(183) Motivering
Tekst van het document
482212
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Brummen, Wilhelminaschool Motivering TAM-omgevingsplan Gemeente Brummen
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
13 mei 2026, projectnummer 240231
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
7
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Ligging van het besluitgebied
3
1.3
Huidig planologisch regime
4
1.4
Leeswijzer
5
Huidige en gewenste situatie
7
2.1
Huidige situatie
7
2.2
Het voornemen
7
2.3
Infrastructuur en openbare ruimte
10
Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden
13
3.1
Wettelijk kader
13
3.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
13
3.3
Landschappelijke en of stedenbouwkundige waarden
15
Beleidskader
16
4.1
Rijksbeleid
16
4.2
Provinciaal beleid
17
4.3
Gemeentelijk beleid
20
Omgevingsveiligheid
27
5.1
Algemeen
27
5.2
Situatie in en bij het besluitgebied
28
5.3
Conclusie
29
Beschermen van de waterbelangen
30
6.1
Beleid Waterschap
30
6.2
Wateraspecten
31
6.3
Watertoetsproces en waterhuishouding besluitgebied
32
6.4
Conclusie
33
Beschermen van de gezondheid en het milieu
34
7.1
Geluid
34
7.2
Bodemkwaliteit
36
7.3
Luchtkwaliteit
37
8
9
7.4
Geur
39
7.5
Trillinghinder
42
7.6
Gezondheid
43
7.7
Klimaatadaptatie
43
Bescherming van de natuur
47
8.1
Algemeen
47
8.2
Toetsing
48
8.3
Conclusie
51
Archeologie en cultuurhistorie
52
9.1
Wettelijk kader
52
9.2
Archeologie
52
9.3
Cultuurhistorie
54
9.4
Conclusie
55
10 M.e.r.-beoordeling
56
10.1
Algemeen
56
10.2
Motivering
56
10.3
Conclusie
58
11 Economische uitvoerbaarheid
59
11.1
Algemeen
59
11.2
Kostenverhaal
59
11.3
Situatie besluitgebied
59
12 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
60
12.1
Participatie en overlegpartners
60
12.2
Zienswijzen
60
Bijlagen Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 3: Akoestisch onderzoek geluid wegverkeer Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Quick scan natuur Bijlage 6: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 7: Nader soortgericht onderzoek Bijlage 8: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 9: Verkennend booronderzoek Bijlage 10: M.e.r.-beoordeling
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Het voornemen bestaat om de gronden aan het Graaf van Limburg Stirumplein 1 te herontwikkelen. In de huidige situatie bevindt zich hier het gebouw van de voormalige Wilhelminaschool. Het voornemen bestaat om het schoolgebouw te slopen en hier een appartementengebouw met ruimte voor maximaal 14 appartementen binnen de sociale huursector te realiseren. De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het (tijdelijk) omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld. Het voorliggend document voorziet in de motivering behorende bij de wijziging van het omgevingsplan.
1.2
Ligging van het besluitgebied Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de kern Brummen en is gelegen nabij het dorpscentrum. Het besluitgebied wordt hoofdzakelijk omsloten door de woonfunctie. De bebouwing bestaat hier uit grondgebonden woningen, maar ook kleine appartementengebouwen. Langs de westzijde van het besluitgebied bevindt zich een paadje voor langzaam verkeer. Het besluitgebied zelf bestaat uit een verouderd, leegstaand schoolgebouw en enkele kleinere bijgebouwen. Het perceel is grotendeels verhard en heeft dienst gedaan als schoolplein. Aan de randen van het besluitgebied bevinden zich enkele bomen en overig groen.
Besluitgebied (globaal rood omlijnd) ten opzichte van de kern Brummen (bron: pdok.nl).
3
Besluitgebied (globaal rood omlijnd) ten opzichte van de directe omgeving (bron: pdok.nl).
1.3
Huidig planologisch regime In het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege zijn de geldende bestemmingsplannen van de gemeente Brummen opgenomen. Voor voorliggend besluitgebied is het bestemmingsplan ‘Centrum Brummen’ van de gemeente Brummen vigerend, welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 19 september 2013. Binnen dit plan is aan de locatie de bestemming ‘Maatschappelijk’ toegekend. Door het paraplubestemmingsplan Archeologie, welke is vastgesteld op 15 oktober 2020, kent het besluitgebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie hoog’. In de navolgende afbeelding is een uitsnede van het vigerend planologisch regime opgenomen.
Verbeelding vigerend juridisch-planologische situatie met besluitgebied globaal rood omlijnd (bron: pdok.nl).
4
De bestemming ‘Maatschappelijk’ is bedoeld voor educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen. Ondergeschikt hieraan zijn ook detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen onder voorwaarden toegestaan alsmede voorzieningen van algemeen nut. Hier geldt dat gebouwen in een bouwvlak moeten worden gerealiseerd en dienen te voldoen aan de geldende maximum goot- en bouwhoogte. In het paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’ worden archeologische verwachtingswaarden aan de gronden toegevoegd, waaraan regels omtrent het roeren van de grond zijn vastgesteld. Voor voorliggende ontwikkeling geldt voor het hele besluitgebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie hoog’. Voor gronden met deze dubbelbestemming geldt dat een archeologisch rapport dient te worden verzorgd bij bodemingrepen groter dan 250 m2 of dieper dan 40 centimeter. Het parapluplan ‘Parkeren’ legt het gemeentelijk parkeerbeleid juridisch-planologisch vast. Ten slotte zijn in het parapluplan ‘Mantelzorgwoning’ beleidsregels opgenomen die het vestigen van mantelzorgwoningen binnen de bebouwde kom van de gemeente Brummen eenduidig juridisch-planologisch vastleggen. Ter plaatse van het besluitgebied gelden tevens de regels uit de bruidsschat, welke onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan.
Het voorliggende project maakt geen milieubelastende activiteiten mogelijk, waardoor er geen strijd ontstaat met de instructieregels uit het Bkl. De regels uit de bruidsschat voor bouwwerken, open erven en terreinen zijn wel van toepassing voor een woningbouwplan. Deze regels staan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet in de weg. De gemeente heeft geen lokale verordeningen die van belang zijn voor het besluitgebied.
1.3.1
Strijdigheden met het planologisch regime In het bestemmingsplan ‘Centrum Brummen’ zijn ter plaatse van het besluitgebied maatschappelijke functies toegestaan. Regulier wonen is hier niet toegestaan. Bovendien past de beoogde ontwikkeling niet binnen het opgenomen bouwvlak en de maatvoeringen. Om deze reden past de ontwikkeling niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijke omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld.
1.4
Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie van het besluitgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan 5
op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5, 6 en 7 gaan achtereenvolgens in op de aspecten van de omgevingsveiligheid, het waterbelang en de bescherming van de gezondheid en het milieu. In hoofdstuk 8 komt de bescherming van de natuur aan bod, waarna in hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de aspecten ‘archeologie’ en ‘cultuurhistorie’. Hoofdstuk 10 gaat in op de m.e.r.-beoordeling. Hoofdstuk 11 en hoofdstuk 12 bevatten de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hierin wordt tevens ingegaan op de participatie.
6
2 Huidige en gewenste situatie 2.1
Huidige situatie Het besluitgebied kent een centrale ligging binnen de kern van Brummen op korte afstand van het centrum met winkelvoorzieningen. Het besluitgebied is bereikbaar via de Burgemeester Dekkerstraat, Leliestraat en de Zutphensestraat, welke uitkomen op het Graaf van Limburg Stirumplein. Het besluitgebied is onderdeel van het ‘Grootschaliger modern binnengebied’ op basis van de vastgestelde structuurvisie centrum Brummen (zie paragraaf 4.3.5). Hiervoor is het volgende opgenomen: “Bebouwing en openbare ruimte heeft een grotere maat en schaal als de historische omgeving”. In de huidige situatie bevindt zich in het besluitgebied het schoolgebouw van de Wilhelminaschool. Het gebouw is al enige tijd in onbruik en voldoet niet meer aan de eisen en wensen die worden gesteld aan een modern schoolgebouw. Verder kent het perceel een hoge mate van verharding in de vorm van klinkers en enkele kleine bijgebouwen. Aan de randen van het perceel bevinden zich bomen en overig groen. De ingang van de voormalige school is enkel bereikbaar via een paadje voor langzaam verkeer. Navolgende afbeelding laat de voorzijde van het schoolgebouw zien, zoals te zien vanaf het Graaf van Limburg Stirumplein.
Foto van de huidige situatie van het besluitgebied (bron: Veluwonen).
2.2
Het voornemen Aanleiding Het voornemen bestaat om de verouderde bebouwing ter plaatse te slopen en de locatie te herontwikkelen. Sinds de school geen dienst meer doet als basisschool
7
is het gebouw niet of nauwelijks onderhouden. Hieraan ten grondslag lag het reeds vastgestelde ‘Plan van Aanpak Kern Brummen’ waarin bepaald was dat er een nieuwe functie ter plaatse van de school gerealiseerd zou worden. Het plan is om een appartementengebouw met ruimte voor maximaal 14 appartementen te realiseren. Het appartementengebouw zal bestaan uit maximaal vier bouwlagen, waarvan de bovenste verdieping een set-back krijgt. De woningen zijn beoogd in het sociale huursegment en bedoeld voor kleinere huishoudens. De helft van de appartementen is bestemd voor senioren, de andere helft voor overige kleinere huishoudens. Het bestaande schoolgebouw en de drie gebouwen uit de jaren 90 aan het Graaf van Limburg Stirumplein, zijn qua gebouwhoogte ongeveer gelijk. Het schoolgebouw ligt echter met een groot deel van het volume in het diepe en groene achtertuingebied van de percelen aan de Zutphensestraat. Het vervangende appartementengebouw krijgt een extra bouwlaag. Deze bouwlaag wordt echter in het midden gelegd waardoor het volume aan beide zijden in hoogte vergelijkbaar blijft met het huidige schoolgebouw. Het nieuwe volume wordt ook langgerekter waardoor het de schaal van de bestaande appartementengebouwen opzoekt.
En het volume is veel minder diep dan de school, waardoor de impact van de hoogte wordt beperkt en de bebouwing op grotere afstand van de woningen aan de Zutphensestraat komt te liggen. De rooilijn van de nieuwe bebouwing verschuift in westelijke richting ten opzichte van het huidige gebouw. De verschuiving bedraagt circa 2,5 m. De afstand tot de bestaande woningen aan het Graaf van Limburg Stirumplein wordt hiermee 11 m. De afstand van de nieuwbouw tot aan de woningen aan de Zutphensestraat wordt circa 27 m tot nummer 23, circa 37 m tot nummer 21, circa 42 m tot nummer 17 en circa 43 m tot nummer 15. De huidige Wilhelminaschool is als volume, met de vierkante gebouwvorm en de ligging, eerder vergelijkbaar met het monument op Zutphensestraat nummer 23. In het huidige voorstel gaat het nieuwe gebouw meer bij de recente ontwikkeling aan het Graaf van Limburg Stirumplein horen. Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing De bestaande kwaliteiten en kenmerken uit de omgeving worden ingezet om de ontwikkeling ruimtelijk op een kwaliteitsvolle en gebiedseigen manier in te bedden. Dit is nader uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan1. Het bestaande groen wordt binnen het besluitgebied zoveel mogelijk ingepast. Verder wordt qua aard en schaal aangesloten bij de bebouwing in de omgeving van het ‘Grootschaliger Modern binnengebied’ zoals opgenomen in de Structuurvisie centrum Brummen.
Het bestaande schoolgebouw en de drie gebouwen uit de jaren 90 aan het Graaf van Limburg Stirumplein, zijn qua gebouwhoogte ongeveer gelijk. Het schoolgebouw ligt echter met een groot deel van het volume in het diepe en groene achtertuingebied van de percelen aan de Zutphensestraat. Het vervangende 1
LOS (2026). Graaf van Limburg Stirumplein 1, Beeldkwaliteitsplan. Datum: 21 april 2026.
8
appartementengebouw krijgt een extra bouwlaag. Deze bouwlaag wordt echter in het midden gelegd waardoor het volume aan beide zijden in hoogte vergelijkbaar blijft met het huidige schoolgebouw. Het nieuwe volume wordt langgerekter dan het bestaande volume. Hierdoor zoekt het de schaal van de bestaande appartementengebouwen op, zodat het past binnen het ‘Grootschaliger modern binnengebied’. Doordat het nieuwe volume minder diep is dan de school, wordt de impact van de hoogte beperkt. De huidige Wilhelminaschool is als volume, met de vierkante gebouwvorm en de ligging, eerder vergelijkbaar met het monument op Zutphensestraat nr. 23. In de toekomstige situatie gaat het gebouw meer bij de recente ontwikkeling aan het Graaf van Limburg Stirumplein horen. De ontwikkeling op het perceel van de Wilhelminaschool is passend omdat de woningen in het deelgebied met klassieke uitstraling georiënteerd zijn op de Zutphensestraat en met de rug naar het plangebied toe liggen.Gekozen is het plangebied aan te laten sluiten op het deelgebied met een moderne uitstraling dat ten westen van dit plangebied ligt. De gemaakte keuze heeft geen (noemenswaardige) ruimtelijke impact op het deelgebied met klassieke uitstraling en de daar aanwezige gemeentelijke- en rijksmonumenten.
Stedenbouwkundig plan (bron: Weghorst Architectuur)
Het beoogde appartementencomplex zal bestaan uit drie verschillende hoogtes, van 10, 13 en 14 meter. Bij het ontwerp is rekening gehouden met enkele karakteristieke eigenschappen van het huidige schoolgebouw. In het ontwerp van het appartementencomplex zullen de klok en het glas in lood pui van de voormalige
9
Wilhelminaschool gesitueerd terugkomen. Daarnaast verwijst de daklijst subtiel naar het gebouw van de voormalige Wilhelminaschool. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de beoogde uitstraling van het appartementencomplex.
Impressie van het ontwerp van het beoogde appartementencomplex (bron: Weghorst Architectuur).
2.3
Infrastructuur en openbare ruimte
2.3.1
Algemeen Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt onder andere ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het besluitgebied.
2.3.2
Verkeer en parkeren Verkeer In de huidige situatie is het besluitgebied niet met de auto bereikbaar. Vanaf de openbare weg is de route naar het schoolgebouw alleen te fiets of te voet te bereiken. In de toekomstige situatie zal de ontsluiting van het terrein zal plaats vinden op de Burgemeester Dekkerstraat, waar de bestaande parkeerplaats verder uitgebreid wordt richting de Wilhelminaschool. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW 2 kencijfers voor verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Er is worst-case gerekend met de maximale kencijfers. Aan de hand van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2020) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Brummen wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt voor verkeer (worst-case) 2
CROW, Publicatie 381, van parkeercijfers naar parkeernormen.
10
beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Met het voorliggende besluit wordt de realisatie van maximaal 14 sociale huurappartementen mogelijk gemaakt. Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie weer van de deze beoogde nieuwbouw. Kenmerk
Aantal
Huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 bvo totaal afgerond
14
Kencijfer Min. Max. 3
3,8
per
Verkeersgeneratie gemiddeld
woning
47,6 48
Er zullen gemiddeld gezien circa 48 extra verkeersbewegingen per etmaal ontstaan als gevolg van de ontwikkeling. De verwachting is dat dit extra verkeer zonder problemen afgewikkeld kan worden op de Burgemeester Dekkerstraat. Parkeren In het kader van de herontwikkeling van de voormalige Wilhelminaschool tot een appartementencomplex is het plan getoetst aan de geldende gemeentelijke parkeernormen, die beschreven zijn in het paraplubestemmingsplan parkeren. Op basis van de herontwikkeling bedraagt de parkeerbehoefte voor het voorgenomen programma in totaal 15,4 parkeerplaatsen (16 parkeerplaatsen afgrond). Binnen het plangebied kunnen echter, als gevolg van fysieke en ruimtelijke beperkingen, 14 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dit resulteert in een tekort van 2 parkeerplaatsen ten opzichte van de norm. Ondanks deze beperkte afwijking wordt het plan als ruimtelijk aanvaardbaar beschouwd. De onderbouwing hiervoor is als volgt: 1. Ligging en directe omgeving De ontwikkeling is gelegen op een centrale locatie, direct grenzend aan het Burgemeester Dekkerplein. Dit plein functioneert als een ruime openbare parkeervoorziening met een aanzienlijke capaciteit. Door de ontwikkeling van het plein ontstaat er tevens overcapaciteit aan parkeerplaatsen.
De aanwezigheid van deze parkeervoorziening maakt dat een beperkte ondercapaciteit op eigen terrein in de praktijk kan worden opgevangen in de directe omgeving. 2. Bereikbaarheid en nabijheid voorzieningen De locatie kent een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer. Het Station Brummen bevindt zich op korte afstand van het plangebied. Daarnaast zijn diverse dagelijkse voorzieningen, zoals winkels en dienstverlening, op loopafstand gelegen. Dit bevordert het gebruik van alternatieve vervoerswijzen (lopen, fietsen, openbaar vervoer) en reduceert de afhankelijkheid van de auto. 3. Beperkte afwijking van de norm De afwijking betreft slechts 2 parkeerplaatsen op een totale behoefte van 16 plaatsen (circa 12,5%). Gezien de beperkte omvang van dit tekort en de
11
aanwezigheid van alternatieve parkeermogelijkheden in de directe omgeving, is geen sprake van een onevenredige belasting van de openbare ruimte. 4. Verwachte parkeerdruk en doelgroep Gezien de ligging in het centrum en nabij voorzieningen is het aannemelijk dat het autobezit en -gebruik van toekomstige bewoners relatief lager ligt dan gemiddeld. Appartementen in centrumgebieden kennen doorgaans een lagere parkeerbehoefte dan grondgebonden woningen in de rest bebouwde kom. 5. Goede ruimtelijke ordening en maatwerk De gemeentelijke parkeernormen bieden ruimte voor maatwerk, mits onderbouwd kan worden dat geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Gezien de directe nabijheid van een ruime openbare parkeervoorziening, de goede bereikbaarheid en de beperkte afwijking, kan worden geconcludeerd dat aan deze voorwaarde wordt voldaan. Op basis van bovenstaande argumenten kan gemotiveerd worden afgeweken van de parkeernorm. Het realiseren van 14 parkeerplaatsen voor het appartementencomplex aan de voormalige Wilhelminaschool is, in combinatie met de aanwezige parkeercapaciteit op en rond het Burgemeester Dekkerplein en de gunstige locatie, ruimtelijk aanvaardbaar. Er is geen sprake van een onevenredige toename van de parkeerdruk in de omgeving. 2.3.3
Overige aspecten (fiets- en wandelroutes, nutsvoorzieningen, toegankelijkheid openbare ruimte etc.) Aan de westzijde van het plangebied is ruimte gereserveerd voor openbaar groen. Het huidige voet- en fietspad dat ten westen van het besluitgebied het Graaf van Limburg Stirumplein en de Burgemeester Dekkerstraat verbindt, wordt in de toekomstige situatie alleen een voetpad. Voetgangers kunnen hierdoor gebruik blijven maken van de bestaande ontsluitingsstructuur.
2.3.4
Conclusie Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Daarnaast sluit het plan aan op de vastgestelde beleidsdocumenten en uitvoeringsdocumenten (Structuurvisie Centrum Brummen + Plan van Aanpak Centrum Brummen). Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan de kaders voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
12
3 Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden 3.1
Wettelijk kader In artikel 1.3 van de Omgevingswet is het voorzien in ‘een goede omgevingskwaliteit’ opgenomen in de centrale doelstelling. Dit duidt op het belang van aspecten als erfgoed, architectuur, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van de natuur en het landschap. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken daarom integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld over: − Kustbescherming; − Waddenzee en Waddengebied; − Cultureel erfgoed en werelderfgoed; − Landelijke fiets- en wandelroutes; − Ladder voor duurzame verstedelijking. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bescherming van de ter plaatse van het besluitgebied en directe omgeving relevante landschappelijke en stedenbouwkundige waarden.
3.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.2.1
Algemeen De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Bij de toetsing aan de Ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: − de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; − bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de Ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’.
13
Bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.2.2
Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het voornemen bestaat om in totaal maximaal 14 nieuwe wooneenheden te realiseren. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bkl. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het project, in vergelijking met het voorgaande project, voorziet in een functiewijziging en welk planologisch beslag op de ruimte de ontwikkeling maakt in vergelijking met het voorgaande project. Gelet op het voorgaande is voorliggende ontwikkeling binnen het besluitgebied aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking 3 doorlopen. In deze toets is aangetoond dat deze ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor het verzorgingsgebied. Deze behoefte wordt gerealiseerd binnen stedelijk gebied. Daarmee wordt geconcludeerd dat het project de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen. Conclusie De nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen initiatief binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
De voorliggende ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3
SAB. Toets Ladder voor duurzame verstedelijking. Brummen, graaf van Limburg Stirumplein 1. 240231. 29 augustus 2024.
14
3.3
Landschappelijke en of stedenbouwkundige waarden Het voornemen sluit aan bij landschappelijke en stedenbouwkundige waarden ter plaatse van het besluitgebied en de directe omgeving. Het bestaande schoolgebouw en de drie gebouwen uit de jaren 90 aan het Graaf van Limburg Stirumplein, zijn qua gebouwhoogte ongeveer gelijk. Het schoolgebouw ligt echter met een groot deel van het volume in het diepe en groene achtertuingebied van de percelen aan de Zutphensestraat. Het vervangende appartementengebouw krijgt een extra bouwlaag. Deze bouwlaag wordt echter in het midden gelegd waardoor het volume aan beide zijden in hoogte vergelijkbaar blijft met het huidige schoolgebouw. Het nieuwe volume wordt ook langgerekter waardoor het de schaal van de bestaande appartementengebouwen opzoekt. En het volume is veel minder dieper dan de school waardoor de impact van de hoogte wordt beperkt. De huidige Wilhelminaschool is als volume, met de vierkante gebouwvorm en de ligging, eerder vergelijkbaar met het monument op Zutphensestraat nr. 23. In het huidige voorstel gaat het nieuwe gebouw meer bij de recente ontwikkeling aan het Graaf van Limburg Stirumplein horen. De nieuwe bebouwing komt op circa 11 m van de huidige gebouwen aan het Graaf van Limburg Stirumplein te liggen.
De afstand van de nieuwbouw tot aan de woningen aan de Zutphensestraat wordt circa 27 m tot nummer 23, circa 37 m tot nummer 21, circa 42 m tot nummer 17 en circa 43 m tot nummer 15.
15
4 Beleidskader 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1 Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2 Duurzaam economisch groeipotentieel; 3 Sterke en gezonde steden en regio’s; 4 Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1 Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.
Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3 Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Motivering Voorliggend project voorziet in de herontwikkeling van een in onbruik geraakt perceel. De verouderde bebouwing wordt gesloopt om ruimte te maken voor een appartementengebouw met maximaal 14 appartementen. Er is hierbij aandacht besteed aan de kenmerken en identiteit van de al bestaande functies in de omgeving. De inrichting van de openbare ruimte heeft een zo groen mogelijk karakter. Derhalve is er ruimte behouden voor klimaatadaptieve maatregelen. Verder worden de
16
woningen toekomstbestendig en duurzaam gebouwd. De voorliggende ontwikkeling is daarmee in lijn met de doelstellingen van de NOVI. 4.1.2
Instructieregels Rijk (Amvb’s) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning.
− monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Motivering In voorliggende situatie raakt dit project geen van de nationale belangen die in de instructieregels van het Bkl zijn opgenomen. Een nadere beschouwing van deze instructieregels is daarom niet vereist. In navolgende hoofdstukken wordt nader stilgestaan bij de verder relevante instructieregels voor voorliggende ontwikkeling.
4.1.3
Conclusie Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de beleidsambities en -doelstellingen en de ter plaatse geldende regels vanuit de Rijksoverheid.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op
17
klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − energietransitie: van fossiel naar duurzaam; − klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; − circulaire economie: sluiten van kringlopen; − biodiversiteit: werken met de natuur; − bereikbaarheid: duurzaam verbonden; − vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; − woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Motivering Met betrekking tot de woon- en leefomgeving streeft de provincie naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hierbij sluit het aanbod aan woningtypen en woonmilieus aan bij de diversiteit van de woningvraag. Dit betekent voor iedereen een duurzame passende woning, waarbij de bestaande bebouwde omgeving optimaal wordt benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.
Daarnaast wordt alle nieuwbouw aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Het voorliggende project voorziet in de realisatie van maximaal 14 woningen op een in onbruik geraakte locatie in stedelijk gebied van de kern Brummen. De woningen worden gasloos en volgens de nieuwste BENG-normen gerealiseerd. Waar mogelijk wordt het terrein verder zo groen en klimaatadaptief mogelijk ingericht. Op deze manier worden de gronden binnen het besluitgebied op een gedegen manier voorzien van een duurzame en toekomstbestendige nieuwe invulling. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met het gegeven uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.2.2
Omgevingsverordening Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels 18
die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Motivering Voor voorliggende ontwikkeling is een aantal aspecten uit de provinciale omgevingsverordening relevant. Deze worden navolgend toegelicht. Beschermen van landschap De provincie wil de landschappelijke waarden binnen de provincie behouden, beschermen en in stand houden. Daarom moet volgens artikel 5.33 bij iedere ontwikkeling rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. In voorliggende situatie maakt het besluitgebied onderdeel uit van de Gelderse streek IJsselvallei. Gelet op de stedelijke setting van het besluitgebied zijn veel van de landschappelijke kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen niet direct te herleiden en van toepassing op deze situatie. Met deze ontwikkeling wordt immers een nieuwe invulling gegeven aan een in onbruik geraakte stedelijke locatie in Brummen, waardoor voor deze ontwikkeling geen aanspraak hoeft te worden gemaakt op gronden waar de landschappelijke kwaliteiten en waarden nog sterk vertegenwoordigd zijn.
Op die manier wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de kenmerkende kwaliteiten die de locatie heeft binnen de streek. Wonen In artikel 5.64 van de Omgevingsverordening Gelderland is vastgelegd dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als deze passen binnen de regionale woonagenda. In het kader van de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is toegelicht dat de ontwikkeling zowel in een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte voorziet (zie hiervoor paragraaf 3.2.2). In deze toets zijn ook de afspraken uit de regionale woonagenda en woondeal meegenomen. Op deze manier past de ontwikkeling binnen de gestelde regels met betrekking tot wonen. Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de omgevingsverordening is vastgesteld dat in de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. In de beschrijving worden in ieder geval de aspecten waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte betrokken. Daarnaast moet de opgestelde beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap. Het aspect klimaatadaptatie wordt nader besproken in paragraaf 7.7. 4.2.3
Conclusie Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de provinciale beleidsambities en -doelstellingen en ter plaatse geldende regels.
19
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ Op 25 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Brummen de Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ vastgesteld. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. De keuzes en speerpunten voor 2030 zijn in drie thema’s onderverdeeld: − Ruimte voor papier en landgoederen: Papier en landgoederen zijn de kernwaarden die de gemeente Brummen uniek maken. Deze kernwaarden krijgen alle ruimte. Niet alleen fysiek en bedrijfsmatig, maar op zoveel mogelijk terreinen worden deze kernwaarden binnen de gemeente versterkt. Bijvoorbeeld in de recreatiesector, maar ook in de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Eerbeek is een papierdorp en dat wil de gemeente meer laten zien, lokaal en regionaal, maar ook nationaal en internationaal. Daarnaast worden cultuurhistorie, creativiteit en kunst in de gemeente gestimuleerd en gekoesterd. Om de recreatieve potentie van Brummen verder uit te bouwen wordt het netwerk voor de wandelaar, fietser en ruiter verbeterd. − Samen gezond wonen, werken en leven: De gemeente Brummen wil een aantrekkelijke gemeente zijn voor zowel jong en oud als voor bestaande en nieuwe inwoners. Daarbij hoort een gemeente waar men prettig kan wonen en werken.
Het kleinschalige dorpsleven waar rust en vriendelijkheid heersen en sprake is van een sterke sociale samenhang, zijn daarbij van belang. De identiteit, die wordt gekoesterd, moet worden behouden en versterkt. − Op groene voet met groene vingers: Er wordt ingezet op een groen en klimaatneutraal Brummen, waarbij zelf wordt voorzien in de energie, energiesystemen slim worden gekoppeld, hemelwater wordt geborgen en gebruikt en de biodiversiteit wordt versterkt. De natuur en het landschap zijn kernwaarden van de identiteit van de gemeente Brummen. Ze vormen de historische basis en maken deel uit van het woongenot, vormen de trekker voor recreanten en toeristen en staan aan de basis van de ontwikkeling van de papierindustrie en de landgoederen. Het landschap en de natuur moeten daarom behouden blijven. Maar ook hier geldt dat er geen stolp op het buitengebied moet worden gezet. Er wordt vernieuwd met respect voor dat wat er is. Motivering De toekomstvisie zet in op het zijn en blijven van een aantrekkelijke gemeente voor zowel jong en oud. Daarbij dient veel aandacht uit te gaan naar de kleinschaligheid van het dorpse leven en de sterke sociale omvang. Voorliggende ontwikkeling voorziet in een kwaliteitsimpuls in de kern van Brummen.
Met het project wordt middels sloop-nieuwbouw een in onbruik geraakt schoolgebouw vervangen door een appartementengebouw met ruimte voor maximaal 14 appartementen. Daarmee wordt er een toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling gerealiseerd die inspeelt op de beschikbaarheid van betaalbare woningen nabij voorzieningen. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de ambities van de toekomstvisie.
20
4.3.2
Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ De gemeenteraad van de gemeente Brummen heeft op 28 september 2006 de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente Brummen er 25 jaar later uit zou moeten zien. De ruimtelijke ontwikkelingsvisie omvat een lange termijnvisie (Strategische visie tot 2030) en de korte termijnvisie (periode 2005 tot 2015). Samen vormen ze de ruimtelijke ontwikkelingsvisie 'Ligt op Groen'. In de strategische visie tot 2030 zet men in op synergie met de omliggende gemeenten. Dit kan volgens de gemeente het beste bereikt worden door aan te sluiten op de onderscheidende kwaliteiten. Dé identiteitsdrager van de gemeente Brummen is de groene kwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen dient dan ook ingezet te worden op de versterking van de groene kwaliteiten. Motivering Op het gebied van wonen bevat de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ geen concrete beleidskaders of ambities. Wel wordt aangegeven dat de gemeente Brummen voor iedereen inzet op het waarmaken van een goed leven, waarbij inwoners een duurzame omgeving hebben die betekenisvol is. Daarbij vormen Eerbeek en Brummen de hoofdkernen voor de voorzieningen in de gemeente. In deze kernen moeten voldoende voorzieningen voor de inwoners aanwezig zijn. Met voorliggende ontwikkeling worden woningen gerealiseerd binnen de kern Brummen.
Hierbij is aandacht besteed aan de kwaliteit van de omgeving. Zo wordt er zoveel mogelijk bestaand groen binnen het besluitgebied behouden en worden de woningen goed aangesloten op het bestaande netwerk van Brummen. Dit maakt dat de ontwikkeling past de kaders en doelstellingen van de ruimtelijke ontwikkelingsvisie.
4.3.3
Woonagenda 2019-2023 gemeente Brummen In de woonagenda van de gemeente Brummen wordt de koers voor het woonbeleid uitgezet. De Woonagenda geeft de ambitie aan en vormt de wettelijke basis voor de Prestatieafspraken met de corporatie en de gemeentelijke ‘toezichtstaken’. Verder is de woonagenda het kader voor de woningbouwprogrammering. De gemeente Brummen verwacht nog 700 woningen toe te voegen tot 2027. Het doel van de woonagenda is om iedereen prettig te laten wonen in de gemeente Brummen en om woonwensen -behoeften van inwoners zoveel mogelijk te realiseren binnen de gemeente. De woonagenda verwacht een bijdrage te kunnen leveren aan de volgende opgaven: − Betaalbaarheid en beschikbaarheid; − Wonen, zorg en welzijn, in combinatie met vergrijzing; − Duurzaamheid, met focus op de bestaande woningvoorraad; − Leefbaarheid. Motivering Voorliggende ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling van maximaal 14 appartementen binnen de sociale huursector. De appartementen worden gerealiseerd op een in onbruik geraakt perceel binnen de kern Brummen. Hierbij is 21
aandacht besteedt aan betaalbaarheid (sociale huur) en duurzaamheid. De helft van de woningen is gereserveerd voor ouderen (seniorenwoning), daarbij rekening houdend met de vergrijzing. De andere helft is bestemd voor onder andere starters. Daarmee wordt er een toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling gerealiseerd die inspeelt op de beschikbaarheid van woningen geschikt voor kleinere huishoudens in de sociale huursector binnen de gemeente Brummen. 4.3.4
Routekaart Wonen 2.0 Gemeente Brummen wil tot 2030 1.250 extra woningen bouwen. De realisatie van deze woningen is al begonnen, maar het moet sneller om het doel te halen. Er zijn nog niet genoeg plannen en veel plannen zijn nog niet zeker. Daarom is door de gemeente de Routekaart Wonen gemaakt. Het doel is om: − Meer plannen voor woningbouw te maken − Plannen sneller uit te voeren, door kortere toetsing. − De bouw (productie) goed op gang te houden − Te bouwen voor mensen die het hardst een huis nodig hebben − Te zorgen voor genoeg betaalbare woningen. − De juiste hulpmiddelen in te zetten om het proces te sturen Hier zijn vijf concrete actiepunten aan verbonden: processen makkelijker maken, instrumenten gebruiken, regels opstellen, nieuwe locaties zoeken en monitoren. Bij de Routekaart Wonen hoort een toetsingskader. Hierbinnen zijn enkele regels opgesteld die altijd gelden: − Minimaal 60% van de woningen moet betaalbaar zijn, waarvan 30% sociale huur. − In grote dorpen (Brummen en Eerbeek) is hoogbouw soms mogelijk. − Het centrum heeft vooral woningen voor ouderen en starters. En in de uitbreidingsgebieden. − In kleine dorpen blijft het dorpse karakter belangrijk. − In het buitengebied mag je meestal niet nieuw bouwen, behalve op speciale plekken.
− Kleine plannen (minder dan 10 woningen in grote dorpen, minder dan 5 in kleine dorpen/buurtschappen) behandelt de gemeente twee keer per jaar, in een keer. Motivering De voorgenomen herontwikkeling van de voormalige Wilhelminaschool maakt de realisatie van maximaal 14 appartementen in de sociale huursector mogelijk en draagt daarmee direct bij aan de gemeentelijke woningbouwopgave uit de Routekaart Wonen 2.0. Omdat het programma volledig bestaat uit sociale huur, wordt ruimschoots voldaan aan het uitgangspunt dat minimaal 60% van de woningen betaalbaar is (waarvan ten minste 30% sociale huur). De locatie ligt in de kern Brummen, nabij het centrum en voorzieningen, en sluit daarmee aan bij de routekaartlijn om in centrumgebieden vooral te bouwen voor ouderen en starters/kleinere huishoudens. Tot slot betreft het een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarmee zorgvuldig met de ruimte wordt omgegaan en wordt bijgedragen aan de gewenste versnelling van de woningbouwproductie. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen het toetsingskader van de Routekaart Wonen 2.0. 22
4.3.5
Structuurvisie centrum Brummen De gemeente Brummen heeft samen met haar burgers en belanghebbenden een structuurvisie voor het centrumgebied opgesteld. Het centrumplan is opgesteld in een zeer intensief participatief traject en is op 29 juni 2011 vastgesteld. Brummen wil inzetten op authenticiteit van het centrum om zo het eigene van Brummen zichtbaar te maken, te versterken en uit te buiten. Authenticiteit heeft te maken met de unieke ligging tussen Veluwe en IJssel en vindt zijn basis in de cultuurhistorie. Het centrum van Brummen maakt gebruik van de bestaande krachten en structuur. Er wordt voortgeborduurd op de bestaande structuur en sfeer. Om het centrum herkenbaar te maken is gekozen om de bestaande historische gegroeide structuur als basiskwaliteit te nemen. Die ruimtelijke structuur bestaat uit de route Zutphensestraat- Arnhemsestraat met haaks daarop de lijn van de Ambachtsstraat-Maarten Putstraat. Het Marktplein is de schakel in deze 2 assen. De Markt wordt daarmee hét brandpunt in het centrum. Navolgende kaart maakt inzichtelijk welke verschillende gebieden in het centrum van Brummen te onderscheiden zijn. Het verschil in identiteit tussen het grootschaliger modern binnengebied en het oude ‘historisch Brummen’ wordt benoemd als een interessant gegeven dat benut kan worden. De sfeerverschillen tussen deze twee delen worden daarom als uitgangspunt genomen.
Deelgebieden met verschillende beeldkwaliteitseisen (besluitgebied globaal rood omlijnd) (bron: Gemeente Brummen).
23
Motivering Het Graaf van Limburg Stirumplein wordt in de structuurvisie genoemd als een gebied waar de komende jaren een stevige transformatie plaats zal gaan vinden. Het is wenselijk om dit gebied een meer eigentijds karakter te geven, in tegenstelling tot de meer ‘klassieke’ beeldtaal van Brummen. Het centrumplan schetst voor het Graaf van Limburg Stirumplein een toekomstbeeld van enkele gebouwen die samenhangen rondom een gezamenlijke groene ruimte. Daarmee worden de bestaande appartementencomplexen aan het Graaf van Limburg Stirumplein ook verbonden in dit concept. Ten noordwesten van het besluitgebied is reeds een grote herontwikkeling aan het Graaf van Limburg Stirumplein voorzien. Voorliggende herontwikkeling past ook binnen het voornemen uit de structuurvisie om het Graaf van Limburg Stirumplein de komende jaren te transformeren. Het besluitgebied valt binnen het gebied ‘Grootschaliger modern binnengebied’. Hierbinnen hebben de bebouwing en de openbare ruimte een grotere maat en schaal als de historische omgeving. Het vervangende appartementengebouw krijgt een extra bouwlaag. Deze bouwlaag wordt echter in het midden gelegd waardoor het volume aan beide zijden in hoogte vergelijkbaar blijft met het huidige schoolgebouw. Het nieuwe volume wordt langgerekter dan het bestaande volume.
Hierdoor zoekt het de schaal van de bestaande appartementengebouwen op, zodat het past binnen het ‘Grootschaliger modern binnengebied’. Doordat het nieuwe volume minder diep is dan de school, wordt de impact van de hoogte beperkt. De huidige Wilhelminaschool is als volume, met de vierkante gebouwvorm en de ligging, eerder vergelijkbaar met het monument op Zutphensestraat nr. 23. In de toekomstige situatie gaat het gebouw meer bij de recente ontwikkeling aan het Graaf van Limburg Stirumplein horen. Geconcludeerd wordt dat voorliggende herontwikkeling aan het Graaf van Limburg Stirumplein aansluit bij de ambities zoals gesteld in de Structuurvisie centrum Brummen. 4.3.6
Dorpskwaliteitsgids Brummen Gemeente Brummen werkt met een nota omgevingskwaliteit om de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van dorpen, buurtschappen en het buitengebied te behouden en te versterken. Deze nota neemt in Brummen de vorm van de Dorpskwaliteitsgidsen aan, en is de opvolger van de welstandsnota. Deze gidsen zijn bedoeld voor de toetsing van bouwplannen (zie ook het schema op pagina 13 van de algemene Dorpskwaliteitsgids, Deel A). De gidsen bieden geen uitputtend kader voor alle toekomstige ontwikkelingen. Bij grotere of nieuwe ruimtelijke ingrepen verwacht de gemeente daarom dat een BKP wordt opgesteld. Dit plan moet aansluiten bij de kwaliteiten en ambities zoals benoemd in deze gidsen. Een BKP beschrijft hoe een ontwikkeling past in de omgeving en bevat uitgangspunten voor onder meer massa, schaal, architectuur, materialisering, groeninpassing en de relatie met het landschap.
24
Het centrum van Brummen staat als volgt omschreven in de Beeldkwaliteitsgids (Deel B): Het centrum van Brummen is in recente decennia uitgebreid met een nieuw winkelgebied rond het Van Limburg Stirumplein, de Burgemeester Dekkerstraat en de Ambachtstraat. In dit gebied bevindt zich een grote centrale parkeervoorziening, omringd door supermarkten en andere openbare functies. Ook is hier nieuwere woonbebouwing gerealiseerd, onder andere in de vorm van hofjes en tuinstadachtige buurten. Jongere bebouwing sluit qua maat, schaal en materiaalgebruik goed aan bij de bestaande structuur. Rondom het Van Limburg Stirumplein wijkt de architectuur echter af: hier zijn voorzieningen gevestigd zoals een school en een bibliotheek, beide met één of twee bouwlagen en platte daken. In dit deel staan ook woningcomplexen voor ouderen, die eveneens platte daken hebben, maar uit drie bouwlagen bestaan. Een deel van de Ambachtstraat is vernieuwd met aaneengesloten bebouwing van twee tot drie verdiepingen, met winkels op de begane grond en appartementen erboven – uitgevoerd met platte daken in eigentijdse stijl, maar in harmonie met de omgeving. Motivering Zoals uit de systematiek van de Dorpskwaliteitsgids blijkt is voor de herontwikkeling van de voormalig Wilhelminaschool een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie bijlage 1).
Het beeldkwaliteitsplan houdt rekening met de aanwezige kwaliteiten en structuren. Het maakt daarnaast onderdeel uit van de wijziging van het omgevingsplan met als doel om als toetsingskader bij bouwplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen te fungeren.
4.3.7
Beleidskader Duurzaam Ontwikkelen (concept) De gemeente Brummen is een groene gemeente. De gemeente wil 1.250 woningen tot en met 2030 bouwen. Op dit moment verandert het klimaat. Dit maakt het nodig om woningen duurzaam te bouwen en gebieden duurzaam te ontwikkelen. Om de doelen van duurzaamheidsthema’s te bepalen is het beleidskader ‘duurzaam ontwikkelen’ opgesteld. De afgesproken doelen van dit beleid voor duurzame gebiedsontwikkeling maken een afweging tussen duurzaamheid, haalbaarheid en betaalbaarheid. Dit geldt voor de gemeente, ontwikkelaar en ook de woningbouwstichting. In dit beleidskader staan vijf thema’s: energie en binnenklimaat, klimaatadaptatie, groen en ecologie, circulariteit en mobiliteit. Ook staan in dit beleidskader de drie ambitieniveaus die de gemeente gebruikt. Deze zijn: moeten, kunnen en willen. Voor elk thema gelden de drie ambitieniveaus: − niveau één is moeten. Dit is de verplichte basis waarop de gemeente minimaal toetst; − niveau twee is kunnen. Dit bepaalt wat er bovenop de wettelijke basis in de markt al kan. Dit noemen we de ‘need-to-haves’; − niveau drie is willen. Dit noemen we ‘nice-to-haves’. Dat zijn zaken die technisch misschien wel kunnen, maar echt extra moeite vragen. 25
Motivering Voorliggende ontwikkeling voldoet in ieder geval aan niveau 1 voor alle duurzaamheidsthema’s. Verder is er in de ontwikkeling ingezet op het zo veel mogelijk behouden van de bestaande groene kwaliteiten en wordt voldoende ruimte gereserveerd voor waterberging om tot een sluitende waterbalans te komen. Geacht wordt dat met voorliggend project voldoende rekening is gehouden met de thema’s uit het beleidskader duurzaam ontwikkelen. 4.3.8
Conclusie Onderhavig project is in lijn met het gemeentelijk beleid.
26
5 Omgevingsveiligheid 5.1
Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl).
Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). In hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn alle activiteiten opgenomen waarbij een vaste norm van toepassing is en voor welke activiteiten een berekening van PR-contour en aandachtsgebied vereist is. Groepsrisico Het groepsrisico betreft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Onder de Omgevingswet is gekozen voor een nieuwe benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden laten zien op welke locaties extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden.
Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het planproces meenemen. Aandachtsgebieden zijn er voor brandgevaar, explosiegevaar en gifwolken. 27
5.2
Situatie in en bij het besluitgebied De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in risicovolle activiteiten die van invloed kunnen zijn op het aspect omgevingsveiligheid. Wel worden er met dit project nieuwe kwetsbare gebouwen toegevoegd en dient gekeken te worden of dit eventueel van invloed is op nabijgelegen risicovolle activiteiten. Raadpleging van de digitale risicokaart van Atlas Leefomgeving laat zien dat in de directe omgeving twee stationaire risicobronnen aanwezig zijn, namelijk een buisleiding en een LPG-tankstation. Verder worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de spoorweg en over de rivier de IJssel. Het besluitgebied ligt buiten het aandachtsgebied van de IJssel, maar wel binnen het aandachtsgebied van de spoorlijn tussen Velperpoort en Zutphen (route 62) voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In dit invloedsgebied is een toxisch en explosiescenario mogelijk die kan reiken tot 4 kilometer. Het besluitgebied ligt op circa 600 meter afstand van de spoorlijn.
Risicobronnen in de omgeving van het besluitgebied (globaal rood omlijnd) (Bron: Risicokaart.nl).
Uit raadpleging van de risicokaart blijkt dat de ontwikkellocatie binnen het gifwolkaandachtsgebied van spoorlijn Velperpoort-Zutphen (route 62) ligt. Het aantal kwetsbare personen binnen het gifwolkaandachtsgebied zal ten gevolge van de ontwikkeling veranderen. De school die in de huidige situatie aanwezig is staat momenteel leeg. De beoogde woningen zijn niet gericht op minder zelfredzame personen. Bovendien bestaat ten aanzien van een gifwolkscenario vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) een basis beschermingsniveau voor mensen binnen gebouwen. Een tijdige waarschuwing van de bevolking om te schuilen (ramen en deuren sluiten en ventilatie uitschakelen) en evacuatie naar locaties buiten het invloedsgebied zijn de belangrijkste taken van de brandweer en het bevoegd gezag bij een ongeval met giftige gassen en vloeistoffen. Schuilen zal het beste handelingsperspectief zijn. Er dient aandacht te worden besteed aan risicocommunicatie. Dit moet zowel van tevoren, door middel van het bespreken van de relevante
28
risico’s en het beste handelingsperspectief als tijdens een calamiteit door het gebruik van een WAS (waarschuwing- en alarmeringssysteem) en NL-Alert moet personen waarschuwen voor de gevolgen van het incident. Daarbij is het van belang dat dit systeem voldoende dekkend is. De Veiligheidsregio draagt in samenwerking met overheden zorg voor een dergelijk systeem. Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met een waterscherm. Aangezien de gifstoffen zich door de lucht verplaatsen hebben overdrachtsmaatregelen geen invloed op het groepsrisico. Wel dienen er voldoende vluchtwegen van de risicobron af te zijn. Al met al zijn er voldoende mogelijkheden om een veilige en gezonde leefomgeving te realiseren ter plaatse van de ontwikkellocatie. Derhalve vormt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.3