A14 - VNOG - Aanbiedingsbrief jaarstukken 2024 en concept begroting 2026-2029 D457188
Tekst van het document
Hoogte: De maximale hoogte is € 780.000, vanuit de post prijscompensatie is incidenteel € 416.000 gestort, AB-besluit 14 december 2023 Duur: t/m eind 2026 Mutaties: AB besluit
13. Egalisatiereserve Meldkamer Oost-Nederland (MKON) – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking − Doel: met het afsluiten van het convenant tussen de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel over de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland (onderdeel: Meldkamer Brandweer/Multi, MKON-MKBM) is besloten tot het instellen van een egalisatiereserve voor de gedeelde kosten. In het convenant is daarover het volgende opgenomen: “Het resultaat zoals verantwoord in het programma MKONMKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken aan de bestemde reserve MKON-MKBM.” Dit convenant is door alle vijf betrokken algemeen besturen in 2023 bekrachtigd. Deze egalisatiereserve wordt gevormd uit de middelen die door de vijf veiligheidsregio’s worden ingezet ter dekking van de kosten van de MKON-MKBM. − Hoogte: (nog) niet bepaald. Op termijn kan de werking van de reserve door de vijf veiligheidsregio’s worden geëvalueerd en kan er mogelijk een plafond worden afgesproken. Het meerdere dat uitstijgt boven het plafond kan vervolgens terugvloeien naar de vijf regio’s conform de financiële verdeelsleutel − Duur: geen einddatum − Mutaties: het resultaat zoals verantwoord in het programma MKON-MKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken 14.
Bedrijfsvoeringsreserve − Doel: algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) en knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. Is onderdeel van de weerstandscapaciteit. − Hoogte: De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal 8 . − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten
Ter overbrugging zijn de tijdelijk bespaarde (huur)lasten (v.a. eind 2023) toegevoegd aan deze reserve, de hierop betrekking hebbende kosten voor (tijdelijke) huisvesting zullen de komende jaren (weer) uit deze reserve vloeien. Dit onderdeel verloopt budgettair neutraal en moet niet worden meegerekend bij de bepaling van de maximale hoogte van de bedrijfsvoeringsreserve.
8
Pagina 67 van 74
Bijlage 5. Overzicht taakvelden en beleidsindicatoren Taakvelden uitgaven
inkomsten
Begroting 2026
Begroting 2026
Taakveld
Omschrijving taakveld
0.1
Bestuur
0.4
Overhead
15.569.957
289.000
0.5
Treasury
1.361.000
1.361.000
0.8
Overige baten en lasten
1.984.898
0.10
Mutaties reserves
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
TOTAAL
0
431.600
4.457.000
63.188.965
76.429.420
82.536.420
82.536.420
Voor dit overzicht zijn nog niet de nieuwe definities van het taakveld overhead gebruikt.
Beleidsindicatoren In de voorschriften van het BBV is een basisset van 39 beleidsindicatoren opgenomen. De beleidsindicatoren zijn niet genormeerd door het rijk. De volgende indicatoren moet VNOG opnemen: Indicator
begroting 2025
begroting 2026
Formatie: aantal FTE per 1.000 inwoners
0,45
0,46
Bezetting: aantal FTE per 1.000 inwoners
0,37
0,44
€ 18,49
€ 18,09
Apparaatskosten: kosten per inwoner Externe inhuur: kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
0,53%
0,61%
Overhead: % van totale lasten
18,86%
18,51%
bezetting 31-12-2024
Ook hier zal het percentage overhead wijzigen door de verdeling van salarissen tussen overhead en crisisbeheersing en brandweer.
Pagina 68 van 74
Bijlage 6. Geprognotiseerde meerjarenbalans In het BBV is opgenomen dat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans moet worden opgenomen in de begroting (artikel 22 en 23 – BBV):
Begrotingsjaar T
2026
bedrag x 1000 Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
T-2 31-12-2024 40.801
T-1 31-12-2025 83.506
T 31-12-2026 97.406
T+1 31-12-2027 91.847
T+2 31-12-2028 85.133
T+3 31-12-2029 75.777
40.801
83.506
97.406
91.847
85.133
75.777
Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
8.174 851 3.392 12.417
1.221 851 3.392 5.464
2.059 851 3.392 6.302
1.207 851 3.392 5.450
26 851 3.392 4.269
2.877 851 3.392 7.120
Totaal Activa
53.218
88.970
103.708
97.297
89.402
82.897
31-12-2024 22.717 1.580 19.125 43.422
31-12-2025 21.160 1.730 56.284 79.174
31-12-2026 17.135 1944 74.833 93.912
31-12-2027 14.365 2.170 70.966 87.501
31-12-2028 13.011 2395 64.200 79.606
31-12-2029 11.648 2620 58.833 73.101
4.876 4.920 9.796
4.876 4.920 9.796
4.876 4.920 9.796
4.876 4.920 9.796
4.876 4.920 9.796
4.876 4.920 9.796
53.218
88.970
103.708
97.297
89.402
82.897
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva
Pagina 69 van 74
Bijlage 7. Kredieten 2026-2029 bedrag in € Soort activa
Materieel
Inventaris
PBM Comm.
Paraat
Kredietomschrijving Voertuigen, aanhangers en boten
Piket
Voertuigen AC/OIV/AGS/FBO/TBO/(H)OvD/CvD
Dienst
Voertuigen en aanhangers (aggregaten)
Overig
Logistieke hulpmiddelen (Red)gereedschappen, apparatuur, armaturen e.d.
(H)OvD, CvD, AGS, FBO, TBO
Inventaris AGS, apparatuur PPMO
Personeel
Pakken, laarzen, helmen
WO
PBM W atervoeren-de armaturen
Gis.comp. Infrastruc./ Server/ Netwerk
GHOR appl.syst.
Huisvesting Facilitair
1.248.000
33.000
1.248.000 1.281.000
16.500
16500 346.000
43.000
Duikuitrusting en -apparatuur
19.000
63.000
61.000
Verbindingsapparatuur, schermen e.d.
277.000
27.000
627.000
27.000
958.000
39.000
185.000
70.000
36.000
330.000
25.000
315.000
Ademlucht(apparatuur), was-/droogapparatuur Slangen(apparatuur)
43.000
130.000
143.000
340.000
350.000 80.000
Apparatuur
18.000
ICT: infrastructuur, applicatiesoftware e.d.
263.000
GHOR voertuigen (Citty Giss)
805.000
166.800
350.000 70.000
85.000
1.040.000
973.000
479.000
1.715.000
18.000
43.000
Telefonie (w.o.MON) ICT Smartphones GBM GHOR C2000
1.276.000 170.000
130.000
Werkstat. (w.o.MON) Gebruikersmiddelen ICT
Comm. / ICT
totaal 23.343.000
0 0
Auto/ techniek/ metaal Compressoren, hefbrug, diagnose apparatuur
Werkplaats
1.254.000
1.078.000
Apparatuur
PPMO baan
C2000
22.000
jaar 2029
0
Tankautospuit HV WVD/Vakbekw.heid
jaar 2026 jaar 2027 jaar 2028 21.210.800 2.132.200
30.000
43.000
116.000
115.000
120.000
145.500
547.300
Verbindings(apparatuur)
50.000
Bouw/renovatie
Aanpassing gebouwen, zeecontainers
176.000
73.000
89.000
46.000
384.000
Install./Invent.
Toegangsbeheer, inbraakbev.,laadpalen
361.000
447.000
171.000
213.000
1.192.000
Krediet jaarlijkse vervanging
91.000
136.000
59.000
68.000
354.000
Jaarlijkse vervanging en overig meubileir
569.000
261.000
87.000
185.000
1.102.000
25.866.600
5.001.700
3.654.000
1.627.500
36.149.800
Audio.V.M. Meubilair/app.
Totaal kredietaanvraag
Pagina 70 van 74
50.000
Bijlage 8. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s Gekwantificeerde risico's Nr.
Risico's en oorzaken Beheersmaatregelen Kans in % 1 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, na Na de afstemming die heeft plaatsgevonden tussen de gemeenten en 50% de invoering van de nieuwe Omgevingswet. VNOG t.a.v. de uit te voeren dienstverlening, is het de bedoeling om eind Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod 2024 een nieuw dienstverleningsconcept vast te stellen. Hiermee ontstaat van de VNOG. evenwicht tussen vraag en aanbod. De ervaringen hiermee zullen verder duidelijk (moeten) worden in 2025. Voor zolang wordt nog (beperkt) rekening gehouden met mogelijke inhuur van extra personeel om (tijdelijk) synchroom oude - (preventist) en nieuwe taken uit te voeren.
bedrag 200.000
Effect in euro's toelichting berekening Inhuur 2 fte (à € 100.000) voor uitvoering synchroon van taken oud en nieuw bij invoering per 1-1-2024 van de Omgevingswet, voor 1 jaar.
Weerstands100.000
2 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes Door vergrijzing is uitstroom van vrijwilligers te verwachten. Daarnaast is er meer verloop onder brandweervrijwilligers en zijn zij dus minder lang aan een brandweerkorps verbonden (dit is een maatschappelijke trend bij vrijwilligers in het algemeen). Ook is er sprake van schaarste bij het vinden van nieuwe vrijwilligers door (algehele) krapte op de arbeidsmarkt, met als gevolg alternatieve keuze mogelijkheden en - druk voor de mensen. 3 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding, geeft risico op fouten, uitval en sancties (Arbeidstijden). Bij een aantal kazernes (w.o. bij kazernering) is sprake van onvoldoende personele repressieve capaciteit (m.n.vrijwilligers).
Naast organiseren en participeren in activiteiten en acties die de binding van vrijwilligers bevorderen, is het opstellen en uitvoeren van strategische personeelsplanning (leeftijdsopbouw, gespreks-cyclus, opleidingsplan), per district en per post, van belang. Ook moeten er meer inspanningen worden gedaan c.q. kosten worden gemaakt om nieuwe mensen te werven. Naast sturing op voldoende inzet repressieve capaciteit (vrijwilligers); uit/doorvoeren nieuwe dagdienstregeling (beroeps)medewerkers. Ontwikkeling risico houdt verband met uitwerking bouwsteen Verplichtend Karakter (vrijwilligers).
70%
558.000
Kosten opleiden 10% meer te werven vrijwilligers: 8 per jaar. Opleidings- en bijkomende kosten € 17.000 per jaar, voor 3 jaar. Werving nieuwe vrijwilligers: € 50.000 p.j. voor 3 jaar.
391.000
10%
50.000
Mogelijke boete i.h.k.v. de arbeidstijdenwet. Berek.: max. 50 medew., boete € 200 per dag (max. 5 dagen).
5.000
4 Prijsstijgingen (boven reguliere aanpassing) o.a. voor brandweermaterieel en -materiaal. Wereldwijde ontwikkelingen van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de (grondstof)prijzen w.o. die van energie en katoen, stijgen. Daarnaast brengen voortschrijdende ICTontwikkelingen, waarbij investeringen worden vervangen door jaarlijkse kosten, mogelijk extra (licentie) kosten met zich. Hogere kosten blijven hierbij voor VNOG, omdat er geen mogelijkheid is van nacalculatie. De prijsstijgingen kunnen worden versterkt door een gebrekkige marktwerking voor (specifiek) brandweermaterieel en -materiaal.
Doorrekenen financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) van mogelijke prijsstijgingen van (gebruiks)goederen (w.o. brandstof en kleding) en ICT-dienstverlening. Mogelijke prijsstijgingen van te vervangen (blus)voertuigen zijn separaat opgenomen. Bij grotere volumes en eigen eisen, kan de VNOG zelfstandig aanbesteden i.p.v. in NIPV verband.
70%
760.000
Stijging prijzen goederen en materialen (w.o. energie-, brandstofkosten en kleding) en (licentie)kosten boven reguliere index. Kosten per jaar € 12,5 mln., onderscheiden naar stijgingsperc. van 15%, 5%, 4% en 2,5% voor resp. € 2,5 mln., € 2 mln., € 4 mln. en € 4 mln.
532.000
5 Niet tijdig realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieelspreidingsplan (MSP) brandbestrijding t.a.v. materiële kosten. Vertraging vervanging (m.n. door prijsstijgingen en schaarste van grondstoffen) en voortschrijdende inzichten bij vervanging materieel, leiden tot latere besparingen op de exploitatiekosten.
Doorrekenen incidentele financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) t.a.v.uitgestelde realisatie besparingsmogelijkheden materiële kosten bij vertraging uitvoering MSP.
50%
91.000
46.000
6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren t.a.v. aantallen vrijwilligers. Nagaan/volgen of de minder grote krimp van de vrijwilligersbezetting kan De krimp van het repressief beroepspersoneel en/of de vrijwilligers is minder groot door voorschrijdende worden opgevangen binnen de lopende budgetten/begrotingen. inzichten betreffende het benodigde aantal mensen (vrijwilligers) voor represieve inzet (per kazerne) in samenhang met de inzet/herschikking van het beschikbare/benodigde materieel.
70%
150.000
Besparingen op materiële kosten ontstaan later bij opschuiving vervangingsplan materieel van 2022-2025 naar 2024-2027. Eenmalig niet gerealiseerde besparing (onderhoudskosten) 2026. Berekening extra kosten vrijwilligers bij minder grote krimp aantal (76 i.p.v. 118) . Kosten vergoedingen, opleidingen en trainingen voor het jaar 2026 (laatste jaar Toekomstvisie).
7 Uitval voor repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen Op voorraad zetten/houden en alloceren van extra (vervangend) materieel voertuigen/brandweermiddelen. (w.o. onderdelen) voor brandbestrijding. Defect materieel kan niet tijdig gerepareerd worden, omdat onderdelen niet voorradig zijn. Heeft verband met schaarste grondstoffen en een beperkt aantal (overgebleven) leveranciers van brandweermaterieel en -materiaal.
30%
90.000
Pagina 71 van 74
Berekening inhuurkosten (voor 3 jaar) benodigd voor vervangend materieel €. 30.000 per jaar.
105.000
27.000
Naast de financiële gevolgen (voor de egalisatiereserve) van de huidige (najaar '24) bekende en verwachte prijsstijgingen - welke zijn/worden verwerkt in de Kadernota-/ Begroting 2026 - extra prijstijgingen voor nog aan te schaffen materieel, als risico doorrekenen (voor weerstandscapaciteit).
50%
333.750
Berekening kapitaalslasten voor 3 jaar bij een (extra) stijging van 10% van de prijzen voor de vervangingen (15 mln.) van nog aan te schaffen materieel.
167.000
9 Onvoldoende oefenmogelijkheden voor oefenen onder realistischer omstandigheden voor VNOG is bezig de voorwaarden in te vullen waardoor de Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. vakbekwaamheidspleinen (weer) voldoen aan de eisen. Bij onvoldoende Oefenmogelijkheden op VNOG-vakbekwaamheidspleinen worden beperkt bij het niet voldoen aan eisen mogelijkheden om met eigen faciliteiten de vakbekwaamheid op peil te van RI&E (omissies vastgesteld voor ASK). Mogelijk huur van extene locaties brengt extra kosten met zich. houden, zou gekeken kunnen/moeten worden naar het gebruik van externe locaties.
30%
25.000
Incidenteel extra kosten ter overbrugging i.v.m. voldoen vakbekwaamheidslocaties aan eisen.
8.000
10 Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan. Elektrificatie van het wagenpark is een maatregel van VNOG om duurzaam mobiel te blijven. Een onzekere factor hierbij is of zich extra onderhoudskosten zullen voordoen met name wanneer blijkt dat de levensduur van de accu's korter is dan de afschrijvingstermijn van de voertuigen. Daarnaast is er risico op extra kosten door aanvullende eisen/wensen (w.o. eisen ander rijbewijs). 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en/of (wettelijke) eisen (w.o. de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E)). Zolang nog niet alle (gemeentelijke) kazernes voldoen aan de afgesproken - en/of wettelijke vereisten, is onzeker wie de kosten voor mogelijke (spoedeisende) aanpassingen/inrichtingen gaat betalen.
Bij de aanbesteding en aanschaf van de voertuigen wordt informatie ingewonnen/verkregen over de technische specificaties en mogelijkheden, gerelateerd aan een passend gebruik door VNOG.
30%
500.000
Berekening: vervroegd vervangen accu's/ aanvullende kosten voor (eerst) 40 voertuigen à € 12,5K per voertuig (accu's € 10K en aanvullende kosten/eisen € 2,5K per voertuig).
150.000
Uitvoering geven aan de bestuurlijke besluitvorming (dec.'21) over de demarcatie en de daarop gebaseerde verdere uitwerking (w.o. het project TWIELD). Voor mogelijke spoedeisende aanpassingen/ kosten, financiële middelen opnemen.
50%
600.000
Kosten spoedeisende verbouw/aanpassing/inrichting kazernes opnemen voor 5 kazernes à € 120.000
300.000
12 Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voorschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/laarzen), versneld te worden vervangen.
Vervanging van bluskleding en - laarzen vindt periodiek (eens in de 7 jaar) plaats. VNOG zal de verwachte(externe) ontwikkelingen rond PFAS eisen en - regelgeving nauwgezet volgen en daarop ook het eigen beleid t.a.v. vervanging van materialen afstemmen.
50%
900.000
Berekende investering vervanging kleding en laarzen € 1.800.000 (per 7 jaar), bij afstoot helft levensduur: desinvestering € 900.000.
450.000
13 Extra kosten tijdelijke huisvesting (w.o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel. De benodigde tijdelijke huisvesting in de periode ter overbrugging vertrek Europaweg en de nieuwe accomodatie (huisvesting 1-post.), vereisen aanpassingen benodigde faciliteiten voor o.a. de crisisorganisatie en ook voor het werken op kantoor en thuis.
Het beleid voor thuiswerken is uitgewerkt en de mogelijkheden daartoe worden gefaciliteerd. De verwachting is dat de medewerkers van VNOG gemiddeld ongeveer voor de helft van de tijd thuis zullen werken. In de periode van overbrugging (na vertrek Europaweg en voor het betrekken van de nieuwe locatie in Apeldoorn) zal ook de crisiorganisatie elders tijdelijk moeten worden gehuisvest. Verwachte meerkosten voor (extra) verbindingen en thuiswerken opnemen in weerstandscapaciteit.
50%
200.000
Berekening kosten (meer) thuiswerken voor 50% van (300) medewerkers. Aanpassingen/extra faciliteiten thuiswerkplek (€ 500 over 3 jaar). Extra kosten verbindingen t.b.v. crisisorganisatie € 125.000.
100.000
14 Digitale verstoring, onder meer vanwege cybercrime. Belemmerd worden in de uitvoering van crisis- en incidentbestrijdingsactiviteiten en ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door verstoring van de systemen voor de informatie- en telecommunicatietechnologie. ICT omgeving wordt geraakt door defecten infrastructuur of hardware en/of cybercrime waardoor leverancier niet kan leveren.
Vanuit het plan van aanpak Baseline informatieveiligheid (BIO) wordt in de toekomstige investeringsplannen voorzien in uitwijkmogelijkheden voor uitvoering van kritische ICT processen en centralisatie van beheer bij de toegang van mensen en systemen tot faciliteiten. Voor externe ondersteuning bij monitoring en beveiliging van ICT-systemen werkt VNOG landelijk samen met collega's. Daarmee wordt het risico óp en de impact ván een volgende hack verminderd maar blijft wel bestaan. Daarnaast ontwikkelt cybercrime zich snel en wordt ook steeds vernuftiger zoals blijv. blijkt uit misbruik van Artificial Intelligence (AI).
30%
500.000
Kosten opheffen gijzeling c.q. gevolgen hacks e.d. (o.b.v. cijfers hack 2020).
150.000
15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers). Door onjuiste (aansluiting) basisgegevens; onjuiste toepassing cao -/fiscale regelingen en onvoldoende controles/ - kennis, kunnen berekende salarissen/vergoedingen te hoog zijn en/of leiden tot boetes / eindheffing (ATW, WKR, Loonheffing, reiskosten, IKB).
Doorvoeren interne controle -/beheersmaatregelen, procesbewaking, procedurevastleggingen en kennisverbetering medewerkers. Voor de verschillende risico zijn/worden maatregelen getroffen. Zo is voor de FLOuitvoering externe ondersteuning aangetrokken, krijgt de uitvoering van de (fiscale) Werkkostenregelingen specifieke aandacht en loopt een project aansluiting van (basis)gegevens tussen systemen.
10%
450.000
Berekening o.b.v. percentage personele kosten 1% van € 45 mln. (beroeps + vrijwilligers).
45.000
8 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen van blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
Pagina 72 van 74
16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. bij aanbestedingen). De inkoopdiscipline wordt niet altijd tijdig en juist betrokken in het proces van inkoop en inhuur. De gevolgen hiervan zijn mogelijke claims van leveranciers. Ook is er risico op onrechtmatigheid bij mogelijke (niet juiste) aanbestedingen. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel (na dienstongevallen) en stijging verzekeringspremie. Door veranderingen in de verzekeringsmarkt, wijzigen de mogelijkheden van dekking bij (personele) aanspraken/- schades.
Beleid en (centrale) sturing op het inkoop(proces) resp. verduidelijken en verbeteren en VNOG-breed inzichtelijk maken bij welke inkopen er sprake is/kan zijn mogelijke aanbestedingsplicht. Voorkomende claims zijn, met inzet van externe juristen, tot op heden onterecht gebleken. De personele aanspraken na een dienstongeval worden/zijn voor alle veiligheidsregio's gelijk getrokken. Ter behartiging van de collectieve belangen is landelijke een expertise bureau en waarborgsom opgericht. Onderzocht wordt de mogelijkheid om minder te verzekeren en schades als collectief te dragen. Het eigen risico kan dan meer gaan fluctueren.
10%
150.000
Berekening o.b.v. percentage en volume inkoop (w.o. investeringen) 0,5% van € 30 mln.
15.000
10%
300.000
Voor het risico van premiestijging(en) voor de sector en/of stijging van het eigen risico (aandeel) van VNOG, € 100.000 p.j. opnemen voor 3 jaar.
30.000
18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bv. nieuwe taken.
Inbreng in begrotingsproces NIPV.
10%
85.500
Berekend risico: stijging 5% huidige bijdrage € 570.000, voor 3 jaar.
9.000
19 Stijging financieringskosten bij aantrekken financiering d.m.v. leningen (vreemd vermogen). Door stijging van het rentepercentage kunnen de kosten voor (her)financiering toenemen.
In de berekende weerstandscapaciteit rekening houden met een stijging van de rente.
50%
900.000
Berekening: verwachte (her)financiering in de periode 2025 t/m 2029: € 40 mln. Risico stijging rentepercentage gemiddeld van 3,25% naar 4%, voor 3 jr.
450.000
20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening Plan van aanpak AVG is uitgewerkt. Het bewustzijn voor privacygegevensbescherming (AVG)). schendingen wordt scherp gehouden o.a. door een awereness Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige programma en het üpdaten van het werwerkingsregister. De uitvoering gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. en vastlegging van processen (blijven) toetsen en waar nodig verbeteren.
10%
300.000
Mogelijk bedrag boete per overtreding € 300.000. Kans relatief gering.
30.000
21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt. 22 Wegvallen OTO-stimuleringsgelden specifieke omgeving ‘LCMS-GZ’. De aansluitkosten (voor de OTOmodule) stijgen na het wegvallen van de subsidie vanuit het regionaal netwerk acute zorg. Hierdoor verdubbelen de kosten voor de zorgpartners en/of VNOG voor de aansluiting van de OTO-module.
10%
250.000
25.000
70%
75.000
Mogelijke extra kosten voor uitvoering organisatie OVGD'en voor 2 jaar. Evaluatie risico na 1e jaar uivoering. Mogelijk kosten voor VNOG € 25.000 per jaar, opnemen voor 3 jaar. Totaal weerstandscapaciteit
3.188.000
Ervaring opdoen met de uitvoering van deze wettelijke activiteit door de VNOG waardoor inzicht ontstaat welke mogelijke extra kosten daarmee gemoeid zijn. Het gebruik van 'LCMS-GZ' is in belang van VNOG/GHOR. Onderzocht wordt waar de extra kosten komen te liggen bij het wegvallen van de subsidie (op 50% van de kosten) .
Pagina 73 van 74
53.000
Nr.
Risico's en oorzaken
Niet kwantificeerde risico's Beheersmaatregelen
Kans in % bedrag
1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o. relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst van het afgeronde project Taakdifferentiatie -n.a.v. Europese eisen omtrent gelijkschakeling van rechtspositie tussen beroeps - en vrijwillige brandweer- is dat consignatie en kazernering van vrijwilligers t.z.t. niet meer kan en mag. Alternatieven hiervoor, zoals parttime aanstellingen, zullen resulteren in hogere personeelskosten .
In een zgn. bouwsteen Verplichtend Karakter worden de alternatieven voor het afschaffen van consignatie en kazernering bij vrijwilligers, uitgewerkt. De VNOG is nauw betrokken bij het opstellen van een implementatieplan voor geheel brandweer Nederland.
2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. Bij het later vervangen van bestaande blusvoertuigen, a.g.v. latere levering van de nieuwe, neemt het risico op hogere onderhoudskosten toe.
Vooreerst beoordelen of de financiële gevolgen van de hogere onderhoudskosten bij latere vervanging blusvoertuigen, kunnen worden opgevangen binnen de bestaande begroting en daarnaast het selectief beoordelen van het in te ruilen materieel, zodat het beste het langst kan worden ingezet.
Effect in euro's toelichting Voor verwachte hogere personeelskosten (bij overgang van vrijwilligheid naar parttime dienstverbanden) wordt voor het generieke landelijke aandeel van vrijwilligers, gerekend op een compensatie vanuit rijks-/ gemeentelijke middelen. Mogelijke toename van de kosten, in eerste instantie opvangen binnen de bestaande begroting van M&L en daarnaast kijken naar langere inzet van het bestaande materieel.
N.a.v. de ervaringen met COVID-19, is een pandemie als worst-case 3 Onvoldoende financiële middelen voor (toekomstige) crises. scenario, (opnieuw) tegen het licht gehouden. Er zal voldoende (in)zicht Voortschrijdende ontwikkelingen w.o. bezuinigingen bij (decentrale) overheden kunnen leiden tot moeten komen op welke wijze de (v.a. 2023) bijgestelde BDuR-gelden ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor de inzet van mensen (o.a. t.b.v. mogen/kunnen worden ingezet en wat de gevolgen zijn van de in 2024 coördinatietaken) en middelen door VNOG bij (toekomstige) crises. Concreet is daarbij de voorgenomen bezuiniging in 2024 op de eerdere verhoging van de BDuR in 2022 voor dit doel, een forse aangekondigde bezuinigingen op de BDuR. Gesprekken met de gemeenten over het demarcatievraagstuk, hebben Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. 4 bedreiging. geleid tot afspraken daaromtrent. Al-werkende-weg zal volledig(er) De uitwerking/uitvoering van de bestuurlijk vastgestelde demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers. Dit risico raakt ook de hierop betrekking hebbende inzicht (moeten) worden verkregen over de uitvoering en de mogelijk aanvullend te maken afspraken. stijging van volume qua inkopen. 5 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS/stikstof.
Op bepaalde locaties die VNOG gebruikt is sprake van PFAS Bij in gebruik zijnde kazernes en oefenterreinen is sprake van PFAS verontreiniging. De omvang hiervan verontreiniging. Ook kan de aanwezigheid van stikstof beperkingen met en de mogelijk bijkomende kosten, zijn/worden nader onderzocht. Daarnaast kan stikstof beperkingen zich brengen. Onderzocht wordt /is of/welke maatregelen moeten met zich brengen bij verdere ontwikkelingen zoals (ver-/nieuw)bouw en verdere aanpassingen van de worden uitgevoerd en wat de bijbehorende kosten zijn. Hierover vindt (vervolgens) verdere afstemming plaats met de gemeente (als eigenaar door VNOG gebruikte (oefen) terreinen van de kazernes). 6 Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a.g.v. uitvoering van (repressieve) taken. Posttraumatische stressstoornissen komen ook voor bij Landelijk wordt (meer) aandacht gevraagd voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken bij medewerkers/vrijwilligers van veiligheidregio's die werkzaam zijn in de crisisbeheersing en rampenbestrijding. Dit geldt met name voor de Veiligheidsregio's. repressieve taken uitgevoerd door brandweerzorg. 6 Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post.
Mede in het kader van de nieuwe één-post in Apeldoorn wordt bezien hoe de organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn vorm gegeven De roostering en het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste gaat worden. Hierbij worden bestaande vraagstukken over de roostering (brandweer)kwalificaties is (nog) een risico c.q. uitdaging, na realisatie van 1-post in Apeldoorn enerzijds en het beschikbaar hebben van voldoende beroepsmedewerkers met de vereiste brandweerkwalificaties anderzijds in evenwicht gebracht. Indien nodig komen wij hier in toekomstige kaderno-ta’s/begrotingen op terug.
Pagina 74 van 74
VNOG volgt de landelijke ontwikkelingen t.a.v. de verwachte onderzoeken naar het gebruik/aanwezigheid van PFAS/stikstof bij (overheids) gebouwen.
VNOG kijkt wat hierbij qua aanpak (landelijk) van belang wordt gevonden en welk afwegingskader daarvoor gaat gelden.
BEGROTING 2026-2029 IN ÉÉN OOGOPSLAG
GHOR
Hattem Oldebroek Elburg
Brandweer Noord- en Oost-Gelderland, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en de meldkamer zijn onderdeel van onze veiligheidsregio. Samen werken wij aan een veilige en gezonde samenleving. Voor 22 gemeenten voeren wij de wettelijke taken uit rond brandweerzorg, hulp bij ongelukken, rampen en crisis. Het voorkomen daarvan en het beperken van schade.
Harderwijk
Nunspeet
56 brandweerposten
Heerde
1280 vrijwilligers 357 beroepsmedewerkers
Epe
Ermelo
Putten Voorst Apeldoorn Lochem
Zutphen Brummen Berkelland
Bronckhorst
Oost Gelre Winterswijk
Doetinchem
870.000 inwoners
25% bos en heide
22 gemeenten
3000 km² Montferland
Aalten Oude IJsselstreek
HET BEGROTINGSTOTAAL VAN VNOG IS: € 82.536.420,DIT WORDT BETAALD DOOR:
INKOMSTEN
€ UITGAVEN
€
Rijk (BDUR)
€ 10.666.000,-
Gemeenten o.b.v. algemene verdeelsleutel
€ 58.039.000,-
Gemeenten o.b.v. individuele afrekening
€
3.256.500,-
Oost 5 inzake MKON
€
4.310.920,-
Onttrekking aan reserves
€ 4.457.000,-
Overig
€
Totaal
€ 82.536.420,-
1.807.000,-
ONZE HOOFDKOSTENSOORTEN:
ONZE PROGRAMMA’S KOSTEN:
Personeel
€ 39.149.490,-
1. Risico- & Crisisbeheersing
Vrijwilligers
€ 9.597.800,-
2. Brandweerzorg
€ 36.922.455,-
Kapitaallasten
€ 10.063.000,-
3. Geneeskundige Hulporganisatie
€ 2.384.700,-
Exploitatiekosten
€ 23.726.130,-
4. Meldkamer Oost-Nederland
€ 5.728.340,-
5. Directie - Control - Staf
€
6. Bedrijfsvoering
€ 19.401.778,-
7. Algemene Dekkingsmiddelen
€ 4.298.977,-
8. Kazernes & Overgangsrecht
€ 3.256.500,-
Totaal Programma’s 5 tot en met 8
€ 82.536.420,€ 27.809.955,-
Totaal
€82.536.420,-
ERVARINGSCIJFERS UITRUKKEN
Automatisch alarm Brand (prio 1 en 2) Hulpverlening (prio 1 en 2)
2024
703
Automatisch alarm
432
1.880
Brand (prio 1 en 2)
1.394
514
852.700,-
WEERSTANDSVERMOGEN
2023
2022
€ 9.690.970,-
Automatisch alarm
492
Brand (prio 1 en 2)
1.243
Hulpverlening (prio 1 en 2) 1.924
Hulpverlening (prio 1 en 2) 1.737
VNOG heeft met de 22 gemeenten afgesproken dat de verhouding tussen de daarvoor beschikbare reserves en de optelsom van de financieel gekwantificeerde risico’s tussen de 1 en 1,4 moet blijven.
WEERSTANDSVERMOGEN VNOG
Totaal
3.097
Totaal
3.750
Totaal
3.472
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 3.965.433,-
GRIP 1
11
GRIP 1
7
GRIP 1
13
Benodigde weerstandscapaciteit
€ 3.188.000,-
GRIP 2
2
GRIP 2
0
GRIP 2
1
ratio
1,2
Voorlopige
Jaarstukken 2024
27 maart 2025
Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 2. Het resultaat 2024
3 4 7
I. Jaarverslag 3. Programmaverantwoording Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Programma 2. Brandweerzorg Programma 3. GHOR Programma 4. Meldkamer Oost Nederland Programma 5. Directie, Control en Staf Programma 6. Bedrijfsvoering Programma 7. Algemene Dekkingsmiddelen Programma 8. Brandweerkazernes in eigendom, etc.
10
4. Paragrafen 4.1. Weerstandsvermogen en risicomanagement 4.2. Onderhoud kapitaalgoederen 4.3. Financiering 4.4. Crisesparagraaf 4.5. Voortgang besteding extra BDuR-middelen 4.6. Bedrijfsvoering 4.7. Verbonden partijen 4.8. Openbaarheidsparagraaf 4.9. Toekomstparagraaf
32
II. Jaarrekening 5. Balans per 31 december 2024 6. Overzicht van baten en lasten 6.1. Verklaring resultaat 2024 op hoofdlijnen 6.2. Specificatie per programma
65 67
7. Waarderingsgrondslagen 8. Toelichting op de balans 9. Incidentele baten en lasten 10. Single Information Single Audit (SISA) 2024 11. Wet Normering Topinkomens (WNT) 12. Rechtmatigheidsverantwoording 13. Overzicht taakvelden en beleidsindicatoren 14. Overzicht af te sluiten en over te hevelen kredieten
83 85 96 97 98 100 101 102
Bijlagen – niet behorende tot de gecontroleerde jaarrekening Bijlage 1. Kerngegevens Bijlage 2. Stand Toekomstvisie-Opdrachten Bijlage 3. Prestatiekaart 2024
105
Pagina 2 van 108
Voorwoord Voor u liggen de Jaarstukken 2024 van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). De onrust in de wereld houdt aan en er vinden ingrijpende veranderingen plaats. Ook in 2024 hebben we dit ervaren. De dreigingen en risico’s veranderen, de samenleving verandert en ook VNOG moet zich daarop aanpassen. In 2024 zijn thema’s als de weerbaarheid van de samenleving, veerkracht en zelfredzaamheid nadrukkelijk op de agenda gekomen. De veiligheidsregio’s spelen hier al een rol in en die rol gaat in afstemming met het Rijk mogelijk groter worden. Hoe dan ook is samenwerking cruciaal en dat blijft het ook. VNOG heeft hier in 2024 dan ook weer aan gewerkt: internationaal, nationaal, regionaal en lokaal; met onze gemeenten, de GGD, onze buurveiligheidsregio’s in de Oost-5 samenwerking, met landelijke partners zoals het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV) en met de Duitse collega’s. In 2024 is het nieuwe regionale beleidsplan voor de periode 2025-2028 tot stand gekomen, na uitgebreide afstemming met de raden en de hulpverleningspartners. Ook het regionaal risicoprofiel is vernieuwd. Voor de komende beleidsperiode hebben we de ontwikkelingen in beeld gebracht en hebben we nieuwe speerpunten benoemd, aansluitend op de gesignaleerde risico’s en ontwikkelingen. Het nieuwe beleidsplan vormt de basis voor ons werk voor de komende vier jaren.
We zijn trots op het plan dat we in samenwerking met onze partners hebben opgeleverd en willen hier graag mee aan de slag. VNOG heeft in 2024 ook belangrijke stappen gezet op vele andere dossiers. In deze jaarstukken wordt daar uitgebreid over gerapporteerd. Tenslotte heeft VNOG in 2024 haar kerntaken uitgevoerd. We hebben gewerkt aan het voorkomen en beperken van incidenten, door goede advisering, voorlichting en versterking van de zelfredzaamheid, het risicobewustzijn en veilig gedrag. VNOG stond in 2024 ook altijd paraat als er een beroep op ons werd gedaan. Er is enorm veel waardering voor alle mensen die dit mogelijk maken, zowel vrijwillig als beroeps. Het gaat dan om de mensen die op straat of vanuit een actiecentrum een ongeval, ramp of crisis bestrijden, maar ook om de vele mensen die achter de schermen deze inzet mogelijk maken: van meldkamer tot informatievoorziening, van logistiek, onderhoud en aanschaf tot training en opleiding, en van de administratie, financiën en secretariaten tot de bestuursondersteuning en het archief. Vele collega’s hebben aan onze missie gewerkt; daar past een woord van grote dank bij. Alle schakels zijn nodig en waardevol, zodat VNOG onze regio in 2024 een stukje veiliger heeft gemaakt. Namens het dagelijks bestuur VNOG, J.
Joon portefeuillehouder Middelen Medewerkers van VNOG staan dag en nacht klaar om te kunnen optreden bij noodsituaties. Bij heftige incidenten, ongevallen, branden en protestacties. Daarbij laten de collega’s van de brandweer, de crisisorganisatie en GHOR zich van hun professionele kant zien. Ook leveren we een stevige bijdrage aan langdurige crises. Daarbij vervullen we steeds vaker een centrale en verbindende rol. In het online magazine Voorop in Veiligheid lees je hoe we samen werken aan veiligheid! Scan de QR code om het magazine te lezen.
Pagina 3 van 108
1. Inleiding VNOG heeft in 2024 haar Opgaven uitgevoerd, als antwoord op de vragen die de samenleving aan haar stelt. De Opgaven vormden de basis van de begroting 2024 en alle doelstellingen en activiteiten van VNOG zijn aan de Opgaven gerelateerd. Deze Opgaven zijn: − Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) − Opgave 1. Zelfredzaam en risicobewust − Opgave 2. Vakbekwaam en deskundig − Opgave 3. Sterke informatiepositie − Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) VNOG heeft onder andere het volgende gedaan en bereikt op haar Opgaven in 2024: −
−
−
−
−
Opgave 0. Het voorkomen, beperken, bestrijden incidenten, rampen en (langdurige) crises Brandweer, GHOR en Crisisbeheersing zijn altijd in actie gekomen als er een beroep op ons werd gedaan. Diverse nieuwe voertuigen zijn geleverd, na de intensieve voorbereiding en aanbestedingsprocedures in het afgelopen jaar. De ‘Officieren van dienst Geneeskundige Zorg’ zijn sinds 1 januari in dienst van VNOG. En er zijn weer stappen gezet in de versterking van de internationale en interregionale samenwerking. Verder blijft VNOG de opvang van ontheemden uit Oekraïne coördineren voor de 22 gemeenten. Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust In het kader van de nieuwe Omgevingswet is er een Roadshow geweest langs onze gemeenten om de insteek van VNOG bij haar advisering en (on)mogelijkheden te bespreken. In samenwerking met partners is de Denk-vooruit campagne gestart alsmede de uitvoering van de projectfase van de Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrand. De GHOR heeft haar beleid omtrent evenementenadvisering vastgelegd. Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig Naast de uitvoering van de reguliere oefeningen, trainingen en opleidingen worden aan de operationele crisisorganisatie meer vakbekwaamheidsmomenten aangeboden en ook andere, innovatieve manieren van trainen en oefenen. De insteek is een divers en modern aanbod op zowel individueel als teamniveau. Opgave 3.
Sterke informatiepositie Er zijn voorbereidingen getroffen voor het inrichten van een innovatieve tijdelijke afdeling overstijgende werkvorm, de ‘Proeftuin Informatiegestuurd werken’. Er zijn diverse pilots gestart: in de Meldkamer de pilot ‘Virtuele Assistent’, bij de brandweer een pilot met bodycams, voor de GHOR een eerste prototype van de witte informatiebron voor Oost-5. Alle vrijwilligers (ca 1400) hebben een VNOG-account gekregen. Het verwerkingsregister is geactualiseerd. Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) Als opvolger van het afgeronde organisatie-ontwikkelprogramma is gewerkt aan een nieuw programma voor de komende 4 jaren (o.a. duurzame inzetbaarheid, leiderschap). De leerpunten uit de evaluatie van het vorige programma worden daarbij meegenomen. De Financiele verordening en de Controleverordening zijn geactualiseerd n.a.v. nieuwe wet- en regelgeving.
In de loop van 2024 werd de vernieuwde gemeenschappelijke regeling VNOG van kracht. Het uitgebreide (wettelijke) traject hier naartoe liep sinds 2023. Met de vernieuwde regeling voldoet VNOG aan de eisen in de aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen. De raden zijn
Pagina 4 van 108
uitgebreid betrokken geweest bij de totstandkoming van de vernieuwde gemeenschappelijke regeling. In 2024 zijn ook de wettelijk verplichte regionale documenten voor de komende vier jaar (20252028) weer opgesteld. Het gaat om het regionaal risicoprofiel, regionaal beleidsplan (incl. dekkingsplan brandweer) en actualisatie regionaal crisisplan. Bij het opstellen van deze documenten waren in 2024 de raden en partners nauw betrokken; zij hebben zienswijzen en input gegeven. De documenten zijn in december door het AB vastgesteld. Er is in 2024 ook weer verder gewerkt aan de 40 Opdrachten uit de Toekomstvisie. Het overgrote deel van de Opdrachten (35) is inmiddels in de afgelopen jaren afgerond. De resterende vijf Opdrachten zijn opgenomen in het nieuwe regionaal beleidsplan 2025-2028. Het document Toekomstvisie is eind 2024 afgesloten, zodat nu het nieuwe regionaal beleidsplan als richtsnoer voor de komende beleidsperiode beschikbaar is. Er zijn ook weer stappen gezet voor de nieuwe één-post voor Apeldoorn (Veiligheidscentrum/Brandweerkazerne, tevens kantoorlocatie voor VNOG) en voor het thema “duurzaamheid” (o.a. opstellen Klimaatplan). Het overgrote deel van de VNOG begroting bestaat uit de gemeentelijke bijdrage. Maar ook het Rijk doet een bijdrage aan ons werk. Dit is de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR).
In 2022 hebben de veiligheidsregio’s met het Rijk afspraken gemaakt over het verder versterken van (bovenregionale) crisisbeheersing en informatievoorziening. Hiervoor hebben we van het Rijk een structurele aanvulling op de BDuR ontvangen die vanaf 2023 in vier tranches wordt uitgekeerd. Echter, in het najaar van 2024 werd duidelijk dat er mogelijk per 2026 een korting komt op deze BDuR van het Rijk. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet was namelijk opgenomen dat alle specifieke doeluitkeringen, waar de BDuR ook onder valt, in de reguliere gemeentefonds-uitkering zou worden gestort en tegelijk zou daarover een korting van 10% worden toegepast. Dit strookt uiteraard niet met de afspraken die de regio’s met het Rijk hebben gemaakt omtrent de versterkingsopgave, noch met wat in de wet Veiligheidsregio’s hierover is opgenomen, noch met de maatschappelijke ontwikkelingen. De minister erkende dit eind 2024 en heeft laten weten dat de BDuR als specifieke rijksuitkering blijft bestaan. Echter, de 10% korting is intussen al wel per 2026 ingeboekt in de Rijksbegroting en de minister moet op zoek naar dekking wil hij dit terugdraaien (voor VNOG gaat het om € 1,1 mln.). In de Kadernota 2026 zijn eind 2024 diverse scenario’s geschetst hoe deze korting op te vangen, maar lopende de onzekerheid over deze korting is hij nog niet structureel in de begroting verwerkt.
Wel zijn de acties voor de versterkingsopgave rondom crisisbeheersing en informatievoorziening tijdelijk ‘on hold’ gezet, zodat er incidenteel per 2026 wel dekking voor de korting is, mocht hij doorgaan. In de loop van 2025 komt er naar verwachting meer duidelijkheid vanuit het Rijk en kan worden bepaald hoe hier structureel (2027 en verder) mee om te gaan Uitkomsten 2024 - financieel Het resultaat van ca. € 1,8 miljoen komt voort uit diverse oorzaken. Door omstandigheden konden niet alle plannen uit de begroting (helemaal) worden uitgevoerd. In tegenstelling tot voorgaande jaren liggen deze niet in de sfeer van de algemene personeelskosten. De personele lasten zijn volledig besteed (-74k) maar het vrijwilligersbudget hoefde over 2024 niet volledig ingezet te worden (454k). Binnen de exploitatiekosten zijn een aantal posten incidenteel meegevallen (773k)1 en hoefde ook de post Onvoorzien niet te worden aangesproken (250k). Daarnaast is er een positief renteresultaat gerealiseerd (390k): we hebben zowel minder rente op onze 1
Bestaande uit o.a. vakbekwaamheid, verzekeringen/schadelast.
Pagina 5 van 108
leningen betaald dan we (in het najaar van 2022 bij het opstellen van de kadernota) hadden voorzien, als meer rente op onze reserves ontvangen. Dit alles leidt tot ca. € 1,8 miljoen saldo (minder uitgaven dan begroot). Dit is 2% van de totale begroting. Het verwachte resultaat is in lijn met de prognose in de Halfjaarrapportage 2024. De prognose was toen € 2 miljoen waarbij het verschil onder andere wordt veroorzaakt door de door het bestuur eind 2024 besloten overheveling van een aantal budgetten naar 2025. Dit is ten behoeve van activiteiten die al wel in 2024 gestart zijn, maar hun afronding krijgen in 2025. Bij de verdere overwegingen rondom de begroting spelen de (wereldwijde) ontwikkelingen een grote rol. De hele wereld heeft te maken met een onstabiele situatie. Er is een groeiende onzekerheid op allerlei vlakken, zoals grondstofprijzen, energiekosten, klimaatverandering, kosten vanwege de energietransitie, cybercriminaliteit, (geopolitieke) instabiliteit, versterking weerbaarheid en veerkracht van de samenleving, rente & inflatiestijging, vergrijzing, etc. Er treden daarnaast vertragingen op door schaarste. Deze schaarste strekt zich ook uit naar de arbeidsmarkt, waar de krapte het lastig maakt om vacatures in te vullen. Dit alles heeft in potentie grote effecten voor VNOG; voor haar voorbereiding van crisisbeheersing (nieuwe crises, nieuwe taken i.v.m.
het weerbaar maken van de samenleving), de uitvoering van haar bestrijdende taken, maar ook op de realisatie van de begroting. Voor de VNOG als crisisorganisatie is dit een zeer relevante context, die zich echter niet onmiddellijk laat vertalen in financiële termen, zoals in de precieze omvang van de gemeentelijke bijdrage en de grootte van onze reserves en voorzieningen. Voor de bestemming van het resultaat van de jaarrekening volgt een afzonderlijk voorstel aan het algemeen bestuur. Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een samenvattend overzicht van het resultaat 2024. De nadere onderbouwing van het resultaat, alsook de bereikte doelstellingen ten opzichte van de begroting 2024 vindt u terug in hoofdstuk 3. Daar wordt per programma ingegaan op de bereikte doelstellingen en met welk resultaat het programma is afgesloten. Daarna volgen de verplichte paragrafen in hoofdstuk 4. Het tweede deel van de jaarstukken bevat de jaarrekening 2024. Dit deel is vooral financieel van aard. Eerst volgt de balans. In hoofdstuk 6 staat een totaaloverzicht met daarin het resultaat, gesplitst in ‘resultaat voor inzet reserves’ en ‘resultaat na inzet reserves’, zoals de wetgeving voorschrijft. Ook is hier een detailtoelichting op de resultaten per programma opgenomen. Tot slot volgen de waarderingsgrondslagen, een onderbouwing van de balans, diverse verantwoordingen en enkele bijlagen.
Pagina 6 van 108
2. Het resultaat 2024 Het financieel technisch resultaat bedraagt + € 1.793.000. Dit is 2,2% van de begrote lasten ad € 78.000.000. In de programmaverantwoording vanaf hoofdstuk 3 worden de resultaten van de diverse programma’s (na mutaties in de reserves) beschreven. Een voorstel tot bestemming van het resultaat wordt, zoals gebruikelijk in een afzonderlijk voorstel, voorgelegd aan het algemeen bestuur. Het resultaat wordt nader toegelicht bij de betreffende programma’s (in hoofdstuk 3 op hoofdlijnen inhoudelijk; hoofdstuk 6 bevat een verschillenanalyse). In navolgende tabel staan de jaarresultaten over 2022, 2023 en 2024 met een verklaring op hoofdlijnen: Verklaring resultaat op hoofdlijnen
2022
2023
2024
Verschil
Verschil
Verschil
Personeel
313.000
1.105.000
-74.000
Vrijwilligers
402.000
338.000
454.000
Exploitatie
1.023.000
1.539.000
980.000
Kapitaallasten
0
0
0
Renteresultaat
256.000
409.000
390.000
2.510.000
2.832.000
1.793.000
Totaal
Personeel Het budget voor personeel (circa 38,0 mln inclusief MKON-MKBM) is in 2024 volledig besteed. Dit betreft de kosten voor salarissen & sociale lasten, inhuur en detachering. Binnen de begroting van VNOG is vrijwel geen structureel budget voor inhuur opgenomen. Tijdelijke overbrugging als gevolg van verzuim en vacatures en tijdelijke invulling van specialistische functies voor projecten dient hierdoor grotendeels gefinancierd te worden uit het beschikbare budget voor salarissen en sociale lasten en daarnaast uit onttrekkingen aan reserves of voorzieningen. Gezien de huidige situatie op de arbeidsmarkt wordt verwacht dat deze situatie niet op korte termijn verandert. Vrijwilligers Op het vrijwilligersbudget (circa 9,4 mln) zijn minder uren gedeclareerd dan geraamd, dit voor een bedrag van € 509.000,- Hiervan heeft € 320.000,- betrekking op de uren voor de uitruk (incidenturen). Conform beleid kan een bedrag van € 55.000,- worden toegevoegd tot aan het maximum van de egalisatiereserve die het AB hiervoor heeft ingesteld. Daarmee komt het resultaat per saldo uit op € 454.000,- De vakbekwaamheidsprogramma’s voor vrijwilligers worden conform planning uitgevoerd en ook de exploitatiebudgetten voor vakbekwaamheid vrijwilligers worden goed benut. Exploitatie Op het exploitatiebudget (circa 22,0 mln) worden binnen een aantal programma’s incidentele voordelen behaald.
Hierbij is veelal sprake van logische jaarlijkse schommelingen zoals de kosten voor onder andere vakbekwaamheid en verzekeringen/schadelast. Kapitaallasten Het resultaat op kapitaallasten wordt, conform vastgesteld beleid, toegevoegd aan de egalisatiereserve afschrijvingen waardoor het saldo hierop neutraal is. Rente VNOG betaalt rente over haar langlopende leningen. Deze kosten worden toegerekend aan de vaste activa en de programma’s waar deze betrekking op hebben. VNOG ontvangt echter ook Pagina 7 van 108
rente op haar uitzettingen in de Rijks schatkist. Deze renteopbrengst is momenteel hoger dan vooraf geraamd. Vergelijking met Halfjaarrapportage 2024 In de Halfjaarrapportage 2024 (opgemaakt in augustus 2024) werd een positief resultaat van € 2.014.000 voorspeld. Het resultaat van deze jaarrekening is € 1.793.000. Het verschil betreft onder andere de budgetoverheveling van een aantal nog niet bestede budgetten naar uitvoering in het jaar 2025. Het algemeen bestuur heeft hiertoe eind 2024 de begroting gewijzigd.
Pagina 8 van 108
I. Jaarverslag
Pagina 9 van 108
3. Programmaverantwoording Dit hoofdstuk bevat een nadere onderbouwing van het resultaat en de bereikte doelstellingen ten opzichte van de programmabegroting 2024. Per programma wordt ingegaan op de bereikte doelstellingen en wordt aangegeven met welk resultaat het programma is afgesloten.
Programma:
1. Risico- en Crisisbeheersing
Programmahouder:
mevr. A.H. Bronsvoort
Welke Opgaven voert Risico- en Crisisbeheersing primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises a. In samenwerking met partners is gewerkt aan het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises door informatiegestuurd en risicogericht te werken. Bij incidenten, rampen, etc. heeft VNOG flexibel en slagvaardig opgetreden. b. De afdeling heeft, naar aanleiding van landelijke afspraken, samen met andere afdelingen en buurregio’s gewerkt aan de versterking van crisisbeheersing, informatievoorziening en samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven zijn bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDUR, zie de separate paragraaf hierover (4.5.). 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Het risicobewustzijn van de inwoners, bedrijven/instellingen en crisispartners in de regio is vergroot, door gerichte campagnes en voorlichting ter bevordering van zelfredzaamheid. b. De ontvangers van onze risicogerichte adviezen zijn zich bewust van de risico's die zich voordoen in hun leefomgeving. Op basis van deze inzichten zijn zij beter in staat om gerichte beheersmaatregelen te treffen. 2. Vakbekwaam en deskundig a.
VNOG is als netwerkpartner beter toegerust om integrale veiligheidsadvisering te verlenen aan gemeenten en andere partners, zodat zij vroegtijdig ondersteund worden bij ontwikkelingen in het fysieke domein. b. Deelnemers aan de multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend en hebben geleerd van incidenten die zich voordeden. 3. Sterke informatiepositie a. Risico's en potentiële veiligheidswinst zijn geïdentificeerd en geduid via verzamelde, gekoppelde en geanalyseerde gegevens. Dit is de basis voor de risicogerichte advisering geweest. b. VNOG heeft zowel in de voorbereiding op, als gedurende inzetten, op basis van een actueel informatiebeeld en scenario’s geacteerd. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises. RCB heeft: − uitvoering gegeven aan het regionaal crisisplan, beleidsplan en risicoprofiel;
Pagina 10 van 108
− − −
− − −
− −
het proces begeleid om te komen tot een nieuw regionaal risicoprofiel en regionaal crisisplan die beide per 2025 ingaan (zie ook paragraaf 4.9.); de afsprakenlijsten bij de convenanten beheerd en de verbinding met het netwerk aan crisispartners onderhouden; verder gebouwd aan goede samenwerkingsrelaties met onze 22 gemeenten, de omgevingsdiensten, GGD en het samenwerkingsverband van veiligheidsregio’s “Oost-5” en werkt aan nieuwe allianties om daarmee een basis te leggen voor integrale veiligheidsadvisering (o.a. gezondheid-, water-, milieu-, evenementen- en brandveiligheid) aan gemeenten; de VNOG gemeenten ondersteund in hun verantwoordelijkheid bij crisistaken op het gebied van bevolkingszorg en crisiscommunicatie in het kader van ongevallen, rampen of crisis; bijgedragen aan de regionale coördinatie van de opvang van ontheemden uit Oekraïne in VNOG voor 22 gemeenten; een verkenning gestart naar verdere mogelijkheden om een breed regionaal/Oost5 platform te faciliteren waar kennis vanuit de samenleving op specifieke terreinen wordt samengebracht en crisispartners bijeenkomen ter bevordering van het zelf-organiserend vermogen in relatie tot langdurige crisis; gewerkt aan de verdere samenwerking in Oost Nederland, met het Rijk en Duitsland op het gebied van onder andere onze gezamenlijke informatiepositie en vakbekwaamheid; gewerkt, naar aanleiding van landelijke afspraken,
aan de versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDUR (zie de separate paragraaf hierover (4.5.).
1. Zelfredzaam en risicobewust a. Vergroten van de zelfredzaamheid en het zelf-organiserend vermogen. RCB heeft: − een excelleerplan uitgewerkt en kenbaar gemaakt bij het bestuur voor het onderwerp en tevens speerpunt ‘Gedrag en veilige leefomgeving’ in het nieuwe beleidsplan 2025-2028; − gewerkt aan het versterken van het netwerk rondom gedrag en veilige leefomgeving en kansen benut om samen te werken, zoals de campagne ‘Denk vooruit’ met de NCTV; − de campagne ‘Voorkomen van Vuur is jouw Natuur’ opgezet door risico- en doelgroepen in de natuurlijke omgeving te analyseren o.b.v. het regionale gedragsmodel. Deze campagne wordt ondertussen landelijk uitgedragen door Brandweer Nederland; − de toolkit voor de campagne Iklaadaccuraat uit 2023 gedeeld waardoor deze campagne in 2024 landelijk geadopteerd is; − innovaties in het kader van veilig leven ondersteund en bevorderd, zoals bijv. de afronding van het traject Leefsamen, de oplossing voor vroegtijdige signalering van brandgevaar van accu’s vanuit het innovatietraject StartUp Achterhoek; − gewerkt aan een plan van aanpak voor kwalitatieve en projectmatige uitvoering van risicogerichte objectbezoeken. Op basis van de risico’s kan praktisch worden nagedacht over de aspecten waar de veiligheidsregio zich proactief op voor kan bereiden en welke handelingsperspectieven er geboden kunnen worden. b. Risicogericht adviseren.
RCB heeft: − gewerkt aan risicogerichte dienstverlening binnen en in samenwerking met de gemeenten; − een bijdrage geleverd aan het risicobewustzijn van stakeholders in de natuurlijke omgeving; − risicogericht geadviseerd, uit de overtuiging dat dit bijdraagt aan een veiligere leefomgeving, waarbij regionaal beleid aansluit op de landelijke Uniforme Benadering Veiligheidsrisico’s. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Als netwerkpartner toegerust voor (integrale) veiligheidsadvisering. RCB heeft: Pagina 11 van 108
− − − − −
geïnvesteerd in het versterken van de vaardigheden van adviseurs, gericht op het toepassen van de risicogerichte advisering; kennis en vaardigheden ‘risicogericht werken’ ontwikkeld aan de hand van de routekaart; de kwaliteit van advisering ruimtelijke-, omgevings- en industriële veiligheid gewaarborgd door intern voldoende continuïteit te organiseren; haar kennispositie vergroot op de nieuwe risico’s uit energietransitie en klimaatverandering; een bijdrage geleverd aan het proces ‘Lerend vermogen’ van VNOG.
b. Deelnemers multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend. RCB heeft: − de rol- en taakverdeling op Bevolkingszorg uit 2023 geïmplementeerd; − randvoorwaarden gecreëerd voor de doorontwikkeling naar een moderne MOTO-organisatie door functionarissen in dienst te nemen met opleidingskundige expertise; − regionale poules onderhouden voor operationele informatievoorziening (informatiemanagers, beleidsondersteuners, loggers, plotters en andere ontkleurde functionarissen) inclusief de faciliteiten die hiervoor nodig zijn. − Door herprioritering van werkzaamheden is de start van de ontwikkeling van een multidisciplinaire kennisbank ter ondersteuning van de diverse operationele crisisfunctionarissen uitgesteld tot 2025. 3. Sterke informatiepositie a. Risicogerichte advisering. RCB heeft: − de Risico Analyse Monitor – Kenmerkenschema (RAM) geïntroduceerd en daarbij is een trainingstraject uitgevoerd. De RAM is een hulpmiddel in het risicogesprek met burgers, instellingen en bedrijven in het kader van de objectbezoeken; − de RAM landelijk geïntroduceerd en vijf veiligheidsregio's zijn aangesloten aan hetzelfde informatieplatform; − een inhoudelijke bijdrage geleverd aan de succesvolle aanbesteding van het nieuwe zaaksysteem waarmee de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet geborgd blijft; − gevraagd en ongevraagd advies uitgebracht o.b.v.
de risico’s uit de periodiek herijkte risicoprofielen, zowel in de ontwerp- als de gebruiksfase van de publieke/fysieke leefomgeving. b. VNOG acteert op basis van een actueel informatiebeeld. RCB heeft: − gegevens verzameld, gekoppeld, geanalyseerd en gebruikt t.b.v. regionaal risicoprofiel en gewerkt aan (en met) dynamisch/actueel risicobeeld (Veiligheidsinf. Knooppunt, VIK); − gezorgd dat de risico’s en dreigingen continu gemonitord en dynamisch beschikbaar gesteld worden aan de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners); − scenariodenken toegepast, in lijn met de ontworpen methodiek, bij (dreigende) crisis/crises; − de crisisruimten onderhouden, zich voorbereid op de aanstaande (tijdelijke) verhuizing van de crisisruimten, en technische hulpmiddelen tijdig vervangen om aan te blijven sluiten bij interregionale en nationale standaarden en het informatiegestuurd werken; − gezorgd dat object- en omgevingsinformatie vanuit verschillende databronnen beschikbaar is in een infoplatform (te gebruiken bij adviseren, informeren en operationele voorbereiding); − Bijgedragen aan het inrichten van een tijdelijke afdeling overstijgende werkorganisatie, onder de naam ‘Proeftuin Informatiegestuurd werken’ ter bevordering van het informatiegestuurd werken.
Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken. Pagina 12 van 108
Wat heeft het gekost? Programma
L/B
1.0 Risico- en crisisbeheersing
Baten
0
36.700
714.649
677.949
Lasten
8.834.200
10.361.660
9.613.369
-748.291
Saldo
-8.834.200
-10.324.960
-8.898.721
1.426.239
-8.834.200
-10.324.960
-8.898.721
1.426.239
nadeel
nadeel
nadeel
voordeel
125.000
651.000
410.845
240.155
25.000
738.427
-713.427
125.000
626.000
-327.582
-953.582
125.000
626.000
-327.582
-953.582
voordeel
voordeel
nadeel
nadeel
-8.709.200
-9.698.960
-9.226.303
472.657
nadeel
nadeel
nadeel
voordeel
Totaal saldo baten en lasten
Begroting 2024
Begroting na wijziging 2024
Realisatie 2024
Verschil 2024
Mutaties reserves 1.0 Risico- en crisisbeheersing
Onttrekkingen Toevoegingen Saldo
Saldo reserves
Resultaat
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 13 van 108
Programma:
2. Brandweerzorg
Programmahouder:
dhr. M. Boumans
Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Beperken en bestrijden − Alle 56 posten zijn volgens de paraatheidsregeling paraat. De afdeling BWZ heeft: o Incidenten bestreden en hulp geboden, altijd als er een beroep op ons werd gedaan; o Vanaf 1 september 2023 voor de posten Doetinchem en Zutphen middels de "Regeling Kazerne dagdiensten" een sluitend rooster geregeld volgens de Arbeidstijdenwet (ATW) en Arbeidstijdenbesluit (ATB); o De samenwerkingsovereenkomst tussen Stadt Isselburg en VNOG voorbereid, zodat deze op 23 januari 2025 getekend kan worden; o Een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Veiligheidsregio Flevoland over interregionale alarmering; o Een viertal introductiebijeenkomsten voor nieuwe aspiranten georganiseerd waarin de eed of belofte is afgenomen; o Korpsavonden en Postcommandanten-overleggen gehouden (boeien en (ver)binden); o De pilot bodycam gestart (District Midden) en verlengd met een half jaar. In februari 2025 worden de eerste resultaten gepresenteerd; o Definitief ontwerp voor de nieuwe kazerne / veiligheidscentrum Apeldoorn opgeleverd; o De nieuwe kazernes Oldebroek en Twello opgeleverd en officieel geopend (zie ook paragraaf 4.6.).