(98) Bijlagen bij het bestemmingsplan
Tekst van het document
1
Bureau voor Archeologie (2023). Bureau- en inventariserend veldonderzoek. Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein. Rapportnummer: 1357. 7 juli 2023. 15
Archeologische advieskaart (bron: Bureau voor Archeologie).
Geadviseerd wordt om een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren in die zones waar dieper gegraven wordt dan 40 cm-mv (top hoogste ligging potentieel archeologisch niveau inclusief buffer van 30 cm). Dit zijn in ieder geval de gronden van de uitbreiding van het welzijnsgebouw SWB en de nieuwbouw aan de oostzijde. Vanwege de hoge verwachting van archeologische resten is voor de oranje en gele vlakken een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Hierin is juridisch-planologisch gewaarborgd dat aanvullend archeologisch onderzoek moet worden verricht alvorens met de bouw gestart kan worden en/of wanneer graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm-mv plaatsvinden. Op deze manier zijn de (mogelijke) archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er op zijn hoogst sprake zal zijn van een zeer beperkt negatief milieueffect. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.
4.3
Natuur
4.3.1
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich in het centrum van Brummen (gemeente Brummen, provincie Gelderland). Nabij de kern van Brummen zijn meerdere Natura 2000-gebieden aanwezig. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen en andere stedelijke functies. Het plangebied zelf bestaat uit braakliggend terrein en (verouderde) bebouwing. 16
4.3.2
Effecten ontwikkeling Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Natura 2000-gebieden ‘’Rijntakken’’, ‘’Landgoederen Brummen’’ en ‘’Veluwe’’ liggen in de buurt van het plangebied. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bedraagt circa 600 meter. Op een dergelijke afstand kunnen negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie niet worden uitgesloten. Ten behoeve van de ontwikkeling is een onderzoek stikstofdepositie2 uitgevoerd. Uit het betreffende onderzoek volgt dat er in de gebruiks- en aanlegfase rekenresultaten van maximaal 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden verwacht kunnen worden. Hieruit volgt dat er geen sprake zal zijn van een toename van de stikstofdepositie en dat significant negatieve effecten derhalve kunnen worden uitgesloten. Gelet op deze resultaten zijn er geen significant nadelige effecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Beschermde soorten Door middel van een quick scan natuur3 is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied.
Uit het onderzoek blijkt dat met de ontwikkeling mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen worden verstoord. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten wordt nader onderzoek uitgevoerd. Indien essentiële elementen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Uitgegaan kan worden dat de voornoemde werkwijzen worden gevolgd en de benodigde nadere maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Zo kunnen de negatieve gevolgen van het plan minimaal blijven. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er op zijn hoogst sprake zal zijn van een zeer beperkt negatief milieueffect. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.
4.4
Verkeer
4.4.1
Huidige situatie Onderhavig plangebied betreft een binnenstedelijke locatie op een grotendeels in onbruik geraakte locatie binnen de kern van Brummen. De locatie heeft in de huidige situatie reeds een verkeersaantrekkende werking. De realisatie van de beoogde woningen zal zorgen voor een toename in de totale verkeersaantrekkende werking van het plangebied. 2
SAB (2023). Onderzoek stikstofdepositie. Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein. Projectnummer: 230172. 4 december 2023.
3
SAB (2023). Quick scan natuur. Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein. Projectnummer: 230172. 13 september 2023. 17
4.4.2
Effecten ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 59 woningen en een geringe uitbreiding van maximaal 500 m2 van maatschappelijke voorzieningen. Dit zal zorgen voor een toename van het planverkeer. De ontwikkeling van onderhavig plan heeft gevolgen voor het verkeer en de wegen in de omgeving van het plangebied. Aan de hand van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2020) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Brummen wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘centrum’. De maatschappelijke functies die zullen verhuizen als gevolg van voorliggend plan worden niet uitgebreid en voorzien dan ook niet in een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Dit maakt dat wordt gerekend met een toename van 59 appartementen. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van circa 402 verkeersbewegingen per etmaal. Deze toename is beperkt te noemen, waardoor er geen aanleiding is om te verwachten dat het tot problemen in de verkeersafwikkeling leidt. De etmaalintensiteit op de Zutphensestraat is bijvoorbeeld 4.915 voertuigen en van de Burgemeester de Wijslaan is dit zelfs 7.961 voertuigen. De toename van 402 voertuigbewegingen, verspreid over verschillende wegen, is daarom gering te noemen.
De verwachting is dat het extra verkeer zonder problemen opgenomen kan worden in het verkeersbeeld. Gezien voorgaande worden voor wat betreft verkeer geen negatieve (milieu)effecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.
4.5
Geluid
4.5.1
Huidige situatie Het plangebied is binnenstedelijk gelegen waarbij verwacht mag worden dat reeds sprake is van een merkbare geluidsbelasting in de omgeving ten gevolge van omliggende wegen.
4.5.2
Effecten ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van maximaal 59 woningen zorgt voor de aantrekking van meer verkeer en daarmee potentieel hogere geluidswaarden. Er liggen in de directe omgeving diverse 30 km/uur wegen, waaronder het Graaf van Limburg Stirumplein. In het kader van het op te stellen bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai4 uitgevoerd waarbij voor het Graaf van Limburg Stirumplein een aanname is gedaan voor een etmaalintensiteit van circa 200 motorvoertuigen per etmaal voor het maatgevende jaar 2033. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de verkeersaantrekking geschat op 402 extra motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het autoverkeer van het plan zal
4
SAB (2023). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein. 7 augustus 2023. 18
worden ontsloten via het Graaf van Limburg Stirumplein. Daarlangs bevinden zich reeds bestaande woningen. Bij deze bestaande woningen zal de geluidsbelasting dus kunnen toenemen door de realisatie van het plan. Uit de Wet geluidhinder (Wgh) is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Conform het verkeersonderzoek komen er circa 402 extra motorvoertuigen per weekdagetmaal op het Graaf van Limburg Stirumplein. De verkeerstoename zal circa 201% zijn. Dit maakt dat op voorhand niet is uit te sluiten dat merkbare gevolgen voor omliggende bestaande woningen optreden. Voor de nieuwbouw is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hieruit volgt dat geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde wordt geconstateerd op de beoogde nieuwbouw. Aangezien deze woningen op gelijke afstand, al dan niet dichterbij, de weg staan mag worden aangenomen dat dit ook geldt voor de bestaande woningen aan het Graaf van Limburg Stirumplein en hier geen negatieve milieueffecten optreden. De verkeerstoename op de overige wegen blijft onder de 40%. De verwachting is dat deze hindertoename niet merkbaar zal zijn voor het menselijke oor.
Gezien voorgaande worden voor wat betreft geluid geen significant negatieve (milieu)effecten verwacht.
4.6
Luchtkwaliteit
4.6.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde immissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie ruim beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM10)
Achtergrondconcentratie (2021) 15,7 µg/m3 15,1 µg/m3 8,7 µg/m3
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (bron: Atlas Leefomgeving).
4.6.2
Effecten ontwikkeling Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 59 woningen. Gezien de omvang is het plan ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals weergegeven in navolgende uitsnede. Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig plan onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.
19
Berekening NIBM-tool, op basis van 402 extra voertuigbewegingen, waarvan 1,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu).
Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen ruim onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
20
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van maximaal 59 woningen en een geringe uitbreiding van maximaal 500 m2 van maatschappelijke voorzieningen nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Archeologie
Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Beoordeling milieueffecten Op grond van het verkennende archeologisch bureau- en booronderzoek wordt geconcludeerd dat mogelijk archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Middels een archeologische dubbelbestemming wordt gewaarborgd dat bij bodemingrepen archeologisch onderzoek moet worden verricht. Op deze manier zijn de (mogelijke) archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd en kan in ieder geval worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig milieueffect. Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof worden uitgesloten. Uit verricht natuuronderzoek volgt dat mogelijk beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn. Naar deze soorten zal aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Mocht blijven dat deze soorten daadwerkelijk aanwezig zijn dan zal naar verwachting een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd moeten worden. Met inachtneming van deze vervolgstappen zal hoogstens een beperkt effect optreden, maar zeker geen significant negatief effect. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de omliggende wegen zonder te verwachten afwikkelingsproblemen. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht.
Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een extra verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer zal daarentegen niet leiden tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Negatieve (milieu)effecten zijn daarmee uitgesloten. 21
Luchtkwaliteit
Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Enkel voor wat betreft archeologie en natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten. Er kan echter worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig milieueffect. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
22
De Klinker Milieu Adviesbureau VERKENNEND BODEMONDERZOEK volgens NEN 5740 Graaf van Limburg Stirumplein Brummen
Datum:
24 juli 2023
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K2320142
Opdrachtgever:
SAB Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem
Auteur: W. Wilbrink
Paraaf
Gecontroleerd door J.F. Eggink
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................3 2.3 Historische kaarten / Luchtfoto’s ..............................................................................................4 2.4 Informatie Omgevingsrapportage .............................................................................................4 2.5 Informatie Omgevingsdienst .....................................................................................................4 2.6 Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................5 2.7 Asbestdakenkaart ......................................................................................................................5 2.8 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................5 2.9 Beïnvloeding
vanuit de omgeving .............................................................................................6 2.10 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................6 2.11 Hypothese en strategie .............................................................................................................7 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................8 3.1 Onderzoeksopzet.......................................................................................................................8 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................8 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................9 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................................ 10 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 10 4.2 Zintuiglijke waarnemingen .....................................................................................................
10 4.3 Veldmetingen ......................................................................................................................... 10 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ................................................... 10 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 11 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 11 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 11 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 12 4.7 Grond ...................................................................................................................................... 13 4.8 Grondwater ............................................................................................................................ 13 4.9 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 13 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................................
14 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 14 5.2 Algemeen................................................................................................................................ 14 BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek
Rapportnummer: K2320142
1
1 INLEIDING In opdracht van SAB is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locatie Graaf van Limburg Stirumplein te Brummen. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 10.900 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bouwactiviteiten en bestemmingsplanwijziging. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden.
Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K2320142
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Brummen (BMN01), sectie G, perceelnummers 5560, 5703, 5704, 5706, 5707, 5708, 5709, 5864 en 6050 (ged.) (bron: Kadaster). Hierbij dient opgemerkt te worden dat de aanwezige wegen in het onderzoeksgebied buiten het onderzoek vallen. Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Locatie-inspectie De onderzoekslocatie betreft een terreindeel in het centrum van Brummen. Het terrein is bebouwd met een jongerencentrum (nr. 5), thuiszorginstelling (nr.
7 en 8) en bibliotheek (nr. 10). Het terrein is verder in gebruik als openbaar groen en parkeerplaats. De locatie is voor zover bekend niet opgehoogd. De locatie is deels verhard met grind. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 5 juni 2023 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Onderstaande foto’s geven een indruk van de onderzoekslocatie.
foto 1 (boring 3)
foto 2 (boring 7)
foto 3 (boring 8)
foto 4 (boring 9)
foto 5 (boring PB02)
foto 6 (boring 18)
Rapportnummer: K2320142
3
2.3 Historische kaarten / Luchtfoto’s Historische kaarten, afkomstig van www.topotijdreis.nl, tonen aan dat de eerste bebouwing op de onderzoekslocatie te zien is rond 1940. In 1960 zijn op het westelijk deel van de onderzoekslocatie enkele gebouwen aanwezig. In 1980, 2000 en 2010 wordt de bebouwing uitgebreid. Op de kaart van 2019 is te zien dat de bebouwing op het noordelijk - en zuidelijk deel van het perceel is verdwenen. Er zijn geen verdachte zaken waar te nemen op de historische kaarten die betrekking hebben op het voorkomen van bodembedreigende activiteiten.
2019
2010
2000
1980
1960
1940
2.4 Informatie Omgevingsrapportage Uit de omgevingsrapportage blijkt het volgende: Op de Graaf van Limburg Stirumplein 5a is in 1995 en 2011 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (De Klinker Milieu Adviesbureau en Verhoeve Milieu BV). Resultaten zijn niet bekend; Ook heeft De Klinker Milieu Adviesbureau in 1996 een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Groenekruisgebouw op de Graaf van Limburgstirumplein 8. Ook hiervan zijn in omgevingsrapportage geen resultaten opgenomen; In de omgeving van de onderzoekslocatie hebben diverse bodemonderzoeken en saneringen plaatsgevonden (zie paragraaf 2.9); ook zijn in de omgeving van de onderzoekslocatie enkele ondergrondse tanks aanwezig (geweest) (zie ook paragraaf 2.9); Op Schoolstraat 3 is een koperslagerij, kopergieterij en timmerwerkplaats gevestigd geweest; Op de Burgemeester De Wijslaan was een autoverhuurbedrijf gevestigd. 2.5 Informatie Omgevingsdienst Van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (mail van 23 mei 2023) zijn deels dezelfde gegevens ontvangen dan uit de omgevingsrapportage volgt. Van de bodemonderzoeken op de Graaf van Limburg Stirumplein 5a zijn echter ook de resultaten ontvangen:
Rapportnummer: K2320142
4
Uit het onderzoek De Klinker Milieu Adviesbureau uit 2011 blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met lood, kwik en PAK (10 van VROM). Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium, zink, nikkel en 1,2-dichlooretheen. Ook in het onderzoek uitgevoerd door Verhoeve Milieu B.V. uit 1995 is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte PAK (10 van VROM) en minerale olie aangetroffen. Tevens is de EOX licht verhoogd aangetroffen. De ondergrond en grondwater zijn niet verontreinigd. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek op de Graaf van Limburg Stirumplein 8 (De Klinker Milieu Adviesbureau, 1996) blijkt dat in de bovengrond een licht verhoogd gehalte PAK (10 van VROM) is aangetoond. 2.6 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart van gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst gelegen in deelgebied ‘Overige oude woongebieden’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: bovengrond: wonen, ondergrond: natuur en landbouw - Bodemfunctieklasse: wonen - Toepassingsklasse: bovengrond: wonen, ondergrond: natuur en landbouw (bron: bodemkwaliteitskaart gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst, Lievense, oktober 2020). 2.7 Asbestdakenkaart Volgens de asbestdakenkaart van de Provincie Gelderland zijn geen asbestverdachte dakbedekkingen aanwezig op, of in de omgeving van de onderzoekslocatie.
In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de asbestdakenkaart weergegeven.
2.8 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33G0041 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd.
Rapportnummer: K2320142
5
De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Afbeelding 1: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is oostelijk gericht (bron: Isohypsenkaart provincie Gelderland). 2.9 Beïnvloeding vanuit de omgeving Ten zuiden van de onderzoekslocatie hebben diverse bodemonderzoeken en saneringen plaatsgevonden. Het betreft de Ambachtstraat 31 (ten zuiden van de onderozekslocatie. Uit een schrijven van de Provincie Gelderland (nummer: MW95.32457-6022023, dd. 21 juli 1995) blijkt dat na sanering de loodverontreiniging verwijderd is ter plaatse van het te bebouwen terreindeel. Het overige terrein is verontreinigd gebleven met lood en PAK en afgedekt met bestrating. Op de adressen Burgemeester de Wijslaan 10 en Graaf van Limburg Stirumplein 4 (Prinses Marijkeschool) zijn ondergrondse tanks geregistreerd geweest. Deze tanks zijn respectievelijk in 1992 en 1990 verwijderd. Op Schoolstraat 3 (ten noordoosten van de onderzoekslocatie) is een koperslagerij, kopergieterij en timmerwerkplaats gevestigd geweest (vanaf 1924, einddatum niet bekend). Op de Burgemeester De Wijslaan 14 (ten westen van de onderzoekslocatie) was een autoverhuurbedrijf gevestigd. Het is niet bekend of er reparatiewerkzaamheden op de locatie hebben plaatsgevonden. Gezien de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de afstand tot de huidige onderzoekslocatie wordt niet verwacht dat er zaken vanuit de omgeving de bodemkwaliteit ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie beïnvloeden.
2.10 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bekend. Er zijn vooraf echter geen aanwijzingen aangetroffen dat de bodem op de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging.
Rapportnummer: K2320142
6
2.11 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie
Oppervlakte (m²)
Hypothese
Verdachte stoffen
Verdachte bodemlaag
Strategie*
Gehele terrein
10.900
Onverdacht
-
-
ONV-NL
* ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de achtergrondwaarde/streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
Rapportnummer: K2320142
7
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 10.900 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie
Veldwerk
Analyses
Gehele terrein
15 boringen tot 0,5 m-mv en 4 boring tot 2,0 m-mv en 2 peilbuizen
3x standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 2x standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 2x standaardpakket grondwater
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
Gehele terrein
15 boringen tot 0,5 m-mv (03, 04, 06, 07, 09 2 peilbuizen (PB01, filterstelling 3,0-4,0 m-mv) t/m 15, 17, 19 t/m 21) en (PB02, filterstelling 3,0-4,0 m-mv) 4 boringen tot 2,0 m-mv (05, 08, 16 en 18)
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 juni 2023 (boorwerkzaamheden) door de heer D. van Konijnenburg en op 14 juni 2023 (monsterneming grondwater) door de heer F. Jurriens. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heren Van Konijnenburg en Jurriens zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
Rapportnummer: K2320142
8
3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse1
G
04-1
0,0-0,5
Standaardpakket grond en arseen
MMBG01
G
03-1, 05-1, 07-1, 08-1, 09-1, 10-1, 16-1, 20-1, 21-1, Pb02-1
0,0-0,5
Standaardpakket grond en arseen
MMBG02
G
11-1, 12-1, 13-1, 14-1, 15-1, 17-1, 18-1, 19-1, Pb01-1
0,0-0,5
Standaardpakket grond en arseen
MMOG03
G
05-2, 05-3, 08-2, 08-3, 08-4, 16-2, 16-3, 16-4
0,5-2,0
Standaardpakket grond en arseen
MMOG04
G
18-2, 18-3, Pb01-2, Pb01-3, Pb01-4, Pb02-3, Pb02-4, Pb02-5
0,5-2,0
Standaardpakket grond en arseen
Pb01-1-1
W
Pb01
3,0-4,0
Standaardpakket grondwater
Pb02-1-1
W
Pb02
3,0-4,0
Standaardpakket grondwater
Deellocatie
Monster
Gehele terrein
04-1
G=grond W=grondwater
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-EN-ISO/IEC 17025). Tevens is SGS Environmental Analytics B.V ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven. Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten Grond
Grondwater
Zware metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
*
Aanvullend: Arseen
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
Minerale olie
*
*
Vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
Geleidbaarheid, pH en troebelheid
*
Organische stof en lutum
*
1 In verband met het aantreffen van roest in de bodem zijn de grondmonsters aanvullend geanalyseerd op arseen.
Rapportnummer: K2320142
9
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Het is de beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse van boring Pb01 van onderhavig onderzoek. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,00-0,50 0,50-1,40 1,40-1,70 1,70-2,20 2,20-2,70 2,70-3,70 3,70-4,00
Bodemsamenstelling Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus Zand, matig fijn matig siltig, zwak humeus Klei, zwak zandig Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus Zand, matig grof, zwak siltig Zand, matig grof, zwak siltig
Opmerkingen zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend
sterk roesthoudend
4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Zintuiglijke afwijkingen Boring 04
Traject (m-mv)
Zintuiglijke afwijking
0,00-0,50
sporen kooldeeltjes
4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
Pb01
05-06-2023
14-06-2023
3,0-4,0
2,20
6,53
1200
6,5
Pb02
05-06-2023
14-06-2023
3,0-4,0
2,65
6,43
350
9,1
De geleidbaarheid van het grondwater van peilbuis Pb01 is aan de hoge kant. Geen van de overige gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De opgeboorde grond is eveneens visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de bodem is geen ‘asbestverdacht’ materiaal aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat er geen verkennend asbestonderzoek conform NEN-5707 “Monsterneming en analyse van asbest in bodem” of NEN-5897 “Monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en puingranulaat” heeft plaatsgevonden. Op zintuiglijke wijze zijn ‘slechts’ sporen kooldeeltjes als bijmenging in de bodem aangetroffen.
Rapportnummer: K2320142
10
4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde2 tussenwaarde3
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt 2
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
3 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K2320142
11
dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren. Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie (a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4.4 zijn de toetsingsresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3, de toetsingsresultaten in bijlage 4. Tabel 4.4: Resultaten toetsing Deellocatie
Monster
Traject [m-mv]
Beoordeling
Kritieke parameter
Beoordeling
Gehele terrein
04-14
0,0-0,5
+
lood en PAK (10 VROM)
Achtergrondwaarde
MMBG01
0,0-0,5
+
kwik en lood
Achtergrondwaarde
MMBG02
0,0-0,5
-
MMOG03
0,5-2,0
+
MMOG04
0,5-2,0
-
Pb01-1-1
3,0-4,0
+
barium en naftaleen
n.v.t.
Pb02-1-1
3,0-4,0
+
barium
n.v.t.
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
Toetsing Wbb
Toetsing Bbk
Achtergrondwaarde kwik en lood
Wonen Achtergrondwaarde
4 Door het zintuiglijk aantreffen van kooldeeltjes in de desbetreffende bodemlaag, is derhalve het grondmonster separaat geanalyseerd.
Rapportnummer: K2320142
12
4.7 Grond In de bovengrond van het noordelijk deel zijn licht verhoogde gehalten kwik lood en PAK (10 van VROM) aangetroffen. In de bovengrond van het zuidelijk deel zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. In de ondergrond van het noordwestelijk deel is een licht verhoogd gehalte kwik en lood gemeten. In het ondergrondmengmonster van het overig deel zijn geen verontreiniging aangetroffen. 4.8 Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met barium en naftaleen. 4.9 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.5: Toetsing hypotheses Deellocatie Gehele terrein
Oppervlakte (m²) 10.900
Hypothese
Verdachte stoffen
Onverdacht
-
Verdachte bodemlaag
Toetsing Verworpen
Door de aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ formeel verworpen te worden. De aangetroffen gehalten zijn echter van dien aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien.
Rapportnummer: K2320142
13
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van SAB is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locatie Graaf van Limburg Stirumplein te Brummen. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bouwactiviteiten en bestemmingsplanwijziging. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: de bodem bestaat uit afwisselend uit zeer fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig zand. Op een diepte van ca 2 m-mv is een kleilaagje aanwezig; de bodem op de locatie bevat in de bovengrond plaatselijk sporen kooldeeltjes; in de bovengrond van het noordelijk deel zijn licht verhoogde gehalten kwik lood en PAK (10 van VROM) aangetroffen. In de bovengrond van het zuidelijk deel zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen; in de ondergrond van het noordwestelijk deel is een licht verhoogd gehalte kwik en lood gemeten.
In het ondergrondmengmonster van het overig deel zijn geen verontreiniging aangetroffen; het grondwater is licht verontreinigd met barium en naftaleen; de hypothese ‘de locatie is onverdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen’ dient formeel verworpen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. 5.2 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond op een locatie buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K2320142
14
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K2320142
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K2320142
Boring:
Pb01
Boring:
Pb02
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
GWS:
250
GWS:
250
0
0
braak
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkergrijs, Edelmanboor 1
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
1 50
50
50 Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 100
2 3
100
65 80
4 120
3 140
150
4 170
200
Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, laagjes klei, donker grijsbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, licht blauwgrijs, Edelmanboor
5
150
250
170
Klei, zwak zandig, licht blauwgrijs, Edelmanboor 200
6
Zand matig grof, zwak siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor 250
7
270
300
350
Zand matig fijn, matig siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
220
Zand matig grof, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
270
Zand matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Zuigerboor handmatig
7
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
Zand matig grof, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
5
220
6
gras
8
300
350
Zand matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Zuigerboor handmatig
8
9
370
9 400
400
Zand matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestgrijs, Zuigerboor handmatig
10 400
400
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0
0 1 50
gras
50
Projectcode: K2320142
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen kooldeeltjes, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 50
gras
50
Boring:
05
Boring:
07
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0
0
gras
1 50
50
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
gras Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen roest, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
3 150
150 4
170
5 200
200
Klei, uiterst siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, licht beigebruin, Edelmanboor
Boring:
08
Boring:
09
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0
0
groenstrook
1 50
50
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
braak Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
2 100 3 120
4 150
150 5
170
6 200
200
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
Boring:
10
Boring:
11
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0 7
0 1
25
2 50
50
Projectcode: K2320142
klinker Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht grijsbruin, Edelmanboor Zand matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 50
braak
50
Boring:
12
Boring:
13
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0
0
braak
1 50
50
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
50
50
14
Boring:
15
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0
braak
50
50
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen klei, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
50
16
Boring:
17
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0
1 50
50 2
80
100
gras
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
3 130
150
160
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, laagjes klei, donkerbruin, Edelmanboor
185
Klei, zwak zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
4
5 6 200
200
Projectcode: K2320142
Leem, sterk zandig, licht beigebruin, Edelmanboor
braak Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
braak Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen klei, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
Boring:
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
Boring:
0
braak
50
Boring:
18
Boring:
19
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0
0
braak
1
0 5
0
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 25
2 50
50
50
tegel Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor Zand matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, Edelmanboor
3 150
150
Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak kleihoudend, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
20
Boring:
21
Datum:
5-6-2023
Datum:
5-6-2023
0
0 1
50
50
Boring:
22
Datum:
5-6-2023
0
gras
30
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
2 50
Projectcode: K2320142
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
0
0
gras Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 50
0
1
50
gras Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
50
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN
Rapportnummer: K2320142
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
De Klinker B.V. Nico Looman Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ ZUTPHEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 7
: Limburg van Stirumplein te Brummen : K2320142 : 13881856, versienummer: 1.
Rotterdam, 14-06-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project K2320142. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 7 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Operations Manager Rotterdam
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 7
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 06-06-2023 Startdatum 06-06-2023 Rapportagedatum 14-06-2023
Limburg van Stirumplein te Brummen K2320142 13881856 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
04-1 MMBG01 MMBG02 MMOG03 MMOG04
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 94.5 <1 geen
Ja 92.8 <1 geen
Ja 95.3 <1 geen
Ja 89.4 <1 geen
Ja 91.9 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
1.8
1.2
1.5
1.3
<0.2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
5.3
6.3
3.7
6.7
5.0
METALEN arseen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S S
<4 38 0.22 2.2 10 0.10 43 0.98 9.2 57
5.0 37 <0.2 3.5 8.8 0.13 42 <0.5 8.0 47
<4 25 <0.2 2.6 6.0 <0.05 17 <0.5 8.4 31
4.0 35 0.23 2.4 11 0.24 49 <0.5 6.3 72
<4 <20 <0.2 1.9 <5 <0.05 <10 <0.5 7.3 <20
<0.01 0.05 0.01 0.17 0.09 0.10 0.05 0.10 0.07 0.08 1) 0.727
<0.01 0.03 <0.01 0.07 0.03 0.03 0.02 0.04 0.03 0.03 1) 0.294
<0.01 0.03 <0.01 0.09 0.04 0.06 0.03 0.05 0.04 0.04 1) 0.394
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.19 antraceen mg/kgds S 0.04 fluoranteen mg/kgds S 0.45 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.20 chryseen mg/kgds S 0.21 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.10 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.20 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.14 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.14 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 1.677 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds
S S S S S
002
<1 <1 <1 <1 <1
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
005
Blad 3 van 7
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 06-06-2023 Startdatum 06-06-2023 Rapportagedatum 14-06-2023
Limburg van Stirumplein te Brummen K2320142 13881856 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
04-1 MMBG01 MMBG02 MMOG03 MMOG04
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
005
PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds µg/kgds
S S S
<1 <1 1) 4.9
<1 <1 1) 4.9
<1 <1 1) 4.9
<1 <1 1) 4.9
<1 <1 1) 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 7 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 7
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Limburg van Stirumplein te Brummen K2320142 13881856 - 1
Orderdatum 06-06-2023 Startdatum 06-06-2023 Rapportagedatum 14-06-2023
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
005
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 7
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 06-06-2023 Startdatum 06-06-2023 Rapportagedatum 14-06-2023
Limburg van Stirumplein te Brummen K2320142 13881856 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
Grond: NEN-EN 16179. Grond (AS3000): AS3000 en NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 AS3000 Idem AS3010-3 en NEN 5754. Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 AS3050-1 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961) AS3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
arseen
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 002 002 002 002 002
O0636997 O0637087 O0637391 O0637053 O0637068 O0637376
05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023
05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.