A15 VNOG - Brief Kadernota VNOG 2025 -2028 D424208
Tekst van het document
Als gevolg van de hiervoor genoemde ontwikkelingen moet het beschikbare bedrag aan kredieten voor de hier beschreven specialistische (blus)voertuigen, voor (afgerond) € 19 mln., worden herschikt. In 2024 wordt daarom een voorstel bestuurlijk voorgelegd voor de aanbesteding c.q. aanschaf van de WTS 500, de GVR, de Schuimbluswagens en de trekkende voertuigen GWT-1500. Hiervoor is op basis van de nieuwe inzichten bijna € 7 mln. nodig, die door genoemde herschikking ook beschikbaar is in de bestaande kredieten. Of de resterende kredieten van (afgerond) € 12 mln. toereikend zullen zijn voor de aanschaf van de overige specialistische voertuigen hangt af van de afwegingen die nog moeten worden gemaakt t.a.v. de vereiste specificaties. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat er aanvullende kredieten nodig zijn. In deze Kadernota is nog geen rekening gehouden met aanvullende kredieten, maar is al wel de genoemde herschikking van de kredieten over de specialistische (blus)voertuigen verwerkt. Naast de vervanging van blusvoertuigen vindt ook vervanging plaats van de dienst- en piketvoertuigen. Hierbij speelt in het kader duurzaamheid ook de vereiste en verplichte elektrificatie een rol.
In de kredieten die zijn opgenomen in de begrotingen 2023 en 2024 is ermee rekening gehouden dat het grootste deel van met name de dienstvoertuigen in de komende jaren zal worden vervangen door elektrische voertuigen. De ontwikkelingen in 2023 laten zien dat de voertuigen 25% duurder uitvallen dan waarmee rekening was gehouden in genoemde begrotingen. Daarnaast zijn er nog geen vervangende voertuigen besteld in 2023. Dit heeft o.a. te maken met de zorgen die er zijn ten aanzien van de levensduur van de accu’s, zeker bij gebruik van de voertuigen zoals daarvan sprake is bij VNOG. De verdere oriëntatie, vereiste afstemming en uitvoering voor de vervanging van de dienst- en piketvoering is ondergebracht in een project ‘Mobiliteitsplan’. In deze Kadernota wordt voor de eerder toegekende kredieten rekening gehouden met uitstel van uitvoering in/naar de komende jaren. Daarnaast worden de prijsstijgingen met als gevolg hogere kapitaalslasten, meegenomen bij de autonome ontwikkelingen (verplichte elektrificatie). ICT en VSP Naast de voortschrijdende ontwikkelingen bij de repressieve organisatie van o.a. afdeling Brandweerzorg is ook gekeken naar de vereisten waaraan de ondersteuning door afdeling Bedrijfsvoering moet voldoen. Voor deze afdeling gaat het dan met name over de teams Informatie (ICT) en VSP (facilitair en huisvesting).
Bij ICT zijn de benodigde investeringen in beeld gebracht die te maken hebben met de verbindingen tussen locaties en de datacentra en de daarbij behorende hardware. Hierbij spelen naast technische ontwikkelingen ook veiligheidseisen en vereisten rond uitwijk een rol. Twee ontwikkelingen kunnen nog een effect hebben op de kapitaallasten. De pijler ‘Informatiegestuurd werken’ uit de Toekomstvisie van VNOG leidt ertoe dat VNOG meer gaat investeren in innovatieve IT-oplossingen. Het beschikbaar komen van nieuwe oplossingen kan daarbij een kostenverhogend effect hebben (technology push). Daarnaast leidt een wijziging van het BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden) ertoe dat kosten van software verschoven worden van kapitaallasten naar exploitatiekosten.
Pagina 20 van 41
Bij VSP zijn de benodigde investeringen opgenomen die vanwege de regeling demarcatie6 vanaf 2023 door de VNOG gedaan worden. Dit betreft onder andere de aanschaf van de benodigde inventaris en andere gebruiksgoederen voor de posten. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in data- en toegangsbeheer en beveiliging. Bij deze Kadernota zijn de toekomstige kredieten voor toegangsbeheer opgenomen 7.5. Kapitaallasten, egalisatiereserve afschrijvingen en gemeentelijke bijdragen VNOG beschikt over een egalisatiereserve materieel. Een voordeel of nadeel op de kapitaallasten in enig jaar wordt, conform bestaand beleid, bij het opmaken van de jaarrekening (en het samenstellen van de begroting) gestort of onttrokken aan deze egalisatiereserve. Daarnaast wordt ook de opbrengst van de verkoop van materieel gestort in deze reserve en mogelijke resterende boekwaarden bij afstoten onttrokken. Met de egalisatiereserve worden stijgingen in de kapitaallasten afgedekt, zodat stijging van de gemeentelijke bijdrage kan worden uitgesteld. Zoals aangegeven in eerdere kadernota’s en begrotingen stijgen de kapitaallasten dusdanig dat deze op enig moment niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de egalisatiereserve. Daardoor wordt een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op termijn noodzakelijk. Zoals uit navolgend overzicht blijkt, is dit naar verwachting aan de orde met ingang van 2027.
Ten opzichte van de vorige Kadernota gaat deze verhoging één jaar later in. In de vorige Kadernota was nog sprake van een stijging per 2026. De latere stijging wordt veroorzaakt doordat investeringen van de aan te schaffen (specialistische) voertuigen in de tijd zijn opgeschoven naar latere jaren (zie ook toelichting hierboven). Daarnaast is nog een verwachte toevoeging aan de reserve in 2023 (ca. € 1 mln.) meegenomen op basis van de verwachte lagere realisatiecijfers in 2023 voor de kapitaalslasten dan begroot. Met de in 2022 duidelijk geworden investering van € 40,5 mln. voor de basis blusvoertuigen is de zekerheid over de verwachte uitputting van de egalisatiereserve een stuk concreter geworden. De uitputting kan nog eerder in zicht komen wanneer de prijzen van nog aan te schaffen materiaal en materieel en/of het renteniveau, nog verder stijgen dan (nu) verwacht. Op dit moment is er geen aanleiding om dit te verwachten. De kapitaallasten stijgen ook door de hogere rente zoals deze zich vanaf 2022 ontwikkelt. Het percentage van de doorberekende rente in de kapitaallasten waarmee rekening is gehouden in deze kadernota, stijgt van 0,8% naar 1,50%. Bij dit percentage is rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe leningen tegen een percentage van 3%.
Het percentage doorrekening ligt lager vanwege de middeling met het rentepercentage dat nu gemiddeld verschuldigd is op de lopende leningen en de juiste toerekening van de rente aan de materiële vaste activa bij aanvang van het jaar. Het investeringsplan is doorgerekend met naast de voertuigen uit het materieel spreidingsplan ook de voertuigen voor het mobiliteitsplan en de overige investeringen. De wijzigingen zoals die bekend zijn geworden na het opstellen van de meerjarenbegroting 2024, zijn daarbij meegenomen (zie ook de toelichting in paragraaf 7.4.). Zoals aangegeven in paragraaf 7.4. is met de afgeronde aanbesteding en de daaruit voortvloeiende afspraken voor de aanschaf van 75 nieuwe blusvoertuigen, het risico op prijsstijging voor een belangrijk onderdeel weggenomen. Deze onzekerheid blijft echter nog wel bij de nog uit te voeren aanbestedingstrajecten van met name de specialistische – en natuurbrand (blus)voertuigen. 6 De demarcatie geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) welke facilitaire en onderhoudstaken uitvoert (en bekostigt) in
de kazernes, die in eigendom zijn (en blijven) van de gemeenten.
Pagina 21 van 41
In de doorrekening van de kapitaallasten is beperkt rekening gehouden met uitkomsten van de demarcatie (wel voor het toegangsbeheer, zie hiervoor). De investeringen in kazernes en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten, worden gedaan door de gemeenten. De kapitaallasten in de meerjarenbegroting van VNOG bedragen € 6,2 miljoen voor 2024 oplopend naar € 7,6 miljoen in 2025, waarbij de reguliere dekking wordt onttrokken aan de egalisatiereserve. De meest recente berekeningen van de kapitaallasten laten een stijging zien tot € 10,1 miljoen (structureel) in 2030. Navolgende tabel geeft het verloop van de verwachte kapitaallasten weer op basis van de huidige berekeningen op basis van een toegerekend rentepercentage van 1,5%. Overzicht verwachte kapitaalslasten 2024-2030 (bedragen in miljoenen) jaar afschrijvingen rente totaal
2024 € 5,5 € 0,7 € 6,2
2025 € 6,6 € 1,0 € 7,6
2026 € 8,6 € 1,3 € 9,9
2027 € 10,3 € 1,4 € 11,7
2028 € 9,3 € 1,3 € 10,6
2029 € 9,1 € 1,2 € 10,3
2030 € 9,0 € 1,1 € 10,1
Hierna is weergegeven wat de gevolgen voor de begroting zijn als gevolg van bovengenoemde stijging van de kapitaallasten en een mogelijke dekking van de tekorten in de begroting. Gelet op de inmiddels ontstane zekerheid over een groot deel van de aanbestedingen (€ 40,5 mln. voor blusvoertuigen) wordt voor 2027 uitgegaan van een stijging van de gemeentelijke bijdrage van € 3 mln. en vanaf 2028 van € 4,5 mln. Hierbij wordt € 500.000 gehanteerd als bodem voor de aan te houden egalisatiereserve. Dat is nodig omdat deze reserve naast het opvangen van fluctuaties in de kapitaallasten dient voor het egaliseren van boekwinsten en –verliezen op af te stoten voertuigen. In onderstaande berekening is de stand voor de jaren 2027 en 2028 nog iets hoger dan de hiervoor genoemde € 500.000. Dit incidentele verschil zal in de komende jaren worden weggewerkt. Meerjarenbegroting 2024 - Kadernota 2025 - 2028 2027 mutaties egalisatiereserve kapitaallasten inclusief mutaties egalisatiereserve
nieuwe berekening kapitaallasten
afschrijving *)
toevoeging
-
-
2023
-
-
2024
6.187.000
5.547.000
toevoeging verhoging stand bij gemeentelijke egalisatierejaarrekening bijdrage serve 2023
rente **) basis 0,8%
2022
onttrekking
extra 0,7% -
-
-
-
7.856.000
1.050.000
-
8.905.000
-
-
-
-
397.000
347.000
-
104.000
-
-
8.801.000
-
7.337.000
-
3.417.000
2025
6.133.000
6.557.000
555.000
486.000
-
1.464.000
-
2026
6.062.000
8.644.000
713.000
624.000
-
3.921.000
-
2027
6.052.000
10.267.000
758.000
664.000
-
5.637.000
-
3.000.000
779.000
4.533.000
-
4.500.000
747.000
2028
6.052.000
9.274.000
699.000
612.000
-
*) w.o. vrijval boekwaarde /- afschrijvingen en opbrengsten vervanging blusvoertuigen (MSP Toekomstvisie) **) rentetoerekening boekwaarde activa o.b.v. gemiddelde percentage bestaande - en nieuwe leningen periode t/m 2026
Pagina 22 van 41
7.6. Samenvatting financiële ontwikkelingen Onderstaande tabel vat de financiële ontwikkelingen samen: Financiële ontwikkelingen
Looncompensatie (exclusief MKON-MKBM staat onder autonome ontwikkelingen)
Prijscompensatie (exclusief MKON-MKBM staat onder autonome ontwikkelingen)
Mutaties ontwikkeling kapitaallasten ten opzichte van meerjarenbegroting 2024 - 2028 Idem egalisatiereserve afschrijvingen Aanpassing gemeentelijke bijdrage agv uitstel investeringen
2025
2026
2027
2028
3.007.000
3.007.000
3.007.000
3.007.000
258.000
258.000
258.000
258.000
-1.056.000
-724.000
-683.000
-1.787.000
1.056.000
724.000
683.000
1.787.000
-3.000.000
-2.000.000
-500.000
265.000
1.265.000
2.765.000
3.265.000
Pagina 23 van 41
8. Beleidsregels risico’s, reserves en weerstandscapaciteit Dit hoofdstuk beschrijft de beleidsregels en werkwijzen die worden toegepast voor de risico’s, de weerstandscapaciteit en het bepalen van de ratio weerstandscapaciteit. De beleidsregels zijn eerder vastgelegd in de begroting in de betreffende paragrafen. De eerdere lijnen worden voortgezet. Na vaststelling van de kadernota worden de beleidsregels opgenomen in de begroting 2025. 8.1. Risicomanagement 1. Het wettelijk kader voor risicobeheersing is artikel 9 en 13 van het BBV. Het betreft de in de begroting en rekening vereiste paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. 2. De VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s die zich kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren. 3. Het treffen van beheersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico’s staat centraal. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. 4. Het managen van risico’s is een verantwoordelijkheid van het MT.
De afdelingshoofden betrekken teamleiders en andere medewerkers bij het benoemen van relevante risico’s en bij het treffen en uitvoeren van de maatregelen. De afdelingshoofden rapporteren hierover in de tussentijdse rapportages en de Jaarstukken. 5. De geïnventariseerde risico’s worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de kans weergeven dat het risico zich kan voordoen. De percentages zijn: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%. Bij een kans van 90% op het zich voordoen van een risico wordt overwogen hierop de begroting aan te passen, indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer het risico zich waarschijnlijk voordoet. 6. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, worden de voor de maatregelen benodigde financiële middelen vermenigvuldigd met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. 7. Structurele risico’s worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weerstandscapaciteit. Daarna wordt geacht dat de effecten kunnen worden afgewend, begroot, dan wel anderszins kunnen worden opgevangen. 8. Financiële en niet-financiële risico’s worden geïnventariseerd. Ook de beheersingsmaatregelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard. 8.2. Reserves 1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoeringreserve, (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. 2.
De Algemene reserve vormt het weerstandsvermogen en is voor afdekking van risico’s en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit het jaarrekeningresultaat bij besluit van het AB over de resultaatsbestemming, of anderszins door AB besluiten. Bij een wijziging (bijv. een onttrekking) van de Algemene Reserve / het weerstandsvermogen dient er een zienswijze te worden gevraagd aan de deelnemende gemeenten, zoals bepaald in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. 3. De Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie hierna) en de post Onvoorzien vormen samen de weerstandscapaciteit (zie hierna).
Pagina 24 van 41
4. De hoogte van de weerstandscapaciteit is zodanig, dat de weerstandsratio zich in een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te raken, volgt een AB-voorstel (bijv. bij kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of hersteld wordt. 5. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico’s). De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 6. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel ingesteld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 7. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves. 8. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote dotaties en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 9. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 10.
De Financiële verordening VNOG bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves (door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Een overzicht van de huidige reserves is opgenomen in bijlage 3 / hoofdstuk 12. 8.3. Weerstandscapaciteit 1. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, zoals hiervoor reeds aangegeven, gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de post Onvoorzien. 2. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet, zoals hiervoor reeds aangegeven, de (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden7. 3. De weerstandsratio =
beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit
4. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”)8. 5. De beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. 6. Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer te bereiken.
7
BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen, vanuit de gedachte dat het AB altijd kán besluiten om de bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen. De accountant heeft informeel laten weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze, mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht. Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader. 8 Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 1,0 tot 1,4 komt overeen met die van diverse deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio’s. Dit onderstreept het eigenaarschap voor het reduceren van risico’s van de VNOG. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld. Maatregelen om het vermogen te versterken of de gemeenten terug te betalen, zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiële context van VNOG én gemeenten op enig moment.
Pagina 25 van 41
9. De uitgevoerde risico-inventarisatie In het kader van het uitgevoerde risicomanagement zijn in 2023 de risico's voor de bedrijfsvoering geactualiseerd. Door uitvoering van maatregelen en (externe) ontwikkelingen zijn de benodigde middelen voor de gekwantificeerde risico's in een aantal gevallen gewijzigd, ten opzichte van de Kadernota en Begroting 2024. De wijzigingen worden hieronder als volgt toegelicht (het cijfer verwijst naar de overeenkomende regel in onderstaand register): − (1) het (berekende) risico dat er na het wegvallen van de OMS/RBS-activiteiten sprake is van (achter)blijvende personele kosten, is kleiner geworden nadat een medewerker is vertrokken en er voor een ander zicht is op een andere functie; het berekende bedrag is aanvullend op de nog beschikbare reserve frictiekosten; − (2) het (berekende) risico van extra (inhuur van) personele capaciteit na invoering van de nieuwe Omgevingswet wordt kleiner ingeschat nu er verdere afstemming met de gemeenten plaatsvindt over de uit te voeren taken onder deze wet; het risico blijft zolang er nog onvoldoende ervaring is met de nieuwe wet; − (4) het (kans)percentage bij het risico op teveel geroosterde uren en het daarmee mogelijk niet voldoen aan de Arbeidstijdenwet, is verkleind na invoering van de nieuwe dagdienstregeling met de daarbij behorende monitoring; − (5) het bedrag aan benodigde weerstandcapaciteit bij
het risico op prijsstijgingen (boven de begrote prijsindex) is hoger geworden na actualisatie van de cijfers uit de begroting 2023 en een herbeoordeling van de mogelijke stijgingen bij de verschillende kostensoorten (o.a. energie, kleding, onderhoud, opleiden en oefenen); − (6) bij het berekenende risico op het later realiseren van besparingen, door vertraging van de vervanging van brandweermateriaal en -materieel (dan aangegeven in de Toekomstvisie), is het berekende bedrag aan risico op ‘het niet realiseren van de verwachte besparing op onderhoudskosten’ verlaagd naar de resterende jaren (2025 en 2026) uit de Toekomstvisie; − (7) bij het berekenen van het risico op het niet kunnen dekken van de minder grote daling van de personele (vrijwilligers)kosten (dan eerder verwacht volgens de Toekomstvisie i.s.m.
de afname van het materieel), wordt het eerder berekende bedrag aan risico verlaagd naar de resterende jaren (2025 en 2026) uit de Toekomstvisie; − (9) het risico van extra prijsstijgingen van brandweermaterieel op het nog aan te schaffen deel van het materieel is aangepast aan het verwachte bedrag aan investeringen in de komende jaren (een verhoging); − (10) het (kans)percentage bij risico op onvoldoende oefenmogelijkheden bij de vakbekwaamheidspleinen is kleiner geworden, gezien de genomen maatregelen om aan de eisen te voldoen; − (12) er is een nieuw risico opgenomen dat betrekking heeft op duurzaamheid; het oude risico op ‘extra kosten na het vervallen van de (kantoor)faciliteiten aan de Europaweg’ kan vervallen gezien de ontwikkelingen en genomen maatregelen; − (13) het (kans)percentage bij het risico van ‘extra kosten voor aanpassing van thuiswerkplekken’ is verlaagd i.v.m. de ontwikkelingen en genomen maatregelen; − (14) de kans op het risico van een hack is verder verlaagd op basis van genomen maatregelen, w.o.
permanente monitoring van de systemen en de genomen beheersmaatregelen; − (19) in de Kadernota en (Meer)jarenbegroting 2025-2028 zal rekening worden gehouden met een gestegen rente; het risico op een mogelijke verdere rentestijging bij de benodigde (her)financiering voor verwachte investeringen is aangepast aan de verwachte omvang van de hiervoor aan te trekken leningen (€ 50 mln.) en het daarbij ingeschatte rentepercentage; Pagina 26 van 41
−
−
(21) het (berekende) risico van hogere kosten bij het zelf organiseren van de inzet van OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig), na de beëindiging door het Witte Kruis van het contract met de GHOR, wordt lager ingeschat maar wordt verder beoordeeld op basis van de feitelijke ervaringen in 2024; (22) het risico van verontreinigde grond/bodem bij kazernes en oefenpleinen door PFAS en de mogelijke kosten van sanering, is bij gekwantificeerd opgenomen n.a.v. de gedane onderzoeken en lopend overleg met de betreffende gemeente.
Bij het opstellen en doorrekenen van de risico’s voor de benodigde weerstandscapaciteit is, naast de in 2020 vastgestelde Toekomstvisie, gekeken naar belangrijke actuele (externe) ontwikkelingen zoals: − De prijsstijgingen in de afgelopen jaren en de dreiging van nog verdere stijgingen ervan. Dit geldt zowel voor exploitatiekosten zoals energie, brandstof en kleding als voor de investeringsgoederen. Daarbij vertaalt de stijging van hout – en metaalprijzen zich ook door in hogere kosten voor het daaruit vervaardigde materieel en dito goederen als voertuigen, gereedschappen, onderhoudsmaterialen en verbruiksartikelen zoals pallets. − De stijging van rente op de geld- en kapitaalmarkt die VNOG raakt vanwege het geheel van investeringen welke voor de komende jaren op stapel staan of al zijn overeengekomen. Dit laatste geldt voor de (vervangings)investering in de komende jaren van 75 blusvoertuigen en het daarvoor te financieren bedrag van ruim € 40 mln. − De ambitie en noodzaak van verduurzaming die ook risico’s met zich brengt. Zo is onzeker of de levensduur van de accu’s van aan te schaffen elektrische voertuigen, toereikend is voor de hele (economische) levensduur van de auto’s. Dit brengt een het risico met zich van extra kosten voor onderhoud bij tussentijdse vervanging.
− De (mogelijke) verontreiniging van grond/bodem bij kazernes en oefenterreinen en de daarmee samenhangende kosten van (mogelijke) sanering van grond. VNOG heeft in overleg met de gemeenten onderzoek laten verrichten en stemt daarbij verder met hen af over mogelijke vervolgacties. Een aantal ontwikkelingen en besluiten vraagt het nodige van de VNOG-organisatie. Te denken valt hierbij aan de externe ontwikkelingen van (elkaar opvolgende) crises en ontwikkelingen o.a. op het terrein van energietransitie en informatisering; intern gaat het om de (organisatorische) gevolgen van de eerder vastgestelde Toekomstvisie, de daarmee samenhangende vervangingen van materiaal en materieel, de demarcatie en de expeditie. Hierbij is een aantal knelpunten onderkend bij m.n. Brandweerzorg en Bedrijfsvoering. Naar verwachting zal de in de Halfjaarrapportage 2023 vastgestelde tijdelijke uitbreiding van mensen en middelen volstaan. Dit dient nog wel te worden uitgewerkt en te worden gemonitord. De risico’s in de navolgende tabel zullen zich naar verwachting nooit allemaal tegelijk voordoen. Per risico is daarbij de verwachte kans weergegeven en berekend naar een bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 3.175.000.
Pagina 27 van 41
Gekwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers en (desinvesteringen) materieel i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG. 3 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. 4 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). 5 Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie.. Wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de grondstof- en materiaalprijzen stijgen. 6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) als gevolg van voortschrijdende inzichten benodigd aantal vrijwilligers in samenhang met (beschikbare) materieel (vorig punt).
8 Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve. 10 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen eisen RI&E. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). 12 Hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid. Extra kosten/investeringen doorvoeren maatregelen duurzaamheid nog onzeker. 13 Extra (verhuis)kosten tijdelijke huisvesting en faciliteiten kantoorpersoneel. Aanpassingen werkplekfaciliteiten en (meer) thuiswerken (overbrugging verhuizing). 14 Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen. 15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles. 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek.
17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken. 19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. 20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. 21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt. 22 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging.
Effect in euro's
Weerstandscapaciteit (euro's)
50%
bedrag 100.000
50.000
50%
400.000
200.000
70%
408.000
286.000
10%
50.000
5.000
70%
650.000
455.000
50%
160.000
80.000
70%
300.000
210.000
30%
90.000
27.000
50%
150.000
75.000
30%
25.000
8.000
50%
84.000
42.000
50%
400.000
200.000
30%
75.000
23.000
10%
500.000
50.000
30%
350.000
105.000
10%
150.000
15.000
10%
300.000
30.000
30% 50%
78.000 1.875.000
23.000 938.000
10%
300.000
30.000
30%
375.000
113.000
50%
420.000
210.000 3.175.000
Pagina 28 van 41
Naast de gekwantificeerde risico’s zijn de volgende niet kwantificeerde risico’s geïnventariseerd en in onderstaand overzicht weergegeven. Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
Effect in Weereuro's standscapaciteit (euro's) bedrag
1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom, onzekerheid omtrent uitkomsten t.a.v. financiële - en personele impact. 4 Onvoldoende financiële middelen voor crises, zoals opvang Oekraïners. Voortschrijdende ontwikkelingen bij (decentrale) overheden kunnen leiden tot ontoereikende dekking voor coördinatietaken door VNOG, zoals die nu worden uitgevoerd bij de opvang van Oekraïners. 5 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers.
De gewijzigde en nieuw opgenomen niet gekwantificeerde risico’s zijn (zie verwijzing cijfer naar overeenkomende regel in voorgaand register): − (3) het oude risico ‘Onzekerheid toekomstbestendige - en efficiënte uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/-werking kazernes’ is afgevoerd, dit wordt door voortschrijdende ontwikkelingen/maatregelen niet meer als risico gezien; als nieuw risico (3) opgevoerd het in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom m.n. vanwege de onzekerheid over de uitkomsten c.q. het vervolg van het project als het gaat om welk beslag daarbij op mensen en middelen zal worden gelegd; − (4) de mogelijkheden van het kunnen beschikken en inzetten van (toekomstige) extra financiële middelen (BDuR), zoals vanaf 2022/2023 toegekend, kunnen gemakkelijk weer veranderen als het Rijk - mede afhankelijk van onzekere toekomstige gebeurtenissen (bijv. door de Spreidingswet en een veranderende rol van provincies en gemeenten daarbij) - gaat bezuinigen of een andere inzet kiest voor de toegekende middelen aan Veiligheidsregio’s.
− (4) in dit kader is het mogelijk stoppen (of minderen) van de vergoeding vanuit het Rijk voor de coördinerende taken voor Opvang ontheemden Oekraïne tevens een risico (het AB VNOG heeft op 2 november 2023 besloten dat VNOG deze coördinerende taken blijft uitvoeren), waarbij VNOG de inspanningsverplichting voelt om de mogelijke budgettaire consequenties, zo die er zijn, voor de gemeenten zoveel mogelijk te beperken. Een uitgebreider overzicht van de gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s, waarin ook de oorzaken, beheersmaatregelen en - waar van toepassing - de getalsmatige onderbouwing is opgenomen, treft u aan in bijlage 5.
Pagina 29 van 41
10. Risico’s versus weerstandscapaciteit 10.1. Omvang huidige reserves De huidige omvang* van de reserves is als volgt (zie ook bijlage 3): Reserves
stand
Algemene reserve
1.135.114
Bedrijfvoeringsreserve Best.reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre Tijdelijke reserve overheveling budgetten
weerstandscapaciteit ja
1.135.114
3.015.235
ja
3.015.235
5.436
nee
346.000
nee
7.855.829
nee
Bestemmingsreserve frictiekosten LMS
500.000
nee
Reserve incidentele veranderkosten organisatie-ontwikkeling
276.161
nee
Reserve frictiekosten risicobeheersing
245.000
nee
Reserve flankerende kstn dekkings- en spreidingsplan
252.375
nee
Reserve vervanging operationeel uniform
467.545
nee
Reserve programma zelfredzaam en risicobewust
218.035
nee
Egalisatiereserve ‘inzetten (uitruk)’
197.456
nee
Bestemmingsreserve frictiekosten RBS
200.000
nee
100.000
nee
Egalisatiereserve afschrijvingen
Reserve duurzaamheid Totaal
14.814.185
Post onvoorzien
250.000
ja
250.000
totaal
4.400.349
Vastgelegde (toekomstige) mutaties Bedrijfsvoeringsreserve (hlf.jr.rapp. 2023)
-783.900
Beschikbare weerstandscapaciteit
3.616.449
Benodigde weerstandscapaciteit
3.175.000
Weerstandsratio:
1,14
* Stand na resultaattoevoeging 2022 10.2. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat conform de beleidsregels (zie hoofdstuk 8) uit de Algemene Reserve + de Bedrijfsvoeringsreserve + de post Onvoorzien en bedraagt momenteel: € 1.135.114 + € 3.015.235 + € 250.000 = € 4.400.349 Voorzien wordt dat het saldo van de kosten en opbrengsten voor de tijdelijke huisvesting ter overbrugging van de periode van vertrek van de Europaweg en het betrekken van nieuwe huisvesting enerzijds en het oplossen van personele knelpunten bij Brandweerzorg en Bedrijfsvoering anderzijds, voor de jaren t/m 2027 een onttrekking uit de Bedrijfsvoeringreserve zal vergen van € 783.9009. Daarmee komt de beschikbare weerstandscapaciteit uit op € 3.616.449. De benodigde weerstandscapaciteit (zie hoofdstuk 9) bedraagt minimaal € 3.175.000. 9 Overigens is bij de voorgenomen onttrekkingen uit en toevoegen aan de Bedrijfsvoeringreserve in de Halfjaarrapportage
2023 opgenomen dat deze niet worden uitgevoerd als de kosten in enig jaar opgevangen kunnen worden uit de onderuitputting van de budgetten van vakbekwaamheid, materieel en logistiek, vrijwilligersvergoedingen en/of bedrijfsvoering.
Pagina 30 van 41
De huidige weerstandsratio komt daarmee uit op 1,14. Dit betekent dat VNOG momenteel een toereikende weerstandscapaciteit heeft maar wel beneden het midden van de bandbreedte zit. Uitvoering van het voorgenomen beleid van onttrekkingen uit en toevoegingen aan de Bedrijfsvoeringreserve kan in enig jaar leiden tot een ratio die op of lager uitkomt dan de het vereiste minimum van 1. Per jaar zal moeten worden bezien of aanvulling nodig is, dit zou dan bijvoorbeeld kunnen uit een toekomstig rekeningresultaat. 10.3. Conclusies De streefwaarde van de weerstandsratio is bepaald op een bandbreedte tussen 1,0 (“matig”) tot 1,4 (“voldoende”). De huidige ratio (van 1,14) kan als toereikend worden aangemerkt, maar is wel lager dan het gemiddelde (van 1,2). Verder is aangegeven dat bij de verwachte toekomstige onttrekkingen t.l.v. de Bedrijfsvoeringreserve een aanvulling nodig kan zijn om weer op het gewenste niveau van de weerstandsratio uit te komen. In de Jaarrekening 2022 kwam de ratio uit op 1,07; in de Programmabegroting 2024-2027 op 1,14. De vermogenspositie is daarmee als toereikend te duiden.
Pagina 31 van 41
11. Financieel meerjarenperspectief 2025-2028 Onderstaande meerjarenbegroting bevat de cijfers uit de vastgestelde primitieve meerjarenbegroting 2024. In de tabel daaronder de mutaties op deze meerjarenbegroting vanuit de voorliggende Kadernota. Voor de jaren 2025 en verder is zoals gebruikelijk nog geen loon- en prijscompensatie berekend (wel de structurele doorwerking van 2025). Meerjarenbegroting 2024 - 2027 Programma
Begroting primitief 2024
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
1.0 - Risico- en crisisbeheersing
8.709.200
9.224.900
9.422.800
9.422.500
2.0 - Brandweerzorg
30.444.005
31.591.105
33.597.955
35.076.855
3.0 - GHOR
2.011.700
2.019.500
2.019.200
2.018.900
4.0 - MON
1.206.000
1.206.000
1.206.000
1.206.000
972.500
992.500
972.500
992.500
6.0 - Bedrijfsvoering
15.761.670
15.792.670
15.996.370
16.142.970
7.0 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
-59.105.075
-60.826.675
-63.214.825
-64.859.725
8.0 - Kazernes in eigendom en overgangsrecht
0
0
0
0
Totaal
0
0
0
0
5.0 - Directie en control
Ontwikkelingen Kadernota 2025
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
2028
Besparing op connectivity -100.000 Verzekeringen -60.000 2e loopbaanbeleid opvangen in algemene opleidingsbudget -80.000
-100.000 -60.000 -80.000
-100.000 -60.000 -80.000
-100.000 -60.000 -80.000
Bio-diesel Mobiliteitsplan meer-meerkosten elektrisch rijden
150.000 90.100
150.000 112.000
150.000 112.500
150.000 132.100
MKON - MKBM (deel VNOG)
108.200
108.200
108.200
108.200
Loon- en prijscompensatie BDuR juni 2023 Looncompensatie (exclusief MKON-MKBM staat onder MKON) Prijscompensatie (exclusief MKON-MKBM staat onder MKON) Mutaties ontwikkeling kapitaallasten ten opzichte van meerjarenbegroting 2024 - 2028 idem egalisatiereserve afschrijvingen Aanpassing gemeentelijke bijdrage agv uitstel investeringen
-540.000
-540.000
-540.000
-540.000
3.007.000
3.007.000
3.007.000
3.007.000
258.000
258.000
258.000
258.000
-1.056.000
-724.000
-683.000 -1.787.000
1.056.000
724.000
683.000
1.787.000
0 -3.000.000 -2.000.000
-500.000
Risico- en crisisbeheersing GHOR Bedrijfsvoering
Brandweerzorg
Meldkamer brandweer en multi Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Totaal Kadernota 2025 - 2028
2.833.300
Pagina 32 van 41
-144.800
855.700
2.375.300
Bijlage 1. Gemeentelijke bijdragen 2025 De bijdrage voor de VNOG wordt bij de gemeenten in rekening gebracht met als verdeelsleutel de procentuele verdeling tussen de gemeenten uit het verdeelmodel. Het verdeelmodel is op zijn beurt gebaseerd op de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer. Het verdeelmodel is ingegaan per 2017 en heeft een ingroeipad gekend. Per 2021 is het verdeelmodel volledig van kracht. Verder is het verdeelmodel per 2021, conform de gemeenschappelijke regeling VNOG, nog herijkt. Volgens de gemeenschappelijke regeling VNOG vindt een dergelijke herijking éénmaal per vier jaar plaats. Een nieuwe herijking is daarom nu weer per 2025 doorgevoerd. In onderstaande tabel staan de herijkte percentages per 2025. Deze percentages gelden vanaf 2025 voor vier jaren. In 2028 vindt weer een herijking plaats, zodat per 2029 het dan weer herijkte model van kracht kan worden. De bijdrage voor 2025 is gebaseerd op de bijdrage voor 2024 met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2025, maar wel tegen het nieuwe percentage.
Gemeente
Bijdrage 2024 (op basis van oude percentage)
Percentage vanaf 2025
Besluiten uit Voorgestelde Kadernota 2024 Kadernota 2025 bijdrage 2025 voor 2025
Aalten
1.720.800
3,15%
1.450
89.329
1.770.500
Apeldoorn
11.278.300
20,91%
9.621
592.562
11.744.500
Berkelland
2.987.700
5,13%
2.358
145.212
2.878.100
Bronckhorst
2.556.200
4,46%
2.053
126.454
2.506.300
Brummen
1.289.200
2,49%
1.146
70.588
1.399.000
Doetinchem
3.515.200
6,89%
3.170
195.234
3.869.500
Elburg
1.386.200
2,68%
1.233
75.921
1.504.700
Epe
2.162.000
3,97%
1.828
112.620
2.232.100
Ermelo
1.785.700
3,35%
1.540
94.851
1.879.900
Harderwijk
2.733.000
5,73%
2.635
162.309
3.216.900
Hattem
654.300
1,38%
636
39.165
776.200
Heerde
1.076.100
2,07%
952
58.614
1.161.700
Lochem
2.498.600
4,51%
2.076
127.862
2.534.200
Montferland
2.274.800
4,33%
1.994
122.807
2.434.000
Nunspeet
1.666.500
3,26%
1.498
92.245
1.828.300
Oldebroek
1.411.800
2,65%
1.220
75.150
1.489.500
Oost Gelre
1.917.900
3,47%
1.597
98.347
1.949.200
Oude IJsselstreek
2.338.800
4,28%
1.971
121.396
2.406.000
Putten
1.443.700
2,89%
1.329
81.880
1.622.800
Voorst
1.624.900
2,82%
1.297
79.903
1.583.700
Winterswijk
1.928.500
3,41%
1.568
96.602
1.914.600
Zutphen
3.026.000
6,15%
2.829
174.249
3.453.600
53.276.200
100%
46.000
2.833.300
56.155.300
De aantallen en de bedragen per eenheid, die ten grondslag liggen aan deze verdeling, zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds. Hierop zijn conform de gemeenschappelijke regeling de aantallen woonruimten uit de septembercirculaire 2015 in mindering gebracht. Pagina 33 van 41
Bijlage 2. Programma 8 Het programma 8 ‘Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)’ wordt één op één met alleen de betrokken gemeenten verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend: − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes met elk van de 22 gemeenten afzonderlijk, conform de Regeling demarcatie10; − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn; − De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend. Op dit moment zijn de exacte bedragen voor 2025 voor programma 8 nog niet bekend. Een indicatie van de bedragen is te vinden in de programmabegroting 2024, waarin de bedragen voor 2024 staan. De bedragen voor 2025 worden komende tijd berekend en zullen in ieder geval voorliggen in de ontwerpbegroting 2025.
10 De demarcatie geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) welke facilitaire en onderhoudstaken uitvoert (en bekostigt) in
de kazernes, die in eigendom zijn (en blijven) van de gemeenten. De exacte demarcatie-afspraken staan in de Regeling demarcatie die door de 22 colleges en het AB is bekrachtigd. Bepaalde taken liggen bij VNOG; gemeenten hoeven ze niet meer uit te voeren en hebben ze geschrapt uit hun begroting. De bijdrage aan VNOG is per 2023 omhoog gegaan, zodat VNOG deze overgedragen taken kan bekostigen. Dit gaat via twee stromen: − Een deel wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel en staat in programma 6 (Bedrijfsvoering). − Een ander deel (de facilitaire kosten) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaats vindt op basis van de werkelijke kosten. Dit is opgenomen in programma 8, dat gebruikt wordt voor individuele verrekeningen met gemeenten die geen effect hebben op de andere gemeenten. Vanaf 2027 worden ook deze kosten verrekend via het verdeelmodel.
Pagina 34 van 41
Bijlage 3. Meerjarig perspectief gemeentelijke bijdragen Hieronder staat het meerjarig perspectief (meerjarige cijferreeks) van de gemeentelijke bijdragen voor de periode 2026 - 2028. Deze reeks is nog exclusief: - Loon- en prijsindexering voor 2026 en verder (de meerjarenbegroting van VNOG is opgesteld in constante prijzen) - Demarcatiekosten / facilitaire bijdrage, etc. uit programma 8 Het meerjarig perspectief geeft dus een indicatie van de gemeentelijke bijdrage in komende jaren, maar kan door bovenstaande onderwerpen nog beïnvloed worden.
Meerjarige ontwikkeling gemeentelijke bijdragen op basis van Kadernota 2025
Gemeente
Percentage
2026
2027
2028
Aalten
3,15%
1.768.028
1.862.629
1.910.540
Apeldoorn
20,91%
11.728.137
12.355.667
12.673.479
Berkelland
5,13%
2.874.068
3.027.849
3.105.731
Bronckhorst
4,46%
2.502.810
2.636.727
2.704.548
Brummen
2,49%
1.397.100
1.471.854
1.509.713
Doetinchem
6,89%
3.864.121
4.070.876
4.175.587
Elburg
2,68%
1.502.641
1.583.042
1.623.761
Epe
3,97%
2.228.994
2.348.260
2.408.661
Ermelo
3,35%
1.877.318
1.977.767
2.028.639
Harderwijk
5,73%
3.212.470
3.384.358
3.471.410
Hattem
1,38%
775.159
816.635
837.640
Heerde
2,07%
1.160.104
1.222.177
1.253.614
Lochem
4,51%
2.530.676
2.666.083
2.734.660
Montferland
4,33%
2.430.620
2.560.674
2.626.539
Nunspeet
3,26%
1.825.740
1.923.429
1.972.903
Oldebroek
2,65%
1.487.383
1.566.968
1.607.273
Oost Gelre
3,47%
1.946.516
2.050.667
2.103.415
Oude IJsselstreek
4,28%
2.402.703
2.531.263
2.596.372
Putten
2,89%
1.620.592
1.707.304
1.751.219
Voorst
2,82%
1.581.462
1.666.080
1.708.935
Winterswijk
3,41%
1.911.979
2.014.282
2.066.093
Zutphen
6,15%
3.448.779
3.633.311
3.726.767
100% 56.077.400
59.077.900
60.597.500
Pagina 35 van 41
Bijlage 4. Overzicht reserves
Omschrijving Jaarrekeningresultaat 2022
Jaarrekening 2022 2.509.728
+ of -/- 2023 -2.509.728
Geraamde stand 2023 (31-12)
Geraamde mutaties kadernota 2025-2028 Geraamde Geraamde stand stand + of -/- 2024 + of -/- 2025 begroting begroting 2025 (1-1) 2026 (1-1)
+ of -/- 2026
Geraamde stand begroting 2027 (1-1)
+ of -/- 2027
Geraamde stand begroting 2028 (1-1)
0
0
0
0
0
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
5.436
5.436
5.436
5.436
5.436
5.436
0
0
0
Bestemmingsreserves Algemene Reserve Jeugdbrandweer Oost-Gelre Tijdelijke reserve Egalisatiereserve afschrijvingen*
346.000
-346.000
0
7.855.829
1.049.571
8.905.400
-104.047
8.801.354
-1.464.305
7.337.049
-3.920.518
3.416.530
-500.000
0 -2.637.153
779.377
Bestemmingsreserve Frictiekosten LMO
500.000
500.000
500.000
500.000
0
0
Reserve incidentele veranderkosten
276.161
-276.161
0
0
0
0
0
Reserve frictiekosten risicobeheersing
245.000
-120.000
125.000
-125.000
0
0
0
Reserve bijkomende kosten materieelspreidingsplan
252.375
-91.000
161.375
-40.000
121.375
Reserve vervanging operationeel uniform
467.545
467.545
467.545
467.545
467.545
467.545
Egalisatiereserve ‘inzetten (uitruk)’
197.456
197.456
197.456
197.456
197.456
197.456
Reserve zelfredzaamheid en risicobewust
218.035
-218.035
0
0
0
0
0
Bestemmingsreserve frictiekosten RBS
200.000
-200.000
0
0
0
0
0
Reserve duurzaamheid
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Bedrijfsvoeringreserve** Totaal reserves
3.015.235 17.323.913
-555.000
2.460.235 14.057.560
-400.850
2.059.385 13.387.663
-30.000
-235.850
91.375
1.823.535 11.657.508
-30.000
40.150
61.375
1.863.685 7.247.140
0 -30.000
367.650
31.375
2.231.335 4.947.637
* inclusief prognose 2023 ** vanaf 2024 wordt er aan deze reserve onttrokken i.v.m. het oplossen van knelpunten bij brandweerzorg en bedrijfsvoering; door het wegvallen van de huur van de Europaweg minus de kosten voor tijdelijke huisvesting worden er weer middelen toegevoegd.
Pagina 36 van 41
1. Algemene Reserve − Doel: het afdekken van risico’s. De Algemene Reserve vormt het weerstandsvermogen. − Hoogte: de Algemene Reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit, samen met de Bedrijfsvoeringsreserve en de Post Onvoorzien. Voor de benodigde weerstandscapaciteit geldt een weerstandsratio van 1 – 1,4. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten. Een mutatie in de Algemene Reserve dient conform de gemeenschappelijke regeling VNOG ter zienswijze aan de raden te worden voorgelegd. 2. Bedrijfsvoeringsreserve − Doel: algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) en knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. Is onderdeel van de weerstandscapaciteit. − Hoogte: De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten 3. Reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre − Doel: jeugdgroep Oost-Gelre van de Jeugdbrandweer VNOG. − Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie voormalige Stichting Jeugdbrandweer Oost Gelre). − Duur: geen einddatum − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 4.
Egalisatiereserve afschrijvingen (kapitaallasten) − Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen a.g.v. afstoten van materieel11 (= bestaand beleid). Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten. − Hoogte: € 500.000 minimum, geen maximum. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling. 5. Bestemmingsreserve frictiekosten Landelijke meldkamer (LMO) − Doel: dekking frictiekosten vorming Landelijke meldkamer (AB 27-6-2019). − Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). − Duur: 2020-2026. − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 6. Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten (organisatieontwikkeling) − Doel: ter dekking van programma “De Expeditie” (organisatieontwikkeling VNOG), zie Toekomstvisie (AB 15-1-2020). − Hoogte: € 500.000 (AB 12-12-2019) + € 540.000 (AB 25-6-2020) = € 1.040.000. − Duur: tot eind 2024; dit betreft een verlenging voor de duur van 1 jaar. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 7. Reserve frictiekosten Risicobeheersing (frictiekosten Omgevingswet / RB) − Doel: dekken personele frictiekosten transitie Risicobeheersing i.r.t.
Omgevingswet. − Hoogte: € 485.000, uit overschot p-budget RB 2020. − Duur: 2021-2024, onttrekking voor inhuur ter vervanging gedurende opleidingen en tijdelijke overbezetting van nieuwe medewerkers, in te werken door vertrekkende medewerkers.
11
verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis
Pagina 37 van 41
−
Mutaties: via AB besluit door vaststelling van de begroting 2021-2024, waarin voor vier jaar een onttrekking van € 121.000 is opgenomen.
8. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan − Doel: ter dekking van ‘flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan’ (AB 25-6-2020). − Hoogte: € 360.000. − Duur: tot eind 2027. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 9. Egalisatiereserve vervanging operationeel uniform (dienstkleding) − Doel: egaliseren vervanging dienstkleding. − Hoogte: n.v.t. − Duur: 2020-2024. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie. Wanneer iedereen voorzien is van een nieuwe uniform valt het restant vrij. 10. Reserve programma Zelfredzaam & Risicobewust − Doel: De grondslag van het programma is de pijler 'Zelfredzaam en Risicobewust' uit de Toekomstvisie. Het doel is om de zelf- en samenredzaamheid te vergroten door het risicobewustzijn van inwoners, instellingen en bedrijven te beïnvloeden en hen te stimuleren tot het nemen van beheersmaatregelen die veiliger gedrag bewerkstelligen. Een ander belangrijk doel is om daar te acteren en te interveniëren waar de risico's zich bevinden. − Hoogte: € 550.000, uit jaarrekeningresultaat 2020. − Duur: 2021-2023. − Mutaties: AB besluit 11.
Egalisatiereserve inzetten (uitruk) − Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrotingsbeeld, rustig verloop gemeentelijke bijdrage (AB 25-6-2020). − Hoogte: max. € 400.000. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het budget uitruk binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbepaling. 12. Bestemmingsreserve RBS (tijdelijke bestemmingsreserve Frictiekosten RBS) − Doel: Dekking van frictiekosten vanwege de ontmanteling van het Regionaal Brandmeldsysteem − Hoogte: max. € 200.000 − Duur: 2022-2023 (ingesteld in juni 2022 met een looptijd tot eind 2023) − Mutaties: AB besluit 13. Reserve duurzaamheid − Doel: in te zetten voor duurzaamheidsmaatregelen in de bedrijfsvoering van VNOG − Hoogte: max. € 100.000. − Duur: 2022-2026 (ingesteld in december 2022 met een looptijd van vier jaar (2022 t/m eind 2026) − Mutaties: AB besluit
Pagina 38 van 41
Bijlage 5. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s Gekwantificeerde risico's Nr.
Risico's en oorzaken Beheersmaatregelen Kans in % 1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS). Tijdig anticiperen, door de medewerkers een plek te geven in de 50% De VNOG raakt de huidige taak en systemen kwijt. Het risico is dat niet alle medewerkers ingepast formatie. De kans dat dat niet lukt (zonder meerkosten) neemt met kunnen worden in de formatie. De zekerheid dat deze winstgevende activiteit uit de begroting valt is als de jaren af en wordt ingeschat op gemiddeld 50%. Tegelijk wordt autonome ontwikkeling met structureel effect opgenomen in eerdere beleidsstukken. daarbij gekeken naar het mogelijk behoud van de informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij In het najaar 2023 vindt afstemming plaats tussen de VNOG en de 50% de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten gemeenten t.a.v. de uit te voeren dienstverlening (tempo en t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG. inhoudelijk). Voor een periode (van 2 jaar), vanaf 2024, waarin er nog onvoelde ervaring is met de nieuwe wet, rekening houden met inhuur extra personeel om (tijdelijk) synchroom oude - (preventist) en nieuwe taken uit te voeren en met gemeenten af te stemmen over afbouw/overgang taken.
3 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes Naast organiseren en participeren in activiteiten en acties die de 70% Door vergrijzing is uitstroom van vrijwilligers te verwachten. Daarnaast is er meer verloop onder binding van vrijwilligers bevorderen, is het opstellen en uitvoeren brandweervrijwilligers en zijn zij dus minder lang aan een brandweerkorps verbonden (dit is een van strategisch personeelsplanning (leeftijdsopbouw, gespreksmaatschappelijke trend bij vrijwilligers in het algemeen). Ook is er sprake van schaarste bij het vinden cyclus, opleidingsplan), per district en per post, van belang. van nieuwe vrijwilligers door (algehele) krapte op de arbeidsmarkt, met als gevolg alternatieve keuze mogelijkheden en - druk voor de mensen. 4 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding, geeft risico op fouten, Naast sturing op voldoende inzet repressieve capaciteit 10% uitval en sancties (Arbeidstijden). (vrijwilligers); uit-/doorvoeren nieuwe dagdienstregeling Bij een aantal kazernes (w.o. bij kazernering) is sprake van onvoldoende personele repressieve (beroeps)medewerkers. Ontwikkeling risico houdt verband met capaciteit (m.n.vrijwilligers). uitwerking bouwsteen Verplichtend Karakter (vrijwilligers). 5 Prijsstijgingen (boven reguliere aanpassing) en vooral m.b.t. brandweermaterieel en -materiaal.
Doorrekenen financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) van 70% Wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van mogelijke prijsstijgingen van (gebruiks)goederen (w.o. brandstof en aanbod, doen de (grondstof)prijzen w.o. die van energie en katoen, stijgen. Hogere kosten blijven dan kleding). Mogelijke prijsstijgingen van te vervangen (blus)voertuigen voor de VNOG, omdat er geen mogelijkheid is van nacalculatie. De prijsstijgingen kunnen worden zijn separaat opgenomen. Bij grotere volumes en eigen eisen, kan de versterkt door een gebrekkige marktwerking voor (specifiek) brandweermaterieel en -materiaal. VNOG zelfstandig aanbesteden i.p.v. in NIPV verband. 6 Niet tijdig realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieelspreidingsplan Doorrekenen incidentele financiële gevolgen (voor 50% (MSP) brandbestrijding t.a.v. materiële kosten. weerstandscapaciteit) t.a.v.uitgestelde realisatie Vertraging vervanging (m.n. door prijsstijgingen en schaarste van grondstoffen) en voortschrijdende besparingsmogelijkheden materiële kosten bij vertraging uitvoering inzichten bij vervanging materieel, leiden tot latere besparingen op de exploitatiekosten. MSP. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren t.a.v. aantallen vrijwilligers.
De krimp van het repressief beroepspersoneel en/of de vrijwilligers is minder groot door voorschrijdende inzichten betreffende het benodigde aantal mensen (vrijwilligers) voor represieve inzet (per kazerne) in samenhang met de inzet/herschikking van het beschikbare/benodigde materieel. 8 Uitval voor repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. Defect materieel kan niet tijdig gerepareerd worden, omdat onderdelen niet voorradig zijn. Heeft verband met schaarste grondstoffen en een beperkt aantal (overgebleven) leveranciers van brandweermaterieel en -materiaal. 9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen van blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
bedrag 100.000
400.000
Inhuur 2 fte (à € 100.000) voor uitvoering synchroon van taken oud en nieuw bij invoering per 1-1-2024 van de Omgevingswet, voor 2 jaar.
200.000
408.000
Kosten opleiden 10% meer te werven vrijwilligers: 8 per jaar. Opleidings- en bijkomende kosten € 17.000 per jaar, voor 3 jaar.
286.000
50.000
Mogelijke boete i.h.k.v. de arbeidstijdenwet. Berek.: max. 50 medew., boete € 200 per dag (max. 5 dagen).
5.000
650.000
Stijging prijzen goederen en materialen (w.o. energie-, brandstofkosten en kleding) boven reguliere index. Kosten per jaar 11 mln., onderscheiden naar stijgingsperc. van 15%, 4% en 2,5% voor resp. 2,5 mln., 4mln. en 4,5 mln. Besparingen op materiële kosten ontstaan later bij opschuiving vervangingsplan materieel van 2022-2025 naar 2024-2027. Eenmalig niet gerealiseerde besparing (onderhoudskosten) 2025 en 2026. Berekening extra kosten vrijwilligers bij minder grote krimp aantal (76 i.p.v. 118) . Kosten vergoedingen, opleidingen en trainingen voor 2 jaar. Berekening inhuurkosten (voor 3 jaar) benodigd voor vervangend materieel €. 30.000 per jaar.
455.000
Berekening kapitaalslasten voor 3 jaar bij een (extra) stijging van 5% van de prijzen voor de vervangingen (15 mln.) van nog aan te schaffen materieel.
75.000
160.000
Nagaan/volgen of de minder grote krimp van de vrijwilligersbezetting kan worden opgevangen binnen de lopende budgetten/begrotingen.
70%
300.000
Op voorraad zetten/houden en alloceren van extra (vervangend) materieel (w.o. onderdelen) voor brandbestrijding.
30%
90.000
Naast de financiële gevolgen (voor de egalisatiereserve) van de huidige (najaar '23) bekende en verwachte prijsstijgingen - welke zijn/worden verwerkt in de Kadernota-/ Begroting 2025 - extra prijstijgingen voor nog aan te schaffen materieel, als risico doorrekenen (voor weerstandscapaciteit).
50%
150.000
Pagina 39 van 41
Effect in euro's Weertoelichting berekening standsPersonele - en materiële kosten afbouw jaren: 50.000 € 200.000, rekening houdend met reservering frictiekosten, opnemen € 100.000
80.000
210.000
27.000
10 Onvoldoende oefenmogelijkheden voor oefenen onder realistischer omstandigheden voor Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden op VNOG-vakbekwaamheidspleinen worden beperkt bij het niet voldoen aan eisen van RI&E (omissies vastgesteld voor ASK). Bij onvoldoende mogelijkheden om met eigen faciliteiten de vakbekwaamheid op peil te houden, zou gekeken kunnen/moeten worden naar het gebruik van externe locaties. Dit brengt extra kosten met zich. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en/of (wettelijke) eisen (w.o. de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E)). Zolang nog niet alle (gemeentelijke) kazernes voldoen aan de wettelijke vereisten, is onzeker wie de kosten voor mogelijke (spoedeisende) aanpassingen gaat betalen. 12 Hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid. Het onderhoud van de voorgenomen en verplichte vervanging van dienst- en piketvoertuigen in elektrische uitvoering, kan hoger uitvallen m.n. door een kortere levensduur van accu's in samenhang met de wijze van gebruik door VNOG. Dit geldt ook voor mogelijke andere (verplichte) duurzaamheidsmaatregelen. 13 Extra (verhuis)kosten tijdelijke huisvesting en faciliteiten kantoorpersoneel. Ontwikkelingen m.n.
als gevolg van de corona-pandemie en tijdelijke huisvesting in de periode ter overbrugging vertrek Europaweg en nieuwe accomodatie, vereisen aanpassingen benodigde faciliteiten voor het werken op kantoor en thuis.
VNOG is bezig de voorwaarden in te vullen waardoor de vakbekwaamheidspleinen (weer) voldoen aan de eisen. Waar nodig (tijdelijk) gebruik maken van (andere) externe locaties.
30%
25.000
Incidenteel extra kosten ter overbrugging i.v.m. voldoen vakbekwaamheidslocaties aan eisen.
8.000
Uitvoering geven aan de bestuurlijke besluitvorming (dec.'21) over de demarcatie en de daarop gebaseerde verdere uitwerking (w.o. het project TIELD). Voor mogelijke spoedeisende aanpassingen/ kosten, financiële middelen opnemen. De (externe) ontwikkelingen rondom duurzaamheid en de daarbij behorende vereisten, vertalen in concreet eigen - en passend VNOG beleid en de daarop uit te voeren plannen.
50%
84.000
Kapitaalslasten: vereiste aanpassingen (alarm)installaties en overige aanpassingen voor 3 jaar.
42.000
50%
400.000
Berekening: vervroegd vervangen accu's van 40 voertuigen à € 10K per voertuig
200.000
Het beleid voor thuiswerken is uitgewerkt en de mogelijkheden daartoe worden gefaciliteerd. De verwachting is dat de medewerkers van VNOG gemiddeld ongeveer voor de helft van de tijd thuis zullen werken. In de periode van overbrugging (na vertrek Europaweg en voor het betrekken van de nieuwe locatie in Apeldoorn) is mogelijk het thuiswerk'aandeel' hoger. Verwachte meerkosten voor thuiswerken opnemen in weerstandscapaciteit. 14 Digitale verstoring, onder meer vanwege cybercrime. Vanuit het plan van aanpak Baseline informatieveiligheid (BIO) Belemmerd worden in de uitvoering van crisis- en incidentbestrijdingsactiviteiten en wordt in de toekomstige investeringsplannen voorzien in ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door verstoring van de systemen voor de informatie- en uitwijkmogelijkheden voor uitvoering van kritische ICT processen en telecommunicatietechnologie. ICT omgeving wordt geraakt door defecten infrastructuur of hardware, centralisatie van beheer bij de toegang van mensen en systemen tot leverancier kan niet leveren, cybercrime. faciliteiten. Voor externe ondersteuning bij monitoring en beveiliging van ICT-systemen werkt VNOG landelijk samen met collega's. Daarmee wordt het risico óp en de impact ván een volgende hack verminderd maar blijft wel bestaan. Daarnaast ontwikkelt cybercrime zich snel en wordt ook steeds vernuftiger zoals blijv.