CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(162) TAM-omgevingsplan en bijlagen

Besluitvormende raadsvergadering 18 december 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Elzenbos fase 331.368 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

471527

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Brummen, Elzenbos fase 3 Motivering TAM-omgevingsplan Gemeente Brummen NL.IMRO. 0213.TAMBRELZ12000-va01

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

5 november 2025, projectnummer 230359

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Ligging van het besluitgebied

3

1.3

Huidig planologisch regime

4

1.4

Leeswijzer

6

Huidige en gewenste situatie

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Het voornemen

9

2.3

Infrastructuur en openbare ruimte

10

Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden

13

3.1

Wettelijk kader

13

3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

13

3.3

Landschappelijke en of stedenbouwkundige waarden

15

Beleidskader

16

4.1

Rijksbeleid

16

4.2

Provinciaal beleid

17

4.3

Gemeentelijk beleid

20

Omgevingsveiligheid

24

5.1

Algemeen

24

5.2

Situatie in en bij het besluitgebied

25

Beschermen van de waterbelangen

26

6.1

Beleid Waterschap

26

6.2

Wateraspecten

27

6.3

Watertoetsproces en waterhuishouding besluitgebied

28

6.4

Conclusie

29

Beschermen van de gezondheid en het milieu

30

7.1

Geluid

30

7.2

Bodemkwaliteit

34

7.3

Luchtkwaliteit

37

7.4

Geur

38

8

9

7.5

Trillinghinder

41

7.6

Gezondheid

42

7.7

Klimaatadaptatie

42

7.8

Spuitzonering

45

Bescherming van de natuur

47

8.1

Algemeen

47

8.2

Toetsing

48

8.3

Conclusie

54

Archeologie en cultuurhistorie

55

9.1

Wettelijk kader

55

9.2

Archeologie

55

9.3

Cultuurhistorie

57

9.4

Conclusie

57

10 M.e.r.-beoordeling

58

10.1

Algemeen

58

10.2

Motivering

58

10.3

Conclusie

60

11 Economische uitvoerbaarheid

61

11.1

Algemeen

61

11.2

Kostenverhaal

61

11.3

Situatie besluitgebied

61

12 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

62

12.1

Participatie en overlegpartners

62

12.2

Zienswijzen

62

Bijlagen − Bijlage 1: Verkeersonderzoek − Bijlage 2: Onderzoek Omgevingsveiligheid − Bijlage 3: Akoestisch onderzoek geluid wegverkeer − Bijlage 4: Bodemonderzoek − Bijlage 5: Quickscan flora en fauna − Bijlage 6: Onderzoek stikstofdepositie − Bijlage 7: Nader soortgericht onderzoek − Bijlage 8: Aanvullend archeologisch inventariserend veldonderzoek, middels proefsleuven − Bijlage 9: M.e.r.-beoordeling − Bijlage 10: Zienswijzennota

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Het voornemen bestaat om fase 3 van de woningbouwontwikkeling Elzenbos in Brummen te realiseren. Hiervoor is een stedenbouwkundig plan opgesteld met daarin ruimte voor maximaal 279 woningen, bestaande uit verschillende typologieën en bedoeld voor verschillende prijssegmenten. De huidige bestemmingsplannen ‘Elzenbos’ en ‘Elzenbos, Nieuwe Erven’ – die met de inwerkingtreding van de Omgevings-wet op 1 januari 2024 van rechtswege in het tijdelijke omgevingsplan terecht zijn gekomen – voorzien ter plaatse grotendeels in woonbestemmingen, maar sluiten niet volledig aan op de stedenbouwkundige opzet en ontwikkelkaders van de proefverkaveling. Voor 23 van de 279 woningen (woonvelden J en K), aan de zuidzijde van het plangebied, geldt dat deze mogelijk worden gemaakt volgens het huidige planologisch regime. Hier wordt enkel de goot- en bouwhoogte van de bijgebouwen gewijzigd. Voor een enkel woonveld (woonveld A) wordt naast de ontwikkeling zoals op het stedenbouwkundig plan ook de optie opengehouden om hier alternatieve woonbouw te realiseren. Voorgaande maakt dat de ontwikkeling niet past binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het (tijdelijk) omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld.

Het voorliggend document voorziet in de motivering behorende bij de wijziging van het omgevingsplan.

1.2

Ligging van het besluitgebied Het besluitgebied is gelegen aan de noordoostzijde van de kern Brummen. Het wordt aan de zuid- en westzijde omsloten door woningen en aan de noord- en oostzijde door hoofdzakelijk agrarische functies. In een eerdere fase van de ontwikkeling Elzenbos is het zorgcluster Philadelphia tot ontwikkeling gebracht. Verder bevindt zich aan de oostzijde een veld met zonnepanelen.

3

Besluitgebied (globaal rood omlijnd) ten opzichte van de kern Brummen (bron: pdok.nl).

Besluitgebied (globaal rood omlijnd) ten opzichte van de directe omgeving (bron: pdok.nl).

1.3

Huidig planologisch regime In het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege zijn de geldende bestemmingsplannen van de gemeente Brummen opgenomen. Voor voorliggend besluitgebied zijn

4

de bestemmingsplannen ‘Elzenbos’, ‘Elzenbos, Nieuwe Erven’ en ‘Zorgcluster Philadelphia’ van de gemeente Brummen vigerend, welke door de gemeenteraad zijn vastgesteld op, respectievelijk 20 mei 2010, 7 september 2017 en 15 december 2016. Binnen deze plannen zijn aan de locatie de bestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer Verblijfsgebied’, ‘Wonen’ en ‘Woongebied’ toegekend. Ook is ter plaatse van een gasleiding de dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ opgenomen. Door het paraplubestemmingsplan Archeologie, welke is vastgesteld op 15 oktober 2020, kent het besluitgebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie laag’, ‘Waarde - Archeologie middelmatig’, ‘Waarde - Archeologie hoog’ en ‘Waarde - Archeologie zeer hoog’. In de navolgende afbeelding is een uitsnede van het vigerend planologisch regime opgenomen.

Verbeelding vigerend juridisch-planologische situatie met besluitgebied globaal rood omkaderd (bron: pdok.nl).

Groen De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn hoofdzakelijk bedoeld voor groenvoorzieningen. Daarnaast zijn ook voet- en rijwielpaden, extensieve dagrecreatie en agrarisch (hobbymatig) medegebruik toegestaan. Ook ondergeschikte zaken als straatmeubilair, kunstobjecten en speelvoorzieningen zijn hier toegestaan. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ zijn bedoeld voor wegen, straat en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie. Ook zijn overige zaken toegestaan, zoals voet- en rijwielpaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Wonen De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn hoofdzakelijk bedoeld voor wonen in de vorm van vrijstaande woningen en het uitoefenen van een aan huis gebonden 5

beroep. Verder zijn bij het wonen behorende zaken toegestaan, zoals tuinen, parkeervoorzieningen, waterlopen en waterpartijen. Woongebied De gronden met de bestemming ‘Woongebied’ zijn hoofdzakelijk bedoeld voor wonen. Daarnaast is het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - hoofdontsluiting' en 'specifieke vorm van verkeer - wijkontsluiting' zijn (met een marge van maximaal 10 meter aan beide zijden) respectievelijk een hoofd- en wijkontsluiting toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' is tevens een geluidwerende voorziening toegestaan. Verder zijn bij het wonen behorende zaken toegestaan, zoals tuinen, parkeervoorzieningen, waterlopen en waterpartijen. Tevens geldt ter plaatse van het besluitgebied deels de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie laag’, deels de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie middelmatig’, deels de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie hoog’ en deels de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie zeer hoog’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem.

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing geldt ter plaatse van de archeologische verwachting dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan, respectievelijk, 2.500 m2, 1.000 m2, 250 m2, 100 m2 en dieper dan 40 cm de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Verder gelden op de locatie het bestemmingsplan ‘Mantelzorgwoning’, welke is vastgesteld op 15 oktober 2015 en het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ welke is vastgesteld op 19 oktober 2018. In het bestemmingsplan ‘Mantelzorgwoning’ zijn regels opgenomen om mantelzorgwoningen te kunnen faciliteren. In het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ is een nieuwe parkeerregeling vastgelegd. Ter plaatse van het besluitgebied gelden tevens de regels uit de bruidsschat, welke onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan. Het voorliggende plan maakt geen milieubelastende activiteiten mogelijk, waardoor er geen strijd ontstaat met de instructieregels uit het Bkl. De regels uit de bruidsschat voor bouwwerken, open erven en terreinen zijn wel van toepassing voor een woningbouwplan. Deze regels staan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet in de weg. De gemeente heeft geen lokale verordeningen die van belang zijn voor het besluitgebied.

1.4

Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5, 6

6

en 7 gaan achtereenvolgens in op de aspecten van de omgevingsveiligheid, het waterbelang en de bescherming van de gezondheid en het milieu. In hoofdstuk 8 komt de bescherming van de natuur aan bod, waarna in hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de aspecten ‘archeologie’ en ‘cultuurhistorie’. Hoofdstuk 10 gaat in op de m.e.r.-beoordeling. Hoofdstuk 11 en hoofdstuk 12 bevatten de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hierin wordt tevens ingegaan op de participatie.

7

2 Huidige en gewenste situatie 2.1

Huidige situatie Brummen en Rhienderen zijn met elkaar verbonden door middel van het lint langs de Arnhemsestraat-Zutphensestraat. De westzijde van Brummen wordt gekenmerkt door dicht begroeide landgoederen, waarmee de Veluwe tot in Brummen doordringt. Aan de oostzijde wordt het beeld bepaald door het karakteristieke open kronkelwaardenlandschap van Cortenoever als onderdeel van de uiterwaarden van de IJssel. Het besluitgebied bevindt zich ten noordoosten van de kern Brummen en is de schakel tussen deze twee verschillende landschappen. Ten zuiden en westen bevinden zich de woningen die in Elzenbos Fase 1 zijn ontwikkeld en nog in ontwikkeling zijn. Direct ten westen bevindt zich ook de Oude Brummense Beek. Ten oosten van het besluitgebied ligt de N348 en een veld met zonnepanelen. Ten noorden van het besluitgebied loopt de Elzenbosweg waaraan enkele woonerven zijn gesitueerd. Aan drie zijden omsloten door het besluitgebied bevindt zich het zorgcluster van Stichting Philadelphia Zorg. Het besluitgebied zelf bestaat hoofdzakelijk uit grasland, agrarische gronden en bebossing. Ten zuiden van het zorgcluster bevindt zich het voedselbos Nieuwe Erven. In noord-zuidelijke richting loopt door het midden van het besluitgebied een fietspad, waaronder een gasleiding ligt. Ook zijn enkele onverharde paden aanwezig binnen het besluitgebied.

Deze landschappelijke kenmerken vormen de basis voor het ruimtelijk raamwerk, welke de basis vormt voor de schetsverkaveling van Elzenbos III. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de huidige situatie van het besluitgebied.

Luchtfoto met daarop de huidige situatie van het besluitgebied (rood omlijnd) (bron: PDOK).

8

2.2

Het voornemen Het voornemen bestaat om binnen het besluitgebied in totaal maximaal 279 woningen te realiseren in verschillende woonvelden. Voor 23 woningen aan de zuidzijde van het plangebied (woonvelden J en K) geldt dat deze mogelijk worden gemaakt volgens het huidige planologisch regime. Hier wordt enkel de goot- en bouwhoogte van de bijgebouwen gewijzigd. De woningen zijn beoogd in verschillende typologieën en prijssegmenten. Er is ruimte voor vrijstaande woningen, twee-onder-éénkapwoningen, rijwoningen, rug-aan-rug appartementen, appartementen en alternatieve woonvormen. De bouwmassa van de grondgebonden woningen bestaat uit maximaal 2 bouwlagen met een kap. Appartementengebouwen zullen bestaan uit maximaal drie bouwlagen, danwel maximaal vier bouwlagen waarvan de vierde laag als setback. Minimaal 30% van het totale programma is bedoeld voor het sociale segment. Tweederde van alle woningen is beoogd in het betaalbare segment. Voor één woonveld (woonveld A) wordt tevens de optie geboden om hier een alternatieve woonvorm te ontwikkelen. Het gaat dan om 12 tot 20 zelfvoorzienende, energie neutrale woningen van Vereniging Hansa. De woningen zijn ingedeeld in verschillende woonvelden, waarbij het landschap als groen casco dient. In dit groene casco bevinden zich diverse functies en zones, zoals tuinen, speelmogelijkheden, bosgebied, natuur, wadi’s en erven.

Hierbinnen is vervolgens weer ruimte voor een wandel- en fietsnetwerk.

Stedenbouwkundig plan (bron: Buro MA.AN).

9

Stedenbouwkundig plan zonder bomen en belettering per woonveld (bron: Buro MA.AN).

2.3

Infrastructuur en openbare ruimte

2.3.1

Algemeen Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt onder andere ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het besluitgebied.

2.3.2

Verkeer en parkeren Verkeer Het voornemen bestaat om het gemotoriseerd verkeer dat wordt gegenereerd met voorliggend plan te ontsluiten via Het Stroomdal en De Veldweide. Middels een verkeersonderzoek1 is onderzocht of dit zal leiden tot verkeerscongesties of onveilige verkeerssituaties. Hieruit volgt dat Het Stroomdal zelfs bij een worstcase scenario in balans blijft. Naar verwachting zal de maximale intensiteit 4.500 motorvoertuigen per werkdagetmaal bedragen. Uit het onderzoek is geconcludeerd dat Het Stroomdal 5.100 motorvoertuigen per werkdagetmaal verkeersveilig kan verwerken. Geconcludeerd wordt daarom ook dat Het Stroomdal ook in de toekomst het verkeer veilig kan verwerken. 1

Goudappel (2025). Actualisatie verkeersonderzoek Het Stroomdal. Kenmerk: 020873.20250502.N1.01. 29 april 2025.

10

Naast Het Stroomdal wordt ook een deel van het verkeer via De Veldweide ontsloten. Ervan uitgaande dat het verkeer ontsluit over Het Stroomdal en De Veldweide in dezelfde verhouding als in de huidige situatie, inclusief een marge, blijkt dat de maximale intensiteit op De Veldweide 2.700 motorvoertuigen per werkdagetmaal bedraagt. Deze intensiteit is dermate laag dat de verkeersveiligheid en de doorstroming niet in het geding komen. Dit maakt dat geconcludeerd wordt dat het verkeer dat gegenereerd wordt als gevolg van voorliggende ontwikkeling zonder problemen kan worden afgewikkeld op het omliggende wegennet. Parkeren Bij de te realiseren ontwikkeling dienen voldoende parkeerplaatsen te worden ingepast. Daarom is per woonveld de parkeerbehoefte berekend. Een deel van de parkeerplaatsen zal worden gerealiseerd op eigen terrein en een deel in de openbare ruimte. Het plan voorziet in de realisatie van in totaal 357 openbare parkeerplaatsen en 137 parkeerplaatsen op eigen terrein. De parkeerplaatsen worden zo goed mogelijk ingepast in het groene raamwerk. Op navolgende afbeelding zijn indicatief de openbare parkeerplaatsen per woonveld weergegeven.

Facetkaart parkeren (bron: Buro MA.AN).

2.3.3

Overige aspecten (fiets- en wandelroutes, nutsvoorzieningen, toegankelijkheid openbare ruimte etc.) Binnen het besluitgebied is veel ruimte gereserveerd voor openbaar groen. Het openbaar groen is verdeeld over verschillende zones met ieder een eigen karakter. Aan de westrand wordt aangesloten op de Oude Brummensebeek en in het zuidoosten wordt een woonveld als erf ingericht. In het midden van het besluitgebied wordt een voedselbos park gerealiseerd. Langs het bestaande noord-zuidelijk georiënteerde fietspad, met daaronder de aardgasleiding, is een wadi park beoogd.

11

Het besluitgebied wordt richting het buitengebied afgewerkt middels landschappelijke randen. Binnen deze landschappelijke zonering worden verschillende fiets- en wandelroutes aangelegd om de toegankelijkheid van de openbare ruimte te vergroten. Hierdoor wordt de locatie Elzenbos III een fijne plek om te wonen en recreëren in het groen. 2.3.4

Conclusie Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan de kaders voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

12

3 Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden 3.1

Wettelijk kader In artikel 1.3 van de Omgevingswet is het voorzien in ‘een goede omgevingskwaliteit’ opgenomen in de centrale doelstelling. Dit duidt op het belang van aspecten als erfgoed, architectuur, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van de natuur en het landschap. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken daarom integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld over: − Kustbescherming; − Waddenzee en Waddengebied; − Cultureel erfgoed en werelderfgoed; − Landelijke fiets- en wandelroutes; − Ladder voor duurzame verstedelijking. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bescherming van de ter plaatse van het besluitgebied en directe omgeving relevante landschappelijke en stedenbouwkundige waarden.

3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.2.1

Algemeen De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de Ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: − de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; − bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de Ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’.

13

Bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het voornemen bestaat om ter plaatse van het besluitgebied in totaal 279 woningen mogelijk te maken. Het bestemmingsplan ‘Elzenbos 2010’ maakt in de huidige juridisch-planologische situatie ter plaatse van het besluitgebied maximaal 605 nieuwe woningen mogelijk. Voor een deel van het besluitgebied is echter in september 2017 het bestemmingsplan ‘Elzenbos, Nieuwe Erven’ vastgesteld. Dit plan maakt hier 10 nieuwe woningen mogelijk. Daarnaast is een deel van de woningen die op basis van het bestemmingsplan ‘Elzenbos 2010’ mogelijk zijn reeds gerealiseerd in fase 1 en 2 van de realisatie van de woonwijk. Dit betekent dat op basis van het tijdelijke omgevingsplan geen 279 woningen in het besluitgebied zijn toegestaan en dat in ieder geval meer dan 11 nieuwe woningen worden toegevoegd. Dit betekent dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk is. In het kader van de laddertoets moet in eerste instantie worden gemotiveerd of de stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. In paragraaf 4.3.3 is het voorliggende plan getoetst aan de woonagenda van de gemeente Brummen. Hierbij is geconstateerd dat het plan voorziet in een kwalitatieve en een kwantitatieve behoefte.

Daarnaast is er ook regionaal een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen. In de regionale woonagenda Cleantech regio 2018 en de actualisatie hiervan op 6 november 2020 is de prognose dat er in de gemeente Brummen in de periode 2020-2030 ruimte is voor 850 woningen. In de regionale woondeal Stedendriehoek 2022-2030 zijn afspraken gemaakt tussen Rijk en provincie, om in te zetten op de realisatie van de woningbouwopgave die er ligt. De gemeente Brummen draagt hier aan bij met de bouw van circa 1.085 woningen, waarvan in totaal bijna 815 woningen behoren tot betaalbare woningen.

14

Kwalitatief bevat de regionale woonagenda Cleantech regio 2018 verschillende richtinggevende principes, zoals behouden en versterken van een evenwichtige opbouw van de woningvoorraad, oplossen van ruimtelijke en maatschappelijke knelpunten, vraaggericht bouwen en inbreiding gaat voor uitbreiding. In de woondeal wordt kwalitatief met name ingezet op de realisatie van betaalbare woningen. Met het plan wordt binnenstedelijk ruimte geboden aan maximaal 279 woningen in verschillende woontypen en prijssegmenten. Hierbij wordt ook aandacht besteedt aan levensloopbestendigheid. Daarmee wordt er een toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling gerealiseerd die inspeelt op de beschikbaarheid van levensloopbestendige woningen nabij voorzieningen. Daarnaast is er aandacht voor betaalbaarheid en zal tweederde van het programma in het betaalbare segment worden gerealiseerd. De ontwikkeling sluit hiermee ook aan op de kwalitatieve ambities uit de regionale woonagenda en woondeal. Tot slot ligt het besluitgebied op gronden aansluitend aan de kern Elzenbos, waar reeds woningen zijn toegestaan. Het besluitgebied ligt hiermee binnen stedelijk gebied. Gezien bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte die binnen stedelijk gebied kan worden voorzien.

Conclusie De ontwikkeling wordt haalbaar geacht voor wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan is niet in strijd met het Besluit kwaliteit leefomgeving.

3.3

Landschappelijke en of stedenbouwkundige waarden Het voornemen sluit aan bij landschappelijke en stedenbouwkundige waarden ter plaatse van het besluitgebied en de directe omgeving. Zo wordt qua aard en schaal aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing in de omgeving en wordt veel groen in het besluitgebied gerealiseerd. Verder zijn er geen landschappelijke of stedenbouwkundige waarden van Rijksbelang, zoals werelderfgoed, in of direct rondom besluitgebied aanwezig.

15

4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1 Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2 Duurzaam economisch groeipotentieel; 3 Sterke en gezonde steden en regio’s; 4 Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 5 Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 6 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 7 Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Motivering Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 279 woningen in verschillende typologieën en voor verschillende portemonnees. De ontwikkeling is beoogd op een gunstige locatie voor woningbouw aan de rand van de kern Brummen. De locatie is reeds jaren aangewezen als ontwikkelgebied voor woningbouw. Er is hierbij aandacht besteed aan de kenmerken en identiteit van de al bestaande landschappelijke structuren en functies in de omgeving. De inrichting van de openbare ruimte heeft een zo groen mogelijk karakter. Derhalve is er ruimte behouden voor 16

klimaatadaptieve maatregelen. Verder worden de woningen toekomstbestendig en duurzaam gebouwd. De voorliggende ontwikkeling is daarmee in lijn met de doelstellingen van de NOVI. 4.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning.

− monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Motivering In voorliggende situatie raakt dit plan geen van de nationale belangen die in de instructieregels van het Bkl zijn opgenomen. Een nadere beschouwing van deze instructieregels is daarom niet vereist. In navolgende hoofdstukken wordt nader stilgestaan bij de verder relevante instructieregels voor voorliggende ontwikkeling.

4.1.3

Conclusie Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de beleidsambities en -doelstellingen en de ter plaatse geldende regels vanuit de Rijksoverheid.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op

17

klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − energietransitie: van fossiel naar duurzaam; − klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; − circulaire economie: sluiten van kringlopen; − biodiversiteit: werken met de natuur; − bereikbaarheid: duurzaam verbonden; − vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; − woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Motivering Met betrekking tot de woon- en leefomgeving streeft de provincie naar duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hierbij sluit het aanbod aan woningtypen en woonmilieus aan bij de diversiteit van de woningvraag. Dit betekent voor iedereen een duurzame passende woning, waarbij de omgeving optimaal wordt benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.

Daarnaast wordt alle nieuwbouw aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 279 woningen op onbebouwde gronden aan de noordoostrand van de kern Brummen. De woningen worden gasloos en volgens de nieuwste BENG-normen gerealiseerd. Het terrein wordt verder zo groen en klimaatadaptief mogelijk ingericht. Op deze manier worden de gronden binnen het besluitgebied op een gedegen manier voorzien van een duurzame en toekomstbestendige nieuwe invulling. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met het gegeven uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

18

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Motivering Voor voorliggende ontwikkeling is een aantal aspecten uit de provinciale omgevingsverordening relevant. Deze worden navolgend toegelicht. Nationale landschappen Het besluitgebied ligt voor een groot gedeelte in het nationaal landschap. Hiervoor geldt dat een ontwikkeling of activiteit enkel wordt toegelaten als de motivering bij het omgevingsplan een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het besluitgebied aanwezige kernkwaliteiten. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn. Dit wordt in navolgende paragraaf nader besproken.

Beschermen van landschap De provincie wil de landschappelijke waarden binnen de provincie behouden, beschermen en in stand houden. Daarom moet volgens artikel 5.33 bij iedere ontwikkeling rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. In voorliggende situatie maakt het besluitgebied onderdeel uit van de Gelderse streek IJsselvallei. Gelet op de ligging van het besluitgebied aan de rand van de kern Brummen zijn veel van de landschappelijke kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen niet direct te herleiden en van toepassing op deze situatie. Met de ontwikkeling wordt wel rekening gehouden met het realiseren van veel openbaar groen en een goede overgang tussen het woongebied en het karakteristieke open kronkelwaardenlandschap. Hierbij vormt het landschap de basis voor de woonvelden. Op die manier wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de kenmerkende kwaliteiten die de locatie heeft binnen de streek. Wonen In artikel 5.64 van de Omgevingsverordening Gelderland is vastgelegd dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als deze passen binnen de regionale woonagenda. Met voorliggend plan worden ten opzichte van de huidige juridisch-planologische situatie woningen toegevoegd.

In het kader van de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is toegelicht dat de ontwikkeling zowel in een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte voorziet (zie hiervoor paragraaf 3.2.2). In deze toets zijn ook de afspraken uit de regionale woonagenda en woondeal meegenomen. Op deze manier past de ontwikkeling binnen de gestelde regels met betrekking tot wonen. 19

Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de omgevingsverordening is vastgesteld dat in de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. In de beschrijving worden in ieder geval de aspecten waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte betrokken. Daarnaast moet de opgestelde beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap. Het aspect klimaatadaptatie wordt nader besproken in paragraaf 7.7. 4.2.3

Conclusie Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de provinciale beleidsambities en -doelstellingen en ter plaatse geldende regels.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ Op 25 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Brummen de Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ vastgesteld. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. De keuzes en speerpunten voor 2030 zijn in drie thema’s onderverdeeld: − Ruimte voor papier en landgoederen: Papier en landgoederen zijn de kernwaarden die de gemeente Brummen uniek maken. Deze kernwaarden krijgen alle ruimte. Niet alleen fysiek en bedrijfsmatig, maar op zoveel mogelijk terreinen worden deze kernwaarden binnen de gemeente versterkt. Bijvoorbeeld in de recreatiesector, maar ook in de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Eerbeek is een papierdorp en dat wil de gemeente meer laten zien, lokaal en regionaal, maar ook nationaal en internationaal. Daarnaast worden cultuurhistorie, creativiteit en kunst in de gemeente gestimuleerd en gekoesterd. Om de recreatieve potentie van Brummen verder uit te bouwen wordt het netwerk voor de wandelaar, fietser en ruiter verbeterd. − Samen gezond wonen, werken en leven: De gemeente Brummen wil een aantrekkelijke gemeente zijn voor zowel jong en oud als voor bestaande en nieuwe inwoners. Daarbij hoort een gemeente waar men prettig kan wonen en werken.

Het kleinschalige dorpsleven waar rust en vriendelijkheid heersen en sprake is van een sterke sociale samenhang, zijn daarbij van belang. De identiteit, die wordt gekoesterd, moet worden behouden en versterkt. − Op groene voet met groene vingers: Er wordt ingezet op een groen en klimaatneutraal Brummen, waarbij zelf wordt voorzien in de energie, energiesystemen slim worden gekoppeld, hemelwater wordt geborgen en gebruikt en de biodiversiteit wordt versterkt. De natuur en het landschap zijn kernwaarden van de identiteit van de gemeente Brummen. Ze vormen de historische basis en maken deel uit van het woongenot, vormen de trekker voor recreanten en toeristen en staan aan de basis van de ontwikkeling van de papierindustrie en de landgoederen. Het landschap en de natuur moeten daarom behouden blijven. Maar ook

20

hier geldt dat er geen stolp op het buitengebied moet worden gezet. Er wordt vernieuwd met respect voor dat wat er is. Motivering De toekomstvisie zet in op het zijn en blijven van een aantrekkelijke gemeente voor zowel jong en oud. Daarbij dient veel aandacht uit te gaan naar de kleinschaligheid van het dorpse leven en de sterke sociale omvang. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van Fase III van de ontwikkeling Elzenbos. Het voornemen is om aan de noordoostrand van de kern Brummen een divers woon- en recreatief landschap te realiseren. Hiermee wordt op een duurzame en wenselijke wijze een kwaliteitsimpuls gegeven aan de kern van Brummen. In het plan wordt ruimte geboden aan maximaal 279 woningen in verschillende woontypen en prijssegmenten. Hierbij wordt ook aandacht besteedt aan levensloopbestendigheid. Daarmee wordt er een toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling gerealiseerd die inspeelt op de beschikbaarheid van levensloopbestendige woningen nabij voorzieningen. Daarnaast is er aandacht voor betaalbaarheid en zal tweederde van het programma in het betaalbare segment worden gerealiseerd. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de ambities van de toekomstvisie. 4.3.2

Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ De gemeenteraad van de gemeente Brummen heeft op 28 september 2006 de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente Brummen er 25 jaar later uit zou moeten zien. De ruimtelijke ontwikkelingsvisie omvat een lange termijnvisie (Strategische visie tot 2030) en de korte termijnvisie (periode 2005 tot 2015). Samen vormen ze de ruimtelijke ontwikkelingsvisie 'Ligt op Groen'. In de strategische visie tot 2030 zet men in op synergie met de omliggende gemeenten. Dit kan volgens de gemeente het beste bereikt worden door aan te sluiten op de onderscheidende kwaliteiten. Dé identiteitsdrager van de gemeente Brummen is de groene kwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen dient dan ook ingezet te worden op de versterking van de groene kwaliteiten. Motivering Op het gebied van wonen bevat de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ geen concrete beleidskaders of ambities. Wel wordt aangegeven dat de gemeente Brummen voor iedereen inzet op het waarmaken van een goed leven, waarbij inwoners een duurzame omgeving hebben die betekenisvol is. Daarbij vormen Eerbeek en Brummen de hoofdkernen voor de voorzieningen in de gemeente. In deze kernen moeten voldoende voorzieningen voor de inwoners aanwezig zijn. Met voorliggende ontwikkeling worden woningen gerealiseerd aan de rand van de kern Brummen.

Hierbij is aandacht besteed aan de kwaliteit van de omgeving. Zo wordt er voldoende openbaar groen gerealiseerd en worden de woningen goed aangesloten op het bestaande netwerk van Brummen. Dit maakt dat de ontwikkeling past binnen de kaders en doelstellingen van de ruimtelijke ontwikkelingsvisie.

21

4.3.3

Woonagenda 2019-2023 gemeente Brummen In de woonagenda van de gemeente Brummen wordt de koers voor het woonbeleid uitgezet. De Woonagenda geeft de ambitie aan en vormt de wettelijke basis voor de Prestatieafspraken met de corporatie en de gemeentelijke ‘toezichtstaken’. Verder is de woonagenda het kader voor de woningbouwprogrammering. De gemeente Brummen verwacht nog 700 woningen toe te voegen tot 2027. Het doel van de woonagenda is om iedereen prettig te laten wonen in de gemeente Brummen en om woonwensen -behoeften van inwoners zoveel mogelijk te realiseren binnen de gemeente. De woonagenda verwacht een bijdrage te kunnen leveren aan de volgende opgaven: − Betaalbaarheid en beschikbaarheid; − Wonen, zorg en welzijn, in combinatie met vergrijzing; − Duurzaamheid, met focus op de bestaande woningvoorraad; − Leefbaarheid. Motivering Voorliggende ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling van maximaal 279 woningen in verschillende typologieën en voor verschillende portemonnees. De woningen worden gerealiseerd op onbebouwde gronden aan de rand van de kern Brummen. Hierbij is aandacht besteedt aan levensloopbestendigheid en duurzaamheid. Daarmee wordt er een toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling gerealiseerd die inspeelt op de beschikbaarheid van verschillende soorten woningen in verschillende prijssegmenten binnen de gemeente Brummen.

4.3.4

Nota Ruimtelijke Kwaliteit Brummen 2013 De Nota Ruimtelijke Kwaliteit, voorheen de welstandsnota, bestaat uit beschrijvingen van welstandsgebieden en bijzondere thema’s met daaraan gekoppeld afzonderlijke toetsingscriteria. In totaal worden zes verschillende gebieden onderscheiden: − Historische dorpsgebieden en linten; − Woongebieden met samenhang; − Woongebieden met diversiteit; − Bedrijventerreinen; − Landelijk gebied; − Gebieden met een bijzondere functie. Motivering Het besluitgebied ligt binnen het gebied ‘Woongebieden met samenhang’. Deze gebieden worden gekenmerkt door een planmatig ontworpen stedenbouwkundige opzet, een zorgvuldige omgang met de openbare ruimte en een bebouwingsbeeld met een grote gemene deler, zoals herhaling van bouwblokken en bouwstijlen. Het streven van de gemeente is gericht op het handhaven van de karakteristieken en architectuur van deze buurten en het behouden van de gevarieerdheid dan wel eenheid tussen de eenheden. Het gaat ook om de handhaving van de stedenbouwkundige opzet en de compositie van het straatbeeld.

22

Met dit plan worden woningen in een samenhangende stijl gebouwd, met daarbinnen wel onderscheid tussen de verschillende woonvelden. Qua aard en schaal wordt aangesloten bij de bestaande woningen in de omgeving en de samenhangende stedenbouwkundige opzet hiervan. Ook wordt aansluiting gezocht met de bestaande structuren door de woonvelden hierop te oriënteren en zorgvuldige aansluitingen te vinden voor zowel gemotoriseerd verkeer alsook langzaam verkeer. Verder wordt voldoende ruimte vrij gemaakt voor (bestaand) openbaar groen binnen het besluitgebied. Dit tezamen maakt dat geacht wordt dat voorliggende ontwikkeling in lijn is met de gestelde criteria en doelen in de nota ruimtelijke kwaliteit. 4.3.5

Beleidskader Duurzaam Ontwikkelen De gemeente Brummen is een groene gemeente. De gemeente wil 1.250 woningen tot en met 2030 bouwen. Op dit moment verandert het klimaat. Dit maakt het nodig om woningen duurzaam te bouwen en gebieden duurzaam te ontwikkelen. Om de doelen van duurzaamheidsthema’s te bepalen is het beleidskader duurzaam ontwikkelen opgesteld. De afgesproken doelen van dit beleid voor duurzame gebiedsontwikkeling is een afweging tussen duurzaamheid, haalbaarheid en betaalbaarheid. Dit geldt voor de gemeente, ontwikkelaar en ook de woningbouwstichting. In dit beleidskader staan vijf thema’s: energie en binnenklimaat, klimaatadaptatie, groen en ecologie, circulariteit en mobiliteit. Ook staan in dit beleidskader de drie ambitieniveaus die de gemeente gebruikt. Deze zijn: moeten, kunnen en willen. Voor elk thema gelden de drie ambitieniveaus: − niveau één is moeten. Dit is de verplichte basis waarop de gemeente minimaal toetst; − niveau twee is kunnen. Dit bepaalt wat er bovenop de wettelijke basis in de markt al kan. Dit noemen we de ‘need-to-haves’; − niveau drie is willen. Dit noemen we ‘nice-to-haves’. Dat zijn zaken die technisch misschien wel kunnen, maar echt extra moeite vragen. Motivering Voorliggende ontwikkeling voldoet in ieder geval aan niveau 1 voor alle duurzaamheidsthema’s.

Verder is er in de ontwikkeling ingezet op het zo veel mogelijk behouden van de bestaande groene kwaliteiten en wordt met nieuw groen ingezet op het creëren van nieuwe schaduwplekken. Ook wordt gezorgd voor een sluitende waterbalans. Geacht wordt dat met voorliggend plan voldoende rekening is gehouden met de thema’s uit het beleidskader duurzaam ontwikkelen.

4.3.6

Conclusie Onderhavig plan is in lijn met het gemeentelijk beleid.

23

5 Omgevingsveiligheid 5.1

Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl).

Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). In hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn alle activiteiten opgenomen waarbij een vaste norm van toepassing is en voor welke activiteiten een berekening van PR-contour en aandachtsgebied vereist is. Groepsrisico Het groepsrisico betreft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Onder de Omgevingswet is gekozen voor een nieuwe benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden laten zien op welke locaties extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden.

Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het

24

planproces meenemen. Aandachtsgebieden zijn er voor brandgevaar, explosiegevaar en gifwolken.

5.2

Situatie in en bij het besluitgebied De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in risicovolle activiteiten die van invloed kunnen zijn op het aspect omgevingsveiligheid. Wel worden er met dit plan nieuwe kwetsbare gebouwen toegevoegd en dient gekeken te worden of dit eventueel van invloed is op nabijgelegen risicovolle activiteiten. In de directe omgeving zijn meerdere risicobronnen gelegen en dwars door het besluitgebied loopt in noord-zuidelijke richting een aardgasleiding. Daarom is een onderzoek omgevingsveiligheid2 uitgevoerd. Hieruit volgt dat in alle gevallen kan worden gedaan aan de bijbehorende aandachtsgebieden. Uitzondering hierop zijn de buisleiding die door het besluitgebied loopt en de Provinciale weg N348 (ten oosten van het besluitgebied) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De buisleiding kent geen PR106

contour, maar wel een brandaandachtsgebied van circa 45 meter. Voor wat be-

treft de Provinciale weg geldt dat ongeveer de helft van het besluitgebied is gelegen in het explosieaandachtsgebied. Ook het brandaandachtsgebied ligt deels over het besluitgebied. Hier zijn echter geen bouwvlakken beoogd, waardoor dit aspect buiten beschouwing wordt gelaten. Er bestaat vanuit omgevingsveiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. In de zone van 4 meter aan weerszijde van de aardgasleiding worden geen (zeer) kwetsbare gebouwen gebouwd. Geadviseerd wordt om bij de verdere planinvulling in het kader van voorgenoemde risicobronnen voldoende aandacht te besteden aan vluchtwegen van de risicobronnen af. Verder moet voldoende opstelplaats voor hulpverlening aanwezig zijn en moet de risicocommunicatie op orde zijn. Als laatste moeten de bluswatervoorzieningen op orde zijn. Hier is in het stedenbouwkundig plan rekening mee gehouden. De quick scan is voor advies voorgelegd aan de VNOG. 5.2.1

Conclusie Het besluit voldoet aan de kades voor het aspect omgevingsveiligheid.

2

SAB (2025). Quick scan omgevingsveiligheid. Woningbouwontwikkeling Elzenbos fase 3. Projectnummer: 230359. 15 oktober2025.

25

6 Beschermen van de waterbelangen Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

6.1

Beleid Waterschap Waterschapsbeleid – Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Vallei en Veluwe Op 22 november 2021 is het blauw omgevingsprogramma (BOP) van waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende vier programma’s: − Waterveiligheid: Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. − Watersysteem: Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap onder ander op kwaliteit van het water en de verbinding met andere instellingen. − Wonen en zuiveren: In het programma ‘Wonen en zuiveren’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Verder vormt een waterinclusieve bebouwde omgeving een speerpunt. − Circulaire economie: Afvalvermindering, slim hergebruik en optimalisatie van de verschillende installaties zijn voorbeelden van opgaven. − Energietransitie: Het waterschap wil een proactieve rol innemen in de energietransitie. Dat vraagt om een duurzame opwekking van de energie of het tegengaan van verspilling in de processen.

Het Programma Water en Riolering 2023-2027 De riolen die nu aangelegd worden blijven nog tientallen jaren liggen, daarom moeten nu goede keuzes gemaakt worden. Daarom wordt gehandeld vanuit onderstaand toekomstperspectief op de waterketen, stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Waterketen De zorg voor de waterketen wordt zo uitgevoerd dat de volksgezondheid beschermd blijft en schade aan het milieu wordt voorkomen. Hiervoor bestaat reeds een omvangrijk stelsel aan riolering, dat goed beheerd wordt. Waar nodig worden nieuwe voorzieningen aangelegd.

26

Stedelijk afvalwater Om te voorkomen dat meer afvalwater ontstaat, wordt afvalwater zoveel mogelijk gescheiden van schoon water. Hiervoor wordt de trits ‘schoonhouden-scheiden-zuiveren’ gevolgd. Het waterschap haalt bij de zuiveringsinstallatie(s) steeds meer reststoffen uit het (afval)water om deze opnieuw te gebruiken als grondstof. Ook wint het waterschap energie terug uit het afvalwater. Met de huidige riolering en het uitvoeringsbeleid wordt bijgedragen aan het goed functioneren van de zuiveringsinstallatie. Hemelwater Gemeente, waterschap en perceeleigenaar hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor het hemelwater. Bij de verwerking van hemelwater wordt de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ gevolgd. Het heeft de voorkeur om water vast te houden in het gebied waar het is gevallen, en daar te infiltreren naar het grondwater. Daar waar dit niet kan, wordt regenwater bij voorkeur in waterpartijen of bovengronds geborgen. Bij de aanleg van verhard oppervlak wordt rekening gehouden met het uitgangspunt dat ook extreme buien moeten kunnen worden opgevangen; Daarom wordt uitgegaan van een robuuste aanleg, zodat niet over enkele jaren geconstateerd wordt dit onvoldoende is. Grondwater Het doel is om grondwater zoveel mogelijk op een natuurlijke manier te laten functioneren. Het grondwatermeetnet in de gemeente Brummen geeft inzicht in de grondwaterstanden.

Er wordt ingezet op het voorkomen van structureel nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand voor de bebouwing in de gemeente. De risicogebieden zijn hiervoor in beeld gebracht en maatregelen worden genomen waar deze doelmatig zijn. Veelal betekent dit dat pas maatregelen genomen worden als er ook andere maatregelen in de openbare ruimte plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld bij vervanging van de riolering en aanleg van regenwaterriolen. Naast grondwateroverlast krijgt de gemeente ook steeds meer te maken met de gevolgen van verdroging en lage grondwaterstanden. Voor onder andere droogtebestrijding dient bij alle omgevingsvergunningsplichtige activiteiten, ook in het buitengebied, water vastgehouden en geïnfiltreerd te worden.

6.2

Wateraspecten In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect water. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. In de ruimtelijke motivering van een ontwikkeling dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze

27

waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.3

Watertoetsproces en waterhuishouding besluitgebied Om de belangen van het watersysteem in de planvorming te borgen en invulling te geven aan een duurzame waterhuishouding is de digitale watertoets opgesteld. Waterkering Raadpleging van de legger van het Waterschap Vallei en Veluwe wijst uit dat onderhavig besluitgebied niet is gelegen in de beschermingszone van een waterkering. Waterwingebied / grondwaterbescherming Raadpleging van de provinciale viewer wijst uit dat onderhavig plangebied niet is gelegen in grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied. Verharding Als gevolg van voorliggende ontwikkeling nemen de verhardingsmogelijkheden in vergelijking met de huidige situatie toe. Bij de inrichting van het gebied zullen voorzieningen gerealiseerd worden om het regenwater ter plaatse te infiltreren of bergen. Vanuit het waterschap Vallei en Veluwe geldt dat over de toename van verhard oppervlak 60 mm per m2 berging gerealiseerd dient te worden. Binnen het besluitgebied is sprake van een toename van het verhard oppervlak van 15.880 m2. Vanuit de gemeente Brummen geldt de eis dat een bui van 60 mm op eigen terrein in het besluitgebied moet worden verwerkt.

Op basis hiervan is onderstaande berging benodigd voor de ontwikkelingen binnen het besluitgebied: − Waterschap Vallei en Veluwe: 15.880 m² x 60 mm = 952.8 m³ − Gemeente Brummen: 15.880 m² x 60 mm = 952.8 m³ In totaal is dus de realisatie van 952.8 m3 aan berging binnen het besluitgebied benodigd. Om dit te bewerkstelligen zijn er meerdere wadi’s voorzien, met name langs de noord-zuidelijke fietsroute. Hiervoor is voldoende ruimte. Middels een regeling in de regels behorende bij voorliggend omgevingsplan is vastgesteld dat 60mm berging per m2 verharding gerealiseerd moet worden. Hiermee is de waterberging voldoende juridisch geborgd. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Voor de aanleghoogte

28

van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 90 centimeter ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren het waterschap de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen, (2) ophogen van het plangebied of (3) toepassen van drainage in openbaar gebied en particulier terrein. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is.

Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Voorliggende herontwikkeling maakt geen gebruik van materialen die negatieve effecten van de waterkwaliteit teweeg kunnen brengen. Riolering De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. Aansluiting van de nieuwbouw op de riolering uit het besluitgebied moet in een later stadium, daar waar nodig in overleg met de gemeente, worden uitgewerkt. Oppervlaktewater Langs de westzijde van het besluitgebied bevindt zich de Oude Brummensebeek. Deze is in de Legger van het Waterschap Vallei en Veluwe opgenomen als een Cwatergang. Rondom de beek is een oeverzone opgenomen. Met voorliggend plan wordt de watergang of oeverzone niet aangepast. Bij de planontwikkeling is rekening gehouden door deze toe te voegen aan het landschappelijk raamwerk waarmee de woonvelden zijn bepaald. Dit maakt dat voldoende ruimte is gehouden tussen de beek en haar oever en de beoogde woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16280755/2