CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A10 - Regio Stedendriehoek - Raadsinformatiebrief Regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit D478201

Besluitvormende raadsvergadering 23 april 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken13.394 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kenmerk: Plaats, datum: Behandeld door: Onderwerp:

916045 Deventer, 10 maart 2026 Jesse van Eijden Regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit

Beste leden van de gemeenteraad, De Regio Stedendriehoek staat voor een samenhangende en urgente mobiliteitsopgave. De regio groeit fors: tot 2040 worden circa 40.000 nieuwe woningen gerealiseerd, wat leidt tot een sterke toename van het aantal inwoners en verplaatsingen. Tegelijkertijd zet de 'dubbele vergrijzing' het huidige systeem onder druk met een toenemende vraag naar doelgroepenvervoer, terwijl het reguliere openbaar vervoer (ov) verandert en in delen van de regio minder fijnmazig wordt. Deze ontwikkelingen vragen om actie om de bereikbaarheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid van ons mobiliteitssysteem te waarborgen. Er is een betere samenhang nodig tussen ov, Wmo-vervoer, vrijwilligersvervoer en deelmobiliteit, gezamenlijk aangeduid als 'publieke mobiliteit'. Omdat deze opgave domeinen, gemeente- en provinciegrenzen overstijgt, is een gezamenlijke regionale aanpak essentieel. Dit hebben we verwoord in de Regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit. Regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit De uitvoeringsagenda is opgesteld in samenwerking met de provincies Gelderland en Overijssel. Ook de gemeente Hattem is betrokken bij deze uitvoeringsagenda, aangezien zij deelnemer is aan de gemeenschappelijke regeling PlusOV, waarin het regionale Wmo-vervoer voor negen gemeenten is georganiseerd.

Met deze uitvoeringsagenda spreken de betrokken gemeenten af om gezamenlijk en gefaseerd te verkennen hoe publieke mobiliteit slimmer, inclusiever en toekomstbestendig kan worden ingericht. De nadruk in de eerste fase ligt op onderzoek en verkenning van vier ontwikkelsporen. Deze fase zal in nauwe samenhang plaatsvinden met de provincies Gelderland en Overijssel. Vier ontwikkelsporen De agenda focust zich op vier ontwikkelsporen. Het flexibiliseren van het openbaar vervoer, het vernieuwen van het Wmo-vervoer, het ondersteunen van vrijwilligersinitiatieven en het verbreden van deelmobiliteit zijn geen losstaande trajecten, maar communicerende vaten. Zo kan een versterkt aanbod van deelmobiliteit en de inzet van ov-ambassadeurs de zelfredzaamheid van reizigers vergroten, wat de druk op het gespecialiseerde doelgroepenvervoer verlicht. Deze samenhang zorgt voor een efficiënter gebruik van beschikbare middelen en een logischer aanbod voor de reiziger. De ontwikkelsporen zijn: OV Flexibiliseren

Wmo-vervoer anders bekijken

Vrijwilligersvervoer ondersteunen

Dit ontwikkelspoor richt zich op het slimmer en efficiënter organiseren van het ov-netwerk, waarbij de inzet van middelen beter wordt afgestemd op de daadwerkelijke vraag van de reiziger en zo tegelijk het aanbod wordt verbeterd. Door fijnmazig ov meer flexibel te benaderen is meer maatwerk mogelijk. Binnen dit ontwikkelspoor zetten we als regio concreet in op twee met elkaar samenhangende vormen van flexibel ov: bus agile en de flexibele buurtbus (flexRRReis). Dit ontwikkelspoor richt zich op het anders vormgeven van de mobiliteit voor reizigers met een Wmo-indicatie, waarbij de focus ligt op het vergroten van de zelfredzaamheid en het beter benutten van de eigen kracht van de reiziger. Door reizigersprofielen in beeld te brengen, kan gerichter worden gekeken naar passende vervoersalternatieven die de druk op het gespecialiseerde vervoer verminderen. Ook wordt gekozen voor pilots met de inzet van een ov-pas als extra reisoptie, ondersteuning door ov-ambassadeurs en het (voorwaardelijk) integreren van ov-alternatieven binnen PlusOV. Vrijwilligersvervoer is vaak lokaal en kleinschalig georganiseerd en functioneert als een aanvulling op de reguliere vormen van ov en doelgroepenvervoer.

De kracht van deze initiatieven ligt in hun vermogen om maatwerk te bieden en in te spelen op een specifieke lokale behoefte, met name in gebieden of voor doelgroepen waar het reguliere aanbod niet volstaat. Het versterken van deze systemen en ze aantrekkelijker maken voor en bekender maken bij meer doelgroepen is dan ook een belangrijk spoor in de uitvoeringsagenda.

Deelmobiliteit verbreden

Binnen dit ontwikkelspoor wordt ingezet in op regionale verkenningen en pilots rondom diverse vormen van deelvervoer, zoals deelauto’s, deelfietsen en sociale deelmobiliteit. Deze initiatieven worden direct gekoppeld aan de ontwikkeling van mobiliteitshubs en de reeds bestaande gemeentelijke plannen om een naadloze reiservaring te garanderen.

Gefaseerde uitvoering De gekozen aanpak van de uitvoeringsagenda is gefaseerd. Eerst wordt begonnen met een onderzoeksfase. Dit borgt een zorgvuldige bestuurlijke afweging gedurende het gehele proces. In de huidige fase ligt de nadruk op het in beeld brengen van de potentie, het maatschappelijk draagvlak en de financiële impact van de verschillende initiatieven. Dit stelt ons in staat om op basis van draagvlak, feiten en onderzoeksresultaten te sturen op de meest effectieve maatregelen. Besluitvorming over grootschalige pilots of structurele investeringen vindt pas plaats nadat in de verkenningsfase is aangetoond dat deze kansrijk zijn. Daarnaast versterkt deze gezamenlijke koers de positie van de individuele gemeenten en de regio als geheel. Mobiliteitsstromen zijn grensoverschrijdend; een gefragmenteerde aanpak per gemeente zou leiden tot onduidelijkheid voor de reiziger en inefficiëntie in de uitvoering. Door als negen gemeenten en twee provincies vanuit één kader te werken, ontstaat er schaalvoordeel en een eenduidige koers richting externe partners en het Rijk. Dit verhoogt de kans op succesvolle realisatie van innovatieve projecten en het verwerven van noodzakelijke cofinanciering. Start 11 maart 2026 Een gezamenlijke tekenmoment op 11 maart 2026 door de betrokken wethouders van elke gemeente geeft de start voor Regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit.

Wij houden u uiteraard op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. De individuele colleges zullen u informeren over specifieke projecten in uw gemeente.

Met vriendelijke groet, Algemeen bestuur van Regio Stedendriehoek

Ineke Lijnema

Ron König

Secretaris

Voorzitter

Regionale uitvoeringsagenda publieke mobiliteit

Definitieve versie 17 februari 2025

Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting ............................................................................................................. 3 Inleiding ........................................................................................................................................ 6 Wat is de opgave? ............................................................................................................................. 6 Waar werken we naartoe? – Wenkend perspectief .......................................................................... 7 Wat draagt deze uitvoeringsagenda bij aan het doel? ..................................................................... 8 Hoe is de uitvoeringsagenda opgebouwd? ....................................................................................... 9 Ontwikkelspoor A – OV flexibiliseren .......................................................................................... 10 A1 – Verkennen uitrol ‘bus agile’ in Stedendriehoek ....................................................................... 10 A2 – Verkennen FlexRRReis voor regio Stedendriehoek .................................................................. 14 Ontwikkelspoor B – Wmo-vervoer anders bekijken .....................................................................

20 B1 – Verkenning ‘van indicatie naar individuele kracht’ ................................................................. 20 B2 – Ov-stimulering voor Wmo-doelgroep (ov-pas en ov-ambassadeurs) ...................................... 24 B3 – Implementeren ov-alternatieven binnen PlusOV-loket ........................................................... 28 Ontwikkelspoor C – Vrijwilligersvervoer ondersteunen ............................................................... 31 C1 – Ondersteuning kleine vrijwilligersinitiatieven ......................................................................... 32 Ontwikkelspoor D – Deelmobiliteit verbreden ............................................................................. 36 D1 – Verkennen regio-breed deelfietssysteem ................................................................................ 37 D2 – Deel-scootmobielen en andere sociale deelmobiliteit............................................................. 41 D3 – Deelauto’s en deelauto-ambassadeurs ................................................................................... 44

2/47

Bestuurlijke samenvatting A

B

C

D

OV flexibiliseren

Wmo-vervoer anders bekijken

Vrijwilligersvervoer ondersteunen

Deelmobiliteit verbreden

Aanleiding en context De Regio Stedendriehoek staat voor een samenloop van grote opgaven die de bereikbaarheid, leefbaarheid en inclusiviteit van het mobiliteitssysteem onder druk zetten. De regio groeit richting 2040 met circa 40.000 woningen en 60.000-80.000 inwoners. Tegelijkertijd verandert het openbaar vervoer, neemt de vraag naar doelgroepenvervoer sterk toe door dubbele vergrijzing, en worden personeelstekorten en stijgende kosten steeds urgenter. In dit licht is het bestaande, versnipperde vervoerssysteem niet langer toekomstbestendig en is het een uitdaging voorzieningen voor iedereen bereikbaar te houden. Grenzen tussen gemeenten, provincies, openbaar vervoer, doelgroepenvervoer en vrijwilligersinitiatieven maken het systeem complex en inefficiënt voor reizigers. De landelijke verkenning publieke mobiliteit (Berenschot, 2025) onderstreept de noodzaak om openbaar vervoer en doelgroepenvervoer beter te integreren en regionaal ervaring op te doen met nieuwe vormen van samenwerking en regie. De Uitvoeringsagenda publieke mobiliteit is het eerste gezamenlijke, concrete antwoord van de Regio Stedendriehoek op deze opgaven. De agenda bouwt voort op de eerdere tussenrapportage publieke mobiliteit en bevat een samenhangend pakket van projecten voor de periode 2026–2029.

Doel en ambitie De kernambitie is toe te werken naar één samenhangend, toegankelijk en toekomstbestendig systeem van publieke mobiliteit, waarin openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, vrijwilligersvervoer en deelmobiliteit elkaar versterken. Het systeem moet: • een realistisch alternatief bieden voor de privéauto; • nieuwe en bestaande woningen duurzaam bereikbaar maken; • vervoersarmoede verminderen; • inclusiviteit en zelfredzaamheid vergroten; • publieke middelen efficiënter inzetten. Publieke mobiliteit vraagt daarbij om intensieve samenwerking tussen gemeenten, provincies, vervoerders, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers, met aandacht voor zowel maatschappelijke als economische kosten en baten. Bijdrage van deze uitvoeringsagenda De uitvoeringsagenda draagt concreet bij aan vier regionale doelen:

3/47

1. Verbeteren van de bereikbaarheid van voorzieningen Door flexibel en vraaggestuurd vervoer in te zetten waar vaste ov-lijnen niet de meest passende oplossing zijn – zowel in landelijk gebied als in wijken in de stad. 2. Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen Door doelgroepenvervoer beter te verbinden met regulier ov en alternatieve vervoersvormen, met oog voor de mogelijkheden van individuele reizigers. 3. Versnellen van de mobiliteitstransitie Door aantrekkelijk, samenhangend en betaalbaar publiek vervoer te bieden dat de auto kan vervangen, ook bij de forse woningbouwopgave. 4. Efficiëntere inzet van middelen Door slimmer gebruik te maken van bestaande capaciteit, en door het aanbod beter af te stemmen op de daadwerkelijke vervoervraag. Rol van de Regio Stedendriehoek De Regio heeft geen formele opdrachtgeversrol in het vervoer, maar vervult een cruciale faciliterende en verbindende rol. Zij stimuleert samenwerking, zorgt voor kennisdeling, verbindt gemeenten en provincies (Gelderland en Overijssel) en treedt op als belangenbehartiger richting provincie en Rijk. Door regionale afstemming wordt publieke mobiliteit meer dan de som der delen. Opbouw van de uitvoeringsagenda De agenda is opgebouwd rond vier sterk samenhangende ontwikkelsporen met daarbinnen verschillende projecten.

Samen vormen zij de bouwstenen voor één logisch en herkenbaar mobiliteitssysteem voor de reiziger. De fasering is voor de meeste projecten tweedelig: eerst een verkennende fase om potentie en financiering verder in beeld te brengen, dan een realiserende fase waar daadwerkelijk potentie blijkt.

A

B

C

D

OV flexibiliseren

Wmo-vervoer anders bekijken

Vrijwilligersvervoer ondersteunen

Deelmobiliteit verbreden

Verkenning ‘bus agile’

Verkenning ‘indicatie naar individuele kracht’

Ondersteuning kleine vrijwilligersinitiatieven

Verkennen regiobreed deelfietssysteem

Verkenning FlexRRReis

Ov-stimulering voor Wmo-doelgroep: ov-pas en ov-ambassadeurs

Deelscootmobielen / sociale deelmobiliteit

Implementeren ov-alternatieven bij PlusOV-loket

Deelauto’s en deelautoambassadeurs

2026 > verkennen potentie & financiering 2027 en verder > realiseren & leren

4/47

Ontwikkelspoor A – Flexibiliseren van openbaar vervoer Dit spoor richt zich op het slimmer en vraaggerichter organiseren van het ov-netwerk. Er worden twee vormen van flexibel ov verder verkend: bus agile en flexibele buurtbus. Met flexibel ov kan de fijnmazige bereikbaarheid van voorzieningen voor wijken en kernen worden verbeterd. Waar uit de verkenning potentie blijkt zet de regio samen met partners in op implementatie van één of meerdere van genoemde vormen van flexibel ov. Ontwikkelspoor B – Wmo- en ander doelgroepenvervoer Dit spoor legt de basis voor een andere benadering van doelgroepenvervoer, waarin niet de indicatie maar de reiziger centraal staat. Zo verkennen we hoe met meer of andere vormen van indiceren (van indicatie naar individuele kracht) voor Wmo-vervoer de zelfredzaamheid kan worden vergroot en het Wmo-vervoerssysteem beschikbaar blijft voor wie het echt nodig heeft. Dat kan bijvoorbeeld met een reizigersprofiel waarin persoonlijke mogelijkheden en beperkingen worden vastgelegd, zodat per reis de best passende vervoersvorm kan worden aangeboden. Dat gaat hand in hand met ovstimulering voor de Wmo-doelgroep middels een ov-pas en ov-ambassadeurs, en het aanbieden van ov-reisinformatie via het PlusOV-loket.

Ontwikkelspoor C – Vrijwilligersvervoer Vrijwilligersvervoer is een waardevolle en vaak sociale aanvulling op regulier vervoer, vooral voor specifieke doelgroepen en lokale behoeften. Dit spoor richt zich op het ondersteunen en versterken van kleinschalige, lokale initiatieven, zonder hun lokale kracht te verliezen. Hiermee wordt versnippering tegengegaan en worden initiatieven zichtbaarder, duurzamer en beter verbonden met het bredere mobiliteitssysteem. Ontwikkelspoor D – Deelmobiliteit Deelmobiliteit biedt kansen als alternatief voor (tweede) autobezit en als aanvulling op ov en fiets, maar is in de regio nog ongelijk ontwikkeld. Dit spoor zet in op het ontwikkelen van het regiobrede deelfietssysteem, het aanbieden van deelscootmobielen en het opzetten van een programma met deelauto-ambassadeurs om de bekendheid van deelauto’s te vergroten. Doel is deelmobiliteit een herkenbaar en betrouwbaar onderdeel te maken van het publieke mobiliteitssysteem. Tot slot Met deze uitvoeringsagenda zet de Regio Stedendriehoek gerichte, concrete stappen richting publieke mobiliteit. De agenda is nadrukkelijk lerend van karakter: door te experimenteren, te evalueren en samen te werken met partners binnen en buiten de regio, wordt toegewerkt naar een robuust en schaalbaar systeem. Zo blijft de regio ook op lange termijn bereikbaar, leefbaar en inclusief voor al haar inwoners.

5/47

Inleiding Voor u ligt de Uitvoeringsagenda publieke mobiliteit van Regio Stedendriehoek. Hiermee zet de Regio concrete stappen uit om samen met alle partners toe te werken naar een samenhangend, toekomstbestendig en inclusief vervoerssysteem.

Wat is de opgave? De Regio Stedendriehoek staat voor een reeks grote, met elkaar samenhangende uitdagingen die de huidige bereikbaarheid en leefbaarheid onder druk zetten. De regio staat voor een forse regionale woningbouwopgave. Op dit moment hebben wij ongeveer een half miljoen inwoners. Er wordt een groei verwacht tot aan 2040 van 40.000 nieuwe woningen. Hiervan worden 17.000 woningen tussen 2025 en 2030 gebouwd, en nog eens ongeveer 13.000 woningen hierna. Hiermee groeit de regio naar verwachting met tussen de 60.000 en 80.000 nieuwe inwoners – daarbij groeit de regio ook economisch gezien in het aantal banen. Deze groei leidt onvermijdelijk tot een hogere vervoersvraag en meer mobiliteit. Alleen door nieuwe én bestaande inwoners over te laten stappen op andere vormen van mobiliteit dan de privéauto kunnen we de regio duurzaam bereikbaar houden (dit noemen we de mobiliteitstransitie). De andere optie is meer auto’s, meer ruimte voor parkeerplaatsen en nog meer files. Ook verandert het openbaar vervoer. Op doorgaande buslijnen is een trend zichtbaar: bundeling van frequente bussen op hoofdwegen. Dat zorgt voor hoogwaardig ov dat aantrekkelijk is voor een grote groep reizigers (bijvoorbeeld forenzen). Tegelijkertijd verdwijnen of verplaatsen op sommige plekken bushaltes, waardoor de afstanden tot het ov toenemen.

Dat heeft gevolgen voor de bereikbaarheid van (met name) landelijk gebied, woonwijken en bedrijventerreinen. Zeker de reiziger die geen auto kan of wil gebruiken wordt hierdoor geraakt. Deze opgaven vallen samen met een ingrijpende demografische verandering. De ‘dubbele vergrijzing’ (steeds meer ouderen, die bovendien ouder worden dan vroeger) leidt tot een structurele toename van de vraag naar doelgroepenvervoer. Tegelijkertijd daalt het aandeel werkenden in de bevolking, met personeelstekorten in het vervoer tot gevolg. Daarnaast neemt het aantal jonge mensen af, waardoor het totale aantal studenten dat met het ov reist minder wordt. De toenemende vraag naar maatwerk voor Wmo-reizigers en veranderingen in het ov-netwerk (zoals toenemende loopafstanden) dragen bij aan groeiende druk op het Wmo-vervoer. De landelijke overheid ziet de hierboven beschreven ontwikkelingen ook. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 19 december 2025 een brief naar de Tweede

6/47

Kamer gestuurd over de resultaten van de landelijke verkenning publieke mobiliteit. De verkenning, uitgevoerd door bureau Berenschot, adviseert tot het beter samen laten gaan van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer. Dit leidt tot een effectiever, toegankelijker en inclusiever vervoerssysteem voor de reizigers. Een andere belangrijke aanbeveling van Berenschot is om in regio’s aan de slag te gaan met publieke mobiliteit, om zo samen met medeoverheden en marktpartijen ervaring op te doen en verder op te kunnen schalen.1 De Regio kenmerkt zich door 82 verschillende gemeenten met beleid op zowel gebied van mobiliteit en bereikbaarheid als sociaal domein en doelgroepenvervoer. Daarnaast loopt de provinciegrens tussen Overijssel en Gelderland door de regio. Deze twee provincies gaan elk op hun eigen manier om met publieke mobiliteit. Overijssel kiest voor een aanpak met pilots en samenwerkingen in verschillende regio’s. Gemeente Deventer en provincie Overijssel hebben hiervoor op 8 januari 2026 een gezamenlijke intentieverklaring publieke mobiliteit getekend.3 Gelderland kiest juist voor een aanpak waarbij de Regio Achterhoek de ‘proeftuin voor publieke mobiliteit’ is. De provincies zijn verantwoordelijk voor het openbaar vervoer, de gemeenten voor het doelgroepenvervoer.

De opgave is om binnen deze complexe realiteit met verschillende uitdagingen, rollen en verantwoordelijkheden de regio voor iedereen bereikbaar te houden – nu en in de toekomst. Deze uitvoeringsagenda geeft een eerste antwoord op die opgave. Een belangrijk uitgangspunt is dat gemeente- en provinciegrenzen het reizen niet ingewikkeld hoeven te maken. Voor reizigers moet het systeem logisch en duidelijk zijn.

Waar werken we naartoe? – Wenkend perspectief Publieke mobiliteit levert een belangrijke bijdrage aan het aanpakken van grote opgaven in de regio. De essentie is betere samenwerking tussen de partijen die verantwoordelijk zijn voor publiek vervoer. Samen werken zij aan een toegankelijk mobiliteitssysteem waaraan iedereen kan meedoen en dat bijdraagt aan een leefbare regio. Centraal staat het aansluiten bij de behoeften van verschillende reizigers: van minder mobiele mensen en reizigers die geen auto hebben of willen, tot mensen die nu nog vaak de eigen auto gebruiken. In 2024 is een eerste onderzoek gedaan naar de huidige stand van zaken en de toekomstige uitdagingen.4 Hoe deze samenwerking eruit kan zien, heeft de regio beschreven in het ‘Wenkend perspectief’. Hierin wordt geschetst hoe het huidige, versnipperde vervoer in de Stedendriehoek wordt omgevormd tot één robuust en toegankelijk systeem. Het doel is een samenhangend aanbod dat aansluit bij de behoeften van diverse doelgroepen. Het 1 2

Kamerbrief over verkenning publieke mobiliteit | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Bij PlusOV, de samenwerking voor doelgroepenvervoer, zijn zelfs 9 gemeenten aangesloten. Gemeente Deventer:_intentieverklaring_publieke_mobiliteit_prov_Overijssel 4 P2: Visie op publieke mobiliteit: Tussenrapportage Regio Stedendriehoek, 26 juni 2024 3

7/47

moet een realistisch alternatief zijn voor de privéauto, nieuwe woningen duurzaam bereikbaar maken en vervoersarmoede tegengaan. Tegelijkertijd wordt gekeken hoe het vervoer zo slim en kostenefficiënt mogelijk kan worden georganiseerd. De kern van dit perspectief is het beter laten samengaan van alle vervoersvormen: traditioneel ov (trein en bussen) wordt aangevuld met flexibele, vraagafhankelijke vervoersdiensten, deelmobiliteit en vrijwilligersvervoer. Hierbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht tussen het doelgroepenvervoer (zoals Wmo-vervoer, maar ook bijvoorbeeld leerlingenvervoer) en het reguliere aanbod. Al deze vormen van vervoer zijn de verantwoordelijkheid, zowel financieel als beleidsmatig, van verschillende partijen. Om die vervoersvormen in de uitvoering beter op elkaar aan te laten sluiten is het van belang de samenwerking tussen verschillende partijen anders vorm te geven en gezamenlijk publieke regie te nemen op het mobiliteitssysteem. Niemand in Nederland of de regio heeft nog het goede antwoord op de vraag hoe die samenwerking en regie rondom publieke mobiliteit het beste kan worden ingericht. De komende jaren verkennen de Regio Stedendriehoek, provincies en gemeenten daarom hoe die samenwerking op de lange termijn kan worden vormgegeven.

In die samenwerking is het belangrijk economische én maatschappelijke kosten en baten mee te laten tellen, en die eerlijk te verdelen. Samenhang met andere regio’s We vinden in de Regio Stedendriehoek niet het wiel opnieuw uit wanneer dat niet hoeft. In de projecten uit deze uitvoeringsagenda kijken we waar het kan naar andere regio’s om zo van elkaar te leren in de ontwikkeling van publieke mobiliteit. De regio’s om ons heen zijn ook op hun eigen manier bezig met publieke mobiliteit: bijvoorbeeld de Regio Achterhoek, Zwolle, eveneens een koploper op dit gebied.

Wat draagt deze uitvoeringsagenda bij aan het doel? Met deze uitvoeringsagenda zet de Regio door middel van concrete projecten stappen richting het wenkend perspectief van publieke mobiliteit. Dat doet de Regio op deze vier fronten: 1 - Bereikbaarheid van voorzieningen vergroten. Het zo inrichten van het vervoersaanbod zodat ook landelijk gebied en buitenwijken met ov en andere publieke mobiliteit voorzieningen goed kunnen bereiken.

2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. Het bieden van meer toegankelijke, logische en betaalbare vervoersmogelijkheden die helpen om de brug te slaan tussen het openbaar vervoer en het doelgroepenvervoer.

8/47

3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met de forse woningbouwopgave. Het aanbieden van een aantrekkelijk mobiliteitsaanbod (zoals ov en deelauto) dat kan concurreren met de privéauto, om zo de nieuwe en bestaande woningen in de regio duurzaam bereikbaar te houden en de toenemende drukte op de wegen tegen te gaan.

4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit. Het beter gebruiken van wat er al is, zoals onbenutte vervoerscapaciteit, en een andere verdeling van middelen waar dat passend is.

De rol van de regio De Regio heeft geen formele (opdrachtgevers)rol in publieke mobiliteit. Wel is de Regio een belangrijke partner, en kent eigen bereikbaarheidsopgaven. Door in de Stedendriehoek samen te werken wordt publieke mobiliteit groter dan de som der delen. De rol van de Regio is vooral faciliteren en bevorderen van samenwerking en kennisuitwisseling tussen de gemeenten, het slaan van een brug tussen de provincies én belangenbehartiger richting provincie en Rijk.

Hoe is de uitvoeringsagenda opgebouwd? Deze uitvoeringsagenda is opgebouwd uit 4 ontwikkelsporen. A. Ov flexibiliseren B. Wmo-vervoer anders bekijken C. Vrijwilligersvervoer ondersteunen D. Deelmobiliteit verbreden Er is een sterke samenhang tussen de 4 ontwikkelsporen. Uiteindelijk is de grote belofte van publieke mobiliteit het creëren van één voor de reiziger samenhangend systeem. Bij elk project is beschreven wat er gaat gebeuren, wat daarvan resultaat en verwachte beleidsuitkomst zijn, wie de trekker is, wie financiert, en wanneer het plaatsvindt.

9/47

Ontwikkelspoor A – OV flexibiliseren Het traditionele model van openbaar vervoer gebaseerd op vaste lijnen en vaste dienstregelingen verandert op sommige plekken. Doorgaande lijnen over grote wegen per bus en per spoor maken het openbaar vervoer enerzijds aantrekkelijk voor grote groepen reizigers. In de Stedendriehoek zijn dat bijvoorbeeld de comfortRRReis-buslijnen. Deze doorgaande lijnen zijn een essentieel onderdeel van het mobiliteitssysteem van de regio en helpen mensen over te laten stappen van de privéauto naar het ov. Anderzijds zijn er ook lijnen die niet de hele dag en week goed bezet zijn. Vaak zijn dit lijnen die door wijken kronkelen in plaats van erlangs, of die kleine kernen in het landelijk gebied aandoen. Door een lagere bezetting is er hier sprake van onderbenutte capaciteit. Deze lijnen hebben wel degelijk een belangrijke functie en maken het ov toegankelijker door het dichter bij mensen te brengen voor wie dat belangrijk is. Om de bereikbaarheid op peil te houden, vervoersarmoede tegen te gaan en een realistisch alternatief te bieden voor de privéauto, moet anders worden gekeken naar de ov-bereikbaarheid. Een verandering naar vraaggestuurd vervoer kan op bepaalde verbindingen een oplossing zijn.

Dit ontwikkelspoor richt zich op het slimmer en efficiënter organiseren van het ov-netwerk, waarbij de inzet van middelen beter wordt afgestemd op de daadwerkelijke vraag van de reiziger en zo tegelijk het aanbod wordt verbeterd. Door fijnmazig ov meer flexibel te benaderen is meer maatwerk mogelijk. Binnen dit ontwikkelspoor zetten we als regio concreet in op twee met elkaar samenhangende vormen van flexibel ov: bus agile en de flexibele buurtbus (flexRRReis).

Vaste route

Bus

Vaste route

Buurtbus

Vaste route

Belbus

Bus agile

Buurtbus flex

Vaste dienstregeling

Vaste dienstregeling

Soms vaste route, soms flexibele route

Rijdt op aanvraag

Rijdt op aanvraag

Rijdt op aanvraag

Professionele Vrijwillige Professionele Prof. of vrijwillige chauffeurs chauffeurs chauffeurs chauffeurs Figuur 1 Verschillende typen 'bus', vast en flexibel, binnen de ov-concessies.

A1 – Verkennen uitrol ‘bus agile’ in Stedendriehoek Beschrijving project/maatregel

10/47

Kriskras tussen haltes in gebied

Vrijwillige chauffeurs

Soms is de gewone bus niet de handigste of best passende manier om van A naar B te komen. Bijvoorbeeld wanneer er geen halte is in de wijk of het dorp, of wanneer overstappen leidt tot langere reistijden. In die behoefte kan een flexibeler ov-netwerk voorzien. Een mogelijke ontwikkelrichting voor het flexibiliseren van het ov-netwerk is het concept ‘bus agile’, oftewel een bus die zich voegt naar de vraag. Bij dit concept wordt een deel van een buslijn flexibel gemaakt, waardoor er meer haltes mogelijk zijn en de ovbereikbaarheid toeneemt. Ook reizigers die bijvoorbeeld verder van de hoofdroute van een buslijn wonen kunnen in dit geval dichter bij huis gebruik maken van ov. Er zijn verschillende varianten denkbaar, bijvoorbeeld een lijn die buiten de spits een vraagafhankelijke route rijdt, of een lijn die altijd een vraagafhankelijke route rijdt behalve een vaste aansluiting op een treinstation.

Figuur 2 Van altijd een vaste route naar soms flexibel afwijken van de route met zo een groter bedieningsgebied.

Bus agile komt oorspronkelijk uit Zwitserland. Arriva gaat op termijn dit ‘bus agile’-concept in de concessie Achterhoek-Rivierenland verder ontwikkelen en invoeren, in eerste instantie in de regio rond Doetinchem. Ook voor de regio Stedendriehoek is er mogelijk meerwaarde – voornamelijk op minder dichtbebouwde plekken. De regio wil daarom allereerst erop inzetten om ook in de gemeenten Zutphen en Lochem (ook deel van Achterhoek-Rivierenland) en in concessie IJssel-Vecht te onderzoeken waar bus agile van meerwaarde kan zijn. Vervolgens kan het concept waar dat potentie heeft in beide concessies worden uitgerold. Deze ontwikkeling kan enkel in goede samenwerking met de beide provincies en de ov-vervoerders. Rand voorwaardelijk is dat het voor de reiziger duidelijk blijft, en dat het niet voelt als weer een nieuw systeem. Daarbij hoort dus ook de integratie in vertrouwde reisplanners zoals 9292. De volgende stappen maken onderdeel uit van dit project: 1. Onderzoeken welke lijnen potentie hebben, en hoe het past in de concessies 2. Uitwerken verdere systeemkenmerken, projectplan 3. Besluit tot een pilot 4. Voorbereiding pilot / implementatie incl. IT 5. Pilot met bus agile in concessie Achterhoek-Rivierenland 6. Pilot met bus agile in concessie IJssel-Vecht, met geleerde lessen uit eerdere pilot 7. Implementatieplan/draaiboek aan de hand van geleerde lessen uit de pilots 11/47

Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? - Er ontstaan meer vervoersmogelijkheden voor inwoners, en (in de daluren) kan het ov-systeem beter benut worden. - Ingezette middelen voor ov worden beter benut. Wat levert het project concreet op? - Een lijst met kansrijke buslijnen/gebieden voor de bus agile aanpak en een concrete proef in elk van de twee ov-concessies - Implementatieplan: hoe kunnen we samen met partners zorgen dat bus agile waar dat passend is ook in de Stedendriehoek ingevoerd kan worden, ondanks verschillende ov-concessies? Hoe draagt dit bij aan doelen? 1 - Bereikbaarheid van voorzieningen vergroten.

Hoog, het agile bus systeem kan bijdragen aan het versterken van het ov in landelijke gebieden en bepaalde stadswijken. 2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo Gemiddeld, het biedt reizigers de drempelvrij mogelijk. mogelijkheid dichter bij huis op het ov te stappen. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw. 4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.

Gemiddeld, het ov wordt voor meer mensen een optie. Hoog. Het agile systeem zet op een efficiëntere manier de exploitatiemiddelen voor het ov in.

Wat is de planning en fasering? Project A1 - Agile bus 1

2026 2 3

4

1

2027 2 3

1 - Potentieonderzoek 2 - Uitwerken systeemkenmerken 3 - Besluit tot uitvoering/implementatie 4 - Voorbereiding pilot 5 - Pilot in regio Zutphen 6 - Pilot in IJssel-Vecht 7 - Implementatieplan/draaiboek

Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? 12/47

4

1

2028 2 3

2029 4

2030

• •

Potentieonderzoek en uitwerken systeemkenmerken: €27.500 vanuit Regio Stedendriehoek in 2026 Na besluit tot uitvoering/implementatie: o Voorbereiding pilot incl. IT: €26.000 (50% vanuit Regio Stedendriehoek, 25% vanuit Overijssel, 25% vanuit Gelderland), in 2027. o Middelen voor exploitatie pilot: vanuit de bestaande exploitatiemiddelen voor het ov bij beide provincies. Hoogte van deze middelen afhankelijk van of en waar de potentie blijkt te zijn. o Implementatieplan/draaiboek: gezamenlijke inspanning van de Regio en provincies. o Extra haltes: bedrag afhankelijk van aantal extra haltes, kosten voor wegbeheerder met mogelijke bijdrage van provincies.

Welke risico’s zijn er? Risico Onduidelijkheid voor de reiziger door versnippering van systemen.

Maatregel Zorgen voor integratie in vertrouwde reisplanners zoals 9292 en het borgen van een eenduidig systeem voor de reiziger. Nauwe samenwerking tussen beide provincies, de regio en de vervoerders vanaf de start van de verkenning.

Complexiteit bij de implementatie in twee verschillende concessies met verschillende vervoerders

Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? Trekker: Regio Stedendriehoek voor het onderzoeksdeel, de provincies als concessieverleners, de ov-vervoerders voor de vervoerkundige en technische ontwikkeling Regio Achterhoek BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS

Regio Stedendriehoek

Provincies

1

2

3

4

Vervoersbedrijven

Reizigers UITVOERDERS

Betrokken Partij

13/47

1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten

GEBRUIKERS

Rol in het Project

Provincies (Gelderland & Overijssel)

Opdrachtgever ov (concessieverlener), beleidsbepaler en financier. Het 'agile concept' wordt in samenwerking met hen ontwikkeld.

Vervoersbedrijven (EBS, Arriva)

Uitvoerend vervoerder en operationeel partner, en hoofdontwikkelaar voor nieuwe vervoersconcepten zoals bus agile.

Regio Stedendriehoek

Facilitator en coördinator tussen de diverse partijen en trekker van de onderzoekende fase.

Regio Achterhoek

Belangrijke kennispartner: Gelderse ‘proeftuin publieke mobiliteit’

Welke samenwerking en raakvlakken met andere projecten zien we? Parallel wordt ook in o.a. Regio Achterhoek het spoor van bus agile onderzocht. Lessen die daar geleerd worden kunnen worden toegepast in de Stedendriehoek.

A2 – Verkennen FlexRRReis voor regio Stedendriehoek Beschrijving project/maatregel De buurtbus is een bekende vorm van kleinschalig ov: vrijwilligers rijden een vaste route met kleinschalig materieel, georganiseerd binnen de ov-concessie. Een doorontwikkeling is die van de ‘flexibele buurtbus’ onder de naam flexRRReis. Dit is een concept dat eerder succesvol is gebleken in onder meer Rijssen-Holten. Het functioneert als een flexibele, vraaggestuurde vervoersdienst die aanvullend is op het vaste lijnennet en is een andere vorm om meer maatwerk te kunnen bieden met ov. Net als de reguliere buurtbus wordt het gereden door vrijwillige chauffeurs. Binnen de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland (samen “OV-oost”) is flexRRReis de productformule voor vraagafhankelijk vervoer. In Overijssel rijdt flexRRReis als een concept waarbij op aanvraag ‘kris-kras’ van halte naar halte wordt gereden met een voertuig bestuurd door een vrijwilliger. In Gelderland is met haltetaxiRRReis al een bestaand systeem dat lijkt op het Overijsselse flexRRReis, maar dit is toch een ander concept. HaltetaxiRRReis is bedoeld als ov-vangnet op plekken waar en tijdstippen wanneer er geen goede ov-reis beschikbaar is en valt buiten de ov-concessie én opereert op provinciale schaal. Het Overijsselse flexRRReis kan juist een meerwaarde bieden voor ritten op de kortere afstand (<5 km).

14/47

Deze formule is mogelijk ook van meerwaarde voor de Stedendriehoek. Met een flexibele buurtbus kan fijnmazig ov dicht bij mensen worden geboden – een waardevolle toevoeging in een tijd waarin de reguliere ov-lijnen steeds vaker over hoofdwegen gaan en haltes dus verder weg komen te liggen. Daarmee is het óók voor bijv. ouderen of Wmo-gerechtigden een passende nieuwe oplossing, zeker wanneer er haltes zijn op locaties die voor hen belangrijk zijn en die nu hotspots voor doelgroepenvervoer zijn. Eerste onderdeel van dit project is onderzoeken waar in de regio mogelijk potentie is voor de flexibele buurtbus, en welke succesfactoren daarbij horen – met het doel om bij potentie door te zetten naar een volwaardige pilot. Potentie is in dit geval niet enkel een vervoerkundig vraagstuk en het onderzoeken van reisbehoeften, maar ook een sociaal vraagstuk. Werken met vrijwilligers vereist namelijk een andere benadering dan werken met professionele chauffeurs, met speciale aandacht voor het vinden en behouden van voldoende vrijwilligers. Initiatief moet voor een groot deel vanuit de samenleving komen (zie ook ontwikkelspoor C – vrijwilligersvervoer), of vanuit bestaande buurtbusverenigingen. Dat betekent dat het opzetten van een flexRRReis-systeem niet van de ene op de andere dag gerealiseerd zal zijn.

In het project wordt gericht gekeken naar verschillende gebieden in de Regio: zowel naar stedelijke gebieden als Apeldoorn en Deventer als naar meer landelijke gebieden in de rgeio. Wanneer er potentie is kan besloten worden tot een pilot. De pilot kan vervolgens dienen als testcase om de haalbaarheid, de succesfactoren, de benodigde organisatiestructuur (o.a. vrijwilligerswerving) en de inpassing in de ov-concessie nog verder te onderzoeken. Daarmee willen we leren voor de hele regio. De geleerde lessen leggen we vast in een draaiboek. In het gehele proces zoeken we nadrukkelijk de aansluiting bij het project bus agile (A1), zodat er voor de reiziger geen onlogische systemen naast elkaar bestaan en evt. ITontwikkelingen die voor beide projecten van nut zijn ook voor beide projecten gebruikt kunnen worden. Stappen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 15/47

Verkenning potentie in gehele regio Besluit tot pilot in gebied met potentie Opstellen plan van aanpak pilotregio (samen met concessiehouder) Implementatie: vrijwilligers, haltelocaties, technisch, contractueel Uitvoering Evaluatie

7. Draaiboek ‘levend houden’ (bijhouden met ervaringen uit de praktijk) en onder de aandacht brengen in de regio. Het plan van aanpak vormt de basis voor het draaiboek. Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? Het project lost het knelpunt van verminderde bereikbaarheid op in gebieden waar de vervoersvraag te laag is voor een vaste, reguliere buslijn. Het biedt een betaalbare, fijnmazige vervoersoplossing die anders financieel niet haalbaar zou zijn. Wat levert het project concreet op? •

•

Inzichten over de implementatie, het binden en behouden van vrijwilligers, de technische inpassing en de reizigersrespons door middel van een succesvol uitgevoerde pilot in een gebied met potentie. Een concreet 'draaiboek' voor opschaling van het FlexRRReis-concept naar andere kansrijke gebieden in de regio, zodat andere gemeenten niet het wiel opnieuw hoeven uit te vinden.

Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel 1 - Bereikbaarheid van voorzieningen vergroten. 2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw. 4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.

Wat is de planning en fasering?

16/47

Bijdrage Hoog. Dit concept is specifiek ontworpen om vervoer aan te bieden in gebieden met een lagere, verspreide vervoersvraag. Hoog. Het biedt een laagdrempelige, fijnmazige, lokaal verankerde en betaalbare vervoersoptie die ook zeer geschikt is voor (bijvoorbeeld) ouderen. Gemiddeld. Het fungeert als een zelfstandig vervoerssysteem en als een belangrijke 'feeder' voor het hoofd-OV-netwerk, waardoor het aantrekkelijker wordt om de auto te laten staan. Hoog. Het project zet vrijwilligerskracht in waar de kosten van professionele inzet niet tegen de baten opwegen, wat leidt tot een passende besteding van middelen.

Project A2 - FlexRRReis 1

2026 2 3

4

1

2027 2 3

4

1

2028 2 3

2029

2030

4

1 - Verkennen potentie in regio 2 - Besluit pilot in gebied met potentie 3 - Opstellen PvA pilotregio 4 - Implementatie 5 - Start uitvoering 6 - Evaluatie 7 - Draaiboek schrijven/bijhouden

Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • •

•

Verkennend onderzoek €25.000 (€25.000 van Regio Stedendriehoek) in 2026 Bij besluit pilot in gebied met potentie: o Inhuur projectleider voor 1 dag in de week (Q1+Q2 2027 €12.000) en een halve dag in de week (2027 €20.000) voor opstellen plan van aanpak en begeleiding implementatie o Evaluatieonderzoek in 2028 €5.000 Een trekker die vanaf start pilot het draaiboek namens de regio bijhoudt en dient als vraagbaak voor de regio.

Welke risico’s zijn er? Risico Afhankelijkheid van en tekort aan vrijwilligers

Maatregel We onderzoeken eerst goed of er bij bestaande buurtbusverenigingen animo is om mee te werken aan een flexibele buurtbus.

Versnippering van het aanbod doordat FlexRRReis naast bestaande systemen zoals HaltetaxiRRReis komt te staan.

De samenhang en vindbaarheid van de systemen voor de reiziger moet bewaakt worden.

Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners?

17/47

BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS

Regio Stedendriehoek

Provincie Overijssel

PlusOV

Provincie Gelderland 1

Deventer + Zutphen

2

3

4

EBS + Arriva

1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten

Reizigers UITVOERDERS

GEBRUIKERS

Bestaande buurtbusverenigingen

Betrokken Partij

Rol in het Project

Gemeente (n.t.b.)

Bij pilot: mede-initiatiefnemer, pilot-locatie en lokale coördinator.

EBS en Arriva

Concessiehouders; moeten flexRRReis implementeren en buurtbusverenigingen technisch/in materieel ondersteunen.

Bestaande buurtbusverenigingen /vrijwilligersinitiatieve n

Dienen te worden geïnformeerd en betrokken bij de lokale ontwikkeling van flexRRReis.

Provincies Gelderland en Overijssel

Concessieverleners moeten de pilots in de concessies inpassen en de concessiehouders sturen in de ontwikkeling.

PlusOV

Partner voor afstemming en doorverwijzing (om overlap te voorkomen en reizigers de juiste optie te bieden).

Regio Stedendriehoek

Coördinator en facilitator voor de (mogelijke) opschaling naar de rest van de regio, opsteller en aanspreekpunt voor het draaiboek.

Parallellen en raakvlakken tussen de projecten Er is al een vorm van flexvervoer in de regio (haltetaxiRRReis in Gelderland), en ook deze uitvoeringsagenda stelt twee projecten met varianten van flexvervoer voor. Het is van belang dat deze verschillende vormen elkaar niet gaan bijten en dat er voor de reiziger een eenduidig systeem ontstaat in plaats van meer versnippering. Het kan ook voorkomen dat er in de loop van de tijd nieuwe (meng)vormen van flexibel ov bestaan, bijvoorbeeld nieuwe bus agile verbindingen uitgevoerd door vrijwilligers. De Regio en de provincies (opdrachtgevers ov) bewaken samen de samenhang en eenvoud voor de reiziger in

18/47

bijvoorbeeld vindbaarheid en boeken/betalen van ritten, zodat er niet voor elk subtype systeem weer een nieuwe app is.

19/47

Ontwikkelspoor B – Wmo-vervoer anders bekijken Inleiding Het doelgroepenvervoer garandeert mobiliteit en maatschappelijke participatie voor inwoners die niet zelfstandig met eigen of het reguliere openbaar vervoer kunnen reizen, zoals mensen met een Wmo-vervoersindicatie, leerlingen en jeugdwetcliënten. Momenteel is dit vervoer grotendeels gescheiden van het reguliere ov-systeem georganiseerd. De grote uitdagingen, zoals de dubbele vergrijzing, stijgende kosten en personeelstekorten, maken het noodzakelijk om anders naar dit systeem te kijken. Dit ontwikkelspoor legt de basis om het doelgroepenvervoer slimmer te organiseren en beter te integreren met het totale mobiliteitsaanbod. De spil van het huidige georganiseerde doelgroepenvervoer in de regio is PlusOV. Dit is een gemeenschappelijke regeling die als regionale vervoerscentrale fungeert voor negen gemeenten: Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. PlusOV is de enige publieke vervoerscentrale in Gelderland en plant zelf de ritten, terwijl de uitvoering wordt uitbesteed aan gecontracteerde taxibedrijven. Het Wmovervoer dat zij aanbieden is vraagafhankelijk (op aanvraag van deur tot deur). Daarnaast verzorgt PlusOV het routegebonden leerlingenvervoer en jeugdwetvervoer voor een deel van de gemeenten. In het huidige landschap is er met PlusOV een sterke centrale regisseur.

Dat vormt het vertrekpunt voor de overgang naar een meer geïntegreerd en efficiënt systeem, waarin meer wordt gekeken naar de individuele behoeften en kenmerken van reizigers. Onder meer door hen te bewegen op eigen kracht zich met het ov te verplaatsen waar en wanneer dat kan.

B1 – Verkenning ‘van indicatie naar individuele kracht’ Beschrijving project/maatregel De basis van Wmo-vervoer is dat het een maatwerkvoorziening is bedoeld voor mensen die zich niet zelfstandig lopend, fietsend of met het ov kunnen verplaatsen. Onderdeel van de toekenning (indicatiestelling) is bepalen of iemand wel of niet van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Daarmee ontstaat in sommige gemeenten er een zwart-wit keuze: ‘kan wel met ov’ of ‘kan niet met ov’. Er zijn verschillen tussen de gemeenten in hoe zwart-wit deze keuze is; sommige gemeenten (bijv. Deventer) werken met stapelen van verschillende indicaties.

20/47

In de praktijk hebben verschillende reizigers verschillende behoeften en mogelijkheden. Er zijn bijvoorbeeld reizigers voor wie overdag een ov-reis zonder overstap goed te doen is, maar voor wie een reis waarbij ’s avonds in het donker één keer moet worden overgestapt niet geschikt is (en de Wmo-taxi op dat moment het beste middel is). Door meer per persoon en per reis te bekijken of Wmo-vervoer de beste optie is, of dat dat toch bijvoorbeeld openbaar vervoer is, wordt ingezet op eigen kracht waar dat kan. Een manier om dit verder vorm te geven kan zijn het vastleggen van de persoonskenmerken: bijvoorbeeld hoe ver iemand kan lopen, of dat iemand ook ’s avonds kan reizen. Dat vastleggen gebeurt in een reizigersprofiel, op het moment dat besloten is dat iemand in aanmerking komt voor een Wmo-indicatie. Hierin zijn verschillende varianten in denkbaar. De kern van dit project is verkennen wat er nodig is om indicatiestelling voor Wmo-vervoer in de regio beter aan te laten sluiten op wat individuen zelfstandig kunnen. In een tijd waarin het Wmo-vervoer uitdagingen kent qua capaciteit en kwaliteit kan dit ook helpen om het Wmo-vervoer beschikbaar te houden voor wie niet zelfstandig kan reizen. Eerste stap in de verkenning is in beeld brengen wat de huidige situatie is.

Dat betekent • op basis van data in beeld brengen wat voor elke gemeente het reisgedrag van de gebruikers van PlusOV is; • geanonimiseerde analyse van de grootgebruikers per gemeente; • vergelijken van beleid rond Wmo-indicatie tussen de gemeenten in de regio. Deze eerste stap in de regio kan laten zien waar de overeenkomsten en verschillen in het vervoer in de regio zitten. In Deventer is eerder al zo’n verkenning uitgevoerd. Daaruit bleek onder meer dat daar maar een kleine groep (5%) is die wekelijks reist. Door de analyse op regionaal niveau te maken kunnen ook best practices worden uitgewisseld. Daarbij wordt de potentie van verder toespitsen op individuele kracht met (een vorm van) reizigersprofielen met deze analyse duidelijk, inclusief de globale financiële consequenties. Wanneer daartoe aanleiding blijkt wordt het geheel verder uitgewerkt richting een wensbeeld en actieplan. Onderwerpen die hierin aan bod komen zijn onder meer de thema’s beleid, samenwerking/organisatie en techniek. Ook de mate waarin reizigersprofielen en de daaruit volgende reisadviezen vrijblijvend of juist dwingend moeten zijn maakt deel uit van de verkenning. Op basis van deze stap kan een besluit worden genomen voor het vervolg (implementatie).

21/47

Het resultaat van deze verkenning binnen publieke mobiliteit is dat hiermee ook voor reizigers die nu het Wmo-vervoer gebruiken een mobiliteitsaanbod ontstaat waarin hun behoeften en mogelijkheden centraal staan, in plaats van dat zij vastzitten aan één systeem. De andere projecten binnen dit spoor van de regionale uitvoeringsagenda zijn allemaal sterk gekoppeld aan deze verkenning: daarmee wordt verder ingezet op benutten en stimuleren van eigen kracht en ander aanbod van publieke mobiliteit waar, wanneer en door wie dat kan. Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? Het project onderzoekt hoe het knelpunt van de starre Wmo-indicatie opgelost kan worden en gaat meer uit van de eigen kracht van Wmo-geïndiceerden. De kans die wordt benut is het realiseren van "efficiënt maatwerk": reizigers krijgen de best passende vervoersoplossing per reis die ze willen maken. Dit stelt gemeenten in staat om middelen veel gerichter en efficiënter in te zetten en tegelijkertijd de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten. Wat levert het project concreet op? • Een vergelijkende analyse naar het huidige gebruik van Wmo-vervoer en het beleid rondom indicatiestelling. • Een onderzoek naar de meerwaarde/potentie van en benodigde stappen voor reizigersprofielen voor het Wmo-vervoer in de regio Stedendriehoek, resulterend in een wensbeeld.

• Een actieplan voor de stapsgewijze uitrol van reizigersprofielen inclusief de vast te leggen kenmerken. Dit is alleen van toepassing als reizigersprofielen van toegevoegde waarde blijken te zijn. Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel 1 - Bereikbaarheid van voorzieningen vergroten. 2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw.

22/47

Bijdrage Laag. Hoog. Het erkent dat niet alle reizigers, ook niet binnen de groep Wmo-reizigers, dezelfde ondersteuning nodig hebben.

Laag.

4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.

Gemiddeld.

Wat is de planning en fasering? 1. Onderzoek huidige situatie o.b.v. data, beleid – globaal potentie en financiele consequenties reizigersprofielen in beeld 2. Besluit vervolg uitwerking 3. Opstellen wensbeeld en actieplan. 4. Besluit tot uitvoering/implementatie 5. Implementeren. Project B1 - Verkenning 'van indicatie naar reizigersprofiel' 2026 2027 1 2 3 4 1 2 3 1 - Onderzoek huidige sit. & potentie 2 - Besluit tot verdere uitwerking 3 - Wensbeeld & actieplan opstellen 4 - Besluit tot uitvoering/implementatie 5 - Implementatie

4

1

2028 2 3

2029

2030

4

Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig? • Verkenning huidige situatie & potentie: €30.000 in 2026 vanuit Regio Stedendriehoek, • Implementatie (bij potentie): o in 2027 €20.000 vanuit de PlusOV-gemeenten. Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? Trekker: Regio Stedendriehoek voor de verkenning, de gemeenten voor implementatie Partners: de gemeenten BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS Gemeenten

1 PlusOV

2

3

4

1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten

Reizigers UITVOERDERS

Welke risico’s zijn er?

23/47

GEBRUIKERS

Risico Weerstand bij huidige Wmo-gebruikers die vrezen hun vertrouwde vervoersvorm te verliezen. Privacyvraagstukken bij het vastleggen van medische of persoonskenmerken in profielen.

Maatregel De profielen moeten leiden tot de best passende oplossing. Niet tot uitsluiting van vervoer. Juridische kaders en privacy vereisten worden meegenomen in het verkennend onderzoek en het wensbeeld.

B2 – Ov-stimulering voor Wmo-doelgroep (ov-pas en ov-ambassadeurs) Om de groep reizigers die al gebruik maakt van Wmo-vervoer of dat bijna gaat doen (voornamelijk de nu nog fitte, maar toekomstig kwetsbare ouderen) ook zo goed mogelijk te bedienen zijn meer instrumenten nodig om hen te stimuleren waar en wanneer het kan het ov te gebruiken. Dit project zet daarop in middels een gecombineerde aanpak met een ov-pas en ov-ambassadeurs. Dat alles doen we met oog voor de mate van zelfredzaamheid van de doelgroep. Zeker bij een verandering in Wmo-indicatiestelling (project B1) kunnen deze instrumenten hieraan bijdragen. De ov-pas voor ouderen en mensen met een Wmo-vervoersindicatie stelt hen in staat tegen een lager tarief of gratis met het ov (vast en flexibel) te reizen. Voor de oudere doelgroep die nog wel zonder indicatie reist kan een ov-abonnement zorgen dat het ov een vanzelfsprekende optie blijft, waardoor zij langer zelfstandig kunnen blijven en niet pas op hoge leeftijd (wanneer dat vaak niet meer gaat) kennis met het ov hoeven te maken. Op het moment dat zij bijvoorbeeld geen auto meer kunnen rijden en bij de gemeenten een aanvraag doen voor Wmo-vervoer heeft deze met de ov-pas een pasklaar instrument klaar om wie dat kan nog met het ov te laten reizen. Ook bestaande Wmovervoergebruikers kunnen reizen met de ov-pas.

De ov-pas wordt betaald vanuit het sociaal domein van de deelnemende gemeenten. De ov-ambassadeurs, die nu al actief zijn in Zutphen, Deventer en Apeldoorn5, kunnen mede zorgen voor het succes van deze ov-pas. Zij helpen nu al (voornamelijk) ouderen met hulpvragen rondom ov. De ov-ambassadeurs kunnen de oudere doelgroep wijzen op het bestaan van de ov-pas en hen actief helpen bij bijv. het aanvragen van een ov-pas, dit nog vóórdat ze in aanmerking komen voor Wmo-vervoer. Hoe de koppeling met Wmovervoersbeleid nog nadrukkelijker gemaakt kan worden is nog onderwerp van onderzoek. Als eerste stap wordt dit project wordt daarover ook meer geleerd. Het maken van

5

Ov-ambassadeurs in deze regio vallen onder Ervaar het OV, een samenwerking van provincies Overijssel, Gelderland en Flevoland.

24/47

“proefreizen”, waarbij ouderen op reis gaan samen met een ov-ambassadeur, is daarbij een mogelijk voorbeeld van de nieuwe verbrede aanpak actiever gefaciliteerd. De financiële dekking voor dit project kan deels worden gevonden in de gemeentelijke kostenbesparingen voor Wmo-reizen die niet meer gemaakt worden. Daarom is een onderzoek van potentie en haalbaarheid, en daarmee de financiële consequenties op lange termijn, een belangrijke eerste stap. Met de (financiële) consequenties goed in beeld kan een gedegen besluit worden genomen over het vervolg. Stappen: 1. Onderzoek potentie, haalbaarheid, financiële consequenties 2. Besluit tot vervolg 3. Opstellen regionaal plan van aanpak voor ov-pas en ov-ambassadeurs 4. Implementatie: technische en contractuele inrichting ov-pas 5. Start ov-pas en verbrede inzet ov-ambassadeurs 6. Evaluatie ov-pas en ov-ambassadeurs (o.a. gebruik ov-pas, gemaakte proefreizen, relatie met Wmo-vervoer; met oog op verlenging) Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? (outcome/beleidseffect) Voor verschillende groepen is het ov een minder vanzelfsprekende optie dan men van beleidswege zou wensen: • Voor (fitte) ouderen kan een ov-abonnement zorgen dat het ov een vanzelfsprekende optie blijft, waardoor zij langer zelfstandig kunnen blijven en niet pas op hoge leeftijd kennis met het ov hoeven te maken.

• Voor Wmo-vervoer biedt een ov-abonnement een extra reisoptie die in specifieke gevallen als alternatief voor het ov ingezet kan worden. Dat is zeker interessant in combinatie met de reizigersprofielen (project B1). Wat levert het project concreet op? •

•

25/47

Ov-pas: o Een operationeel product (bv. een specifiek abonnement op de ovchipkaart) dat Wmo-pashouders kunnen aanvragen. o Vastgelegde afspraken met vervoerders over de uitvoering en financiële compensatie. o Een gerichte communicatiecampagne om de doelgroep te informeren over deze nieuwe reismogelijkheid. Ov-ambassadeurs:

o

o

Training van de ov-ambassadeurs en onderzoeken waar koppelingen met Wmo-beleid en andere/bredere beleidsterreinen gemaakt zouden kunnen worden. Een vastgesteld aantal succesvol uitgevoerde proefreizen, met als resultaat reizigers die (deels) zelfstandig met het ov durven reizen.

Hoe draagt dit bij aan de doelen? Doel 1 - Bereikbaarheid van voorzieningen vergroten.

2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw.

4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.

Wat is de planning en fasering?

26/47

Bijdrage Gemiddeld. Het maakt de bestaande ov-lijnen toegankelijker, maar lost de beschikbaarheid van ov in het landelijk gebied niet direct op. Hoog. Het geeft verschillende groepen een prikkel om deel te (blijven) nemen aan regulier ov. Gemiddeld. Maakt ov toegankelijker voor de oudere doelgroep (zeker bij gecombineerde aanpak met nieuwe woningbouw voor oudere doelgroep). Gemiddeld. Er wordt met dit project meer ingezet op mobiliteit die past bij wat mensen kunnen, wat mogelijk tot minder Wmoritten kan leiden. Er is echter niet direct een grote kostenefficiëntieslag te verwachten.

Project B2 - Ov-stimulering voor Wmo-doelgroep 2026 1 2 3 1 - Onderzoek potentie en fin. consq. 2 - Besluit tot vervolg 3 - Opstellen regionaal PvA 4 - Implementatie ov-pas 5 - Start ov-pas en ov-ambassadeurs 6 - Evaluatie

4

1

2027 2 3

4

1

2028 2 3

2029

2030

4

Project start later omdat dan de eerste inzichten in project B1 bekend zijn. Welke middelen en/of menskracht hebben we nodig?

•

Potentieonderzoek €10.000 in 2026 en Plan van aanpak €10.000, betaald door Regio Stedendriehoek.

•

Bij potentie verwacht: o Kosten ov-abonnementen (prijsafspraak met ov-vervoerders); geschat op €65.000 per jaar in 2027, 2028 en 2029 voor alle PlusOV-gemeenten bij elkaar. Het onderzoek (stap 1) zal de preciezere financiële consequenties moeten uitwijzen, waarbij ook de baten worden meegenomen. o Projectkosten voor ov-ambassadeurs €10.000 in 2027, 2028 en 2029, betaald door de Regio Stedendriehoek. o Tussenevaluatie à €5.000 in 2028 en tweede evaluatie à €7.500 in 2029, betaald door de deelnemende gemeenten.

Wie gaat dit project trekken, en wie zijn partners? Trekker: de Regio PlusOV BEÏNVLOEDERS

BESLISSERS

Regio Stedendriehoek

OV vervoerders

Gemeenten UITVOERDERS

Provincies

1

2

3

4

Reizigers GEBRUIKERS

1 – Meebeslissen 2 – Meedoen 3 – Meedenken 4 – Meeweten

Ov-ambassadeurs

Betrokken Partij

Gemeenten (9)

27/47

Rol in het Project Eigenaar van o.a. het Wmo-beleid en primaire financier voor de uitvoering (indien daartoe wordt besloten).

Regio Stedendriehoek

Initiator en financier voor onderzoeksdeel

Provincies (Gelderland & Overijssel)

Partner als concessieverlener.

OV-vervoerders (EBS, Arriva)

Contractpartner, uitgever abonnementen.

PlusOV

Partner

Welke risico’s zijn er? Risico De doelgroep maakt ondanks de gratis pas geen gebruik van het ov.

Maatregel Inzet van ov-ambassadeurs die proefreizen maken met de doelgroep en helpen bij het aanvragen van de pas.

B3 – Implementeren ov-alternatieven binnen PlusOV-loket Het technisch en procedureel integreren van reguliere ov-reisinformatie (9292) met de boekingsinterface en de telefooncentrale van PlusOV. Wanneer een reiziger (met een passend reizigersprofiel uit B1) een rit aanvraagt, checkt het PlusOV-systeem automatisch of er een volwaardig ov-alternatief beschikbaar is voor deze reiziger. Dit alternatief wordt vervolgens proactief aangeboden aan de reiziger. Er is sterke samenhang met de reizigersprofielen en ov-abonnementen voor de Wmo-doelgroep, de andere projecten binnen dit ontwikkelspoor. Dit project richt zich meer op een implementatie van ov-reizen op een manier die klantvriendelijk is voor de reiziger en technisch goed is ingericht (o.a. communicatie met andere systemen). Dit project gaat alleen van start wanneer er een passende manier is gevonden om ovreizen beter te positioneren binnen het Wmo-vervoer (middels project B1). De ervaring leert namelijk dat het lastig is om reizigers die de keuze hebben tussen Wmo-vervoer en ov zonder stimulans naar het openbaar vervoer te bewegen. Stappen: 1. Opstellen plan van aanpak. 2. Verdere implementatie ov-reizen bij PlusOV-loket. Wat levert het project concreet op? (output) • Een aangepaste boekingsapplicatie en website van PlusOV waarin ov-alternatieven (bus, buurtbus, trein) zichtbaar zijn.

• Een technische koppeling (API) tussen het PlusOV-systeem en ov-dataproviders zoals 9292.

28/47

Welk knelpunt wordt opgelost, welke kans wordt benut? • Wmo-reizigers komen eerder in aanraking met ov via het vertrouwde PlusOVloket. Hoe draagt dit bij aan doelen? Doel 1 - Bereikbaarheid van voorzieningen vergroten. 2 - Een inclusief vervoerssysteem voor iedereen, zo drempelvrij mogelijk. 3 - Realiseren van de mobiliteitstransitie door groei publieke mobiliteit, ook met forse woningbouw. 4 – Efficiëntere en beter afgestemde inzet van middelen voor publieke mobiliteit.

Bijdrage Gemiddeld. Het creëert geen nieuw aanbod, maar het ontsluit het bestaande (buurt)busaanbod voor de Wmo-doelgroep. Hoog. Het wijst Wmo-reizigers actief op het reguliere, inclusieve ov-systeem (bus/trein).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16778450/1