CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(183) Motivering

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO Wilhelminaschool locatie Graaf van Limburg Stirumplein 118.972 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het projectgebied bevindt zich buiten het historisch lint zoals ook is opgenomen in de Dorpskwaliteitsgids kern Brummen. In de Structuurvisie Centrum Brummen is onder meer vastgelegd dat het plangebied deel uitmaakt van verschillende deelgebieden waarvoor afzonderlijke beeldkwaliteitseisen gelden.

9.4

Conclusie Het besluit voldoet aan de kaders voor de aspecten archeologie en cultuurhistorie.

55

10 M.e.r.-beoordeling 10.1

Algemeen De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.

10.2

Motivering Onderhavig project betreft de herontwikkeling van het perceel van de voormalige Wilhelminaschool ten behoeve van een nieuw appartementencomplex. De ontwikkeling voorziet in totaal in maximaal 14 appartementen. Voorliggende ontwikkeling vormt een project dat in bijlage V van het Omgevingsbesluit is opgenomen. Het is volgens artikel 16.36 noodzakelijk te beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. In de uitgevoerde mer-beoordeling11 is beoordeeld of als gevolg van de woningbouwontwikkeling nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De

11

SAB (2025). Mer-beoordeling. Graaf van Limburg Stirumplein 1, Brummen. Projectnummer 240231, 16 juli 2025.

56

navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies, zoals deze in de mer-beoordeling aan bod zijn gekomen.

Aspect

Beoordeling milieueffecten

Natuur (gebiedsbescherming)

Op grond van uitgevoerde stikstofonderzoek zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof uitgesloten. De aanleg- en gebruiksfasen leiden niet tot rekenresultaten hoger dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen van de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Negatieve gevolgen worden uitgesloten.

Natuur (soortenbescherming)

Uit de verkennende fase (quick scan) bleek dat de gebouwen en het besluitgebied potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen bevatten. Een nader onderzoek is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het beschermde soort gewone dwergvleermuis aanwezig is. Het gaat om een vliegroute voor vleermuizen. Het gaat kraamverblijfplaats welke ook dienstdoet als paarverblijfplaats. Een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd en verkregen. Wanneer de (mitigerende) maatregelen worden uitgevoerd worden op basis van voorgaande belangrijk nadelige milieueffecten op het gebied van natuur in ieder geval uitgesloten.

Verkeer

De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking die ten opzichte van de bestaande situatie (school) niet significant toeneemt. Er wordt wel een nieuwe ontsluiting gerealiseerd richting de Burgemeester Dekkerstraat. Deze nieuwe ontsluiting maakt niet deel uit van voorliggende planologische procedure. Er is geen nadelig milieueffect.

Geluid

Als gevolg van de ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. De toename van het verkeer blijft echter ruim onder de 40% op bestaande wegen waardoor geen sprake zal zijn van een merkbare geluidstoename bij de omliggende woningen. Op de (doodlopende) aansluitingswegvakken rijdt enkel bestemmingsverkeer; de standaardwaarde zal hier niet worden overschreden. Er is geen belangrijk negatief milieueffect.

Luchtkwaliteit

Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt ‘Niet in Betekenende Mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

Archeologie

Op basis van de geldende dubbelbestemming ‘Archeologie’ zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd op de plaats van de ontwikkellocatie. Daaruit blijkt dat opgravingen nodig zijn op een gedeelte van het besluitgebied. Het booronderzoek is echter momenteel nog niet uitgevoerd. Indien maatregelen dienen getroffen te worden, wordt ervan uitgegaan de conclusies opgevolgd zullen zijn. Van significant negatief milieueffect is er geen sprake.

57

Uit de m.e.r.- dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Wel dienen maatregelen te worden gevolg zoals gesteld in het natuuronderzoek en mogelijk het archeologisch booronderzoek. Bij het volgen van deze maatregelen zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten. Het opstellen van een MER is daarom niet nodig.

10.3

Conclusie Het uitvoeren van een nader milieueffectrapport wordt voor voorliggende ontwikkeling niet noodzakelijk geacht.

58

11 Economische uitvoerbaarheid 11.1

Algemeen In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.

11.2

Kostenverhaal Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.

11.3

Situatie besluitgebied Er is in februari van 2026 een grondexploitatie vastgesteld door de gemeenteraad, hierop worden de kosten van de planologische procedure en het bouwrijp maken geboekt. Er wordt daarnaast een kooprealisatie overeenkomst met de woningstichting gesloten, voor de verkoop van bouwrijpe grond. De voorliggende ontwikkeling wordt gerealiseerd op initiatief van een woningstichting. De gemeente en de woningstichting hebben een koop-realisatie overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de woningstichting als de gemeente zijn aangegeven. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking. De economische uitvoerbaarheid van dit project is hiermee voldoende aangetoond.

59

12 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 12.1

Participatie en overlegpartners Op grond van artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit wordt bij het vaststellen van een omgevingsplan aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij moet worden aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepassen van eventueel gemeentelijk participatiebeleid. Het overleg met bestuursorganen kan beperkt blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. Op dinsdagavond 27 mei heeft er een inloopavond plaatsgevonden in de bibliotheek aan het Graaf van Limburg Stirumplein in Brummen. Medewerkers van gemeente Brummen en woningcorporatie Veluwonen waren aanwezig om uitleg te geven over voorliggend plan op de locatie van de voormalige Wilhelminaschool. Dit deden ze aan de hand van diverse informatiepanelen. Daarbij werd ingegaan op de huidige stand van zaken en de eerste denkrichting voor woningbouw op deze locatie. Er was gelegenheid voor gesprek en het uitwisselen van ideeën en meningen. Alle inbreng wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van de plannen.

Daarnaast was er tot 15 juni 2025 de mogelijkheid om per mail reactie in te dienen op de eerste plannen. Zo wordt inbreng vanuit de omgeving zoveel mogelijk in beeld gebracht. Op de website van Gemeente Brummen wordt informatie aangaande voorliggend plan en bijhorende participatiemogelijkheden gedeeld.

12.2

Zienswijzen De wijziging van het omgevingsplan heeft voor een periode van zes weken voor één ieder ter inzage gelegen, van 16 december 2025 tot 26 januari 2026. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

60

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17022967/2