(152) Ontwerp Regionaal Programma Energievoorziening
Tekst van het document
Regionaal programma energievoorziening
• Ons RPE past binnen (actualisaties van) het provinciaal beleid. Enerzijds binnen de provinciale omgevingsvisie
Er ontstaan kansen als inwoners en lokale
en de provinciale omgevingsverordening inclusief
ondernemers, overheden en maatschappelijke
de aangescherpte voorkeursvolgorde zon en de
organisaties zelf eigenaar worden van onderdelen
Aanvulling beleidslijn Windenergie op en rondom de
van de energievoorziening
Veluwe. Anderzijds ook binnen het in ontwikkeling zijnde
o
Als we met investeringen onze eigen elektriciteit
Provinciaal programma Energiesysteem en het Gelders
opwekken, blijven onze energie-uitgaven veel
Beleidskader Energiesysteem, inclusief de daarin
meer in de lokale gemeenschap aanwezig. En
beschreven leidende principes:
dat is de moeite waard. Want we geven in de
- Energie bepaalt mede de inrichting van Gelderland
Stedendriehoek ieder jaar tussen de €1,5 miljard en €2 miljard uit aan energie. Dat geld verdwijnt
(hoofdprincipe).
nu grotendeels uit de lokale economie.
- We besparen zoveel mogelijk energie. - We organiseren het Gelderse energiesysteem zo veel
o
Zelf opgewekte duurzame energie geeft meer
mogelijk decentraal met aandacht voor de combinatie
prijszekerheid dan wanneer je afhankelijk bent
van lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik.
van grote bedrijven of van import uit landen. Het
- We zetten in op een diverse energiemix.
kost namelijk veel minder om zelf energie op te
- We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij
wekken. Daarnaast kun je de prijs vastzetten
de energietransitie, onder andere via participatie en
gedurende het hele project. En je kunt zelf
de mogelijkheid tot lokaal eigendom van opwek en
bepalen voor welke prijs je die energie wilt verkopen.
opslag. • Alle gemeenten van de regio Stedendriehoek gebruiken
o
Met eigen windmolens of eigen zonnepanelen
de uitgangspunten uit dit regionale energieperspectief
krijgen inwoners en lokale ondernemers
als basis voor door hen zelf vorm te geven gemeentelijk
zeggenschap en regie over de eigen energievoorziening.
beleid. • We sturen als lokale overheden op wat binnen onze rol
o
Het gemeentebestuur heeft zelf invloed
past. Dat doen we door op gemeentelijk niveau beleid
op de balans tussen energie opwekken en
te ontwikkelen en door te zorgen voor samenwerking
energie gebruiken, waardoor er minder snel netcongestie ontstaat.
tussen onszelf, onze medeoverheden, maatschappelijke partners, ondernemers, agrariërs, energiecoöperaties en inwoners. • We ontwikkelen kennis en expertise zoveel mogelijk
o
Investeren in de lokale energievoorziening zorgt dat bedrijven in de eigen gemeente nieuwe kennis ontwikkelen. En dat er banen gecreëerd
lokaal en regionaal. Daarmee vervolgen de RPE-
worden. Dit soort investeringen zijn dus
partners en maatschappelijke partners de constructieve
waardevol voor de lokale economie.
samenwerking en kennisontwikkeling waarmee dit document tot stand is gekomen. • We monitoren jaarlijks of wij op koers liggen om het bod en het einddoel in 2050 te halen. Daarvoor gebruiken
• Wij kiezen zoveel mogelijk voor coöperatieve projecten.
we de cijfers uit het energieperspectief, van de
Dat zijn collectieve projecten met een maatschappelijk
energiestromen binnen onze regio en gemeenten tussen
doel en een bedrijfsmatige aanpak. Ook proberen we, in
2019 en 2050.
lijn met afspraken in het Nederlandse Klimaatakkoord, te zorgen dat minimaal 50% van de energie-installaties en energie-infrastructuur in eigendom komt van inwoners, lokale ondernemers, overheden of maatschappelijke organisaties. Op deze manier kunnen zij meebeslissen over het project, hebben zij de mogelijkheid te profiteren van de opbrengsten en hebben ze meer invloed op hun eigen lokale energievoorziening. Ook worden daardoor de energieprijzen lager en stabieler en voorkomen we een overvol elektriciteitsnet. Natuurlijk vraagt zo’n project om investeringen en brengt het daardoor risico’s met zich mee.
34
Regionaal programma energievoorziening
3.4 Een handreiking bij het energie erspectief p Bij het energieperspectief hoort een handreiking. Die bestaat uit een overzicht van energiebronnen, energiedragers en mogelijkheden voor de opslag van energie. En in de bijlage 1 is per energiebron, energiedrager en technologie voor opslag & buffering uitgewerkt wat de voordelen zijn en welke uitdagingen erbij komen kijken. Voor zonne-energie en windenergie is beschreven met welke wet- en regelgeving u op dit moment rekening moet houden. Zo kan de handreiking gebruikt worden door alle spelers in de energietransitie. En kan ieder vanuit de eigen rol meebouwen aan de energievoorziening van de toekomst.
Het toepassen van het energieperspectief zorgt wel voor uitdagingen
Gelukkig hebben we ook andere energiedragers ter
Het vormgeven van de energievoorziening van de toekomst
duur. Mede daardoor zijn die niet altijd geschikt voor elke
is geen eenvoudige puzzel. Zoals ook te zien is in bijlage 1
functie (wonen, werken, industrie) of op elke plek. Onze grote
hebben alle puzzelstukjes -de energietechnologieën-
uitdaging voor de komende jaren ligt dus in het vinden van
specifieke kenmerken die alleen in een goede
een goede energiemix:
combinatie leiden tot een betaalbare, betrouwbare en
• Grootschalig in combinatie met kleinschalig opgewekte
klimaatneutrale energievoorziening. Nog los van aspecten als maatschappelijk draagvlak en de geldende politiekbestuurlijke opvattingen. Niet alle elektriciteit die we nodig
beschikking dan elektriciteit, al zijn die vaak wel schaars en
energie; • Centraal opgewekte in combinatie met decentraal opgewekte energie;
hebben, kan immers worden aangevoerd uit een centraal
• Zonne-energie in de goede combinatie met windenergie
net. En het groeiende lokale aanbod van elektriciteit varieert
• Elektriciteit gecombineerd met andere energiedragers;
met het weer en het seizoen. Dat maakt dat de opslag van
• Vormen van opslag en buffering die aansluiten bij het
energie erg belangrijk wordt.
energieaanbod en de energievraag.
35
Regionaal programma energievoorziening
Een bijzondere uitdaging is de Dunkelflaute In deze donkere, windstille winterperiode is de energievraag groot en zijn de mogelijkheden klein om met zon en wind energie op te wekken. Niet alles kan in zulke periodes door de centrale netten en grote back-up centrales worden opgevangen. Dan zijn grote warmtebuffers en kleine elektriciteitscentrales op lokaal niveau waardevol. Zulke centrales kunnen warmte en elektriciteit produceren met duurzame brandstoffen, zoals bijvoorbeeld groen gas. Ze helpen ook om het centrale elektriciteitssysteem in dit soort situaties betrouwbaar te houden.
36
Regionaal programma energievoorziening
3.5 Het energie perspectief toegepast op windenergie en zonne-energie Het RPE bouwt voort op de RES 1.0. Deze paragraaf past het energieperspectief toe op de uitgangspunten van RES 1.0 met betrekking tot het grootschalig opwekken van windenergie en zonne-energie. Daarmee wordt de informatie die in de RES 1.0 stond aan de hand van de nieuwe werkelijkheid geactualiseerd en geconcretiseerd. Ook leest u welke gevolgen dat heeft voor grootschalige opwekking van zonne- en windenergie. 3.5.1 Windenergie Het energieperspectief helpt de ideeën over windenergie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken
Voor actualisatie en verdere uitwerking van de ideeën over windenergie in de RES 1.0 gebruiken we de onderzoeksgebieden in het provinciale PlanMER Windbeleid en RES
Op pagina 24 van de RES 1.0 zijn drie gebieden aangewezen
De provincie Gelderland onderzoekt in dit PlanMER de
waarin nader onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn
milieueffecten van windenergie op de leefomgeving,
voor grootschalige opwekking van duurzame energie met
biodiversiteit, natuur en het landschap. Het ontwerp
windturbines:
PlanMER dat naar verwachting op 15 juli 2025
• De 8km zone rond de Veluwe;
wordt vastgesteld, is opgenomen in bijlage 5. De
• Het grondgebied van de gemeente Lochem;
onderzoeksgebieden in het PlanMER zijn de gebieden waar
• Het gebied ten noorden van Zutphen, waar al drie
vanuit milieukundig oogpunt geen harde belemmeringen
windmolens staan.
bestaan voor windturbines.3 Dit betekent niet dat op die plaatsen ook windturbines komen. Het PlanMER helpt om ruimtelijke keuzes af te wegen en te onderbouwen, ook in relatie tot andere programma’s voor bijvoorbeeld
3
Het ontwerp PlanMER, dat naar verwachting op 15 juli wordt vastgesteld, vindt u in bijlage 5. U kunt de gebiedsindeling uit de RES 1.0 bekijken in figuur 2.1 op p.7 van de regionale aanvulling RES regio Stedendriehoek. De onderzoeksgebieden vindt u in figuur 3.2b op p.16.
37
Regionaal programma energievoorziening
woningbouw, landbouw, mobiliteit, werklocaties en/of natuur.
Daarop hebben de initiatiefnemers in maart 2024 een
Het PlanMER legt dus geen keuze op voor de invulling
principeverzoek ingediend bij de provincie, om de
van bepaalde locaties en ook niet voor een bepaalde
procedure(s) voor windpark Papenslagweg zo snel mogelijk
hoeveelheid windturbines. Gesprekken over afwegingen
te starten. De provincie heeft dit verzoek in eerste instantie
en keuzes vinden op lokaal niveau plaats na afronding van
afgewezen, in navolging van de afspraak met de gemeente
het PlanMER en na vaststelling van het RPE. Bij het maken
Lochem. Na bezwaar van de initiatiefnemers en op advies
van die ruimtelijke keuzes spelen ook maatschappelijke en
van de commissie Rechtsbescherming om het besluit te
politieke-bestuurlijke afwegingen mee. Deze afwegingen
heroverwegen, heeft de provincie Gelderland in december
zorgen ervoor dat een aantal gemeenten verdere
2024 besloten te beginnen met de projectprocedure voor
verkenningen naar mogelijkheden voor grote windturbines
het windpark Papenslagweg.
nu direct oppakt, terwijl in andere gemeenten daarvoor het draagvlak op dit moment ontbreekt.
Het is nu aan de initiatiefnemers om het proces zorgvuldig te doorlopen, onder andere door het onderzoeken van geluid,
Het PlanMER Windbeleid en RES onderzoekt het gehele grondgebied van onze regio
slagschaduw, externe veiligheid en ecologie. De provincie wil
Ook het gebied, dat in de RES 1.0 nog niet aangewezen
koppelen.
daarin mogelijke afnemers van de energie in beeld brengen om zodoende vraag en aanbod van energie aan elkaar te
was als nader te onderzoeken gebied voor windenergie. Dit resterende gebied wordt in de toekomst ook meegenomen in verdere verkenningen naar mogelijkheden voor windenergie.
In de 8 km-zone rond de Veluwe wordt nader gekeken naar de mogelijkheden voor windenergie Hiervoor is ten tijde van de RES 1.0 bovenregionaal
Voor het gebied ten noorden van Zutphen is het windpark IJsselwind gepland
bestuurlijk afgesproken dat de mogelijkheden voor de 8
Binnen dit project is het voorstel om 3 windmolens van elk
met de wespendief, nader zouden worden onderzocht. Dat
4,3 MW te bouwen langs het Twentekanaal bij Zutphen en
is gebeurd in de ‘Aanvulling Beleidslijn Windenergie op en
Eefde. De provincie heeft daartoe een vergunning verleend,
rondom de Veluwe’. Daarin staat dat er op de Veluwe en
maar er wordt nog gewacht op een uitspraak van de Raad
1 kilometer daaromheen geen windturbines mogen komen.
van State (status april 2025).
In de cirkel van 1 tot 8 kilometer rondom de Veluwe is geen
km-zone rond de Veluwe, voor windenergie in combinatie
sprake van harde milieukundige belemmeringen, maar
Op het grondgebied van Lochem is een initiatief voor het windpark Papenslagweg
gelden op dit moment wel zeer strenge voorwaarden. Op dit
Pure Energie, Walow BV (grondeigenaren) en
waardoor windturbines in de toekomst minder hoeven stil
energiecoöperatie LochemEnergie hebben het plan een
te staan. Zoals de inzet van camera’s die zien dat er vogels
windpark te bouwen. Het voorstel bestaat uit drie grote
aankomen en de windturbines tijdig kunnen stilzetten.
windturbines ten oosten van Exel, in de gemeente Lochem.
Het beleid van de provincie wordt mogelijk aangepast op
moment onderzoekt de provincie verschillende maatregelen
basis van de uitkomsten. Dit wordt, voor zover mogelijk, nu De initiatiefnemers hebben in juni 2023 gevraagd of de gemeente Lochem bereid is om de planologische procedure(s) voor het windpark te doorlopen. De gemeente Lochem heeft toen aangegeven hiervoor open te staan, onder de voorwaarde dat zij hiervoor eerst beleid wilde opstellen. In navolging van een aangenomen motie tijdens de raadsvergadering in december 2021, stelt het college dit beleid op en legt het, zo snel mogelijk na de inwerkingtreding van de landelijke windturbinebepalingen, ter besluitvorming voor aan de raad. De inwerkingtreding van landelijke windturbinebepalingen is ondertussen vertraagd.
38
meegenomen in het RPE en anders in de volgende herijking.
Het energieperspectief helpt de ideeën over zonne-energie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken
In de kern bevat de aangescherpte voorkeursvolgorde zon de volgende afspraken 1. Voor de aanleg van een zonnepark wordt de volgende voorkeursvolgorde voor de keuze van geschikte locaties
Net als voor windenergie is in de RES 1.0 voor zonne-
in acht genomen:
energie besloten om het landschap leidend te maken. Dat
- trede 1: op daken en gevels;
betekent dat op basis van de verschillende landschapstypen
- trede 2: op terreinen en objecten binnen bebouwd
in onze regio is gekeken of en hoeveel zonne-energie er op zo’n plek opgewekt kan worden, zonder het landschap of de natuur al te veel te veranderen en zodoende
gebied; - trede 3: op terreinen en objecten in het landelijk
Regionaal programma energievoorziening
3.5.2 Zonne-energie
gebied; trede 4: op landbouw- en natuurgronden.
zorgvuldig om te springen met ons landschappelijk kapitaal. Gemeenten hebben de inspanningsverplichting op zich
2. De aanleg van een zonnepark op landbouwgronden is
genomen om de bestuurlijke afspraken in de RES 1.0 te
niet mogelijk, tenzij:
verankeren in het lokale omgevingsbeleid. Dit is gedaan op
a. in combinatie met een substantiële agrarische functie;
verschillende manieren: in uitnodigingskaders, gebiedsvisies,
b. op landbouwgrond die op basis van bestuurlijk
omgevingsplannen of de omgevingsverordening.
bindende afspraken in transitie is; of c. het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de
De uitgangspunten met betrekking tot zonneparken
vermindering van de netcongestie of aan vergroting
op daken en op land, zijn na de vaststelling van RES 1.0
van een efficiënter netwerkgebruik.
aangescherpt door de invoering van de regels in de Aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon. Deze staan
3. De uitzonderingsmogelijkheden hebben alleen betrekking
uitgewerkt in Artikel 5.90 van de omgevingsverordening
op landbouwgronden en niet op natuurgronden. Voor
van provincie Gelderland. Net als tijdens de RES 1.0 maken
natuurgronden geldt een beschermingsregime, waarop
we in het RPE de afspraak dat gemeenten het Regionaal
geen uitzondering voor zonneparken mogelijk is.
programma energievoorziening (en dus ook de regels van de Aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon) gebruiken als basis
Deze voorkeursvolgorde houdt geen volgtijdelijkheid in. Na
voor (de actualisatie van) hun gemeentelijk beleid.
het verkennen van mogelijkheden voor het toepassen van zonnepanelen, kan worden begonnen met het gelijktijdig
Deze actualisatie op gebied van zonneenergie betekent dat zonnepanelen op daken (en gevels) nog steeds de voorkeur hebben
benutten van gekozen mogelijkheden. Uit de verkenning
Landschappelijke inpassing, ruimtelijke kwaliteit en dubbel
Er zijn gronden die planologisch als landbouwgrond zijn
grondgebruik nog steeds essentieel. En zonnepanelen op
bestemd, die in de praktijk niet meer als zodanig worden
landbouwgrond zijn alleen mogelijk onder aangescherpte
gebruikt. Indien deze gronden gedurende een ruime periode
voorwaarden.
niet meer gebruikt worden als landbouwgrond, ondanks dat
moet gemotiveerd blijken dat hogere treden onvoldoende ruimte bieden om de doelstelling te halen.
ze wel als zodanig zijn bestemd, dan vallen deze niet onder trede 4.
Deze aanscherping op gebied van zonneenergie werkt concreet door in het RPE In aansluiting op ons energieperspectief is de belangrijkste voorwaarde hierbij dat aanleg van een zonnepark op landbouwgronden niet mogelijk is, tenzij: “het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of aan vergroting van een efficiënter netwerkgebruik.” Dit betekent dat er mogelijkheden liggen als er bijvoorbeeld sprake is van combinatie met een energievrager, met opslag en/of van koppeling met een bestaand windpark.
39
Ontwerp Regionaal programma energievoorziening 40
04. Hoe brengen we de vraag naar energie en het aanbod van energie met elkaar in balans?
naar energiestromen. Vervolgens beschrijft het de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek. Met een toelichting op het Ontwikkelperspectief en de warmtetransitie belicht het twee belangrijke componenten van die vraag. Daarna stappen we over naar het aanbod van energie en wordt beschreven welke energiemix in de toekomst de vraag naar energie van de regio Stedendriehoek kan opvangen. Vervolgens vindt u een schets van het eindbeeld van de energievoorziening van de toekomst: vraag en aanbod in balans in 2050. Tot slot belicht dit hoofdstuk het bod, als mijlpaal onderweg naar ons einddoel in 2050.
RES 2.0 programma energievoorziening Regionaal
Dit hoofdstuk licht eerst toe hoe de uitgangspunten uit het energieperspectief vertaald worden
41
Regionaal programma energievoorziening
4.1 Van uitgangspunten naar energiestromen en cijfers Als we het hebben over energiestromen, hebben we het over de manier waarop energie vanuit een bepaalde bron naar de gebruiker stroomt. Hoe wordt de energie gewonnen of opgewekt? Hoe wordt hij verwerkt, opgeslagen, getransporteerd en verdeeld? En wie gebruikt uiteindelijk de energie op welk moment?
Het energieperspectief maakt toekomstige ontwikkelingen in energiestromen zichtbaar en concreet door ze te vertalen naar cijfers
die er ligt om onze doelen voor 2050 te halen. Ook maakt
Die cijfers laten zien hoe de energiestromen binnen onze
En welke uitdagingen dat geeft voor energieopslag en de
regio en in onze gemeenten zich tussen 2019 en 2050 naar
energietransport-infrastructuur.
verwachting ontwikkelen. Dat geeft richting aan de uitdaging
42
het ons mogelijk om eerste inschattingen te maken van de hoeveelheid duurzame energie die we in de periode vanaf nu tot 2050 op enig moment als regio willen kunnen opwekken.
Regionaal programma energievoorziening
4.2 De omvang van onze energievraag Deze paragraaf schetst hoe in de regio Stedendriehoek de vraag naar energie zich de komende jaren naar verwachting ontwikkeld. De vraag naar energie ontstaat op vier verschillende terreinen: in de gebouwde omgeving, in de landbouw, in de industrie en in verkeer & vervoer
Van dat totale energieverbruik in 2050 vullen we ongeveer 5 TWh in met elektriciteit
Op al deze terreinen is energie nodig voor verduurzaming
dagen, weken en seizoenen. Om toch altijd voldoende
van bestaande processen, gebouwen en voertuigen. En
energie te hebben, slaan we gedurende het jaar ongeveer
er is energie nodig voor het ontwikkelen en produceren
50% van alle elektriciteit voor kortere of langere tijd op,
van nieuwe duurzame woningen, nieuwe industriële
voordat we die gebruiken. Daarvoor zijn allerlei verschillende
processen, nieuwe machines en nieuwe auto’s en overige
vormen van opslag nodig. Bij het opwekken en opslaan van
transportmiddelen. De hoeveelheden energie die hierbij
energie maken we onderscheid in het deel dat we als regio
horen in 2019 en in 2050 zijn te zien in afbeelding 5.
zelf gaan opwekken en het deel waarvoor wij het centrale
Tegelijkertijd variëren vraag en aanbod sterk gedurende
net blijven gebruiken.
Een belangrijke prognose is dat in de regio de vraag naar energie daalt van ongeveer 10 TWh in 2019 naar ongeveer 7 TWh per jaar in 2050 we steeds meer elektrische systemen en apparaten
4.2.1 Onze energievraag en de relatie met het Ontwikkelperspectief
gebruiken. Ook zijn elektrische processen efficiënter dan
In de regio wordt het Ontwikkelperspectief uitgewerkt.
processen op basis van fossiele brandstoffen. Aan de
Het Ontwikkelperspectief is het vervolg van de eind
andere kant daalt de energievraag door energiebesparende
2024 vastgestelde Contourenschets 2050 voor de
acties. Denk bijvoorbeeld aan isolatie van woningen en
Stedendriehoek, waarin vier denkrichtingen staan voor
kantoorgebouwen, of een efficiënter productieproces in de
een verstedelijking in balans in de regio Stedendriehoek.
industrie.
Dit Ontwikkelperspectief schetst hoe onze groeiambities
Die daling wordt aan de ene kant veroorzaakt doordat
op gebied van woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en de bijbehorende energievoorziening een plek kunnen krijgen in de schaarse ruimte. Met behoud en versterking van onze natuur en ons landschappelijk kapitaal. Het gaat om de ontwikkeling van de hele regio met oog voor de mens en focus op versterking van de kwaliteit van leven. Een andere term voor die kwaliteit van leven is ‘brede welvaart’. Het Ontwikkelperspectief brengt daarmee ook een deel van de nieuwe energievraag in beeld.
43
Regionaal programma energievoorziening
De verwachte ontwikkeling van de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek verdeeld naar sectoren gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw 2019
2022
≈ 10 TWh
≈ 9 TWh
in een mix van elektriciteit, gas en andere fossiele brandstoffen
+
2050
≈ 7 TWh
in een mix van duurzame elektriciteit en omgevingsenergie
3,7 TWh
3,1 TWh
2,5 TWh
2,2 TWh
3,5 TWh
1,8 TWh +
0,5 TWh
0,5 TWh
Afbeelding 5: De verwachte ontwikkeling van de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek. Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 en Regionale Klimaatmonitor We gebruiken 2019 als referentiejaar, omdat dat het laatste jaar voor corona en de oorlog in Oekraïne was.
Reikwijdte RES 1.0 ten opzichte van het Regionaal programma energievoorziening
Energievraag Energieaanbod Transport, opslag en Met het Ontwikkelperspectief bewaken we Op plekken waar flexibel het elektriciteitsnet minder geschikt is, gebruik Warmtetransitie: Opwekking zonne-energie, de ruimtelijke balans binnen de regio kunnen beter netvriendelijke woningen komen en bedrijven bestaande woningen en grootschalig
Transport: De vraag om ruimtevan is immers meer woningen, meer die minder energie gebruiken. Dit is een voorbeeld van werklocaties het gasgroot: af Opwekking windenergie, Energie-infrastructuur woningen grootschalig werk,Nieuwe meer mobiliteit en een decentraler energiesysteem. hoe het Regionaal programma energievoorziening Nieuwe Opwekking Terwijl we de werklocaties komende jaren nog te maken hebben met zonne-energie, invloed kan hebben op keuzes in ruimtelijke ordening Opslag: Verduurzaming mobiliteit kleinschalig Batterijen een overbelast elektriciteitsnet en de uitdaging om de hele en hoe het samenhangt met het bredere ruimtelijke Verduurzaming industrie Opwekking windenergie, Warmtebuffers energievoorziening geven, moeten ontwikkelperspectief. en landbouw toekomstgericht vorm tekleinschalig Omgevingsenergie maatschappelijke ontwikkelingen wel doorgang vinden. Dat Flexibel gebruik: (lucht, water en ondiepe Gebruik buitenwerkt Het team dat werkt van aanenergie het RPE vraagt in de openbare ruimte dus om afgewogen keuzes.
ondergrond) de piekmomenten ook mee aan de totstandkoming van het Keuzes die bijdragen aan het eindbeeld dat wij hebben voor Restwarmte (uit de industrie) Slimme meters/slim laden onze regio en de energievoorziening die we daarvoor nodig Geothermie (diepe Ontwikkelperspectief Flexibele energieprijzen ondergrond) Daarmee wordt de integratie van de energievoorziening van hebben. Biogas de toekomst in het Ontwikkelperspectief geborgd. Andersom Waterstof Het thema energie is daarbij mede krijgen uitgangspunten uit het Ontwikkelperspectief een plek Kernenergie bepalend in de ruimtelijke ordening in het RPE. Daar waar het toekomstige elektriciteitsnet geschikt is voor groei van bedrijven die veel energie gebruiken, is het logischer om ruimte te maken voor deze bedrijven.
44
Een onderdeel van de energietransitie dat extra aandacht
De gemeente regisseert de planning en uitvoering van de overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen in de gebouwde omgeving
vraagt, is de warmtetransitie. De warmtetransitie is de
Daarvoor stellen gemeenten een warmteprogramma op.
overstap van het verwarmen van onze gebouwde omgeving
In die warmteprogramma’s brengen zij op basis van lokale
met aardgas, naar het verwarmen met energie uit duurzame
afwegingen in kaart wat per buurt of gebied duurzame
bronnen. Dit volgt uit de afspraak met het Rijk dat alle
alternatieven zijn voor verwarmen met aardgas. De
sectoren in Nederland in 2050 klimaatneutraal zijn. Ook in de
warmteprogramma’s zijn een vervolg op de transitievisies
warmtetransitie gaat het over de vraag naar energie.
Warmte en moeten uiterlijk eind 2026 zijn vastgesteld. Elke
Regionaal programma energievoorziening
4.2.2 Onze energievraag en verwarmen zonder aardgas
5 jaar worden de warmteprogramma’s herijkt.
Met de gebouwde omgeving bedoelen we de
In de warmteprogramma’s krijgt ook de lokale isolatieaanpak een plek
door de mens gemaakte omgeving, waar mensen
Hierbij worden de uitgangspunten en actielijnen vanuit het
samenkomen om te leven en te werken. Het gaat
Nationaal isolatieprogramma gevolgd. Op deze manier is het
dan bijvoorbeeld om woningen, bedrijfsgebouwen,
thema isolatie geborgd in onze aanpak voor de energie- en
parken en zwembaden. Maar ook om de
warmtetransitie. Op regionaal niveau werken de mensen die
ondersteunende infrastructuren, zoals transport,
zich bezig houden met de warmtetransitie nauw samen met
water en energienetwerken.
het Regionaal programma energievoorziening. Er wordt samen kennis ontwikkeld en gedeeld, waardoor ook isolatie en energiebesparing onderdeel zijn van de plannen voor de toekomstige energievoorziening van de regio Stedendriehoek.
HEERDE
LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF
Heerde op Rozen: collectieve zonne-energie In het project Heerde op Rozen legt energiecoöperatie
Coöperatieve Energieopwekking. Er zijn al drie daken
Heerde Energiek zonnesystemen op grote daken
met 800 zonnepanelen in gebruik, met een rendement
en maakt daarbij gebruik van de subsidieregeling
van 5% voor de deelnemers.
45
Regionaal programma energievoorziening
Aardgas kan vervangen worden door een warmtebron, gecombineerd met een warmtepomp en eventuele warmteopslag
De oplossingen voor warmte worden nu uitgewerkt in de warmteprogramma’s van de gemeenten
De temperatuur van warmtebronnen als water en lucht is
Zonder daarop vooruit te willen lopen, geeft dat de volgende
te laag om direct in te kunnen zetten. Om die temperatuur
richtingen:
te verhogen, worden warmtepompen ingezet. Zo’n
• Als er een warmtebron beschikbaar is die mogelijk
warmtepomp kan individueel of collectief gebruikt worden.
in aanmerking komt voor een collectieve oplossing,
Aangezien warmtepompen werken op elektriciteit, zorgt dat
moet worden onderzocht of deze daarvoor geschikt is.
voor een toename van het elektriciteitsgebruik. Aardgas kan
Dit hangt af van hoeveel warmte de bron kan leveren,
in principe ook vervangen worden door een duurzaam gas:
hoe hoog de temperatuur is en of we de bron goed
groen gas of waterstof bijvoorbeeld. In de praktijk zal dat
kunnen ontsluiten. Ook is het belangrijk dat er eventuele
in de gebouwde omgeving bijna altijd onaantrekkelijk zijn
alternatieve warmtebronnen beschikbaar zijn, mocht een
door hoge kosten of beperkte beschikbaarheid. Duurzame
oorspronkelijke bron wegvallen.
gassen worden naar verwachting vooral ingezet om pieken
• Hoeveel huizen er in een gebied staan, is ook belangrijk.
in de vraag naar elektriciteit en warmte op te vangen en
Hoe meer huizen, hoe makkelijker het is om de
bij bedrijven voor productieprocessen met zeer hoge
warmtebron efficiënt te gebruiken, bijvoorbeeld met
temperaturen.
een warmtenet. Als er minder huizen zijn, is een groot collectief systeem vaak moeilijker. Dan kunnen kleine
Aardgasvrij verwarmen van de gebouwde omgeving kan niet zonder elektriciteit
collectieve systemen met warmteopslag een oplossing
Met de uitwerking van de energievoorziening van de
warmtepomp hoeft te hebben. In gebieden met weinig
toekomst legt de regio de verbanden tussen de lokale
huizen is er vaak geen gezamenlijke warmtevraag. In deze
warmteprogramma’s en de hoeveelheid hernieuwbare
gevallen is het logisch om individuele oplossingen te
elektriciteit die daarvoor nodig is.
gebruiken om van het gas af te komen.
zijn. Dit betekent dat niet elk huis een eigen elektrische
Als we het hebben over elektriciteitsgebruik, zijn warmtenetten vaak heel efficiënt
De Regionale Structuur Warmte onderzoekt of bovenlokale warmtebronnen gebruikt kunnen worden
Dat komt omdat grote industriële warmtepompen in een
In de RES 1.0 is voor onze regio een uitgebreide analyse
warmtenet efficiënter zijn dan de warmtepompen die aan
gemaakt waar bovenlokale bronnen aanwezig zijn en
consumenten worden verkocht. Hoe efficiënt het warmtenet
op welke plekken in de regio een hoge energievraag
is, hangt sterk af van de warmtebron, de hoeveelheid
bestaat. Hieruit is gebleken dat er twee grote bronnen
aangesloten gebouwen en de onderlinge afstanden. Het
van restwarmte zijn: het rioolwater van Friesland Campina
elektriciteitsverbruik is in een warmtenet eenvoudiger te
(gemeente Lochem) en de papierindustrie in Eerbeek
reguleren. Dat komt omdat warmtenetten vaak grote buffers
(gemeente Brummen). Het gebruik van de restwarmte uit
hebben en altijd over een reserve- of piekvoorziening
het rioolwater van de fabrieken van Friesland Campina
beschikken. In het kader van de energietransitie, de
is door de gemeentes Lochem, Zutphen en Berkelland
netcongestie en met een vraag naar elektriciteit die niet altijd
onderzocht. Op basis van dit onderzoek is het gegund
past bij het aanbod, onderzoeken we daarom bij voorkeur
aan kleinschalige lokale projecten in Berkelland en een
altijd eerst met inwoners en ondernemers de mogelijkheid
grootschalig warmtenet in Zutphen. Voor de restwarmte uit
van een warmtenet.
de papierindustrie doet de gemeente Brummen onderzoek naar een eerste toepassing in Eerbeek. Het ligt op dit moment nog niet voor hand deze bron op andere plekken in te zetten.
46
10000
Een i onze van 2 Regionaal programma energievoorziening
Energieverbruik van woningen in de regio Stedendriehoek in TJ
12 TWh
bron voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Via
Het aardgasverbruik in de gebouwde 9000 omgeving in de Stedendriehoek daalt
de volgende link komt u bij een artikel terecht over kansen
Dat is8000 vooral te danken aan hoge prijzen en zachte
10 TWh
voor het verwarmen van huizen met water uit de IJssel en de
winters en -in mindere mate- aan isolatie. Tegelijkertijd is 7000 elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving tussen 2012 6000 en 2022 slechts licht gestegen. Dat komt doordat er veel
8 TWh
De regio onderzoekt ook de mogelijkheden van de IJssel als
samenwerking in Zutphen waar concrete stappen worden gezet om aquathermie in te zetten voor een warmtenet: regio Stedendriehoek | Huizen verwarmen met water uit de IJssel . Daarnaast kijken we in de regio naar mogelijkheden voor geothermie, biogas (door mono-mestvergisting) en restwarmte op bedrijventerreinen. De keuzes in de lokale warmteprogramma’s hebben veel consequenties voor de energievoorziening van de toekomst De keuzes hebben namelijk invloed op de vraag naar elektriciteit. Zowel gemeentelijk als regionaal is de zoektocht naar voldoende duurzame elektriciteit om die warmte uit de omgeving te kunnen halen een belangrijk onderwerp. Het is daarom belangrijk dat het RPE, de lokale warmteprogramma’s en de plannen van de netbeheerders goed op elkaar aansluiten.
energiezuinige apparatuur is ontwikkeld en veel mensen 5000 zonnepanelen hebben aangeschaft. De grote stijging van 4000 de elektriciteitsvraag komt nog, als meer cv-ketels worden
6 TWh
4 TWh
vervangen door warmtepompen en benzineauto’s door 3000 elektrische auto’s. Wat niet in de grafiek te zien is, maar goed2000 om te vermelden: er zijn wel meer pieken in het
2 TWh
elektriciteitsgebruik op de momenten dat ze niet gewenst 1000 zijn. In de winter bijvoorbeeld, als de warmtepomp harder 0 maar er minder duurzaam opgewekte moet werken, 2012 2015 2020 2023 elektriciteit geproduceerd wordt.
0 TWh
1 TWh
Stadswarmte
Du
Houtkachels
(Di
Totaal elektriciteitsverbruik woningen incl. zonnestroom achter de meter
Om
Ele
Aardgas
Bra
Aa
Energieverbruik van woningen in de regio Stedendriehoek in TJ
Gemiddeld energieverbruik per Een indruk van de verandering van woning in de regio onze regionale energiedragers Stedendriehoek in TJ van 2019 naar 2050
10000 9000
120,07 TWh
8000
0,06 10 TWh
7000 6000
0,05 8 TWh 0,04
5000
60,03 TWh
4000
40,02 TWh
3000
0,01 2 TWh 0
2000
1 TWh
1000
Scen
Scenario 1
Scenario 2
2012
2015
2020
2023
0 TWh
0 2012
2015
2020
2019
2023
2050
Stadswarmte
Duurzame gassen en brandstoffen
Houtkachels
(Diepe) geothermie
Totaal elektriciteitsverbruik woningen incl. zonnestroom achter de meter Aardgas
Omgevingsenergie (bodem, lucht, water, rest) Afbeeldingen 6a en 6b: Verloop van het energieverbruik in woningen in de Elektriciteit regio Stedendriehoek Bron: [nog aanvullen]
Brandstoffen (benzine, diesel, LPG)
Aardgas
47
Energieprofiel van een huishouden op een januaridag
Hoogte van de energievraag
Regionaal programma energievoorziening
4.3 De energievoorziening van de regio Stedendriehoek in 2050 Deze paragraaf schetst de verwachte energievraag in de regio Stedendriehoek in 2050 en met welke 1 2 3 4 aan 5 6die 7 vraag 8 9 10 11 12 13 wordt. 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 energiemix voldaan Uren van de dag
In 2050 kan ongeveer 80% van de energie voor de regio Stedendriehoek in de regio zelf geproduceerd worden
Kijkend naar het aandeel elektriciteit, wekken we in de
Afbeelding 1 laat zien hoe dat eindbeeld er in 2050 uit kan
gebruiken we het centrale net. Van de elektriciteit die we
zien. Het totale aanbod van energie is op dat moment
nodig hebben, wekken wij in 2050 dus ongeveer 60% zelf
7,5 TWh. Daarvan bestaat 5,0 TWh uit elektriciteit en
op. Daarbij maken we slim gebruik van de beschikbare
2,0 TWh uit omgevingsenergie. De overige 0,5 TWh komt
omgevingsenergie en andere lokale duurzame bronnen.
uit andere duurzame bronnen binnen de regio, zoals diepe
Daardoor kunnen we binnen de regio 5,5 TWh van de
geothermie, duurzame gassen en biobrandstoffen.
7 TWh die we nodig hebben, zelf opwekken. Hiermee kan
regio 2050 3,0 TWh lokaal en regionaal op met behulp van zonne- en windenergie. Voor de overige 2,0 TWh
ons niveau van dus oplopen tot 80%. Mogelijk eindbeeld van de energievoorziening inzelfvoorziening de regio Stedendriehoek in 2050
Energieaanbod Elektriciteit van binnen de regio: ≈ 3 TWh Elektriciteit van buiten de regio: ≈ 2 TWh Totale energievraag binnen de regio ≈ 7 TWh
Lokale omgevingsenergie: ≈ 2 TWh Diepe geothermie, waterstof, biogas/groen gas en overige biobrandstoffen, lokaal: ≈ 0,5 TWh
Totaal energieaanbod van binnen de regio ≈ 5,5 TWh Totaal energieaanbod van buiten de regio ≈ 2 TWh
≈ 80% zelfvoorzienend
Totaal: ≈ 7,5** TWh Afbeelding 1: Mogelijk eindbeeld van de energievoorziening in de regio Stedendriehoek in 2050 Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 * aanname dat de helft van de duurzame gassen en biobrandstoffen van buiten de regio wordt geïmporteerd. ** met de getallen die de gemeenten in de regio Stedendriehoek hebben aangeleverd, komen we uit op een aanbod dat hoger is dan de vraag. Die getallen worden de komende jaren preciezer.
48
elektriciteit. De voorspellingen van de netbeheerders en
Hiervoor ontbreekt op dit moment bij gemeenten politiek-
verwerkt. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met de
bestuurlijk draagvlak. Op de lange termijn zijn kleinschalige
nationale plannen van de netbeheerders en de ministeries.
kernenergie en andere vormen van kleinschalige regelbare
Die uitkomsten kwamen goed met elkaar overeen. Het jaar
energieopwekking niet uitgesloten. De provincie Gelderland
2050 is nog ver weg, maar op basis van de analyses ligt er
onderzoekt de mogelijkheden voor kleine kerncentrales, de
een goed eindbeeld, inclusief een behoorlijk nauwkeurig
zogenaamde Small Modular Reactors (SMR’s). We blijven
beeld van de verwachte energievraag.
plannen van de gemeenten voor woningbouw, bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling en verduurzaming zitten daarin
hierover met elkaar in gesprek en volgen de ontwikkelingen richting 2050 op dit gebied.
Regionaal programma energievoorziening
Kleinschalige kernenergie maakt vooralsnog geen onderdeel uit van de regionale energiemix
Vervolgens is bekeken hoeveel energie we in de regio kunnen produceren. De energiemix voor 2050 is gebaseerd
Het eindbeeld helpt om de ontwikkeling van duurzaam opgewekte elektriciteit te volgen
op regionale vertalingen van het energieperspectief naar
Het eindbeeld voor 2050 en de cijfers die daaraan ten
en hoeveel omgevingsenergie en energie uit andere duur
grondslag liggen, kunnen gebruikt worden om jaarlijks te
zame bronnen we lokaal kunnen gebruiken, in 2050 en in de
controleren of we op koers liggen om het einddoel te halen.
periode onderweg daar naartoe. Hierbij is zowel grootscha
onze toekomstige energievoorziening. Er is een inschatting gemaakt hoeveel elektriciteit we lokaal kunnen produceren
lige als kleinschalige energieopwekking meegenomen. Ook
Het eindbeeld is na uitgebreid onderzoek en analyse tot stand gekomen
de gemeentelijke warmteplannen zijn onderdeel van deze
Er is gekeken hoeveel energie we in de regio nodig hebben
-projecten meegenomen. Naarmate prognoses gaan over
voor bedrijvigheid, mobiliteit en gebouwen. Daarbij is
de periode 2040-2050 krijgen deze meer het karakter van
gerekend met conservatieve aannames voor de effecten
ambities.
analyse. Tot 2030-2035 zijn bekende gebiedsprocessen en
van de overgang van fossiele brandstoffen op duurzame
LOCHEM
LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF
Biogashub in Lochem Het Achterhoekse landschap leent zich uitstekend
Lochem zet de Stichting Stimulering Biogas Lochem
voor een biohub, een kleinschalige biogasinstallatie
en Omgeving zich in voor een uitbreiding van deze
gekoppeld aan een leidingnetwerk. Dit systeem valt
duurzame vorm van energieopwekking.
nauwelijks op in het coulisselandschap. In de gemeente
Zie ook: Biogas - gemeente Lochem
49
Regionaal programma energievoorziening
4.4 Het bod in het RPE: de eerste mijlpaal op weg naar 2050 Elke regionale energiestrategie bevat een bod: een belofte om ons best te doen om vanaf een bepaald moment jaarlijks een bepaalde hoeveelheid duurzame energie op te wekken. Het bod in het RPE is gebaseerd op de energievoorziening zoals we die als regio in 2050 voor ons zien. Daarbij is het een voortzetting van het RES 1.0 bod. In het RPE blijft ons bod 1,07 TWh; we willen dit zo snel mogelijk na 2030 en uiterlijk in 2035 bereiken
Tenslotte speelt met name bij zonne-energie de uitdaging
Het bod zien wij als mijlpaal voor het grootschalige gedeelte
zonne-elektriciteit wordt dus steeds minder waard. Dat
van de energieopwekking, op weg naar ons einddoel: een
probleem kan grotendeels worden opgelost met batterijen.
klimaatneutrale energievoorziening in 2050.
Die inhaalslag komt, maar het zal enkele jaren duren voordat
dat er onvoldoende vraag naar elektriciteit is op het moment dat alle zonnepanelen maximaal leveren. Die
batterijen net zo normaal zijn als zonnepanelen. Op dat
Er zijn verschillende redenen voor het feit dat 2030 te vroeg komt om het bod te bereiken
moment ontstaat ook economisch weer ruimte voor meer zonne-energie.
Ten eerste de netcongestie: het verschijnsel dat er op momenten regelmatig meer elektriciteit geproduceerd of gevraagd wordt dan de elektriciteitsnetten aankunnen.
Meer informatie over het RPE en wat de
Daardoor is het op veel plekken nu niet mogelijk om
aanleidingen waren om de RES 1.0 te actualiseren,
zonnevelden, windmolenparken en afnemers aan te sluiten
vindt u in de bijlage ‘Van RES 1.0 naar het Regionaal
op het elektriciteitsnet, of bestaande aansluitingen te
programma energievoorziening: toelichting en
verzwaren.
verantwoording’.
Ten tweede zijn de mogelijkheden voor het halen van de RES 1.0 doelen de afgelopen jaren beperkt. Dit is het gevolg van aangescherpte normen voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie op land. En van de beperkingen voor windenergie door de wespendief, een beschermde roofvogel die onder meer leeft op en rond de Veluwe.
50
Brandstoffen (benzine, diesel, LPG) Aardgas
Twee scenario’s laten zien wanneer we het bod kunnen halen
Windenergie is in de beschreven scenario’s niet meegenomen
We kijken hierbij alleen naar het grootschalig opwekken
Daar is voor gekozen omdat het aandeel windenergie in ons
van elektriciteit, want dat is waar ons bod in de RES 1.0 op
bod in absolute zin klein is: 0,11 TWh/jr. De verwachting is dat
gebaseerd is. In de voortgangsrapportage van 1 juli 2025 is
we als regio met de bestaande initiatieven voor windenergie
Scenario RES 1.0-bod te zien dat dit in onzem.b.t. regio om 0,4 TWh per jaar gaat.
de bijdrage van windenergie in het bod kunnen halen. De windprojecten die in Lochem en Zutphen in ontwikkeling
Bod bereikt in 2039
Scenario 1 2025
2030
2040
0,4 TWh
0,57 TWh
1,2 TWh
Bod bereikt in 2035
Scenario 2
2023
2025
2030
2040
0,4 TWh
0,67 TWh
2,0 TWh
Afbeelding 7: Scenario’s voor het grootschalig opwekken van energie ten behoeve van het bod in het RPE Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 Met aannames van IJsselwind online in 2027, wind Lochem online in 2031 en repowering oude turbines Zutphen in 2032
zijn en de mogelijke repowering van de bestaande turbines in Zutphen tellen op tot ongeveer 0,11 TWh/jr. Dat is zonder exacte aantallen en typen windturbines te kennen. De
Regionaal programma energievoorziening
per
Elektriciteit
mogelijkheden voor nieuwe wind-initiatieven om uiterlijk in 2035 energie te produceren, zijn beperkt.
In de toekomst werken we dit soort scenario’s graag uit samen met het Rijk, de provincie en andere regio’s De scenario’s die we nu beschreven hebben, zijn vooral gebaseerd op de groei van de hoeveelheid zonne-energie vanaf 2021. Die lag rond of boven de 30% per jaar. Door netcongestie, knellende regels, onzekere business cases en beperkte opslagmogelijkheden zien we dat tempo duidelijk teruglopen. Door gegevens van andere overheden mee te nemen in de uitwerking, vergroot dat de betrouwbaarheid van toekomstige scenario’s.
Scenario 1 Elk jaar groeit het percentage zonne-energie dat op daken
Het bod is een mijlpaal en geen doel op zich
wordt opgewekt met 10% en het percentage zonne-energie
Omdat we nu de hele energievoorziening bekijken, verandert
dat op land wordt opgewekt met 5%. Het RES 1.0-bod wordt
er alleen wel iets. We beschouwen het bod niet langer als
bereikt in 2039. In dit scenario komt de groei van het aandeel
doel op zich, maar als een eerste mijlpaal op weg naar dat
duurzaam opgewekte energie langzaam weer op gang. Dat
eindbeeld in 2050. En dan specifiek voor het gedeelte
komt doordat de netversterkingen en de implementatie van
grootschalige energieopwekking. Dat doen we in het
mogelijkheden tot energieopslag tijd nodig hebben.
bredere perspectief van de energievoorziening van de toekomst. We kijken naar de hoeveelheid energie die wij als
Scenario 2
regio nodig hebben en maken onderscheid in het deel dat
Elk jaar groeit het percentage zonne-energie dat
we zelf gaan opwekken en het deel waarvoor wij het centrale
grootschalig op daken wordt opgewekt met 15% en het
net gaan gebruiken.
percentage zonne-energie dat op land wordt opgewekt met
sneller weer op gang, vooral doordat de implementatie
Met de voortgangsrapportage monitoren we of we koers liggen om het bod te realiseren
van mogelijkheden tot energieopslag versnelt. Die trend
Het Nationaal Programma RES (NPRES), heeft met alle
is in de praktijk zichtbaar en wordt ook onderschreven
energieregio’s afgesproken dat vanaf 2023 iedere twee
door onderzoeksbureau Ecorys en brancheorganisatie
jaar op 1 juli de voortgang wordt gerapporteerd in een
EnergyStorageNL. Als regio Stedendriehoek baseren
voortgangsrapportage. Daarmee monitort NPRES de
we ons op scenario 2 en geven onszelf beredeneerd de
landelijke voortgang. Tegelijkertijd beantwoorden deze
uitdaging om het bod van 1,07 TWh zo snel mogelijk na 2030,
voortgangsrapportages voor onszelf de vraag of de regio
en uiterlijk in 2035, te realiseren.
Stedendriehoek op koers ligt om haar bod tijdig te realiseren.
8%. Het RES 1.0-bod wordt bereikt in 2035. In dit scenario komt de groei van het aandeel duurzaam opgewekte energie
Ook levert de voortgangsrapportage inzicht in de bijdrage per gemeente. Op 1 juli 2025 verschijnt de volgende voortgangsrapportage.
51
Regionaal programma energievoorziening
Ons bod blijft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting
2. De omvang en vorm van de energiestromen ontwikkelt zich nog verder. Dit heeft te maken met voortschrijdend
Dit bod sluit aan bij de energiebehoefte die we als regio
inzicht. De uitgangspunten geven al wel veel houvast voor
in de toekomst hebben. Daarom stimuleert het ons om
de energievoorziening van de toekomst.
dit bod ook daadwerkelijk te halen. Toch is het geen resultaatsverplichting, maar een inspanningsverplichting. Daar zijn meerdere redenen voor:
3. De maatschappelijke ontwikkelingen zijn maar beperkt te beïnvloeden door de gemeenten, de provincie, de waterschappen en de netbeheerder binnen onze
1. De dynamiek in de energietransitie is groot Zo hebben we te maken met: • De stand van de technische mogelijkheden. Denk
energieregio. Terwijl ze wel mede bepalend zijn voor de richting en het tempo van de energietransitie. Voorbeeld van een maatschappelijke ontwikkeling is
bijvoorbeeld aan:
dat ondernemers eigen batterijsystemen aanschaffen
- De kansen en uitdagingen die batterijen bieden. Dit
en inwoners overgaan tot de installatie van een
wordt een belangrijke technologie, maar we weten niet
warmtepomp.
wanneer die echt doorbreekt, en hoe de regels vorm krijgen om ze netvriendelijk in te zetten. - Innovaties als efficiëntere windmolens, windmolens die minder geluid produceren met betere vogeldetectie.
4. De energietransitie concurreert met andere opgaven om een plekje in de fysieke leefomgeving Denk bijvoorbeeld aan afstandsnormen voor windmolens
- Keuzes rond het al dan niet distribueren van waterstof
terwijl er plannen zijn voor een nieuwe woonwijk in
naar de regio en de mogelijkheid die dat bijvoorbeeld
hetzelfde gebied. Of aan de keuzes in aantrekken en
biedt voor het kleinschalig opwekken van energie met
behouden van energie-intensieve bedrijvigheid. Deze
behulp van regelbare stroomgeneratoren.
keuzes maakt onze regio de komende jaren binnen het
- Ontwikkelingen rond SMR’s (kleine kerncentrales). • Wet- en regelgeving die nog relatief nieuw is of in ontwikkeling is en waar de komende jaren ongetwijfeld
Ontwikkelperspectief. Dit heeft vanzelfsprekend zijn effect op de inrichting van onze energievoorziening van de toekomst.
toevoegingen en wijzigingen in gaan komen. Zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet, de aangescherpte
Het RPE is opgesteld met de kennis van nu
voorkeursvolgorde zon, de landelijke normen voor
De vier punten hiervoor werken door op de hele
het opwekken van windenergie op land, de nieuwe
energievoorziening van de toekomst. Daarom is het
Energiewet en de regels en normen voor netbeheerders
energieperspectief ook nooit af en wordt dit RPE herijkt op
vanuit de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Meer
het moment dat de ontwikkelingen in de energietransitie
informatie over de Energiewet vindt u in bijlage 4.
daar aanleiding toe geven.
• De nu en straks geldende marktordening. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat we op dit moment overal in Nederland merken dat de elektriciteitsnetten tegen hun grenzen aanlopen. En we tegelijkertijd nauwelijks de mogelijkheid hebben om daar, bijvoorbeeld met prijsprikkels of dynamische tarieven voor iedereen, iets aan te doen. • Geopolitieke ontwikkelingen die kunnen leiden tot bepaalde prioritering.
52
Regionaal programma energievoorziening
05. Samen werken en samen uitwerken
53
Regionaal programma energievoorziening
54
Regionaal programma energievoorziening
5.1 Wie er heeft bijgedragen aan het RPE Het RPE is een document, waarin de gezamenlijke keuzes beschreven staan. Maar het is ook een manier om in de regio samen te werken aan de energietransitie. Dat proces van samen ontwikkelen is onmisbaar voor het bereiken van ons doel: een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening voor inwoners, ondernemers en bezoekers van de gemeenten in onze regio: Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. De stuurgroep is bestuurlijk opdrachtgever voor het RPE
Het programmateam werkt nauw samen met een ambtelijke coördinatiegroep
De stuurgroep wordt gevormd door bestuurders van de
In deze coördinatiegroep -ook wel de cogro genoemd-
7 gemeenten, de waterschappen de provincie, Liander, een
zitten de beleidsadviseurs energie van de 7 gemeenten,
vertegenwoordiger van de maatschappelijke stakeholders
de provincie, de waterschappen, Liander en het Nationaal
en een vertegenwoordiger van de Adviestafel.
Programma RES. De cogro is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de stuurgroepvergaderingen en de
Voor de ontwikkeling en uitwerking van het RPE is bij de regio Stedendriehoek een werkorganisatie ingericht met een eigen programmateam
stukken die daar besproken worden.
Het programmateam bestaat uit de programmamanager,
Om ook maatschappelijke partners te betrekken, is op regionaal niveau de Adviestafel ingericht
een projectleider RPE, twee energietransitie-planologen,
Aan de Adviestafel zitten de energiecoöperaties, VNO-NCW,
de projectleider voor het energieperspectief, een expert op
Jong Regio, LTO Noord, Natuur en Milieu Gelderland, de
gebied van lokaal eigendom, een communicatieadviseur, een
Rabobank namens de financiële sector en Saxion namens
secretaris en een tekstschrijver.
de onderwijsinstellingen. De Adviestafel is in het hele proces nauw betrokken bij de totstandkoming van het RPE en geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de stuurgroep. Een vertegenwoordiger van de Adviestafel is lid van de stuurgroep.
55
Regionaal programma energievoorziening
Communicatie is een belangrijk aandachtspunt
er webinars georganiseerd voor volksvertegenwoordigers,
Er is een vast periodiek overleg ingericht met de
plaatsgevonden en gaat die nog plaatsvinden bij Provinciale
communicatieadviseurs van de gemeenten. De
Staten. De waterschappen hebben ervoor gekozen om
communicatieadviseurs doen gezamenlijk voorstellen aan
geen opiniërende bijeenkomsten te organiseren voor hun
de programmamanager over de regiobrede communicatie.
algemene besturen. Ook kunnen raden en staten een motie
Ook organiseren ze binnen de eigen organisatie de
indienen op het ontwerp van het RPE.
hebben er opiniërende besprekingen bij de gemeenteraden
communicatie tijdens het proces van totstandkoming van het RPE.
Volksvertegenwoordigers worden betrokken bij de totstandkoming van het RPE
Elke gemeente organiseert zelf de participatie met inwoners en ondernemers Het ontwerp Regionaal programma energievoorziening wordt bij de zeven betrokken gemeenten en de provincie Gelderland ter inzage gelegd. Op die manier hebben
De Raadsadviescommissie en de griffierskring hebben
alle mensen die wonen of werken binnen onze regio de
geadviseerd over de manier waarop we dat het beste
kans om een zienswijze in te dienen. Daarbij kiest een
konden doen. Dat heeft ertoe geleid dat raadsleden,
deel van de gemeenten ervoor om fysieke informatie- en
provinciale staten en de algemene besturen van de
inloopmomenten te organiseren. Zo informeren zij inwoners
waterschappen de mogelijkheid hebben gehad om
en ondernemers, gaan met hen in gesprek en halen input op
informatie te vergaren en input te geven op het RPE. Zo zijn
voor het Regionaal programma energievoorziening.
LOCHEM
LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF
Local4local LochemEnergie zet zich sinds 2024 in voor
werken aan duurzaamheid. Het Lochemse Almen wil
Local4Local: een systeem waarmee buurten,
energieneutraal worden en start met een onderzoek
kernen en andere gemeenschappen zelf opgewekte
naar energieverbruik. Het dorp denkt vervolgens
energie logischer, socialer en goedkoper verdelen
aan toepassingen zoals biogas, windenergie en
onder deelnemers. Met de zogenaamde circus-
warmtekrachtkoppeling.
methode kunnen de deelnemers kiezen hoe zij gaan
56
Regionaal programma energievoorziening
5.2 Energie gemeenschappen: de motor van het lokale energiesysteem Met de inwerkingtreding van de Energiewet kent Nederland vanaf 1 januari 2026 een nieuwe juridische entiteit in de energiemarkt: de energiegemeenschap. Binnen een energiegemeenschap kunnen inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, agrariërs en overheden in een gebied samen energie opwekken, opslaan, delen of leveren
opgaven. Het coöperatieve model Local4Local is daarin
Bijvoorbeeld in coöperatieve projecten. Daarmee zijn zij de
zoveel mogelijk energie te delen.
een belangrijk onderdeel. Met behulp van Local4local zijn energiegemeenschappen in staat om energie te leveren tegen een eerlijke en stabiele prijs. Ook ondersteunen de energiegemeenschappen inwoners en ondernemers om
motor van het lokale energiesysteem van de toekomst. Zo zorgen we samen voor een betrouwbare, betaalbare en
Het doel van energiecoöperaties blijft om te zorgen
klimaatneutrale energievoorziening voor onze woon- en
voor duurzaam opgewekte energie in lokaal eigendom.
werkgebieden.
Zij kunnen deze rol alleen maar goed invullen als zij structureel kunnen samenwerken met gemeenten en
De energiecoöperaties in de regio Stedendriehoek willen samen doorgroeien naar een energiegemeenschap op gemeentelijk niveau
de regio Stedendriehoek. Die samenwerking verloopt in het algemeen positief en blijven we de komende jaren ontwikkelen.
Elke coöperatie doet dat op eigen wijze en op eigen tempo die past bij de lokale situatie. Daarnaast faciliteren en ondersteunen de energiecoöperaties de ontwikkeling van
Zie voor meer informatie over de Energiewet
buurt- en wijkenergiegemeenschappen. Dit geldt zowel
bijlage 4.
voor bestaande bouw als voor nieuwbouw. Zij richten zich daarbij op het hele energiesysteem: elektriciteit, warmte, koeling, opslag en conversie. Dit doen zij via een buurtof wijkaanpak, waarbij ook ruimte kan zijn voor andere
57
Regionaal programma energievoorziening
58
Regionaal programma energievoorziening
06. Hoe verder vanaf nu?
59
Regionaal programma energievoorziening
6.1 Hoe het RPE in de praktijk te gebruiken is Ons doel voor de komende jaren is de kaders van het Regionaal programma energievoorziening in de praktijk te gaan gebruiken. Onze ambitie is om van papier naar praktijk te komen. Onder andere door samen met de netbeheerder en de andere partners in de energietransitie de plannen voor de energievoorziening van de toekomst verder uit te werken en te realiseren. Hoe gaan we dat doen?
Het energieperspectief helpt bij het maken van afwegingen in concrete ruimtelijke ontwikkelingsprocessen, gebiedsprocessen en samenwerkingsprojecten
Het energieperspectief ontwikkelt door
Met de inzet van het Ondersteunings- en Kenniscentrum
aandachtspunt. Ook brengt het programmateam meer
voor Energie-initiatieven (OKE) gebruiken we het
verdieping en detailniveau aan in de analyses en visie op
energieperspectief voor praktische ondersteuning. Maar
de energievoorziening van de toekomst. Daarbij wordt in
ook door de inzet van energietransitie-planologen, die zowel
beeld gebracht hoe in de regio Stedendriehoek de energie-
op gemeentelijk als op regionaal niveau direct een bijdrage
infrastructuur zijn plek krijgt in de fysieke ruimte. Dat doet de
leveren aan beleid, projecten en processen.
programma-organisatie in nauwe samenwerking met het
De energietransitie is nog volop in beweging. Daarom gaan we in regionaal verband de komende jaren verder met de ontwikkeling van het energieperspectief. In die doorontwikkeling zijn opslag en buffering een belangrijk
Rijk, de provincie en de netbeheerder en met behulp van een modelmatige aanpak. Tot slot gaan de gemeenten in de regio Stedendriehoek door met het uitwerken van hun eigen Meer informatie over het OKE vindt u in
lokale energievisie, op basis van het energieperspectief. Met
paragraaf 2.3.
behulp van het energieperspectief kunnen zij afwegingen en keuzes maken die zijn toegesneden hun specifieke lokale situatie. De gemeentelijke organisatie zal wel tijd nodig hebben voor de omschakeling naar de energievoorziening van de toekomst en de lokale betekenis daarvan.
60
Regionaal programma energievoorziening
6.2 Het RPE: een programma onder de Omgevingswet De Omgevingswet kent kerninstrumenten: vormen om visie, beleid, regels en maatregelen vast te leggen als basis voor vergunningverlening. Het omgevingsprogramma is zo’n kerninstrument. Vaak worden die kerninstrumenten ingezet door het Rijk, provincies of gemeenten. Maar ook regionaal kan een programma ontwikkeld worden. Het RPE is een vrijwillig programma in de zin van de Omgevingswet. Het vormt daarmee het herijkte regionale kader voor onze energievoorziening van de toekomst. Bij het vaststellen van een programma onder de Omgevingswet is het verplicht om toe te lichten hoe is afgewogen of sprake is van een PlanMER plicht en op welke wijze de participatie heeft plaatsgevonden. Voor het RPE geldt alleen een PlanMERplicht voor het onderdeel grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines het provinciale PlanMER Windbeleid en RES. We maken
De Omgevingswet vraagt bij een programma toelichting over de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken
daarbij gebruik van artikel 16.37 van de Omgevingswet.
Participatie speelt dus een belangrijke rol. De manier waarop
Daarin is het hergebruik van plan-MER’en vastgelegd. We
deze verschillende stakeholders hebben bijgedragen
zorgen ervoor dat het RPE pas wordt vastgesteld, nadat het
aan de totstandkoming van het Regionaal programma
provinciale PlanMER is vastgesteld. Dat is nu gepland op
energievoorziening, is toegelicht in paragraaf 5.1. Bij
15 juli 2025. Daarna wordt het een bijlage van het definitieve
een vrijwillig programma, zoals in dit geval, geldt geen
RPE. De ontwerp-PlanMER is bijgevoegd bij het ontwerp
verplichting om het ontwerp ter inzage te leggen. De regio
Regionaal programma energievoorziening. Zienswijzen
Stedendriehoek heeft ervoor gekozen dit wel te doen.
Daarvoor gebruiken we, zoals beschreven in paragraaf 3.5.1,
hierop kunnen geen betrekking hebben op het ontwerp PlanMER, omdat dit al van 20 januari tot en met 3 maart
Het RPE wordt na vaststelling beschikbaar gesteld in
2025 ter inzage heeft gelegen.
het Omgevingsloket, onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet.
61
Regionaal programma energievoorziening
6.3 Nieuwe interbestuurlijke afspraken over de energievoorziening In navolging van het Klimaatakkoord bereiden de ministeries van KGG en BZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen in samenwerking met Netbeheer Nederland nieuwe interbestuurlijke afspraken voor over het RPE en de energievoorziening. Met een interbestuurlijke samenwerkingsagenda gaan we op weg naar een meer samenhangende aanpak voor de energievoorziening energieprogramma’s elkaar overlapt en vaak niet
De Interbestuurlijke samenwerkingsagenda energiesysteem gaat ook gevolgen hebben voor de uitvoeringspraktijk van gemeenten, energieregio’s, waterschappen, provincies en netbeheerders
volledig dekkend is. Dat leidt op sommige plekken tot
Die gaan namelijk op een andere manier door de
ambtelijke of bestuurlijke drukte. De ‘Interbestuurlijke
rijksoverheid ondersteund worden. Per 1 januari 2026
samenwerkingsagenda energiesysteem’ geeft in grote lijnen
is er voor de interbestuurlijke ontwikkeling van het
aan hoe betrokken partijen samen willen optrekken op weg
energiesysteem het Nationaal Programma Energiesysteem
naar een energievoorziening die in 2050 klimaatneutraal is
(NP ES). Daarvoor worden drie nationale programma’s
en voor iedereen, betrouwbaar, betaalbaar en rechtvaardig.
samengevoegd: de Regionale Energiestrategie
Doel is om via provincies, gemeenten, waterschappen -en
(NPRES) en Lokale Warmtetransitie (NP LW) en het
met ondersteuning van regio’s- de energietransitie beter te
Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het
begeleiden.
Energiesysteem (SP IPE).
Dat doen we omdat de ondersteuning vanuit landelijke
62
Daarom blijft ook de informele samenwerking tussen alle overheidslagen en met de samenleving belangrijk. De energievoorziening vormt een samenhangend systeem en is niet op te knippen. Geen van de partijen is daarom alleen in staat om projecten te realiseren. Hoe de precieze decentrale governance eruit ziet en hoe provincies, regio’s en gemeenten zich tot elkaar verhouden, wordt