CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A10 - Regio Stedendriehoek - Raadsinformatiebrief Regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit D478201

Besluitvormende raadsvergadering 23 april 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken13.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gemiddeld.

Gemiddeld.

Wat is de planning en fasering? Project B3 - Aanbieden ov-alternatieven via PlusOV 2026 1 2 3 4 1 - Plan van aanpak 2 - Implementatie

1

2027 2 3

4

1

2028 2 3

2029

2030

4

Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • Bij bewezen potentie (project B1): €5.000 voor plan van aanpak en €10.000 voor implementatie, betaald door Regio Stedendriehoek. Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners?

29/47

BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS Gemeenten

1

2

3

4

PlusOV

Gebruikers

9292 UITVOERDERS

Betrokken Partij

GEBRUIKERS

PlusOV

Rol in het Project Trekker en uitvoerder. De Tussenrapportage stelt voor de "publieke mobiliteitscentrale van PlusOV" slimmer te benutten door te verwijzen: de ‘makelaarsfunctie van PlusOV’

Gemeenten (9)

Opdrachtgever en eigenaar van PlusOV.

Gebruikers Parallellen en raakvlakken tussen de projecten De drie projecten in dit ontwikkelspoor hangen nauw met elkaar samen en er zit een bepaalde volgordelijkheid in. Pas als een vorm van reizigersprofielen (B1) haalbaar blijkt worden de uitrol van ov-pas en ov-ambassadeurs (B2) en het aanbieden van ovalternatieven (B3) zinvoller. Welke risico’s zijn er? Risico Reizigers negeren het ov-advies omdat het vrijblijvend is en kiezen alsnog voor de vertrouwde taxi.

Technische moeilijkheden met koppeling systemen

30/47

Maatregel Het ov-alternatief proactief en aantrekkelijk aanbieden via de vertrouwde interface van PlusOV, ondersteund door de reizigersprofielen (B1) die sturen op wat iemand daadwerkelijk kan. Een gerichte technische pilot en fasering in het plan van aanpak.

Ontwikkelspoor C – Vrijwilligersvervoer ondersteunen Inleiding Vervoer uitgevoerd door vrijwilligers komt in vele soorten en maten. Dit vrijwilligersvervoer vormt ook in de Regio Stedendriehoek een belangrijk en gewaardeerd puzzelstuk binnen het ecosysteem van publieke mobiliteit. Vrijwilligersvervoer is vaak lokaal en kleinschalig georganiseerd en functioneert als een aanvulling op de reguliere vormen van ov en doelgroepenvervoer. De kracht van deze initiatieven ligt in hun vermogen om maatwerk te bieden en in te spelen op een specifieke lokale behoefte, met name in gebieden of voor doelgroepen waar het reguliere aanbod niet volstaat. Het versterken van deze systemen en ze aantrekkelijker maken voor en bekender maken bij meer doelgroepen is dan ook een belangrijk spoor in deze uitvoeringsagenda. Het meest gestructureerde en wijdverbreide vrijwilligersinitiatief is de buurtbus. Deze vorm van vrijwilligersvervoer is deel van het ov en maakt ook deel uit van de ovconcessie. Hoewel de buurtbus onderdeel uitmaakt van de openbaarvervoerconcessie, wordt deze volledig gerund door buurtbusverenigingen met vrijwillige chauffeurs in samenwerking met de ov-vervoerders. Deze bussen rijden een vaste route volgens een vaste dienstregeling en voorzien in een belangrijke behoefte op trajecten waar regulier ov financieel niet haalbaar is. In totaal zijn er 12 buurtbuslijnen actief in de regio.

De ovvervoerders ondersteunen de buurtbusverenigingen in o.a. aanschaf en onderhoud van voertuigen. Dit ontwikkelspoor zet in op de kleinschalige lokale initiatieven, en in mindere mate op de buurtbus (al is kruisbestuiving denkbaar, bijvoorbeeld uitwisseling van sommige vrijwilligers). Doorontwikkeling van de buurtbus is te vinden onder ontwikkelspoor A. Er bestaat een divers aanbod van lokaal, vraagafhankelijk vervoer dat door vrijwilligers wordt verzorgd, en dat qua doelgroep dichter tegen Wmo-vervoer aan zit. Een bekend voorbeeld hiervan is ANWB AutoMaatje, dat actief is in onder meer Zutphen en Deventer, waarbij vrijwilligers met hun eigen auto ritten verzorgen. Dit model van vervoer op aanvraag met particuliere auto's wordt ook toegepast door initiatieven als Automobiel in Apeldoorn en Stichting Vrijwillige Hulpdienst Handsaam in Brummen-Eerbeek. Andere projecten maken juist gebruik van eigen voertuigen, zoals de Ontmoetingslijn van Zorg & Welzijn Voorst (eigen bus op afroep) en Welzijn Lochem (twee eigen busjes en particuliere auto's). Ten slotte zijn er initiatieven die zich richten op specifieke doeleinden, zoals Zorgsaam Apeldoorn en De Kap Apeldoorn, die zich beide richten op vervoer met een medisch doeleinde.

31/47

C1 – Ondersteuning kleine vrijwilligersinitiatieven Beschrijving project In deze uitvoeringsagenda zetten we in op het verder stimuleren van lokale kleinschalige initiatieven. Er is vaak net iets meer tijd dan bij professioneel georganiseerd vervoer om bijvoorbeeld een praatje te maken of om even mee te lopen naar de wachtkamer van de arts. Het heeft daarmee niet alleen een vervoersfunctie maar ook een sociale functie. Vrijwilligersvervoer is, zeker bij kleinschalige initiatieven, bij uitstek iets dat door de gemeenschap moet worden gedragen. Vanuit beleidsmatig oogpunt is vrijwilligersvervoer waardevol, maar het werkt niet om het vanuit de gemeente ‘top-down’ te organiseren. In plaats van deze initiatieven te centraliseren, willen regio en gemeenten samen goede ‘bottom-up’ initiatieven faciliteren. De eerste stap is inventariseren welke initiatieven er zijn, en in hoeverre er behoefte leeft aan kennisdeling en ondersteuning. Het beeld voor doorontwikkeling kan, afhankelijk van de grootte van de behoefte, een fonds zijn waar vrijwilligers(organisaties) met een goed plan aanspraak op kunnen maken. Gezamenlijk verzamelen regio en gemeente daarnaast informatie voor een online kennispunt, bijvoorbeeld op thema’s als vrijwilligerswerving, organisatie, voertuigen en techniek.

Daarnaast onderzoekt het project de implementatie van een laagdrempelig waarderingsprogramma voor vrijwilligers (zoals "gratis koffie" bij lokale partners) om de aantrekkelijkheid van het vrijwilligerswerk te vergroten. Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? Dit project gaat versnippering van kwetsbare kleine, lokale initiatieven tegen en stimuleert en ondersteunt juist ontwikkeling en samenwerking. Door centrale ondersteuning op maat te bieden, kunnen deze organisaties die dat willen professionaliseren met behoud van hun lokale kracht. Het maakt ze in potentie zichtbaarder en voor meer mensen een optie. De kans die wordt benut, is het aanboren van de bestaande maatschappelijke betrokkenheid om goede vervoersoplossingen te kunnen ondersteunen. Het is een oplossing past bij wie behoefte heeft aan een sociale vorm van vervoer. Wat levert het project concreet op? • Een fonds waarmee vrijwilligersinitiatieven zich verder kunnen ontwikkelen (bijv. nieuwe reserveringswebsite, inhuren expertise, etc.). • Een centrale website als "Kennispunt" waar kleine vrijwilligersorganisaties terecht kunnen voor informatie en ondersteuning. • Een concreet, uitgerold waarderingsprogramma (bijv. een koffiepas) voor vrijwilligers bij aangesloten lokale partners (zoals ziekenhuizen of restaurants).

32/47

BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS

Regio Stedendriehoek Gemeenten

Lokale ondernemers 1

2

3

4

Lokale vrijwilligersinitiatieven

1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten

Reizigers UITVOERDERS

GEBRUIKERS

Betrokken Partij

Rol in het Project

Regio Stedendriehoek

Initiator, verantwoordelijke kennispunt

Lokale vrijwilligersinitiatieven

Uitvoerende partijen (bijv. AutoMaatje, Ontmoetingslijn Voorst, Automobiel Apeldoorn, etc.).

Gemeenten (9)

Lokale partner.

Partner in het waarderingsprogramma (bijv. Lokale ondernemers/instellingen ziekenhuizen, horeca voor "gratis koffie").

Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel

Bijdrage

1 - Bereikbaarheid van voorzieningen vergroten.

Gemiddeld. Deze initiatieven zijn een vervoersoplossing op maat in gebieden waar het reguliere aanbod voor de doelgroep niet toereikend is.

2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk.

Hoog. Het vervoer gaat vaak gepaard met een sociaal contactmoment, wat eenzaamheid tegengaat.

3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw.

Laag. Deze initiatieven zijn primair gericht op sociale en zorg gerelateerde ritten, niet op het opvangen van grootschalige vervoersstromen.

4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.

Gemiddeld. Het biedt een kostenefficiënt alternatief (gedragen door vrijwilligers) dat de druk op het duurdere Wmo-vervoer (PlusOV) enigszins kan verlichten.

33/47

Wat is de planning en fasering? Project C1 - Kleinschalige vrijwilligersinitiatieven 2026 1 2 3 1 - Gesprekken met initiatieven 2 - Inrichten online kennispunt 3 - Opzetten fonds/bepalen kaders 4 - Opzetten waarderingsprogramma 5 - Start fonds 5 - Gerichte communicatie 6 - Bijhouden & beheren 7 - Evaluatie

4

1

2027 2 3

4

1

2028 2 3

2029

2030

4

Stappen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Gesprekken met huidige vrijwilligersinitiatieven Inrichten online kennispunt Opzetten fonds (o.a. bepalen kaders) Opzetten van waarderingsprogramma Start fonds Communicatie naar bestaande initiatieven en welzijnsorganisaties (incl. in kaart brengen initiatieven) 7. Bijhouden kennispunt, beheren fonds en waarderingsprogramma 8. Evaluatie Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • •

Projectleider voor opzetten kennispunt Fonds:

Welke risico’s zijn er? Risico Kwetsbaarheid van initiatieven; als sleutelfiguren wegvallen, stopt het initiatief.

Versnippering en onzichtbaarheid van de vele kleine initiatieven voor de potentiële gebruiker.

34/47

Maatregel Faciliteren van een 'bottom-up' benadering met ondersteuning vanuit een centraal kennispunt en fonds, zodat initiatieven kunnen professionaliseren zonder hun lokale kracht te verliezen. Opzetten van een centraal online kennispunt en ondersteuning bij communicatie om initiatieven zichtbaar te maken.

35/47

Ontwikkelspoor D – Deelmobiliteit verbreden Inleiding Zoals de Tussenrapportage Publieke Mobiliteit (juni 2024) concludeerde, wordt het aanbod van deelmobiliteit als "grillig" ervaren in de Regio. Het is nog niet overal vanzelfsprekend en spreekt daardoor slechts een beperkt deel van de doelgroepen aan. Dit ontwikkelspoor heeft tot doel om alternatieven aan te bieden voor eigen vervoer, of waar andere publieke vervoersvormen niet beschikbaar zijn. Bijvoorbeeld het niet nodig hebben van een (tweede) auto omdat er altijd een deelauto of (bak)fiets in de buurt beschikbaar is om te gebruiken. Het deelauto-segment is het meest ontwikkeld. Landelijke aanbieders zoals MyWheels en Greenwheels zijn de belangrijkste spelers. Hun aanwezigheid is echter sterk gericht op de steden, ongeveer 75% van het regionale aanbod bevindt zich in Apeldoorn en Deventer. Recente ontwikkelingen tonen wel een actieve groei: zo heeft de gemeente Apeldoorn in oktober 2025 15 nieuwe, gereserveerde parkeerplaatsen toegewezen aan Greenwheels vanwege een "sterke groei" in het gebruik. Deze aanbieders zijn ook gevestigd in Deventer en Twello. Naast deze commerciële stadsinitiatieven bewijst Lochem Energie met 15 deelauto's dat deelmobiliteit ook in het landelijk gebied een belangrijke functie kan vervullen, juist daar waar het ov-aanbod beperkter is. Het aanbod op twee wielen is nu nog aanzienlijk lager.

De ov-fiets is de bekendste en meest succesvolle vorm, maar kampt met een significant dekkingsprobleem. Op 5 van de 11 treinstations in de regio, waaronder Twello, Klarenbeek en Voorst-Empe, ontbreekt deze voorziening voor de 'last mile' nog steeds. De provincie Gelderland heeft met NS afgesproken dat vóór 2029 alle stations in Gelderland ov-fietsen moeten hebben. De deelscooters (zoals GO Sharing) die voorheen in Apeldoorn en Deventer actief waren, zijn eind 2022/begin 2023 weer uit het straatbeeld verdwenen. De gemeenten werken nu aan beleid, zoals vergunningstelsels, om een eventuele terugkeer in goede banen te leiden en overlast te voorkomen. De focus van de gemeenten ligt momenteel sterk op het creëren van de juiste randvoorwaarden. Zowel Deventer (in het Mobiliteitsplan 2025) als Apeldoorn (in G40verband) zetten strategisch in op de ontwikkeling van mobiliteitshubs. Deze hubs, vaak aan de rand van de binnenstad of bij bestaande parkeergarages, moeten de fysieke overstappunten worden waar deelmobiliteit wordt gekoppeld aan het ov en de fiets. Tegelijkertijd wordt via het regionale programma 'Slim en Schoon Reizen' de zakelijke markt gestimuleerd met mobiliteitsscans en e-bike probeeracties. Een opvallend systeem

36/47

is ook het deelsysteem voor Wmo-scootmobielen in Apeldoorn en Deventer, dat een andere doelgroep aanboort dan normaal bij deelmobiliteit wordt gezien. Locaties hubs Belangrijke eigenschap van deelmobiliteit is dat het in veel gevallen geconcentreerd is op hubs. In diverse gemeentelijke en regionale plannen zijn al concrete hub-locaties aangewezen. De regionale "Uitvoeringsagenda 2023-2030"¹ identificeert de stationsgebieden van Apeldoorn, Deventer en Zutphen, evenals de Spoorzone Voorst, als de primaire hubs op regionaal niveau. Ook spreekt bijvoorbeeld het Verkeersplan Twello de ambitie uit voor een hub nabij het station van Twello. De gemeenten vullen dit verder in. Zo heeft Deventer in zijn "Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie"² Station Deventer als hoofd-hub benoemd, met de ambitie om bestaande parkeergarages (zoals de Centrumgarage) aan de stadsrand om te vormen tot hubs, en worden strategische locaties als Colmschate en Handelspark de Weteringen (nabij de A1) onderzocht. Apeldoorn richt zich in zijn "Mobiliteitsvisie 2040"³ op Station Apeldoorn Centraal als 'Top-hub', aangevuld met geplande stadsrandhubs bij de A1 en A50. Zutphen, ten slotte, focust in zijn omgevingsvisie⁴ niet alleen op de stationsomgeving (Het Spoor), maar ook op de ontwikkeling van knooppunten bij het bedrijventerrein De Mars en belangrijke invalswegen.

Belangrijk bij de ontwikkeling van hubs is dat het niet enkel knooppunten zijn waar vormen van mobiliteit bij elkaar komen, maar dat het ook plekken zijn waar men graag verblijft en waar bijvoorbeeld voorzieningen geclusterd kunnen zijn. 1. Regio Stedendriehoek (Uitvoeringsagenda 2023-2030): https://regiostedendriehoek.nl 2. Gemeente Deventer (Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie): https://www.deventer.nl 3. Gemeente Apeldoorn (Mobiliteitsvisie 2040): https://www.apeldoorn.nl 4. Gemeente Zutphen (Omgevingsvisie/mobiliteitsplannen): https://www.zutphen.nl

D1 – Verkennen regio-breed deelfietssysteem Beschrijving project/maatregel Dit project omvat de implementatie van een uniform deeltweewielersysteem op de corridor Apeldoorn-Twello-Deventer, waarbij de gemeentegrenzen voor de gebruiker vervagen. In plaats van een zware concessie, kiest de regio strategisch voor een gelijkgeschakeld vergunningensysteem. Dit houdt in dat de drie gemeenten hun regelgeving (APV) harmoniseren om één marktpartij per type voertuig (trapfiets en e-bike) te selecteren die in het gehele gebied mag opereren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de functie van het voertuig: de gewone trapfiets wordt ingezet voor de korte, 37/47

binnenstedelijke ritten ter vervanging van de auto, terwijl de elektrische deelfiets specifiek wordt gepositioneerd voor de langere afstanden op de corridor en het landelijk gebied. De inbedding in de fysieke ruimte volgt een hybride model dat nauw aansluit bij de Hubsstrategie uit de uitvoeringsagenda. Voor elektrische fietsen wordt direct gestart met vaste fysieke hubs (o.a. voor opladen) op strategische plekken zoals ov-knooppunten en toeristische trekpleisters. Voor trapfietsen wordt gestart met een flexibeler model binnen digitale zones (geofences), dat op basis van data kan evolueren naar vaste locaties om verrommeling tegen te gaan. Dit project fungeert als de praktische invulling van de regionale ambitie om mobiliteitshubs te ontwikkelen aan de randen van de steden en bij stations. Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? Het project adresseert het probleem van het "grillige" aanbod van deelmobiliteit, zoals geconstateerd in de Tussenrapportage Publieke Mobiliteit. Momenteel is het aanbod versnipperd en stopt het bij de gemeentegrens, waardoor het voor forenzen geen betrouwbaar alternatief is voor de auto. Door de corridorbenadering wordt bijgedragen aan een oplossing voor de "last mile" problematiek in het landelijk gebied (Voorst) en op de verbinding tussen de stedelijke kernen.

Reizigers hoeven bij het starten en beëindigen van ritten geen rekening te houden met de gemeentegrenzen. Tegelijkertijd wordt de kans benut om in te spelen op de forse woningbouwopgave in de regio (40.000 woningen tot 2040). Nieuwe bewoners in ontwikkelgebieden zoals de Spoorzone Voorst of de Kanaalzone in Apeldoorn krijgen direct toegang tot een alternatief voor de (tweede) auto, wat ook parkeerdruk tegengaat en positief bijdraagt aan de ruimtelijke puzzel die gelegd moet worden. Iedere extra nieuwe parkeerplaats leidt namelijk tot minder ruimte voor groen, nieuwe huizen of voorzieningen. Bovendien biedt dit systeem een vangnet voor de verschraling van het reguliere busvervoer (Ontwikkelspoor A); waar buslijnen gestrekt worden of frequenties afnemen, biedt de elektrische deelfiets een fijnmazige oplossing voor de first/last mile, en is het een alternatief dat 24/7 beschikbaar is. Wat levert het project concreet op? Concreet resulteert dit project in een vloot van minimaal 400 deelfietsen die beschikbaar zijn voor inwoners, bezoekers en forenzen. Er ontstaat een netwerk waarbij een gebruiker een fiets kan huren in Apeldoorn en deze kan inleveren in Deventer of Twello, zonder tegen gemeentelijke barrières aan te lopen. Dit levert een directe versterking op van de ketenreis rondom de zeven stations op de corridor (Apeldoorn, Apeldoorn De Maten,

38/47

Apeldoorn Osseveld, Klarenbeek, Twello, Deventer en Deventer Colmschate), waar een aanbodgarantie geldt. Daarnaast levert het project waardevolle data en inzichten op over reisgedrag tussen de gemeenten. Doordat er gekozen wordt voor een vergunningstelsel in plaats van een concessie, wordt een marktconform systeem opgezet dat potentieel zonder zware structurele subsidies kan draaien, maar wel de mogelijkheid biedt om via 'in kind' bijdragen (zoals het faciliteren van locaties) te sturen. Dit model dient als blauwdruk voor mogelijke verdere opschaling naar andere delen van de regio Stedendriehoek. Hoe draagt dit bij aan de doelen? Doel

Bijdrage Hoog. De (elektrische)deelfietsen zijn specifiek geschikt om de langere afstanden op de corridor (tussen Apeldoorn, Voorst en Deventer) en in het landelijk gebied te overbruggen. Ze fungeren als aanvulling op het ov waar weinig aanbod is en als last mile oplossing vanaf stations in het buitengebied. Gemiddeld. Het systeem biedt een flexibel vervoersalternatief voor inwoners (ook zonder auto), werknemers en bezoekers. Hoog. Het project heeft als doel het vervangen van korte autoritten binnen de steden en middellange autoritten tussen de gemeenten. Hiermee wordt een duurzaam en ruimtebesparend alternatief geboden voor de privéauto. Hoog. Door te kiezen voor een vergunningstelsel in plaats van een concessie, draagt de markt het financiële risico en is er vanuit de overheid (in theorie) geen structurele financiële bijdrage nodig. De overheid faciliteert vooral, wat leidt tot een efficiënte inzet van publieke middelen.

1 - Bereikbaarheid landelijk gebied en buitenwijken vergroten.

2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw. 4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.

Wat is de planning en fasering? Project D1 - Regiobreed deelfietssysteem 1

2026 2 3

4

1

2027 2 3

4

1

2028 2 3

2029 4

1 - Introductie deeltweewielers 2 - Monitoring en evaluatie 3 - Opschalen met lessons learned

1. Introductie deeltweewielers in gemeenten Voorst, Apeldoorn en Deventer 2. Monitoring en evaluatie 3. Met lessons learned opschalen naar andere gemeenten

39/47

2030

Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • •

•

Afstemming over gestandaardiseerd vergunningsysteem en (in Voorst) aanpassing APV. Als er potentie is voor opschaling zijn van (nieuwe) deelnemende gemeenten personeelskracht voor o.a. juridische zaken en marketing benodigd, en (indien door de gemeente gewenst) middelen voor het aanbrengen van fysieke hubaanduidingen op locaties die zij belangrijk achten. Er is vooralsnog geen sprake van een structurele financiële exploitatiebijdrage vanuit de gemeenten, aangezien gekozen is voor een vergunningenmodel.

Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? De gemeenten Apeldoorn, Deventer en Voorst zijn de trekkers en vergunningverleners, aangezien zij bevoegd gezag zijn voor de openbare ruimte. Zij zijn verantwoordelijk voor de lokale implementatie en handhaving. Belangrijke partners zijn de Provincies Gelderland en Overijssel, die als concessieverleners van het ov een belang hebben bij een goede voor- en natransportketen en kunnen ondersteunen met kennis en flankerend beleid. De commerciële aanbieders zijn de uitvoerende partners. Daarnaast wordt er samenwerking gezocht met werkgevers op de corridor voor het aanbieden van zakelijke abonnementen, en met NS/ProRail voor de inpassing op de stationslocaties. Er is een duidelijk raakvlak met Project D2 (Sociale deelmobiliteit): de hubs die voor D1 worden gerealiseerd, kunnen in de toekomst ook dienen als uitgiftepunt voor Wmo-scootmobielen of andere sociale deelvoertuigen. BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS

Regio Stedendriehoek

Provincies Gemeenten 1

2

3

4

Deelmobiliteitsaanbieders

1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten

Gebruikers UITVOERDERS

GEBRUIKERS

Betrokken Partij

Rol in het Project

Regio Stedendriehoek & gemeenten

Initiator

40/47

Provincies Overijssel & Gelderland Commerciële deelmobiliteitsaanbieders

Actieve partners Potentiële uitvoerders.

Welke risico’s zijn er? Risico De deelfietsen worden niet of weinig gebruikt.

Maatregel De zichtbaarheid van de fietsen vergroten

D2 – Deel-scootmobielen en andere sociale deelmobiliteit Beschrijving project/maatregel Dit project richt zich op de optimalisatie en verdere uitrol van sociale deelmobiliteit, met een specifieke focus op deel-scootmobielen binnen het Wmo-vervoer. In de gemeenten Apeldoorn en Deventer bestaat al een 'scootmobiel-pool'. Het project streeft ernaar dit systeem beter te integreren in het bredere mobiliteitsnetwerk door sociale deelmobiliteit strategisch te plaatsen bij mobiliteitshubs en zorglocaties, én te onderzoeken waar in de regio het nog meer een passend extra mobiliteitsaanbod kan zijn. In de praktijk betekent dit dat deel-scootmobielen niet alleen individueel worden uitgegeven, maar beschikbaar worden gesteld op plekken waar de doelgroep zich bevindt of naartoe reist, zoals locaties voor dagbesteding of ov-knooppunten. Hiermee wordt de deel-scootmobiel een flexibele 'last mile' oplossing voor mensen met een mobiliteitsbeperking en wordt het systeem nadrukkelijker gekoppeld aan het Wmo-beleid. De kern van dit project is het starten van een werkgroep van de gemeenten waar al deelscootmobielen zijn en samen identificeren waar, wanneer en voor wie het een toegevoegde waarde te hebben, en hoe het gebruik zo optimaal mogelijk kan worden. Met deze resultaten wordt vervolgens onderzocht welke locaties in de regio nog meer interessant zijn voor de uitrol van de deelscootmobiel.

Stappen 1. Succesfactoren bestaande gemeenten (o.a. Deventer, Apeldoorn) op een rij 2. Onderzoeken potentiële nieuwe locaties/gebieden 3. Gericht uitrollen deel-scootmobiel Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut?

41/47

Het project adresseert het knelpunt dat deelmobiliteit momenteel vaak nog als "grillig" wordt ervaren en niet altijd aansluit bij de behoeften van minder mobiele doelgroepen. In Deventer wordt bijvoorbeeld geconstateerd dat de deelscootmobielen nog beperkt worden gebruikt in relatie tot hun potentieel. Door de voertuigen beter in te bedden in het Wmo-systeem en fysiek te koppelen aan hubs, wordt de drempel voor gebruik verlaagd. De kans die hier wordt benut, is de koppeling tussen het sociale domein (Wmo) en het fysieke domein (mobiliteitshubs). Er ligt al een bewezen basis in Apeldoorn en Deventer; door dit systeem 'slimmer' te maken en te koppelen aan zorglocaties, kan de zelfredzaamheid van cliënten worden vergroot en kan de koppeling met Wmo-vervoer nadrukkelijker worden gemaakt. Dit biedt een kostenefficiënt alternatief voor het reguliere Wmo-taxivervoer voor korte ritten en integreert een specifieke doelgroep in het reguliere straatbeeld, wat bijdraagt aan ontschotting. Wat levert het project concreet op? Het project resulteert in een efficiënter gebruik van de bestaande vloot van deelscootmobielen en een betere toegankelijkheid van voorzieningen voor kwetsbare doelgroepen.

Concreet levert dit project nieuwe uitgiftepunten op bij strategische hubs, zoals bij locaties voor dagbesteding of zorginstellingen, waardoor de voertuigen direct beschikbaar zijn waar de vraag ontstaat. Dit vermindert de noodzaak voor dure taxiritten voor korte afstanden, aangezien de gebruiker op de locatie zelfstandig mobiel is. Daarnaast levert het project kennis en data op vanuit de bestaande pool in Apeldoorn en Deventer, die kan worden ingezet om sociale deelmobiliteit in de rest van de regio Stedendriehoek verder te ontwikkelen. Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel 1 - Bereikbaarheid landelijk gebied en buitenwijken vergroten. 2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw. 4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.

42/47

Bijdrage Laag. Hoog; helpt ook de minder mobiele reiziger op weg.

Laag.

Hoog (in potentie); er wordt met dit project ingezet op gebruik in plaats van bezit van een scootmobiel. Daarnaast

kan de scootmobiel mogelijk ook een deel van korte Wmoritten vervangen.

Wat is de planning en fasering? Project D2 - Deelscootmobielen/sociale deelmobiliteit 2026 1 2 3 4 1 - Succesfactoren op een rij 2 - Onderzoeken nieuwe locaties

2027 2 3

1

4

1

2028 2 3

2029

2030

4

3 - Uitrollen deelscootmobiel incl comm.

4 - Evaluatie

Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • •

Ambtelijke inzet van de op te richten werkgroep voor o.a. in kaart brengen potentie en gesprekken met zorginstellingen, dagbestedingslocaties, etc. Wanneer potentie op bepaalde locaties blijkt, dienen de voertuigen hier ook te worden ingekocht op een passende manier.

Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS Overige gemeenten

Regio Stedendriehoek

1

2

3

Gemeente Deventer en Apeldoorn

4

1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten

Gebruikers UITVOERDERS

GEBRUIKERS

Trekker van de ambtelijke werkgroep: Deventer Betrokken Partij Gemeente Deventer & Apeldoorn Wmo (afdelingen gemeenten) Overige gemeenten

43/47

Rol in het Project Eigenaar, initiatiefnemer en kennisdrager; hebben het systeem met 1.000 deel-scootmobielen al geïmplementeerd. Het systeem is "vanuit de Wmo" opgezet en fungeert als "deel-scootmobielpool". Opdrachtgevers bij nieuw aanbod buiten Deventer/Apeldoorn

Regio Stedendriehoek

Facilitator

Welke risico’s zijn er? Risico Deelscootmobielen worden te weinig gebruikt.

Beheer en logistiek (laden, schades) op decentrale locaties.

Maatregel Scootmobielen strategisch plaatsen op locaties waar de doelgroep al komt (zorglocaties, dagbesteding) en koppelen aan hubs, in plaats van alleen losse uitgifte. Duidelijke afspraken maken met leveranciers/beheerders en locatiepartners (zorginstellingen) over beheer en toezicht.

D3 – Deelauto’s en deelauto-ambassadeurs Beschrijving project/maatregel Dit project richt zich op de integratie van deelauto's in de grootschalige woningbouwopgave waar de Regio Stedendriehoek voor staat. Met een verwachte groei van 17.000 woningen tussen 2025 en 2030 is het onhoudbaar om de huidige parkeernormen (gericht op privébezit) ongewijzigd toe te passen. Het breed invoeren van deelauto’s is een project van de lange adem. Het ontwikkelen van een regionale aanpak (met evt. lokale accentverschillen) is de eerste pijler van dit project. Dan gaat het bijvoorbeeld over het verkennen van mogelijke prestatieafspraken met projectontwikkelaars en woningcorporaties om deelauto's standaard onderdeel te maken van nieuwe gebiedsontwikkelingen. Er wordt ingezet op lagere parkeernormen gecombineerd met een gegarandeerd aanbod van deelauto's op strategische plekken, zoals mobiliteitshubs aan de rand van de wijk of bij appartementencomplexen. Wie ergens nieuw komt wonen overweegt opnieuw de mobiliteitskeuzes. Wanneer er dan een goed aanbod van deelmobiliteit is vergroot dit de kans dat mensen de overstap maken voor sommige of alle verplaatsingen. Daarbij kijken we niet alleen naar commerciële aanbieders die al actief zijn in de regio, zoals MyWheels en Greenwheels, maar juist ook naar burgerinitiatieven zoals Lochem Energie.

Veel gemeenten zijn al bezig met beleidsontwikkeling op dit gebied. Binnen dit project wordt kennisuitwisseling over deelauto’s binnen de regio verder gestimuleerd. Belangrijke tweede pijler en toegevoegde waarde vanuit de regio binnen dit project is het regionaal uitrollen van deelauto-ambassadeurs. Dit zijn gebruikers van deelmobiliteit in bestaande en nieuwe wijken die kunnen dienen als lokaal kennispunt en promotor op dit

44/47

thema. Ook wie bijvoorbeeld zelf wil starten met particulier autodelen kan aankloppen bij de deelauto-ambassadeurs. Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? Inzetten op deelauto’s draagt bij aan het oplossen van ruimtelijke knelpunten die gepaard gaan met de grote woningbouwopgave. Het huidige aanbod van deelmobiliteit is nog te grillig en te sterk geconcentreerd in de centra van Apeldoorn en Deventer (75% van het aanbod). De kans die wordt benut, is het moment van verhuizen om reisgedrag te beïnvloeden. Nieuwe bewoners staan meer open voor nieuwe mobiliteitsconcepten als deze vanaf dag één beschikbaar zijn doordat de deelmobiliteit in bouwplannen geïntegreerd is. Daarbij wordt het probleem van de onbekendheid die veel mensen ervaren rondom deelmobiliteit met de deelauto-ambassadeurs aangepakt. Wat levert het project concreet op? Het project resulteert in kennisuitwisseling in de regio over het succesvol implementeren van deelauto’s bij nieuwe en bestaande woningen, gecombineerd met een regionale aanpak voor deelauto-ambassadeurs, om zo de kennis rondom deelauto’s bij mensen in de buurt te organiseren. Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel Bijdrage 1 - Bereikbaarheid landelijk gebied en buitenwijken vergroten.

Gemiddeld. Hoewel de focus ligt op nieuwbouw (vaak stedelijk), bewijst het voorbeeld van Lochem Energie dat deelauto's bij kleinschalige nieuwbouw in dorpen essentieel kunnen zijn waar het ov-aanbod beperkt is.

2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk.

Gemiddeld. Het maakt incidenteel autogebruik mogelijk voor mensen die de vaste lasten van een eigen auto niet kunnen of willen dragen, mits de tarieven toegankelijk blijven.

3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw.

Hoog. Dit is een belangrijke pijler van dit project. Het faciliteert de groei van 17.000 woningen zonder dat de regio dichtslibt met extra privéauto's. Het koppelt woningbouw direct aan de mobiliteitstransitie.

4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van

Hoog. De kosten voor de voertuigen liggen bij de markt of de ontwikkelaar. De maatschappelijke winst zit in lagere bouwkosten en efficiënter ruimtegebruik.

45/47

middelen voor publieke mobiliteit. Wat is de planning en fasering? Project D3 - Deelauto's en -ambassadeurs 1

2026 2 3

4

2027 2 3

1

4

1

2028 2 3

2029

2030

4

1 - Verkenning 2 - Opstellen aanpak ambassadeurs 3 - Plan van aanpak deelauto's gereed

4 - Besluit uitrol ambassadeurs 5 - Uitrol ambassadeurs

Stappen 1. Regionale verkenning samenwerking op deelauto’s (2026) 2. Opstellen regionale aanpak ambassadeurs (2026) 3. Afronding regionaal plan van aanpak deelauto’s (2027) 4. Besluit uitrol ambassadeurs (medio 2027) 5. Ambassadeurs uitrollen op een pilotlocatie (2027-2028) Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • • •

Ambtelijke inzet vanuit Regio Stedendriehoek voor verkenning rondom de regionale samenwerking. Opstellen plan van aanpak deelauto-ambassadeurs 2026-2027, Regio Stedendriehoek €10.000 Projectleiding deelauto-ambassadeurs incl. monitoring/evaluatie 2027-2028 €10.000 Regio Stedendriehoek

Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS

Regio Stedendriehoek

Provincies

Gemeenten 1 Deelmobiliteitsaanbieder

Deelautoambassadeurs

2

3

4

1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten

Gebruikers UITVOERDERS

GEBRUIKERS

De Regio Stedendriehoek treedt op als initiator voor de kennisdeling en het opstarten van het deelauto-ambassadeurproject.

46/47

Welke risico’s zijn er? Risico Onbekendheid met het concept bij nieuwe bewoners.

Bewoners van nieuwe wijken schaffen alsnog een tweede auto aan, wat leidt tot parkeeroverlast in omliggende wijken.

47/47

Maatregel Inzet van 'deelauto-ambassadeurs' (bewoners die het concept promoten) en actieve introductie bij oplevering van de woningen. Verkennen van parkeernormen verlagen in combinatie met een gegarandeerd aanbod van deelauto's vanaf dag één, zodat deelmobiliteit de norm is bij intrek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16778450/1