft in de vergadering een adviserende stem.
5.
De directeur is voor zijn handelen verantwoording verschuldigd aan het bestuur.
Hoofdstuk 7 Personeel Artikel 15 Personele organisatie 1.
Op het personeel in dienst van de bedrijfsvoeringsorganisatie is de collectieve arbeidsovereenkomst SWGO van toepassing.
2.
De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft één of meer heffingsambtenaren, invorderingsambtenaren, belastingambtenaren en belastingdeurwaarders.
Artikel 16 Bevoegdheden heffingsambtenaar 1.
De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door de raden van de deelnemende gemeenten een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing en invordering door de deelnemers is opgedragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie.
2.
De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de inspecteur, respectievelijk ambtenaar belast met de heffing van de deelnemers.
3.
Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en tweede lid neemt de heffingsambtenaar de nadere regels van het bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Artikel 17 Bevoegdheden invorderingsambtenaar 1.
De invorderingsambtenaar is bevoegd tot invordering van alle belastingen die door de heffingsambtenaar op grond van artikel 16, eerste lid, van deze regeling worden geheven.
2.
De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk ambtenaar belast met de invordering van de deelnemers.
3.
De invorderingsambtenaar informeert het bestuur: a.
over invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven wanneer deze maatregelen er toe leiden dat het bedrijf niet kan voortbestaan, werkgelegenheid van de werknemers in gevaar komt of als derden bij de invordering zijn betrokken;
b.
bij een faillissementsaanvraag als een verzoek tot verlenen van een steunvordering is ontvangen.
4.
Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en tweede lid neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende deelnemer en de nadere regels van het bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
5.
De invorderingsambtenaar is bevoegd het bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoel in artikel 11, onder f.
Artikel 18 Bevoegdheden belastingambtenaar 1.
De belastingambtenaar oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk ambtenaar
2.
belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder d., van de Gemeentewet. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingambtenaar de nadere regels van het bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels van het bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Artikel 19 Bevoegdheden belastingdeurwaarder 1.
De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.
2.
Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels van het bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Hoofdstuk 8 Begroting, jaarrekening, administratie en controle Artikel 20 Begroting 1.
Het bestuur stelt jaarlijks vóór 15 september voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast.
2.
Het bestuur stelt jaarlijks vóór 1 april voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting geldt, de kaders voor de begroting vast.
3.
Het bepaalde in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, van de wet is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van geen van de deelnemers een wijziging wordt gebracht.
Artikel 21 Bijdrage 1.
De berekeningswijze van de bijdrage van de deelnemers wordt door het bestuur vastgesteld met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal stemmen.
2.
Het bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hun zienswijze te geven over de berekeningswijze.
3.
De verschuldigde bijdrage per deelnemer wordt jaarlijks in de begroting opgenomen.
4.
De deelnemers betalen de bijdrage in maandelijkse voorschotten.
5.
De deelnemers dragen er zorg voor dat de bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
Artikel 22 Jaarrekening 1.
De directeur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant.
2.
Het bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast vóór 1 juli volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
3.
Van de vaststelling van de jaarrekening doet het bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 23 Definitieve bijdrage
1.
In de jaarrekening wordt de door elk van de deelnemers over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.
2.
Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21, eerste lid, bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 22, derde lid, bedoelde mededeling.
Artikel 24 Reservevorming 1.
Het bestuur stelt een algemene reserve en bestemmingsreserves in om bedrijfsmatige risico’s op te vangen.
2.
De omvang van de reserves is gemaximeerd op 5% van de jaarlijkse exploitatielasten.
3.
Het bestuur beslist of een nadelig saldo geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal worden gebracht.
4.
Het bestuur beslist met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid of een batig saldo geheel of gedeeltelijk ten gunste van bestaande reserves zal worden gebracht.
5.
Het batig saldo van enig jaar, zoals vastgesteld in de jaarrekening, dat niet ten gunste van de bestaande reserves wordt gebracht, vloeit terug naar de rechtspersonen van de deelnemers in de verhouding waarin zij bijdragen aan de begroting.
Artikel 25 Administratie en verrekening 1.
Het bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
2.
De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien onder meer in de aanwijzing van een registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek belast met het onderzoek van de jaarrekening alsmede het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de rekening bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.
3.
De bedrijfsvoeringsorganisatie houdt de administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van de bedrijfsvoeringsorganisatie.
4.
De ingevorderde belastingen worden beheerd op een uitsluitend daartoe bestemde rekening.
5.
Het is de bedrijfsvoeringsorganisatie niet toegestaan te ontvangen of ontvangen belastingen te verrekenen met de bijdragen van de deelnemers.
6.
Ingevorderde belastingen worden tenminste éénmaal per week en de dag na een automatische incassorun overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemende gemeente. Nadere afspraken hierover worden in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen.
7.
Het bestuur stelt regels vast over de controle op de administratie en op het beheer van de vermogenswaarden. De regels waarborgen onder meer dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.
Artikel 26 Archief 1.
Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van de bedrijfsvoeringsorganisatie, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van de gemeente Epe van overeenkomstige toepassing.
2.
De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van de bedrijfsvoeringsorganisatie.
3.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats: de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe aangewezen archiefbewaarplaats.
4.
Het bestuur is belast met de uitvoering van de zorg en het beheer als bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 9 Toetreding en uittreding Artikel 27 Toetreding 1.
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat wenst toe te treden tot de regeling dient het verzoek tot toetreding met de van de raad verkregen toestemming in bij het bestuur.
2.
Het bestuur zendt het verzoek met zijn advies aan de deelnemers.
3.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente treedt toe tot de regeling als ten minste twee derde van de deelnemers daartoe besluit.
4.
De deelnemers kunnen voorwaarden verbinden aan toetreding tot de regeling.
Artikel 28 Uittreding 1.
Een deelnemer kan uittreden uit de regeling.
2.
Hij maakt zijn voornemen tot uittreding schriftelijk kenbaar aan het bestuur en de overige deelnemers.
3.
Het bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de bedrijfsvoeringsorganisatie en stuurt dit naar de deelnemers. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: a.
de uittredende deelnemer draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding;
b.
de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de in de aanhef genoemde gevolgen komen voor rekening van de deelnemer die voornemens is uit te treden;
c.
in het voorstel worden de volgende kostensoorten onderscheiden: •
frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden);
•
direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken);
•
op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen);
•
schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding);
•
vervallen bijdrage van de deelnemer;
•
aandeel in de reserves en voorzieningen.
4.
De deelnemers die niet voornemens zijn uit te treden stellen de gevolgen van de voorgenomen uittreding vast op basis van het voorstel, bedoeld in vorige derde lid. Het besluit is tot stand gekomen als ten minste twee derde hiertoe heeft besloten. De voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend, nadat hij definitief besloten heeft uit te treden.
5.
De deelnemer die voornemens is uit te treden neemt, het besluit, bedoeld in het vorige lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet.
6.
De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste een vol kalenderjaar.
Hoofdstuk 10 Wijziging en opheffing
Artikel 29 Wijziging van de regeling 1.
Op voorstel van het bestuur of van een deelnemer kan de regeling worden gewijzigd. Een voorstel dat niet is ingediend door het bestuur wordt voor advies aan het bestuur gezonden.
2.
Het bestuur zendt het voorstel met zijn advies aan de deelnemers.
3.
Een besluit tot wijziging is tot stand gekomen wanneer ten minste twee derde van de deelnemers daartoe heeft besloten.
4.
In afwijking van het derde lid kan een wijziging of intrekking van artikel 21, eerste lid, en een wijziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij unaniem besluit van alle deelnemers.
Artikel 30 Opheffing van de regeling 1.
De regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste twee derde van de deelnemers daartoe besluit.
2.
Het tijdstip van opheffing ligt na het tijdstip van vaststelling van het liquidatieplan, bedoeld in het volgende lid.
3.
Ingeval van opheffing van de regeling stelt het bestuur een liquidatieplan vast, nadat de raden daarop hun zienswijzen hebben kunnen inbrengen.
4.
Het liquidatieplan regelt de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de bedrijfsvoeringsorganisatie.
5.
Het liquidatieplan gaat daarbij uit van een verdeling naar rato van het aandeel van de deelnemers in de actuele begroting.
6.
Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing als er na de liquidatie saldo resteert.
7.
Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
Hoofdstuk 11 Klachten en geschillen Artikel 31 Klachtenregeling Om te voldoen aan de bepalingen in hoofdstuk 9, titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, sluit de bedrijfsvoeringsorganisatie zich aan bij de Nationale ombudsman.
Artikel 32 Geschillen Aan artikel 28 van de wet wordt pas toepassing gegeven nadat partijen zich tot het uiterste hebben ingespannen het geschil in onderling overleg op te lossen.
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen Artikel 33 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 34 Evaluatie
1.
Halverwege elke raadsperiode vindt er een evaluatie plaats van de regeling door een externe partij. Voor de uitvoering hiervan stelt de bedrijfsvoeringsorganisatie de tijd en middelen beschikbaar.
2.
De externe partij maakt in overleg met het bestuur een onderzoeksvoorstel dat wordt voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten met de vraag deze aan te vullen met relevante onderzoeksvragen.
3.
Het bestuur zendt het evaluatierapport na bespreking naar de raden van de deelnemende gemeenten voorzien van een reactie op de bevindingen.
Artikel 35 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag die volgt op die waarop de deelnemer van de gemeente waarin de bedrijfsorganisatie is gevestigd, deze regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet bekend heeft gemaakt.
Artikel 36 Citeertitel De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking.
Ondertekening Aldus besloten door: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn in de vergadering van 31 maart 2015 de secretaris, de burgemeester, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe in de vergadering van 31 maart 2015 de secretaris, de burgemeester, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem in de vergadering van 31 maart 2015 de secretaris, de burgemeester, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst in de vergadering van 31 maart 2015 de secretaris, de burgemeester, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen in de vergadering van 31 maart 2015 de secretaris, de burgemeester,
Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl
Was_Wordt wijzigingen GR 2024
In dit document zijn de voorgestelde wijzigingen opgenomen van de gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking. Dat is gedaan in de vorm van een vergelijking van de bestaande met de nieuwe tekst. Waar mogelijk zijn met onderstreping de verschillen aangegeven. Bij omvangrijke wijzigingen is dat achterwege gelaten. Onderdelen die niet wijzigen, zijn niet opgenomen. De term ‘gemeenteraden’ is vervangen door ‘raden’ waarmee deze in overeenstemming is met de Gemeentewet. Verder spreekt de huidige regeling over de raden van de deelnemer. Dat is niet correct. De raad is bestuursorgaan van de rechtspersoon gemeente. In de betreffende artikelen is dit geformuleerd als: ‘de raden van de deelnemende gemeenten’. Daarmee is die formulering in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Aanhef Bestaande tekst
Nieuwe tekst
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen;
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen;
Considerans Bestaande tekst
Nieuwe tekst
overwegende:
overwegende dat:
dat het gewenst is om hun samenwerking bij de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen, alsmede bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken vorm te geven op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
•
•
voor hun samenwerking op het gebied van belastingen en WOZ sinds 1 januari 2016 de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking is ingesteld; de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022 (Stb. 2022, 18) noopt tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling; het wenselijk is de gemeenschappelijke regeling te verbeteren;
dat de colleges van burgemeester en wethouders van hun gemeenteraden daartoe de vereiste toestemming hebben verkregen;
•
dat het voornemen bestaat om met ingang van 1 januari 2016 de samenwerking operationeel te hebben en de taken daadwerkelijk gezamenlijk
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken;
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
1/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
te gaan uitvoeren; gelet op het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluit Bestaande tekst
Nieuwe tekst
besluiten: te treffen de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking
Besluiten: tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking, opdat deze als volgt komt te luiden:
Artikel 1 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1 Begripsomschrijvingen e. belastingverordening: de door de gemeenteraden van de deelnemers op grond van artikel 216 van de Gemeentewet vastgestelde verordeningen tot heffing en invordering van belastingen; f. … g. dienstverleningsovereenkomst: een overeenkomst tussen de rechtspersoon van de deelnemer die het aangaat (opdrachtgever) en de bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de afspraken over de dienstverlening zijn vastgelegd; hierin wordt onder andere het volgende beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten belastingen en de rechten, de tarieven en de termijnen; h. directeur: de directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie; i. .. j. .. k. .. l. kwijtscheldingsregels: de door de gemeenteraden van de deelnemers op grond van artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet vastgestelde
Artikel 1 Definities e. belastingverordening: de door de raden van de deelnemende gemeenten op grond van artikel 216 van de Gemeentewet vastgestelde verordeningen tot heffing en invordering van belastingen; f. .. g. samenwerkingsovereenkomst: een overeenkomst tussen de rechtspersoon van de deelnemer die het aangaat (opdrachtgever) en de bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de afspraken over de dienstverlening zijn vastgelegd; hierin wordt onder andere het volgende beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten belastingen en de rechten; h. directeur: de door het bestuur benoemde directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie; i. .. j. .. k. .. l. kwijtscheldingsregels: de door de raden van de deelnemende gemeenten op grond van artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet vastgestelde
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
2/1
Bestaande tekst kwijtscheldingsregels voor gemeentelijke belastingen;
Nieuwe tekst kwijtscheldingsregels voor belastingen;
Toelichting In onderdeel g. is de term samenwerkingsovereenkomst opgenomen. Dit sluit aan bij de praktijk sinds de oprichting van Tribuut. Verder zijn de tarieven en termijnen geschrapt, omdat deze niet in de overeenkomst staan en ook nooit hebben gestaan. In onderdeel h. wordt expliciet gemaakt dat het bestuur de directeur benoemt. In onderdeel l. is de term ‘gemeentelijke’ geschrapt. De afvalstoffenheffing valt niet onder gemeentelijke belastingen, maar wel onder de term ‘belastingen’ volgens de definities uit artikel 1. Artikel 5 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. De werkzaamheden worden nader omschreven in dienstverleningsovereenkomsten.
3. De werkzaamheden worden nader omschreven in de (collectieve) samenwerkingsovereenkomst(en).
Toelichting De term is in overeenstemming met de gewijzigde definitiebepaling van artikel 1. Artikel 6 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De bedrijfsvoeringsorganisatie is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; e. dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen anders dan de deelnemers.
1. De bedrijfsvoeringsorganisatie is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken. (onderdeel e vervalt) 3. Het bestuur besluit over dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen die geen deelnemer zijn.
Toelichting Bij voorbereiding van de toetreding van Brummen tot Tribuut verleende Tribuut in feite al diensten, zonder dat Brummen deelnemer was. Formeel gezien was daar instemming van de 9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
3/1
deelnemers voor nodig. Dat is omslachtig. Het is beter werkbaar als dit een bestuursbevoegdheid is. Gezien de aard van de bevoegdheid, leent deze zich niet voor mandatering. De deelnemers blijven via hun bestuurder betrokken bij eventuele dienstverlening aan derden. Artikel 7 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden der deelnemers de nieuwe wethouders hebben benoemd en de deelnemers de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.
2. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de raden afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden van de deelnemende gemeenten de nieuwe wethouders hebben benoemd en de deelnemers de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.
Artikel 9 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of een lid van het bestuur hier schriftelijk onder opgaaf van redenen om vraagt.
1. Artikel 22 van de wet is van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van vergaderingen van het bestuur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 voor wat betreft de stemverhouding.
Toelichting Op deze wijze is geregeld dat vergaderingen van het bestuur van Tribuut (in principe) openbaar zijn. De Wgr bepaalt al dat het bestuur tenminste tweemaal per jaar vergadert. Via artikel 22 Wgr zijn de volgende artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing: artikel 16 (reglement van orde). artikel 17 (vergaderfrequentie) artikel 19 (oproeping en openbare kennisgeving vergadering) artikel 20 (vergaderquorum) artikel 22 (immuniteit vervolging) artikel 26 (handhaving orde) artikel 28 tot en met 33 (beraadslaging en stemming)
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
4/1
Artikel 10 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 10 Reglement van orde Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
Artikel 10 Participatie 1. Het bestuur plaatst de agenda van de openbare vergadering met bijbehorende stukken op de website van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 2. Belangstellenden kunnen de openbare vergadering bijwonen als zij dit van tevoren kenbaar hebben gemaakt bij het bestuur. 3. Het reglement van orde regelt de onderwerpen en de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden kunnen inspreken. 4. Het bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen naar behoefte en tevredenheid over de dienstverlening onder belanghebbenden.
Toelichting De verplichting tot het vaststellen van een reglement van orde is al geregeld in artikel 9 via de schakelbepaling van artikel 22 Wgr. Het eerste lid concretiseert de openbare kennisgeving van de vergadering. Het tweede lid reguleert de toegang tot de openbare vergadering. De ruimte waar het bestuur vergadert leent zich niet voor grote groepen belangstellenden. Daarom is voorafgaande kennisgeving nodig. In het derde lid is invulling gegeven aan artikel 10, lid 7, Wgr. Bij regelingen van het bestuur van Tribuut met externe werking zoals mandaatbesluiten, incassoreglement, klachtenregeling, beleidsregels, reglement van orde, privacyreglement, uitvoeringsregeling, Leidraad invordering e.d. is inspraak denkbaar. Besluiten die via de raad gaan zoals de jaarrekening, kadernota, begroting, wijziging en evaluatie van de GR worden uitgesloten van inspraak bij Tribuut zelf. Om flexibel te zijn, vindt nadere uitwerking in het reglement van orde plaats. Het vierde lid is geïnspireerd op het participatie-artikel van de GGD. Onder belanghebbenden worden in elk geval verstaan: belastingplichtigen en belanghebbenden die een WOZbeschikking (hebben) ontvangen. In de praktijk vindt dit soort onderzoeken al plaats op basis van het bedrijfsplan. Artikel 11 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Aan het bestuur behoren alle taken en
Aan het bestuur behoren alle taken en
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
5/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
bevoegdheden die in deze regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder: …. b. de opstelling van een instructie voor de directeur die ten minste de taken van de directeur en de aansturing van het personeel betreft;
bevoegdheden die in deze regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder: ….(onderdeel b vervalt)
Toelichting Er is nooit een instructie voor de directeur opgesteld. Gezien de beperkte omvang van Tribuut en de korte lijnen tussen bestuur/voorzitter en de directeur is dit niet nodig. Deze bepaling vervalt daarom. Een instructiebevoegdheid aan de directeur is inherent aan het bestuur. Artikel 12 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het bestuur geeft aan de gemeenteraden alle gevraagde inlichtingen. 2. Het reglement van orde voor het bestuur regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 3. ….. 4. Een lid van het bestuur is aan de deelnemer die hem heeft aangewezen en aan de gemeenteraad van die deelnemer verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.
1. Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 2. Het bestuur verstrekt deze inlichtingen schriftelijk of, na afstemming met de griffier, mondeling. 3. …. 4. Een lid van het bestuur is aan de deelnemer die hem heeft aangewezen en aan de raad van die deelnemende gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.
Toelichting De huidige tekst spreekt over ‘gevraagde’ inlichtingen. art. 17, lid 3 Wgr heeft het echter over een actieve informatieplicht. Met deze nieuwe tekst is niet precies vastgelegd wat het bestuur aan inlichtingen verstrekt. Het vraagt politiek-bestuurlijke sensitiviteit van Tribuut. Omdat Tribuut beleidsarm is, zien wij geen meerwaarde in het actief verstrekken van bijvoorbeeld de besluitenlijsten (zoals bij VNOG) van het bestuur. Dat zou voor de raden leiden tot een veelheid aan extra informatie. Desgewenst kan een raadslid de (openbare) bestuursstukken inzien via www.tribuut.nl. Zodra het bestuur van Tribuut signaleert dat er zich omstandigheden voordoen die gemeld moeten worden bij de raden, kan dat via een brief, nota, advies of een dergelijke vorm. In
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
6/1
spoedeisende gevallen kan het mondeling informeren van de raden wellicht nodig zijn. Dat zal in afstemming met de griffier plaatsvinden. Artikel 16 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door de gemeenteraden van de deelnemers een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing en invordering door de deelnemers is opgedragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie.
1. De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door de raden van de deelnemende gemeenten een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing en invordering door de deelnemers is opgedragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie.
Artikel 17 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
5. De invorderingsambtenaar is bevoegd het bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoel in artikel 11, onder h.
2. De invorderingsambtenaar is bevoegd het bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoel in artikel 11, onder f.
Toelichting Bij deze en de vorige wijziging van de GR is in artikel 11 een onderdeel vervallen, waardoor onderdeel h is vernummerd in onderdeel f. Daarbij is vergeten de verwijzing in dit artikel aan te passen. Dat wordt nu hersteld.
Artikel 19 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.
1. De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.
Toelichting Er werd alleen verwezen naar verplichtingen krachtens de geldende wet- en regelgeving. Daardoor zou onduidelijkheid kunnen ontstaan over de vraag of de verplichting die bij de wet zijn geregeld daarbuiten vallen. Dat is in elk geval niet beoogd. Dat wordt nu hersteld. 9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
7/1
Artikel 20 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast en zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 2. … 3. Het bepaalde in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, van de wet is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt gebracht.