CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(194) Toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Het Händelhof’ Eerbeek16.224 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

481199

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Het Händelhof Eerbeek Motivering TAM-omgevingsplan Gemeente Brummen NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3002-va01

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

14 april 2026, projectnummer 220470.03

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Ligging van het besluitgebied

3

1.3

Huidig planologisch regime

4

1.4

Leeswijzer

5

Huidige en gewenste situatie

7

2.1

Huidige situatie

7

2.2

Het voornemen

7

2.3

Infrastructuur en openbare ruimte

8

Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden

12

3.1

Wettelijk kader

12

3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

12

3.3

Landschappelijke en of stedenbouwkundige waarden

14

Beleidskader

15

4.1

Rijksbeleid

15

4.2

Provinciaal beleid

16

4.3

Gemeentelijk beleid

19

Omgevingsveiligheid

24

5.1

Algemeen

24

5.2

Situatie in en bij het besluitgebied

25

5.3

Conclusie

25

Beschermen van de waterbelangen

26

6.1

Beleid Waterschap

26

6.2

Wateraspecten

27

6.3

Watertoetsproces en waterhuishouding besluitgebied

28

6.4

Conclusie

29

Beschermen van de gezondheid en het milieu

30

7.1

Geluid

30

7.2

Bodemkwaliteit

34

7.3

Luchtkwaliteit

35

7.4

Geur

37

8

9

7.5

Trillinghinder

38

7.6

Gezondheid

39

7.7

Klimaatadaptatie

40

Bescherming van de natuur

43

8.1

Algemeen

43

8.2

Toetsing

44

8.3

Conclusie

46

Archeologie en cultuurhistorie

47

9.1

Wettelijk kader

47

9.2

Archeologie

47

9.3

Cultuurhistorie

49

9.4

Conclusie

49

10 Mer-beoordeling

50

10.1

Algemeen

50

10.2

Motivering

50

10.3

Conclusie

51

11 Economische uitvoerbaarheid

52

11.1

Algemeen

52

11.2

Kostenverhaal

52

11.3

Situatie besluitgebied

52

12 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53

12.1

Participatie en overlegpartners

53

12.2

Zienswijzen

53

Bijlagen Bijlage 1: Verkeersonderzoek Bijlage 2: Parkeeronderzoek Bijlage 3: Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 4: Watertoets Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6: Quick scan milieubelastende activiteiten Bijlage 7: Akoestisch onderzoek milieubelastende activiteiten Bijlage 8: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 9: Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 10: Quick scan natuur Bijlage 11: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 12: Passende beoordeling Bijlage 13: Nader soortgericht onderzoek Bijlage 14: Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 15: Mer-beoordeling Bijlage 16: Nota Zienswijzen

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Het voornemen bestaat om ter plaatse van de agrarische gronden aan de Händelstraat/Ringlaan in Eerbeek woningbouw te realiseren. Het gaat om in totaal maximaal 59 woningen, bestaande uit verschillende grondgebonden woningen en één appartementengebouw. De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het (tijdelijk) omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld. Het voorliggend document voorziet in de motivering behorende bij de wijziging van het omgevingsplan.

1.2

Ligging van het besluitgebied Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de kern Eerbeek en wordt hoofdzakelijk omsloten door de woonfunctie. Direct ten oosten van het besluitgebied bevindt zich een sporthal met kantine en een Johan Cruijf court. Ten westen is dorpsboerderij ‘Kiboe’ te vinden.

Besluitgebied (globaal rood omlijnd) ten opzichte van de kern Eerbeek (bron: pdok.nl).

3

Besluitgebied (globaal rood omlijnd) ten opzichte van de directe omgeving (bron: pdok.nl).

1.3

Huidig planologisch regime In het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege zijn de geldende bestemmingsplannen van de gemeente Brummen opgenomen. Voor voorliggend besluitgebied is het bestemmingsplan ‘Kom Eerbeek’ van de gemeente Brummen vigerend, welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 28 januari 2010. Binnen dit plan is aan de locatie de bestemming ‘Agrarisch’ toegekend. Door het paraplubestemmingsplan Archeologie, welke is vastgesteld op 15 oktober 2020, kent vrijwel het gehele besluitgebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie laag’. Enkel een klein deel kent de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie waardevol’. In de navolgende afbeelding is een uitsnede van het vigerend planologisch regime opgenomen.

Verbeelding vigerend juridisch-planologische situatie met besluitgebied globaal rood omkaderd (bron: pdok.nl).

4

De op basis van het bestemmingsplan ‘Kom Eerbeek’ agrarisch bestemde gronden zijn bestemd voor doeleinden die gericht zijn op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren (grondgebonden en niet grondgebonden) en/of het telen van gewassen met uitzondering van (nieuwvestiging) van een intensieve veehouderij. Ook het op hobbymatige basis houden van dieren is toegestaan. Tevens geldt ter plaatse van het besluitgebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie laag’, met uitzondering van een klein vierkant waar de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie waardevol’ geldt. De voor ‘Waarde - Archeologie laag’ en ‘Waarde - Archeologie waardevol’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. Ten aanzien van het oprichten van bebouwing geldt ter plaatse van de lage archeologische verwachting dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld.

Ter plaatse van de ‘Waarde - Archeologie waardevol’ geldt dat een archeologisch rapport overlegd dient te worden indien nieuwe bebouwing wordt gebouwd buiten de bestaande fundering(en) ter plaatse en deze dieper reikt dan 40 centimeter. Verder gelden op de locatie het bestemmingsplan ‘Mantelzorgwoning’, welke is vastgesteld op 15 oktober 2015 en het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ welke is vastgesteld op 19 oktober 2018. In het bestemmingsplan ‘Mantelzorgwoning’ zijn regels opgenomen om mantelzorgwoningen te kunnen faciliteren. In het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ is een nieuwe parkeerregeling vastgelegd. Ter plaatse van het besluitgebied gelden tevens de regels uit de bruidsschat, welke onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan. Het voorliggende plan maakt geen milieubelastende activiteiten mogelijk, waardoor er geen strijd ontstaat met de instructieregels uit het Bkl. De regels uit de bruidsschat voor bouwwerken, open erven en terreinen zijn wel van toepassing voor een woningbouwplan. Deze regels staan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet in de weg. De gemeente heeft geen lokale verordeningen die van belang zijn voor het besluitgebied.

1.4

Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5, 6 en 7 gaan achtereenvolgens in op de aspecten van de omgevingsveiligheid, het waterbelang en de bescherming van de gezondheid en het milieu. In hoofdstuk 8 komt de bescherming van de natuur aan bod, waarna in hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de aspecten ‘archeologie’ en ‘cultuurhistorie’. Hoofdstuk 10 gaat in op de m.e.r.-

5

beoordeling. Hoofdstuk 11 en hoofdstuk 12 bevatten de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hierin wordt tevens ingegaan op de participatie.

6

2 Huidige en gewenste situatie 2.1

Huidige situatie In de huidige situatie bestaat het besluitgebied uit een onbebouwd agrarisch perceel aan de noordzijde van de kern Eerbeek. Het perceel is in de loop der jaren mede als gevolg van de ontwikkeling ‘Lombok’ geïsoleerd geraakt. In de huidige situatie wordt het hoofdzakelijk omsloten door woningen. Direct ten oosten bevinden zich meerdere sportfuncties. Het gaat om sporthal ‘De Bhoele’ inclusief een sportcafé, een sportveldje, een mountainbikebaan en een tafeltennisvereniging. Ten westen van de locatie bevindt zich een kinderboerderij. Het besluitgebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Händelstraat en aan de noordzijde door de Ringlaan. Navolgende afbeelding geeft de huidige situatie van het besluitgebied weer.

Luchtfoto met daarop de huidige situatie van het besluitgebied (rood omlijnd) (bron: PDOK).

2.2

Het voornemen Het voornemen bestaat om binnen het besluitgebied in totaal maximaal 59 woningen te realiseren. Het programma bestaat uit één appartementengebouw met ruimte voor 28 sociale huurappartementen, 22 rijwoningen, 6 twee-onder-één-kapwoningen en 3 vrijstaande woningen. Twaalf van de rijwoningen zijn voorzien als betaalbare koop. De overige grondgebonden woningen vallen in de vrije sector. Bij de invulling van het besluitgebied wordt rekening gehouden met de context van de locatie. De bestaande kwaliteiten en kenmerken uit de omgeving worden ingezet om de ontwikkeling ruimtelijk op een kwaliteitsvolle en gebiedseigen manier in te bedden. Zo wordt het appartementengebouw naast de sporthal gerealiseerd, waarmee wordt ingezet op het creëren van een geleidelijke en zorgvuldige overgang naar de omgeving en de rest van het project. Het appartementengebouw zal

7

bestaan uit maximaal vier bouwlagen en kent een maximale goot- en bouwhoogte van 13 meter. De vrijstaande woningen worden gerealiseerd aan de Ringlaan en krijgen ieder een eigen oprit. De woningen zullen een iets teruggetrokken ligging krijgen en de rooilijn volgen van de bestaande woningen langs de Ringlaan. De rijwoningen worden gerealiseerd langs de Händelstraat en achter de woningen langs de Ringlaan. De grondgebonden woningen aan de Händelstraat bestaan uit maximaal twee bouwlagen met een kap, met een daarbij behorende maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter. De woningen aan de Ringlaan achter de nieuwbouw aan de Händelstraat zal maximaal één bouwlaag met kap worden (maximum goothoogte van 4 meter en een maximum bouwhoogte van 9 meter). Een deel van de woningen krijgt een levensloopbestendig karakter. Hiermee sluiten ze qua aard en schaal aan bij de overige woningen in de omgeving. Het bestaande groen binnen het besluitgebied wordt zoveel mogelijk ingepast en in het midden van het besluitgebied is ruimte gereserveerd voor nieuw openbaar groen met mogelijkheden voor waterberging. Een deel van de woningen zal hierop uitkijken.

Stedenbouwkundig plan (bron: De Bruin Architecten).

2.3

Infrastructuur en openbare ruimte

2.3.1

Algemeen Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor

8

personen. In deze paragraaf wordt onder andere ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het besluitgebied. 2.3.2

Verkeer en parkeren Verkeer De woningen aan de Händelstraat worden door middel van twee nieuwe aansluitingen op deze straat ontsloten. De vrijstaande woningen zullen middels eigen opritten op de Ringlaan worden ontsloten. Ten behoeve van de ontwikkeling is een verkeersonderzoek1 uitgevoerd. Uit dit onderzoek volgt dat de ontwikkeling in totaal tot een toename in verkeer van 378 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal, omgerekend komt dit neer op 38 pae tijdens het drukste ochtend- en avondspitsuur. Zowel in de huidige, toekomstig autonome als toekomstige situatie inclusief de ontwikkeling is er geen sprake van knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid. De maximale acceptabele intensiteiten worden op geen van de wegvakken overschreden. Ook worden er ook geen doorstromingsknelpunten verwacht als gevolg van de ontwikkeling. Al met al vormt het aspect verkeer geen belemmering voor de ontwikkeling. Parkeren Het plan voorziet in de realisatie van 67 openbare parkeerplaatsen binnen het besluitgebied. Daarnaast krijgen twee van de rijwoningen een oprit met parkeergelegenheid naast de woning. De tweekappers krijgen eveneens een oprit met tuinparkeerplaats. De totale effectieve parkeercapaciteit in het besluitgebied bedraagt naar beneden afgerond 73 parkeerplaatsen.

Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen is een parkeeronderzoek2 uitgevoerd. Hierin is voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen gekeken naar het functietype en waar de functie zal worden gerealiseerd. Voor deze ontwikkeling zijn de normen van de gemeente aangehouden (rest bebouwde kom). Voor sociale huur is de norm gehanteerd zoals door de gemeente onlangs toegepast voor andere soortgelijke ontwikkelingen. Aanvullend wordt onderscheid gemaakt in een norm voor bewoners en bezoekers. De CROW geeft aan dat van de totale norm 0,2 pp bestemd is voor bezoekers. De rest, het grootste deel, is voor de bewoners zelf. Deze verdeling is in navolgende tabel weergegeven.

1

2

Mobycon (2024). Onderbouwing Verkeer Händelstraat. Projectnummer: M08514-CR-E. 22 augustus 2024. BonoTraffics (2024). Parkeeronderzoek Ontwikkeling Händelstraat. 20 september 2024.

9

Gehanteerde parkeernormen (bron: BonoTraffics).

Aan de hand van het aantal woningen, de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages is de parkeervraag per doelgroep voor de verschillende momenten van de week berekend. In navolgende tabel zijn in het groen de maatgevende momenten voor de verschillende doelgroepen en voor het totaal weergegeven. Het maatgevende moment is de werkdagavond, de parkeervraag bedraagt dan 78 parkeerplaatsen.

Parkeerbalans besluitgebied (bron: BonoTraffics).

De parkeervraag van de ontwikkeling moet volgens de beleidsregels in eerste instantie worden opgevangen binnen het besluitgebied. Het plan bevat 73 parkeerplaatsen. Zes op eigen terrein van de woningen en 67 in het openbaar gebied. Met een parkeervraag van 78 en een aanbod van 73 parkeerplaatsen ontstaat een tekort van 5 parkeerplaatsen op het drukste moment. Uit een telling, uitgevoerd in oktober 2023 blijkt dat in de directe omgeving van het besluitgebied (Händelstraat) nog voldoende parkeercapaciteit beschikbaar is om een eventueel (incidenteel) tekort op te vangen. De restcapaciteit bedraagt hier minimaal 11 parkeerplaatsen. Dit maakt dat geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling getalsmatig niet leidt tot een onacceptabele parkeerdruk in of rond het besluitgebied. 2.3.3

Overige aspecten (fiets- en wandelroutes, nutsvoorzieningen, toegankelijkheid openbare ruimte etc.) In het midden van het besluitgebied is ruimte gereserveerd voor openbaar groen, waarbinnen ook mogelijkheden zijn voor waterberging. Verder is in het stedenbouwkundig plan ruimte gereserveerd voor losse voetpaden. Deze sluiten aan op de paden in de omgeving, bijvoorbeeld langs de kinderboerderij. Fietsers en autoverkeer maakt gebruik van de nieuwe ontsluitingsstructuur. Op deze manier wordt zo veel mogelijk een bijdrage geleverd aan het realiseren van een toegankelijke openbare buitenruimte.

10

2.3.4

Conclusie Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan de kaders voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

11

3 Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden 3.1

Wettelijk kader In artikel 1.3 van de Omgevingswet is het voorzien in ‘een goede omgevingskwaliteit’ opgenomen in de centrale doelstelling. Dit duidt op het belang van aspecten als erfgoed, architectuur, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van de natuur en het landschap. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken daarom integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld over: − Kustbescherming; − Waddenzee en Waddengebied; − Cultureel erfgoed en werelderfgoed; − Landelijke fiets- en wandelroutes; − Ladder voor duurzame verstedelijking. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bescherming van de ter plaatse van het plangebied en directe omgeving relevante landschappelijke en stedenbouwkundige waarden.

3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.2.1

Algemeen De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de Ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: − de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; − bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de Ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’.

12

Bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het voornemen bestaat om in totaal maximaal 59 nieuwe wooneenheden te realiseren. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bkl. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het project, in vergelijking met het voorgaande project, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte de ontwikkeling maakt in vergelijking met het voorgaande project. Gelet op het voorgaande is voorliggende ontwikkeling binnen het besluitgebied aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking 3 doorlopen. In deze toets is aangetoond dat deze ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor het verzorgingsgebied. Deze behoefte wordt gerealiseerd binnen stedelijk gebied. Daarmee wordt geconcludeerd dat het project de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen. Conclusie De nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen initiatief binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

De voorliggende ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het Besluit kwaliteit leefomgeving.

3

SAB. Toets Ladder voor duurzame verstedelijking. Eerbeek, Händelstraat/Ringlaan. 220470.03. 1 augustus 2024.

13

3.3

Landschappelijke en of stedenbouwkundige waarden Het voornemen sluit aan bij landschappelijke en stedenbouwkundige waarden ter plaatse van het besluitgebied en de directe omgeving. Zo wordt qua aard en schaal aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing in de omgeving en wordt veel groen in het besluitgebied gerealiseerd. Verder zijn er geen landschappelijke of stedenbouwkundige waarden van Rijksbelang, zoals werelderfgoed, in of direct rondom besluitgebied aanwezig zijn.

14

4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1 Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2 Duurzaam economisch groeipotentieel; 3 Sterke en gezonde steden en regio’s; 4 Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1 Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3 Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Motivering Voorliggend project voorziet in de realisatie van maximaal 59 woningen in verschillende typologieën en voor verschillende portemonnees. De ontwikkeling is beoogd op een geïsoleerd geraakt agrarische perceel. Er is aandacht besteed aan de kenmerken en identiteit van de al bestaande functies in de omgeving. De inrichting van de openbare ruimte heeft een zo groen mogelijk karakter. Derhalve is er ruimte behouden voor klimaatadaptieve maatregelen. Verder worden de woningen

15

toekomstbestendig en duurzaam gebouwd. De voorliggende ontwikkeling is daarmee in lijn met de doelstellingen van de NOVI. 4.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning.

− monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Motivering In voorliggende situatie raakt dit project geen van de nationale belangen die in de instructieregels van het Bkl zijn opgenomen. Een nadere beschouwing van deze instructieregels is daarom niet vereist. In navolgende hoofdstukken wordt nader stilgestaan bij de verder relevante instructieregels voor voorliggende ontwikkeling.

4.1.3

Conclusie Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de beleidsambities en -doelstellingen en de ter plaatse geldende regels vanuit de Rijksoverheid.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op

16

klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − energietransitie: van fossiel naar duurzaam; − klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; − circulaire economie: sluiten van kringlopen; − biodiversiteit: werken met de natuur; − bereikbaarheid: duurzaam verbonden; − vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; − woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Motivering Met betrekking tot de woon- en leefomgeving streeft de provincie naar duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hierbij sluit het aanbod aan woningtypen en woonmilieus aan bij de diversiteit van de woningvraag. Dit betekent voor iedereen een duurzame passende woning, waarbij de bestaande bebouwde omgeving optimaal wordt benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.

Daarnaast wordt alle nieuwbouw aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Het voorliggende project voorziet in de realisatie van maximaal 59 woningen op een onbebouwd en geïsoleerd geraakt agrarisch perceel in stedelijk gebied van de kern Eerbeek. De woningen worden gasloos en volgens de nieuwste BENG-normen gerealiseerd. Waar mogelijk wordt het terrein verder zo groen en klimaatadaptief mogelijk ingericht. Op deze manier worden de gronden binnen het besluitgebied op een gedegen manier voorzien van een duurzame en toekomstbestendige nieuwe invulling. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met het gegeven uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

17

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Motivering Voor voorliggende ontwikkeling is een aantal aspecten uit de provinciale omgevingsverordening relevant. Deze worden navolgend toegelicht. Grondwaterfluctuatiezone De gronden van het besluitgebied zijn aangewezen als ‘grondwaterfluctuatiezone’. De provincie heeft een zone, rondom het Veluwemassief, aangewezen als grondwaterfluctuatiezone. Deze gebieden zijn extra gevoelig voor grondwateroverlast. Het is van belang om hiermee bij de inrichting of herinrichting van stedelijk gebied, via de watertoets, rekening te houden en zo nodig maatregelen te nemen Intrekgebied In artikel 4.35 van de Omgevingsverordening Gelderland is vastgelegd dat het verboden is om in een intrekgebied mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte. Voorliggend besluitgebied is gelegen binnen gronden die zijn aangewezen als intrekgebied.

Met voorliggend initiatief zijn echter geen mijnbouwactiviteiten voorzien, waardoor het intrekgebied geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het project. Beschermen van landschap De provincie wil de landschappelijke waarden binnen de provincie behouden, beschermen en in stand houden. Daarom moet volgens artikel 5.33 bij iedere ontwikkeling rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. In voorliggende situatie maakt het besluitgebied onderdeel uit van de Gelderse streek IJsselvallei. Gelet op de stedelijke setting van het besluitgebied zijn veel van de landschappelijke kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen niet direct te herleiden en van toepassing op deze situatie. Met deze ontwikkeling wordt immers een nieuwe invulling gegeven aan een geïsoleerd geraakte stedelijke locatie in Eerbeek, waardoor voor deze ontwikkeling geen aanspraak hoeft te worden gemaakt op gronden waar de landschappelijke kwaliteiten en waarden nog sterk vertegenwoordigd zijn. Op die manier wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de kenmerkende kwaliteiten die de locatie heeft binnen de streek.

18

Wonen In artikel 5.64 van de Omgevingsverordening Gelderland is vastgelegd dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als deze passen binnen de regionale woonagenda. In het kader van de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is toegelicht dat de ontwikkeling zowel in een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte voorziet (zie hiervoor paragraaf 3.2.2). In deze toets zijn ook de afspraken uit de regionale woonagenda en woondeal meegenomen. Op deze manier past de ontwikkeling binnen de gestelde regels met betrekking tot wonen. Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de omgevingsverordening is vastgesteld dat in de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. In de beschrijving worden in ieder geval de aspecten waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte betrokken. Daarnaast moet de opgestelde beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap. Het aspect klimaatadaptatie wordt nader besproken in paragraaf 7.7. 4.2.3

Conclusie Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de provinciale beleidsambities en -doelstellingen en ter plaatse geldende regels.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ Op 25 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Brummen de Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ vastgesteld. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. De keuzes en speerpunten voor 2030 zijn in drie thema’s onderverdeeld: − Ruimte voor papier en landgoederen: Papier en landgoederen zijn de kernwaarden die de gemeente Brummen uniek maken. Deze kernwaarden krijgen alle ruimte. Niet alleen fysiek en bedrijfsmatig, maar op zoveel mogelijk terreinen worden deze kernwaarden binnen de gemeente versterkt. Bijvoorbeeld in de recreatiesector, maar ook in de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Eerbeek is een papierdorp en dat wil de gemeente meer laten zien, lokaal en regionaal, maar ook nationaal en internationaal. Daarnaast worden cultuurhistorie, creativiteit en kunst in de gemeente gestimuleerd en gekoesterd. Om de recreatieve potentie van Brummen verder uit te bouwen wordt het netwerk voor de wandelaar, fietser en ruiter verbeterd. − Samen gezond wonen, werken en leven: De gemeente Brummen wil een aantrekkelijke gemeente zijn voor zowel jong en oud als voor bestaande en nieuwe inwoners. Daarbij hoort een gemeente waar men prettig kan wonen en werken.

Het kleinschalige dorpsleven waar rust en vriendelijkheid heersen en sprake is van een sterke sociale samenhang, zijn daarbij van belang. De identiteit, die wordt gekoesterd, moet worden behouden en versterkt.

19

− Op groene voet met groene vingers: Er wordt ingezet op een groen en klimaatneutraal Brummen, waarbij zelf wordt voorzien in de energie, energiesystemen slim worden gekoppeld, hemelwater wordt geborgen en gebruikt en de biodiversiteit wordt versterkt. De natuur en het landschap zijn kernwaarden van de identiteit van de gemeente Brummen. Ze vormen de historische basis en maken deel uit van het woongenot, vormen de trekker voor recreanten en toeristen en staan aan de basis van de ontwikkeling van de papierindustrie en de landgoederen. Het landschap en de natuur moeten daarom behouden blijven. Maar ook hier geldt dat er geen stolp op het buitengebied moet worden gezet. Er wordt vernieuwd met respect voor dat wat er is. Motivering De toekomstvisie zet in op het zijn en blijven van een aantrekkelijke gemeente voor zowel jong en oud. Daarbij dient veel aandacht uit te gaan naar de kleinschaligheid van het dorpse leven en de sterke sociale omvang. Voorliggende ontwikkeling voorziet in een kwaliteitsimpuls in de kern van Eerbeek. In het project wordt een geïsoleerd geraakt agrarisch perceel ontwikkelt ten behoeve van maximaal 59 woningen in verschillende woontypen. Hierbij wordt ook aandacht besteedt aan levensloopbestendigheid.

Daarmee wordt er een toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling gerealiseerd die inspeelt op de beschikbaarheid van levensloopbestendige woningen nabij voorzieningen. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de ambities van de toekomstvisie. 4.3.2

Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ De gemeenteraad van de gemeente Brummen heeft op 28 september 2006 de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente Brummen er 25 jaar later uit zou moeten zien. De ruimtelijke ontwikkelingsvisie omvat een lange termijnvisie (Strategische visie tot 2030) en de korte termijnvisie (periode 2005 tot 2015). Samen vormen ze de ruimtelijke ontwikkelingsvisie 'Ligt op Groen'. In de strategische visie tot 2030 zet men in op synergie met de omliggende gemeenten. Dit kan volgens de gemeente het beste bereikt worden door aan te sluiten op de onderscheidende kwaliteiten. Dé identiteitsdrager van de gemeente Brummen is de groene kwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen dient dan ook ingezet te worden op de versterking van de groene kwaliteiten. Motivering Op het gebied van wonen bevat de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ geen concrete beleidskaders of ambities. Wel wordt aangegeven dat de gemeente Brummen voor iedereen inzet op het waarmaken van een goed leven, waarbij inwoners een duurzame omgeving hebben die betekenisvol is. Daarbij vormen Eerbeek en Brummen de hoofdkernen voor de voorzieningen in de gemeente. In deze kernen moeten voldoende voorzieningen voor de inwoners aanwezig zijn. Met voorliggende ontwikkeling worden woningen gerealiseerd binnen de kern Eerbeek.

Hierbij is aandacht besteed aan de kwaliteit van de omgeving. Zo wordt er voldoende openbaar groen gerealiseerd en worden de woningen goed aangesloten op het 20

bestaande netwerk van Eerbeek. Dit maakt de ontwikkeling past de kaders en doelstellingen van de ruimtelijke ontwikkelingsvisie. 4.3.3

Woonagenda 2019-2023 gemeente Brummen In de woonagenda van de gemeente Brummen wordt de koers voor het woonbeleid uitgezet. De Woonagenda geeft de ambitie aan en vormt de wettelijke basis voor de Prestatieafspraken met de corporatie en de gemeentelijke ‘toezichtstaken’. Verder is de woonagenda het kader voor de woningbouwprogrammering. De gemeente Brummen verwacht nog 700 woningen toe te voegen tot 2027. Het doel van de woonagenda is om iedereen prettig te laten wonen in de gemeente Brummen en om woonwensen -behoeften van inwoners zoveel mogelijk te realiseren binnen de gemeente. De woonagenda verwacht een bijdrage te kunnen leveren aan de volgende opgaven: − Betaalbaarheid en beschikbaarheid; − Wonen, zorg en welzijn, in combinatie met vergrijzing; − Duurzaamheid, met focus op de bestaande woningvoorraad; − Leefbaarheid. Motivering Voorliggende ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling van maximaal 59 woningen in verschillende typologieën en voor verschillende portemonnees. De woningen worden gerealiseerd op en onbebouwd perceel binnen de kern Eerbeek. Hierbij is aandacht besteedt aan levensloopbestendigheid en duurzaamheid. Daarmee wordt er een toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling gerealiseerd die inspeelt op de beschikbaarheid van verschillende soorten woningen in verschillende prijssegmenten binnen de gemeente Brummen.

4.3.4

Woonkader Eerbeek In mei 2023 is het woonkader Eerbeek vastgesteld. Het woonkader is een middel om tot een goede afweging te komen voor het toevoegen van woningen in Eerbeek binnen de grenzen van het programma Eerbeek Loenen 2030. In het woonkader is gekozen voor het scenario waarbij geldt dat er geen woningen worden toegevoegd binnen de milieuzonering geur en geluid van de aanwezige papierindustrie. Woningen mogen enkel worden toegevoegd aan milieuzonering 2, mits deze verplaatst worden vanuit milieuzonering 1. Het maximaal aantal woningen binnen de milieuzonering blijft hierdoor gelijk of neemt af. Motivering Voorliggend besluitgebied ligt niet binnen een van de geldende milieuzones van de papierindustrie waarbinnen geen nieuwe woningen zijn toegestaan. Dit maakt dat de ontwikkeling in lijn is met het voorkeursscenario uit het ‘Woonkader Eerbeek’.

21

4.3.5

Nota Ruimtelijke Kwaliteit Brummen 2013 De Nota Ruimtelijke Kwaliteit, voorheen de welstandsnota, bestaat uit beschrijvingen van welstandsgebieden en bijzondere thema’s met daaraan gekoppeld afzonderlijke toetsingscriteria. In totaal worden zes verschillende gebieden onderscheiden: − Historische dorpsgebieden en linten; − Woongebieden met samenhang; − Woongebieden met diversiteit; − Bedrijventerreinen; − Landelijk gebied; − Gebieden met een bijzondere functie. Motivering Het besluitgebied ligt binnen het gebied ‘Woongebieden met samenhang’. Deze gebieden worden gekenmerkt door een planmatig ontworpen stedenbouwkundige opzet, een zorgvuldige omgang met de openbare ruimte en een bebouwingsbeeld met een grote gemene deler, zoals herhaling van bouwblokken en bouwstijlen. Het streven van de gemeente is gericht op het handhaven van de karakteristieken en architectuur van deze buurten en het behouden van de gevarieerdheid dan wel eenheid tussen de eenheden. Het gaat ook om de handhaving van de stedenbouwkundige opzet en de compositie van het straatbeeld. Met dit project worden woningen in een samenhangende stijl gebouwd op een geisoleerd geraakt agrarisch perceel, waarbij aandacht wordt besteed aan de bestaande woningen in de omgeving en de samenhangende stedenbouwkundige opzet hiervan.

Er wordt namelijk geen inbreuk gemaakt op de omliggende samenhangende buurtjes en qua aard en schaal wordt aansluiting gezocht met de bestaande bebouwing in de omgeving. Ook wordt aansluiting gezocht met de bestaande structuren door zorgvuldige aansluitingen te vinden voor zowel gemotoriseerd verkeer alsook langzaam verkeer. Verder wordt ook voldoende ruimte vrij gemaakt voor (bestaand) openbaar groen binnen het besluitgebied. Dit tezamen maakt dat geacht wordt dat voorliggende ontwikkeling in lijn is met de gestelde criteria en doelen in de nota ruimtelijke kwaliteit.

4.3.6

Beleidskader Duurzaam Ontwikkelen (concept) De gemeente Brummen is een groene gemeente. De gemeente wil 1.250 woningen tot en met 2030 bouwen. Op dit moment verandert het klimaat. Dit maakt het nodig om woningen duurzaam te bouwen en gebieden duurzaam te ontwikkelen. Om de doelen van duurzaamheidsthema’s te bepalen is het beleidskader duurzaam ontwikkelen opgesteld. De afgesproken doelen van dit beleid voor duurzame gebiedsontwikkeling is een afweging tussen duurzaamheid, haalbaarheid en betaalbaarheid. Dit geldt voor de gemeente, ontwikkelaar en ook de woningbouwstichting. In dit beleidskader staan vijf thema’s: energie en binnenklimaat, klimaatadaptatie, groen en ecologie, circulariteit en mobiliteit. Ook staan in dit beleidskader de drie ambitieniveaus die de gemeente gebruikt. Deze zijn: moeten, kunnen en willen.

22

Voor elk thema gelden de drie ambitieniveaus: − niveau één is moeten. Dit is de verplichte basis waarop de gemeente minimaal toetst; − niveau twee is kunnen. Dit bepaalt wat er bovenop de wettelijke basis in de markt al kan. Dit noemen we de ‘need-to-haves’; − niveau drie is willen. Dit noemen we ‘nice-to-haves’. Dat zijn zaken die technisch misschien wel kunnen, maar echt extra moeite vragen. Motivering Voorliggende ontwikkeling voldoet in ieder geval aan niveau 1 voor alle duurzaamheidsthema’s. Verder is er in de ontwikkeling ingezet op het zo veel mogelijk behouden van de bestaande groene kwaliteiten en wordt met nieuw groen ingeschat op het creëren van nieuwe schaduwplekken. Ook wordt gezorgd voor een sluitende waterbalans. Geacht wordt dat met voorliggend project voldoende rekening is gehouden met de thema’s uit het beleidskader duurzaam ontwikkelen. 4.3.7

Conclusie Onderhavig project is in lijn met het gemeentelijk beleid.

23

5 Omgevingsveiligheid 5.1

Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl).

Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). In hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn alle activiteiten opgenomen waarbij een vaste norm van toepassing is en voor welke activiteiten een berekening van PR-contour en aandachtsgebied vereist is. Groepsrisico Het groepsrisico betreft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Onder de Omgevingswet is gekozen voor een nieuwe benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden laten zien op welke locaties extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden.

Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het

24

planproces meenemen. Aandachtsgebieden zijn er voor brandgevaar, explosiegevaar en gifwolken.

5.2

Situatie in en bij het besluitgebied De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in risicovolle activiteiten die van invloed kunnen zijn op het aspect omgevingsveiligheid. Wel worden er met dit project nieuwe kwetsbare gebouwen toegevoegd en dient gekeken te worden of dit eventueel van invloed is op nabijgelegen risicovolle activiteiten. Raadpleging van de digitale risicokaart van Atlas Leefomgeving laat zien dat in de directe omgeving enkel een buisleiding aanwezig is. Voorliggend besluitgebied ligt echter buiten het invloedsgebied van deze buisleiding. Op circa 1,75 kilometer afstand van het besluitgebied bevindt zich het bedrijf Veco, waarvoor in de AtlasLeefomgeving een placeholder voor het gifwolkaandachtsgebied is opgenomen. Voorliggend besluitgebied ligt echter ruim buiten deze placeholder.

Risicobronnen in de omgeving van het besluitgebied (globaal rood omlijnd) (Bron: Risicokaart.nl).

5.3

Conclusie Het besluit voldoet aan de kaders voor het aspect omgevingsveiligheid.

25

6 Beschermen van de waterbelangen Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

6.1

Beleid Waterschap Waterschapsbeleid – Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Vallei en Veluwe Op 22 november 2021 is het blauw omgevingsprogramma (BOP) van waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld. In dit project is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende vier programma’s: − Waterveiligheid: Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. − Watersysteem: Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap onder ander op kwaliteit van het water en de verbinding met andere instellingen. − Wonen en zuiveren: In het programma ‘Wonen en zuiveren’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Verder vormt een waterinclusieve bebouwde omgeving een speerpunt. − Circulaire economie: Afvalvermindering, slim hergebruik en optimalisatie van de verschillende installaties zijn voorbeelden van opgaven. − Energietransitie: Het waterschap wil een proactieve rol innemen in de energietransitie. Dat vraagt om een duurzame opwekking van de energie of het tegengaan van verspilling in de processen.

Het Programma Water en Riolering 2023-2027 De riolen die nu aangelegd worden blijven nog tientallen jaren liggen, daarom moeten nu goede keuzes gemaakt worden. Daarom wordt gehandeld vanuit onderstaand toekomstperspectief op de waterketen, stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Waterketen De zorg voor de waterketen wordt zo uitgevoerd dat de volksgezondheid beschermd blijft en schade aan het milieu wordt voorkomen. Hiervoor bestaat reeds een omvangrijk stelsel aan riolering, dat goed beheerd wordt. Waar nodig worden nieuwe voorzieningen aangelegd.

26

Stedelijk afvalwater Om te voorkomen dat meer afvalwater ontstaat, wordt afvalwater zoveel mogelijk gescheiden van schoon water. Hiervoor wordt de trits ‘schoonhouden-scheiden-zuiveren’ gevolgd. Het waterschap haalt bij de zuiveringsinstallatie(s) steeds meer reststoffen uit het (afval)water om deze opnieuw te gebruiken als grondstof. Ook wint het waterschap energie terug uit het afvalwater. Met de huidige riolering en het uitvoeringsbeleid wordt bijgedragen aan het goed functioneren van de zuiveringsinstallatie. Hemelwater Gemeente, waterschap en perceeleigenaar hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor het hemelwater. Bij de verwerking van hemelwater wordt de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ gevolgd. Het heeft de voorkeur om water vast te houden in het gebied waar het is gevallen, en daar te infiltreren naar het grondwater. Daar waar dit niet kan, wordt regenwater bij voorkeur in waterpartijen of bovengronds geborgen. Bij de aanleg van verhard oppervlak wordt rekening gehouden met het uitgangspunt dat ook extreme buien moeten kunnen worden opgevangen; Daarom wordt uitgegaan van een robuuste aanleg, zodat niet over enkele jaren geconstateerd wordt dit onvoldoende is. Grondwater Het doel is om grondwater zoveel mogelijk op een natuurlijke manier te laten functioneren. Het grondwatermeetnet in de gemeente Brummen geeft inzicht in de grondwaterstanden.

Er wordt ingezet op het voorkomen van structureel nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand voor de bebouwing in de gemeente. De risicogebieden zijn hiervoor in beeld gebracht en maatregelen worden genomen waar deze doelmatig zijn. Veelal betekent dit dat pas maatregelen genomen worden als er ook andere maatregelen in de openbare ruimte plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld bij vervanging van de riolering en aanleg van regenwaterriolen. Naast grondwateroverlast krijgt de gemeente ook steeds meer te maken met de gevolgen van verdroging en lage grondwaterstanden. Voor onder andere droogtebestrijding dient bij alle omgevingsvergunningsplichtige activiteiten, ook in het buitengebied, water vastgehouden en geïnfiltreerd te worden.

6.2

Wateraspecten In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect water. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. In de ruimtelijke motivering van een ontwikkeling dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze

27

waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.3

Watertoetsproces en waterhuishouding besluitgebied Om de belangen van het watersysteem in de planvorming te borgen en invulling te geven aan een duurzame waterhuishouding is een watertoets 4 opgesteld. Waterkering Raadpleging van de legger van het Waterschap Vallei en Veluwe wijst uit dat onderhavig besluitgebied niet is gelegen in de beschermingszone van een waterkering. Waterwingebied / grondwaterbescherming Raadpleging van de provinciale viewer wijst uit dat onderhavig projectgebied is gelegen in een ‘intrekgebied’. In paragraaf 4.2.2 is reeds aangetoond dat dit plan door de realisatie van uitsluitend woningbouw geen problemen vormt ten aanzien van de drinkwatervoorziening. Verharding Als gevolg van voorliggende ontwikkeling nemen de verhardingsmogelijkheden in vergelijking met de voorheen aanwezige bebouwing toe. Bij de inrichting van het gebied zullen voorzieningen gerealiseerd worden om het regenwater ter plaatse te infiltreren of bergen. Vanuit het waterschap Vallei en Veluwe geldt dat over de toename van verhard oppervlak 60 mm per m2 berging gerealiseerd dient te worden. Binnen het besluitgebied is sprake van een toename van het verhard oppervlak van 8.215 m2. Vanuit de gemeente Brummen geldt de eis dat een bui van 60 mm op eigen terrein in het besluitgebied moet worden verwerkt.

Op basis hiervan is onderstaande berging benodigd voor de ontwikkelingen binnen het besluitgebied: − Waterschap Vallei en Veluwe: 8.215 m² x 60 mm = 493 m³ − Gemeente Brummen: 8.215 m² x 60 mm = 493 m³ In totaal is dus de realisatie van 493 m3 aan berging binnen het besluitgebied benodigd. Om dit te bewerkstelligen is er een wadi voorzien en worden voor de beoogde woningen langs de Ringlaan infiltratiekratten aanbevolen. Hiervoor is voldoende ruimte. Middels een regeling in de regels behorende bij voorliggend omgevingsplan is vastgesteld dat 60mm berging per m2 verharding gerealiseerd moet worden. Hiermee is de waterberging voldoende juridisch geborgd. 4

BOOT (2024). Weging van het waterbelang Händelstraat te Eerbeek. Projectnummer P24-0502(-001). 17 september 2024.

28

Grondwater Uit de gegevens van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM) komt naar voren dat de GHG op 2,5 m-mv (NAP +15,5 m) ligt. De GLG zit op een diepte van 4 m-mv (NAP +14,0 m). De ondergrond is op basis van de grondwaterstand en de bodemopbouw geschikt om te infiltreren. Het toekomstige maaiveld kan gelijk blijven, hiermee wordt voldaan aan de ontwateringseisen. Door het toepassen van een infiltratieveld, infiltratiekratten en IT-riool kan de afname van infiltratie ten behoeve van de grondwaterstand beperkt worden. Watercompensatie Raadpleging van de legger van het Waterschap Vallei en Veluwe wijst verder uit dat in het projectgebied zelf geen oppervlaktewater is gelegen en voor de ontwikkeling ook geen oppervlaktewater gedempt wordt. Het is derhalve op dit punt niet nodig om watercompensatie door te voeren. Oppervlaktewater In of rondom het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

6.4

Conclusie Het besluit voldoet aan de kades voor het aspect water.

29

7 Beschermen van de gezondheid en het milieu 7.1

Geluid

7.1.1

Algemeen Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. Geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen De mate waarin het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen omliggende geluidgevoelige functies mag belasten is geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarin zijn instructieregels opgenomen die erop zijn gericht het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein te beheersen (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt daarbij onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (GPP) en bronnen met een basisgeluidemissie (BGE). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Daarom moet bij nieuwe ontwikkelingen gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de voornoemde bronnen, het geluid van deze bronnen op geluidgevoelige gebouwen altijd beoordeeld worden (artikel 3.20 Bkl). Daarbij wordt getoetst aan de onderstaande waarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Grenswaarde in Lden (dB)

Geluidbronsoorten

Rijks- en provinciale wegen Gemeente- en

Standaardwaarde in Lden (dB)

Nieuwe geluidgevoelige gebouwen

aanpassing bron

50

60

65

53

70

70

55

65

70

50

55

60

40 Lnight

45 Lnight

50 Lnight

Aanleg of

waterschapswegen Hoofd- en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Als de (gezamenlijke) geluidbelasting niet voldoet aan de standaardwaarde kunnen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om het geluid te verminderen tot de standaardwaarde. Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde, ook voor de geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige gebouwen. Het bevoegd

30

gezag kan dit alleen toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Bovendien moet de binnenwaarde van 33 dB (artikel 4.30 Bbl) te allen tijde gewaarborgd zijn. Een geluidgevoelig gebouw kan binnen meer dan één geluidaandachtsgebied liggen. In dat geval moet bij de vaststelling van een hogere waarde, onderzoek worden gedaan naar de effecten van de cumulatie van alle geluidbronnen tezamen. Geluid door activiteiten Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient – naast het geluid afkomstig van (spoor)wegen en industrieterreinen – ook het geluid van overige activiteiten in de fysieke leefomgeving beoordeeld te worden. Bij een aanpassing van het omgevingsplan houdt de gemeente rekening met het geluid door activiteiten met gebruiksruimte op geluidgevoelige gebouwen. Rekening houden met geluid werkt twee kanten op, het gaat om het toelaten van: 1 activiteiten met gebruiksruimte nabij geluidgevoelige gebouwen; 2 geluidgevoelige gebouwen nabij bestaande activiteiten met gebruiksruimte. 7.1.2

Motivering Geluid door wegen In het kader van de wijziging van het omgevingsplan is onderzoek noodzakelijk naar de geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer. Daarom is een akoestisch onderzoek geluid wegverkeer5 uitgevoerd. In dit onderzoek zijn de wegen Ringlaan, Händelstraat, Brahmsstraat, Schubertstraat, Wagnerstraat, Haydnstraat, Mendelsohnstraat, Bijenkorf en Stuifzand meegenomen. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat als gevolg van de omliggende gemeente- en waterschapswegen tezamen de standaardwaarde van 53 dB Lden niet wordt overschreden. De hoogste geluidbelasting bedraagt 52 dB Lden. Er wordt voldaan aan de waarden uit het Bkl. Geluid door wegverkeer vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Geluid door activiteiten Het besluitgebied maakt onderdeel uit van een gebied dat hoofdzakelijk bestaat uit de woonfunctie. Echter zijn er in de omgeving van het besluitgebied ook enkele andere functies aanwezig, zoals een kinderboerderij en sportvoorzieningen. Middels een quick scan milieubelastende activiteiten 6 is inzichtelijk gemaakt in hoeverre de omliggende functies van invloed kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling in het besluitgebied. Daaruit volgt dat de meeste aanwezige milieubelastende activiteiten rondom het besluitgebied geen belemmering hoeven te vormen voor de beoogde ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17022987/2