CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(93) Toelichting

Forum Fysieke Leefomgeving 8 mei 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Graaf van Limburg Stirumplein (besluitvormend)15.586 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

456865

Bestemmingsplan | Toelichting

Graaf van Limburg Stirumplein

Gemeente Brummen

Datum: 26 maart 2025 Projectnummer: 230172 ID: NL.IMRO.0213.BPCENTBR1200003-va01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

3 3 4 5

2

Planbeschrijving

6

2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

6 8

3

Beleidskader

10

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

10 12 14 15

4

Milieu- en omgevingsaspecten

20

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Water Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren

20 21 22 22 24 25 30 34 37 39 39

5

Juridische aspecten

41

5.1 5.2

Algemeen Dit bestemmingsplan

41 42

6

Uitvoerbaarheid

45

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45

Bijlagen: − − − − − − − − − − −

Bijlage 1: Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Besluit aanmeldnotitie mer Bijlage 3: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6: Quick scan natuur Bijlage 7: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 8: Nader natuuronderzoek Bijlage 9: Watertoets Bijlage 10: Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 11: Nota beantwoording zienswijzen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In 2011 is de structuurvisie voor het centrum van Brummen vastgesteld. In de visie werd onder andere ingezet op een concentratie van maatschappelijke voorzieningen in combinatie met woningbouw aan het Graaf van Limburg Stirumplein. Deze ambitie is inmiddels verder uitgewerkt tot een concrete ontwikkeling, waarbij wonen en maatschappelijke voorzieningen worden gecombineerd. De bebouwing op Graaf van Limburg Stirumplein 7, 8 en 10 wordt gesloopt. Het welzijnsgebouw SWB (Graaf van Limburg Stirumplein 5) blijft behouden en wordt uitgebreid, zodat de bestaande maatschappelijke voorzieningen in het plangebied onder één dak verder kunnen. Verder is ruimte voor twee nieuwe woongebouwen met in totaal maximaal 59 woningen. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het huidige bestemmingsplan, aangezien het plangebied deels een maatschappelijke bestemming kent waar geen woningbouw mogelijk is. Tevens komen de bouwvlakken en maatvoering niet overeen met de beoogde ontwikkeling. Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan is noodzakelijk om het plan mogelijk te maken. Voorliggend document voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied ligt in het centrum van de kern Brummen behorende bij de gelijknamige gemeente. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging in Brummen en de globale begrenzing van het plangebied zelf weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan.

Ligging plangebied (rode cirkel) in relatie tot de kern Brummen (Bron: PDOK viewer).

3

Het plangebied bij benadering globaal rood omlijnd (Bron: PDOK viewer).

1.3

Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Centrum Brummen’ en kent het plangebied de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’.

Uitsnede vigerende bestemmingsplannen met daarop het plangebied globaal blauw omlijnd (Bron: PDOK viewer).

4

De bestemming ‘Maatschappelijk’ is bedoeld voor educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen. Ondergeschikt hieraan zijn ook detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen onder voorwaarden toegestaan alsmede voorzieningen van algemeen nut. Hier geldt dat gebouwen in een bouwvlak moeten worden gerealiseerd en dienen te voldoen aan de geldende maximum goot- en bouwhoogte. De bestemming ‘Verkeer - verblijfsgebied’ is bedoeld voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie. Er zijn ook andere gebruiken toegestaan, zoals groenvoorzieningen en waterpartijen, voorzieningen van algemeen nut, onder voorwaarden evenementen en parkeervoorzieningen. In het paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’ worden archeologische verwachtingswaarden aan de gronden toegevoegd, waaraan regels omtrent het roeren van de grond zijn vastgesteld. Voor voorliggende ontwikkeling geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie hoog’. Voor gronden met deze dubbelbestemming geldt dat een archeologisch rapport dient te worden verzorgd bij bodemingrepen groter dan 250 m2 of dieper dan 40 centimeter. Het parapluplan ‘Parkeren’ legt het gemeentelijk parkeerbeleid juridisch-planologisch vast.

Ten slotte zijn in het parapluplan ‘Mantelzorgwoning’ beleidsregels opgenomen die het vestigen van mantelzorgwoningen binnen de bebouwde kom van de gemeente Brummen eenduidig juridisch-planologisch vastleggen. De beoogde ontwikkeling is volgens de vigerende bestemmingsplannen juridisch-planologisch niet mogelijk. Daarvoor is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend document voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en komt de planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 3 wordt de toets aan het beleidskader weergegeven, waarna in hoofdstuk 4 de haalbaarheid van het plan aangetoond wordt voor wat betreft milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische planopzet. Het laatste hoofdstuk behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

5

2 2.1

Planbeschrijving Huidige situatie Het plangebied maakt onderdeel uit van het centrum van Brummen. De karakteristieke historische kern van Brummen is ontstaan rondom een gemeenschappelijk bouwland, een es. Van de oorspronkelijke agrarische bebouwing is - in het centrum tegenwoordig weinig meer terug te vinden. De es is heringericht als marktplaats met een centraal geplaatste muziekkoepel. De randen van het Marktplein zijn verdicht met deels forse bebouwing. In de straten eromheen zijn winkels, horecagelegenheden en andere voorzieningen geconcentreerd, maar ook woningen en voormalige boerderijtjes. In het centrum van Brummen zijn de functies grotendeels geclusterd, waardoor vier deelgebieden zijn te onderscheiden. Dit betreft het centrumgebied dat gelegen is rondom het Marktplein. Het aanloopgebied naar het centrum ter plaatse van de Ambachtstraat en de Burgemeester Dekkerstraat. De zone met maatschappelijke functies aan het Graaf van Limburg Stirumplein en tenslotte de woonpercelen veelal aan de randen van het centrum.

Ligging plangebied (globaal in rood begrensd) in het centrum van Brummen (Bron: PDOK viewer).

In de huidige situatie bestaat het Graaf van Limburg Stirumplein voornamelijk uit bebouwing met maatschappelijke functies. Zo bevinden zich hier de bibliotheek (huisnummer 10), Stichting Welzijn Brummen (SWB) (huisnummer 5) en het Harmonie

6

Orkest Brummen (HOB) (huisnummers 7 en 8). In het verleden is een deel van het plangebied in gebruik geweest als school; de Julianaschool. Dit gebouw is al jaren geleden gesloopt en sindsdien zijn de gronden in onbruik. Het totale oppervlakte van het plangebied is circa 10.900 m2. De bebouwing bestaat uit één tot twee bouwlagen en is verouderd en voldoet niet meer aan de wensen en eisen die voor het gebied gelden. Aan de west-, noord- en oostrand wordt het plangebied begrensd door de achtertuinen van hoofdzakelijk woningen. Deze woningen hebben een dorps karakter en bestaan veelal uit twee bouwlagen met een kap. De bebouwing aan de zuidzijde van het plangebied heeft een wat meer centrum-dorps karakter met bouwhoogtes die variëren van 11 tot 15 meter. De gebouwen zijn qua massa ook wat steviger te noemen in vergelijking tot de meer dorpse woningen ten noorden van het plangebied. Functioneel gezien is hier ook sprake van een afwisseling van centrumfuncties met woningbouw. Het plangebied kent verder een centrale ligging binnen de kern van Brummen op korte afstand van zowel het centrum met winkelvoorzieningen alsook het landgoed Klein Engelenburg. Het plangebied is bereikbaar via de Burgemeester Dekkerstraat en Leliestraat, welke uitkomen op het Graaf van Limburg Stirumplein.

Verder bestaan er twee langzaam verkeerroutes die het gebied ontsluiten op de noordelijk gelegen Schoolstraat en de oostelijk gelegen Zutphensestraat.

Huidige situatie van het plangebied gezien vanaf de Burgemeester Dekkerstraat (bron: Google Maps).

7

2.2

Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om de verouderde en niet-toekomstbestendige bebouwing aan het Graaf van Limburg Stirumplein (nummer 6, 7,10) te slopen en de locatie te herontwikkelen naar een toekomstbestendig gebied waar wonen en maatschappelijke voorzieningen gecombineerd worden. Daarbij wordt het bestaande SWB-gebouw ingepast en uitgebreid, zodat de bibliotheek en de muziekvereniging vanuit de te slopen gebouwen naar dit gebouw kunnen verhuizen. Ten behoeve van deze verhuizing krijgt het welzijnsgebouw SWB een make-over en een geringe uitbreiding van maximaal 600 m2 op de begane grond. De totale bruto vloeroppervlakte (BVO) voor maatschappelijke voorziening bedraagt hiermee in de toekomstige situatie circa 1.800 m2. Er komt geen tweede bouwlaag bij de uitbreiding. Op deze manier worden alle huidige maatschappelijke voorzieningen onder één dak geclusterd en wordt qua bouwhoogte aangesloten bij de omliggende grondgebonden woningen. Verder wordt voorzien in twee appartementengebouwen met in totaal maximaal 59 appartementen. Hiervan zijn acht woningen in het goedkope segment, 22 woningen in het middensegment en 29 woningen in het dure segment beoogd. Beide gebouwen zullen worden voorzien van een lift, waardoor deze levensloopbestendig zijn. De woningen zijn bedoeld voor zowel jongeren als ouderen.

Eén gebouw is beoogd in het zuidwesten van het plangebied waar in het verleden de Julianaschool aanwezig was, het andere gebouw komt ter plaatse van de te slopen bebouwing in het oosten van het plangebied. Het zuidwestelijk gelegen appartementengebouw zal bestaan uit maximaal vijf bouwlagen en een halfverdiepte parkeergarage. Het oostelijk gelegen appartementengebouw zal bestaan uit maximaal drie bouwlagen. Bij beide gebouwen is ook gekeken naar de schaduwwerking op omliggende bebouwing. Hieruit volgt dat de bebouwing voornamelijk schaduw zal werpen op de SWB en niet op omliggende woningen. Enkel kan in de ochtend in theorie op huisnummer 8 aan de Burgemeester de Wijslaan schaduwwerking optreden. Door de flinke groene muur van bomen aan de achterkant van deze woning zal er waarschijnlijk niet veel veranderen aan de bestaande situatie. Qua aard en schaal past dit bij de overige bebouwing van het centrum. Het plangebied ligt in een groene omgeving waar de auto ‘te gast’ is. De openbare ruimte zal dan ook bestaan uit veel groen en wordt een plek voor ontmoeten. Het Graaf van Limburg Stirumplein is doodlopend, waardoor het enkel voor bestemmingsverkeer gebruikt wordt. Het gemotoriseerd verkeer zal net als in de huidige situatie ontsloten worden richting de Burgemeester Dekkerstraat en de Leliestraat.

Het parkeren zal deels in de halfverdiepte parkeergarage gerealiseerd worden en voor het overige deel aan de noordkant van het plangebied. Doordat de parkeervoorzieningen achter de gebouwen komen te liggen blijven ze uit het zicht en kan de groene uitstraling van het gebied zo veel mogelijk tot uiting komen. Voor de ontwikkeling is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Het doel van het beeldkwaliteitplan is het bieden van een overzichtelijk en overkoepelend kwaliteitskader voor de ontwikkelingen in het plangebied. Het stedenbouwkundig plan vormt daarvoor het vertrekpunt en wordt verder uitgewerkt in concrete richtlijnen voor bebouwing, erfinrichting en openbare ruimte. Het beeldkwaliteitplan is een inspiratiedocument en is bedoeld als een uitnodigend kader voor initiatiefnemers en leidraad voor de beoordeling

8

van plannen door de gemeente. Zo is de beoogde sfeer en ruimtelijke kwaliteit vastgelegd tot een aantrekkelijke woonlocatie te komen die goed is ingepast. Het beeldkwaliteitplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld.

9

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1 Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3 Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing Verouderde bebouwing op een centrumlocatie en braakliggend terrein worden (her)ontwikkeld naar een aantrekkelijk woongebied met maatschappelijke voorzieningen geschikt voor verschillende doelgroepen. Daarbij is aansluiting gezocht met de kenmerken en karakteristieken van de omgeving, zoals beschreven in paragraaf 0. Gelet op het feit dat er met voorliggend plan wordt voorzien in een duurzame en toekomstbestendige invulling van een centrumgebied is dit plan in lijn met het gedachtegoed van de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen.

10

Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in juridisch-planologische procedures te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen.

Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het voorliggende project mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan. Uit jurisprudentie blijkt dat bij de realisatie van nieuwe stedelijke functies of de uitbreiding van bestaande stedelijk functies met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 500 m2 sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarnaast moet een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 12 woningen worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 59 wooneenheden en een uitbreiding van een bestaande maatschappelijke voorziening. Gelet op de jurisprudentie en de huidige maatschappelijke bestemming met bijbehorende bebouwingsmogelijkheden in het plangebied hoeft de uitbreiding van de maatschappelijke voorziening niet te worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De beoogde

11

woningbouw is daarentegen wel te kwalificeren als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking 1 doorlopen. Hierin wordt geconcludeerd dat de ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte en vindt binnen bestaand stedelijk gebied plaats. Daarmee wordt de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.

− Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is 1

SAB (2023). Toets Ladder voor duurzame verstedelijking. Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein. Projectnummer: 230172. 7 augustus 2023. 12

om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Raadpleging van de digitale kaarten van de Omgevingsvisie en -verordening Gelderland heeft uitgewezen dat het plangebied geen provinciale belangen raakt. In meer algemene zin geldt wel dat voorliggend plan een bijdrage levert aan het realiseren van de provinciale ambities ten aanzien van de woon- en leefomgeving. Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt immers zowel kwantitatief als kwalitatief gezien voorzien in een behoefte én een niet-toekomstbestendige locatie binnen het centrum van Brummen voorzien van een nieuwe toekomstbestendige invulling. Deze ambities sluiten aan bij hetgeen gesteld in de Omgevingsvisie.

In artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Gelderland is vastgelegd dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als deze passen binnen de regionale woonagenda. In het kader van de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is reeds toegelicht dat de ontwikkeling zowel in een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte voorziet en dat de ontwikkeling aansluit op de ambities uit de regionale woonagenda. Op deze manier past de ontwikkeling binnen de gestelde regels met betrekking tot wonen. Daarnaast geldt dat in artikel 2.65b van de provinciale omgevingsverordening is vastgesteld dat in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. In voorliggende situatie wordt de nieuwbouw aardgasloos ontwikkeld en wordt zoveel mogelijk duurzaam materiaal gebruikt. Het reeds aanwezige groen zal zoveel mogelijk behouden blijven en waar mogelijk uitgebreid worden. Ook is ruimte voor de aanleg van wadi’s om zo de waterberging te bevorderen. Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Daarmee vormen de Omgevingsvisie en -verordening geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het provinciale beleid.

13

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Structuurvisie De Voorlanden Stedendriehoek 2030 – Visie op het niet-bundelingsgebied De Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 is in november 2009 vastgesteld door de gemeenteraden van Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen. In deze visie staan de gemeenschappelijke ambities voor de lange termijn tot 2030 voor het gebied buiten de grote stedelijke kernen Zutphen, Deventer en Apeldoorn en het landelijke gebied daartussen. De gemeenten streven naar een hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling van de Stedendriehoek als geheel. Behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon-, werk- en recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw, staan centraal. Om deze centrale doelstelling concreet te maken, zijn de volgende vijf strategische keuzen geformuleerd: − duurzaam waterbeheer als basis voor ruimtelijke ontwikkeling; − natuur, landschap en landbouw ontwikkelen in functiecombinaties; − regionale bereikbaarheid verbeteren door hoogwaardig openbaar vervoer; − stedelijke herstructurering gaat boven nieuwe stadsuitbreidingen; − toevoegen van centrum-stedelijke en landelijke woonmilieus.

De visie zet in op de volgende zaken: − het versterken van de groene kernkwaliteit: veerkrachtig watersysteem in een robuust landschap; − het versterken van de rode kernkwaliteit: een netwerk van vitale kernen; − het versterken van de kernkwaliteiten van het platteland (I): landbouw als core business; − het versterken van de kernkwaliteiten van het platteland (II): toerisme en recreatie als troefkaart; − het versterken van de kernkwaliteiten van het platteland (III): vitaliteit door variatie. Toetsing Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van een duurzaam en toekomstbestendig woongebied, waarbij de parkachtige setting van het Graaf van Limburg Stirumplein zo veel mogelijk wordt versterkt. Ook wordt het welzijnsgebouw SWB opgeknapt en uitgebreid, zodat alle maatschappelijke functies in het plangebied onder één dak terecht komen. Er is hier sprake van herstructurering om nieuwe stadsuitbreidingen te voorkomen en het gebied vitaal en duurzaam te houden. Door deze binnenstedelijke ontwikkeling worden geen kernkwaliteiten van het landschap aangetast. Dit tezamen maakt dat de beoogde ontwikkeling aansluit bij de ambities uit de regionale structuurvisie. Conclusie Onderhavig plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.

14

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ Op 25 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Brummen de Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ vastgesteld. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. De keuzes en speerpunten voor 2030 zijn in drie thema’s onderverdeeld: − Ruimte voor papier en landgoederen: Papier en landgoederen zijn de kernwaarden die de gemeente Brummen uniek maken. Deze kernwaarden krijgen alle ruimte. Niet alleen fysiek en bedrijfsmatig, maar op zoveel mogelijk terreinen worden deze kernwaarden binnen de gemeente versterkt. Bijvoorbeeld in de recreatiesector, maar ook in de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Eerbeek is een papierdorp en dat wil de gemeente meer laten zien, lokaal en regionaal, maar ook nationaal en internationaal. Daarnaast worden cultuurhistorie, creativiteit en kunst in de gemeente gestimuleerd en gekoesterd. Om de recreatieve potentie van Brummen verder uit te bouwen wordt het netwerk voor de wandelaar, fietser en ruiter verbeterd. − Samen gezond wonen, werken en leven: De gemeente Brummen wil een aantrekkelijke gemeente zijn voor zowel jong en oud als voor bestaande en nieuwe inwoners. Daarbij hoort een gemeente waar men prettig kan wonen en werken.

Het kleinschalige dorpsleven waar rust en vriendelijkheid heersen en sprake is van een sterke sociale samenhang, zijn daarbij van belang. De identiteit, die wordt gekoesterd, moet worden behouden en versterkt. − Op groene voet met groene vingers: Er wordt ingezet op een groen en klimaatneutraal Brummen, waarbij zelf wordt voorzien in de energie, energiesystemen slim worden gekoppeld, hemelwater wordt geborgen en gebruikt en de biodiversiteit wordt versterkt. De natuur en het landschap zijn kernwaarden van de identiteit van de gemeente Brummen. Ze vormen de historische basis en maken deel uit van het woongenot, vormen de trekker voor recreanten en toeristen en staan aan de basis van de ontwikkeling van de papierindustrie en de landgoederen. Het landschap en de natuur moeten daarom behouden blijven. Maar ook hier geldt dat er geen stolp op het buitengebied moet worden gezet. Er wordt vernieuwd met respect voor dat wat er is. Toetsing De toekomstvisie zet in op het zijn en blijven van een aantrekkelijke gemeente voor zowel jong en oud. Daarbij dient veel aandacht uit te gaan naar de kleinschaligheid van het dorpse leven en de sterke sociale omvang. Met het realiseren van toekomstbestendige maatschappelijke voorzieningen wordt hier ook aan bijgedragen. Bij elke ontwikkeling dient ook rekening te worden gehouden met de groene omgeving en klimaat.

Voorliggend plan voorziet in de realisatie van twee duurzame en toekomstbestendige appartementengebouwen met daaromheen ruimte voor veel groen en kansen om elkaar te ontmoeten. De woningen zijn gericht op zowel jong als oud, waardoor een gebalanceerde locatie wordt gecreëerd waar meerdere doelgroepen welkom zijn. Tevens zal de algehele kwaliteit op het gebied van wonen en maatschappelijke functies worden verbeterd. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de ambities van de toekomstvisie.

15

3.4.2

Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ De gemeenteraad van de gemeente Brummen heeft op 28 september 2006 de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente Brummen er over 25 jaar uit zou moeten zien. De ruimtelijke ontwikkelingsvisie omvat een lange termijnvisie (Strategische visie tot 2030) en de korte termijnvisie (periode 2005 tot 2015). Samen vormen ze de ruimtelijke ontwikkelingsvisie 'Ligt op Groen'. In de strategische visie tot 2030 zet men in op synergie met de omliggende gemeenten. Dit kan volgens de gemeente het beste bereikt worden door aan te sluiten op de onderscheidende kwaliteiten. Dé identiteitsdrager van de gemeente Brummen is de groene kwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen dient dan ook ingezet te worden op de versterking van de groene kwaliteiten. Toetsing Op het gebied van wonen en maatschappelijke voorzieningen bevat de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ geen concrete beleidskaders of ambities. Wel wordt aangegeven dat de gemeente Brummen voor iedereen inzet op het waarmaken van een goed leven, waarbij inwoners een duurzame omgeving hebben die betekenisvol is. Daarbij vormen Eerbeek en Brummen de hoofdkernen voor de voorzieningen in de gemeente. In deze kernen moeten voldoende voorzieningen voor de inwoners aanwezig zijn.

Met het voornemen om de aanwezige maatschappelijke voorzieningen in het plangebied geclusterd in een toekomstbestendig gebouw onder te brengen wordt aan deze ambitie bijgedragen. Tevens wordt in voorliggende situatie een kwaliteitsimpuls gegeven aan het Graaf van Limburg Stirumplein in het centrum van Brummen, waardoor deze ontwikkeling binnen de kaders en doelstellingen van de ruimtelijke ontwikkelingsvisie past.

3.4.3

Structuurvisie centrum Brummen De gemeente Brummen heeft samen met haar burgers en belanghebbenden een structuurvisie voor het centrumgebied opgesteld. Het centrumplan is opgesteld in een zeer intensief participatief traject en is op 29 juni 2011 vastgesteld. Brummen wil inzetten op authenticiteit van het centrum om zo het eigene van Brummen zichtbaar te maken, te versterken en uit te buiten. Authenticiteit heeft te maken met de unieke ligging tussen Veluwe en IJssel en vindt zijn basis in de cultuurhistorie. Het centrum van Brummen maakt gebruik van de bestaande krachten en structuur. Er wordt voort geborduurd op de bestaande structuur en sfeer. Om het centrum herkenbaar te maken is gekozen om de bestaande historische gegroeide structuur als basiskwaliteit te nemen. Die ruimtelijke structuur bestaat uit de route Zutphensestraat- Arnhemsestraat met haaks daarop de lijn van de Ambachtsstraat-Maarten Putstraat. Het Marktplein is de schakel in deze 2 assen. De Markt wordt daarmee hét brandpunt in het centrum. Toetsing Het Graaf van Limburg Stirumplein wordt in de structuurvisie genoemd als een gebied waar de komende jaren een stevige transformatie plaats zal gaan vinden. Het is wenselijk om dit gebied een meer eigentijds karakter te geven, in tegenstelling tot de meer

16

‘klassieke’ beeldtaal van Brummen. Het centrumplan schetst voor het Graaf van Limburg Stirumplein een toekomstbeeld van enkele gebouwen die samenhangen rondom een gezamenlijke groene ruimte. Daarmee worden de bestaande appartementencomplexen aan het Graaf van Limburg Stirumplein ook verbonden in dit concept. De wens wordt uitgesproken om naast woningbouw ook ruimte te reserveren voor het clusteren van maatschappelijke functies, omdat deze hier in de huidige situatie reeds aanwezig zijn. Enkele uitgangspunten die in het centrumplan worden genoemd zijn in de huidige situatie niet meer aan de orde. Dat neemt niet weg dat de hoofdambities voor de locaties overeind blijven staan. Zo wordt woningbouw gecombineerd met toekomstbestendige maatschappelijke voorzieningen, waarbij de inzet is om de gebouwen in een groene ruimte te realiseren. Dit komt concreet tot uiting in de realisatie van twee appartementencomplexen die qua aard en massa aansluiten bij de kenmerken van de ligging in het centrum van Brummen. Verder zal het welzijnsgebouw SWB een make-over en een geringe uitbreiding krijgen om de maatschappelijke voorzieningen in het gebied langdurig te kunnen behouden. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling van het Graaf van Limburg Stirumplein, ondanks het wijzigen van het programma, aansluit bij de ambities zoals gesteld in de Structuurvisie centrum Brummen. 3.4.4

Woonagenda 2019-2023 gemeente Brummen In de woonagenda van de gemeente Brummen wordt de koers voor het woonbeleid uitgezet. De Woonagenda geeft de ambitie aan en vormt de wettelijke basis voor de Prestatieafspraken met de corporatie en de gemeentelijke ‘toezichtstaken’. Verder is de woonagenda het kader voor de woningbouwprogrammering. De gemeente Brummen verwacht nog 700 woningen toe te voegen tot 2027. Het doel van de woonagenda is om iedereen prettig te laten wonen in de gemeente Brummen en om woonwensen -behoeften van inwoners zoveel mogelijk te realiseren binnen de gemeente. De woonagenda verwacht een bijdrage te kunnen leveren aan de volgende opgaven: − Betaalbaarheid en beschikbaarheid; − Wonen, zorg en welzijn, in combinatie met vergrijzing; − Duurzaamheid, met focus op de bestaande woningvoorraad; − Leefbaarheid. Toetsing De woningen worden gerealiseerd in het centrum van de kern Brummen. De ontwikkeling betreft maximaal 59 appartementen verdeeld over twee appartementengebouwen. De appartementen zijn geschikt voor verschillende doelgroepen, waaronder oudere bewoners. Er wordt namelijk een lift geïnstalleerd en de appartementen liggen in de nabijheid van de voorzieningen in het centrum van de kern Brummen. De woningen zijn beoogd in het goedkope, middeldure en dure segment.

Daarmee wordt er een toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling gerealiseerd die inspeelt op de beschikbaarheid van woningen voor jong en oud in verschillende prijssegmenten in de gemeente Brummen.

17

3.4.5

Routekaart Woningbouw en Doelgroepenverordening Brummen 2023 De gemeente Brummen heeft de ambitie om tot 2030 ongeveer 1000 woningen aan de bestaande woningvoorraad toe te voegen. Om de diversiteit en doorstroom te bevorderen geldt voor de nieuwbouw als uitgangspunt dat ten minste 30% van die woningen beschikbaar komt voor sociale huur en 35% voor goedkope en betaalbare koop en middenhuurwoningen. Deze ambitie is vastgelegd in de Routekaart Woningbouw waarbij de programmering is opgenomen in het toetsingskader volgens de spelregels 30-35-35. Deze Routekaart vormt daarmee het uitgangspunt voor deze doelgroepenverordening. De verordening zorgt ervoor dat de sociale huurwoningen en de goedkope en betaalbare koop en de middenhuurwoningen terecht komen bij de juiste inkomensgroepen en dat de woningen voor een langere tijd voor deze doelgroep beschikbaar blijven. Om dit te bewerkstelligen worden de uitgangspunten opgenomen in deze verordening opgenomen in anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars. Ook worden de inkomensgrenzen, maximaal vrij op naam prijzen, de aanvangshuur en instandhoudingstermijn opgenomen in koop- en huurovereenkomsten met inwoners. Toetsing Met voorliggende ontwikkeling wordt circa de helft van het programma uitgevoerd in het betaalbare segment.

Dit maakt dat voorliggende ontwikkeling in eerste instantie niet aansluit bij de ambities uit de Routekaart Woningbouw en de Doelgroepenverordening Brummen. Echter, omdat de ontwikkeling onderdeel uitmaakt van het centrum van Brummen en hier diverse ontwikkelingen in voorbereiding zijn, wordt over het totaal van deze plannen gekeken naar de ambities uit de routekaart en de doelgroepenverordening. In totaliteit wordt voor alle ontwikkelingen in het centrum van Brummen (ruimschoots) voldaan aan de programmatische afspraken van 30% sociaal, 35% betaalbaar en 35% overig.

3.4.6

Nota Ruimtelijke Kwaliteit Brummen 2013 De Nota Ruimtelijke Kwaliteit, voorheen de welstandsnota, bestaat uit beschrijvingen van welstandsgebieden en bijzondere thema’s met daaraan gekoppeld afzonderlijke toetsingscriteria. In totaal worden zes verschillende gebieden onderscheiden: − Historische dorpsgebieden en linten; − Woongebieden met samenhang; − Woongebieden met diversiteit; − Bedrijventerreinen; − Landelijk gebied; − Gebieden met een bijzondere functie. Toetsing Het plangebied ligt binnen het gebied ‘Woongebied met samenhang’. Voor deze gebieden streeft de gemeente naar behoud van de stedenbouwkundige opzet, een zorgvuldige omgang met de openbare ruimten en een bebouwingsbeeld met een grote gemene deler, zoals herhaling van bouwblokken en bouwstijlen. Voorliggend plan beantwoordt aan deze criteria door het behoud van de samenhang op bouwblokniveau en de afstemming op het gebied van bebouwingskarakteristieken, schaal en

18

detaillering met de omgeving. Zo wordt aangesloten bij de moderne sfeer van het centrum, maar wordt de historische dorpssfeer aan de randen van het plangebied wel gerespecteerd. Dit tezamen maakt dat het plan in overeenstemming is met de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Brummen. 3.4.7

Programma Water en Riolering 2023-2027 In het Programma Water en Riolering voor de periode 2023-2027 worden de ambities en doelen voor het watersysteem vastgelegd en geven we invulling aan de watertaken en zorgplichten van de gemeente Brummen. Het (afval)watersysteem heeft een aantal belangrijke functies, namelijk: − het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten; − het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater; − het voorkomen van schade door hevige regenval en/of bij extreme droogte; − het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming. Met het Programma Water en Riolering wordt ervoor gezorgd dat deze functies gewaarborgd blijven. Zo wordt bijgedragen aan een veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. Toetsing Voorliggende ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding ter plaatse, omdat wordt gezorgd voor een sluitende waterbalans. Met voorliggende ontwikkeling worden tevens geen activiteiten mogelijk gemaakt die negatieve effecten kunnen hebben op het grondwater. Dit is in paragraaf 4.7 verder uitgewerkt. Conclusie Onderhavig plan is in lijn met het gemeentelijk beleid.

19

4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten Milieueffectrapportage Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan. Het bevoegd gezag (het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad) moet voorafgaande aan het besluit inzake het plan formeel de beslissing nemen of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag kan dit besluit nemen aan de hand van een ‘aanmeldingsnotitie’.

Het uiteindelijke besluit dient als bijlage bij de stukken van het ruimtelijke plan worden gevoegd. Toetsing Onderhavig plan betreft de herontwikkeling van het Graaf van Limburg Stirumplein in Brummen. Het plan voorziet in totaal in maximaal 59 appartementen en een uitbreiding van een bestaande maatschappelijke voorziening. Het plan kan worden gekwalificeerd als de wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd en een herontwikkeling wordt als wijziging in de zin van het Besluit m.e.r. beschouwd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: − een oppervlakte van 100 hectare of meer; − een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; − een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het totale plangebied is circa 10.900 m2 groot. Hiermee blijft het plan ver onder de indicatieve drempelwaarden en kan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden volstaan. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben.

Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese

20

Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: − de kenmerken van het project; − de plaats waar de activiteit plaatsvindt; − de kenmerken van het potentiële effect. Conclusie Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling2 uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft archeologie en natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

4.2

Bodem Algemeen In het kader van het bestemmingsplan moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Toetsing Ter plaatse van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek3 uitgevoerd. Uit het onderzoek volgt dat de bodem vanaf het maaiveld tot circa 2 meter onder maaiveld hoofdzakelijk bestaat uit zeer fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig zand. In de bovengrond van het noordelijk deel zijn licht verhoogde gehalten kwik, lood en PAK aangetroffen. In de bovengrond van het zuidelijk deel zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. In de ondergrond van het noordwestelijk deel is een licht verhoogd gehalte kwik en lood gemeten. In de ondergrond van het overig deel van het plangebied zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Verder is het grondwater licht verontreinigd met barium en naftaleen. Het terrein is daarmee op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. Er hoeft geen nadere beschouwing plaats te vinden. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

2

SAB (2023). Vormvrije m.e.r.-beoordeling. Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein. Projectnummer: 230172. 4 december 2023.

3

De Klinker (2023). Verkennend bodemonderzoek. Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein. Projectnummer: 230172. 24 juli 2023. 21

4.3

Geluid Algemeen De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Toetsing Met voorliggend plan is sprake van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere (gezoneerde) wegen aanwezig. Daarom is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 4 uitgevoerd. Hierin zijn de volgende wegen meegenomen: Graaf van Limburg Stirumplein, Leliestraat, Ambachtstraat, Zutphensestraat, Burgemeester de Wijslaan, Burgemeester Dekkerstraat, Schoolstraat en Engelenburgerlaan. Uit het onderzoek volgt dat er geen overschrijdingen plaats vinden van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogste gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 52 dB, exclusief aftrek artikel 110g Wgh. Vanuit het gemeentelijk betreft dit een acceptabel geluidniveau. Op basis van de minimaal benodigde gevelwering van 20 dB wordt bij voorbaat voldaan aan de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012.

Geconcludeerd wordt dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

4.4

Luchtkwaliteit Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan.

4

SAB (2023). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein. Projectnummer: 230172. 7 augustus 2023. 22

Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De derogatiebeschikking van de EU is in 2015 verlopen. De NSL is na 2015 twee maal verlengd en betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Doordat de derogatiebeschikking van de EU na 2015 niet is verlengd, dient Nederland overigens op dit moment te voldoen aan de Europese luchtkwaliteitsnormen. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit.

Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 µg/m3 verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwsvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden.

Toetsing Dit bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 59 appartementen en een uitbreiding van een maatschappelijke voorziening mogelijk. Dit is een dusdanig beperkte ontwikkeling waardoor het plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Na raadpleging van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) wordt geconcludeerd dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen onder de grenswaarden in de twee jaren (2021 en 2030) liggen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering.

23

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.5

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. Toetsing In voorliggende situatie worden nieuwe hindergevoelige en hinderveroorzakende functies mogelijk gemaakt in een omgeving waar diverse functies aanwezig zijn. Het plangebied ligt in het centrum van Brummen. Om die reden is het plangebied, op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, aan te merken als een 'gemengd gebied'. Hierom kunnen de richtafstanden met één stap worden verminderd, met uitzondering van de richtafstand ‘gevaar’. Hinder als gevolg van onderhavige ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van woningen en een uitbreiding van een maatschappelijke functie. ‘Wonen’ betreft geen hinderveroorzakende functie. Dit betekent dat er geen nadere toetsing naar de woningen noodzakelijk is. Binnen het plan is ook een geringe uitbreiding van het welzijnsgebouw SWB beoogd. In de huidige situatie zijn deze gronden reeds als maatschappelijk bestemd. Daarnaast zal de uitbreiding bedoeld zijn voor het huisvesten van de bibliotheek en de muziekvereniging, welke maximaal in milieucategorie 2 vallen. Hiervoor geldt een maximale richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied.

Zowel bij de bestaande als bij de nieuwe woningen is de afstand voldoende groot. Geacht wordt dat hierdoor wordt voldaan aan

24

de voorwaarden, zoals opgenomen in de VNG-publicatie. Er dient geen nadere beschouwing te worden uitgevoerd. Hinder van bestaande bedrijvigheid op de ontwikkeling Naast de hinder die een ontwikkeling zelf kan veroorzaken, dient ook onderzocht te worden of de beoogde ontwikkeling zelf hinder kan ondervinden van hinderveroorzakende functies uit de omgeving. Woningen moeten worden aangeduid als milieuhindergevoelig. Aangezien er in de omgeving van de ontwikkellocatie op grond van het bestemmingsplan diverse hinderveroorzakende functies mogelijk zijn en feitelijk gezien zijn gevestigd, zijn deze geïnventariseerd. Navolgende tabel geeft de dichtstbijzijnde functies weer. Adres

Functie

Schoolstraat 7

Horeca

Ambachtstraat 38

Gemengd

Graaf van Limburg Stirumplein 5

Maatschappelijk

Omschrijving VNG

Richtafstanden in meters (gemengd gebied)

Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. Supermarkten, warenhuizen Buurt- en clubhuizen

Gemeten Afstand

Geur 0 (stap terug)

Stof 0 (stap terug)

Geluid 0 (stap terug)

Gevaar 10

± 20 m

0 (stap terug)

0 (stap terug)

0 (stap terug)

10

± 40 m

0 (stap terug)

0 (stap terug)

0 (stap terug)

10

± 20 m

Hieruit volgt dat voldaan kan worden aan de richtafstanden van de VNG-publicatie waardoor deze gronden met bijbehorende functies niet onevenredig worden geschaad in hun ontwikkelingsmogelijkheden en ter plaatse van de ontwikkellocatie een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Aanvullend is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen met betrekking tot technische en/of mechanische installaties (zoals een warmtepomp) in de buitenlucht, zodat een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd wordt. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.6

Externe veiligheid Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het

25

vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPGtankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De orientatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

26

Beleidsvisie gemeente Brummen Met deze Beleidsvisie Externe Veiligheid zet de gemeente in op een duurzame en veilige ontwikkeling van de gemeente Brummen. Enerzijds moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven, terwijl tegelijkertijd de gemeente zorg draagt voor een veilige woon-, werk- en leefomgeving. Deze visie gaat in op de samenhang tussen ruimtelijke ordening enerzijds en beheersing en verantwoording van risico's anderzijds. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Brummen aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s dient te worden omgegaan. Het toetsingskader voorkomt afwegingen en besluiten op ad hoc basis en brengt consistentie door heldere uitgangspunten en reële ambities. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het in dit document weergegeven externe veiligheidsbeleid in acht. De uitgangspunten uit deze visie worden verder toegepast bij alle gemeentelijke activiteiten en ontwikkelingen waarbinnen externe veiligheid een rol speelt (o.a. vergunningverlening en handhaving, routering gevaarlijke stoffen, ruimtelijk beleid, rampenbestrijding en risicocommunicatie). Toetsing Dit plan voorziet in de toevoeging van kwetsbare objecten.

Raadpleging van de risicokaart wijst uit dat in de omgeving van het plangebied twee stationaire risicobronnen aanwezig zijn, namelijk een palletcentrum en een LPG-tankstation. Verder worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de spoorweg en over de rivier de IJssel. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de IJssel, maar wel binnen het invloedsgebied van de spoorlijn tussen Velperpoort en Zutphen (route 62) door het vervoer van gevaarlijke stoffen. In dit invloedsgebied is een toxisch en explosiescenario mogelijk die kan reiken tot 4 kilometer. Het plangebied ligt op circa 440 meter afstand van de spoorlijn. Daarom is een beperkte verantwoording van het veiligheidsrisico benodigd.. De Veiligheidsregio moet in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen ten aanzien van de aspecten rampbestrijding en zelfredzaamheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15448145/3