CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(172) Bestemmingsplan en bijlagen

Besluitvormende raadsvergadering 18 december 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Waterrotonde28.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Verwacht wordt dat volstaan kan worden met fundatie op staal maar in het uiterste geval zal gekozen worden voor fundatie op palen middels een schroefinjectie-systeem zodat tijdens de bouw geen noemenswaardige trillingen richting woningen zullen ontstaan. Vanwege het ontbreken van installaties met een repeterende krachtimpuls kunnen alleen trillingen ontstaan vanwege elektrisch aangedreven roterende machines, zoals pompen of compressoren. In de nieuw te bouwen hal is sprake van een betonvloer op zand waarbij verhouding van de massa de vloer ten opzichte van de massa van op te stellen roterende machines voldoende groot is om te voorkomen dat vanuit deze machines richting vloer en ondergrond relevante trillingen zullen ontstaan. De verwachting is dat geen trillingen in de woningen van derden zullen ontstaan die tot schade aan de woningen zal resulteren. Bovendien worden die roterende machines die tot trillingen kunnen resulteren voorzien van trilling isolatoren tussen de machine en de vloer. 4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van bedrijven of andere activiteiten die kunnen leiden tot onaanvaardbare milieuhinder ter plaatse van de beoogde woningen. Bedrijven in en rond het plangebied worden door de uitvoering van het plan niet in de bedrijfsvoering beperkt Het aspect bedrijven en milieuzonering zorgt dan ook niet voor belemmeringen.

4.8

Geur agrarisch

4.8.1

Toetsingskader

De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. In principe bepaalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven op het gebied van geurbelasting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd. De Wgv vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven, de wet vormt geen toetsingskader van de toelaatbaarheid van an-

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

45

dere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aangegeven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar dit aspect te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. 4.8.2

Toetsing

Een geurgevoelig object is een gebouw bestemd voor / geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Een woning is bijvoorbeeld te beschouwen als een geurgevoelig object. In zulke gevallen dient onderzocht te worden of er redelijkerwijs sprake kan zijn van te ervaren geurhinder van een of meerdere veehouderijen op de voorgenomen planlocatie. Voorgenomen ontwikkeling maakt geen ontwikkeling mogelijk van een geurgevoelig object. Toetsing aan dit aspect is dan ook niet aan de orde. 4.8.3

Conclusie

Met voorstaand planinitiatief wordt een uitbreiding van het huidig aanwezige waterzuiveringsterrein gerealiseerd. Er wordt met dit planinitiatief geen nieuwe gevoelige functie mogelijk gemaakt, er is dan ook geen sprake van geurbelasting op een gevoelig object. Het aspect ‘Geur agrarisch’ vormt geen belemmeringen voor voorstaand planinitiatief.

4.9

Akoestiek wegverkeerslawaai

4.9.1

Toetsingskader

De grondslag voor de bescherming van geluidgevoelige bestemmingen is verankerd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh beschermt de volgende geluidgevoelige bestemmingen: •

woningen;

•

andere geluidgevoelige gebouwen;

•

geluidgevoelige terreinen.

Onder een woning wordt verstaan: gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, beheersverordening, of omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan of beheersverordening). Onder andere geluidgevoelige gebouwen zijn aangewezen: •

onderwijsgebouwen;

•

ziekenhuizen en verpleeghuizen;

•

verzorgingstehuizen;

•

psychiatrische inrichtingen;

•

kinderdagverblijven.

4.9.2

Toetsing

Met onderhavig plan wordt bij de bestaande industriewaterzuiveringsinstallatie een Waterrotonde aangelegd en wordt er een voorziening voor wateropslag gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkelingen zijn overeenkomstig het gestelde in de Wgh niet geluidgevoelig. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Vanuit het aspect geluid moet ook rekening gehouden worden met de geluidsuitstraling door de nieuwe functie. De dichtstbijzijnde geluidgevoelige functie zijn de woning aan de Professor Weberlaan 11 en 13. Deze

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

46

woningen zijn gelegen naast de beoogde bedrijfsbestemming. In paragraaf 4.7 Bedrijven en milieuzonering wordt nader ingegaan op het aspect industrielawaai van de beoogde ontwikkeling op deze woningen. Tevens is aan de hand van de extra verkeersbewegingen het niet te verwachten dat er geluidsoverlast ontstaat voor het aspect wegverkeerslawaai. Dit wordt verder uiteengezet in het onderzoek opgenomen in bijlage 8 van deze plantoelichting. 4.9.3

Conclusie

Het aspect ‘akoestiek wegverkeerslawaai’ vormt geen belemmering.

4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1

Toetsingskader

De realisatie van het plan gaat gepaard met een toename van de verkeersgeneratie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dienen ruimtelijke ontwikkelingen niet te leiden tot verkeerskundige knelpunten; de extra verkeersintensiteit die wordt gegenereerd dient afgewikkeld te kunnen worden over het bestaande wegennet/de lokale verkeersstructuur. Ook dient er in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. Het plangebied is gelegen binnen de contouren van het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’, onherroepelijk vastgesteld op 18 oktober 2018 door de gemeente Brummen. Het plan heeft betrekking op zowel de bebouwde kom als het buitengebied van de gemeente. Voor de te hanteren parkeernormen wordt aangesloten bij de parkeerkencijfers van Nationaal kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte (CROW: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317, oktober 2012). Het plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘buitengebied’. 4.10.2

Verkeersgeneratie

Met voorgenomen ontwikkeling wordt een Waterrotonde gerealiseerd van ca. 4.000 m2 BVO. Voor de realisatie van de Waterrotonde wordt rekening gehouden met de volgende aanvoer van grondstoffen: Tabel 3 Transporten beoogde Waterrotonde Type vervoer

Aantallen per jaar

NaOH 50%

50 transporten

HCI 30%

64 transporten

IJzerchloride

2 transporten

Zwavelzuur

1 transporten

Overige chemie

5 transporten (IBC)

Totaal

122 transporten

Uitgaande van een worstcase scenario wordt er uitgegaan van een stijging van maximaal 40%. Dit levert een verkeersgeneratie op van (122 x 1,4 =) 171 motorvoertuigbewegingen. Uitgaande van twee ritten (heen en terug) resulteert dit in een verkeersgeneratie van (2 x 171 =) 342 motorvoertuigbewegingen, ten behoeve van de aanvoer van grondstoffen van de Waterrotonde. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat er in de Waterrotonde twee residustromen worden gerealiseerd. Het betreft ongeveer 16.200 m³ aan brijn, dat een restproduct is dat per as moet worden afgevoerd. Bij een vrachteenheid van 35 m³ per vrachtwagen, zijn dat 463 vrachtwagens per jaar. Tevens ontstaat er tijdens het

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

47

proces-centraat uit de NF-decanter. Dit betreft ongeveer 26,6 m³ per jaar. Dit kan worden afgevoerd door één tankwagen. Dus 1 tankwagen per jaar aan verkeersgeneratie. In totaal resulteert de Waterrotonde in 464 vrachtwagens per jaar ten behoeve van de afvoer van residustromen. Vrachtwagens moeten heen en terug rijden over het terrein, zodat er wordt uitgegaan van (2 x 464 =) 928 motorvoertuigbewegingen per jaar. In totaal resulteert de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van residustromen in (342 + 928=) 1.270 motorvoertuigbewegingen per jaar. Verondersteld wordt dat de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van residustromen alleen op werkdagen gedurende 50 weken per jaar zal plaatsvinden (250 werkdagen). Op een gemiddelde werkdag is dus sprake van (1.270 / 250 =) 5,08 (afgerond 6) vrachtwagenbewegingen per werkdag dat voor 100% bestaat uit vrachtverkeer. Personeelsverkeer Uitgaande van een worstcase scenario worden ook de verkeersbewegingen van de werknemers meegerekend. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat de realisatie van de Waterrotonde niet gepaard gaat met een toename aan personeel. De kantoorwerkzaamheden en de bediening van de installatie zal worden gedaan door het huidige personeel. In paragraaf 4.10.3 is verder ingegaan op de personeelssituatie. Uitgaande van worstcase scenario (een toekomstige stijging in personeel) wordt er gerekend met 22 werknemers.

Ervan uit gaande dat al deze werknemers apart met eigen vervoer naar locatie komen (heen en terug) resulteert dit in een (worstcase) verkeersgeneratie van (2 x 22 =) 44 motorvoertuigbewegingen per werkdag. Totaal Voorgenomen ontwikkeling genereert 6 vrachtwagenbewegingen per werkdag. Als men uitgaat van een worstcase scenario aan personeelsverkeer, waarin ook het huidige personeel is meegenomen, genereert het planvoornemen een verkeersgeneratie van 50 motorvoertuigbewegingen per werkdag, waarvan 18% (6 vrachttuigbewegingen) bestaat uit vrachtverkeer. Verkeersafwikkeling Het plangebied is direct gesitueerd aan de Kanaalweg. Vanaf de Kanaalweg kan in zuidwestelijke richting wordt ontsloten op het Hungeling, die vervolgens ontsluit op de N787. Tevens kan er gekozen worden om vanaf de Kanaalweg in zuidwestelijke richting te rijden tot deze overgaat in de Molenstraat. Vervolgens kruist de Molenstraat met de Stuijvenburchstraat die in (noord)westelijke richting overgaat in de Loenenseweg. Over de Loenenseweg kan het vrachtverkeer opgaan in het heersend verkeersbeeld van de N786. De verkeerstoename vanwege het plan is gering. Het plangebied is goed ontsloten en de mogelijke routing kan het verkeer naar verwachting zonder problemen afwikkelen. Het planvoornemen zal dan ook niet zorgen voor knelpunten op het omliggende wegennetwerk.

Het aspect verkeer staat de ontwikkeling van de Waterrotonde dan ook niet in de weg. 4.10.3

Parkeren

Zoals in par. 4.10.1 is aangegeven ligt het plangebied binnen de gebiedsaanduiding ‘buitengebied’ op basis van het paraplubestemmingsplan Parkeren van de gemeente Brummen. De voorgenomen ontwikkeling kan worden geschaard onder de aanduiding ‘bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief’ (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers). De gestelde parkeernorm is weergegeven in tabel 4. De weergegeven parkeernorm is inclusief bezoekersparkeren. Aan de hand van het paraplubestemmingsplan geldt een parkeernorm van 1,05 per 100 m 2 BVO voor de functie ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoeker extensief’. De voorgenomen ontwikkeling beslaat ca. 4.000 m 2 BVO, waardoor een parkeerbehoefte ontstaat van (4.000/1000 x 1,05) = 42 parkeerplaatsen. Aan de hand

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

48

van de gestelde norm uit het parkeerbeleid van de gemeente Brummen zal het planvoornemen moeten voorzien in de realisatie van 42 parkeerplaatsen op eigen terrein. Het logistieke vervoer dat plaatsvindt maakt geen gebruik van de parkeerplaatsen, en is daarom niet meegenomen in de berekening van de parkeervraag. De gemeentelijke parkeernorm is zeer algemeen geformuleerd. De kenmerken van specifieke ontwikkelingen kunnen echter daadwerkelijk anders zijn en niet altijd vergelijkbaar zijn met wat is opgenomen in het parkeerbeleid. De voorgenomen ontwikkeling betreft een specifieke industriële installatie. Maatwerk is hiervoor op zijn plaats. Er kan dan ook in redelijkheid onderbouwd worden afgeweken van de gestelde parkeernorm. Om de parkeerbehoefte inzichtelijk te krijgen is de daadwerkelijke bezetting van het bedrijf nauwkeurig in beeld gebracht. Relevant hierbij is dat er nauwelijks tot geen bedienend personeel benodigd is. In de huidige situatie is slechts sprake van de volgende aantallen werknemers en bezoekers: Tabel 4 Aantallen werknemers IWE Type werknemers / bezoeker

Aantallen

Kantoor/lab medewerker

8

Monteurs/operators

4

Bezoekers maximaal

5

Een grote stijging van het aantal werknemers is met de realisatie van de nieuwe Waterrotonde niet aan de orde. De kantoorwerkzaamheden en de bediening van de installaties zal worden gedaan door het huidige personeel. In zijn totaliteit zullen er 17 personen aanwezig zijn gedurende de werkdag. Ervan uit gaande dat alle werknemers apart met eigen vervoer naar locatie komen, wordt er (worstcase) een vraag gegenereerd van 17 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn er op het terrein 40 parkeerplaatsen aanwezig. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de benodigde parkeervraag die wordt gegenereerd door het personeel en de bezoekers. Mocht er in de toekomst een lichte stijging van het aantal personeel plaatsvinden (bijvoorbeeld in totaal 5 nieuwe werknemers), dan zullen er nog altijd ruim voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn op het terrein. Parkeren buiten het terrein is dus niet aan de orde. Samenvattend kan worden gesteld dat met het behoud van het bestaande parkeeraanbod van 40 parkeerplaatsen op het terrein, ook na de realisatie van de Waterrotonde ruimschoots voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is. Er behoeven geen nieuwe parkeerplaatsen te worden gerealiseerd.

4.11

Luchtkwaliteit

4.11.1

Toetsingskader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Een nieuw initiatief is niet relevant als aannemelijk kan worden gemaakt dat de luchtkwaliteit “niet in betekenende mate” aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

49

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: •

Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.

•

Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m³).

4.11.2

Toetsing

Met de NIBM-tool is een berekening gemaakt om te bepalen of het plan ‘niet in bekende mate bijdraagt’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In paragraaf 4.10.2 is de toekomstige verkeersgeneratie berekend. De verkeersgeneratie die gepaard gaat met de realisatie van het planinitiatief bedraagt 50 motorvoertuigbewegingen per weekdag etmaal. Deze verkeersbewegingen zijn ingevoerd in de NIBM-tool, met jaar van planrealisatie 2024. Het aandeel vrachtverkeer is ingevuld als 18%. De bijdrage van het aantal extra verkeer is niet-in-betekende-mate, een nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie figuur 13).

Figuur 13: NIBM-berekening op basis van verkeersgeneratie planinitiatief

4.11.3

Conclusie

Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmeringen voor het voorstaand planinitiatief.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

50

5

Juridische planopzet

5.1

Algemeen

Het onderhavige bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling (regels en verbeelding), die bindend is voor overheid en burgers. De toelichting heeft geen juridische binding, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Als plangrens is gekozen voor een zo goed mogelijke en logische aansluiting op de grenzen van de naastgelegen bestemmingsplannen.

5.2

Systematiek

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012 en het vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 5.2.1

Inleidende regels

Begrippen In artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten (artikel 2) uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 5.2.2

Bestemmingsregels

In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Het onderhavige bestemmingsplan bevat 1 bedrijfsbestemming. Bestemmingen zijn in beginsel opgebouwd zoals hieronder uiteengezet. Bestemmingsomschrijving Deze bevat de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

51

5.2.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels In dit artikel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met het plan. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Overige regels In dit artikel is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de waarborging van voldoende waterberging. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Dit artikel bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht. Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het bevoegd gezag kan in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel De slotregel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

Toelichting per bestemming

Dit bestemmingsplan omvat de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Groen’. Deze bestemmingen worden hieronder kort toegelicht. Bestemming ‘Bedrijf’ De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd het uitoefenen van een bedrijf ten behoeve van een circulair watermanagementsysteem en bestemd voor de zuivering van IJsselwater voor de drinkwaterproductie en bestemd voor de zuivering van IJsselwater voor het leveren van proceswater aan de papierfabrieken met de daarbij behorende: erven en terreinen; nutsvoorzieningen; gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen. Wat onder dit bedrijfstype valt is nader gespecificeerd. Verder zijn waterbassins toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – waterzakken’. Bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Het gehele bouwvlak mag worden bebouwd. De maximale bouwhoogte bedraagt 9 meter.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

52

Ten slotte is opgenomen dat onder strijdig gebruik in ieder geval wordt verstaan ingebruikneming van de gronden zonder dat er binnen 36 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering is gegeven aan de landschappelijke inpassing. Bestemming ‘Groen’ De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen en voet- en fietspaden, met daaraan ondergeschikte voorzieningen. Er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan binnen deze bestemming.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

53

6

Uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Financieel economische haalbaarheid

De ontwikkeling van het plan heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. In dit verband wordt opgemerkt dat de gronden reeds in volledig eigendom zijn van IWE, zodat geen sprake is van kosten voor aankoop. De Waterrotonde zelf zal deels worden gefinancierd met eigen vermogen en deels met vreemd vermogen. Vanuit diverse stakeholders zijn toezeggingen gedaan voor substantiële financiële bijdragen aan de realisatie van de Waterrotonde. Er zijn dan ook geen belemmeringen te verwachten. De verwachte toetreding van Vitens zal de haalbaarheid van dit plan versterken. Daarmee is de ontwikkeling met voldoende zekerheid financieel uitvoerbaar. 6.1.2

Kostenverhaal

Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, lid 1 Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een bestaand bedrijf en de mogelijkheid om een unieke Waterrotonde te realiseren bij de bestaande waterzuiveringsinstallatie. Ten behoeve van onderhavige grondexploitatie heeft de gemeente met de ontwikkelende partij een anterieure grondexploitatieovereenkomst gesloten zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. 6.2.1

Omgevingsdialoog

Initiatiefnemer IWE heeft een participatietraject doorlopen ten behoeve van de bouw van de Waterrotonde. Er zijn diverse collectieve bijeenkomsten en individuele gesprekken met belanghebbende partijen gevoerd in de periode 2023 t/m 2025. Het betrof de volgende momenten: 1. Informatie avond op 21 maart 2023 met omwonenden over de proeffabriek Waterrotonde. 2. Bezoek omwonenden op 2 september 2023 bij de proeffabriek pilot Waterrotonde.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

54

3. Participatiebijeenkomst, 7 september 2023. 4. Participatiebijeenkomst, 25 september 2023. 5. Individuele participatiegesprekken met omwonenden in de periode 7 september tot en met 6 oktober 2023. 6. Schriftelijke reacties omwonenden in de periode 7 september tot en met 6 oktober 2023. 7. Participatiebijeenkomst, 22 januari 2024. 8. Individueel participatie gesprek, 26 januari 2024. 9. Informatiebijeenkomst gemeente Brummen, 29 januari 2024. 10. Bijeenkomst omwonenden bijgewerkte landschappelijke inpassing, 15 april 2024. 11. Bijeenkomst afsluiting pilot Waterrotonde, 24 april 2024, deelnemende bedrijven. 12. Schriftelijke reacties landschappelijke inpassing n.a.v. bijeenkomst 15 april 2024, 7 mei 2024 verzameld. 13. Een individueel gesprek over de bijgewerkte landschappelijke inpassing, 25 juni 2024. 14. Vier individuele gesprekken over de bijgewerkte landschappelijke inpassing, 26 maart 2025. 15. Eén individueel gesprek over de bijgewerkte landschappelijke inpassing, 1 april 2025. In de laatste fase van de participatie, in 2025, is de gemeente Brummen aanwezig geweest bij alle individuele gesprekken met omwonenden. Over alle bovengenoemde bijeenkomsten en individuele gesprekken zijn schriftelijke verslagen opgesteld. Initiatiefnemer heeft een beschrijving van het participatietraject opgesteld.

Hierin is specifiek ingegaan op de geuite zorgpunten en is beschreven tot welke resultaten het traject heeft geleid en in welke opzichten er aanpassingen zijn gedaan. In bijlage 9 is het volledige verslag opgenomen van het participatietraject. Hieruit blijkt dat een uitvoerig en zorgvuldig participatietraject is doorlopen. 6.2.2

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties worden in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. Er heeft overleg plaats gevonden met de provincie, zei zijn tevens in staat gesteld om inhoudelijk te reageren op het initiatief. De reacties die zijn ontvangen vanuit de provincie zijn verwerkt. Tevens heeft de gemeente regionaal afstemming gezocht over het planvoornemen. 6.2.3

Procedure

De procedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het bestemmingsplan met ingang van 28 december 2023 gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. Op het planvoornemen zijn vier zienswijzen ingediend. Deze zijn samengevat en beantwoord in de nota van zienswijzen, opgenomen in bijlage 11 bij de plantoelichting. Eén zienswijze is buiten de gestelde termijn ingediend. De zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen aan het bestemmingsplan. Zo is het landschappelijk inpassingsplan aangepast en zijn de planregels op onderdelen aangescherpt. Door de aanpassing van de landschappelijke inpassing, zijn het bouwvlak en de positie van de waterzakken deels aangepast. Hierdoor

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

55

is aan de oostzijde een extra stukje aan het plangebied toegevoegd: die gronden zijn nodig om de gewenste omvang van de 3 waterzakken te kunnen realiseren. Ook is ervoor gekozen om de bestemming ‘Groen’ toe te voegen voor de landschappelijke inpassing. Daarnaast zijn er diverse ambtshalve aanpassingen aan het bestemmingsplan doorgevoerd. Dit betreft voornamelijk actualisaties en aanscherpingen in de plantoelichting. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

56

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Bureau- en verkennend booronderzoek Archeologie Bijlage 3: Selectiebesluit Archeologie Bijlage 4: QuickScan flora en fauna Bijlage 5: Aanvullend onderzoek ecologie Bijlage 6: Stikstofberekening Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Akoestisch onderzoek Bijlage 9: Participatieverslag Bijlage 10: Digitale watertoets Bijlage 11: Nota beantwoording zienswijzen

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

59

Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 6

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Bedrijf Groen

7 7 9

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels

10 10 11

Hoofdstuk 4 Artikel 7 Artikel 8

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

12 12 13

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Uitsnede landschappelijke inpassing

2

15 16

Inhoudsopgave (vastgesteld)

Regels

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

58

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

Het bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a met identificatienummer NL.IMRO.0213.BPBG700101-va01 van de gemeente Brummen. 1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.5

Bedrijf

Elke onderneming of gedeelte van een onderneming, welke een organisatorisch zelfstandige eenheid vormt en als zodanig gericht is op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten. 1.6

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.7

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.8

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.9

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.10

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.11

Bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel. 1.12

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.13

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect, met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

4

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

1.14

Erf(af)scheiding

De scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn. 1.15

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.16

Hoofdgebouw

Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.17

Milieucategorie

Een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de in de bijlagen bij deze regels opgenomen Lijst van bedrijfsactiviteiten. 1.18

Ondergronds bouwwerk

Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.19

Overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, aan vier kanten open of met maximaal één zijde geplaatst tegen een al bestaande wand, waaronder begrepen een carport. 1.20

Peil

de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.21

Waterhuishoudkundige voorzieningen

Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.22

Waterzakken

Een (gesloten) voorziening ten dienste van (tijdelijke) opslag van water, uit de Waterrotonde, gericht op ongestoorde levering van geproduceerd water aan afnemers.

Regels (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.3

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5

Ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, luifels, gevelversieringen, standleidingen voor hemelwater, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, gevel- of kroonlijsten, overstekende daken goten, erkers, serres, balkons, trappen, bordessen, funderingen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan één meter bedraagt.

6

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van een bedrijf ten behoeve van een circulair watermanagementsysteem, uitsluitend gericht op: 1. kwaliteitsverbetering van het effluent van Industriewater Eerbeek (IWE) ten behoeve van hergebruik; en 2. de opwerking van bronnen voor drinkwater (waaronder oppervlaktewater) tot (een grondstof van) drinkwater of proceswater; b. opslag van behandeld water, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf waterzakken'; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i.

erven en terreinen; nutsvoorzieningen ten behoeve van de onder b benoemde doeleinden: zonnepanelen; gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden; b. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan bedragen dan 2 m¹; c. de maximale bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m¹, met dien verstande dat de maximale gezamenlijke oppervlakte 150 m² bedraagt; d. de maximale bouwhoogte van antennes, verlichtings- en vlaggenmasten en andere vergelijkbare bouwwerken mag niet meer bedragen dan 8 m¹; e. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m¹. f. de maximale gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken zoals bedoeld onder b, c en e, bedraagt 20% van het bouwperceel. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving; c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid;

Regels (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Overige bedrijfsactiviteiten

Buiten het bouwvlak en buiten de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf waterzakken' mogen geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden en/of installaties of voorzieningen in gebruik worden genomen, die leiden tot aantasting van het woon- en leefklimaat in de directe omgeving.

8

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. voet- en fietspaden; en daaraan ondergeschikt: c. d. e. f.

bermen en beplanting; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; waterlopen en waterpartijen; boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 m¹ bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 8 m¹ bedragen.

Regels (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

10

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Artikel 6 6.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gebouwen voor de exploitatie van een seksinrichting.

6.2

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden ter plaatse van de functies zoals bedoeld in 3.1 sub a t/m g, als niet binnen 36 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan de inrichtingsmaatregelen, conform het in Bijlage 1 opgenomen inrichtingsplan, zijn gerealiseerd en als deze inrichtingsmaatregelen nadien niet in stand worden gehouden.

Regels (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Hoofdstuk 4 Artikel 7 7.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 7.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

12

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Artikel 8

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a'.

Regels (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

14

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Bijlagen bij regels

Regels (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Bijlage 1 Uitsnede landschappelijke inpassing

16

Regels (vastgesteld)

Legenda uitsnede landschappelijke inpassing plangebied

Plantvak a

Plantschema Bomenlaan: Platanus acerifolia – plataan – bestaande bomenlaan - geplant in de grasberm (kruidenrijk grasland) Gemengde veldhaag: 30% meidoorn Crataegus monogyna; 30% veldesdoorn Acer campestre; 30% sleedoorn Prunus spinosa; 10% hondsroos Rosa canina

B

Boomgroepen: 10% zomereik Quercus robur; 10% haagbeuk Carpinus betulus; 10% fladderiep Ulmus laevis Struikenlaag: 15% gewone hulst Ilex aquifolium; 15% meidoorn Crataegus monogyna; 10% vuilboom Rhamnus frangula; 10% sleedoorn Prunus spinosa; 10% lijsterbes Sorbus aucuparia; 5% wilde appel Malus sylvestris - alleen in de buitenrand; 5% egelantier roos Rosa rubignosa - alleen in de buitenrand.

C D

E

Boomsoorten: 1 x Aesculus hippocastanum (wilde kastanje); 3 x Tilia tomentosa ‘Brabant’ (zilverlinde) Vlinderwei: Door hagen en boszoom omsloten kruidenrijk grasland met één centrale laagte van ca. 0,60 m diep t.b.v. microklimaat. daar omheen drie hogere (0,40 m) zandbulten verschraald met grofzand en ca. 5% oud-hollandse grijze split. Bomenlaag: 10% zomereik Quercus robur; 10% haagbeuk Carpinus betulus; 10% fladderiep Ulmus laevis; Struikenlaag: 15% gewone hulst Ilex aquifolium; 15% meidoorn Crataegus monogyna; 10% vuilboom Rhamnus frangula; 10% sleedoorn Prunus spinosa; 10% lijsterbes Sorbus aucuparia; 5% wilde appel Malus sylvestris - alleen in de buitenrand; 5% egelantier roos Rosa rubignosa - alleen in de buitenrand.

F

Gemengde veldhaag: 30% meidoorn Crataegus monogyna; 30% veldesdoorn Acer campestre; 30% sleedoorn Prunus spinosa; 10% hondsroos Rosa canina

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info.bro@movares.nl www.movares.com IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

61

240 1492

1493

1491

1500

471516

9

5

B (sb-wz)

802

G

803

1241

1461 1 1

504 Pr o f . We b e r l a a n

1 3

1460

G

5768 965

Pr o f . We b e r l a a n

4

Plangebied Plangebiedgrens

Bestemmingsplan 'Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a' Bestemmingen

B

G

Bedrijf

Gemeente Brummen

Groen

NL.IMRO.0213.BPBG700101-va01

Functieaanduidingen (sb-wz)

Bouwvlak bouwvlak

Maatvoeringaanduidingen B

projectnr. BRO:

P06783

status:

vastgesteld

wijziging:

30-11-2023 / MP

projectnr. TPG:

EP_RO-2006_934

concept:

22-09-2023 / MP

wijziging:

dd-mm-jjjj / tek

schaal:

1:1000

voorontwerp:

-

wijziging:

dd-mm-jjjj / tek

formaat:

A3

ontwerp:

19-12-2023 / MP

laatste wijziging:

dd-mm-jjjj / tek

deelplan:

-

vastgesteld:

01-11-2024 / IvW

bestandsnaam:

[IDN-nummer].dgn

specifieke vorm van bedrijf - waterzakken

maximum bouwhoogte (m)

Verklaringen verbeelding: The People Group

bestaande bebouwing en kadastrale ondergrond

www.thepeoplegroup.nl

471517

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek Gemeente Brummen Bijlagenboek

colofon

projectnaam IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek datum 7 november 2025 projectnummer P06783_bijlagen IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0213.BPBG700101-va01 opdrachtgever ECD Milieumanagement / IWE Concept 27 oktober 2023 Ontwerp 1 december 2023 Vaststelling Movares | BRO Adviseurs B.V. projectleider MvD projectteam KTj, JvdA bron kaft Movares | BRO Adviseurs B.V. review HVl

Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info.bro@movares.nl www.movares.com

Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

4

Bijlage 2

Bureau- en verkennend booronderzoek archeologie

30

Bijlage 3

Selectiebesluit archeologie

94

Bijlage 4

Quicscan flora en fauna

96

Bijlage 5

Aanvullend onderzoek ecologie

123

Bijlage 6

Stikstofberekening

139

Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek

153

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek

223

Bijlage 9

Participatieverslag

295

Bijlage 10

Digitale watertoets

305

Bijlage 11

Nota beantwoording zienswijzen

313

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Bijlagen toelichting

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Uitbreiding Industriewater Eerbeek, Kanaalweg 8a

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

4

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN INDUSTRIEWATER EERBEEK B.V.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN INDUSTRIEWATER EERBEEK B.V.

Opdrachtgever: Industriewater Eerbeek B.V. Datum: oktober 2025 Status: definitief Ontwerpburo Bert Huls Zwarte Wegje 1 5062 AN Oisterwijk T: 013 5282884 E: info@ berthuls.com W: www.berthuls.com

Inleiding Aanleiding Industriewater Eerbeek (IWE) zuivert het overtollige proceswater van de drie Eerbeekse papierfabrieken, goed voor zo’n 4 miljoen m3 afvalwater per jaar (vergelijkbaar met de hoeveelheid afvalwater die een stad zo groot als Utrecht produceert). Duurzaamheid en respect voor de planeet staan daarbij voorop. Om ook in de toekomst verzekerd te zijn van voldoende kwalitatief water is er samen met de papier- en kartonfabrieken in Eerbeek en Loenen de afgelopen tijd gewerkt aan een innovatief circulair watersysteem ‘De Waterrotonde’. Met de Waterrotonde willen de fabrieken zorgen dat de grondstof grondwater voor 100% wordt gereduceerd. Met een gesloten watersysteem is onttrekking van grondwater namelijk niet meer nodig voor het dagelijkse productieproces. Om deze waterrotonde te kunnen realiseren is een uitbreiding van het bestaande waterzuiveringsterrein noodzakelijk. Hiervoor is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, welke inmiddels ook ter inzage heeft gelegen. De gronden waar de uitbreiding moet plaatsvinden zijn in de omgevingsverordenig is aangewezen als Nationaal Landschap. De verordening schrijft voor dat een omgevingsplan van toepassing hierop een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten.

1 6

23

4

Voorliggend landschappelijk inpassingsplan voorziet hierin. 5

Luchtfoto met uitbreidingslocatie rood omlijnd.

3

Een indruk van het terrein en omgeving

1 terrein met waterzuiveringsinstallatie

2 overgang richting Professor Weberlaan

3 overgang richting Professor Weberlaan

4 terrein met waterzuiveringsinstallatie

5 overgang richting Professor Weberlaan

6 terrein met open en gesloten randen

4

Beleidskaders Omgevingsverordening Gelderland Volgens de bij de omgevingsverordening Gelderland bijbehorende kaarten is het plangebied gelegen binnen het Nationaal Landschap en maakt het onderdeel uit van de Gelderse streek IJsselvallei. Bij nieuwe activiteiten of ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de voor deze streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen. Onder kernkwaliteiten wordt verstaan de essenties van het landschap; de te behouden kenmerken waarmee de deelgebieden zich van elkaar onderscheiden. Deze kernkwaliteiten vormen de basis van de ruimtelijke kwaliteit en bepalen de identiteit van Gelderland. Ze zijn gebaseerd op de ruimtelijke opbouw van het historisch gegroeide landschap met de karakteristieken van de bodem en het watersysteem, de ecologie, ontginningsgeschiedenis, cultuurhistorie en verstedelijking. De ontwikkeldoelen geven aan wat wordt beoogd met versterking van de kernkwaliteiten. De provincie stelt dat een beschrijving moet worden gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. Zowel de kernkwaliteiten als bijbehorende ontwikkeldoelen zijn geformuleerd op het schaalniveau van de provincie.

Vanuit deze provinciale abstractie zijn kwaliteitsgidsen per streek opgesteld waarin concreter en meer gelokaliseerd wordt ingegaan op de kernkwaliteiten, aangevuld met preciezere ontwikkeldoelen en ontwerprichtlijnen.

Aanduiding Nationaal landschap in groen uit de omgevingsverordening provincie Gelderland.

5

Beleidskaders

LANDSCHAPPELIJKE KARAKTERISTIEK

OPENHEID, BESLOTENHEID & RUIMTEBELEVING

K E R N K WA L I T E I T E N

K E R N K WA L I T E I T E N

Streekgids IJsselvallei

Flauwe gradiënt tussen stuwwal en IJssel

het Apeldoorns Kanaal ontwikkelde. Papierfabriek de

Overwegend halfopenmaar landschap De lijn is nog aanwezig, wordt enkel in de zomer-

Landschappelijke bakens

Het gebied kent een geleidelijk verval van 5-15m tussen

Middelste Molen is één van de overgebleven fabrieken.

Het gebied kent een en diversiteitals aan opgaanmaanden gebruikt doorveelheid oude locomotieven toeristi-

De bakens in het landschap worden gevormd door de

de bosrand op de stuwwal en de IJssel. De ondergrond

Het Apeldoorns Kanaal was een impuls voor de in-

de landschapselementen, als lanen, erven en bosjes. sche attractie.

kerktorens van de dorpen, enkele molens en de schoor-

wordt gevormd door een afwisseling van dekzandrug-

dustrie in het gebied. Langs het kanaal ligt industrieel

Tussen Eerbeek en Brummen is het gebied erg beslo-

stenen van oude fabrieksterreinen. Het bakeneffect

gen, smeltdalen, laagtes en brede oeverwallen langs de

erfgoed in de vorm van fabrieken en sluiscomplexen.

ten door de bossen van de vele landgoederen die hier

van deze objecten is echter niet zo groot als in andere

IJssel. Het gebied wordt doorsneden door een aantal

Tussen Dieren en Apeldoorn loopt het historisch

liggen.

gebieden door het halfopen landschap.

treinspoor van de Veluwse Stoomtrein Maatschappij.

Het gebied staat sterk in contrast met het open land-

De streek- of kwaliteitsgids maakt geen deel uit van de verordening, maar heeft west-oost stromende sprengbeken die hun brongebied in of streekeigen bij de dorpen of invormgeving het bos op de stuwwal hebben. als doel te sturen en te inspireren op een goede en in-

schap van de overstromingsvlakte van de IJssel.

passing van ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven devan Provincie Gelderland. Herkenbare in reeks landschappen op de overgang

Uiterwaardenlandschap Oeverwallenlandschap Essen Kampenlandschap Natte heide- en broekontginningen Hooiontginningen Droge heide- en bosontginningen Bos Landgoederenlandschap

van stuwwal naar rivier Van Coldenhoven tot Cortenoever (van Veluwemassief

tot uiterwaard): het oostzijde gebied heeft een De streek IJsselvallei ligt tussen de rivier de IJssel aan de engrote de diversibebosteit aan landschappen op een relatief korte afstand

te stuwwal van de Veluwe aan de westzijde. De locatie waarop uitbreiding van elkaar. De dorpen op dede rand van de stuwwal zijn omgeven door grote escomplexen en uitlopers van het voorzien is maakt deel uit van deelgebied de Zuidelijke Flank. bos. In het kwelrijke gebied tussen Veluwe en IJssel

liggen de natte heide- of broekontginningen met een regelmatige verkaveling. In de historische dalen van de

De kwaliteiten van toepassing op het projectgebied worden aan de hand van de Loenensche beek liggen hooiontginningen met lange

A.

B.

haaks op de beek. volgende vier thema’s beschreven, hiernaast kavels op kaart verbeeld.

en IJssel Van oudsher vormen de akkers en bouwvelden van de dorpen op de flank van de stuwwal en op de hogere delen van de oeverwal open ruimtes in het overwegend besloten landschap. Deze open ruimtes zijn nog deels aanwezig, al is het contrast tussen de twee minder sterk geworden.

Papierfabriek de Middelste Molen langs het Apeldoorns Kanaal Het tracé van de Veluwse Stoomtrein Maatschappij

Open hooiontginningen De natte hooilanden in de lage dalen van o.a. de Loenensche beek waren historisch niet geschikt om

Op de overgang naar de overstromingsvlakte van de

1. De landschappelijke karakteristiek

in te wonen en er kon enkel gras verbouwd worden.

IJssel ligt een reeks van dorpen en een hoge dichtheid

A.

2. Openheid, beslotenheid & ruimtebeleving

aan landgoederen.

kleinschalige omgeving. De hooiontginningen zijn nog

3. Ordenende structuren

Industrieel erfgoed

4. Stad-land relatie

STAD-LANDRELATIES lens worden gebouwd. Door de beken op te leiden en

ORDENENDE STRUCTUREN gelegen open overstromingsvlakte van de IJssel

kleine stuwmeertjes te maken, werd er een waterval

Vanuit het gebied zijn de beboste stuwwallen van de

steeds herkenbaar als meer open gebieden. B

B. C. D. E.

I. II. III.

gecreëerd waarmee een molen kon worden aangedre-

Veluwe zichtbaar vanaf hoge plekken in het landschap. K E Rde N Krand WA Lvan I T Ehet I T Egebied N Aan zijn er ook zichten op de

de papierindustrie, die zich bij de molens en langs

lager gelegen overstromingsvlakte van de IJssel.

Geclusterde verstedelijking langs Veluwe en IJssel

Van west naar oost stromende sprengenbeken

met hiertussen groene wiggen

Het gebied wordt doorsneden door een aantal beken,

EII EIII

D

B

de aanliggende dorpen. Tussen deze nu middelgrote kernen liggen waardevolle groene wiggen.

die in één keer doorlopen van het Veluwemassief

2. Openheid, beslotenheid & ruimtebeleving, aangeduidStreekgids als kleinschalig, Ruimtelijke Kwaliteit & Landschap | IJsselvallei - 65

verbonden door een dorpenweg. Deze kernen kennen

naar de IJssel. Langs deze beken liggen kleinschalige

halfopen landschap.

een lichte stedelijke ontwikkeling. Tussen de dorpen

ecologische verbindingen. De beken waren ook vaak

liggen groene wiggen met landgoederen, beekdalen en

de drager voor cultuurhistorische structuren, zoals de

kleinere buurtschappen.

landgoederen en de papierindustrie. De meeste wegen

64 - BoschSlabbers Langs de flank van de Veluwe ligt een reeks dorpen,

1. De landschappelijke karakteristiek, aangeduid als kampenlandschap.

A

EI

Zichten op het beboste Veluwemassief en de lager

K ERN WA L I T E I T E N ven. DeK watermolens waren lange tijd belangrijk voor

C

Besloten landgoederenzone tussen Eerbeek en Brummen Open escomplexen op de flank van de Veluwe Open essen en bouwlanden op de oeverwal van de IJssel Open hooiontginngen rond de Loenensche beek Natte (half open) natuurgebieden met opgaande struwelen Beekbergerwoud Empense en Tondense heide Lampenbroek

Hierdoor vormden ze open ruimtes tussen de meer

A

Langs de sprengbeken konden van oudsher watermo-

Besloten landschap (Bos/Bebouwing) Kleinschalig, halfopen landschap Grootschalig, open landschap Panorama, uitzicht Waardevol open gebied Landschappelijk baken Waterlopen Dijken Reliëfvormen

Open escomplexen rondom de dorpen langs Veluwe

volgen ook de richting van de beken. Zachte, groene stads- en dorpsranden De dorpsranden zijn veelal zacht en diffuus in de van bebouwing en oude beplantingsstructuren die zijn opgenomen in de stedenbouwkundige uitbreidingen. Recreatieve voorzieningen en netwerken aan de oostzijde van de dorpen De recreatie in het gebied is vooral georiënteerd op de Veluwe en haar bosrand. Men vindt hier grote recreatieparken en recreatieve voorzieningen. De spoorlijn van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij rijdt in de zomermaanden tussen Apeldoorn en Dieren en vormt

A.

een belangrijke toeristische attractie in het gebied. Richting het oosten en de IJssel neemt de grootschaligheid van de recreatie af, maar vormt het landschap nog steeds een aantrekkelijke omgeving voor fietsers

Beplant Apeldoorns Kanaal als structurerend element

Bebouwing Bedrijventerrein/Industrie Stedelijk dynamische zone Kwalitatieve stadsrandzone Stadsrandzone met kwaliteitsopgave Bos Infrastructuren Waterlopen Dijken als recreatieve as Historisch stadscentrum Toeristische attractie Recreatiehaven Veerpont

oevergang naar het landschap, door de kleine korrel

B. C.

en wandelaars. D.

Geclusterde verstedelijking langs de Veluwe en IJssel met groene wiggen ertussen Zachte groene stadsranden Grootschalige recreatieve voorzieningen vooral georiënteerd op de Veluwe Het tracé van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij

Waterlopen Dijken Reliëfvormen Bos Landgoederen Gelders NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone Cultuurhistorische structuren Infrastructuren

Het Apeldoorns Kanaal volgt de hoogtelijn langs de stuwwal van de Veluwe. Het kanaal is stevig aangeplant en vormt eenAsterke lijn in het landschap. Het verbindt divers industrieel erfgoed en cultuurhistorische ensembles van sluizen, bruggen en bebouwing met elkaar en vormt de drager van historische, maar ook hedendaagse ontwikkelingen. De noord-zuid lopende reeks van landgoederen op de rand van de overstromingsvlakte A

Op de overgang van het zandlandschap naar de overstromingsvlakte van de IJssel ligt een reeks landgoederen dieBsamen een sterk beeldbepalend effect D

hebben op het landschap. Met de vele bossen, lanen en

A. I II III IV V B. C.

weilandjes is een landgoederenlandschap ontstaan. D. C

De dorpenweg op de flank van de Veluwe De dorpen Dieren, Laag-Soeren, Eerbeek en Beekbergen vormen een ketting langs de flank van de Veluwe. De historische weg tussen deze dorpen vormde

E. I II III

De west-oost stromende beken met als belangrijkste: Voorsterbeek Oekense beek Rhienderensche beek Leuvenheimse beek Soerense beek Het beplante Apeldoorns Kanaal De noord-zuid lopende reeks van landgoederen De dorpenweg op de flank van de Veluwe Natte natuurgebieden Beekbergerwoud Empense en Tondense heide Lampenbroek

AII C A

III

AI

AIV

AV

EII EIII B

D

EI

een belangrijke verbinding naar het zuiden. De weg heeft een impuls gegeven aan de ontwikkeling van

3. Ordenende structuren, aangeduid als stedelijk dynamische zone. Streekgids 66 - BoschSlabbers Ruimtelijke Kwaliteit & Landschap | IJsselvallei - 67

4. Stad-land relatie, niet direct van invloed. Projectgebied in de nabijheid van (B) het beplante Apeldoorns Kanaal, bos en het Gelders NatuurNetwerk.

6

Beleidskaders Landschapsbeleidsplan Brummen 2008 De gemeente Brummen heeft in 2008 een landschapsbeleidsplan opgesteld, bedoeld als hulpmiddel om toekomstige ontwikkelingen in goede banen te leiden. Voor de gemeneente Brummen is de groene kwaliteit het vertrekpunt; het is dé identiteitsdrager van de gemeente. Het beleid is gericht op het behouden van de bestaande groenblauwe kwaliteiten en dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de versterking hiervan. Het landschapsbeleidsplan benoemt de ambities en dient als inspiratie- en toetsingskader. Gekeken naar het landschapsbeleidsplan bevindt het projectgebied zich in deelgebied de Veluweflank. Dit deelgebied wordt gekenmerkt doordat het de overgang vormt tussen het beboste Veluwemassief en de lager gelegen open ontginningsvlakten ten oosten van het Apeldoorns Kanaal. In het gebied tussen Eerbeek en Hall wordt het landschap bepaald door grotere aaneengesloten bosdelen en een afwisseling aan groenstructuren, een zogenaamd kampenlandschap. Het oorsponkelijk kleinschalige landschap is in de loop der jaren gedeeltelijk verloren gegaan. In de visie die voor dit gebied is opgesteld staat dat ruimte wordt geboden aan nieuwe ontwikkelingen die samen gaan met een versterking van de natuur. Daarnaast is voorgesteld om het gebied meer als eenheid herkenbaar te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16280758/2