CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A19 - Regio Stedendriehoek - Raadsinformatiebrief Eindrapportage Cleantech Regio Deal D470126

Besluitvormende raadsvergadering 20 november 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken13.382 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• Bedrijven worden minder afhankelijk van netcapaciteit en externe energieleveranciers. • Verduurzaming van bedrijventerreinen via lokale opwek en opslag. • Versnelling van de energietransitie door schaalbare, herhaalbare systeemoplossingen.

4. Energieoplossingen via slimme koppelingen (Smart Energy Hubs)

Risico’s:

Bedrijven, bedrijventerreinen en regio’s in de Cleantech Regio ontwikkelden de afgelopen jaren innovatieve energiesystemen om om te gaan met netcongestie en de behoefte aan duurzame energie. Binnen de actielijn Groene Groei zijn Smart Energy Hubs ontstaan als een sleuteloplossing om opwek, opslag en gebruik van energie lokaal en slim te koppelen.

VERSTERKENDE DYNAMIEKEN TUSSEN BEIDE ACTIELIJNEN

Achterliggend mechanisme:

Tot slot is het belangrijk te onderkennen dat de effecten van Cleantech Werkt en Groene Groei elkaar versterken:

Dankzij de samenwerking tussen ondernemers, gemeenten, netbeheerders en kennisinstellingen, zijn slimme energiesystemen ontworpen waarin hernieuwbare bronnen (zoals zon en waterstof), batterijen, restwarmte en energievraag van bedrijven met elkaar worden verbonden. Deze hubs ontlasten het overbelaste elektriciteitsnet en bieden ondernemers toekomstbestendige energievoorziening.

Voorbeeld: In het project GROHW (Green Oxygen, Hydrogen and Waste Heat) werd in Deventer een lokaal energiesysteem ontworpen dat waterstof produceert en gebruikmaakt van reststromen (zoals zuurstof en warmte). Dit systeem dient niet alleen als duurzame energievoorziening, maar ook als blauwdruk voor andere regio’s. De bijbehorende digitale handels- en sturingsplatformen zorgen voor optimale afstemming tussen vraag en aanbod. Een ander voorbeeld is het project Toekomstbestendige Bedrijventerreinen, waarin onder meer op bedrijventerrein Apeldoorn-Noord een Smart Energy Hub wordt gerealiseerd. Hier werken ondernemers samen aan slimme netten en lokale opslag om pieken op het net te vermijden.

2020–2024 24

• Technische en organisatorische complexiteit kan tempo van uitrol beperken. • Noodzaak tot blijvende regie en financiering voor opschaling en onderhoud.

• Studenten uit de hybride leeromgevingen werken in de circulaire projecten → praktijkgericht onderwijs groeit in kwaliteit. • Bedrijven die inzetten op verduurzaming krijgen beter toegeruste werknemers → economische transitie versnelt. • Wijkgerichte activering creëert nieuw arbeidspotentieel voor duurzame sectoren → inclusieve groei wordt realiteit. Vooruitkijkend zijn er kansen om deze dynamiek verder te versterken via programma’s als CINERGIE, Smart Energy Hubs en Regio Deal Sterker in 3D. De komende jaren zijn cruciaal om deze verwevenheid tussen mens, technologie en duurzaamheid systematisch te verankeren. Ook hebben de beide actielijnen gezorgd voor een cultuurverandering in de regio: samenwerken is normaal geworden, experimenteren geaccepteerd en de nadruk ligt op doen, leren en delen. Dit vertaalt zich op de lange termijn naar: • Een adaptieve regio: de regio is beter in staat om maatschappelijke en economische schokken op te vangen, bijvoorbeeld in de context van arbeidsmarktkrapte of klimaatverandering. • Institutionalisering van samenwerking: de partnerschappen die zijn ontstaan (tussen gemeenten, onderwijs, bedrijven) worden geformaliseerd in platforms, coalities of coöperaties die een rol blijven spelen, ook na afloop van de Regio Deal.

De Cleantech Regio Deal 2020–2024 laat zien wat mogelijk is wanneer Rijk en regio samen optrekken in het versterken van brede welvaart. Als instrument van het Rijk bood de Regio Deal niet alleen financiële armslag, maar vooral de legitimatie en structuur om in triple helix-verband - overheden, ondernemers en onderwijs - projecten te realiseren die anders niet of moeilijk van de grond waren gekomen. Daarmee heeft de deal een unieke hefboomwerking gehad: projecten kwamen tot uitvoering, samenwerkingsverbanden zijn versterkt en er is een cultuur van co-creatie, leren en innoveren ontstaan. De resultaten spreken voor zich: honderden mensen vonden via scholing, begeleiding of wijkgerichte activering een plek op de arbeidsmarkt. Techniekonderwijs is verankerd in innovatieve leeromgevingen zoals NewTechPark, de Techniekfabriek en de Technicampus. Bedrijven maakten de stap van experimentele verduurzaming naar structurele integratie van circulaire en energie-efficiënte processen. Projecten als het Fieldlab Circulaire Innovaties, Circulaire Fabrieken, en GROHW (Green Oxygen, Hydrogen and Waste Heat) tonen de kracht van regionale innovatiekracht - met tastbare impact op CO₂-reductie, grondstofgebruik en kennisontwikkeling. Deze resultaten dragen direct bij aan de brede welvaart in de regio: economische groei met oog voor mens, milieu en samenleving.

Zo versterkt de Regio Deal de arbeidsparticipatie én de sociale cohesie, stimuleert ze duurzame bedrijvigheid én technische innovatie, en maakt ze werk van vitale wijken én toekomstbestendige bedrijventerreinen. Voorbeelden hiervan zijn: • Het Ontwikkelfonds, dat 520 scholingsvouchers toekende aan werkenden en werkzoekenden, waarvan velen met een afstand tot de arbeidsmarkt. • De Innovatie Coöperatie, waarin 266 agrarische ondernemers begeleid werden richting kringlooplandbouw en nieuwe verdienmodellen. • De Smart Energy Hubs, waarmee netcongestie lokaal wordt aangepakt en duurzame opwekking, opslag en gebruik van energie wordt gekoppeld.

Met de opvolging in de Regio Deal Sterker in 3D wordt hier voortvarend op voortgebouwd. De Stedendriehoek kiest nadrukkelijk voor continuïteit én verdieping. Daarmee zet de regio opnieuw een stap richting een inclusieve, groene en innovatieve economie. De Cleantech Regio Deal heeft bewezen: met samenwerking, visie en vertrouwen is brede welvaart geen abstract ideaal, maar een concrete werkelijkheid in wording.

3.3 Bijdrage aan de Brede Welvaart De projecten binnen de Cleantech Regio Deal hebben op diverse manieren bijgedragen aan de Brede Welvaart in de Regio Stedendriehoek, gemeten naar de indicatoren van het CBS: welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu. Op het gebied van arbeid en educatie is er fors geïnvesteerd in talentontwikkeling, bij- en omscholing. Zo heeft het Ontwikkelfonds met 520 verstrekte scholingsvouchers mensen geholpen een stevigere positie op de arbeidsmarkt te verwerven, vooral in de technieksector Ook het NewTechPark heeft honderden jongeren, zij-instromers en vakmensen in contact gebracht met techniek via programma’s zoals TechnoDiscovery en Techhubs. Deze investeringen versterken de arbeidsmarktpositie van inwoners en bevorderen economische zelfstandigheid. Op het vlak van milieu en duurzaamheid tonen projecten zoals Fieldlab CIM, Circulaire Fabrieken, en Energy4Business hoe circulaire economie en energietransitie in praktijk worden gebracht. In totaal zijn tientallen bedrijven begeleid bij het implementeren van circulaire innovaties, zijn er Smart Energy Hubs gestart en is geëxperimenteerd met waterstofproductie en -gebruik (zoals bij GROHW en GldH2) Deze initiatieven verlagen de ecologische voetafdruk van de regio en stimuleren innovatie in sectoren met toekomstpotentieel.

2020–2024

Wat deze Regio Deal uitzonderlijk maakt, is de onderlinge verwevenheid van de actielijnen: mensen worden opgeleid voor duurzame sectoren, bedrijven vinden goed opgeleide werknemers, en technische innovatie wordt aangejaagd door regionale kennisinfrastructuur. Deze samenhang maakt dat de impact meer is dan de som der delen. Tegelijkertijd is het belangrijk te onderkennen dat deze vooruitgang kwetsbaar blijft zonder structurele borging. Vervolgstappen zijn nodig om de opgebouwde

netwerken, leeromgevingen en innovatiecapaciteit verder te bestendigen en op te schalen. De lessen uit deze Regio Deal onderstrepen het belang van regie, vertrouwen, en toegankelijke middelen.

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

Conclusie

25

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

2020–2024

26

De Cleantech Regio Deal toont hoe bedrijventerreinen meer kunnen zijn dan economische hubs: ze dragen actief bij aan de Brede Welvaart. Het programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen bewijst dit met concrete resultaten. Op bedrijventerrein Apeldoorn-Noord is het ontwerp van een Smart Energy Hub gerealiseerd. Hier werken bedrijven samen aan duurzame energievoorzieningen is gebleken dat deze SEH haalbaar is. Niet alleen wordt zo bijgedragen aan CO₂-reductie, maar het project voorkomt ook verzwaring van het stroomnet, wat de betrouwbaarheid van de energievoorziening in de regio. Dit soort samenwerking tussen publieke en private partijen versterkt het organiserend vermogen en vergroot het vertrouwen tussen ondernemers en overheden.

Ook de vergroening van Apeldoorn-Zuid toont impact: ondernemers verenigden zich rondom de wens om het versteende bedrijventerrein groener en leefbaarder te maken. Dit project haalde €400.000 subsidie op, wat bijdraagt aan klimaatadaptatie én het vestigingsklimaat.

Een ander voorbeeld is de Ecofactorij in Apeldoorn, waar een gezamenlijk HR-initiatief is opgezet. Doel: betere toegang tot arbeid en samenwerking op arbeidsmarktvraagstukken. Hoewel het delen van personeel complex bleek, is het initiatief uitgegroeid tot een netwerk van kennisdeling en gezamenlijke activiteiten. Hierdoor wordt niet alleen werkgelegenheid gestimuleerd, maar ook sociale cohesie en opleidings­kansen.

Deze projecten laten zien hoe duurzaamheid, veiligheid, samenwerking en werkgelegenheid samenkomen. Door collectieve actie dragen bedrijventerreinen direct bij aan de brede welvaart van inwoners, werknemers én ondernemers in de regio.

Voor de dimensie samenleving zijn projecten zoals ‘Bewoners in the Lead’ en ‘Vliegwiel Waterkwartier’ essentieel geweest. Deze initiatieven zetten in op wijkgericht werken, waarbij bewoners ondersteund worden bij het vinden van werk en het versterken van hun eigen regie. Het resultaat: tientallen mensen zijn uitgestroomd naar betaald werk, werkervaringsplaatsen of vrijwilligerswerk, wat het gevoel van zingeving en verbondenheid in buurten als het Waterkwartier versterkt.

Ten slotte dragen initiatieven zoals het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering bij aan veiligheid en gezondheid, via projecten waarin studenten en bedrijven samenwerken aan cyberweerbaarheid en digitale vaardigheden Deze aanpak biedt niet alleen directe maatschappelijke meerwaarde, maar ook indirecte effecten op welzijn en gevoel van veiligheid in de samenleving. Samenvattend hebben de projecten vanuit de Cleantech Regio Deal gezorgd voor een brede impuls op bijna alle dimensies van de Brede Welvaart. De samenhang tussen mensgericht sociaal beleid, economische structuurversterking en ecologische verduurzaming maakt de Stedendriehoek veerkrachtiger en toekomstbestendiger. De voorbeelden tonen dat samenwerking tussen overheid, onderwijs, bedrijfsleven en burgers daadwerkelijk leidt tot tastbare verbeteringen in levenskwaliteit.

2020–2024

Materiële welvaart en wonen kregen eveneens aandacht via het programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen. Door slimme energiesystemen en samenwerking tussen ondernemers en overheid zijn bedrijventerreinen in de regio niet alleen efficiënter en duurzamer geworden, maar zijn ook werkgelegenheid en bedrijvigheid versterkt. Dit ondersteunt niet alleen de regionale economie, maar creëert ook een aantrekkelijke vestigingsplek voor bedrijven, wat indirect bijdraagt aan inkomenszekerheid en de woningmarkt.

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

Toekomstbestendige bedrijventerreinen versterken Brede Welvaart

27

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

3.4 Kritische kanttekeningen Hoewel de projecten binnen de Cleantech Regio Deal veel positieve impact hebben gegenereerd, zijn er ook enkele kritische kanttekeningen te maken bij de gepresenteerde resultaten. Deze betreffen zowel de reikwijdte en meetbaarheid van de impact als de structurele borging van effecten op de langere termijn. Enkele hoofdpunten: 1. Beperkte structurele borging en afhankelijkheid van publieke financiering Veel initiatieven geven aan dat zij zonder structurele financiering in de problemen komen. Zo benoemt het NewTechPark expliciet dat verdere groei naar een “scale-up” alleen haalbaar is met aanvullende steun van onder andere de gemeenten. Ook projecten zoals het DC Xperience Lab en Fieldlab CIM geven aan dat het opschalen en bestendigen van hun infrastructuur onzeker is zonder aanvullende middelen. Er is dus sprake van een fragiele basis als het gaat om langetermijn continuïteit. 2. Impact niet gelijk verdeeld over regio en doelgroepen Uit sommige rapportages blijkt dat de projecten met name profijt opleveren voor gemotiveerde, reeds redelijk zelfredzame inwoners of bedrijven. In het project ‘Bewoners in the Lead’ bleek bijvoorbeeld dat de uitstroom naar zorgberoepen nauwelijks van de grond kwam, mede vanwege gebrek aan animo bij zowel deelnemers als organisaties.

Ook het project Wijkgericht werken aan talentontwikkeling geeft aan dat juist de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (‘stroom 1’) moeilijk te activeren is. De impact is dus niet vanzelfsprekend inclusief.

2020–2024 28

3. Effecten zijn vaak kwalitatief of anekdotisch onderbouwd Veel rapportages bevatten uitgebreide beschrijvingen van activiteiten en individuele voorbeelden, maar minder systematische, kwantitatieve evaluaties die aantonen welke structurele veranderingen zijn gerealiseerd. Zo zijn er bij projecten als Fieldlab Energy4Business en de Innovatie Coöperatie indrukwekkende aantallen studenten en bedrijven betrokken, maar ontbreken harde cijfers over bijvoorbeeld energiebesparing, CO₂-reductie of economische groei.

4. Beperkte externe validering of benchmarking In slechts enkele gevallen is er sprake van onafhankelijke evaluatie. Bij de Innovatie Coöperatie is dat wel gedaan door Bureau Bartels, maar bij veel andere projecten ontbreekt een externe beoordeling of vergelijking met soortgelijke initiatieven buiten de regio. Daardoor is moeilijk vast te stellen of de projecten echt uitzonderlijk presteren of dat het succes vooral intern wordt bevestigd. 5. Complexe samenwerking en bestuurlijke vertraging In verschillende projecten wordt benoemd dat de samenwerking tussen partners stroef verliep, met name bij de opzet van het Ontwikkelfonds en bij de eerste fasen van het CVD InnovatieHub-project Dit heeft geleid tot vertragingen en verminderde effectiviteit. Daarnaast zorgt het wisselen van themalijnmanagers en stuurgroepen voor discontinuïteit en onduidelijkheid in verwachtingen en sturing. 6. Vervolgstappen en meetbare impact blijven vaak vaag Veel projecten eindigen met ambities om “door te groeien”, “op te schalen” of “meer impact te maken”, maar zonder concrete plannen of garanties. Er wordt weinig gereflecteerd op wat níét gelukt is, en hoe dat komt. Daardoor ontstaat het risico van wensdenken en overschatting van toekomstige effecten.

Conclusie De Cleantech Regio Deal heeft aantoonbaar initiatieven in gang gezet die bijdragen aan Brede Welvaart, maar de effectiviteit ervan kan ter discussie worden gesteld door een gebrek aan structurele borging onafhankelijke meting en bestendige samenwerking. Zonder verbetering op deze punten is het risico groot dat de impact tijdelijk of gefragmenteerd blijft. Een steviger systeem voor monitoring, evaluatie en beleidslering zou wenselijk zijn voor toekomstige regiodeals.

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

Geleerde lessen

04

2020–2024

29

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

4.1 Inleiding De projecten in deze Regio Deal leverden niet alleen concrete resultaten op, maar boden ook waardevolle inzichten in wat werkt, wat beter kan en welke mechanismen duurzame impact creëren. De geleerde lessen zijn goed te duiden langs twee lijnen: procesmatige inzichten en inhoudelijke leerpunten.

4.2 Procesmatige geleerde lessen - hoe we hebben gewerkt Een van de meest opvallende succespunten binnen de procesmatige aanpak was de effectiviteit van een laagdrempelige toegang tot ondersteuning en middelen. Dat kwam niet alleen doordat het de drempels voor de doelgroep verlaagde, maar ook de samenwerking in het ecosysteem versnelde, vertrouwen opbouwde en zorgde voor daadwerkelijke, zichtbare resultaten. Het laat zien dat eenvoud in uitvoering geen afbreuk doet aan kwaliteit, maar juist randvoorwaardelijk kan zijn voor inclusieve en doelgerichte impact. Dit bleek onder andere uit het Ontwikkelfonds, waarin mensen via een eenvoudig aanvraagproces en met hulp van persoonlijke begeleiding werden ondersteund in hun scholing of loopbaanontwikkeling. Deze opzet leidde tot een hoge participatiegraad en een gerichte inzet van middelen. Ook de werkwijze bij de MKB Trade office is hier een voorbeeld van, waarin de laagdrempelige ‘keukentafel gesprekken’ tot diverse crossovers heeft geleid. Daarnaast bleek ook de rol van innovatiemakelaars en thematische netwerken cruciaal. In trajecten zoals De Innovatie Coöperatie en Fieldlab CIM droeg hun verbindende positie ertoe bij dat partners uit bedrijfsleven, onderwijs en overheid elkaar sneller vonden en gezamenlijke activiteiten ondernamen.

Waar bewoners of lokale ondernemers daadwerkelijk in de lead werden gezet, zoals in het project ‘Bewoners in the Lead’, ontstonden eigenaarschap, betrokkenheid en langdurige impact. Zulke aanpakken bleken bijzonder krachtig, omdat ze niet werkten vanuit beleidsmatige modellen, maar vanuit relationele nabijheid en vertrouwen. 2020–2024 30

Tegelijkertijd kwamen er ook duidelijke verbeterpunten naar voren. Zo bleek de tijdsinvestering voor het opbouwen van samenwerkingen in veel projecten te zijn onderschat. Vooral bij interdisciplinaire consortia, zoals binnen het DC Lab en Hydrogen Connect, bleek dat het afstemmen van verwachtingen en werkwijzen tussen verschillende partijen veel meer tijd vergde dan voorzien. Verschillen in cultuur en tempo tussen bijvoorbeeld onderwijsinstellingen en bedrijven werkten daarbij belemmerend. Ook kwam naar voren dat het administratieve systeem rondom subsidietrajecten voor vooral kleinere organisaties of pionierende initiatieven, te zwaar was. De balans tussen verantwoording en uitvoeringsruimte was scheef, waardoor de energie verschoof van inhoud naar proces. Daarnaast werd zichtbaar dat het ontbreken van formele werkafspraken in sommige samenwerkingen leidde tot vrijblijvendheid, wat de voortgang van projecten in gevaar bracht. Daartegenover staan enkele waardevolle nieuwe inzichten. Eén daarvan is dat duurzame samenwerking niet uitsluitend gebaseerd is op formele structuren, maar vooral op vertrouwen, wederzijdse herkenning en gedeelde doelen. Dit werd zichtbaar in projecten waar langdurige relaties tussen partijen bestonden en waar vanuit eerdere samenwerking al een basis van wederzijds begrip was opgebouwd.

Een tweede inzicht is dat het betrekken van verschillende rollen en perspectieven - van bestuurders tot uitvoerders en eindgebruikers - leidt tot meer wendbaarheid in besluitvorming en uitvoering. Tot slot werd duidelijk dat het denken in ecosystemen, waarin projecten en partners verbonden zijn in een lerend netwerk, effectiever is dan het aansturen op geïsoleerde prestaties. De Cleantech Regio Deal heeft zo bijgedragen aan het ontstaan van een samenhangend en veerkrachtig samenwerkingsklimaat.

Inhoudelijk zijn er belangrijke resultaten geboekt, met als duidelijk succespunt de effectieve koppeling tussen innovatie, duurzaamheid en regionale ontwikkeling. Projecten als Energy4Business, Fieldlab CIM en Circulaire Fabrieken lieten zien dat inhoudelijke thema’s als energietransitie en circulariteit niet abstract hoefden te blijven, maar juist via praktijkgerichte projecten werden vertaald naar concrete oplossingen. Door het betrekken van studenten in multidisciplinaire teams, onder begeleiding van lectoren en ondernemers, werd kennis direct omgezet in toepasbare innovatie. Dit resulteerde in prototypes, verbeterde processen en nieuwe producten die daadwerkelijk binnen regionale bedrijven werden ingezet. Ook in de onderwijs- en arbeidsmarktprojecten,

zoals bij NewTechPark en Technicampus, bleek dat een goed ingerichte, centrale leeromgeving in staat is om mensen van alle leeftijden en opleidingsniveaus enthousiast te maken voor techniek. De maatschappelijke waarde van projecten zoals Werkmakers en Wijkgericht werken aan talentontwikkeling mag eveneens niet worden onderschat: door mensen actief te betrekken bij de energietransitie of hen via participatieprojecten toe te leiden naar werk, werd niet alleen hun economische positie versterkt, maar ook hun gevoel van verbondenheid met de wijk en de regio.

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

4.3 Inhoudelijke geleerde lessen - wat we bereikt hebben

Tegelijkertijd werden er ook inhoudelijke knelpunten zichtbaar. Een terugkerend verbeterpunt is het ontbreken van een structureel verdienmodel voor veelbelovende initiatieven. Zo bleek het in projecten als het DC Lab lastig om de ontwikkelde kennis en infrastructuur om te zetten in een financieel duurzame exploitatie. De baten van deze

GELEERDE LESSEN

Van Idee naar Infrastructuur: Hoe Innovatie Groeit op Vertrouwen De Innovatie Coöperatie laat zien dat de impact van een project verder reikt dan alleen meetbare resultaten. Dankzij de inzet van innovatiemakelaars ontstond niet alleen begeleiding van 266 ondernemers en 14 concrete innovatieprojecten, maar ook een blijvend ecosysteem op basis van samenwerking en vertrouwen. Volgens een onafhankelijk rapport (uitgevoerd door Bureau Bartels) vervulde de coöperatie een unieke rol “in de vroege fase van een innovatie, waar markt en overheden nog nauwelijks een rol vervullen.”Hier werden ideeën aangescherpt en de juiste netwerken, kennis en financiering georganiseerd om pilots van de grond te krijgen.

De waarde van dit project zit daarmee niet alleen in wat het opleverde, maar vooral in wat het in beweging heeft gezet. Het laat zien dat investeren in relaties en samenwerking minstens zo belangrijk is als investeren in technologie. Dat is de blijvende impact van de Innovatie Coöperatie.

2020–2024

Een krachtig voorbeeld is het project rond eiwitteelt van Sjoerd Elgersma, dat leidde tot de oprichting van de gebiedscoöperatie Zuidelijke IJssel-Vallei. Een ander voorbeeld is Grassa, een start-up in grasraffinage. Door de koppeling van techniek, boeren en financiers ontstond niet alleen een nieuw verdienmodel, maar ook langdurige samenwerking. Zoals het rapport stelt: “Innovaties bij de bevraagde ondernemers zijn eerder, sneller en beter opgepakt.”

Deze ‘zachte infrastructuur’ – vertrouwen, kennisdeling en samenwerking – blijkt cruciaal voor duurzame vernieuwing. “Meer dan 90% van de ondernemers geeft aan dat ondersteuning leidde tot versnelling, verbetering of doorbraak,” aldus het rapport.

31

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

innovatie-infrastructuren zijn vaak maatschappelijk en langetermijngericht, terwijl de kosten al in de opstartfase concreet en direct zijn. Ook in de samenwerking met het onderwijs stuitten projecten op beperkingen: opleidingen bleken in sommige gevallen onvoldoende flexibel om in te spelen op de snelheid en dynamiek van innovatieve trajecten. Dit maakte het lastig om leeromgevingen écht hybride te maken. Verder werd de opschaling van succesvolle pilots bemoeilijkt door het ontbreken van langetermijnfinanciering, bestuurlijke continuïteit of voldoende eigenaarschap bij één partij die het initiatief verder wil dragen.

innovatie met sociale opgaven - zoals werkgelegenheid, inclusie of welzijn - leidt tot integrale oplossingen die breed gedragen worden. Projecten waarin duurzaamheid werd verbonden met sociale activering bleken sterker, veelzijdiger en relevanter voor de regio dan projecten die zich uitsluitend op technologische innovatie richtten. Ten slotte bleek dat juist regionale, kleinschalige experimenten ruimte bieden voor vernieuwing. Deze experimenten creëren niet alleen praktische resultaten, maar geven ook richting aan grotere beleidsdoelen doordat zij laten zien wat er werkt, wat er nodig is en welke voorwaarden essentieel zijn voor succes.

Toch leverden de inhoudelijke ervaringen ook betekenis­ volle nieuwe inzichten op. Een belangrijk inzicht is dat inhoudelijke impact veel meer behelst dan de directe resultaten van een project. De waarde van de Cleantech Regio Deal zit ook in de opgebouwde infrastructuur van samenwerking, kennis en vertrouwen. Daarnaast werd duidelijk dat de combinatie van techno­logische

Deze ervaringen bieden waardevolle aanknopingspunten voor een volgende fase van regionale samenwerking. De lessen tonen aan dat duurzame impact niet ontstaat door alleen te sturen op output, maar juist door het creëren van condities waarin mensen, netwerken en initiatieven tot bloei kunnen komen. Dat vraagt om visie, vertrouwen en tijd - en om de bereidheid om te blijven leren.

Samenwerking met het onderwijs soms lastig De Cleantech Regio Deal heeft op veel plekken de samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid versterkt. Toch blijkt het in de praktijk niet altijd eenvoudig om het onderwijs goed aan te laten sluiten bij innovatieve, praktijkgerichte projecten. In meerdere projecten kwam naar voren dat opleidingen soms onvoldoende flexibel zijn om mee te bewegen met de snelheid en dynamiek van het werkveld. Dit maakt het realiseren van écht hybride leeromgevingen lastig. In het Fieldlab Energy4Business werd geprobeerd om studenten, bedrijven en onderzoekers langdurig samen te brengen in zogenaamde learning communities. Hoewel sommige projecten succesvol liepen, stokte de samenwerking na afronding van een opdracht vaak weer. De term ‘learning community’ bleek zelfs weerstand op te roepen bij sommige partners, wat laat zien hoe uitdagend het is om structureel en gelijkwaardig samen te werken.

2020–2024 32

Ook in het DC Xperience Lab werd dit zichtbaar. Technici bleken onvoldoende voorbereid op gelijkstroomtechnologie, terwijl het onderwijs en bedrijfsleven ieder hun eigen koers voeren. Door het gebrek aan gedeelde praktijkervaring stokte de ontwikkeling van nieuwe toepassingen, ondanks de dringende behoefte vanuit de energietransitie.

Binnen de bredere InnovatieHub van de Cleantech Regio Deal bleken verschillen in structuur en tempo tussen onderwijsinstellingen als Saxion, Aventus en de Universiteit Twente het lastig te maken om gezamenlijke onderwijsactiviteiten te organiseren. Studenten kwamen hierdoor niet altijd optimaal tot hun recht binnen innovatieve projecten. Deze ervaringen maken duidelijk dat hybride onderwijs geen vanzelfsprekendheid is. Het vraagt om flexibiliteit van onderwijsinstellingen, continue afstemming en soms ook het loslaten van bestaande structuren. Alleen dan kan de samenwerking tussen leren en innoveren echt succesvol zijn.

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

05

2020–2024

Communicatie

33

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

Binnen de Cleantech Regio Deal is op uiteenlopende wijze gecommuniceerd vanuit de verschillende projecten. De communicatie was pragmatisch ingericht en afgestemd op de aard, schaal en doelgroep van het project. Daarbij is gebruikgemaakt van een breed scala aan middelen en kanalen: projectwebsites, nieuwsbrieven, social media (vooral LinkedIn en Facebook), persberichten, flyers, video’s, podcasts en presentaties. Daarnaast speelden evenementen, demonstratiedagen, werkbijeenkomsten en kleinschalige netwerksessies een belangrijke rol. Sommige projecten ontwikkelden zelfs eigen huisstijl en visuele format om de herkenbaarheid en overdraagbaarheid te versterken. Het bereik van deze communicatie-inspanningen was over het geheel genomen aanzienlijk, maar verschilde per projecttype. Projecten met een regionaal of sectoraal profiel, zoals De Innovatie Coöperatie en het DC Lab, wisten een breed netwerk te betrekken. De Innovatie Coöperatie bereikte via bijeenkomsten meer dan 1.000 bezoekers en had daarnaast ruim 1.100 abonnees op de nieuwsbrief. De digitale zichtbaarheid werd vergroot met 10–30 social media berichten per kwartaal en 70+ nieuwsberichten en video’s. Ook werd een expositie ingericht en een eigen magazine uitgebracht om de inhoud tastbaar te maken voor een breder publiek. Een ander voorbeeld is het project GROHW, dat onder het bredere communicatieplatform OneToZero viel.

Dit platform werkte met een modulaire communicatieaanpak en uniforme huisstijl waarmee partners hun eigen verhaal binnen een collectieve branding konden delen. GROHW organiseerde meerdere demonstratiedagen in Deventer om het publiek en stakeholders in direct contact te brengen met het lokale waterstofsysteem. De communicatie diende hier als katalysator om een bredere beweging te creëren, waarin meerdere partijen zich betrokken voelden bij de energietransitie.

2020–2024 34

In meer sociaal-maatschappelijke projecten, zoals Wijkgericht werken aan talentontwikkeling in Zutphen, werd vooral ingezet op lokale pers, wijkbijeenkomsten, sociale media en laagdrempelige contactmomenten. Publicaties in De Stentor, Contact Zutphen-Warnsveld en Stedendriehoek zorgden voor zichtbaarheid, terwijl werkcafés en braderieën zorgden voor persoonlijke ontmoeting en activering. Deze aanpak leidde tot concrete uitstroom van bewoners naar werk en deelname aan buurtwerkplaatsen zoals ‘De Gouden Draad’.

Het effect van communicatie beperkte zich dus niet tot naamsbekendheid, maar had tastbare impact op activering, betrokkenheid en samenwerking. Zo groeide bij het Ontwikkelfonds het bereik vooral via mond-tot-mondreclame door partners, ondanks beperkte zichtbaarheid op de website van de Regio Stedendriehoek. Uiteindelijk werden 520 scholingsvouchers uitgegeven, mede dankzij persoonlijke voorlichting en inzet van netwerkpartners. Daarnaast fungeerde communicatie als brug tussen kennis en praktijk. Fieldlabs zoals Fieldlab CIM en Fieldlab Energy4Business benutten tools zoals video’s, online platforms en LinkedIn-groepen (met honderden leden) om kennis toegankelijk te maken voor ondernemers, studenten en beleidsmakers. In het geval van Fieldlab CIM zijn bovendien tools als de Quickscan Circulaire Businessmodellen publiek ontsloten via het Saxion Business Model Lab, waarmee de resultaten ook buiten de regio impact genereren. Samenvattend speelde communicatie binnen de Regio Deal-projecten een strategische rol. Niet alleen om doelgroepen te informeren, maar vooral om mensen en organisaties te activeren, verbinden en laten participeren. Door een slimme combinatie van klassieke middelen, visuele formats en persoonlijke netwerken is het gelukt om een breed bereik en een blijvend effect te realiseren.

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

Governance

06

2020–2024

35

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

Overleg Rijk-Regio De governance van de Cleantech Regio Deal kenmerkt zich door een wendbare en doelgerichte samenwerking binnen de triple helix. Een bestuurlijke stuurgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van de Strategische Board Stedendriehoek, provincies, onderwijs en ondernemers bewaakte de voortgang en koers van de Regio Deal.

Twee van de vier overleggen van de Stuurgroep werden gecombineerd met een overleg met vertegenwoordigers van de vakdepartementen, het zo genoemde Rijk-Regio overleg. In deze overleggen werden aan de hand van de voortgang van de projecten ook handreikingen gegeven om vanuit een breder perspectief te kijken naar voortgang, monitoring en samenwerking binnen de Regio Deal.

Hoewel de samenstelling van de stuurgroep gedurende de looptijd van de Cleantech Regio Deal qua personen is gewijzigd, hebben steeds dezelfde organisaties leden geleverd: 2 vertegenwoordigers van de gemeenten uit de regio, een vertegenwoordiger van de provincies Gelderland en Overijssel, een bestuurder van Saxion en van Aventus namens het onderwijs en de directeur van de Cleantech Regio c.q. de Regio Stedendriehoek. Bij afronding van deze Regio Deal was Ron König, burgemeester van Deventer de voorzitter van de stuurgroep.

De uitvoering werd gecoördineerd door een multi­ disciplinaire werkgroep die elke twee weken bij elkaar kwam om projectvoorstellen te toetsen op effectiviteit, haalbaarheid en samenwerking en ondersteuning te bieden tijdens de uitvoering van de projecten. Deze werkgroep fungeerde ook als klankbord en escalatiepunt richting de stuurgroep.

De stuurgroep heeft vier keer per jaar overlegd en werd dan bijgepraat over de voortgang van de projecten. Ook werden een of twee penvoerders van projecten uitgenodigd voor een verdiepende toelichting met als doel de Regio Deal zo veel mogelijk te laten leven voor de stuurgroepleden.

Ondanks beperkingen in het budget voor organisatie­ kracht, heeft deze aanpak geleid tot korte lijnen, gedeeld eigenaarschap en een sterke focus op gezamenlijke doelen. De Regio Deal gaf daarnaast een krachtige impuls aan bredere regionale samenwerking, leidend tot een vernieuwde Strategische en Uitvoeringsagenda, een versterkte regio-organisatie en hernieuwd vertrouwen in publiek-private samenwerking. Hiermee is een stevig fundament gelegd voor structurele samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderwijs in de Regio Stedendriehoek.

Kassier De functie van kassier voor de Regio Deal is belegd bij de gemeente Apeldoorn. De kassier neemt deel aan de werkgroep als daar aanleiding voor is.

Penvoerdersbijeenkomsten Voor de penvoerders zijn bijeenkomsten georganiseerd om hen te informeren over bv. de opzet van de voortgangsrapportage en om hen van elkaar te laten leren. Naarmate de uitvoering van de Regio Deal vorderde, zijn deze bijeenkomsten op projectlocaties georganiseerd, om de successen met elkaar te delen.

2020–2024 36

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

2020–2024

37

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

2020–2024

38

Financiën

07

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

Stand van zaken Bij het opleveren van dit eindverslag van de Cleantech Regio Deal waren alle projecten afgerond en hadden alle projecten hun laatste tranche ontvangen. Twee projecten vormden daarop een uitzondering: de projecten Electrificatie/Restwarmte en Logistiek centrum/ E-Hub in Eerbeek Loenen In het kader van het eerste project is een waterrotonde gerealiseerd tegen een lager budget dan begroot. Dat heeft geleid tot een aanvullend project voor de elektrificatie van de papier- en kartonindustrie in Eerbeek Loenen dat moet leiden tot een klein gesloten distibutienet. Voor deze plannen heeft de provincie Gelderland medio 2025 het voorbereidingsbesluit genomen. Een van de doelen van het project ‘Logistiek centrum/ E-Hub’ was het verbeteren van de verkeersveiligheid door het verleggen van de route voor het logistieke transport. De plannen daarvoor hebben echter forse vertraging opgelopen als gevolg van de stikstofproblematiek en weerstand bij omwonenden, wat leidde tot een Raad van State procedure. Omdat deze vertraging het gevolg is van overmacht wordt overleg gevoerd met het ministerie over de mogelijkheid om de resterende middelen alsnog in te zetten.

Overijssel In hoofdstuk 2 is beschreven dat de projecten ‘Kansen in Overijssel’ een andere status hebben dan de overige projecten van deze Regio Deal. De eerdere start van deze projecten was voor de Provincie Overijssel aanleiding om de Samenwerkingsovereenkomst voor de uitvoering van de Cleantech Regio Deal niet te ondertekenen.

Hoewel deze provincie wel partij was bij het indienen van de aanvraag, was dit voor het Rijk reden om de bijdrage van de provincie Overijssel niet te beschouwen als formele cofinanciering. Maar zelfs zonder de bijdrage van Overijssel voldoet de regio ruimschoots aan de eis van het Rijk dat minstens 50% van het benodigde bedrag uit de regio zelf miet komen: tegenover de €7,5 miljoen van het Rijk staat in totaal ruim €15,2 miljoen aan publieke cofinanciering uit de regio. Dit bedrag is als volgt verdeeld: • €7,25 miljoen van de provincie Gelderland • €5,4 miljoen van de betrokken gemeenten • €2,5 miljoen van de provincie Overijssel (hoewel dit bedrag dus formeel niet meetelt)

Volledige financiële verantwoording Een volledig overzicht van de begrote, ontvangen en bestede bedragen kan pas worden opgesteld nadat de medeoverheden hun SiSa-opgaven hebben ingediend. De financiële eindverantwoording volgt daarom naar verwachting medio 2026.

2020–2024 39

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

2020–2024

40

Bijlage

01

Eindrapportage Cleantech Regio Deal

Op zoek naar meer informatie over een Cleantech Regio Deal-project? Ga dan via onderstaand overzicht naar de eindrapportage per project. Eindrapportage TEC Eindrapportage NewTechPark Eindrapportage TechniekFabriek Eindrapportage PTS3H Eindrapportage CVD Eindrapportage Energy4Business Eindrapportage Wijkgericht werken aan talentontwikkeling Eindrapportage Ontwikkelfonds Eindrapportage Talentenplatform Eindrapportage Hydrogen Connect Eindrapportage Coöperatie GldH2 Eindrapportage GROHW Eindrapportage Open Innovatie Lab voor DC Eindrapportage Toekomstbestendige Bedrijventerreinen Eindrapportage De Innovatie Coöperatie Eindrapportage Circulaire Fabrieken

Eindrapportage St MKB Trade Office

2020–2024

Eindrapportage Fieldlab CIM

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16162380/1